Bijlage E Aanmeldingsnotitie Campus At the Park
Tekst van het document
08-11-2023
Aanmeldingsnotitie Campus At the Park
Versie: 3 Auteur: Sam van Leeuwen Gecontroleerd door: Mariska Everts
1
Inleiding
In het gebied Kessler Park in Rijswijk bestaat het voornemen om enkele voormalige kantoorgebouwen te transformeren tot een campusomgeving met hoofdzakelijk woningbouw en lichte (campus gerelateerde) bedrijvigheid. Het gaat hierbij om de projecten ‘At The Park’ en ‘HERE At the Park’, waarvoor gezamenlijk een bestemmingsplan wordt voorbereid met de werktitel ‘Kessler Park’. In figuur 1.1 is de geografische ligging van het voornemen weergeven.
Figuur 1.1 | geografische ligging van het plangebied voor At The Park (rood omkaderd)
De bouw van het voornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van dit bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage1 nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de benodigde informatie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 2), de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).
1
Milieueffectrapportage wordt afgekort als m.e.r. als het om de procedure gaat en als MER als het om het rapport gaat.
Sweco
De Holle Bilt 22
Sweco Nederland B.V.
T +31 (0) 88 811 6600
NL 3732 HM De Bilt
Handelsregister 30129769
www.sweco.nl
Netherlands
Statutair gevestigd te De Bilt
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
1/20
2
Voornemen
Het Kessler Park is een kantoren- en bedrijvenlocatie waar grote kantoren lang leegstaan. In 2018 vertrok Shell Global Solutions International B.V. (hierna: Shell), waardoor er 87.000 m2 BVO leegstand bijkwam. De initiatiefnemers zijn voornemens het voormalige vastgoedcomplex van Shell te ontwikkelen tot een prettige plek om te werken, wonen en verblijven.
28-07-2023 Versie C2
De gemeente Rijswijk is akkoord gegaan met dit idee en legt de lat nog hoger. Het Kessler Park wordt een bruisend stedelijk woon-werkgebied naast het station. Hiervoor worden woningen toegevoegd en de openbare ruimte verbeterd. Het gebied wordt hierdoor aantrekkelijk voor bedrijven, onderwijsinstellingen en inwoners. De leegstaande panden worden gesloopt of er komen woningen of kleine kantorenpanden in. Dit wordt gedaan door twee initiatiefnemers. Ontwikkelgebied 1 Een deel van het ontwikkelgebied 1 wordt ingenomen door de bedrijfsruimte van TNO. Een deel van het gebouw blijft in gebruik door TNO. Een ander deel van het gebouw wordt ingericht met semiopenbare voorzieningen zoals een restaurant. In de noordoostelijke hoek van het plangebied wordt een woontoren ontwikkeld. Ten zuidoosten van de woontoren komen twee gebouwen, die parallel lopen aan de Volmerlaan. Ten zuidoosten van die twee woongebouwen, worden nog vier verschillende gebouwen gerealiseerd. Ook komt er een paviljoen, waar een mix van wonen en werken wordt beoogd. In vrijwel alle gebouwen die de initiatiefnemer realiseert, wordt de woonfunctie gecombineerd met commerciële voorzieningen. Tevens wordt één van de gebouwen ingericht met werkruimtes. In totaal is de initiatiefnemer voornemens 1370 wooneenheden te realiseren.
Ontwikkelgebied 2 Het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt ontwikkeld onder de projectnaam 'HERE At The Park'. Het onderhavige project betreft de realisatie van studio's, tweekamer-, driekamer- en vierkamerappartementen. In totaal is er sprake van maximaal 530 woningen. In de plint van de woongebouwen komt een fietsenstalling en worden er voorzieningen beoogd waar men kan ontmoeten, werken en recreëren. Op het gebied van TNO worden geen werkzaamheden voorzien. In figuur 2.1 zijn de twee verschillende deelgebieden opgenomen.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
2/20
28-07-2023 Versie C2
Figuur 2.1 | Verbeelding Kessler Park met daarin de deelgebieden aangegeven.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
3/20
3
Toets aan het Besluit m.e.r.
28-07-2023 Versie C2
3.1
Welke m.e.r.-procedure is van toepassing
Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r., geldt de zogenoemde m.e.r.plicht voor besluiten genoemd in kolom 4. Activiteiten in bijlage C worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in bijlage D van het Besluit m.e.r., geldt voor een ‘besluit’ genoemd in kolom 4, de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor activiteiten in bijlage D geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling valt te scharen onder activiteit D11.2: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de wijziging van het voornemen worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden.
Aangezien het planvoornemen met een oppervlakte van 7,2 ha, 1.807 woningen en een bruto vloeroppervlakte van 100.024 m2 onder de indicatieve drempelwaarde uit kolom twee blijft, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen m.e.r.- plicht. Tabel 3.1: Activiteit D11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 13-04-2023)
D 11.2
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
•
1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer,
•
2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of
•
3°. een brutovloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
4/20
3.2
Te volgen procedure
Met deze aanmeldingsnotitie verzoeken de initiatiefnemers de gemeente Rijswijk om te beoordelen of een m.e.r. nodig is (conform artikel 7.16 Wet milieubeheer). In deze aanmeldingsnotitie is de benodigde informatie opgenomen die voor deze beoordeling nodig is. De vormvrije m.e.r.beoordelingsbeslissing wordt opgenomen in het ontwerp van het moederbesluit of -plan (in dit geval het bestemmingsplan).
28-07-2023 Versie C2
Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na ontvangst van de mededeling en deze aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing2. Het besluit wordt niet apart gepubliceerd in de Staatscourant3. Op het ontwerp van het bestemmingsplan is inspraak mogelijk. De vormvrije m.e.r.-beoordeling staat daarmee in die procedure open voor reacties: in de zienswijzen kan ook worden ingegaan op de vormvrije m.e.r.-beoordeling en de beslissing dat het bevoegd gezag daarover heeft genomen.
3.3
Doel van de aanmeldingsnotitie
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn:
Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen.
Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r.-(beoordeling) nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a. Omvang van het project b. Cumulatie met andere projecten c. Gebruik natuurlijke hulpbronnen d. Productie afvalstoffen e. Verontreiniging en hinder f. Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering 2
Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.-beoordelingsbeslissing. 3 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
5/20
g. Risico’s voor de menselijke gezondheid 2. Plaats van de activiteit a. Bestaand grondgebruik b. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c. Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden
28-07-2023 Versie C2
3. Kenmerken van het potentiële effect a. De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect b. De aard van het effect c. Grensoverschrijdend karakter d. Intensiteit en complexiteit effect e. Waarschijnlijkheid effect f. Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid effect g. De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h. De mogelijkheid om effecten doeltreffend te verminderen In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er sprake is van mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
6/20
KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken.
28-07-2023 Versie C2
Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland.
Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
7/20
4
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
28-07-2023 Versie C2
1. Kenmerken van het project
Kessler Park Rijswijk Het planvoornemen heeft een oppervlakte van 7,2 ha, 1.807 woningen en een bruto vloeroppervlakte van 100.024 m2.
Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)
De onderhavige ontwikkeling valt te scharen onder activiteit D11.2: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De grenswaarden die voor deze activiteiten worden gehanteerd zijn: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een brutovloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het voornemen blijft onder de grenswaarden, er is dus sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Cumulatie met andere projecten
Het plan bestaat uit twee ontwikkelingen: HERE At the Park en At The Park (zie figuur 2.1). Op het gebied van TNO worden geen werkzaamheden voorzien. In deze aanmeldingsnotitie worden de effecten van Visseringslaan 26 en At The Park cumulatief meegenomen.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen4
In de aanlegfase van het voornemen zal er sprake zijn van gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Dit betreft voornamelijk bouwmaterialen voor het aanleggen van de gebouwen en de buitenomgeving. In de duurzaamheidsvisie wordt beschreven dat er zo efficiënt mogelijk met natuurlijke hulpbronnen om wordt gegaan. Er zal gewerkt worden volgens het ‘carbon based design’ principe. Dit principe volgt drie stappen: 1. preventie (niet bouwen), 2. waardebehoud (anders bouwen, hergebruikt bouwen), 3. Waardecreatie (biobased bouwen, low carbon bouwen). Op deze manier worden zo weinig als mogelijk afvalstoffen geproduceerd en natuurlijke hulpbronnen gebruikt. Het plangebied bestaat in de huidige situatie voornamelijk uit gebouwen, met kleine stukken groen waar bomen staan. Deze laatste zullen behouden blijven met het planvoornemen.
Productie afvalstoffen5
In de aanlegfase van het voornemen zal er sprake zijn van de productie van afvalstoffen. Dit bestaat voornamelijk uit bouwafval. Dit zal volgens de Nederlandse wet- en regelgeving worden verwerkt. Afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase betreffen onder andere huishoudelijk afval en afval van de commerciële of maatschappelijke functies. Dit wordt volgens de gemeentelijke
4
Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op, of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 5 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
8/20
voorschriften afgevoerd. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging en hinder
28-07-2023 Versie C2
Verontreiniging aanlegfase Tijdens de bouw kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden tijdelijk een beperkte en lokale verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Bodem(water)verontreiniging RSK (2019) heeft een bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat ter plaatse van het ketelhuis mogelijk sprake is van een sterke restverontreiniging met minerale olie, die niet in beeld is gebracht vanwege de aanwezige betonvloer. Ook is er een sterke verontreiniging met PCB aanwezig in het grondwater over een oppervlakte van circa 825 m2. Tot en met 2018 is het grondwater periodiek bemonsterd en geanalyseerd op minerale olie of PCB. Uit de resultaten is gebleken dat de verontreinigingen zich niet verspreiden. Effecten als gevolg van bodem(water)verontreiniging worden besproken in paragraaf ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Verontreiniging: luchtkwaliteit Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer (aan- en afvoer van materiaal en materieel) en de werkzaamheden mogelijk een tijdelijke en beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Ook in de gebruiksfase kan, door de toename van het verkeer, een beperkte verslechtering optreden van de luchtkwaliteit. RIVM (2020) meet de luchtkwaliteit in Nederland In onderstaande tabel zijn de gegevens van belangrijke indicatoren (NO2, PM10, PM2,5) voor de luchtkwaliteit opgenomen (InfoMil, z.d.).
Hierin is te zien dat de waarde van luchtkwaliteit onder de grenswaarden ligt, maar wel boven de WHO-advieswaarde. Volgens luchtmeetnet (2023) vallen de werkelijke waarden die zijn weergegeven onder de categorie ‘goed’. Stof
WHO advieswaarde
Grenswaarde (jaargemiddelde)
Werkelijke waarde (jaargemiddelde 2023)
NO2
10 µg/m3
40 µg/m3
21,1 µg/m3
PM10
15 µg/m3
40 µg/m3
16,8 µg/m3
PM2,5
5 µg/m3
25 µg/m3
8,7 µg/m3
Voor het planvoornemen is sprake van een toename van ’niet in betekende mate’ volgens de zogenaamde NIBM-tool. Hieruit blijkt, gebaseerd op de verkeersgeneratie, dat het project onder de 3%-norm blijft. Rekening houdend met de huidige waarden fijnstof en NIBM, worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema luchtkwaliteit. Hinder aanlegfase Tijdens de aanleg kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden lokaal een beperkte verkeershinder en geluidhinder optreden. Hinder: geluid De geluidbelasting op de omgeving kan toenemen door de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen en door de bouw van de woontoren. In de huidige situatie is de
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
9/20
geluidsituatie grotendeels tamelijk slecht (zie onderstaande figuur (RIVM, 2020)). De grootste geluidsbronnen betreffen de A4, de spoorweg, de Volmerlaan en de Sir Winston Churchilllaan.
28-07-2023 Versie C2
Effecten met betrekking tot het thema geluid worden besproken onder paragraaf ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ Hinder door verkeer aantrekkende werking De wegen rondom het planvoornemen zijn in de huidige situatie hoog belast. Door een toename in het aantal verkeersbewegingen kan de belasting toenemen. Effecten met betrekking tot het thema geluid worden besproken onder paragraaf ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ Hinder: wind Het inpassen van de nieuwbouw zal leiden tot een wijziging van het lokale windklimaat. Dit kan zorgen voor een situatie die als onprettig of gevaarlijk wordt ervaren. Actiflow (2023) heeft onderzocht op welke locaties doorlopen, slenteren of lang zitten als goed of slecht zullen worden ervaren. De resultaten hiervan zijn opgenomen in de onderstaande afbeeldingen.
