CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RA 25 025 Bijlage 1 Jaarrekening IPP 2024

Forum Stad en Samenleving 10 juni 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Zienswijze Industrieschap 'De Plaspoelpolder': ontwerpbegroting 2026-2029 (RA 25 025)14.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IPP Haaglanden

Jaarstukken 2024

Inhoud Voorwoord ........................................................................................................................................................................ 2 1.

Jaarverslag................................................................................................................................................................. 3 1.1 Programma Algemeen Bestuur ............................................................................................................................... 3 1.2 Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties .................................................................................... 4 1.3 Programma herstructurering werklocaties ............................................................................................................. 8 1.4 Investeringsagenda 2023 ...................................................................................................................................... 10 1.5 Wijziging Gemeenschappelijke Regeling .............................................................................................................. 14 1.6 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................................................ 15 1.7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..........................................................................................................

16 1.8 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................................... 19 1.9 Bedrijfsvoering ...................................................................................................................................................... 19 1.10 Verbonden partijen ............................................................................................................................................. 20 1.11 Grondbeleid ........................................................................................................................................................ 21 1.12 Lokale heffingen .................................................................................................................................................. 21 1.13 Financiering ......................................................................................................................................................... 21

2. Jaarrekening ................................................................................................................................................................ 24 2.1 Balans per 31 december 2024 .............................................................................................................................. 24 2.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening .......................................................................................... 25 2.3 Grondslagen .......................................................................................................................................................... 26 2.4 Toelichting op de balans ....................................................................................................................................... 30 2.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening ................................................................... 35 2.6 Kosten van de overhead ....................................................................................................................................... 38 2.7 Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting ......................................................................................

38 2.8 Overzicht van de incidentele baten en lasten per programma ............................................................................ 38 2.9 Informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) .......................................................................................................................................................................... 40 2.10 Rechtmatigheidsverantwoording ....................................................................................................................... 43 2.11 Gebeurtenissen na balansdatum ........................................................................................................................ 46 2.12 De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld ............................................. 46 Bijlagen ............................................................................................................................................................................ 47

1

Voorwoord Voor u liggen het jaarverslag en de jaarrekening 2024 van IPP Haaglanden. Het opstellen van de jaarrekening is ook een moment om kort terug te blikken op het jaar 2024. 2024 is in alle opzichten een belangrijk schakeljaar geweest, als het gaat om het inhoud geven aan de uitvoering van de meerjarige Investeringsagenda 2023 e.v. Deze agenda vormt en vormde de basis voor het doen van investeringen op de bedrijventerreinen Middengebied Plaspoelpolder in Rijswijk en Westvlietweg in Den Haag. De investeringen in 2024 hebben zich op deze terreinen gericht op een tal van acties, zoals: • • • • •

Het concreet in kaart brengen van leegstaand vastgoed, het mogelijk aankopen/aanpakken daarvan (zoals Polakweg 8 Middengebied Plaspoelpolder); Het ontwikkelen van een duidelijke ontwikkelkoers (met name voor gebied Westvlietweg); Het initiëren en financieel ondersteunen van collectieve beveiliging; Het initiëren en financieel ondersteunen van de totstandkoming van de BIZ op het Middengebied Plaspoelpolder; Inzet en ondersteuning op vergroening, verduurzaming en energietransitie op de bedrijventerreinen.

Een mooi succes op de valreep van 2024 is dat IPP Haaglanden voor het Middengebied Plaspoelpolder is aangewezen als ambassadeur voor de Werklandschappen van de Toekomst, dat ook z’n doorwerking zal krijgen op minimaal vijf andere bedrijfsterreinen in het werkgebied van het IPP Haaglanden. In 2025 zal daarvoor de agenda concreet worden uitgewerkt, in nauwe samenwerking met de Provincie Zuid-Holland. De aanwijzing als ambassadeur betekent een forse extra financiële impuls voor de vergroening en de verduurzaming. Het is een zichtbare erkenning voor onze investeringsaanpak. In 2024 is de Gemeenschappelijke regeling IPP Haaglanden gewijzigd, met onder meer ook als oogmerk de werkgebieden van het IPP Haaglanden te verruimen tot nu 14 bedrijventerreinen, gelegen in Den Haag en Rijswijk. Vanwege deze uitbreiding zal ook in 2025 de huidige investeringsagenda worden herzien en zich ook gaan richten op mogelijke investeringen op deze hoofdzakelijk binnenstedelijk gelegen bedrijvenlocaties. In 2024 is ook het overleg gestart met het Businesspark Haaglanden (BPH) om meer tot samenwerking te komen (van acquisitie/programmering tot uitvoering/ realisatie). De samenwerking zal mogelijk in 2025 leiden tot een werkalliantie, waarmee mogelijk ook de activiteiten van het IPP Haaglanden kunnen worden uitgebreid naar de omliggende gemeenten.

Behalve het uitvoeren van de investeringsagenda vindt nu ook de herstructurering rond het gebied Treubstraat z’n afronding in 2025. Alle percelen zijn daar uitgegeven. Een mooi staaltje van herstructurering, beter benutten en vooral nieuwe werkgelegenheid, dat ook in z’n aanpak brede aandacht geniet van partners buiten onze regio. Ook mag niet onvermeld blijven dat in 2024 samenwerking met de gemeente Den Haag wordt gewerkt aan de invulling van het zogenaamde N-kavel Hoornwijck, dat mogelijk een combinatie zal worden vaneen n P&Rvoorziening i.c.m. bedrijven. In de loop van 2025 wordt hier naar verwachting een definitief besluit over genomen. De geschetste activiteiten geven aan dat het bestaan van nu al meer dan 70 jaar IPP Haaglanden het bewijs is om van additionele betekenis te zijn, als het gaat om de zorg en aandacht voor de bedrijventerreinen in onze gemeenten, als het gaat om beter benutten, herstructurering, veiligheid, vergroening, verduurzaming, allen in het teken van het versterken van een gezond investeringsklimaat en daarmee het behouden en verruimen van werkgelegenheid in onze regio. De jaarrekening 2024 sluit met een licht positief saldo. De algemene reserve van IPP Haaglanden blijft nagenoeg ongewijzigd; de weerstandscapaciteit van het IPP Haaglanden is als uitstekend te kwalificeren.

Wij behouden dan ook alle vertrouwen voor 2025 en volgende jaren om als IPP Haaglanden verdere stappen in onze opgave verantwoord te ondernemen, met een gezonde financiële huishouding als basis.

