RA 21 055 Librijn - Jaarverslag 2020 met bestuursverslag, jaarrekening en accountantsverklaring.pdf
Tekst van het document
kW
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft. KPMG Accountants N V
JűQľviľslog 2020
líbrìki openbaar onderwijs
4.4.5 Weerstandsvermogen Het vermogen heeft drie functies. Ten eerste de buffen/weerstandsfunctie, daarnaast de financieringsfunctie en de transactie behoefte. Tot slot kan er vermogen aanwezig zijn voor toekomstig beleid (vrije vermogen). Om een duidelijk inzicht te krijgen dienen de componenten bij de bepaling apart bekeken te worden. Buffer- of weerstandsvermogen Het buffer- of weerstandsvermogen is dat deel van het vermogen dat bedoeld is voor het opvangen van risico's die niet op een andere wijze afgedekt kunnen worden. Doordat dit deel van het vermogen onverwacht, op korte termijn aanspreekbaar moet zijn, wordt dit gedeelte van het vermogen meestal in liquide middelen of in snel in liquide middelen om te zetten middelen aangehouden. Dit gedeelte van het vermogen zal dus in de kapitalisatie een plaats moeten krijgen. Financieringsfunctie De financieringsfunctie van het vermogen heeft betrekking op de financiering van de (materiële) vaste activa. In het funderend onderwijs is externe financiering zonder onderpand niet of nauwelijks mogelijk. Om die reden moet het eigen vermogen voorzien in de kapitaalbehoefte. Uiteraard is externe financiering bij het bezit van huisvesting (doordecentralisatie) wel mogelijk.
Bij Librijn is van het in eigen bezit hebben van huisvesting geen sprake en heeft dit deel van het vermogen met name betrekking op de inventaris en het onderwijsleerpakket (OLP). Transactie behoefte Daarnaast is er de transactie behoefte. Dat is het deel van het kapitaal wat ingezet wordt voor het doen van de reguliere transacties. Dit ís bij Librijn het bedrag aan kortlopende schulden. Door de stijging van de rijksbijdrage en gelijkblijvend risico stijgt de weerstandbuffer de komende járen. Ook stijgt de financieringsbehoefte door de stijging van de investeringen. Het vrije vermogen is de afgelopen járen gedaald door de negatieve resultaten. Doordat we echter begroten dat de exploitatie de komende járen positief is, wordt het saldo van het vermogen aangevuld.
4.4.6 Covid 19 Bovenstaande toelichtingen en verwachtingen zijn gebaseerd op de situatie per heden. Sinds ruim een jaar hebben we te maken met de Corona crisis. Het uitbreken van het Coronavirus en de preventieve maatregelen genomen door de overheid zorgen in Nederland nog steeds voor grote economische onzekerheid. Librijn volgt daarbij de door de overheid opgelegde maatregelen en de adviezen van het RIVM. Voor Librijn betekent dit onder andere dat een groot deel van de lesgevende activiteiten digitaal plaatsvindt als hiertoe door de overheid wordt opgeroepen, Zou dit weer gaan spelen dan werken kinderen en de leerkrachten zoveel mogelijk vanuit huis. De kinderen worden in geval van thuisonderwijs begeleidt door ouders en verzorgers. In verband met de onzekere tijden zijn investeringen en out-of-pocket uitgaven in 2020 zoveel mogelijk beperkt. Voor 2021 hebben we meer zicht op gevolgen van de Corona crisis en gaan we weer de investeringsprogramma's opstarten. Deze interne en externe maatregelen, in combinatie met de voldoende liquiditeitspositiejepde r^Myij^di1 mate van zekerheid omtrent de te ontvangen subsidie leiden ertoe dat de activiteiten oWNremer\įjį^,wļ,aroponsrappor1 gecontinueerd kunnen worden. ,940925 2iXOoi76913dhg d a 28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V.
Jaarverslag 2020
librikì openbaar onderwijs
4.5 Treasury Librijn hanteert een Treasury Statuut dat voldoet aan de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. In dit statuut is bepaald binnen welke kaders Librijn het financierings- en beleggingsbeleid dient in te richten. Het uitgangspunt is dat de toegekende publieke middelen overeenkomstig hun bestemmingen worden besteed. Librijn heeft in 2020 een risicomijdend financieel beleid gevoerd. De overtollige liquide middelen zijn op een spaarrekening gestort, waarvan de spaarrente in de loop van 2020 negatief is geworden en er derhalve geen rentebaten meer gegenereerd worden. In het kalenderjaar 2017 heeft Librijn een onderzoek gedaan of overtollige liquide middelen kunnen worden belegd. Daaruit kwam destijds naar voren dat beleggen in obligaties op dat moment een geringe meeropbrengst had ten opzichte van de middelen te laten staan op de spaarrekening en ook meer risico, dus is ervoor gekozen om niet te gaan beleggen in obligaties. Het bestuur en de raad van toezicht blijven bij dit standpunt.
Kptàì
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
2020
b
libriki openbaar onderwijs
4.6 Kengetallen De kengetallen met betrekking tot de solvabiliteit, liquiditeit, rentabiliteit, de kapitaalfactor en het weerstandsvermogen worden hieronder weergegeven. De kengetallen geven een stabiel beeld. 2020
2019
2018
Aanbeveling commissie Don:
Indicatoren risicoanalyse onderwijsinspectie
Solvabiliteit (incl voorz.)
