CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport en bestuurlijke samenvatting onderzoek voorzieningen en bevolkingsgroei Rekenkamer Rijswijk

Forum Stad en Samenleving 12 november 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Voorzieningen en bevolkingsgroei in Rijswijk (RV 24-061)25.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend onderzoek

Voorzieningenniveau en bevolkingsgroei in Rijswijk Bestuurlijke nota Rekenkamer Rijswijk 6 november 2024

Inleiding De bevolking van Rijswijk groeit. De verwachting is dat het aantal inwoners van Rijswijk de komende jaren verder zal toenemen van ongeveer 58.000 inwoners in 2023, naar ongeveer 65.000 inwoners in 2030 en zelfs naar 75.000 inwoners in 2040. Deze bevolkingsgroei brengt een flink aantal uitdagingen voor de gemeente met zich mee. De eerste aandacht gaat hierbij uit naar de bouw van nieuwe woningen die de bevolkingsgroei mogelijk maakt. Verder stelt de groei van de gemeente ook eisen aan voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en vrije tijd. Niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Daarbij is het allereerst van belang dat het voorzieningenniveau aansluit bij de behoeften van de huidige en toekomstige inwoners van Rijswijk. Verder dienen voorzieningen voor alle Rijswijkers goed bereikbaar te zijn.

Na een rondgang onder de raadsfracties heeft de rekenkamer Rijswijk besloten onderzoek te doen naar voorzieningen in relatie tot bevolkingsgroei. Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen in hoeverre het voorzieningenbeleid aansluit op de bevolkingsontwikkeling van Rijswijk en daarbij risico’s en kansen voor verbetering te identificeren. Het verkennend onderzoek zal ook afsluiten met een advies over de afbakening en vraagstelling van een verdiepend onderzoek. Dit document kan gelezen worden als een bestuurlijke samenvatting van het onderzoeksrapport. Hierin zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen en wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste kansen en risico’s voor de onderzochte thema’s. De volledige conclusies, aanbevelingen en bevindingen zijn in het onderzoeksrapport te lezen.

Vraagstelling en leeswijzer De centrale onderzoeksvraag is:

Dit document bestaat uit drie onderdelen:

“Hoe “Hoewordt wordtininhet hetbeleid beleidvan vande degemeente gemeenteRijswijk Rijswijk geanticipeerd geanticipeerdop opde degroei groeivan vande debevolking bevolkingen enhoe hoe zorgt zorgtde degemeente gemeenteervoor ervoordat datvoorzieningen voorzieningenop opeen een adequaat niveau blijven?” adequaat niveau blijven?”

1.

Onderzoeksverantwoording: hierin wordt een toelichting gegeven op de scope van het onderzoek, de gekozen inhoudelijke thema’s en de onderzoeksperspectieven.

Omdat dit onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is ervoor gekozen om voorzieningen binnen vijf inhoudelijke thema’s aan de hand van een viertal onderzoeksperspectieven in beeld te brengen. Dit wordt verderop nader toegelicht.

2.

Conclusies en aanbevelingen: de volledige conclusies en aanbevelingen (met nadere onderbouwing en toelichting) is terug te lezen in het onderzoeksrapport. Ook wordt hierin het advies voor verdiepend onderzoek weergegeven.

Per onderzoeksperspectief zijn deelvragen geformuleerd, die in de nota van bevindingen worden beantwoord.

3.

Samenvatting nota van bevindingen: hierin worden per inhoudelijk thema de kansen en risico’s weergegeven. De volledige bevindingen zijn terug te lezen in het onderzoeksrapport.

Inhoudelijke thema’s Het voorzieningenbeleid van de gemeente Rijswijk valt uiteen in een groot aantal projecten en activiteiten. Bij de start van dit rekenkameronderzoek is aanvankelijk de Agenda Stadsontwikkeling (2022) als startpunt gehanteerd om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het voorzieningenbeleid. Naarmate het onderzoek vorderde bleek echter dat de Agenda in de praktijk niet als integraal kader voor het Rijswijkse voorzieningenniveau wordt gehanteerd. Om die reden hebben de onderzoekers een eigen thematische indeling gemaakt om de verschillende bevindingen over het voorzieningenbeleid te clusteren. Deze indeling ziet er als volgt uit: 1. Maatschappelijke voorzieningen: Dit betreft gemeentelijke voorzieningen op het gebied van welzijn, zorg en onderwijshuisvesting. Ook voorzieningen binnen het sociaal domein (Wmo en jeugdwet) vallen hieronder. 2. Vrijetijdsbesteding: Hier vallen voorzieningen onder op het gebied van sport en spelen, kunst, cultuur en recreatie. 3. Buitenruimte: Dit betreffen voorzieningen in de openbare ruimte van Rijswijk, denk aan het openbaar groen en voorzieningen op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid en klimaatadaptatie. 4. Economie: Denk hierbij aan bedrijvigheid, detailhandel, horeca en toerisme. 5.

Gebiedsontwikkeling: Bij dit thema wordt ingegaan op de wijze waarop bij gebiedsontwikkelingen aandacht is voor publieke voorzieningen.

Onderzoeksperspectieven In dit verkennende onderzoek willen we een oordeel vellen over de manier waarop per inhoudelijk thema doelen zijn geformuleerd, uitvoeringsplannen zijn gemaakt en maatregelen worden genomen of voorbereid. We gebruiken hiervoor de onderstaande vier perspectieven als toetsingskader. Bij elk van de inhoudelijke thema’s worden kansen en risico’s vastgesteld. Beleid: Hierbij wordt gekeken naar de Rijswijkse visie en doelstellingen per thema en in hoeverre rekening wordt gehouden met bevolkingsgroei en andere demografische ontwikkelingen. Ook wordt stilgestaan bij relevante landelijke en regionale kaders en het toepassen van referentienormen.

Bestuur en samenleving: Dit betreft de wijze waarop door het bestuur (college en raad) wordt gestuurd op voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling, en de manier waarop de samenleving daarbij wordt betrokken. Uitvoering en beheer: Met dit perspectief wordt de vertaling van beleid naar uitvoeringspraktijk in beeld gebracht: welke maatregelen door de gemeente worden genomen en hoe resultaten worden gemonitord.

Financiën: Per inhoudelijk thema wordt tenslotte in beeld gebracht welke financiële middelen beschikbaar zijn gesteld en welke nodig worden geacht. Ook wordt gekeken of hierbij een meerjarenstrategie wordt gehanteerd.

Conclusies 1.

Er is beperkt tot geen integraal afwegingskader voor voorzieningen in relatie tot bevolkingsgroei.

2.

Het ontbreekt voor de meeste typen voorzieningen aan concrete normen die inzicht geven of het aantal voorzieningen toereikend is.

3.

Wegens gebrek aan een centraal afwegingskader focust de raad vooral op specifieke (typen) voorzieningen, waarbij de discussie tussen college en raad vaak gaat over de rol van de gemeente.

4.

Maatschappelijke partners zijn duidelijk betrokken bij het gesprek over de voorzieningen die voor hen relevant zijn. Inwoners worden voornamelijk betrokken op projectniveau. Het is lastig om hen op meer overkoepelend niveau te betrekken bij de groei van de stad.

5.

Met gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders zijn instrumenten ontwikkeld om een bestuurlijke afweging over ruimtegebruik te maken. De keuze voor voorzieningen heeft hierin nog geen afgebakende plek.

6.

Voor een aantal voorzieningen bestaat een financiële meerjarenstrategie. Doordat het LTIP nog niet is afgerond, rijkt deze vaak niet verder dan deze collegeperiode.

Aanbevelingen 1.

Aanbeveling aan de raad: expliciteer samen met het college welk niveau van voorzieningen wenselijk is bij de groei van de stad en gebruik dit om gebiedsontwikkelingen te toetsen

4.

Aanbeveling aan de raad: neem een standpunt in over de uitkomsten van het gemeentelijk onderzoek en geef aandachtspunten mee aan het college over het vervolg

2.

Aanbeveling aan de raad: weeg af op welke wijze u als raad wilt sturen op het voorzieningenbeleid in relatie tot de bevolkingsgroei

5.