2

1. Jaarverslag 1.1 Programma Algemeen Bestuur 1.1.1 Bestuurskosten De gerealiseerde bestuurskosten wijken €35.000 af ten opzichte van de raming 2024. De extra advieskosten houden verband met de juridische adviezen die betrekking hebben op de opstelling, de opmaak en controle van de rechtmatigheidsdocumenten en de herziening van de gemeenschappelijke regeling. De kosten verhouden zich ook tot het advies van de accountant bij de opmaak en controle van de jaarrekening 2024 (onderdeel managementletter). Tabel 1: Bestuurs- en beheerkosten Gerealiseerd 2024

Begroot 2024

Gerealiseerd 2023

Lasten Bestuurskosten Beheerkosten Totaal lasten Baten Per saldo lasten Doorberekende kosten aan projecten Blijft ten laste van het programma

142.419 495.837 638.256

107.000 458.100 565.100

109.984 487.700 597.684

638.256 523.370 114.886

565.100 491.637 73.463

597.684 280.962 316.721

Gerealiseerd 2024 32.573 62.882 22.041 10.555

Begroot 2024 7.400 43.100 3.000 11.300

Gerealiseerd 2023 27.402 50.259 -40.000 13.159 9.230

5.475 3.792 5.101 142.419

17.200 10.800 8.200 6.000 107.000

5.855 32.897 3.620 4.180 3.382 109.984

Gerealiseerd 2024 24.647

Begroot 2024 27.300

Gerealiseerd 2023 15.006

0 4.410 25.092 255.738

0 24.800 0 193.900

8.053 4.795 20.000 202.639

102.390 0

160.900 0

88.985 75.170

83.560

51.200

73.053

495.837

458.100

487.700

Totaal lasten programma algemeen bestuur

638.256

565.100

597.684

Per saldo lasten programma algemeen bestuur

638.256

565.100

597.684

Bestuurskosten Advieskosten Accountantskosten: controlewerkzaamheden in 2024 Accountantskosten: controlewerkzaamheden in 2022 (eenmalig) Vergaderkosten, representatie- en onkostenvergoedingen Bijdragen CBBR/SKBN Vormgeving publicitair jaarverslag/investeringsagenda 70 jarig jubileum IPP (eenmalig) Acquisitiekosten Verzekeringen tegen zakenschade, fraude en beroving Verzekeringspremie 2021/2022 (eenmalig) Overige kosten Totaal bestuurskosten Beheerkosten Huisvestingskosten Huisvestingskosten (eenmalig: verhuizing/inrichting) Archiefbeheer Archiefbeheer (digitalisering: eenmalig) Algemeen bestuur: burokosten directie en administratie en ondersteuning Algemeen bestuur: secretariële ondersteuning Algemeen bestuur: Toekomstvisie IPP/Investeringsagenda (eenmalig) Algemeen bestuur: projectleiders/planeconomie (niet rechtstreeks door te belasten) Totaal beheerkosten

3

1.1.2 Beheerkosten De beheerskosten laten een overschrijding zien van circa € 38.000 ten opzichte van de begroting. De belangrijkste oorzaak van die overschrijding is terug te voeren op een grotere inzet van de directie, projectleiding en projectondersteuning in verband met de in 2024 vastgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling (GR) van het IPP. Met de wijziging van GR is het werkgebied van het IPP uitgebreid van 5 naar 14 bedrijventerreinen in de gemeenten Den Haag en Rijswijk. De uitbreiding van het werkgebied bracht ook voorbereidende werkzaamheden voor de aanvulling van de in 2023 vastgestelde Investeringsagenda 2023 met zich mee. Tabel 2: Beheerkosten Beheerkosten: Huisvestingkosten Huisvestingskosten (eenmalig: verhuizing/inrichting) Archiefbeheer Archiefbeheer (digitalisering: eenmalig) Algemeen bestuur: burokosten directie en administratie en ondersteuning Algemeen bestuur: secretariële ondersteuning Algemeen bestuur: Toekomstvisie IPP/Investeringsagenda (eenmalig) Algemeen bestuur: projectleiders/planeconomie (niet rechtstreeks door te belasten) Totaal beheerkosten

Gerealiseerd 2024 24.647 0 4.410 25.092 255.738

Begroot Gerealiseerd 2024 2023 27.300 15.006 0 8.053 24.800 4.795 0 20.000 193.900 202.639

102.390 0

160.900 0

88.985 75.170

83.560

51.200

73.053

495.837

458.100

487.700

1.2 Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties Binnen het programma ontwikkeling en de uitgifte van nieuwe werklocaties hebben in 2024 diverse activiteiten plaatsgevonden, die we hieronder beschrijven. De hieraan gerelateerde kosten zijn terug te vinden in tabel 3.

1.2.1 Bedrijventerrein Wateringse Veld (Kavel 100) Op het Wateringse Veld bezit het IPP een parkeerterrein en wegen. Het perceel ligt in het verlengde van de bestaande bebouwing aan de Sylvain Poonsstraat/Laan van Wateringse Veld.

Het IPP is voornemens het terrein te transformeren naar een hoogwaardig bedrijfsverzamelgebouw. Het bedrijfsgebouw zal ingezet worden voor kleinschalige bedrijvigheid. Dit is in lijn met de nota bedrijfshuisvestingstrategie Den Haag (RIS303177), waaruit een groot tekort aan bedrijfsruimte blijkt. Vanaf 28 december 2023 heeft het ontwerp bestemmingsplan 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is op 18 december 2024 vastgesteld door de raad van Den Haag.

4

Van 31 januari tot en met 13 maart 2025 kan door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als het bestemmingsplan onherroepelijk is, zal de ontwikkeling worden

aanbesteed.

Programma: - Kaveloppervlakte 1.842 m2 - 1.400 m2 BVO-bedrijfsruimte - 400 m2 BVO-kantoor (Ondersteunend - 30 parkeerplaatsen op eigen terrein

5

1.2.2 Businesspark Hoornwijck (N-kavel) Tussen de Laan van Hoornwijck en de A13 ligt de N-kavel, het laatst door het IPP uit te geven perceel in Hoornwijck. Door de ligging van de kavel ten opzichte van de Rotterdamse baan is er een directe verbinding met de Binckhorst.

Op de locatie van de N-kavel is de mogelijkheid om 17.478 m2 vierkante meter grond uit te geven. In 2019 is duidelijk geworden dat de provincie geen grote kantorenprogramma’s langs snelweglocaties wil. Het IPP heeft vervolgens samen met de gemeente Den Haag gekeken wat de mogelijkheden zijn op de locatie en zijn uitgekomen op een mogelijk programma van: Kaveloppervlakte: 17.478 m2 - Circa 10.000 m2 bedrijfsruimte - Circa 5.000 m2 kantoor (ondersteunend) - Mobiliteitshub - 220 parkeerplaatsen op eigen terrein Op verzoek van de afdeling de gemeente Den Haag is gekeken of het mogelijk is om een P+R van 600 parkeerplaatsen te realiseren, naast het programma van IPP Haaglanden. Dit is mogelijk, waarbij het aantal parkeerplaatsen en de financiële haalbaarheid nader bepaald moeten worden. Ondertussen heeft zich een consortium van bedrijven gemeld die bereid is, en de mogelijkheden heeft, om het gehele programma te realiseren. Dit consortium heeft momenteel een huurovereenkomst tot en met 2025 voor een korte termijn invulling in de vorm van opslag en logistiek op het perceel. Met name het uitblijven van de keuze van de gemeente Den Haag om op de locatie een P+R te willen realiseren heeft geleid tot uitstel van de planning. Daarnaast zijn de opbrengsten voor dit jaar niet geïndexeerd. 6

In het eerste halfjaar van 2025 zal samen met de gemeente Den Haag het kader van het te ontwikkelen programma op de N-kavel bepaald en vastgesteld worden. Hiervoor zullen de kaders van het plan bij de Ruimtelijke Regietafel binnen de gemeente Den Haag afgestemd worden.

