IB 21 065 (03) Bijlagen 5-8 bij de toelichting (002).pdf
Tekst van het document
Bijlage 5
Gemeente Rijswijk
Watertoets
187
WATERTOETS KAREL DOORMANLAAN 155 TE RIJSWIJK
Rapportage watertoets Karel Doormanlaan 155 te Rijswijk Opdrachtgever
Lammers Real Estate Postbus 443 6000 AK Weert
Rapportnummer Versienummer
5343.004 D2
Status
Eindrapportage
Datum
25 juni 2018
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
R.A.P. Kempers, BSc
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
3
WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 7 3.1 3.2
4
Hoogheemraadschap van Delfland .................................................................................. 7 Gemeente Rijswijk ............................................................................................................ 7
PLANUITWERKING.................................................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5
Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................... 2 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 4 Grondwater ....................................................................................................................... 4 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 5 Riolering ............................................................................................................................ 6
Randvoorwaarden en uitgangspunten ............................................................................. 9 Verhard oppervlak ............................................................................................................ 9 Ontwateringsnormen ...................................................................................................... 10 Waterbergingsopgave en hemelwaterafvoer .................................................................. 11 Grondwater ..................................................................................................................... 11 Droogweerafvoer (vuilwater) .......................................................................................... 12 Kwaliteit .......................................................................................................................... 12
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ......................................................................................... 13
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Gegevens verkennend bodemonderzoek 5343.001 - Grondwaterdata meetnet gemeente Rijswijk - Watersleutel hoogheemraadschap Delfland - Voorontwerp Karel Doormanlaan
5343.004
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Lammers Real Estate opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Karel Doormanlaan 155 te Rijswijk. De watertoets is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Voor de gronden vigeert thans het bestemmingsplan “Te Werve” zoals vastgesteld op 17 december 2013. In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als ‘Gemengd’. Het realiseren van de woningen is niet mogelijk binnen deze bestemming. Om de voorgenomen herontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Als onderdeel hiervan is de watertoets opgesteld. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Rijswijk). De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt van de watertoets is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. Met het opstellen van de watertoets wordt beoogd dat water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen.
Concreet betekent dit dat onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Uiteindelijk moet het resultaat zijn dat een nieuw plan/project, dan wel een wijziging hiervan, hydrologisch neutraal is, of -indien mogelijk- een verbetering met zich meebrengt. In een zogenaamde "waterparagraaf" (onderdeel toelichting bestemmingsplan) wordt daarbij met name de wijze waarop de afvoer van hemelwater van daken en verhardingen plaats zal vinden, in de toelichting van het bestemmingsplan vastgelegd. De onderhavige watertoets ligt hieraan ten grondslag. De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit het door Econsultancy uitgevoerd verkennend bodemonderzoek Karel Doormanlaan 155, d.d. 4 januari 2018 (rapportnummer 5343.001), aanvullend archeologisch bureauonderzoek Karel Doormanlaan 155 d.d. 8 juni 2018 (rapportnummer 5343.002) en informatie verkregen van de gemeente Rijswijk (contactpersoon mevrouw M. de Hoog).
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 1 van 13
2 2.1
LOCATIEGEGEVENS Huidig en toekomstig gebruik
De planlocatie (± 3.930 m²) ligt aan de Karel Doormanlaan 155, circa 0,8 kilometer ten noordoosten van de kern van Rijswijk (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Rijswijk, sectie K, nummer 12916. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 0,3 a 0,4 m +NAP. De coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie zijn X = 82.390, Y = 451.050. De planlocatie is momenteel bebouwd met een kantoorpand. Het pand (± 1.650 m²) is incourant en nagenoeg leegstaand. Daarom is men voornemens om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Beoogd wordt, na het amoveren van het kantoor, ter plaatse 64 gestapelde woningen te realiseren. De directe omgeving van het bedrijfspand is voorzien van een klinkerverharding. Tijdens de terreininspectie en archiefonderzoeken van het verkennend bodemonderzoek en het aanvullend archeologisch bureauonderzoek (rapportnummers 5343.001en 5343.002) is gebleken dat het kantoorpand grotendeels onderkelderd was (zie figuur 1). Dit is tevens door de gemeente Rijswijk bevestigd.
Figuur 1: Huidige situatie situering kelder (rode arcering)
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 2 van 13
De locatie wordt omgeven door watergangen, welke geen onderdeel zijn van het plangebied. Als gevolg van de ontwikkeling zijn derhalve geen veranderingen in de waterhuishouding voorzien als zijnde het dempen of graven van oppervlaktewater. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven.
Figuur 2. Ligging planlocatie
2.2
Bodemopbouw
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een kalkarme leek-/woudeerdgronden, die voornamelijk is opgebouwd uit klei (www.maps.bodemdata.nl). De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot holocene afzettingen. Uit locatiespecifiek onderzoek (verkennend bodemonderzoek Karel Doormanlaan 155 d.d. 4 januari 2018, rapportnummer 5343.001) blijkt de bodem voornamelijk te bestaan uit matig fijn, zwak siltig zand. De boven- en ondergrond is bovendien plaatselijk zwak tot matig humeus. Vanaf circa 2,0 m mv wordt een zwak schelphoudende, zwak siltige, kleilaag aangetroffen. In bijlage 2 zijn de gegevens van het verkennend bodemonderzoek weergegeven.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 3 van 13
2.3
Geohydrologie
Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II model van TNO. Het REGIS II model geeft op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit het REGIS II model van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket, met een dikte van ± 65 m te worden gevormd door respectievelijk de formaties van Kreftenheye, Urk en Peize-Waalre. Op het eerste watervoerende pakket ligt een deklaag van Holocene afzettingen bestaande uit een afwisseling van zand en klei met een dikte van ± 15 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Waalre Formatie. Tabel I.
Geohydrologie Diepte m -mv
Formatie
Typering
Bodem
0-15
Holoceen
klei en zand
DKL
15-40
Kreftenheye
zand
WVP
40-50
Urk
zand
WVP
50-80
Peize-Waalre
zand
WVP
80-90
Waalre
klei
SDL
DKL = deklaag
2.4
WVP = watervoerend pakket
SDL = slecht doorlatende laag
Grondwater
De gemeente Rijswijk heeft een grondwatermeetnet waarin op meerdere locaties de grondwaterstand wordt gemonitoord. In de omgeving van het plangebied zijn in het meetnet van de gemeente enkele grondwatermeetpunten beschikbaar. In tabel II zijn de gegevens van de grondwatermeetpunten uit het meetnet van de gemeente weergegeven. Figuur 3 geeft de situering van de grondwatermeetpunten ten opzichte van de planlocatie weer. In bijlage 3 is de grondwaterdata van de gebruikte grondwatermeetpunten opgenomen. Op basis van de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, stroomt het grondwater van het eerste watervoerend pakket in noordelijke richting. Tabel II.