6394
6594
6896
Ondergrens van 3094
Kleiner dan 3096
Rentabiliteit
-194
094
-394
Bovengrens van 596
Laatste 3 jaar negatief
Kapitalisatiefactor
3794
3796
3696
Tussen 35 - 6094
Weerstands vermogen (incl MVA)
1196
1396
1396
Liquiditeit
2,04
2,26
2,46
Huisvestings ratio
894
794
1196
Lager dan 596
Tussen de 0,5 en de 1,5
Kleiner dan 0,75
Groter dan 1096
De solvabiliteit is goed te noemen. Na de wijziging van schooljaar-bekostiging naar kalenderjaar-bekostiging eind 2023 zal het eigen vermogen met circa C 1.000.000 dalen. Naar aanleiding hiervan zal de solvabiliteit dalen naar ongeveer 4996. De rentabiliteit 2020 is negatief doordat de subsidie ad C 300.000, ter dekking van de CAO-stijging, is ontvangen én verwerkt in 2019, terwijl de uitgaven in 2020 hebben plaatsgevonden. De rentabiliteit werd in 2018 negatief door de eenmalig hogere dotatie aan de voorziening groot onderhoud in verband met de overgang naar de componentenmethode. De twee járen hiervoor (2017 en 2016) was de rentabiliteit positief. De kapitalisatiefactor blijft gelijk ten opzichte van 2019 weer en blijft nog steeds iets boven de grens van 3594. Als gevolg van de daling van het eigen vermogen eind 2023 met C 1.000.000 zal de kapitalisatiefactor dalen naar circa 3294. Het weerstandsvermogen neemt af maar is nog steeds ruim voldoende. De huisvestingsratio kwam in 2018 boven de 1094 grens uit die door de Inspectie als waarde wordt aangehouden. Dit werd destijds veroorzaakt door de eenmalige extra dotatie die aan de voorziening groot onderhoud is gedaan eind 2018. Daarna is het percentage weer onder de 1096 gedaald en blijft deze ook in 2020 onder de signaleringswaarde.
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
librįki openbaar onderwijs ^tr
Signaleringswaarde Eigen vermogen Vanaf 2020 worden besturen verplicht te rapporteren over de signaleringswaarde van hun vermogen. Indien een bestuur boven de signaleringswaarde van het vermogen komt, moet worden toegelicht hoe het bovenmatige vermogen in de toekomst wordt afgebouwd. Het totale publieke vermogen van Librijn komt eind 2020 niet boven de signaleringswaarde. Librijn heeft geen bovenmatig publiek eigen vermogen. De signaleringswaarde eind 2020 is C 2.925.847. Het totale eigen vermogen eind 2020 is C 2.412.944 (0,82 van de signaleringswaarde).
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d.
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft. KPMG Accountants N V
jaarverslag 2020
librím openbaat onderwijs
DEEL II: JAARREKENING 2020
Mfį,i
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
54
Jaarrekening 2020
414411 Stichting Librijn Openbaar Onderwijs , te Delft
BALANS PER 31 DECEMBER 2020 - na resuftsatbepaling -
31-12-2020 e 1
ACTIVA
1.1 1.1.2 1.1.3
Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
Vlottende activa
1.2.2 1.2.4
Vorderingen Liquide middelen
31-12-2019 C
1.663.298 136.800
1.8S8.888 135.520
Totaal vaste activa 1.2
6
e
2.024.408
1.800 098
1.359.551 4.406.399
1.373.642 4.627.652
Totaal vlottende activa
6.001.294
5.765.95Ō
TOTAAL ACTIVA
8.025.702
7.566.048
2
PASSIVA
2.1 2.2 2.3 2.4
Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden
2.412.944 2.599.826 5.570 3.007.362
TOTAAL PASSIVA
2.530.227 2.420.736 7,506 2.607.579 8.025.702
7.566.048
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021
55
(mede) betrekking heeft. KPMG Accountants N V
Jaarrekening 2020 41441) Slachting lib/ļn Openbaar Onderwijs . Ie Deîfl
STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2020
Begroot 2020 C
2020
e 3 3.1 3.2 3.5
Baten Rijksbijdragen OCW Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden Overige baten
e
Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
19.305.196 301.046
461.601
416.892
474.349
Financiële baten en lasten Financiële lasten Saldo financiële baten en lasten * Totaal resultaat *
19.830 630
21.360.151
17.941.763 336.863 1.639.005 1.558.764
Saldo baten en lasten *
6.2
2019 e
19.238.994 174.744
Totaal lasten
ē
ë
20.721.748 176.802
Totaal baten 4 4.1 4.2 4.3 4.4
Ě
16.963.782 350.418 1.397.131 1.334.138
20 080 597
16.788.651 323.077 1.455.002 1.552.959
27.476.395
20.045.469
20.119.689
-116.244
-214.839
-39.098
1.038
4.000
3.669
-7.038
-4.000
-3.669
-117.282
-218.839
-42.767
*(- ís negatief) (Voorstel) bestemming van het resultaat Het voorstel is om hel resultaat ten laste van het eigen vermogen te brengen.
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021
56
(mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
Jaarrekening 2020 41441Z Stichting Lfbrijn Openbaar Onderwijs, te Delft
KASSTROOMOVERZICHT 2020
2020
e
2019
c
6
e
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat uit gewone bedrijfsoefening (saldo baten en lasten)
-116.244
Aanpassingen voor aansluiting bedrijfsresultaat: - Afschrijvingen * Mutaties voorzieningen
-39.098
323.077 345.925
336.663 179.090
Totaal van aanpassingen voor aansluiting met het bedrijfsresultaat
515.953
Veranderingen in werkkapitaal: - Vorderingen (lang en kort) - Debiteuren - Kortlopende schulden
669.002
-22.562 8.551 399.783
-210.636 58.790 463.413
Totaal van aanpassingen in werkkapitaal
385.772
311.567
Kasstroom uít bedrijfsoperaties
785.481
941.471
1.038
403 3.669
784.443
938.205
Ontvangen interest Betaalde interest Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa
-562.453
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
-497.590 28.449 -561.253
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen langlopende schulden Aflossing langlopende schulden
-469 141
-1.936
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
-2.587 -1.936
-2.587
Kasstroom uit overige balansmutatias Overige mutaties/afrondingsverschil
1
Totaal kasstroom uit overige balansmutaties
1
Mutatie liquide middelen
221.253
466.478
Het verloop van de geldmiddelen is als volgt: 6 Stand liquide middelen per 1*1 Mutatie boekjaar liquide middelen
2020 6
6
4.406.399 221.253
Stand liquide middelen per 31-12
2019 6 3.939.921 466.478
4.627.652
4.406.399
Jťfflď
KPMG Aud" Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021
57
(mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V.
Jaarverslag 2020
librļm openbaar onderwijs
5.4 Toelichting behorende tot de jaarrekening ALGEMEEN
Stichting Librijn Openbaar Onderwijs is gevestigd te Delft. Librijn is een openbare stichting zoals artikel 49 van de Wet op primair onderwijs (WPO) die beschrijft. De stichting is in de Kamer van Koophandel ingeschreven onder nummer 27263332.