Tabel 3: Baten en lasten programma ontwikkeling uitgifte nieuwe locaties

Lasten Bouwgrond in exploitatie Bouwrijpmaken Hoornwijck Overbrenging kosten bouwrijpm. Hoornwijck Verkopen en kostprijsverkopen Hoornwijck Bouwrijp maken Sylvain Poonstraat Overbrenging kosten bouwrijpmaken Sylvain Poonstraat Verkopen en kostprijsverkopen Sylvain Poonstraat Bijstelling verliesvoorziening Hoornwijck Wateringse veld, verkoop gronden aan de Provincie Totaal programma

Baten

-94.840

94.840 -94.840

101.534

-101.534 101.534

-94.840

101.534

-70.036

70.036 76.730

Saldo

6.693

-70.036

Toename verliesvoorziening Hoornwijck met € 70.036 in 2024.

7

1.3 Programma herstructurering werklocaties Binnen dit programma hebben we in 2024 gewerkt aan de afronding van de herontwikkeling van de Treubstraat en omgeving.

De complexen 4 (Van Gijnstraat 8-10) en 6 (Treubstraat 29-31/Van Gijnstraat 1) waren reeds verkocht met een opknapverplichting en afgerond. Complexen 2 en 3 (Van Gijnstraat 7-9 en Frijdastraat 6 t/m 12) zijn gezamenlijk in 2022 in bouwrijpe staat geleverd en eind 2023 is de nieuwbouw van 26 hoogwaardige bedrijfsunits opgeleverd. Complex 1 (Treubstraat 25-27/ Frijdastraat 2) was tot april 2022 verhuurd aan de koper en is per april 2022 geleverd aan de koper. De renovatie van Frijdastraat 2 heeft vertraging opgelopen door een vergunningprocedure m.b.t. de geplande horeca. Complex 5 is in twee objecten opgesplitst. Frijdastraat 7-9 is in oktober 2020 verkocht met een opknapverplichting en was eind 2021 gereed. Met betrekking tot de Treubstraat 19-23 is in september 2021 een koopovereenkomst gesloten, waarbij er van uit werd gegaan dat het pand zou worden gerenoveerd. Later onderzoek heeft uitgewezen dat er dusdanig veel asbestsanering diende plaats te vinden en de constructieve staat onvoldoende was, dat de koper heeft besloten om het pand te slopen en een nieuw gebouw neer te zetten. Eind 2023 is gestart met de asbestsanering van het pand. De sloop van het pand is in Q3-2024 afgerond, waarna direct is gestart met de nieuwbouw van het bouwplan met flexibele werk- en productieruimten. De levering heeft op 28 augustus 2024 plaatsgevonden.

Hiermee zijn de werkzaamheden rond dit programma in zijn geheel afgerond. De baten en lasten zijn terug te vinden in tabel 4. Aankoop Polakweg 8 te Rijswijk Op 22 april 2024 is het IPP Haaglanden eigenaar geworden van een verouderd kantoorpand aan de Polakweg 8. Een architect heeft een schetsontwerp gemaakt hoe we het pand deels kunnen ombouwen tot een bedrijfspand en hoe we meer m2 kunnen worden toegevoegd. In Q4-2024 is gestart met het opzetten van een tenderdocument om zodoende eind Q2-2025 het pand, mogelijk via een huur-koopovereenkomst in de markt te kunnen zetten.

8

Tabel 4: Programma herstructurering werklocaties (exclusief business cases/overige projecten)

Werkelijk 2024 Baten

Saldo

-

-

-

Bouwrijpmaken Treubstraat 1-5

54.940

-

-54.940

Geactiveerde kosten bouwrijpmaken Treubstraat

1.320.454

-

-1.320.454

Huuropbrengsten 1-5

-

-

0

Verkopen 1-5

-

-

-

Kostprijs grondverkopen 1-5

-

2.282.726

2.282.726

Business cases

-

-

-

1.375.394

2.282.726

907.332

Lasten Bouwgrond in exploitatie Treubstraat e.o. Afwikkelingskosten Treubstraat 2-3

Totaal programma

9

1.4 Investeringsagenda 2023 Het Algemeen Bestuur (AB) van het IPP Haaglanden heeft in 2023 ingestemd met de investeringsagenda IPP Haaglanden 2023 t.b.v. het Middengebied Plaspoelpolder te Rijswijk en bedrijventerrein Westvlietweg te Den Haag. Daarbij is de begrotingswijziging en investeringsagenda voor zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden van Den Haag/Rijswijk. De onderwerpen van de investeringsagenda zullen voor zowel de korte als de middellange termijn gaan bijdragen aan de verbetering van het vestigingsklimaat en behoud en versterking van de werkgelegenheid in het algemeen. Een forse vernieuwende ambitie met een groeiend geloof en draagvlak tussen de deelnemende partijen. Het is een vernieuwende aanpak (benadering als Kansenzones), waarbij het gaat om een palet van activiteiten van veiligheid tot ontwikkelingen, van openbaar gebied tot klimaat- en energietransitie. In de werkgroepen van het Middengebied Plaspoelpolder en Westvlietweg zijn onderwerpen en investeringen voor de middellange en lange termijn besproken en is onderzocht in welke mate de gemeente Den Haag, MRDH en de Provincie Zuid-Holland kunnen bijdragen aan de uitvoering van de werkzaamheden. Eind 2023 is door de MRDH voor beide gebieden gezamenlijk, met de investeringsagenda IPP Haaglanden 2023 als fundament, een subsidie toegekend van in totaal €560.000,- t.b.v. de volgende projectonderdelen:

Activiteit

Kosten

Kosten Rijswijk

Kosten MRDH

BIZ Kosten IPP Westvliet weg

1 Mutatie van verouderd kantorenvastgoed naar een toekomstbestendig bedrijfspand 2 Onderzoekskosten naar dubbelgebruik/beter benutten van ruimte 3 Dekking plankosten voor afgebrand pand terugbrengen naar meerlaagse bedrijvigheid 4 Inzet gebiedsmakelaar Middengebied Plaspoelpolder (externe inhuur) 5 Planvorming Westvlietweg met doorkijk

€ 300.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 100.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 250.000

€ 125.000

€ 125.000

€ 100.000

€ 50.000

€ 50.000

6 Inzet gebiedsmakelaar Westvlietweg (externe inhuur)

€ 90.000

€ 30.000

€ 30.000

7 Onderzoek fondsvorming voor bedrijventerreinen Middengebied Plaspoelpolder en Westvlietweg 8 Inzet projectleider regionale bedrijventerreinen

€ 70.000

€ 35.000

€ 35.000

€70.000

€ 70.000

€ 100.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 30.000

In 2024 zijn de volgende acties per voornoemde activiteit uitgevoerd: 1. Op 22 april 2024 is het IPP Haaglanden eigenaar geworden van een verouderd kantoorpand aan de Polakweg 8. Een architect heeft een schetsontwerp gemaakt hoe we het pand deels kunnen ombouwen tot een bedrijfspand en hoe we meer m2 kunnen worden toegevoegd. In Q4-2024 is gestart met het opzetten van een tenderdocument om zodoende eind Q2-2025 het pand, mogelijk via een huur-koopovereenkomst in de markt te kunnen zetten. 2. In samenwerking met de buren van de v Gijnstraat 25 zijn meerdere studies gemaakt om te onderzoeken of het mogelijk is om meerlaagse bedrijvigheid te realiseren. De eerste studies zijn besproken met de gemeente die nog niet enthousiast is over de massa. In 2025 zal verder worden onderzocht naar de mogelijkheden. In 2025 zal tevens de afweging voorliggen of meerlaagse bedrijvigheid haalbaar is op deze locatie. 3. Doordat de eigenaren van het afgebrande pand nog geen gedeelde visie hebben voor deze locatie en in een juridisch geschil zijn beland is in overleg met de MRDH de studie verschoven naar een soortgelijke locatie. De resultaten van deze studie zal in Q1 2025 afgerond worden. 4. Inzet gebiedsmakelaar Middengebied Plaspoelpolder loopt via de gemeente Rijswijk 5.

