CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A deel 5 Bestemmingsplan Te Werve Oost (RV 25-014)

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplan Te Werve Oost (RV 25-014)24.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost

Artikel 15 15.1

Overige regels

Maximum aantal woningen

15.1.1 Aantal woningen a. Onverminderd het bepaalde in Artikel 3 Gemengd en Artikel 7 Wonen zijn maximaal 583 woningen toegestaan in het plangebied; b. Minimaal 50% van de woningen zoals opgenomen in lid 15.1.1 onder a, moet gebruikt worden als sociale huurwoning. 15.1.2 Afwijken van het aantal woningen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.1.1 meer wooneenheden toestaan tot en met een maximum van 613 woningen voor het gehele plangebied, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: a. de 30 zorgwoningen als bedoeld in lid 3.3.2 niet zijn gerealiseerd; b. het bepaalde in lid 15.1.3 dient onverkort in acht te worden genomen; c. voldaan moet worden aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming en andere ecologische doelstellingen; 9. economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal. 15.1.3 Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a.

de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming en andere ecologische doelstellingen; c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte overeenkomstig de verplichting zoals opgenomen in artikel 15.4. 15.2

Maximum omvang niet-woonfuncties

15.2.1 Maximum aantal m2 bvo Onverminderd het bepaalde in Artikel 3 Gemengd en Artikel 7 Wonen bedraagt de omvang van de niet-woonfuncties als bedoeld in artikel 3.1 sub d en artikel 7.1 sub c en d ten hoogste 600 m2, met dien verstande dat: a. de volledige 600 m2 bvo mag worden ingevuld voor een buurthuis; b. 300 m2 bvo mag worden ingevuld voor overige niet-woonfuncties als bedoeld in Artikel 3 sub d en Artikel 7 sub c en d.

Regels (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Te Werve Oost

15.2.2 Afwijken van het maximum aantal m2 bvo Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.1 en een groter bruto vloeroppervlak toestaan, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: a. het bruto vloeroppervlak als bedoeld in artikel 15.2.1 (600 m2) met maximaal 500 m2 mag toenemen; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte overeenkomstig de verplichting zoals opgenomen in artikel 15.4. 15.3

Voorwaardelijke verplichting geluid

a. Voor de functie wonen zoals bedoeld in artikel 3.1 sub a en artikel 7.1 sub a geldt dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend indien vaststaat dat de geluidsbelasting op de gevel(s) van de woningen de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (Hogere waarde) ingevolge een besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit Hogere waarde gestelde voorwaarde(n), niet zal worden overschreden. b. Het in gebruik nemen van woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als Bijlage 3 bij de regels is gevoegd, is uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden; c. Afwijking van de in sub b bedoelde voorwaarden is mogelijk wanneer maatregelen van gelijke strekking worden getroffen en deze worden voorgelegd aan en akkoord zijn bevonden door de Omgevingsdienst Haaglanden. 15.4

Voorwaardelijke verplichting parkeren - auto

a. een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de functies zoals bepaald in lid 3.1 sub a en b en lid 7.1 sub a, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de in Bijlage 4 genoemde parkeernormen, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte; b. een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de functies zoals bepaald in lid 3.1 sub d en lid 7.1 sub c en d, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de normen die zijn neergelegd in de 'Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk' zoals vastgesteld op 8 februari 2011. Als deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing indien op basis van het advies van een verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; d.

de in sub a en b genoemde parkeerbehoefte dient te worden opgelost op eigen terrein, indien dit niet mogelijk is, mag deze buiten het eigen terrein worden opgelost, mits dit binnen een afstand van maximaal 250 meter is; e. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.

32

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost

15.5

Voorwaardelijke verplichting parkeren - fiets

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, zoals toegestaan in de regels van dit plan, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor fietsen overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2011', of de rechtsopvolger(s) daarvan, tenzij de aard en omvang van het gebruik niet leidt tot significante extra parkeerbehoefte voor fietsen; b. Een (fiets)berging bij een woning, die niet voldoet aan de eisen van artikel 4.30 tot en met 4.32 van het Bouwbesluit, voldoet in ieder geval aan de gelijkwaardigheidsbepaling van artikel 1.3 van het Bouwbesluit als wordt voldaan aan de in onderstaande leden genoemde eisen; c. Een gemeenschappelijke fietsenberging voorziet in onderstaand aantal fietsparkeerplaatsen per woning in combinatie met een interne berging in de woning: Gebruiksoppervlakte woning (m2)

Aantal plekken voor bewoners in Benodigde interne berging (m2) een fietsrek

Tot 50

2 (minimum 2 plekken)

geen

50 tot 75

2

2,7

75 tot 100

3

2,7

100 en groter

4

2,7

d. Er is per woning ten minste één plek in een laag rek; e. Fietsparkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden; f. Het bepaalde onder e is niet van toepassing indien: 1. de gerealiseerde fietsparkeergelegenheid wordt verplaatst na goedkeuring van de gemeentelijke verkeerskundige; 2. het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen wordt verkleind door rechtsopvolgend beleid; 3. één jaar na oplevering of later aantoonbaar sprake is van een overschot aan fietsparkeergelegenheid en na goedkeuring van de gemeentelijke verkeerskundige; g. De gemeenschappelijke fietsberging voor bewoners is een afsluitbare bergruimte; h. De fietsberging ligt in de directe nabijheid van de entree van het woongebouw of de liftschacht en/ of trappenhuis; i. Een fietsberging dient vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar te zijn via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte; j. Het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen voor bezoekers bedraagt 0,25 per woning; k. Het oppervlak dat een warmwatertoestel, een ruimteverwarmingstoestel of een andere gebouw-gebonden installatie inneemt, wordt niet meegerekend bij het bepalen van het oppervlak van de interne berging. 15.6

Voorwaardelijke verplichting waterberging

De gronden met de bestemming 'Gemengd' en de bestemming 'Wonen' mogen uitsluitend overeenkomstig de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits: a. Uiterlijk acht jaar na ingebruikname van een hoofdgebouw is voorzien in de aanleg en instandhouding en het te allen tijde binnen het plangebied van onderhavig bestemmingsplan effectief beschikbaar houden van minimaal 646 m3 waterbergingscapaciteit. b. Om de waterberging als bedoeld in lid 15.6 sub a effectief in stand te houden dient aan de volgende randvoorwaarden te worden voldaan: 1. een opvangcapaciteit voor berging van hemelwater van minimaal 646 m3; 2. vertraagde afvoer van minimaal 24 tot maximaal 48 u of een neerslag gestuurde lediging dit zodanig wordt ingesteld dat voorafgaand aan een bui een hoeveelheid waterberging naar rato van de verwachte neerslag wordt vrijgemaakt en dat de duurzame instandhouding en het beheer is geborgd. c. Het college van B&W zijn bevoegd om middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder a door toe te staan dat een langere termijn wordt aangehouden voor de realisatie van de vereiste maatregelen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aanhouden van een langere termijn is noodzakelijk vanuit het oogpunt van de

Regels (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Te Werve Oost verwezenlijking van de bestemming; 2. het aanhouden van een langere termijn leidt niet tot waterhuishoudkundige problemen; 3. vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap Defland. 15.7

Voorwaardelijke verplichting natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie

De hoofdgebouwen zoals bedoeld in artikel 3.2.1 en artikel 7.2.1 mogen uitsluitend worden gebouwd indien geborgd is dat natuurinclusief en klimaatadaptief gebouwd wordt en de te treffen maatregelen in stand gehouden worden. Hierbij gelden de volgende regels: Natuurinclusief bouwen a. er dient inzicht gegeven te worden in de te nemen maatregelen op gebouwniveau en de wijze hoe deze in stand gehouden worden. b. om te beoordelen of de te nemen maatregelen voldoende zijn, vraagt het college advies aan een deskundige. Deze deskundige toetst of de maatregelen bijdragen aan de gewenste biodiversiteit in het gebied, op basis van het inspiratie- en toetsingsinstrument Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, dat als Bijlage 5 bij deze planregels is opgenomen, als richtlijn. Klimaatadaptatie c. bij de aanvraag omgevingsvergunning dient aangetoond te worden dat de maatregelen zoals bedoeld in bijlage A.1. en de daarbij behorende bijsluiter van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen dat als Bijlage 6 bij de regels is gevoegd, gerealiseerd en in stand gehouden worden. d. andere klimaatadaptieve maatregelen zijn mogelijk, indien toepassing daarvan leidt tot een vergelijkbaar effect; e. het college vraagt advies aan een deskundige ten behoeve van de beoordeling van het bepaalde onder d.

34

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost

Hoofdstuk 4 Artikel 16 16.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

16.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan 16.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 16.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 16.1.1 met maximaal 10%. 16.1.3 Uitzondering Lid 16.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2

Overgangsrecht gebruik

16.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 16.2.2 Afwijkingsmogelijkheid Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 16.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 16.2.3 Verlooptermijn Indien het gebruik, bedoeld in lid 16.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 16.2.4 Uitzondering Lid 16.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Regels (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Te Werve Oost

Artikel 17

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan 'Te Werve Oost' van de gemeente Rijswijk.

36

Regels (vastgesteld)

Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven

-

advocaat;

-

accountant-administratieconsulent;

-

alternatieve genezer;

-

belastingconsulent;

-

bouwkundig architect;

-

dierenarts;

-

fysiotherapeut;

-

gerechtsdeurwaarder;

-

huidtherapeut;

-

huisarts;

-

interieurarchitect;

-

juridisch adviseur;

-

kapper;

-

kunstenaar;

-

leraar;

-

logopedist;

-

makelaar;

-

manicure;

-

medisch specialist;

-

notaris;

-

oefentherapeut Cesar/Mensendieck;

-

organisatieadviseur;

-

orthopedagoog;

-

pedicure;

-

psycholoog;

-

raadgevend adviseur;

-

redacteur;

-

registeraccountant;

-

schoonheidsspecialist;

-

stedenbouwkundige;

-

tandarts;

-

tandarts-specialist;

-

tolkvertaler (al dan niet beëdigd);

-

tuin- en landschapsarchitect;

-

verloskundige.

STAAT VAN HORECA-ACTIVITEITEN Categorie 1 “lichte horeca” Horecabedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a. Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca: - automatiek; - broodjeszaak; - croissanterie; - koffiebar; - lunchroom; - ijssalon; - snackbar; - tearoom; - traiteur; allen met een bedrijfsoppervlak tot en met 250 m2. 1b. Overige lichte horeca: - bistro; - restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice); - hotel; allen met een bedrijfsoppervlak tot en met 250 m2. 1c. Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking: - bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250 m²; - restaurant met bezorg- en/of afhaalservice.

Categorie 2 “middelzware horeca” Horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: - bar; - bierhuis; - biljartcentrum; - café; - proeflokaal; - shoarma/ grillroom; - zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/ dansevenementen).

Categorie 3 “zware horeca” Horecabedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: - dancing; - discotheek; - nachtclub; - partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).

Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag

Zaaknummer Ons Kenmerk Datum

: : :

Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag (070) 21 899 02 vergunningen@odh.nl www.odh.nl

01088501 ODH910586 11 december 2024

Beschikking Wet geluidhinder - hogere waarde(n) geluid Onderwerp In verband met de vaststelling van het bestemmingsplan Te Werve Oost dienen hogere waarden voor de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van maximaal 54 decibel (hierna: dB) te worden vastgesteld voor 255 woningen op de locatie Te Werve Oost te Rijswijk vanwege wegverkeerslawaai.

Besluit Wij besluiten: de volgende hogere grenswaarden voor geluid vast te stellen voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai: Geluidsgevoelig object:

Geluidsbron**

Gesitueerd aan:

Aantal

Te Werve Oost

255

Sir Winston Churchilllaan Burgemeester Elsenlaan

Vastgestelde hogere waarde in dB t/m maximaal* 54 50

*De hogere grenswaarde is inclusief de aftrek op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder **De hogere waarde is inclusief de bijdrage van de spoorweg vallend onder de definitie weg (in de zin van de Wet geluidhinder).

Ondertekening Burgemeester en wethouders van Rijswijk, namens dezen,

ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen deze beschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.

OVERWEGINGEN Aanleiding In verband met de vaststelling van het bestemmingsplan Te Werve Oost dienen hogere waarden voor de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van maximaal 54 dB te worden vastgesteld voor 255 woningen op de locatie Te Werve Oost te Rijswijk vanwege wegverkeerslawaai. Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Deze woningen komen te liggen op de volgende grondpercelen of grondperceelgedeelten: kadastrale gemeente : Rijswijk sectie : D grondpercelen : (gedeeltelijk) 7743, 8147, 5899, 7741, 7740, 7739, 7686

Bij de voorbereiding van dit besluit zijn de volgende stukken gevoegd: ʻʻAkoestisch onderzoek bouwplan Te Werve in Rijswijk”, M+P, M+P.SYNCH.21.01A.1, 15 januari 2024 (ODH1093169); - Informatieformulier hogere waarden (ODH887711); - kadastrale kaart (ODH887709).

Procedure Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Voor deze procedure geldt op grond van overgangsrecht nog het oude recht, in dit geval de Wet geluidhinder. Dit volgt uit artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet. Omdat de termijn voor ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan Te Werve Oost en het ontwerpbesluit hogere waarden is gestart op 22 december 2023, voor de invoering van de Omgevingswet, blijft het oude recht van toepassing. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is toegepast op deze beschikking. Zienswijzen De ontwerpbeschikking heeft ter inzage gelegen van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024. Er zijn geen zienswijzen ingebracht. Ten opzichte van de ontwerpbeschikking zijn de volgende wijzigingen aangebracht: - verwijzing naar nieuwste versie akoestisch rapport; - toevoeging toekomstige bronmaatregel geluidreducerend wegdek op de Sir Winston Churchilllaan; - overweging cumulatie alleen waar meerdere wegen een relevante geluidbelasting veroorzaken.

Toetsingskader en grondslag beschikking Bij vaststelling van het bestemmingsplan dienen, op grond van artikel 76, tweede lid 2 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh), de in dit besluit vastgestelde hogere waarden in acht genomen te worden. Artikel 110a van de Wgh vormt de grondslag van deze beschikking. Het vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst aan de Wgh en het Besluit geluidhinder.

