Niet-vastgesteld verslag Forum Samenleving en Stad 27 mei 2021.docx
Tekst van het document
aanwezig Voorzitter De heer C. Dolmans raadsleden en fractieassistenten: mevr. M. Alberts De heer A. van den Berg De heer E. Braam Mevr. M. ten Brummelaar (f.a.) De heer J. Carlos de Paredes De heer D. Cupedo De heer D. van Dam (f.a.) de heer M. Ezinga mevr. I. Jansen (f.a.) Mevrouw S. Hoek (f.a.) mevr. N. Kames De heer J. Karremans mevr. N. Kistemaker Mevr. A. Koegler Mevr. H. van der Kooij De heer A. Kooy mevr. M. Koopman de heer G. Kruger
de heer D. Leseman (f.a.) de heer M. El Majjaoui mevr. R. de Man mevr. C. Mauer de heer R. van der Meij mevr. C. de Mooij mevr. B. Niesen (f.a.) Mevr. W. Van Nunen De heer M. van Reijen (f.a.) Mevr. J. Schröter De heer C. Sleddering De heer R. Veerman De heer P. van der Velde (f.a.) De heer R. de Vries De heer M. Weterings De heer M. Wit Mevr. E. Woudstra
Betreft Openbaar verslag Forum Samenleving en Stad 27 mei 2021
Portefeuillehouders: wethouder mevr. Besteman wethouder mevr. Bentvelzen wethouder de heer Keus wethouder de heer Lugthart burgemeester de heer Verkerk Forumgriffier: Mevr. P.E. van Santen
Datum: juni 2021
1. Opening De voorzitter: Nou volgens mij zijn we redelijk compleet en het is ook 20:00 uur, dus ik stel voor dat wij gewoon gaan beginnen met de opening van dit gezamenlijke forum Stad en Samenleving. 2. Algemeen spreekrecht inwoners De voorzitter: Algemeen spreekrecht inwoners. Ik geloof niet dat er zich iemand heeft aangemeld. Kan de griffie dat bevestigen? Mevrouw Van Santen: Klopt, er zijn geen insprekers. 3. Vaststellen agenda De voorzitter: Oké dank. Dan gaan we door naar het vaststellen van de agenda die in iBabs staat. Daar is een punt aan toegevoegd: 11b; Zienswijze lidmaatschap werkgeversvereniging van de Veiligheidsregio. Kunnen we daarmee de agenda vaststellen? Ja, ik zie geknik, dat is mooi. 4. Mededelingen college De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4; Mededelingen college. Ik weet niet of er mededelingen vanuit het college zijn? Nee, er zijn geen mededelingen vanuit het college.
5. Zienswijze ontwerpbegroting 2022 GR Servicebureau jeugdhulp Haaglanden De voorzitter: We gaan naar agendapunt 5, zienswijze ontwerpbegroting Servicebureau jeugdhulp Haaglanden. Ik begreep dat daar vanuit de werkgroep Sociaal Domein iets over gezegd wilde worden. Ik kan niet alle handjes zien dus ik ga heel even kijken hoor, 1 seconde. Ja, mevrouw Koopman, denk ik, namens de werkgroep. Mevrouw Koopman (D66): Niet zozeer namens de werkgroep, maar wij hebben het in de werkgroep besproken in de zienswijze Servicebureau team jeugd, daar staat voor Rijswijk het volgende kopje Eenmalige pragmatische oplossing onverwerkte kosten 2021 en 2022. En die onvoorziene kosten vloeien voort uit de inkoopprocedure en weliswaar zijn ze onplanbaar gebleken, maar lijken wel kosten te zijn die tot de taakstelling van het servicebureau horen. Deze kosten zijn nu blijkbaar wel duidelijk want ze kunnen in de projectbegroting wel worden opgenomen. Daarom lijkt het een oneigenlijk gebruik van de projectbegroting en de tekst die de gemeente Zoetermeer heeft opgenomen is wat mij betreft veel duidelijker.
Daar staat in: “nog niet opgenomen kosten 2022: we zien op verschillende plekken in de ontwerpbegroting dat de gevolgen van het uitgevoerde inkoopproject voor 2021 en verder een onzekere dynamiek brengt in de werkzaamheden van het servicebureau.” Het servicebureau geeft aan dat extra werkzaamheden die voortkomen uit het afgeronde inkoopproject nog niet zijn verwerkt in deze conceptbegroting. De hiermee gemoeide kosten zullen in eerste instantie worden bekostigd via de regionale projectbegroting. Wij zijn van mening dat de begroting een volledig beeld moet geven van de activiteiten die het servicebureau uitvoert op basis van het vastgestelde beleid. Activiteiten voortvloeiend uit een afgerond inkooptraject van een daarna onze mening onder. Wij adviseren daarom deze werkzaamheden alsnog op te nemen in deze begroting en deze los te koppelen van de regionale projectbegroting. Wij zijn van mening dat dit bijdraagt aan een transparante begroting. Ik verzoek dan ook om de huidige paragraaf te vervangen voor de tekst van Zoetermeer. En daarnaast heb ik nog een procesmatige vraag over de paragraaf aandacht voor de financiële oplopende kosten in de jeugdzorg. Ik begreep dat dit een paragraaf is die in alle zienswijzes van de GR is meegegeven door de wethouders Financiën.
Inhoudelijk kan ik mij er best in vinden dat er goed op de kosten moet worden gelet, maar het lijkt me geen goede zaak dat een zienswijze van de raad door de wethouders Financiën wordt ingevuld, regionaal. De wethouders Financiën hebben hun eigen kanaal om dit met GR te bespreken en ik zou dan graag een toelichting willen hebben van de wethouder Financiën waarom dit in alle zienswijzen toegevoegd is. Mevrouw Jansen (Wij): Ja. Grotendeels sluit ik me aan bij de woorden van mevrouw Koopman wat betreft de alinea over de financiën, allebei de financiën eigenlijk: die van Zoetermeer en ook van de toegevoegde alinea rondom financiën door de wethouder. Dan wil ik inderdaad ook wel graag horen van de wethouder waarom er voor deze werkwijze gekozen is, want ze zijn het wel eens met de inhoud, maar de werkwijze staat ons niet helemaal aan. Daarnaast heb ik nog een vraag richting de wethouder Jeugdzorg, namelijk… De voorzitter: ik wil er wel op wijzen dat de zienswijze vooral ook gewoon van de raad zelf zijn. U kunt natuurlijk vragen stellen aan het college maar het gaat om de zienswijze zoals wij die als raad willen vaststellen. Mevrouw Jansen (Wij): Zeker, zeker. Ik had een vraag uitstaan en die heb ik beantwoord gekregen, maar ik wil haar daar toch nog even iets over vragen als dat zou mogen, vandaar dat ik die vraag ook aan haar stel.
We hadden tijdens de werkgroep bespreking een vraag gesteld over het verzuim wat nogal schrikbarend omhooggelopen was. Daar hebben we antwoord op gekregen en dus is het fijn om in ieder geval vast te stellen dat niet corona degene was die parten gespeeld heeft maar wel helaas andere trieste omstandigheden en dat maakt wel dat we ons een beetje zorgen maken over de werkdruk die daarmee gemoeid is. Dus vroegen wij ons af of de wethouder een vinger aan de pols houdt over de werkdruk die ontstaat bij de H10 als het gaat om verzuim, dus daar graag nog even een korte toelichting van de wethouder op. Voor de rest heb ik geen opmerkingen, dank u wel. De heer Ezinga (VVD): Ik houd heel kort. Ik wil graag aansluiten bij de woorden van mevrouw Koopman met betrekking tot de pragmatische oplossing die is neergezet in de zienswijze. Zij heeft eerder met ons gecommuniceerd en ik kan mij vanuit de VVD volledig vinden in de wijze waarop zij
dit voorlegt. Transparantie is troef in dit geheel en inderdaad dat we dat in de zienswijze ook als zodanig moeten communiceren. Verder hebben wij geen opmerkingen. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ook ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Koopman want die zijn inderdaad gecommuniceerd via de app van de werkgroep sociale domein en ik had ook een vraag over ziekteverzuim, want de verklaring voor het ziekteverzuim is gegeven op dit antwoord maar niet de kwetsbaarheid in het team. Als er een werkelijke situatie bij meerdere medewerkers zich voordoet en dat werd me toch wel zorgen want uiteindelijk en dat geeft ook eigenlijk mevrouw Jansen al aan met de werkdruk dat baart ons ook zorgen. Wat betekent dat? Want dat kan nog wel een keer vaker voorkomen. Dat betekent dat voor de uitvoering van werkzaamheden en de kwetsbaarheid dus van het team. Mevrouw Schröter-Haas (CDA): Wij sluiten ons ook graag aan bij de werkgroep. Wij vinden namelijk het heel en transparant begroten ook zeker van belang en willen graag ook daar dat er rekening mee wordt gehouden, maar ook met een deel onvoorziene kosten. Dus goed om dat ook gewoon mee te nemen in een begroting. Daarnaast hadden wij nog wel een opmerking over de begroting, namelijk dat er 175 zorgaanbieders zijn en dat er met 14 maar een kwartaalgesprek gevoerd wordt, dat vinden wij toch nog wel wat weinig.