Deze subsidiegelden worden ingezet voor de uitvoering van de onderzoeken “bouwsteen Toekomstvisie Bedrijventerrein Westvlietweg III” en het “Verduurzamingsonderzoek bedrijventerrein Westvlietweg III (zie hieronder).

10

6. Een medewerker van het IPP Haaglanden is ingezet als gebiedsmakelaar voor bedrijventerrein Westvlietweg III. In eerste instantie is ingezet om de mogelijkheden te onderzoeken om een circulair cluster te vormen van bedrijven die op het huidige bedrijventerrein zijn gevestigd. Door deze bedrijven te clusteren en uit te plaatsen naar bijvoorbeeld de mogelijke nieuwe uitbreiding of GAVI-kavel, komen er op het huidige terrein locaties vrij om beter te kunnen benutten c.q. te verdichten en te vernieuwen. Hierdoor wordt het bedrijventerrein toekomstbestendiger en worden er meer m2 bvo bedrijfshuisvesting gerealiseerd. 7. Onderzoek naar fondsvorming zal in 2025 gaan plaatsvinden. 8. Industrieschap IPP Haaglanden trekt de komende jaren zes miljoen euro uit voor de herontwikkeling van regionale bedrijventerreinen. De miljoenen zijn onderdeel van een investeringsagenda voor betere benutting van de verouderde bedrijventerreinen Westvlietweg en Middengebied Plaspoelpolder, welke in juni 2023 bestuurlijk is vastgesteld. De investeringsagenda IPP Haaglanden (februari 2023) is hier te vinden: https://ipphaaglanden.nl/wp-content/uploads/2023/09/Investeringsagenda-IPP-feb2023-web-spreads.pdf. Voor de uitvoering van de investeringsagenda is er uitbreiding van de personele bezetting van het IPP noodzakelijk. Voor een periode van 2 jaar wordt een projectleider gezocht.

Met het uitbreiden van de werkgebieden voor het IPP Haaglanden is de door de raden vastgestelde investeringsagenda niet meer volledig. In Q4-2024 is derhalve gestart met het opstellen van een nieuwe investeringsagenda voor het gehele werkgebied, die de eerdere “investeringsagenda 2023” moet gaan vervangen. De nieuwe investeringsagenda zal met de begroting 2025 – 2029 worden voorgelegd aan de raden.

Westvlietweg

Eind 2021 is de projectgroep Bedrijventerrein Westvlietweg opgericht t.b.v. de samenwerking tussen gemeente Den Haag, BIZ Westvlietweg en het IPP Haaglanden. In 2022 en 2023 zijn er door de gemeente Den Haag investeringen gedaan m.b.t. het openbaar gebied om het bestaande bedrijventerrein Westvlietweg met directe gerichte ingrepen op te knappen m.b.t. veiligheid, onderhoud en uitstraling, het zogenaamde “laaghangend fruit”. In opdracht van de gemeente Den Haag en samen met de projectgroep Bedrijventerrein Westvlietweg is in Q1-2024 is na een aanbestedingsronde opdracht gegeven aan SWECO voor het opstellen van een toekomstvisie bedrijventerrein Westvlietweg III, welke door de gemeente Den Haag gebruikt gaat worden als bouwsteen voor de Gebiedsvisie “Vlietzoom “. Het IPP ondersteunt de gemeente Den Haag met haar kennis en kunde bij deze gesprekken en onderzoeken. Dit rapport zou eerst eind december 2024 gereed zijn, echter is nu de verwachting dat deze zal worden opgeleverd eind januari 2025. Tegelijkertijd is aan SWECO ook opdracht gegeven voor een onderzoek naar de mogelijkheden tot het verduurzamen van het bedrijventerrein. Ook deze eindrapportage wordt eind januari 2025 verwacht. Middengebied Plaspoelpolder Dit is het gebied tussen de Volmerlaan, Treubstraat, Polakweg en de De Buynkopsstraat.

De Plaspoelpolder kenmerkt zich door een mix aan bedrijfsfuncties: bedrijven, kantoren, leisure en dienstverlening. Het gebied kent echter ook een mismatch: er is een structurele hoge leegstand van kantoren, terwijl er vooral vraag is naar bedrijfsruimte. In 2022 en 2023 is in samenwerking met het projectteam, bestaande uit de gemeente Rijswijk, Belangenvereniging Bedrijven Rijswijk en het IPP Haaglanden, de pilot “Middengebied Plaspoelpolder verder uitgewerkt. De uitwerking is vervolgens vertaald naar de investeringsagenda 2023. De investeringsagenda 2023 is 18 april 2023 door de raad van de gemeente Rijswijk vastgesteld inclusief een motie waarbij de raad het college (dus indirect het bestuur van het IPP Haaglanden) opdraagt om; 1. In het bestuur van het IPP Haaglanden bespreekbaar te maken dat het bedrijventerrein ‘t Haantje in ontwikkeling en financiële dekking op termijn onderdeel te laten vormen van de Investeringsagenda Industrieschap Plaspoelpolder; 2. Het industrieschap De Plaspoelpolder daartoe te verzoeken een financieel dekkingsvoorstel te laten opstellen.

11

In 2024 zijn de onderwerpen uit de investeringsagenda in de praktijk gebracht; Collectieve beveiliging Op 1 december 2023 is gestart met de collectieve surveillance op de bedrijventerreinen Westvlietweg en Middengebied Plaspoelpolder. We noemen het surveillance omdat de beveiliging is ingezet op gastheerschap. De inzet was een succes. Ook de politie en handhaving zijn enthousiast over het genomen initiatief. Op 1 september 2024 is de route binnen de vastgestelde uren uitgebreid naar ook bedrijventerrein ZKD (Zichtenburg, Kerketuinen, Dekkershoek) te Den Haag. Door deze uitbreiding komen ook de hotspots binnen het ZKD-terrein in beeld. Eind 2024 is een aanbestedingstraject ingezet voor de verlenging van de collectieve beveiliging, zodat in 2025 er verder gewerkt kan worden aan schoon, heel en veilig op de bedrijventerreinen. BIZ (Bedrijven investingszone) De BIZ i.o. voor het Middengebied Plaspoelpolder is in 2023 op gang gebracht door de BBR (Belangenvereniging Bedrijven Rijswijk), zoals ook afgesproken. Het IPP ondersteunt en adviseert daarbij de BIZ i.o. De werkzaamheden en de aanwas van steunbetuigingen daarvoor waren zodanig, dat daarvoor ook een subsidieaanvraag bij de provincie kon worden ingediend. Ook is een aparte website gelanceerd. In 2025 zal de draagvlakmeting plaatsvinden waarna bij een positieve uitkomst de BIZ 1 januari 2026 in werking zal treden.

