Bijlage A Ontwikkelkader Te Werve Oost
Tekst van het document
Op dit moment is nog niet voldoende afgestemd op welke manier de extra (bezoekers)parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Niet alle risico’s liggen op het bord van de gemeente. Risicobeheersing en -beperking kan dus ook maar ten dele door de gemeente worden opgepakt. Rijswijk Wonen zal waarschijnlijk wel kijken naar de gemeente om een aantal risico’s op te vangen of te mitigeren. Een risico is een afwijking op de voorspelde waarde, dit kan dus ook een kans zijn. Het optreden van risico’s zal bij de gemeente voornamelijk effect hebben op de financiën (positief of negatief), of de tijd (fasering en doorlooptijd).
29 | BGSV
BIJLAGE ONTWIKKELKADER Te Werve-Oost Rijswijk
BGSV
bureau voor stedenbouw en landschap
Colofon Deze uitgave is tot stand gekomen in opdracht van de gemeente Rijswijk. Het kaartmateriaal in dit document is gemaakt door BGSV. Er zijn tevens referentiebeelden opgenomen. Mocht er bezwaar zijn tegen het gebruik van een foto of beeld, dan kunt u contact opnemen met BGSV.
Rotterdam, 7 september 2023 adres
Westblaak 51
3012 KD Rotterdam 010 240 05 40 bgsv@bgsv.nl W www. bgsv.nl T E
BGSV
bureau voor stedenbouw en landschap
2 | BGSV
BIJLAGEN BIJ ONTWIKKELKADER Te Werve-Oost Rijswijk
INHOUD Bijlage 1 Nota van uitgangspunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Bijlage 2 Eindverslag participatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Bijlage 3 Groen en water, duurzaamheid en klimaatadaptatie . . . . . . . . . . . . 25 Bijlage 4 Verkeer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 Bijlage 5 Milieuaspecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Bijlage 6 Ruimtelijke opzet en beeldkwaliteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
3 | BGSV
4 | BGSV
5 | BGSV
6 | BGSV
7 | BGSV
8 | BGSV
9 | BGSV
10 | BGSV
11 | BGSV
12 | BGSV 12 | BGSV
13 | BGSV
14 | BGSV
BIJLAGE 2: EINDVERSLAG PARTICIPATIE
15 | BGSV
16 | BGSV
17 | BGSV
18 | BGSV
19 | BGSV
20 | BGSV
21 | BGSV
22 | BGSV
23 | BGSV
Sfeer beeld mogelijke invulling 24 | BGSV
BIJLAGE 3: GROEN EN WATER, DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE De ambities en doelstellingen die zijn genoemd zijn in paragraaf 2.2 van het Ontwikkelkader kunnen op onderstaande wijze worden vertaald naar een ontwerp voor de groene inrichting. Hiermee wordt een voorzet gedaan voor een voorkeursuitwerking en voor concrete oplossingen. Wanneer in de uitwerking blijkt dat het ook op een andere manier kan en daarmee een kwalitatief gelijkwaardig of beter resultaat wordt bereikt is het mogelijk van deze voorkeursuitwerking af te wijken. Openbaar groen: • In de Karel Doormanlaan zullen we een groot deel van de bomen moeten kappen. We willen minimaal 2 groepen en 3 solitaire bomen behouden. • We brengen de juiste soorten bomen terug, die maximaal bijdragen aan de gewenste natuurwaarden • We onderzoeken de mogelijke verplaatsing van bomen aan de þ Idenburglaan; ten behoeve van grotere bomen bij minimaal de helft van het profiel, verplaatsen naar daktuinen þ Aan de Doctor Kruytstraat, naar andere plek in dezelfde straat þ Huidige binnentuinen om een plek te krijgen in een van de drie autovrije straten • Indien dat haalbaar is (voldoende kwaliteit) gaan we het verplanten voorbereiden • Voeg bomen toe tot een aantal van totaal 200 bomen (nu 205) waarvan 50 grote, 1e orde bomen (inclusief KD straat) • We willen een toename van de hoeveelheid groen in het openbaar gebied.
Groenzones die worden aangeduid als reservering voor parkeren tellen daarbij niet mee. • Groenzones en bermen kennen een biodiverse inrichting met beplanting mede gericht op aangegeven doelsoorten en waarbij het onderhoud past bij wat in de gemeente gebruikelijk is. • Openbare groenzones van 1,50 of minder breed die direct tegen de bebouwing aan liggen willen we robuust inrichten met halfhoge planten, heesters of een haag. • We maken een 20 meter brede ecologische zone tussen de zuid-oostelijke gevel en het fietspad langs de Sir Winston Churchilllaan, waarbij beplanting tegen de (halfverdiepte) parkeerbak aanligt. Waar 20 meter niet mogelijk is geldt een minimale breedte van 15 meter. De Karel Doormanlaan is onderdeel van deze ecologische verbindingszone en de inrichting wordt dan ook mede hierdoor bepaald. Wandelroute over de parkeerbak, niet door de groenzone koppelen aan de route langs de woningentrees.
