CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 22 086 Bijlage C Kadernotitie politie_Cameratoezicht in het publieke domein_2016

Forum Samenleving 6 december 2022, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening11.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Organisatieonderdeel Eenheid Den Haag

Staf Bestuursondersteuning Behandeld door S. LindaartlM. Reeser/ P.

Blankwaard Functie Postadres Postbus 264

2501CG Den Haag Bezoekadres Burgemeester Patijnlaan 35 2585BG Den Haag Telefoon 088 9645007 E-mail Staf.poIitie.den.haapthaaciIanden. -

Aan de leden van het Regionaal Bestuurlijk Overleg

politie.nI Ons kenmerk Uw kenmerk In afschrift aan

Datum 31 maart 2016 Bijlage(n) 1 Pagina 1 Onderwerp

Kadernotitie Cameratoezicht in het publieke domein

Geachte leden, Bijgaand zend Ik u de "Kadernotitie Cameratoezicht in het publiek domein", waarin voorstellen zijn geformuleerd voor de organisatie en uitvoering van cameratoezicht op basis van art. 151 lid c van de Gemeentewet binnen de politie-eenheid Den Haag. Ten opzichte van de eerder geagendeerde notitie in uw vergadering van 19 november jI. heeft de kadernotitie enkele kleine aanpassingen en aanvullingen gekregen, met name naar aanleiding van de onlangs aangenomen wetswijziging van artikel 151c Gw in het parlement, die per 1juli 2016 in werking zal treden. Aanleiding voor de kadernotitie Cameratoezicht in het publiek domein is gelegen in het feit, dat binnen de voormalige regio's Haaglanden en Hollands Midden daaraan op verschillende wijze uitvoering werd gegeven. Vanuit het oogpunt van effectiviteit, efficiëntie en de juiste invulling van artikel 151c GW waarin een regiefunctie op cameratoezicht bij de politie wordt belegd, verdient het overweging om te bezien, of uniformering de slagkracht ten goede kan komen. Ook uit uw midden is bij verschillende gelegenheden gevraagd naar een visie op de organisatie van deze vorm van cameratoezicht binnen het nieuwe bestel. Deze notitie beoogt daarop een antwoord te geven. Daarbij is tevens de overweging betrokken, dat het thema op enig moment binnen de politie ook op landelijk niveau op de agenda kan komen.

Cameratoezicht op grond van art. 151 Gw wordt immers ook in andere regio's toegepast. Het ligt evenwel niet in de verwachting dat op korte termijn op dit punt nadere landelijke kaders zijn te verwachten. Daarom ligt het in de rede om (voorshands) op regionaal niveau tot afstemming te komen. Gezamenlijke verantwoordelijkheid Vertrekpunt is, dat de toepassing van deze vorm van cameratoezicht een gezamenlijke verantwoordelijkheid van politie en gemeente betreft. Dit komt ook tot uitdrukking in de strekking van het desbetreffende artikel in de Gemeentewet; het is de burgemeester die (in overleg met het OM) de plaatsen aanwijst waar cameratoezicht in de openbare ruimte wordt toegepast (en de duur waarvoor dit geldt), zulks binnen de door de gemeenteraad bij verordening gestelde kaders. Tevens is daarbij aangegeven dat de burgemeester zich bij de uitvoering bedient van de politie. Het gezamenlijk belang en de gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn daarmee geïllustreerd. Het vorenstaande vindt zijn neerslag in de plaats die cameratoezicht inneemt ten opzichte van de reguliere politietaken. Cameratoezicht dient niet te worden beschouwd als een op zichzelf staand fenomeen, maar als een instrument dat het reguliere politiewerk ondersteunt: het zijn de extra "ogen" van de politie bij het uitoefenen van toezicht op straat.

In die zin dient cameratoezicht dan ook niet lichtvaardig te worden ingezet: cameratoezicht vormt een ultimum remedium in situaties waarin andere maatregelen niet of onvoldoende effect sorteren. Het is dan ook van belang dat aan een besluit tot toepassing van cameratoezicht een objectieve veiligheidsscan ten grondslag ligt, waarin in elk geval de relevante politie-informatie en advies van de lokale teamchef is

«waazaarn en dienstbaar»

Datum 31 maart 2016 Onderwerp Kadernotitie Cameratoezicht in het

publieke domein Pagina 2/3

meegenomen. Op basis daarvan kan de lokale driehoek vervolgens een besluit nemen. Besluitvorming vindt immers op lokaal niveau plaats. Ook in de voorgestelde kostenverdeling komt deze gezamenlijke verantwoordelijkheid tot uitdrukking. In aansluiting op de eerder in de voormalige regio Haaglanden gemaakte afspraken, wordt voorgesteld om een sleutel te hanteren waarbij de (totaal)kosten van cameratoezicht in een sleutel van 60% ten laste van de politie en 40% ten laste van de desbetreffende gemeente worden gebracht. Voor de goede orde: alleen gemeenten waarin daadwerkelijk cameratoezicht wordt toegepast, leveren dus een financiële bijdrage, naar rato van het aantal camera's dat is aangebracht. Een nadere kostenspecificatie is in de notitie opgenomen. "Live" en centraal uitkijken Zoals hiervoor aangegeven, dient cameratoezicht een geïntegreerd onderdeel van de uitvoering van de politietaak te zijn. Dit betekent, dat live wordt uitgekeken op de tijdstippen waarop en situaties waarin daartoe aanleiding bestaat. Dat camerabeelden achteraf kunnen worden benut ten behoeve van opsporingsdoeleinden is weliswaar nuttige "bijvangst", maar niet het primaire doel. Centraal uitkijken in de Gemeenschappelijke Monitor Centrale (GMC) van de Eenheid Den Haag biedt de beste mogelijkheden om daarop snel en flexibel in te spelen.

Door een directe relatie met de meldkamer kan erin worden voorzien dat zonodig snel politie-eenheden ter plaatse worden gestuurd en kan aansturing op de plaats incident direct mede op basis van camerabeelden plaatsvinden. Dit vergroot de heterdaadkracht aanzienlijk. Daarbij is en wordt via een specifieke opleiding geïnvesteerd in de competenties en professionaliteit van de desbetreffende politiemedewerkers, waarmee het kwaliteitsaspect is gegarandeerd. Uitkijken van camerabeelden is immers een "vak". Door het uitkijken van de camerabeelden op deze wijze te beleggen bij de politie, wordt tevens voldaan aan de formele vereisten die de wet aan de toepassing van cameratoezicht stelt. Capaciteit en tijdpad Met de thans bij de politie beschikbare technische en personele capaciteit kunnen in de GMC circa 200 camera's worden uitgekeken. Hoewel het aantal camera's in de eenheid als geheel uitgaande van de thans bekende ontwikkelingen wel hoger ligt dan thans wordt uitgekeken, is de capaciteit in principe toereikend om de eenheid als geheel te kunnen bedienen, met uitzondering van de gemeente Gouda. Ik kom daarop nog terug. In de beschikbare capaciteit wordt rekening gehouden met 20 flexibele camera's, die beschikbaar zijn voor de eenheid als geheel voor kortdurend cameratoezicht (drie-zes maanden), maar die in de praktijk niet alle gelijktijdig in gebruik zullen zijn.