Wel zal in 2025 al worden proefgedraaid om de ondernemers de voordelen van een BIZ te laten zien. Vergroenen openbaar gebied In de openbare ruimte is in de zijstraten van het middengebied van de Plaspoelpolder redelijk wat achterstallig onderhoud zijn de straten te versteend en heeft geen enkele uitstraling. In 2023 is door een stedenbouwkundig bureau in opdracht van IPP Haaglanden een inspiratiedocument laten maken voor het vergroenen van bedrijventerreinen en specifiek op de Plaspoelpolder. Met de ideeën uit het inspiratieboek is een voorstel gedaan aan de gemeente Rijswijk voor een inrichtingsplan. Eind 2024 is het middengebied van de Plaspoelpolder ambassadeursterrein voor Werklandschappen van de Toekomst geworden wat inhoudt dat we de komende vier jaar nog breder gaan inzetten op de vergroening van de Plaspoelpolder.

Mogelijke inrichting Frijdastraat/Van Gijnstraat

Van Gijnstraat 27 te Rijswijk De locatie aan de Van Gijnstraat wordt middels een huurkoop verworven. De overeenkomst hiertoe is in 2022 aangegaan, waarbij de levering in 2027 zal plaatsvinden. Tot het moment van transport van de locatie van de Van Gijnstraat 27 wordt samen met de buurman (van Gijnstraat 25) onderzocht of de locatie herontwikkeld kan worden naar een meerlaags bedrijvenunits voor de maakindustrie.

12

Tabel 5 Uitvoeringskosten investeringsagenda Middengebied Plaspoelpolder Westvlietweg Totaal

Lasten 234.043 296.409 530.452* 530.452*

Werkelijk 2024 Baten

-

Saldo -234.043 -296.409 -530.452

-

-530.452

*De lasten voor de investeringsagenda worden gedekt middels een onttrekking aan de bestemmingsreserve van € 530.452, waardoor deze niet direct invloed hebben op het resultaat van het boekjaar.

13

1.5 Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Op 15 oktober 2024 is de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling IPP Haaglanden (hierna: GR) in werking getreden (http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR724866). Daarbij is o.a. de naam van het Industrieschap de Plaspoelpolder gewijzigd in IPP Haaglanden en is het werkgebied binnen de gemeenten Den Haag en Rijswijk uitgebreid van 5 naar 14 bedrijventerreinen. Het IPP Haaglanden mag hierdoor activiteiten uitvoeren t.b.v. de volgende bedrijventerreinen: Den Haag − Forepark − Fruitweg − Hoornwijck (Haagse deel) − Uitenhagestraat − Wateringse Veld − Westvlietweg III − Ypenburg − Zichtenburg-Kerkentuin-Dekkershoek (ZKD) Rijswijk − Broekpolder − Delftweg − Heulweg − Hoornwijck − Plaspoelpolder − RijswijkBuiten – ‘t Haantje − Vrijenban/Zuidflank

Figuur 1: werklocaties IPP Haaglanden De doelomschrijving de gemeenschappelijke regeling luidt thans: ‘IPP Haaglanden heeft tot doel binnen haar werkgebied bij te dragen aan een veilig, aantrekkelijk, gezond en duurzaam vestigingsklimaat en betaalbare bedrijfshuisvesting ter bevordering van brede werkgelegenheid. Dit doet zij doormiddel van het aanleggen, herstructureren en exploiteren van bedrijventerreinen, waaronder het verrichten van alle taken die met deze doelstelling samenhangen, daaronder begrepen het verwerven van gronden ten

14

behoeve van bedrijventerreinen, desnoods door middel van onteigening, het uitgeven (in erfpacht) van deze gronden en voorts het stichten, verwerven, herontwikkelen, vervreemden en exploiteren van bedrijfsgebouwen, alles in de ruimste zin van het woord’. IPP Haaglanden is op basis van de gemeenschappelijke regeling ook bevoegd diensten voor andere dan de deelnemende gemeenten en/of derden te verrichten, voor zover deze diensten binnen haar doelomschrijving vallen. De eerste gesprekken met BPH (Business Park Haaglanden) hebben plaatsgevonden en zullen in 2025 worden voortgezet om te komen tot een mogelijke alliantie. In 2023 is de investeringsagenda 2023 door de raden vastgesteld. In Q4-2024 is gestart met het opstellen van een nieuwe investeringsagenda voor deze bedrijventerreinen, die de eerdere “investeringsagenda 2023” moet gaan vervangen. Ook deze zal aan de raden worden voorgelegd.

1.6 Algemene dekkingsmiddelen De baten en lasten binnen de algemene dekkingsmiddelen zijn terug te vinden in tabel 6. Tabel 6 Algemene dekkingsmiddelen Werkelijk 2024 Lasten Rente opbrengst Verkoop diverse gronden

Baten

Saldo

Begroot 2024 Saldo

2023 Saldo

8 -

202.570 -

202.562 -

269.000 4.000.000

204.942 -

Overige exploitaties

231.975

273.142

41.167

105.000

98.792

Totaal algemene dekkingsmiddelen

231.983

475.712

243.728

4.374.000

303.734

Doordat er vanaf 2024 rente ontvangen wordt van de schatkist heeft IPP Haaglanden door haar rekening-courant positie met gemeente Rijswijk een renteopbrengst gerealiseerd van € 202.562 over 2024.

15

1.7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onder het begrip weerstandsvermogen verstaan wij het vermogen van IPP Haaglanden om niet voorziene financiële tegenvallers op te vangen waardoor de continuïteit gewaarborgd blijft. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit – de middelen waarover IPP Haaglanden beschikt of kan beschikken – en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. De weerstandscapaciteit wordt bepaald uit de algemene en de stille reserves. Het weerstandsvermogen is van belang voor de beoordeling van de gezondheid van de financiële positie van IPP Haaglanden voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming.

1.7.1 Beleid Jaarlijks dient het Algemeen Bestuur de risico’s die zijn opgenomen in de begroting en de rekening in de risicoparagraaf te bevestigen. Het aanhouden van weerstandsvermogen is daarom ook wel een onderdeel van het risicomanagement. Dat is dan ook de reden dat in we deze paragraaf een onderverdeling maken naar de twee componenten waaruit weerstandsvermogen bestaat: weerstandscapaciteit en risico’s.

1.7.2 Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals hiervoor is aangegeven, kan de weerstandscapaciteit worden bepaald uit de post algemene reserves en de post stille reserves. Algemene reserves De algemene reserve bedraagt per ultimo 2024 circa € 7,5 miljoen (2023: € 7,1 miljoen). Beschikking over deze reserves heeft direct gevolgen voor de exploitatie, omdat de reserves een financieringsmiddel zijn voor de investeringen in de voorraden gronden en materiële vaste activa. Als IPP Haaglanden niet de beschikking heeft over dit financieringsmiddel, is zij gedwongen om vreemd vermogen aan te trekken. De rentekosten van vreemd vermogen drukken dan direct op de exploitatie. Beschikking over deze reserves heeft gevolgen voor zowel de gemeenten als de exploitatie van IPP Haaglanden. Stille reserves Onze belangrijkste stille reserves komen voor bij onroerende eigendommen. Deze reserves zijn echter geen vrij aanwendbare reserves. In de berekening van de weerstandscapaciteit zijn deze als pro memorie opgenomen. Samengevat is de beschikbare weerstandscapaciteit per balansdatum voor 2024 circa € 7,5 miljoen. Uiteraard moeten we hierbij ook het aantal en de omvang van de spelende risico’s betrekken. Wanneer de risico’s tot extra lasten leiden, zal dit een extra beslag leggen op de middelen van de algemene reserve. Dit heeft structureel een negatieve invloed op de exploitatie tot gevolg.

