Niet-vastgesteld verslag Forum samenleving 16022021.odt
Tekst van het document
Dan ga ik even alle vragen langs als dat lukt. Ik moet even door mijn aantekeningen heen. Nou, in het kader van de wettelijke taak is de gemeente verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie. En die is, zoals de heer Van den Berg van BVR zegt, inderdaad wettelijk gezien ook vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar. En de basisscholen zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie en die start in groep 1 en 2, en moet ervoor zorgen dat kinderen zonder achterstanden in groep 3 kunnen beginnen. We zijn gestart in samenspraak met het onderwijs om te kijken hoe we de gelden vanuit het Rijk die geoormerkt zijn, willen besteden in Rijswijk. En dat is destijds geweest op een onderwijsconferentie in het najaar van 2019. Daar zijn we samen met onderwijs en kinderopvang aan de slag gegaan om te kijken hoe we dat in Rijswijk kunnen doen. En inderdaad, zeg ik dan maar even tegen mevrouw Schröter, om het onderwijs daar zoveel mogelijk in te ondersteunen. Want dat is natuurlijk de bedoeling. En dat is ook waar mevrouw Van Nunen volgens mij een heel duidelijk pleidooi voor houdt. En dat is, daar ben ik het van harte mee eens. En ook de waardering die zij uitspreekt natuurlijk voor het onderwijs is evident. Want daar is ook, nou ja, de laatste jaren natuurlijk veel voor de kiezen gekomen. En desalniettemin hebben we toch gekeken naar hoe we dit beleid kunnen vormgeving
binnen inderdaad de wettelijke taken. Maar goed ook is er ruimte gevonden voor extra ambitie. En dat betekent toch wel dat we ook naast die wettelijke taak nog mogelijkheden hebben gezien om dat in te richten. Zo is er bijvoorbeeld in overleg met het onderwijs gekomen tot de lijn om de overgangen tussen de verschillende vormen van onderwijs van voorschoolse educatie naar kleuter, van kleuter naar basis en van basis ook naar po, beter in te richten en te ondersteunen. We zijn aan het kijken of we ook aanbod kunnen ontwikkelen voor achterstandsleerlingen in hogere groepen. Dus ik denk dat dat een heel belangrijk punt is om ook die achterstanden blijvend goed weg te kunnen werken. En we onderzoeken ook nog of er mogelijkheden zijn voor een wereldgroep voor de kleuterleeftijd. De topklas waar de heer Van den Berg ook naar verwijst, die is ook in Rijswijk aanwezig. En even kijken, dan loop ik nog even door de andere vragen heen. De wachtlijsten waar de heer Van den Berg naar vraagt. Nou, die zijn er niet, want er is voldoende aanbod. De grenzen van de tegemoetkomingen. Daarbij volgen we zoveel mogelijk de rijksrichtlijnen, zeg ik ook nog maar even tegen heer Van den Berg. En als het gaat om onderwijs in algemene zin, werken we ook samen met Den Haag en Leidschendam-Voorburg vanuit de wettelijke onderwijssamenwerkingsverband. Even kijken.
Dan heb ik ook nog een aantal vragen van het CDA genoteerd. Mevrouw Schröter vraagt naar de lunch die wordt gegeven op de peuterspeelzaal. Die is ingevoerd in het najaar van 2020, dus daar is, nou ja, nog vanwege corona niet heel veel effect over te zeggen. Als het gaat om de subsidieaanvraag taalplannen dat met lokaal geld wordt gefinancierd voor een deel, is inderdaad zo dat er voor 25% materiaal aangeschaft mag worden en 75% in activiteiten worden gestoken. U vraag zich af of dat geen belasting is voor de school. Nou, die taalplannen worden binnen de jaarlijkse beleidscyclus van de school meegenomen. Dus in die zin is dat geen, nou ja, extra belasting voor de scholen. En dit is ook tot stand gekomen in overleg en in samenwerking met de scholen, dus met onderwijs. Dus dat is denk ik ook goed om even te melden. Even kijken, moet ik er nog even doorheen. De voorzitter: Nou ja, wellicht, wethouder Besteman, dat u ook nog in kan gaan op wat mevrouw Van Nunen en mevrouw Kistemaker en de heer Ezinga hebben gezegd? Mevrouw Besteman: Zeker. Ik heb dat in mijn beleving ook al gedaan, voorzitter, door te verwijzen ook naar de kadernota jeugd en onderwijs waarin we die verschillende bouwstenen bij elkaar brengen.
En waarin we ook, nou ja, goed, de wettelijke taken maar ook de niet wettelijke taken, zoals we die bijvoorbeeld vanuit de team brede impuls inzetten, nou ja, uiteen hebben gezet. En daarin ook een overzicht willen geven, zodat dat voor uw raad ook helder is. Ik wil ook nog even mevrouw Van Nunen hartelijk danken voor ook het aanpak taalbeleid, of taal en leesplezier thuis. Ik waardeer het enorm, het initiatief dat de Partij van de Arbeid heeft genomen. En ik ken ook de betrokkenheid van mevrouw Van Nunen op dit onderwerp. Dus ik ga het even rustig bestuderen, ik heb het nog niet helemaal kunnen lezen. En ik zal ook zeker kijken in hoeverre we dat kunnen incorporeren in de lopende zaken en de beleidsplannen. Nou, voorzitter, volgens mij ben ik er goeddeels doorheen. Tot zover maar even in de eerste termijn, voorzitter. Tweede termijn De voorzitter: Ja, dan gaan we door naar de tweede termijn. Mevrouw Van Nunen, u heeft vast wel iets in de tweede termijn. Maar ik hoor u nog niet. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Nou dank wethouder, voor de beantwoording van met name van de vragen van de andere partijen. Tenminste, die heel specifiek ingingen op wat ik al eerder in mijn eerste termijn zei, de technische zaken. Interessant om te horen trouwens die antwoorden, daar niet van hoor.
Maar u weet, net zoals wij allemaal denk ik, dat onderwijsachterstanden gewoon heel hardnekkig zijn, al jaren. En die achterstanden die vragen om beleid met lef, en soms ook met onorthodoxe maatregelen. En ik denk met het beantwoorden van de vragen rondom de wettelijke verplichtingen, de wettelijke taken, dat we niet zo heel veel verder komen dan wat we nu al doen, en wat we met grote inspanning en kwaliteit doen in het onderwijs. Maar ik wil zo graag, en volgens mij wil D66 en GroenLinks willen dat ook, wat stappen zetten op weg naar een kansrijkere toekomst voor onze Rijswijkse kinderen. En dat u zegt, ja, de innovatie of de ambitie zit in de overgang van, wat u zei hè, peuterspeelzaalwerk, dus voorschoolse naar vroegschoolse, en van vroegschoolse weer naar het onderwijs daarna. Ja, dat vind ik gewoon procedurele zaken. Dat is heel belangrijk, dat er een goede overdracht plaatsvindt en dat er gekeken wordt naar waar komt een kind vandaan en nu zit het bij ons en waar staat het dan? Maar ja, dat vind ik eigenlijk normaal, eerlijk gezegd. Dat is gewoon overdracht van en leerproces waar een kind in zit, en waar op dat moment een nieuwe
school weer mee verder gaat. Ik beschouw dat toch eigenlijk niet als een hele innovatieve, met alle respect, maatregel. Hoewel die wel noodzakelijk is, dat voorop. Ik wil u dus nogmaals de vraag stellen, ook op basis dadelijk van een kadernota jeugd en onderwijs, die we nu nog niet hebben, maar die er gaat komen, of u bereid bent om, en dan ook misschien met wat, dat zei ik geloof ik vanmiddag ook, misschien met uw collega’s. Want onderwijsachterstanden, net zoals mevrouw Kistemaker dat ook zei, hebben niet alleen betrekking op onderwijs. Hebben betrekking op algemene ontwikkeling en op vaardigheden die verder gaan dan alleen de onderwijspoot. Bent u bereid ook om daar een grote stap, een grotere stap in te zetten dat u nu doet met deze nota? Want ja, deze nota die gaat voor veel scholen natuurlijk werken als een continue, ja, document. Van waar moeten we aan voldoen, en voor de gemeentelijke financiële stromen ook. En wat krijgen we van het Rijk, en wat doen we in interregionaal verband? Ja, ik word er eigenlijk niet zo heel erg enthousiast van, als ik dat mag zeggen. Dus ik hoop, en ook met wat ik u vanmiddag liet zien, die passen niet alleen in de huidige kaders, maar die gaan ook wel zover dat ze soms vragen om buiten de lijntjes te kleuren en steviger platforms te maken rondom, in dit geval, waar ik mijn aandacht op heb gefocust, taal.