Sfeer beelden mogelijke invulling 25 | BGSV
Ook de daktuinen op parkeergarages doen mee in de beleving van het groen. Het is daarom van belang dat deze kwalitatief hoogwaardig worden uitgevoerd met een groene uitstraling waarbij groen voldoende groeikansen krijgt. Het is daarvoor belangrijk dat: • Met de constructie rekening gehouden wordt met voldoende gronddekking voor planten en heesters • Plaatselijk ook bomen op het dak geplaatst kunnen worden; minimaal 3 echte bomen per daktuin, afhankelijk van de grote van de tuin. • Het dak een waterbergende functie krijgt. • Er voldoende schaduw is van bladeren; bomen of andere constructies, bijvoorbeeld een begroeide pergola. • De beplantingstypologie biodivers is en aansluit op het openbaar gebied. • De daktuinen in de strook Karel Doormanlaan-Churchilllaan spelen een rol in de ecologische verbinding. De inrichting voegt ecologische waarde toe en wordt afgestemd op de belangrijkste doelsoorten. • De bebouwing maakt onderdeel uit van de verbinding en middels natuurinclusief bouwen worden hiertoe maatregelen genomen; nestkasten, en -stenen, gevelbegroeiing, schuilplaatsen, groene en bruine daken. Het hoogteverschil tussen maaiveld en daktuin parkeergarages wordt zodanig vormgegeven dat ook dieren kunnen passeren: een helling of kleine treden met begroeiing naast een trap. Voor de gewenste sfeer wordt verwezen naar de referenties op de volgende pagina
Ter inspiratie: Een groen bruin dak is mede ontstaan vanuit de wens natuur te behouden op een plek waar gebouwd wordt. De bovenlaag van het perceel worden opgeslagen en later teruggelegd op het dak. Er worden dode elementen toegevoegd waarna de natuur zelf aan werk gaat om het biotoop af te maken
26 | BGSV
Voor de gewenste sfeer wordt verwezen naar de referenties op deze pagina
27 | BGSV
28 | BGSV
BIJLAGE 4: VERKEER 3.1 Nieuwe aansluiting op de Churchilllaan Met de ontwikkeling van te Werve wordt een nieuwe oversteek, met rustpunt, gecreëerd op de Churchilllaan, zodat bewoners van Te Werve per fiets of te voet het NS station, de bedrijven in de Plaspoelpolder of het fietspad richting Delft sneller en verkeersveiliger kunnen bereiken. Door de rijbanen voor het autoverkeer, ter plaatse van de fiets-/voetgangersoversteek, uit te buigen ontstaat een snelheid remmend effect. Dit is nodig omdat er in de huidige situatie de snelheid regelmatig overschreden wordt. De nieuwe fiets-voet oversteek kan gecombineerd worden met een aansluiting voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer. Onderstaande tekening is een indicatieve schets van hoe dit ingericht zou kunnen worden.
indicatie schetsontwerp toekomstige aansluiting fietsers, voetgangers en bestemmingsverkeer
3.2 Nieuwe aansluiting voor autoverkeer Voor de twee mogelijke locaties van de aansluiting op de Churchilllaan voor het autoverkeer heeft RoyalHaskoning DHV verkeersonderzoek gedaan. Dit is gebeurd op basis van de stand van zaken op dat moment. Deze zijn niet meer geheel in overeenstemming met de uitgangspunten in dit ontwikkelkader, waaronder de exacte woningaantallen en de (nu niet meer wenselijke doorkoppeling) naar de van Vollenhovenlaan. Op basis van dit (verouderd) onderzoek is te concluderen dat beide varianten mogelijk zijn.
29 | BGSV
Conclusie rapportage onderzoek RoyalHaskoningDHV
30 | BGSV
BIJLAGE 5: RUIMTELIJKE OPZET De uitgangspunten die zijn genoemd voor de ruimtelijke opzet volgen uit een analyse van de bestaande wijk Ter Werve en hoe de gemeente dat graag vertaald ziet in de nieuwe ontwikkeling. In onderstaande wordt de achtergrond beschreven en een voorzet gedaan voor de voorkeursuitwerking in concrete oplossingen. Wanneer in de uitwerking blijkt dat het ook op een andere manier kan en daarmee een kwalitatief vergelijkbaar of beter resultaat wordt bereikt is het mogelijk van deze voorkeursuitwerking af te wijken.