Overzicht grondwatermeetpunten meetnet gemeente Rijswijk
grondwatermeetpunt
windrichting t.o.v. locatie
afstand t.o.v. locatie (m)
meetperiode
GHG m NAP
269 Ingenieur Henri Hubertus van Kollaan 40
ZW
260
4-3-2010 tot 9-2-2018
-0,5
266 Generaal Berenschotlaan 14404
NO
400
4-3-2010 tot 23-5-2018
-0,4
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 4 van 13
Figuur 2: situering grondwatermeetpunten meetnet gemeente Rijswijk
Op basis van de gegevens van deze grondwatermeetpunten alsmede de grondwaterstromingsrichting wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 0,5 m -NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 0,8 a 0,9 m -mv bevinden. Ten tijde van grondwatermonstername van het verkennend bodemonderzoek, op 19 december 2017, stond het grondwater in de geplaatste peilbuis op 1,58 m -mv. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. 2.5
Oppervlaktewater
Op de leggerkaart van hoogheemraadschap Van Delfland zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. De planlocatie wordt aan 2 zijden begrenst door een tweetal primaire watergangen, te weten: POL41201950 parallel aan de Sir Winston Churchilllaan en POL41201865 ten zuidwesten van de planlocatie. In figuur 4 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven. De planlocatie is gelegen binnen peilbesluit Plaspoel-, Schaapwei- en Hoekpolder (peilgebied nummer I). In dit peilgebied geldt een vast waterpeil van 1,25 m -NAP. De gemiddelde drooglegging bedraagt daarmee 1,60 m.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 5 van 13
Figuur 3: uitsnede legger hoogheemraadschap Van Delfland
2.6
Riolering
Voor zover bekend is er in de rondom de planlocatie gelegen een gemengd rioleringstselsel gelegen.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 6 van 13
3
WATERRELEVANT BELEID
De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Rijswijk. 3.1
Hoogheemraadschap van Delfland
In het Waterbeheerplan 2016-2021 (WBP5) heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor ‘droge voeten’, ‘stevige dijken’ en ‘schoon water’ zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2021. Delfland zet in op integraal waterbeheer in het sterk verstedelijkt deel van Nederland. Samen met de gemeenten en andere partners werkt Delfland aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners. Delfland werkt ook aan het waterbewustzijn om de kosten van het waterbeheer waar mogelijk te verlagen en het draagvlak te vergroten voor het zelf nemen van maatregelen. Standstill-beginsel (thema voorkomen wateroverlast) Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van het ruimtelijk plan. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijke plan worden gecompenseerd. Compensatie moet worden gerealiseerd door middel van bergen óf in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, waarin de verslechtering optreedt.
Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, doordat water niet langer in de bodem kan infiltreren maar oppervlakkig of via (hemelwater)riolering wordt afgevoerd. Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Wanneer bij sloop en nieuwbouw het verhard oppervlak afneemt of ongewijzigd blijft, hoeft geen extra waterberging te worden gerealiseerd. 3.2
Gemeente Rijswijk
Het water beleid van de gemeente Rijswijk is vastgelegd in vet Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) 2016-2020. De particulier draagt primair zorg voor het hemelwater op het eigen perceel. De gemeente Rijswijk draagt zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in de openbare ruimte. Hier is de gemeente zowel de beheerder als de eigenaar. Daarnaast heeft de gemeente Rijswijk een zorgplicht indien de particulier het hemelwater niet op eigen terrein kan verwerken. In lijn met de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1. 2. 3.
Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein; Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater; Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in de bodem, in het watersysteem of in de riolering.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 7 van 13
Onder nieuwbouw worden zowel uitbreidingen verstaan als ook inbreidlocaties en vernieuwbouw. Van het laatstgenoemde is sprake bij het slopen en opnieuw bouwen van een pand. Hoewel niet alle situaties conform de wet en regelgeving watertoetsplichtig zijn, hanteren gemeente Rijswijk en hoogheemraadschap Delfland het uitgangspunt dat zij nieuwbouwsituaties onderling afstemmen. Voor inbreidingsprojecten en nieuwe bedrijventerreinen geldt in beginsel de voorkeur voor een volledig gescheiden stelsel gelijk aan andere nieuwbouwlocaties, tenzij het type bedrijven en transport over het terrein aanleiding geven tot andere keuzes. Het ontwerp van nieuwe stelsels moet hydraulisch voldoen aan een belasting met Bui 08 (T= 2 jaar) 20 mm neerslag in 60 minuten vanuit de Leidraad Riolering zonder dat er water-op-straat situaties ontstaan of vuilwater overstort op oppervlaktewater. Hierbij dient er een minimale waking van 20 cm aanwezig te zijn. Daarnaast toetst de gemeente op eventuele knelpunten aan de hand van zwaardere controlebuien (Bui09 en Bui10 conform de Leidraad Riolering). Bij een belasting met Bui09 mag er niet langer dan 30 minuten water op straat staan. Bij aanleg dient de ontwikkelaar te anticiperen op eventuele effecten van bodemdaling zodat het systeem ook op lange termijn conform de gestelde eisen blijft functioneren.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 8 van 13
4 4.1
PLANUITWERKING Randvoorwaarden en uitgangspunten
Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast. Versnelde afvoer door meer verharding voldoet dus niet aan het stand-still beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Om te bepalen hoeveel waterberging nodig is om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te kunnen uitvoeren, heeft hoogheemraadschap Delfland de Watersleutel ontwikkeld (bijlage 4). Dit is een rekentool, waarbij met een aantal relevante kenmerken van de ontwikkeling en het watersysteem wordt bepaald hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd. De Watersleutel toont hierbij het verschil tussen de benodigde waterberging in de huidige en de toekomstige situatie. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
100% afkoppeling van het verhard oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). 2 2 Verhard oppervlak toekomstige situatie 3.000 m waarvan 1.820 m bovengronds bebouwd 2 (afname t.o.v. huidige situatie 250 m ). Wateropgave berekenen conform de Watersleutel van het hoogheemraadschap. Maximaal toelaatbare peilstijging 50 cm. T=100 jaar mag niet tot overlast leiden. GHG is ingeschat op 0,5 m -NAP (0,8 à 0,9 m -mv). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.