Dus dat is wel een zorg die wij nog hebben. Dat was het dank u. Verder kunnen we ons vinden in de zienswijze. Mevrouw Kames (RB): Ik wilde namens Rijswijks Belang zeggen dat wij dus eens zijn ook met wat Martine heeft gezegd. Dat we dat al reeds in de werkgroep hebben besproken. En ja, ik ben misschien juist wel blij dat de wethouder Financiën even toch wel de aandacht heeft gezet voor de financiële oplopende kosten in de jeugdzorg, dus ik heb er zelf niet zoveel problemen mee dat hij dit als extra vermelding heeft gedaan en verder kunnen we ons heel goed vinden in de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Dan waren er een paar vragen gesteld aan het college en misschien wil het college ook nog reageren? Wethouder Bentvelzen: Ik denk dat mijn collega, de heer Keus, hierna ook nog wel zal antwoorden vanuit zijn rol als wethouder Financiën. Allereerst wil ik benadrukken wat de voorzitter net zelf al zei. De zienswijze is van de raad, dus ik kan u nog wel wat meegeven vanuit de feitelijke informatie die ik u kan geven, maar uiteindelijk bent u zelf verantwoordelijk voor de zienswijze. Zoetermeer heeft zich daarin ook gedistantieerd van de andere negen gemeenten als het gaat om zienswijzen. Dus zij dienen andere zienswijzen in. U wilt daarin ook de tekst overnemen over met name het van doen.
En ik wil u toch aangeven dat het niet gaat om het inkooptraject, want die aanbesteding is geweest. Maar het gaat om implementatietaken die voortvloeien uit de inkoop en daarin zitten ook beleidsrijpe taken. En die kunnen niet onder een GR vallen, Gemeenschappelijke Regeling. Want die is namelijk beleidsarm. Bovendien moet de GR de opdracht nog krijgen voor de taken die er wel onder gaan vallen en die opdracht ligt daar nog niet. Het is niet de bedoeling dat we daar nu via, wat mij betreft, de zienswijze op vooruit gaan lopen, vandaar ook dat het niet opgenomen stond in de zienswijze die overigens in de andere gemeenten als akkoordstuk in hun Raden ligt. We hebben namelijk niet voor niets met zijn allen gekozen voor een beleidsarme GR. Daarmee hebben we juist wel gekozen dat we de sturing op beleid bij de tien gemeenten kunnen houden. Voor inkoop zit daar dus ook alle zaken die we vanuit beleid willen sturen en wat we juist niet willen onderbrengen bij de GR. Het gaat er dus om dat de activiteiten die voortvloeien uit een inkooptraject ook beleidsrijk zijn. En beleidsrijke taken horen bij de netwerksamenwerking, dat is de H10, en niet bij het servicebureau. Als duidelijk is wat waar hoort, dan kan er een opdracht vanuit de netwerksamenwerking, dus vanuit de tien gemeenten, richting het servicebureau.
En we zijn dus met elkaar aan het kijken welke projectmatige taken we willen borgen bij de gemeenschappelijke regeling servicebureau en welke we willen borgen bij de netwerksamenwerking van de H10. Vandaar dat de H9 gemeenten, met uitzondering van Zoetermeer, vandaar H9, hebben gekozen om het op deze wijze te verantwoorden in de zienswijze. Desondanks, het is uw zienswijze, dus ik kan dit alleen meegeven en u moet daar uw voordeel uit halen, of niet. Dan wil ik bij mevrouw Jansen nog aangeven, u vraagt mij vinger aan de pols te houden bij verzuim. Dat is iets wat zeker in de gaten gehouden wordt, alleen u weet, denk ik, als geen ander, aangezien u betrokken bent bij dit domein, dat er behoorlijke schaarste is als het gaat
om de markt van mensen die in dit domein willen werken. Dat neemt niet weg dat we oog hebben voor de mensen die wel werken in deze sector en dat we echt oog hebben voor mensen die kampen met verzuim. En mevrouw Schröter-Haas gaf nog aan dat er 175 zijn. Die zijn er inderdaad H10 breed. Ik heb al vaker uitgelegd dat Rijswijk niet van alle 175 zorgaanbieders gebruik maken. Maar goed, u geeft aan, met veertien wordt er een kwartaalgesprek gevoerd. Het is onderdeel van de nieuwe regiovisie dat ze gesprekken krijgen en dat de grootste jeugdhulpaanbieders en de grootste stijgers van de aanbieders, dat daarmee gesprekken gevoerd worden en dat dat frequenter gevoerd wordt dan met jeugdzorgaanbieders die gewoon met het geld uitkomen en die zich houden aan de afspraken die we bij wijze van spreken aan het begin van het jaar hebben gemaakt. Dus met de rest wordt wel een gesprek gevoerd, met de rest van de zorgaanbieders, maar de frequentie die zit hem in het feit dat er een aantal zorgaanbieders uitschieten als het gaat om meer kosten die zij maken of anderszins. Ik hoop dat ik u daarmee een voldoende antwoord heb gegeven, mevrouw Schröter. Dat is mijn eerste termijn voorzitter. Wethouder Keus: En ook bedankt voor de vragen. Het antwoord heeft ook betrekking op de andere zienswijzen waar deze passage is opgenomen, want anders ben ik alsnog heel veel aan het woord vandaag.
Zoals u inderdaad heeft gezien is er een passage opgenomen over de financiële situatie van gemeenten en ook een oproep aan de verschillende GR'en om ook daar indachtig de financiële situatie ook te kijken naar hun eigen financiële huishouding om te kijken waar daar winst nog te halen valt. Dat komt niet uit de lucht vallen, het als wel langer een wens in de baat van menig wethouder Financiën om ook eens kritisch te kijken naar de uitgaven naar gemeenschappelijke regelingen gaan. We zijn natuurlijk zelf die gemeenschappelijke regelingen, maar het is wel zo dat we de afgelopen jaren behoorlijk voor financiële uitdagingen hebben gestaan en staan, hebben moeten bezuinigen, zowel op onze eigen organisatie, op beleid. Dat hebben we allemaal gemerkt, ook in de stad. We hebben onze inkomsten, de lasten, moeten verhogen, voor de inwoners, voor de ondernemers. Ook de subsidiepartners van ons hebben te lijden gehad onder de verschillende bezuinigingen en eigenlijk de gemeenschappelijke regelingen, ik wil niet zeggen dat het een automatisme is, maar daar, de indexatie en ook de begrotingswijzigingen gaan eigenlijk vrij vlot en gaan er altijd doorheen.
In dat opzicht, al is het maar om die discussie los te maken, om ook eens kritisch te kijken naar de gemeenschappelijke regelingen en hoe we daar ook kunnen kijken hoe die, wellicht door efficiënter te werken, ook met minder geld hetzelfde werk kunnen doen. Dus dat is de achtergrond. U ziet ook, het is niet in elke zienswijze de passage opgenomen. Dus er is echt wel gekeken naar of het wel opportuun is ja, of nee. Het is ook niet bij elk college op deze manier voorgesteld aan de raad. Sommige gemeenten hebben ervoor gekozen om dat niet te doen. Dat is eigenlijk de achtergrond, maar inderdaad, zoals mevrouw Bentvelzen ook zei, het is uw zienswijze, ik hoor inderdaad sommige fracties die dat liever er niet in hebben staan, maar ik hoorde ook mevrouw Kames op het laatst die daar wel van gecharmeerd was, dus die discussie laat ik graag bij u. De voorzitter: Naar aanleiding van de eerste termijn is er behoefte aan een tweede termijn. Ik begreep dat mevrouw Koopman niet meer aanwezig is vanwege connectieproblemen. Kijk ik eerst even bij anderen. Tweede termijn De heer Van den Berg (BVR): Voorzitter, ik had in eerste instantie wat problemen met mijn verbinding, vandaar dat ik nu pas reageer. Beter Voor Rijswijk kan zich geheel vinden in de zienswijze en hebben geen bezwaren tegen de toevoegingen welke zijn ingebracht.