Aanbeveling aan het college: adresseer de belangrijkste aandachtspunten die in dit onderzoek naar voren zijn gekomen en neem de raad daarin mee.

3.

Aanbeveling aan de raad: verleg de aandacht van specifieke voorzieningen naar meerjarige prioriteiten

Advies voor vervolg (1) Verdiepend onderzoek door de Rekenkamer kan zich richten op één of meer van kansen, risico’s en aandachtspunten die uit deze verkenning naar voren komen. De onderzoekers doen twee suggesties voor de scope van een mogelijk verdiepend onderzoek met elk twee varianten. De Rekenkamer kan in samenspraak met de raad tot een afweging komen of en zo ja welke vorm van verdiepend onderzoek een bijdrage kan leveren en welke scope dat onderzoek zou moeten hebben. 1. Verdieping op één of meer inhoudelijke thema’s De onderzoekers benoemen twee mogelijke richtingen voor verdiepend onderzoek, maar er kan ook voor een andere scope gekozen worden, afhankelijk van de wensen en informatiebehoefte van de raad. Variant 1: wonen en werken in Rijswijk Bij gebiedsontwikkelingen is er momenteel in Rijswijk voornamelijk aandacht voor het realiseren van voldoende woningen. Dit brengt het risico mee dat hierdoor te weinig aandacht is voor het realiseren van voorzieningen op het gebied van werkgelegenheid en bedrijvigheid. In deze variant kan nader worden onderzocht in hoeverre er momenteel voldoende aandacht is voor deze ontwikkelingen.

Variant 2: maatschappelijke voorzieningen Er zijn uit het verkennend onderzoek diverse risico’s en kansen naar voren gekomen op het gebied van maatschappelijke voorzieningen (welzijn, sport en cultuur). Verdiepend onderzoek kan zich richten op hoe de gemeente hierop anticipeert. Daarbij kan verdiepend onderzoek zich ook richten op de relatie tot (landelijke) ontwikkelingen binnen het sociaal domein.

Advies voor vervolg (2) 2. Verdieping in de positie van de gemeente ten opzichte van derden

Er is in dit onderzoek minder aandacht geweest voor de positie van de gemeente binnen de regio en ten opzichte van maatschappelijke partners en inwoners. Verdiepend onderzoek hiernaar kan de raad meer inzicht geven in de bewegingsruimte van de gemeente in de te maken keuzes over voorzieningen. Variant 1: positie van de gemeente in de regio De gemeente kan veel problemen op het gebied van voorzieningen niet alleen adresseren, maar werkt intensief samen met andere gemeenten en medeoverheden in de regio. Verdiepend onderzoek kan zich richten op de vraag hoe deze samenwerking eruitziet en in hoeverre diverse demografische ontwikkelingen in relatie tot het voorzieningenniveau met deze samenwerking voldoende in beeld zijn.

Variant 2: positie t.o.v. partners en inwoners Verdiepend onderzoek kan zich richten op de vraag hoe de samenwerking er momenteel uitziet, hoe rollen en bevoegdheden zijn verdeeld, in hoeverre deze samenwerking goed verloopt en hoe samenwerkingspartners meegenomen (kunnen) worden richting de toekomst. Een dergelijk onderzoek kan ook gericht zijn op hoe inwonersparticipatie kan worden toegepast in het voorzieningenbeleid.

Samenvatting nota van bevindingen In het onderzoeksrapport zijn alle bevindingen met betrekking tot de vijf inhoudelijke thema’s nader terug te lezen, evenals de volledige beantwoording van alle onderzoeksvragen. In de volgende dia’s wordt langs de onderstaande vijf inhoudelijke thema’s inzicht gegeven in het gemeentelijk voorzieningenbeleid. Per dia wordt ingegaan op de kansen en risico’s die voor de voorzieningen binnen dat thema zijn aan te wijzen. 1. Maatschappelijke voorzieningen: Dit betreft gemeentelijke voorzieningen op het gebied van welzijn, zorg en onderwijshuisvesting. Ook voorzieningen binnen het sociaal domein (Wmo en jeugdwet) vallen hieronder. 2. Vrijetijdsbesteding: Hier vallen voorzieningen onder op het gebied van sport en spelen, kunst, cultuur en recreatie. 3. Buitenruimte: Dit betreffen voorzieningen in de openbare ruimte van Rijswijk, denk aan het openbaar groen en voorzieningen op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid en klimaatadaptatie. 4. Economie: Denk hierbij aan bedrijvigheid, detailhandel, horeca en toerisme. 5. Gebiedsontwikkeling: Bij dit thema wordt ingegaan op de wijze waarop bij gebiedsontwikkelingen aandacht is voor publieke voorzieningen.

Maatschappelijke voorzieningen Voor de eerstelijnszorg heeft de gemeente geen specifiek beleid opgesteld, omdat dit niet onder haar verantwoordelijkheid valt. Een duidelijke doelstelling hoeveel eerstelijnszorg wenselijk is en wat de gemeente binnen haar mogelijkheden doet om hierop in te zetten kan het gesprek tussen raad en college hierover faciliteren.

Een risico is dat de doelen onder de uitvoeringsagenda welzijn vrij concreet zijn, maar dat de acties niet concreet zijn geformuleerd. Het risico hiervan is dat er minder goed kan worden gemonitord hoe ver de gemeente op streek is met het behalen van doelen, maar ook dat bij het niet behalen van doelen niet duidelijk is welke impact de gemeentelijke activiteiten hebben gehad. Een ander risico is dat het team sociaal domein niet in alle gevallen tijdig of volledig is aangehaakt bij nieuwe (project-)ontwikkelingen. Hoewel de organisatie van de gemeente Rijswijk integraal werken als uitgangspunt heeft, wordt de verbinding tussen de diverse domeinen volgens gesprekspartners niet altijd actief gelegd. Voor het thema Welzijn geldt in brede zin dat een groter aantal inwoners moet worden bediend met middelen die gelijk blijven of afnemen. Dat geldt voor activiteiten die gefinancierd worden uit de Brede Welzijnsnota en voor activiteiten die worden gefinancierd via subsidies aan welzijnsorganisaties, dit onder andere doordat het uitgangspunt is dat subsidies niet worden geïndexeerd. Hierdoor bestaat een risico op verschraling van het aanbod.

Vrijetijdsbesteding Voor het thema sport mist een centraal beleidskader. Hierdoor wordt nu vooral gevaren op de behoeften van verenigingen en normen die blijken uit verschillende onderzoeken. De kaderstellende rol van de raad kan versterkt worden door haar in de gelegenheid te stellen om de gewenste normen te laten vaststellen. Het wederzijds betrekken van ruimtelijke ontwikkelingen in het maatschappelijk domein, zoals sporthallen, en de gebiedsontwikkelingen in het ruimtelijk domein kan ertoe leiden dat projectmatig werken integraler en meer gestructureerd wordt toegepast en uitvoeringsproblemen in het maatschappelijk domein worden voorkomen. De gemeente huisvest zelf een bibliotheek. Dit biedt kansen inzake de huisvesting van voorzieningen die de gemeente wil ondersteunen. Tevens komt er waarschijnlijk een financiële voorziening op basis waarvan de gemeente een uitkering van het Rijk krijgt per inwoner. Dit zorgt voor stijgende inkomsten. Bij veel fysieke gemeentelijke voorzieningen is er geen systematiek waardoor na afschrijving automatisch de benodigde kapitaallasten zijn gereserveerd voor de vervangingsinvestering. Dit geldt ook voor sport en cultuur. Het verbeteren hiervan kan worden gekoppeld aan het opstellen van een LTIP dan wel het opstellen van investeringsprognoses voor een langere looptijd dan vier jaar.

Voor het thema cultuur is er sprake van gelijkblijvende inkomsten en stijgende kosten. Tevens wordt geen rekening gehouden met de groei van de stad. Hierdoor kan het cultuuraanbod in Rijswijk mogelijk verschralen.