Beoordeling activiteit doorlopen
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
10/20
28-07-2023 Versie C2
Beoordeling activiteit slenteren
Beoordeling activiteit lang zitten
Uit het onderzoek van Actiflow (2023) blijkt dat rondom de projectlocatie variërende windcondities heersen die voornamelijk gekenmerkt worden windklasse A t/m C en zeer minimaal klasse D. Klasse A en B zijn voor alle activiteiten geschikt, klasse C biedt een comfortabel klimaat om te lopen en te slenteren. De locaties waar klasse D voorkomt zijn alleen geschikt om door heen te lopen, maar kennen vanwege hun omvang rondom de beschouwde nieuwbouw geen belemmering in het gebruik van de buitenruimte. Ook zijn er geen plekken waar windgevaar wordt waargenomen. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat deze zones in de bestaande situatie reeds optreden en dat maatregelen aan de hier beschouwde nieuwbouw geen relevant effect zullen hebben op het reduceren van windhinder in deze zones. Er worden daarom geen nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema windhinder. Hinder als gevolg van schaduwwerking Als gevolg van het planvoornemen kan de bezonning op de omgeving afnemen. LBP sight (2023) heeft onderzoek gedaan naar de effecten hiervan. De resultaten hiervan worden besproken onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering
Effecten met betrekking tot externe veiligheid In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichtingen zijn een gasontvangststation van de Gasunie en gasdrukregelstation van Stedin aan de Lange Kleiweg 3, op circa 420 meter van het plangebied.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
11/20
Het gasontvangststation van de Gasunie (met kenmerk W282) heeft geen PR10-6 contour. De ligging van het gasvoerende deel van het station ligt ondergronds. Het gasdrukregelstation van Stedin (met kenmerk 8501) heeft een PR10-6 contour van 15 meter. Het gasvoerende deel van het station ligt semi ondergronds. Het plangebied ligt op circa 355 meter van de A4. De A4 is opgenomen in het Basisnet. Ter plaatse van het dichtstbijzijnde wegvak (wegvak Z9) is het PR-plafond 0 meter en het GRplafond 9 meter. Er is geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig. De vervoershoeveelheid is 1.000 tankauto’s per jaar. Het plangebied ligt ruim buiten het PR- en GR-plafond.
28-07-2023 Versie C2
De dichtstbijzijnde relevante buisleiding betreft een leiding van de Gasunie (kenmerk W-514-07), op circa 420 meter van het plangebied. De buisleiding volgt een tracé vanuit het zuidoosten en eindigt bij het gasontvangststation aan de Lange Kleiweg 3. Het plaatsgebonden risico mag niet verder dan 5 meter uit het hart van de buisleiding liggen. De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting, transportroute of buisleiding. Belangrijk nadelige effecten kunnen daarom uitgesloten worden. Wel zijn er risicovolle bronnen aanwezig. Het gaat om enkele transportroutes voor gevaarlijke stoffen (A14 en twee gemeentelijke wegen), een buisleiding met ontvangststation en gasdrukregelstation en een inrichting van TNO. De effecten van het planvoornemen worden beschreven in paragraaf ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Effecten met betrekking tot klimaatverandering Effecten met betrekking tot klimaatverandering kunnen bestaan uit wateroverlast, droogtestress of het stedelijk hitte eiland effect. In de huidige situatie is er volgens klimaateffectatlas na een hevige regenbui die eens in de 100 jaar voorkomt (70mm/2 uur) een waterdiepte van ongeveer 20 cm. Dit komt doordat het plangebied in de huidige situatie deels verhard is en er onvoldoende afwatering mogelijk is in de omgeving.
Als gevolg van verharding kan de hinder door water toenemen.
Daarnaast is er in het plangebied ook een redelijk hoge mate van hittestress. Het stedelijk hitte eiland effect heeft een verwarmend effect tussen de 1,0 en 1,8 graden Celsius ten
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
12/20
opzichte van omliggende landelijke gebieden (Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2017), zie de volgende figuur.
28-07-2023 Versie C2
De effecten van met betrekking tot klimaatverandering van het planvoornemen worden beschreven in paragraaf ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Risico op de menselijke gezondheid
Risico’s op de menselijke gezondheid kunnen optreden als gevolg van een verslechtering van de luchtkwaliteit, een toename van de geluidemissie of door risico’s met het werken met gevaarlijke stoffen. Deze aspecten worden meegenomen in de betreffende thema’s.
2. Plaats van het project Bestaande grondgebruik
Het Kessler Park is een kantoren- en bedrijvenlocatie waar al geruime tijd grote panden leeg staan. Vooral sinds het vertrek van Shell in 2018 is het gebied in verval geraakt.
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Op het onbebouwde deel van het plangebied staan bomen. Aan de westzijde is een korte, enkeldiepe watergang aanwezig zonder enige begroeiing van water- en oeverplanten.
Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
Beschermde gebieden Op ongeveer 7 km afstand liggen de stikstofgevoelige Natura2000 gebieden ‘Westduinpark & Wapendal’ en ‘Meijendel & Berkheide’. Het dichtstbijzijnde stiltegebied ligt op circa 5 km afstand van het plangebied. Op ongeveer 600 meter ten noordwesten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde gebied van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt buiten de verstoringsafstand (van maximaal enkele honderden meters) van verstoringsgevoelige dieren voor beweging, geluid, trilling en licht. Directe effecten op beschermde gebieden als gevolg van het planvoornemen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Wel kunnen er indirecte gevolgen optreden als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Uit een AERIUS berekening van LBP Sights (2023) blijkt dat de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar betreft. Belangrijk negatief nadelige effecten op beschermde gebieden kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. Soortenbescherming Zoals onder ‘Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied’ besproken zijn er habitatten aanwezig waar potentieel (beschermde) soorten voor
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
13/20
kunnen komen. De beoogde activiteit kan biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. Potentiële effecten op soorten wordt beschreven in paragraaf ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’.
