RA 25 093 Meerjarenbegroting 2026 - 2030
Tekst van het document
Parkstraat 83
T
(070) 426 26 26
IB AN NL64 RABO0113 2182 73
2514 JG Den Haag
E
info@vohaaglanden.nl
BT W NL 811170019B 01
W www.vohaaglanden.nl
Kv K
27253825
Betreft Meerjarenbegroting 2026-2030
Kenmerk UP/25/320/MK
Datum 18 december 2025
Geachte leden van de gemeenteraad, Bijgaand ontvangt u de meerjarenbegroting 2026-2030 van de stichting VO Haaglanden. Deze begroting is op 17 december 2025 goedgekeurd door de Raad van Toezicht.
Hoogachtend,
Rob de Haan Voorzitter College van Bestuur a.i. Stichting VO Haaglanden
Pagina 1 van 1
De Stichting VO Haaglanden is een samenwerkingsstichting voor het Voortgezet Onderwijs in de regio Haaglanden.
Gemeente Rijswijk Postbus 5305 2280 HH Rijswijk
Meerjarenbegroting 2026-2030 Stichting VO Haaglanden Vastgesteld door het College van Bestuur op 18 december 2025
Een nieuwe koers De komende jaren staan voor VO Haaglanden (VOH) in het teken van een nieuwe koers, met oog voor onze leerlingen, medewerkers en de samenleving waarin wij werken. Het voortgezet onderwijs bevindt zich in een periode van grote veranderingen. Digitalisering, kansengelijkheid, arbeidsmarktkrapte en duurzaamheid blijven de belangrijkste thema’s die richting geven aan onze keuzes voor de toekomst. Het nieuwe koersplan 2025-2029 is het startpunt van deze meerjarenbegroting. Tussen 2026 en 2030 bouwen we verder aan een moderne, lerende organisatie die leerlingen voorbereidt op een snel veranderende wereld. We benutten de kansen van technologie en data om onderwijs beter af te stemmen op de behoeften van leerlingen, terwijl we investeren in de kracht van onze professionals: vakmanschap, verbinding en persoonlijke aandacht. De druk op de arbeidsmarkt vraagt om blijvende aandacht voor goed werkgeverschap, professionalisering en samenwerking over schoolgrenzen heen. We willen een aantrekkelijke en toekomstbestendige werkomgeving bieden waarin medewerkers zich kunnen ontwikkelen en met plezier bijdragen aan sterk onderwijs. Daarnaast blijft kansengelijkheid een belangrijke drijfveer: ieder kind verdient de ruimte om talenten te ontplooien, ongeacht achtergrond of omstandigheden.
De periode 2026-2030 wordt mede bepaald door de uitkomsten van de landelijke verkiezingen en de vorming van een nieuw kabinet. De keuzes die worden gemaakt rond onderwijskwaliteit, bekostiging, lerarenbeleid en digitalisering zullen directe invloed hebben op de middelen en mogelijkheden binnen onze scholen. Ook thema’s als gelijke kansen, passend onderwijs, duurzame huisvesting en samenwerking met het mbo en hbo staan nadrukkelijk op de politieke agenda. Het College van bestuur (CvB) van VOH anticipeert op deze ontwikkelingen door wendbaarheid in te bouwen in beleid en begroting. We volgen de landelijke en regionale beleidslijnen nauwgezet en onderhouden actief contact met gemeenten, koepelorganisaties (zoals het Samenwerkingsverband en de Onderwijsregio) en andere onderwijsinstellingen. Zo blijven we in positie om te reageren op veranderingen en om invloed uit te oefenen op beleid dat onze scholen raakt. Deze meerjarenbegroting 2026-2030 vormt de financiële vertaling van onze gezamenlijke ambitie: kwalitatief sterk onderwijs in een gezonde organisatie. Ze biedt richting, stabiliteit en ruimte om te blijven investeren in mensen, onderwijs en toekomst. Samen met onze scholen, medewerkers en partners blijven we bouwen aan onderwijs dat ertoe doet — voor iedere leerling, nu en in de toekomst.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 1 van 28
Totstandkoming van deze begroting Eind maart is gestart met de meerjarenbegroting 2026 – 2030. Ten tijde van het vaststellen van de kaderbrief was er nog veel onzekerheid over bezuinigingen op het onderwijs (onder andere de Onderwijskansenregeling), de ontwikkeling van het aantal leerlingen en het niveau van de basisschooladviezen. Ook het Koersplan 2025-2029 was nog in ontwikkeling en nog niet vastgesteld. Tijdens het begrotingsproces is een aantal uitgangspunten gehanteerd, dat van belang is bij het beoordelen van de voorliggende begroting: 1. Uitwerking reservebeleid Binnen VO Haaglanden heeft elke school een eigen vermogen-positie waarbij bovenschools nagenoeg geen eigen vermogen beschikbaar is. Het bovenmatig vermogen is bij enkele scholen geconcentreerd. Op basis van een door een extern bureau uitgevoerde risicoanalyse is bepaald wat het minimale eigen vermogen (“buffervermogen”, de ondergrens) zou moeten zijn om de risico’s op te kunnen vangen. Hiernaast is gezamenlijk bepaald welke grens we willen hanteren om vanuit bovenmatig vermogen bij de scholen een afdracht te doen voor het creëren van ruimte voor de gezamenlijke ambities (de bovengrens). Op basis van de onder- en bovengrenzen zal op 1 januari 2026 een herverdeling van het eigen vermogen plaatsvinden.
Voor deze herverdeling zijn een aantal algemene uitgangspunten gedefinieerd: • In lijn met de besturingsfilosofie, is er ruimte voor scholen om onderwijs aan te bieden, passend in de eigen context, onderwijsconcept, leerling populatie en profiel. Er is financiële armslag om schoolambities te realiseren. En scholen hebben ruimte en verantwoordelijkheid om afwijkingen in de schoolexploitatie (risico’s) zelf op te vangen. • Ruimte om solidariteit te tonen als een van onze scholen daar om vraagt en om gezamenlijk ambities te realiseren. Beslissingen over inzet van gezamenlijke reserves zal altijd in samenhang en dialoog plaatsvinden. • Ruimte om grote onvoorziene en onbeheersbare risico’s op te vangen, op VOH-niveau. • Voor de inzet van de reserves van de scholen ligt de primaire zeggenschap bij de rector/directeur. Bij de inzet van deze reserves handelen we vanuit vertrouwen en goed rentmeesterschap, waarbij doelmatigheid en rechtmatigheid worden getoetst en onderwerp van gesprek tussen CvB en rector/directeur zijn. Voor scholen die onder het minimale buffervermogen zitten wordt op 1 januari 2026 eenmalig het eigen vermogen aangevuld, waarbij ook ruimte wordt gecreëerd om de eigen schoolambities waar te maken. Bij scholen die structureel bovenmatig vermogen hebben vindt de afdracht in twee stappen plaats.
De eerste stap vindt plaats op 1 januari 2026 en de tweede stap vindt plaats op 1 januari 2027. Scholen met een vermogen hoger dan de bovengrens geven specifiek in een bestedingsplan aan of en zo ja waarvoor deze middelen in 2026 worden ingezet. 2.
Inschatting leerlingaantallen Als vertrekpunt van de meerjarenbegroting doen we bij een aantal scholen de aanname dat leerlingenaantallen teruglopen. Op VOH-niveau voorzien we een daling van 14.696 in 2025 naar 14.342 leerlingen in 2030. In de tussenliggende jaren (2026, 2027) is er eerst sprake van een verder afname, vanaf 2028 wordt weer een stapsgewijze toename verwacht. Meer inzoomend op leerlingaantallen in deze meerjarenbegroting:
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 2 van 28
• De komst van twee islamitische vo-scholen zorgde en zorgt nog steeds voor een lagere brugklas-instroom. Dat geldt vooral voor het Rijswijks Lyceum/Van Vredenburch College (RL/VVC). De school verwacht tot en met 2028 een verdere leerlingdaling en vanaf 2029 door een strategische herpositionering en sterke wervingscampagne een hogere instroom en daarmee een toenemend leerlingaantal. • Het Lyceum Ypenburg kent al jarenlang een daling van het aantal leerlingen. Deels veroorzaakt door haar situering midden in een Vinex-wijk die eind vorige eeuw is ontstaan. Maar ook door concurrentie van Islamitische scholen en het effect van dubbele inschrijvingen door brugklasleerlingen op zowel Lyceum Ypenburg als op een school in aangrenzende gemeenten zoals Delft waar geen BOVO-procedure geldt. • Ook andere scholen (Gymnasium Haganum, Segbroek College) hebben in toenemende mate last van dubbel inschrijvingen van brugklasleerlingen die zich in of net voor de zomervakantie kiezen voor de andere school (in Delft of een andere aanpalende gemeente waar de BOVOprocedure niet van kracht is) • De landelijke doorstroomtoets zorgt gemiddeld voor een stijging van het basisschool-advies. Dat is nog steeds merkbaar op het Maris-College waar vooral vmbo-onderwijs wordt aangeboden. Maar ook het Segbroek College ziet het aantal aanmelding teruglopen voor Mavo/Vmbo-TL.