Naar verwachting zal op termijn de verhouding tussen het aantal vaste camera's en het aantal flexibele camera's wijzigen ten gunste van de laatste categorie, waardoor wellicht nog enige capacitaire ruimte ontstaat. In de notitie wordt op de relevante ontwikkelingen in dit kader ingegaan. -

-

In beginsel kan op deze wijze aan de vraag vanuit de eenheid tegemoet worden gekomen. Uitgangspunt daarbij is en blijft, dat besluitvorming met inachtneming van de hiervoor geschetste randvoorwaarden op lokaal niveau plaatsvindt en dat daaraan op de geëigende wijze uitvoering wordt geven. Voor zover spanning mocht ontstaan tussen de behoefte aan cameratoezicht en de beschikbare capaciteit, zal in goed overleg tot een oplossing worden gekomen. Deze situatie heeft zich in het verleden in de regio Haaglanden overigens niet voorgedaan. Het voert daarom te ver om nu op voorhand te voorzien in een escalatiemodel. -

-

Uitzondering op het vorenstaande vormt de gemeente Gouda, waarbinnen het aantal thans operationele camera's prohibitief is om op korte termijn erin te voorzien dat deze alle vanuit de GMC worden uitgekeken. Tussen de politie en de burgemeester van de gemeente Gouda heeft bilateraal overleg plaatsgevonden, waarbij is afgesproken dat in eerste instantie wordt voorzien in «\'aaKzaarn en dienstbaar»

Datum Onderwerp Pagina

31 maart 2016 Kadernotitie Cameratoezicht in het

L'

rL Lin ' Liïi

publieke domein 3/3

een glasvezelverbinding tussen de uitkijkcentrale in het Huis van de Stad in Gouda en de GMC bij de politie. Op deze wijze kan de politie in voorkomende gevallen "mee"kijken in situaties en/of op tijdstippen dat daartoe aanleiding bestaat. Dat zal in elk geval kunnen gelden voor incidentele situaties. Bilateraal zullen hierover nadere afspraken worden gemaakt. De mogelijkheden om het uitkijken van de Goudse camera's op specifieke tijdstippen structureel te beleggen bij de politie worden begrensd door de beschikbare capaciteit bij de politie. Voorts zullen ook met de gemeenten Katwijk en Noordwijk nadere afspraken gemaakt worden over het cameratoezicht in die gemeenten. Het thans geldende regime functioneert daar tot volle tevredenheid functioneert. Vanzelfsprekend uitgangspunt is dat nieuwe regionale afspraken op geen enkele wijze ten koste gaan van de effectiviteit van het cameratoezicht op het lokale niveau en de huidige praktische samenwerking in operationeel opzicht onverkort in stand blijft. Voor het overige kan in beginsel met ingang van 2017 volgens het voorgestelde model worden gewerkt. In de voormalige regio Haaglanden is deze werkwijze al langer toegepast en zijn de ervaringen positief. Het DB RBO heeft in meerderheid met de voorgestelde werkwijze ingestemd.

Daarbij is wel bepleit, om de mogelijkheid open te houden voor lokaal maatwerk om de bestaande korte lijnen op lokaal niveau in stand te houden. Invoering van een andere werkwijze moet vanzelfsprekend passen binnen de vigerende wetgeving en mag voorts niet ten koste gaan van de effectiviteit. Omdat in de praktijk sprake zal zijn van een "ingroeimodel", is er voldoende gelegenheid om aan dit element in goed overleg nadere uitwerking te geven. Datzelfde geldt voor de financiële implicaties; voor gemeentes waarin al volgens deze afspraken wordt gewerkt zal de geactualiseerde kostprijs vanaf 2017 van toepassing zijn, voor de overige gemeenten met ingang van het moment waarop daadwerkelijk door de GMC wordt uitgekeken. Graag verneem ik of u zich in de voorgestelde lijn kunt vinden.

Met vriendelijke groet,

P. van Musscher politiechef Eenheid Den Haag

«waazaarn en dienstbaar»

I

/ jT

rump moer

IJrtbo p

P

;O Leiniiden

,I

0

d --Yaág

r Brsse 2071

231

u

r

a Apr

waeen

Nieuwkoop

p

:

n I

/

-

ti

D en H

g

oeter-

9H

O,UU

od eg rave n

:

Di,ft

:

mA 0

)eacn

Pu uter

N

I

i

VIIsL

Nlit

N

Stc

Ouder-

Eer

I I

ekket-

rrÇ<

MoeII\I a

31 maart 2016 —versie 2.1

rd

1

Inleiding

Bij de vorming van de nationale politie zijn de voormalige politieregio's Haaglanden en Hollands Midden samengevoegd tot de nieuwe politie-eenheid Den Haag. In navolging daarvan is de indeling van de gerechtelijke arrondissementen gelijkgetrokken met die van de politieregio's. Deze ontwikkelingen hebben op bestuurlijk terrein, voor wat betreft de eenheid Den Haag, geleid tot het samengaan van beide Regionaal Colleges in een nieuw Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) waarin alle burgemeesters vertegenwoordigd zijn van de gemeenten die tot deze nieuwe eenheid behoren. RBO Met de nieuwe politiewet van 2012 en daarmee de vorming van de politie-eenheid Den Haag is een nieuwe schaal ontstaan waarop wordt samengewerkt op het gebied van veiligheid. Op dit schaalniveau wordt periodiek een Regionaal Beleids Plan opgesteld, waarin op tal van gebieden afspraken worden gemaakt op het domein van veiligheid. Bij het laatst vastgestelde Regionaal Beleidsplan, dat is opgesteld voor de periode 2015-2018, is onder andere als ambitie afgesproken om "over de inzet van camera's en (dekking van) de daarmee gemoeide kosten op niveau van de eenheid Den Haag een nieuw kader op te stellen.

Hierin zal worden aangesloten op het landelijk referentiekader dat in ontwikkeling is en nieuw te verwachten wetgeving waardoor het bestaand gemeentelijk toezicht met vaste camera's, kan worden verruimd door ruimere toepassing van flexibel cameratoezicht (in helmen, op voertuigen of vanuit (onbemande) luchtvaartuigen). In het regionale kader zal ook worden ingegaan op technologische ontwikkelingen, zoals Automatic NumberPlate Recognition (ANPR). Over de feitelijke toepassing van cameratoezicht wordt op lokaal niveau besloten". Het voorliggend document is een eerste aanzet tot een dergelijk (nieuw) eenheidsbreed kader voor cameratoezicht in het publiek domein. Nieuw beleidskader In de huidige situatie is binnen de gemeenten in de eenheid Den Haag waar cameratoezicht wordt toegepast sprake van een grote mate van diversiteit in organisatie, uitvoering en beheer van publiek cameratoezicht. Het doel van deze notitie is enerzijds inzicht te verschaffen in deze verschillen maar anderzijds vooral om handvatten aan te reiken die kunnen leiden tot een nieuw eenheidsbreed beleidskader cameratoezicht in het publieke domein, waarbij finale besluitvorming over de daadwerkelijke toepassing van het middel overigens op lokaal niveau zal blijven plaatsvinden.

Dit nieuwe kader biedt daarnaast mogelijkheden, binnen het thans geldende wettelijk kader, om de effectiviteit en efficiency van het cameratoezicht te vergroten. Hoewel binnen de Nationale Politie het voornemen is uitgesproken om te komen tot een nationaal beleidskader betreffende cameratoezicht is de verwachting dat dit niet op korte termijn beschikbaar zal zijn'. De ruime ervaring die met name de voormalige politieregio Haaglanden heeft opgedaan met cameratoezicht zal overigens mede als input voor het nationale beleidskader van de politie kunnen dienen. Wetswijziging Cameratoezicht in de publieke ruimte is inmiddels een geïntegreerd handhavingsmiddel in de Nederlandse samenleving. Dit blijkt niet alleen uit de forse expansie die cameratoezicht de afgelopen vijftien jaar heeft doorgemaakt, maar bijvoorbeeld ook uit het doorontwikkelen van relevante wetgeving. Waar tot op heden veel gemeenten nog worstelen met de wettelijke term "vast" cameratoezicht heeft onlangs de Eerste Kamer (na eerdere goedkeuring in de Tweede Kamer) positief besloten over een wetsvoorstel dat met ingang van 1 juli aanstaande burgemeesters meer ruimte biedt om camera's snel te kunnen verplaatsen wanneer overlastgevende situaties daar aanleiding toe geven. Nu mogen gemeenten alleen nog werken met vaste camera's op vooraf bekendgemaakte plaatsen.

Met de wetswijziging kunnen gemeenten in het vervolg zelf bepalen welke vorm van cameratoezicht al dan niet op vaste plaatsen wenselijk is, waarmee meer maatwerk mogelijk wordt. Bovendien hoeft voor elke verplaatsing niet meer een aparte procedure te worden gevolgd: De burgemeester wijst, nadat de gemeenteraad hem die bevoegdheid heeft verleend, een gebied aan waarbinnen de camera's kunnen worden geplaatst of verplaatst. Dat gebied mag niet groter zijn dan strikt noodzakelijk voor de handhaving van de openbare orde, bijvoorbeeld een plein of enkele straten. De burgemeester trekt de gebiedsaanwijzing in als het cameragebruik niet meer nodig is. -

-

Navraag leert dat het vraagstuk cameratoezicht momenteel niet op de agenda staat van de korpsleiding om tot een nieuw beleidskader te komen.