28-07-2023 Versie C2
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Volgens de cultuurhistorische atlas van Zuid-Holland bevinden zich binnen en in de directe omgeving van het plangebied geen cultuurhistorische structuren of objecten of landschappelijk waardevolle gebieden waar rekening mee gehouden dient te worden. Archeologie Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het grootste deel van het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting voor het aantreffen van resten uit het Neolithicum en een lage verwachting voor het aantreffen van resten uit de Bornstijd – IJzertijd. Tenslotte geldt voor een zone in het noorden van het plangebied geen archeologische verwachting. Hier is geen archeologisch onderzoek nodig. De potentiële effecten van het project op archeologische waarden wordt besproken in paragraaf ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Woongebieden Het plangebied bevindt zich in een dichtbevolkt gebied. Hier kunnen effecten op ontstaan door bijvoorbeeld een toename in de verkeersbewegingen, een verslechtering van de luchtkwaliteit of een toename van de geluidemissie. Deze effecten worden in de betreffende thema’s meegenomen. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen:
Effecten op archeologische waarden; Effecten met betrekking tot aanwezige risicovolle bronnen; Hinder als gevolg van een toename in de geluidemissie en schaduwwerking; Effecten als gevolg van een verkeer aantrekkende werking; Effecten met betrekking tot klimaatverandering; Effecten op soortenbescherming; Effecten als gevolg van bodem(water)verontreiniging.
Op deze gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijk nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)
Potentiële effecten zullen slechts lokaal optreden, in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied. Door het beperkt aantal woningen in de omgeving zullen eventuele effecten met betrekking tot vervuiling of hinder slechts op enkele woningen optreden.
De aard van het effect
De effecten kunnen geclassificeerd worden in tijdelijke effecten (aanlegfase) en permanente effecten. Tijdens de aanlegfase zal er voornamelijk sprake zijn van overlast door sloop- en bouwwerkzaamheden. De permanente effecten hebben voornamelijk betrekking tot een toename van verkeer en daarmee ook geluidemissie en toename van verharding binnen het planvoornemen.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
14/20
Grensoverschrijdend karakter
Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten.
Orde van grootte en complexiteit effect
Effecten met betrekking tot bodem(water)verontreiniging
28-07-2023 Versie C2
Zoals besproken zijn er een aantal bodemverontreinigingen binnen het plangebied. Deze kunnen mogelijk (gezondheids)effecten met zich meebrengen. Daarom dienen er maatregelen genomen te worden om effecten uit te sluiten. Deze worden beschreven onder De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen’. Mits deze vervolgstappen genomen worden, worden er geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema bodem(water)verontreiniging. Effecten met betrekking tot geluidhinder De geluidemissie neemt toe door extra verkeersbewegingen als gevolg van het planvoornemen. De toename in etmaalwaarde bedraagt ongeveer 2%. In principe treedt een hoorbaar verschil van 1,5 dB pas op bij een toename van 40% etmaalwaarde. Met het planvoornemen worden maatregelen genomen om de verkeer aantrekkende werking te beperken. Deze worden beschreven onder ‘De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen’. Mits deze maatregelen worden toegepast, worden er geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema geluidhinder. Effecten met betrekking tot klimaatverandering Als hemelwater minder goed in de grond kan infiltreren, bijvoorbeeld door een toename van de verharding, kan de wateroverlast toenemen.
In het ontwikkelkader en de duurzaamheidsvisie worden maatregelen besproken om het gebied klimaatadaptief te ontwerpen, waarmee het gebied hitteen waterbestendig wordt. Deze maatregelen worden besproken onder ‘De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen’. Mits deze maatregelen worden toegepast, worden er geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema klimaatverandering. Effecten op archeologische waarden Om de effecten op archeologische waarden te bepalen heeft ADC ArcheoProjecten (2023) onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat in het plangebied een geul van de Gantel aanwezig is. De Gantel afzettingen zijn later afgedekt door antropogene lagen. De bodem bestaat, van onder naar boven gezien, uit zand, gevolgd door geulafzettingen van de Gantel. Deze geulafzettingen gaan over in oeverafzettingen waarvan de top is verstoord. Over het gehele plangebied ligt een laag opgebracht of verstoord zand, waarop de huidige verharding en bouwvoor zijn aangebracht. Er zijn geen niveaus met bodemvorming, rijping, of ontkalking aangetroffen. De verwachting voor archeologische resten in het plangebied kan worden bijgesteld naar laag voor alle archeologische perioden. Er worden omwille van bovenstaande geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema archeologie.
Effecten met betrekking tot risicovolle inrichtingen Het ergst denkbare scenario is een lekkage of het ineens vrijkomen van de totale hoeveelheid gevaarlijke stoffen van een
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
15/20
(tank)wagen met een giftige vloeistof of giftig gas. Hoe groot de effecten naar de omgeving zullen zijn, is onder andere afhankelijk van de stof (mate van giftigheid) en de hoeveelheid die is vrijgekomen. Daarbij hebben ook weersomstandigheden een grote invloed op de verspreiding van de giftige stoffen. In het ergste geval kan dit leiden tot een invloedsgebied van 4.000 meter. Gezien de afstand tot het plangebied is het mogelijk dat de aanwezigen slachtoffer worden of overlijden als de wind in de richting van het plangebied staat. De kans op dit scenario is zeer klein.
28-07-2023 Versie C2
Met het planvoornemen kunnen geen maatregelen aan de bron worden genomen, zodat effect reducerende maatregelen overwogen dienen te worden. De Veiligheidsregio Haaglanden (hierna: VRH) heeft hierover geadviseerd (zie bijlage I bij beoordeling externe veiligheid (LBG sight, 2023)). De genoemde maatregelen in bijlage I onder B, C en D zijn voor het plangebied uitvoerbaar. Ten aanzien van onderdeel E wordt opgemerkt dat in de definitieve planuitwerking overleg plaats zal vinden tussen initiatiefnemer en de VRH, maar dat het plangebied vanuit alle windstreken goed benaderbaar is en dat in en rondom het plangebied oppervlaktewater aanwezig is in de vorm van sloten en een vijver. Effecten als gevolg van schaduwwerking Uit het onderzoek van LBP sight (2023) blijkt dat de bezonning voor een aantal gevels van de omliggende woongebouwen aan het Kessler Park en de Sir Winston Churchilllaan afnemen in de periode tussen 19 februari en 21 oktober. Met uitzondering van geveldelen aan de noordoostelijke zijde van enkele van deze woongebouwen, voldoen echter alle overige gevels van omliggende woongebouwen zowel in de bestaande als nieuwe situatie aan de minimale bezonningsduur van 2 uur conform de lichte TNO-norm.