• De tussentijdse uitstroom is aanzienlijk bij een aantal scholen - zoals Segbroek College en Lyceum Ypenburg - mogelijk door het kansrijk adviseren op de basisschool. • Johan de Witt Scholengroep (JWS) verzorgt het onderwijs aan nieuwkomers (ISK-onderwijs). Of de instroom van nieuwkomers net zo groot zal zijn als de afgelopen jaren, is de vraag. Dit is onzeker en mede afhankelijk van politieke keuzes en geopolitieke vraagstukken. Feit is dat er sprake is van een grote uitstroom aan examenleerlingen (volle bovenbouw) en de conservatieve inschatting dat de instroom in de brugklas en onderbouw minder groot zal zijn. Daarmee wordt een daling van het aantal leerlingen verwacht van 2662 op 1 oktober 2025 naar 2.400 op 1 oktober 2026, de daarop volgende jaren verwacht JWS te stabiliseren op een leerlingaantal van 2.250. 3.
Investeren in het Koersplan 2025-2029 implementatie van de nieuwe Koers aan de hand van onderwerpen die op de Stimulerings- en OntwikkelAgenda (STOA) zijn opgenomen. In de begroting is een drietal activiteiten verwerkt, namelijk: - het financieren van de stagevergoedingen voor studenten van opleidingsscholen (ambitie voldoende en goed opgeleide medewerkers) - een tegemoetkoming in de kosten van de opleidingsscholen (ambitie voldoende en goed opgeleide medewerkers) - een compensatieregeling ouderbijdrage voor scholen vastgesteld die het voor alle scholen, onafhankelijk van de betalingsbereidheid/-mogelijkheid van ouders, mogelijk moet maken dat iedere bovenbouw-leerling een buitenlandse reiservaring kan opdoen (ambitie eerlijke kansen). Daarnaast is een budget gereserveerd (op VOH-niveau) voor de uitvoering van het Koersplan en de STOA. Op deze manier creëren we financiële begrotingsruimte, door het inzetten van (bovenmatig)
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 3 van 28
vermogen, voor het borgen van de continuïteit (risico’s) en voor het realiseren van onze strategische ambities (kansen). Voor het inzetten van dit budget wordt een proces ingericht, waarbij steeds een actuele en zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen beschikbare middelen, risico’s en ambities.
Meerjarenbegroting 2026 – 2030 De meerjarenbegroting is opgebouwd vanuit de individuele schoolbegrotingen, aangevuld met de begroting van het BSB en een reservering voor de uitvoering van het Koersplan 2026-2029. Proces meerjarenbegroting In april 2025 is de kaderbrief opgesteld, waarin het kader en de beleidsmatige speerpunten voor 2026 zijn benoemd alsook de financiële uitgangspunten. Deze zijn voor de scholen de leidraad bij het opstellen van het plan en de begroting voor 2026 en opvolgende jaren. Net voor de zomer heeft er met elke school een verkennende bespreking met het CvB en de controllers van het BSB plaatsgevonden, waarin de organisatorische, formatiekeuzes en geplande investeringen zijn besproken. Na deze besprekingen hebben de scholen de begroting verder uitgewerkt o.b.v. de laatste inzichten in de leerlingenpopulatie. Nieuw in dit proces is dat per dit jaar de deadline van de gemeente Den Haag om de meerjarenbegroting in te dienen niet meer is gezet op 15 november maar dat in de nieuwe statuten daar tot één maand in het nieuwe boekjaar ruimte voor is. Dit stelt VOH in staat om recente ontwikkelingen naar aanleiding van Prinsjesdag mee te nemen in de begrotingen van alle scholen. De begrotingen van de scholen, aangevuld met de begroting van BSB en de budgetreservering voor implementatie van het Koersplan, vormen de begroting van VOH.
Deze begroting wordt in dit document toegelicht. Ook de balans, de liquiditeitsbegroting en de ontwikkeling van de financiële signaleringswaarden van het ministerie worden toegelicht. De individuele begrotingen zijn door de schoolleiding besproken met hun MR en zijn vastgesteld door het College van Bestuur, waarbij gelet is op de doelmatige besteding van de financiële middelen. Na bespreking van de meerjarenbegroting in het R&D-overleg vindt bespreking in de GMR plaats. Aan de PGMR wordt instemming gevraagd op de formatie. Daarnaast wordt de GMR gevraagd advies uit te brengen over de hoofdlijnen van het meerjarenperspectief. Tenslotte wordt de meerjarenbegroting ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Toezicht. Inhoudsopgave A. Uitwerking beleidsmatige speerpunten uit de kaderbrief B. Exploitatieoverzicht VO Haaglanden inclusief Toelichtingen en financiële samenvatting op schoolniveau C. Lasten D. Investeringen E. Balans F. Liquiditeitsbegroting G. Medewerkers en gebouwen
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 4 van 28
A. Uitwerking beleidsmatige speerpunten uit de kaderbrief Onze collectieve ambitie is om samen goed onderwijs te bieden en daarmee eerlijke kansen te geven aan elke leerling. Dat doen we langs drie sporen: • Met een cultuur van samen leren en verbeteren, met focus op een teamgerichte ontwikkelaanpak, het delen van kennis en het deelnemen aan en benutten van onderzoek. • Met een sterk personeelsbestand en met medewerkers die zijn toegerust op het realiseren van onze ambitie, met focus op ontwikkelmogelijkheden, aantrekkelijk werkgeverschap en solidariteit bij het opvangen van personeelstekorten. • Met toekomstbestendige randvoorwaarden en faciliteiten, met focus op samenwerken, met heldere rol en taakverdeling en gezamenlijk streven naar effectiviteit en efficiëntie. Hieronder is een korte toelichting op de plannen van de scholen, behorend bij de genoemde ambities, opgenomen. 1. Een cultuur van samen leren en verbeteren Binnen SVOH werken al onze scholen aan een sterke cultuur van samen leren en verbeteren. In teams, professionele leergemeenschappen en vaksecties wordt systematisch gewerkt aan kwaliteitsverbetering en onderwijsontwikkeling. Docenten leren van en met elkaar via collegiale consultatie, intervisie, lesbezoeken en gezamenlijke reflectie op onderwijspraktijk en leerlingresultaten.
Scholingstrajecten zoals Didactisch Coachen, De Transformatieve School, Ontwikkelkracht en de Toetsrevolutie versterken de onderwijskundige professionaliteit en zorgen voor verdieping van de didactische kwaliteit. Veel scholen hebben een duidelijke verbetercyclus ingevoerd, met teamplannen, tussentijdse evaluaties en ambitiekaarten die aansluiten bij de PDCA-gedachte. Binnen deze aanpak is onderzoekend werken een belangrijke motor voor vernieuwing: scholen verbinden praktijkervaring met inzichten uit onderzoek en werken aan evidence-informed onderwijs. Daarnaast krijgen samenwerking en kennisdeling tussen scholen steeds meer vorm — bijvoorbeeld via gezamenlijke opleidingsscholen, regionale netwerken en thematische werkgroepen. Zo ontstaat een lerende organisatie waarin groei en ontwikkeling vanzelfsprekend zijn, en waarin elke medewerker bijdraagt aan het versterken van goed onderwijs voor elke leerling.
2. Een sterk en goed toegerust personeelsbestand Onze medewerkers vormen het fundament van onze ambities. Daarom investeren we op al onze scholen in professionalisering, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. We streven naar een personeelsbestand dat zich voortdurend ontwikkelt, waarin iedereen zich gezien, gewaardeerd en toegerust voelt om goed onderwijs te bieden. Startende docenten krijgen begeleiding via inductietrajecten met werkplekbegeleiders, intervisie, coaching en ontwikkelgesprekken. Voor ervaren docenten en schoolleiders is er ruimte voor scholing, leiderschapsontwikkeling en deelname aan leergemeenschappen. Het voeren van goede gesprekken over ontwikkeling, functioneren en toekomstperspectief is ingebed in de jaarlijkse gesprekkencyclus, met aandacht voor professionele groei, werkplezier en balans. Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 5 van 28
Ook wordt actief ingezet op mentale en fysieke gezondheid. Programma’s als Open Up, vitaliteitstrajecten en coachingstrajecten ondersteunen collega’s in hun welzijn en duurzame inzetbaarheid. Scholen werken met strategische personeelsplanning en stimuleren interne mobiliteit, talentontwikkeling en diversiteit binnen teams. Zo bouwen we aan een organisatie waarin medewerkers zich blijven ontwikkelen en waarin samenwerking, vakmanschap en solidariteit centraal staan.
