Bijlage A De Erfgoednota Rijswijk 2024-2032, Gezichten om van te houden (RV 24-039)
Tekst van het document
Dit overleg is niet alleen in het belang van de verantwoording die men heeft voor het archeologisch erfgoed maar ook om overbodig archeologisch onderzoek te voorkomen. In veel situaties is immers archeologisch onderzoek niet nodig. Alle maatregelen met betrekking tot de archeologie en de beleidskaart moet worden vertaald naar het nieuwe Omgevingsplan en beheerverordeningen. Voor nieuwe activiteiten binnen het Omgevingsplan zullen de nota met beleidskaart moet worden geraadpleegd. Ook bij de voorbereiding voor infrastructurele werken als aanleg van wegen en leggen van kabels en leidingen, het voorbereiden van bodemsaneringen, de herinrichting van parken en sportterreinen, grondwaterpeilwijzigingen en andere bodem verstorende werkzaamheden zullen de initiatiefnemers en voorbereiders gebruik moeten maken van de Archeologische verwachtings- en beleidskaart. De kaartlagen en de verwachtingen De archeologische beleidskaart bestaat uit vijf periode specifieke lagen, die betrekking hebben op: 1. 2. 3. 4. 5.
de Nieuwe Steentijd; de IJzertijd; de Romeinse tijd; de Late Middeleeuwen; de Nieuwe Tijd.
Vrijwel alle bekende archeologische vondsten zijn uit deze perioden. Er zijn dus aanzienlijke hiaten in de bewoningsgeschiedenis van Rijswijk. Zo zijn er nauwelijks of geen bodemvondsten uit de jongste fase van de Nieuwe Steentijd (ca. 2500 - 2100 voor Chr.), de Pagina 56
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
Bronstijd (2100 - 800 voor Chr.) en de Vroege Middeleeuwen (vierde - elfde eeuw). Mochten ooit toch vindplaatsen uit deze ‘hiaten’ te voorschijn komen, dan zijn dit vanwege de informatiewaarde belangrijke locaties. In de onderzoeksagenda zijn vragen opgenomen die dan van toepassing zijn. Voor de Archeologische verwachtings- en beleidskaart zullen dergelijke locaties alleen al vanwege de zeldzaamheid behoudenswaardig zijn en voor (verkennend) onderzoek in aanmerking komen. Vanwege de landschapsontwikkeling (zie hiervoor) zullen dergelijke vindplaatsen vooral op de strandwal te verwachten zijn. De strandwal heeft op de Archeologische verwachtings- en beleidskaart al een hoge verwachting gekregen. Deze verwachting is ook van toepassing op vindplaatsen uit de ‘hiaten’. Op de Archeologische verwachtings- en beleidskaart zijn de volgende verwachtingen opgenomen. Het beleid en vrijstelling gelden voor de ‘verwachting’ in het algemeen. Voor afzonderlijke vindplaatsen of delen die bijvoorbeeld al eerder onderzocht en/of zijn vrijgegeven kan een ander regime gelden. •
•
•
•
Geen verwachting: Terreinen waar geen tot minimale archeologie wordt verwacht. Bijvoorbeeld terreinen waar bodemverstoring al heeft plaatsgevonden, of waar aantoonbaar geen (menselijke) activiteit heeft plaatsgevonden. Vrijstelling activiteiten: geen archeologisch onderzoek nodig. Lage verwachting: Beleid: er moet rekening worden gehouden met archeologische waarden. In dergelijke gebieden zijn wellicht weinig archeologische resten te verwachten maar als ze er aanwezig zijn, dan kan het gaan om waardevolle en zeldzame vindplaatsen. Planologische bescherming: dubbelbestemming/functie archeologie, aanlegvergunning. Vrijstelling activiteiten: er geldt een vrijstelling van 100 m² en tot een diepte van 50 cm. Middelhoge verwachting: Beleid: Onderzoek moet altijd, tenzij er andere redenen zijn, bijvoorbeeld een terrein is eerder al onderzocht en vrijgegeven. Planologische bescherming: dubbelbestemming/functie archeologie, aanlegvergunning. Vrijstelling activiteiten: er geldt een vrijstelling van 100 m² en tot een diepte van 50 cm. Hoge verwachting: Beleid: Terreinen mogen niet worden aangetast. Mocht toch grondwerk nodig zijn dan geldt altijd een onderzoeksverplichting, tenzij er andere redenen zijn, bijvoorbeeld een terrein is eerder al onderzocht en vrijgegeven.