31 maart 2016 —versie 2.1

Indeling kader Naast het cameratoezicht in de publieke ruimte op basis van artikel 151c van de Gemeentewet dat in deze notitie centraal staat, wordt cameratoezicht binnen de eenheid Den Haag ook voor andere doeleinden gebruikt. In hoofdstuk twee wordt een overzicht gegeven van de verschillende vormen van cameratoezicht en de bijbehorende wettelijke grondslag. Hoofdstuk drie gaat in op de condities waaronder cameratoezicht in het publiek domein effectief ingezet kan worden. Hoofdstuk vier neemt de lezer mee in een inventarisatie van aanwezige camera's in de eenheid. Hoofdstuk vijf doet een voorstel voor een nieuw beleidskader alsmede bijbehorende financiering. Dit document wordt afgesloten met een samenvatting.

31 maart 2016— versie 2.1

2

Vormen van cameratoezicht

Binnen de eenheid Den Haag wordt gebruik gemaakt van diverse vormen van cameratoezicht. Hoewel deze notitie specifiek gaat over cameratoezicht op basis van artikel 151 c van de Gemeentewet worden hieronder eerst de verschillende vormen van cameratoezicht kort toegelicht.

2.1 Regulier publiek cameratoezicht Gemeenten hebbn de mogelijkheid om cameratoezicht in te stellen wanneer dit voor de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. Onder de handhaving van de openbare orde valt ook het in algemene zin voorkomen van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust binnen de gemeentelijke grenzen. Cameratoezicht kan voor gemeenten een effectief middel zijn om toezicht te houden op de publieke ruimte, als onderdeel van een totaal pakket aan maatregelen. Cameratoezicht dient daarbij te worden beschouwd als ultimum remedium en niet lichtvaardig te worden toegepast. Indien de noodzaak evenwel objectief is aangetoond, vormt cameratoezicht een belangrijk instrument voor het handhaven van de openbare orde. Bij het toepassen van cameratoezicht is dan wel van belang dat de verbinding met de operatie bij de politie is georganiseerd en dat daadwerkelijk (direct) wordt voorzien in opvolging. Door gebruik te maken van camerabeelden wordt bovendien de politie in staat gesteld om, indien van toepassing, strafbare feiten op te sporen. Voor het middel cameratoezicht geldt nadrukkelijk dat het geen doel op zich vormt, maar dat de toepassing van cameratoezicht onderdeel dient uit te maken van een breder pakket aan veiligheidsmaatregelen. Voordat camera's geplaatst worden, moet volgens artikel 151 c van de Gemeentewet vast staan: 1.

dat de inzet van camera's ter bestrijding van gesignaleerde problematiek proportioneel is en 2. dat het cameratoezicht aanvullend is ten aanzien van eerder genomen maatregelen om de veiligheid ter plaatse te verbeteren. Wettelijk kader De wettelijke grondslag voor cameratoezicht in de openbare ruimte is gelegen in artikel 151c van de Gemeentewet (Gw). Dit artikel, dat overigens binnenkort wordt gewijzigd (zie hieronder), bevat met name de volgende elementen: lid 1: Cameratoezicht dient plaats te vinden op een openbare plaats. 102 (na wetswijziging: lid 3): De burgemeester stelt de periode vast (na overleg met de officier van justitie) waarin het gebruik van cameratoezicht daadwerkelijk plaatsvindt en de tijden waarop de beelden rechtstreeks worden uitgekeken. lid 3 (na wetswijziging: lid 4): De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van cameratoezicht van de politie. In de praktijk blijkt dat de verschillende gemeenten in Nederland met cameratoezicht hier op verschillende manieren mee omgaan. Dit is mogelijk, omdat het woord "regie" in de wet niet eenduidig is gedefinieerd. In algemene zin kan wel gesteld worden, dat dit artikel niet wil zeggen dat het toezicht uitsluitend door politiemensen hoeft te worden uitgevoerd. Wel geldt, dat indien het toezicht door derden wordt uitgevoerd, dit onder regie van de politie plaats dient te vinden.

Deze regierol blijkt mede uit lid 7 (na wetswijziging: lid 9) van het artikel, dat ingaat op het feit dat de politie verantwoordelijk is voor de verwerking en opslag van de beelden op grond van de Wet politiegegevens. De politie maakt natuurlijk ook gebruik van de beelden ter ondersteuning bij het handhaven van de openbare orde. lid 6 en 7 (na wetswijziging: lid 8 en 9): Gemaakte beelden mogen in het belang van de handhaving van de openbare orde worden bewaard en de verwerking ervan vindt zijn grondslag in de Wet politiegegevens. Op basis daarvan kunnen gegevens worden gebruikt voor de opsporing en vervolging bij strafbare feiten. Voor wat betreft de bewaartermijn van deze beelden geldt een maximum van 4 weken. -

-

-

-

Nieuw wetsvoorstel In het huidige wetsartikel 151 c Gw wordt nog gesproken over vaste camera's. Hiermee wordt bedoeld dat camera's nagelvast en doorgaans voor langere duur op een specifieke locatie worden aangebracht. Gebleken is echter dat gemeenten behoefte hebben aan een meer flexibele inzet van camera's, ingegeven door de wens om aanhoudende en zich verplaatsende overlast in de publieke ruimte effectiever te kunnen bestrijden. Om aan deze behoefte gestalte te geven, hebben de beide Kamers onlangs ingestemd met een wetswijziging van de minister waarin het vereiste van vast cameratoezicht uit artikel 151c Gw wordt geschrapt. Deze wetswijziging gaat op 1juli aanstaande in.

31 maart 2016—versie 2.1

4

De wetswijziging biedt de mogelijkheid aan de burgemeester, nadat de raad hem deze bevoegdheid bij verordening heeft verleend, een gebied aan te wijzen waarbinnen gebruik kan worden gemaakt van cameratoezicht. De camera's kunnen dan vast worden bevestigd maar ook mobiel worden ingezet. Een wezenlijke wijziging is voorts dat de bevoegdheid tot inzet van flexibel cameratoezicht niet wordt beperkt tot een bepaalde tijdsduur. Gemeenten zijn met het oog op de lokale situatie zelf het beste in staat om te beoordelen in welke vorm en voor welke duur de inzet van cameratoezicht, met inachtneming van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, op de meest efficiënte manier kan plaatsvinden. De wettelijke begrenzing van de duur van de inzet van flexibel cameratoezicht is aanwezig in de gebiedsaanwijzing door de burgemeester. Zodra cameratoezicht in het belang van de handhaving van de openbare orde niet langer nodig is, dient de gebiedsaanwijzing in worden getrokken. Verlenging van een gebiedsaanwijzing is mogelijk (mits de raadsverordening dit toelaat) wanneer dit in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. Wel wordt van gemeenten verwacht dat de inzet van het cameratoezicht periodiek wordt geëvalueerd. Indien blijkt dat de rechtvaardigingsgrond aan het cameratoezicht is vervallen, dient het cameratoezicht te worden verplaatst of stopgezet.

De in het oorspronkelijke artikel 151c van de Gemeentewet opgenomen bepaling dat camerabeelden onder regie van de politie dienen te worden uitgekeken blijft onverminderd van kracht. In een toelichting (april 2014) van de minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer wordt die regierol onder meer omschreven als de operationele regie op samenwerking bij de dagelijkse uitvoering van handhavingsactiviteiten die zo dicht mogelijk bij de uitvoering van de dagelijkse operationele werkzaamheden dient plaats te vinden. Ook de in de wet opgenomen bepaling omtrent het vastleggen en verwerken van persoonsgegevens (valt onder het regime van de Wet politiegegevens) blijft in de voorgestelde wetswijziging gelijk. Met behulp van de wetswijziging krijgt de burgemeester de noodzakelijke handvatten om cameratoezicht flexibeler en daarmee doelmatiger en effectiever in te zetten binnen de publieke ruimte. 2.1.1 Huidig flexibel cameratoezicht Met de wetswijziging wordt tegemoet gekomen aan de behoefte bij een groeiend aantal gemeenten aan een meer flexibele vorm van (tijdelijk) cameratoezicht. Hoewel deze variant van cameratoezicht op dit moment in de wet niet staat beschreven (artikel 151 c Gw spreekt in de "oude" wet alleen nog over vast cameratoezicht) is dit artikel tot op heden ook de grondslag geweest voor het toepassen van flexibel cameratoezicht.