1.7.3 Risico’s Onder risico’s verstaan we alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet kwantificeerbaar zijn, of waarvoor de kans dat het risico zich voordoet relatief beperkt (minder dan 50%) is. Een kenmerk is dus dat er geen exact bedrag aan een risico kan worden gekoppeld. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Met ingang van de jaarrekening 2015 nemen we de uitkomsten van de gehanteerde methodieken van Rijswijk in deze paragraaf op en vergelijken we deze met elkaar. Dit doen we om het weerstandsvermogen van IPP Haaglanden te bepalen en inzichtelijk te maken. Methode Naris Het voorlopige risicoprofiel (zie tabel 7) is tot stand gekomen met behulp van een softwareprogramma (Naris), dat de gemeente Rijswijk hanteert bij de beoordeling van projecten. Daarmee kunnen risico’s systematisch in kaart worden gebracht en beoordeeld.

16

Tabel 7 Risicoprofiel projecten berekening volgt Belangrijkste financiële risico’s % Risico 25% Max. € 4.961.000 25% Max. € 325.789

Risico Afzet Hoornwijck Afzet Sylvain Poonsstraat

Invloed 93,84% 6,2%

Totaal maximaal risico: € 5.286.789 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie hebben we toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 5.286.789) ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risicosimulatie blijkt dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.321.697 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit (tabel 8) van IPP Haaglanden bestaat uit het geheel aan middelen welke de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. Tabel 8 Beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand Startcapaciteit Reserves IPP € 7.522.401 Totaal weerstandscapaciteit € 7.522.401

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten staat in onderstaande figuur.

Risico’s Bedrijfsproces Financieel Imago/politiek Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel

Weerstandscapaciteit Algemene reserve Onvoorzien Reserves IPP Haaglanden

Milieu Personeel/arbo Product

Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen: 17

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 7.522.401 = 5,69 € 1.321.697

Tabel 9 Weerstandsnormen Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio > 2.0 1.4 – 2.0 1.0 – 1.4 0.8 – 1.0 0.6 – 0.8 < 0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Conform de weerstandsnorm (tabel 9) valt de ratio binnen waarderingscijfer A. Dat betekent dat op dit moment, volgens de huidige analyse van de mogelijke risico’s, vertaald in het benodigde weerstandsvermogen, de waardering uitstekend van toepassing is. Ten opzichte van voorgaand jaar is de ratio gedaald, doordat er een bestemmingsreserve gevormd is, waardoor de algemene reserve afgenomen is, echter is dit geen verhoogd risico. Naast deze benadering van het bepalen van het weerstandvermogen (Methode Naris) hebben we ook de risicobepaling voor grondexploitaties opgenomen (Methode grondexploitaties/projecten IPP Haaglanden). Methode grondexploitaties/projecten IPP Haaglanden Grondexploitaties en projecten IPP Haaglanden Met ingang van de jaarrekening 2022 is door de directie van het IPP besloten, na overleg met beide gemeenten, de methode Naris (ook wel de ‘Rijswijkse methode’) te hanteren voor het bepalen van het risicoprofiel. Uitkomst risicoberekening Naris Uit de berekening volgens de methode Naris blijkt dat voor de grondexploitaties een benodigde weerstandscapaciteit nodig is van € 1.321.697. Aangezien de beschikbare weerstandscapaciteit van IPP Haaglanden € 7.522.401 bedraagt, zijn de risico’s op te vangen met de bestaande reserves.

1.7.4 Financiële kengetallen Het BBV schrijft een aantal financiële kengetallen voor, waarvan de methodiek van berekenen op een door de wetgever bepaalde wijze is vastgesteld. Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening van baten en lasten en/of de balans. Met het opnemen van financiële kengetallen in de jaarrekening zorgt de wetgever voor inzicht in de onderlinge samenhang van de cijfers van een jaarrekening. De financiële kengetallen van IPP Haaglanden zijn terug te vinden in tabel 10. Tabel 10 Financiële kengetallen Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte

jaarrekening 2024

begroting 2024

jaarrekening 2023

-1,47 -1,47 1,00 1,17 0,30

-1,64 -1,64 1,00 1,24 0,08

-10,35 -10,35 0,99 7,85 -0,10

Netto schuldquote

18

Dit kengetal is negatief, omdat IPP Haaglanden wel vorderingen heeft – vooral rekening-courantgelden – maar geringe kortlopende schulden. Het getal wordt door de jaren heen positiever, omdat meer liquiditeit ontstaat door verkoop van gronden. Hierdoor nemen de investeringen in gronden (voorraden gronden) af. Daarnaast wordt het totaal van de vorderingen uitgedrukt in een percentage van de baten. De baten zijn ten opzichte van de vorderingen (inclusief rekening-courantsaldo) relatief gezien lager. Hierdoor is het kengetal lager. Dit kengetal zou nog gecorrigeerd kunnen worden voor verstrekte leningen. IPP Haaglanden verstrekt echter geen leningen, zodat de netto schuldquote niet gecorrigeerd wordt en beide kengetallen dezelfde waarde hebben. Solvabiliteitsratio Deze ratio kan maximaal 100% van het totaal vermogen bedragen. IPP Haaglanden heeft een hoog percentage, en verder geen langlopende schulden aanwezig zijn én IPP Haaglanden een relatief gering bedrag aan kortlopende schulden heeft. Een solvabiliteit van 0,2 is gezond, IPP Haaglanden zit daar aanzienlijk boven. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe de waarde van de bouwgronden zich verhoudt tot de begrote baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat de waarde moet worden terugverdiend uit de grondverkopen.

Hoe lager het kengetal, hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet geheel lukt. Dit kencijfer wordt berekend door het totaal te nemen van de investeringen in grondexploitaties uit te drukken in een percentage van het totaal van de exploitatiebaten. De conclusie is dat aan dit kengetal weinig waarde kan worden toegekend. Dit percentage heeft alleen waarde als de opbrengsten jaarlijks een constant beeld geven, maar dat is niet het geval. Structurele exploitatieruimte Dit verhoudingsgetal geeft aan in hoeverre het saldo van structurele lasten en baten gedekt kan worden door het totaal van de exploitatiebaten. De lasten en baten zijn voor een deel incidenteel van aard. De verhouding geeft aan dat de structurele ruimte minimaal is doordat er weinig structurele baten aanwezig zijn. Het structurele deel van het rekeningsaldo geeft geen ruimte om schokken in de exploitatie op te kunnen vangen. De kans is daardoor groot dat bij het ontstaan van incidentele lasten de algemene reserve moet worden aangesproken. Onderlinge samenhang van de kencijfers Uit de gegeven kencijfers is te concluderen dat IPP Haaglanden over een sterk eigen vermogen beschikt. Het laatste kengetal geeft aan dat de structurele ruimte geen grote schokken in de exploitatie kan opvangen zonder te beschikken over de algemene reserve.