Hieronder vallen terreinen met hoge archeologische verwachting (CHS), terreinen die door het rijk, provincie of de gemeente zijn aangewezen als beschermd monument, als AMK-terrein zijn aangewezen en/of geregistreerde archeologische vindplaatsen en/of potentiële archeologische vindplaatsen. Planologische bescherming: vergunningsplichtig. Dubbelbestemming/functie archeologie: aanlegvergunning. Vrijstelling activiteiten: geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats.
Pagina 57
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
6. Cultuurhistorische waardenkaart (pdf)
De Cultuurhistorische waardenkaart markeert een aantal cultuurhistorisch waardevolle en identiteitsbepalende gebieden en structuren in de gemeente Rijswijk. In het Omgevingsplan zal een gedetailleerde cultuurhistorische beschrijving van de waarden worden opgenomen, zodat aan deze waarden getoetst kan worden. De toetsing geldt voor verbouw van het bestaande, maar ook voor nieuwe ontwikkelingen. Hieronder volgt een beknopte beschrijving per gebied of structuur. Deze beschrijving is een geactualiseerde versie van de toelichting op de kaart, die bij de oude nota cultureel erfgoed was gevoegd. Ook de kaart zelf is geactualiseerd. Het betreft een dynamische kaart die regelmatig zal worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van aangewezen monumenten en minder ingrijpende maatregelen die een zekere mate van (planologische) bescherming inhouden, zoals de aanwijzing van stads- en dorpsgezichten en regels opgenomen in het Omgevingsplan (vóór 1 januari 2024: bestemmingsplannen).
Kastelen, buitenplaatsen en landgoederen (dertiende - negentiende eeuw) De Landgoederenzone vormt een belangrijk deel van het gemeentelijke erfgoed. Ze vertelt het verhaal van de opkomst van middeleeuwse kastelen vanaf de dertiende eeuw en buitenplaatsen vanaf de late zestiende eeuw. Het gebied is grotendeels gelegen langs de Van Vredenburchweg, op enkele locaties in de nabijheid van de Vliet en bij het historische centrum. De buitenplaatsen zijn voornamelijk op de strandwal of op de rand hiervan gebouwd. Een buitenplaats bestaat uit een hoofdgebouw met bijgebouwen en een tuin of park. Nog bestaande buitenplaatsen zijn o.a. Overvoorde, De Voorde, Te Werve, Den Burch, Ter Nieuburch (delen van de tuinaanleg), Welgelegen, Cromvliet, Hoornwijck en Zuidhoorn. In het Omgevingsplan zullen maatregelen worden benoemd om de bestaande kwaliteiten Pagina 58
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
van de buitenplaatsen en de groene buffers in stand te houden. Om de componenten die een buitenplaats maken te beschermen heeft de provincie Zuid-Holland landgoedbiotopen aangewezen. De gemeente Rijswijk heeft in de oude bestemmingsplannen rekening gehouden met de biotopen door beschermende maatregelen hierin op te nemen hetgeen zal worden overgenomen in het Omgevingsplan. Ook zal daarin de ‘waarde cultuurhistorie/functie erfgoed’ worden opgenomen. Daarnaast is dit gebied door de provincie aangewezen als Erfgoedlijn. Dit beleid is door de gemeente Rijswijk overgenomen.
Historische dorpskern (twaalfde eeuw tot heden) De historische dorpskern van Rijswijk kent een ontwikkeling vanaf de twaalfde eeuw. De verhoogde ligging van de strandwal vormde de basis voor permanente bewoning. Het historisch centrum bezit nog steeds een grote historische waarde. Deze komt voort uit de historische bebouwing en historische inrichting. Deze waarde wordt door bewoners, ondernemers en bezoekers hoog gewaardeerd. In de loop van de tijd zijn er echter ook ontwikkelingen geweest die het historische karakter hebben aangetast. Daarom zal naast het aanwijzen van monumenten, ook meer aandacht zijn voor de historische inrichting van het gebied. In het bestemmingsplan zijn maatregelen benoemd om historische kwaliteiten te behouden en nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken binnen de historische kaders van het gebied. Dit beschermingsregime wordt overgenomen in het Omgevingsplan.