Voor de noordoostelijk gelegen geveldelen die niet voldoen geldt daarbij dat daarbinnen slechts enkele, qua omvang beperkte oppervlaktes aanwezig die door de nieuwbouwplannen niet meer voldoen aan 2 uur bezonningsduur, de rest van deze geveldelen voldeed in de bestaande situatie al niet. Gezien de beperkte omvang en situering van deze gevelvlakken valt niet te verwachten dat de hieraan gesitueerde woningen als gevolg van de nieuwbouwplannen niet meer aan 2 uur bezonningsduur voldoen. Er worden omwille van bovenstaande geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema schaduwwerking. Effecten als gevolg van verkeer aantrekkende werking Zoals beschreven wordt de omgeving op vlak van verkeersintensiteit getypeerd als een hoog belast gebied. Een toename van de verkeersbewegingen kan daarom tot nadelige effecten lijden. Om deze effecten te beperken, dienen er mitigerende maatregelen genomen te worden. Deze worden beschreven onder ‘De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen’. Mits deze maatregelen worden genomen, worden er geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het thema verkeer.
Effecten op soortenbescherming
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
16/20
Ecoquickscan (2019)6 heeft een ecologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan worden hieronder besproken.
28-07-2023 Versie C2
Vaatplanten Het plangebied is grotendeels verhard en bebouwd. Binnen de bebouwing ligt een volledig ingesloten binnentuin en rondom de bebouwing ligt een parkachtig ingerichte (kantoor)tuin. Zowel de binnentuin als de (kantoor)tuin zijn goed onderhouden. De tuinen zijn grotendeels ingericht met een grote diversiteit aan gecultiveerde soorten. Ook het bomenbestand is zeer divers met veel cultivars. Van een natuurlijk ecosysteem met plantengemeenschappen die kenmerkend zijn voor beschermde of zeldzame soorten is als zodanig geen sprake, waardoor bijzondere groeiplaatsen niet aanwezig zijn. Beschermde vaatplanten worden binnen het plangebied niet verwacht (ook in de NDFF staan geen beschermde vaatplanten gemeld). Aangeplante of gezaaide exemplaren van beschermde soorten (in bijvoorbeeld tuinen of bermen) zijn niet beschermd in de Wet natuurbescherming, omdat het geen natuurlijke groeiplaatsen betreft. Belangrijk nadelige effecten op vaatplanten kunnen daarom uitgesloten worden.
Grondgebonden zoogdieren Volgens verspreidingsgegevens uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) en zoogdiervereniging.nl komen in de omgeving van het plangebied soorten voor als woelrat (Arvicola terrestris), rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus), veldmuis (Microtus arvalis), dwergmuis (Micromys minutus), bosmuis (Apodemus sylvaticus), haas (Lepus europeus), egel (Erinaceus europeus), gewone bosspitsmuis (Sorex araneus), dwergspitsmuis (Sorex minutus), huisspitsmuis (Crocidura russula), vos (Vulpes vulpes), hermelijn (Mustela erminea), wezel (Mustela nivalis), bunzing (Mustela putorius) en ree (Capreolus capreolus); waarvoor de provincie Zuid-Holland een vrijstelling kent voor het verstoren en/of aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen. Tevens komt, conform de atlas, in de omgeving de nationaal beschermde soort eekhoorn (Sciurus vulgaris) voor. Gezien de stedelijke ligging en het gebrek aan bosachtige gebieden en oude bomen die voldoen aan de habitateisen van de eekhoorn in de directe omgeving van het plangebied, kan aanwezigheid van eekhoorn in het plangebied uitgesloten worden. Ook in de NDFF staan geen meldingen van eekhoorn (of andere nationaal of internationaal beschermde zoogdieren) in of binnen de invloedsfeer van het plangebied. Belangrijk nadelige effecten op grondgebonden zoogdieren kunnen daarom uitgesloten worden.
Vleermuizen Volgens de verspreidingsgegevens uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) komen in de omgeving van het plangebied gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), watervleermuis (Myotis daubentonii) en tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus) voor. De NDFF 6
Dit onderzoek is op het moment van schrijven verouderd en wordt geüpdatet. In de definitieve versie van het document worden deze gegevens verwerkt.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
17/20
meldt daarentegen alleen het voorkomen van gewone - en ruige dwergvleermuis binnen en direct aansluitend op het plangebied. Om de effecten op vleermuizen te bepalen is er een veldonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen verblijfplaatsen en/of andere essentiële functies voor vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn.
28-07-2023 Versie C2
Wel is er tijdens het vervolgonderzoek buiten het plangebied één kraamverblijfplaats en één zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Er worden daarom geen belangrijk nadelige effecten op vleermuizen verwacht. Wel dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Deze zijn beschreven onder ‘De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen’. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn vogels waargenomen, zoals ekster (Pica pica) en kauw (Corvus monedula). Van de ekster is ook een nest waargenomen in een berk binnen het plangebied. Tijdens de veldverkenning zijn de gebouwen en bomen onderzocht op de aanwezigheid van deze soorten. Zowel in de gebouwen als in de bomen zijn geen nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Ook in de NDFF-database staan geen waarnemingen die aanleiding geven tot het voorkomen van jaarrond beschermde soorten in het plangebied. Er worden daarom geen belangrijk nadelige effecten op vogels verwacht. Wel dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Deze zijn beschreven onder ‘De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen’. Amfibieën, reptielen, vissen en overige soortengroepen Het plangebied ligt in de bebouwde kom, heeft een stedelijk karakter en is grotendeels verhard en bebouwd.
In een dergelijke omgeving komen geen nationaal of internationaal beschermde amfibieën, reptielen, vissen, insecten en overige beschermde soorten voor. De habitateisen van de beschermde soorten binnen de bovengenoemde soortgroepen zijn vaak zeer locatie specifiek en gebonden aan meer natuurlijke biotopen. Dergelijke biotopen komen niet in het plangebied voor. Ook in de NDFFdatabase staan, in de ruime omgeving, geen waarnemingen van nationaal of internationaal beschermde soorten uit deze soortgroepen. Er worden daarom geen belangrijk nadelige effecten verwacht op amfibieën, reptielen, vissen en overige soortengroepen Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen Uit de NDFF-database blijken de Unielijstsoorten nijlgans (Alopochen aegyptiaca), reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum), rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii) en hemelboom (Ailanthus altissima) voor te komen in de (ruime) omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen in het plangebied zelf waargenomen. Er worden daarom geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen. Waarschijnlijkheid effect
In de aanlegfase zullen effecten zoals geluid-, verkeer- en trillinghinder vrijwel zeker optreden.