3. Toekomstbestendige randvoorwaarden en faciliteiten Goed onderwijs vraagt om een stevige en duurzame basis. Binnen SVOH investeren we daarom in toekomstbestendige randvoorwaarden, moderne faciliteiten en effectieve organisatievormen. Onze scholen beschikken over duidelijke plannen en structuren die werken vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid en heldere taakverdeling. Jaarplannen, ambitiekaarten en schoolplannen zorgen voor samenhang en focus in de uitvoering. Digitalisering en innovatie zijn belangrijke pijlers. Er wordt geïnvesteerd in ICT-middelen, scholing in digitale vaardigheden, en de inzet van AI ter ondersteuning van onderwijs en organisatie. Tegelijkertijd staat duurzaamheid hoog op de agenda: van energie neutrale nieuwbouw en zonnepanelen tot vergroening van schoolterreinen en verduurzaming van monumentale gebouwen. Daarnaast werken scholen samen aan veilige, inspirerende leeromgevingen waarin ruimte is voor ontmoeting, creativiteit en samenwerking. De aandacht voor goede roosters, gezonde werkplekken en toekomstgerichte gebouwen zorgt ervoor dat het onderwijs in een stabiele, moderne en efficiënte context kan plaatsvinden. Door binnen en buiten de regio samen te werken met partners en gemeenten versterken we de effectiviteit van ons handelen en borgen we de continuïteit van onze ambities.
Schooleigen speerpunten Naast deze VOH-brede speerpunten kennen de scholen ook nog eigen speerpunten. Enkele voorbeelden: Extra impulsen geven aan basisvaardigheden, curriculumherziening en projectonderwijs (HML) Het Segbroek College gaat teamleiders trainen in het kijken naar lessen en zet in op instructional coaching waarbij docenten op maat gecoacht worden. Hiermee wordt een hoger lesrendament en betere onderwijsresultaten beoogt. Het verhogen van de effectiviteit van de daltonuren, de daltontaak en het labelen van Daltonuren. (Dalton Den Haag) Implementatie nieuwe vakken Engels en economie. (Praktijkschool de Einder) Gymnasium Haganum focust op versterken van het pedagogisch-didactisch handelen (zoals formatief handelen en samenwerken) en de professionele cultuur. Voor komende twee jaar is er een traject met Toetsrevolutie gepland. Johan de Witt focust op het verder ontwikkelen en verbeteren van de leskwaliteit en het doorontwikkelen van een kennis- en kansrijk curriculum. Ook kansrijk determineren, het versterken van het taal – en rekenonderwijs en doorlopende professionele ontwikkeling staan hoog op de agenda van de school.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 6 van 28
-
-
Lyceum Ypenburg ontwikkelt een nieuw integraal toetsbeleid en richt zich op “De basis op orde” met expliciete focus op de prestatie-indicatoren SE-CE-verschillen, onderbouwsnelheid en de noodzaak tot activerende didactiek, differentiatie en formatief handelen. Ook het versterken van het VWO is een speerpunt van de school. Het Maerlant-Lyceum zet in op digitale geletterdheid en AI als essentiële vaardigheden voor de toekomst In 2029 heeft het Maris College een duurzaam hoge leskwaliteit geborgd, gekenmerkt door een actieve feedbackcultuur en continue professionele ontwikkeling van docenten. Op alle locaties van het Maris College is in 2029 de Transformatieve School volledig geïntegreerd als aanpak voor pedagogische, didactische en culturele ontwikkeling. Naast de koersdoelen vanuit de stichting formuleert het Rijswijks Lyceum/Van Vredenburch College eigen beleidsaccenten die inspelen op onderwijsvernieuwing en leerlingondersteuning.
Bestuurs- en Servicebureau Het Bestuurs- en Service Bureau bevindt zich in een transitiefase en richt zich op professionalisering en versterking van de organisatie, met een steviger fundament en structuur voor de centrale ondersteuning. Het sluit hierbij aan bij de doelstellingen uit het koersplan, waarbij wij ons richten op meer samenhang tussen centrale en decentrale organisatiedoelen en zorgen voor de versterking van de bestuurlijke en beleidsmatige slagkracht. Voorziening groot onderhoud In 2024 is het bekostigingsstelsel voor het meerjarenonderhoud gewijzigd. Sindsdien wordt er gebruik gemaakt van de Voorziening Groot Onderhoud (VGO). Om een goed beeld te krijgen van de onderhoudskosten zal begin 2026 het meerjarenonderhoudsplan tegen het licht worden gehouden en waar nodig worden bijgesteld. Van hieruit zal opnieuw de hoogte van de Voorziening Groot Onderhoud worden bepaald. Een blik op de toekomst: uitdagingen en risico’s Zoals eerder vermeld, zijn diverse ontwikkelingen nog niet volledig in deze begroting verwerkt omdat de impact en het moment waarop zich deze voordoen nog onvoldoende helder zijn. Veel van deze ontwikkelingen kunnen negatieve gevolgen voor de inkomsten van VOH en het wegvallen of de krimp van subsidies. Zo hebben wij in het verleden de impact van de oprichting van de twee islamitische scholen op de ontwikkeling van onze leerlingenaantallen onderschat.
Een van de belangrijkste onzekerheid is de verkiezingsuitslag en de formatie van een nieuw kabinet. Weliswaar heeft de grootste partij D66 een onderwijsparagraaf in haar verkiezingsprogramma opgenomen met het hoogste bedrag aan investeringen in onderwijs het is nog allerminst zeker wat hiervan in het regeerakkoord terecht komt. Daarnaast is een risico dat de vaste lasten voor schoonmaak, energie en huisvesting aanzienlijk stijgen dan geraamd. De kosten van grote contracten kunnen bij nieuwe aanbestedingen soms wel met tientallen procenten stijgen, dekking hiervoor zal dan uit de bestaande inkomsten gevonden moeten worden. Ook kan de recente uitspraak over de btw-vrijstelling op pensioenen voor een aanzienlijke lastenverzwaring in het onderwijs zorgen als deze niet gecompenseerd wordt door de overheid.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 7 van 28
Nieuwe initiatieven zoals het Nederlands Onderwijsinstituut (Neon) waarbij alternatieve goedkopere lesmaterialen worden ontwikkeld worden zijn dan ook welkome ontwikkelingen. Met het oog op de per 1 januari 2027 verwachte nieuwe wetgeving betreffende de verdeling van LWOO-middelen, worden binnen het samenwerkingsverband scenario’s verkend voor de herverdeling van middelen voor LWOO-leerlingen, inclusief een overgangsmodel. De nieuwe wetgeving en verdeelsystematiek kunnen leiden tot forsere reallocatie van middelen voor extra ondersteuning, met mogelijk grote consequenties voor schoollocaties binnen VOH die bijna uitsluitend onderwijs bieden aan leerlingen met LWOO-indicatie. Zoals eerder aangegeven: we volgen deze ontwikkelingen nauwgezet, zodat VOH tijdig kan anticiperen en maatregelen kan treffen.