Buitenruimte Een belangrijke kans wat betreft voorzieningen in de buitenruimte is dat deze kunnen bijdragen aan maatschappelijke doelen. In de visie op de inrichting van de openbare ruimte, openbaar groen, mobiliteit en klimaatadaptatie wordt deze koppeling al gemaakt. Hiermee ligt er een kans om de voorzieningen in de buitenruimte nog beter de inwoners van Rijswijk te laten dienen, door bij te dragen aan veiligheid, gezondheid en beleving. Een andere kans wordt geboden door de grote ruimtelijke ontwikkelingen die in Rijswijk worden voorzien of al worden gerealiseerd. Bij deze ruimtelijke ontwikkelingen zijn ingrepen in de openbare ruimte onvermijdelijk. Dat biedt de kans om de meest actuele visies en uitgangspunten wat betreft voorzieningen in de buitenruimte te realiseren.

Een risico wat betreft voorzieningen in de buitenruimte is dat het streven om hier een integrale afweging in te maken nog beperkt functioneert in de praktijk. Het risico is dat hierdoor suboptimale compromissen worden gesloten en dat kansen om ambities voor voorzieningen in de buitenruimte in samenhang te realiseren mogelijk niet worden benut. Een ander risico is dat de horizon waarmee naar voorzieningen in de buitenruimte wordt gekeken erg verschilt. Het realiseren van parkeerplekken bij een ruimtelijke ontwikkeling is bijvoorbeeld een eenmalige exercitie, terwijl bijvoorbeeld het verbeteren van de biodiversiteit een langere termijn kent. Dit maakt het in samenhang afwegen van voorzieningen in de buitenruimte des te ingewikkelder.

Economie De gemeente kan proberen om meer inzicht te krijgen in het type opleidingsniveau in relatie tot werkgelegenheid en de mate waarin het aanbod van werk aansluit bij de vraag. Dit sluit aan bij het amendement waarin de raad heeft besloten dat er aandacht moet zijn voor voldoende werkgelegenheid voor praktisch geschoolden in Rijswijk en de doelstelling om juist in het Kesslerpark kennisintensieve banen te creëren. De strategie toekomstbestendige werklocaties is een poging van de gemeente om meer grip te krijgen op voldoende werklocaties in de komende jaren. Een aandachtspunt hierbij is dat het team economische zaken nog beter kan worden betrokken bij (nieuwe) gebiedsontwikkelingen. Dit kan leiden tot een betere aansluiting van de gerealiseerde bedrijfsruimten bij de wensen van ondernemers die zich daar willen vestigen. Daarvoor is het wel van belang dat de gemeente goed contact houdt met ondernemers en bedrijven. De mogelijkheden om ruimte te reserveren voor ondernemers kunnen beter worden benut wanneer het team economische zaken in een vroeger stadium - en meer structureel – aangesloten is bij de realisatie van gebiedsontwikkelingen. Zo wordt geborgd dat het gerealiseerde programma aansluit bij ondernemers die zich mogelijk willen vestigen. Uit de gesprekken is naar voren gekomen dat de ambtelijke capaciteit binnen dit thema onder druk staat.

Dit blijkt ook uit de voorgestelde bezuiniging op dit team in de Kadernota 2025. Te weinig ambtelijke capaciteit voor uitvoering kan ertoe leiden dat beleidsdoelstellingen niet nagestreefd kunnen worden. De sterke nadruk op woningbouw kan ertoe leiden dat wordt gekozen voor het het reserveren van te weinig ruimte voor werkbestemmingen. Het opstellen van een referentienorm kan hierbij mogelijk soelaas bieden.

Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkelingen kunnen ingrijpend zijn. Dit is een kans wat betreft voorzieningen. Eerder is al toegelicht dat gebiedsontwikkelingen een kans bieden voor het realiseren van ambities op het gebied van voorzieningen in de buitenruimte. In aanvulling daarop bieden gebiedsontwikkeling de kans om te werken aan het voorzieningenniveau in bredere zin en ook voor omliggende straten of buurten. Een voorziening heeft immers een bepaald verzorgingsgebied. Het realiseren van voorzieningen bij een gebiedsontwikkeling kan daardoor ook bijdragen aan het voorzieningenniveau van het omliggende gebied. Dit is een element wat in gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders mogelijk explicieter terug kan komen.

Een risico is dat bij gebiedsontwikkelingen niet alle voorzieningen gekwantificeerd worden. Ook worden niet alle benodigde voorzieningen meegenomen in de financiering. Dit is met name een risico voor maatschappelijke voorzieningen en voorzieningen op het gebied van vrijetijdsbesteding en economie. Dit hangt samen met het risico dat er bij gebiedsontwikkelingen met name aandacht is voor woningbouw, groen en mobiliteit en minder voor andere typen voorzieningen. Een ander risico is dat de koppeling tussen een gebiedsontwikkeling en het toekomstige beheer niet altijd gemaakt wordt, zo blijkt uit gesprekken. Het risico bestaat daardoor dat de nieuw gerealiseerde voorzieningen op de lange termijn niet op hetzelfde kwaliteitsniveau beheerd kunnen worden.

@ NeckervanNaem

6 november 2024

REKENKAMER RIJSWIJK

Verkennend onderzoek

Voorzieningen en bevolkingsgroei in Rijswijk

Onderzoeksteam Robert Klaassen Tim Kunis Arco de Baat Marcel Boogers

Eindrapport

1.

Colofon Datum: 6 november 2024 – eindrapport Opdrachtgever: Rekenkamer Rijswijk t.a.v. Wendy van Veen, secretaris wvveen@rijswijk.nl Onderzoekers: Robert Klaassen robert@necker.nl Tim Kunis tim@necker.nl Arco de Baat arco@necker.nl Marcel Boogers marcel@necker.nl

2.

Inhoudsopgave Colofon

2

Inhoudsopgave

3

Bestuurlijke nota

4

Onderzoeksverantwoording

5

Beantwoording onderzoeksvragen

10

Conclusies en aanbevelingen

14

Reactie van college van B&W

19

Nawoord rekenkamer

21

Nota van Bevindingen

22

1. Vooraf: de Rijswijkse opgave

23

2. Maatschappelijke voorzieningen

33

3. Vrijetijdsbesteding

39

4. Buitenruimte

45

5. Economie

51

6. Gebiedsontwikkeling

55

Bijlage. Geraadpleegde bronnen

60

3.

Bestuurlijke nota

4.

Onderzoeksverantwoording Aanleiding en doelstelling De bevolking van Rijswijk groeit. De verwachting is dat het aantal inwoners van Rijswijk de komende jaren verder zal toenemen van ongeveer 58.000 inwoners in 2023 naar ongeveer 65.000 in 2030 en zelfs 75.000 in 2040.1 Deze bevolkingsgroei brengt een flink aantal uitdagingen voor de gemeente met zich mee. De eerste aandacht gaat hierbij uit naar de bouw van nieuwe woningen die de bevolkingsgroei mogelijk maakt. Verder stelt de groei van de gemeente ook eisen aan voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en vrije tijd. Niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Daarbij is het allereerst van belang dat het voorzieningenniveau aansluit bij de behoeften van de huidige en toekomstige inwoners van Rijswijk. Verder dienen voorzieningen – in de gemeente of in buurgemeenten - voor alle Rijswijkers goed bereikbaar te zijn.2 De verhouding tussen het voorzieningenniveau en de verwachte bevolkingsgroei staat hoog op de politieke en bestuurlijke agenda in Rijswijk. De Agenda stadsontwikkeling Rijswijk uit 2022 noemt het achterblijven van het voorzieningenniveau bij de bevolkingsgroei zelfs als belangrijkste knelpunt.3 In deze agenda is daarom een aantal maatregelen geformuleerd om het voorzieningenniveau op peil te houden. Ook in het plan van aanpak voor de nieuwe omgevingsvisie is er aandacht voor dit vraagstuk.