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
De aanlegfase leidt tijdelijk tot beperkte effecten (bouwverkeer, geluid, luchtkwaliteit), na de bouwfase verdwijnen deze effecten.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
18/20
Effecten in de gebruiksfase zijn permanent, maar kunnen omgekeerd worden door het project te stoppen. De cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten
Er zijn zover bekend geen andere projecten in de omgeving bekend die cumulatieve effecten kunnen hebben met voorliggend voornemen.
De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen
Om de effecten met betrekking tot geluidhinder te mitigeren, dienen de volgende mitigerende maatregelen getroffen te worden (Omgevingsdienst Haaglanden, 2023):
28-07-2023 Versie C2
In bodemonderzoek is de eindsituatie aangaande de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is vastgesteld. Er zijn ten hoogste lichte verhogingen ten opzichte van de nulsituatie/achtergrondwaarden geconstateerd. Herstel van de bodem is in dit specifieke geval niet noodzakelijk; Op de locatie zijn twee restverontreinigingen aanwezig, waarvan de omvang geactualiseerd dient te worden voorafgaand aan de sanering; Ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning dient naar verwachting voor de gehele te ontwikkelen locatie een (aanvullend) verkennend bodemonderzoek te worden verricht conform de NEN5740 en/of NEN5707.
Om de effecten met betrekking tot geluidhinder en verkeer te mitigeren, dienen de volgende mitigerende maatregelen getroffen te worden (ontwikkelkader Kesslerpark, 2019):
Er zal een maximum parkeernorm moeten worden toegepast, waardoor de initiatiefnemers minder parkeerplaatsen mogen aanleggen dan de norm. Deze maximum norm wordt vastgesteld aan de hand van de waargenomen autobezit van Rijswijkse huishoudens die wonen in vergelijkbare appartementen: o Zelfstandige kamer: 0,2 o Micro appartement: 0,3 o Klein appartement: 0,4 o Middelgroot appartement: 0,5 Er wordt vervolgonderzoek uitgevoerd om de mobiliteitsvraag van de omgeving in de breedte te onderzoeken.
Om de effecten met betrekking tot wateroverlast te mitigeren, dienen de volgende mitigerende maatregelen getroffen te worden:
Momenteel is de buitenruimte gericht op bestrating voor verkeer en parkeren. In het ruimtelijk kader is opgenomen dat deze ruimte zal vergroenen met het planvoornemen. Er worden groene- en bruine daken en groene gevels toegepast. De ambitie is om de centrale vijver te voorzien van natuurlijke oevers.
De exacte uitwerking van deze maatregelen is nog niet bekend. Hiervoor zal nog vervolgonderzoek uitgevoerd worden. Om de effecten met betrekking tot soortenbescherming te mitigeren, dienen de volgende maatregelen getroffen te worden:
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
Door buiten het broedseizoen te werken, wordt verstoring van broedende vogels in de graslanden, bosjes en de oevers voorkomen. De broedperiode loopt globaal van half maart tot begin augustus. Als niet voorkomen kan worden
19/20
om in het broedseizoen te werken dient kort voor de uitvoering gecontroleerd te worden of sprake is van broedgevallen binnen de verstoringsafstand. Als dit het geval is moet worden gewacht met de werkzaamheden tot de jongen het nest verlaten hebben. Als binnen het plangebied bomen worden gekapt dienen deze vooraf geïnspecteerd te worden op mogelijk aanwezige jaarrond beschermde nesten. Bij aanwezige (potentieel) jaarrond beschermde nesten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar het gebruik er van. De zorgplicht is van kracht voor zowel beschermde als vrijgestelde soorten die het plangebied passeren. Dit houdt voornamelijk in dat de werkwijze zo gekozen wordt dat aanwezige dieren het plangebied altijd kunnen verlaten.
28-07-2023 Versie C2
Conclusie Gelet op de aard en omvang van de effecten in combinatie met de mitigerende maatregelen, worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht als gevolg van het planvoornemen.
Document referentie Aanmeldingsnotitie Kessler Park Rijswijk_3.docx
20/20
Kessler Park Rijswijk Stikstofdepositie-onderzoek
Opdrachtgevers Kadans Science Partner XIV BV Green Living CV Contactpersonen de heer J. van Nistelrooij de heer R. van der Veen Kenmerk R003_03_073437ac Versie 03 Datum 10 november 2023 Auteur P.M. (Priska) van Binsbergen MSc dr. H.A.E. (Dirk-Jan) Simons
Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01
Inhoudsopgave
1
Inleiding ..................................................................................................................................... 3
2
Uitgangspunten ......................................................................................................................... 4 2.1
Fasering en afbakening plangebied ......................................................................................................... 4
2.2
Uitgangspunten bouwfase ........................................................................................................................... 4
2.3
2.2.1
Methode van kwantificeren ......................................................................................................... 4
2.2.2
Emissies mobiele werktuigen ..................................................................................................... 6
2.2.3
Verkeersbewegingen en stationair draaien bouwverkeer............................................... 7
Uitgangspunten gebruiksfase ..................................................................................................................... 9 2.3.1
2.4
Uitgangspunten (worst-case) tussenfase ............................................................................................. 12
2.5
Uitgangspunten referentiesituatie .......................................................................................................... 13 2.5.1
2.6 3
Verkeersbewegingen ..................................................................................................................... 9
Emissies stookinstallatie ............................................................................................................. 13
Rekenmethode ............................................................................................................................................... 15
Resultaten en conclusie ...........................................................................................................16
Bijlagen Bijlage I
Toelichting kengetallen regressiemodel
Bijlage II
Notitie verkeersgeneratie gebruiksfase
Bijlage III AERIUS uitvoerbestand: Verschilberekening bouwfase 1 en referentiesituatie Bijlage IV AERIUS uitvoerbestand: Verschilberekening bouwfase 2 en referentiesituatie Bijlage V
AERIUS uitvoerbestand: Verschilberekening gebruiksfase en referentiesituatie
Bijlage VI AERIUS uitvoerbestand: Verschilberekening tussenfase 1 en referentiesituatie Bijlage VII AERIUS uitvoerbestand: Verschilberekening tussenfase 2 en referentiesituatie
R003_03_073437ac | 10 november 2023
2
1
Inleiding
In het gebied Kessler Park in Rijswijk bestaat het voornemen om enkele voormalige kantorengebouwen te slopen en om in plaats hiervan nieuwe gebouwen te realiseren met hoofdzakelijk woningbouw en commerciële functies. Het gaat hierbij om de projecten ‘At The Park’ en ‘Visseringlaan 26’, waarvoor gezamenlijk het bestemmingsplan ‘Campus At the Park’ wordt voorbereid. LBP|SIGHT heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van deze gezamenlijke projecten op het aspect stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Dit stikstofdepositie-onderzoek is samengevat in onderstaande rapportage. Wettelijk kader en aanpak In de Wet natuurbescherming (Wnb) van 1 januari 2017 zijn regels opgenomen voor de bescherming van natuur en landschap. In dit rapport is door middel van een voortoets bekeken of de aanleg- en gebruiksfase leiden tot een toename in de stikstofdepositie en of de resulterende depositie mogelijk significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Hierbij worden de stikstof-emitterende activiteiten tijdens de aanlegfase (‘bouwfase’) en de gebruiksfase (‘beoogde situatie’) gekwantificeerd. Daarnaast worden ook de stikstof-emitterende activiteiten van de bestaande bebouwing, de referentiesituatie, gekwantificeerd waarmee intern gesaldeerd kan worden. Op basis van deze gegevens zijn vervolgens stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd met behulp van AERIUS Calculator.