B. Exploitatieoverzicht De geconsolideerde resultaten laten het volgende beeld zien over de periode tot en met 2030: VOH Totaal
1e Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot prognose 2026 2027 2028 2029 2030 2025 1.418 1.427 1.364 1.310 1.287 1.281 1.281 14.772 14.763 14.630 14.318 14.165 14.209 14.286
Begroot 2025
FTE incl. TUF Leerlingaantal 1 okt. t-1 € x 1.000 Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en -subsidies Overige baten Totale baten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totale lasten
189.244
196.852
202.587
201.852
202.239
205.195
211.365
33.355
3.369
3.455
3.395
3.397
3.466
3.533
7.788 200.367
9.714 209.934
8.666 214.708
8.338 213.585
8.216 213.852
7.680 216.342
7.700 222.598
163.157 3.956 16.109 24.519 207.742
170.615 4.042 16.863 25.973 217.493
171.066 3.744 14.951 23.232 212.992
171.179 3.704 14.232 22.121 211.236
172.707 3.714 13.280 21.450 211.152
175.459 3.738 14.090 21.254 214.542
181.459 3.720 13.573 21.435 220.186
Financiële baten en lasten Resultaat exploitatie Mutatie bestemmingsreserve Tgv/tlv weerstandsvermogen Incidenteel resultaat Structureel resultaat
-923
-1.169
-758
-758
-758
-756
-756
-6.452
-6.390
2.474
3.107
3.457
2.556
3.168
5.374
4.416
-1.295
-1.520
237
300
363
-1.078
-1.974
1.179
1.586
3.694
2.856
3.531
0 -1.078
0 -1.974
0 1.179
0 1.586
0 3.694
0 2.856
0 3.531
Van belang is dat dit resultaat een optelling is van de schoolbegrotingen en BSB, waarbij de verschillen tussen de scholen groot zijn. Dat is af te lezen uit de onderstaande tabel Structureel resultaat per school. Op sommige scholen wordt geloot omdat er meer aanmeldingen van leerlingen zijn dan geplaatst kunnen worden, andere scholen hebben te maken met dalende of sterk schommelende aanmeldingen en/of tussentijdse uitstroom.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 8 van 28
Sommige scholen hebben ruim voldoende middelen, terwijl andere scholen een zeer strak kostenregime moeten handhaven om aan de gestelde begrotingseisen te voldoen. Een aantal scholen heeft een groot weerstandsvermogen en zet dat deels in om negatieve resultaten te dekken (Maerlant, Lyceum Ypenburg, Rijswijks Lyceum/ VVC, Segbroek). In onderstaande overzichten zijn de structurele exploitatieresultaten van de scholen en het BSB opgenomen, evenals de ontwikkeling van het weerstandsvermogen per school/ BSB: Structureel resultaat per 2025 2025 school € x 1.000 begroting prognose Gymnasium Haganum -64 -196 Segbroek College -1175 -1430 Maerlant-Lyceum -144 -323 Dalton Den Haag -29 47 Johan de Witt Scholengroep 4138 6138 Maris College -729 -397 De Einder 121 173 Rijswijks Lyc/ Van Vredenburch -1162 -1803 Haags Montessori Lyceum -16 78 Lyceum Ypenburg -202 -325 BSB* -1818 -3935 Totaal VOH -1078 -1973
2026 2027 2028 2029 2030 begroting begroting begroting begrotin begrotin -364 -168 -84 65 99 -1025 76 224 30 28 41 125 45 171 146 188 230 14 14 8 4198 1888 2511 910 662 220 -428 -327 180 33 103 32 21 56 73 -1469 -370 -113 -30 149 -73 -79 18 24 180 -278 -283 -446 -93 40 -362 561 1832 1529 2114 1179 1586 3694 2856 3531
* BSB bestaat uit Bestuurskantoor, Huisvesting en Bovenschools (o.a. STOA, Calamiteitenfonds, 2% centrale buffer, personele voorzieningen) Ontwikkeling weerstandsvermogen per school en BSB Weerstandsvermoge n per school MJB 2630 2025 € x 1.000 begroting
Gymnasium Haganum Segbroek College Maerlant-Lyceum Dalton Den Haag Johan de Witt Maris College De Einder Rijsw L/VVC HML Lyceum Ypenburg Totaal scholen BSB * Totaal VOH
€ 1.677 2791 -306 509 28.811 3486 -225 3219 815 1919 42.692 -10165
% 19,2% 11,4% -2,6% 4,8% 62,0% 9,6% -4,6% 17,8% 4,9% 15,2% 22,4%
32.527
2025 1e prognose 2026 2027 2028 2029 2030 na introductie begroting begroting begroting begroting begroting reservebeleid € % € % € % € % € % € % 1875 20,0% 1511 16,8% 1343 14,7% 1259 13,31% 1324 13,7% 1423 14,4% 2582 10,3% 1558 6,0% 1634 6,0% 1858 6,63% 1888 6,5% 1916 6,4% 538 4,5% 580 4,6% 705 5,4% 750 5,73% 920 6,9% 1067 7,8% 833 7,4% 1020 8,8% 1211 10,3% 1225 10,27% 1239 10,1% 1247 9,9% 14.882 29,1% 19.079 36,8% 20.968 44,3% 23.479 51,80% 24.389 55,1% 25.051 55,6% 3973 10,6% 4193 11,1% 3765 9,7% 3438 8,64% 3618 9,0% 3651 8,8% 529 9,6% 632 11,5% 665 12,0% 685 12,31% 741 13,0% 815 14,0% 2494 13,4% 1025 6,1% 655 4,0% 542 3,38% 512 3,2% 661 3,9% 1344 7,8% 1271 7,0% 1192 6,5% 1210 6,49% 1234 6,5% 1413 7,2% 1909 14,8% 1631 13,5% 1348 11,0% 902 7,30% 809 6,3% 849 6,4% 30.959 23,0% 32.499 16,2% 33.485 16,7% 35.348 17,65% 36.675 18,1% 38.092 18,3% 4069 3706 4268 6100 7629 9742 35.027
36.206
37.753
41.448
44.304
* BSB bestaat uit Bestuurskantoor, Huisvesting en Bovenschools (o.a. STOA, Calamiteitenfonds, 2% centrale buffer, personele voorzieningen)
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 9 van 28
47.835
BSB Bovenstaande begrotingen van de scholen en BSB zijn vastgesteld door het CvB. Nieuw is dat vanaf 2026 de BSB begroting meer gespecificeerd is opgesteld en vanaf 2026 bestaat uit drie onderdelen: Bestuurskantoor, Huisvesting en Bovenschools. Binnen het onderdeel Bestuurskantoor worden kosten voor formatie en het bureau opgenomen. Hier zijn ook de kosten voor het ondersteunen van de RvT en de GMR opgenomen zoals scholings- en advieskosten. Het tweede onderdeel Huisvesting bevat de baten en lasten voor het onderhoud van alle (school)gebouwen. Het laatste onderdeel Bovenschools bevat de bestemmingsreserves en voorzieningen, zoals de personele voorzieningen, de algemene reserve en bestemmingsreserves waaronder de Stimuleringsen Ontwikkel Agenda (STOA), het Calamiteitenfonds, bestemmingsreserve Koersplan en de bestemmingsreserve ICT/inventaris. In de hierop volgende alinea’s worden deze bestemmingsreserves gespecificeerd.
Jaarlijks monitoren vermogens Er is één school (JWS) die alle jaren grote positieve resultaten verwacht en daarmee en een toenemend eigen vermogen. Binnen in het nieuwe reservebeleid is afgesproken dat jaarlijks op basis van de plannen gekeken naar de ontwikkeling van het eigen vermogen. Mocht het eigen vermogen van een school structureel hoger zijn dan de maximumgrens van 20% dan vindt hierover het gesprek plaats met het CvB. Indien het eigen vermogen, exclusief bestemmingsreserve, van een school structureel hoger is dan de maximumgrens van 20% dan wordt het surplus toegevoegd aan het eigen vermogen van VOH.
Stimulerings- en ontwikkelagenda (STOA) Het verwachte saldo van STOA op 1 januari 2026 is € 4,9 miljoen. Jaarlijks wordt er vanuit de schoolafdracht circa € 1 miljoen gedoteerd aan de bestemmingsreserve Stimulerings- en Ontwikkel Agenda (STOA). Afgesproken is dat scholen vanuit STOA vergoedingen krijgen voor stagevergoedingen studenten, tegemoetkoming van kosten voor opleidingsscholen en faciliteren bovenbouwreizen leerlingen. Daarnaast zijn er een aantal andere toezeggingen gedaan die zijn af te lezen uit deze tabel: Stimulerings- en ontwikkelagenda STOA bijdragen aan scholen € x 1.000 Stagevergoedingen 9 scholen Opleidingsschool vaste voet 9 scholen Bovenbouwreis compensatie Compensatie subsdie Brugfunctionaris Lyc. Ypenburg Bijdrage Dalton Beweegplein Bijdrage Rijswijk Lyc/VVC divers personeel Totaal STOA bijdragen aan scholen
Meerjarenbegroting 2026-2030
2026
2027
311 180 227 120 17 37 892
311 180 209 70
769
2028
2029
2030
311 180 209
311 180 212
311 180 217
699
703
707
totaal 1410 844 1748 190 17 37 4245
Pagina 10 van 28
Calamiteitenfonds Het verwachte saldo van het calamiteitenfonds op 1 januari 2026 is € 930k. Jaarlijks wordt er vanuit de schoolafdracht circa € 1 miljoen gedoteerd aan de bestemmingsreserve Stimulerings- en Ontwikkel Agenda (STOA). Reeds gedane toezeggingen aan scholen die zijn af te lezen uit deze tabel: Calamiteitenfonds bijdragen aan scholen € x 1.000 Einder afschrijvingslasten project vernieuwing HML afschrijvingslasten 1e inrichting NHK Lyceum Ypenburg compensatie mislopen basisbekostiging nevenvestiging a.g.v. gedeelde brin Totaal CAL bijdragen aan scholen
2026 27 16 142
2027 27 16
2028 25 16
184
42
40
2029 2030 21 21 16 16
37
37
totaal 120 79 142 341
Vanaf 1 augustus 2026 gaat Lyceum Ypenburg verder onder een zelfstandig, eigen brinnummer met een hoofdvestiging. Daarom is vanaf bekostigingsjaar 2027 de bijdrage vanuit het calamiteitenfonds voor het mislopen van bekostiging van een hoofdvestiging, niet meer nodig.
