CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Basisregeling Omgevingsplan Rijswijk

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk basisregeling (RV 25 103)44.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Paragraaf 5.2.42 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken Artikel 5.281 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem.

Artikel 5.282 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen van interferentie tussen gesloten en open bodemenergiesystemen; en b. het bevorderen van een doelmatig gebruik van bodemenergie.

Artikel 5.283 Aanwijzing vergunningplicht aanleggen en gebruiken gesloten bodemenergiesysteem 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken in de Interferentiegebieden Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder.

84

2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer.

Artikel 5.284 Bijzondere aanvraagvereisten aanleg en gebruik gesloten bodemenergiesysteem Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de bodemlussen en het middelpunt; b. de einddiepte van de bodemlussen onder het maaiveld in meters; c. de lengte van de bodemlussen in meters; d. de coördinaten van de bodemlussen en het middelpunt van het bodemenergiesysteem; e. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; f. een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; g. informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; h. de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen, installeren en van degene die de boringen zal verrichten; en i. als het gesloten bodemenergiesysteem mede op het perceel van een andere particuliere eigenaar wordt aangelegd: de schriftelijke toestemming van die andere particuliere eigenaar.

Artikel 5.285 Beoordelingsregel aanleg en gebruik gesloten bodemenergiesysteem De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het bodemenergiesysteem geen interferentie kan veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem waardoor het doelmatig functioneren van een van de systemen kan worden geschaad; en b. er geen sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie.

Artikel 5.286 Algemene regels gesloten bodemenergiesystemen in interferentiegebieden 1 De bodemlussen voor een gesloten bodemenergiesysteem in de Interferentiegebieden Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder worden op een diepte van maximaal 110 m – N.A.P. aangelegd.

2 Het gesloten bodemenergiesysteem, met inbegrip van de bodemlussen en het leidingwerk, wordt: a. binnen de grenzen van het eigen perceel aangelegd; of b. mede op het perceel van een andere particuliere eigenaar aangelegd, als die andere eigenaar daarvoor schriftelijke toestemming heeft gegeven.

Paragraaf 5.2.43 Milieu - algemeen Artikel 5.287 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de wet.

2 Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en f. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

3 Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

Artikel 5.288 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 2. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en

85

3. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.289 Specifieke zorgplicht 1 De specifieke zorgplicht houdt voor de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.287 in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; j. binnen een straal van 25 m rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn; en k. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

2 De specifieke zorgplicht houdt in ieder geval ook in dat de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt.

3 De specifieke zorgplicht, voor zover die ziet op het tweede lid van dit artikel, is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Paragraaf 5.2.44 Afvalwater lozen - algemeen Artikel 5.290 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater.

2 Deze paragraaf geldt niet voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.291 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.292 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning afvalwater te lozen: a. op of in de bodem; en b. in een schoonwaterriool.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. lozingen die op grond van andere bepalingen in dit omgevingsplan zijn toegestaan; b. wonen; c. een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of d. het lozen op of in de bodem waaraan in een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van de waterschapsverordening voorschriften zijn gesteld.

Artikel 5.293 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de maximale hoeveelheid afvalwater per uur; en b. het soort afvalwater.

Artikel 5.294 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

86

Op het verlenen van de omgevingsvergunning zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.295 Beoordelingsregel vanwege gevolgen voor het watersysteem 1 Voor zover een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op grond van dit omgevingsplan gevolgen kan hebben voor watersystemen, wordt die vergunning, onverminderd de andere beoordelingsregels in dit omgevingsplan, alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het belang van: a. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en c. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.

2 Bij de verlening van de omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, die betrekking hebben op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam.

Artikel 5.296 Verbod rechtstreeks lozen in het grondwater 1 Met het oog op het beschermen en verbeteren van chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen worden verontreinigende stoffen niet rechtstreeks in het grondwater geloosd onder doorsijpeling door de bodem of ondergrond.