Vlietzone De Vliet (samen met de Trekvliet) vormt naast de Landgoederenzone één van de identiteitsdragers van Rijswijk. De Vliet, vermoedelijk in de twaalfde eeuw gegraven, had als functie om het overtollige water uit de naastgelegen polders af te voeren en kon tevens worden gebruikt om personen en goederen te vervoeren. Vervoer over het water was tot de negentiende eeuw veelal comfortabeler dan de bestaande landwegen. Vanaf de zeventiende eeuw verrezen langs de Vliet buitenplaatsen en kreeg de Vliet tevens een recreatieve waarde. Langs een groot gedeelte van de Vlietoevers is de historische inrichting nog steeds aanwezig. Dit is te zien aan de buitenplaatsen, gemalen, het jaagpad en het polderlandschap (Pasgeld, zie ook historische verkaveling). Deze inrichting wordt zeer hoog gewaardeerd door bewoners en toeristen (waaronder recreatie vaart). Daarnaast is de Vliet door de provincie aangewezen als Erfgoedlijn, beleid dat door de gemeente Rijswijk is overgenomen. Om de bestaande historische kwaliteiten van de Vliet te bewaken zijn maatregelen getroffen en worden waar nodig bijgesteld om deze waarden in stand te houden in het Omgevingsplan. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de effecten op de historische waarden en waar nodig bijgesteld.
Historische verkaveling Op twee plaatsen in Rijswijk is de historische polderverkaveling in het landschap nog aanwezig: Hoekpolder-waterberging en de ‘driehoek’ aan het Jaagpad. De laatste ligt op een zeer markante plek en is mede daarom het behouden waard. Met de verstedelijking van de gemeente komen dergelijke locaties steeds meer onder druk te staan. Het resterende polderlandschap toont de ontginningsgeschiedenis van het Rijswijkse klei- en veengebied en daarmee de agrarische geschiedenis die nog op een paar locaties zichtbaar is. Bij nieuwe ontwikkelingen zal de gemeente sturen op inpassing en behoud van deze gebieden. In het Omgevingsplan zal zij deze gebieden, waar mogelijk beschermen. Eén van deze gebieden neemt een bijzondere plek in. Dit betreft het poldergebied in de Hoekpolder, langs de Molenwetering. Dit gebied valt binnen een door de provincie Zuid-Holland aangewezen molenbiotoop. Dit gebied is aangewezen als 500 meter brede bufferzone waar geen hoge bebouwing mag worden gerealiseerd, teneinde de windtoevoer voor de monumentale Schaapweimolen te garanderen. In het bestemmingsplan zijn maatregelen getroffen om de biotoop te beschermen en dit zal in het Omgevingsplan worden overgenomen. Pagina 59
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
Uitbreiding 1895-1900 Een deel van het historische centrum rondom de Laan Hofrust en het gebied tussen de Haagweg, Lindelaan, Willemstraat en de Herenstraat is aan het einde van de negentiende eeuw tot stand gekomen. Veelal op particulier initiatief werden woningen gerealiseerd. Deze eerste stedenbouwkundige uitbreiding van het oude dorp is grotendeels intact en beschikt nog over een grote historische kwaliteit. Deze is gelegen in de individuele ontwerpen van de woningen, die samen de kwaliteit van de wijk bepalen. Een aantal woningen in deze wijk zijn aangewezen tot monument. In het bestemmingsplan zijn maatregelen opgenomen om de kwaliteit van het historische straatbeeld te behouden en dit zal onder de Omgevingswet zo blijven.
Uitbreiding 1900-1940 Een groot gebied, rondom het oude centrum van Rijswijk valt onder de vooroorlogse stadsuitbreiding. De wijken die hier onder vallen zijn Oud-Rijswijk, de Bomenbuurt, Welgelegen, Rembrandtkwartier, Havenkwartier, Cromvliet en Leeuwendaal. Deze wijken worden gekenmerkt door jonge bouwkunst veelal in Art-nouveau of Neo-Renaissance en of Chaletstijl gebouwd. Ook zijn stijlen herkenbaar als de Haagse- en Amsterdamse School. Ze maken onderdeel uit van een groter stedenbouwkundig plan. Ondanks dat dit plan slechts deels werd gerealiseerd getuigt de wijk van een grote onderlinge samenhang. In tegenstelling tot de naoorlogse stadsuitbreiding, worden deze gebieden gekenmerkt door de kleinschaligheid en veel groen. Vanwege de samenhang tussen het architectonisch en stedenbouwkundig ontwerp is het belangrijk om gebiedsgerichte bescherming op te leggen. Daarom zullen ook voor deze gebieden planologische maatregelen worden benoemd en opgenomen in het Omgevingsplan om de historische kwaliteit in stand te houden.