Maar ik vraag natuurlijk in het kader van deze IB ook naar grotere ambities op andere vaardigheden. Bent u bereid om nogmaals die nieuwe aanzet, daarmee zou ik u als onderwijswethouder enorm, ja, steunen. Bent u bereid om verder te gaan dan de wettelijke taken die op dit moment in deze IB staan. Dat is nogmaals mijn vraag. Mevrouw Schröter-Haas (CDA): Sorry, ik kreeg hem niet van dempen af. Ja, wij willen de wethouder danken voor het beantwoorden van de vragen. En goed om te horen dat de brede visie inderdaad nog verder uitgewerkt wordt. We kunnen ons voorstellen dat we het stuk kansengelijkheid breder is dan alleen op de onderwijsachterstanden waar het nu ook over gaat. En dat dat nu ook niet in één nota zoals deze te vangen is. Daarnaast is het goed om te horen dat taalplannen met school is opgesteld. En wij zijn ook van mening dat ouders primair aan zet zijn. Dus dat het goed is om hen te motiveren en te enthousiasmeren, bijvoorbeeld om die lunchen bij te wonen en ook om hen wel breder ook mee te nemen. Ouders zijn echt wel belangrijk, ook in stukken taal en onderwijsachterstanden. Dus we zouden dat wel graag zien dat dat wat breder opgepakt wordt. En dat was het, dank u wel. De heer Van den Berg (BVR): Voorzitter, bedankt voor de beantwoording door de wethouder van de vragen. Een aantal vragen zijn nog niet helemaal beantwoord.
En die zal ik nog een keer weer de revue laten passeren. Eén van de vragen was, waarom hanteren we in Rijswijk een 2,5 jaar regeling en de omliggende gemeenten 2 jaar? Zouden de kinderen eventueel iets eerder kunnen? Wat is daaraan ten grondslag? Dan de HBO coach VVE had ik nog geen reactie op gehoord. En de financiële paragraaf die ontbreekt. Misschien dat ik er overheen gelezen heb, maar daar zou ik toch ook nog wel graag een antwoord op willen hebben. Dat is het voor Beter Voor Rijswijk voor de tweede termijn. Mevrouw Kistemaker (GL): Ja, ik had de vraag gesteld of de wethouder serieus werk wil gaan maken van onderwijsachterstanden en kansengelijkheid. Maar ik heb daar nog niet echt een heel duidelijk antwoord op gekregen. Want het is een beetje een pingpongspelletje aan het worden. In de kadernota jeugd en onderwijs zoals die een paar weken geleden voorlag. Daar werd verwezen naar deze beleidsnota als het gaat om onderwijsachterstanden. Nu bespreken we deze nota en dan wordt er weer verwezen naar de kadernota jeugd en onderwijs. Dus ja, wat ons betreft is die urgentie echt hoog. En wij hebben er een heleboel ideeën bij, ik heb er ook al een paar genoemd, en de PvdA heeft er al een paar genoemd. Dus nogmaals de vraag, wilt u met een raadsvoorstel komen op korte termijn, om over dit onderwerp tot een aanpak te komen.
De heer Ezinga (VVD): Nou ik had ook één vraag inderdaad die sloot inderdaad aan op mevrouw Van Nunen en mevrouw Kistemaker. En ik heb inderdaad deels een antwoord van de wethouder gekregen. Ik deel eigenlijk wel de mening van mevrouw Van Nunen. Ik denk dat er een bredere aanzet nodig is om een goede visie te creëren rondom de problematiek die hierop heerst. Integraliteit rondom het algemene ontwikkeling mist wat mij betreft hierin. We kunnen ons wel sec houden aan de wettelijke taak en daar de omschrijving aan geven, maar daarmee heb je een gemiste kans en daarmee zou je denk ik ook een strakkere verbinding moeten creëren. En mijn excuus dat ik dan ook zo abstract erin blijf, maar ik kan het zelf ook niet zo één, twee, drie, oplepelen. Je zal toch een strakkere verbinding moeten creëren met die andere visies die we aan het creëren zijn op dit fenomeen als zodanig. En daarvoor moet er denk ik toch echt even goed worden nagedacht hoe we dat af gaan bakenen. Maar dat we nu te mager zijn op dit onderwerp, als het gaat om deze nota, dat staat bij mij eigenlijk nu wel een beetje bovenaan. Ik kan het
toch niet laten om twee inhoudelijke vragen te stellen, omdat die gewoon, ja, staan. Kunt u iets vertellen over de kennisoverdracht wanneer verhuizing plaatsvindt? Ik kon er even niet één, twee, drie, iets op vinden. Maar normaliter wordt dat altijd wel gedaan. Maar het lijkt me wel verstandig om dat eventueel in de nota op te nemen. En de resultaten die eventueel worden opgedaan en de afspraken die we hier maken en de opdracht die we uitvoeren, hoe komen die eigenlijk weer terug, hoe gaan we die monitoren? Kunt u daar nog even wat over zeggen in ieder geval? Voor zover mijn termijn. Mevrouw Koopman (D66): Ik heb geen tweede termijn. Wethouder Besteman: Dank ook aan de leden van de raad. Om te beginnen met de Partij van de Arbeid, en ik heb dat geluid bij meerdere fracties gehoord. Uw raad is op zoek naar beleid met lef hoor ik mevrouw Van Nunen zeggen. Nou ik ben daar zeker … Ik sta daar zeker open voor, laat ik dat om te beginnen zeggen. Maar wat ik ook wil markeren, en ik denk dat dat wel heel erg belangrijk is, dat we deze nota in overleg, maar ook na afstemming met het onderwijs en de kinderopvang, hebben opgesteld. Dus dit is ook de ambitie die het onderwijsveld en de kinderopvang in Rijswijk hebben. Dus ik wil daar niet aan voorbijgaan. Ik vind dat belangrijk dat de partners in het veld, en ook de, nou ja, de partners met kennis hierachter staan.