Het gaat hierbij overigens om tijdelijk cameratoezicht voor de duur van drie tot zes maanden en niet om zeer kortdurend cameratoezicht zoals bijvoorbeeld bij demonstraties en evenementen. Daar wordt in paragraaf 2.2 nader op ingegaan. De wetswijziging speelt in feite in op de beheofte aan flexibel cameratoezicht zoals dat reeds wordt toegepast in voormalig Haaglanden. Met de formalisering daarvan wordt nog extra flexibiliteit geboden, omdat (ver)plaatsing van camera's binnen een daartoe aangewezen gebied (in juridische zin) zonder een uitgebreid besluitvormingstraject mogelijk is geworden. Daarbij zijn ook de termijnen om hier gebruik van te maken met de nieuwe wet zeer ruim: er zit in feite geen grens meer aan, mits de noodzaak tot invoering dan wel continuering wel goed kan worden onderbouwd. In voormalig Haaglanden wordt sinds 2010 flexibel cameratoezicht toegepast (met 40 camera's) in specifieke situaties waarin juist behoefte is aan deze vorm. Een voorbeeld daarvan is de hotspotbenadering waarbij (criminele) overlast op specifieke locaties met behulp van diverse maatregelen, zoals bijvoorbeeld cameratoezicht, snel en effectief wordt aangepakt. Zodra het doel van de aanpak is bereikt, worden de maatregelen weer afgebouwd. Met flexibel cameratoezicht kan de overlast snel en efficiënt (niet overal vaste camera's) worden gevolgd en bestreden, ook indien deze zich verplaatst.

Gelet op de succesvolle inzet van deze flexibele camera's en de nieuwe wetgeving hieromtrent, is de verwachting dat ook in de nabije toekomst grote behoefte blijft aan flexibel cameratoezicht. Wettelijk kader Het flexibel cameratoezicht, niet zijnde het zeer kortdurende cameratoezicht van ten hoogste enkele dagen, kent een wettelijke grondslag in artikel 151c Gw. 2.2

Operationeel cameratoezicht politie

31 maart 2016 —versie 2.1

De politie maakt ter ondersteuning van het politiewerk ook zelf gebruik van enkele vormen van cameratoezicht. Daaronder vallen de bodycams en de videowagen (zie verderop onder 2.7), maar ook camera's in de publieke ruimte die alleen worden gebruikt bij dreigende verstoring van de openbare orde en waarbij het cameratoezicht ook zeer tijdelijk van aard is. Denk aan de inzet bij demonstraties, voetbalwedstrijden (ADO, Nederlands elftal), de jaarwisseling en evenementen zoals bijvoorbeeld Veteranendag, Life I Live/Koningsdag en Leidens Ontzet. Wettelijk kader De wettelijke grondslag voor deze vorm van cameratoezicht is gelegen in artikel 3 van de Politiewet (Pw) waarin de algemene politietaak staat beschreven. Voor wat betreft het vastleggen van (persoons-) gegevens is de Wet politiegegevens van toepassing. 23 Privaat cameratoezicht Privaat cameratoezicht wordt toegepast ter bescherming van zaak en goed van een privépersoon. Hierbij gaat het meestal om cameratoezicht in en om bijvoorbeeld winkels, op bedrijventerreinen, in parkeergarages etc.

Wettelijk kader Het wettelijk kader voor privaat cameratoezicht is geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) waarbij dient te worden opgemerkt dat ook het Vrijstellingsbesluit Wbp van toepassing is (camera's van particulieren voor bewaken en beveiligen van eigendommen hoeven niet gemeld mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zoals een maximale bewaartermijn van beelden). Overigens moet hierbij opgemerkt dat toepassing van cameratoezicht, ook door particulieren/ondernemingen, wel duidelijk kenbaar moet zijn: dit is vastgelegd in art. 139f Sr. en in art. 441b Sr. 2.4 Publiek private samenwerking bij cameratoezicht Tussen overheid en bedrijfsleven worden diverse vormen van samenwerking toegepast, met name als het gaat om camera's die zijn geplaatst in semi-publieke ruimten. Denk aan winkelcentra en stations, die privaat cameratoezicht kennen, maar die publiek toegankelijk zijn en waarbij in sommige gevallen ook sprake is van openbare ordeproblematiek. Private beelden worden in deze gevallen nog wel eens doorgezet naar de politie, wanneer dit de handhaving van de openbare orde ondersteunt of wanneer beelden kunnen dienen als opsporingshulpmiddel. Voorbeelden van dergelijke samenwerkingsverbanden binnen de eenheid Den Haag zijn overeenkomsten tussen politie en HTM, Prorail, NS en de Eerste en Tweede Kamer (Binnenhof). -

Wettelijk kader Als gesteld onder 2.3 is privaat cameratoezicht geregeld in de Wbp. Daar waar sprake is van cameratoezicht in de publieke ruimte dient artikel 151c Gw als basis, waarbij in de Wet politiegegevens de grondslag staat beschreven voor het omgaan met (persoons-) gegevens. Is er sprake van cameratoezicht in de private ruimte dan geldt de Wet politiegegevens zodra de politie meekijkt. 2.5 Cameratoezicht bij politieke en diplomatieke objecten Bij dreiging op politieke en diplomatieke objecten adviseert de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) met regelmaat beveiligingsmaatregelen aan het lokaal bevoegd gezag. Uit oogpunt van zowel effectiviteit als efficiency wordt in toenemende mate besloten deze beveiligingsmaatregelen onder meer uit te voeren met behulp van camera's. Het behoeft geen nadere toelichting, dat binnen de eenheid Den Haag van deze vorm van cameratoezicht veel gebruik wordt gemaakt. Wettelijk kader De wettelijke grondslag voor deze vorm van cameratoezicht is gelegen in artikel 3 van de Politiewet en de bepalingen uit de circulaire Bewaken & Beveiligen van de NCTV. Voor wat betreft het vastleggen van (persoons-) gegevens is de Wet politiegegevens van toepassing.

2.6 Cameratoezicht voor opsporingsdoeleinden Hoewel camerabeelden die onder de hiervoor beschreven regimes niet primair bedoeld zijn voor opsporingsdoeleinden kunnen zij na een gepleegd strafbaar feit alsnog door de politie worden gebruikt/opgevraagd. Dat geldt ook voor private beelden, zelfs wanneer er geen overeenkomst is

31 maart 2016 —versie 2.1

afgesloten tussen gemeente/politie en private partijen. De politie kent daarnaast de wettelijke mogelijkheid om camera's in te zetten bij het stelselmatig volgen van een verdachte van een misdrijf. Wettelijk kader De mogelijkheid tot het stelselmatig volgen van een verdachte (of diens gedrag of aanwezigheid) is wettelijk verankerd in het Wetboek van Strafvordering, Eerste Boek, Titel IVA, artikel 126g.

2.7

Nieuwe ontwikkelingen

Camera's worden in de huidige samenleving op tal van terreinen toegepast, zowel privaat als publiek. Ook voor de politie is het een technisch middel, waarvan het einde van de ontwikkeling nog zeker niet in zicht is. Dat geldt zowel voor de toepassing, als de technische functionaliteiten. Binnen de eenheid Den Haag wordt voortdurend geëxperimenteerd met de inzet en toepassing van camera's. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van bodycams, waar overigens binnen diverse eenheden naar gekeken wordt. Op landelijk niveau worden ook de mogelijkheden bezien bij de toepassing van Automatic Numberplate Recognition (ANPR) en drones. Deze notitie beperkt zich tot cameratoezicht ex artikel 151c Gemeentewet. Wettelijk kader De inzet van bodycams vindt plaats op grond van artikel 3 van de Politiewet en de Wet politiegegevens voor wat betreft het omgaan met vergaarde (persoons-) gegevens.

31 maart 2016 —versie 2.1

3

Voorwaarden voor toepassing cameratoezicht 151c Gw

Cameratoezicht is een geïntegreerd onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen ter bestrijding van concrete overlast. Daarbij moet duidelijk zijn dat andere minder vergaande middelen niet voldoende hebben bijgedragen aan het bewaren en herstellen van de openbare orde. Daarmee is cameratoezicht een ultimum remedium. Uit de wet volgt (direct of indirect) een aantal voorwaarden waaraan moet zijn voldaan alvorens cameratoezicht als middel kan worden ingezet. Dat vraagt om een zorgvuldige voorbereiding van het besluitvormingstraject. Voorwaarden zijn: • De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een bepaalde duur; de burgemeester bepaalt de duur van de plaatsing en wijst de openbare plaats of plaatsen aan. • De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie in het (lokale) driehoeksoverleg, de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera's plaatsvindt en de met de camera's gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken. • De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde besluit van de onder zijn gezag staande politie.