We hebben vertrouwen in de wethouder, maar dat had u waarschijnlijk al van ons verwacht. Dat was dan ook gelijk mijn inbreng voor de tweede termijn. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Voorzitter, ik reageer even op de reactie van de heer Keus. Dus niet meer specifiek over alleen deze zienswijze. Want als de wethouders Financiën in de regio van de gemeenschappelijke regelingen zich zo'n zorgen maken, en daar kan ik me iets bij voorstellen, over oplopende kosten, dan begrijp ik niet dat de indexering, en dan heb ik dus weer een algemene vraag te stellen over alle zienswijzen, dat die indexering niet ter discussie wordt gesteld. Dat doen we namelijk lokaal wel bij onze subsidiepartners en waarom doen we dat dan niet bij bijvoorbeeld de
omgevingswet? Daar wordt het heel makkelijk geaccepteerd dat dat gewoon kostenverhogend werkt. Dat begrijp ik dan niet. Misschien kan de wethouder daar nog heel even op ingaan. Mevrouw Jansen (PvdA): Ik geef ook even een bericht door van mevrouw Koopman die in de WhatsApp groep van het sociaal domein doorgeeft dat de redenering van mevrouw Bentvelzen niet helemaal klopt. Ik lees het voor, dus vergeef me als het niet helemaal begrijpelijk is. Want ze wilde het wel zeker opnemen in de begrotingswijzigingen is haar opmerking. Dus dat even als eerste en als tweede wilde ik even richting de heer Keus melden, het is niet dat ik het met de inhoud niet eens ben, ik ben het alleen niet met de procedure eens. Mevrouw Bentvelzen verwees daar ook opnieuw naar. Mijnheer Dolmans als voorzitter ook al, het is onze zienswijze. U schrijft deze zinnen erin, de inhoud klopt en daar ben ik het volledig mee eens, maar het is de procedure waar ik moeite mee hebben. Dus dat wilde in nog even rechtgezet hebben. De heer Ezinga (VVD): Ja, heel kort een toelichting op datgene wat wordt gezegd over de suggestie die wethouder Keus geeft in deze zienswijze, maar ook in andere zienswijzen. Voor de VVD is het eigenlijk wat dit betreft, ook al is dit niet de procedure, wel gerechtvaardigd.
Kijk, de zorgen van de wethouder zijn ook de zorg van de raad, zeker als het gaat om de financiële posities van de diverse, ja hoe moet ik het zeggen, ja dossiers, maar ook van de gemeente an sich. Dat zij dus deze suggesties geven in de zienswijze, dat kan ik daarmee ook best snappen. Wij zijn op dit moment hier aan het toetsen of deze zienswijze inderdaad als zodanig voor ons acceptabel is en daarmee denk ik dat we ook hiermee, als we hiermee akkoord gaan, dat we hier ook mee in kunnen stemmen. De heer Van der Meij (GBR): Ik heb vanuit Gemeentebelangen in eerste termijn geen inbreng naar de heer Keus en in de tweede termijn een vraag stellen aan het Forum, wij onderschrijven van harte de passage of het nu wel of niet procedureel juist is die is opgenomen in deze zienswijze en meerdere zienswijzen als het gaat om het aanwakkeren van het kostenbewustzijn in de gemeenschappelijke regelingen. Ik denk dat we er nu zo langzamerhand ook met die discussie moeten gaan beginnen. De heer keus heeft ook aangegeven dat niet alle gemeentelijke wethouders Financiën daar nu op dit moment op één lijn zitten. En des te meer redenen om dan vanuit Rijswijk daarom vast de voorzet en wellicht de regie te nemen om de discussie aan te gaan. Dus wat ons betreft kan die zinsnede in deze zienswijze een andere zienswijzen gewoon opgenomen blijven.
De voorzitter: Heeft het college nog behoefte om te reageren? Wethouder Keus: Ja, volgens mij waren er geen vragen voor mevrouw Bentvelzen, als ik het goed heb gevolgd, dus die heeft iets goed gedaan in de eerste termijn en ik heb nog wat uit te leggen. Om even in te gaan op de stelling dat niet de juiste procedures gevolgd. Kijk, er is natuurlijk makkelijk te herleiden dat dit natuurlijk eens ingestoken vanuit de wethouder Financiën, maar de procedure is natuurlijk dat bij zienswijzen het voorstel zijn van het college en dat we ook als college hier uiteindelijk een besluit, collegiaal, opnemen en u een voorstel doen met deze zienswijze. Dus de procedure is in zoverre daar misschien iets meer bemoeienis wellicht geweest in dat opzicht vanuit de wethouder financiën, maar uiteindelijk is het wel gewoon een collegevoorstel aan de raad. En de opmerking van mevrouw Van Nunen, ja, denk dat hij terecht is en die vindt elk jaar in principe wel plaats bij het opstellen van de kaderbrief voor de gemeenschappelijke regelingen, alleen is er altijd een spanningsveld natuurlijk dat je daar politiek gaat bedrijven terwijl zo een kaderbrief natuurlijk heel procedureel vooral van aard moet zijn. En ook voor elke gemeenschappelijke regeling geldt ook weer andere omstandigheden en andere context.
Dus het is lastig en tegelijkertijd om in zo’n kaderbrief een generieke uitspraak te doen voor alle gemeenschappelijke regelingen. Een GGD heeft een andere behoefte op dit moment dan een Avalex, noem ik maar eventjes, als je kijkt naar het afgelopen jaar. Maar het is wel degelijk ook onderwerp van discussie richting de kaderbrief voor de begroting van 2023, moet ik dan zeggen, want ik had ons trachten het komende jaar. En dan had ik volgens mij nog een ondersteuning vanuit de fractie ook van de VVD ook dan daarvoor. Dat was het volgens mij, voorzitter. De voorzitter: Dan komen aan het einde van dit agendapunt. Er zijn eigenlijk drie smaken waarop we kunnen omgaan met de zienswijzen. Niet alleen voor deze over het algemeen. Dat is dat we hem
ongewijzigd, als akkoordstuk om er na de raad doorsturen. Het lijkt me bij deze niet het geval. De tweede mogelijkheid is dat er een wijziging wordt aangebracht op de zienswijze waar het forum breed achterstaat en dat we de ambtelijke organisatie verzoeken om dat in de zienswijze te verwerken en dan gewijzigde zienswijze voor te leggen aan de raad op 1 juni. Ik geloof dat dat hier het geval. Als dat niet zo is, als iemand bezwaar geeft tegen deze wijziging is volgens de dan wordt die wijziging als amendement ingediend op 1 juni. Heeft er iemand bezwaar tegen om de tekstwijziging zelfs die is voorgesteld om die over te nemen? Mevrouw Kames. Mevrouw Kames (RB): Voorzitter, ik krijg net op de app van Martine dat ze vraagt of Larissa, of sorry, mevrouw Bentvelzen, antwoord wil geven op de vraag die Irene gesteld heeft, in plaats van Martine, omdat ze heel slecht internet heeft. Ze kan de antwoorden soms niet horen. Dus misschien een mevrouw Bentvelzen nog even antwoord geven op de vraag die Irene gesteld heeft voor Martine. Ik wil hem desnoods nog wel even herhalen, want ik heb een redelijke instelling. Zij zegt, even kijken: de redenering klopt niet want ze willen het wel in de begrotingswijziging opnemen. Dus misschien wil mevrouw Bentvelzen hier nog een reactie op geven en dan kan mevrouw Koopman nog even meeluisteren. De voorzitter: Het is een mooie procedure zo.