En het is inderdaad, wat mevrouw Van Nunen ook zegt, wat we doen dat doen we ook goed. En zo is het ook. En we hebben nu ook als ambitie gesteld, ik noem maar wat, dat 90% van de peuters ook echt gebruik gaat maken van het aanbod dat we nu aanbieden. Die doelstelling was er voorheen niet. Dus ik kan u niet zeggen hoe het in het verleden was. Maar we hebben wel nu gezegd met elkaar, we maken concrete doelstellingen en die gaan we ook meten en die gaan we monitoren. Dan meteen ook even naar dat monitoren over te stappen waar de heer Ezinga ook een vraag nog over heeft gesteld. We voeren met het veld samen op overeenstemming gericht op overleg. En daarin monitoren we de afspraken, de ambities, waar staan we. We maken daar prestatieafspraken. Dus dat gaat heel gestructureerd en ook behoorlijk efficiënt. Als het gaat om verhuizing, want daar heeft de Ezinga ook nog een hele concrete vraag over gesteld, die zit in de procedure opgesloten die het onderwijs volgt bij verhuizing. Dus dat is absoluut gecoverd. Dan nog even terug. Want ik was bij de Partij van de Arbeid nog gebleven, voorzitter. Mevrouw Van Nunen refereert ook naar de overgang tussen onderwijs en de onderwijsfases, om het maar zo te zeggen. Ja, en mevrouw Van Nunen noemt dat een beetje procedureel.
Nou, ik zou dat toch wel willen bestrijden, want we weten ook vanuit het andere leerplichtgebeuren dat bij de overgangen tussen de verschillende onderwijsvormen juist de uitval plaatsvindt. Dus we willen daar juist niet vanuit de procedure naar kijken, maar juist gericht op het effect dat we daar willen bereiken, namelijk het tegengaan van uitval tussen die overgangsfases. Dus dat is zeker van groot belang. En ik ben het wel met mevrouw Van Nunen eens, voorzitter, dat het bestrijden van onderwijsachterstanden verder gaat dan alleen deze nota. Dat is absoluut waar. Mevrouw Van Nunen (PvdA) (interruptie): Ik begrijp wat de wethouder zegt, dat dat ook kwalitatief kan zijn die goede zorgvuldige overdracht en overgang van de ene naar de andere fase, juist ook op cruciale momenten. Maar we moeten ook niet vergeten, we moeten dat ook weer niet … Ja, ik blijf het procedureel vinden, omdat ik het een noodzakelijke situatie vind. En als je van Rijswijk, om maar een voorbeeld te noemen, naar Den Haag gaat, vindt er echt niet zo’n, vanuit een basisonderwijs, en van de basisschool naar voortgezet onderwijs naar Den Haag, vindt echt niet zoveel overdracht plaats hoor. Sorry, je moet het misschien ook niet groter maken dat het is. Maar goed, dat is mijn opmerking. Wethouder Besteman: Ja, dat zal ik zeker doen. Ik begrijp wat mevrouw Van Nunen zegt.
Maar we weten juist uit de cijfers dat bij die overgangsfases de uitval plaatsvindt. Dus daarom is het wel echt van belang, wat mij betreft, om daar op in te zetten. Maar goed, we kunnen natuurlijk van mening verschillen of dat procedureel is of niet. Het gaat denk ik om het effect wat we willen bereiken, en daar zullen we het ongetwijfeld over eens zijn. En ik ben het ook zeker met de Partij van de Arbeid eens, want daar was ik gebleven, dat het bestrijden van onderwijsachterstanden natuurlijk ook verder gaat dan alleen die wettelijke taken. Dat zit er natuurlijk in. En dat is ook wat mevrouw Kistemaker van GroenLinks bepleit, als ik haar goed beluister, dat kinderen, nou ja, kansengelijkheid krijgen. Dat ze kunnen opgroeien in positieve zin, dat ze hun talenten kunnen ontwikkelen en dat ze zo op een goede plek terecht komen. Nou, dat gaat ook verder dan alleen de onderwijstijd. En dat ben ik ook zeker met de leden van de raad eens en met mevrouw Van Nunen in het bijzonder, die daar een opmerking over maakte. En dat is ook waarom ik net in mijn eerste termijn even refereerde naar bijvoorbeeld het speelbeleid. We hebben eerder gezegd, we willen heel graag ruimte ook voor buiten spelen, ruimte voor kinderen in Rijswijk. En dat is ook waarom we nu gezegd hebben, nou we willen dat ook gewoon in het beleid neerleggen. Dus nou ja, mevrouw Van
Nunen, u daagt mij uit om die brede visie neer te leggen. Nou die handschoen pak ik zeker op. Dan nog even naar de opmerking van het CDA. Mevrouw Schröter zegt, ouders zijn ook aan zet. Nou dat ben ik ook met u eens. En ik denk ook dat dat heel goed aansluit bij het plan dat mevrouw Van Nunen mij vandaag heeft overhandigd. Als het gaat om het inzetten op een taalrijke omgeving, is dat natuurlijk heel belangrijk dat dat ook thuis en zo vroeg mogelijk gebeurt. Dus daar is ook alle inzet op gericht. De heer Van den Berg heeft mij nog gevraagd naar de HBO pedagogische medewerkers. Nou die zijn er al in Rijswijk, dus dat is al heel goed nieuws om te melden. De financiën heb ik inderdaad in de eerste termijn niet beantwoord, van de heer Van den Berg. Dat zal ik zeker nu wel doen. Het rijksbudget is zo ongeveer 2 miljoen, dat is geoormerkt geld vanuit het Rijk om de taken op het gebied van de voorschoolse educatie uit te voeren. Daarnaast krijgt het onderwijs natuurlijk ook zelf geld van het Rijk om die achterstanden aan te pakken. En dat is dan de vroegschoolse periode, dus groep 1 en 2. Dan hebben we nog gemeentelijke middelen. Zo ongeveer 1,5 ton voor de taalplannen gereserveerd, en zo’n halve ton nog voor gelden die worden ingezet ook op het voortgezet onderwijs.
En nog wat, een 4 ton ruim, ik kan u de cijfers nasturen hoor als u wilt, voor specifiek voor peuteropvang van niet-doelgroep peuters (toezegging). Dus dat voor wat betreft de financiën. Maar het is belangrijk natuurlijk dat het rijksgeld ook geoormerkt is om in te zetten voor dit budget. De heer Van den Berg (BVR) (Interruptie): Dank u wel voor de beantwoording op het gebied van de financiën. Beter Voor Rijswijk ziet dat graag tegemoet, de extra toevoeging financiële paragraaf. En of u dan ook nog even wilt antwoorden over de 2 jaar en 2,5 jaar verschil. Wethouder Besteman: Ja, voorzitter, ik zal die cijfers zeker nasturen (toezegging). Uw vraag over de 2 jaar en de 2,5, die kan ik nu eerlijk gezegd niet beantwoorden. Dus die ik blijf ik ook even schuldig. Die zal ik u dan ook nasturen (toezegging). Ik weet in ieder geval dat het in Rijswijk 2,5 jaar is. Maar goed, dat had u zelf ook al aangegeven. Dus daar kom ik nog even schriftelijk op terug. En, voorzitter, tot slot ook nog even tegen de heer Ezinga. Ja, die vraagt ook om die brede inzet. En die handschoen pak ik op, dat heb ik gezegd ook op de opmerking van mevrouw Van Nunen (toezegging). Maar ik wil ook nog tot slot, voorzitter, wel even opmerken dat we de plannen zoals we die nu ontwikkelen en ook met uw raad delen en natuurlijk ook binnen begroting op dit moment aanbieden.
