CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 24 092 Bijlage B Plan-MER Omgevingsvisie Rijswijk

Forum Stad 3 december 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening34.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte

2023-2030, bekend als de

door meer schaduwrijke plekken te creëren en

Rijswijkse Adaptatiestrategie en

stedelijke gebieden te vergroenen. Daarnaast

Aanpak voor

streven naar een robuust watersysteem met ruimte

Klimaatverandering (RAAK).

voor infiltratie en opvang van water Balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren – Hoogheemraadschap; Lokaal Hitteplan tegen hittestress (focus op stedelijke gebieden, zoals de Stadsas); Bewustwording en actie richting de inwoners en ondernemers d.m.v. Steenbreek Rijswjk; Water en bodem sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen; Preventieve maatregelen om bodemdaling te voorkomen; Verbetering van de waterkwaliteit volgens de KRW – Hoogheemraadschap Uitvoering geven aan RAAK: Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering

Terugbrengen van de

Ondersteunen bij energiebesparende maatregelen:

energiebehoefte, door

van kleine maatregelen (radiatorfolie,

energiebesparende

brievenbusborstel) tot aan grote maatregelen zoals

maatregelen. Doel is

het isoleren van woningen – rekening houdend met 27/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Ambitie

Doel

Uitgangspunt

bewustwording vergroten over

voldoende ventilatie voor een gezond

het energiegebruik en het

binnenklimaat in alle seizoenen;

verduurzamen van bestaande woningen tot minimaal energielabel C in 2050. Voor kantoorgebouwen geldt minimaal energielabel C vanaf 2030; Duurzame

Overstap naar duurzame

Er geldt een wijkgerichte aanpak, waarbij telkens

energievoorziening

warmtevoorziening voor

ook oog is voor meekoppelkansen bij de

gebouwen (volledig

herinrichting van de openbare ruimte en

aardgasvrij) in 2050,

aanpassing van gebouwen (klimaatadaptatie):

Toewerken naar minimaal 30% duurzame opwekking van het totale gemeentelijke energieverbruik in 2035. Aansluiting op een warmtenet is in veel wijken de maatschappelijk voordeligste manier om aardgasvrij te worden. Hier zoveel mogelijk woningen laten aansluiten op een warmtenet; Voor de andere wijken kijken welke warmtealternatieven voor handen zijn, dit is maatwerk; Bij nieuwbouw inzetten op bodemenergiesystemen. Bodemenergieplannen; Regionale afspraken over de lokale inzet van duurzame warmte via WarmtelinQ en geothermie. Voorkeur voor mogelijk maken hoge temperatuur opslag → pilot. Grootschalige duurzame opweklocaties zijn niet mogelijk door de hoge mate van verstedelijking. Daarom stevige inzet op zonne-energie op daken (min 40% van het geschikte dakoppervlak) en optioneel parkeerplaatsen in stedelijk gebied. Energieopwekking in het landschap of op het water heeft niet de voorkeur; Inpassing van nieuwe lokale netwerken voor energie, zodat het elektriciteitsnet kan worden uitgebreid met nieuwe kabels en onderstations. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met het toekomstige elektriciteitsinfrastructuur en wordt gestuurd op inpandige oplossingen. Innovatieve economie

Inwoners in (de regio van)

Krachten bundelen met bedrijven en

Rijswijk kunnen werken in een

kennisinstellingen om een verschuiving naar 28/97

Kenmerk

Ambitie

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Doel

Uitgangspunt

baan die bij hen past.

duurzame warmte en energie te realiseren. En ook

Koesteren van de al aanwezige

zoeken naar koppelkansen op gebied van

diversiteit aan

circulariteit en kringloopeconomie;

bedrijven/werkgelegenheid en versterken van de sectoren gericht op innovatie, techniek en energie; Aan de hand van de vier pijlers

Focus op het bieden van ruimte voor midden- en

uit de Economische visie

kleinbedrijf (mkb) en ‘startups’ die willen

inzetten op

doorgroeien tot ‘scale-ups’. Er is geen ruimte voor

toekomstbestendige

nieuwe écht grote ruimtevragers in Rijswijk. Wel is

werklocaties en winkelgebieden

ruimte nodig voor de circulaire economie en de

(retail en horeca);

energietransitie;

Retail- en horecabeleid

Per werklocatie is een profiel en ontwikkelrichting

uitgewerkt in een

uitgewerkt. In het algemeen inzet op vitale en

toekomstperspectief per

toekomstbestendige werklocaties die ruimte bieden

centrumgebied. Doelen: -

voor ondernemen (op gebied van brede welvaart)

bieden van een zo compleet en

en werkgelegenheid genereren. Uitgangspunt is

divers mogelijk

dat elke woning vraagt om 20m2 bedrijvigheid;

voorzieningenaanbod in hoofdcentra; -toewerken naar levendige en aantrekkelijke buurtcentra voor dagelijkse boodschappen; -realiseren aantrekkelijk en dynamisch ondernemersklimaat; -benutten van locaties voor horeca als ondersteunende rol of als zelfstandige kracht De ruimte voor werken op werklocaties blijft behouden. Focus ligt op het nóg beter benutten van de bestaande werklocaties: dubbel ruimtegebruik, alleen de juiste functies toestaan, beeldkwaliteit. Specifiek extra bescherming voor zwaardere bedrijfsactiviteiten en watergebonden bedrijvigheid; Plaspoelpolder is belangrijke economische motor: handhaven van de gebiedsindeling uit het Addendum op de Toekomstvisie. Golfbaanterrein is potentiële uitbreidingslocatie voor circulaire economie en zwaardere/watergebonden bedrijvigheid Tot slot TNO-locatie als onderzoekslocatie; Plaspoelpolder is belangrijke economische motor: handhaven van de gebiedsindeling uit het 29/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Ambitie

Doel

Uitgangspunt Addendum op de Toekomstvisie. Golfbaanterrein is potentiële uitbreidingslocatie voor circulaire economie en zwaardere/watergebonden bedrijvigheid Tot slot TNO-locatie als onderzoekslocatie; Nieuwe hotels zijn niet gewenst.

Goede bereikbaarheid

Toewerken naar een nieuw

Uitvoering geven aan de zeven strategische

evenwicht tussen

keuzes in een gebiedsgerichte benadering:

bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in een stad die groeit; Focus op vervoermiddelen die

Nabijheid: kortere reisafstanden door meer functies

schoon zijn, weinig ruimte

in een gebied toe te staan;

innemen, veiliger zijn en minder schadelijke effecten op gezondheid hebben → uitgewerkt in zeven strategische keuzes en ‘STOMP-principe’; Toewerken naar een integraal

Ruimte: in verdichte gebieden focus op vervoer met

mobiliteitsnetwerk (hoofd,

laag ruimtegebruik en vervuiling;

stedelijk en basis) voor geheel Rijswijk, door diverse maatregelen op netwerkniveau. Doorstroming: prioritering en voorrang uitwerken volgens de netwerkopbouw en STOMP; Keuzevrijheid: keuze voor vervoersmiddel(en) dat het beste past bij de reis; Veiligheid: maatregelen op ongelukken te voorkomen; Leefbaarheid: openbare ruimte zo ingericht dat het past bij het gebruik Gezondheid: stimuleren van lopen, fietsen en emissieloze mobiliteit. Uitvoering geven aan de maatregelen op netwerkniveau: -voorrangsbepaling op kruisingen: voorrang voor schoon, veilig en ruimte-efficiënt; hoofdautonetwerk blijft een belangrijke ruggengraat: hier voorrang voor auto’s en 50 km/u; -striktere parkeernormen en inzet op STOMP bij gebiedsontwikkelingen; -sterke inzet op verbetering van het openbaar vervoer → ov-verbindingen uitbreiden en intensiveren, aantal routes doorontwikkelen tot HOV-lijn, verbetering voor/natransport; -realisatie van mobiliteitshubs, gekoppeld aan ov-netwerk en met de juiste 30/97

Kenmerk

Ambitie

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Doel

Uitgangspunt voorzieningen; -uitvoering geven aan het Fietsplan → realisatie gewenst fietsnetwerk; -verbetering looproutes, met name rondom scholen, winkelcentra en stations; -zorgdragen voor een fijnmazig langzaam verkeer netwerk – aantrekkelijk en veilig. Focus op verbetering langzaam verkeersbewegingen rondom drukke wegen.