Mevrouw Bentvelzen. Wethouder Bentvelzen: Het is zeker een bijzondere procedure en ik ken gemeenten waarin dit anders gaat, maar daar hebben we het op een later moment nog wel een keer over. Over de procedure hoe we dit hier doen. In de zienswijze staat inderdaad begroting voor 2022, dan wel in de begroting 2023. Zoetermeer stuurt aan op 2022. Daarom hebben zij dat ook opgenomen in het tekstvoorstel om een andere zienswijze in te dienen. Dat is wat het is, dus ik hoop dat ik daarmee Martine een juist antwoord heb gegeven. Ik weet niet of die nu reageert in de app uit de sociaal domeinwerkgroep om het dan maar even vanuit die digitale wegen te vragen. Ik zie een hand maar ik weet niet van wie. De voorzitter: De heer Sleddering, vermoed ik zo. De heer Sleddering (VVD): U noemt het een aparte procedure, dit kan gewoon echt niet. Iedereen heeft zijn termijn gehad. Willen we dit onheil voorkomen, dan moeten we gewoon live gaan vergaderen. Het is zoals het is. U was al aan een afronding toe. Heel verstandig. Hup naar de raad en daar gaan we stemmen erover en verder klaar. Ik zou er geen tijd meer aan willen besteden nu, want anders hebben we nog een hele avond te gaan. De voorzitter: Ja, het is inderdaad even lastig.
Mijn voorstel is om deze zienswijze met de wijzigingen die zijn voorgesteld vanuit de werkgroep om die zo door te geleiden naar de raad, tenzij iemand daar bezwaar tegen heeft. Dan gaan we dat voor dit punt zo doen. 6. Zienswijze op de Jaarrekening 2020 DSW Rijswijk De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6. Dat is de zienswijze op de Jaarrekening DSW Rijswijk. Wie mag ik het woord geven? Ik zie mevrouw Koegler. Mevrouw Koegler (CDA): Het is een mooie, korte zienswijze, van vier zinnen. Dus hij was snel gelezen en ook blij om te lezen dat de resultaten van DSW minder negatief zijn dan verwacht. Zeker gezien de coronacrisis een heel mooi resultaat. Maar naast het financiële deel is het vanuit het CDA ook belangrijk om aandacht te hebben voor het maatschappelijk effect. En in 2020 heeft er nauwelijks instroom plaatsgevonden. Hierdoor blijft het aantal fte ruim 60 fte achter op de begroting en ook in 2018 en 2019 bleef die instroom al achter. En de combinatie en de overgang naar de binnenbaan heeft veel van eenieder gevraagd en dat begrijpen we, zoals ook in de zienswijze geformuleerd, maar toch vinden wij het belangrijk dat de instroom van nieuwe medewerkers doorgang blijft vinden. In de zienswijze van vorig jaar is dat door de raad ook extra opgenomen aan de concept zienswijze en het
CDA zou ook dit jaar graag een zinssnede toevoegen over dat er voldoende aandacht moet zijn voor de instroom van nieuwe medewerkers. De heer Ezinga (VVD): Ik wilde het heel kort houden, maar nu hoorde ik ook de inbreng van mevrouw Koegler. Waar ik eigenlijk de inbreng voor had is dat ik in ieder geval gegeven wat ik lees heb, grote bewondering heb voor de veerkracht waarmee DSW de covidcrisis door is gekomen en dat we dat ook een zienswijze als zodanig communiceren. Dus die mening deel ik ook met mevrouw Koegler. Voor wat betreft toevoeging van de zinsnede die zij zojuist aangeeft, vraag me af of dit nu opportuun is, gegeven de onzekerheid die de crisis op dit moment oplevert en of ze dat ook waar kunnen maken en of dit niet gewoon voor de hand ligt dat het gaat gebeuren. Dus waarom dit niet gewoon kort en krachtig houden en gewoon doorgaan met waar je mee bezig bent in plaats van nog meer stof doen laten opwaaien. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ik sluit me aan bij de vorige spreker. Voor ons hoeft het ook niet expliciet bijgezet te worden. Ik zou wel graag nog een woord van dank eigenlijk, of waardering, willen toevoegen, maar dat kan waarschijnlijk heel makkelijk in een korte zin eraan toegevoegd worden. Er staat nu alleen; we hebben kennisgenomen van de meevallende resultaten. Wat mij betreft mag ook wel een woord van waardering uitgaan in de zienswijze.
Ik ben het verder, zoals ik al zei, eens met de heer Ezinga. De heer Veerman (D66): Ook ik sluit me aan bij de vorige sprekers. Toch wel even noemen dat het afgelopen jaar toch wel op zich een goed jaar is geweest, want door de corona hebben ze dat goed weten op te vangen. En het is goed, want ze zijn natuurlijk heel erg bezig, DSW, als sociaal werkbedrijf, met een transitie, en die omzet zal dit jaar plaatsvinden en zal dan op een heel andere manier ingerekend worden. Ook voor de gemeente Rijswijk is het goed om te zien dat deze voortgang gemaakt is tot nu toe. Mevrouw Kames (RB): Even een korte toelichting, ik ben het inderdaad ook eens met vorige sprekers, dus wij kunnen ons als Rijswijks Belang ons goed vinden in de zienswijze. Dank u wel. De heer Van den Berg (BVR): Beter voor Rijswijk sluit zich aan bij de zienswijze van het CDA, ook wij zijn verheugd en we hopen wel dat heel snel de fte's worden opgevuld zodoende dat we meer mensen aan de arbeidsparticipatie mee kunnen laten doen. Mevrouw De Man (OR): Ik wil graag aansluiten bij de woorden van de heer Ezinga en overigens moet ik even reageren op het voorstel om een woord van dank toe te voegen aan de zienswijze.
Ik vind niet dat de zienswijze daar het juiste gremium voor is, we kunnen een woord van dank doen in het forum zoals we nu net hebben gedaan of in de raad, ik denk niet dat we daar nog iets verworven aan te passen in de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, dan heb ik volgens mij van de forum deelnemers iedereen gehad. Ja. College. Wethouder Lugthart: Dank, dank ook voor de waardering die net is uitgesproken. Ik denk dat het goed is om dat ook op te nemen. Ik weet dat medewerkers hebben gewerkt. Een inhoudelijk puntje op de instroom wordt erg lastig. DSW is natuurlijk per 31-12 beëindigd en bestaat nog wel omdat het nog moet worden afgerond maar de medewerkers stromen niet meer in bij DSW, maar stromen in bij de binnenbaan en het is ook lastig om op SW te sturen. Dus ik begrijp waar het vandaan komt, mevrouw Koegler, maar ik zou het in dezen in de zienswijze toch ontraden. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Koegler? Tweede termijn
Mevrouw Koegler (CDA): Ja, dat vraagt nog wel even om een reactie denk ik. Ja, reden om voor mij om te vragen of er een zinsnede opgenomen kan worden is eigenlijk omdat het beeld al een aantal jaren zo is dat de instroom laag blijft, in begrijp ook de reactie van de wethouder, ik zie inderdaad ook geen breed draagvlak, dus het mij betreft hoeft er dan ook geen amendement met de zinsnede ingediend te worden en kan het als akkoordstuk naar de raad. Daarbij wel de vraag aan de wethouder of hij wel gewoon voldoende aandacht wil houden voor de nieuwe instroom, zodat onze mensen die thuis zitten met een afstand tot de arbeidsmarkt ook echt aan het werk helpen. De voorzitter: Ik constateer dat de overhead een woord van dank en waardering wel overeenstemming is qua inhoud, maar niet om het op te nemen in de zienswijze. In ieder geval één lid heeft bezwaar daartegen. Dus als die wijziging wil door worden gevoerd moet het even met een amendement. Is dat een juiste constatering? Ja? Ja, ik zie een handje, daar hoopte ik al op. Mevrouw Van Nunen. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, voorzitter, volgens mij is dat hele simpele wijziging. De voorzitter: Maar daar is niet iedereen het mee eens dat is het punt. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Wij gaan het niet via een amendement in stemming brengen, ik vond het gewoon een vorm van extra aandacht, waardering, niet meer dan dat.
Laten we er verder niet te lang over spreken. Ik dacht dat de wethouder zei dat hij dat op zou nemen. Namens ons. Mevrouw De Man (OR): Nee, ik was natuurlijk degene die een beetje bezwaar had, als het heel makkelijk kan worden aangepast en het is nog steeds een akkoordstuk dan vind ik het allemaal prima. Maar het is misschien meer werk om het aan te passen dan het nu gewoon per woorden te doen zeg maar. Dus als de wethouder het eraan wil toevoegen vind ik dat natuurlijk helemaal prima. De voorzitter: Dank voor uw flexibiliteit. Dan stel ik voor dat het als een akkoordstuk naar de raad toegaat, met de toevoeging in de lijn van zoals mevrouw Van Nunen dat heeft verwoord. 7. Zienswijze begrotingswijziging 2012 en begrotingen 2022 GR GGD en VT De voorzitter: Dan gaan we door naar het volgende punt. Dat is de zienswijze begrotingswijziging 2021, begrotingen 2022 Gemeenschappelijke Regeling GGD en VT. Wie wil daarover het woord voeren? De heer Karremans (Wij): Allereerst wil ik mijn complimenten uiten voor Veilig Thuis Haaglanden, de wachtlijsten zijn teruggedrongen, de doorlooptijden zijn verbeterd en dit bij de ons een tijdje zorgen is dus fijn dat het nu al een stuk beter is. We kunnen ons vinden in deze zienswijze, maar ik heb nog wel nog wel wat twijfels over de datalek van de GGD. Dit heeft namelijk best wel wat impact gehad in de maatschappij.