4.2
Verhard oppervlak
De planlocatie is momenteel bebouwd met een pand met een kantoorlocatie. Het pand (± 1.650 m²) is incourant en nagenoeg leegstaand. De directe omgeving van het bedrijfspand is voorzien van een klinkerverharding. Wegens de leegstand is men voornemens om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Beoogd wordt, na het amoveren van het kantoor, ter plaatse 64 gestapelde woningen te reali2 seren. Onder de beide woontorens is een parkeergarage voorzien van maximaal 3.000 m . Het totale oppervlak van de parkeergarage wordt meegerekend als zijnde verhard. Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt dan ook vooralsnog uitgegaan van een op2 2 pervlak van ± 3.000 m waarvan 1.820 m bovengronds. In de tabel III en IV staan de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. De oppervlakten zijn bij benadering en bepaald aan de hand van het voorontwerp Karel Doormanlaan d.d. 18 december 2017 zoals opgenomen in bijlage 5. De oppervlakten in de huidige situatie zijn bepaald op basis van de GBKN, BAG en de meest recente luchtfoto’s.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 9 van 13
Tabel III.
Gegevens huidig verhard oppervlak
Verhard oppervlak Parkeergarage
Huidig (m²) -
Dak
± 1.650
Terrein, paden en parkeren
± 1.600
Totaal
± 3.250
Tabel IV.
Gegevens toekomstig verhard oppervlak Verhard oppervlak
Parkeergarage:
Toekomstig (m²) ± 3.000
-
Dak
(± 1.375)
-
Terrein, paden en parkeren
(± 410)
Totaal
± 3.000
Ten opzichte van de voormalige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak 2 afnemen met 250 m . Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie, inclusief ondergrondse par2 keergarage, bedraagt circa 3.000 m . 4.3
Ontwateringsnormen
Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn: Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruiruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:
0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m
Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van gemiddeld 0,35 m +NAP. De GHG is ingeschat op 0,5 m -NAP. De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Op basis van het vaste waterpeil binnen peilgebied nummer I van de Plaspoel-, Schaapwei- en Hoekpolder bedraagt de doorlegging circa 1,60 m. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 10 van 13
4.4
Waterbergingsopgave en hemelwaterafvoer
Om te bepalen hoeveel waterberging nodig is om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te kunnen uitvoeren, is de Watersleutel van hoogheemraadschap Delfland ingevuld (bijlage 4). Conform het beleid van hoogheemraadschap van Delfland en de watersleutel is ten aanzien van de ontwikkeling geen compenserende berging nodig. Daar de planlocatie wordt begrenst door enkele watergangen wordt, mede ook vanuit de gemeente Rijswijk (contactpersoon: mevrouw M. de Hoog), verwacht dat het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) in de voormalige situatie niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) was aangesloten maar separaat werd afgevoerd en geloosd op het nabij gelegen oppervlaktewater. Mede hierdoor zal ook in de toekomstige situatie het HWA niet op het DWA wordt aangesloten direct worden afgevoerd op het oppervlaktewater. Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Hemelwater wordt, indien mogelijk, zoveel mogelijk zichtbaar afgevoerd richting openwater. Daar waar dit niet mogelijk blijkt zal afvoer verbuisd plaatsvinden. 4.5
Grondwater
In het planvoornemen is momenteel de aanleg van een parkeergarage voorzien. Ondergrondse werken kunnen een effect hebben op de vrije afstroming van grondwater naar het oppervlaktewater. Omdat de aanwezige bebouwing in de huidige situatie reeds deels onderkelderd is geweest zal de aanleg van de parkeergarage, mede vanwege de beperkte toename in de breedte van de kelder haaks op de grondwaterstroming, naar verwachting geen aanvullend effect hebben op de omgeving en een vrije afstroming van grondwater naar het oppervlaktewater dan ook niet belemmeren.
Figuur 4: Bestaande en toekomstige bebouwing en kelders bron: Kadaster/PODOK
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 11 van 13
4.6
Droogweerafvoer (vuilwater)
Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs veranderen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 64 gestapelde woningen worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 19 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente Rijswijk besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. 4.7
Kwaliteit
In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijk gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 12 van 13
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Econsultancy heeft van Lammers Real Estate opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Karel Doormanlaan 155 te Rijswijk. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Rijswijk). De bodem bestaat tot 2,0 m -mv voornamelijk te bestaan uit matig fijn, zwak siltig zand. De boven- en ondergrond is bovendien plaatselijk zwak tot matig humeus. Vanaf circa 2,0 m -mv wordt een zwak schelphoudende, zwak siltige, kleilaag aangetroffen. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) voor de planlocatie is ingeschat op circa 0,5 m -NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 0,8 a 0,9 m -mv bevinden. De planlocatie is gelegen binnen peilbesluit Plaspoel-, Schaapwei- en Hoekpolder (peilgebied nummer I). In dit peilgebied geldt een vast waterpeil van 1,25 m -NAP. De gemiddelde drooglegging bedraagt daarmee 1,60 m. De planlocatie is momenteel bebouwd met een kantoorpand. Het pand is incourant en nagenoeg leegstaand. De directe omgeving van het bedrijfspand is voorzien van een klinkerverharding. In de huidige situatie is het kantoorpand deels onderkelderd. Wegens de leegstand is men voornemens om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw.
Beoogd wordt, na het amoveren van het kantoor, ter plaatse 64 gestapelde woningen te realiseren. Onder de beide woontorens is een par2 keergarage voorzien van maximaal 3.000 m . Het totale oppervlak van de parkeergarage wordt meegerekend als zijnde verhard. De ontwikkeling resulteert in een afname in het verhard oppervlak van 2 250 m . Om te bepalen hoeveel waterberging nodig is om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te kunnen uitvoeren, is de Watersleutel van hoogheemraadschap Delfland ingevuld. Conform het beleid van hoogheemraadschap van Delfland en de watersleutel is ten aanzien van de ontwikkeling geen compenserende berging nodig. Daar de planlocatie wordt begrenst door enkele watergangen wordt, mede ook vanuit de gemeente Rijswijk, verwacht dat het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) in de voormalige situatie niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) was aangesloten maar separaat werd afgevoerd en geloosd op het nabij gelegen oppervlaktewater. Mede hierdoor zal ook in de toekomstige situatie het HWA niet op het DWA wordt aangesloten direct worden afgevoerd op het oppervlaktewater. Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden.