“De grootste inhoudelijke uitdaging is om in de omgevingsvisie integraal antwoord te geven op de vraag ‘hoe houden we de stad Rijswijk leefbaar in de toekomst?’ Met andere woorden: Hoe sturen we met de verdichting en bevolkingsgroei op een prettige, groene stad waar het fijn wonen, werken en verblijven is?”4 Hoewel deze uitdaging in recente beleidsdocumenten aan de orde komt, is de zorg hierover bij de gemeenteraad onverminderd, zo blijkt uit de rondgang van de rekenkamer onder de fracties. Daarom voert de rekenkamer een verkennend onderzoek uit naar dit onderwerp. Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen in hoeverre het voorzieningenbeleid aansluit op de bevolkingsontwikkeling van Rijswijk en daarbij risico’s en kansen voor verbetering te identificeren. Op basis van de bevindingen bepaalt de rekenkamer hoe een eventueel verdiepend onderzoek eruit zal zien.

Vraagstelling Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van de volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe wordt in het beleid van de gemeente Rijswijk geanticipeerd op de groei van de bevolking en hoe zorgt de gemeente ervoor dat voorzieningen op een adequaat niveau blijven ? Omdat dit onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is ervoor gekozen om voorzieningen aan de hand van vier onderzoeksperspectieven in beeld te brengen. Dit wordt verderop nader toegelicht. Per onderzoeksperspectief zijn deelvragen geformuleerd, die in de nota van bevindingen worden beantwoord. De volgende deelvragen zijn geformuleerd: 1 Centraal Bureau voor de Statistiek, Regionale prognose 2023-2050; bevolking, regio-indeling 2021 2 Stadsvisie Rijswijk 2030, p. 9. 3 Gemeente Rijswijk (2022), Agenda Stadsontwikkeling, link 4 Concept Plan van Aanpak Omgevingsvisie, gemeente Rijswijk p. 3.

5.

Beleid 1. Welke visie en welke doelstellingen heeft de gemeente Rijswijk geformuleerd ten aanzien van het voorzieningenniveau in relatie tot de bevolkingsgroei en omvat dit alle opgaven die met de bevolkingsgroei samenhangen? 2. In hoeverre wordt er ten aanzien van het voorzieningenniveau rekening gehouden met andere demografische ontwikkelingen als de veranderende samenstelling van de bevolking (vergrijzing, etc.)? 3. Welke landelijke en regionale kaders zijn van toepassing op de bevolkingsgroei en het voorzieningenniveau in de gemeente Rijswijk? 4. In hoeverre maakt de gemeente gebruik van referentienormen voor (maatschappelijke) voorzieningen bij nieuwe projectontwikkelingen?

Bestuur en samenleving 5. Op welke wijze is de Rijswijkse samenleving betrokken bij het voorzieningenbeleid als onderdeel van de stadsontwikkeling? 6. Op welke wijze stuurt het college op voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling? 7. Hoe heeft de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol vervuld op het gebied van voorzieningen bij de stadsontwikkeling en welke aandachtspunten zijn hierbij voor de toekomst?

Uitvoering en beheer 8. In hoeverre zijn voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling vertaald in uitvoeringsdoelen? 9. Welke maatregelen zijn ingezet of worden beoogd om de doelstellingen te behalen? 10. Welke knelpunten worden in de uitvoering gesignaleerd? 11. Hoe is de monitoring van de uitvoering van de maatregelen en behaalde resultaten ingericht? 12. Hoe wordt in het beleid en uitvoering rekening gehouden met het toekomstig beheer van voorzieningen, ook als de gemeente slechts een faciliterende rol heeft?

Financiën 13. Welke financiële middelen zijn beschikbaar gesteld voor het realiseren van de doelen van voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling en welke aanvullende middelen worden nog nodig geacht? 14. In hoeverre is er een meerjarenstrategie wat betreft de financiering van voorzieningen?

Conceptueel kader Verkennend onderzoek Het doel van dit verkennende onderzoek is tweeledig. Enerzijds moet het een breed perspectief werpen op de wijze waarop Rijswijk in het voorzieningenbeleid anticipeert op de voorziene stadsontwikkeling. Hiervoor wordt breed gekeken naar alle thema’s die raken aan voorzieningen. Uitgangspunt daarbij is dat het verkennend onderzoek zich met name focust op voorzieningen waar ‘breed’ gebruik van wordt gemaakt door de inwoners van Rijswijk – denk onder andere aan de inrichting van de openbare ruimte of voorzieningen op het gebied van cultuur en sport. Anderzijds moet dit verkennend onderzoek ook richting bieden voor vervolgonderzoek. Wij doen dit door te kijken naar vier criteria: beleid, bestuur en samenleving, uitvoering en beheer, en financiën. Met

6.

deze vier criteria toetsen wij de huidige stand van zaken en brengen wij blinde vlekken in kaart. Vervolgonderzoek kan zich daardoor richten op de thema’s waar de grootste kansen en kwetsbaarheden spelen. Het voorzieningenbeleid van de gemeente Rijswijk valt uiteen in een groot aantal projecten en activiteiten. In dit onderzoek worden deze ondergebracht onder vijf inhoudelijke thema’s. De vraagstukken betreffende de voorzieningen binnen elk thema brengen wij in beeld door te kijken naar vier onderzoeksperspectieven, die we verderop nader toelichten. Door middel van deze vier perspectieven toetsen wij de huidige stand van zaken en brengen wij blinde vlekken in kaart. Vervolgonderzoek kan zich daardoor richten op de thema’s waar de grootste kansen en kwetsbaarheden spelen.

Thematische indeling Bij de start van dit rekenkameronderzoek is aanvankelijk de Agenda Stadsontwikkeling (2022) als startpunt gehanteerd om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het voorzieningenbeleid. Naarmate het onderzoek vorderde bleek echter dat de Agenda in de praktijk niet als integraal kader voor het Rijswijkse voorzieningenniveau wordt gehanteerd. Om die reden hebben de onderzoekers een eigen thematische indeling gemaakt om de verschillende bevindingen over het voorzieningenbeleid te clusteren. Deze indeling ziet er als volgt uit: 1. Maatschappelijke voorzieningen: Dit betreft gemeentelijke voorzieningen op het gebied van welzijn, zorg en onderwijshuisvesting. 2. Vrijetijdsbesteding: Hier vallen voorzieningen onder op het gebied van sport en spelen, kunst, cultuur en recreatie. 3. Buitenruimte: Dit betreffen voorzieningen in de openbare ruimte van Rijswijk, denk aan het openbaar groen en voorzieningen op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid en klimaatadaptatie 4. Economie: Denk hierbij aan voorzieningen op het gebied van bedrijvigheid, detailhandel, horeca en toerisme. 5. Gebiedsontwikkeling: Bij dit thema wordt ingegaan op de wijze waarop bij gebiedsontwikkelingen aandacht is voor voorzieningen.

Onderzoeksperspectieven In dit verkennende onderzoek willen we een oordeel vellen over de manier waarop per inhoudelijk thema doelen zijn geformuleerd, uitvoeringsplannen zijn gemaakt en maatregelen worden genomen of voorbereid. We gebruiken hiervoor de onderstaande vier perspectieven als toetsingskader. Bij elk van de inhoudelijke thema’s worden kansen en risico’s vastgesteld. Beleid: Hierbij wordt gekeken naar de Rijswijkse visie en doelstellingen per thema en in hoeverre rekening wordt gehouden met bevolkingsgroei en andere demografische ontwikkelingen. Ook wordt stilgestaan bij relevante landelijke en regionale kaders en het toepassen van referentienormen. Bestuur en samenleving: Dit betreft de wijze waarop door het bestuur (college en raad) wordt gestuurd op voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling, en de manier waarop de samenleving daarbij wordt betrokken.

7.

Uitvoering en beheer: Met dit perspectief wordt de vertaling van beleid naar uitvoeringspraktijk in beeld gebracht: welke maatregelen door de gemeente worden genomen en hoe resultaten worden gemonitord. Financiën: Per inhoudelijk thema wordt tenslotte in beeld gebracht welke financiële middelen beschikbaar zijn gesteld en welke nodig worden geacht. Ook wordt gekeken of hierbij een meerjarenstrategie wordt gehanteerd.