Dus dat is wel even de opmerking en de context die ik mee wil geven. En tot zo ver, voorzitter, dan mijn tweede termijn. De voorzitter: Daarmee sluiten we dit agendapunt af. 13. IB 20 173 Resultaatgericht werken WMO De voorzitter: Dan hebben we nog één informatiebrief te gaan. Ik verzoek u allen weer een handje op te steken, mocht u het woord willen voeren hierover. En ook om het kort en bondig te houden, gezien het tijdstip. Het zou het toch mooi zijn als we op tijd kunnen afronden vandaag. Deze informatiebrief is IB 20 173 Resultaatgericht werken WMO. En dat is op verzoek van mevrouw Van Nunen geagendeerd. Dus mevrouw Van Nunen, ga uw gang. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, voorzitter, dank u wel dat ik weer mag aftrappen. En ik had dat in de werkgroep sociaal domein-app had ik dit ook wel even besproken of daar steun voor was, en dat was er. En ik zie ook door de handjes dat er van andere partijen ook meerdere vragen zijn. We hebben toen een presentatie gehad van het bureau dat de evaluatie heeft uitgevoerd rondom resultaatgericht werken. En daar bleven eigenlijk op het einde nog een paar vragen over, die ook niet goed beantwoord konden worden ambtelijk, begrijpelijk. Dus vandaar dat het nu op de agenda staat van het forum.
Nou in ieder de vragen die bij mij, en bij meerderen denk ik, ook overbleven, was onder andere vraag waarom in zo’n vroeg stadium de H4 heeft besloten, want het is natuurlijk een bovenlokaal initiatief geweest, de H4 heeft besloten om al een peiling te houden over hoe het resultaat gestuurd werken verliep. Nou, dat was februari 2020, bijna 2 maanden nadat het resultaat gestuurd werken is ingevoerd. Dus bizar kort. En ook de onderzoeker gaf aan, ja, dit is een peiling, een temperatuurmeting, op basis van enkele maanden werken met resultaat gestuurd werken. En ik kan er eigenlijk nog niet zo heel veel over zeggen wat betreft, ja, de lange termijn effecten. Nou, mijn vraag is dus, u heeft daar geld in gestopt als H4, waarom zo vroeg in het jaar. U kon toen nog niet weten dat corona zou alles bijna zou stilleggen. Dus het was het een verzoek dat u heeft gedaan voor de coronatijd. En uiteraard door corona was het sowieso moeilijker geworden. Maar wat zegt ons dit onderzoek op basis waar we nu bijvoorbeeld staan met dat resultaat gestuurd werken? De volgende vraag die ik heb, er zijn duidelijke aanbevelingen, die hebt u ook in die IB
brieven opgenomen, over wat beter kan. En dat heeft vooral betrekking op de positie van de cliënt en de familieleden, de ondersteuner. Wat gaat u daarmee doen? Want daar ben ik ook wel heel erg naar geïnteresseerd. Er kwam in die presentatie ook heel duidelijk naar voren dat cliënten het moeilijk vinden om in resultaatgestuurde criteria hun weg te vinden. Want dat heeft niet meer betrekking op de, dat zeg ik een beetje raar, maar dat heeft niet meer betrekking van een huishoudelijke hulp komt voor zoveel uur mijn huis schoonmaken. Maar, het huis is schoon op basis van criteria die afgevinkt worden. Wat betekent dat voor een cliënt die eigenlijk nog gewoon gewend is om in uren te willen rekenen. Van wanneer komt mijn hulp en wanneer gaat die weer weg. Nou ja, een aantal van die aanbevelingen, die hebben echt betrekking op een duidelijke communicatie, signalering ook, klachtenmelding. Hoe gaat u met die aanbevelingen om als H4? En ten derde, en daar waren we natuurlijk in 2021 al zeker in geïnteresseerd, van wat heeft het nou eigenlijk opgeleverd? Kunt u … Want dat bracht dat rapport van februari 2020 natuurlijk niet naar voren. Maar kunt u daar nu wat meer over zeggen, wat het heeft opgeleverd om zo te gaan werken? Nou, dat waren voorlopig mijn drie vragen, voorzitter.
De heer Van Dam (WIJ): Nou, we zijn blij om te zien dat resultaatgericht werken in ieder geval tot nu toe leidt tot een aantal positieve effecten. De zelfredzaamheid van de zorgontvangers en de samenwerking tussen zorgaanbieders. In ieder geval positief om te zien. Wel ontvangen we een aantal berichten van zorgverleners vooral, over dat sommige dingen nog niet lekker lopen. En die worden eigenlijk bevestigd door deze evaluatie. En dat is dat het sociale stukje binnen WMO toch wat stroef loopt en eigenlijk soms het onderspit delft. We zien natuurlijk, we willen focussen bij het beleid maken heel erg op het financiële plaatje, tijdsduur en de intensiviteit van de zorg. Maar in het rapport wordt ook gesteld dat het sociale stukje soms ondergesneeuwd raakt. De vraag aan de wethouder is dan ook of dit advies wat hier in deze evaluatie staat om een monitoringinstrument te creëren, om dat stukje toch zichtbaar te maken, of dat wordt opgevolgd, of daar aan gewerkt wordt? Dat is vraag één. Daarnaast viel ons toch wel op, of in een gesprek met zo’n zorgverlener, dat steeds vaker de regeldruk toeneemt bij de WMO. Dus om een voorbeeld te noemen, dat hij aangaf, was dat als hij aankomt bij een vrouw van tachtig waarvoor hij zorg moet geven, dat hij na twee uurtjes die hij daar komt deze vrouw eigenlijk het raam gezeemd had willen hebben, want daar kan ze zelf niet bij.
Maar vervolgens zeggen de regels dat hij de buitenkant van het raam niet mag zemen, wat natuurlijk ontzettend vervelend is denk ik voor die vrouw. En zo zijn er talloze regeltjes die steeds meer verschijnen. En ik vroeg me af of daar aandacht voor is en of de gesprekken met zorgaanbieders daarover gaan. Ik snap dat wij daar dan natuurlijk niet direct over gaan, maar in ieder geval of dit bekend is? Derde vraag had ik eigenlijk over het document zelf. Er wordt nu gesteld dat we nog geen uitspraken … Of dat er nog geen conclusies kunnen worden getrokken over de kwaliteit. Ik vroeg me af wanneer die wel getrokken konden worden. Ook het financiële plaatje was nog niet duidelijk, omdat … En er wordt aangegeven dat eind 2020 hier wel resultaten getoond kunnen worden over het financiële plaatje. Dus ik vroeg me af wanneer we die konden ontvangen? De heer Ezinga (VVD): Voorzitter, het is altijd zo vervelend als het gras voor je voeten weg wordt gemaaid. Mevrouw Van Nunen die stelde natuurlijk de vraag die ik ook wilde stellen. Waarom zo snel? Waarom was dit al op dit moment bepaald om deze evaluatie neer te zetten? Ik begrijp wel uit de terugkoppeling dat er een aantal aanbevelingen inderdaad voor deze tussenevaluatie wel werkbaar zijn om verder mee aan het werk te gaan. Ik heb eigenlijk nu ook geen vragen, behalve die ene vraag die ik net stelde.
En wanneer de evaluatie wel volwassen kan worden uitgevoerd, zou ik graag het debat hierover willen aangaan over hoe we hier tegenaan moeten kijken. Mevrouw Schröter-Haas (CDA): Zoals aangegeven in de eerdere bijeenkomsten, hebben wij ook aangegeven dat de timing van het onderzoek wat prematuur is en dat de conclusies nu nog wat weinig extra inzicht gaf. We vinden het een goed begin, maar willen graag wel wat meer inzicht in de toekomst. We waarderen wel erg dat het snappen of schrappen is meegenomen in de evaluatie en in de praktijk. Het verslag van de Compaan geeft advies aan het gemeentelijk apparaat, en het is goed dat er in ieder geval ook werkgroepen gevormd zijn, waaronder de werkgroep efficiency. En dat er ook gekeken wordt naar de werkdruk zoals … Of de regeldruk, zoals mijnheer Van Dam ook aangaf. We zouden wel graag zien dat er voor de volgende keer een breder kwalitatief onderzoek gedaan wordt. Want we zijn wel van mening dat acht Rijswijkers, zoals nu bevraagd zijn, wel onvoldoende inzicht geven. Het onderzoek is nu gedaan voor de H10, maar daardoor hebben we toch naar ons idee wat weinig inzicht wat dit specifiek doet voor de gemeente Rijswijk.