Een overzicht van de thema’s en de bijbehorende beleidsuitspraken zijn te vinden in bijlage 2a van dit plan-MER. Figuur 2.3 toont de integrale omgevingsvisiekaart.

31/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Figuur 2.3 Kernambities Integrale omgevingsvisiekaart Rijswijk (concept-ontwerp omgevingsvisie, september 2024)

32/97

Kenmerk

2.2.2

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Gebiedsuitwerking

Naast de thematische uitwerking van ambities, is er ook een gebiedsuitwerking gemaakt. In de Omgevingsvisie worden de volgende vijf deelgebieden binnen Rijswijk onderscheiden: 1. Oud Rijswijk 2. 3. 4.

Bogaard stadscentrum Woongebieden Werkgebieden (en werk-woongebieden)

5.

Groenzones.

3. Stappen: van beoordelingskader tot afronden planMER In het plan-MER is beoordeeld wat de effecten op hoofdlijnen zijn. De effecten in dit plan-MER zijn beschreven door aan te geven wat de invloed van de speerpunten en acties op het kwaliteitsniveau van de indicator is. Het kan ook gezien worden als kans voor positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Deze risico’s en sterkten zijn in beeld gebracht met kwalitatieve inschattingen van experts. Dit plan-MER is opgesteld in de volgende 5 stappen: 1. 2. 3.

Vaststellen beoordelingskader Beschrijven en beoordelen van huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) Effectbeoordeling van de alternatieven (‘ontwikkelrichtingen’).

4. 5. 6.

Bepalen relatie ambities omgevingsvisie en indicatoren MER Effectbeoordeling en (b) Passende beoordeling (Omgevingswet) Afronden plan-MER

3.1

Stap 1: Vaststellen beoordelingskader

Als eerste stap is het beoordelingskader opgesteld. In het beoordelingskader staan per thema enkele indicatoren waarop de effecten van de Omgevingsvisie worden beoordeeld. Van iedere indicator is beschreven met behulp van welk criterium het effect wordt bepaald. In de volgende tabel is het beoordelingskader te zien. Tabel 3.1 Beoordelingskader effectbeoordeling Thema

Indicator

Aantrekkelijk en gezond Rijswijk

Luchtkwaliteit Geluid Omgevingsveiligheid Stimuleren van sporten en bewegen

Groen en natuurlijk Rijswijk

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Waterkwaliteit Waterkwantiteit Bodemkwaliteit Bodemdaling 33/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Thema

Indicator Gebruik ondergrond

Ondernemend en beleefbaar Rijswijk

Woningvoorraad Voorzieningenniveau Bedrijvigheid

Duurzaam en toekomstbestendig Rijswijk

Aandeel hernieuwbare energie Waterveiligheid Wateroverlast Hittestress Droogte

Bereikbaar en verkeersveilig Rijswijk

Bereikbaarheid Verschuiving vervoerswijze Verkeersveiligheid

3.2

Stap 2: Beschrijven en beoordelen van huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)

Voor de beoordeling van de referentiesituatie is voor elke indicator een beoordeling gegeven van het kwaliteitsniveau (toestand) van zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling. De beoordeling van het kwaliteitsniveau is uitgedrukt in slecht, redelijk en goed. Deze beoordeling is voor alle indicatoren uit het beoordelingskader onderbouwd in factsheets (zie bijlage 3). Waar mogelijk is gebruik gemaakt van kaartmateriaal om zo ruimtelijk te kunnen duiden waar bepaalde kansen of knelpunten optreden. De huidige situatie en autonome ontwikkeling vormen samen de “referentiesituatie” waartegenover in stap 5 het effect van de Omgevingsvisie is afgezet. Tabel 3.2 Legenda symbolen kwaliteitsniveau referentiesituatie Slecht

3.3

Redelijk

Goed

Stap 3: Effectbeoordeling ontwikkelrichtingen

In fase 2 van de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn alternatieven opgesteld; ‘ontwikkelrichtingen’ genaamd. Deze ontwikkelrichtingen zijn beoordeeld op milieu/omgevingseffecten. De concept-beoordeling is een werksessie besproken met het omgevingsvisieteam van gemeente Rijswijk en met beleidsadviseurs van uiteenlopende thema’s. De beschrijving van de ontwikkelrichtingen en de effectbeoordeling er van zijn in hoofdstuk 4 van dit plan-MER opgenomen. De gemeente Rijswijk heeft de ontwikkelrichtingen samen met de effectbeoordeling in participatiesessies gebruikt om input te verzamelen om koers te kiezen voor de uiteindelijke omgevingsvisie.

3.4

Stap 4: Bepalen relatie tussen ambities en indicatoren MER

In deze stap is bepaald per ambitie (met de daarbij onderliggende acties) met welke indicatoren uit het beoordelingskader er een relatie is. Zie hiervoor bijlage 4. Alleen voor de indicatoren waar een relatie is met een ambitie en acties zijn deze beoordeeld in stap 4. 34/97

Kenmerk

3.5

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Stap 5a: Effectbeoordeling concept-ontwerp omgevingsvisie

1. Invloed van de Omgevingsvisie op kwaliteitsniveau per indicator In dit plan-MER zijn de effecten van de Omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie in beeld gebracht. Per indicator is gekeken naar het kwaliteitsniveau in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO) en of de Omgevingsvisie daar een (licht) positieve, geen/neutrale of een (licht) negatieve invloed op heeft. Voor het beoordelen van de effecten is zowel gekeken naar de themagerichte als de gebiedsgerichte uitwerkingen in de Omgevingsvisie. Omdat er voor de verschillende deelgebieden geen aparte ambities zijn geformuleerd, maar wel accenten zijn gelegd zijn, de themagerichte en de gebiedsgerichte uitwerkingen gezamenlijk beoordeeld. Tabel 3.3 Legenda symbolen invloed van Omgevingsvisie Pictogram

Beoordeling

Positieve invloed

Licht positieve invloed

Geen of neutrale invloed

Licht negatieve invloed

Negatieve invloed

2. Synergie en strijdigheden tussen ambities In de beoordeling is ook inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden voor synergie en de strijdigheden zijn tussen speerpunten en onderliggende acties in de Omgevingsvisie. Anders gezegd; welke speerpunten en acties versterken elkaar (synergie) en welke belemmeren elkaar (strijdigheid). 3. Doelbereik (mate waarin ambities behaald kunnen worden) In deze stap is beoordeeld of de vooraf gestelde ambities in Omgevingsvisie in de toekomst ook behaald kunnen worden. Daarbij speelt ook de rol en invloed van de gemeente mee. Voor bijvoorbeeld klimaatadaptieve ambities is de gemeente ook afhankelijk van onder meer het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren. Bij het doelbereik brengen we per ambitie in beeld:   

Geen tot zeer beperkte kans om de ambitie te behalen Redelijke kans om de ambitie te behalen Reële kans om de ambitie te behalen

35/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

We beoordelen dit vervolgens op een schaal van niet gehaald (0) tot geheel gehaald (100). Daarbij geven we in een grafiek aan hoe groot de onzekerheid is bij het behalen van de ambitie. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen mee spelen (bijvoorbeeld: wanneer rijden alle voertuigen emissieloos?) en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen (denk aan bijvoorbeeld klimaatadaptatie aan het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren). De onzekerheidsmarge geeft dus aan hoeveel de gemeente zelf kan doen aan het behalen van de gestelde ambities. De effectbeoordeling is kwalitatief uitgevoerd op basis van een deskundigenoordeel. Voor de beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO) per thema zijn experts van TAUW ingezet. In diverse rondes zijn door de experts de kwaliteit en compleetheid beoordeeld. Waar nodig zijn de referentiesituaties daarop aangescherpt. Zij hebben op basis van beschikbare informatie beoordeeld wat het kwaliteitsniveau is per indicator, en wat het effect is van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie. Vervolgens zijn door experts van TAUW op kwalitatieve wijze de kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten van het nieuwe beleid beoordeeld.