Beoordeling In de Wgh zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidsbelasting van wegverkeerslawaai. De Wgh gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarden. De voorkeursgrenswaarde ter plaatse van gevels van woningen bedraagt 48 dB. ODH910586

2/4

Een geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde is zonder meer toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale grenswaarde is niet toelaatbaar. Een geluidsbelasting in het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale grenswaarde is alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Het afwegingsproces heeft vorm gekregen in de procedure vaststelling hogere waarde voor geluid. Indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, onvoldoende doeltreffend zal zijn, of stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeers- of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, is een hogere waarde mogelijk. Gelet op artikel 82 van de Wgh is voor woningen de hoogst toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai vastgesteld op 48 dB. Ten behoeve van het bestemmingsplan Te Werve Oost is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek toont aan dat deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden met 6 dB. Wij zijn – gelet op artikel 83 van de Wgh - bevoegd hogere waarden vast te stellen tot maximaal 63 dB, mits aan de daartoe gestelde voorwaarde is voldaan.

Deze voorwaarde is dat aangetoond moet worden dat geluidwerende voorzieningen: - onvoldoende doeltreffend zijn of; - overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In het akoestisch onderzoek zijn de volgende maatregelen overwogen: Bronmaatregelen Met de aanleg van een geluidreducerend wegdek op de Sir Winston Churchilllaan kan een reductie worden verwacht van 2-3 dB. Omstreeks 2027 zal het wegdek ter hoogte van het bouwplan worden vervangen door geluidreducerend asfalt. Het exacte mengsel staat nog niet vast waardoor vooralsnog bij de vaststelling hogere waarden geen rekening is gehouden met de geluidreductie. Met het aanbrengen van geluidreducerend asfalt zal de geluidbelasting op de gevels van de woningen aan de Sir Winston Churchilllaan lager worden dan 58 dB waardoor deze gevels als geluidluw worden aangemerkt (conform het concept hogere waardenbeleid van de gemeente). Overdrachtsmaatregelen Gezien de korte afstand tot de weg en de grote hoogte van de beoogde bebouwing biedt het plaatsen van geluidsschermen geen oplossing voor de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde.

Het akoestisch onderzoek toont aan dat geluidwerende voorzieningen onvoldoende doeltreffend zijn en overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke en financiële aard, waardoor het mogelijk is om hogere waarden te stellen. Cumulatie Ten aanzien van de geluidsgevoelige objecten waar deze beschikking betrekking op heeft, is er sprake van samenloop van verschillende bronnen (Sir Winston Churchilllaan en de Burgemeester Elsenlaan). De cumulatie ter plekke van de woningen, waar cumulatie ontstaat door wegen die daar de voorkeursgrenswaarde overschrijden, bedraagt maximaal 58 dB (exclusief de aftrek als bedoeld in artikel 110g van de Wgh). Vanwege cumulatie neemt de maximale geluidsbelasting binnen het plan niet toe. Gelet hierop zijn wij van oordeel dat de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare situatie. ODH910586

3/4

Kadastrale registratie De in het besluit opgenomen grondpercelen komen voor registratie bij het Kadaster in aanmerking.

Conclusie Uit de overwegingen volgt dat hogere waarden als gevolg van wegverkeerslawaai kunnen worden vastgesteld.

ODH910586

4/4

Gebiedsnorm Te Werve, woningen Woningcategorieën Grondgebonden, koop, groot Grondgebonden, koop, middelgroot Grondgebonden, koop, klein Etage, koop, groot Etage, koop, middelgroot Etage, koop, klein Etage, koop, micro Grondgebonden, huur, groot Grondgebonden, huur, middelgroot Grondgebonden, huur, klein Etage, huur, groot Etage, huur, middelgroot Etage, huur, klein Etage, huur, micro Kamerverhuur, zelfstandig Kamerverhuur, niet-zelfstandig Serviceflat

Type / GBO Vrijstaand 2-onder-1-kap Tussen/hoek > 120 m2 80 – 120 m2 50 – 80 m2 < 50 m2 > 120 m2 80 – 120 m2 50 – 80 m2 > 120 m2 80 – 120 m2 50 – 80 m2 < 50 m2

Kentallen bewoners Inclusief bezoek (0,2 pp)* 2,1 1,8 1,6 1,5 1,3 1,2 0,8 1,4 1,3 1,1 1,3 1,0 0,8 0,6 0,5 0,2 0,4

* Voor bezoekersparkeren geldt een norm van 0,2 pp/wo, waarbij 0,1 pp/wo daadwerkelijk wordt aangelegd en 0,1 pp/wo ruimtelijk beschikbaar is voor een mogelijke uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen.

Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost Rapport natuurinclusieve ontwikkeling | Te Werve, Rijswijk 12 juni 2024

Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost

Schetsontwerp Te Werve Oost (Bron: Mecanoo)

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

2

Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost Voor de toekomstige bewoner Over een aantal jaar woont u met veel plezier in Te Werve Oost. Bij het wakker worden hoort u de huismussen roepen. Dat is lekker wakker worden zeg! U loopt vervolgens een rondje na het ontbijt en al op de hoek van de straat ziet u enkele weidehommels eten van de veelvuldig aanwezige bloemen. Aangekomen bij het water tussen de Karel Doormanlaan en Winston Churchilllaan ziet u kinderen met een schepnet beestjes zoeken. In een emmertje zitten verschillende kleine watersalamanders. “Wel terugzetten he” geeft u ze nog mee. Ze knikken enthousiast. Iets verderop vliegen de bruine blauwtjes en glassnijders gebroederlijk over en langs het water.

U bent duidelijk verrast! Ook de gebouwen hier zijn behoorlijk groen. Groene gevels en daken zijn meer regel dan uitzondering. Ook merkt u op dat er veel ronde openingen in de gevels zitten. In enkele ziet u huismussen zitten. Het valt u tevens op dat er veel bloemen, struiken en bomen aanwezig zijn. Een heel gevarieerd beeld. De struiken bloeien uitbundig, er zitten vlinders en bijen op. Dat moet in het najaar veel bessen opleveren denkt u. Voordat u weer met frisse tegenzin vertrekt, loopt u nog even naar het water. De glooiende oevers en uitbundig bloeiende vegetatie toveren een glimlach op uw gezicht. Als kers op de taart ziet u een net uitgeslopen glassnijder op een rietstengel uitharden.

Rond zonsondergang komt u thuis en ziet de wijk er weer heel anders uit. Egels zijn aan het scharrelen op de grasvelden en in de struiken. En boven uw hoofd vliegen vele gewone dwergvleermuizen op zoek naar insecten. U denkt nog aan de vleermuis die u zag boven het water. Die zag er met zijn witte buik heel anders uit dan deze. Dan moet dat vast een watervleermuis zijn geweest. Wat is het toch lekker wonen in zo’n groene wijk denkt u nog.

Voor de bestuurder U bent bestuurder en u hebt deze wijk Te Werve Oost mede mogelijk gemaakt. Dank namens de bewoners, maar zeker ook namens de flora en fauna. Het was vast spannend om iedereen te overtuigen en de natuurinclusieve ambities op deze manier in het plan te krijgen, maar zeg nu zelf: wat levert het een mooi eindresultaat op. Trots en blij bent u met de wijze waarop het beheer is betrokken bij het ontwerp en (daardoor) hoe de wijk nu onderhouden kan worden. Ook bent u blij dat het geen rommelige wijk geworden is, maar een gevarieerde, groene, goed beheerde wijk. Binnenkort maar eens een rondleiding, onder leiding van onze stadsecoloog, organiseren denkt u. Het animo zal wel groot zijn.