Mevrouw Kistemaker (GL): Wij sluiten ons aan bij de vragen van mevrouw Van Nunen. En ik heb daarnaast nog één andere vraag. Want ja, de evaluatie die riep wel een beetje bij ons de vraag op van, goh waarom hebben we eigenlijk ook alweer ooit gekozen voor die hele resultaatbekostiging van de WMO. En daar zaten ook doelen aan vast. En deze evaluatie is veel meer een evaluatie van de inkoopvisie, en niet zozeer van de doelen van het resultaatgericht inkopen. Dus we vinden het wel gewoon belangrijk om die twee dingen wel lost van elkaar te zien. En onze vraag is dan ook van, gaan we ook nog een keertje echt die resultaatbekostiging evalueren op de doelen, waarom we die ooit zijn begonnen daarmee? Wethouder Bentvelzen: Nou ik ga proberen het wat korter te houden dan daarstraks, maar dat moet wel lukken. Er is door meerdere partijen aangegeven, waarom zo snel? Nou misschien is het ook gelijk de vraag, van een begin van de beantwoording aan mevrouw Kistemaker. Waarom zo snel? Nou resultaatsturing is, zoals mevrouw Kistemaker aangeeft, iets nieuws. En bij nieuwe dingen denk ik dat het goed is als je zo snel mogelijk, in ieder geval, niet per se evaluatie, maar we hebben het in de evaluatie genoemd.
Het is eigenlijk een thermometer, dat wat ook aangegeven is bij de presentatie aan de raad, om even te kijken, joh wat is nou de tussenstand? Wat is nu de eerste indruk? Waar … Zitten we op de goede weg? We hebben continue gesprekken met onze zorgaanbieders. Wat moeten we veranderen aan de werkprocessen intern bij alle vier de gemeenten, bij de H4-gemeenten? Wat gaat er wel goed en wat kan er beter? Op die manier kunnen we ook tijdig kijken wat we kunnen aanpassen. En dan is er gevraagd, wanneer wordt dan de volgende evaluatie gedaan? Nou, we zijn continue in gesprek met de zorgaanbieders. Ik heb twee weken geleden … Nee, een paar weken geleden, voor de kerst nog, met zorgaanbieders zelf gezeten ook, om onze ondersteuning en dienstverlening te verbeteren. In 2022 gaan we opnieuw aanbesteden. Dan integreren we ook verbetervoorstellen in de inkoop voor de nieuwe aanbesteding, want dat is heel belangrijk. En daarom zijn we nu continue in gesprek om te kijken van joh, hoe kunnen we die aanbesteding voor 2022 zo goed mogelijk handen en voeten geven. Verbetervoorstellen die het hele jaar binnenkomen, nou ja, meenemen, zodat het alleen nog maar beter wordt voor onze burgers. En aan het einde van dit jaar informeren we de raad daar ook over middels een raadsinformatiebrief (toezegging). Ja, daar komen de terugkoppeling acties voor de verbetering voor de nieuwe aanbesteding.
Even kijken. Dan heeft mevrouw Van Nunen nog gevraagd, financiële gevolgen voor de resultaatsturing, wanneer u die kunt verwachten. Nou het eerste moment dat u de financiële gevolgen ervan kunt verwachten, worden meegenomen in de jaarrekening. En er is door de H4 ook een werkgroep opgestart, financiën, die een analyse en verdiepingsslag maakt. En daar zit één van onze ambtenaren vanuit Rijswijk ook in. Dan heeft de fractie van Wij nog gerefereerd aan de regeldruk. Nou zojuist is in het vorige onderwerp natuurlijk ook aangegeven door partij Beter Voor Rijswijk, joh kijk eens naar die blockchaintechnologie. Die nieuwe technologie die ontstaan is om de regeldruk voornamelijk in de WMO te verlagen. Ook het CDA heeft er al vaker aan gerefereerd. Vandaar ook dat de motie snappen en schrappen mee is genomen in de nieuwe cliënt- en klantonderzoeken. Dat we de vraag daarmee gaan uitbreiden om daar, ja, meer aandacht aan te geven, zodat de regeldruk en de administratieve last die we nu bij burgers neerleggen en die wellicht wel nodig is, dat we die eruit filteren en dat we ook daarmee de dienstverlening weer beter maken. Dan heeft de Partij van de Arbeid nog een vraag gesteld over de resultaten an sich. Van nou, een huis schoonmaken. Voorheen werd gezegd de huishoudelijke hulp komt twee uur in de week, en nu wordt er gezegd, uw huis is schoon en dat is op die en die manier.
Nou ja, mevrouw Van Nunen, het is zo dat er natuurlijk een groep is die al sinds jaar en dag, of een aantal jaar, huishoudelijke hulp heeft. Dus die hebben moeten wennen aan de verandering. Maar de nieuwe cliënten, of de nieuwe klanten die toegevoegd raken aan de WMO, die weten niet beter dan dat we resultaatgericht werken. Dus dat is wel een omslag, een cultuuromslag voor de oude cliënten. Wat we echt hebben geprobeerd met warme overdracht te doen, dat samen met die zorgaanbieders, samen met de gemeente. Er worden veel gesprekken over gevoerd. En dan kan het te allen tijde, als het echt noodzakelijk is, dat een klant het niet begrijpt, dat we zeggen, dan kunnen we altijd teruggrijpen op het zoveel uur in de week. Maar we gaan in eerste instantie uit van resultaten, en dat leggen we goed uit aan de mensen. En tot op heden heb ik daar zelf als wethouder in ieder geval geen klachten van ontvangen. Tot nu, sinds wel resultaatgericht werken. Volgens mij waren dat de vragen in eerste termijn, voorzitter. Tweede termijn De voorzitter: Dan gaan we door naar een tweede termijn, indien dat nodig is. Mevrouw Van Nunen? Mevrouw Van Nunen (PvdA): Dank wethouder voor de vragen die ik heb gesteld, beantwoording daarvan,
enkele. Ik heb nog een vraag open staan over hoe u de keukentafelgesprekken toch ook op basis van wensen van, dat blijkt uit de aanbevelingen, wensen van cliënten en hun familieleden, anders zou willen of kunnen inrichten binnen dit systeem. Dus nu is de cliënt alleen aan zet. Maar er is echt duidelijke behoefte aan een maatje daarbij of een familielid daarbij. En ik wil daarnaast … Dank voor de beantwoording van de vraag over de financiën. Dat komt dus nog. En over uren in plaats van resultaatcriteria, dat is duidelijk. Ze heeft ook gezegd hoor dat nieuwe cliënten daar geen moeite mee hebben, alleen de ouderen. Nou, fijn dat daar zoveel aandacht voor is, voor toch het steeds weer uitleggen van hoe het werkt. Ik wil nog wel even aansluiten bij de vraag van mevrouw Schröter. Want ik vond ook, en dat heb ik toen ook gezegd, dat er heel weinig Rijswijkse respons, een kleine Rijswijkse responsgroep was meegenomen in de evaluatie. Dat vonden we heel jammer. En ook, en dat was u vergeten te vermelden daarnaast in de eerste termijn, ook niet de adviesgroep sociaal domein, en de Rijswijkse adviesgroep sociaal domein. En dat had allerlei oorzaken, werd er toen gezegd. Die waren niet bereikbaar of niet op die tijdstippen. Ja, ik vind dat echt een heel zwaar gemis in de evaluatie voor Rijswijk.
