CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Omgevingsplan gemeente Rijswijk

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel wijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk, Havenkwartier fase 2, openbare ruimte en haven (RV 26 017)43.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Omgevingsplan gemeente Rijswijk Artikel I Nader in te vullen.

Artikel II Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Bijlage A Omgevingsplan gemeente Rijswijk A Artikel 4.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.99 Doelen Binnen het Werk-woongebied gelden de volgende doelen : a. een economisch sterke stad met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en b. <PM uit omgevingsvisie halen>; en c b. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

B Na afdeling 4.2 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

Afdeling 4.3 Transformatiegebieden Paragraaf 4.3.1 Transformatie werk-woongebied Artikel 4.104 Aanwijzing Er is een Transformatiegebied werk-woongebied.

Artikel 4.105 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het transformeren naar werk-woongebied binnen het Transformatiegebied werk-woongebied.

Artikel 4.106 Doelen Binnen het transformatiegebied werk-woongebied gelden de volgende doelen: a. de transformatie van een bedrijventerrein naar een werk-woongebied; b. een economisch sterke stad met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Artikel 4.107 Transformeren In deze paragraaf wordt onder transformeren verstaan: a. het aan bepaalde locaties toedelen van de volgende activiteiten met gebruiksruimte: 1. bedrijfsactiviteiten; 2. detailhandelsactiviteiten; 3. dienstverleningsactiviteiten; 4. horeca-activiteiten; 5. maatschappelijke activiteiten; en 6. woonactiviteiten. b. het aan bepaalde locaties toedelen van: 1. bouwvolumes voor hoofdgebouwen; 2. openbaar groen, water, wegen en parkeerplaatsen; c. het bouw- en woonrijp maken van gronden; d. het bouwen van hoofdgebouwen; e. het inrichten van het publiek toegankelijk gebied, het openbaar gebied en de ondergrond als dit onderdeel is van de integrale ontwikkeling als bedoeld in artikel 24.7; f. het toevoegen van geluidgevoelige gebouwen, als bedoeld in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving; g. het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit.

2

Artikel 4.108 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.99, worden binnen het Werk-woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in Artikel 4.86, alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. maatschappelijke activiteiten; f. recreatieactiviteiten; g. woonactiviteiten; h. infrastructuuractiviteiten.

Artikel 4.109 Bedrijfsactiviteiten 1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende bedrijfsactiviteiten niet verricht: a. Seveso-inrichtingen; b. activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie; c. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten als bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; e. activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en f. activiteiten die aanzienlijke geurhinder veroorzaken.

2.

Bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.

Artikel 4.110 Detailhandelsactiviteiten Bij het verrichten van detailhandelsactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.

Artikel 4.111 Dienstverleningsactiviteiten Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24

Artikel 4.112 Horeca-activiteiten Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.

Artikel 4.113 Maatschappelijke activiteiten Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.

Artikel 4.114 Recreatieactiviteiten Bij het verrichten van recreatieactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.

Artikel 4.115 Woonactiviteiten Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan hoofdstuk 24.

Artikel 4.116 Infrastructuuractiviteiten Bij infrastructuuractiviteiten in de vorm van aanleggen van de openbare ruimte wordt voldaan aan hoofdstuk 24. C Artikel 5.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

3

Artikel 5.96 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw wordt alleen verleend als: a. de dakopbouw gelijk is aan de trendsetter, als deze aanwezig is; b. op het betreffende dakvlak nog geen dakopbouw is geplaatst; c. de dakopbouw tussen bestaande schoorstenen of woningscheidende wanden wordt geplaatst; d. bij het plaatsen van een dakopbouw bij een eindwoning, de dakopbouw doorloopt tot aan de zijgevel; e. de afstand van een dakopbouw tot een hoek- of kilkeper meer dan 1 m bedraagt; f. de maatverhoudingen van de dakopbouw zijn gerelateerd aan de vormgeving van de gevel; g. het materiaal- en kleurgebruik en de vormgeving van de dakopbouw aansluit bij de rest van de woning en de bebouwing in de omgeving, waarbij karakteristieke goot- en daklijnen behouden worden; h. in de periode van 19 februari tot 21 oktober, in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van ieder naastgelegen gebouw, ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag zijn als gevolg van de dakopbouw; i. geen onevenredige aantasting van de privacy van omliggende woningen plaatsvindt; j. de dakopbouw niet wordt gebouwd: 1. aan de randen van de wijk: aan de achterzijde van de bebouwing; en 2. op beeldbepalende punten; en k. de gevelwand zich voor kappen leent.

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, wordt de vergunning voor het bouwen van een dakopbouw in het Havenkwartier alleen verleend, als in de periode van 19 februari 21 januari tot 21 oktober22 november in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van ieder naastgelegen gebouw ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag zijn, tenzij in dit omgevingsplan anders is bepaald.

3.

Onverminderd het eerste lid wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van de dakopbouw zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de wet.

D Artikel 5.155 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.155 Informatieplicht terras aanbrengen 1.

Ten minste vier weken voor het aanbregenaanbrengen van een gevelterras worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een terraskaart met daarop aangeduid de begrenzing en indeling van het terras; b. een beschrijving van het type terrasmeubilair; en c. foto's van het toe te passen terrasmeubilair.

2.

Ten minste vier weken voordat de begrenzing of indeling van het terras of het type terrasmeubilair wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

E Artikel 5.372 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.372 Water bij motorvoertuigen wassen

4

1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen van motorvoertuigen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.

2.

Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.

3.