Ondergrondse werken kunnen een effect hebben op de vrije afstroming van grondwater naar het oppervlaktewater. Omdat de aanwezige bebouwing in de huidige situatie reeds deels onderkelderd is zal de aanleg van de parkeergarage naar verwachting geen aanvullend effect hebben op de omgeving en een vrije afstroming van grondwater naar het oppervlaktewater dan ook niet belemmeren. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Het toekomstige aanbod bedraagt op basis van aannames circa 19 m³/dag. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
Rapport 5343.004 versie D2
Pagina 13 van 13
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2
Gegevens verkennend bodemonderzoek 5343.001
Pagina 1 van 2
Boorprofielen
A01
Boring:
0 7
0 1
40
50
2
60
3
klinker Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingeel, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, licht beigegrijs, Edelmanboor
0 5
0
tegel Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
100 4 150
A02
Boring:
130
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
5
6 200
210
Klei, zwak siltig, laagjes zand, zwak schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor 250
300 320
A03
Boring: 0
klinker Edelmanboor
50
klinker Edelmanboor
A06
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
2
0 7
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsgeel, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 0 7
0
1 50
klinker Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsgeel, Edelmanboor
1 50
A05
Boring:
0 7
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
1 50
A04
Boring: 0 7
klinker Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsgeel, Edelmanboor
50
100 3 150 4 200
Projectcode: 5343.001
200
Boormeester:
Timmermans
Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 2
Boorprofielen
A07
Boring:
0 7
0
klinker Edelmanboor
50
1
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, licht geelbruin, Edelmanboor
50
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
2
tegel Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor, Gestuit beton
A09
Boring: 0
0
1 50
A08a
Boring:
0 5
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsgeel, Edelmanboor
1 50
A08
Boring:
0
0 1
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, licht geelbruin, Edelmanboor
50
50
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
3 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
4 200
200
A10
Boring: 0 1
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, licht geelbruin, Edelmanboor
50
50
1 50
Projectcode: 5343.001
1
50
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, licht geelbruin, Edelmanboor
A13 0
0 1 50
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, licht geelbruin, Edelmanboor
50
Boring: 0
0
0
0
50
A12
Boring:
A11
Boring: 0
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, licht geelbruin, Edelmanboor
50
Boormeester:
Timmermans
Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 3
Grondwaterdata meetnet gemeente Rijswijk
Deze kaart is noordgericht
Bijlage 3
Grondwaterdata meetnet gemeente Rijswijk
266-Generaal Berenschotlaan 14404
269-Ingenieur Henri Hubertus van Kollaan 40
Bijlage 4 Watersleutel hoogheemraadschap Van Delfland
012320456
789 9 )8 *+888*511
!"#$$%&#&'$"(%
3445
* 99 *: ; B8C9*8: ; G %$=>#H&I=' .@ J% : 88N88N99
<"' =>?&@ @(A'
,-./0.,/12
&67
8
*
<"' =>?&@ @(A'
EF// =$KI =L&#&<!M$$IA >I=' 10O, 988 4P3Q
D
4II R=$?"R ' =>#H B 8*89N9; ;: D B 8* 89*N*; ::N N9 D B 8*:8 D B 8 D :*88 S:*89 D T @>'K? #% ? # : *88B *UVW 889: B* *UVW : *: ::: 9 889;8 * 9b:: c$"@ H>#H ; : *N *; :: d 3$K"M('%$$"H =#&.&$="#$">R &A$"@ H>#H : 8 *89 ; :: d 4II R=$?"A$" d 9* 8 *q"$*; :: 9* 8 *q"$*89 B8C D :*88 S:*89 D 9988*9* 8 *89 B8C D
&* EF// 10O, 4P3Q
E,-/ / / 0-/ /
E/// / / F// /
/OEL1O,1O0/
/O-/ XY8ZZ[\]^Z_` L1O,1Oa/O-/
/
/ /
efZgh]i][8jh][][8Zkk]][8̀]f8l]fjmhj]khnih[\8lZ[8j]8^fh[oh^]_p
/ / / / /
rstuvwxyz
{|}~|~|
9989 9 9988 889 9 9
55
Bijlage 5 Voorontwerp Karel Doormanlaan
A
A P-garage
projekt: A
A
A
KAREL DOORMANLAAN RIJSWIJK
A
opdrachtgever: 17 P A
A
A
A
A
A B
B
40 app
Blok 1
LAMMERS REAL ESTATE adres:
Oude Graaf 10- 6002 NL Weert Postbus 443 - 6000 AK Weert Tel: 0495-547427 fase:
VOORONTWERP 24 app
Nivo 0
Blok 2
tekening:
SITUATIE getekend:
Roel Lamers architect BNA schaal:
1:500 datum:
18 December 2017 wijzigings datum:
18 December 2017 bladnummer / formaat:
TO - 0.0 / A3 Architectenburo ZIJN Stationsstraat 12b 6026 CV Maarheeze
www.architectenburozijn.nl info@architectenburozijn.nl Roel Lamers M 06 12969518
A
A P-garage
A
A
A
A
17 P A
A
A
B
B
A
A
A
40 app Nivo -1 (3000-P)
24 app Nivo 0
Blok 1
Blok 2 projekt:
BVO A: B: C:
BVO 2577 m² P-plaatsen 72 Bergingen 64
780 m² 82 m² 91 m² 91 m²
BVO A: B: C:
592 m² 82 m² 91 m² 91 m²
KAREL DOORMANLAAN RIJSWIJK opdrachtgever:
LAMMERS REAL ESTATE adres:
Oude Graaf 10- 6002 NL Weert Postbus 443 - 6000 AK Weert Tel: 0495-547427 C
C
C
fase:
C
VOORONTWERP tekening:
PLATTEGRONDEN OVERZICHT A
A
C
C
A
A
C
getekend:
C
Roel Lamers architect BNA schaal:
1:500 A
A
A
A
A
A
A
A
datum:
18 December 2017 wijzigings datum: A
A B
A
A
B
B
B
18 December 2017 bladnummer / formaat:
TO - 0.1 / A3 Architectenburo ZIJN
Nivo 1 BVO A: B: C:
780 m² 82 m² 91 m² 91 m²
Stationsstraat 12b 6026 CV Maarheeze
Nivo 2 BVO A: B: C:
592 m² 82 m² 91 m² 91 m²
BVO A: B: C:
780 m² 82 m² 91 m² 91 m²
BVO A: B: C:
592 m² 82 m² 91 m² 91 m²
www.architectenburozijn.nl info@architectenburozijn.nl Roel Lamers M 06 12969518
C
C
A
A
C