2 Het verbod geldt niet voor wateronttrekkingsactiviteiten waarvoor op grond van artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening een omgevingsvergunning vereist is of waaraan op grond van de waterschapsverordening voorschriften zijn gesteld.

Artikel 5.297 Afbakening maatwerkvoorschrift rechtstreeks lozen in grondwater Met een maatwerkvoorschrift of een voorschrift aan een omgevingsvergunning, waarin een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater wordt toegestaan, wordt voldaan aan: a. de vereisten van artikel 11, derde lid, onder j, van de kaderrichtlijn water; en b. het bereiken van de voor het grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen.

Paragraaf 5.2.45 Afvloeiend hemelwater en grondwater lozen Artikel 5.298 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het lozen van: a. grondwater afkomstig van ontwatering; en b. afvloeiend hemelwater dat: 1. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; 2. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en 3. geen afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.

2 In deze paragraaf wordt verstaan onder nieuw bouwwerk: bouwwerk dat is opgericht na 22 september 2022.

Artikel 5.299 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.300 Informatieplicht lozen van grondwater 1 Ten minste vier weken voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Het eerste lid geldt niet als: a. het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of b. het lozen plaatsvindt bij wonen.

87

3 In afwijking van het eerste lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.

Artikel 5.301 Lozen van grondwater bij ontwatering 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering, dat niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering en dat geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

2 Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.

3 Voor het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l.

4 Het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5 m3/u.

5 Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering bij wonen.

Artikel 5.302 Lozen van afvloeiend hemelwater 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

2 Afvloeiend hemelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.

3 Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat: a. afkomstig is van wonen; of b. al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

4 In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen in een schoonwaterriool geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.

5 Bij het lozen vanuit een pompkelder van een tunnel of een verdiept weggedeelte is, als dat redelijkerwijs mogelijk is, een voorziening aanwezig om, in afwijking van het vierde lid, het meest vervuilde hemelwater in een vuilwaterriool te lozen.

Artikel 5.303 Algemene regel waterberging bij nieuwbouw 1 Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt, in afwijking van Artikel 5.302, alleen hemelwater vanaf nieuwe bouwwerken in een openbaar riool of in de openbare ruimte geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden op het betreffende perceel of ander particulier terrein.

2 Het eerste lid geldt niet voor nieuwe bouwwerken met een totaal oppervlak van ten hoogste 50 m².

3 De minimale capaciteit van de hemelwaterberging op het perceel of ander particulier terrein van een nieuw bouwwerk is: a. 50 liter per m² bebouwd oppervlak plus 50 % van het onbebouwde oppervlak van het perceel; of b. als dit leidt tot een hogere capaciteit: de capaciteit volgens de watersleutel van Hoogheemraadschap van Delfland.

4

88

De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze weer voor 100% beschikbaar is: a. binnen een ledigingstijd van 1 tot 2 dagen als het opgevangen hemelwater niet is bedoeld voor hergebruik; b. binnen een ledigingstijd van 3 tot 4 dagen als het opgevangen hemelwater is bedoeld voor hergebruik en de hemelwaterberging niet is voorzien van een geautomatiseerd systeem; c. tijdig voor de eerstvolgende bui, als het opgevangen hemelwater is bedoeld voor hergebruik en de hemelwaterberging is voorzien van een geautomatiseerd systeem; of d. als dit leidt tot een kortere ledigingstijd: de ledigingstijd volgens de watersleutel van Hoogheemraadschap van Delfland.

5 De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte.

Artikel 5.304 Algemene regel afkoppelen bij functiewijziging 1 Bij een functiewijziging van een bouwwerk, waarvoor verandering van het bouwwerk nodig is, wordt alleen hemelwater in een openbaar riool of in de openbare ruimte geloosd, als minimaal 17,1 m² verhard oppervlak per bewoner is afgekoppeld van het gemengde rioolstelsel.