Onderzoek naar voorzieningen door de gemeente zelf Min of meer parallel aan de uitvoering van dit rekenkameronderzoek voert de gemeente Rijswijk zelf ook een inventarisatie van de diverse gemeentelijke voorzieningen uit. Dit mede naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad d.d. 8 november 2022. Dit gemeentelijk onderzoek heeft vier doelen: 1. In beeld brengen welke maatschappelijke voorzieningen waar wanneer nodig zijn; 2. Een strategie ontwikkelen voor de realisatie van voldoende maatschappelijke voorzieningen; 3. In beeld brengen of een meer actieve rol van de gemeente nodig is om die voorzieningen te realiseren en te bemensen; 4. De verhouding tussen vraag en aanbod van voorzieningen meerjarig te monitoren. Het gemeentelijk onderzoek moet volgens de ambtelijke projectopdracht leiden tot een uitwerking van toe te passen normen in het voorzieningenbeleid. Ook moet het onderzoek een advies opleveren over welke voorzieningen waar en wanneer nodig zijn en worden de mogelijkheden om te voldoen aan de behoefte in beeld gebracht.

Bij het bepalen van welke voorzieningen waar en wanneer nodig zijn, wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling binnen wijken en de stad.5 Hoewel de strekking van het gemeentelijk onderzoek en het rekenkameronderzoek deels overeenkomt, is bij de start van het rekenkameronderzoek besproken dat het rekenkameronderzoek niet een inventarisatie van het voorzieningenniveau op zich is, maar voornamelijk een verkenning betreft in hoeverre de gemeente anticipeert op de groei van de bevolking. Door middel van dit onderzoek probeert de rekenkamer een bijdrage te leveren aan de te maken bestuurlijke en ambtelijke afwegingen zodra het gemeentelijk onderzoek is opgeleverd.

Onderzoekswerkzaamheden Op 4 april 2024 heeft het startgesprek voor dit onderzoek plaatsgevonden met de rekenkamer Rijswijk, de onderzoekers van Necker en vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie. Tijdens dit startgesprek is de onderzoeksopzet besproken en is het informatieverzoek met relevante documenten toegelicht. Vervolgens is op 26 april een kennismakingsgesprek gevoerd met de projectleider van het gemeentelijk onderzoek (zie boven). In april – mei zijn relevante documenten die vallen onder de vijf inhoudelijke thema’s geanalyseerd. Vervolgens zijn in mei en juni verdiepende interviews gevoerd met betrokken bestuurlijk portefeuillehouders en ambtenaren. Naast de verdiepende interviews is ook een vijftal groepsgesprekken gevoerd voor dit onderzoek. Deze gesprekken zijn gevoerd met medewerkers die betrokken zijn bij de vijf inhoudelijke thema’s. Gepoogd is om op die manier een dwarsdoorsnede van de ambtelijke organisatie bij het onderzoek te betrekken. Alle onderzoeksresultaten zijn gebundeld in deze rapportage. De conceptversie van de nota van bevindingen is op 5 september 2024 aan de organisatie aangeboden voor ambtelijk wederhoor 5 Gemeente Rijswijk (2023). Interne projectopdracht onderzoek voorzieningenniveau Rijswijk.

8.

(feitenverificatie). De ambtelijke reactie is op 20 september 2024 ontvangen. De feitenverificatie is vervolgens verwerkt, waarna conclusies en aanbevelingen zijn opgesteld. Hierna is de definitieve rapportage, bestaande uit een bestuurlijke nota en nota van bevindingen op 4 oktober 2024 aangeboden aan het college voor een bestuurlijke reactie. De bestuurlijke reactie is op 6 november 2024 ontvangen en vervolgens opgenomen in de bestuurlijke nota. Hierna is de rapportage aangeboden aan de gemeenteraad van Rijswijk.

Leeswijzer Dit rapport bestaat uit een bestuurlijke nota en een nota van bevindingen. In de bestuurlijke nota zijn bovenstaande inleiding op het rapport, de beantwoording van de onderzoeksvragen, de conclusies en aanbevelingen, de bestuurlijke reactie en het nawoord van de rekenkamer opgenomen. De nota van bevindingen bestaat uit zes hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt een algemene inleiding gegeven op de opgaven waar de gemeente Rijswijk voor staat met betrekking tot voorzieningen en de groei van de bevolking. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 tot en met 6 inzicht gegeven in de bevindingen over de vijf inhoudelijke thema’s. In de bijlage is een overzicht van geraadpleegde bronnen opgenomen.

9.

Beantwoording onderzoeksvragen Deelvragen beleid 1. Welke visie en welke doelstellingen heeft de gemeente Rijswijk geformuleerd ten aanzien van het voorzieningenniveau in relatie tot de bevolkingsgroei en omvat dit alle opgaven die met de bevolkingsgroei samenhangen? De gemeente Rijswijk heeft geen eenduidig beleidskader dat als ‘integraal voorzieningenbeleid’ kan worden aangemerkt. De visie en doelstellingen voor diverse voorzieningen zijn verwoord in verschillende beleidsdocumenten per domein, waarin minder of meer concrete doelstellingen zijn opgenomen. Wel wordt in het coalitieakkoord, het collegewerkprogramma en de agenda stadsontwikkeling ingegaan op de diverse opgaven die samenhangen met de bevolkingsgroei. Er zijn geen aanwijzingen dat relevante opgaven worden genegeerd, maar de samenhang tussen deze opgaven is niet altijd duidelijk. 2. In hoeverre wordt er ten aanzien van het voorzieningenniveau rekening gehouden met andere demografische ontwikkelingen als de veranderende samenstelling van de bevolking (vergrijzing, etc.)? Niet alleen de groei van de bevolking maar ook de veranderende samenstelling van de bevolking en ontwikkelingen als vergrijzing, de verschuiving van werken naar wonen, verstedelijking en migratie hebben aandacht in de diverse visie- en beleidsdocumenten van de gemeente Rijswijk. Per beleidsveld is een vertaling gemaakt hoe hiermee wordt omgegaan.

De samenhang hiertussen is zoals benoemd wel een aandachtspunt. 3. Welke landelijke en regionale kaders zijn van toepassing op de bevolkingsgroei en het voorzieningenniveau in de gemeente Rijswijk? Per beleidsveld zijn er diverse landelijke en regionale kaders van toepassing. De gemeente Rijswijk heeft verschillende rollen ten aanzien van voorzieningen: soms is er een wettelijke verplichting om voorzieningen en de kwaliteit daarvan te borgen, in andere gevallen heeft de gemeente een meer toetsende functie en ligt de directe verantwoordelijkheid bij andere organisaties. Een voorbeeld hiervan is huisartsenzorg waarbij de gemeente geen directe rol heeft of kinderdagverblijven waarvoor de gemeente met name een rol heeft op het aspect toezicht en handhaving. 4. In hoeverre maakt de gemeente gebruik van referentienormen voor (maatschappelijke) voorzieningen bij nieuwe projectontwikkelingen? Dit wisselt per beleidsterrein. Er worden in bijvoorbeeld het speeltuinenbeleid concrete referentienormen gehanteerd. Voor veel andere voorzieningen geldt dat er geen concrete referentienormen zijn geformuleerd. Momenteel laat het college onderzoeken welke mogelijkheden het vaker toepassen van referentienormen met zich meebrengt.

Deelvragen bestuur en samenleving 5. Op welke wijze is de Rijswijkse samenleving betrokken bij het voorzieningenbeleid als onderdeel van de stadsontwikkeling?

10.

De mate waarin inwonersparticipatie is toegepast bij het opstellen van beleidskaders of bij de uitvoering van het beleid, wisselt per beleidsterrein. In de totstandkoming van de Omgevingsvisie zijn inwoners het meest zichtbaar betrokken bij afwegingen over de richting de toekomst in de vorm van een participatietraject. Naast het betrekken van inwoners via participatie bij het formuleren van beleid, betrekt de gemeente Rijswijk ook maatschappelijke partners. Voorbeelden zijn het raadplegen van sportverenigingen in het proces richting het opstellen van een gemeentelijke visie voor buitensport en het onderhouden van contact met ondernemers bij de uitvoering van economisch beleid. 6. Op welke wijze stuurt het college op voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling? Uit de documentatie en gevoerde gesprekken komt naar voren dat er geen integrale sturing plaatsvindt op voorzieningen als onderdeel van een bredere stadsontwikkeling. Er is een agenda stadsontwikkeling opgesteld die als kader hiervoor kan worden aangemerkt, maar volgens gesprekken wordt die in de praktijk niet als zodanig wordt gehanteerd. Het college heeft opdracht gegeven tot een inventariserend onderzoek naar het voorzieningenniveau, als eerste stap om een integrale sturing op voorzieningen te realiseren. 7.