B
B
C1
C1
C
A
A
A1
A B
Nivo 3 BVO A: B: C:
592 m² 82 m² 91 m² 91 m²
B1
Nivo 4 BVO A: B: C:
405 m² 82 m² 91 m² 91 m²
BVO A: B: C1:
471 m² 82 m² 91 m² 123 m²
BVO 283 m² A1 : 118 m² B1: 128 m²
projekt:
KAREL DOORMANLAAN RIJSWIJK opdrachtgever:
LAMMERS REAL ESTATE adres:
Oude Graaf 10- 6002 NL Weert Postbus 443 - 6000 AK Weert Tel: 0495-547427 fase:
VOORONTWERP tekening:
PLATTEGRONDEN OVERZICHT getekend:
Roel Lamers architect BNA schaal:
1:500 C
C
datum:
18 December 2017 wijzigings datum:
18 December 2017
A1
A
bladnummer / formaat:
B1
B
TO - 0.2 / A3 Architectenburo ZIJN
Nivo 5 BVO A: B: C:
405 m² 82 m² 91 m² 91 m²
Nivo 6 BVO 283 m² A1 : 118 m² B1: 128 m²
Stationsstraat 12b 6026 CV Maarheeze
www.architectenburozijn.nl info@architectenburozijn.nl Roel Lamers M 06 12969518
+ 21
+ 15
+3
+3
-3
-3
Doorsnede Blok 1
projekt:
Doorsnede Blok 2
KAREL DOORMANLAAN RIJSWIJK opdrachtgever:
LAMMERS REAL ESTATE BVO Blok 1 type A
type B
BG 1e 2e 3e 4e 5e 6e T
1 1 1 1 1 1 1 B1 7
7 5 5 3 1 1 1 A1 23
Totaal; BVO woningen 34 A; 82 m² = 2788 m² 2 A1; 118 m² = 236 m² 10 B: 91 m² = 910 m² 2 B1: 128 m = 256 m² 14 C; 91 m² = 1274 m² 2 C1; 123 m² = 246 m² 64 5710 m²
type C
2 2 2 2 C1 2 10
Bergingen 64
Blok 2 type A
type B
type C
5 3 3 1 1 A1
1 1 1 1 1 B1
2 2 2
13
5
6
P-plaatsen 72 P-maaiveld 17
adres:
BVO Blok 1
Blok 2
BG 780 m² 592 m² 1e 780 m² 592 m² 2e 780 m² 592 m² 3e 592 m² 405 m² 4e 471 m² 283 m² 5e 405 m² 6e 283 m² Totaal BVO gebouw 4091 m² 2464 m² 6555 m² Kelder -1 2577 m²
Oude Graaf 10- 6002 NL Weert Postbus 443 - 6000 AK Weert Tel: 0495-547427 fase:
VOORONTWERP tekening:
DRSN + HOEVEELHEDENSTAAT getekend:
Roel Lamers architect BNA schaal:
1:400 datum:
18 December 2017 wijzigings datum:
18 December 2017 bladnummer / formaat:
TO - 0.3 / A3 Architectenburo ZIJN Stationsstraat 12b 6026 CV Maarheeze
www.architectenburozijn.nl info@architectenburozijn.nl Roel Lamers M 06 12969518
projekt:
KAREL DOORMANLAAN RIJSWIJK opdrachtgever:
LAMMERS REAL ESTATE adres:
Oude Graaf 10- 6002 NL Weert Postbus 443 - 6000 AK Weert Tel: 0495-547427 fase:
VOORONTWERP tekening:
IMPRESSIE getekend:
Roel Lamers architect BNA schaal:
datum:
18 December 2017 wijzigings datum:
18 December 2017 bladnummer / formaat:
TO - 0.4 / A3 Architectenburo ZIJN Stationsstraat 12b 6026 CV Maarheeze
www.architectenburozijn.nl info@architectenburozijn.nl Roel Lamers M 06 12969518
bestemmingsplan "Karel Doormanlaan 155-157"
222
Bijlage 6
Gemeente Rijswijk
Notitie beoordeling stikstof
223
Notitie beoordeling stikstof Aan Van Betreft Project Kenmerk
: : : : :
Lammers Real estate Rick van Meurs Notitie beoordeling stikstof J199903 J199903.003
Vught, 17 mei 2021
Geachte heer Lammers,
Lammers Real Estate is voornemens om het voormalige een voormalig kantoorpand aan de Karel Doormanlaan 155 -157 te slopen en de locatie te herontwikkelen tot twee appartementencomplexen met ondergrondse parkeervoorziening. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In onderstaande notitie wil ik daar nader op ingaan. Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Karel Doormanlaan 155 -157. Op dit moment is er een kantoorgebouw op het perceel gelegen. Met het planvoornemen wordt op deze locatie een appartementencomplex met ondergrondse parkeervoorziening gerealiseerd.
Figuur 1
Luchtfoto van het plangebied __ Parklaan 21, 5261 LR Vught
T 040 257 13 36 __
Tonnaer: Kvk Limburg nr. 14108875 IBAN NL76 RABO 0174 182 848
BTW NL 820419941B01
__ Pouderoyen en Tonnaer zijn zelfstandige onderdelen van de Aelmans Adviesgroep
Voor het plan is een beoordeling van de stikstofeffecten voor Natura2000-gebieden noodzakelijk. Activiteiten kunnen namelijk leiden tot een toename in stikstofdepositie op beschermde Natura2000-gebieden, bijvoorbeeld door NOx-emissies afkomstig van verkeersbewegingen en mobiele werktuigen. Omdat deze natuurgebieden vaak gevoelig zijn voor stikstofdepositie en de stikstofbelasting nu al (te) hoog is, geldt een strikt beschermingsregime. Voor projecten moet daarom vooraf worden beoordeeld of sprake is van significant negatieve effecten en of een natuurvergunning is vereist. Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Karel Doormanlaan ten noordwesten van het centrum van Rijswijk. De bebouwing in de omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk kantoorgebouwen aan de zuidzijde, aan de zuidwestzijde woningen en aan de noordzijde park/groenvoorzieningen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Rijswijk, sectie D, perceelnummers 7570. Het oppervlak van het plangebied bedraagt ongeveer 3.930 m2.
Figuur 2
Plangebied en nabij gelegen Natura 2000 gebieden, plangebied bij 1.
Het plangebied is op 6,2 kilometer van het Natura 2000 gebied Westduinpark en Wapendal gelegen. De gebieden Soleveld en Kapittelduinen en Meijendel en Berkheide liggen op respectievelijk 7,1 kilometer en 7,4 kilometer. Verderop is eveneens het gebied de Wilck gelegen op ca. 16,5 kilometer.
Pagina 2 van 14
Het bouwplan In onderstaande afbeelding is het planvoornemen schematisch weergegeven. Het planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van het plangebied waarbij de bestaande verouderde bebouwing wordt gesloopt en vervangen door een twee appartementencomplexen van respectievelijk 40 en 24 appartementen met ondergrondse parkeervoorziening.
Figuur 3
Schematische weergave van planvoornemen
Op basis van dit bouwplan zijn ten aanzien van het aspect stikstof verschillende fasen te onderscheiden: 1. 2. 3.