Tussen vraag ons eigenlijk af, oké, welke lessen zijn er nu geleerd. Ik begrijp dat er in het verleden al eens toegezegd dat de raad op de hoogte werd gebracht door middel van een IDbrief en ik zou graag eigenlijk van de wethouder willen horen of het ook mogelijk is dat in aanvulling op deze ID-brief kan plaatsen met het feit van wat heeft de GGD nu geleerd van deze datalek, om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst voorkomen kan worden. Mevrouw Koegler (CDA): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het CDA kan zich vinden in de voorliggende zienswijze, een uitgebreide en volledige zienswijze, waarin zaken die nog aandacht behoeven, wat het CDA betreft, allemaal in zijn meegenomen en we kunnen ons ook zeker vinden in de waardering die uitgesproken wordt over de wijze waarop de GGD en Veilig Thuis de taak heeft uitgevoerd. Ik ben ook heel blij om te lezen dat de wettelijke afhandelingstermijn bij Veilig Thuis en de wachtlijst dat het steeds beter gaat. Dat heeft uiteraard ook onze blijvende aandacht, net als van de wethouder en de andere fracties. Maar zoals in de zienswijze geformuleerd gaan we ervan uit dat de wachtlijst en de afhandelingstermijnen nog verder teruggebracht kunnen worden, dus zijn we erg blij mee.
Mevrouw Kistemaker (GL): Ja, ook in deze zienswijze is de bezuinigingsparagraaf, om het zo maar even te noemen, opgenomen. Het is al even ter sprake gekomen, maar wij vinden dat een hele bijzondere gang van zaken. Maar we vinden dat in dit geval ook eigenlijk wel een beetje ongepast. De wethouder gaf net aan dat er echt gekeken is naar waar het opportuun is, maar wij vinden eigenlijk dat bij de GGD, die momenteel zo zwaar onder druk staat, niet zo passend om dan ook nog eens te gaan dreigen eigenlijk met bezuinigen. Dus willen graag horen van de wethouder wat er dan precies opportuun is omdat bij de GGD ook te doen. En wat ons verder ook verbaasd is dat er wordt gesproken over het verminderen van taken, dat is natuurlijk best nog wel een inhoudelijk punt. Wij vragen ons af is er ook een suggestie van de wethouder Financiën, want wij kunnen ons daar in ieder geval geen gesprek daarover in een gemeenteraad over herinneren. We zijn ook wel benieuwd wat de inhoudelijk wethouder daarvan vindt. Wij wachten op een reactie daarop. Mevrouw Koopman (D66): Nou, ik ga het proberen of ik nu weer aangesloten ben. Dank voor het woord. Ook D66 kan zich vinden in deze zienswijze. Hebben grote waardering voor de inzet van de GGD in de covidcrisis. Wel een aandachtspunt, en dat is meer naar aanleiding van, van de jaarstukken.
In de jaarstukken wordt aangegeven dat zo'n 3,3 miljoen onvoldoende verifieerbaar is en dat dat wellicht terugbetaald moet worden, ik weet niet of dat een risico voor ons als Rijswijk gaat opleveren? Maar hoe groot is het risico dat het ook naar de toekomst toe voor extra kosten leidt, omdat blijkt dat in een tijd van crisis de financiële verantwoording van de GGD wellicht en dat zeg ik met een groot vraagteken, niet op orde is omdat ze zo snel moeten opschalen, en dan zouden we wellicht dan nog een aantekening kunnen maken in deze zienswijze omdat daarin geïnvesteerd moet worden zodat het in de toekomst op een zorgvuldige manier, ook in tijd van crisis, kan worden ingevuld. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Naast wat mevrouw Kistemaker ook aangaf met betrekking tot die financiële dreiging, zoals ze het noemde, ik bedoel dan ook met name gericht op waar we het net over hadden natuurlijk, het onder druk zetten van de kosten die GGD en Veilig Thuis maken. Heb ik ook nog twee andere punten, waarvan ik denk ik ook wel verwacht dat we dat als raad verwachten dat de GGD daar ook spoedig uitsluitsel over geeft en dat is het naar voren halen van de evaluatie van de GR. Daar hebben het in de werkgroep over gehad. Dat vinden wij in de zienswijze op een goede manier staan, maar dat moet natuurlijk haalbaar zijn en dan moet ook wel een duidelijk antwoord te komen van de GGD.
Dus ik verwacht eigenlijk naar aanleiding van deze zienswijze ook wel een uitgebreide brief terug ook wat betreft toch wel wat kritische punten naar dat visietraject wat in de zienswijze staat verwoord. Bijvoorbeeld het resultaatgericht werken dat onvoldoende waargemaakt is, het niet opnemen, of het te weinig opnemen van de gezondheidsbevordering en de preventie in het werk van de GGD in dus dat visietraject. Dat zijn nogal wat pittige zaken die in die zienswijze staan vermeld namens ons, waarvan ik denk, nou daar verwacht ik wel een antwoord op van de GGD, zeker als meerdere gemeenten dit ook hebben opgenomen in hun zienswijze. Ook ten aanzien van het coronasteunpakket met een duidelijke richtlijn ook dat dat lokaal gericht moet zijn en op maat voor iedere gemeente en niet alleen voor Rijswijk. Ik vind eigenlijk deze zienswijze, van alle die we vanavond behandelen, ik heb ze allemaal gelezen, vind ik dit de minst inhoudelijke en ook een antwoord terugverwachtend van de partij die deze zienswijze van ons leest. Voorzitter, ik hoor daar toch nog graag een reactie op van de wethouder. De heer Ezinga (VVD): De VVD heeft ook met belangstelling deze zienswijze gelezen. Wat ons opviel naast een aantal andere punten en de punten die we net gehoord hebben, is het feit dat het resultaatgericht werken achterblijft.
En wat ik niet uit te zienswijze voren zie komen is dat het bekend is waarom het is achtergebleven. En dat is iets waar ik wel achter zou willen komen dus vraag ik daar een reactie op van de wethouder en dat in samenhang met datgene wat mevrouw Van Nunen net verkondigt; we willen de evaluatie naar voren halen om een aantal zware punten waaronder het resultaatgericht werken en de wijze waarop preventie wordt ingericht, maar hoe gaan we de evaluatie goed uitvoeren als dergelijke aspecten onvoldoende ontwikkeld of doorgevoerd zijn? Heeft de wethouder daar kennis van en kan ze of hij die dan met ons delen? Mevrouw Kames (RB): De twee vorige sprekers die hebben het eigenlijk al, want ik had het specifiek hier al donker gekleurd, inderdaad wat betreft het resultaatgericht werken dat dat nog niet zo heel
goed gaat en ook het doelmatigheidsonderzoek dat vinden we ook nog niet nadrukkelijk terug, dus deze punten wil ik ook graag benoemd hebben. De heer Kruger (BVR): We hebben het een en ander gevolgd. Mooie woorden gezegd. Ik heb er niet zoveel aan toe te voegen. Achter de meeste oproepen kan Beter voor Rijswijk goed aansluiten, met name de opmerking van Jeffrey K. Dan niet van Keus, maar even anders gezien, van Wij. Met name de zorg over de automatisering wat er toch een beetje aardig uit de hand gelopen is. En dat heeft ook te maken met mensen. Vaak ongekwalificeerde mensen, slecht opgeleid, niet medisch onderlegd. Als je een kijkje gaat nemen naar het grote prikcentrum bij ADO, dan zie je daar een batterij van mensen rondlopen en een handjevol mensen die daar een prik komen halen. Busjes die af en aanrijden met vaak een passagier van allerlei taxibedrijven. De kosten lopen echt uit de klauwen en ik denk dat we dan niet moeten gaan zitten denken aan bezuinigingen maar er valt een efficiencyverbetering te behalen als men het gewoon oppakt zoals het bedrijfsleven dit zouden doen: dat de kosten niet voor de baten uit moeten lopen. Het kan vaak veel efficiënter; er hoeven geen zes parkeerwachters te zijn als daar twintig auto's per uur aankomen met een paar mensen erin. Dat moet allemaal beter kunnen.