2 Het eerste lid geldt niet bij een functiewijziging van een bouwwerk met een totaal oppervlak van ten hoogste 50 m².

Artikel 5.305 Aanwijzing vergunningplicht afwijken waterberging Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen en in stand te houden of het afkoppelen van verhard oppervlak van het gemengde rioolstelsel, voor zover aannemelijk is gemaakt dat het aanbrengen of in stand houden van de hemelwaterberging op het perceel of ander particulier terrein of het afkoppelen redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 5.306 Bijzondere aanvraagvereisten afwijken waterberging Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt onderbouwd waarom het aanbrengen of in stand houden van de hemelwaterberging of het afkoppelen redelijkerwijs niet mogelijk is of nodig is.

Artikel 5.307 Beoordelingsregel lozen hemelwater en grondwater in vuilwaterriool 1 De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als van de eigenaar van het bouwwerk of het perceel redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van hemelwater of grondwater kan worden gevergd, dit ter beoordeling aan het college.

2 Het college kan aan de omgevingsvergunning in ieder geval een financiële voorwaarde verbinden.

Paragraaf 5.2.46 Grondwater lozen bij sanering Artikel 5.308 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van: a. een bodemsanering of grondwatersanering; b. een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; en c. het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 3.48f van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.309 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.310 Gegevens en bescheiden 1 Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 5.308, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.311 Lozen van grondwater bij saneringen

89

1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

2 Voor het lozen van dat grondwater op of in de bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, gemeten in een steekmonster.

3 Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 5.2, gemeten in een steekmonster. Stof

Emissiegrenswaarden in µg/l of mg/l

Naftaleen

0,2 µg/l

PAK’s

1 µg/l

BTEX

50 µg/l

Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor

20 µg/l

Aromatische organohalogeen-verbindingen 20 µg/l Minerale olie

500 µg/l

Cadmium

4 µg/l

Kwik

1 µg/l

Koper

11 µg/l

Nikkel

41 µg/l

Lood

53 µg/l

Zink

120 µg/l

Chroom

24 µg/l

Onopgeloste stoffen

50 mg/l

Tabel 5.2 Emissiegrenswaarden

4 Dat grondwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.

Paragraaf 5.2.47 Huishoudelijk afvalwater lozen Artikel 5.312 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het lozen van huishoudelijk afvalwater.

Artikel 5.313 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. een doelmatig beheer van afvalwater; c. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en d. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.314 Informatieplicht: lozen van huishoudelijk afvalwater 1 Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

3 Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

Artikel 5.315 Geen voedselvermaling Huishoudelijk afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen bij wonen en daarmee samenhangende activiteiten, dat afvalstoffen bevat die door versnijdende of

90

vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.

Artikel 5.316 Lozen van huishoudelijk afvalwater 1 Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater alleen op of in de bodem geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a. 40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b. 100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c. 600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d. 1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e. 3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten.

2 De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.

3 In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem dat voor 1 juli 1990 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.

4 In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater in de bodem worden geloosd: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

Artikel 5.317 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater 1 Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.

2 Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 5.3. Stof

Biochemisch zuurstofverbruik Biochemisch zuurstofverbruik Biochemisch zuurstofverbruik

Emissiegrenswaarden in

Emissiegrenswaarden in

mg/l

mg/l

Representatief etmaalmonster

Steekmonster

30 mg/l

60 mg/l

150 mg/l

300 mg/l

30 mg/l

60 mg/l

Tabel 5.3 Afvalwater

3 Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

4 Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

Paragraaf 5.2.48 Koelwater lozen Artikel 5.318 Toepassingsbereik

91

Deze paragraaf gaat over het lozen van koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.319 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.320 Informatieplicht: lozen van koelwater 1 Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in Artikel 5.318, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de maximale warmtevracht; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.321 Koelwater 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater worden geloosd in schoonwaterriool.

2 Koelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.

3 Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd.

Paragraaf 5.2.49 Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken Artikel 5.322 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken.

Artikel 5.323 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 2. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.324 Periodiek reinigen 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken niet in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater of op of in de bodem geloosd, tenzij het gaat om afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.

2 Het eerste lid geldt niet voor afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.

Paragraaf 5.2.50 Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen Artikel 5.325 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen.