Hierbij wordt gekeken naar het verschil in stikstofemissie en depositie die de bouwfase en de gebruiksfase veroorzaken ten opzichte van de huidige situatie (de referentiesituatie). Zoals aangegeven is dit stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd in het kader van het nieuwe bestemmingsplan ‘Campus At the Park’ en ziet dit onderzoek daarmee nadrukkelijk op de beoordeling van het aspect stikstof voor een ‘plan’ als bedoeld in de Wnb. Locatie en Natura 2000-gebieden Het plangebied voor het project Kessler Park is gelegen aan de straten Kessler Park, Volmerlaan en Visseringlaan in Rijswijk. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen is ‘Westduinpark & Wapendal’ op een afstand van circa 7 kilometer. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een overzicht van de uitgangspunten van het onderzoek voor achtereenvolgend de bouwfase, gebruiksfase, worst-case tussenfase (bouwfase + gedeeltelijke gebruiksfase) en de referentiesituatie. Hoofdstuk 3 omvat de beschrijving van de rekenresultaten en de conclusie.
R003_03_073437ac | 10 november 2023
3
2
Uitgangspunten
2.1
Fasering en afbakening plangebied
De uitvoering van de projecten ‘At The Park’ en ‘Visseringlaan 26’ duurt naar verwachting 10 jaar in totaal, waarbinnen twee fases zijn te onderscheiden: 1.
In de eerste 5 jaar wordt het volledige project ‘Visseringlaan 26’ gebouwd en circa 40% van het project ‘At The Park’ (hierna aangeduid als ‘fase 1’).
2.
In de laatste 5 jaar wordt het resterende deel c.q. circa 60% van het project ‘At The Park’ gebouwd (hierna aangeduid als ‘fase 2’).
In het kader van het nieuwe bestemmingsplan ‘Campus At the Park’ worden beide fases in dit stikstofdepositie-onderzoek beschouwd ten behoeve van de beoordeling van het aspect stikstof voor een ‘plan’ als bedoeld in de Wnb. Het nieuwe bestemmingsplan ‘Campus At the Park’ omvat een ontwikkelingsgericht en consoliderend deel. Het ontwikkelingsgerichte deel betreft een L-vormig gebied langs de straten Volmerlaan en Visseringlaan, waar bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor de projecten ‘At The Park’ en ‘Visseringlaan 26’. Voor dit deel voorziet het nieuwe bestemmingsplan in een wijziging van de huidige planologische mogelijkheden, zowel qua functie (hoofdzakelijk wonen in plaats van bedrijvigheid) als maatvoering (bouwvlak, bouwhoogte, etc.). Het consoliderende deel betreft een rechthoekig gebied in de ‘oksel’ van de straten Lange Kleiweg en Kessler Park, waar de bestaande bedrijfsbebouwing wordt gehandhaafd. Voor dit deel voorziet het nieuwe bestemmingsplan niet in een wijziging van de huidige planologische mogelijkheden, de functies en maatvoering die mogelijk zijn op grond van het geldende bestemmingsplan en een eerder verleende omgevingsvergunning voor een gebruiksverruiming worden hier enkel ‘geconsolideerd’.
Dit laatste houdt in dat het nieuwe bestemmingsplan ter plaatse van het consoliderende deel geen andere/nieuwe of extra stikstofemissies mogelijk maakt, waarmee dit deel van het bestemmingsplan als ‘stikstofneutraal’ kan worden beschouwd. Gelet op het voorgaande is het plangebied van dit stikstofdepositie-onderzoek daarom nadrukkelijk afgebakend tot het ontwikkelingsgerichte deel van het nieuwe bestemmingsplan ‘Campus At the Park’.
2.2
Uitgangspunten bouwfase
Tijdens de bouwfase stoten voertuigen en mobiele werktuigen stikstofoxiden (NO x en NH3) uit. Dit gebeurt tijdens de sloop en bouw van gebouwen, maar ook tijdens het bouw- en woonrijp maken van de gronden in het plangebied. 2.2.1
Methode van kwantificeren
Omdat in deze fase nog geen gedetailleerde informatie over de bouwwerkzaamheden beschikbaar is, hebben we voor de kwantificering van emissies gebruikgemaakt van kengetallen op basis van
R003_03_073437ac | 10 november 2023
4
referentieprojecten. Hiermee kan een reële indicatie van de te verwachten stikstofemissie en depositie worden verkregen. LBP|SIGHT heeft in samenwerking met de gemeente Utrecht kengetallen voor de bouwfase berekend, waarmee op basis van de bouwopgave in bruto vloeroppervlakte (BVO)/jaar het volgende wordt berekend: -
Bewegingen door bouwverkeer, zijnde vrachtwagens.
-
Bewegingen door bouwverkeer, zijnde personenwagens voor bouwpersoneel.
-
NOx en NH3 emissies door gemiddelde inzet van mobiele werktuigen (kranen, shovels, et cetera) met voornamelijk bouwjaar vanaf 2014.