Voor de toekomstige bezoeker Te Werve Oost is al weer enkele jaren geleden opgeleverd. U hebt er al veel over gehoord, maar wilt er toch eens gaan kijken. Zodra u de wijk binnen fietst, valt u direct op hoe groen maar toch ook verzorgd het er is.

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

3

Aanleiding Rijswijk wonen gaat de wijk Te Werve Oost herontwikkelen. Na sloop van de bestaande appartementen (332 woningen) worden er circa 590 woningen teruggebouwd. In het Ontwikkelkader Te Werve-Oost van BGSV (2023) is door de gemeente Rijswijk als 1 van de 6 ambities opgenomen dat de wijk gezond, groen en natuurinclusief wordt. Deze ambitie sluit goed aan bij het groenbeleid van Rijswijk waarbij Te Werve Oost onderdeel is van een ecologische verbindingszone tussen de kerngebieden (Landgoederenzone en Zwethzone). Om een natuurinclusieve wijk te realiseren zijn in het Ontwikkelkader 2 natuurbiotopen beschreven, te weten ‘stadsbiotoop’ en ‘primaire ecologische verbinding’. Het stadsbiotoop gaat met name over het gebied ten noordwesten van de Karel Doormanlaan. De woningen met bijbehorende tuinen en groene openbare ruimte worden voor verschillende doelsoorten ingericht. Primaire ecologische verbinding betreft hier het gehele gebied tussen de Sir Winston Churchilllaan en de Karel Doormanlaan (inclusief deze laan), waaronder de watergang en oevers die aansluiten op Park De Driesprong. Ook de tuinen en gebouwen worden onderdeel van de ecologische verbinding.

De belangrijkste kaders voor de uitwerking van een natuurinclusief Te Werve Oost zijn: •

Provinciaal beleid Zuid-Holland: 40 icoonsoorten benoemd die samen de verschillende leefgebieden in de provincie vertegenwoordigen

•

Groenbeleidsplan Rijswijk: Rijswijkse groengebieden en groenstructuren, onderverdeeld in 3 nauw met elkaar samenhangende lagen: boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur

•

Convenant klimaatadaptief bouwen: de gemeente Rijswijk heeft het convenant Klimaatadaptief bouwen ondertekend waardoor gestreefd wordt naar minder wateroverlast, hittestress, nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling en meer biodiversiteit.

•

Ontwikkelkader Te Werve-Oost: het realiseren van een gezonde, natuurinclusieve buurt met ruimte voor bewegen en toekomstbestendig groen.

•

SO buitenruimte Te Werve, Rijswijk van Mecanoo architecten: dit schetsontwerp biedt grofweg de ruimtelijke kaders voor het natuurinclusief maken van de wijk.

Meer over de 2 natuurbiotopen verderop in dit document. Voorliggend rapport is enerzijds bedoeld ter onderbouwing van de gemaakte keuzes om de wijk natuurinclusief te maken. Anderzijds biedt het rapport een doorkijk naar de nog te nemen stappen om Te Werve Oost daadwerkelijk natuurinclusief te laten zijn en blijven.

Plangrens Te Werve Oost (Bron: Ontwikkelkader van BGSV) TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

4

Natuurinclusief bouwen Wat betekent natuurinclusief bouwen nu eigenlijk voor Rijswijk en Te Werve Oost? Primair gaat het erom dat de wijk niet alleen voor de mens wordt ingericht, maar ook voor natuur. Dit betekent dat gevels, daken, tuinen en openbare ruimte zodanig worden ingericht dat natuur zich er zelfstandig kan vestigen. Goede groen- en waterverbindingen met de omgeving zijn daarbij essentieel. Ook moet er zodanig worden beheerd dat de natuur er aanwezig blijft. De basiscondities voor soorten moeten dus op orde zijn en blijven. Iedere soort heeft echter andere eisen. Daarom is gekozen voor het gebruik van een haalbare selectie aan doelsoorten. Voor een dergelijke selectie is het immers goed te bepalen welke leefgebiedselementen nodig zijn. Per doelsoort is gekeken naar de 5 V’s: verblijfplaats, voedsel, verbinding, veiligheid en variatie. Indien deze aspecten in voldoende mate aanwezig zijn in de wijk, dan is de kans groot dat de doelsoorten de wijk in de toekomst gaan gebruiken.

Grote Kattenstaart in bloei

In de toekomst hebben (doel)soorten van zowel het stadsbiotoop als de primaire ecologische verbinding in de wijk voldoende verblijf- en schuilplaatsen, vinden er hun voedsel, maken gebruik van de verbindende elementen op maaiveld en op hoogte en krijgen voldoende variatie in leefgebiedselementen aangeboden.

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

5

Plangebied en omgeving De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een combinatie van nieuwbouwblokken en naoorlogse bebouwingstypen. Tussen deze bebouwing is relatief veel groen aanwezig. Te Werve Oost takt aan op een primaire ecologische verbindingszone (natte en droge natuurverbinding) die de ecologische kerngebieden in Rijswijk met elkaar verbindt. Ten westen van het plangebied ligt Park de Driesprong, onderdeel van diezelfde (gemeentelijke) primaire ecologische verbindingszone.

Impressie van de huidige situatie in de wijk

Het plangebied Te Werve Oost is een naoorlogse woonwijk met een opbouw van lanen, straten, bouwblokken en besloten hoven. Het groen speelt een belangrijke rol in de wijk en kent een gevarieerde en gelaagde opbouw. Er zijn veel volwassen bomen aanwezig die waarschijnlijk grotendeels gerooid moeten worden. Aan de Sir Winston Churchilllaan is een typisch stedelijke watergang aanwezig met weinig water- en oevervegetatie en steile, beschoeide oevers.

Hoofd-Natuurstructuur uit het recente Groenbeleid van Rijswijk met in rood het plangebied

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

6

Natuurbiotopen en doelsoorten In te Werve Oost zullen 2 natuurbiotopen terug te vinden zijn: primaire ecologische verbinding en stadsbiotoop. De gehele zone tussen (en inclusief) de Karel Doormanlaan en de Sir Winston Churchilllaan, inclusief tuinen, woningen, watergang en oevers, gaat tot de primaire ecologische verbinding horen. Voor deze zone zijn 4 doelsoorten geselecteerd. De rest van de wijk zal ingericht worden als stadsbiotoop. Ook voor het stadsbiotoop zijn 4 doelsoorten geselecteerd. d w erg vl e

Ge w

e id

eho m m

e

ru

i n b l a u w tj

Gl

a s s nij d er

der

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

B

ne

te rs ala m

e

wa

an

W

W

l

e r vle er mu

is

at

e u is

Stadsbiotoop

Ecologische verbindingszone

ne

rm

o

Eg el

K l ei

m H u is us

Waarom natuur(biotopen) in een woonwijk? Het is inmiddels hard nodig om woon- en werkgebieden te betrekken bij de ambitie om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen en liefst te keren. Daarom kiest Rijswijk ervoor ook in te zetten op natuur in de woonomgeving. Mede omdat Rijswijk partner is van Het Nationaal Park Hollandse Duinen in oprichting. Een Nationaal Park nieuwe stijl dat zich ook nadrukkelijk richt op het stadsbiotoop. Daar komt nog bij dat Rijswijk het haar inwoners gunt al bij de voordeur natuur tegen te komen. Daarbij hebben zij deze wens zelf ook uitgesproken.