Bestaande gebruiksfase: effecten ten aanzien van huidige gebruik; Realisatiefase: tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten; Gebruiksfase: effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de nieuwbouw.
Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten per fase beschreven. Daarbij is in eerste instantie de emissie als gevolg van de het planvoornemen in kaart gebracht. Dat wil zeggen de emissie die aan de orde is in de realisatiefase en de nieuwe gebruiksfase. Indien de emissie van stikstof in deze fases niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen natura 2000 gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ ha/ jaar), dan kan het planvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Indien er door het planvoornemen wel een toename in de stikstofdepositie ontstaat op nabijgelegen Natura 2000 gebieden, dan kan er worden gekeken naar deze toename ten opzichte van de stikstofemissie in de huidige situatie. Er wordt dan een verschilberekening gemaakt tussen het huidige gebruik en de stikstofemissies in de realisatiefase en nieuwe gebruiksfase. Mogelijk leidt dit per saldo niet tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000
Pagina 3 van 14
gebieden. Dit is het zogenaamde interne salderen. In het geval van intern salderen is er echter wel een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Daarom wordt er navolgend eerst gekeken of het planvoornemen zonder intern salderen tot een toename leidt van de stikstofdepositie. Aerius-calculator De vergunningverlening voor projecten die door de stikstofuitspraak van de Raad van State (mei 2019) tijdelijk stil liggen, komt in etappes weer op gang. Op 15 oktober 2020 is de nieuwe versie van AERIUS Calculator (2020A) beschikbaar gekomen. Met deze rekentool kan de stikstofdepositie op een natuurgebied van een bouwplan of project worden berekend. In AERIUS is het niet mogelijk om voor een tijdelijke periode stikstofbronnen in te voeren. De rekensystematiek gaat dus uit van stikstofuitstoot gedurende de periode van een jaar. Dit betekent dat de realisatiefase als worstcase-situatie beschouwd kan worden. Het programma AERIUS houdt geen rekening met het feit dat in de realisatiefase sprake is van een tijdelijke emissie. De inzet van mobiele werktuigen voor de sloop- en bouw-/aanlegfase betreft een periode van slechts enkele maanden en de sloop en bouwfase vinden niet tegelijkertijd plaats.
Realisatiefase Alvorens in te gaan op de emissiebronnen in de realisatiefase is allereerst een analyse gemaakt van de maximale emissieniveaus waarop er nog geen stikstofdepositie plaatsvind op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Indien de emissie van het planvoornemen boven deze niveaus uitkomt dan leidt dit wel tot een toename in depositie op Natura 2000 gebieden. Voor het onderhavige plangebied zijn dit:
Mobiele werktuigen: max. 356 kg NOx/ jaar; Bouwverkeer: wordt indien het plangebied > 5km van een Natura 2000 gebied ligt door Aerius niet meegenomen. Er wordt verondersteld dat de emissies van dit verkeer opgaan in het normale verkeerspatroon.
De resultaten van de AERIUS berekening zijn te raadplegen in de pdf, bijgevoegd als bijlage 1. Vervolgens dient inzicht te worden verkregen in de stikstofemissie die er in de realisatiefase gegenereerd wordt en hoe deze zich verhoudt tot de maximale emissies hierboven.
Sloopwerkzaamheden Op de locatie is nu bebouwing aanwezig die gesloopt zal gaan worden om tot realisatie van de appartementen te kunnen komen. Ten aanzien van de sloop van deze woningen is het aannemelijk dat er mobiele werktuigen zullen worden ingezet.
Pagina 4 van 14
Om tot een inschatting te komen van de inzet van mobiele werktuigen is onderstaand eerst een inschatting gemaakt van de werkzaamheden op de locatie en de tijdsduur die daarmee gemoeid is. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Om tot een inschatting te komen van de sloopwerkzaamheden is een inschatting gemaakt van het bouwvolume op het plangebied. Op basis van BAG gegevens omvat de oppervlakte van de huidige bebouwing ca. 1.765 m2. Binnen het vigerende bestemmingsplan geldt een maximum bouwhoogte van 15 meter. Op basis van deze oppervlakte en de bouwhoogte kan het maximaal bouwvolume binnen het plangebied worden ingeschat. Dit bedraagt daarmee maximaal 26.475m3 voor het plangebied. Er wordt uitgegaan dat het sloopvolume 40% van het bouwvolume behelst. Het bouwvolume beslaat namelijk het maximale volume van de bestaande gebouwen, veel daarvan bestaat uit lucht. De daadwerkelijke fractie aan muren, vloeren en overig te slopen materiaal is derhalve een fractie van het bouwvolume; Het voorgaande leidt tot een te slopen volume van ca. 10.590m3; Om tot sloop van deze woningen te komen zal een graafmachine met pneumatische drilboor worden ingezet; Verder zullen er vrachtwagens worden ingezet om het puin weg te voeren; Er wordt uitgegaan dat er van het totaal aantal m3 te slopen bebouwingen ca. 20% aan puin zal dienen te worden afgevoerd; Daarmee leiden de sloopwerkzaamheden tot 2.118m3 aan puin. Er is uitgegaan van een gemiddeld laadvermogen van een vrachtwagen van ca. 25 m3; Er wordt voorts uitgegaan van een laad- en lostijd van ca.
15 minuten per vrachtwagen; Tijdens het laden en lossen wordt aangenomen dat de vrachtwagen 20% van de tijd stationair draait; Daarmee komt het aantal stationaire draaiuren per laadbeurt neer op 3 minuten.