1.8 Onderhoud kapitaalgoederen IPP Haaglanden bezit een parkeergarage aan de Handelskade in Rijswijk. Dit object is verhuurd aan derden. Een onderhoudsvoorziening is niet gevormd. De parkeergarage krijgt een andere bestemming als mobiliteitshub. Daarmee verdwijnt dit kapitaalgoed uiterlijk in 2026 op deze paragraaf.

1.9 Bedrijfsvoering Organisatie en werkwijze Het Algemeen Bestuur (kaderstellend) Het Algemeen Bestuur (AB) heeft alle bevoegdheid die niet of ingevolge de regeling aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter of de directie is opgedragen (artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling). In de praktijk leggen we de begroting, jaarrekening, de (herziening van de) grondexploitaties en grond aan- en verkoopvoorstellen die buiten de vastgestelde gemandateerde kaders vallen aan het AB ter besluitvorming voor.

Het Dagelijks Bestuur (beleid) Het Dagelijks Bestuur (DB) is de bestuurlijk opdrachtgever en bepaalt als zodanig het te voeren beleid, dat op hoofdlijnen aan het AB ter goedkeuring wordt voorgelegd. Het DB stuurt vooral op uitvoering, inhoud en (procesmatige) randvoorwaarden. Verder vervult het DB op aangeven van de directie in voorkomende gevallen een

19

rol bij de bestuurlijke communicatie, onder andere richting hogere overheden en gemeenten, en acquisitieactiviteiten van IPP Haaglanden. De voorzitter van het DB en het AB is het meest aangewezen lid dat namens het AB en DB op dit punt als gezicht naar buiten fungeert.

De Directie (uitvoering) De directie is ambtelijk opdrachtgever, die ervoor zorgt dat de (inhoudelijke) bestuursopdracht wordt uitgevoerd en hierover verantwoording aflegt aan het DB. Concreet zorgen de directieleden voor de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het AB en DB (al dan niet binnen het verkregen directiemandaat), het doelmatig beschikbaar stellen van mensen en middelen (inrichting projectorganisatie, inhuur expertise en dergelijke), het nemen van beslissingen over inhoud, financiën en voortgang van onze projecten binnen de vastgestelde kaders en het informeren en betrekken van de gemeentelijke organisaties. Hiermee kunnen projectleiders worden belast. De directie fungeert naar buiten toe als het boegbeeld van IPP Haaglanden voor alle zaken die tot het primaire proces behoren

Rechtmatigheidsverantwoording In het licht van de met ingang van 1 januari 2023 in werking getreden wet versterking decentrale rekenkamers en de daaruit voortvloeiende wijziging van de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) is er sprake van nieuw en gewijzigd beleid met betrekking tot rechtmatigheidsverantwoording. Vanaf het verslagjaar 2023 moet het Dagelijkse bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hiermee legt het Dagelijks bestuur verantwoording af over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeenschappelijke regeling. De commissie BBV heeft een Kadernota rechtmatigheid opgesteld waarin zij haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van de decentrale overheden conform artikel 75, lid 2 BBV geeft.

Deze kadernota is in 2023 gebruikt bij het opstellen dan wel herzien van de volgende stukken die begin 2024 door het Dagelijks en Algemeen Bestuur zijn vastgesteld: 1) Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023; 2) Masterplan Verbijzonderde Interne Controle Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ 2023; 3) De herziene Financiële verordening IPP 2023, Controleverordening IPP 2023 en het Treasury statuut IPP 2023 In 2024 is het Masterplan Verbijzonderde Interne Controle Interne Controle Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ op een paar kleine punten aangescherpt. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd.

Misbruik en oneigenlijk gebruik Eén van de onderdelen van rechtmatigheid is het criterium Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O). Bij de rechtmatigheidscontrole c.q. verantwoording van de jaarrekening wordt nagegaan of IPP Haaglanden over interne procedures beschikt die misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies, uitkeringen of bijdragen, etc. zoveel mogelijk ondervangen of voorkomen. De nota ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik vormt daarbij een onmisbaar onderdeel van het toetsingskader. Met deze beleidsnota wordt niet alleen voldaan aan de eisen die de financiële verordening stelt maar betreft ook een kapstok voor het normenkader. De nota Misbruik en Oneigenlijk gebruik IPP 2023 is mede bedoeld om op kader stellend niveau richting te geven aan de toekomstige activiteiten ten aanzien van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van (gemeentelijke) regelingen en eigendommen.

1.10 Verbonden partijen Wij hebben geen deelnemingen of belangen in andere bedrijven. IPP Haaglanden is zelf een verbonden partij: een Gemeenschappelijke Regeling van de gemeenten Den Haag en Rijswijk, met een stemverhouding van 50%-50%.

20

1.11 Grondbeleid IPP Haaglanden voert van oudsher een actief grondbeleid, wat betekent dat wij ons richten op de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken hiervan en de uitgifte van deze gronden aan ontwikkelaars of bedrijven. De risico’s die actief grondbeleid met zich meebrengt, zijn voor onze rekening. Actief grondbeleid is voor IPP Haaglanden een middel om tegemoet te komen aan haar doel van nieuwe bedrijventerreinen in de regio Haaglanden en zodoende regie te hebben op het voorzien in de kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar bedrijventerrein in de regio Haaglanden. Gelet op de nog uit te geven gronden worden alle grondwaardes middels taxaties onderbouwd.

1.11.1 Verwerving IPP Haaglanden verwerft bij voorkeur alle gronden van het beoogde nieuwe bedrijventerrein in eigendom. Ook op bestaande bedrijvenlocaties kunnen we besluiten om actief gronden te verwerven om onze doelstellingen te bereiken. IPP Haaglanden verwerft alleen locaties die al in de regionale bedrijventerreinenprogrammering zijn opgenomen. Bovendien verwerven we alleen locaties wanneer de (her)ontwikkeling voor IPP Haaglanden – op basis van voorcalculatie – in minimaal een budgettair neutrale of een positieve grondexploitatie resulteert. Voor elke mogelijk te verwerven locatie stellen we een businesscase op, om de haalbaarheid en strategie van de ontwikkeling te bepalen.

1.11.2 Uitgifte De voorwaarden die wij hanteren bij de verkoop van grond, zijn vastgesteld in onze Algemene Verkoopvoorwaarden. Om te voorkomen dat er sprake kan zijn van ongeoorloofde staatssteun, dient de prijs van de grond bij uitgifte ten minste marktconform te zijn. IPP Haaglanden maakt bij gronduitgifte daarom gebruik van een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of van een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundige.

1.11.3 Grondprijzen De prijs van de grond bij uitgifte door IPP Haaglanden dient ten minste marktconform te zijn. In een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of bij een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundigen worden specifieke eigenschappen van een locatie en project meegenomen. Wanneer de grondprijs in afwijking van de ondergrens van de taxatie wordt bepaald, is instemming van het bestuur van IPP Haaglanden vereist.