VERSLAGGEVINGSPERIODE
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2020, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2020.
TOEGEPASTE STANDAARDEN
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO). Op basis hiervan wordt de jaarrekening zoveel mogelijk overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgesteld, In het kader hiervan worden de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) met in het bijzonder hoofdstuk 660 Onderwijsinstellingen (RJ 660) toegepast en de in de relevante wet-en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1 Referentiekader van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020. Tevens worden de bepalingen van en krachtens de Wet Normering Topinkomens (WNT) toegepast. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaiing zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. De jaarrekening is opgesteld in euro’s. CONTINUÏTEIT
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING VAN ACTIVA, PASSIVA EN RESULTAATBEPALİNG
Algemeen
Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Voor zover noodzakelijk worden op de vorderingen voorzieningen getroffen voor verwachte oninbaarheid. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de Stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie (met betre
0
Document waarop ons rapport
verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering ín de economische realiteit met betrekking tOt hGt aCtİëM9f#é1*Ū0176913DHG d d verplichting.
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft. KPMG Accountants N V
I i brim openbaar onderwijs
Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. Verder wordt een actief of een verplichting niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden alleen verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot de transactie de Stichting zullen toevloeien. Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn, ter vergelijking, de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar.
Sebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het college van bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en passiva en van baten en lasten, De belangrijkste schattingen hebben betrekking op: de waardering van materiële vaste activa, waaronder de gehanteerde afschrijvingstermijnen; de verwachte onderhoudsuitgaven bij bepaling van de voorziening voor groot onderhoud; de bepaling van personele voorzieningen en transitoria. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heefť. Financiële instrumenten Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan, Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.
Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Presentatie vindt plaats op basis vanafzonderli|keG componenten van financiële instrumenten als financieel actief, financiële verplichting of als eigen vermogen. Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V.
I i brim openbaar onderwijs
Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, worden direct toerekenbare transactiekosten bij de eerste waardering direct verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de onderneming beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de onderneming het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen. Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen, ontvangen investeringssubsidies en eventuele bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Onderstaand worden de afschrijvingstermijnen per categorie weergegeven. Tevens zijn de activeringsgrenzen vermeld. Categorie
afschrijvings
afschrijvings
activerings-
termijn
percentage
grens
in maanden
perjaar
in C
Installaties
120
1096
1.000
Apparatuur
60
2096
1.000
ICT en computers
60
2096
1.000
Inventaris en meubilair
240
596
1.000
Leermiddelen
96
12,596
1.000
Overige activa
60
2096
1.000
De gebouwen en terreinen worden opgenomen indien er sprake is van economisch eigendom. Hiervan is sprake in het geval van eigen investeringen of van doordecentralisatie van de huisvesting. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Voor materiële en financiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
KDAAtì I
KPMG Audi'
Document waarop ons rapport 1940925 2tX00176913DHG dd
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
ion openbaar Ē onderwijs *
Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere járen verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande járen geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief zou zijn verantwoord. Vorderingen Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten.
Voorzieningen wegens oninbaarheid dienen in mindering te worden gebracht op de boekwaarde van de vordering.
Liquide middelen De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, in de toelichting op de balans ter vrije beschikking van het bestuur en worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve(s) en bestemmingsreserve(s) en/of -fonds(en. Het eigen vermogen dat in deze jaarrekening wordt gepresenteerd, is na resultaatbestemming. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur zijn aangebracht. Het bedrag en de beperkte doelstelling van iedere bestemmingsreserve moeten worden vermeld, alsmede het feit dat het bestuur deze beperking heeft aangebracht. De reservering nulmeting is gevormd in 2006. In dat jaar is de inventaris getaxeerd en is de waarde van de inventaris onder de materiële vaste activa geïnvesteerd. Op hetzelfde moment is de waarde ook opgevoerd als reservering nulmeting. De afschrijving van de investering wordt ook ten laste gebracht van de reservering nulmeting. De reserve zorg is gevormd vanuit de middelen van het opheffen van de oude samenwerkingsverbanden. Het doel is om de middelen in te zetten voor extra zorg aan leerlingen in welke vorm ook. De bestemmingsreserve incidentele middelen PO 2019/2020 is gevormd vanuit de extra middelen die OCW eind 2019 aan de scholen heeft toegekend. Het ministerie van OCW heeft eind 2019 met de vakbonden afspraken gemaakt over de herindexatie I prijscompensatie op de salarissen in het PO.
De besturen in het PO hebben hiervoor over schooljaar 2018-2019 en schooljaar 2019-2020 prijscompensatie ontvangen en in december 2019 een eenmalige bate van het ministerie OCW ontvangen (Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging PO en VO 2019). Zowe, verantwoording van de baten (in 2019, als de bestemmingsreserve voor vrijval in 2020) als de doeíefi
fWi!?dit (geoefifnetifctaarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
3g 2020
librim openbaar onderwijs
voor salarissen, eenmalige uitkeringen en scholing) zijn inde nieuwe cao (maart 2019-november 2020) tussen de werkgever- en werknemersorganisaties afspraken gemaakt.
Voorzieningen Algemeen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die het gevolg zijn van een gebeurtenis in het verleden, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is in te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakeiijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeid. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. Voorzieningen worden onderscheiden naar aard en doel. Toevoegingen aan de voorzieningen vinden plaats door dotaties ten laste van de staat van baten en lasten. De onttrekkingen vinden rechtstreeks plaats ten laste van de betreffende voorziening. Voorziening jubilea De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen.
De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. De voorziening jubilea is opgenomen tegen contante waarde. Voorziening duurzame inzetbaarheid De voorziening duurzame inzetbaarheid wordt opgenomen tegen de contante waarde van de gespaarde uren per einddatum verslagperiode, voor personeelsleden ouder dan 57 jaar waarbij een opnameplan is overeengekomen voor een looptijd van maximaal 5 jaar. Bij de berekening van de voorziening wordt, onder meer, rekening gehouden met de opname kans. Voorziening langdurig zieken De voorziening langdurig zieken is gevormd voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend of geheel niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid Voorziening groot onderhoud Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is een voorziening voor groot onderhoud gevormd. De toevoeging aan de voorziening wordt bepaald op basis van het geschatte bedrag van het onderhoud en periode die telkens tussen de werkzaamheden van groot onderhoud verloopt. Een voorziening wordt gevormd voor verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan panden, installaties e.d. op basis van het geschatte bedrag van het groot onderhoud en de periode tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud.