7

Stadsbiotoop Stadsbiotoop kenmerkt zich door gebouwen met geïntegreerde verblijfplaatsen en groene gevels en daken. De (semi) openbare ruimtes en particuliere tuinen zijn met gevarieerd groen ingericht. De natuurvoorzieningen in de gebouwen sluiten aan op de voorzieningen in de openbare ruimtes en tuinen. Waar mogelijk zijn onverlichte plekken aanwezig. Doelsoorten voor dit biotoop zijn huismus (vogel), gewone dwergvleermuis (vleermuis), egel

(zoogdier) en weidehommel (insect; hommel). Deze soorten zijn geselecteerd omdat ze elkaar complementeren in biotoopeisen en reeds in de omgeving van het plangebied voorkomen. Een volledige onderbouwing bij de keuze voor deze doelsoorten is te vinden als bijlage bij dit rapport.

▪ Kruidenrijk grasland met nectarrijke kruiden en bloemen ▪ Opgaand groen, vooral op 3-8m vanaf maaiveld ▪ Inheemse boomsoorten ▪ Waterbaden en zanderige plekken ▪ Compost-, takken-, of puinhopen in dicht struikgewas en bij nectarplanten ▪ Vleermuisvriendelijke spouwmuren, inbouwkasten voor vleermuizen

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

8

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

9

Doelsoorten Stadsbiotoop Huismus is een broedvogel van dorpen en steden. Deze vogel leeft in een gevarieerde, groene, menselijke omgeving met veel struikgewas en beperkte boomkroonbedekking. Meestal broedt de soort onder dakpannen, maar steeds vaker betrekt de soort ingebouwde nestplaatsen in gevels van nieuwe gebouwen. Gewone dwergvleermuis is de meest algemene vleermuissoort van Nederland. De soort verblijft vooral in gebouwen, in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, onder dakpannen of (ingebouwde) vleermuiskasten. Ze vinden hun voedsel op vele, veelal donkere plekken zoals in een groene bebouwde omgeving. Van en naar de verblijfplaatsen en jachtgebieden vliegt deze vleermuis (ter oriëntatie) vooral langs (onverlichte) boomkronen, gebouwen en watergangen.

Weidehommel komt algemeen in Nederland voor in diverse landschappen. Je kunt ze vinden in open landschappen, langs bosranden, bloemrijke graslandjes en in tuinen. In de kruidlaag of in oude vogelnesten wordt genesteld. Wilgen, bolgewassen, hondsdraf, longkruid en later in het jaar kruisbessen, braam, framboos en wilgenroosje worden gebruikt voor voedsel (nectar).

Eg e l

e

W

e id

eho m m

e l

Ge w

d w e rg vl e

uis

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

ne

rm

o

m H u is u s

Egel is een nachtactief zoogdier dat onder andere leeft in tuinen, bosranden en struweel, liefst met veel ondergroei. Egels komen in steden voor, al staat de soort daar wel erg onder druk, zolang er maar voldoende (aaneengesloten) groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Leefgebieden zijn groot (gemiddeld 10-40 hectare). Te Werve Oost is en blijft een (belangrijke) schakel in dit leefgebied.

10

Primaire ecologische verbinding Primaire ecologische verbinding kenmerkt zich door een gevarieerde natte en droge strook van minimaal 15 meter, liefst 20 meter, breed. De natuurlijke elementen zijn hier overwegend onverlicht. De watergang is natuurlijk geprofileerd en heeft flauwe natuurvriendelijke oevers. De gebouwen en de omgeving rond de gebouwen in deze zone tot en met de Karel Doormanlaan passen bij de kenmerken van een ecologische (verbindings)zone. Doelsoorten voor dit biotoop zijn watervleermuis (vleermuis), kleine watersalamander (amfibie), bruin blauwtje (insect; dagvlinder) en glassnijder (insect; libel). Deze soorten zijn geselecteerd omdat ze elkaar complementeren in biotoopeisen, reeds zijn aangewezen als doelsoort in het groenbeleid van Rijswijk en in de omgeving van het plangebied voorkomen. Een volledige onderbouwing bij de keuze voor deze doelsoorten is te vinden als bijlage bij dit rapport. In de primaire ecologische verbinding worden ook elementen van stadsbiotoop ingepast.

▪ Natuurvriendelijke oevers (1:5 of flauwer), bij voorkeur in ieder geval noordoever ▪ Variatie in beschut en open oppervlaktewater ▪ Bloemrijk grasland met open plekken

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

11

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

12

Doelsoorten primaire ecologische verbinding Watervleermuis is, zoals de naam al doet vermoeden, sterk gebonden aan waterrijke gebieden. Jagen doet deze soort boven allerlei typen wateren zoals grachten, vaarten en plassen. Hier vangt de watervleermuis vele vliegen en muggen. De watervleermuis is erg lichtschuw, maar komt toch voor in stedelijk gebied. Een robuuste, natuurlijke, voldoende donkere watergang die centraal staat in de ecologische verbindingszone, zal voor watervleermuis een bron van voedsel en verbinding zijn.

Meeliftende soorten Naast de doelsoorten zullen vele meeliftende soorten profiteren van de natuurinclusieve maatregelen. Dit zijn soorten die, ondanks dat het geen doelsoorten zijn, profiteren van de geschepte condities (die doelsoorten nodig hebben) in het plangebied. Ze maken gebruik van (min of meer) dezelfde habitatelementen als de doelsoorten. Een goed voorbeeld is het robuust inrichten van de ecologische verbindingszone voor het landhabitat van kleine watersalamander waarvan ook de wezel als meeliftende soort profiteert.

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

B

ne

ters ala m

ru

in b l a u w tj

Gl

a s s n ij d er

d er

Kl ei

wa

Glassnijder is een libellensoort die voorkomt bij helder, matig voedselarm tot voedselrijk water met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie. De meeste vindplaatsen hebben bos in de nabijheid van de wateren, maar ook in stedelijk gebied komt de soort voor. Een watergang met natuurvriendelijke oevers die centraal staat in de ecologische verbindingszone, zal voor glassnijder een bron van voortplanting, voedsel en schuilplekken zijn.

e

er vle er mu

an

at

is

W

Kleine watersalamander is een algemene amfibie, die zich voortplant in allerlei stilstaande tot zwak stromende wateren. Er moet enige mate van onderwatervegetatie aanwezig zijn, niet teveel schaduw en het water moet niet te groot in oppervlakte zijn. De soort brengt ook veel tijd door op het land. Daarom is het belangrijk dat er ook voldoende elementen aanwezig zijn die bescherming bieden. Struwelen, houtstapels, heggen, bloemrijk grasland en rijk begroeide tuinen en plantsoenen voldoen hier allemaal in.

Bruin blauwtje komt voor in droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden. De soort neemt in aantal en verspreiding toe de afgelopen jaren, hoogstwaarschijnlijk door het opwarmende klimaat. Waardplanten (planten waarop de eitjes gelegd worden en waar de rupsen van eten) van het bruin blauwtje zijn reigersbek, ooievaarsbek en zonneroosje. Als voedselplanten (nectar) worden verschillende kruiden bezocht.

