RIB 23 012c Nota van inspraak en vooroverleg
Tekst van het document
Nota van beantwoording voorontwerpbestemmingsplan Pasgeld-West Inspraak en vooroverleg
Gemeente Rijswijk
7 februari 2023
1.
INLEIDING
Deze ‘Nota van Beantwoording’ bevat de samenvatting en beantwoording van de ontvangen vooroverlegreacties en inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan 'Pasgeld West’ (20 juli 2022) van de gemeente Rijswijk. Voordat inhoudelijk op de ontvangen reacties wordt ingegaan, wordt in paragraaf 2 de gevolgde procedure kort toegelicht., gevolgd door een korte toelichting op twee uitgelichte onderwerpen waarover veel vragen en/of opmerkingen zijn gesteld (paragraaf 3). Daarna wordt een overzicht gegeven van de binnengekomen vooroverlegreacties (paragraaf 4) en de inspraakreacties (paragraaf 5). Er wordt inhoudelijk ingegaan op de overleg- en inspraakreacties en, indien relevant, wordt aangegeven of het bestemmingsplan wordt aangepast naar aanleiding van deze reacties. Naast deze vooroverleg- en inspraakreacties, zijn er ook aandachtspunten die de gemeente zelf wil aanpassen in het (ontwerp)bestemmingsplan. Dit worden hierna de ‘ambtshalve wijzigingen’ genoemd. 2.
GEVOLGDE BESTEMMINGSPLANPROCEDURE
Inzage en inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken vanaf vrijdag 26 augustus 2022 tot en met donderdag 6 oktober 2022, voor eenieder ter inzage gelegen zowel online als in te zien bij de gemeente Rijswijk. Binnen de terinzagetermijn is iedereen in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een vooroverleg- of inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. Aan het begin van de inzageperiode heeft de gemeente Rijswijk een informatiebijeenkomst gehouden voor bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Tijdens deze bijeenkomst is het stedenbouwkundig plan uitgebreid toegelicht. Presentatie, planning en andere informatie is na te lezen op het participatieplatform SamenRijswijk.nl van de gemeente. Het voorontwerpbestemmingsplan (incl. bijlagen) is gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl en de webpagina van de gemeente Rijswijk. Vooroverleg Nagenoeg gelijktijdig aan de inspraaktermijn is het voorontwerpbestemmingsplan “Pasgeld West” in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden aan een aantal instanties. Conform artikel 3.1.1.
van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In paragraaf 4.2 van deze ‘Nota van Beantwoording’ zijn de wettelijke vooroverlegreacties van beantwoording voorzien. Vervolgens zijn in paragraaf 4.3 de inspraakreacties samengevat en voorzien van een reactie. Per reactie is in de conclusie aangegeven of de reactie aanleiding geeft het voorontwerpbestemmingsplan wel of niet aan te passen.
3.
ALGEMENE BEANTWOORDING
Veel gestelde vragen en opmerkingen Tijdens de informatieavond en in de schriftelijk ontvangen reacties zijn veel soortgelijke vragen gesteld over twee specifieke onderwerpen, namelijk over het aantal woningen en over de ontsluiting en bereikbaarheid Lange Kleiweg in Pasgeld. . In dit deel van de ‘Nota van Beantwoording’ zijn deze twee onderwerpen uitgebreid toegelicht.in hoofdstuk 3.1 en 3.2 en biedt daarmee een uitgebreide beantwoording op veelgestelde vragen of opmerkingen. Waar relevant wordt per reactie in de beantwoording verwezen naar de beantwoording in hoofdstuk 3.1 of 3.2. Er zijn 2 onderwerpen onderscheiden die vaker zijn genoemd. Dit zijn: ▪ 3.1 Het aantal woningen ▪ 3.2 Ontsluiting en bereikbaarheid Lange Kleiweg
3.1
HET AANTAL WONINGEN
In 2021 heeft een participatietraject plaatsgevonden in het kader van de integrale gebiedsontwikkeling van Pasgeld. Gedurende dit traject is veel waardevolle informatie en advies verzameld. Op basis hiervan is het ‘Schetsboek Pasgeld’ tot stand gekomen, dat mede ten grondslag heeft gelegen aan de kaders en uitgangspunten voor de integrale gebiedsontwikkeling van Pasgeld. Op 12 oktober 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de hoofdplanstructuur voor Pasgeld. De hoofdplanstructuur voor Pasgeld is nog van een zeker abstractieniveau en vraagt om een verdere planuitwerking.
Met de vastgestelde hoofdplanstructuur is een stip op de horizon gezet en is er duidelijkheid gegeven over de beoogde ontwikkelrichting . Daarmee wordt (is/werd?)ook de basis gelegd voor de verdere uitwerking van de deelgebieden van Pasgeld-West en Pasgeld-Oost. Dit gebeurt momenteel parallel aan de bestemmingsplanprocedure. In een stedenbouwkundig- en landschapsplan wordt de concrete invulling van het hele gebied Pasgeld nader uitgewerkt. Aanvullend op de besluitvorming voor de hoofdplanstructuur zijn ook (procedurele) vervolgstappen geformuleerd. De gemeenteraad heeft voor Pasgeld-West besloten de ontwikkeling van maximaal 1.000 woningen mogelijk te maken. Dit vormt de grondslag voor voorliggend bestemmingsplan Pasgeld-West. Met het bestemmingsplan Pasgeld-West wordt de bouw van maximaal 1.000 woningen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. De uitgangspunten uit de hoofdplanstructuur worden waar nodig geborgd en als zodanig bestemd. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt hier nader op ingegaan. Het raadsbesluit en de uitgangspunten voor nadere uitwerking van het gebied zijn terug te lezen op www.schetsboekpasgeld.nl.
3.2
ONTSLUITING EN BEREIKBAARHEID LANGE KLEIWEG
Tijdens de bewonersavond is het stedenbouwkundig plan toegelicht. Het plan omvat onder meer de wens om het karakter van de Lange Kleiweg aan te passen. De weg is momenteel een doorgaande verkeersroute met veel sluipverkeer, waar auto’s over het algemeen met hoge snelheden rijden. De ontwikkeling van nieuwe woningen in Pasgeld is aanleiding om de verkeersfunctie en het type inrichting van de Lange Kleiweg onder de loep te nemen, Momenteel doet de gemeente in dit kader onderzoek hoe de diverse woon/ en werkgebieden in en rondom Pasgeld en de Plaspoelpolder naar de toekomst toe het beste bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig gehouden kunnen worden. In dit onderzoek worden verschillende verkeerskundige ingrepen onderzocht. Mogelijke denkrichtingen hierbij zijn het instellen van 30 km/uur en/of het wijzigen van de verkeerscirculatie door bijvoorbeeld een ‘knip’ of het instellen van éénrichtingsverkeer. Daarnaast wordt vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt gekeken hoe het nieuwe wegprofiel en de routes voor langzaam verkeer op een verkeersveilige en prettige manier kunnen worden vormgegeven. In het eerste kwartaal van 2023 worden de eerste resultaten uit het onderzoek verwacht naar optimalisatie van de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid.
Het besluit over een nieuwe inrichting van de Lange Kleiweg en het wel of niet knippen van de Lange Kleiweg vindt niet plaats op grond van dit bestemmingsplan Pasgeld West. Het bestemmingsplan regelt het gebruik van de gronden, géén verkeerskundige ingrepen. Met het bestemmingsplan anticiperen we voor op de wens om verandering op de Lange Kleijweg te kunnen door voeren, namelijk een karakter als woonstraat en geen doorgaande verkeersroute met hoge snelheden. De Lange Kleiweg krijgt geen ‘harde’ Verkeersbestemming, maar is bewust opgenomen binnen de bestemming Woongebied. Dit betekent dat met de vaststelling van dit bestemmingsplan nog geen keuze voor een verkeerskundige ingreep wordt gemaakt of vastgelegd. Voordat de gemeente zo ver is, zal het verkeersonderzoek moeten afronden en is een uitwerking van de nieuwe inrichting van de Lange Kleiweg nodig. In dat traject wordt ook de ruimtelijk impact van een verkeerskundige ingreep meegenomen. Het besluit over de te nemen verkeerskundige ingreep, en mogelijk een knip, wordt te zijner tijd genomen via een verkeersbesluit. Verplicht onderdeel van dit verkeersbesluit is een uitgebreide motivering waarin ook het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers aan bod komt. Dit verkeersbesluit wordt te zijner tijd bekend gemaakt en ter inzage gelegd.