De uitgaven van groot onderhoud worden verwerkt ten laste van de onderhoudsvoorziening voor voor de beoogde kosten. Indien de kosten van groot onderhoud uitgaan boven de boekwaarde va
id
iu nuuu ^ìSfcument waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
jaarverslag 2020
I i brim openbaar onderwijs
desbetreffende actief aangehouden voorziening, worden de (meer)kosten verwerkt ten laste van de winst- en verliesrekening. Overige voorzieningen De overige voorzieningen worden opgenomen tegen contante waarde van de voor de afwikkeling van de voorziening, naar verwachting, noodzakelijke uitgaven. Langlopende schulden Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Onder deze post vallen, onder meer, vooruitontvangen investeringssubsidies. Deze subsidies moeten zichtbaar in mindering gebracht worden op de materiële vaste activa of als schuld gepresenteerd worden onder vooruitontvangen investeringssubsidies. Kortlopende schulden De overlopende passiva betreffen de vooruitontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en/of nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen. Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.
Kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van 1 jaar. Rijksbijdragen OCW De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW- subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het dee! van de subsidies waar nog veel activiteiten voor zijn te verrichten per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva.
Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten in het jaar waarin ook de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is overlopen. Niet te bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden "Ministerie OCW" zodra de bestedingstermijn is verlopen op de balansdatum. Rijksbijdragen , overige overheidsbijdragen en subsidies uit hoofde van de basisbekostiging worden als baten verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. Overige overheidsbijdragen en -subsidies Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen, verstrekt door gemeente, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
WaUìJ
KPMG Audit
Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebrach repTief ideţteaüŵŕfatìíígp ons rapport actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.
1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft. KPMG Accountants N.V.
Jaarverslag 2020
librļm openbaar onderwijs
Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet zijn verstrekt door het ministerie van OCW, gemeenten, provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten (waaronder ouderbijdragen) worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het jaar zijn gespreid. De ouderbijdragen worden verantwoord op basis van het matchingprincipe. Dit houdt in dat de baten en lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Huuropbrengsten Huuropbrengsten worden lineair in de staat van baten en lasten opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst. Personeelsbeloningen
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Indien de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de Stichting. Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomst).
Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.
Pensioenen Voor de medewerkers is een pensioenregeling getroffen die kwalificeert als een toegezegde pensioenregeling. Deze pensioenregeling is ondergebracht bij het ABP, De aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De actuele dekkingsgraad van het ABP bedroeg per 31 december 2020 93,2Vo (2019: 97,8^0). De gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen 12 maanden bedroeg 87,6*^ (2019: 95,S1^. De risico's van de loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelìjk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdrage aan het pensioenfonds. Deze risico's komen niet tot uitdrukking in een op de balans opgenomen
a
ď
Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
Jaarverslag 2020
libríki openbaar onderwijs
De stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De stichting heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Ontslagvergoedingen Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatie vergoeding, Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.
Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. Afschrijvingen op materiële vaste activa Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen. Huisvestingslasten Onder de huisvestingslasten worden de uitgaven voor huisvesting opgenomen. De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige lasten De overige lasten hebben betrekking op uitgaven die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Financiële baten en lasten Rentebaten en -lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren. Belastingen De Stichting is niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. Hierbij worden de kasstroi staat van baten en lasten en de mutaties in de balansposten ultimo boekjaar De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.
:eleid uit de ļ KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
I i brim openbaar onderwijs
Verbonden partijen
Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de instelling en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
Gebeurtenissen na balansdatum Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feítelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.
Jįļįjg
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
Jaarrekening 2020 414411 Stichting Librijn Openbaar Onderwijs . Ie Delf!
TOELICHTING OP DE TE ONDERSCHEIDEN POSTEN VAN DE BALANS 1,1.2
Materiële vaste activa
1.1.2.1 Gebouwen
1.1.2.3 1.1.2.4 Inventaris en Overige Totaal apparatuur materiële materiële vaste activa vaste activa
c
c
«
e
Stand per 01-01-2020 Verkrijgings- of vervaardigingsprįįs 137.628
3.989.118
1.516.838
5.643.584
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
75.151
2.720.749
1.184.385
3.980.285
Materiële vaste activa per 01-01-2020
62.477
1.268.369
332.453
1.663.298
Verloop gedurende 2020 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Afschrijvingen op desinvesteringen
159.024 28.657 20.275
353.494 1.934.431 233.720
49.935 928.045 82.868
562.453 2.891.133 336.863
28.657
1.934.431
928.045
2.891.133
138.749
119.774
-32.933
225.590
Mutatie gedurende 2020 Stand par 31-12-2020 Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
267.995
2.408.181
638.728
3.314.904
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
66.768
1.020.038
339.208
1.426.014
Materiële vaste activa per 31-12-2020
201.227
1.388.143
299.520
1.888.890
In 2020 heeft Librijn in totaal voor C 562.000 geïnvesteerd ten opzichte van C 500.000 in 2019.
De investeringen inzake gebouwen hebben betrekking op investeringen inzake zonnepanelen (H 105.000). Deze zijn geplaatst bij de Wethouderbrederodeschool, de Freinetschool en bij Jan Vermeer Raam. Daarnaast is bij Jan Vermeer Raam geïnvesteerd in geluidsisolatie om de akoestiek van de school te verbeteren (C 26.000). De investeringen inzake inventaris en apparatuur hebben betrekking op investeringen in ICT middelen (C 161.000) en meubilair (0 102.000). Alle scholen hebben geïnvesteerd in ICT middelen. De investeringen in meubilair hebben met name plaats gevonden bij de Steenvoordeschool, de Wethouderbrederodeschool, de Schatkaart en de Freinetschool. Eind 2020 heeft Librijn gekeken naar de materiele vaste activa waarvan de boekwaarde inmiddels nihil was. De directeuren hebben beoordeeld of deze vaste activa nog aanwezig was op school, Naar aanleiding van deze inventarisatie zijn onderstaande bedragen gedesinvesteerd inzake volledig afgeschreven activa en is op deze wijze de subadministratie inzake de vaste activa opgeschoond: - gebouwen en installaties 28.657 - inventaris en apparatuur 1.934.431 overige materiele vaste activa 928.045 2.891.133 KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG dd
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
67
Jearrokoning 2020 4144 TI Slichting Libnjn Openbaar Onderwijs , te Delfl
1.1.3
1.1.3.8
Boek-
Boek-
waarde 31-12-2019 Ç
waarde 31-12-2020
Financiële vaste activa
c
Overige vorderingen
135.520
135.600
Totaal Financiële vaste activa
135.520
135.600
Overige vorderingen Dit betreft waarborgsommen inzake gehuurde devices.