In verschillende rondes is dit door experts van de gemeente op juistheid, navolgbaarheid en compleetheid gecontroleerd.

3.6

Stap 5b: Passende beoordeling

Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten, is een Passende beoordeling conform de Omgevingswet (eerder: Wet natuurbescherming) noodzakelijk. De passende beoordeling sluit aan bij het abstractieniveau van de visie. De beoordeling is kwalitatief, want een gedetailleerd kwantitatieve beoordeling is pas mogelijk bij een omgevingsplan of specifiek programma. De Passende beoordeling bestaat uit een beschrijving van de negatieve effecten van de Omgevingsvisie op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden, een overzicht van welke ambities zorgen voor minder stikstofdepositie en mogelijke mitigerende maatregelen of randvoorwaarden voor verlaging van stikstofdepositie. De Passende beoordeling is onderdeel van het plan-MER (hoofdstuk 7). Er liggen geen Natura 2000-gebieden binnen de grenzen of grenzend aan de gemeente Rijswijk. Daarom is verstoring van deze gebieden door licht en geluid als gevolg van ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie uit te sluiten. De Omgevingsvisie maakt ontwikkelingen zoals grootschalige woningbouw mogelijk. Dit kan leiden tot een toename van verkeer en hierdoor is stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Dit betreft weliswaar Natura 2000gebieden buiten de gemeentegrenzen, maar stikstofdepositie reikt verder dan het grondgebied van de gemeente Rijswijk.

3.7

Stap 6: Afronden Plan-MER

De resultaten van voorgaande stappen komen samen in het milieueffectrapport. We hebben het rapport na iedere stap steeds verder ingevuld. Daarbij zijn de onderdelen mitigerende maatregelen, leemten in kennis en monitoring en evaluatie toegevoegd.

36/97

Kenmerk

3.8

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Wisselwerking Omgevingsvisie en plan-MER

Het milieueffectrapport (MER) is gelijktijdig met het proces van het opstellen van de Omgevingsvisie opgesteld. Gedurende het proces van het opstellen van de Omgevingsvisie heeft het plan-MER inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente met de Omgevingsvisie haar (milieu) kwaliteiten kan behouden, versterken of toevoegen. Doordat het plan-MER als procesinstrument is ingezet konden de tussenresultaten van het plan-MER direct benut worden bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Een voorbeeld hiervan is het bepalen van de koers op basis van de effectbeoordeling van de ontwikkelrichtingen.

4. De effecten van de alternatieven: ontwikkelrichtingen 4.1

Beschrijving alternatieven: ontwikkelrichtingen

In fase 2 van de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn alternatieven opgesteld; ‘ontwikkelrichtingen’ genaamd. In het figuur hieronder is een overzicht te zien van de vier ontwikkelrichtingen. In onderstaand hoofdstuk volgt een uiteenzetting van de ontwikkelrichtingen. In bijlage 4 zijn de kaarten per ontwikkelrichting groter opgenomen.

Figuur 4.1 Overzicht ontwikkelrichtingen

De vier ontwikkelrichtingen zijn tot stand gekomen door twee hoofdkeuzes te combineren die als assen dienen in bovenstaande kwadrant. De eerste keuze is of er verder wordt gegaan dan de geprogrammeerde verstedelijking. Dit betekent dat de gemeente de bestaande plannen volgt en de stedelijke ontwikkeling laat verlopen zoals gepland. De andere optie is om juist af te wijken van deze geprogrammeerde verstedelijking en te streven naar meer verdichting en een toename van het woningbouwprogramma.

37/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

De tweede keuze is gericht op het beleid. Er kan voor worden gekozen om het bestaande beleid door te zetten, waarbij er wordt voortgebouwd op bestaande strategieën en maatregelen. De andere optie is om op een nog vernieuwender manier te werk te gaan. Dit betekent dat er nieuwe ideeën en benaderingen worden geïntroduceerd die verder gaan dan het huidige beleid en mogelijk meer innovatie bieden. Door de twee hoofdkeuzes te combineren zijn de vier ontwikkelrichtingen tot stand gekomen die hieronder uiteen worden gezet. 4.1.1 Ontwikkelrichting 1A: Geprogrammeerde verstedelijking en bestaand beleid Aantrekkelijk en gezond  

Ca. 11.000 tot 2040 op aangewezen ontwikkellocaties: Bogaard Stadscentrum, stationskwartier, Plaspoelpolder, RijswijkBuiten en Beatrixlaan Maatschappelijke voorzieningen op pijl houden in bestaande centra

Golfbaan behoud bestaande functie

Groen en natuurlijk   

Behouden van landgoederenzone en stadsparkzone Versterken van groenstructuren (noord-zuid) Overkluizing A4 met ecoducten/langzaam verkeer-verbinding

Ondernemend en beleefbaar  Profilering twee centra voortzetten: Oud-Rijswijk en Bogaard  

Profilering huidige werklocaties voortzetten TNO locatie behouden met bestaande bebouwing

Duurzaam en toekomstbestendig  Strategie Warmtetransitie uit Transitievisie Warmte volgen  Gebiedsontwikkeling kans voor klimaatadaptief bouwen en vergroening 

Opwek duurzame (zonne-)energie

Bereikbaar en verkeersveilig   

STOMP-principe Woningen en voorzieningen multimodaal bereikbaar Binnen gebiedsontwikkeling waar mogelijk minder ruimte voor auto en meer voor andere

modaliteiten Herinrichten verkeersassen noord-zuid en oost-west met behoud verkeersfunctie maar meer ruimte voor langzaam verkeer en groen

OV: nieuw station RijswijkBuiten, HOV-verbinding (tram) Den Haag/Binckhorst-Rijswijk-Delft

4.1.2

Ontwikkelrichting 1B: Geprogrammeerde verstedelijk en meer innovatie

Aantrekkelijk en gezond  Ca. 11.000 tot 2040 op aangewezen ontwikkellocaties: Bogaard Stadscentrum, stationskwartier, Plaspoelpolder, RijswijkBuiten en Beatrixlaan  

Ruimte voor aanvullende en flexibele woonconcepten Maatschappelijke voorzieningen uitbreiden, met name rondom mobility hubs

38/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Groen en natuurlijk  

Zo veel mogelijk groen in OR en op gebouwen. Versterken natuurwaarden met landgoederenzone en stadsparkzone. Versterken van groenstructuren (noord-zuid) Overkluizing A4 met ecoducten/langzaam verkeer-verbinding

Nieuwbouw draagt bij aan biodiversiteit (BREEAM Excellent)

Ondernemend en beleefbaar  

Twee centra profileren: Oud-Rijswijk en Bogaard Ruimte voor nieuwe typen bedrijvigheid om circulaire economie te stimuleren en golfbaan als potentiële uitbreidingslocatie

 

Flexibiliteit in werklocaties door tijdelijke functies/flexibele functies TNO locatie ontwikkelen als onderzoekscampus

Duurzaam en toekomstbestendig  Nieuwbouw is duurzaam, klimaatadaptief en natuurinclusief (BREEAM Excellent), zoals het gebruik van houtbouw  

Klimaatadaptatie: groen en water waar mogelijk + meervoudig ruimtegebruik Opwek duurzame energie met oog op netbelasting door heel Rijswijk aan te sluiten op het warmtenet

Golfbaan integrale ontwikkellocatie (combinaties circulaire economie, energie, klimaatadaptatie)

Bereikbaar en verkeersveilig  Collectieve en hoogwaardige mobiliteit: focus op OV (station RijswijkBuiten, HOV-verbinding Den Haag-Delft) en verminderen verkeersvraag  

Verbeteren langzaam vervoer netwerk en aanleggen Stadsas als groene openbaar vervoer en langzaam verkeer corridor Stadscentrum autovrij en verminderen verkeersvraag

4.1.3 Ontwikkelrichting 2A: Hogere verstedelijking en bestaand beleid Aantrekkelijk en gezond  

Ca. 11.000 woningen tot 2040 + extra groei 5.000 woningen op bestaande ontwikkellocaties: Prinses Beatrixlaan, TNO-locatie, A4 en Plaspoelpolder Maatschappelijke voorzieningen op pijl houden in bestaande centra en wijken, uitbreiding waar nodig door groei

Groen en natuurlijk   

Behouden van landgoederenzone en stadsparkzone Versterken van groenstructuren en natuurverbindingen Overkluizing A4 met ecoducten/langzaam verkeer-verbinding

Ondernemend en beleefbaar  Profilering twee centra voortzetten: Oud-Rijswijk en Bogaard  

Profilering huidige werklocaties voortzetten + uitbreidingsruimte bestaande sectoren + golfbaan als uitbreidingspotentie Extra woningbouw beperkt uitbreidingsruimte voor bedrijvigheid 39/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Duurzaam en toekomstbestendig   

Strategie Warmtetransitie uit Transitievisie Warmte volgen Gebiedsontwikkeling kans voor klimaatadaptief bouwen en vergroening Opwek duurzame (zonne-)energie

Nieuwbouw aansluiten op warmtenet

Bereikbaar en verkeersveilig   

STOMP-principe Woningen en voorzieningen multimodaal bereikbaar Binnen gebiedsontwikkeling waar mogelijk minder ruimte voor auto en meer voor andere

modaliteiten Herinrichten verkeersassen noord-zuid en oost-west met behoud verkeersfunctie maar meer ruimte voor langzaam verkeer en groen

OV: nieuw station RijswijkBuiten, HOV(tram) verbinding Den Haag/Binckhorst-Rijswijk-Delft

4.1.4

Ontwikkelrichting 2B: Hogere verstedelijking en meer innovatie

Aantrekkelijk en gezond  Ca. 11.000 woningen tot 2040 + extra groei 5.000 woningen rondom OV-knooppunten en bestaande ontwikkellocaties: rond het station en OV-knooppunten, Prinses Beatrixlaan, TNO 

locatie, A4, Plaspoelpolder en de bestaande stad. Ruimte voor aanvullende en flexibele woonconcepten Maatschappelijke voorzieningen uitbreiden, met name rondom mobility hubs

Groen en natuurlijk  Zo veel mogelijk groen in OR en op gebouwen. Versterken natuurwaarden met 

landgoederenzone en stadsparkzone. Versterken van groenstructuren (noord-zuid) Nieuwbouw draagt bij aan biodiversiteit (BREEAM Excellent)

Ondernemend en beleefbaar  Profilering twee centra voortzetten: Oud-Rijswijk en Bogaard  Ruimte voor nieuwe typen bedrijvigheid om circulaire economie te stimuleren 

Flexibiliteit in werklocaties door tijdelijke functies/flexibele functies

Duurzaam en toekomstbestendig    

Nieuwbouw is duurzaam, klimaatadaptief en natuurinclusief (BREEAM Excellent), zoals het gebruik van houtbouw Verstedelijking als middel voor een klimaatadaptieve inrichting van bestaande gebieden: groen en water waar mogelijk + meervoudig ruimtegebruik. Opwek duurzame energie met oog op netbelasting door heel Rijswijk aan te sluiten op het warmtenet Golfbaan integrale ontwikkellocatie (combinaties circulaire economie, energie, klimaatadaptatie)

40/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Bereikbaar en verkeersveilig  

Collectieve en hoogwaardige mobiliteit: focus op OV (station RijswijkBuiten, HOV-verbinding Den Haag-Delft) en verminderen verkeersvraag; mobiliteitshubs Verbeteren langzaam vervoer netwerk en aanleggen Stadsas als groene openbaar vervoer en

 

langzaam verkeer corridor Prinses Beatrixlaan als extra HOV-corridor Stadscentrum autovrij en verminderen verkeersvraag

4.2

Conclusie effecten alternatieven: ontwikkelrichtingen

Hieronder is een samenvatting te zien van de effecten van de ontwikkelrichtingen op de verschillende indicatoren. Voor een volledige beschrijving van de effecten van de ontwikkelrichtingen zie Bijlage 4. Tabel 4.1 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Aantrekkelijk en gezond Aantrekkelijk en gezond

1A

1B

2A

2B

2A

2B

Luchtkwaliteit Geluid Omgevingsveiligheid Stimuleren van sporen en bewegen

Tabel 4.2 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Groen en natuurlijk Groen en natuurlijk

1A

1B

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Waterkwaliteit Waterkwantiteit Bodemkwaliteit Bodemdaling Gebruik ondergrond

Tabel 4.3 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Ondernemend en beleefbaar Ondernemend en beleefbaar

1A

1B

2A

2B

Woningvoorraad Voorzieningenniveau Bedrijvigheid

41/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Tabel 4.4 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Duurzaam en toekomstbestendig Duurzaam en toekomstbestendig

1A

1B

2A

2B

Aandeel hernieuwbare energie Waterveiligheid Wateroverlast Hittestress Droogte

Tabel 4.5 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Bereikbaar en verkeersveilig Bereikbaar en verkeersveilig

1A

1B

2A

2B

Bereikbaarheid Verschuiving vervoerswijze Verkeersveiligheid

Een opvallende uitkomst van de beoordeling is dat de ontwikkelrichtingen met een hogere verstedelijking (2A en 2B) relatief gezien meer negatieve invloed hebben op verschillende indicatoren dan de ontwikkelinrichtingen met een lagere verstedelijking (1A en 1B). Ontwikkelrichting 1A heeft relatief gezien vaker geen of een neutrale invloed op indicatoren in vergelijking met de andere ontwikkelrichtingen. Vanuit de beoordeling van de ontwikkelrichtingen zijn de volgende adviezen aan de gemeente gegeven:  

Het thema omgevingsveiligheid vraagt extra aandacht, aangezien dit thema in alle ontwikkelrichtingen achteruit gaat door de verdichting van functies en voorzieningen Ook Natura 2000-gebieden vragen extra aandacht, omdat zij in alle ontwikkelrichtingen

achteruit gaat als gevolg van verdichting van Rijswijk door stikstofdispositie Het gebruik van de ondergrond is in alle ontwikkelrichtingen een lastige puzzel. De ruimteclaims in de grond en de bestaande structuren vragen om een juiste inpassing en het

stellen van prioriteiten Over de thema’s hittestress en wateroverlast kan op het abstractieniveau van de ontwikkelrichtingen lastig een uitspraak gedaan worden over de te verwachte effecten. Dit komt doordat de effecten van verstening en de aanleg van groen sterk afhankelijk zijn van de specifieke locatie

42/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

5. De effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving In dit hoofdstuk worden de effecten van de voorgestelde ambities en bijhorende uitwerking uit de Omgevingsvisie beschreven. Dit wordt uitgedrukt in de invloed van de Omgevingsvisie op kwaliteit of anders gezegd de toestand van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie en de situatie bij ongewijzigd beleid (autonome ontwikkeling). Paragraaf 4.1 is opgezet aan de hand van de thema’s die de gemeente Rijswijk hanteert in de Omgevingsvisie. Per thema zijn indicatoren opgesteld die iets zeggen over dit thema, waarvan vervolgens de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het effect van de Omgevingsvisie is beoordeeld. Een gedetailleerde beschrijving van de kwaliteitsniveaus van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling per indicator is opgenomen in bijlage 3.

5.1

Passend woon- en zorgaanbod

Tabel 5.1 Overzichtstabel beoordeling Passend woon- en zorgaanbod Thema

Indicator

Passend

Woningvoorraad

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

woon- en zorgaanbod

Voorzieningenniveau

Woningvoorraad In de gemeente Rijswijk komen er circa 10.000-11.000 woningen bij, wat tegemoetkomt aan de hoge vraag naar woningen. Dit woningbouwprogramma zal op een aantal locaties terecht komen. Zo vindt er transformatie plaats in Bogaard stadscentrum en delen van de Plaspoelpolder. Er worden dus woningen toegevoegd in de deelgebieden Bogaard stadscentrum en in de woongebieden, de voor- en naoorlogse wijken. In werkgebieden en in groenzones worden geen woningen toegestaan. Bij het realiseren van woningen ligt de focus op binnenstedelijk verdichten en transformatie, zoveel mogelijk nabij ov-knooppunten. Dit kan een positief effect hebben op het creëren van een diverse woningvoorraad. Het biedt de mogelijkheid om verschillende woningtypes te creëren, zoals kleine appartementen, grotere woonruimten, eengezinswoningen, rijtjeshuizen, eengezinswoningen en sociale nieuwbouw. Dit biedt meer keuzemogelijkheden voor verschillende bevolkingsgroepen. De gemeente stuurt op een woningaanbod van 30% sociale huur. Hierbij wordt rekening gehouden met de groeiende woonvraag van een aantal doelgroepen met specifieke huisvestingsbehoefte (aandachtsgroepen) die bestaat.

Met name de uitspraak om flexibele en tijdelijke woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgbehoefte aan te bieden kan worden gezien als een verbreding van het huidige woonaanbod, waardoor Rijswijk een groter deel van de huisvestingsvraag kan bedienen. De afspraken voor de huisvesting van deze doelgroepen, worden vastgelegd in het volkshuisvestingsprogramma als opvolger van de woningvisie.

43/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Daarnaast anticipeert de gemeente op de woon- en zorgvraag van (toekomstige) inwoners, met name senioren, mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychische kwetsbaarheid, door te zorgen voor voldoende woonzorgaanbod. Deze doelen zijn reeds opgenomen in de lokale woonzorgvisie 2021-2030. Op basis van bovenstaande maatregelen wordt woningvoorraad positief beoordeeld. Voorzieningenniveau Rijswijk legt de nadruk op voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken in directe nabijheid van de woonomgeving. Zo wordt in het centrumgebied ruimte geboden voor winkel- en horecavoorzieningen. Uit de omgevingsvisie blijkt dat de groei en veranderde behoefte aan het aantal en type maatschappelijke voorzieningen voor basisonderwijs en sportvoorzieningen in beeld is gebracht, maar voor andere voorzieningen (zoals zorg, ontmoetingsplekken en culturele voorzieningen) moet dit nog worden onderzocht. Daarnaast stelt de gemeente dat bij nieuw te ontwikkelen gebieden rekening moet worden gehouden met ruimte voor voldoende maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast ligt de focus op een goede toegankelijkheid van voorzieningen en de openbare ruimte voor mensen die minder goed ter been zijn. Verder wordt met het project voorzieningenniveau geïnventariseerd welke maatschappelijke voorzieningen er in de gemeente aanwezig zijn.

Tevens voorziet dit project in een uitvoeringsstrategie waarin wordt aangegeven hoe het voorzieningenniveau in balans blijft met de groei van de stad. De omgevingsvisie draagt op diverse manieren bij aan het vergroten van het aanbod van voorzieningen gericht op een gezonde leefstijl. Zo wordt ingezet op een beweegvriendelijke en groene omgeving en wordt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening gehouden met sportvoorzieningen en speeltuinen. Het realiseren van meer zaalruimte voor binnensportvoorzieningen heeft een positief effect op het huidige tekort. Ook draagt het uitbreiden van onderwijshuisvesting bij aan de toekomstige huisvestingsbehoefte van onderwijs door de groei in aantal inwoners. Hierbij wordt ook rekening gehouden met ruimte voor kinderopvang door nauwe samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. Het vergroten van de praktijkruimte voor huisartsenzorg speelt in op de toenemende vraag naar huisartsen. De omgevingsvisie zorgt naar verwachting voor het vergroten van het aanbod voorzieningen gericht op toegankelijkheid en een gezonde leefstijl, daarom wordt de indicator voorzieningenniveau positief beoordeeld.

5.2

Gezonde leefomgeving

Tabel 5.2 Overzichtstabel beoordeling Gezonde leefomgeving Thema

Gezonde

Indicator

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

Luchtkwaliteit

leefomgeving Geluid

Stimuleren sport en bewegen

44/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Luchtkwaliteit Zoals beschreven in het vorige paragraaf, worden er in de visie voor de energietransitie verschillende maatregelen genomen om de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie te realiseren. Door gebruik te maken van duurzame alternatieven, zoals elektrische warmtepompen, kan de uitstoot van schadelijke stoffen zoals stikstofoxiden en fijnstof worden verminderd. Dit heeft een positief effect op de luchtkwaliteit en draagt bij aan een gezondere leefomgeving. Verder worden in de visie specifieke maatregelen genomen om de niveaus van stikstofdioxide en fijnstof in de lucht te verminderen. Een van deze maatregelen is de bevordering van de elektrificatie van het wagenpark door de brede uitrol van laadinfrastructuur. Elektrische voertuigen verminderen de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals fijnstof en stikstof, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Daarnaast worden milieuzones uitgebreid en worden er op termijn zeroemissiezones ingevoerd, wat resulteert in minder uitstoot van auto's die op fossiele brandstoffen rijden. Bovendien worden bij nieuwbouwprojecten de nieuwste innovaties toegepast, zoals de Ladder van Koeling en BREEAM, om de uitstoot van fossiele brandstoffen te verminderen, wat een positief effect heeft op de luchtkwaliteit.

Het beperken van het gebruik van houtkachels verlaagt de emissies van deze vervuilende stoffen, wat leidt tot een verbetering van de luchtkwaliteit. Daarnaast worden monumenten door middel van energiebesparende maatregelen duurzamer gemaakt, wat resulteert in minder uitstoot van schadelijke stoffen. In de visie worden ook verschillende maatregelen genomen om duurzame vormen van mobiliteit, zoals fietsen, openbaar vervoer en wandelen te stimuleren, zoals beschreven in het hoofdstuk ‘Goede bereikbaarheid’. Door het verminderen van het autogebruik wordt de uitstoot van broeikasgassen verminderd, wat een positieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Maatregelen zoals striktere parkeernormen om de stad autoluw te maken, dragen bij aan het verminderen van het autoverkeer, wat gunstig is voor de luchtkwaliteit. Het is echter belangrijk op te merken dat deze maatregelen momenteel alleen worden toegepast in nieuwbouwwijken. Er worden door de gemeente diverse vergroenende maatregelen genomen, zoals natuurverbindingen, boomstructuren langs wegen, straten en lanen, recreatieve groene verbindingen, en groene overbruggingen. Vegetatie (bomen en planten) kan de luchtkwaliteit in een stad niet significant verbeteren en kan die zelfs verslechteren. Door de aanwezigheid van vegetatie in of langs straten met verkeer neemt de windsnelheid in die straat namelijk af.

Als gevolg hiervan gaan de concentraties van alle stoffen die door het verkeer worden uitgestoten omhoog. De aanwezigheid van vegetatie in een groot gebied kan wel de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide en fijn stof positief beïnvloeden, maar het effect is zeer beperkt – in de orde van een half procent tot mogelijk enkele procenten bij grootschalige extra inzet van vegetatie. Hoewel de omgevingsvisie over het algemeen positieve effecten heeft op de luchtkwaliteit, zijn er ook enkele maatregelen die een licht negatief effect kunnen hebben. Bijvoorbeeld, de toename van het aantal woningen kan leiden tot een groei van de bevolking en daarmee tot meer verkeer, wat resulteert in een verhoogde uitstoot van broeikasgassen. Aan de andere kant worden functies binnen het bestaand bebouwd gebied gerealiseerd en wordt er in de hoogte gebouwd, waardoor woningen en voorzieningen dichter bij elkaar komen te liggen. Hierdoor kan het negatieve effect mogelijk beperkt worden. 45/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Daarnaast biedt de omgevingsvisie ruimte aan mkb en startups in Plaspoelpolder die willen doorgroeien naar scale-ups en die meer milieuruimte nodig hebben, vergelijkbaar met maximaal milieucategorie 3.2. Bovendien komt er meer bedrijvigheid bij, met 20m2 bedrijvigheid per woning. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot extra uitstoot van broeikasgassen. Al met al wordt de omgevingsvisie op luchtkwaliteit positief beoordeeld met een licht negatieve invloed. Hoewel de ontwikkelingen in de visie een verkeersaantrekkende werking hebben, bieden de maatregelen in de visie over het algemeen een positief effect op luchtkwaliteit. Geluid In de visie wordt woningisolatie ingezet om energie te besparen. Naast het besparen van energie kan woningisolatie ook helpen om geluiden van buitenaf, zoals verkeerslawaai, vliegtuiggeluid of geluiden van nabijgelegen OV-knooppunten te verminderen. Bovendien worden gevoelige functies zoals scholen en kinderdagverblijven niet in de buurt van drukke wegen geplaatst, zodat zij geen last hebben van geluidsoverlast. Daarnaast zullen de eerder genoemde maatregelen, zoals de elektrificatie van het wagenpark door de brede uitrol van laadinfrastructuur, de uitbreiding van milieuzones en de invoering van een zero-emissiezone op termijn, zorgen voor minder motorgeluid.

Het effect van wegverkeerslawaai is echter voornamelijk afkomstig van bandengeluid bij snelheden boven 30 km/u, waardoor deze maatregelen slechts een beperkt effect hebben op het geluid. In het Actieplan geluid zijn de locaties met een te hoge geluidsbelasting aangegeven. Hiervoor wordt de maximale snelheid binnen wijken en op de betreffende wegen aangepast. Indien technisch en financieel haalbaar, wordt er ook gebruik gemaakt van stiller wegdek. Het aanpassen van de maximale snelheid vermindert het motorgeluid, maar heeft geen invloed op het bandengeluid. Het verwachte effect is dat het bandengeluid juist kan toenemen door een toename in verkeersbewegingen. Het gebruik van een stiller wegdek kan daarentegen positieve effecten hebben, maar dit wordt eerst grondig beoordeeld op technische en financiële haalbaarheid. Verder wordt voor de verstedelijkingsopgave waar nodig gebiedsgericht beleid opgesteld. Uitgangspunt daarbij is het vinden van een balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidhinder veroorzakende functies zoals bedrijvigheid enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid voor de geluidgevoelige functies zoals wonen anderzijds. Dit speelt met name daar waar functiemenging is voorzien (zoals het Havenkwartier en de woon-werkranden van de Plaspoelpolder). Ook worden er in de visie diverse maatregelen genomen om te vergroenen.

Zo worden er groenverbindingen versterkt, worden natuurverbindingen door de stad aangelegd, worden boomstructuren langs wegen, straten en lanen geplaatst et cetera. Vergroening kan geluidsoverlast beperken. Vooral voldoende dichte vegetatie kan het geluid goed verstrooien. Beplanting kan zo groene bufferzones creëren die als fysieke barrière gelden tussen geluidsbronnen en gevoelige gebieden.

46/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Dankzij de focus op het STOMP-principe en de verschillende maatregelen om het gebruik van openbaar vervoer, fietsen en wandelen te stimuleren, samen met striktere parkeernormen voor auto's bij nieuwbouw, zal er minder wegverkeerslawaai zijn. Echter, de komst van een extra station en nieuwe HOV-verbindingen kan leiden tot meer raillawaai. Bovendien kan de verdichting en transformatie bij OV-knooppunten nadelige gevolgen hebben voor geluidsoverlast, omdat woningen dichter bij OV-knooppunten worden gebouwd, wat kan leiden tot meer hinder van raillawaai en wegverkeerslawaai. Elke woning wordt uitgebreid met 20m2 aan bedrijfsruimte, en bovendien krijgen MKB's en startups de mogelijkheid om door te groeien naar scale-ups. Hiervoor wordt een milieucategorie van maximaal 3.2 toegestaan. Dit kan leiden tot meer industrielawaai, vooral omdat door verdichting verschillende functies dichter bij elkaar worden gebracht. Gemengde woon-werkgebieden kunnen namelijk leiden tot meer overlast, omdat gevoelige functies zoals wonen en bedrijvigheid dicht bij elkaar liggen. De leegstaande kantoorlocaties ten westen van de Prinses Beatrixlaan (net buiten het stadscentrum van Bogaard) bieden mogelijkheden voor transformatie en herontwikkeling naar woningbouw en nieuwe hoogbouw. Hoogbouw kan enerzijds geluid weerkaatsen, maar anderzijds fungeert het ook als een barrière die geluid afschermt.

Bovendien zorgt de toename van het aantal woningen, voorzieningen en bedrijvigheid (20m2 per woning) voor meer verkeer, wat resulteert in meer wegverkeerslawaai. Al met al heeft de omgevingsvisie een negatieve invloed op het aspect geluid, in combinatie met een licht positieve invloed. Stimuleren sport en bewegen Verdichting en transformatie rondom OV-knooppunten bevorderen het lopen en fietsen onder bewoners. Dit komt doordat wonen en werken dichter bij elkaar worden gebracht. Er wordt gestreefd naar verdichting en transformatie bij OV-knooppunten, waarbij verschillende functies binnen het gebied worden gerealiseerd. Dit stimuleert bewoners om vaker te lopen en te fietsen. Daarnaast worden gebieden zoals Kessler Park, Havenkwartier en Plaspoelpolder-Noordzijde omgevormd tot werkwoongebieden. In het stadscentrum van Bogaard, waar veel winkels en horecagelegenheden zijn, worden ook woningen toegevoegd. Bovendien wordt de leefomgeving zo ingericht dat mensen worden aangemoedigd om een gezonde levensstijl te leiden, door bewegen, sporten, spelen en sociaal contact te bevorderen. Openbare ruimtes worden toegankelijk en aantrekkelijk gemaakt, voorzieningen worden gemakkelijk bereikbaar, zorg wordt beter toegankelijk en er worden ontmoetingsplaatsen en een breed scala aan sportactiviteiten aangeboden.

Door ontmoetingsruimtes en toegankelijke voorzieningen worden mensen gestimuleerd om meer te lopen of te fietsen. Daarnaast dragen verschillende vergroeningsmaatregelen bij aan een aantrekkelijke leefomgeving, wat mensen motiveert om naar buiten te gaan. De gemeente stimuleert inwoners ook om actief deel te nemen aan het maatschappelijke leven, bijvoorbeeld door deel te nemen aan sportverenigingen. Bovendien worden reisafstanden verkort doordat verschillende functies binnen het bestaande bebouwde gebied worden gerealiseerd, waardoor mensen gemakkelijker kunnen kiezen voor gezondere vormen van mobiliteit.

47/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Bovendien wordt het STOMP-principe toegepast, waarbij lopen en fietsen worden gestimuleerd. Er wordt een nieuwe fietsbrug aangelegd, fietsroutes worden verbeterd, mobiliteitshubs worden ontwikkeld en looproutes worden verbeterd rondom scholen, winkelcentra en stations. Daarnaast wordt voor- en natransport verbeterd door verbindingen van en naar stations en voorzieningen voor lopen, fietsen en deelmobiliteit te verbeteren. Er wordt ook ingezet op mobiliteitshubs. Verder wordt een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer als verbinding tussen ov-haltes, wijken, centra en groengebieden gerealiseerd en worden langzame verkeersverbindingen verbeterd. Al met al wordt heeft de omgevingsvisie een positief effect op stimuleren van sport en bewegen.

5.3

Leefbare en veilige wijken

Tabel 5.3 Overzichtstabel beoordeling Leefbare en veilige wijken Thema

Leefbare en

Indicator

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

Omgevingsveiligheid

veilige wijken

Gebruik ondergrond

Omgevingsveiligheid In de omgevingsvisie zet de gemeente in op het ontwikkelen van nieuwe woningen. Verdichting en de groei in het aantal inwoners kan leiden tot een toename van het groepsrisico. Ook functiemenging kan mogelijk negatieve effecten hebben. Tegelijkertijd onderzoekt de gemeente hoe een andere indeling van het gebied de risico’s kan beperken. Op deze manier wordt de afstand tot potentiële risico's verminderd. Bijvoorbeeld door gevoelige functies, zoals woningen of scholen niet langs drukke wegen te plaatsen. Aan de andere kant hebben bepaalde ontwikkelingen, zoals de komst van nieuwe rail- en ovverbindingen, zoals station RijswijkBuiten en de verkenning naar HOV-verbindingen Westland en Ypenburg/Zoetermeer en de Prinses Beatrixlaan, juist een negatieve invloed op de omgevingsveiligheid. Zo kan transport van gevaarlijke stoffen over deze verbindingen grote risico’s met zich mee brengen. Ook de brede uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen brengt nieuwe bronnen van gevaar met zich mee, zoals het risico op brand tijdens het opladen. Daarentegen worden in de omgevingsvisie verschillende maatregelen benoemd om de fysieke veiligheid te bewaken. Door de afstand tot risico’s te vergroten, in bouwwerken en omgeving bescherming te bieden, en mogelijkheden te bieden om bouwwerken of gebieden snel en veilig te verlaten.

Het beoogde beleid zorgt dat omgevingsveiligheid voornamelijk negatief en licht positief wordt beoordeeld.

48/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Gebruik ondergrond De drukte in de ondergrond neemt toe door de bouw van nieuwe woningen in Bogaard centrum en in de woongebieden, verdichting op bedrijventerreinen zoals Delftweg en Heulweg, klimaatadaptieve maatregelen en vergroening. Dit kan belemmeringen voor kabels en leidingen veroorzaken. De energietransitie, met de toenemende vraag naar duurzame energie, zal de drukte in de ondergrond verder doen toenemen. Het realiseren van aardgasvrije gebouwde omgeving zal de vraag naar infrastructuur voor alternatieve energiebronnen, zoals warmtenetten, geothermie en elektrische laadpalen vergroten. Dit kan leiden tot een toename van het ondergronds ruimtegebruik voor het aanleggen van leidingen, kabels en installaties. Ook de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk, het toevoegen van tussenstations of andere vormen van duurzame energieopwekking vraagt ruimte in de ondergrond. De gemeente beschrijft dat deze ruimtevraag voor de bestaande wijken en herontwikkelingslocaties zoals Havenkwartier, Kessler Park en Bogaard stadscentrum in beeld is. Ook bij nieuwe ontwikkelingen houdt de gemeente rekening met extra ruimte voor een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur. Deze aanpak zorgt er naar verwachting voor dat er waarschijnlijk een beperkt negatief effect optreedt. Daarnaast zorgt vergroening in stedelijke gebieden voor extra drukte in de ondergrond.

Door de aanleg van groenstroken en parken voor betere waterinfiltratie. Daarnaast vraagt het inzetten op hemelwater afkoppelen om meer capaciteit in de ondergrond voor water afvoeren. Al met al wordt de invloed van de omgevingsvisie op het gebruik van de ondergrond zowel zeer negatief als zeer positief beoordeeld.

5.4

Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit

Tabel 5.4 Overzichtstabel beoordeling Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Thema

Indicator

Zichtbare

Landschappelijke en

historie en

cultuurhistorische waarden

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

ruimtelijke kwaliteit

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden De inzet van Rijswijk op het behouden, beheren, onderzoeken, toegankelijk en beleefbaar maken van het cultureel erfgoed heeft een positief effect op het behouden van cultuurhistorische waarden. Het nieuwe erfgoed wordt in kaart gebracht, gewaardeerd en de beschermingsmogelijkheden nader onderzocht zodat het erfgoedbestand steeds kan worden geactualiseerd, behouden en zorgvuldig beheerd. Dit levert een positieve bijdrage aan het behoud van cultuurhistorische waarde. In de omgevingsvisie wordt het erfgoedbeheer vastgelegd als een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente, andere partijen en (particuliere) eigenaren. Jaarlijks zal een uitvoeringsplan worden opgesteld. Voor het inpassen van erfgoed in de fysieke leefomgeving wordt beroep gedaan op deskundige advisering. Daarmee is er aandacht voor kwaliteiten en waarden van het erfgoed. 49/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Daarnaast draagt het beschermen en herstellen van historische panden, groenaanleg en waterwegen bij aan het versterken van cultuurhistorische waarden. De gemeente spant zich in om meerdere natuurverbindingen (viaducten/ecoducten) en recreatieve verbindingen (voor voetgangers en fietsers) te realiseren. De gemeente volgt daarbij de 3-30-300-regel: in de buurt van iedere woning staan 3 bomen, iedere buurt heeft minimaal 30% boomkroonoppervlakte en er bevindt zich een parkje op 300 meter afstand van iedere woning. Dit versterkt de verbinding met het landschap, waardoor mensen meer bewust worden van de natuurlijke en culturele waarden. Dit heeft positieve effecten op de beleving van het landschap en het versterken van landschappelijke waarden. De komst van nieuwe woningen en de opwek van duurzame energie kunnen de landschappelijke waarden echter aantasten. Aangezien de gemeente er voor kiest om zoveel mogelijk zonneenergie op te wekken in de gebouwde omgeving, en niet in het landschap of op het water, is de verwachting dat aantasting van de groene ruimte echter beperkt blijft. Bovendien worden waardevolle cultuurlandschappen vastgelegd en omschreven in de Erfgoednota. Hiermee kan worden verwacht dat bij nieuwe ontwikkelingen wordt gestuurd op het inpassen en behoud van deze gebieden. Hieronder vallen onder meer de landgoederenzone en de stadsparkzone.

De omgevingsvisie verbindt dezes zones via een aantal brede groene recreatieve verbindingen. Hierdoor zijn deze groenzones met de fiets en lopend goed te bereiken zijn, ook voor inwoners met een beperking. Dit maakt het cultuurlandschappen beter toegankelijk voor publiek. Echter kan een (hoge) recreatieve druk een negatief effect hebben op landschappelijk en cultuurhistorische waarden. In de omgevingsvisie komen maatregelen omtrent het beheer van recreatieve activiteiten om de negatieve impact op landschappelijke en cultuurhistorische waarden te minimaliseren niet aan bod. Vooral in Oud-Rijswijk, en de groengebieden wordt flink ingezet op zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit. In Bogaard stadscentrum op ruimtelijke kwaliteit. In de woongebieden en werkgebieden wordt hier minder op ingezet. Al met al is er in de Omgevingsvisie veel aandacht voor het behoud van cultuurhistorische waarden en daarmee wordt het thema zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit voornamelijk positief en licht negatief beoordeeld.

50/97

Kenmerk

5.5

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Groene stadsbiotoop

Tabel 5.5 Overzichtstabel beoordeling Groene stadsbiotoop Thema

Groene

Indicator

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

Natura 2000

stadbiotoop Natuur Netwerk Nederland

Waterkwaliteit

Waterkwantiteit

Bodemkwaliteit

Natura 2000 Er is geen directe ecologische relatie tussen de Natura 2000-gebieden en de ontwikkelingen in de gemeente Rijswijk, waardoor effecten op Natura 2000-gebieden, behalve stikstof, kunnen worden uitgesloten. Door de focus op de energietransitie zal de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, worden verminderd. Bovendien draagt het gebruik van duurzame energiebronnen, zoals geothermie en zonne-energie, bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit in Natura 2000-gebieden. De komst van woningen, voorzieningen en bedrijven leidt echter tot een toename van het verkeer, wat een negatief effect heeft op de luchtkwaliteit in de aangrenzende Natura 2000-gebieden door hogere stikstofdepositie. Luchtverontreiniging kan de biodiversiteit in Natura 2000-gebieden verminderen door verstoring van de leefomgeving en voedselbronnen van verschillende soorten. Ook kan luchtverontreiniging schadelijke effecten hebben op de groei en ontwikkeling van planten, evenals op de ademhaling en voortplanting van dieren. Desondanks kan het effect beperkt blijven door de focus op duurzame vormen van mobiliteit. Al met al heeft de Omgevingsvisie een overwegend positieve invloed op Natura 2000-gebieden, maar er is ook een licht negatieve invloed. Voor een volledige beschrijving van het effect van de Omgevingsvisie op Natura 2000-gebieden, raadpleeg de Passende beoordeling in hoofdstuk 8.