Artikel 5.326 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en

92

c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 2. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.327 Inerte goederen Voor de toepassing van deze paragraaf worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: a. bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. A-hout en ongeshredderd B-hout; d. snoeihout; e. banden van voertuigen; f. autowrakken bij een autodemontagebedrijf waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt en wrakken van tweewielige motorvoertuigen bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt; g. straatmeubilair; h. tuinmeubilair; i. aluminium, ijzer en roestvrij staal; j. kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; k. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; l. papier en karton; m. textiel en tapijt; en n. vlakglas.

Artikel 5.328 Informatieplicht: lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen 1 Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de opgeslagen goederen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

3 Dit artikel is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 5.329 Lozen bij opslaan van inerte goederen 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

2 Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd, als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.

3 Voor het lozen van dat afvalwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

4 Als de opgeslagen inerte goederen worden bevochtigd, wordt afvalwater dat met opgeslagen goederen in contact is geweest, zoveel mogelijk voor dit bevochtigen gebruikt.

5 Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.

Artikel 5.330 Meet- en rekenbepalingen Op het bemonsteren van afvalwater, het conserveren van een monster en het analyseren van onopgeloste stoffen is artikel 6.3d, eerste lid, van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 5.331 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.1057, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

93

Paragraaf 5.2.51 Afvalwater lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen Artikel 5.332 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het schoonmaken en in gebruik nemen van middelen voor het opslaan, transporteren en distribueren van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit.

Artikel 5.333 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. een doelmatig beheer van afvalwater; c. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en d. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 2. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.334 Schoonmaken drinkwaterleidingen 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

2 Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.

3 Bij het lozen op of in de bodem ontstaat geen wateroverlast.

4 Aan het water dat wordt gebruikt voor het schoonmaken en dat wordt geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool worden geen chemicaliën toegevoegd.

Paragraaf 5.2.52 Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen Artikel 5.335 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening.

2 Deze paragraaf gaat niet over het lozen van afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.336 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.337 Informatieplicht: lozen bij calamiteitenoefeningen 1 Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de activiteit; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.338 Lozen bij calamiteitenoefeningen Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

Paragraaf 5.2.53 Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen Artikel 5.339 Toepassingsbereik

94

Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 5.340 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.341 Informatieplicht: Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen 1 Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, bedoeld in de Artikel 5.344 en Artikel 5.345, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; b. de plaats van de lozingspunten; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.342 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas In afwijking van artikel 4.791l van het Besluit activiteiten leefomgeving hoeft bij het lozen van drainagewater afkomstig van het telen van gewassen in een kas die op materiaal groeien dat in verbinding staat met de ondergrond geen recirculatiesysteem aanwezig en in gebruik te zijn, als hergebruik van drainagewater niet doelmatig is en het lozen is aangevangen voor de inwerkingtreding van de wet.

Artikel 5.343 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen 1 In afwijking van artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.

2 In afwijking van artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.

3 Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere route.

Artikel 5.344 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit 1 In afwijking van artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteeld fruit, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.

2 Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

3 Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere lozingsroute.

Artikel 5.345 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Paragraaf 5.2.54 Afvalwater lozen bij maken van betonmortel Artikel 5.346 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 5.347 Oogmerken

95

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.348 Informatieplicht: lozen bij maken van betonmortel 1 Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de lozingsroute; b. de aard en omvang van de lozing; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.349 Water bij maken van betonmortel 1 In aanvulling op artikel 4.140, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, ook worden geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

2 Voor het lozen van dat afvalwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 5.4, gemeten in een steekmonster. Stof

Emissiegrenswaarden in mg/l

Onopgeloste stoffen

100 mg/l

Chemisch zuurstofverbruik

200 mg/l

Tabel 5.4 Emissiegrenswaarden

3 Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

Paragraaf 5.2.55 Uitwassen van beton Artikel 5.350 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het uitwassen van beton, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.