Dus misschien kunt u daar nog heel even op antwoorden hoe dat precies is gelopen, want die waardevolle feedback van de adviesraad mis ik in ieder geval wel in deze evaluatie. Dank u wel. De heer Van Dam (Wij.): Ja, dank voor de beantwoording. Ik heb nog één vraag open staan. Of advies 1.5 uit het rapport wordt overgenomen, met betrekking tot het monitorinstrument voor de kwaliteit van de zorg? De heer Ezinga (VVD): Geen vraag, voorzitter. Mevrouw Schröter-Haas (CDA): Nee, dank u wel voorzitter. Mevrouw Kistemaker (GL): Nee, dank u. Wethouder Bentvelzen: En dank voor de vragen in de tweede termijn. Mevrouw Nunen. Ja, betrekken van … Tenminste, hetgeen wat we gaan doen is het betrekken van de mantelzorg en de cliëntondersteuner. Zowel vanuit de zorgaanbieder, als de cliëntenorganisaties, als de adviesraden sociaal domein, dus de raden H4 breed, is aangegeven dat er ruimte is voor verbetering om mantelzorgers en-of cliëntondersteuners te betrekken bij keukentafelgesprekken, als een cliënt dat aangeeft. En de actie de we daarbij uit gaan zetten, is dat we samen met de organisaties die cliëntenondersteuning aanbieden, bespreken hoe de beschikbaarheid van die cliëntenondersteuners meer onder de aandacht kan worden gebracht, en die dan ook opnemen in de communicatiemiddelen.
En in telefonisch contact met de cliënt ook de mogelijkheid benadrukken om kosteloos gebruik te maken van de cliëntondersteuner. Dus dat is antwoord op uw vraag. En er is wel gesproken met de adviesraad sociaal domein, in ieder geval die van Rijswijk, die is uitgenodigd. Mijnheer Van Dam. Monitoringsinstrumenten wordt momenteel gekeken in de H4. We onderzoeken momenteel welk instrument daar nou het beste geschikt voor is. We willen eerst wat uitgebreider inzicht krijgen. En vervolgens kijken we welk instrument we hier voor kunnen inzetten, en dan zal die actie ook volgen. En als die er is, dan ben ik bereid om dat uiteraard even te melden in de raad (toezegging). Dan is er volgens mij nog één vraag over, realiseer ik me. Want ik wilde afsluiten, voorzitter. Maar er is mijn nog gezegd, er zijn maar acht mensen, en dat is eigenlijk wat weinig voor een breder kwalitatief onderzoek. Ik weet niet hoe ze op achter personen zijn gekomen, maar ik kan ook niet de toezegging hier keihard doen. Ik zal er in ieder geval binnen de H4 een aantekening van laten maken, dat als we een onderzoek laten doen door een extern bureau, dat we letten op de aantallen en op de representativiteit daarvan (toezegging). En ik hoop dat dat voldoende is voor u. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: En daarmee sluiten we dit agendapunt af en gaan we naar het laatste agendapunt. 14.
Vragenuur De voorzitter: En dat is het vragenuur. En daarvoor hebben een viertal fracties vragen ingediend. Van één fractie zijn de vragen al beantwoord. En we gaan allereerst naar de algemene vragen die de fractie van de Partij van de Arbeid heeft gesteld. Allereerst over de speeltuin. Mevrouw Jansen-Dirkx (PvdA): Ja, het gaat om de speeltuin aan de Menagerie. En die speeltuin is de afgelopen vier maanden gesloten geweest, omdat er onderhoud aan moest worden gepleegd, omdat de
ondergrond, ja, als een soort van modderpoel was geworden. Nou is deze speeltuin behoorlijk veel in gebruik door wijkbewoners, en ik heb daar dus een aantal vragen over. Waarom heeft het vier maanden moeten duren voor de speeltuin weer geopend werd? Wat is nu de status van het onderhoud? En is het juist dat er een experimentele drainage is aangelegd die tot op heden nog zijn werk niet doet? Welke acties gaan er nu nog ondernomen worden om de speeltuin niet opnieuw in een modderpoel te laten veranderen? En als laatste, neemt men de geleerde lessen ook mee naar de aanleg van nieuwe speeltuinen, zoals die aan de Boomgaard? Wethouder Besteman; Inderdaad, het onderhoud aan die speeltuin heeft inderdaad lang geduurd. En dat is een combinatie van pech en … Allereerst, die drainage is aangelegd, die leek niet goed te werken. Er is een nieuwe grasmat aangelegd. En nou we zijn daar pas mee gestart na burendag, omdat, nou ja, wie weet, dat waarschijnlijk daar nog een activiteit plaatsvond. Het weer heeft geen bevorderende rol gespeeld, zal ik maar zeggen, waardoor inderdaad er meer modder in die speeltuin was voor een hele tijd dan ons lief was. Maar we hebben wel getracht om één en ander zo spoedig mogelijk op te lossen door extra drainage toe te voegen in die speeltuin. Nou goed, we moeten nog even kijken.
Het was denk ik halverwege januari waar ook met de aannemer is afgesproken om weer extra gaten ook in dat grasveld ook aan te brengen, omdat het water nog niet goed wegging. En nou, goed, er zijn meerdere inspecties uitgevoerd. De sneeuw kwam. En we moeten nu nog even kijken of de drainage voldoende is, om een lang verhaal kort te maken. En ik denk wel dat u ook een hele terechte vraag stelt in uw laatste vraag van, nou ja, leren we hier nu ook wat van? Want we hebben net ook met elkaar over de onderwijsachterstanden, en ik vind het ook van groot belang dat die zo veel en zo vaak mogelijk buiten kunnen spelen. Dus ja, we leren hier ook van. We nemen dit zeker mee. Ik heb mij laten vertellen dat de grondkwaliteit in Rijswijk niet van heel goede kwaliteit is, wat ook niet helpt. Maar we gaan hier wel in het vervolg wat meer rekening mee houden. En ik hoop dat de drainage gauw zijn werk doet, zodat er weer goed buiten gespeeld kan worden, voorzitter. Mevrouw Jansen-Dirkx (PvdA): Nou, eigenlijk nog één kleine opmerking. Als de drainage na vier maanden of na vijf maanden nog niet werkt, moeten we ons serieus afvragen of we wel de goede drainage gebruiken. Dus ik wil wel meegeven, kijk daar goed naar. De voorzitter: Bij dezen. Dan, compensatiegeld voor welzijn. Wie mag ik daarover … Mevrouw Van Nunen.
Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, eigenlijk in vervolg op een eerder, ja, klein debatje in het vorige forum, waarin ik naar aanleiding van een IB over cultuurgelden ook een vraag heb gesteld over wat de bestemming is van binnengekomen compensatiegelden voor welzijn. En ik wil … En toen gaf de wethouder het antwoord, ja, daar hebben we in het college nog een besluitvorming over. En ik wil graag vragen aan de wethouder of dat inmiddels heeft plaatsgevonden, het besluit hier over die compensatiegelden voor welzijn? En zo ja, waar dan de gelden naar toe zijn gegaan? En daar hoor ik graag het antwoord op. Wethouder Besteman: Ja, het voorstel is afgerond en onderweg naar het college voor besluitvorming. Dus die vindt eerdaags plaats. Als het gaat om de gelden, want u heeft het over hoe dat besteed gaat worden. We hebben een aanvraag van Welzijn Rijswijk gehad, vanwege de coronacompensatie, en dat is ook waar het voorstel zich op richt. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ik ben misschien niet de enige die hier benieuwd naar is, naar de uitkomst. Maar zou u dat kort in een notitie aan raadsleden willen melden wat u besluit is als college en hoe de bestemming van die, ik geloof bijna €60.000, of ruim €60.000, dan heeft plaatsgevonden? En dat horen we in een korte notitie, het hoeft geen officiële IB.