Op 18 april 2024 is een werksessie belegd met de volgende partijen: • Natuurlijk Delfland (KNNV) • Vogelbescherming Nederland • Platform Groen Rijswijk Deze partijen zijn actief in (de omgeving van) Rijswijk. Omdat zij goede en actuele veldkennis hebben, is bij hen input opgehaald met betrekking tot de te behouden natuurwaarden, doelsoorten en kansen, knelpunten en aandachtspunten voor een natuurinclusief ontwerp en realisatie.

13

Programma van eisen voor de doelsoorten Elke doelsoort kent haar eigen leefgebiedseisen. De ene soort, zoals huismus, heeft een uitgebreid maatregelenpakket nodig, terwijl de andere soort zoals een bruin blauwtje al kan profiteren van één inrichtingsmaatregel. In onderstaande tabellen zijn de minimale1 eisen per doelsoort voor Te Werve Oost samengevat. Het volledige programma van eisen (PvE), inclusief benodigde ruimten en randvoorwaarden, is te vinden als bijlage bij dit rapport.

Stadsbiotoop Huismus

Het PvE voor de doelsoorten is door ontwerpers getoetst op haalbaarheid en daarop aangepast. Daarmee is het PvE een realistische set aan maatregelen te noemen waarvan mag worden aangenomen dat dit gerealiseerd kan worden. Wel is het van groot belang dat beheer (zie ook verderop in dit document) nog uitvoerig wordt betrokken om de beheerbaarheid te toetsen.

Tabel A: Geschikte (groenblijvende) soorten voor schuilgelegenheid (HM2 en HM3) huismus (niet uitputtend) 1 Het programma van eisen beschrijft de minimaal te treffen maatregelen in Te Werve Oost. Indien meer gerealiseerd kan worden, heeft dat vanuit de biodiversiteit bezien de voorkeur.

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

14

Egel

Tabel B: Globaal overzicht dieet huismus voor HM4 en HM5

Gewone dwergvleermuis

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

Weidehommel

15

Primaire ecologische verbinding Watervleermuis

Bruin blauwtje

Kleine watersalamander

Glassnijder

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

16

Algemene ontwerpprincipes voor een natuurinclusief Te Werve Oost Naast het inpassen van de inrichtingsmaatregelen voor de 8 doelsoorten (zie PvE doelsoorten) in Te Werve Oost, kan tevens biodiversiteitswinst behaald worden door een aantal generieke maatregelen te treffen. Enerzijds betreft dit ook fysieke inrichtingsmaatregelen, anderzijds zijn dit procesmatige voorwaarden. Dit hoofdstuk geeft advies voor generieke inrichtings- en beheermaatregelen die in Te Werve Oost getroffen kunnen worden. Het volgende hoofdstuk behandelt de (procesmatige) aandachtspunten voor het vervolg. •

• •

•

Probeer te behouden wat er al is (o.a. bestaand groen, bodem), dergelijke elementen hebben reeds een (belangrijke) natuurwaarde en creëren sneller het gewenste natuurlijke eindbeeld Zorg ervoor dat de wijk natuurlijk en gevarieerd oogt, maar tevens verzorgd (lees: fraai vormgegeven) en dus niet rommelig is Streef naar zoveel mogelijk natuurlijke variatie in gelaagdheid (gras- en kruidlaag, struweel en bomen), (aan te planten) plantentypen en soorten, typen verblijfplaatsen, etc. Donkerte is een belangrijke kwaliteit voor natuur. Zorg voor voldoende locaties die niet of slechts beperkt onder invloed staan van kunstlicht. Dit geldt met name voor de primaire ecologische verbinding, maar ook voor het stadsbiotoop. Maak zodoende een verlichtingsplan voor de openbare ruimte, in samenhang met de bebouwing. Voor met name vleermuizen is dit van belang. Betrek hierbij een ecoloog. Natuurmuur

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

17

Algemene ontwerpprincipes voor een natuurinclusief Te Werve Oost •

•

•

•

Zorg ervoor dat zoveel mogelijk daken natuurlijk worden ingericht. Op daken zijn unieke leefomstandigheden (zoals veel zonlicht, beperkte verstoring en beperkte invloed van kunstlicht) te realiseren voor heel veel soorten. Voorwaarde hierbij is dat er geen sedumdaken worden aangelegd, maar hoogwaardige natuurdaken met een minimale substraatlaag van >20cm en een gevarieerde beplanting In het PvE zijn neststenen voor huismus en gewone dwergvleermuis in de bebouwing opgenomen. Aangezien er voldoende geveloppervlak aanwezig is, zou het voor de natuurlijke variatie goed zijn om ook neststenen in te passen voor soorten als de gierzwaluw, spreeuw, zwarte roodstaart en mezen Zorg voor een diversiteit aan waard- en voedselplanten voor insecten. Voorbeelden van waardplanten voor dagvlinders zijn sporkehout, wegedoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, grote brandnetel, kleine brandnetel, hop, iep, wilg, hazelaar, look-zonder-look, zandraket, zeekool, damastbloem, diverse vlinderbloemigen, vooral kleine klaver, rolklaver en hopklaver, pinksterbloem, vlinderstruik, akkerdistel, schapenzuring, veldzuring, wilde reseda. Voor een uitgebreide lijst met goede voedselplanten wordt verwezen naar de brochure Biodiversiteit in tuin en https://edepot.wur.nl/154296 plantsoen. https://edepot.wur.nl/154296 Zorg voor voldoende nestelruimte voor wilde bijen.

Zowel natuurlijke bovengrondse holtes in dood hout of stengels als ondergrondse holtes in de bodem zijn belangrijk. Het aanleggen van heuvels van leemzand, het inpassen van halfverharding en het plaatsen van insectenhotels draagt hieraan bij.

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

De tabel op de volgende pagina beschrijft (niet uitputtend), inclusief bijbehorende voorwaarden, verschillende maatregelen die eenvoudig ingepast kunnen worden in Te Werve Oost. Met deze maatregelen worden zowel doelsoorten als vele meeliftende soorten gefaciliteerd.

Insectenhotel 18

https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-details/bruin-dak

https:/ klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/handreiking-natuurdaken/

https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/handreiking-natuurdaken/

https:/ www.utrechtnatu rlijk.nl/wildebij/

https://www.vlinderstichting.nl/sinusbeheer

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

19

Procesmatige aandachtspunten voor het vervolg Om ervoor te zorgen dat het in dit document beschreven PvE voor doelsoorten, en eventueel de overige algemene maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit, een plek krijgen in het ontwerp en ook daadwerkelijk met voldoende kwaliteit gerealiseerd worden, zijn nog verschillende acties in het vervolgproces nodig. Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste acties voor het natuurinclusief ontwikkelen van Te Werve Oost. Deze acties zijn tevens gevisualiseerd in een eenvoudige tijdlijn. Algemeen • Betrek een (stads)ecoloog in elke volgende fase. Ondanks dat voorliggend rapport goede inhoudelijke handvatten biedt, is iedere (natuurlijke) inrichting uiteindelijk maatwerk • Onderhoud (en nazorg) is minstens zo belangrijk als de inrichting. Neem meerjarig beheer en onderhoud al in de (voor)ontwerpfase als volwaardig mee en betrek toekomstige beheerders zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces • Optimaliseer de samenhang tussen de openbare ruimtes en de private gebouwen/terreinen, met name als er meerdere ontwerpende / uitvoerende partijen zijn • Het aanleggen van faunapassages onder wegen is geen onderdeel van de scope in Te Werve Oost. Om de functionaliteit van met name de primaire ecologische verbinding te optimaliseren is het van belang dat de gemeente Rijswijk eventuele knelpunten voor fauna in beeld brengt.