Koersplan Sinds 2026 bestaat de bestemmingsreserve Koersplan. Voor het inzetten van dit budget wordt een proces ingericht, waarbij steeds een actuele en zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen beschikbare middelen, risico’s en ambities. Vooralsnog is in de meerjarenbegroting 2026-230 één bijdrage toegezegd, te weten: voorlopers AI. Elke school krijgt 80 uur voor een medewerker om aan AI te besteden. Als er meer dan één voorlopers zijn dan krijgt de 2e voorloper 40 uur). Een voorstel om een jaarlijks budget van €1m voor drie jaar te bestemmen voor de scholen ligt nog voor bij het CvB. Koersplan bijdragen aan scholen € x 1.000 AI -voortrekkersrol vergoeding voor uren medewerkers TOTAAL Koersplan bijdragen aan scholen
2026 72 72
2027 72 72
2028 72 72
2029 72 72
2030 72 72
totaal 360 360
Bestemmingsreserve inventaris/ICT De bestemmingsreserve inventaris/ICT is een deel van het eigen vermogen wat is afgezonderd voor een specifiek doel. De bestemmingsreserve inventaris/ICT bestaat al langer, maar er wordt in toenemende mate aan gedoteerd door diverse scholen en BSB om in toekomstige afschrijvingslasten van investeringen te dekken. Door nu al middelen te reserveren worden grote schommelingen in de resultaten in de toekomst voorkomen en zijn de toekomstige afschrijvingslasten financieel gedekt.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 11 van 28
Mutatie bestemmingsreserve inventaris/ICT € x 1.000 Dotaties: BSB HML Johan de Witt Lyceum Ypenburg Totaal dotaties Onttrekkingen: Dalton (inventaris Oostvleugel, Beweegplein) HML (inventaris personeelsruimte en 1e inrichting nieuwbouw vanaf 2030) JWS (inventaris diverse locaties, chromebooks) Lyc Ypenburg (renovatie schoolplein, ICT, lockers) Rijswijks Lyceum/ VVC (inventaris VVC ) Segbroek (inventaris 2 locaties) Totaal onttrekkingen Mutatie bestemmingsreserve inventaris/ICT (dotateies minus onttrekkingen)
Meerjarenbegroting 2026-2030
2026
2027
2028
2029 2030
totaal
500 300 1.300 50 2.150
109 300 1.300 50 1.759
74 100
92
92
50 224
50 142
50 142
867 700 2.600 250 4.417
-10 -11
-10 -11
-10 -11
-10 -11
-10 -81
-50 -127
-226 -161
-233 -246 -127 -110
-706 -700
-22 -431 -206
-22 -17 -404 -464 -262 -322
-106 -1.689 7.145
-147 -9 -22 -199 1.951
-155 -3 -22 -202 1557
Pagina 12 van 28
B.1 Financiële toelichting op stichtingsniveau Leerlingaantallen en baten De totale rijksbijdragen volgen een patroon dat overeenkomt met de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de verwachte indexering van de lumpsum/basisbekostiging. Dit is de zijn de verwachte leerlingaantallen in de begrotingsperiode 2026-2030 met daarbij – ter vergelijking – de leerlingaantallen in de periode 2012 t/m 2025: Aantal leerlingen op teldatum inclusief vavoleerlingen 1 oktober 2012 1 oktober 2013 1 oktober 2014 1 oktober 2015 1 oktober 2016 1 oktober 2017 1 oktober 2018 1 oktober 2019 1 oktober 2020 1 oktober 2021 1 oktober 2022 1 oktober 2023 1 oktober 2024 1 oktober 2025 1 oktober 2026 1 oktober 2027 1 oktober 2028 1 oktober 2029 1 oktober 2030 Index leerlingengroei 2025 t.o.v. 2024
TOTAAL
Dalton
11.791 12.148 12.519 12.891 13.234 13.576 13.866 14.091 14.263 14.436 14.898 15.048 14.785 14.696 14.318 14.165 14.209 14.286 14.342
990 996 993 999 992 990 998 998 1.012 1.029 1.031 1.030 1.037 1.045 1.032 1.032 1.032 1.032 1.032
99
Einder Haganum
101
254 267 290 291 303 284 248 235 210 203 200 222 232 235 230 230 230 230 230 101
753 777 776 761 795 829 802 814 831 840 829 813 818 800 805 815 815 815 815 98
Lyceum Maerlant Ypenburg
HML
JWS
937 948 940 910 969 1.103 1.245 1.405 1.539 1.682 1.681 1.670 1.603 1.620 1.610 1.610 1.610 1.610 1.610
1.427 1.464 1.506 1.618 1.696 1.752 1.798 1.896 1.999 2.039 2.497 2.662 2.665 2.679 2.400 2.250 2.250 2.250 2.250
1.196 1.310 1.362 1.414 1.454 1.443 1.446 1.403 1.312 1.319 1.293 1.209 1.160 1.103 1.075 1.057 1.076 1.087 1.090
745 831 892 961 1.003 1.046 1.054 1.070 1.112 1.139 1.125 1.118 1.125 1.135 1.125 1.125 1.125 1.125 1.125
1.910 1.910 2.032 2.120 2.254 2.413 2.608 2.694 2.764 2.832 2.826 2.836 2.709 2.727 2.702 2.727 2.742 2.742 2.742
1.261 1.348 1.445 1.478 1.477 1.456 1.444 1.442 1.423 1.367 1.363 1.278 1.222 1.096 1.049 1.011 1.011 1.051 1.104
2.318 2.297 2.283 2.339 2.291 2.260 2.223 2.134 2.061 1.986 2.053 2.210 2.214 2.256 2.290 2.308 2.318 2.344 2.344
101
101
95
101
101
90
102
Maris
RL/VVC Segbroek
Het totaal aantal leerlingen laat de komende jaren (1 oktober 2030 versus 1 oktober 2025) een daling zien van 2,41% /circa 350 leerlingen. De belangrijkste reden hiervan is dat Johan de Witt Scholengroep deze begrotingsperiode verwacht dat het aantal leerlingen sterk terugloopt (~400 leerlingen) als gevolg van minder instroom dan de grote bovenbouwuitstroom en dat het leerlingaantal zich stabiliseert op 2.250 leerlingen vanaf 2027. Het verwachte leerlingaantal van het Rijswijks Lyceum/Van Vredenburch College daalt de eerste begrotingsjaren fors, maar men verwacht met investeringen in profilering en onderwijskundige koers het tij te kunnen keren vanaf 2030 waar een groei van 53 leerlingen reëel wordt geacht. Een meer uitgebreide toelichting hierop staat bij onderdeel D. Toelichtingen en financiële samenvatting op schoolniveau. De andere scholen behouden een vrij constant leerlingaantal, soms na een aantal jaren van dalingen (Lyceum Ypenburg, Maris). Bij een aantal scholen is er geen ruimte voor groei (Dalton, Haganum, Maerlant) in verband met de maximumcapaciteit van de huisvesting. Het Segbroek College zag in 2023 een grote stijging en verwacht deze stijgende lijn tot en met 2029 door te zetten en stabiliseert daarna op een leerlingaantal van circa 2.350. In hoofdstuk G. Medewerkers en gebouwen wordt dieper ingegaan op medewerkers (o.a. leerlingen per fte).
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 13 van 28
Basisbekostiging en subsidies De basisbekostiging wordt berekend op basis van leerlingaantallen en jaarlijks geïndexeerd ten behoeve van de dekking van (de verwachte) loonsverhoging en inflatie van materiële lasten. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de kaderbrief. Het jaar 2026 is voor veel scholen het eerste jaar zonder de aanzienlijke NPO- subsidie. Voor een aantal scholen loopt ook de subsidie Verbetering Basisvaardigheden af in 2025. Dit vraagt om een aanpassing van het uitgavenpatroon, men moet weer ‘terug naar normaal’. Vanaf 2027 wordt weliswaar voor alle scholen de subsidie Verbetering Basisvaardigheden (VBV) structureel, maar het bedrag per leerling (€ 182) ligt veel lager dan in de eerdere - incidentele - subsidietranches VBV. Overige subsidies OCW – Verbetering Basisvaardigheden Inmiddels hebben alle VOH -scholen de subsidie Verbetering Basisvaardigheden (VBV) toegekend gekregen, echter in verschillende momenten/tranches op basis van hun positie op de CBS-indicator voor onderwijsachterstanden. Er lopen nu nog twee subsidietranches Basisvaardigheden: • Subsidie VBV die moet worden besteed in schooljaar 2023 t/m 2025 • Subsidie VBV die moet worden besteed in schooljaar 2025 t/m 2027 Hieronder is de verstrekte incidentele subsidie VBV per school opgenomen evenals de besteding ervan. N.B.