Anders kom ik er volgende keer weer in een forum over te vragen, en dat lijkt me eigenlijk niet verstandig qua tijdsdrukte. Wethouder Besteman: Ik begrijp die vraag van mevrouw Van Nunen denk ik wel. Inderdaad, het lijkt me niet verstandig om daar een hele IB aan te wijden, maar ik wil u die informatie ook zeker niet onthouden. Dus als u mij even de gelegenheid geeft, dan zoek ik een handige, adequate manier om dat met uw raad te delen (toezegging). Lijkt mij een goede afspraak. De voorzitter: Dan de vragen over banen. Mevrouw Van Nunen.
Mevrouw Van Nunen (PvdA): Die waren ook namens de Partij van de Arbeid gesteld door mij. Ik zie een ambitieus plan donderdag op de agenda staan, actualisatie beheerplan openbare ruimte. Er is heel veel in nodig aan opdrachten en dus ook mensen die die opdrachten moeten gaan uitvoeren. En nou is het zo mooi om het één met het andere natuurlijk te verbinden. En dat zal de wethouder van werkgelegenheid het toch wel ook met mij eens zijn. En ik wil heel graag weten of al die inzet die nu gepland wordt om de boel op orde te brengen in de openbare ruimte, of die ook ingezet kan worden met mensen van het WSP, eventueel na omscholing. Maar wordt daar heel serieus naar gekeken? Dat is mijn vraag, voorzitter. Wethouder Bentvelzen: Ik kan daar kort over zijn, voorzitter, daar wordt zeker serieus naar gekeken wat daar de mogelijkheden zijn. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, ik had eigenlijk de vraag nog niet concreet genoeg gesteld. Ik begrijp dat u nu geen aantallen kunt noemen en ook geen trajecten, maar ik wil wel graag de uitkomst hiervan. Want daar serieus naar kijken, dat begrijp ik. En dat is een hele goed eerste stap. Maar ik wil ook graag de uitkomst horen dan van de uitvoering van die plannen. Want we lezen natuurlijk dat er externe opdrachtnemers geworven worden. En liever niet via SROI, maar echte banen.
Kunt u dat ook even beantwoorden graag? Wethouder Bentvelzen: Ja, mevrouw Van Nunen, ik heb net aangegeven dat we er serieus naar kijken. En zodra ik daar informatie over heb dan verstrek ik die uiteraard aan u, dat bent u van mij gewend (toezegging). De voorzitter: Dan gaan we door naar de vragen over inburgeraars. Mevrouw Van der Kooij. Mevrouw Van der Kooij (GL): Begin februari stuurde Vluchtelingenwerk Nederland een brandbrief naar de Tweede Kamer met betrekking tot in de knel komen van inburgeraars door de coronacrisis. De integratie van 15.000 komend Nederlanders loopt vertraging op doordat inburgeringsexamens worden uitgesteld. En hoe langer het examen op zich laat wachten, hoe meer inburgeraars door hun inburgeringsbudget heen raken. Ze kunnen dan geen lessen meer volgen, en ze lopen het risico later alsnog te zakken voor het examen. Dit kan ook vergaande gevolgen hebben bij het aanvragen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, of voor het verkrijgen van het Nederlandschap. Dit roept bij GroenLinks de volgende vragen op. Van hoeveel inburgeraars in de gemeente Rijswijk zijn de examens uitgesteld en wat doet de gemeente om deze inburgeraars bij te staan? Wethouder Besteman: En dank aan mevrouw Kooij ook voor haar vragen. U vraagt mij hoeveel inburgeraars … Van hoeveel inburgeraars de examens zijn uitgesteld.
Ik kan u dat aantal helaas niet geven, dat is niet bekend bij de gemeente, omdat de dienst uitvoering onderwijs DUO de taak heeft om die voortgang van de inburgeringstrajecten te monitoren. Dus ik heb wel de vraag direct uitgezet bij DUO. Maar het duurt helaas een aantal dagen voordat zij daarop kunnen reageren. Dus ik stel voor dat ik die informatie met u deel zodra we die binnen hebben gekregen bij de gemeente (toezegging). En u vraagt ook nog, wat doet de gemeente dan zelf voor inburgeraars of statushouders. Nou, we hebben zelf het traject voor de participatieverklaring dat wij via Welzijn Rijswijk aanbieden. En ook bieden we nog begeleiding aan, maximaal twee jaar, op het gebied van maatschappelijke en juridische vraagstukken. De voorzitter: Ik heb een toezegging gehoord. Roept het verder nog vragen op bij u, mevrouw Van der Kooij? Mevrouw Van der Kooij (GL): Ja, ik vraag me dan af wat er dan wordt gedaan voor mensen die dus steeds maar hun …. Ja, die hun taalonderwijs, wat gewoon achter gaat lopen zeg maar, of daar ook nog iets concreet wordt gedaan. Wethouder Besteman: Ja, dank u wel. Nou wat ik wel heb begrepen is, natuurlijk, de verantwoordelijkheid die ligt bij DUO, dat zei ik net al. Maar dat DUO ook ruimhartig kijkt naar, nou ja, de huidige context en de situatie in deze tijd. Dus dat is denk ik wat ik nog even met u kan delen.
Mevrouw Van der Kooij (GL)(interruptie): Ja, dus de gemeente doet zelf daar concreet niks aan, aan het taalonderwijs, begrijp ik hieruit?
Mevrouw Besteman: Nee, deze taak ligt nu nog bij DUO. En wel is het zo, en ik weet … Misschien refereert u daaraan, dat de inburgeringswet verandert en dan ook de taak in de toekomst bij de gemeente neerlegt. Dus daar bereiden we ons natuurlijk nu wel op voor. Maar op dit moment is, ja, is dit nog de situatie. De voorzitter: Dan zijn de vragen over de asielzoekers van de heer De Vries. De heer De Vries (GL): Nou, de coronacrisis is natuurlijk voor iedereen zwaar. Maar ook vooral voor de mensen die op een heel kleine oppervlakte leven met elkaar in het asielzoekerscentrum in Rijswijk. Perspectief is er eigenlijk nauwelijks. En nou ja, dat zorgt ook, ja, voor bijvoorbeeld kwetsbaarheid rondom kinderen en de mentale gezondheid. Nu zagen we wel van eind vorige maand bijvoorbeeld een bericht van Don Bosco, die had daar speelgoed, enzovoort, uitgedeeld. Ontzettend mooi. Maar nou ja, we hebben natuurlijk ook nog de jongeren. Dus ik vroeg me af, hoe het … Ja, zij hebben ook niet echt een uitlaatklep, dat is een lastige situatie. En er zijn op dit moment zijn er natuurlijk ook ontzettend veel onduidelijkheden voor hen. Ja, wat gaat er gebeuren na de sluiting van het asielzoekerscentrum.