1.11.4 Grondexploitaties Voor elk nieuw (sub)complex van gronden wordt een grondexploitatie opgesteld en vastgesteld door IPP Haaglanden. De risico’s voor de grondexploitatie zijn voor rekening van IPP Haaglanden. Om deze risico’s beheersbaar te houden, wordt de grondexploitatie jaarlijks herzien. Van de grondexploitaties Hoornwijck en Sylvain Poonsstraat wordt in bijlage 1 per complex het begrote eindresultaat weergegeven. De geprognosticeerde eindresultaten van de lopende exploitaties op basis van de laatste kostprijsberekeningen zijn: - Hoornwijck: € 6.438.195 nadelig bij verwachte afsluiting (ultimo) 2026 - Sylvain Poonsstraat: € 40.075 voordelig bij verwachte afsluiting (ultimo) 2025 In de resultaten is rekening gehouden met de periode vanaf 1 januari 2025. Voor een uiteenzetting van bovenstaande saldi verwijzen we naar bijlage 1, Specificatie grondexploitatie en de Herzieningen 2025 van de grondexploitaties.

1.12 Lokale heffingen IPP Haaglanden heft geen belastingen of retributies.

1.13 Financiering De financieringsparagraaf richt zich op de treasuryfunctie: de manier waarop wij omgaan met onze financiële geldstromen en vermogensposities. Van belang hierbij is hoe wij omgaan met financiële risico’s, de mate waarin we over voldoende geldmiddelen beschikken om op korte termijn (liquiditeit) aan onze schulden te kunnen voldoen en de manier waarop op lange termijn de financiering is geregeld.

21

1.13.1 Risicobeheer Renterisicobeheer De verhouding tussen de boekwaarde van de activa en de eigen financieringsmiddelen (reserves) vertelt wat de mate is waarin de begroting gevoelig is voor renteontwikkeling. De investeringen in de grondexploitaties en de vastgoedexploitatie, circa € 5,7 miljoen per ultimo 2024 (in 2023 € 6,6 miljoen) worden met eigen financieringsmiddelen (de algemene reserve) gefinancierd. Eind 2024 bedraagt het saldo van de eigen financieringsmiddelen circa € 7,5 miljoen (in 2023 € 7,1 miljoen), zodat er een financieringsoverschot bestaat van circa € 1,8 miljoen. Dit is wel een momentopname. Kortlopend renterisico (kasgeldlimiet) Het renterisico op kortlopende geldleningen (minder dan 1 jaar) is door de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) gemaximaliseerd tot de kasgeldlimiet. Deze limiet is gesteld op 8,2% van de begrotingsomvang van 2023. De kasgeldlimiet is in deze jaren van relatief lage investeringen in gronden van minder belang. Daarnaast beschikt IPP Haaglanden over een financieringsoverschot van circa € 1,8 miljoen, zodat geen extra middelen nodig zijn. Het financieringsoverschot vertaalt zich in een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk.

Gedurende het jaar 2024 had het schap een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk opgebouwd tot een bedrag van € 6,3 miljoen (ultimo 2023 bestond er een vordering van € 6,6 miljoen). In 2024 heeft IPP Haaglanden niet geleend en was er dus geen overschrijding van de kasgeldlimiet, waardoor we voldeden aan de eisen van de Wet Fido. Kredietrisicobeheer Het kredietrisico wordt veroorzaakt door de mogelijkheid dat de instelling waaraan geld is verstrekt niet in staat blijkt te zijn de rente en aflossing op verstrekte leningen te voldoen. IPP Haaglanden verstrekt geen leningen aan derden. Eventuele overtollige financieringsmiddelen worden vooralsnog belegd via de gemeente Rijswijk bij de Schatkist (Nederlandse Staat).

1.13.2 Liquiditeitsbeheer Het liquiditeitsbeheer gaat om het financieren en uitzetten van middelen voor de perioden van één jaar of korter. Zoals aangegeven zal tot het bedrag van de kasgeldlimiet eventueel een financieringstekort met kortlopende geldleningen worden gefinancierd. Op korte termijn is het niet de verwachting dat dit aan de orde komt, omdat de komende investeringsplannen geheel betaald kunnen worden uit de beschikbare liquiditeiten. IPP Haaglanden beschikt over overtollige financieringsmiddelen en belegt deze via de rekening-courantpositie met de gemeente Rijswijk bij de Schatkist. Al vele jaren was de rente 0% rente, maar sinds september 2022 betaald de Schatkist positieve rente. Hiermee is een renteopbrengst ontvangen van circa € 202.569.

22

Jaarrekening 2024

23

2. Jaarrekening 2.1 Balans per 31 december 2024 (Voor bestemming van het gerealiseerde resultaat) Activa 2024

2023

Investeringen met een economisch nut Totaal materiële vaste activa

1.876.157 1.876.157

1.471.516 1.471.516

Totaal vaste activa

1.876.157

1.471.516

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Totaal voorraden

5.286.789 5.286.789

5.158.655 5.158.655

Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

6.300.385 35.854 6.336.239

6.561.089 70.910 6.631.998

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa Totaal vlottende activa

352.818 352.818 11.974.846

328.416 328.416 12.119.070

TOTAAL ACTIVA

13.852.003

13.590.586

2024

2023

Vaste activa

Vlottende activa

Passiva

Vaste passiva − −

Reserves: algemene reserve bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal eigen vermogen

7.522.401 5.378.779

7.113.605 5.909.231

897.667 13.798.846

408.796 13.431.632

Totaal vaste schulden Totaal vaste passiva

0 13.798.846

0 13.431.632

Overige schulden Banksaldi Totaal netto-vlottende schulden

22.404 4 22.408

128.003 0 128.003

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva Totaal vlottende passiva

30.749 30.749 53.156

30.951 30.951 158.954

13.852.003

13.590.586

Vlottende passiva

TOTAAL PASSIVA

24

2.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Tabel 3 Omschrijving Programma: Programma algemeen bestuur Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties Programma herstructurering werklocaties Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen:

Begroting 2024

Realisatie 2024

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

491.637

565.100

-73.463

523.370

638.256

-114.886

1.015.009

910.954

104.055

6.693

76.730

-70.036

0

518.010

-518.010

2.282.726

1.974.317

308.409

1.506.646

1.994.064

-487.418

2.812.789

2.689.302

123.487

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

0

Dividend Saldo van de financieringsfunctie Verkoop diverse gronden

0 269.000

269.000

202.570

8

202.562

4.000.000

4.000.000

0

0

0

Overige algemene dekkingsmiddelen

305.167

200.167

105.000

273.142

231.975

41.167

Totaal algemene dekkingsmiddelen

4.574.167

200.167

4.374.000

475.712

231.983

243.728

Kosten van de overhead

0

Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerde resultaat

6.080.813

2.194.231

435.000 6.515.813

2.194.231

3.886.582

3.288.501

435.000

530.452

4.321.582

3.818.953

2.921.286

367.215 530.452

2.921.286

897.668

25

2.3 Grondslagen Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.

Dividenden zijn verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van het dividend door de Algemene vergadering van de vennootschap is genomen. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals opgenomen in de Financiële Verordening IPP 2023 en op basis van de Controleverordening IPP 2023, het Controleprotocol accountant IPP 2023 en het Masterplan IPP 2024. Dat betekent dat: -

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties. De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals opgenomen in het Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de Financiële Verordening IPP 2023, het Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023 en het Masterplan VIC IPP 2024 is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten overschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium (M&O criterium) is de nota M&O beleid van het industrieschap leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=bdb9c9e4-f803-45dc-8310-12e5eaeae7be