4.
WETTELIJK VOOROVERLEG
4.1
OVERZICHT ONTVANGEN VOOROVERLEGREACTIES
In het kader van het ontwerpbestemmingsplan zijn 13 vooroverlegreacties ontvangen. De reacties zijn afkomstig van: 1. Vooroverlegreactie 1: Provincie Zuid-Holland 2. Vooroverlegreactie 2: Veiligheidsregio Haaglanden 3. Vooroverlegreactie 3: Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) 4. Vooroverlegreactie 4: Hoogheemraadschap van Delfland 5. Vooroverlegreactie 5: GGD Haaglanden 6. Vooroverlegreactie 6: Stedin 7. Vooroverlegreactie 7: TenneT 8. Vooroverlegreactie 8: HTM 9. Vooroverlegreactie 9: Gasunie 10. Vooroverlegreactie 10: DSM 11. Vooroverlegreactie 11: TNO 12. Vooroverlegreactie 12: ProRail 13. Vooroverlegreactie 13: BPRC
4.2.
BEANTWOORDING OVERLEGREACTIES
De ingekomen overlegreacties zijn hieronder samengevat en beantwoord. In de laatste kolom is aangegeven of, en indien van toepassing, welke wijzigingen er worden doorgevoerd. In hoofdstuk 6 is een beknopt overzicht gegeven van de wijzigingen die in het vast te stellen bestemmingsplan worden doorgevoerd. Nr
Vooroverlegreactie
1. a.
Vooroverlegreactie 1 – Provincie Zuid-Holland Artikel 3 van de planregels maakt Deze regeling wordt conform voorstel aangepast. bedrijfsgebonden kantoren mogelijk zonder dit te beperken tot de 50% die de Omgevingsverordening voorschrijft in artikel 6.11 lid 2 onder d. Artikel 3 van de planregels maakt Deze regeling wordt conform voorstel aangepast. productiegebonden detailhandel mogelijk, waarbij aangevuld dient de worden dat dit moet gaan om ‘ter plaatse vervaardigde goederen’ conform de Omgevingsverordening voorschrijft in artikel 6.13 lid 3 onder c1. In het plan dient het thema Deze regeling wordt conform voorstel uitgewerkt in de ‘klimaat’ specifieker te worden toelichting. uitgewerkt voor dit concrete plangebied conform artikel 6.35a van de Omgevingsverordening. De stikstofberekening ontbreekt De stikstofberekening wordt toegevoegd aan het nog en moet worden toegevoegd ontwerpbestemmingsplan. en afgestemd met de Omgevingsdienst Haaglanden. Vooroverlegreactie 2 – Veiligheidsregio Haaglanden Om effecten van incidenten te De inhoud van deze inspraakreactie wordt in acht genomen beperken en de zelfredzaamheid bij de uitwerking van het plan. van de aanwezigen te verbeteren, worden maatregelen geadviseerd (waaronder afstanden, type ventilatie, afdoende vluchtwegen en risicocommunicatie).
b.
c.
d.
2. a.
Beantwoording
b.
3. a.
4. a.
b.
c.
Onder de Omgevingswet gaan Het bestemmingsplan gaat nu uit van de huidige strengere regels gelden voor zeer letaliteitszones (die later voorschriftengebied worden). kwetsbare gebouwen, zoals de Indien er sprake is van situering van deze zeer kwetsbare school en buitenschoolse opvang objecten binnen deze zone, worden in afstemming met de die beoogd worden in het VRH passende maatregelen getroffen. plangebied, indien deze binnen het voorschriftengebied van de aardgastransportleiding. Hiervoor gaan aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving gelden. Vooroverlegreactie 3 – Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) In het Rarro zijn ABC-zones Voor het bestemmingsplan is geen sprake van feitelijke opgenomen voor de locatie hinder ten aanzien van de ABC-zones. Het is momenteel Rijswijk. Op 8 oktober 2020 is nog onduidelijk wanneer de zones formeel uit het Rarro en echter een omgevingsvergunning Bkl worden verwijderd. Het is wel wenselijk dat deze voor het milieuneutraal wijzigen formele zones spoedig komen te vervallen. van TNO Plaspoelpolder Rijswijk verleend. Het betrof het (grotendeels) verhuizen van werkzaamheden met en opslag van munitie en explosieven. Gevolg van deze wijziging is dat de A-, B- en C-contouren geheel binnen de bestemmingsgrenzen van de inrichting zijn komen te liggen. Er is daarom geen sprake meer van A-, B- of C-zones.
Er is reeds contact geweest met BZK. BZK is de partij die het Rarro aanpast en de ABC-zones uit deze regeling kan halen. Ook is verzocht het Bkl aan te passen, hierin staat nog dat sprake is van een civiel explosieaandachtsgebied A en B. Dit is echter tot op heden nog niet gebeurd. Dit zou gelijktijdig met inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geregeld, maar die is uitgesteld. Vooroverlegreactie 4 – Hoogheemraadschap van Delfland De waterparagraaf is zeer globaal Het waterhuishoudkundig plan wordt opgesteld in beschreven, waardoor Delfland samenspraak met het hoogheemraadschap Delfland. De alleen globaal kan toetsen. Graag waterparagraaf wordt aangevuld. Waar nodig worden zoals in de waterparagraaf uitgangspunten (zoals de benodigde watercompensatie) aangegeven, de uitkomsten van geborgd in de regels van het bestemmingsplan. het waterhuishoudkundig plan in de toelichting en de regels van het bestemmingsplan te borgen. Verzoek om een voorwaardelijke Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld. verplichting onder de bestemming “Bedrijventerrein” en “Woongebied” in de regels op te nemen, waarin staat, dat er pas met de bouw van huizen en/of bedrijven begonnen mag worden, wanneer het waterhuishoudkundig plan met Delfland afgestemd is en aangetoond kan worden, dat het nieuwe watersysteem kan functioneren.
Graag in de paragraaf De paragraaf Waterkwantiteit wordt aangepast op de Waterkwantiteit de uitgangssituatie genoemde punten. en de toekomstige verharding opnemen en getallen te
d.
e.
f.
g.
h.
onderbouwen (aantal en grootte bouwvlakken, wegen, tuinen, parkeerplaatsen, et cetera). Om de verhardingsgraad van tuinen beperkt te houden, is het advies aan de initiatiefnemer om (met oog op beperking van de verhardingsgraad deze al groen (en dus onverhard) aan te leggen. Graag het verzoek om de definitieve wateropgave inzichtelijk te maken en met de uitkomsten van de watersleutel of de uitkomsten van de watersysteemanalyse te onderbouwen. Daarnaast wordt verzocht in de paragraaf Waterkwantiteit de wateropgave in m2 voor oppervlaktewater en in m3 voor vasthoudmaatregelen op te nemen. Delfland heeft een duidelijke voorkeur voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater. Met Delfland is afgesproken dat de opgave vanuit het toekomstig klimaat in vasthoudmaatregelen gerealiseerd mag worden. Wij verzoeken u in de waterparagraaf nader uit te werken, op welke manier de wateropgave ingevuld wordt en aan te tonen, dat aan de richtlijn voor vasthoudmaatregelen voldaan wordt. Er is een aparte regel voor waterberging (15.2) opgenomen. Om de realisatie van waterberging aan de bouw te koppelen, graag een voorwaardelijke verplichting in de bouwregels onder de bestemming Bedrijventerrein (artikel 3) en Woongebied (artikel 7) opnemen of een verwijzing onder deze artikelen naar de regel 15.2.
In de voorwaardelijke verplichting moet worden benoemd: • De te realiseren wateropgave in m2 en/of m3 met een adviesverplichting voor de uitwerking. • Voor open water geldt: eerst graven dan bouwen. Is dit niet geheel mogelijk, dan kan in samenspraak met de afdeling Regulering en Planadvisering van Delfland een faseringsplan opgesteld worden. • Vasthoudmaatregelen (en oppervlaktewater) moeten vóór de oplevering van de woningen gerealiseerd zijn. Mochten er vasthoudmaatregelen gerealiseerd worden, dan wordt verzocht u ook de instandhouding
Dit uitgangspunt zal in de nadere planuitwerking worden teruggekoppeld aan de diverse betrokken ontwikkelende partijen.