Vanaf 2027 wordt de subsidie VBV voor alle scholen een structurele subsidie voor een vast bedrag per leerling van € 182 per jaar. Deze structurele subsidie VBV is niet meegenomen in onderstaand overzicht. Incidentele subsidie Verbetering Basisvaardigheden € x 1.000 De Einder Johan de Witt Lyceum Ypenburg Maris College Rijswijks Lyceum/VVC Segbroek College Haganum HML Dalton Maerlant Totaal
Beschikking 2022 (in te zetten tm juli 2024)
Beschikking 2023 (in te zetten tm juli 2025)
95
1886
Beschikking Beschikking Totaal Realisatie Realisatie Realisatie Prognose Begroot Begroot Totaal 2024 (in te 2025 (in te subsidie 2022 2023 2024 2025 2026 2027 uitgaven zetten tm zetten tm VBV VBV juli 2026) juli 2027)
201
1115 814
1317 1900 1365 1290 829
2024
7959
829
1023 633 686 2342
201 1857 1317 3015 1365 2103 829 1023 633 686 13029
3
191
195
35 363 154 803 152 843
2349
83 931 477 1583 576 693 78
4422
59 683 456 621 556 376 405 213 110 150 3630
230
344 512 330 350 1765
Overige subsidies OCW - Werkdrukmiddelen De subsidie Werkdrukverlichting is sinds 2023 voor alle VO-scholen beschikbaar. Voor besteding van deze subsidie zijn er door de medezeggenschap van alle scholen plannen gemaakt die worden uitgevoerd. Voordat plannen met de PMR waren opgesteld, verstreek enige tijd waardoor een aantal scholen de eerst ontvangen subsidiegelden niet direct heeft kunnen uitgeven vanaf de start. Er is daardoor bij een aantal scholen sprake van een bestemmingsreserve Werkdrukverlichting. Hieronder is de verstrekte subsidie Werkdrukverlichting per school opgenomen evenals de besteding ervan. Er is einde deze begrotingsperiode naar verwachting nog € 1,4 miljoen niet besteed; de PMR van de betreffende scholen zal nog plannen moeten vormen voor besteding van deze gelden.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 14 van 28
298 193 186 677
201 1857 1317 3015 1365 2103 829 1023 633 686 13029
Verbetering
Subsidie
Werkdrukverlichting € x 1.000
Beschikking Beschikking Beschikking Prognose Begroot Totaal 2022 2023 2024 2025 2026subsidie 2030 2023-2030
Dalton de Einder Haganum HML Johan de Witt Lyceum Ypenburg Maerlant Maris Rijswijks Lyceum/ VVC Segbroek Totaal
529 104 432 863 1050 678 587 1456 703 1013 7415
Realisatie
460 121 370 747 1215 576 502 1336 644 914 6886
484 140 382 783 1364 569 525 653 645 1034 6579
361 116 285 559 1046 403 391 1032 455 772 5418
1890 632 1481 2941 5044 1971 2060 5461 2109 4206 27796
2022
3724 1113 2950 5893 9718 4197 4065 9938 4555 7939 54093
292 58 92 498 499 282 339 840 410 584 3894
Saldo 2023
389 73 280 931 880 681 750 1111 536 1343 6974
Totaal bestemmingsuitgaven reserve 312023-2030 12-2030
2024
2025
20262030
566 133 404 908 1323 692 525 653 884 1034 7122
506 1949 91 632 299 1645 615 2941 1046 5044 408 1971 391 2060 1383 5951 592 2116 772 4206 6104 28516
3703 988 2720 5893 8792 4034 4065 9937 4538 7940 52610
Overige subsidies OCW – School en Omgeving Drie scholen (Maris, Rijswijks Lyceum/ van Vredenburch en Johan de Witt) ontvangen de subsidie School en Omgeving die bedoeld is voor het aanbieden van een verrijkte schooldag aan leerlingen. De subsidie kan worden besteed in de schooljaren 25-26 t/m 27-28. Alleen Johan de Witt verwacht dat de regeling verlengd wordt na schooljaar 27-28, de twee andere scholen begroten de subsidie voorzichtigheidshalve niet, omdat de regeling formeel (nog) niet verlengd is.
Subsidie School en Omgeving € x 1.000 Johan de Witt Maris Rijswijks Lyc/ VVC Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
3955 1082 552 5589
3955 1082 552 5589
3178 631 322 4131
2091
2091
2091
2091
Overige subsidies OCW – Onderwijskansen Zes scholen ontvangen de subsidie Onderwijskansen welke is bedoeld is om onderwijsachterstanden te verkleinen en gelijke kansen te bevorderen voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. De hoogte hangt af van de “onderwijskansenscore” van de leerlingen op de betreffende school, deze “onderwijskansenscore” is door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontwikkeld en wordt jaarlijks herzien.
Subsidie Onderwijskansen € x 1.000 de Einder Johan de Witt Lyceum Ypenburg Maris Rijswijks Lyceum/ VVC Segbroek Totaal
Meerjarenbegroting 2026-2030
2026
2027
2028
2029
2030
185 3770 320 1312 2001 320 7908
185 3810 304 1312 1842 304 7756
185 3409 298 1312 1748 298 7250
185 3196 293 1312 1685 293 6964
185 3196 298 1312 1685 298 6974
Pagina 15 van 28
21 125 230 0 927 164 0 0 17 0 1483
C. Lasten Formatie en personele lasten Het beeld bij veel scholen is dat de formatie terugloopt vanwege minder leerlingen en/of de terugloop van additionele subsidies zoals NPO (vanaf 2026), de incidentele regeling Verbetering Basisvaardigheden en School en Omgeving (vanaf 2029). Bij BSB neemt de formatie toe door introductie van het nieuwe organisatiemodel per 2026. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de begrote gemiddelde bestuursformatie (inclusief tijdelijke uitbreidingen, exclusief stagiaires).
overzicht bestuursformatie gemiddeld per jaar FTE inzet directie scholen FTE Inzet OP scholen FTE inzet OOP scholen subtotaal 10 scholen
2025
2026
29,6 1042,9 327,4 1.399,8
30,7 30,6 992,7 954,2 305,4 286,5 1.328,8 1.271,3
29,1 * 29,1
FTE BSB subtotaal BSB
TOTAAL VO Haaglanden 1.428,9 * BSB in 2025: inclusief 5,2 fte inhuur
2027
33,2 33,2
2028
2030
30,3 29,6 944,2 946,7 275,8 267,8 1.250,3 1.244,1
36,9 36,9
1.362,0 1.308,2
2029
35,6 35,6
29,6 949,9 264,3 1.243,8
35,6 35,6
35,6 35,6
1.285,9 1.279,7
1.279,4
Meer gespecificeerd is dit het beeld (inclusief tijdelijke uitbreidingen, exclusief stagiaires):
FTE per school Dalton Den Haag
2025 2026 78,7 76,9
2027 75,3
2028 75,2
2029 75,2
2030 74,9
Praktijkschool de Einder Gymnasium Haganum Haags Montessori Lyceum Johan de Witt Scholengroep Lyceum Ypenburg Maerlant Lyceum Maris College Rijswijks Lyceum/ VVC Segbroek College BSB* Totalen
41,6 42,7 66,5 62,4 133,3 131,7 280,9 275,6 97,1 91,9 88,4 87,7 275,7 255,9 143,8 113,4 193,7 190,5 29,1 33,2 1.428,9 1.362,0
42,1 41,2 40,8 40,7 59,3 59,1 57,7 57,6 130,9 130,5 130,0 129,3 254,2 245,5 245,0 244,1 88,8 88,4 88,5 88,9 85,8 84,6 83,9 83,7 255,0 251,5 246,4 244,1 94,1 88,1 87,8 91,7 185,8 186,1 188,9 188,9 36,9 35,6 35,6 35,6 1.308,2 1.285,9 1.279,7 1.279,4
* BSB in 2025: inclusief 5,2 fte inhuur In Paragraaf G. Medewerkers en gebouwen wordt de verhouding tussen personele inzet en leerlingaantallen uiteengezet en toegelicht.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 16 van 28
D. Investeringen Onderstaande overzichten geven de investeringen weer zoals opgenomen in de meerjarenbegroting, waarbij het eerste begrotingsjaar gespecificeerd is per school.
