CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RA 25 093 Meerjarenbegroting 2026 - 2030

Forum Samenleving 13 januari 2026, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening12.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 21 van 28

Indien de definitieve regeling nadelig uitpakt voor het Maris College, zullen we ons weerstandsvermogen aanspreken om een transitieperiode te kunnen bekostigen. Tenslotte is een onzekerheid de nieuwbouw van Waldeck. Op dit moment is onduidelijk wanneer de bouw exact zal starten. De inzet is nog steeds schooljaar 27/28. De kostenverdeling tussen Gemeente, VO Haaglanden en Maris is nog niet helemaal duidelijk. Om de begroting ‘zuiver’ te houden zijn de kosten/investering van de nieuwbouw nog niet verwerkt. Wanneer er meer zicht op financiële consequenties is, zullen we de begroting actualiseren. Rijswijks Lyceum/ Van Vredenburch College Aan deze begroting ligt een omvangrijk pakket van maatregelen ten grondslag dat de afgelopen maanden in nauw overleg met het college van bestuur, schoolleiding en MR tot stand is gebracht. De aanleiding hiervoor is tweeledig. Enerzijds is er sprake van dalende trend in de aanmeldingen. De aanmeldingen zijn de afgelopen vier jaar steeds verder gedaald. Het afgelopen jaar kozen minder dan 180 leerlingen voor het Rijswijks Lyceum/ Van Vredenburch College. Uit de verschillende scenario’s die zijn doorgerekend in aanloop naar deze begroting is duidelijk geworden dat op basis van dit aantal brugklassers (180) het niet mogelijk is om een brede scholengemeenschap met twee gebouwen in stand te houden. De tweede aanleiding is het (aflopende) schoolplan.

De afgelopen jaren had de school de beschikking over een omvangrijke subsidiepot (o.a. NPO, basisvaardigheden, OKR) waarmee een omvangrijk en kostbaar schoolplan werd gefinancierd. In combinatie met de teruglopende aanmeldingen en daaruit voortvloeiende financiële risico’s is vastgesteld dat voor dit plan onvoldoende structurele dekking is vanuit de bovenschoolse middelen en dat de extra personele inzet moet worden afgebouwd. Als gevolg hiervan is een scherpe daling zichtbaar in deze meerjarenbegroting voor de inzet van zowel OP als OOP. Inmiddels zijn de contouren van het instemmingsvoorstel voor de wijziging van het taakbeleid vastgesteld en zal het personeel in november 2025 gevraagd worden zich hierover uit te spreken (het betreft een structuurwijziging binnen het taakbeleid). Uitgangspunt daarbij is om terug te gaan naar de basis die vanuit de cao VO wordt aangegeven. Daarnaast zijn directie en PMR in gesprek over een pakket van maatregelen om de extra personele inzet bij het OP als gevolg van de (omvangrijke) taakurenlijst terug te brengen. Hierbij wordt ook een vergelijking gemaakt met andere scholen binnen de stichting en wordt ook onderzocht hoe subsidies ingezet kunnen worden om onderdelen in het taakbeleid te stutten. In de begroting is hierbij een fasering aangebracht waarbij per augustus 2026 de eerste en grootste slag gemaakt wordt op het OP en OOP.

Vanaf augustus 2027 zal de personele krimp volledig op het OP en OOP doorgevoerd moeten zijn. Parallel hieraan wordt een nieuw ontwerp gemaakt voor de organisatie en bezetting van het onderwijsondersteunend personeel. In verband met de verwachtte (en noodzakelijke) teruggang in het personeel zijn ook bedragen opgenomen voor de uit dit traject voortvloeiende transitiekosten. Om het tij te keren t.a.v. de teruglopende aanmeldingen is besloten om de onderwijskundige koers van de school te verleggen als ook de aanpak van onze wervingscampagne te herzien. Meerjarenbegroting 2026-2030

Pagina 22 van 28

De school investeert in 2026 dan ook flink extra in PR en werving. Doelstelling hierbij is om zowel de banden aan te halen met onze hofleveranciers als ook om voet aan de grond te krijgen op de basisscholen in de gemeente Rijswijk, Wateringen en (bijvoorbeeld) de Haagse wijk Ypenburg. Daarnaast worden de banden met het Johan de Witt aangehaald en wordt structureel ruimte geboden voor instroom van ca. 25 ex-ISK leerlingen in leerjaar 3. Wegens de onzekere financiële tijden waarin de school zich momenteel bevindt is besloten om alle grote investeringen te bevriezen. In 2026 zal duidelijk worden hoe de wervingscampagne heeft uitgewerkt (aanmeldingen april 2026) en in hoeverre we in staat zijn om de formatie terug te brengen binnen de kaders van de begroting. Op basis daarvan zal opnieuw bekeken worden welke investeringsruimte er in de begroting vrijgemaakt kan worden. Het Segbroek College verwacht dat ook in deze begrotingsperiode het leerlingenaantal blijft stijgen van 2258 op 1 oktober 2026 tot een stabiel leerlingenaantal van rond de 2345 leerlingen vanaf 2030. In 2026 is er relatief een hoge formatie, vanaf schooljaar 26-27 is de formatie meer passend bij het leerlingaantal.