5.1 Het Raamwerk van Te Werve Te Werve is een naoorlogse woonwijk met een heldere opbouw; een raamwerk van robuuste lanen, straten en besloten hoven. Het groen speelt een belangrijke rol in de beleving van de wijk en het kent een gelaagde opbouw. Tussen de buurten ligt wijkpark de Driesprong, in de straten staan grote bomen en op de collectieve hoven is veel groen aanwezig. De hiërarchische opbouw is zichtbaar in de ontsluitingsstructuur. De Karel Doormanlaan is de doorgaande hoofdstructuur en daarnaast zijn er de korte noord-zuid hoven, paden en straatjes. De bebouwing is op een vanzelfsprekende manier in het raamwerk ingepast, in een strak ritme van orthogonale woonvelden. Een woonveld is een herkenbare ruimtelijke eenheid die veelal bestaat uit een aantal zich herhalende stempels. Daarbij is een stempel een samenstel van een aantal bouwblokken (appartementengebouwen en rijtjes grondgebonden woningen), evenwijdig en haaks ten opzichte van elkaar geplaatst, en met een wisselende rooilijn waardoor soms een smalle en soms een bredere groenzone de bebouwing inkadert (tuin, haag of berm). Vanuit de straten is er zicht op de groene binnenwereld binnen het stempel/bouwveld. Door de herhaling van een stempel binnen een woonveld ontstaat in het straatbeeld een herkenbaar ritme.
30 m
8m
12m
25m 11 m
permeabele binnentuinen die naar buiten doorlopen met groen groen doet mee in de beleving van de straten aan de randen
17 meter
30 meter 55 meter 17 meter
A groen binnengebied doet mee in de straat en draagt bij aan de ruime uitstraling van de openbare ruimte
B
A
B
binnentuinen dragen bij aan de groene uitstraling van de straat. Bij de nieuwbouw is dit verdwenen, afwisseling van bijzondere kopen en rijen is nog wel aanwezig
De hierboven beschreven bestaande opbouw van de naoorlogse wijk Ter Werve, blijft ondanks de ontwikkeling herkenbaar. Dat betekent dat in de nieuwbouw sprake is van woonvelden die gelegen zijn binnen het raamwerk van doorgaande routes en korte straatjes daar haaks op. De bebouwing tussen de Karel Doormanlaan en de Churchilllaan wordt opgevat als een eigen woonveld met één samenhangend karakter. 31 | BGSV
De bebouwing begeleidt de Karel Doormanlaan als hoofdstructuur en vormt aan de Churchilllaan het gezicht van de wijk. Aan de noordzijde van de Karel Doormanlaan ligt een woonveld dat bestaat uit twee bijna identieke stempels. De stempels zijn steeds opgebouwd uit twee bouwvelden met een (geknikte) tussenstraat. Verschillen in rooilijn versterken in het straatbeeld het ritme van de bouwvelden. Tussen de bouwvelden liggen, in de hiërarchie van de wijk ondergeschikte, paden/straatjes met een verblijfsfunctie. Vanuit de omliggende straten zijn de privé binnenhoven van het veld zichtbaar. Hieronder is het beoogde raamwerk en de invulling van de woonvelden schematisch weergegeven.
5.2 De bouwvelden Binnen de ontwikkeling worden verschillende bouwvelden onderscheiden, die zijn opgebouwd uit verschillende van elkaar te onderscheiden gebouwen. De verschillende gebouwen zijn onderscheidend in typologie, hoogte en/of volume en ze zijn haaks ten opzichte van elkaar geplaatst. Als onderdeel van de stempel kan één bijzonder (afwijkend) volume worden ingepast, daarnaast worden de 4 rijtjes met te handhaven woningen ingepast. De vier bouwvelden aan de noordzijde van de Karel Doormanlaan sluiten in bouwhoogte aan op de omgeving. Binnen het bouwveld wordt een typologische mix gerealiseerd wat ook afleesbaar is aan de bebouwing. De gebouwen vormen samen een compositie van losse gebouwen om een binnenruimte. Een bouwveld heeft niet de uitstraling van een gesloten bouwblok met gelijkwaardige hoeken, maar er is duidelijk sprake van kop- en langsgevels. De vier bouwvelden vormen een zich herhalende compositie. Aan de Idenburglaan en de Karel Doormanlaan ontstaat daardoor een beeldbepalend ritme met afwisselend kop- en langsgevels. Ieder bouwveld bevat een half verdiepte parkeergarage die afgezoomd wordt door woningen. Het bouwveld tussen de Karel Doormanlaan en de Churchilllaan is anders opgebouwd. Hier is sprake van een stedelijke laag van 4 verdiepingen met hoogte accenten. Deze accenten zijn hoger midden in het ontwikkelgebied en zijn lager aan de randen.