Wat betreft Veilig Thuis is het goed te merken dat daar vorderingen zijn gemaakt, maar Beter voor Rijswijk zal met deze zienswijze volledig akkoord kunnen gaan. Mevrouw De Man (OR): Onafhankelijk Rijswijk deelt de vragen en de bedenkingen die de vorige sprekers allemaal hebben uitgesproken. We zijn dan ook heel erg benieuwd naar de reactie van de wethouders in dezen. De voorzitter: Ik geef het woord aan het college, maar wel even met de strenge blik van de voorzitter die zegt: we zijn hier een zienswijze aan het behandelen en niet het functioneren van de GGD in de hele huidige coronacrisis. Dat wil ik maar even meegeven. Wie mag ik vanuit het college het woord geven. Wethouder Lugthart: Prima, om het dan inderdaad kort te houden. Als het gaat over datalek waar Wij. het over heeft, er zijn talloze maatregelen genomen. Wellicht is het goed als ik die toch eventjes schriftelijk toestuur. Dat zijn namelijk autorisatiematrix systeemaanpassingen, ook op landelijk gebied, maar ik stuur dat u toe. Ik denk dat u denkt: ik hoef er maar inzicht in te hebben. Mevrouw Koopman van D66, inmiddels is de accountant akkoord. Dat kan ik al aangeven en tegelijkertijd denk dat het goed is om de aantekeningen die ik net noemde ook op te nemen in zienswijze. Dat kan zeker geen kwaad bij opschaling in de toekomst.
GroenLinks vroeg om wat inhoudelijk wethouder in dezen vindt van het kijken naar de taken. Ik vind het geen probleem om te kijken naar de taken. Als u mij, ook als voorzitter van de GGD, op dit moment vraagt: kunnen er taken af? Dan is het denk ik op dit moment: nee, maar het is nooit verkeerd om ernaar te kijken. Mevrouw Van Nunen vraagt het naar de evaluatie en of die naar voren kan. Er wordt inmiddels hard aan gewerkt, plus commitment en ook richting de heer Ezinga zeg ik: dat gaat lukken. Het resultaat werken en waarom het resultaat werken niet gelukt is lijkt me een goede vraag om die ook in deze zienswijze op te nemen en dat is dan de eerste termijn, voorzitter. Wethouder Bentvelzen: Voorzitter, ja, ik wil toch even graag een opmerking maken aangezien ik Veilig Thuis doe. Ik heb geen inhoudelijke vragen gehad, maar daarnaast is er wel door mevrouw Kistemaker een vraag gesteld rondom de taken en het tekstvoorstel dat er vanuit de wethouders Financiën gedaan is. Met zienswijze natuurlijk ook met elkaar besproken in B&W en we hebben daar afgesproken dat de zinsnede "daarnaast zijn voorstellen om taken te verminderen ook mogelijk" eruit te verwijderen. Dat is helaas nog niet gebeurd voordat de zienswijze op de raadsagenda is gekomen, dus toezegging hierbij dat we de zin eruit halen, want inhoudelijk gezien was ik het daar niet mee eens (toezegging).
Wethouder Keus: Ja, eigenlijk in lijn ook met wat mevrouw Bentvelzen inderdaad zegt. En verder blijf ik ook bij het antwoord dat we bij de vorige zienswijze hebben aangegeven dat we inderdaad gewoon vragen om kostenbewustzijn en dat het dreigend is, nou ja, zo zou ik niet willen omschrijven. Dat is ook geenszins de bedoeling, maar aandacht voor kostenbewustzijn in deze tijd, dat kan volgens mij geen kwaad. Maar nogmaals die zin inderdaad die mevrouw Bentvelzen aanhaalde die zin zou eruit
moeten en dat geldt overigens ook voor de zin daarna in de kaderbrief van de colleges voor de begroting en daar zal ook nader op de bezuinigingsopties worden ingegaan omdat we namelijk met de kaderbrief dan het risico zouden lopen politiek te gaan bedrijven en daar moeten we verre van blijven. De voorzitter: Ik heb vanuit de raad verder geen wijzigingsvoorstellen ten opzichte van deze zienswijze gehoord. Vanuit het college wordt aangegeven dat men graag nog twee zinnen wil schrappen. Is daar behoefte aan om daarop te reageren of zijn vragen nog onvoldoende beantwoord? De heer Ezinga (VVD): Ja, voorzitter, ik denk vooral een beetje behoefte om te reageren ook al is het arbitrair om te bepalen welke zinnen wel of niet passend zijn. Ik deel de mening van wethouder Keus dat de wijze waarop ik de tekst nu interpreteer niet zozeer als dreigend zou kunnen worden opgevat, maar ook als gezond zakelijk verstand hierin.
Als we te maken met grote kosten over meerdere sectoren bezien dat het niet anders dan common sense is om na te gaan van waar kunnen we die efficiencyslag maken, denk met ons mee, hoe kunnen we met jullie organisatie als zodanig het een en ander verbeteren? Dat het meteen als dreigend wordt gezien dat vind ik persoonlijk een wat overtrokken reactie vanuit GroenLinks gezegd, maar goed ik snap ook dat er vanuit het college al eens nagedacht over deze zinsneden als zodanig en dat deze zijn verwijderd, soit. Laat het zo zijn, maar voor wat de VVD betreft hebben wij die interpretatie niet zo gezien, dank u wel Mevrouw Kistemaker (GL): Ja, het wordt een beetje uit zijn verband gerukt. Als we het hebben over dreigen. Voor mij hebben gezegd dat ik niet zo passend vindt om op dit moment, waarin de GGD onder druk staat, ze gaan vragen om te gaan bezuinigen. Ik heb daar eigenlijk ook niet echt een antwoord op gekregen van de heer Keus wat er dan precies zo opportuun en is, waarom hij dat op dit moment nodig vindt bij de GGD. En ik ben blij dat die zin eruit gaat over de takenvermindering. Ik vind het wel een bijzondere gang van zaken. Dat moet ik wel eerlijk zeggen. Zeker omdat we al een aantal keren van het college gehoord dat het de zienswijze van de raad is en we maken vanavond mee dat het college nog aanpassingen gaat doen in de zienswijze, dus ja, bijzonder.
De voorzitter: Ik dacht dat ik dat duidelijk had gezegd, dat dat een voorstel is en u gaat er uiteindelijk over. Ik zie mevrouw Koopman nog. Mevrouw Koopman (D66): Ja, ik wilde nog heel kort ingaan op de opmerking van de heer Lugthart. Ik ben blij dat de accountant nu akkoord gegaan is en hij gaf aan: goed om daar iets over te nemen in de zienswijze en ik wil de vraag of hij daarmee voor een tekstvoorstel kom of dat hij verwacht dat ik daarvoor een tekstvoorstel aanlever? Dus dat wil ik nog even vragen voor mijn tweede termijn, verder niets. De voorzitter: Ik weet niet of ik het helemaal goed begrijp, mevrouw Koopman, kunt u het nog even uitleggen? Mevrouw Koopman (D66): Ja, de heer Lugthart gaf aan dat hij een toevoeging wilde doen op de zienswijze om iets over die financiën en de financiële verantwoording over de coronagelden waar de accountant in eerste instantie moeite over had gehad om daar toch nog een opmerking over op te nemen dat dat gewoon goed in orde moet zijn en dat de verwachting is namens Rijswijk dat dat ook gewoon de komende jaren gewoon goed op orde is dat we niet het risico moeten lopen dat ze uiteindelijk nog 3,3 miljoen extra moeten gaan betalen. De voorzitter: Ik heb net geschetst dat de eigenlijk drie smaken zijn. Of we zijn het hier vanavond eens over de tekst, gewijzigd al dan niet gewijzigd.
Mevrouw Koopman (D66): Volgens mij heeft de wethouder nog een tweede termijn.
De voorzitter: Ja, ik verwacht wel concrete voorstellen dan, maar dat is prima. Verder nog voor de tweede termijn? Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, voorzitter, aansluitend bij mevrouw Koopman zei de wethouder dus ook dat het eigenlijk over een amendement van de raad zou moeten gaan dat hij het ook eens is met wat de heer Ezinga ook zei en wat ik eigenlijk daarvoor ook bedoelde, is wat de oorzaken of redenen zijn waarom dat resultaatgericht werken niet van de grond is gekomen. Maar de wethouder zei dat dat eraan toegevoegd zou kunnen worden naar de zitting een beetje te schuiven tussen de verantwoordelijkheid van de tekst van de raad en van dit college. Dat ben ik met u eens, maar dat ben ik ook met mevrouw Koopman eens het moet wel duidelijk zijn wie wat gaat wijzigen voor aankomende dinsdag. Want ze hebben het over de raad van 1 juni. De voorzitter: Ja, als wij gewoon hier inhoudelijk een gezamenlijke lijn hebben, dan helpt de ambtelijke organisatie de wijziging door te voeren in de zienswijze. Als dat niet het geval is dan moet het gewoon even met een amendement, dat is denk ik het meest praktische. Verder niemand voor de tweede termijn? De heer Lugthart.
Wethouder Lugthart: Ik heb ook aangegeven in de eerste termijn dat ik geen probleem zie om dat op te nemen als een breed gedragen is en er geen bezwaar is dan kan ik een voorzetje doen en er kan het volgens mij gewoon als amendement dienen in de raadsvergadering (toezegging) volgens mij is het dan getackeld. Dan stuur ik het mevrouw Koopman toe en dan kunt u daarover besluiten. De voorzitter: Ik hoop dat u het uiteindelijk aan de hele raad stuurt. Mag ik het afconcluderen dat we het volgens mij inhoudelijk verder eens zijn over de zienswijze met de toevoeging die de heer Lugthart net heeft toegelicht met het schrappen van de twee zinnen, is dat een goede samenvatting van de discussie? Wethouder Lugthart: En de opmerking van de heer Ezinga begrijp ik, over het resultaatgericht werken, de vraag. De voorzitter: Dan vraag ik even aan de heer Lugthart om ook richting de ambtelijke organisatie dit door te voeren. De heer Lugthart: Dat is genoteerd. Daar kom ik op terug. De voorzitter: En dan gaat het in principe als akkoord stuk naar de raad, tenzij de wijzigingen niet goed zijn verwerkt dan mag iedereen natuurlijk zijn vinger aanstaande dinsdag opsteken. Oké, nou fijn, bedankt. 8. Zienswijze begroting 2022 MRDH en ontwerp Beleidsnota reserves voorzieningen en fondsen 2021 De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 8 en dat is de MRDH.
Wie mag ik daarover het woord geven? Wil iedereen die nog een hand open heeft staan die eraf halen? De heer Van der Meij (GBR): Gemeentebelangen Rijswijk kan zich vinden in de voorstelzienswijze zoals die door het college is voorbereid om in te dienen op de begroting. We missen een edoch een passage die we graag willen toevoegen. Ik zou het college er in eerste instantie een reactie op willen vragen of dat opportuun is. En dat is het feit dat de raad voornemens is om tijdelijk een drietal controles te doen in Rijswijk halte Broekpolder, halte Vlietbrug en de halte Volmerlaan. Het heeft allemaal te maken met het zoeken naar bezuinigingen wat op zich wel een afweging is en ook wel te beredeneren valt. We hebben ook gelezen dat het besluit uitgesteld kan worden tot eind 2021 omdat tot die tijd het Rijk compenseert en daarna zou het eventueel weer aan de orde kunnen komen. Ik kan me voorstellen dat een zin toevoegen dat op het moment dat het aan de orde komt dat de
tramhaltes tijdelijk uit de lucht gaan, we dat laat onderbouwen met meting op dat moment ten aanzien van het gebruik van die haltes. En het besluit om die haltes eerder tijdelijk uit de running te nemen en gegeven is door het feit dat tijdens de covid weinig van die haltes gebruikt is, maar nu gaan we een minder zware covidtijd, althans dat is de verwachting, tegemoet waarbij ik van mening ben dat we dan ook eerlijk moeten meten wat op dat moment het gebruik van die haltes is en pas dan moeten beslissen of we die haltes eruit kunnen nemen gekoppeld aan het gebruik. Dus ik vraag eigenlijk in eerste instantie aan het college of het opportuun is om die passage op te nemen en als dat inderdaad zo is een voorbehoud in te bouwen als het gaat om het daadwerkelijk gebruik op het moment dat de Rijkscompensatie ophoudt. De heer De Vries (GL): Ja, dank voor het woord. Twee kleine aanvullingen op deze zienswijze. In de zienswijze wordt gesteld dat Rijswijk de snelst groeiende stad van Nederland is. Dat klopt volgens mij feitelijk niet. Mijn voorstel is dan ook om deze zin te laten veranderen in Rijswijk is één van de snelst groeiende steden in Nederland. En twee is daarmee wordt in de passage boven de eventuele inpassing van een nieuwe tram over de Geestbrugweg de opsomming verkeersveiligheid, trillingen en geluid genoemd.
Mijn voorstel is om aan deze opsomming toe te voegen de woorden ruimtelijke ordening en leefbaarheid, zoals in lijn ook met eerder vanavond besproken en verwoord in de brieven die wij als raad hebben ontvangen van inwoners. En ik vraag aan het college om voor ons de raad deze twee punten door de ambtelijke organisatie te laten wijzigen in de zienswijze. Tot zover. De heer Van Dam (Wij): Ja, Wij. heeft de bereikbaarheid van Rijswijk hoog zitten. Ik denk dat iedere inwoner hier makkelijk van a naar b moet kunnen gaan. Ik denk echter dat dat wel in de toekomst moeilijk wordt, we gaan namelijk heel veel woningen bijplaatsen hier in Rijswijk, dat zorgt … Niet alleen wij, trouwens, maar de hele regio, dat zorgt voor een toename in verkeerstromen en Rijswijk blijft daarbij het kruispunt van die verkeerstromen in de regio. Het is daarom denk ik belangrijk ook, en daarom ben ik blij met de zienswijze hoe die hier staat, om te benoemen om onze projecten binnen Rijswijk die verkeerstromen managen, om die te blijven benoemen. Zeker naar een partij als de MRDH, waarmee ik blij ben met hoe de zienswijze er nu uitziet. Wel heb ik nog een vraag omtrent de begroting, die eigenlijk ook zinspeelt op de bereikbaarheid van Rijswijk. Wij zijn, ik denk dat het meerdere keren gezegd in de raad, het first and last mile-vervoer.
Ik denk dat dat steeds belangrijker wordt, zeker in een grootstedelijke omgeving. Dat is ook te lezen in de begroting van de MRDH, die draaien namelijk een aantal pilots. Ik zag dat heel veel gemeenten daar aanspraak op hebben gemaakt, op die pilots. Ik zie alleen dat Rijswijk daar niet tussen staat, terwijl het wel een paar keer is langsgekomen en als dan toch hier de wethouder zit, dan wil ik toch wel vragen waarom dat zo is en of Rijswijk hier nog aan mee zou kunnen doen. Want ik denk dat dat wel belangrijk is ook voor de ontwikkeling van onze stad. De heer Kooy (PvdA): Heel goed. Wij sluiten ons aan bij wat de heer Van Dam net heeft aangegeven, de first and last mile is heel belangrijk, zeker als de mensen met laagste inkomens mee willen doen en echt afhankelijk zijn van bijvoorbeeld openbaar vervoer. En wat de heer De Vries aangaf, ik laat even in het midden of dat we wel of niet de snelst groeiende stad zijn, maar dat zijn hele nuttige toevoegingen en voor de rest kunnen we akkoord gaan met wat er voorgesteld is. De heer Sleddering (VVD): Wij zijn akkoord met deze zienswijze en naar aanleiding van de inbreng van de heer Van der Meij zou ik willen zeggen, wat hij zegt is ook precies de opstelling die wij binnen de MRDH hebben gekozen.
Het is een tijdelijke maatregel om gewoon het reizigerstekort op te vangen als de steun van het Rijk minder wordt, maar de opheffingen zijn zo gekozen dat ze zo weer opnieuw worden ingevoerd. De haltes gaan dus niet verdwijnen, maar worden tijdelijk niet aangedaan. Dat is ook een heel verstandig besluit van de MR en dat steunen wij van harte. Mevrouw Woudstra (D66): Ja, verschil van inzicht. Ik sluit me aan bij de heer Van der Meij. Wij zijn het niet eens met het opheffen van haltes die bij P en R liggen. We zouden toch wel graag inderdaad in de zienswijze willen zien op zijn minst de vraag hoe de MRDH het ziet dat ze inzetten op P en R, mobility as a service en het goed voorzien van ov en dan juist de halte die daar de mogelijkheid toe biedt voorlopig niet aandoen, terwijl je daar ook niet hoeft in en uit te checken, tenzij dat niet klopt, dat horen we graag nog van de wethouder als we dat anders zien of anders zouden moeten lezen. En
dan sluit ik me graag aan bij de heer Van der Meij. Ook bij de heer De Vries en de wijzigingen sluiten wij ons aan en we zouden die aandacht voor het OV en hoger openbaar vervoer ook in onze zienswijze terugzien. Heel mooi dat we in deze zienswijze voldoende punten aandoen, ik denk dat het belangrijk is en dat zullen wij ook blijven benadrukken, om een eigen visie te hebben als Rijswijk op onze mobiliteit, niet alleen ja en nee te roepen in de regio, maar ook heel duidelijk aan te geven welke richting en ook welke andere punten wij zien. We hoeven daar niet weer over te discussiëren welke zinnen niet in de zienswijze horen, maar we komen daar graag regelmatig op terug bij de wethouder. Mevrouw De Man (OR): Allereerst wil ik me aansluiten bij de woorden van de heer Sleddering en verder wil ik namens Onafhankelijk Rijswijk ook nog aankaarten, wat ook de heer Van Dam zei, dat het inderdaad heel erg belangrijk is om onze projecten en ook onze wensen met betrekking tot het ov, of die invloed kunnen hebben op de bereikbaarheid van Rijswijk, om die inderdaad aan te blijven kaarten, ook bij de MRDH. Dus wethouder, ga daar vooral mee door. Wat mevrouw Woudstra ook zei, ov in Rijswijk, hoogwaardig ov in Rijswijk is hartstikke hard nodig, zeker met de groei die we doormaken, dus dat wilde ik meegeven.
De heer Braam (BVR): Ik zou toch wel een heel licht ander geluid willen laten horen, ondanks het feit dat we de zienswijze niet zullen amenderen, maar we willen toch kwijt dat we een zeer groot bezwaar hebben tegen het weghalen van enkele haltes. Zeker gelet op het feit dat er dus minder reizigers zijn verwachten wij dat er met het grootste gemak wat vlotter over die routes kan worden gereden en dan zouden we dus ook mogen verwachten dat dus die haltes gewoon kunnen worden aangedaan, ook met deze tijden. We zouden het eigenlijk logischer hebben gevonden als dan bij wijze van spreken in de uren een enkele rit zou worden weggenomen, maar het moet feitelijk gewoon mogelijk zijn om in ieder uur voldoende ritjes te kunnen doen, waarbij ook de haltes die nu worden weggenomen kunnen worden aangedaan. Dus in ieder geval wat Beter Voor Rijswijk betreft een groot bezwaar op dat punt, maar we gaan uiteraard niet voor de beschikbare zienswijze liggen. De voorzitter: Dan denk ik de heer Lugthart. Wethouder Lugthart: Het klopt, om bij mijnheer Van der Meij te beginnen en een aantal andere insprekers.
Terecht punt over de haltes, toch wel wat heuglijk nieuws, want inmiddels is bekend dat het Rijk de bijdrage van de compensatie van de verliezen voor de tweede helft van 2021 gaan toekennen en dat heeft ertoe geleid dat de raad hier ook over heeft besloten om de maatregelen waar aan refereerde, om die niet door te voeren, sowieso voor 2021. Naar verwachting zal het 2022 de heer Sleddering ook niet zijn, dus die haltes blijven vooralsnog gewoon aangedaan, dus geen verandering. U zou er iets over op kunnen nemen voor de toekomst, dat laat ik aan u, het is uw zienswijze, maar tot heden geen maatregelen en dus geen ingrepen op het lijnennet. De opmerking van de heer De Vries over de snelst groeiende gemeente is volgens mij terecht, dus dat check ik en als dat zo is dan zet ik het erin, voorzitter, want dat is volgens mij gewoon een feit. De heer Van Dam vraagt om de last mile en waarom wij daar niet een aanspraak hebben gedaan. We hebben in 2016 het idee opgepakt om in de Plaspoelpolder, eventueel Hoornwijck-Hoekpolder, om daar een onderzoek te doen en uit dat onderzoek, waar ook het bedrijfsleven bij betrokken is, kwam naar voren dat er geen animo was voor grootschalig last mile-vervoer en daar is hier sprake van. Wij zetten vooral in op dat kleinschalige last mile-vervoer met bijvoorbeeld deelfietsen, deelscooters en eventueel nog deelsteps.
Nou, mijnheer Kooy geeft aan het last mile first belangrijk te vinden, dat deden wij sowieso, dus alleen zou dat niet hier thuishoren en mijnheer Sleddering geeft aan akkoord te zijn met de zienswijze. En de opmerkingen over de tijdelijke maatregelen heb ik besproken. Evenzo voor mevrouw Woudstra en de opmerking van dat Rijswijk een eigen visie op mobiliteit moet hebben, die neem ik even hiervoor ter kennisneming aan. Dat is het. De voorzitter: Ik constateer dat na de opmerkingen van de heer Lugthart over de tramhaltes misschien daar geen wijziging voor nodig zou moeten zijn en dat we ook deze zienswijze als akkoordstuk met de opmerking van de heer De Vries aanstaande dinsdag zouden kunnen behandelen. Wil iemand daar in tweede termijn iets over zeggen? Nee? Dan gaan we dat zo doen, met een opgestoken vinger van de heer Sleddering.
9. Zienswijze begroting 2022 Omgevingsdienst Haaglanden De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 9, dat is de zienswijze begroting 2022 Omgevingsdienst Haaglanden. Wil iemand daarover het woord voeren? De heer Wit (GL): Zienswijze ODH, wij staan zeer positief tegenover deze zienswijze, maar zoals u weet is er gisteren onder andere de gemeente geïnformeerd over het uitstellen van de invoering van de Omgevingswet, na een half jaar. GroenLinks maakt zich echter nog steeds zorgen over de extra kosten die deze invoering met zich mee gaat brengen, dus we zijn blij dat in de zienswijze hieraan gerefereerd wordt. Tevens vraagt u echter de ODH een efficiëntieslag toe te passen, terwijl deze slag door de Omgevingsdienst eigenlijk zojuist is afgerond conform afspraken en dat er een kwalitatieve en kwantitatieve groei voorzien wordt, gezien de verplaatsing van een aantal taken, verantwoordelijkheden naar de Omgevingsdienst Haaglanden. Dus mijn vraag is eigenlijk wat u nog denkt te kunnen gaan bereiken met deze, wethouder, met deze toevoeging om ook hier extra bezuinigingen te proberen te vinden. Gezien toch de grote slag aan werk die extra bij de Omgevingsdienst terecht gaat komen de komende jaren. Mevrouw Mauer (Wij): Ja, ik zit eigenlijk wel op dezelfde lijn als Mark Wit. Ja, Wij. kan zich vinden in de voorgestelde zienswijze.
Nou ja, wat ik inderdaad ook opvallend vind is dat er in de begroting geen rekening wordt gehouden met een kostenstijging ten gevolge van de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Nou ja, de ODH geeft wel aan over voldoende weerstandscapaciteit te beschikken, maar als ik dus naar het risicoprofiel kijk dan zie ik de invoering van de Omgevingswet daar dus niet expliciet in terug. Dus ja, mijn vragen aan de wethouder zijn dan ook in hoeverre de wethouder verwacht dat de nieuwe Omgevingswet invloed heeft op de werkzaamheden en ook de daarbij behorende kosten van de Omgevingsdienst. Want ik zou graag concreet willen begrijpen op welke manier de nieuwe Omgevingswet de omgevingsdienst gaat raken. En ja, of wij voldoende zicht hebben op de risico’s voor de gemeente die voortkomen uit het niet begroten van de extra kosten die mogelijk voortkomen uit de Omgevingswet. Ja, wat zijn de grootste risico’s? Dit was het even voor mijn eerste termijn. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Nou, hetzelfde als wat de heer Wit ook aangaf met betrekking tot de Omgevingswet, extra kosten. Wat zijn die te verwachten kosten dan? Ook voor 2022, want wij gingen er al van uit dat eigenlijk voor het komende jaar nog niet zo heel veel extra kosten in te verwachten waren, maar dat horen wij graag. En ja, voorzitter, ik heb natuurlijk een opmerking gemaakt over indexering aan het begin van de avond.