Artikel 5.351 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.352 Informatieplicht: uitwassen van beton 1 Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.353 Water bij uitwassen van beton 1 In aanvulling op artikel 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan te lozen afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton ook worden geloosd in een vuilwaterriool.

2 Voor het lozen van dat afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

96

Paragraaf 5.2.56 Recreatieve visvijver exploiteren Artikel 5.354 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het exploiteren van een recreatieve visvijver.

Artikel 5.355 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig beheer van afvalwater; b. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en c. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

Artikel 5.356 Informatieplicht: exploiteren van een recreatieve visvijver 1 Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; en 2. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.357 Water: lozingsroute Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool. Het spuiwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.

Paragraaf 5.2.57 Fotografisch materiaal ontwikkelen of afdrukken Artikel 5.358 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het op chemische wijze ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal.

2 Deze paragraaf gaat niet over: a. digitaal afdrukken, het met onder andere inkjet- en laserprinters afdrukken van digitale foto’s; en b. ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal op kleine schaal in de eigen woning.

Artikel 5.359 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. een doelmatig beheer van afvalwater; c. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en d. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 2. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.360 Informatieplicht: ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal 1 Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; 2. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 4. de ligging van de bedrijfsriolering; en 5. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2 Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

97

Artikel 5.361 Water bij fotografisch materiaal ontwikkelen of afdrukken 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

2 Er worden in goede staat verkerende afkwetsrollen gebruikt en er wordt een doelmatige zilverterugwininstallatie toegepast.

3 In afwijking van het tweede lid hoeft geen zilverterugwininstallatie te worden toegepast als per jaar minder dan 700 liter aan gebruiksklare fixeer wordt gebruikt en er gedragsvoorschriften zijn opgesteld en worden nageleefd gericht op het beperken van de emissie van zilver.

4 Voor het afvalwater is de emissiegrenswaarde voor zilver 4 milligram per liter, gemeten in een steekmonster.

Paragraaf 5.2.58 Motorvoertuigen wassen Artikel 5.362 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het uitwendig wassen van motorvoertuigen.

2 Deze paragraaf gaat niet over: a. een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat; en b. het wassen van motorvoertuigen bij de eigen woning.

Artikel 5.363 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. een doelmatig beheer van afvalwater; c. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en d. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 2. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.364 Bodem: bodembeschermende voorziening 1 Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met oliën, vetten en koelvloeistof wordt gewassen boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.

2 Motorvoertuigen kunnen ook worden gewassen op een mobiele wasinstallatie die zodanig is uitgevoerd dat vloeistoffen niet in de bodem kunnen geraken, als die mobiele wasinstallatie niet langer dan zes maanden aaneengesloten op eenzelfde locatie is geplaatst.

3 Het eerste lid is niet van toepassing, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.

Artikel 5.365 Bodem: eindonderzoek bodem 1 Bij het beëindigen van het wassen van motorvoertuigen wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.

2 Het bodemonderzoek gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt, geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de locatie waar het wassen van motorvoertuigen is verricht.

Artikel 5.366 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat: a. de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht; b. de wijze waarop het onderzoek is verricht; c. de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;

98

d. informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein; e. bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en f. als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld: de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt.

Artikel 5.367 Informatieplicht beëindigen motorvoertuigen wassen 1 Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het wassen van motorvoertuigen wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2 De resultaten van het eindonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML volgens SIKB 0101.

Artikel 5.368 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit 1 Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de het pekelen van dierlijke bijproducten of organen; b. de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.

2 Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

Artikel 5.369 Informatieplicht: herstelwerkzaamheden 1 Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de begindatum.

2 Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de einddatum.

Artikel 5.370 Water bij motorvoertuigen wassen 1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen van motorvoertuigen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.

2 Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.

3 Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider: a. volgens NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2; of b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

Paragraaf 5.2.59 Niet-industriële voedselbereiding Artikel 5.371 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf gaat over het bereiden van voedingsmiddelen met: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.

2 Deze paragraaf gaat niet over een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat, met uitzondering van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=fc276661-49de-4e01-90f1-445ed5b78e39