Daardoor sluiten zij beter aan op de omgeving. Ook hieronder bevindt zich een verdiepte of halfverdiepte garage die minimaal aan de Karel Doormanlaan is afgezoomd met woningen. Tussen de bouwvelden bevindt zich openbaar gebied. Aan alle zijden van een bouwveld bevinden zich voordeuren en altijd is de overgang van de woning naar het openbaargebied vormgegeven met een groene overgangszone; minimaal met een geveltuin van 30 cm, maximaal met een (collectieve) voortuin.
32 | BGSV
Voor de bouwvelden worden de volgende randvoorwaarden meegegeven: • Maximale bouwhoogte volgens kaart • Per bouwveld een afwisseling in langs- en kopgevels, bouwhoogte en typologie • Parkeergarage minimaal half verdiept met de bovenzijde van de constructie op maximaal ca. 1,20m boven maaiveld • In de garage wordt al het parkeren voor bewoners en mogenlijk een deel van het bezoekersparkeren opgelost. • Fietsparkeren voor bewoners in appartementen wordt individueel of collectief opgelost in of aansluitend op de garage, uit het zicht van de openbare ruimte. De voorzieningen voor fietsparkeren zijn comfortabel en veilig; entrees met daglicht, niet gemengd met autoverkeer, met ruimte voor bijzondere fietsen en eenvoudig bereikbaar met maximaal 1 deur en flauwe (fietsbare) helling. • Elke garage met daarin openbare parkeerplaatsen heeft voor voetgangers een uitgang in de openbare ruimte zodat bewoners en bezoekers via de straat het huis bereiken. Een extra uitgang is mogelijk in een binnentuin en als uitzondering (hoogte accenten Churchilllaan) een uitgang bij een stijgpunt van appartementen. • Aan de openbare zijde van de blokken worden de parkeergarages afgezoomd met bebouwing met een begane grond die die hier minimaal 4 meter overheen kraagt.
Als uitzondering kan aan de zijde waar de garage grenst aan een ecologische zone en waar geen voetgangersroute langs loopt, ook groen worden afgezoomd. • Op de garages ligt een daktuin met voldoende dekking voor een groen beeld en een goede toegankelijkheid. • Nutsvoorzieningen en technische ruimtes moeten in de bouwblokken worden ingepast (gebouwd)
losse groene elementen doorgaande groenstructuur
woonveld stempel bouwveld
woonveld bouwveld
kopgevel langsgevel bijzonder
33 | BGSV
5.3 De openbare ruimte inclusief profielen De openbare ruimte wordt zo groen mogelijk en is geschikt voor ontmoeten en verblijven. De rol van de auto wordt kleiner door deze zoveel mogelijk in garages te laten parkeren, door straten autovrij te maken en door routes met veel doorgaand verkeer te knippen. Hoewel in alle straten een vergroening plaats zal vinden, is als gevolg van de positie van de straat binnen het raamwerk van de wijk en de bijbehorende plek in de hiërarchie het ruimtelijk beeld verschillend. De Karel Doormanlaan is onderdeel van de hoofdstructuur (primair - doorgaande lijn binnen te Werve) met grote bomen. Door het verkeersluw maken ervan ontstaat meer ruimte voor ontmoeting, maar het blijft een straat met een hoge dynamiek, met name voor het langzaam verkeer. De Idenburglaan, van Vollenhovenstraat en de Generaal Berenschotlaan zijn te karakteriseren als (doorgaande) woonstraten. Hier wordt in de huidige situatie veel langs de straat geparkeerd, door de ontwikkeling wordt dit minder en ontstaat er ruimte voor vergroening. De vergroening wordt meer als een deel van de benodigde parkeerplaatsen voor bezoekers als ruimtereservering wordt aangelegd en in eerste instantie niet wordt verhard maar als groenstrook wordt gerealiseerd, zoals beschreven in de bijlage verkeer. De straten hebben een voornamelijk functioneel karakter.