1.2
Vlottende activa
1.2.2
Vorderingen e
1.2.2.1 1.2.2.2 1.2.2.3 1.2.2.10
Debiteuren OCW Gemeenten en Gemeenschappelijke regelingen Overige vorderingen
1.2.2.12
Vooruitontvangen facturen
1.2.2.15
Overige overlopende activa
31-12-2020 ę. 21.762 1.054.986 74.672
Subtotaal vorderingen
6
31-12-2019 6 30.313 977.723 92.169 101.543
1.151.420 190.466 31.756
1.201.748 113.156 44.647
Overloũende activa
222.222
157 803
Totaal Vorderingen
1.373.642
1.359.551
Alle vorderingen genoemd onder 1.2.2 hebben een looptijd korter dan een jaar. De vordering OCW is ten opzichte van 2019 gestegen door het groeiende aantal leerlingen binnen Librijn. Op de teldatum 1/10/2018 (basis voor bekostiging 2019/2020) waren 3.043 leerlingen bij Librijn ingeschreven. Op de teldatum 1/10/2019 waren 3.157 leerlingen bij Librijn ingeschreven. Per saldo een stijging van 114 teerlingen. Zie ook de specificatie van de vordering OCW hieronder.
Seřŵskig'nfs
Ontvangen Ta *wóēī*īì 7e vonkr« Bi&r&'Ķ batchlfckJnfi
c
thn jä2ľ 2920
ĉ
'ife Įâiľ 2020
c
c
2220
c
2019
Teta&î OCW
De gehele gemeentelijke vordering heeft betrekking op de brandschade van de locatie aan de O. van Vlietlaan van onze school De Steenvoorde die in 2019 is afgebrand. De overige vorderingen zijn ten opzichte van 2019 afgenomen. Eind 2019 was hieronder de vooruitbetaling inzake het instaüeren van de zonnepanelen opgenomen. Dit project is begin 2020 afgerond. De post vooruitbetaalde facturen is eind 2020 hoger omdat eind 2020 aanzienlijk meer facturen zijn ontvangen die betrekking hebben op 2021. Het saldo aan nog te betalen crediteuren is eind 2020 ook Ç 64.000 hoger dan vorig jaar.
1.2.4
Liquide middelen
31-12-2020
C 1.2.4.1 1.2.4.2 1.2.4.3
Kasmiddelen Tegoeden op bankrekeningen Spaarrekening
31-12-2019
C 120 1.167 432
55 747.622 3.658.722
3.460.100
Totaal liquide middelen
4.627.652
4.406.399
De stijging van de liquide middelen wordt met name veroorzaakt door de extra middelen die eing 2020 zijn toegekend door OCW in het kader van het "Inhaal* en ondersteuningsprogramma". Librijn heeft hiervoor in totaal é 307 800 ontvangen Eind 2020 is hiervan C 192 800 nog niet besteed Dit bedrag is opgenomen onder kortlopende schulden. Librijn heeft eind 2020 een bankgarantie afgegeven ten gunste van de verhuurder van het pand aan de Papsouwselaan van é 9.724 jyjkįjfcl
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
68
J car rekening 2020 41441 I Stichting Lftmjn Openbaar Onderwijs , te Delft
2.1.1 2.1.1.1 2.1.1.2 2.1.1.6
Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve (publiek) reserve zorg Bestemmingsreserve (publiek) reserve nulmeting Bestemmingsreserve (publiek) incid. Middelen PO 2020
2.301.417 140.740 130.837
-260.947
Totaal Eigen vermogen
2.572.994
-83.838 302.018
2.040.470 140.740 46.699 302.018
2.040.470 140.740 46.999 302.018
-17.943 -302 018
-42.767
2.530.227
2.530.227
-117.282
2.243.148 140.740 29.056
202.678
2.412.944
De toelichting over de beperkte doelstelling(en) van de reserve(s) is/zijn vermeld in de Grondslagen. Bestemminasreserve (publiek) reserve zorg De reserve zorg is in 2014 gevormd vanuit de reserves van de voormalige samenwerkingsverbanden. Deze bestemmingsreserve kan worden gebruikt om eventuele onverwachte gevolgen van hei passend onderwijs of extra inzet voor kinderen met een onderwįjszorg te kunnen bekostigen. Bestemmirmsreserve u-ubliek' reserve nulmeting De reserve nulmeting is gevormd in 2006. Destijds is de inventaris getaxeerd en is voor dezelfde waarde de reserve nulmeting opgevoerd. De afschrijving van de betreffende activering in 2006 wordt ten laste gebracht van de reserve nulmeting Beslemmincsręserve xubliek' incid. Middelen PO 2020 De reserve incidentele middelen is eind 2019 gevormd en is begin 2020 geheel vrijgevallen ter dekking van de uitbetaling van de middelen van uit de CAO-onderhandelingen van eind 2019.