Bij toekomstige wegreconstructies kan vervolgende de passeerbaarheid door fauna integraal worden meegenomen op de knelpunt-locaties.

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

VO/DO fase • In deze fasen wordt het ontwerp in steeds meer detail uitgewerkt. Het is van groot belang dat hierbij een ecoloog meekijkt en feedback geeft • In overleg treden met beheer over de beheerbaarheid van het ontwerp. Beheer- en onderhoudsplan maken op hoofdlijnen. • Ontwerp integraal en combineer functies. Combinaties van waterinfiltratie en biodiversiteit, parkeren en biodiversiteit, spelen en biodiversiteit, PV-panelen en natuurdaken zijn goed te maken. Aanbesteding en gunning • Zorg ervoor dat natuurinclusief ontwikkelen / biodiversiteit onderdeel van de selectiecriteria is, zodat de uitvoerende partij(en) onder andere op die kwaliteit geselecteerd kan worden. Hierdoor wordt geborgd dat natuur ook bij de uitvoerende partij(en) als belangrijk thema wordt gezien. Realisatie • De ervaring leert dat er gedurende de realisatiefase veel (vaak onbedoelde) fouten worden gemaakt die ten koste gaan van de beoogde natuurwaarden. Via voldoende toezicht door ecologen en beheerders gedurende de realisatie is dit risico te beperken.

20

Na oplevering • Na oplevering van de nieuwe wijk is er de wens om de functionaliteit van de maatregelen alsmede de natuurwaarden te gaan monitoren. Het in dit rapport beschreven PvE kan worden gebruikt als basis voor een nog op te stellen monitoringsplan • Na oplevering van de nieuwe wijk zijn eigenaars en beheerders verantwoordelijk voor het duurzame (groen- en natuur)beheer.

Acties natuurinclusief ontwikkelen van Te Werve Oost

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

21

Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

TAUW | Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, Rijswijk

Bijlage 1

Notitie Contactpersoon

Jelmer de Jong

Kwaliteitsborging

Maikel Aragon van den Broeke

Datum

7 mei 2024

Kenmerk

N001-1295623JWJ-V02-hme-NL

Doelsoorten Te Werve Oost Rijswijk 1 Inleiding Gemeente Rijswijk is voornemens om de wijk Te Werve Oost te herontwikkelen (zie figuur 1.1 voor het plangebied). De herontwikkeling houdt in dat 304 woningen worden gesloopt en circa 550 woningen worden teruggebouwd. De wijk bevat in de huidige situatie enkele portiekflats met binnentuinen. Verspreid door het plangebied zijn rijen omvangrijke bomen aanwezig. De watergang in het zuiden van de wijk heeft relatief steile oevers en weinig oeverbegroeiing. Ten westen van de wijk bevindt zich park de Driesprong, welke onderdeel is van een (gemeentelijke) primaire ecologische verbindingszone. In het Ontwikkelkader Te Werve-Oost van BGSV (2023) is de ambitie opgenomen dat er een gezonde buurt met ruimte voor bewegen en toekomstbesteding groen gerealiseerd wordt. Voor biodiversiteit zijn 2 natuurbiotopen bepaald, te weten ‘stadsbiotoop’ en ‘primaire ecologische verbinding’. Het stadsbiotoop betreft in dit geval de woningen met de bijbehorende binnentuinen en openbare ruimte. De ecologische verbindingszone betreft hier de watergang langs de Sir Winston Churchilllaan die aansluit op Park De Driesprong. Om de biodiversiteit van deze twee biotopen hoogwaardig mee te nemen in de herontwikkeling wordt gewerkt met doelsoorten. Deze doelsoorten dienen als handvatten om natuurinclusief bouwen concreet te maken.

Voor beide biotopen worden 4 doelsoorten voorgesteld. Voorliggende notitie beschrijft de voorgestelde doelsoorten en onderbouwt de gemaakte keuzes. Hierbij wordt huidig beleid van Gemeente Rijswijk en Provincie Zuid-Holland omtrent biodiversiteit en groenbeheer meegenomen. Ook is daarbij uitgegaan van recente verspreidingsgegevens, potentieel voorkomen van soorten en de input van groene partijen uit Rijswijk en omstreken die middels een werksessie in april 2024 verkregen is.

Kenmerk

N001-1295623JWJ-V02-hme-NL

Figuur 1.1 Plangebied Te Werve Oost (BGSV, 2023)

2 Beleid Gemeente Rijswijk 2.1

Groenbeleidsplan

Ecologische verbindingszone In het groenbeleidsplan van Gemeente Rijswijk zijn doelsoorten beschreven voor de kerngebieden Landgoederenzone, welke ten noorden ligt en grenst aan de wijk Te Werve, en Zwethzone, welke ten zuiden van het plangebied ligt. Ook voor daarbij horende ecologische verbindingszones en stapstenen zijn doelsoorten beschreven (zie figuren 2.1 en 2.2). Ook in het Ontwikkelkader worden deze doelsoorten genoemd (BGSV, 2023). Het betreft daarin de volgende soort(groep)en: bruin blauwtje, libellen, marters, kleine watersalamander, gewone dwergvleermuis, bittervoorn en waterspitsmuis. Deze doelsoorten komen grotendeels overeen met het oude groenbeleidsplan 2010 - 2020 (Gemeente Rijswijk, 2010). Hierin werden de volgende soorten genoemd als doelsoorten voor verbindingszones: watervleermuis, kleine watersalamander, waterspitsmuis, eekhoorn, bunzing, bittervoorn en bruin blauwtje.

2/6

Kenmerk

N001-1295623JWJ-V02-hme-NL

Figuur 2.1 Doelsoorten voor bos- en parknatuur (droog)

Figuur 2.2 Doelsoorten voor water- en moerasnatuur (nat)

Stadsbiotoop Voor het stadsbiotoop zijn, naast verschillende begeleidende soorten, ook enkele doelsoorten aangewezen in het (nieuwste) groenbeleidsplan. Dit zijn: gierzwaluw, huismus, merel, egel en weidehommel. Deze soorten zijn tevens icoonsoort van de Provincie Zuid-Holland. In het Ontwikkelkader (BGSV, 2023) zijn geen doelsoorten beschreven voor stadsbiotoop.

3/6

Kenmerk

2.2

N001-1295623JWJ-V02-hme-NL

Havenkwartier

Voor een vergelijkbare wijkontwikkeling in Gemeente Rijswijk, het Havenkwartier, zijn ook reeds doelsoorten aangewezen. Voor deze soorten zijn vervolgens concrete maatregelen beschreven om natuurinclusief bouwen te borgen (TAUW, 2021). De doelsoorten voor Havenkwartier betreffen: huismus, merel, gewone dwergvleermuis, grote bladsnijder, meerkoet, gierzwaluw, muurvaren. Gezien het Havenkwartier op korte afstand van Te Werve Oost ligt, zijn die doelsoorten meegenomen in de afweging van de doelsoortkeuze voor Te Werve Oost zodat de ontwikkelingen wat betreft natuurinclusief bouwen op elkaar aansluiten.