De Professor Snouck Hurgronjestraat, Doctor Kruytstraat en Pater van Lithstraat, worden autovrij en bieden maximaal ruimte aan het realiseren van ambities op het gebied van groen stedelijk leven (vergroenen, ontmoeten, spelen en bewegen). Verblijven staat hier centraal. De Churchilllaan transformeert van een achterkant naar een voorkant met entrees aan de ecologische verbinding. Voor de inrichting van de verschillende straten is het volgende ruimtelijk beeld uitgangspunt. In bijgevoegde profielen is zichtbaar hoe zij transformeren, aan welke (minimale) maatvoering zij moeten voldoen en hoe de overgangszone ingevuld (kan) worden. Door zowel het huidige als het nieuwe profiel weer te geven is duidelijk hoe de inrichting en maatvoering wordt aangepast. In de profielen is uitgegaan van het realiseren van 100% van het parkeren. Bij het niet aanleggen van de reservering kan steeds een 2 meter brede strook aan de planzijde van het profiel worden vervangen door groen. De Karel Doormanlaan • Is herkenbaar onderdeel van hoofdwegennetwerk. Behouden en versterken van een sterke eigen identiteit met een lineair karakter. Dit door: þ Doorgaande boomstructuur van 1e orde bomen, eventueel aangevuld met 2e orde (ondergeschikt). Een laanstructuur/ bomenrij (minimaal 1 rij), met minimaal om de 15 a 20 meter een boom.
þ Toevoegen van een nieuw element, bv beplante wadi, haag, beweegroute etc die lineair karakter benadrukt. þ Aan de zuidzijde continuïteit in de overgangszone en een robuuste vormgeving/beplanting daarvan (bij voorkeur gebouwd element met plek om te zitten). • Inpassen bestaande volwassen bomen, minimaal 3 groepen, op strategische plekken. • Minimaal verharding aanbrengen: 2xtrottoir en een rijbaan (inclusief fiets), aan beide zijden daarvan groene bermen. • Doorgaande route voor de fiets tussen Te Werve Oost en West • Doorgaande rijbaan (2 richtingen) met zowel aandacht voor continuïteit op schaal van de wijk (lange zichtlijn, doorgaand) als voor het op een natuurlijke manier remmen van de snelheid, bijvoorbeeld door het knikken de route. • Minimaal parkeren; alleen voor pakketdiensten (1 plek per 50 meter) en invaliden parkeerplekken. • Tweerichtingsverkeer, maatvoering als aangegeven in profiel. • Aan beide zijden van de straat voordeuren. • Noordzijde; afwisseling tussen langsgevels en kopgevels, zuidzijde doorgaande stedelijke laag met hoogte accenten. • Sprongen in de rooilijn per bouwveld/bouwdeel.
34 | BGSV
Idenburglaan
Idenburglaan wijz.
Ter Werve Oost
Idenburglaan 1-3 Profiel
Datum
[dd mm jjjj]
.
.
-
.
.
A projectnr
:
datum
:
wijz.
ontw | controle | tek
2021-048 23 05 2023
Ter Werve Oost 0
schaal
0
0 m
1 : 200
Idenburglaan 2-4 Profiel
Idenburglaan • Is herkenbaar als buurtstraat met gemengd gebruik; verblijf, verkeer en parkeren in tweerichtingsverkeer. • Aantal parkeerplaatsen aan noordzijde behouden (43pp in langs en haaks), toevoegen van (een ruimtereservering voor) langsparkeren aan de zuidzijde. • Tweerichtingsverkeer, maatvoering als aangegeven in profiel. • Toevoegen losse bomen in profiel/tussen parkeren; deels vervangen bestaande kleine bomen zuidzijde door 1e en 2e orde bomen in een losse laanstructuur. • Markeren zijstraten (paden) door het zichtbaar maken van bomenkronen in straatbeeld. • Voordeuren aan de straat. • Afwisseling tussen langsgevels en kopgevels en afwisseling rooilijn/hoogte/woningtype/ overgangszone.
35 | BGSV
Datum
[dd mm jjjj] A
projectnr
:
datum
:
ontw | controle | tek
.
.
.
.
2021-048 23 05 2023
0
schaal
0
0 m
1 : 200
van Vollenhovenstraat
wijz.
Ter Werve Oost
Van Vollenhovenlaan Profiel
Doctor Kruytstraat
Datum
.
.
-
.
.
projectnr
:
datum
:
wijz.
Ter Werve Oost
Doctor Kruytstraat Profiel
ontw | controle | tek
[dd mm jjjj] A
Datum
[dd mm jjjj] A
projectnr
:
datum
:
Generaal Berenschotlaan Generaal Berenschotlaan Ter Werve Oost
2021-048 23 05 2023
0
0
0 m
Profiel
1 : 200
schaal
ontw | controle | tek
.
.
.
.
2021-048 23 05 2023
wijz.
Datum
projectnr
:
datum
:
wijz.
Karel Doormanlaan 0
schaal
0
0 m
1 : 200
36 | BGSV
Ter Werve Oost
Karel Doormanlaan Profiel
ontw | controle | tek
[dd mm jjjj] A
.
.