(VOORSTEL) BESTEMMING VAN HET RESULTAAT
Resultaat 2020
e Algemene reserve (publiek) Bestemmingsreserve (publiek) reserve nulmeting Bestemmingsreserve (publiek) incid. Middelen PO 2020
c 202.678 -17.943 -302.018 -319.961
Totaal resultaat
2.2
-‘Ht'.İÖS
Voorzieningen
Stand par 01-01-2020 e
2.2.1
Personele voorzieningen (*)
2.2.3
Dotatie 2020 e
Onttrek-king 2020
e
Stand per 31-12-2020
Vrijval 2020
e
644.183
475.177
314.566
Voorzieningen groot onderhoud
1.776.553
252.460
75.708
Totaal Voorzieningen
2.420.736
727.637
390.274
Bedrag * 1 jaar e
158.277
158.277
Bedrag 1 t/m 5 jaar
Bedrag * 5 jaar e
C
646.517
353.520
192.756
100.241
1.953.309
140.526
700.768
1.112.014
2.599.826
494.046
893.524
1.212.255
(*) contante waarde berekening heeft nagenoeg geen impact op berekening voorziening Personele voorzřenirvjen * Zie toelichting per voorziening hieronder Voorzienin ęn rog} onderhoud De voorziening groot onderhoud houdt verband met toekomstig groot onderhoud aan de panden en installaties, en is nagenoeg geheel langlopend. Kortlopend is een bedrag ad C 140.526 (2019: C 103.152) Het kortlopende deel heeft betreffking op de geplande werkzaamheden voor 2021
2.2.1
Personele voorzieningen
Stand par 01-01-2020 E
2.2.1.2 2.2.1.4 2.2.1.6
Dotatie 2020 C
Onttrek-king 2020 í
Stand per 31-12-2020
Vrijval 2020 C
e
Bedrag « 1 jaar e
Bedrag 1 t/m 5 jaar
Bedrag » 5Jaar E
e
Vertofsparen en sabbatical leave Jubileumuitkeringen Langdurig zieken
30.747 181,932 431,504
5.561 40.000 429.616
10.676 15.780 288.110
20.596 137.681
25.632 185.556 435 329
19.515 13.481 320.524
6.117 71.834 114.805
100.241
Totaal personele voorzieningen
644.183
475.177
314.566
158.277
646.517
353.520
192.756
100.241
4 bij netto contante waarde
Verlofsparen en sabbatical leave Volgens de CAO kunnen medewerkers hun duurzame inzetbaarheid sparen als er een overeenkomst is afgesloten met de werkgever Daarin is opgenomen hoe de dagen worden gespaard en hoe die worden opgenomen. Op basis van hel huidige salaris en de gespaarde uren wordt de voorziening gevormd.
Jy.bifewmp.i.tk^riņ.qęn De jublieumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband, en is grotendeels langlopend. Eind 2020 heeft 6 13.481 een looptijd korter dan 1 jaar (2019: 6 18.026). De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende grondslagen gehanteerd. Disconteringsvoet 20Zo gebaseerd op wettelijke niet handels transacties en een vertrekkans van lû.4% wat het vijfjaarsgemiddelde is over de afgelopen 5 jaar bij Librijn. Langdurig zieken Er wordt een voorziening gevormd voor alle medewerkers die op 31 december langer dan 3 maanden ziek zijn en waarvoor wordt ingeschat dat ze langdurig ziek zijn en mogelijk uiteindelijk instromen in de WIA. De inschatting wordt gedaan op basis van de plannen van aanpak van die persoon. Voorzien wordl de salariskosten tot het moment van verwachte terugkeer in het arbeidsproces of het moment van ontslag
kWWíl
KPMG Audil Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V.
69
jDfific&onfog 2020 414411 SüchlJrg Ltorţn Oportoas; Ondode. Ie öoffl
2.3
Langlopende schulden
Stand g»r 01-111-2020
Stand psr 31-12-2020
Vrijval 2020 E
6 237
2.3.7
E
Looptijd 1 - 5 jaar C
Looptijd > 5 Jaar E
Overige langlopende verplichtingen
7.506
1.936
5.570
653
2.612
2 305
Totaal Langlopende schulden
7.506
1.Ö36
5.570
653
2.612
2.305
Overige langlopende schulden
Stand pss 01-01-2020 E
2.37.4 2.37.5
Looptijd »1Jaar
Vrijval 2020 6
Looptijd
Stand pst 31-12-2020 E
E
Looptijd 1 - 5 Jaar E
Looptijd » 5 jaar E
Spaarvertof (langlopend) Vooruitontvangen investeringssubsidies
1 284 6.223
1.284 655
5.570
653
2.612
2.305
Totaal Oveîlga langlopande schulden
7.507
1.936
5.570
653
2.612
2.305
Şpaarverlol (langlopend) In 2020 is hel spaarvertof van de laatste deelnemar aan de regeling vrijgevallen.
De vrijval van da vooruitontvangen investeringssubsidies tcopt gelijk aan de afschrijvingslas! van de betreffende investeringen
2.4
KortJopande schulden c
2.4.8 2 4.9 2.4.10 2.4.12
Crediteuren Betastingen en premies socials verzekeringen Schulden terzake van pensioenen Kortlopende overige schulden
2.4 14 2.4 16 2.4 17 24.19
Vooruit ontvangen subsidies OCW VocruU ontvangen bedragen VaKantiageJd en vakantiedagen Overige overlopende passiva
31-12-2020 e"
c
223.36? 731.437 205.221 15.770
Subiotaai kortlopende schulden
31-12-2019 t 15S.255 677.456 203.768 5.471 1 045 950
1 179.795
681.622 40 418 525.939 579.529
568 383 37.226 492.081 483.940
Overlopanőe passiva
1 827 588
1.561.630
Tôtaaä KûrlIöpejidÊ schulden
3.0Û7.383
2607.580
Crediteuren Da c red beuren zijn eind 2020 circa E 64 000 hoger den vorig jeai. Dil wondt veroorzaaki doordal er eind 2020 meer facturen inzake 2021 (2ie cok vooruit ontvangen facturen) zijn ontvangen ÈŝlíŝÜnüĉaÉlLiyÊllìijs SRCie-'g verzekeringen ļ Schuur, is .zak e van pensioenen /Vakantiegeld Inzage personele verplichtingen (betastingen, pensioen en vakantiegeld) is de schuld eind 2020 in tGtaai E 93.000 ft-ogar dan vorig jaar als gevolg van de hogere personele kosten van de gehete stichting. Kortlopende overice schulden Onder kortlopende overige sehulden zíjn de netto saiarisssn uit da 13e perioda-run opgenomsn. \ĉfifi2MİÎ .onívanden subsides- OCW Van OCW heeft Librijn eind 2020 neg E 110.000 aan Ie besteden subsidies inzake TPO en zíj-kisiromers op de üaisns staan (2019: C 107.000). Daarnaast heeft Liüňįn eind 2020 ook nog E 325.000 te besteden reservering inzake deskundigheidsbevordering diracteuren en vcar vakgraepen/schotingsdag'Vindrvbuele coaching op de balans slaan cba nog nsl zijn uitgageven (2019: C 360.00C).