Hoe heeft de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol vervuld op het gebied van voorzieningen bij de stadsontwikkeling en welke aandachtspunten zijn hierbij voor de toekomst? De gemeenteraad stelt kaders en controleert met name op planniveau als het gaat om voorzieningen. De integrale kijk op de inrichting van Rijswijk richting de toekomst komt wel aan de orde in de behandeling van de Omgevingsvisie en bij gebiedsontwikkelingen. Op financieel gebied stuurt de gemeenteraad voornamelijk via de P&C-cyclus, met name middels de kadernota en de begroting. Het is voor de raad eenvoudiger om op een specifiek onderwerp aandacht te hebben (zoals bijvoorbeeld huisartsen) dan meer integraal te kijken naar voorzieningen. Over dat laatste kan de raad bijvoorbeeld bij de Omgevingsvisie het debat voeren.

Deelvragen uitvoering en beheer 8. In hoeverre zijn voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling vertaald in uitvoeringsdoelen? Dit verschilt per beleidsterrein. Zoals benoemd kent ieder beleidsterrein een beleidskader met min of meer concrete doelen. Alleen voor sport bestaat dit (nog) niet. Bij de beleidsterreinen welzijn, onderwijs, spelen, retail- en horeca, bedrijvigheid en buitenruimte zijn deze doelen vertaald in uitvoeringsprogramma’s of vergelijkbare sturingsdocumenten. De mate waarin doelen zijn voorzien van indicatoren wisselt ook. Dat laatste heeft ook weer invloed op de mogelijkheid om hierop actief te sturen. Bij het speelterreinenbeleid is dit het meest concreet zichtbaar. Ook zijn er beleidsterreinen met specifieke doelstellingen zonder concreet geformuleerde maatregelen, zoals de uitvoeringsagenda welzijn.

11.

9. Welke maatregelen zijn ingezet of worden beoogd om de doelstellingen te behalen? Per beleidsterrein wordt in verschillende mate middels uitvoeringsprogramma’s gestuurd op de uitvoering van de doelen. Deze uitvoeringsprogramma’s bevatten in wisselende mate concrete maatregelen waarmee de gemeente de beleidsdoelstellingen tracht te behalen. De uitvoeringsagenda Welzijn bevat bijvoorbeeld diverse maatregelen als het erkennen, herkennen en waarderen van mantelzorgers, maar hoe dit precies wordt gedaan is niet benoemd. Bij cultuur bestaat de inzet voornamelijk uit het voeren van gesprekken met organisaties die de gemeente subsidieert. Met name bij voorzieningen in de buitenruimte en bij gebiedsontwikkelingen zijn concrete maatregelen als het periodiek onderhouden van groen en het realiseren van parkeerruimte te identificeren. 10. Welke knelpunten worden in de uitvoering gesignaleerd? In de nota van bevindingen en in de samenvattende tabel is weergegeven wat kansen en risico’s per inhoudelijk thema zijn. Een algemeen knelpunt is de integrale afweging tussen de verschillende beleidsterreinen bij het in stand houden of realiseren van nieuwe voorzieningen. Ook al is de organisatie relatief klein; uit de gesprekken komt sterk het beeld naar voren dat teams elkaar niet goed weten te vinden. Om die reden is de gebiedsontwikkeling Rijswijk Buiten bij een apart programmabureau belegd.

11. Hoe is de monitoring van de uitvoering van de maatregelen en behaalde resultaten ingericht? Over het algemeen is de monitoring vooral binnen de P&C-cyclus ingeregeld en daarin meer financieel (budgettair) dan inhoudelijk (worden doelen behaald?). Dit blijkt mede uit het feit dat sommige indicatoren die in uitvoeringsagenda's worden benoemd, niet terugkomen in de jaarstukken van de gemeente. Een voorbeeld hiervan zijn de indicatoren die zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda welzijn. In andere gevallen worden algemene indicatoren gemonitord (bijvoorbeeld de werkgelegenheid door het team economie), maar geven deze niet altijd een goed beeld van de daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten. Vaak heeft de gemeente in deze gevallen ook geen directe, maar alleen indirecte invloed op de indicatoren. Daarom wordt in de jaarstukken ook voor alle activiteiten van de gemeente (ook op het gebied van voorzieningen) een beschrijving gegeven. 12. Hoe wordt in het beleid en uitvoering rekening gehouden met het toekomstig beheer van voorzieningen, ook als de gemeente slechts een faciliterende rol heeft? De gemeente zet daar wel stappen in – maar de focus ligt met name op het beheer in het hier en nu, minder richting de toekomst (en als het richting de toekomst is kijkt men niet veel verder dan de huidige beleidscyclus van meestal vier jaar).

Deelvragen financiën 13. Welke financiële middelen zijn beschikbaar gesteld voor het realiseren van de doelen van voorzieningen als onderdeel van de stadsontwikkeling en welke aanvullende middelen worden nog nodig geacht?

12.

In de begroting is er niet één post voor voorzieningen. De middelen voor voorzieningen worden gehaald uit verschillende domeinen. Bij gebiedsontwikkelingen stelt de gemeente het realiseren van ruimte voor voorzieningen als randvoorwaarde. In dit geval realiseert de projectontwikkelaar de voorzieningen feitelijk via de middelen die hij genereert door het realiseren van woningen. Uit gesprekken is gebleken dat gezien de huidige financiële situatie er niet voor alle voorzieningen voldoende beschikbare financiële middelen zijn. Enkele voorbeelden waar dit een reële impact heeft op het voorzieningenniveau zijn: 

  

Uitgaven in het kader van de welzijnsnota, subsidies voor welzijnsorganisaties en lokaal preventiebeleid waarop wordt bezuinigd of waarbij het budget niet meegroeit met de bevolkingsgroei; Cultuurvoorzieningen die worden geacht met een gelijkblijvend budget de hele gemeente te bedienen ongeacht de stijging van het aantal inwoners; Het uitvoeren van aanvullende groenambities; Het team economie en gebiedsontwikkeling waarbij de ambtelijke capaciteit (te) krap is voor het uitvoeren van alle in het beleid genoemde maatregelen.

14. In hoeverre is er een meerjarenstrategie wat betreft de financiering van voorzieningen? Momenteel werkt de gemeente aan het opstellen van een Lange Termijn Investeringsplan (LTIP). Dit plan moet ervoor zorgen dat bij alle kapitaalinvesteringen in voorzieningen voldoende begrotingsruimte (in de vorm van kapitaallasten) in de toekomst wordt gereserveerd voor zowel het onderhoud als de vervangingsinvestering op termijn. Met het LTIP kan de gemeente verder vooruit kijken dan momenteel met de programmabegroting. Hierdoor wordt het probleem ondervangen dat doorgaans niet automatisch kapitaallasten worden gereserveerd voor vervangingsinvesteringen. Voor sommige onderdelen, zoals investeringen in schoolgebouwen, wordt in de programmabegroting wel voor de komende vier jaar vooruitgekeken en worden geplande uitgaven in de begroting opgenomen. Dit gebeurt enkel voor de beleidsdomeinen waarbij investeringen voor de komende jaren inzichtelijk zijn en voor een langere termijn zijn vastgelegd. In de praktijk is dit het geval bij onderwijshuisvesting en bij speelterreinen. Voor andere onderdelen, zoals investeringen in sportvoorzieningen, geldt dat het gaat om op zichzelf staande besluitvorming.

13.