Uitbreiding 1945-1990 Het grootste deel van Rijswijk is na WO II gebouwd. De periode 1945-1965 wordt getypeerd als de Wederopbouwperiode. Dit was een periode na de Tweede Wereld Oorlog waarin het land weer werd opgebouwd na de vernietigingen van de oorlog en waar, anticiperend op een stijgende bevolkingsgroei, nieuwe woningen werden gebouwd. Dit is tevens binnen de architectuurgeschiedenis een periode waarin nieuwe ontwerpvisies en bouwtechnische ontwikkelingen een stempel drukte op de nieuwe architectuur een stedenbouw. Deze zijn ook in de Rijswijk herkenbaar. Op de kaart zijn een aantal markante Wederopbouwgebieden aangeduid. Naast objecten is het ook de stedenbouwkundige inrichting die bepalend is voor de kwaliteit van deze wijken. Inmiddels is een inventarisatie voltooid van de Wederopbouwperiode en de Post-65 periode die daarop aansluit en die wordt afgesloten in 1990. Voor die laatste periode is pas recent landelijke belangstelling ontstaan. In het Omgevingsplan en aanwijsbeleid van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten zal gekeken worden hoe de kwaliteit van deze gebieden in stand kan blijven, zonder nieuwe ontwikkelingen uit te sluiten. Voor de naoorlogse architectuur en stedenbouw wordt verwezen naar de Verwachtingswaardenkaart naoorlogs erfgoed in bijlage 7.
Historische landwegen In het gebied resteren een aantal belangrijke historische landwegen, maar ook uitpaden en voetpaden waaronder het Julialaantje. Deze wegen zijn lang bepalend geweest voor de bereikbaarheid van Rijswijk en voor de stedenbouwkundige inrichting. Een aantal van deze historische wegen zijn in de kaart aangegeven. In het Omgevingsplan zullen maatregelen worden benoemd om historische wegen te behouden. Enkele historische wegen zijn: Van Pagina 60
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
Vredenburchweg, Herenstraat, Geestbrugweg, Jaagpad, Delftweg, Winston Churchilllaan (voormalige Kleiweg) en het spoortracé.
Historische waterwegen In het gebied resteren een aantal belangrijke historische waterwegen en de belendede kades. Tot in de negentiende eeuw was transport over water de belangrijkste wijze van vervoer. Naast de Vliet, Zandvaart en Spieringswetering, bestaan er ook nog een aantal oude sloten die een belangrijke rol hebben gespeeld in de waterhuishouding van het landschap. Deze structuren zullen waar mogelijk worden beschermd en hersteld.
Pagina 61
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
7. Verwachtingswaardenkaart naoorlogs erfgoed (pdf)
De verwachtingswaardenkaart en inventarisatielijst naoorlogs erfgoed gaan over de periode van de Wederopbouw (1945-1965) en Post-65 (1965-1990). Deze zijn het gevolg van een quickscan naar de aanwezige erfgoedwaarden uit de periode. De volledige toelichting op de inventarisatiewijze en het kader waarbinnen de verwachtingswaarde tot stand is gekomen, is opgenomen in het rapport ‘Tussen groei en inpassing. Quickscan Wederopbouw en Post-65 (1945-1990) Rijswijk’.
Historisch ontwikkelingsbeeld De quickscan beslaat de naoorlogse bouwperiode, die 45 jaar omvat. Een periode waarin Rijswijk, onder invloed van een bouwlustige en strategische burgemeester, tot het midden van de jaren 1970 in eerste instantie flink groeide. Het aantal nieuwe woningen liep op tot 15.000 en het bebouwd gemeentelijk grondgebied verviervoudigde. Vervolgens remde de Pagina 62
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
groei af onder invloed van een veranderend sociaalmaatschappelijk en politiek klimaat en keerde Rijswijk zich vooral naar binnen: Met uitzondering van twee wijken, werd inpassing de belangrijkste vorm van uitbreiding. Vanwege de nieuwe woonvormen werden op kleinere schaal grote hoeveelheden woningen geproduceerd, maar niet meer in verhouding tot de aantallen van de Wederopbouw (1945-1965).