.
.
2021-048 23 05 2023
Datum
[dd mm jjjj] A
projectnr
:
datum
:
0
0
0 m
1 : 200
schaal
ontw | controle | tek
.
.
.
.
2021-048 07 09 2023
0
schaal
0
0 m
1 : 200
van Vollenhovenstraat • Is herkenbaar als buurtstraat met, met name, een functioneel gebruik: verkeer en parkeren in tweerichtingsverkeer. • Aantal parkeerplaatsen aan westzijde behouden (17 pp haaks) toevoegen van (een ruimtereservering voor) langsparkeren aan de oostzijde. • Tweerichtingsverkeer, maatvoering als aangegeven in profiel. • Toevoegen 2e orde bomen in een losse laanstructuur. • Voordeuren aan de straat. • Afwisseling tussen langsgevel en kopgevels. • Overhoekse oriëntatie (i.p.v. langs- en kop als uitzondering) voor de hoek van Vollenhovenstraat en De Karel Doormanlaan • Generaal Berenschotlaan • Is herkenbaar als buurtstraat met, met name, een functioneel gebruik: verkeer en parkeren in tweerichtingsverkeer. • Aantal parkeerplaatsen aan oostzijde behouden (12 pp langs) en een ruimtereservering voor langsparkeren aan de oostzijde. • Tweerichtingsverkeer, maatvoering als aangegeven in profiel. • Behouden van de bestaande bomen. • Voordeuren aan de straat. • Afwisseling tussen langsgevel en kopgevels. Professor Snouck Hurgronjestraat, Doctor Kruytstraat en Pater van Lithstraat • Herkenbaar als verblijfsgebied en alleen toegankelijk voor langzaam verkeer. • Drie gebieden die familie van elkaar zijn maar ook een eigen uitstraling hebben.
• Maximaal groene invulling, breedte minimaal 16 meter, plaatselijk verbreden tot 25 meter; op deze plaatselijke verbreding voor iedere straat een speelplek/ontmoetingsplek/groen van minimaal 100m2. • Gestrooide bomen/boomgroepen; 3e orde en/of meerstammig. Op breedste deel ook 2e of 1e orde boom/bomen. • Bomen inpassen met ondergrondse infra en op voldoende afstand (ca. 5 meter) van de gevel. • Minimaliseren verharding door samenvoegen voetpaden of zo smal mogelijk maken ervan (zonder bereikbaarheid hulpdiensten en verhuiswagen uit het oog te verliezen). • Voordeuren aan de straat. • Asymmetrisch straatbeeld is denkbaar, verschillen in voortuinzone en rooilijn. • Doctor Kruytstraat sluit aan op speelroute richting de speeltuin, fietsen toegestaan. Churchilllaan • Representatieve uitstraling met entrees aan een ‘buitengalerij’ of pad. Geen garage/blinde plinten zichtbaar. • Ontworpen robuuste overgangszone voor de gehele lengte. • Een wandel- of struinroute langs minimaal een deel van het gebouw, kan samenvallen met de pas langs de entrees. • Flauwe oever, circa 15 meter ten behoeve van ecologische verbinding, zie ook thema groen die doorlopen tussen bouwdelen door. • Een stedelijke laag met hoogte accenten en rooilijnsprongen tussen verschillende bouwdelen.
37 | BGSV
38 | BGSV
BIJLAGE 6: BEELDKWALITEIT 6.1 Beeldkwaliteit bebouwing De bebouwing in Te Werve is een typisch voorbeeld van een naoorlogse wijk uit de jaren 60 met kenmerkende architectonische elementen van de seriematige bouw uit die tijd. De nieuwe invulling van Te Werve Oost krijgt een eigen identiteit die de kenmerken van de architectuur uit de jaren 60 op een nieuwe manier vormgeeft. Daardoor past de nieuwbouw goed bij de rest van de wijk. Verticaliteit trappenhuizen met verfijning en ornamenten
bijzonder metselwerk
verdiepte of halfverdiepte balkons
wederopbouwornamenten
verfijning in de dakrand, overstek, flauwe hellingshoek
uitgewerkte entreepartij
bijzonder metselwerk
continue betonnen banden geven contrast en relief
bijzondere kopgevels
wederopbouwornamenten
Karakteristieke kenmerken, spelregels De kenmerken van de bestaande (oorspronkelijke) bebouwing zijn de volgende: Blokken zijn recht en eenvoudig van opbouw en altijd afgedekt met een flauwe kap met overstek. De overheersende hoogte is vier lagen, met uitzondering van de eengezinswoningen. De gevelopbouw is symmetrisch rondom het trappenhuis. De woningen hebben grote vensters ter plaatse van de woonkamers, waardoor de woningen licht zijn en mooi uitzicht hebben. Door de seriematige opbouw liggen balkons altijd onder elkaar, waardoor er een balans is tussen horizontale en een verticale gevelgeleding. Wie goed kijkt ziet verbijzonderingen. Rondom de trappenhuizen zijn altijd variaties en kleine ornamenten aangebracht. Ook hebben de blokken plastisch vormgegeven gevels met soms bijzondere metselpatronen, diepte en contrast in kleur. Entrees zijn zorgvuldig vormgegeven met een luifel. Kleur en materiaalgebruik is eenduidig. Alle bebouwing heeft een kleur en accenten in witte kozijnen en betonnen randen. Alle woningen hebben groene voor- en zijtuinen, privé of collectief. Dikke ligusterhagen vormden oorspronkelijk de grens tussen stoep en tuin. Dit karakteristieke beeld willen we in de wijk herkenbaar houden en daarom zal de nieuwbouw moeten passen binnen dit beeld. Om dit te realiseren is voor de nieuwbouw een set spelregels opgesteld:
39 | BGSV
inspiratie uit de omgeving dominante hoogte is 4 lagen hoog
symmetrische opbouw evenwicht tussen horizontaliteit en verticaliteit
verbijzondering van het trappenhuis met ornamenten en raampartijen.