Conclusies en aanbevelingen Conclusies 1. Er is beperkt tot geen integraal afwegingskader voor voorzieningen in relatie tot bevolkingsgroei. Momenteel bestaat er geen integrale aanpak of centraal afwegingskader dat wordt gebruikt om te beoordelen hoe voorzieningenniveau zich verhoudt tot de bevolkingsgroei. Er is een agenda stadsontwikkeling, waarin op hoofdlijnen wordt gekeken welke uitdagingen de bevolkingsgroei met zich meebrengt, maar ambtelijk en bestuurlijk speelt deze geen belangrijke rol bij de realisatie van nieuwe voorzieningen. Ook in de bestuurlijke en ambtelijke aansturing is er geen centrale aanpak waaraan een brede afweging over voorzieningen in relatie tot bevolkingsgroei ten grondslag ligt. 2. De samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen op het gebied van voorzieningen behoeft meer aandacht. De aandacht voor het voorzieningenniveau is er niet slechts binnen de muren van beleidsdomeinen. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt er namelijk vanuit diverse beleidsdomeinen meegekeken en de vraag gesteld of het type voorzieningen waar zij zich mee bezighouden ook een plek moet krijgen. Desondanks is er geen centrale afweging die de kaders schept voor het type voorzieningen dat in een nieuwe gebiedsontwikkeling moet landen. Ook voor de bestaande stad ontbreekt momenteel een dergelijke afweging.

Bovendien sluit de aanpak op het gebied van voorzieningen binnen diverse inhoudelijke beleidsdomeinen niet altijd op elkaar aan, terwijl er vaak wel een samenhang is tussen deze domeinen. Voor de gebiedsontwikkeling RijswijkBuiten is een aparte werkorganisatie opgericht. Verschillende beleidsdomeinen worden niet vanaf de start betrokken bij gebiedsontwikkelingen in het gebied RijswijkBuiten, waardoor het in sommige gevallen lang duurt voordat de realisatie van specifieke voorzieningen op gang komt. 3. Het ontbreekt voor de meeste typen voorzieningen aan concrete normen die inzicht geven of het aantal voorzieningen toereikend is. Bijna alle beleidsdomeinen hebben een beleidskader waarin de vraag wordt gesteld welke voorzieningen de stad nodig heeft. In de meeste beleidskaders staat de bevolkingsgroei genoemd als thema waarmee de gemeente rekening houdt. Slechts in enkele gevallen bestaat er inzicht in het voorzieningenniveau in relatie tot de huidige en toekomstige grootte van de stad. Een voorbeeld hiervan is het speelbeleid: in het beleid is vastgelegd dat het aantal speelplaatsen op peil blijft bij groei van de stad. Voor de overige beleidsdomeinen wordt wel rekening gehouden met de groei van de stad, maar zijn er geen cijfermatige normen op basis waarvan het voorzieningenniveau kan worden beoordeeld.

In enkele gevallen (zoals bij cultuur) is de groei van de stad in het geheel niet meegenomen in het beleid. 4. Wegens gebrek aan een centraal afwegingskader focust de raad vooral op specifieke (typen) voorzieningen, waarbij de discussie tussen college en raad vaak gaat over de rol van de gemeente. De raad heeft een aantal keer vragen gesteld over specifieke typen voorzieningen. Het aantal huisartsen is hiervan een goed voorbeeld. De raad is niet in positie gebracht om een integrale afweging te maken over het voorzieningenniveau, en heeft zichzelf ook niet in deze positie gebracht. Dit leidt

14.

ertoe dat aandacht van de raad zich vooral beperkt tot op zichzelf staande, actuele gevallen. In deze gevallen gaat het gesprek tussen college en raad met name over de rol die de gemeente kan innemen. Een onderwerp dat in de afgelopen periode leidde tot discussie over de rol van de gemeente was het tekort aan huisartsenzorg in Rijswijk. Hieruit blijkt dat het college en de raad niet altijd een eenduidig beeld hebben over de rol die de gemeente kan vervullen bij de realisatie van voorzieningen waarvoor zij geen directe (wettelijke) verantwoordelijkheid heeft. 5. Maatschappelijke partners zijn duidelijk betrokken bij het gesprek over de voorzieningen die voor hen relevant zijn. Inwoners worden voornamelijk betrokken op projectniveau. Het is lastig om hen op meer overkoepelend niveau te betrekken bij de groei van de stad. Bij het opstellen en uitvoeren van beleid worden in de meeste beleidsdomeinen de maatschappelijke partners nadrukkelijk betrokken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de sportverenigingen in het sportbeleid, scholen in het onderwijsbeleid, welzijnsorganisaties in het welzijnsbeleid en ondernemers in het economiebeleid. Bij de totstandkoming van de omgevingsvisie wordt nadrukkelijk geprobeerd om inwoners goed mee te nemen.

Voor inwoners geldt dat zij vooral betrokken zijn bij specifieke ruimtelijke ontwikkelingen en dat het lastig is om hen op meer overkoepelend niveau mee te nemen in de bestuurlijke keuzes bij de groei van de stad. Dit laatste is vergelijkbaar met ervaringen in andere gemeenten met inwonersparticipatie bij dit soort onderwerpen. 6. Met gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders zijn instrumenten ontwikkeld om een bestuurlijke afweging over ruimtegebruik te maken. De keuze voor voorzieningen heeft hierin nog geen afgebakende plek. De ruimte in Rijswijk is schaars en vraagt in alle gevallen om politieke keuzes. De ontwikkeling van gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders zorgt ervoor dat deze politieke belangenafweging kan worden geëxpliciteerd. De keuze voor voorzieningen heeft hierin momenteel slechts beperkt een plek. Enkele typen voorzieningen worden genoemd, maar dit zijn vooral de voorzieningen die doorgaans toch al op aandacht vanuit het ruimtelijk domein kunnen rekenen, bijvoorbeeld parkeervoorzieningen. Andere voorzieningen zoals onderwijs, cultuur en economie worden hierin niet meegenomen. 7. Voor een aantal voorzieningen bestaat een financiële meerjarenstrategie. Doordat het LTIP nog niet is afgerond, reikt deze vaak niet verder dan deze collegeperiode. Voor de meeste voorzieningen bestaat enige vorm van een financiële meerjarenstrategie.

Dit betekent dat er in de meerjarenbegroting voor een langere termijn geld gereserveerd is voor de uitvoering van het beleid rond deze voorzieningen. Kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen zijn vaak niet automatisch gereserveerd. Met het LTIP kan hier verandering in komen. Voor voorzieningen in de buitenruimte wordt de meerjarenstrategie vormgegeven via kapitaalgoederennota’s. Voor voorzieningen die afhankelijk zijn van subsidies (cultuur en welzijn) bestaat de meerjarenstrategie vooral in de keuze om bestaande budgetten niet te indexeren. De inhoudelijke afweging op strategisch niveau is hierbij niet in alle gevallen gemaakt.

Aanbevelingen 1. Aanbeveling aan het college: expliciteer welk niveau van voorzieningen wenselijk is bij de groei van de stad. Leg dit voor aan de raad zodat deze dit kan gebruiken om gebiedsontwikkelingen te toetsen.

15.

De raad heeft tot nu toe geen integrale afweging gemaakt over hoe in het voorzieningenbeleid moet worden geanticipeerd op de groei van de stad. Leg daarom als college aan de raad een voorstel voor met daarin het gewenste voorzieningenniveau op lange termijn. Referentienormen kunnen daarbij helpen omdat Rijswijk hiermee kwantitatief maakt welk voorzieningenniveau gewenst is. Deze referentienormen worden al gehanteerd bij het domein spelen en kunnen worden uitgebreid naar andere beleidsdomeinen. Het onderzoek dat het college momenteel laat uitvoeren zal daar naar verwachting bouwstenen voor leveren. Deze referentienormen moeten niet in beton worden gegoten, maar als leidraad worden gehanteerd. Voor voorzieningen met een groot verzorgingsgebied kan bijvoorbeeld een referentienorm worden geformuleerd die eenvoudig getoetst kan worden bij nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt voorkomen dat bij ieder woningbouwproject moet worden onderzocht of het bestaande zwembad of de bestaande bibliotheek nog voldoet. Mits goed gemotiveerd kan het college aan de raad voorstellen om in voorkomende gevallen van de referentienormen af te wijken. 2. Aanbeveling aan het college: maak expliciet op welke wijze u de raad wilt betrekken bij het integraal sturen op het voorzieningenniveau.