Het voorgaande leidt tot de volgende inschatting van draaiuren voor de mobiele werktuigen tijdens de sloopfase: Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Werktuig
Sloopwerkzaamheden Huidige woningen
10.590 m3
1000 m3/ dag
graafmachine
Aantal dagen 11
Uren/ dag 8
Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Werktuig
Aantal
Min/wagen
Afvoer puin laden
2.118 m3
25 m3/ wagen
vrachtwagen
85
3
Pagina 5 van 14
Uren/ jaar 88
Uren/ jaar 5 (afgeron d)
En daarnaast tot het volgende aantal verkeersbewegingen ten aanzien van de afvoer van het puin en sloopwerkzaamheden: Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Aantal wagens
Aantal bewegingen
Afvoer puin
2.118 m3
25 m3/ wagen
85
170
Verkeer bouwvakkers
55
Bouwfase Ten aanzien van de bouwfase worden er ook mobiele werktuigen ingezet. Om tot een inschatting te komen van de draaiuren van deze werktuigen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ten aanzien van de realisatie van de ondergrondse parkeergarage zal er grondverzet nodig zijn. De parkeergarage omvat 2.577 m2 (op basis van inrichtingstekening opdrachtgever). De parkeergarage zal 3 meter onder peil komen te liggen. Aangenomen wordt dat daarvoor ca. 4 meter uitgegraven dient te worden. Daarmee zal er ca. 10.308m3 uitgegraven moeten worden. Voor deze graafwerkzaamheden zal een graafmachine worden ingezet met een vermogen van 500 m3/ dag; Bij de aanleg van de parkeergarage zal er voorts grond dienen te worden afgevoerd. Er wordt aangenomen dat ca. 75% van de grond afgevoerd dient te worden. Het restant kan bij de bouwwerkzaamheden worden gebruikt, o.a. voor terreinophoging. Uitgaande van het afvoervermogen van 25 m3/ wagen. Zullen er dan ca. vrachtwagens nodig zijn. Er wordt voorts uitgegaan van een laad- en lostijd van ca. 15 minuten per vrachtwagen; Tijdens het laden en lossen wordt aangenomen dat de vrachtwagen 20% van de tijd stationair draait; Daarmee komt het aantal stationaire draaiuren per laadbeurt neer op 3 minuten. Voor de realisatie van het appartementencomplex wordt het aantal m3 beton ingeschat op ca.
7.500 m3; Er wordt ingeschat dat een betonmixer een capaciteit heeft van ca. 20 m3; Er wordt uitgegaan van een lostijd van 10 minuten per betonmixer; Om het beton vervolgens te kunnen storten zal een betonstorter noodzakelijk zijn; Uitgaande van een stortvermogen van 250 m3 zal deze 30 dagen werkzaam zijn; Er wordt uitgegaan dat de hijskraan ca. 100 dagen nodig zal zijn. Voorts wordt er uitgegaan van het gebruik van een heistelling gedurende 20 dagen.
Dit leidt vervolgens tot de volgende inschatting van het aantal draaiuren voor mobiele werktuigen: Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Werktuig
Aantal/ eenheid
Uren/ dag
Uren/ jaar
Graafwerkzaamheden
10.308 m3
500 dag
Graafmachine
21
8
168
m3/
Pagina 6 van 14
Afvoer grond (laden)
7731 m3
Betonmixen
7.500 m3
Betonstorten
7.500 m3
25 m3/ wagen 20 m3/ betonmix er 250 m3/ dag
Vrachtwagen
310
0,05
16
Betonmixer
375
0,17
64
betonstorter
30
8
240
100 20
8 8
800 160
Hijskraan Heistelling En van het aantal verkeersbewegingen: Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Aantal wagens
Afvoer grond
7.731 m3
25 m3/ wagen
310
Verkeer bouwvakkers
Aantal bewegingen 620 500
Deze inschatting van het aantal draaiuren kan vervolgens worden omgezet in een inschatting van de emissie NOx als gebruikt wordt gemaakt van de invoer t.a.v. eigen typering in de AERIUS calculator. Uitgangspunt is daarbij de default setting in de AERIUS calculator. In bijlage 2 is een toelichting ten aanzien van deze invoer opgenomen. Mobiele werktuigen
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Draaiuren [aantal]
Belasting [%]
Emissiefactor [g/kWh]
NOx emissie [kg/jaar]
Graafmachine Vrachtwagen Betonmixer Betonstorter Hijskraan Heistelling Totaal
>2014 >2014 >2014 >2014
200 200 200 200
256 21 64 240
69 84 69 69
0,8 0,9 1 1
28,26 3,18 8,83 33,12
>2015 >2015
100 200
800 160
69 69
1 0,8
55,20 17,66 146,25
Naast de emissie uit belaste draaiuren dient er ook inzichtelijk te worden gemaakt welke emissies vrijkomen bij onbelaste draaitijd, het stationair draaien. Er wordt aangenomen dat de mobiele werktuigen 25% van de tijd (afgerond naar hele uren), naast de belaste draaiuren, ook nog onbelast draaien. In bijlage 3 is uiteengezet hoe de emissies tijdens onbelaste draaiuren kunnen worden berekend. In onderstaande tabel zijn de invoerwaarden en emissies opgenomen:
Pagina 7 van 14
Mobiele werktuigen
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Draaiuren stationair [aantal]
Cilinderinhoud [liter]
Emissiefactor stationair [g/l/u]
NOx emissie [kg/jaar]
Graafmachine Vrachtwagen/ kiepbak Betonmixer Betonstorter Hijskraan Heistelling Totaal
>2014 >2014
200 200
64 6
10 10
10 10
6,4 0,6
>2014 >2014 >2015 >2015
200 200 125 200
16 60 200 40
10 10 6,25 10
10 10 10 10
1,6 6 12,5 4 31,1
Voorts wordt er aangenomen dat tijdens de bouwfase nog 200 zware en 100 middelzware vrachtwagenbewegingen ten aanzien van de aanvoer van materieel en ca. 500 bewegingen ten aanzien van bouwvakkers aan de orde zijn.
Conclusies
Uit een analyse van de maximale emissies NOx ten aanzien van mobiele werktuigen en maximaal aantal verkeersbewegingen is gebleken dat emissies tot 356 kg NOx/ jaar voor mobiele werktuigen niet leidt tot een toename (>0,00 mol/ha/jaar) van de stikstofemissie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden; Uit de inschatting van de emissieniveaus tijdens de realisatiefase blijkt dat deze ruimschoots onder de voornoemde maximale emissieniveaus blijven, namelijk 146,25 kg NOx/ jaar ten aanzien van de inzet van mobiele werktuigen, 31,1 kg NOx/jaar ten aanzien van stationair draaien en ca. 990 zware verkeersbewegingen, 100 middelzware en 1550 lichte per jaar. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de best beschikbare technieken (werktuigen met zo laag mogelijk emissies) toegepast worden; De daadwerkelijke emissieniveaus tijdens deze realisatiefase zijn ter controle ook nog ingevoerd in de Aerius calculator en bijgevoegd in bijlage 4. Uit deze berekening kan geconcludeerd worden dat er geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar optreedt op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura2000-gebieden ten gevolge van de realisatiefase worden uitgesloten.
Gebruiksfase Het project ziet toe op het bouwen van gasloze appartementen. In de gebruiksfase is derhalve alleen sprake van een verkeersgeneratie. Er worden met het planvoornemen 64 nieuwe appartementen gerealiseerd waarbij op basis van de CROW normen een norm van maximaal 5,5 verkeersbewegingen per appartement per etmaal aan de orde is voor de categorie ‘koop appartement midden’ in de schil van het centrum van een sterk stedelijk gebied. Als worstcase scenario wordt derhalve hier met deze maximale norm gerekend. Daarmee genereert het planvoornemen in de gebruiksfase een totaal van 352 verkeersbewegingen per etmaal.