De kengetallen zijn gebaseerd op de inventarisaties/bouwcalculaties van de bouwfase van onafhankelijke concrete bouwprojecten variërend van 2.000 tot 70.000 m² BVO/jaar. De gebruikte referentieprojecten liggen voornamelijk in binnenstedelijke gebieden en betreffen hoofdzakelijk woningen, in enkele gevallen in combinatie met commerciële ruimten. Verder betreffen de referentieprojecten qua woningtypen een mix van voornamelijk appartementengebouwen en in mindere mate grondgebonden woningen. Bijlage I geeft een nadere toelichting over de totstandkoming van de kengetallen zoals die zijn gebruikt in het regressiemodel. Emissieberekening Hieronder geven we de voor dit onderzoek relevante gegevens over fase 1 en 2 van het bouwproject weer. Tabel 2.1 Gegevens bouwproject fase 1 Bouwonderdeel
Project Visseringlaan 26
Project At The Park
Totaal
Sloop [m2 BVO]
12.700
18.203
30.903
Nieuwbouw [m2 BVO]
32.000
28.495
60.495
Grondwerk (bouwrijp maken) [ha]
0,52
0,54
1,06
Grondwerk (herinrichten) [ha]
0,23
0,50
0,73
De uitvoering van fase 1 c.q. het eerste deel van de bouwfase (inclusief sloop) duurt naar verwachting circa 5 jaar. De stikstofdepositie wordt door AERIUS calculator per jaar berekend. De emissies van dit deel van de bouwfase worden daarom in de stikstofberekening door 5 gedeeld.
R003_03_073437ac | 10 november 2023
5
Tabel 2.2 Gegevens bouwproject fase 2 Project Visseringlaan
Bouwonderdeel
26
Project At The Park
Totaal
Sloop [m2 BVO]
-
8.729
8.729
Nieuwbouw [m2 BVO]
-
45.711
45.711
Grondwerk (bouwrijp maken) [ha]
-
0,56
0,56
Grondwerk (herinrichten) [ha]
-
1,23
1,23
De uitvoering van fase 2 c.q. het tweede deel van de bouwfase (inclusief sloop) duurt naar verwachting circa 5 jaar. De stikstofdepositie wordt door AERIUS calculator per jaar berekend. De emissies van dit deel van de bouwfase worden daarom in de stikstofberekening door 5 gedeeld. Fase 2 c.q. het tweede deel van de bouwfase wordt deels elektrisch uitgevoerd. Er wordt gerekend met 30% elektrificatie van de inzet van de mobiele werktuigen, waarbij door de initiatiefnemer voorafgaand aan fase 2 nog wordt bezien of ook 50% elektrificatie haalbaar is (gezien de naar verwachting toenemende beschikbaarheid van elektrisch materieel). 2.2.2
Emissies mobiele werktuigen
Voor de sloop, het bouwrijp maken, het bouwen, de transformatie en het herinrichten van buitenterrein zijn op basis van het regressiemodel de onderstaande emissies bepaald voor fase 1 en 2 van het bouwproject. Tabel 2.3 Emissies door mobiele werktuigen tijdens fase 1 Activiteit
Oppervlak
Emissie (kg NOx)
Emissie (kg NH3)
Sloop
30.903 m BVO
292,8
11,77
1,06 ha
62,5
1,88
60.495 m2 BVO
453,7
12,10
0,73 ha
30,3
1,13
Totaal [kg NOx]
-
839,3
26,89
Totaal per jaar [kg NOx / jaar]
-
167,86
5,38
Bouwrijp maken Bouwen Herinrichten van buitenterrein
2
R003_03_073437ac | 10 november 2023
6
Tabel 2.4 Emissies door mobiele werktuigen tijdens fase 2 (inclusief 30% elektrische inzet) Activiteit
Oppervlak
Emissie (kg NOx)
Emissie (kg NH3)
Sloop
8.729 m BVO
57,9
2,33
0,56 ha
23,1
0,70
45.711 m2 BVO
240,0
6,40
1.23 ha
35,7
1,33
Totaal [kg NOx]
-
356,7
10,76
Totaal per jaar [kg NOx / jaar]
-
71,34
2,15
2
Bouwrijp maken Bouwen Herinrichten van buitenterrein
2.2.3
Verkeersbewegingen en stationair draaien bouwverkeer
Voor fase 1 en 2 van het bouwproject zijn op basis van het regressiemodel de onderstaande hoeveelheden verkeersbewegingen bepaald. Tabel 2.5 Verkeersbewegingen tijdens fase 1 Type verkeer
Bewegingen
Emissienorm
Vrachtauto’s totaal (zwaar verkeer)
13.929
Standaard AERIUS
Bouwverkeer totaal (licht verkeer)
62.866
Standaard AERIUS
Vrachtauto’s per jaar (zwaar verkeer)
2.786
Standaard AERIUS
Bouwverkeer per jaar (licht verkeer)
12.573
Standaard AERIUS
Bewegingen
Emissienorm
Vrachtauto’s totaal (zwaar verkeer)
9.184
Standaard AERIUS
Bouwverkeer totaal (licht verkeer)
47.503
Standaard AERIUS
Vrachtauto’s per jaar (zwaar verkeer)
1.837
Standaard AERIUS
Bouwverkeer per jaar (licht verkeer)
9.501
Standaard AERIUS
Tabel 2.6 Verkeersbewegingen tijdens fase 2 Type verkeer
Tijdens de bouwfase wordt het verkeer ontsloten via de kortste route richting de snelweg. Het verkeer ontsluit zich hierbij via de Visseringlaan tot aan de Diepenhorstlaan. Vanaf de Diepenhorstlaan is het verkeer opgenomen in het heersend verkeersbeeld vanwaar het verkeer direct op de A4 (Plaspoelpolder afrit 10) kan worden ontsloten.
R003_03_073437ac | 10 november 2023
7
Stationair draaien Om aanvullend op het regressiemodel het stationair draaien van bouwverkeer tijdens lossen op de bouwlocatie c.q. in het plangebied te modelleren, is gebruikgemaakt van de emissiecijfers voor stationair draaien volgens de rekeninstructie1 van BIJ12. Voor het stationair draaien van de vrachtwagens tijdens de bouwfase is aangenomen dat de vrachtwagens gemiddeld circa 10 minuten stationair zullen draaien. De emissiekengetallen en de daaruit volgende stikstof emissies zijn voor fase 1 en 2 van het bouwproject hierna samengevat. Tabel 2.7 Kwantificering emissies stationair draaiend bouwverkeer fase 1 per bouwjaar Zwaar vrachtverkeer [Verkeersbewegingen/jaar]