Gezien de terugloop van subsidies (NPO en minder subsidie Basisvaardigheden vanaf 2027) moet de school weer ‘terug naar normaal’; dat is het beeld wat zich aftekent in de meerjarenbegroting vanaf schooljaar 26-27.”De verwachting is dat vanaf 2029 het leerlingaantal structureel 2344 leerlingen is met efficiënte, goed gevulde klassen in de bovenbouw waardoor de formatie constant blijft rond de 188 fte (exclusief stagiaires). Er staan geen grote investeringen gepland, omdat de beide gebouwen de afgelopen jaren volledig zijn heringericht. De meerjarenbegroting van het Segbroek College laat in 2026 een negatief resultaat zien van circa € -1 miljoen dat kan worden opgevangen vanuit het weerstandsvermogen van de school. Dit negatieve resultaat wordt vooral veroorzaakt door verhoudingsgewijs veel formatie in schooljaar 25-26 t.a.v. het aantal leerlingen en in mindere mate door hogere afschrijvingslasten dan de jaren erna (in 2027 lopen afschrijvingstermijnen van diverse inventarisstukken en digiborden af). Vanaf 2027 is er sprake van een mooi sluitende begroting en weerstandsvermogen van rond de 6% à 6,5% Bestuurs- en Servicebureau De uitgaven van het bestuurskantoor stijgen in 2026 ten opzichte van voorgaande jaren, voornamelijk door de implementatie van de nieuwe organisatie-inrichting en de uitbreiding van beleidsmatige en ondersteunende capaciteit.

Het BSB neemt een sterkere advies- en regierol op zich, onder andere op het gebied van SHRM, onderwijs & kwaliteit en compliance (zoals concern control en ICT). Deze versterking is noodzakelijk om scholen beter te ondersteunen bij complexere vraagstukken rondom SHRM, kwaliteitszorg en digitalisering. De formatie groeit van 29,1 fte in 2025 naar 35,6 fte in 2030. Daarnaast zijn in 2026 extra kosten zichtbaar door tijdelijke inhuur en projectmatige investeringen voor de modernisering en digitalisering van werkprocessen. Hoewel het BSB voor de jaren 2027–2030 een positief structureel resultaat laat zien, is het denkbaar dat dit omslaat naar een negatief resultaat door te laag ingeschatte huisvestingslasten. Een geactualiseerd MJOP is noodzakelijk om de omvang en timing van toekomstige investeringen nauwkeuriger te kunnen bepalen.

Meerjarenbegroting 2026-2030

Pagina 23 van 28

E. Balans Hieronder staan de prognoses voor de balans. Door het uitnutten van de bestemmingsreserves voor NPO in 2025 en Basisvaardigheden tot en met 2027 en door de dotatie aan de Voorziening Groot Onderhoud van € 7,2 mln. in 2024 neemt het totaal eigen vermogen de komende jaren af en wordt het bovenmatig deel van het eigen vermogen stapsgewijs afgebouwd. Balans € * 1.000 Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vaste activa, totaal Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Vlottende activa, totaal Activa, totaal Passiva Eigen vermogen Eigen vermogen, algemene reserve Eigen vermogen, bestemmingsreserves Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Passiva, totaal

31-12-2024 EUR Realisatie

31-12-2025 EUR Prognose

31-12-2026 EUR Prognose

31-12-2027 EUR Prognose

31-12-2028 EUR Prognose

26709 160 26869

25209 149 25358

28192 149 28341

28417 149 28566

26851 149 27000

7821 70380 78201 105070

11659 61664 73323 98680

12907 59906 72813 101154

12906 62788 75694 104260

12906 67812 80718 107718

51601 37001 14600 21343

35027 28616 6411 22573

36206 30287 5919 23931

37753 30994 6759 24946

41448 35042 6406 26308

32127 105070

41080 98680

41017 101154

41561 104260

39962 107718

Financiële kengetallen De overheid heeft een aantal financiële signaleringswaarden ontwikkeld waarmee de continuïteit van een onderwijsinstelling gemonitord kan worden. Deze zien toe op de ontwikkeling van de solvabiliteit, liquiditeit, rentabiliteit en het eigen vermogen. Het verloop van deze signaleringswaarden ziet er op basis van de voorliggende begroting als volgt uit voor VO Haaglanden: Kengetallen financiële positie ratio's Solvabiliteit Solvabiliteit inclusief voorzieningen Liquiditeit (current ratio)