plasticiteit in de gevel
schoorsteen doet mee in silhouette
lage plint
1 9 5 7
bouwjaar
ritme van repeterende verticale elementen met een verbijzondering van het trappenhuis. Symmetrisch 40 | BGSV
Hoofdvorm • De hoofdvorm is eenduidig en orthogonaal. Boven de vier lagen mag een set back toegepast worden. • De blokken worden plat afgedekt of met een flauwe kap. • Aan het openbaar gebied liggen balkons half verdiept of verdiept in de gevel, aan de privézijde van blokken hoeft dit niet. Gevelopbouw • Een balans tussen verticaliteit en horizontaliteit is aanwezig. De indeling van ramen/balkons in verticale richting zorgen voor verticaliteit in de gevel. • Dakranden hebben een overstek, zodat bouwblokken aan de bovenzijde duidelijk beëindigd worden. Bij blokken met een set back hoeft dit niet. • Elke woning heeft ten minste één groot venster ter plaatse van de woonkamer. • Kopgevels hebben waar mogelijk ramen. Verbijzonderingen • De entreepartij is zorgvuldig vormgegeven met een mee ontworpen brievenbus, bel en huisnummer en bijvoorbeeld een luifel. • Het is wenselijk dat kleine ornamenten die refereren aan de jaren 50 of zijn hergebruikt uit de bestaande panden worden toegepast. • Bij het toepassen van poorten of hekwerken naar de collectieve binnenterreinen zijn deze mee ontworpen en zijn een onlosmakelijk deel van de architectuur. • Tot de onderzijde van de onderste raamkozijnen kan een band worden toegepast, maar dit hoeft niet. • Lift-opbouwen vallen binnen het kader van de dakrand/doorgetrokken gevel.
• Ergens in de wijk wordt het bouwjaar van het project weergegeven in een gevel. • Entrees van de collectieve fietsenbergingen zijn duidelijk herkenbaar vanaf de straat en zijn zorgvuldig vormgegeven. Fietsenbergingen zijn sociaal veilig met ramen en licht. Gevelreliëf • Gebouwen krijgen plastiek en diepte door het toepassen van kozijnen met neggen en bijzondere metselwerkverbanden. Materialisatie en kleurgebruik • Het hoofdmateriaal is baksteen. • De bebouwing kent één hoofdkleur, of twee kleuren ten noorden en ten zuiden van de Karel Doormanlaan. De kleur sluit aan bij de kleuren uit de omgeving; van rood-oranje tot rood-bruin. • Zijkanten en voorzijde van de blokken hebben dezelfde kleur. • Lichte kozijnen zorgen voor contrast.