Investeringen 2026 (boven de € 20.000) € x 1.000 Dalton Den Haag Praktijkschool de Einder Gymnasium Haganum Haags Montessori Lyceum Johan de Witt Scholengroep Lyceum Ypenburg Maerlant Lyceum Maris College Rijswijks Lyceum/ VVC Segbroek College subtotaal 10 scholen BSB Totaal scholen en BSB Totaal investeringen per jaar (VOH Totaal, boven de € 20.000) ICT Inventaris Leermiddelen Renovatie/verbouw totaal
ICT
Inventaris Leermiddelen 49
24
Renovatie Totaal 2026 / verbouw 144
70 200 1659 200 40 300 145
200 130 400 250
150
934
1902
200
934
1902
200
2026 934 1.902 200 1.424 4.460
2027 2290 775 200 664 3.928
2028 2029 1.114 1.068 400 725 360 340 274 292 2.148 2.424
924 500 1424
2030 748 191 200 292 1.430
217 70 200 1859 330 440 700 145 3960 500 4460
totaal 26-30 6.153 3.993 1.300 2.946 14.391
Toelichting: - Voor de investeringen in 2026 zijn business cases opgesteld voor investeringen boven de € 50.000, deze businesscases zijn door het CvB getoetst op doelmatigheid en rechtmatigheid. - In 2026 wordt er voor € 1,4 miljoen verbouwt een aantal scholen en is er sprake van een piek t.o.v. de jaren 2027 t/m 2030. Het betreft kantoren en personeelsruimtes (Maris en Haganum), muzieklokaal (Dalton), de dienstwoning (Maerlant) en Wetenschaps- en technieklokaal (Lyceum Ypenburg). De eerder voorgenomen investeringen van Rijswijks Lyceum zijn, voorzichtigheidshalve, uitgesteld met uitzondering van noodzakelijke (ICT) investeringen. - De afschrijvingstermijn ICT verandert per 1 januari 2026 van 4 naar 5 jaar, deze termijn geldt voor ICT-hardware. Per 1 januari 2025 was er al de mogelijkheid om bepaalde ICT-investeringen (digiborden, supportkosten) in 7 jaar af te schrijven. - € 500.000 investeringen voor de afdeling huisvesting (BSB) heeft betrekking op verbouwingen bij de scholen die niet zijn opgenomen in het MJOP. Aangezien de kosten van deze verbouwingen hoger zijn dan € 20.000 zullen ze worden geactiveerd.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 17 van 28
Toelichtingen en financiële samenvatting op schoolniveau Dalton Den Haag Dalton Den Haag heeft een constante leerlinginstroom en een totale populatie van ongeveer 1.030 leerlingen. Het maximaal aantal leerlingen is gekoppeld aan de capaciteit van het rooster en het gebouw. We hebben geen ambitie om uit te breiden. Demografische ontwikkelingen en populariteit van de school geven geen aanleiding om ons zorgen te maken over continuïteit van de instroom. Het is onze verantwoordelijkheid om een duurzaam financieel gezonde school te blijven. Daartoe hebben we afgelopen schooljaar bezuinigingen uitgevoerd op de taken (+/-3.100 uur). Daarnaast vervangen we personeelsleden die met pensioen gaan niet of in een lagere schaal. Dalton Den Haag slaagt er in om de komende begrotingsjaren met een klein positief begrotingsresultaat af te sluiten. Maar, we zijn ons ervan bewust dat we daarbij afhankelijk zijn van de toekomstige bekostiging en verder bezuinigen op personele lasten is geen optie meer. Ook hoge energiekosten in een slecht geïsoleerd gebouw en hoge onderhoudskosten hebben invloed op onze financiële ruimte. In 2026 en 2027 ontvangen we een Basisvaardighedensubsidie van € 630.000. Vanaf 2028 is dit ongeveer €200.000 lager. De minder grote sprong in de personeelslasten van 2025 naar 2026 komt vooral door het hoge bedrag aan ziektevervanging in de prognose en de begroting van 2025.
Praktijkschool De Einder Doelstelling van de Einder is op een gelijk leerlingenaantal te blijven, van ongeveer 230 leerlingen. Om dit te kunnen realiseren is instroom in leerjaar 1 komend schooljaar essentieel. Hiertoe wordt extra inzet gedaan in de werving bij de basisscholen. Voor de zijinstroom richt de Einder zich weer (voor zover mogelijk) op leerlingen uit de ISK. Het afgelopen jaar heeft de school hier steeds meer expertise in opgebouwd en weet de Einder steeds beter hoe deze groep het beste kan worden begeleid. Een andere doelstelling is de leerlingen zoveel als mogelijk binnen te houden. Hiertoe doet de Einder mee in het 2e cohort van de TOM-voorzieningen van het SWV. Vanuit het SWV is een bijdrage toegezegd van 40k. Deze is opgenomen aan de batenkant. De kosten die hier tegenover staan zijn opgenomen in de formatie (OA B 0,8 fte). Ook is er geld begroot voor de inrichting en opstart van de voorziening (15k), dit zijn eenmalige kosten. Inmiddels is er duidelijkheid over het moment van opstart van een concurrerende praktijkschool in Den Haag, vanuit Aïda. Zij gaan in 2028 hiermee van start. De Einder zal zich dus vóór die tijd zo stevig mogelijk moeten hebben gepositioneerd. Goede contacten met de basisscholen zijn belangrijk, net als een helder verhaal over het aanbod en de werkwijze op de Einder.
Gymnasium Haganum koerst op een stabiel leerlingaantal van 815 leerlingen, maar op 1 oktober 2025 is het leerlingaantal onverwacht lager - namelijk 800 - door onverwacht hoge uitstroom. De financiële impact van de lagere bekostiging voor de leerlingen plus de lagere subsidie van het Samenwerkingsverband (vanaf 2027 geen maatwerk-innovatie- en hoogbegaafdenbijdrage) en de gemeentelijke subsidies / HEA bedraagt samen € 470.000 in 2026. De verwachtingen zijn dat dit negatieve effect op de baten in de jaren daarna, door stijgend leerlingaantal (vanaf 2027 stabiel op 815) zal afnemen. Om het beoogde leerlingaantal van 815 te bereiken zullen er in schooljaar 26-27 eenmalig één brugklas meer geformeerd worden. Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 18 van 28
Haganum zet in op klassenverkleining, inzet klassenassistenten en uitbreiding inzet conciërge waardoor de personeelslasten in eerste instantie fors stijgen. T/m 2026 kan dit gedeeltelijk worden gedekt vanuit de subsidietranche Verbeteren Basisvaardigheden die Haganum heeft gekregen voor schooljaar 25-26 en 27-27, echter vanaf augustus 2027 daalt deze subsidie naar een lager bedrag leerling. Dit heeft de school doen inzien dat ze op personeelsgebied het gevoerde beleid enigszins moeten terugdraaien. Dit wordt gedaan in kleine stapjes zodat de personeelslasten in 2030 weer beter passen bij de te verwachten baten. De gemiddelde jaarformatie loopt - ondanks het toenemende leerlingaantal - terug van 66,5 fte in 2025 naar 62,9fte in 2026 en stapsgewijs naar 58,9 fte in 2030. Punt van aandacht blijven de stijgingen van de grootste materiële uitgavenposten zijnde ICT, energie en schoonmaak. Deze zijn geïndexeerd opgenomen in de begroting, maar zij stijgen sneller dan dat de inkomsten stijgen. Een aandachtspunt hierin zijn de extra personele inzet en hardware- en software inzet die het voldoen aan het IBP normenkader van de scholen in de nabije toekomst zal gaan vergen. Haags Montessori Lyceum (HML) maakt bewuste financiële keuzes omdat de ruimte beperkt is: de baten groeien gestaag maar subsidies blijven onzeker, terwijl personele en materiële lasten stijgen.
Voorop staat altijd het behouden en verbeteren van onderwijskwaliteit en goed toegeruste medewerkers. Binnen de subsidie basisvaardigheden kiest HML voor structurele verankering binnen de organisatie: in 2026–2027 2,0 fte met een afbouw vanaf 2028, tijdelijke externe inzet die vervolgens ook afneemt, en een piek in materiële middelen in 2027 voor curriculum-, toets- en leermiddelenontwikkeling. Dit wordt volledig gedekt binnen de subsidie, zodat de reguliere exploitatie niet wordt belast. De uitgave van de aanvullende bekostiging werkdrukverlichting blijft in overleg met de MR decentraal georganiseerd: gremia bepalen inzet (taakuren, surveillance, trainingen/scholing) passend bij teambehoeften. HML stuurt op een efficiënte verhoudingen tussen Fte’s en leerlingaantallen: OP-capaciteit wordt geconsolideerd, OOP wordt doelmatig ingezet en PNIL wordt verder afgebouwd door eigen collega’s voor o.a. masterlessen in te zetten. HML stuurt conform de afspraak met de gemeente op een leerlingaantal van 1.600 leerlingen. Daarmee blijft het leerlingaantal binnen de bandbreedte die past bij de nieuwbouw en is de druk op de huidige huisvesting beheersbaar. Er wordt in de periode 26-29 bewust gekozen voor onderhoud aan de twee locaties op aanvaardbare ondergrens, omdat de nieuwbouw per augustus 2029 moet worden opgeleverd.