Pagina 8 van 14
Daarnaast wordt aangenomen dat er ca. 100 middelzware en 50 zware verkeersbewegingen per jaar zijn te verwachten in de gebruiksfase. Uit de berekening van de gebruiksfase volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 5.
Conclusies
De maximale verkeersgeneratie in de gebruiksfase bedraagt maximaal 5,5 lichte verkeersbewegingen per appartement per etmaal, 100 middelzware bewegingen per jaar en 50 zware verkeersbewegingen per jaar. Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase worden uitgesloten.
Conclusies Het bouwplan (tijdelijke realisatiefase en de gebruiksfase) leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000gebieden op basis van het voorgaande met zekerheid worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. Met vriendelijke groet, Namens Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht BV
Rick van Meurs
Pagina 9 van 14
Bijlage 1
AERIUS berekening maximale emissie realisatiefase
Pagina 10 van 14
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RWaoXY6gBW6s (08 januari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Tonnaer
Karel Doormanlaan 155, 2283 JW Rijswijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Appartementencomplexen Karel RWaoXY6gBW6s Doormanlaan
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
08 januari 2021, 12:09
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
356,00 kg/j
NH3
-
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
realiseren appartementencomplexen
Situatie 1
RWaoXY6gBW6s (08 januari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
356,00 kg/j
RWaoXY6gBW6s (08 januari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Resultaten
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Max. emissie
Situatie 1
Bron 1 82400, 451044 356,00 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
356,00 kg/j
RWaoXY6gBW6s (08 januari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RWaoXY6gBW6s (08 januari 2021) pagina 5/5
Bijlage 2
Toelichting mobiele werktuigen in AERIUS
Mobiele werktuigen zijn voertuigen die in beginsel geen gebruikmaken van de openbare weg en bijvoorbeeld worden ingezet in de landbouw of bij bouwprojecten. Voorbeelden van mobiele werktuigen zijn graafmachines, bulldozers en tractoren. Ook voor een specifieke functie verbouwde bestel- of vrachtwagens, zoals ambulances, vuilniswagens en betonwagens, worden beschouwd als mobiele werktuigen. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Indien voor een mobiel werktuig met een dieselmotor de stageklasse bekend is, kan de gebruiker het jaarlijkse dieselverbruik per stageklasse invoeren. AERIUS berekent vervolgens de emissies van stikstofoxiden (NOX) op basis van generieke gegevens over de NOX emissie per liter brandstof per stageklasse. Indien de stageklasse onbekend is, of wanneer het mobiele werktuig buiten de categorieën met stageklassen valt die in AERIUS zijn opgenomen, kan een gebruiker in AERIUS zelf de totale emissies NOX van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren, of deze berekenen aan de hand van kenmerken van het mobiele werktuig, zoals het vermogen en het aantal draaiuren.
Berekening emissies wanneer stageklasse niet bekend is (eigen typering) Een gebruiker kan in AERIUS een waarde voor de totale emissies NOX van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren. AERIUS biedt de gebruiker ook ondersteuning bij het berekenen van deze totale emissie. Daarvoor is een zogenoemde rekenmachine ontwikkeld waarin de gebruiker een keuze kan maken tussen een berekening op basis van ‘draaiuren’ en op basis van ‘brandstofverbruik’. Bij de keuze voor ‘draaiuren’ berekent AERIUS de emissie NOX met onderstaande formule: EMW=W∗B∗G∗EF∗11000 met: EMW = Totale emissie NOX door alle ingevoerde mobiele werktuigen (kg/jaar) W = Het gemiddelde volle vermogen van dit mobiele werktuig (kW) B = Het gedeelte van het volle vermogen van dit mobiele werktuig dat daadwerkelijk wordt gebruikt (%) G = Het aantal uren dat dit mobiele werktuig gemiddeld wordt gebruikt (uren/jaar) EF = Emissiefactor NOX (gram/kWh) De gebruiker voert zelf waarden in voor het vermogen, de belasting, het aantal draaiuren en de emissiefactor. Waar mogelijk gaat AERIUS uit van defaultwaarden.
Pagina 11 van 14
Bijlage 3
Toelichting stationair draaien mobiele werktuigen Aerius
Berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse Indien voor een mobiel werktuig met een dieselmotor de stageklasse bekend is, kan de gebruiker het jaarlijkse dieselverbruik per stageklasse invoeren. AERIUS berekent vervolgens de emissies van stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) op basis van generieke gegevens over de NOX en NH3 emissie per liter brandstof. Daarbij wordt zowel de emissie als gevolg belasting als door stationair draaien meegenomen. De emissie van NO x en NH3 wordt berekend volgens de hieronder beschreven formules, waarbij de methode voor NO x en NH3 identiek is. De eenheden zijn gegeven tussen de rechte haken [ ]. De gebruiker voert in: 1) De stageklasse van het werktuig 2) Het totale brandstofverbruik als gevolg van belasting en stationair draaien (B), [liter brandstof/jaar] 3) De tijd dat het werktuig stationair draait (TS), [uur/jaar] 4) De cilinderinhoud van het werktuig. (CI), [liter] De cilinderinhoud (dit is de inhoud van alle cilinders opgeteld) van het werktuig is nodig, omdat de emissiefactor tijdens stationair draaien hiervan afhangt. Wanneer de cilinderinhoud niet bekend is, dan kan deze geschat worden uit het vermogen van het werktuig, met behulp van de volgende formule: CI = V/20 Met : V
Het volle vermogen van het werktuig [kilowatt]
ES = TS * EFS_CI * CI / 1000 EW = BW *EFW / 1000 E = ES + EW Met : ES
De emissie tijdens stationair draaien [kg/jaar]
EFS_CI
De emissiefactor tijdens stationair draaien per liter cilinderinhoud [g/liter cilinderinhoud/uur]
EW
De emissie tijdens belast draaien [kg/jaar]
EFW
De emissiefactor tijdens belasting [gram/liter brandstof]
E
De totale emissie als gevolg van belasting en stationair draaien [kilogram/jaar]
Berekening emissies op basis van een eigen specificatie Een gebruiker kan in AERIUS zelf de totale emissies NO x en NH3 van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren, of deze berekenen aan de hand van kenmerken van het mobiele werktuig, zoals het vermogen en het aantal draaiuren.
Pagina 12 van 14
Bijlage 4
AERIUS berekening realisatiefase
Pagina 13 van 14
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens