CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

IB 21 038 b Review Actieplan Jeugd en Wmo Rijswijk definitief.pdf

Forum Samenleving 20 april 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken16.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7

HOE GAAT HET ACTIEPLAN UITGEVOERD WORDEN?

Een belangrijke factor die het succes van een plan bepaalt is de uitvoering en de aansturing daarvan. We beoordelen het actieplan in dit hoofdstuk op de volgende aspecten: • •

•

7.1

Het management van de uitvoering. Op welke manier wordt de uitvoering aangestuurd. Het leiderschap. De impact van het actieplan is sterk inhoudelijk én financieel. Acties zullen gemerkt worden in de samenleving. Bovendien bevat de oplossing een belangrijk veranderkundig element dat om draagvlak vraagt. Een stevige en integrale aansturing vanuit jeugd, Wmo én financiën is daarom cruciaal. Implementatie. De oplossing bestaat uit veel verschillende maatregelen. Deze moeten in samenhang en met focus worden uitgevoerd om het gewenste resultaat te bereiken. DE PROJECTORGANISATIE

In het actieplan is een planning en uitwerking gemaakt van de activiteiten en maatregelen. De werkzaamheden aan de maatregelen zijn gespreid in de tijd om te komen tot een uitvoerbaar plan. Het jaarplan is verder in detail uitgewerkt in een werkplan dat per kwartaal wordt bijgesteld. Dit werkplan is niet beoordeeld. Deze plannen en de wijze waarop dit aangestuurd wordt, zoals toegelicht in de interviews, geeft vertrouwen in het management van de uitvoering van de maatregelen. Alle maatregelen zijn in de tijd gezet en er zijn medewerkers aan gekoppeld. Gezien de hoeveelheid maatregelen ontstaat wel het beeld dat de beschikbare capaciteit zwaar wordt belast om alle maatregelen uit te voeren. Dit gaat mogelijk ten koste van andere werkzaamheden.

7.2

BOUW FOCUS EN URGENTIE IN HET ACTIEPLAN

Uit het actieplan spreekt weinig urgentie, er blijkt niet uit dat de tijd dringt. Bijvoorbeeld het feit dat er geen concrete onderbouwing is voor de manier waarop de uitgaven in de jeugdhulp in 2021 gestabiliseerd worden roept de vraag op hoe groot de urgentie is. Uit de interviews met de diverse betrokkenen komt een ander beeld naar voren, er is een duidelijk gevoel van urgentie en diverse maatregelen worden nu al concreet gemaakt en uitgevoerd. Nu is Rijswijk, zoals eerder genoemd, niet de enige gemeente die kampt met deze financiële problematiek. Toch is het van belang de urgentie, die in de gemeente leeft, terug te zien in het actieplan. Dat de urgentie gevoeld wordt in de organisatie en dat hierop geacteerd wordt is niet voldoende. Om het tekort op te lossen is behoefte aan een integrale aanpak en een houding met visie, lef en standvastigheid. Er moet een duidelijk signaal afgegeven worden, zowel intern als aan ketenpartners, dat ingrijpende maatregelen genomen worden en dat het terugdringen van kosten het doel is.

Pagina 22 van 39

11-3-2021

Review Actieplan jeugdhulp en Wmo gemeente Rijswijk De lijst met maatregelen is lang en divers. Het gros van de maatregelen bevat een plan voor het doen van onderzoek. Het is alleen niet duidelijk welke maatregelen de grootste kans op succes bieden en het onderzoeken van alle maatregelen kost ook veel tijd. Er is daarom behoefte aan focus; selecteer een beperkt aantal maatregelen en zet hier vol op in. Zo kan de uitvoering sneller gaan en komt er ook meer energie vrij in de organisatie. Om te bepalen welke maatregelen zich hiervoor het beste lenen kunnen twee methodes worden gevolgd: • •

Gebruik maken van ervaringen van andere gemeenten. De keuze baseren op een eigen analyse van de situatie.

Aangezien er nog geen goede analyse is gemaakt van het probleem verdient het de aanbeveling te kiezen voor de eerste optie. Selecteer met voorrang een aantal maatregelen die bewezen effectief zijn. In deze review doen we hiervoor een aanbeveling. Daarnaast blijft het van belang om zelf een goede gestructureerde probleemanalyse uit te voeren. Zonder een gedeeld beeld van de oorzaken van het probleem blijft het schieten met hagel. Essentieel bij de probleemanalyse is om te werken met hypothesen en deze te onderzoeken. Impliciet zitten in de maatregelen die onderzoekt worden hypothesen. Het advies is om hier een stap terug te doen, vanuit een gestructureerde definitie van het probleem een aantal hypothesen te definiëren en deze te onderzoeken. Deze werkwijze geeft focus aan het onderzoek en leidt tot concrete maatregelen. Bij dit onderzoek is het advies om zich te richten op twee soorten hypothesen: • •

7.3

Hypothesen die gaan over de vraag waarom de uitgaven in Rijswijk meer dan gemiddeld gestegen zijn. Wat maakt Rijswijk anders dan andere gemeenten in de regio en landelijk? Hypothesen die gaan over onderwerpen die niet landelijk of regionaal al onderzocht zijn.

HET ACTIEPLAN VRAAGT OM STEVIG LEIDERSCHAP

Het stelsel van maatregelen heeft een ambitieus doel: de kosten in de jeugdhulp moeten beheerst en gereduceerd worden en de kwaliteit van jeugdhulp en ondersteuning moet gehandhaafd blijven. Dit vraagt meer dan een aantal ‘technische’ aanpassingen. Het vraagt om een cultuurverandering binnen de gemeente en bij ketenpartners 12, zoals verwijzers, aanbieders, scholen en kinderdagverblijven 13. Uit een rondgang langs een aantal gemeenten en regio’s die er in slagen om de kosten voor het sociaal domein te beheersen blijkt dat deze een belangrijk punt gemeen hebben: ze hebben al langere tijd een duidelijk en stevig beleid op het sociaal domein. Dit beleid is in de loop van de jaren verder geoperationaliseerd en bij de ketenpartners geïnternaliseerd. Het succes zit niet zozeer in een specifieke maatregel, maar meer in de bestendige lijn en het leiderschap waarmee deze lijn is uitgedragen en uitgevoerd. Het bestuur moet de opdracht bevestigen en op cruciale momenten sturen. Het is misschien niet logisch om een vertegenwoordigend wethouder deel te laten nemen in een stuurgroep. Het bestuur formuleert een opdracht voor de ambtelijke organisatie, zet zich in voor deze opdracht richting ketenpartners en stuurt de ambtelijke organisatie op afstand aan. Het bestuur gaat bijvoorbeeld niet in op vragen van aanbieders om hogere tarieven, extra producten of andere werkwijzen.

Inhoudelijke vragen van ketenpartners worden

12

Het verdient de aanbeveling dat Rijswijk zich vooral richt op de lokale ketenpartners.

13

Zie bijlage 3, maatregel 11

Pagina 23 van 39

11-3-2021

Review Actieplan jeugdhulp en Wmo gemeente Rijswijk doorverwezen naar de ambtelijke organisatie. Het goed uitwerken en vasthouden aan de rol van bestuur en ambtenaren is essentieel in het bereiken van verandering en resultaten in de gehele keten. Een ander punt dat gemeenten die een geslaagde implementatie van de jeugdhulp en Wmo hebben doorlopen met elkaar gemeen hebben, is bestuurlijk draagvlak en borging voor de gemaakte plannen. In een gemeente waar de bestuurders en de raad het eens zijn over de koers van het beleid staat de koers als een huis. Ook met externe werking. In de regio Haaglanden is het meer dan eens voorgekomen dat een bestuurder van een strategische zorgverlener een wethouder op pijnpunten in de uitvoering belde en dat vervolgens maatregelen versoepeld werden. In succesvolle regio’s gebeurt dit niet.

7.4

MAAK VAN DE IMPLEMENTATIE EEN LEERPROCES

In het actieplan is aangeven dat het plan een groeidocument is. Dit betekent dat het plan niet af is en dat het regelmatig bijgewerkt zal worden met de actuele inzichten. Zoals in paragraaf 5.4 toegelicht is het oplossen van een dergelijk complex probleem een iteratief proces. Hypothesen worden ontwikkeld, getoetst en in de praktijk gebracht. Dan blijkt pas echt wat er werkt en wat niet. De aanpak zal dus voortdurend bijgesteld moeten worden. Elementen hiervan, zoals het maken van een dashboard, worden in het jaarplan genoemd. Een proces voor het meten, evalueren en bijstellen van het plan ontbreekt. Een dergelijk proces gaat verder dan de P&C cyclus. Per maatregel moet tijdens de uitvoering gemonitord worden wat de resultaten zijn en moet onderzocht worden wat het beste werkt. Als bij de uitvoering blijkt dat de invoering moeizaam verloopt of de resultaten vallen tegen moet geanalyseerd worden wat er aan de hand is en wordt de aanpak bijgesteld. Het is van belang om bij deze verbetercyclus nadrukkelijk ook de uitvoering te betrekken en om hun inzichten en ervaringen te gebruiken in de besluitvorming.

Figuur 5 Leer en verbeterproces

Dit iteratieve leerproces moet integraal onderdeel uitmaken van de implementatie. Voortdurend moet gemeten en geëvalueerd worden of de maatregelen het gewenste effect hebben en moet vastgesteld worden op welke wijze bijgestuurd moet worden. Deze aanpak leidt tot een steeds effectievere maatregelen. Een aantal zaken is randvoorwaardelijk om dit tot een succes te maken:

Pagina 24 van 39

11-3-2021

Review Actieplan jeugdhulp en Wmo gemeente Rijswijk • • • • •

8

Gestructureerd maatregelen ontwikkelen, bijvoorbeeld op basis van hypothese gericht werken. Een 0-meting doen en voor iedere maatregel een ambitie uitspreken. Zo is vast te stellen of de maatregel boven of onder verwachting presteert. Datagestuurd werken. Op hoofdlijnen vasthouden aan het beleid, de verbeteringen zitten vooral op de uitvoering van het beleid. Openstaan voor aanpassingen in het beleid op basis van ervaringen uit de praktijk.

VERANTWOORDING

Deze review is tot stand gekomen op basis van een aantal document die de gemeente Rijswijk ter beschikking heeft gesteld: • • • • • • • • • • •

Actieplan Jeugd en Wmo, versie 16-12-2020. B&W voorstel Actieplan Jeugd en Wmo dd 15-12-2020. Raadsinformatiebrief actieplan jeugd en Wmo dd 29-12-2020. Projectplan – Actieplan Jeugd en Wmo. Presentatie van het actieplan werkgroep sociaal domein dd 15-2-2021. Projectplanner actieplan Jeugd en Wmo dd 25-1-2021. Jaarplan Jeugd 2021/4. Jaarplan 2021 versie 7 januari 2021. Aanbestedingsleidraad toegang sociaal domein versie 3 juni 2020. Nota’s van Inlichtingen aanbesteding toegang sociaal domein. Opgave kosten Zin Jeugdhulp, SBJH 19-2-2021.

Daarnaast zijn interviews gehouden met: • • • • •

Ella Kraakman, Directeur Sociaal domein op 21-1-2021 en 4-2-2021. Bea Köller, Opgavemanager toegang Jeugd, en Linda Savaz, Teamleider jeugd, 22-1-2021. Siem Bosma en Gert-Jan Willems, Business controllers Sociaal Domein, op 13-1-2021. Bea Koller, Opgavemanager toegang Jeugd, op 19-2-2021. Ella Kraakman, Directeur Sociaal domein en Adri Hoogvliet, directeur bedrijfsvoering, op 9-3-2021.

In het document is op de relevante plekken in de voetnoten aangegeven welke externe bronnen zijn geraadpleegd.

Pagina 25 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk

BIJLAGE 1 Lopende maatregelen 1.

BESTEDINGSRUIMTE

Deze maatregel is een variant op een budgetplafond. Een budgetplafond gaat uit van een hard maximum dat niet overschreden mag worden. De bestedingsruimte is een minder harde variant waarbij gemeente en aanbieders afspraken maken over een maximum voor de declaraties, maar waar toegewezen zorg wel betaald wordt, ook als deze over de bestedingsruimte heen gaat. Hier is dus sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Uit ervaringen bij andere gemeenten en landelijk onderzoek (AEF rapport) blijkt dat er geen directe besparing te verwachten is van deze maatregel. Wel is het aannemelijk dat er een dempende werking van uitgaat waardoor de groei van de uitgaven afgeremd wordt. Randvoorwaarde voor de succesvolle uitvoering van de bestedingsruimte is dat er helder beleid is om de stappen die gezet moeten worden als een aanbieder over de bestedingsruimte (dreigt) heen te gaan. 2.

Q-CONTROLE

Vanaf 1 januari 2021 is de controle op het volume in de declaraties aangezet. Dit levert niet direct een besparing op, maar werkt wel als een signalering voor de gemeente om situaties waar meer zorg wordt ingezet dan toegewezen in beeld te krijgen. In combinatie met het richtinggevend kader, de bestedingsruimte en de intensivering van contractmanagement levert dit meer inzicht op in het gedrag van de aanbieders. 3.

RICHTINGGEVEND KADER

Het richtinggevend kader is een methode om grip te krijgen op de omvang van de verzoeken voor jeugdhulp die aanbieders indienen bij de gemeenten. Er is op basis van historische gegevens een realistische omvang en duur voor verschillende soorten jeugdhulp vastgesteld. Hiermee kan de toegang eenvoudig signaleren of een aanvraag opvallend hoog is, zo haar aandacht richten op deze aanvragen en beoordelen of de gevraagde inzet nodig en effectief is. De verwachting is dat deze maatregel geen direct financieel effect gaat hebben. Het kan wel een verdere bewustwording bij aanbieders, het lokale teams en mogelijk ook bij andere ketenpartners tot gevolg hebben. Deze bewustwording zal waarschijnlijk leiden tot een afname van de kostenontwikkeling en mogelijk tot besparingen. Deze maatregel is sterk afhankelijk van de kennis en kunde van het lokale team en van de aanwezigheid van een T-medewerker om interne en externe verzoeken te toetsen aan het richtinggevend kader en hierover in gesprek te gaan. 4.

INTENSIVERING CONTRACTMANAGEMENT

Uit het AEF onderzoek blijkt dat contractmanagement niet tot directe besparing leidt. Het is echter wel zo dat het belangrijk is om de aanbieders goed te kennen en er voor te zorgen dat de aanbieders het beleid van de gemeente goed kennen. Dit is lastig gezien het grote aantal aanbieders dat gecontracteerd is. Het advies is daarom om te focussen op een beperkt aantal aanbieders die voor Rijswijk belangrijk zijn. Dit zijn niet noodzakelijkerwijs de allergrootste aanbieders, die krijgen over het algemeen al veel aandacht van de regio en de andere gemeenten. Het gaat vooral om de aanbieders die in Rijswijk hard groeien of specifiek voor Rijswijk belangrijk zijn. Het is belangrijk om goed gebruik te maken van de kracht van de regio en goed samen te werken met andere regionale en lokale contractmanagers.

Pagina 26 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk 5.

PREVENTIE

Regionaal en lokaal zijn een aantal preventieve maatregelen in gang gezet. Onderzoek van AEF laat zien dat deze maatregelen niet tot besparingen leiden, maar wel kwaliteit verhogend kunnen werken.

Pagina 27 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk

BIJLAGE 2 Analyse maatregelen in onderzoek Maatregel 1 Betreft Beleid

Informele PGB Jeugd en Wmo Beleidsrijk, mogelijk is hier een aanpassing van de beleidsregels of de verordening voor noodzakelijk Besparingspotentieel onbekend De totale uitgaven voor informele PGB bedragen 382.500 per jaar. Een besparing is mogelijk door het verlagen informeel PGB tarief of door de toekenningseisen strenger te maken. Hiervoor is gedragen beleid nodig en gezien de beperkte totale kosten van de informele PGB is een beperkt resultaat te verwachten. Het is niet bekend hoe streng de toelatingseisen voor het informele PGB tot nu toe zijn gehanteerd waardoor het ook lastig is een inschatting van de potentiële besparing te maken.

Maatregel 2 Incidentele verstrekkingen Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel onbekend Lokale contracten worden gesloten om te voorzien in specifieke dienstverlening die niet regionaal is ingekocht. Getracht moet worden dit zoveel mogelijk in onderaanneming bij gecontracteerde partijen uit te laten voeren. De totale omvang van de lokale contracten bedraagt € 200.000, waarvan €115.000 vervoersdiensten. De kosten voor vervoersdiensten lijken aan de hoge kant voor een gemeente met de omvang van Rijswijk. Mogelijk kunnen de regels voor het toekennen van vervoer worden aangescherpt en is hier een besparing te realiseren. NB. Door invoering van de bestedingsruimte in 2021 bestaat het risico dat aanbieders die eerder als onderaannemer werkten, nu direct naar de gemeente komen voor een contract. De hoofdaannemers willen zo voorkomen dat een deel van hun bestedingsruimte op gaat aan de omzet van een andere aanbieder. Dit moet goed gemonitord worden om kostenstijgingen te voorkomen als gevolg van een waterbed effect.

Maatregel 3 Stapelen van voorzieningen Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel onbekend Integrale hulpverlening (één gezin, één plan, één regisseur) is een van de leidende gedachten achter de decentralisaties. Een mogelijkheid is om met de zogenaamde 'doorbraakmethode' te gaan werken. Dit vraagt een forse inspanning van de organisatie omdat de verschillende afdelingen goed moeten gaan samenwerken, binnen tegenstrijdige wettelijke kaders een gezamenlijke oplossing gezocht moet worden. De financiële effecten hiervan zijn moeilijk in te schatten. Zoals beschreven in het AEF rapport lijkt het effect vooral te zijn dat beter passende hulp wordt geboden.

Pagina 28 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk Maatregel 4 Leeftijd vs voorziening Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel onbekend Deze maatregel richt zich op het versterken van preventieve maatregelen ten gunste van individuele hulpverlening. Uit het AEF onderzoek blijkt dat de financiële effecten van preventie er niet lijken te zijn en dat in sommige gevallen de kosten hierdoor juist toenemen. De kosten voor verlengde jeugdhulp (jeugdhulp die geleverd wordt na de 18e verjaardag) zijn niet inzichtelijk. Het is daarom niet in te schatten welke besparing hiermee gerealiseerd zou kunnen worden.

Maatregel 5 Geld als eigen kracht Betreft Jeugd Beleid Beleidsrijk Besparingspotentieel Afhankelijk van de keuzes die in de uitwerking worden gemaakt Eigen kracht is een belangrijk onderdeel van de gedachte achter de jeugdwet en veel gemeentelijk beleid. Als de eigen kracht toereikend is, is hulp vanuit de gemeente niet of minder nodig. Het is essentieel dat het begrip eigen kracht goed is uitgewerkt en concreet gemaakt zodat de gemeente bij het beoordelen van een verzoek (door de toegang) dit kader kan gebruiken om een verzoek af te wijzen of bij te stellen. De financiële draagkracht van de ouders kan hierbij een van de elementen uitmaken. Essentieel hierbij is dat deze uitwerking goed verankerd wordt in het beleid, gedragen wordt door het college en vastgesteld is door de raad. Invoering van een dergelijke maatregel zal tot bezwaren leiden en discussies in de raad. Het advies is om de maatregelen niet alleen toe te spitsen op de financiële draagvlak van de ouders, maar breder op het benutten van de eigen kracht. De potentiële besparingen van deze maatregel zijn volledig afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt, de mate waarin het lukt dit in vastgesteld beleid te verankeren en de uitvoering op basis daarvan in staat te stellen om de maatregelen uit te voeren.

Maatregel 6 Verstrekkingen bij inactieve cliënten Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel onbekend Uit de omschrijving blijkt niet of dit gaat om het zoeken naar fraude of overbodige voorzieningen. Indien een voorziening wordt gedeclareerd terwijl er geen tegenprestatie tegenover staat is dat fraude. Zoals op pagina 29 van het actieplan genoemd wordt, is daar een regionale aanpak voor gestart. Als het onderzoek gaat om het zoeken naar voorzieningen die wel verstrekt worden, maar niet noodzakelijk zijn, is het hetzelfde als 'eigen kracht'. De voorziening is niet meer noodzakelijk. Om dit op te lossen is een duidelijke beleidsuitspraak nodig: wat is goed genoeg. De potentiële besparingen van deze maatregel zijn op basis van deze informatie niet in te schatten.

Pagina 29 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk Maatregel 7 Screening op onbekende aanbieders Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel onbekend Kennis van de aanbieders, wat leveren ze, waar zijn ze goed in en waar minder, is van groot belang om zo goed mogelijk de jeugdhulp toe te wijzen. Als er minder aanbieders zijn, is dit makkelijker te doen. Het is alleen niet gezegd dat minder aanbieders ook tot lagere kosten leiden of hogere kwaliteit. Als het aantal aanbieders wordt teruggedrongen blijken er vaak constructies te ontstaan met onderaannemers om toch het totale pallet aan hulpverlening te kunnen leveren. De potentiële besparingen van deze maatregel zijn op basis van deze informatie niet in te schatten.

Maatregel 8 Woonplaatsbeginsel Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel onbekend Als in het verleden het woonplaatsbeginsel niet strak is toegepast is het mogelijk dat een controle iets oplevert. Mogelijk is deze controle te combineren met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Vanaf 1-1-2022 treedt het nieuwe woonplaatsbeginsel in werking. Iedere gemeente moet dit invoeren. Dit zal leiden tot een verschuiving van cliënten tussen gemeenten. In hoofdstuk 6 staat dat jeugdigen die volgens de het woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid vallen van Rijswijk, maar niet in Rijswijk ingeschreven staan, een aandeel in de kosten hebben van 15-18%. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel is het mogelijk dat deze kosten verschuiven naar de gemeenten waar de jeugdigen ingeschreven staan. Gezien het hoge percentage dat in het actieplan genoemd wordt, heeft dit heeft mogelijk een significant positief effect op de uitgaven van Rijswijk.

Maatregel 9 Doorlooptijd van voorzieningen Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel Onbekend Deze maatregelen lijkt sterk op het richtinggevend kader. Hier is regionaal per product/aanbieder combinatie een norm gesteld voor de omvang en duur. Door bij ieder verzoek (een nieuw verzoek en een verlenging) te toetsen aan het richtinggevend kader komen de uitschieters vanzelf in beeld. Bovendien is het richtinggevend kader met de aanbieders afgestemd en kan de gemeente hieraan refereren als ze met de aanbieder in gesprek gaat. Het is niet aan te raden zelf nogmaals deze analyse te doen. Het financiële effect van deze maatregel is sterk afhankelijk van de mate waarin bij eigen verwijzingen het richtinggevend kader wordt toegepast en de mate waarin het wordt toegepast bij externe toewijzingen. Daarnaast is het essentieel niet alleen naar initiële aanvragen te kijken, maar vooral ook naar de verlengingen. Uit het AEF rapport en regionale analyses van Haaglanden blijkt dat niet zozeer de instroom het probleem is, maar vooral de uitstroom. Dit betekent dat de toegang kritisch moet zijn op verzoeken voor verlengingen. Het is net te verwachten dat deze maatregelen aanvullende besparingen zal opleveren ten opzichte van het richtinggevend kader.

Pagina 30 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk Maatregel 10 Declaratiebestand controleren op onregelmatigheden Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel beperkt Uit eerdere onderzoeken van de declaratiebestanden bij andere H-10 gemeenten zijn een paar onregelmatigheden gebleken. Deze waren terug te voeren op verschillen van inzicht over de manier waarop een bepaald product ingezet en gedeclareerd moest worden. Deze onregelmatigheden zijn voor de hele regio gecorrigeerd. Andere gemeenten (bijvoorbeeld Westland) voeren dergelijke controles nog steeds uit. Dit heeft de afgelopen tijd niet tot het ontdekken van nieuwe onregelmatigheden geleid. Deze analyse zal meer inzicht opleveren in het verschil tussen de aangevraagde en geleverde zorg. Het kan voor de toegangsmedewerkers verhelderend zijn om te zien dat de zorg die zij hebben toegewezen heel anders is ingezet. Dit levert niet direct financiële besparingen op, maar wel inzicht in de levering van de hulpverlening en daarmee de kwaliteit van de aanbieders.

Maatregel 11 T-medewerker in het jeugdteam Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel 100.000-300.000 Een T-medewerker heeft zich bewezen in meerdere gemeenten in de regio, zoals Pijnacker-Nootdorp, Den Haag en Westland. Het is van belang om de inzet van de T-medewerker goed te richten op de aspecten waar de meeste winst te behalen is. Dat zijn in het algemeen de externe verwijzingen en dan in het bijzonder de verlengingen. Naast besparingen levert de T-medewerker ook waardevolle inzichten op door de analyses die voortdurend worden uitgevoerd. Deze analyse leveren meer inzicht op in het verschil tussen de aangevraagde en geleverde zorg. Het kan voor de toegangsmedewerkers verhelderend zijn om te zien dat de zorg die zij hebben toegewezen heel anders is ingezet. Dit levert niet direct financiële besparingen op, maar wel inzicht in de levering van de hulpverlening en daarmee de kwaliteit van de aanbieders. Hierdoor kan hulp beter worden toegewezen, wat leidt tot lagere kosten. Het is te verwachten dat deze maatregel, in combinatie met de regionale maatregelen, een besparing van 2% van de totale jeugdhulpkosten kan opleveren, mits de T-medewerker voldoende capaciteit heeft.

Maatregel 12 Rust in de begroting Betreft Jeugd Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel 0 Een realistische begroting maakt het mogelijk om scenario's uit te werken en voorafgaand keuzes te maken. Het levert geen besparing op. Een te optimistische begroting 14 verlaagt het gevoel van urgentie en stelt het nemen van maatregelen uit.

Maatregel 13 Keuzemogelijkheid subsidies Betreft Sociaal Domein breed Beleid Beleidsrijk Besparingspotentieel 500.000 tot 1.700.000 Deze maatregel gaat niet over besparingen bij Jeugd of Wmo, maar elders in het sociaal domein. Het stopzetten van subsidies levert direct een besparing op. Het vraagt wel om lastige beleidsmatige keuzes en zal ook discussie opleveren in de raad.

14

Roeien met te korte riemen, Berenschot, 3 maart 2021

Pagina 31 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk

Maatregel 14 Verwante wetgeving Betreft Sociaal Domein breed Beleid Beleidsarm Besparingspotentieel 180.000 tot 260.000 De ervaring bij andere gemeenten laat zien dat het lastig is om kosten te verleggen naar andere wetgeving aangezien de jeugdwet heel open is geformuleerd en andere wetgeving niet. Door de aanscherping van de criteria voor de wlz is deze overgang nog lastiger geworden. Toch blijkt deze maatregel effectief. Op basis van het onderzoek van AEF is het te verwachten dat hiermee een besparing van 180.000 toto 260.000 gerealiseerd kan worden.

Maatregel 15 POH Betreft Sociaal Domein breed Beleid Beleidsrijk Besparingspotentieel 190.000 tot 270.00 De inzet van POH is landelijk een van de maatregelen die bewezen effectief is. Zeker in Rijswijk, waar het percentage van de huisartsverwijzingen relatief hoog ligt, is dit een interessante maatregel. Essentieel voor het succes van deze maatregel is het feit dat de gemeente voldoende invloed moet hebben op de beslissingen van de POH'er. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door eigen toegangsmedewerkers in te zetten als POH'er. Op basis van het onderzoek van AEF is het te verwachten dat hiermee een besparing van 190.000 tot 270.000 gerealiseerd kan worden.

Pagina 32 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk

BIJLAGE 3 Mogelijke aanvullende maatregelen Op basis van onderzoek van maatregelen bij andere gemeenten en de eigen analyse is deze lijst mogelijke aanvullende maatregelen opgesteld. Er zijn twee soorten maatregelen te onderscheiden: maatregelen gericht op kostenbeheersing (1-9) en maatregelen die gericht zijn op het versterken van de organisatie (10-13). Het is niet aan te bevelen al deze maatregelen toe te voegen aan het actieplan. Dit overzicht is bedoeld om inzicht te geven in mogelijke maatregelen. 1.

BUDGETPLAFOND

In meerdere gemeenten wordt gewerkt met een budgetplafond. Rijswijk maakt gebruik van de regionale maatregel bestedingsruimte, een variant hierop. De resultaten van een budgetplafond blijken in de praktijk tegen te vallen. Dit heeft verschillende oorzaken zoals: -

De behandelaar of verwijzer die bepaalt of en welke hulp een kind moet krijgen is niet gevoelig voor financiële prikkels, maar handelt vanuit een intrinsieke motivatie om het kind te helpen Waar noodzakelijk worden er maatwerk afspraken gemaakt om de kinderen die hulp nodig hebben toch te helpen. De instroom lijkt wel iets af te nemen door de maatregelen, maar de uitstroom neemt er niet door toe en er wordt ook geen goedkopere zorg door ingezet. Al met al laat het onderzoek van AEF zien dat het geen financieel effect heeft.

Er zijn ook gevallen bekend waar de inzet van een budgetplafond heeft geleid tot een forse kostenbesparing (bijvoorbeeld Venlo 15), maar dit heeft ook geleid tot veel onrust, in sommige gevallen tot rechtszaken en zelfs kamervragen (Eindhoven 16 17). De invoering van een hard budgetplafond heeft directe gevolgen voor de kwaliteit van de jeugdhulp en leidt tot wachtlijsten. Dit staat op gespannen voet met de uitgangspunten van de Jeugdwet en het gemeentelijke beleid. In een interview 18 geeft de wethouder van Venlo overigens aan dat, ondanks het feit dat de kosten gedaald zijn, Venlo nog steeds meer uitgeeft dan het ontvangt voor de jeugdhulp. Er is wel meer grip op de kosten. 2.

DYSLEXIE

Landelijk zien we dat de kosten voor dyslexie sinds de invoering van de jeugdwet sterk gegroeid zijn. Waar de verzekeraars een beperkt aantal vouchers verstrekte aan scholen voor dyslexie trajecten, is die beperking er sinds 2015 niet meer. Het aantal dyslexie trajecten 19 ligt landelijk momenteel boven het percentage kinderen dat volgens de wetenschap dyslexie heeft 20.

https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/tekorten-jeugd-blijven-zorgenkindjevenlo.11003413.lynkx 15

https://www.ed.nl/eindhoven/eindhoven-houdt-vast-aan-budgetplafonds-zorg-wethouder-blijft-kritiekrijksinspecties-op-clientenstops-afwijzen~a7aef607/ 16

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/11/23/beantwoording-kamervragen-overbudgetplafonds-gemeente-eindhoven 17

18

https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/tekorten-in-sociaal-domein-beteugeld.12506215.lynkx

https://nos.nl/artikel/2157342-wat-is-dyslexie-eigenlijk-en-hoeveel-mensen-hebbenhet.html#:~:text=In%20Nederland%20is%203%20tot,basisschool%20zijn%20begonnen%20met%20lezen. 19

20

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/40/lichte-toename-kinderen-met-dyslexie

Pagina 33 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk 3.

NORMALISEREN

Een van de doelen van de jeugdwet is demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren. De jeugdwet geeft echter geen definitie van wat normaal is en doordat de toegang tot de jeugdhulp veel dichterbij en laagdrempeliger is geworden na de decentralisatie is de vraag naar jeugdhulp juist toegenomen. Dit wordt versterkt door het maatschappelijke effect dat het normaler is geworden om professionele hulp te vragen. De gemeente heeft behoefte aan duidelijke kaders om te bepalen: -

Wat is goed genoeg? Welke soort hulp hoort bij jeugdhulp en welke soort niet. Wanneer verwachten we dat ouders het zelf doen, los van hun financiële mogelijkheden, en wanneer moet er hulp geboden worden.

De professionals van de toegang moeten dagelijks over deze vragen afwegingen maken. Dat doen zij nu op basis van hun eigen kennis en professionaliteit. Met een helder en gedragen beleidskader dat concreet vertaald is naar handvatten voor de toegang, kunnen de toegangsmedewerkers veel effectiever bijsturen bij verzoeken die te hoog zijn of te lang lopen, ook bij verzoeken van externe verwijzers. Het AEF rapport beschrijft deze maatregel als ‘het gebruiken van een afwegingskader in de toegang’. Deze maatregel is alleen effectief als er een goede, sterke toegang is en levert aanvullend daarop nauwelijks een besparing op. 4.

OUDERS INFORMEREN

Ouders zijn zich over het algemeen niet bewust van de kosten van de jeugdhulp. Door ouders periodiek een overzicht te sturen van de kosten voor de jeugdhulp verhoogt de bewustwording. Het is dan ook mogelijk om de ouders te vragen of de gedeclareerde zorg overeenkomt met wat er geleverd is. Verzekeraars bieden deze inzichten in de digitale omgeving voor de klant en versturen dit soms ook schriftelijk. Nadeel van deze maatregel is dat het veel vragen kan opleveren wat de organisatie belast. 5.

HULPVERLENING DOOR HET LOKALE TEAM

Veel lichte ambulante jeugdhulp die tweede lijnsaanbieders leveren kan ook door het eigen lokale team geleverd worden. De interne tarieven zijn lager dan die van de aanbieders en de behandelingen zullen naar verwachting korter zijn. Uitgesprekken met de toegang is gebleken dat de medewerkers van de toegang getraind zijn om dit te doen. Het is alleen niet als maatregel genoemd. In het AEF rapport wordt deze maatregel als (beperkt) effectief benoemd. Geadviseerd wordt deze maatregel toe te voegen. 6.

JEUGDHULP IN GROEPSVERBAND VERPLAATSEN NAAR REGULIERE KINDEROPVANG OF BSO

De Jeugdwet vergoedt jeugdhulp in groepsverband in medische kinderdagverblijven (MKD en KDC). Door deze hulp over te hevelen naar reguliere kinderopvang en hier extra ondersteuning te leveren kan een besparing gerealiseerd worden. De ouders moeten in deze constructie een ouderbijdrage betalen, wat in de jeugdwet niet hoeft. De maatregel blijkt in het AEF rapport in de effectief en een interessante besparing op te kunnen leveren. Geadviseerd wordt deze maatregel toe te voegen.

Pagina 34 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk 7.

AFBAKENING ONDERWIJS

Het onderwijs is een belangrijke vindplaats van jeugdhulp en ook een belangrijke partner in het voorkomen en snel oplossen van problematiek. Het lijkt dat lichte problematiek die eigenlijk in het onderwijs opgelost moet worden, wordt verwezen naar de jeugdwet. Met scholen kunnen hier afspraken over worden gemaakt. Dit kan tot bescheiden besparingen leiden. 8.

SLUITEN SLUIPROUTE LTA

Als jeugdhulpaanbieders jeugdigen via het LTA plaatsen, dan is dit voor de gemeenten (vaak) duurder. Het verminderen of voorkomen dat dit (oneigenlijk) gebeurt, verlaagt de uitgaven. De T-medewerker moet bij aanvragen voor LTA producten controleren of het daadwerkelijk hulp betreft die niet is ingekocht onder het regionale contract.

9.

HERINDICEREN VAN JEUGDIGEN

Het herindiceren van jeugdigen houdt in dat de gemeenten de afgegeven beschikkingen opnieuw gaan bekijken. De verwachting is dat bij herindiceren de hulpverlening aan jeugdigen verder is te versoberen zonder de zorgplicht te schenden. Door de hulpverlening te versoberen dalen de uitgaven. Dit is mogelijk als de gemeente kan onderbouwen dat cliënten niet meer voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de hulp. Deze maatregel vergt een grote investering en is alleen aan te bevelen als er concrete aanwijzingen zijn dat indicaties te hoog zijn. 10.

GA VRAAGGERICHT WERKEN

Gemeenten zijn van oudsher gewend om in een relatief stabiele financiële omgeving te opereren. Voor de meeste processen zijn de uitgaven stabiel en de inkomsten ook. De organisatie van de gemeente, de interne processen en bijvoorbeeld ook de P&C cyclus, zijn hierop ingericht. Met de decentralisatie heeft de gemeente processen gekregen die een volstrekt andere dynamiek kennen en andere risico’s met zich meebrengen. Dit vereist dat de gemeente meer wendbaar en kort cyclisch gaat werken. Het is de vraag of de organisatie met de bestaande vaardigheden, processen en informatievoorziening er op is toegerust om deze risico’s te managen. Met name bij de jeugdwet zijn de risico’s groot omdat daar de hulpverlening heel algemeen is omschreven en de gemeente niet als enige de toegang tot de jeugdhulp verzorgt. Het grootste deel van de verwijzingen wordt door externe verwijzers afgegeven. Daardoor is de grip van de gemeente, en dus het risico op te hoge kosten, groter dan bij de Wmo waar de gemeente als enige de toegang verzorgt. Daarnaast zijn de kosten voor de uitvoering van de Jeugdwet dermate hoog dat tegenvallers snel een grote impact kunnen hebben op de begroting van de gemeente. In een context met degelijke grote risico’s is alleen begrotingsgericht werken niet meer voldoende.

Er is behoefte aan een werkwijze waarbij de gemeente dicht op de ontwikkeling van de vraag en daarmee de kosten zit en maatregelen heeft om bij te sturen als de ontwikkeling de verkeerde kant opgaat. Dit is te vergelijken met een zorgverzekeraar die hoog frequent de ontwikkeling van de declaraties monitort, prognoses maakt voor de ontwikkelingen en korte en lange termijn maatregelen heeft om bij te sturen. Dit is een zeer kort cyclisch proces dat gericht is op het beheersen van de financiële risico’s binnen de kaders van de wet en de eigen polisvoorwaarden.

Pagina 35 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk Deze vergelijking gaat deels mank omdat een verzekeraar veel meer invloed op het stelsel heeft doordat het zelf, binnen bepaalde grenzen, de premie en polisvoorwaarden kan bepalen. Dat kan de gemeente niet, of in ieder geval in mindere mate. De gemeente kan wel dicht op de ontwikkeling van de vraag zitten door de declaraties, toewijzingen en verzoeken om toewijzing te monitoren. Ook kan de gemeente in contact met ketenpartners zoals huisartsen, scholen en kinderdagverblijven trends vroeg signaleren en op basis hiervan maatregelen nemen. 11.

NEEM INVLOED OP DE KETEN

In de zorgketen van de jeugdhulp wordt de behoefte aan jeugdhulp vroeg bepaald. De gemeente wordt vaak pas later in het traject betrokken en kan dan niet veel meer bijsturen. De zorgbehoefte wordt vaak al concreet in het eerste contact van een ouder of cliënt met een professional. Die professional kan een verwijzer zijn, maar ook een zorgaanbieder of een intern begeleider op een school. In een dergelijk contact ontstaat een eerste beeld van de behoefte en worden verwachtingen gewekt bij de ouder/cliënt over de mogelijkheden. Dit leidt tot een verzoek om toewijzing aan de gemeente om jeugdhulp toe te wijzen en vergoeden. Om grip te krijgen op de kosten moet de gemeente moet de gemeente invloed nemen op deze processen vroeg in de zorgketen. Dit kan door de eigen toegang te versterken, maar er moet ook zeker geïnvesteerd worden in de relatie met aanbieders, verwijzers, scholen, kinderdagverblijven en ouders om de verwachtingen die gewekt worden in lijn te brengen met het beleid van de gemeente. Dit betekent dat de gemeente duidelijk beleid moet ontwikkelen waarin uitgewerkt is wat die verwachting is die ze wil wekken bij ouders en cliënten. Ook betekent het dat de gemeente zich sterk extern gericht moet gaan opstellen om een goede relatie op te bouwen met de ketenpartners en om deze boodschap over het voetlicht te brengen.

De organisatie van de gemeente is mogelijk nu niet goed ingericht om deze taak op zich te nemen. 12.

BETREK DE GEMEENTERAAD

Pieter Duisenberg was tweede kamerlid voor de VVD van 2012 tot 2017. Hij verbaasde zich over de manier waarop een begroting werd behandeld. Het ging vaak over één incident en niet over de gehele lijn en het resultaat van het gevolgde beleid. Deze verbazing heeft geleid tot het ontwikkelen van een aanpak ondersteund door het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven (BOR); de methode Duisenberg. Deze methode is vervolgens ook bij gemeenten toegepast. De methode houdt in dat een of meer rapporteurs worden aangewezen in een vakcommissie of uit de gemeenteraad om bijvoorbeeld de begroting of een bepaald thema voor te bereiden en vragen te inventariseren die namens de gehele commissie of gemeenteraad worden gesteld aan de verantwoordelijke bestuurder. In plaats van controleren op basis van incidenten wordt door de inzet van de rapporteur de controlerende rol versterkt door naar het hele beleid te kijken. In een onderzoek uitgevoerd door Sharon Broekman van de Erasmus Universiteit Rotterdam “Grip in de regio, onderzoek naar de toepassing van de methode Duisenberg in de jeugdzorg regio West-Brabant West” 21 is gekeken naar de effectiviteit van de methode in het sociaal domein.

https://vng.nl/sites/default/files/2020-10/eindrapport_grip_in_de_regio__onderzoek_naar_de_toepassing_van_de_methode_duisenberg_in_de_jeugdzorg_regio_westbrabant_west.pdf

21

Pagina 36 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk Het blijkt dat het werken met raadsrapporteur 22 volgens de methode-Duisenberg positief uitpakt voor gemeenteraden. De informatiepositie van de raadsleden wordt beter en raadsleden krijgen meer inzicht in wat ze willen weten. Raadsleden kunnen daardoor hun controlerende taak beter uitvoeren. In Rijswijk zou deze aanpak mogelijk ook effectief kunnen zijn doordat de raad, het bestuur en de uitvoering hiermee goed de aanpak met elkaar doorspreken en gezamenlijk voor een lijn kiezen. Zeker als er lastige keuzes gemaakt moeten worden is dit essentieel. 13.

VERSTERK DATAGESTUURD WERKEN

Datagestuurd werken is een krachtig en onmisbaar hulpmiddel om het leerproces te ondersteunen. Door hypothesen op te stellen, bijvoorbeeld over het verwachte effect van het werken met Praktijkondersteuners bij de huisarts, en vervolgens te meten en beoordelen of het ook werkt zoals verwacht ontstaan waardevolle inzichten. Met deze inzichten kan vervolgens het beleid worden bijgesteld. De data die hiervoor nodig is gaat veel verder dan alleen financieel, het moet een combinatie van verschillende soorten informatie zijn. Essentieel hierbij is dat de medewerkers voldoende ‘datageletterd’ zijn. Men moet gewend zijn met cijfers te werken, handig zijn met toepassingen als Excel en ervaring opdoen met het duiden van data om er beslissingen op te kunnen baseren. De ervaring leert dat de medewerkers die vertrouwd zijn met data vaak in de financiële functies zitten en veel minder bij beleid of in de zorg-gerelateerde functies. Hierdoor worden er onvoldoende analyses uitgevoerd (wat gebeurt er nu echt?) en bestaat het risico dat analyses van andere verkeerd geïnterpreteerd worden. Het verdient de aanbeveling om datagestuurd werken breed in de organisatie in te voeren. Dat kan al heel laagdrempelig door regelmatig cijfermatige rapportages te bespreken in team overleggen, medewerkers een cursus Excel te geven en in adviezen en beleidstukken om een cijfermatige onderbouwing te vragen.

Als dit gekoppeld wordt aan actuele thema’s gaat het leven voor de medewerkers. Data ondersteunt zo doelgericht werken en geeft concrete handvatten voor het leer- en verbeterproces. Zo is het bijvoorbeeld interessant om de wachtlijst van het CJG voor de medewerkers inzichtelijk te maken, of de waarde van de toewijzingen die in de maand zijn afgegeven ten opzichte van het budget. Dit zal vragen oproepen als: Wat betekent dit, Hoe komt het dat het anders is dan hiervoor, Wat is onze doelstelling en Wat kan ik hieraan bijdragen?

22

https://vng.nl/nieuws/raadsrapporteur-versterkt-positie-raad-op-jeugdzorg

Pagina 37 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk

BIJLAGE 4 Analyse methoden Tekorten in de jeugdhulp zijn een hardnekkig en zeer complex probleem. Veel gemeenten worstelen er mee en dé oplossing is nog nergens gevonden. Het is daarom ook lastig en ook bijna niet te verwachten dat in het actieplan dat in een kort tijdsbestek is opgesteld en de start van een verbetertraject markeert een volledige analyse bevat van de problematiek. Toch maken we een aantal observaties over de analyses die zijn opgenomen in het actieplan. Een analyse heeft als doel om te helpen te begrijpen wat er aan de hand is, waar de oorsprong van het probleem zit en handvatten te bieden om tot maatregelen te komen. In het actieplan zijn nu veel gegevens opgenomen over de gemeente Rijswijk, ontwikkelingen in de jeugdhulp en in mindere mate de Wmo. Deze data dragen in beperkte mate bij aan begrip van de achtergrond van de probleemstelling en bieden ook geen handvatten voor de oplossingsrichting. Het is aan te bevelen om een analyse van de situatie te maken door gebruik te maken van gangbare analyse methodes, zoals een SWOT analyse of een Cause&Effect diagram. Deze methoden maken ook direct inzichtelijk dat het probleem niet een puur financieel probleem is, maar dat het met alle aspecten van de organisatie te maken heeft.

1.

SWOT ANALYSE

De sterkte-zwakteanalyse is een bedrijfskundig model dat intern de sterktes en zwaktes en in de omgeving de kansen en bedreigingen analyseert; op basis hiervan wordt vervolgens de strategie bepaald. De term SWOTanalyse wordt ook vaak in het Nederlands gebruikt en bevat de vier elementen: Sterktes, Zwaktes, Kansen & Bedreigingen. Ook de Engelse term dekt echter niet de gehele lading, aangezien het doel een strategie voor de toekomst is en niet alleen een analyse van de huidige stand van zaken.1

Figuur 6 SWOT analyse

Pagina 38 van 39

11-3-2021

Bijlagen Review Actieplan Jeugd en Wmo gemeente Rijswijk 2.

CAUSE & EFFECT ANALYSE

De Cause & Effect analyse is een techniek die helpt om alle mogelijke oorzaken van een probleem in kaart te brengen. Hiermee kan de onderliggende oorzaak gevonden worden om het probleem in één keer op te lossen. Het type diagram dat hierbij gebruikt wordt, wordt ook wel het visgraat diagram genoemd. De techniek is in de jaren 60 ontwikkeld in Japan door Professor Ishikawa.1

Figuur 7 Voorbeeld uitwerking cause & effect diagram

3.

HYPOTHESE

Een hypothese 23 is een idee of theorie, veelal gebaseerd op beperkte data, en is het begin van een zoektocht om deze hypothese te bewijzen, ontkrachten of verbeteren met behulp van feiten en empirische data. De eerste stap is om te focussen op de ideeën met het hoogste potentieel om het probleem op te lossen. Dit bepaal je aan de hand van een brainstorm waarin alle mogelijke ideeën worden geïnventariseerd en de potentie daarvan vervolgens in te schatten. De tweede stap is om op basis van data en onderzoek de hypothese te ontkrachten of bevestigen. Als in stap twee een hypothese bekrachtigd wordt, kan deze vervolgens uitgewerkt worden om te implementeren. Het is ook mogelijk dat het onderzoek leidt tot nieuwe inzichten waardoor de hypothese aangescherpt wordt, of men gaat over op de volgende hypothese om die te onderzoeken. Het is dus een iteratief proces. Werken met hypothesen maakt de kans om slechte beslissingen te nemen kleiner:

Figuur 8 Hypothese logica

23

https://www.stratechi.com/hypotheses/

Pagina 39 van 39

11-3-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=159e0e2f-4926-4c35-9598-c97ec48c03e8