Waar komen … Ja, waar komen ze terecht? Dus allereerst dan de vraag van, ja, wat wordt er op dit moment gedaan voor de mensen daar in de huidige situatie in relatie tot de coronacrisis? Dan meer over het sluiten van het AZC. Nou het aantal aanvragen in Nederland blijft eigenlijk maar toenemen, en het aantal opvanglocaties dat neemt eigenlijk af. Dat is in heel Nederland zo, maar in de Randstad is eigenlijk een hele grote vraag. Van het COA blijven er eigenlijk ook maar vragen komen, we willen graag meer opvanglocaties in de Randstand en dus ook in Haaglanden. Ondertussen zijn wij bezig op dit moment met voorbereiden van de sluiting. En ik vraag me af, hoe helpt de gemeente dan met een goede verhuizing van deze asielzoekers? Dat we wellicht op dat punt dan toch een soort van perspectief kunnen bieden? En de tweede vraag daaraan gekoppeld, is of de gemeente zich inzet voor meer opvanglocaties toch in de regio. Sporen wij onze buurgemeenten erop aan? Spreken wij hen erop aan of zij misschien een opvanglocatie, ja, willen? Daar ben ik erg benieuwd naar. Wethouder Besteman: Ja, ik kan eigenlijk heel kort zijn op de vraag van GroenLinks. De mensen die in het AZC wonen, vallen onder de verantwoordelijkheid van het COA. Het COA neemt die verantwoordelijkheid ook zeer serieus. En ja, inderdaad, u refereert al naar de eerdere motie die door uw raad is aangenomen, om het AZC te sluiten.
Dat is wat het college nu ook aan het uitvoeren is. En daarmee de aanstaande sluiting van het AZC en de eventuele verhuizing, et cetera, van mensen daar, ook dat is de verantwoordelijkheid van het COA. En zij zijn daar ook, nou al natuurlijk mee in voorbereiding en mee aan de slag. Dus dat is, voorzitter, de status van het AZC. De heer De Vries (GL): Het feit zeg maar dat de verantwoordelijkheid bij de één ligt, zegt natuurlijk niet dat wij als gemeente ons niet ergens voor kunnen inzetten. En wat ik u eigenlijk hoor zeggen is nu dat wij ons, ja, eigenlijk alleen maar richten op het sluiten, zonder echt om te kijken wat de gevolgen zijn van dat sluiten. En dat vind ik toch wel heel erg spijtig. Vooral omdat er vaak … In de raad is toch wel gezegd van, Rijswijk heeft nu de nek uitgestoken, nu is het aan de buurtgemeenten. Dus dan vind ik ook dat wij onze buurgemeenten daarop kunnen aanspreken. En dat verwacht ik ook eigenlijk van u en van het college. Dus daarop hoor ik graag een reactie van u. Wethouder Besteman: Ja, nou ja, goed, ik refereerde aan de afspraken die destijds zijn gemaakt. Het lijkt mij ook heel verstandig nog om daar gewoon uitvoering aan te geven in deze context. Maar inderdaad nog even uw vraag over hoe we dat nu in de regio bespreken. Nou, het komt zeker aan bod af en toe bij de bestuurlijke tafel wonen onder andere.
En nou ja, goed, ook daar vindt natuurlijk het COA aanleg met het verhaal dat zij zoeken naar meer opvanglocaties. Die oproep die is bekend bij gemeenten. En nou ja, de verantwoordelijkheid voor het vinden van die locaties ligt ook bij het COA, hoe vervelend u dat mogelijk ook vindt. Maar ik ben het wel met u eens inderdaad, voorzitter, dat Rijswijk de verantwoordelijkheid zeker heeft genomen de afgelopen jaren. En dat het ook prima is als een andere gemeente nu ook verantwoordelijkheid neemt. Ik denk dat dat een hele prima lijn is, voorzitter. De heer De Vries (GL): Nee, geen vragen. De voorzitter: Oké, dan gaan we door naar de laatste vragen over de informatiebrief proces en voortgang ontwikkeling en toegang jeugd en maatschappelijke ondersteuning. Mevrouw Koopman.
Mevrouw Koopman (D66): Ja, ik had een paar korte vragen over deze IB brief. Er wordt genoemd dat er vier partijen gecontracteerd zijn. Altijd interessant om te weten welke partijen dat zijn en welke specialisaties zij hebben hierin. De onafhankelijke cliëntondersteuner lijkt in deze IB brief een onderdeel van het sociaal wijkteam te zijn geworden. Misschien vergis ik me daarin, maar is deze dan nog wel onafhankelijk als dat wel zo is? En nou, laagdrempelige toegang is natuurlijk belangrijk. Maar ik vroeg me af of hier niet een overloop nu aan het ontstaan is met algemene voorzieningen, zoals binnen Welzijn Rijswijk. Zou het wijkteam zich niet vooral meer met de meervoudige problematiek moeten bezighouden? Wethouder Bentvelzen: Ja, dat klopt, er zijn vier partijen gecontracteerd, mevrouw Koopman. Dat zijn Langhenkel-Talenter, dat zijn de Jeugdconsulent en de Sociaal Wijkteam consulenten, dat is BMC, dat is een gedragswetenschapper. Dat is impegno, die is daar voor de GGZ begeleiding jeugd. En dat is Welzijn Rijswijk in het kader onafhankelijke cliëntondersteuner. En daarmee ga ik gelijk door naar uw volgende vraag. De onafhankelijk cliëntondersteuner die is namelijk geen onderdeel van het Sociaal Wijkteam. Hij of zij is werkzaam voor Welzijn Rijswijk. De cliëntondersteuner wordt in haar dagelijkse werkzaamheden aangestuurd door de teamleider van de gemeente.
Dat staat ook trouwens wel in de raadsinformatiebrief opgeschreven, maar misschien dat we dat duidelijker hadden moeten uitleggen. En u geeft aan, zou het wijkteam zich niet vooral met meervoudige problematiek moeten bezighouden? Nou, het doel van een Sociaal Wijkteam is de triage. Dat betekent kortdurende begeleiding, maximaal zes maanden. En daarna zouden ze eventueel door moeten naar de tweedelijns. Het is namelijk niet de bedoeling, juist niet de bedoeling, dat SWT, het Sociaal Wijkteam, zelf meervoudige problematiek oppakt. Wel dat ze die herkennen, en dat als het nodig is dat er een warme overdracht plaatsvindt naar de juiste samenwerkingspartner. En dat waren de antwoorden op de vragen, voorzitter. Mevrouw Koopman (D66): Ja, korte aanvullende vraag over het laatste. Ja, meervoudige problematiek is meer langer inderdaad dan zes maanden, maar dat is meer het hele complexe. Maar bij de nuldelijn worden ook een heel stuk herkenning en triage gedaan. En ik ben bang dat daar bijvoorbeeld bij ouderenadviseurs en misschien ook bij de mantelzorgconsulenten al vergelijkbare dingen gedaan worden als binnen het Sociaal Wijkteam. En dat zou zonde zijn als er dubbel werk wordt gedaan. Wethouder Bentvelzen: Ja, dat ben ik met u eens, mevrouw Koopman, dat het zonde is van ieders tijd als daar dubbel werk in zou zitten.
Ik denk dat de organisatie vanuit alle flanken professioneel werkt en elkaar vindt waar nodig, en dat er daarmee de dubbelingen wel uit worden gehaald. Ik zal hier niet suggereren dat er nooit een dubbeling inzit, want daar durf ik mijn handen niet voor in het vuur te steken. Maar ik ben ervan overtuigd dat ze in ieder geval goed uitzoeken of er niet al elders iemand op de lijn zit vanuit de preventiekant, zorg, welzijn, wijkteam. Nou ja, je kan ze allemaal opnoemen. Zodat we zorgen dat er geen dubbelingen in het zorgaanbod zit. En ik hoop dat ik daarmee u een bevredigend antwoord geef. Mevrouw Koopman (D66): We gaan het monitoren. De voorzitter: Nou, daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuur, en daarmee aan het einde gekomen van dit forum. 15. Sluiting De voorzitter: sluit de vergadering om 23.16 uur. Verslag ongewijzigd vastgesteld in de vergadering van 16 maart 2021
De forumgriffier,
de voorzitter,