41 | BGSV
relief en verfijning
ritme in de gevel verticale geleding in een herhalend patroon
bijzonder metselwerk
42 | BGSV
6.2 Beeldkwaliteit Overgangen privé openbaar Groene omzoming Kenmerkend aan Te Werve is de groene omzoming van gebouwen. Zowel aan de voor (de entree) zijde als op de kopgevels en de achterzijde. Deze paragraaf beschrijft een aantal mogelijke invullingen om het beoogde resultaat te bereiken. De diepte van de zone varieert en ook of het een collectieve invulling heeft; een haag of groenvak, of een individuele invulling; een tuin. Deze variatie is kenmerkend voor de wijk en wordt voortgezet in de nieuwbouw. Woningen staan dus nergens met de gevel op de straat. Altijd is er sprake van een overgangszone, dat kan een privé (gevel)tuin zijn, een collectieve tuin of een openbare groenstrook. Waar voor welke oplossing wordt gekozen is afhankelijk van de context: de gebruikswaarde van een tuin met het oog op bezonning en gebruik van het aanliggend openbaar gebied en de doelgroep. De overgangszone van 1,5 meter met voldoende plek voor een bankje is de standaard. We onderscheiden daarnaast voor de overgang openbaar-privé verschillende types met de volgende kenmerken. 1. Een overgangszone van 1-2 meter met a. een haag als afscheiding of een deels groene invulling b. zowel aan de voorzijde als aan de zijkant 2. Een geveltuin van 30 cm als: a. op bijzondere plekken om bijvoorbeeld een entree of een hoek te verbijzonderen b. daar waar de gevel niet/nauwelijks op de zon ligt c.
als de tuin direct grenst aan groen openbaar gebied of er geen of slechts een heel informeel en smal pad langs de gevel loopt 3. Een tuin van 2 a 2,5 meter a. daar waar rooilijnen naar achter springen en meer ruimte ontstaat in de straat b. een haag als erfscheiding 4. Een voorzone van 1,5 meter met bebouwde/mee-ontworpen zitelementen a. In de zone Karel Doormanlaan-Churchilllaan b. Om ontmoeten en verblijven uit te lokken c. Bij woningen voor de doelgroep jongeren 5. Een direct op de gevel aansluitende openbare beplantingsstrook a. In het verlengde van een privé overgangszone, maar daar waar geen woningen grenzen aan het openbaar gebied, maar bergingen of andere functies b. Beplanting halfhoog of gemengd laag/hoog, aansluitend op de privé overgangszones
43 | BGSV
Plinten In de beleving van de wijk spelen plinten en de herkenbaarheid van de menselijke maat een belangrijke rol. De hoeveelheid dichte gevels wordt tot een minimum beperkt. Woonvertrekken tegen een halfverdiepte garage zijn voldoende diep, bij voorkeur minimaal 4 meter, zodat er ook echt een verblijfsruimte aan de straat kan komen. Waar geen verblijfsruimte in de plint zit maar een entree/ hal/fietsenstalling/berging wordt deze groen ingepakt; gevelbegroeiing, haag of plantvak. Ook hoogteverschillen tussen maaiveld en het opgetilde maaiveld van een parkeerdek worden op een vriendelijke en toegankelijke manier opgelost, met taluds, trappen en speelaanleidingen al dan niet gecombineerd met bloembakken. Poorten naar de garage worden vormgegeven met een bijzonder hekwerk. Daktuinen De tuinen op parkeergarages zijn collectief gebied, eigendom van een VvE. De inrichting moet zodanig zijn dat de ambitie om ze overdag (deels) toegankelijk te maken voor de buurt en ‘s avonds afsluitbaar te maken, haalbaar is. Het hek kan zo geplaatst worden dat minimaal een deel van de ruimte op het dek overdag openbaar toegankelijk is. Daardoor wordt er te allen tijde een relatie gelegd tussen beide maaivelden.
Voor de overgang openbaar-collectief terrein, op de dekken worden de volgende principes meegegeven: • Het creëren van privacy voor de bewoners in een semi-openbaar hof is belangrijk om te voorkomen dat er zelfgemaakte oplossingen voor verrommeling zorgen. De overgang van de privé tuin naar het collectieve hof is vormgegeven door: a. middel van een groene haag van maximaal 1,20m hoog met daarin eventueel opgenomen een hek b. middel van bloembakken c. eventueel zorgt enige afstand van het pad tot de tuinen voor meer privacy en opgaande beplanting d. met mee-ontworpen bergingen of tuinkasten in samenhang met de architectuur en de erfscheiding. Zo geplaats dat de openheid van het binnenterrein maximaal is. • Gronddekking op de parkeerbakken is voldoende (rekening houden met ca. 60 cm) zodat op bepaalde plekken heesters aangeplant kunnen worden. • Wanneer bij de laagbouwwoningen kliko’s worden gebruikt dient hiervoor bij de woning een voorziening/kast mee-ontwerpen te worden zodat zij uit het zicht van de openbare ruimte kunnen worden weggezet.
44 | BGSV
Referentiebeelden overgang openbaar-prive, gebouwd element; twee zijde blok KD-laan en CH-laan
Brede groenstrook (tuin, ca 3m) tegen woningen aan
Geveltuin aan autoluwe groene ruimte
Sfeer beelden mogelijke invulling
45 | BGSV
46 | BGSV