• Uit het vorenstaande vloeit voort dat er sprake moet zijn van het proportionaliteit- en subsidiariteitbeginsel (de wet stelt: "indien dat in belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is"). In de praktijk zal een objectieve veiligheidsscan (van de politie) moeten aantonen dat met cameratoezicht de aangetoonde problematiek kan worden bestreden (en evt. voorkomen). De veiligheidsscan moet akkoord worden bevonden door politie, het (gemeentelijk) bestuur en het Openbaar Ministerie (OM). • Daarnaast moet cameratoezicht onderdeel uitmaken van de probleemgerichte aanpak waarbij naar verwachting niet of slechts beperkt sprake zal zijn van verspreidingseffecten. • Tot slot moeten camerabeelden (merendeels) rechtstreeks uitgekeken worden, zodat in adequate opvolging kan worden voorzien. Indien gemeente, politie en OM het eens zijn over de invoering van cameratoezicht, moeten afspraken worden gemaakt over de kostenverdeling en de eisen die aan de apparatuur worden gesteld. Veiligheidsscan Op grond van bovenstaande voorwaarden heeft het toenmalige Regionaal College van de voormalige regio Haaglanden afspraken gemaakt met daarin uniform geldende uitgangspunten bij het invoeren van vast cameratoezicht in een gemeente op grond van artikel 151c Gemeentewet. In het Regionaal College is allereerst afgesproken dat de hierboven genoemde veiligheidsscan als vertrekpunt dient.

Zo'n veiligheidsscan wordt in samenwerking met het Openbaar Ministerie (OM) en de gemeente door de politie uitgevoerd. Gedurende de scan wordt onderzocht of cameratoezicht een bijdrage levert, of ondernemers en burgers de wijk ook als probleemgebied ervaren, wat de functies zijn van het gebied, of er sprake is van een probleemgerichte/projectmatige aanpak van de desbetreffende criminaliteitsvormen en of de verwachting bestaat dat cameratoezicht aan de aanpak ervan kan bijdragen. Zo'n veiligheidsscan dient de instemming te krijgen van bestuur, politie en OM. Uitgangspunten Naast de afspraak over de veiligheidsscan die als basis dient voor invoering, is in voormalig Haaglanden ook afgesproken dat voor toepassing van cameratoezicht ook enkele uitgangspunten moeten gelden (al dan niet in aanvulling op vigerende wetgevende bepalingen en de hierboven genoemde voorwaarden): 1. Cameratoezicht vanuit openbare orde oogpunt mag alleen plaatsvinden in het publieke domein; 2. Als vertrekpunt bij cameratoezicht geldt dat inbreuken op de persoonlijke levenssfeer zoveel mogelijk worden beperkt. 3. Voor cameratoezicht in het publieke domein is een wettelijke grondslag vereist. 4. Cameratoezicht mag uitsluitend plaatsvinden conform de vooraf daarvoor overeengekomen en vastgelegde doelstellingen. 5.

Cameratoezicht in het publieke domein moet noodzakelijk zijn; de politie verzorgt de voor deze afweging noodzakelijke onderbouwing. 6. Cameratoezicht is het sluitstuk op een samenhangend pakket van maatregelen dat genomen is om de openbare orde te handhaven.

31 maart 2016 —versie 2.1

Het moet duidelijk zijn dat andere minder vergaande middelen zoals meer verlichting en meer surveillance niet voldoende hebben bijgedragen aan het bewaren en herstellen van de openbare orde (subsidiariteitsbeginsel, het is een ultimum remedium). 8. Het middel cameratoezicht dient selectief te worden toegepast (proportionallteitsbeginsel). 9. Besluitvorming over de eventuele invoering of uitbreiding van cameratoezicht vindt plaats in de desbetreffende gemeenteraad, na behandeling in het (lokale) driehoeksoverleg. 10. De uitvoering van het cameratoezicht geschiedt door de politie. 11. Cameratoezicht in het publieke domein dient kenbaar te zijn. 7.

-

-

Stappenplan De hierboven genoemde voorwaarden en uitgangspunten tezamen hebben voor Haaglanden geleid tot een praktisch en compact bestuurlijk vastgesteld stappenplan op basis waarvan een voorstel kan worden opgesteld dat ter overweging dient voor het lokale bestuur. Het stappenplan behelst de volgende stappen: 1. het maken van een veiligheidsscan van het betrokken gebied door de politie, 2. het aanwijzen van een toezichtgebied (inclusief het optimaliseren van de reguliere maatregelen in het betrokken gebied), 3. de uitwerking van een voorstel voor het bestuur, dat voorafgaand aan de bestuurlijke besluitvorming aan de (lokale) driehoek wordt voorgelegd.

31 maart 2016—versie 2.1

Huidig cameratoezicht (151c Gw) binnen eenheid Den Haag

4

Binnen Nederland wordt door gemeenten en politie verschillend omgegaan met de toepassing van cameratoezicht op basis van artikel 151 c Gw. Ook binnen de eenheid Den Haag zijn er verschillen, zo blijkt uit een inventarisatie die is gehouden van het bestaande cameratoezicht 151c Gw binnen de eenheid. De belangrijkste verschillen worden hierna toegelicht. Wel of geen live cameratoezicht 4.1 Deze vorm van cameratoezicht is pas echt zinvol wanneer camerabeelden live uitgekeken worden. Dat is ook de bedoeling van de wetgever. Het is een middel dat ondersteuning biedt aan het reguliere politiewerk (extra ogen op straat) waarbij deze digitale vorm van surveilleren overigens tegelijkertijd fysieke politiecapaciteit op straat kan uitsparen. De ervaring leert dat cameratoezicht het meeste effect sorteert, wanneer beelden (zoveel mogelijk) rechtstreeks worden uitgekeken zodat directe opvolging kan plaatsvinden bij constatering van verstoringen van de openbare orde. In de praktijk is 7 dagen in de week, 24 uur per dag alle camera's live uitkijken niet realistisch en ook niet noodzakelijk, maar wel is wenselijk om cameratoezicht live toe te passen op die momenten dat de overlast (het meest) voorkomt. Toezicht in horecagebieden vanwege overlast veroorzakend uitgaand publiek zal bijvoorbeeld in de regel veel effectiever zijn op vrijdag- en zaterdagnacht, dan op een doordeweekse ochtend.

In winkelgebieden is dat weer op andere tijdstippen. Camera's die worden opgehangen, maar waarvan de beelden alleen worden opgenomen en nimmer live uitgekeken, zijn ook volgens de wetgever onwenselijk, blijkens de bepaling in lid 2 van artikel 151c Ow. Dat schrijft voor dat de burgemeester, na overleg met de officier van justitie, de periode vaststelt waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde camera's daadwerkelijk worden gebruikt en de met de camera's gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken. Hoewel cameratoezicht op grond van artikel 151c Gw primair bedoeld is voor het handhaven van de openbare orde, worden opgenomen beelden soms ook voor opsporingsdoeleinden gebruikt wanneer deze kunnen bijdragen aan een opsporingsonderzoek, maar dit moet vooral gezien worden als bijvangst van de wet en kan niet het doel zijn van plaatsing van dergelijke camera's. Uit de inventarisatie van cameratoezicht binnen de gehele eenheid blijkt, dat camerabeelden momenteel niet in alle gevallen rechtstreeks (live) bekeken worden. 4.2 Uitkijklocaties Uit de inventarisatie blijkt voorts dat de beelden van het cameratoezicht binnen de eenheid Den Haag op diverse locaties worden uitgekeken. Uit onderzoek komt echter naar voren dat landelijk sprake is van een toename van het aantal regionale uitkijkcentrales.

Hiertoe wordt vooral overgegaan vanuit het oogpunt van schaalvoordelen. Bovendien maakt dit het eenvoudiger een koppeling te leggen met de Meldkamer in verband met de aansturing van politie-eenheden. Cameratoezicht is immers ondersteunend aan het politiewerk op straat. Op dit moment vindt cameratoezicht op basis van artikel 151c Gw binnen de eenheid plaats vanuit een vijftal locaties: Hoofdbureau van politie te Den Haag voor de hele voormalige regio Haaglanden; deze beelden worden bekeken door medewerkers politie Huis van de Stad te Gouda voor de gemeente Gouda en de gemeente Zuidplas (recent is de gemeente Zuidplas voor het uitkijken van beelden aangesloten op de uitkijkcentrale Gouda) Deze beelden worden uitgekeken door Boa's van de gemeente en indien nodig doorgezet naar de politie; Politiebureau Langegracht te Leiden voor de camera's van de gemeente Leiden (plaatsing destijds in het stationsgebied in het kader van het project van de NCTV); Politiebureau Duinwetering te Noordwijk voor de gemeenten Noordwijk en Katwijk. Door de gemeenten ingehuurde medewerkers van een beveiligingsbedrijf kijken elke vrijdag- en zaterdagavond/nacht op het bureau van Noordwijk de beelden uit; Politiebureau Kees Mustersstraat te Alphen aan den Rijn voor de plaats Boskoop. Deze beelden worden aldaar uitgekeken door politiemedewerkers. -

-

-

-

-

In de gemeenten die tot de voormalige regio Haaglanden behoorden, wordt cameratoezicht in het publiek domein in alle gevallen uitgevoerd door politiemedewerkers. Voor deze taak heeft de politie, op grond van afspraken die destijds gemaakt zijn in het Regionaal College van de voormalige regio

31 maart 2016—versie 2.1

10

Haaglanden, een personele capaciteit ter grootte van 17 formatieplaatsen ingezet plus formatie voor de technische ondersteuning. Daarmee worden in deze voormalige regio ongeveer 200 camera's uitgekeken. De vaste medewerkers die hier werkzaam zijn, zijn speciaal voor deze taak opgeleid en beschikken over plaatselijke bekendheid en actuele kennis van vormen van overlast met daarbij behorende veroorzakers in het gebied. Zowel in technisch als capacitair opzicht is 200 het maximum aantal camera's dat met de bestaande voorzieningen en capaciteit uitgekeken kan worden. Uitbreiding betekent nieuwe investeringen en groter beslag op personele capaciteit. In de gemeenten van de voormalige regio Hollands Midden is het beeld voor wat betreft het personeel dat uitkijkt divers. Soms doet de politie dit (Alphen aan den Rij n/Boskoop, Leiden), maar dan met name in geval van incidenten. In Gouda wordt cameratoezicht voor Gouda en Zuidplas uitgevoerd door medewerkers van de dienst Stadstoezicht van de gemeente Gouda (Boa's). De camera's van Noordwijk en Katwijk worden 2 avonden/nachten op het bureau uitgekeken door door de beide gemeenten ingehuurd personeel. Zoals eerder gesteld zijn in dit kader de wettelijke bepalingen van belang, die stellen dat het uitkijken van camerabeelden op basis van artikel 151 c Gw dient te geschieden onder regie van de politie.

Het doel van deze regierol is meerledig: • het juiste gebruik van het middel (proportioneel, bescherming van de privacy en de rechten van de mens, Wpg); • een succesvolle inzet van het middel (kwalitatief en betrouwbaar); • het realiseren van een goede opvolging op de waargenomen incidenten, door een open verbinding met de politieorganisatie en eventuele partners in het veiligheidsdomein. (doelmatig). Voor wat betreft de wijze waarop deze regierol dient te worden ingevuld, heeft de minister van Veiligheid en Justitie in een brief van 01 april 2014 aangegeven dat hij van mening is dat deze regierol zo dicht mogelijk bij de uitvoering van de dagelijkse operationele werkzaamheden dient plaats te vinden. 4.4 Opslag en bewaartermijn van camerabeelden Camerabeelden die op grond van artikel 151c Gw worden uitgekeken, mogen maximaal 4 weken worden bewaard (lid 7, 151c Gw). Binnen de eenheid worden de beelden op de verschillende uitkijkcentrales opgeslagen. De daar gehanteerde bewaartermijnen variëren van 7 dagen in Gouda tot 28 dagen in voormalig Haaglanden. Financiering cameratoezicht 4.5 De financiering van cameratoezicht binnen de eenheid Den Haag is, grosso modo, op twee manieren georganiseerd.

Binnen voormalig Haaglanden hebben alle gemeenten in het Regionaal College in 2010 (harde) afspraken gemaakt over de wijze van toepassing van cameratoezicht op basis van artikel 151c Gw, waaronder de beheersmatige kant ervan. De politie heeft met de gemeenten in die voormalige regio die daadwerkelijk gebruik maken van cameratoezicht ook convenanten afgesloten op grond van de afspraken van het Regionaal College. Daarin zijn afspraken vastgelegd over de rol die gemeente en politie daarin hebben (beheer, onderhoud, bezit, etc.). In het Regionaal College zijn ook afspraken gemaakt tussen gemeente en politie over de wijze waarop de kosten van het cameratoezicht worden gedragen. Grofweg komt die erop neer, dat de politie zo'n 60% van de kostprij s2 per camera per jaar voor haar rekening neemt en de gemeente de resterende 40% plus de (eenmalige) bijkomende stichtingskosten ter plaatse. Overigens is in dit kader relevant dat, zoals u bekend is, exogene financiering van politiecapaciteit niet is toegestaan, exogene financiering van materiële kosten is wel mogelijk, hetgeen in dit geval ook zo wordt toegepast. Binnen de voormalige regio Hollands Midden nemen de gemeenten de kosten voor het cameratoezicht voor het grootste deel of zelfs volledig voor eigen rekening.

Dit komt ook tot uitdrukking in een minder intensieve betrokkenheid van de politie bij de uitvoering van het cameratoezicht. Specificatie kostprijsberekening cameratoezicht Destijds is voor de berekening van de kostprijs van cameratoezicht in Haaglanden een volledige uitsplitsing gemaakt van de kosten van alle onderdelen van het cameratoezicht. Deze zijn vervolgens in 2 Gehanteerde kostprijs van I camera is omgerekend ongeveer€ 9.000 per jaar (prijsniveau 2008). Dit betreft in grote lijnen: camera's, mastwerk, verbindingen, aansluitingen, uitkijkmiddelen, opslagmiddelen en personele kosten, maar is exclusief de eenmalige (bijzondere) stichtingskosten. Voor deze kosten valt namelijk geen generiek alomvattend bedrag te berekenen, aangezien dit situationeel afhankelijk is.

31 maart 2016—versie 2.1

11

de volledige berekening per onderdeel meegenomen en opgesomd, inclusief (waar van toepassing) de daarbij horende afschrijvingstermijn. In de bijlage is de kostprijsberekening van 2008 toegevcegd, hieronder worden deze kort toegelicht: Onder 1 zijn de investeringen opgesomd: 1.1: betreft de kosten van de camera's zelf in de openbare ruimte, inclusief aansluiting op electriciteitsvoorzieningen, maar exclusief stichtingskosten (zie onderstaand); 1.2: betreft de verbindingen van het wijkbureau/basisteam naar de centrale uitkijk, te weten de GMC op het Hoofdbureau van Politie (HB) in Den Haag. Dit betreft in alle gevallen glasvezelverbindingen; 1.3: betreft de uitkijkpunten (tafels en schermen en aansluitingen) op het wijkbureau/basisteam waarbinnen de camera's vallen, zodat van daaruit meegekeken kan worden; 1.4: betreft de kosten voor het geschikt maken van de uitkijkcentrale op het HB, dit is immers een ruimte met specifieke kenmerken/eisen als het gaat om bijvoorbeeld veiligheid en voldoen aan ARBO-normen; 1.5: betreft de kosten voor het aansluiten van alle cameraverbindingen vanuit de wijkbureaus/basisteams op de HB; 1.6: betreft de kosten van de tafels (incl. monitoren, bedieningspanelen, etc) in de GMC waarop de camera's uitgekeken worden; 1.7 betreft de kosten voor de opnameapparatuur van alle camerabeelden (deze worden conform de wettelijke bepalingen 28 dagen bewaard). -

-

-

-

-

-

-

Onder 2 zijn vervolgens de jaarlijkse exploitatiekosten berekend: 2.1: dit betreft de omrekening van de investeringen naar jaarlijkse lasten. De gehanteerde afschrijvingstermijnen variëren tussen de 3 en 10 jaar. Zo wordt voor camera's een afschrijvingstermijn van 5 jaar gehanteerd en voor de glasvezelverbindingen een afschrijvingstermijn van 10 jaar; 2.2: betreft de rentelasten behorend bij de investeringen (conform de begrotingsregels is destijds 4% gehanteerd); 2.4: betreft de beheerlasten, waarbij conform de begrotingsregels een percentage van 6% is gehanteerd; 2.5: betreft (een bijdrage aan) de kosten voor de huisvesting, zoals huur van de ruimte, energiekosten, beveiligingskosten van het pand, schoonmaak, etc.; 2.7: betreft de personele lasten van het uitkijken op de GMC. Aangezien op de wijkbureaus/basisteams wel camera's uitgekeken konden worden, maar dit niet op vaste momenten plaatsvond maar met name bij incidenten of op aangeven van de GMC, is in de berekening geen personele last meegenomen als het gaat om het uitkijken op de bureaus. Destijds is berekend dat voor het uitkijken van 200 camera's op 3 tafels 17 fte personeel de minimale bezetting is en deze is aldus opgevoerd in de berekening. Voorts is 2 fte ondersteunend technisch personeel in de berekening meegenomen; 2.8: betreft de opleidingskosten van het personeel.

Daartoe is als stelpost opgenomen 1% van de personeelslasten van het uitkijkpersoneel. -

-

-

-

-

-

Stichtingskosten Bij de berekening van de kostprijs van een camera per jaar zijn uitdrukkelijk niet de eenmalige stichtingskosten meegenomen, zoals mastwerk/bevestiging aan het pand/verbinding van de camera naar het wijkbureau. De reden daarvoor is dat de onderlinge verschillen van deze kosten te groot zijn om tot één generiek bedrag per camera te komen (plaatsing in een dichtbevolkt gebied vraagt om andere voorzieningen dan plaatsing in bijvoorbeeld een afgelegen weiland). Afspraak is dat deze kosten door middel van nacalculatie apart richting gemeente berekend worden. In de praktijk is de afgelopen jaren evenwel gebleken, dat deze kosten per camera in veel gevallen overzienbaar zijn en, op een enkele uitzondering na, slechts een zeer klein deel vormen van de totale kostprijs van cameratoezicht.

31 maart 2016—versie 2.1

12

Aantallen camera's (151c Gw) in de eenheid Den Haag nr.

Gemeente

uitkijken inwoners

CT'

aantal

locaties CT

's-Gravenhage

515.076

_jg_

131

2 "assen" + 20 flexibel

Alphen aan den Rijn

107. 447

8

Boskoop

nb

3 1

Bodegraven-Reeuwijk

33.272

_jg nee

0

net

4

Delft

101,022

nee

0

S 6

Gouda

71.0118

ja

Hillegorn

1

start

locatie

1 hoelang opvolging

GMC

politie

ja

ja

GMC

1 28 dgn.

nb

bureau Aiphen 1

politie

nee

ja

bureau Alphen 1

nb

nut

nut

nut

net

nut

nut

nut

nut

nvt (tot 512015: station)

2009

mei 2015

GMC

politie 1jg

ja

97

9 gebieden

deters

nb

Huis ud Stad

nee

Huis ud Stad

net nut

nut

gemeente jg nut nut nut nut

nut

net

net

net

nut

net

nut

nut

ja

nb

ja

GMC

net nut

net

nut

net

nut nut

nut net

nut

net nut

nut

net

nut not

nut net

ja

2013

nb

net

net

divers illeen bij fle

21.072 25.869

nee

0

net

nut

nee

0

nut

Katwijk

63.978

_jg_

6

net horecagebied

9

Leiden

121.754

42

10

Leiderdorp Leidechendam -Vo orburg

26.938 74.108

_ja nee nee

Lisse

22.547

nee

13 14

Midden-Delfland

18.712

Nieuwkoop

27.241

15

Noordwijk

16 17 18 19

Pijnacker-Nootdorp

51.481

20

21 22

Rïjsv/jk Teyfingen

48.382 35.653

Voorschoten

25.150

23

Waddinxueen

25.771

24

Wassenaar

25.788

25 26

Westland

104.396

Zoetermeer

124.089

Zoetenuoude Zuidplas

1

1

evaluatie

financiering

_jg

jaarlijks + lx perS jaar

63% pol. 40% gem.

_jg nut

2013

nb

28 dgn. _ja 7 dgn. ja

GMC

Centraal Station

nb

U 0

net nut

net nut

net nut

nut nut

nut

nut

nut

0

net

nut

nut

net

net

nut net

nut

nee

U

nut

nut

nut

nut

nut

net

ja

11

nb

nb

nut ja

nut

25.598

net horecagebied

nut nvt

nut

0

nut net

nut

nee

net nb

Noordwijkerhout

16.105

nee

0

nut

nut

net

nul

net

nut

Oegstgeest

23.017

nee

U

nut

Krimpenerwaard

54.287

nee

0

net

nee

U

nut

nee nee

0 0

not nut

nee

U

nee

0

nee

totalen

nb

net

1

nb 2009

net net bureau Noordwijk beu.bedr. jajvr+za

nb

nb _jg_ 28 dgn. netennodi

1

nvt

nut

jaarlijks + lx per 5 jaar

60% pol. 40% gem.

2014

100% gem.

nut

nut

nut 2013

nut

2014

-

nb gemeente net nut not nut net

net

not

net

nut

nut

out

nut

nut

nut

nut

nut

nut

net nut

net

nvt

nut

net nut

net nut

nut net nut

net nut

net

nut n et --T net nut nut

net nut

nut

nut

net net

nut net

nut

nul

nut nut

nut net

net nut

nut

nut

nvt

nul

net

net

net

net

nut

nut

nut

out

nut

nut

nut

nut

net nul

0

net

net

nut

net

net

net

nut

nut

net

9

Naaldi.uijk en Wateringen

2009

nb

GMC

politie

ja

ja

ja

18

Mandelabrug + Centrum

nb

GMC

8.113

nee

0

nut

2003 nut

nut

nut

politie nut

..jg nut

40.745

ja

10

5 locaties

2014

nb

ja

20

1.838.547

352 -

31 maart 2016 — versie 2.1

1

bureau Noordwijk bev.bedr. a(vr+za Langegrauht politie nee

1

-

net

Flexibel oud-Haaglanden

-

opslag beelden hve? -egie pobbi

Kaag en Braassem

27 i 28

vanuit

door

7 8

11 12

einde

H. cd Stad Gouda gemeente

nut

net nut

nut nut

net nut

nut nut

net

net

net

nut

net

GMC

nut ja

jaarlijks + lx pers jaar

nvt 63% pol. 40% gem.

ja nut

GMC

ja

jaarlijks + lx per 5 jaar

nut

nut

nut

nut

63% pol. 40% gem. out

nee

nb

8-28dgn.

ja

start CT per eind 2014

1001/o gemeente

nb

niet bekend

net

niet van toepassing

1

Afkortingen:

nut net nut

PAC Particuliere Alarmcentrale

-

-

Scenario's nieuw cameratoezicht eenheid Den Haag

5

Zoals uit het vorige hoofdstuk blijkt, bestaan er verschillen in de wijze waarop cameratoezicht binnen de diverse gemeenten binnen de eenheid is georganiseerd. In dit hoofdstuk worden mogelijke scenario's voor een nieuwe aanpak in de gehele eenheid nader toegelicht. Uitgangspunt daarbij is, dat in elk geval wordt gekomen tot uniforme afspraken op eenheidsniveau. Dat komt de effectiviteit immers ten goede. Vertrekpunt daarvoor, is de veranderopgave voor de eenheid Den Haag, waarbinnen vraagstukken als cameratoezicht en inrichting van dit proces dienen te worden beschouwd. 5.1 Beschikbare capaciteit binnen de politie Zoals bekend, zijn bij de vorming van de Nationale Politie de korpsen Hollands Midden en Haaglanden samengevoegd tot de eenheid Den Haag. Daarbij is cameratoezicht vanuit het inrichtingsplan politie belegd bij het onderdeel Team Technisch Toezicht, onderdeel van de DROS. Kerntaak van het team is het ontwikkelen, beheren en regie voeren op voorzieningen waarbij vormen van toezicht worden georganiseerd door middel van techniek. Het gaat hierbij om onder meer cameratoezicht, Automatic Number Plate Recognition (ANPR), sensing, etc. Bij de ontwikkeling van de Nationale Politie en de inbedding van cameratoezicht in het organisatiemodel, is uitgegaan van een nationaal model cameratoezicht dat nog ontwikkeld zou worden.