De piekuitgaven door versnelde afschrijvingen in december 2029 zijn voorzien en te verklaren. In 2026–2028 wordt er in totaal € 700.000 aan de reserve “eerste inrichting nieuwbouw” gedoteerd om toekomstige afschrijvingslasten van inrichten van de nieuwbouw te kunnen dekken. Het financiële resultaat van HML is positief in 2026–2028, kent een verklaarbare dip in 2029 (versnelde afschrijvingen) en sluit 2030 weer licht positief. In januari 2026 is conform het nieuwe reservebeleid € 334.408 toegevoegd aan het eigen vermogen; het weerstandsvermogen stabiliseert rond 7%. Zo houdt HML ruimte om prioriteiten vanuit Koersplan, OCW-thema’s en het eigen schoolplan waar te maken, terwijl er gericht toegewerkt wordt naar de geplande verhuizing in 2029.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 19 van 28
Johan de Witt Scholengroep (JWS) verwacht deze begrotingsperiode een (stapsgewijze, maar forse) leerlingdaling; de school gaat van 2.679 leerlingen in 2025 naar 2.400 leerlingen in 2026 en vanaf 2027 koerst de school op een stabiel leerlingaantal van 2.250. De verwachting van JWS is dat het aantal nieuwkomers (ISK-leerlingen) afneemt door politieke ontwikkelingen rond migratie en dat een aantal leerlingen overstappen naar de Islamitische school nu deze gaat uitbreiden. In de meerjarenbegroting zijn de effecten van leerlingafname verwerkt; minder bekostiging en minder formatie. Johan de Witt is in staat de formatie te reduceren door het terugbrengen van inhuur en ondersteunend personeel. De verhouding leerlingen per FTE blijft de komende jaren stabiel rond de 9 leerlingen per FTE. JWS blijft sturen op een evenwichtige en toekomstbestendige formatie die in lijn is met de leerling ontwikkeling en de beschikbare middelen. Vanaf 2028 is ook rekening gehouden met het afstoten van één locatie, wat leidt tot lagere personele en materiële lasten. De afschrijvingslasten nemen in 2026 en 2027 toe door de uitvoering van de meerjarige investeringsplanning, met nadruk op vervangingsinvesteringen in ICT, inventaris en duurzame gebouwvoorzieningen.
Om deze stijging te dempen en toekomstige afschrijvingsdruk te spreiden, wordt jaarlijks (tussen 2025 en 2027) een dotatie aan de bestemmingsreserve inventaris/ICT opgenomen; een totaal bedrag van € 1,3 miljoen. Hierdoor blijven de lasten over de gehele periode structureel beheersbaar en worden toekomstige investeringen zorgvuldig voorbereid. De begroting 2026 laat een structureel positief resultaat zien van circa €4,2 miljoen. Dit overschot is grotendeels het gevolg van het reguliere ritme van investeringen, afschrijvingen en dotaties aan bestemmingsreserves. Het positieve resultaat biedt ruimte om te blijven investeren in onderwijsontwikkeling, personeel, huisvesting en duurzame voorzieningen. Vanaf 2027 loopt het resultaat licht terug, in lijn met de dalende baten door de afnemende leerlingenaantallen, maar blijft in alle jaren positief. Het weerstandsvermogen is naar verwachting eind 2026 circa 29% en aan het einde van de begrotingsperiode in 2030 circa 55%. Lyceum Ypenburg zet de eerstkomende vier jaar zal een deel van het (bovenmatig) eigen vermogen in om de kwaliteit van ons onderwijs te verbeteren, de structuur van de organisatie te versterken en het profiel nadrukkelijker voor het voetlicht te brengen.
Investeren in basisvaardigheden, het accentueren van talentgebieden, het ontwikkelen van een modern curriculum, het verstevigen van de aansturing van de school door meer tijd en aandacht te hebben voor het personeel en het bewuster en professioneler aanboren van gewenste doelgroepen vereisen het inzetten van substantiële hoeveelheden geld. In deze meerjarenbegroting gaat de school uit van een efficiënter taakbeleid en/of taakverdelingsbeleid (een besparing van circa 3 fte) bij een gelijkblijvend onderwijsaanbod. Hierdoor is de verhouding van personele lasten ten opzichte van de totale baten gezonder (vanaf 2028 circa 85% conform OCW richtlijn 85/15). Lyceum Ypenburg blijft investeren in haar medewerkers, onderwijs en profilering. Ook is er door de dotatie aan de reserve inventaris voldoende financiële ruimte om noodzakelijke herinvesteringen kunnen blijven doen. Op materiele zaken bezuinigen wordt waar mogelijk bezuinigd en personeel wordt efficiënt ingezet. Er wordt actief beleid gevoerd op het signaleren en aanvragen van subsidies waarin waar nodig samen wordt opgetrokken met het bestuur. Het structurele resultaat van de school is vier van de vijf jaren negatief, elk jaar is het geplande tekort kleiner en in 2030 is een positief structureel resultaat begroot. Meerjarenbegroting 2026-2030
Pagina 20 van 28
Het weerstandsvermogen wordt ingezet voor het dekken van de tekorten en daarmee loopt het weerstandsvermogen terug van 13,5% eind 2026 tot 6,4 % eind 2030. Lyceum Ypenburg houdt de ontwikkelingen scherp in de gaten en kan op basis van voortschrijdend inzicht schakelen; de school is nu al in gesprek zijn met de PMR over mogelijke scenario's en de te nemen maatregelen. Hierbij valt te denken aan de lessentabel, duur van de lessen, organisatie van ons onderwijs, breedte onderwijsaanbod en vakkenpakketten, continueren investeringen, taakbeleid, en formatie per functiecategorie. Deze mogelijkheden bieden voldoende garantie om Lyceum Ypenburg in financiële zin gezond te houden. Maerlant Lyceum In de afgelopen periode is duidelijk geworden dat het lastig is voor een school als het MaerlantLyceum om financieel rond te komen. Dit heeft onder meer te maken met de subsidiestructuur vanuit de overheid die ervoor zorgt dat de school zelden in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging. Gelukkig is er in 2025 wel de subsidie verbetering basisvaardigheden toegekend. Het Maerlant-Lyceum kiest voor stabiliteit in het financieel beleid. Dit wil zeggen dat er de komende 5 jaar wordt ingezet op een gelijk blijvend aantal leerlingen van 1.125.
De verwachting is dat (op basis van zowel demografische ontwikkelingen als de ontwikkelingen binnen de advisering in het primair onderwijs) dit aantal reëel is. Als daarbij rekening wordt gehouden met een krimp van het aantal FTE over 5 jaar van 88 naar 84 (exclusief stagiaires; inclusief een noodzakelijke structurele taakstelling van 1 FTE vanaf schooljaar 2026/2027), kan de school op langere termijn financieel gezond blijven. Maris College De komende jaren zullen voor het Maris College in het teken staan van stabiliseren. We hebben per schooljaar 25/26 een stevige bijstelling van de formatie gerealiseerd waardoor de formatie nu weer passend is bij de omvang van de school. De bezuiniging van de Onderwijskansenregeling is van tafel, waardoor onze VMBO locaties die hier recht op hebben (Waldeck, Statenkwartier, Kijkduin en Bohemen), niet aanvullend hoeven te bezuinigen. De subsidie School en Omgeving (vanaf schooljaar 25/26) geeft ruimte om aanvullende activiteiten uit te voeren voor onze leerlingen, maar zorgt tegelijkertijd wel (wéér) voor een piek in de baten die na 2028 mogelijk wegvalt. Na deze periode zal aanvullende bijsturing op personele en materiele budgetten nodig zijn. Daarnaast blijft er spanning staan op de kostenontwikkelingen van de materiele uitgaven en de dekking vanuit de bekostiging.
De verwachting is dat de basisbekostiging met 2,8% stijgt, terwijl de materiele indexatie op 3,5% wordt geschat. Met name kosten zoals schoonmaak, (digitale)licenties en energie stijgen harder dan de bekostiging. De financiële ruimte van de formatie komt hiermee onder druk te staan. De LWOO bekostiging is een grote onzekerheid in de begroting. Vanuit de gedachte van inclusief onderwijs komt deze in zijn huidige vorm te vervallen. Door de overgangsregeling lijken de financiële gevolgen op de korte tot middellange termijn beperkt, maar op de langere termijn kunnen concepten zoals Maris Kijkduin (98% LWOO leerlingen, met slechts 18 leerlingen in een klas) onder druk komen te staan. Uiteraard zullen we de ontwikkelingen nauwlettend volgen en waar mogelijk onze input leveren aan het samenwerkingsverband over mogelijke oplossingsrichtingen. Meerjarenbegroting 2026-2030