Norm nvt 30% intern > 1% sector > 0,75% Rentabiliteit ten opzichte van bedrijfsopbrengsten inclusief rentebaten >0 (3 jaren)

2025 35,50% 58,37% 2,40

2026 35,79% 59,45% 2,47

2027 36,21% 60,14% 2,51

2028 38,48% 62,90% 2,70

-2,94%

1,16%

1,47%

1,64%

De rentabiliteit is in 2025 negatief, waarna het vermogen en daarmee de rentabiliteit in de jaren daarna weer stijgt.

Meerjarenbegroting 2026-2030

Pagina 24 van 28

Normatief eigen vermogen De overheid heeft een signaleringswaarde voor het eigen vermogen vastgesteld waarmee berekend wordt hoeveel eigen vermogen een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft voor een gezonde bedrijfsvoering. Norm OCW EUR * 1.000 Normatief eigen vermogen Publiek eigen vermogen Verschil

2024 29.899 44.090 14.191

2025 33.432 42.969 9.537

2026 34.209 40.117 5.907

2027 32.738 39.223 6.485

Bestemmingsreserve NPO Bestemingsreserve SHRM Overige BR

12.360 3.676 -

2.404 -

1.990 -

2.088 -

Bovenmatig na NPO en SHRM Bovenmatig na aftrek alle BR

-1.845

7.133

3.917

4.396

-1.845

7.133

3.917

4.396

Als het eigen vermogen hoger is dan de vastgestelde norm dan wordt dat als bovenmatig bestempeld en wordt de onderwijsinstelling geacht daar een bestedingsplan voor te maken. Het bestedingsplan is door VOH vertaald in een STOA 2025-2029. Zoals in bovenstaande tabel af te lezen is daalt het bovenmatig vermogen in 2027 naar EUR 4,4 miljoen door de inzet van de STOA. Hier is nog geen rekening gehouden met het voorstel om ter uitvoering van het Koersplan €3m aan budget beschikbaar te stellen voor extra activiteiten op de scholen.

Meerjarenbegroting 2026-2030

Pagina 25 van 28

F. Liquiditeitsbegroting Bovenstaande is uitgewerkt in een liquiditeitsbegroting voor 2026 en 2027. Er is naar verwachting de komende jaren geen vreemd vermogen nodig.

Meerjarenbegroting 2026-2030

Pagina 26 van 28

G. Medewerkers en gebouwen Medewerkers In paragraaf C. Formatie en personele lasten staan tabellen met formatie (totaal en per school/ BSB). Het aantal FTE fluctueert vooral door de inzet van formatie voor de subsidies NPO, Verbetering Basisvaardigheden en Werkdrukvermindering. Sommige scholen kiezen ervoor om, na afloop van de NPO-middelen en/of Verbetering Basisvaardigheden (t/m schooljaar 24-25 of 26-27, afhankelijk van de subsidietranche), de formatie (deels) langer in stand te houden ten behoeve van de onderwijskwaliteit maar andere scholen moeten de formatie afbouwen als gevolg van teruglopende subsidies. Het personeelsverloop op sommige scholen is hoog (>20%) waardoor afbouw een natuurlijk verloop kent. Tegelijkertijd blijft het vinden van nieuwe docenten een uitdaging. Op het BSB neemt de formatie toe door de implementatie van het nieuwe organisatiemodel in 2026. Daarnaast in de komende jaren sprake van een aantal medewerkers die met pensioen gaan. In de begroting start de benodigde vervanging veelal net vóór het vertrek van deze medewerkers voor optimale overdracht, dit verklaart de hogere formatie in 2027. Onderstaande tabel geeft het aantal leerlingen per FTE- dus OP, OOP en Directie- weer (inclusief tijdelijke uitbreidingen, exclusief stagiaires):

Totaal 10 scholen leerlingen per FTE , gemiddeld per jaar

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal FTE inzet Totaal aantal leerlingen Gemiddeld aantal leerlingen per FTE

1399,8 14.785 10,6

1328,8 14.696 11,1

1271,3 14.318 11,3

1250,3 14.165 11,3

1244,1 14.209 11,4

1243,8 14.286 11,5

Meer gespecificeerd is dit het beeld (inclusief tijdelijke uitbreidingen, exclusief stagiaires):

Leerlingen per FTE per school Dalton Den Haag Praktijkschool de Einder Gymnasium Haganum Haags Montessori Lyceum Johan de Witt Scholengroep Lyceum Ypenburg Maerlant Lyceum Maris College Rijswijks Lyceum/ VVC Segbroek College

Meerjarenbegroting 2026-2030

2025

2026 13,3 5,7 12,0 12,2 9,6 11,4 12,8 9,9 7,6 11,0

2027 13,1 5,4 12,9 12,2 8,6 11,7 12,8 10,6 9,3 11,6

2028 13,4 5,5 13,7 12,3 8,2 11,9 13,1 10,7 10,7 11,7

13,7 5,6 13,8 12,3 9,2 12,2 13,3 10,9 11,5 11,8

2029

2030 13,7 5,6 14,1 12,4 9,2 13,0 13,4 11,1 12,0 12,0

13,8 5,7 14,2 12,4 9,2 12,3 13,4 11,2 12,0 12,0

Pagina 27 van 28

Onderstaande tabel geeft het aantal leerlingen per FTE per OP weer (inclusief tijdelijke uitbreidingen, exclusief stagiaires): Totaal 10 scholen leerlingen per FTE OP (gemiddeld per jaar) Totaal FTE inzet OP Totaal aantal leerlingen Gemiddeld aantal leerlingen per FTE OP

2025 1042,9 14.785 14,2

2026 992,7 14.696 14,8

2027 954,2 14.318 15,0

2028 944,2 14.165 15,0

2029 946,7 14.209 15,0

2030 949,9 14.286 15,0

Meer gespecificeerd is dit het beeld (inclusief tijdelijke uitbreidingen, exclusief stagiaires):

Leerlingen per FTE OP per school Dalton Den Haag Praktijkschool de Einder Gymnasium Haganum Haags Montessori Lyceum Johan de Witt Scholengroep Lyceum Ypenburg Maerlant Lyceum Maris College Rijswijks Lyceum/ VVC Segbroek College

2025

2026 16,7 12,8 16,6 16,7 12,4 15,6 16,1 13,3 10,5 15,0

2027 17,2 12,5 17,8 16,7 11,2 16,3 16,1 14,2 13,1 15,2

2028 17,5 11,9 18,6 16,7 11,5 16,7 16,4 14,3 14,6 15,6

2029 17,5 12,0 18,7 16,7 11,7 17,0 16,6 14,5 15,4 15,6

2030 17,5 12,2 19,1 16,7 11,5 17,2 16,7 14,8 15,8 15,5

17,6 12,3 19,2 16,7 11,5 17,1 16,8 14,9 15,8 15,4

Toelichting leerlingen per fte: In bovenstaande tabellen is er een redelijk stabiel beeld van zeven van de tien scholen. Bij drie scholen zien we wat grotere fluctuaties; bij het Rijswijks Lyceum/VVC en Lyceum Ypenburg wordt ingezet op een afname van het OP waardoor het aantal leerlingen per FTE OP toeneemt. Bij Johan de Witt is er juist sprake van minder leerlingen per fte in 2026 en de jaren erna dan in 2025; er wordt als reactie op de verwachte leerlingdaling wel degelijk minder formatie ingezet, maar dat betreft vooral OOP.

Gebouwen In 2024 is een Strategisch Huisvestingsplan opgesteld, waarin ambities van VO Haaglanden zijn opgenomen. Een aantal scholen zitten aan hun maximale (huisvestings)capaciteit en zien nauwelijks tot geen ruimte voor uitbreiding (Dalton, Haganum, HML, Maerlant, Segbroek). Een aantal andere scholen heeft juist capaciteit voor meer leerlingen dan het begrote aantal (Lyceum Ypenburg, Rijswijks Lyceum). Een aandachtspunt daarbij is het verzorgen van voldoende capaciteit voor ISK-opvang, welke een grillig en moeilijk te voorspellen verloop kent. Johan de Witt gaat er in deze meerjarenbegroting vanuit dat ze in 2028 één tijdelijke vestiging (Windjammersingel) sluit vanwege terugloop van het aantal ISK-leerlingen. Naast de uitvoering van het reguliere MJOP staan er voor de komende begrotingsperiode twee grote projecten geagendeerd waarvoor nu de voorbereidingen worden getroffen. Dit zijn de nieuwbouw van Maris Waldeck in 27/28 en het HML in 2029. Ook kent ons huisvestingsportfolio diverse monumentale panden, die, gezien regelgeving en kostenniveaus, extra complex zijn. De herijking van het meerjarenonderhoudsplan begin 2026 zal meer duidelijkheid geven over de verwachte extra onderhoudskosten. Meerjarenbegroting 2026-2030

Pagina 28 van 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=e305dc35-2ca5-49b4-a163-ed92f25666ec