Inzake lerarenbeurzen en de tsambeus staal eind 2020 C 55 OOQ open als nog Ie besteden (2019:E 101.000) Vanuit het Inhaal- en onoersteuningsprogramma dal eind 2020 nieuw is toegekend vanuit OCW staat eind 2020 nog 6 192 000 open als te besteden subsidie Vooruit ontvancan beŵaaen De post vooruit ontvangen bedragen betreft da arrangementen die in da bop van 2020 zijn ontvangen en dooriopan in 2021 Overigs overlopende passiva Onder overige overlopende passiva zijn de verplichtingen opgenemen waarvoor nog geen facturen zijn ontvangen inzake huurafdrachten aan gemeente, reserveringen voor gas. water an electra van scholen, acccunîantskosten en advisourskosten. Ten opzichte van vong jaar badraagt ds siijging f 116 000 Deze stijging wordt veroorzaakt door de rsservering inzake huurafdrachten voor 2020 (E 57.000). reservering voor gas. water an eiectra kosten voor 2020 (6 56.000) en de reservering voor aovfëeurskosten inzake advies omtrent de ventilatie van scholen.
JtMifei
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 70
(mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
JscnftVinhQ 2020 4J441 rSlkhSng Ubfįn Op&nbaor Cwierivįi. te DbBi
Risico's financiële middelen Om de risico's op de financier middelen te beheersen heeft Librijn een beleid inclusief een stelsel ven limieten en procedures opgesteld om de nsŕco's ven onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële madden en daarmee de financiële prestaties van de organisatie te beperksn. Llbnĵn zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen. Bij hot asnlrekken respectievelijk uitzetten van middelen worden kretíletrisico's en renterisico’s zoveel mogelijk uitgestoten. Het uitzetten van middelen en het gebruik van renle-instrumenten hebben een prudent karakter en zijn niet gericht op het genereren van extra Inkornsten door hel aangaan van overmatige risico's.
Kredletrisico De vorderingen beslaan merendeel uit vordering op overheden of uitvoerende instanties, hierbij loopt Librijn geen kredietrisico.
RenîeHsśco en kasstroomrisico Het renterislco is beperkt aangezien Librijn geen gebruik maakl van leningen.
Lĩquiditeitsrisico Librijn loopt geen significante liquicHleitsrisico's. Er wondt geen negatieve kasstroom verwacht voor het komende Jaar. Daarnaast vindt esn strakke monitoring op de liquitfileitspfcgnose plaats en kan indíén nodig bijsturing plaatsvinden.
jthUbl
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d.
28 mei 2021 71
(mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
Jaanolierõts 2020 114411 Slc-’ŵig LÄJjyn Openteer Onöarvŕu . te Dôřl
NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN Rechten Er zijn geen niet uit balans blijkende rechten die hier moeten worden toeçetchL
Verplichtingen De volgende niet uil balans blijkende verplichtingen worden hieronder toegeficht. Vİ0 Nr. Omschrijving
1 huur kantoorruimte
2 energie - gas/electra 3 glasvezelnet 4 schoonmaak 5 huur kopieermachines 6 uitbesteding administratie 7 huur schooflocatiQ 8 inzameŵrg bedrijfsafval
Periode van t/m
Loopöjd Mndn
Beŵsg per maand 6
2020- 2027 2020- 2025 2021- 2025 2019- 2027 2017* 2022 2021- 2024 2011- 2050 2020- 2023
72 48 45 72 12 48 368 36
4.508 18.682 160 34.298 5.092 10961 1.524 4.311
Betírag jaar e
Beöreg 1-5 ]aar
e
e
İ
54.096 284.064 1.925 450.967 13.400 131.532 32.074 51.736
216.384 852.193 7.700 1.803 868 394.597 128.296 103.472
Bedrag totaal
Bedrag » 5 ;*ar
108.152
450.987
823.203
378.672 1.136257 9.625 2.705602 13.400 526.129 983573 155.200
librijn heen eind 2020 een bankgaraniie afgegeven ten gunste van de verhuurder van het pand aan de Papsouwseiaan van í S.724
□ĴQD
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d d
28 mei 2021 72
(mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V
Jaarrekening 2020 414411 Stichting Librijn Openbaar Onderwijs , le Delft
TOELICHTING OP DE TE ONDERSCHEIDEN POSTEN VAN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN 3
Baten
3.1
Rijksbijdragen
3.1.1 3.1.1.1
Rijksbijdragen Rijksbijdrage OCW
e
6
c
17 501.210
Totaal Rijksbijdrage OCW
18.825.452
17.619.097 17.501.210
850.860
17.619.097
790.129
Totaal Overige subsidies OCW 3.1.4
6
18.825.452
3.1.2 Overige subsidies 3.1 2.1 Overige subsidies OCW
2019
Be root 2020
2020
e
639.432
850.860
790.129
639.432
Ontvangen doorbetalingen rijksbijdrage SWV
1.045.436
947.655
1.046.666
Totaal Rijksbijdragen
20.721.748
19.238.994
19.305.195
In totaal zijn de rijksbijdragen in 2020 6 1.500 000 hoger dan begroot én 6 1 500.000 hoger dan vorig jaar. Riiksbiidraoe OCW De totale rijksbijdrage OCW stijgt 6 1.324.000 ten opzichte van de begroting. Dit wordt veroorzaakt door de stijging van de reguliere lumpsum in de herziene regeling voor 2020/2021. Daarnaast heeft Librijn in 2020 6 260.000 meer aan groeimiddelen ontvangen dan was begroot. Ook heeft Librijn in 2020 6 160.000 meer middelen vanuit de bekosting asieizoekers/vreemdelingen ontvangen doordat er meer kinderen uit de doelgroep aanwezig zijn en doordat de regeling is verlengd van 1 jaar naar 1 jaar en 3 maanden. De stijging van de totale rijksbijdrage OCW ten opzichte van vorig jaar bedraagt 6 1.209.D00. Deze stijging wordt deels veroorzaakt door de herrekening van bekostingsregslingen. Daarnaast heeft Librijn ten opzichte van 2019 6 250.000 meer aan groeimiddelen ontvangen en is vanuit de OAB/tmpuís-subsidies in 2020 6 306.000 meer ontvangen dan in 2019.