Een van de conclusies luidt dat de sturing van de raad vaak plaatsvindt op het niveau van specifieke projecten of typen voorzieningen. Leg daarom aan de raad een voorstel voor om de raad in het vervolg te voorzien van specifieke informatie en keuzemomenten waardoor de raad op een integraal niveau de sturing in het voorzieningenniveau kan vormgeven. Hierin komt naar voren: - Op welke momenten de raad wordt betrokken bij keuzes over het voorzieningenniveau - Wat de status is van de in te voeren referentienormen en wat het voorstel van het college aan de raad is over de onderlinge rolverdeling bij het maken van keuzes over deze referentienormen (zowel bij herzieningen van de norm als bij het in voorkomende gevallen afwijken van de norm). 3. Aanbeveling aan het college: neem de aandachtspunten uit dit onderzoek expliciet mee in het vormgeven van de integrale sturing over het voorzieningenniveau. Uit dit onderzoek komen verschillende kansen, risico’s en aandachtspunten naar voren. In de nota van bevindingen zijn deze geclusterd binnen vijf inhoudelijke thema’s: maatschappelijke voorzieningen, vrijetijdsbesteding, buitenruimte, economie en gebiedsontwikkeling. De Rekenkamer heeft deze hieronder vertaald naar de vijf belangrijkste aandachtspunten die het college kan adresseren: 1.

Voor meer typen voorzieningen expliciete afwegingen maken bij ruimtelijke ontwikkelingen: Het streven om een integrale afweging te maken over voorzieningen in de buitenruimte en bij gebiedsontwikkelingen functioneert in de praktijk nog beperkt. De aandacht bij deze ontwikkelingen gaat momenteel vooral uit naar het realiseren van woningen en de ruimtelijke inrichting (denk aan wegen, openbaar groen en dergelijke). Hoewel dit gegeven de aard van deze ontwikkelingen begrijpelijk is, kan de aandacht voor maatschappelijke en economische voorzieningen hierdoor ondersneeuwen. Heb hier aandacht voor door actief verbinding te zoeken tussen de verschillende beleidsvelden en afwegingen over diverse typen voorzieningen een expliciet onderdeel van het ontwikkelproces te maken. Het opstellen van referentienormen is een goed startpunt om dit vorm te geven. 2. Afwegingen over wonen en werken: Een bijzonder aandachtspunt voor gebiedsontwikkeling zijn de afwegingen met betrekking tot wonen en werken. Momenteel is er (ook politiek) voornamelijk aandacht voor het realiseren van voldoende woningen. Er is een betere koppeling

16.

nodig tussen ondernemers en projectontwikkelaars, waarbij de teams die zich ambtelijk bezighouden met economische zaken en met gebiedsontwikkelingen een sleutelrol spelen. Op deze manier kan geborgd worden dat de gerealiseerde bedrijfsruimten voldoende aansluiten bij de wensen van ondernemers. 3. Monitoring van doelbereik op basis van output of outcome: De gemeente voert momenteel onderzoek uit naar de mogelijkheid om meer referentienormen toe te passen in het voorzieningenbeleid. De Rekenkamer ziet zeker kansen om met deze referentienormen (bijvoorbeeld op het gebied van werkbestemmingen) een betere verdeling van typen voorzieningen te creëren. De Rekenkamer geeft het college daarbij mee om naast de aandacht voor output (wat wordt er opgeleverd om een doel te bereiken?) vooral aandacht te hebben voor outcome (welke effecten heeft de gepleegde inzet om een doel te bereiken?). Het risico bestaat namelijk dat monitoring op basis van referentienormen zich vooral focust op de inzet van middelen en de uiteindelijke doelen (het gewenste voorzieningenniveau in relatie tot de bredere stadsontwikkeling) uit het oog verliest. 4.

Keuzes over voorzieningen in relatie tot capaciteit en (financiële) middelen: Net als veel andere gemeenten heeft Rijswijk te maken met vraagstukken omtrent financiële ruimte en ambtelijke capaciteit, ten dele vanwege landelijke ontwikkelingen op het gebied van gemeentefinanciën en werving/binding van medewerkers. De gemeente kan zichzelf ambitieuze doelen stellen op het gebied van voorzieningen, maar er vervolgens tegenaan lopen dat er te weinig capaciteit of middelen zijn om die doelen te realiseren. Wees daarom scherp op de bewegingsruimte die de gemeente heeft en erken de noodzaak om te prioriteren: niet alles kan en niet alles kan tegelijkertijd. Het college kan de raad bij het bepalen van prioriteiten helpen om inzichtelijk te krijgen wat er op het gebied van financiën en capaciteit wel en niet mogelijk is en welke keuzes daarin te maken zijn. 5. Keuzes over voorzieningen in relatie tot de invloedssfeer van de gemeente: Richt je als gemeente op wat je wel kunt doen binnen jouw invloedssfeer en wat niet. De discussie tussen college en raad gaat in sommige gevallen over de precieze rol die de gemeente kan spelen. Bij een groot aantal type voorzieningen kan de gemeente niet zelfstandig kiezen voor uitbreiding of realisatie van een nieuwe voorziening. Het is daarom belangrijk dat het college richting de raad per type voorziening expliciteert welke rol zij wil spelen.

Hierin kan ook duidelijk worden wat de gemeente kan doen bij voorzieningen die wettelijk niet haar directe verantwoordelijkheid zijn, maar waar zij in indirecte zin wel invloed op kan uitoefenen. 4. Aanbeveling aan het college: koppel de uitvoering van deze aanbevelingen aan de geplande acties naar aanleiding van het gemeentelijk onderzoek en rapporteer aan de raad binnen een jaar over de voortgang. Gelijktijdig met dit rekenkameronderzoek laat het college een onderzoek uitvoeren naar het voorzieningenniveau in Rijswijk. Dit onderzoek moet leiden tot een uitwerking van referentienormen voor het voorzieningenbeleid. Ook moet het onderzoek een advies opleveren over welke voorzieningen waar en wanneer nodig zijn. Deel de onderzoeksresultaten na afronding van dit onderzoek met de raad en agendeer een bespreking van de resultaten met college en raad. Vraag de raad om aandachtspunten te formuleren voor het vervolg, bijvoorbeeld als het gaat om de toepassing van referentienormen bij bepaalde typen voorzieningen. Vertaal de raadsprioriteiten in een passende aanpak. 5. Aanbeveling aan de raad: focus op de belangrijkste prioriteiten in een meerjarige aanpak. De raad heeft momenteel voornamelijk aandacht voor specifieke voorzieningen, waarmee gereageerd wordt op actuele ontwikkelingen en specifieke vraagstukken. De raad onderbenut daarmee haar

17.

kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van het voorzieningenbeleid. De raad kan die rol veel effectiever inzetten bij een integrale afweging over het voorzieningenniveau in Rijswijk (zie ook aanbeveling 1). Dat betekent niet dat de raad specifieke gevallen of actuele ontwikkelingen niet door middel van vragen, amendementen of moties moet adresseren. De aandacht van de raad zou echter vooral moeten uitgaan naar wat voor de raad de belangrijkste, meerjarige prioriteiten zijn ten aanzien van voorzieningen en vanuit die prioriteiten het gevoerde beleid volgen, toetsen en waar nodig bijsturen. Bespreek daarom als raad - bij het vaststellen van de referentienormen - wat de belangrijkste inhoudelijke prioriteiten van de raad zijn op het gebied van voorzieningen in relatie tot bevolkingsgroei. Probeer u daarbij te beperken, bijvoorbeeld tot een vier- of vijftal prioriteiten. De kansen, risico’s en aandachtspunten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen kunnen daarbij behulpzaam zijn. Afwegingen en integrale keuzes over het voorzieningenbeleid zijn niet beperkt tot één bestuursperiode. Probeer bij het bepalen van prioriteiten verder te kijken dan de ontwikkelingen in de huidige bestuursperiode. Bepaal tenslotte wat de raad van het college nodig heeft om voldoende in positie te worden gebracht om een integrale afweging te maken over voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=4c4830f4-438f-4101-94fa-c693e6a6f2fc