De definitieve wateropgave, de watersleutel en uitkomsten van de watersysteemanalyse komen aan bod in het waterhuishoudkundig plan. De uitgangspunten worden toegelicht in het ontwerpbestemmingsplan.
De waterbergingsopgave, 22.500 m2 oppervlaktewater en 1.800 m3 te realiseren als vasthoudmaatregelen of oppervlaktewater, wordt opgenomen in de toelichting en de regels.
In het kader van het vormgeven van de wateropgave is er in overleg met HHD een hydrologisch model opgesteld van het stedenbouwkundig ontwerp Pasgeld-west en een watersysteemanalyse uitgevoerd. In het WHP zal hierover gerapporteerd worden. Hieruit blijkt dat naast de geplande waterpartijen en watergangen er vooralsnog geen vasthoudmaatregelen nodig zijn. De regel voor waterberging is in het ontwerpbestemmingsplan verplaatst naar artikel 16.9 en herschreven in lijn met de wensen van het waterschap. Hierin zijn de meest recente gegevens uit het waterhuishoudkundig plan aangehouden.
i.
j.
k.
l.
m.
n.
o.
p.
q.
van de waterberging in deze regel te borgen. De inhoud en de relevantie van artikel 15.2b is ons niet duidelijk.
Graag het thema Grondwater toevoegen en aantonen of onderbouwen dat de ontwikkeling de grondwateroverlast niet verergert. Wanneer een negatief effect wordt verwacht, graag een voorstel doen voor mitigerende maatregelen. Graag onderbouwen dat de drooglegging voldoende groot is. Delfland adviseert rekening te houden met een drooglegging van 1.2 m, met een minimum van 1 m. Onder het kopje Waterkwaliteit graag benoemen dat bij het opstellen van het waterhuishoudkundig plan wordt onderzocht of er voor extra doorspoeling van de wijk een inlaat moet komen en/of opgewaardeerd moet worden. Onder Beheer en onderhoud graag toevoegen: “Er mogen zich geen obstakels in de onderhoudsstroken bevinden. Afhankelijk van de breedte van de watergangen worden deze varend of rijdend onderhouden. De breedte van de onderhoudsstroken aan weerszijde van de watergang is afhankelijk van de breedte van de watergang en het soort onderhoud. De termen “primaire watergangen” en “secundaire watergangen” dienen in plaats van “hoofdwatergangen” en “overig water” gebruikt te worden. In de regels onder artikel 7.2.3 b. worden maten genoemd, voor wat er voor de bestemming “Water” toegestaan is. Delfland hanteert andere regels voor onderhoudsstroken, graag rekening mee houden.
Graag kopje Afvalwaterketen toevoegen en hierin een aantal punten op te nemen, die nu onder het kopje Beheer en onderhoud staan Daarnaast verzoeken wij u de ligging van de persleiding van Delfland in het te ontwikkelen gebied te benoemen en te vermelden, dat een strook van 5 m aan weerszijden van de persleiding vrijgehouden moet worden van onder andere gebouwen, wegen,
Doel van deze regeling is het transparant maken van de totstandkoming van de benodigde waterberging. Omdat dit punt leidt tot onduidelijkheid in het bestemmingsplan, schrappen we deze bepaling. We nemen dit op in het waterhuishoudkundig plan. De berekening en methodiek/totstandkoming zijn ondervangen met een voorwaardelijke verplichting voor een waterhuishoudkundig plan. Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
Bij de aanleg van Pasgeld West realiseren we net als bij Sion en Parkrijk een drooglegging van minimaal 1 meter, waarbij we uitgaan van 1.2 – 1.3 meter. Daarmee voldoen we aan het advies van Delfland. Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
Uitgangspunt is dat watergangen smaller dan 4,00 m hebben één schouwstrook van minimaal 4,00 m breedte en dat deze obstakel vrij zijn. Bij watergangen breder dan 4,00 m is er aan beide zijden een schouwstrook van 4,00 m aanwezig. Indien dit niet mogelijk is wordt varend onderhoud mogelijk gemaakt.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld. In principe wordt varend onderhoud gedaan.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
r.
s.
t.
5. a.
b.
diep wortelende bomen en zwaar verkeer. In de regel 7.5.1 zijn maten voor Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld. steigers of vlonders aangegeven. Delfland stelt ook eisen aan de aanleg van steigers en vlonders, zie Beleidsregel Steigers Beleidsregels - Delfland (hhdelfland.nl). Uit oogpunt van klantvriendelijkheid is het te adviseren, dat er voor de aanleg van steigers en vlonders een positief advies van Delfland verkregen moet worden. Het Slagenlandschap wordt In paragraaf 4.9.2 staat een passage waarin wordt meerdere keren in de toelichting genoemd dat de waterberging in het slagenlandschap wordt genoemd, maar de tekst klopt niet gecombineerd met de verbreding van de A4. Dit is nog niet altijd meer met de actuele situatie. zeker. De zinsnede wordt aangevuld met het woord Wij vragen u de tekst aan de ‘mogelijk’. De wens is er vanuit Rijkswaterstaat wel. huidige situatie en de gemaakte afspraken met Rijkswaterstaat aan te passen. Wij vragen u enkele tekstuele Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld. aanpassingen te doen: a) bladzijde 15, onder het kopje Groen: graag toevoegen “eventuele waterberging”; b) bladzijde 43, 1e paragraaf: graag als volgt formuleren “Doel is een goed en robuust watersysteem binnen de toekomstige nieuwbouwontwikkeling in Pasgeld.”; c) bladzijde 43, 3e paragraaf: graag als volgt formuleren “..
vervolgens vertraagd afgevoerd naar de straatjes en groen in de buurten.”; d) bladzijde 44, 4e paragraaf: graag het onderwerp maximaal toelaatbare peilstijging verplaatsen naar de daaropvolgende regel, dus “Voor waterberging in open water, uitgaande van een Vooroverlegreactie 5 – GGD Haaglanden De GGD adviseert om in een vroeg Dit advies wordt in acht genomen. Er blijft gedurende het stadium van de planvorming ruimte planproces aandacht voor bevordering van gezondheid en uitgangspunten voor een gezonde participatie. In het kader van het bestemmingsplan zijn leefomgeving te hanteren en hiertoe ook wettelijke momenten van inspraak bepaald. voldoende ruimte te reserveren voor functies die bijdragen aan gezondheidsbevordering en die gezondheidsschade beperken. Ook wordt geadviseerd participatie in volgende fases centraal te blijven houden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt Het geluidsonderzoek wordt worst-case benaderd en dat op enkele plekken langs het opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Indien spoor hoge noodzakelijk worden hogere waarden aangevraagd op omgevingsgeluidwaarden worden basis van het gemeentelijk hogere waarden beleid. gemeten, waar zonder maatregelen geen aanvaardbaar Het stedenbouwkundig plan wordt parallel aan het woon- en leefklimaat aanwezig zal bestemmingsplan verder uitgewerkt. Daarbij wordt de zijn.
De GGD adviseert daarom het situatie rondom geluid meegenomen in de overwegingen tot stedenbouwkundig plan aan te positionering van gebouwen. passen aan de akoestische situatie
c.
6. a.
7. a.
8. a.
9. a.
en indien uit een nieuw akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsblootstelling meer dan 55 dB op de gevels bedraagt, worden ze ook graag betrokken bij uitwerking van het (hogere waarden) beleid. Voor positieve gezondheidseffecten is naast voldoende en kwalitatief groen en water, ook het onderhoud van groen en waterpartijen essentieel. Richt gemeenschappelijke buitenruimten in voor alle leeftijden en met zowel zon als schaduw. Vooroverlegreactie 6 – Stedin Stedin geeft aan dat er een nieuw verdeelstation (voorheen SA Lightstation) nodig is om daar vandaan de middenspanningsruimten te laten aansluiten. Ook bouwstroom zou hier vandaan moeten komen, want dat kan niet rechtstreeks op de aanwezige 23kV-kabels die langs de Lange Kleiweg liggen. De voorkeur gaat uit naar een stuk grond direct langs de Lange Kleiweg. Het is essentieel dat de gemeente actief grond beschikbaar maakt, zodat de bouw en ontwikkeling qua planning niet in gevaar loopt. Vooroverlegreactie 7 – Tennet Na het doornemen is Tennet tot de conclusie dat de voorgenomen ontwikkelingen voor hen geen problemen veroorzaken. Vooroverlegreactie 8 – HTM HTM heeft geen opmerkingen op het voorontwerp bestemmingsplan Pasgeld West.
Vooroverlegreactie 9 – Gasunie Verzoek om opnemen adequate regeling afwijken van bouwregels, namelijk door artikel 8 lid 3 op de volgende punten aan te passen / uit te breiden: • het woord ‘onevenredige’ te schrappen; • het volgende toetsingskader te hanteren voor het verlenen van een omgevingsvergunning: - dat de veiligheid van de gasleiding mag niet worden geschaad; - dat vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder; - dat er geen kwetsbare objecten worden toegelaten. Het huidige artikel 8.3 biedt een beoordelingsvrijheid die niet door artikel 14 derde lid Bevb wordt
Voor dit punt is aandacht in de nadere planuitwerking, waaronder bij de inrichting van de openbare ruimte. Dit wordt niet geregeld in het kader van het bestemmingsplan.
De gemeente gaat kijken naar de voorgestelde locaties en zal in afstemming met Stedin een geschikte locatie zoeken. Het verdeelstation wordt mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Overigens is het niet ondenkbaar dat het verdeelstation buiten de grenzen van het plangebied wordt gerealiseerd.
Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
b.
c.
d.
e.
f.
geboden. Hierin is bepaald dat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet mag worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Ook het verzoek om artikel 8 lid 4 eveneens op de volgende punten aan te passen / uit te breiden: • het woord ‘onevenredige’ te schrappen; • het volgende toetsingskader te hanteren voor het verlenen van een omgevingsvergunning: - dat de veiligheid van de gasleiding mag niet worden geschaad; - dat vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder; Daarnaast verzoeken we u om onder 8.4.2 het volgende op te nemen: x. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; Naast de bovengenoemde punten zijn een aantal punten gesignaleerd waarop de verwoording in de planregels afwijkt van de door Gasunie gewenste vorm. In de bijlagen (Bijlage I) is een tekstvoorstel voor het artikel ´Leiding-Gas´ opgenomen dat kan worden overgenomen om de bovengenoemde punten te corrigeren en daarnaast direct aan de door Gasunie gehanteerde standaard te voldoen.
In hoofdstuk 4.13.1 van de plantoelichting wordt evenals in de planregels gesproken over het toestaan van bouwen, werken of werkzaamheden indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van de leiding en wanneer er vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder. We verzoeken u om ook hier de tekst aan te passen met de volgende uitgangspunten: • het woord ‘onevenredige’ te schrappen; • de verplichting te benoemen tot het inwinnen van schriftelijk advies bij de leidingbeheerder. Graag wil de Gasunie nogmaals de aandacht vestigen op het feit dat het ontwerptechnisch niet mogelijk is om met het WarmtelinQ tracé binnen de door de gemeente aangewezen zone te blijven. Zij
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld. De bijlage met voorstel voor artikel ‘Leiding – Gas’ wordt overgenomen.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangevuld.
De gemeente is hierover in gesprek met de Gasunie en WarmtelinQ. Het tracé van de WarmtelinQ leiding ligt op dit moment nog niet vast. In het bestemmingsplan zijn daarom vooralsnog geen wijzigingen voorzien. Er wordt immers een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) opgesteld.
10. a.
b.
c.
d.
verzoeken daarom om vóór het definitief ontwerp nogmaals met de Gasunie in gesprek te gaan over de raakvlakken van het betreffende voorontwerp met de WarmtelinQ ontwikkelingen. Mogelijk kan er bij de vaststelling van het plan in de verbeelding en/of toelichting rekening worden gehouden met de hoe dan ook benodigde expansielus. Vooroverlegreactie 10 – DSM Wat is de definitie van ‘wonen in combinatie met een zorgfunctie’? Is dit een woning met een zorgfunctie, of is dit het toestaan van een zeer kwetsbaar object ? Zie ook het toestaan van andere zeer kwetsbare objecten. Deze zeer kwetsbare objecten moeten niet in een dergelijke risico-zone worden gepland. Zie planregel 7.1.1 sub b en sub d. Het aantal woningen is gesteld op maximaal 1000, is deze toename (ca. 33%) beoordeeld wat dat voor effect heeft voor de externe veiligheid, m.a.w. is in dit gebied daar ruimte voor? (Onderzoek / motivering). Zie planregel 7.2.1 sub a.
Het plan is niet consequent, bij het dichtbijgelegen bedrijventerrein geldt dat ‘Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie.’ Voor de verder gelegen woningen wordt gesteld dat ‘Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, mag pas worden verleend indien in voldoende mate is aangetoond dat het gebouw wordt voorzien van een afsluitbare mechanische ventilatie, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen bij calamiteiten.’ Terwijl verder op de kan variatie weer wordt genoemd ‘Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie.’ Zie planregels 3.3.2, 7.2.4 en 7.3.2. Dit is in consequent en ook deels met elkaar in conflict. Er wordt toegestaan dat in het plandeel inwoning toegewezen aan bedrijfsfuncties. Dat is niet wat we hebben afgesproken. Die ruimte
Het is niet duidelijk op welke risico-zone wordt gedoeld.
Voor de ontwikkeling is een QRA opgesteld door AVIV. Deze rapportage is opgenomen als bijlage 7 bij het voorontwerpbestemmingsplan. In paragraaf 4.6 van de toelichting is de inhoud van deze rapportage toegelicht. Hieruit blijkt dat een toename van het aantal woningen mogelijk is.
Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast. Er wordt een eenduidige regeling opgenomen in de bestemmingen Bedrijventerrein en Woongebied.
We maken nu inwoning (zoals mantelzorg) bij bestaande woningen mogelijk binnen de bestemming Woongebied. (Bedrijfs-)woningen binnen de plangrens zijn overigens niet aanwezig. De regels worden op dit punt aangepast.
e.
f.
g.
11. a.
b.
c.
d.
e.
wordt als volgt geboden ‘Het is toegestaan om een deel van de (bedrijfs-)woning of bijbehorend bouwwerk bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning) te gebruiken’. Zie planregel 7.5.2. Het is niet wenselijk om met dit plan woningen te realiseren waar de geluidsbelasting te hoog is. Klopt niet en moet gelden voor de volledige woning. Oprekken van het plan mag niet leiden tot onnodige overlast van DSM op de toekomstige woningen. Planregel 7.5.4 sub f lijkt intern strijdig te zijn met de planregels 14.1 en 14.2. Het is onwenselijk om te wonen in het gebied waar de geurbelasting hoger is dan wat voor wonen is aanvaard. Graag hier geen woningen of permanente bedrijfswoningen realiseren, omdat geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dat betekent ook geen uitzondering maken voor bedrijfswoningen zoals nu opgenomen in planregel 14.3. Vooroverlegreactie 11 – TNO TNO is eigenaar van de kadastrale gebieden 3066, 3067, 3068 en 3069. Hiervoor heeft TNO afspraken met BRPC over eerste koop. Daarnaast rusten er opstalvoorwaarden op de kavels 2068 en 2069 i.v.m. nutsvoorzieningen en kabels ProRail. Continuïteit van de bedrijfsvoering en eventuele uitbreidingsmogelijkheden TNO en BPRC mogen niet in gevaar komen door wijzigingen in het bestemmingsplan.
Verzoek om kavels 3067 en 3068 niet anders te bestemmen dan de huidige situatie zoals aangegeven in de beheersverordening Elsenburgerbos-TNOPasgeld. Verzoek om de beoogde delen bestemming Groen bij de ingangen van TNO/BPRC te bestemmen als Verkeer. Verzoek om het deel van de Lange Kleiweg dat de bestemming Wonen heeft gekregen te bestemmen als Verkeer, om de bereikbaarheid van TNO/BPRC te beschermen. In het VOBP zijn reserveringen opgenomen in de oosthoek van het TNO-terrein voor de hoogspanningsleiding en gasleiding, maar niet voor de warmteleiding van Gasunie. Dit
De zinsnede wordt aangepast in het bestemmingsplan. Verder wordt een akoestisch onderzoek uitgevoerd conform de Wet geluidhinder.
Deze omissie wordt hersteld.
Het plan maakt geen nieuwe (bedrijfs-)woningen mogelijk. Dit betreft alleen reeds aanwezige bedrijfswoningen in de feitelijke situatie.
Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
De continuïteit van de bedrijfsvoering van TNO en BPRC worden met het bestemmingsplan niet gehinderd. Het is geenszins de bedoeling van de gemeente om de huidige bedrijfsvoering te beperken, wel wil de gemeente de vastgestelde hoofdplanstructuur positief bestemmen. .
Zie beantwoording onder punt 2.
Er wordt een aanduiding opgenomen voor een ontsluitingsweg om de bereikbaarheid van TNO/BPRC te borgen.
De opgenomen leidingen zijn overeenkomstig het voorgaande bestemmingsplan/beheersverordening opgenomen. Wij hebben geen nieuwe informatie hier over ontvangen. Het plan is voorgelegd aan ProRail en Stedin. Zij hebben geen opmerkingen gemaakt op dit punt of nieuwe informatie overlegd.
12. a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
13. a.
b.
c.
d.
geldt ook voor aangelegde kabels van ProRail en voor het nieuw geplaatste trafostation van Stedin. Vooroverlegreactie 12 – ProRail Het ruimtebeslag ter plekke van het openbaar vervoerstation zal waarschijnlijk behoorlijk groter zijn dan in het VOBP gereserveerd staat.
In het VOBP mist een onderzoek naar geluid reducerende maatregelen en een afweging om deze toe te passen. Verzoek om het aspect trillinghinder toe te voegen en af te wegen. De percelen van ProRail mogen niet zonder toestemming gebruikt of beperkt worden in haar bereikbaarheid. Het waterpeil mag in verband met de stabiliteit van de spoorbaan en bijbehorende voorzieningen niet wijzigen. Zo mogen werkzaamheden ook geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan en bijbehorende voorzieningen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan dient rekening gehouden te worden met artikel 19 van de Spoorwegwet. Verzoek om de gronden die momenteel bestemming Spoorwegdoeleinden of Verkeer – Railverkeer in de toekomst deze bestemming te laten houden. Ook verzoekt ProRail om hier geen dubbelbestemmingen mogelijk te maken. Vooroverlegreactie 13 – BPRC Verzoek om de huidige ontsluiting, in-/uitrit en parkeermogelijkheden intact te laten door hier niet de bestemming Groen op te nemen. Verzoek om te overwegen alsnog geurmetingen te verrichten aan de geurbronnen van het BPRC om de juiste geurbelasting in de omgeving vast te stellen. Verzoek om de resulterende geuren geluidbelasting te respecteren, nader te beoordelen wat dit betekent voor de plannen c.q. de noodzakelijke afstanden tot woonbebouwing en dit te verwerken in het ontwerpbestemmingsplan.
Verzoek om als u deze hinderniveaus voor nieuwe woningbouw acceptabel acht, deze dan overeenkomstig te
De aanduiding van het openbaar vervoerstation geeft een indicatie over de ligging van het station, maar biedt nog geen uitgewerkt kader voor daadwerkelijke realisatie. Daarvoor dient een separate procedure te worden doorlopen. In het ontwerpbestemmingsplan nemen we hiervoor een wijzigingsbevoegdheid op. Daarnaast is inmiddels overleg over de realisatie van het station opgestart. In het ontwerpbestemmingsplan wordt een akoestisch onderzoek opgenomen. Dit onderzoek is verwerkt in paragraaf 4.4. van de toelichting. Het aspect trillingshinder zal worden toegevoegd en beschouwd in het ontwerpbestemmingsplan. De percelen zijn overeenkomstig het voorgaande bestemmingsplan bestemd. In de nadere planuitwerking zal de bereikbaarheid van de percelen van ProRail in acht worden genomen. Het huidige waterpeil wordt niet gewijzigd. Bij verlening van de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de uitvoerbaarheid.
Bij uitvoering van de werkzaamheden wordt dit artikel in acht genomen.
De bestemming Verkeer-Railverkeer is opgenomen conform het voorgaande bestemmingsplan. Er zijn geen wijzigingen voorzien, ook niet in de betreffende dubbelbestemmingen.
Binnen de bestemming Woongebied en Groen zal een aanduiding ‘ontsluiting’ worden opgenomen om de bereikbaarheid van TNO te waarborgen. Voor wat betreft het geurrapport wordt afstemming gezocht met BPRC.
Voor wat betreft het geur- en geluidrapport wordt afstemming gezocht met BPRC.
Voor wat betreft het geur- en geluidrapport wordt afstemming gezocht met BPRC.
verwerken in de geldende milieuvergunning voor het BPRC.
5.
INSPRAAKREACTIES
5.1.
OVERZICHT ONTVANGEN INSPRAAKREACTIES
Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn 12 inspraakreacties ontvangen. In totaal zijn inhoudelijk 11 ontvankelijke inspraakreacties te onderscheiden: 1. Inspraakreactie 1: geanonimiseerd – 1 september 2022 2. Inspraakreactie 2: geanonimiseerd – 1 september 2022 3. Inspraakreactie 3: geanonimiseerd – 24 september 2022 4. Inspraakreactie 4: geanonimiseerd– 30 september 2022 5. Inspraakreactie 5: geanonimiseerd – 3 oktober 2022 6. Inspraakreactie 6: geanonimiseerd – 5 oktober 2022 7. Inspraakreactie 7: geanonimiseerd – 6 oktober 2022 8. Inspraakreactie 8: geanonimiseerd – 5 oktober 2022 9. Inspraakreactie 9: geanonimiseerd – 5 oktober 2022 10. Inspraakreactie 10: geanonimiseerd – 6 oktober 2022 11. Inspraakreactie 11: geanonimiseerd – 5 oktober 2022 De inspraakreacties zijn ingediend binnen de termijn en zijn afkomstig van belanghebbenden. De inspraakreacties zijn derhalve ontvankelijk en worden in behandeling genomen. 5.2.
BEANTWOORDING INSPRAAKREACTIES
De ingekomen overlegreacties zijn hieronder samengevat en beantwoord. In de laatste kolom is aangegeven of, en indien van toepassing, welke wijzigingen er worden doorgevoerd. In hoofdstuk 6 is een beknopt overzicht gegeven van de wijzigingen die in het vast te stellen bestemmingsplan worden doorgevoerd. Nr.
Inspraakreactie
1. 1.
Inspraakreactie 1 – Geanonimiseerd Wat zijn de mogelijkheden om het aantal woningen te reduceren?
2. 1.
Inspraakreactie 2 – Geanonimiseerd Kan de gemeente de knip in de Lange Kleiweg heroverwegen?
2.
Tegen parkeerregime
3. 1.
Inspraakreactie 3 – Geanonimiseerd Als de Lange Kleiweg een fietsstraat wordt, hoe waarborgt u hier de verkeersveiligheid gezien de menging van vrachtverkeer en fietsers?
Beantwoording
Soort vraag
Het bestemmingsplan volgt op het raadsbesluit van 12 oktober 2021 waarmee in deelgebied Pasgeld-West de ontwikkeling en realisatie van maximaal 1.000 woningen mogelijk wordt gemaakt. Voor een uitgebreide toelichting op het aantal woningen wordt verwezen naar de algemene beantwoording in hoofdstuk 3.1.
Woningbouw
Het besluit over welke verkeerskundige ingreep op de Lange Kleiweg plaatsvindt en het wel of niet knippen van de Lange Kleiweg gebeurt niet op grond van dit bestemmingsplan. Met het bestemmingsplan anticiperen we wel op de wens om het karakter van de Lange Kleiweg te transformeren naar een woonstraat en geen doorgaande verkeersroute meer met hoge snelheden. Voor een uitgebreide toelichting op de toekomstige inrichting van de Lange Kleiweg wordt verwezen naar de algemene beantwoording in hoofdstuk 3.2. Inspreker laat na om te onderbouwen waarom er weerstand is tegen het invoeren van een parkeerregime. Daarom kunnen wij hier niet inhoudelijk op reageren. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op het aspect parkeren.
Verkeer
Het is nog niet besloten of de Lange Kleiweg wordt ingericht als fietsstraat. Het bestemmingsplan maakt dit enkel juridisch-planologisch mogelijk. Een besluit over welke verkeerskundige ingreep op de Lange Kleiweg plaatsvindt wordt te zijner tijd
Verkeer
genomen in een verkeersbesluit . Aan een verkeersbesluit zit een uitgebreide motivering vast, met onder andere als doel het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers. Het is een separaat besluit waartegen (te zijner tijd) officieel bezwaar kan worden gemaakt. Voor een uitgebreide toelichting op de inrichting van de Lange Kleiweg wordt verwezen naar de algemene beantwoording in hoofdstuk 3.2. 4. 1.
5. 1.
Inspraakreactie 4 – Geanonimiseerd a. Kan de gemeente de knip in de Lange Kleiweg heroverwegen? b. Hoe kijkt de gemeente naar de verkeersveiligheid in dit geheel? c. Hoe kijkt de gemeente naar de verslechterde bereikbaarheid voor bedrijven? d. Hoe kijkt de gemeente naar de zwaardere milieubelasting wegens het omrijden door de knip? Inspraakreactie 5 – Geanonimiseerd Kan het college met ondernemers in gesprek gaan over een alternatief voor de knip in de Lange Kleiweg?
6. 1.
Inspraakreactie 6 – Geanonimiseerd Kan er een fietsverbinding komen tussen bedrijventerrein H8 en het Haantje?
7. 1.
Inspraakreactie 7 – Geanonimiseerd Kunt u bij de inrichting van bedrijventerrein H8 rekening houden met de nabije bewoning aan het Haantje door: a. Een groene barrière tussen het water en parkeerplekken te creëren b. Parkeerplekken en een weg tussen het bedrijfsgebouw en de woning te realiseren om de afstand te vergroten c. Het aantal ramen in de naar de woning gerichte gevel beperken wegens privacy Kan er een fietsverbinding komen tussen bedrijventerrein H8 en het Haantje? Kan de gemeente herstelwerkzaamheden uitvoeren aan
2.
3.
Het besluit over welke verkeerskundige ingreep op de Lange Kleiweg plaatsvindt en het wel of niet knippen van de Lange Kleiweg gebeurt niet op grond van dit bestemmingsplan. Met het bestemmingsplan anticiperen we wel op de wens om het karakter van de Lange Kleiweg te transformeren naar een woonstraat en geen doorgaande verkeersroute met hoge snelheden. Voor een uitgebreide toelichting op de toekomstige inrichting van de Lange Kleiweg wordt verwezen naar de algemene beantwoording in hoofdstuk 3.2.
Verkeer
Het besluit over welke verkeerskundige ingreep op de Lange Kleiweg plaatsvindt en het wel of niet knippen van de Lange Kleiweg gebeurt niet op grond van dit bestemmingsplan. Met het bestemmingsplan anticiperen we wel op de wens om het karakter van de Lange Kleiweg te transformeren naar een woonstraat en geen doorgaande verkeersroute met hoge snelheden. Voor een uitgebreide toelichting op de toekomstige inrichting van de Lange Kleiweg wordt verwezen naar de algemene beantwoording in hoofdstuk 3.2.
Verkeer
Er is in het verleden reeds een wandelpad aangevraagd. Het bestemmingsplan maakt dit niet onmogelijk. Ook een fietspad is een optie, juridisch-planologisch gezien. De gemeente is echter geen eigenaar van de gronden. Wel zal in overleg met Prorail (grondeigenaar) worden gekeken welke er mogelijkheden zijn.
Verkeer
De wensen van de insprekers zijn bekend bij de gemeente. De inrichting van bedrijventerrein H8 maakt echter geen onderdeel uit van de scope van dit bestemmingsplan. In het stedenbouwkundig plan / beeldkwaliteitsplan wordt hierop geanticipeerd. Er wordt onder meer een watergang (met groen?) gerealiseerd tussen de bedrijfsbestemming en omliggende woningen.
Bedrijventerrein H8
Voor de beantwoording wordt verwezen naar inspraakreactie 6.
Verkeer
Dit valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan regelt enkel het toegestane
Onderhoud
de openbare ruimte in het Haantje gezien de opgelopen schade door werkzaamheden?
8. 1.
Inspraakreactie 8 – Geanonimiseerd Kan de gemeente hoogbouw realiseren op een andere plek in het plangebied dan rondom De Schoffel?
9. 1.
Inspraakreactie 9 – Geanonimiseerd Verruiming plangebied met groen rondom TNO, slagenlandschap en delen Pasgeld-Oost a. Wat is de reden van de verruiming van het Plangebied? b. Wat zouden de gevolgen zijn voor Pasgeld-West als het Plangebied niet was verruimd? c. Heeft de verruiming effect op de dichtheidsnorm, bebouwing, groencompensatie, waterberging of groen-rood balans en de communicatie daarover? Zo ja, wat voor effect per thema? d. Wat zijn de gevolgen voor het slagenlandschap? Kunt u garanderen dat het onaangetast blijft? Hoe zit het met de verbreding van de A4 i.r.t. het Slagenlandschap en hoe geldt hier de antidubbeltelregeling? e. Wat zijn de gevolgen voor de stroken rondom TNO en de Lange Kleiweg? f. Wat zijn de gevolgen voor het deel Pasgeld-Oost? g. Betekent de verruiming dat andere projecten in Rijswijk geen beroep kunnen doen op enige vorm van compensatie in dit gebied? Hoe voorkomt u dubbeltellingen? h. Hoeveel hectare van Pasgeld-West was tot voor kort bebouwd met kassen?
gebruik van de gronden en gebouwen. De gemeente is wel aan het inventariseren wat de staat is van de openbare ruimte en welke werkzaamheden opgepakt moeten gaan worden. Inwoners die dit betreffen worden geïnformeerd. In het stedenbouwkundig plan wordt gekeken naar een evenwichtige verdeling van de maximaal 1.000 woningen, met inachtneming van de groene hoofdstructuur en met oog voor een balans in woningtypen en woonmilieus. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de laatste stand van zaken rondom het stedenbouwkundig plan nader toegelicht. De beoogde woonplots zijn ook getoond en toegelicht tijdens de informatiebijeenkomst op 1 september 2022. Daarbij worden nog optimalisaties doorgevoerd, ook rondom de Schoffel. De presentatie is terug te kijken via de website van RijswijkBuiten: https://www.rijswijkbuiten.nl/informatieavondvoorontwerpbestemmingsplan-pasgeld-west/ De gemeente is in elk geval bereid om vast te leggen dat rondom de Schoffel een beperking in bouwmogelijkheden (o.a. oppervlakte en bouwhoogten) zal worden doorgevoerd.
Verwijzing
De verruiming van het plangebied heeft plaatsgevonden omdat op die manier de parkloper, bosloper en het slagenlandschap gelijktijdig ontwikkeld kunnen worden. Deze kunnen hierdoor ontwikkeld worden tot een volwaardige bos- en parkloper. Er zijn geen gevolgen voor de hoeveelheid woningbouw, groen of waterberging. Compensatie in de vorm van bijvoorbeeld waterberging kan niet dubbel geteld worden. Bij deze opgaven worden afspraken met het Hoogheemraadschap Delfland gemaakt.
Plangebied
De bevordering van de natuurwaarden in het slagenlandschap worden mogelijk gemaakt door het bestemmingsplan. De oppervlakte van het kassengebied was ruim 5 hectare voor zover gelegen binnen het plangebied Pasgeld-west e. Het nieuw bebouwd en/of verhard oppervlak is afhankelijk van de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan.
i.
2.