Zoals gesteld is de inhoud daarvan nog niet bekend en wordt op korte termijn ook geen model verwacht, al ligt het voor de hand dat op dit gebied de politie met de lokale overheid een samenwerkingsverband moeten aangaan, voor zover er behoefte aan cameratoezicht is. Vooralsnog worden voor de eenheid Den Haag de bestuurlijk vastgestelde kaders als uitgangspunt gehanteerd, oftewel de 17 fte die in 2010 met het Regionaal College in Haaglanden is vastgelegd voor het uitkijken van maximaal 200 camera's op basis van artikel 151c Gemeentewet. 5.2 Uitgangspunten scenario's Vanuit het Regionaal Bestuurlijk Overleg is meermaals verzocht, en dit is als gesteld ook als ambitie opgenomen in het Regionaal Beleidsplan, om een eenduidige visie op cameratoezicht voor de gehele eenheid. Op grond van de hierboven beschreven huidige situatie binnen de gehele eenheid en de verschillende afspraken die er tot op heden tussen politie en gemeenten zijn gemaakt is een viertal scenario's denkbaar als toekomst van het cameratoezicht binnen de gehele eenheid. Uitgangspunten voor alle scenario's zijn: Live uitkijken op de momenten dat dat nodig is; Conform de bepalingen in de wet en eerdere afspraken, blijft een duidelijke herkenbare rol in het cameratoezicht bij de politie; Cameratoezicht dient ter ondersteuning van de primaire politietaak. -

-

-

5.2.1 Scenario 1: cameratoezicht door politie vanuit één centrale locatie Bundeling van alle locaties tot één, ondergebracht bij de politie. UitgangsDunten scenario • cameratoezicht binnen de gehele eenheid wordt vanuit de politie uitgevoerd; • cameratoezicht binnen de gehele eenheid vindt vanuit één centrale uitkijklocatie plaats (met mogelijkheden om beelden naar lokale politiebureaus door te zetten); • beelden worden rechtstreeks (live) uitgekeken op de tijdstippen die daarvoor in aanmerking komen; • adequate incidentopvolging door de politie; • beheer (aanleg, onderhoud, vervanging) wordt door de politie geregeld. Met het scenario om het cameratoezicht door de politie te laten uitvoeren vanuit een centrale uitkijklocatie is met name binnen voormalig Haaglanden inmiddels jarenlange ervaring opgedaan. Voordelen van dit scenario zijn: wettelijk verplichte regierol van de politie is hiermee verankerd; infrastructuur uitkijkcentrale op één locatie; snel schakelen tussen uitkijkcentrale en politie-eenheden op straat; nauwe en directe afstemming tussen beheer en uitvoering; bundelen van kennis op één plek; -

-

-

-

-

31 maart 2016 —versie 2.1

-

incident verspreid over meerdere gemeenten (bijv. achtervolging) wordt gevolgd vanuit één centrale (geen tijdverlies als gevolg van afstemming met andere uitkijkcentrales).

Aandachtspunten zijn: de personele uitkijkcapaciteit die benodigd is voor het uitkijken, dit is met name afhankelijk van het aantal camera's dat uitgekeken zal moeten worden. Voor voormalig Haaglanden was het maximum gesteld op 200 camera's, meer zou betekenen een benodigde personele uitbreiding; het bovenstaande geldt ook voor de ondersteunende capaciteit tbv beheer (aanleg, onderhoud, vervanging); Onderbrengen van alle camera's op basis van art. 151c Gw (naar schatting 350 stuks binnen de gehele eenheid) is alleen mogelijk wanneer forse investeringen worden gedaan in de GMC, deze heeft momenteel immers een capaciteit van maximaal 200 camera's die uitgekeken kunnen worden. Een dergelijk (beheersmatig) besluit tot investeringen kan binnen de politie uitsluitend op het niveau van de korpsleiding plaatsvinden. -

-

-

Hoewel dit scenario veel voordelen heeft, is het niet de verwachting dat dit op korte termijn gerealiseerd kan worden, gezien de aandachtspunten. Wel is een geleidelijke groei naar dit scenario denkbaar. 5.2.2 Scenario 2: cameratoezicht door gemeente vanuit één centrale locatie Bundeling van alle locaties tot één, ondergebracht bij een gemeente binnen de eenheid. Uitgangspunten scenario • cameratoezicht binnen hele eenheid wordt door de gemeenten uitgevoerd; • cameratoezicht binnen hele eenheid vindt vanuit één centrale uitkijklocatie plaats (met mogelijkheden om beelden naar lokale politiebureaus door te zetten); • beelden worden rechtstreeks (live) uitgekeken; • adequate incidentopvolging door de politie; • beheer (aanleg, onderhoud, vervanging) wordt door de gemeenten geregeld. Voordelen van dit scenario zijn: nauwe en directe afstemming tussen beheer en uitvoering; infrastructuur uitkijkcentrale op één locatie; incident verspreid over meerdere gemeenten (bijv. achtervolging) wordt gevolgd vanuit één uitkijkcentrale (geen tijdverlies als gevolg van afstemming met andere uitkijkcentrales). -

-

-

Nadelen zijn: de centrale locatie is (nog) niet gerealiseerd, hier zullen investeringen voor nodig zijn; er moeten praktische afspraken komen tussen (deelnemende) gemeenten over de boa's die gaan uitkijken; wettelijk verplichte regierol politie dient te worden georganiseerd; delen van politiegegevens kan wel maar dient vooraf te worden vastgelegd; schakelen met politie kost extra tijd (politie moet immers bepalen of er wel/geen inzet wordt gepleegd); -

-

-

-

Hoewel in theorie denkbaar, moet op basis van de opgesomde nadelen en praktische bezwaren geconcludeerd worden dat dit scenario niet realistisch is, zeker niet op korte termijn. 5.2.3 Scenario 3: cameratoezicht door derden vanuit één centrale locatie Onderbrengen van het cameratoezicht bij een private organisatie, zoals bijvoorbeeld een particuliere alarmcentrale (PAC). Uitgangspunten scenario • cameratoezicht binnen hele eenheid wordt door private organisatie uitgevoerd; • cameratoezicht binnen hele eenheid vindt vanuit één centrale uitkijklocatie plaats (met mogelijkheden om beelden naar lokale politiebureaus door te zetten); • beelden worden rechtstreeks (live) uitgekeken; • adequate incidentopvolging door de politie; • beheer (aanleg, onderhoud, vervanging) wordt door de gemeenten geregeld.

31 maart 2016—versie 2.1

15

Voordelen van dit scenario zitn: infrastructuur uitkijkcentrale op één locatie (PAC); incident verspreid over meerdere gemeenten (bijv. achtervolging) wordt gevolgd vanuit één uitkijkcentrale (geen tijdverlies als gevolg van afstemming met andere uitkijkcentrales); mogelijk lagere financiële (personele) lasten (geen eigen, vast personeel nodig); grotere flexibiliteit met betrekking tot inhuur personeel (lager werkaanbod minder personeel, uitbreiding cameratoezicht meer personeel). -

-

-

-

-

-

Nadelen zijn: wettelijk verplichte regierol politie dient te worden georganiseerd; delen van politiegegevens kan wel maar dient vooraf te worden vastgelegd; er zal hoogstwaarschijnlijk sprake zijn van een commercieel bedrijf dat hieraan wil verdienen, dus mogelijk duurder; kennis ter plaatse van centralisten is minder vanzelfsprekend (zeker als de uitkijkcentrale buiten de eenheid ligt); schakelen met politie kost extra tijd (politie moet immers bepalen of er wel/geen inzet wordt gepleegd); geen optimale afstemming tussen beheer en uitvoering; het leidt dus tot desinvestering bij de politie in combinatie met een nieuwe investeringsopgave bij gemeenten. -

-

-

-

-

-

-

Hoewel ook deze in theorie denkbaar is, moet op basis van de "nadelen" en praktische bezwaren geconcludeerd worden dat dit scenario niet voor de hand ligt: het leidt tot forse desinvesteringen bij gemeente en politie, is wellicht de duurste optie en het is de vraag welke winst hiermee behaald kan worden. 5.2.4 Scenario 4: handhaven huidige situatie cameratoezicht Tot slot bestaat de keuze om de huidige wijze van cameratoezicht binnen de diverse gemeenten in de eenheid Den Haag onveranderd te laten. Voordeel van dit scenario is: Indien uit wordt gegaan van kwaliteit en efficiëntie, biedt dit scenario geen voordelen. -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=ecb1c304-192c-41ce-b721-577e4fa786f7