2.3

Werksessie groene partijen

Op 18 april 2024 is middels een werksessie met de volgende aanwezige partijen: x Natuurlijk Delfland (KNNV) x x

Vogelbescherming Nederland Platform Groen Rijswijk

Deze partijen zijn actief in (de omgeving van) Rijswijk. Hierom is bij hen input opgehaald met betrekking tot de huidige te behouden natuurwaarden, doelsoorten en kansen, knelpunten en aandachtspunten voor een natuurinclusief ontwerp en realisatie.

3 Voorstel doelsoorten Te Werve Oost Gemeente Rijswijk heeft TAUW gevraagd om per biotoop (stadsbiotoop en ecologische verbindingszone) in Te Werve Oost 4 doelsoorten te selecteren en uit te werken. Onderstaand is het voorstel van de geselecteerde doelsoorten weergegeven en onderbouwd. Stadsbiotoop (4): x Huismus (vogel) x x x

Egel (zoogdier) Gewone dwergvleermuis (zoogdier, vleermuis) Weidehommel (insect; hommel)

Huismus, egel en gewone dwergvleermuis zijn bij uitstek geschikte doelsoorten voor wijken in stedelijk gebied. Deze soorten zijn eerder ook gebruikt voor stadswijk Merwede in Utrecht, het Noorderkwartier in Zwolle en vullen elkaar qua biotoopeisen goed aan. Weidehommel is een hommelsoort die bovengronds nestelt in de kruidlaag. Nectar wordt in het voorjaar gehaald van vroege bloeiers als krokus en wilg. Weidehommel komt voor in zeer uiteenlopende habitats en zo ook in stedelijk gebied. Deze soort is een goede aanvulling op de 2 gebouwbewonende soorten (huismus en gewone dwergvleermuis) en de egel gezien de focus meer ligt op nectarrijke bloemen, kruiden en bomen.

4/6

Kenmerk

N001-1295623JWJ-V02-hme-NL

Ecologische verbindingszone (4): x Watervleermuis (zoogdier, vleermuis) x x x

Kleine watersalamander (amfibie) Bruin blauwtje (insect; dagvlinder) Glassnijder (insect; libel)

Watervleermuis De watervleermuis is, zoals de naam al doet vermoeden, sterk gebonden aan waterrijke gebieden. Jagen doet deze soort boven allerlei typen wateren zoals grachten, vaarten en plassen. Hier vangt de watervleermuis vele vliegen en muggen. De watervleermuis is erg lichtschuw, maar komt voor in zowel dicht bosgebied als in stadscentra. Door in te richten voor deze soort zal een robuuste natuurlijke, voldoende donkere watergang centraal staan in de ecologische verbindingszone. Kleine watersalamander Kleine watersalamander komt in allerlei landschapstypen in Nederland voor. Voortplantingswater bestaat uit allerlei stilstaand tot zwak stromende wateren. Er moet enige mate van onderwatervegetatie aanwezig zijn, niet teveel schaduw en het water moet niet te groot in oppervlakte zijn. Gezien de kleine watersalamander naast voortplantingswater ook landhabitat nodig heeft dat voldoende bescherming biedt zoals struwelen, houtstapels, heggen, bloemrijk grasland en rijk begroeide tuinen en plantsoenen, is dit een goede soort om voor in te richten in stedelijk gebied. Aangezien de wens bestaat om de ecologische verbindingszone ook in te richten voor wezel wordt er voor gekozen om het landhabitat voor kleine watersalamander dusdanig robuust in te richten dat dit ook geschikt is voor wezel.

Bruin blauwtje Het bruin blauwtje komt voor in droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden. Dit habitat kan bestaan uit duinen, dijken, rivierduintjes, wegbermen en op ruderale terreinen. De soort neemt in aantal en verspreiding toe de afgelopen jaren, hoogstwaarschijnlijk door het opwarmende klimaat. Waardplanten van het bruin blauwtje betreffen reigersbek, ooievaarsbek en het zonneroosje. Habitat voor deze vlindersoort is in de ecologische verbindingszone goed te realiseren en zorgt in combinatie met de overige soorten voor een diverse vegetatie. Degelijk ecologisch beheer van de kruidlaag is hierbij van groot belang. Glassnijder De glassnijder is een libellensoort die vliegt bij helder, matig voedselarm tot voedselrijk water met een goed ontwikkelde oever en watervegetatie. De meeste vindplaatsen hebben bos in de nabijheid van de wateren, maar ook in stedelijk gebied komt de soort voor. Het water dient niet meer dan 10 meter breed te zijn. Gezien de eisen die glassnijder stelt aan zijn leefomgeving en het voorkomen in de nabijheid is dit een geschikte doelsoort voor de ecologische verbindingszone.

5/6

Kenmerk

N001-1295623JWJ-V02-hme-NL

Overig Door bij het programma van eisen voor Te Werve Oost ook algemene inrichtingsmaatregelen op te nemen voor wilde bijen (met name ondergronds nestelende bijen; die zo’n 70 % van alle Nederlandse bijensoorten representeren), wordt ook deze soortgroep in zijn algemeenheid meegenomen. Hierbij kan gedacht worden aan nestelruimte voor zandbijen (heuvel van leemzand inpassen, halfbestrating realiseren, et cetera).

4 Bronnenlijst BGSV, 2023. Ontwikkelkader Te Werve Oost. September 2023. TAUW, 2021. Natuurinclusief bouwen Havenkwartier Rijswijk Inspiratie- en toetsingsinstrument. Met kenmerk: R001-1284087PDK-V01-srb-NL, d.d. 22 december 2021. Gemeente Rijswijk, 2010. Groenbeleidsplan 2010-2020 Gemeente Rijswijk, d.d. februari 2010.

6/6

Bijlage 2

Notitie Auteurs

Jelmer de Jong & Maikel Aragon van den Broeke

Datum

10 juni 2024

Kenmerk

N002-1295623JWJ-V02-srb-NL

Natuurinclusieve opgave Te Werve Oost, Rijswijk 1 Inleiding Voorliggend document beschrijft in tabelvorm de te nemen inrichtingsmaatregelen voor de doelsoorten van Te Werve Oost. De doelsoorten zijn aangewezen voor twee biotooptypen, stadsbiotoop en primaire ecologische verbindingszone. Voor de ecologische verbindingszone zijn de doelsoorten: watervleermuis, kleine watersalamander, bruin blauwtje en glassnijder. Voor het stadsbiotoop zijn de doelsoorten: huismus, egel, gewone dwergvleermuis en weidehommel. Voor meer informatie over de totstandkoming van de selectie aan doelsoorten, wordt verwezen naar de TAUW notitie met kenmerk N001-1295623JWJ-V02-hme-NL. Op de volgende pagina’s zijn de te nemen maatregelen per doelsoort beschreven en nader toegelicht in termen van (geschatte) benodigde ruimte, randvoorwaarden en de minimaal uit te voeren opgave binnen Te Werve Oost. Deze maatregelenlijst is besproken met en aangepast naar aanleiding van overleg met de ontwerpers van de gebouwen en openbare ruimtes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=a81c9f98-f54d-412c-bcbf-2c3407272c71