Hoeveel hectare van Pasgeld-West zal volgens het VOBP bebouwd en/of verhard worden? j. Hoeveel hectare groen gaat er in Pasgeld-West verloren en hoe wordt dat gecompenseerd? Biodiversiteit/natuurwaarden a. Welke concrete maatregelen heeft u genomen tijdens de ontwikkel/bouwfase om de biodiversiteit en natuurwaarden te garanderen? En hoe en hoe vaak gaat u dit meten? b. Welke maatregelen heeft u na de bouwfase genomen? c. Kunt u kwalitatief en kwantitatief aangeven hoe het plan voldoet aan het Programma van Eisen ecologische structuur driehoek Pasgeld? d. Hoe kunt u garanderen dat de natuur beschermd blijft tijdens de bouwfase en daarna? Kunt u dat specifiek aangeven voor de ransuil, vleermuis en eikelmuis? e. Wie is aansprakelijk als blijkt dat er wel afbreuk is gedaan aan beschermwaardige natuur? Hazenpopulatie f. Hoe staat het ervoor met de hazenpopulatie in Pasgeld? g. Welke maatregelen treft u om het leefgebied van de hazen te versterken? h. Welke maatregelen treft u om de haas niet verder te bedreigen tijdens de bouw? i. Hoe krijgt de verplaatsing van de haas plaats in de ecologische verbindingszones?
Bij de ontwikkel-/bouwfase moet worden voldaan aan de wetgeving zoals gesteld in de Wet natuurbescherming. Hiertoe zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd door Van der Helm. De onderzoeken zijn opgenomen als bijlagen bij de toelichting. Uit de onderzoeksresultaten blijkt onder meer dat mitigerende maatregelen moeten worden getroffen. Hieraan wordt conform protocol invulling gegeven. Daarnaast lopen er nog aanvullende onderzoeken. Ook eventuele acties, zoals bijvoorbeeld het aanvragen van ontheffing of treffen van passende maatregelen, worden uitgevoerd. De laatste stand van zaken is toegelicht in de toelichting van het bestemmingsplan.
Biodiversiteit
Daarnaast is door Tauw onderzoek gedaan naar de aanwezige natuurwaarden in het gebied. Dit onderzoek is nadrukkelijk meegenomen in de vastgestelde Hoofdplanstructuur Pasgeld en de stedenbouwkundige uitwerking die nu voorligt. Dit is op 1 september 2022 uitgebreid toegelicht in de informatiebijeenkomst. De Ecologische structuurkaart Driehoek Pasgeld vormt de basis voor de opzet van de verbeelding van het plan. Hierin zijn de belangrijkste watergangen en groene hoofdstructuren vastgelegd. Verder richt het PvE zich voor Pasgeld West met name op de kwalitatieve inrichting van het groen en de toekomstige bebouwing. Hieraan wordt in het stedenbouwkundig plan invulling gegeven. Het bestemmingsplan wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder op het gebied van natuur en ecologie. Na vaststelling geeft het bestemmingsplan de wettelijke kaders waarbinnen ontwikkelingen, al dan niet onder voorwaarden, kunnen plaatsvinden. Elke initiatiefnemer dient zich aan deze kaders te houden. Indien dat niet het geval is, kan deze aansprakelijk worden gesteld. In het kader van het bestemmingsplan Pasgeld West zijn diverse ecologische onderzoeken uitgevoerd waarbij is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Per soort is aangegeven of, en welke maatregelen nodig zijn. De haas valt onder de vrijgestelde grondgebonden zoogdieren.
Dat houdt in dat er tijdens de werkzaamheden rekening gehouden wordt met de mogelijke aanwezigheid, zodat de hazen voldoende tijd krijgen om te vluchten.
3.
Ecologische verbindingszone a. Kunt u garanderen dat de verbindingszones tussen Pasgeld en Wilhelminapark er
Er kunnen nog geen garanties worden gegeven: dat is afhankelijk van onder meer vergunningen en de te doorlopen bestemmingsplanprocedure. Ook de kosten zijn afhankelijk van de specifieke
Ecologie
4.
5.
6.
komen voor de bouw en voorbelasting? b. Kunt u een breedte van 50m garanderen? c. Wat zijn de kosten van deze verbindingszone? d. Heeft u hiervoor budget gereserveerd? e. Hoe zorgt u dat deze voldoen aan de normen, en niet mengen met andere functies? Als deze er niet voor de bouw komt: f. Hoe waarborgt u de biodiversiteit en natuurwaarden tijdens de ontwikkelfase? g. Kunt u garanderen dat de verbindingszones er direct na de bouw komen? h. Kunt u de reservering van budget hiervoor garanderen? Ontwerp i. Hoe worden de zones vormgegeven? j. Hoe ziet de kruising Lange Kleiweg met het spoor er uit? k. Kunt u garanderen dat de verbindingszones niet gebruikt worden voor andere functies als fietspaden of busbanen? l. Hoe garandeert u de kwaliteit van de verbindingszones? Verstening a. Kunt u garanderen dat individuele tuinen in PasgeldWest niet betegeld gaan worden? b. Zo nee, hoe compenseert u dit? c. Kunt u garanderen dat acties als ‘tegellichten’ niet nodig zijn?
Groenbeleidsplan 2010-2020 a. Voldoet het plan aan de richtlijnen en kengetallen van het Groenbeleidsplan 20102020? b. Kunt u aangeven hoe het voldoet? c. Indien nee, hoe compenseert u voor de verschillen? De Schoffel a. Wat worden de openingstijden van dit stuk groen? b. Indien De Schoffel ’s nachts wordt afgesloten: hoe sluit u het af en telt het dan nog als openbaar groen?
inrichting die wordt uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan. Verdere afspraken omtrent aanleg en realisatie van de verbindingszones zijn aan de orde bij de omgevingsvergunning en vallen buiten de scope van dit bestemmingsplan. Fiets- en wandelpaden passen juridisch gezien binnen de bestemming ‘Groen’. Busbanen echter niet. Het verdere gebruik van de gronden is afhankelijk van de specifieke inrichting die wordt uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan, door toepassing van bijvoorbeeld paden, speelvoorzieningen en beplanting. De kwaliteit van het groen is afhankelijk van de specifieke inrichting die wordt nader uitgewerkt . De hoofdstructuur Pasgeld is beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan.
Nee, dat is geen garantie. Bewoners zijn immers zelf verantwoordelijk voor instandhouding van groen. De ervaring leert wel dat niet meer dan 85% van de tuinen verhard zal worden, en dat men zich door maatschappelijke ontwikkelingen bewust is van klimaat. Verder is het gemeentelijk beleid er op gericht om de verharding tegen te gaan en groene inrichting te bevorderen. Dit wordt ook meegegeven in de planontwikkeling. De hoeveelheid verharding van de tuinen wordt gecompenseerd door meer waterberging te realiseren. Dit is verdisconteerd in de compenserende norm. Tuinen blijven privaat eigendom en het tegengaan van verharding kan de gemeente alleen stimuleren. Het Groenbeleidsplan is een richtinggevende visie. Op basis daarvan wordt het plan vormgegeven. Uitwerking vindt onder meer plaats in de groenblauwe hoofdstructuur. Er is geen sprake van een wet of beleidsregel met een dwingende toetsing.
Het bestemmingsplan zorgt enkel voor een passende juridisch-planologische bestemmingsregeling voor de Schoffel. Het zegt niks over de openingstijden of afsluitbaarheid van het terrein. De Schoffel wordt meegenomen als inpassing van een bestaande functie die overdag opengesteld wordt voor bezoekers. Aan de zuidkant wordt vooralsnog een nieuwe in- en uitgang voorzien om de toegankelijkheid van het
Verstening
Beleid
Schoffel
c.
7.
8.
Hoe wordt De Schoffel meegenomen in de groenrood verhouding in Pasgeld? d. Gaat u voorzieningen treffen in De Schoffel om het aantrekkelijker te maken als openbaar/wandelgebied? e. Krijgen de eigenaren van volkstuinen te maken met beperkingen zoals boomsoorten, haaghoogtes of bebouwing? f. Wat voor parkeergelegenheid krijgen de eigenaren van het complex en hoe luidt het parkeerregime? g. Kan De Schoffel volledig als openbaar groen gekwalificeerd worden? Zo ja, hoe garandeert u dat het park aantrekkelijk en veilig is? En kunt u schetsen hoe dit er uit komt te zien? Zo nee, wat betekent dat voor de groencompensatie in Pasgeld-West? h. Hoe garandeert u de migratie van dieren door De Schoffel? i. Kunt u garanderen dat voorbelasting en bouw rondom de Schoffel niet kan leiden tot wateroverlast? Fietspaden en groen a. Voert u fietspaden op als ‘te compenseren groen’? b. Is een strook groen in combinatie met een fietspad nog steeds groen? Hoe gaat dat niet ten koste van de ecologie? c. Kunt u garanderen dat de fietspaden niet de kwaliteit van de verbindingszones, stapstenen, bos- en parkloper zullen verlagen? Huisdieren a. Wat wordt de druk in aantallen van mens en huisdier op Pasgeld gezien het aantal groeilocaties in Rijswijk? b. Wat betekent dit voor de toename van stikstof in Pasgeld? c.