Stedenbouw, landschap en architectuur Stedenbouw De onderzochte periode heeft een groot aantal nieuwe wijken opgeleverd. Binnen deze wijken is er vaak een hoge mate van samenhang tussen de stedenbouwkundige opzet, de groenvoorzieningen en de architectonische invulling. Alles draaide om de toename van de welvaart. De wijken worden van elkaar gescheiden door een brede infrastructuur, die erop gericht is om auto’s ruim baan te geven en snel van A naar B te laten gaan. De infrastructuur is ook voorzien van lommerijke laanbeplanting en groene middenbermen. Kenmerkend zijn de wijken uit de Wederopbouwperiode die een duidelijk herkenbare opbouw laten zien: stempelverkaveling binnen een groene setting. In deze wijken is de samenhang tussen de vaak architectonisch sobere flats en de weelderige groenstructuren van openbare en semi-openbare ruimte en watergangen een belangrijke basiskwaliteit. Dat geldt ook voor de inpassing van de voorzieningen voor de wijk (wijkgedachte), zoals scholen, kerken en winkels. In de vroege Wederopbouw bestond de bebouwing uit vierlaagse portieken galerijflats. Naarmate de tijd verstreek, werden deze in de jaren 1960 steeds hoger totdat deze uiteindelijk twaalf of meer lagen kregen en, in het kader van de stadsvernieuwingen, langzaam van de nieuwe wijken ook hun weg vonden naar de historische dorpskern.
Dit is tevens het keerpunt voor de ontwikkeling van de kenmerkende Wederopbouwwijk. De weerstand tegen de grote betonnen flats wordt steeds groter, evenals tegen de auto. De opkomst van de protestgeneratie markeert de overgang naar kleinschaligheid, inspraak en nieuwe woonvormen aangepast op verschillende doelgroepen. De Post-65 periode kenmerkt zich door inpassing in de bestaande structuren. Niet langer was het lege bouwveld het uitgangspunt; in deze periode werd de bestaande stad het kader voor ontwikkelingen. Buurtbewoners kregen daarin een belangrijke rol. De stedenbouwkundige opzet is daardoor in de meeste gevallen een stuk minder homogeen dan in de periode ervoor. De aansluiting op de bestaande situatie van een gebied leidde tot meer diversiteit in de uitwerking. Landschap De periode Wederopbouw – Post-65 heeft twee grote parken voortgebracht, die qua ontwikkeling over de beide perioden heen gaan. De opvallende structuur van de parken in een functionele landschapstijl zijn illustratief voor de tijdsgeest en bieden veel inzicht in de visie op het gebruik van ruimten en de omgang met recreatie in de onderzochte periode. Architectuur De tijdsgeest heeft een grote diversiteit aan architectuur opgeleverd. Rijswijk heeft veel woongebouwen en kerken, maar er is ook een aanzienlijk aantal scholen uit de betreffende perioden.
De groei van de Plaspoelpolder als industrie- en kantorengebied heeft ook veel industriële bebouwing opgeleverd. De architectuur is vaak sober van opzet, maar op detailniveau is er veel aandacht aan besteed. Daarnaast is er nog veel kunst aan gebouwen aanwezig, die voortkwam uit de 1,5% regeling voor kunsttoepassingen. Deze hield in dat een percentage van de bouwsom besteed diende te worden aan een kunsttoepassing aan de binnen- of buitenzijde van het gebouw. Pagina 63
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
Kaart en waarderingen De verwachtingswaardenkaart is een belangrijk instrument om inzicht te krijgen in de aanwezige erfgoedwaarden uit de periode 1945 - 1990. Het is een attentiemiddel bij ontwikkelingen en biedt aanleiding voor het aanwijzen van monumenten en beeldbepalend en beeldondersteunend erfgoed, dan wel het toekennen van een erfgoedfunctie in het Omgevingsplan. Deze kaart bevat alle in de quickscan geïnventariseerde gebieden en objecten die erfgoedwaarde vertegenwoordigen. Op basis van de nationale criteria voor het waarderen van erfgoed zijn drie categorieën van verwachtingswaarden ontstaan: 1. 2. 3. 4. 5.