Natuur Netwerk Nederland (NNN) Er worden verschillende maatregelen genomen om vergroening te bevorderen in de visie. Dit omvat onder andere het creëren van groenverbindingen en groenstructuren, en het verbeteren van parkgebieden. Deze maatregelen hebben een positief effect op het Natuur Netwerk Nederland, omdat vergroening bijdraagt aan de biodiversiteit en groene corridors creëert tussen natuurgebieden. Het toevoegen van groene verbindingen en bomen zorgt voor de verbinding tussen verschillende natuurgebieden, wat de leefbaarheid voor planten en dieren vergroot en de uitwisseling van genetisch materiaal bevordert. 51/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Hierdoor kunnen populaties zich beter verspreiden en zijn ze minder kwetsbaar voor ziektes en klimaatveranderingen. Daarnaast heeft het natuurinclusief bouwen en renoveren van gebouwen en buitenruimtes een positief effect op de biodiversiteit in NNN-gebieden. Verder heeft inzet op de energietransitie op de lange termijn indirect een positief effect op NNN. Het verkleinen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen draagt namelijk bij aan het behoud van natuurlijke habitats, doordat er minder luchtverontreiniging en uitstoot van fossiele brandstoffen plaatsvindt. Verharding door de verschillende ontwikkelingen, zoals de komst van woningen en verdichting rondom OV-knooppunten, kan leiden tot verlies van natuurlijke Habitats in NNN-gebieden in Rijswijk. Uit de visiekaarten blijkt dat dit effect waarschijnlijk zeer beperkt zal zijn omdat de meeste nieuwe ontwikkelingen niet in de buurt van NNN-gebieden zijn. De ontwikkelingen voor woningbouw en werklocaties vinden al plaats in bebouwd gebied. Bovendien wordt dit deels tegen gegaan door veel inzet op vergroening. De komst van woningen, voorzieningen en bedrijven zorgt ook voor een toename van verkeer, wat negatieve consequenties heeft voor de luchtkwaliteit.

Luchtverontreiniging kan de biodiversiteit in NNN-gebieden verminderen door het aantasten van de leefomgeving en het aantasten van voedselbronnen van verschillende soorten. Ook kan het schadelijke effecten hebben op de groei en ontwikkeling van planten, evenals op de ademhaling en voortplanting van dieren. Al met al wordt de omgevingsvisie voor Natuur Netwerk Nederland positief beoordeeld met een licht negatieve invloed. Waterkwaliteit Het opwekken van zonne-energie heeft over het algemeen een positief effect op de waterkwaliteit, omdat ze geen directe vervuiling van waterbronnen zoals rivieren en meren veroorzaken. Ze hebben geen koelwater nodig en veroorzaken geen thermische vervuiling. Daarnaast verminderen ze de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, wat op lange termijn gunstig kan zijn voor de waterkwaliteit. Er worden in de visie bovendien diverse vergroenende maatregelen genomen. Zo worden er groenverbindingen aangelegd, worden parken verbeterd, worden boomstructuren toegevoegd et cetera. Vergroening helpt ook bij het verbeteren van de waterkwaliteit, omdat planten en bomen helpen bij het filteren van regenwater en verontreinigende stoffen uit de lucht halen, en voorkomen zo dat verontreinigingen in het water terechtkomen. Ook kunnen planten en bomen voedingsstoffen uit het regenwater absorberen.

Daarnaast creëert het leefgebieden voor waterplanten en dieren, die op hun beurt bijdragen aan een gezond ecosysteem. De gemeente Rijswijk sluit ook aan op een water en bodem sturende beleidslijn, waarbij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het water- en bodemsysteem. Daarnaast wil de gemeente in samenwerking met Hoogheemraadschap Delfland de waterkwaliteit verbeteren volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW). Dit wordt bereikt door minder vervuiling in het water toe te laten en te zorgen voor betere voorlichting en handhaving om vervuiling te voorkomen.

52/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Verder wordt er bij nieuwbouw gebruik gemaakt van bodemenergiesystemen. Het gebruik van bodemenergiesystemen kan het opwarmen van het (grond)water leiden tot veranderingen in de waterkwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot verminderde zuurstofniveaus en een verhoogde groei van algen, wat negatieve gevolgen kan hebben voor het aquatische leven. Ook grondwaterverontreiniging kan optreden wanneer er lekkage of migratie van vloeistoffen uit het bodemenergiesysteem plaatsvindt. Door de komst van woningen en de groei van bedrijven en voorzieningen komen er tevens meer mensen en bedrijven bij in hetzelfde gebied, waardoor de hoeveelheid afvalwater zal toenemen. Dit kan leiden tot een hogere belasting van het rioolstelsel en dit kan de waterkwaliteit in nabijgelegen waterlichamen beïnvloeden. Ook kan de bouw van woningen en bedrijven leiden tot verharding van oppervlakken en verwijdering van natuurlijke vegetatie. Dit kan leiden tot een verhoogde afvoer van regenwater en vermindering van infiltratie in de grond, wat kan leiden tot problemen zoals oppervlakteafvoer en verontreiniging van het oppervlaktewater. Daarnaast kan de toename van menselijke activiteiten leiden tot een toename van vervuilende stoffen in het water, zoals chemicaliën uit huishoudelijke schoonmaakmiddelen, industriële emissies en landbouwpraktijken.

Al met al wordt heeft de omgevingsvisie een positief effect op waterkwaliteit en een licht negatieve invloed. Waterkwantiteit Het implementeren van maatregelen zoals het aanleggen van wadi’s, het verbeteren van de rioleringscapaciteit, het hergebruiken van regenwater voor huishoudelijk gebruik, het inzetten op het afkoppelen van hemelwater, het creëren van een robuust watersysteem met ruimte voor water en infiltratie en opvang van water, vermindert overstromingsrisico’s, versterkt de natuurlijke watercyclus en verbetert het waterbergend vermogen. Ook door het nemen van diverse vergroenende maatregelen, zoals het aanleggen van groenstroken en parken, kan regenwater beter worden vastgehouden in de bodem. Naast dat vergroening goed is voor het opnemen van water, vermindert het ook de hoeveelheid verhard oppervlak, zoals beton en asfalt, waardoor regenwater beter kan infiltreren in de bodem en grondwater kan worden aangevuld. Historische waterwegen zijn vaak ontworpen met een bepaald doel, zoals het afvoeren van water bij overstromingen. Door deze waterwegen te behouden, blijft de capaciteit om water op te vangen en af te voeren behouden. De komst van meer bebouwing door woningen, voorzieningen, infrastructuur en bedrijven kan leiden tot minder waterbergend vermogen.

Wanneer gebieden bebouwd worden, wordt de natuurlijke oppervlakte waar water kan worden opgenomen en vastgehouden verminderd. Dit kan leiden tot een verhoogd risico op overstromingen en wateroverlast, vooral in gebieden met een slechte waterafvoer. Bebouwing neemt ruimte in beslag die niet gebruikt kan worden om water op te slaan. Tegelijkertijd neemt hoogbouw minder horizontale ruimte in beslag in vergelijking met laagbouw. Hierdoor zal het effect op het waterbergend vermogen waarschijnlijk beperkt blijven. Al met al heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op waterkwantiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=80f655e5-2730-46ce-93e9-e91aa89722c0