Overt e subsidies OCW Onder de overige subsidies OCW is de nieuwe subsidie inzake het inhaaî- en ondersteuningsprogramma verwerkt. In totaal heeft Librijn hiervoor 6 307.800 aan subsidie ontvangen waarvan in 2020 6 115.000 is besteed. Daarnaast zijn ris baten vanuit de prestatiebox in 2020 gestegen. Ontvan en doorbatalin en ri'ksbi' ra e SWV De ontvangen geiden vanuit de samenwerkingsverbanden zijn nagenoeg gelijk aan vorig jaar. De baten ten opzichte van de begroting zijn hoger omdat de gelden vanuil de arrangementen hoger zijn dan begroot.
3.2 3.2.2 3.2 2.2
Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden Overige overheidsbijdragen en subsidies overige overheden Overige gemeentelijke en Gemeenschappelijke Regelingen bijdragen en-subsidies
6
2020 6
6
176.802
Begroot 2020 6
174.744
6
2016 6
301.046
Totaal Overige overheidsbijdragen en subsidies overige overheden Totaal overheidsbijdragen en subsidies overige overheden
176.802
174.744
301.046
176.802
174.744
301.046
De subsidies van beide gemeenten zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. De verlaging ten opzichte van vorig jaar is te verklaren uit het feit dat de subsidie van gemeente Delft inzake de instandhouding van De Schatkaart in 2019 is beëindigd (6 53.000). Daarnaast zijn de subsidies vanuit OAB-middelen van gemeente Delft in 2020 ook verlaagd ten opzichte van 2019 (daling ad 6 63.000). Daarnaast is vanuit de taalsubsidie van gemeente Rijswijk in 2020 minder besteed (6 10.000) Dit bedrag zal in 2021 alsnog besteed worden. Jťŕvlif6^ KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021
73
(mede) betrekking heeft KPMG Accountants N V.
Jaarrekening 2020 4 7441 / Stichting Librijn Openbaar Onderwijs, te Detft
3.5
2020
Overige baten
e
e
3.5.1 3.5.5 3.5.10
Verhuur Ouderbijdragen Overige
e
116.021 178.900 166.680
Beuroot 2020 e
461.601
2019 e
123.505 187.078 163.766
120.750 202.600 93.542
Totaal overige baten
é
416.892
De hogere realisatie van de overige - overige baten ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door posten die ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet bekend waren, zoals aangevraagde en ontvangen subsidies voor dekking van personele kosten (schoolopleìders en coördinatiekosten - C 65.000), subsidie voor muziek en techniekprojecten (ē 10.000) en een extra uitkering van het Participatiefonds voor onderwijs ondersteunend personeel in heet SBO-onderwijs (é 11.000)
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021
74
(mede) betrekking heeft KPMG Accountants N.V
Jaarrekening 2020 41441 i Stichting Ltor^n Openbaar Onderwijs , te Defft
4
Lasten
4.1
Personeelslasten C
4.1.1 4.1.1.1 4.1.1.2 4.1.1.3 4.1.1.5
Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten Lonen en salarissen Sociale lasten Premies Participatiefonds Pensioenpremies
2020 C
12.551.543 1.925.437 471.015 1.819.897
Overige personele lasten Mutaties personele voorzieningen Overige
4.1.3.3
11.132.632 1.740.898 400.113 1.741.263
. 16 767.892
2.333 1.384.720
15.692.320 40.000 1.405.801
Totaal overige personele lasten 4.1.3
2019 İ
15.692.320
Totaal lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 4.1.2 4.1.2.1 4.1.2.3
Begroot 2026 C
15.014.906 342.959 1.560.478
1.445.801
1.387.053
1.903.437
Ontvangen uitkeringen personeel Overige uitkeringen personeel
213.182
174.339
129.692
Af: Ontvangen uitkeringen personeel Totaal personele lasten
213.182
174.339
129.692
17.941.763
16.963.782
16.788.651
Gemiddeld aantal werknemers Het gemiddeld aantal werknemers bedraagl 233 in 2020 (2019: 227). Hieronder is de onderverdeling te vinden van het gemiddeld aantal werknemers. 2020 Bestuur 1 Management Personeel primair proces Ondersteunend personeel
2019
11 192 30
16 183 28
Totaal gemiddeld aantal werknemers
233
227
Totaal lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten De kosten voor lonen en salarissen zijn in 2020 ten opzichte van 2019 gestegen met 11.400.000. Hiervan wordt circa ť 520.000 veroorzaakt door de stijging van het aantal gemiddelde FTE. Het restant ad C 880.000 word! veroorzaakt door de stijging van de gemiddelde loonkosten per personeelslid. De herziening van de CAO en de eenmalige uitkering in februari liggen hier aan ten grondslag Het aantal FTE in dienst is ten opzichte van vorig jaar gestegen met 6 FTE. Overige personele lasten De overige overige personele lasten bedroegen in 2020 6 1.380.000 ten opzichte van ē 1.560.000 in 2019. De daling ad f 180.000 van deze overige personele lasten wordt met name veroorzaakt door: - minder uitgaven inzake (na)scholing en personele activiteiten (coronacrisis) -247.000 - minder uitgaven voor werving personeel -16.000 - meer coaching en begeleiding van langdurig zieken 10.000 - meer inhuur voor arrangementen (ook meer baten) 81.000 - overige -8.000 -180.000
JrhkĘl
KPMG Audit Document waarop ons rapport 1940925 21X00176913DHG d.d
28 mei 2021 (mede) betrekking heeft
75
KPMG Accountants N.V.
Jaarrekening 2020 41441Z Stichting Librijn Openbaar Onderwijs , te Detft
4.2 4.2.2
Afschrijvingen
2020 6
Afschrijvingen op materiële vaste activa
C
336.863
Totaal afschrijvingen
2019
Begroot 2020 C
f
350.418
C
323.077
___ 336.863
350.418
323.077
De afschrijvingen zijn lager dan begroot omdat in de begroting is uitgegaan van een investeringsmoment per 1 januari, terwijl in de praktijk de investeringen in de loop van een kalenderjaar plaatsvinden. Een deel van de aanschaffingen was begroot als investering, maar omdat de investeringsdrempel van 6 1.000 niet gehaaid werd zijn deze bedragen in 2020 rechtstreeks ten laste van de kosten gebracht.