Zeer hoog (monumentaal) Hoog Middelhoog Attentiewaarde kunst Laag
Ontwikkelingen aan een gebied of object met een van de bovengenoemde vijf waarden is altijd maatwerk. Er is op hoofdlijnen wel iets te zeggen over de mogelijkheden, maar uiteindelijk zijn de karakteristieken van een gebied of object leidend in het bepalen van de ruimte voor ontwikkeling. Zeer hoog (monumentaal) Wanneer een gebied of object een zeer hoge (monumentale) verwachtingswaarde heeft gekregen, betekent dat dat er in de quickscan aanleiding is gezien om dit gebied of object aan te wijzen als een exemplarisch voorbeeld voor de aanleg- of bouwtijd. Behoud van deze waarden zou een uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen. Bij behoud van waarden valt te denken aan hoofdvorm en hoofdopzet in geval van een stedenbouwkundige wijk. Massaopbouw, materialen, en dergelijke kunnen van belang zijn voor architectonische waarden. De verwijzing naar monumentaal bij deze waarde geeft aan dat er sprake is van topstukken uit de Wederopbouw- en Post-65periode op het gebied van stedenbouw, landschap en/of architectuur of cultuurhistorische ontwikkeling. Hoog Hoge verwachtingswaarden staan voor gebieden en objecten die als exemplarisch voor hun aanleg- of bouwperiode kunnen worden gezien, maar die algemener zijn of in enige mate zijn aangetast door latere ontwikkelingen.
Bij deze gebieden en objecten is behoud wenselijk, maar bestaat meer ruimte voor transformatie binnen de kaders van de omschreven/nader onderzochte waarden. Dat betekent dat hoofdopzet en massa-opbouw mogelijk belangrijker kunnen zijn dan materiaalbehoud. Of dat juist materiaalgebruik, kleurstelling of het verhaal achter het gebied of object behouden moeten blijven. Middelhoog De middelhoge waardering betreft een grote groep gebieden en objecten die in zekere mate illustratief zijn voor de ontwikkeling van de gemeente Rijswijk in de periode 1945-1990, maar die of veel meer voorkomen of zijn aangetast door latere ontwikkelingen. Behoud van deze gebieden en objecten dragen bij aan het kenmerkende beeld van Rijswijk dat is ontstaan. Echter gaat het daarbij veel meer om de kenmerkende eigenschappen, zoals maat, schaal, opbouw, e.d. Bij ontwikkeling zou er derhalve aandacht moeten zijn voor herstel, hergebruik of behoud van die specifieke kenmerken.
Pagina 64
Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden
Attentiewaarde kunst De attentiewaarde kunst is opgenomen voor objecten die in zichzelf geen tot weinig waarde hebben voor de onderzochte periode, maar die wel zijn voorzien van een kunsttoepassing aan of in de architectuur. Het kan gaan om kunstvoorwerpen en stichtingsstenen aan scholen, woon- of kantoorgebouwen. Indien de betreffende objecten worden vervangen of er een andere vorm van ontwikkeling plaatsvindt, is het van belang dat de kunsttoepassing wordt hergebruikt of ex situ op een andere locatie wordt bewaard. Laag Als vijfde waardering is de waardering ‘laag’ ontstaan. Dit zijn gebieden en objecten die tijdens het veldwerk van de quickscan wel zijn opgevallen, maar die in de uiteindelijke selectie niet meer voldoende scoorden om onderdeel uit te maken van de drie eerdergenoemde waarderingen. Deze gebieden en objecten zijn niet opgenomen op de kaart, maar wel toegevoegd aan de inventarisatielijst met onderbouwingen.
Betekenis verwachtingswaarde Er wordt in de quickscan en het kaartbeeld gesproken over een ‘verwachtingswaarde’. De reden hiervoor ligt in de gekozen vorm van inventarisatie, namelijk een quickscan ofwel een inventarisatie zonder verdiepend archiefonderzoek. Nader onderzoek kan per gebied of object meer inzicht geven in de exacte verdeling van karakteristieken en gave onderdelen en daarmee nauwkeurig inzicht geven in de ruimte bij ontwikkelingen. Een verwachtingswaarde geeft daarmee bij voorgenomen ontwikkelingen dus tevens een nadere onderzoeksplicht naar het gebied of object bij ontwikkelingen.
Inventarislijst en onderbouwing De verwachtingswaardenkaart is niet los te zien van de inventarisatielijst en de rapportage. De rapportage biedt het historisch kader en verantwoording waarbinnen de inventarisatie heeft plaatsgevonden. De inventarisatielijst is een overzicht van alle geïnventariseerde adressen. Per adres is een feitelijke opsomming van gegevens opgenomen, zoals waardering, plaatselijke aanduiding, datering, architect/ stedenbouwkundige, e.d. Daarnaast is een omschrijving opgenomen, die aangeeft waarom het betreffende gebied of object op de inventarisatielijst is gekomen. Dit is aangevuld met een of meerdere foto’s ter illustratie.
Pagina 65