Heeft u de interferentie van mens en dier meegenomen in al uw berekeningen? Zo ja, kunt u die berekeningen delen? Zo nee, gaat u dat alsnog doen? d. Kunt u garanderen dat er geen overlast zal zijn in de toekomst door huisdieren? e. Hoe verhoudt deze groei van huisdieren zich met de biodiversiteit en beschermwaardige natuur?
terrein te vergroten. Het huishoudelijk regelement van de Schoffel blijft gewoon gelden. De hoofdgroenstructuur is leidend en zorgt voor een robuuste en kwalitatieve groenstructuur die in verhouding is tot de beoogde woningbouwontwikkeling van Pasgeld West. De migratie van dieren is meegenomen in de bijlagen over het ecologisch onderzoek. In de waterparagraaf, opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan, staat reeds beschreven dat een waterhuishoudkundig plan wordt opgesteld. Hierin wordt onder meer het huidige en toekomstige watersysteem beschreven en welke maatregelen genomen worden om wateroverlast te voorkomen.
Binnen de bestemming Groen zijn voet- en fietspaden mogelijk. Ontwerpuitgangspunten vallen buiten de scope van het bestemmingsplan en worden parallel aan deze procedure nader uitgewerkt.
Fietspaden
Het bestemmingsplan geeft uitvoering aan het raadsbesluit van 12 oktober 2021 voor PasgeldWest de ontwikkeling van maximaal 1.000 woningen mogelijk te maken. Het aantal huisdieren valt buiten de scope van dit bestemmingsplan.
Huisdieren
In het kader van bestemmingsplan is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan. Hieruit blijken geen belemmeringen. Er worden geen aanvullende berekeningen gedaan. Dit bestemmingsplan toetst aan de wettelijke kaders en rekenmethodiek zoals die op dit moment gelden. De effecten van huisdieren vallen buiten de scope van het bestemmingsplan.
9.
10.
11.
Kunt u deze berekeningen delen of gaat u dit nog berekenen? f. Kunt u garanderen dat er in de toekomst geen schade aan milieu en biodiversiteit zal zijn door de toename van mens en huisdier? g. Neemt u deze interferentie van mens en dier mee in de garantie dat natuur en biodiversiteit er op vooruitgaan? Geluid en licht a. Onderschrijft u dat het feit dat Pasgeld relatief donker is een kwaliteit is? b. Gaat u lichtoverlast nog meenemen in uw plan? c. Kunt u een lichtkaart maken van het huidige en toekomstige Pasgeld? Met daarin concreet de te nemen mitigerende maatregelen en de impact op natuur? d. Wat is het effect van het toenemende geluid op de kwetsbare natuur?
Aantal woningen a. Waarom worden de 200 extra woningen niet in ’t Haantje gebouwd? b. Op welke gronden is besloten deze te verplaatsen naar Pasgeld-West? c. Heeft u andere gebieden overwogen? Kunt u deze afweging delen? d. Wanneer is dit besluit genomen? e. Wanneer en hoe is het opgehoogde aantal woningen met de provincie overeengekomen? f. Waarom is juist PasgeldWest volgens u de juiste plek voor de extra belasting van huizen, mensen, huisdieren en auto’s? g. Kunt u de aangegeven noodzaak om in PasgeldWest te bouwen kwantitatief onderbouwen, gelet op de Stadsvisie, het aantal woningen gebouwd sinds deze visie en gelet op de andere ontwikkellocaties in Rijswijk? Bouwhoogte a. Hoeveel procent van de woningen in Pasgeld-West is grondgebonden? Wanneer is over dit percentage besloten?
Geluid en licht Vorig jaar is door de gemeenteraad besloten dat er 1.000 woningen worden gerealiseerd in Pasgeld West, in combinatie met de aanleg van een groene hoofdstructuur (zie algemene beantwoording onder hoofdstuk 3.1). Dat is het vertrekpunt voor dit plan. Een ruimtelijke ontwikkeling, waaronder een woongebied, leidt in veel gevallen tot gewijzigde lichtval. Daar waar de sociale veiligheid dit mogelijk maakt wordt rekening gehouden met lichthinder op de omgeving, bijvoorbeeld door beperking in lichtsterktes en de positionering en schijnrichting van lichtarmaturen. Dit vindt plaats in de nadere planuitwerking. Er is op dit moment geen noodzaak tot aanvullend licht- en geluidonderzoek in het kader van de Wnb. Woningbouw Na ampele overweging heeft de raad besloten op 12 oktober 2021 tot de realisatie van deze woningen in Pasgeld-West. Dit bestemmingsplan is een uitvoering van dit besluit. Er wordt aanvullend verwezen naar de algemene beantwoording onder hoofdstuk 3.1.
Bouwhoogte Het bestemmingsplan doet geen uitspraken over de hoeveelheid grondgebonden woningen. De goot- en bouwhoogtes binnen diverse bestemmingen zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. De bouwhoogte is niet
b.
c. d.
e. f.
g.
h.
12.
Wat is de maximale bouwhoogte in PasgeldWest? Wat is de maximale bouwhoogte per deelgebied? Is dat inclusief technische installaties en dergelijke? Zo nee, hoe hoog kunnen ze dan worden? Is er een marge waardoor de hoogte hoger kan uitvallen? Hoe hoog is het hoogste gebouw in Pasgeld buiten de watertoren? Kunt u beargumenteren hoe de bouwhoogte rond de Schoffel past in het gebied? Kunt u beargumenteren hoe de hoge verdichtingsgraad past in het gebied?
gespecificeerd per deelgebied. Het stedenbouwkundig plan geeft hier richting aan. Voor specifieke vragen omtrent maatvoering van diverse bouwwerken en bouwdelen wordt verwezen naar de regels van het bestemmingsplan. De vraag omtrent het hoogste gebouw van Rijswijk valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Meer informatie over de verdichting is opgenomen in de algemene beantwoording onder hoofdstuk 3.1. De bouwhoogte rondom de Schoffel wordt in het ontwerpbestemmingsplan deels beperkt met een maximale bouwhoogte. Er wordt in de uitwerking nadrukkelijk aandacht besteed aan bezonning en zorgvuldige inpassing van de Schoffel. Er wordt op dit moment nog volop gewerkt aan het stedenbouwkundig plan. Een onderbouwing over de inpassing is daarom nog niet mogelijk. De verdichtingsgraad is bepaald in het raadsbesluit, waarbij is besloten dat er binnen Pasgeld West maximaal 1.000 woningen worden gebouwd.
Bebouwing Halteplaats a. Waar komt het station / de halte? b. Komen er toevoerwegen hiernaar in Pasgeld-West? Zo ja, waar? c. Komen er busbanen, parkeergelegenheden en fietsenstallingen bij het station? d. Wat is de kwalitatieve en kwantitatieve impact van de voorzieningen op het groen in Pasgeld-West? e. Kunt u garanderen dat deze infrastructuur niet ten koste gaat van de verbindingszones en stapstenen? School f. Waar komt de school? g. Hoe garandeert u voldoende speelgelegenheid? h. Hoe houdt u rekening met halen en brengen? i. Hoe voldoet de school aan normen voor veiligheid en geluidsoverlast? j. Wat verandert aan het huidig ontwerp (aantal huizen, dichtheid, grootte, hoogte) als de school wordt meegenomen? Bedrijven k. Is er geen woningbouw mogelijk ten zuiden van ’t Haantje door de veiligheidscontouren van DSM? l. Hoe loopt deze veiligheidscontour?