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider: a. volgens NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2; of als bedoeld in artikel 6.3f van de Omgevingsregeling; of b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

F Artikel 7.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.21 Tijdvak voor het kostenverhaal 1.

Er is een kostenverhaalsgebied Havenkwartier

2.

Voor het kostenverhaalsgebied PM Havenkwartier geldt geen tijdvak.

G Artikel 7.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.23 Maximum van de globaal te verhalen kosten Het plafond van de totale aan kostenverhaalsgebied PM Havenkwartier toe te rekenen kosten worden geraamd op € PM28.760.000, prijspeil 1 januari 2026. H Artikel 7.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.24 Verdeling van de verhaalbare kosten over de activiteiten 1.

Het maximum van de verhaalbare kosten per activiteit bedraagt: a. voor een appartement sociale huur: € PM per woning; b. voor een appartement sociale koop: € PM per woning; c. voor een appartement middenhuur: € PM per woning; d. voor een rijwoning: € PM per woning; e. voor een vrijstaande woning: € PM; f. voor kantoorruimte: € PM per m² bruto vloeroppervlakte; en g. voor detailhandel: € PM per m² bruto vloeroppervlakte. Het maximum van de verhaalbare kosten per activiteit, prijspeil 1 januari 2026, bedraagt: a. € 131 per m² bruto vloeroppervlakte wonen inclusief een risico-opslag van 10%, uitgezonderd sociale huurwoningen; b. € 65,50 per m² bruto vloeroppervlakte sociale huurwoning inclusief een risico-opslag van 10%; en c. € 65,50 per m² bruto vloeroppervlakte commerciële voorzieningen inclusief een risicoopslag van 10%.

2.

Voor de activiteiten slopen en bouwen is geen sprake van verhaalbare kosten als het gaat om: a. vervangende nieuwbouw voor bedrijfs- en kantooractiviteiten; b. (gebouwde) parkeervoorzieningen; c. gemeenschappelijke verkeersruimten en bergingen ten behoeve van zelfstandige woningen; of d. maatschappelijke activiteiten zonder commercieel winstoogmerk.

I Na artikel 7.24 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

5

Artikel 7.25 Aanvullende regels eindafrekening Havenkwartier In aanvulling op artikel 7.11 geldt voor het kostenverhaalsgebied Havenkwartier: a. dat op eindafrekeningen op verzoek als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de wet jaarlijks op 1 juli door het college van burgemeester en wethouders wordt beslist, als de verzoeken ten minste 8 weken voor die datum zijn ontvangen; b. dat de risico-opslag uitsluitend voor gedeeltelijke terugbetaling in aanmerking komt als de beschikking van de woningbouwimpuls onherroepelijk is en onherroepelijk vaststaat dat meer dan 5% van de resterende risico-opslag overbodig blijkt; en c. dat verhaalbare kosten voor inrichting van het openbaar gebied uitsluitend naar rato voor gedeeltelijke terugbetaling in aanmerking komen als blijkt dat op 1 januari 2043 deze niet zijn besteed aan het doel waarvoor zij verhaald zijn en het gaat om 5% of meer van het totaal aan verhaalbare kosten.

Artikel 7.26 Rente 1.

In aanvulling op artikel 7.13 geldt voor het kostenverhaalsgebied Havenkwartier dat bij de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalbeschikking, een eindafrekening op verzoek of een eindafrekening de volgende renteparameters worden toegepast: a. voor de debetrente in perioden waarin de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, hoger zijn dan de totale ontvangsten uit kostenverhaalbijdragen met toepassing van renteparameter 1%. b. voor de creditrente in perioden waarin de totale ontvangsten uit kostenverhaalbijdragen hoger zijn dan de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, met toepassing van renteparameter 1%.

2.

Als bij een eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag verhoogd met een samengestelde rente met toepassing van renteparameter 1%.

J Het opschrift van artikel 7.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.25 7.27 Waterbergingsfonds K Het opschrift van artikel 7.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.26 7.28 Uitgaven uit het waterbergingsfonds L Het opschrift van artikel 7.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.27 7.29 Financiële bijdrage aan het waterbergingsfonds M Artikel 8.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.2 Advies Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk bij omgevingsvergunningen cultureel erfgoed en transformatie 1.

6

Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om de volgende omgevingsvergunningen aan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk:

a. b. c. d.

een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in Artikel 5.39, Artikel 5.53, Artikel 5.69, Artikel 5.77, Artikel 5.87, Artikel 5.94 of Artikel 5.99; een omgevingsvergunning voor een beschermd gemeentelijk monument als bedoeld in Artikel 5.216; of een omgevingsvergunning voor een beschermd rijksmonument.; of een omgevingsvergunning voor het transformeren als bedoeld in Artikel 24.3.

2.

Binnen 4 weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de adviescommissie schriftelijk advies uit aan het college.

3.

Bij overschrijding van de termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt de adviescommissie bij overschrijding van de termijn geacht geadviseerd te hebben en de beoordeling over te laten aan de monumentenambtenaar.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, onder d.

4 5. Het bevoegd gezag kan de procedure zonder advies van de adviescommissie vervolgen, als binnen de in het tweede lid genoemde termijn geen advies is uitgebracht. N Hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie [Gereserveerd]

Afdeling 10.1 Geluid Artikel 10.1 Geluidregister 1.

Er is een geluidregister.

2.

In dit geluidregister is de geluidruimte van geluidveroorzakende activiteiten in het Havenkwartier fase 2, per bedrijf vastgelegd in een ‘geluidcontour-bedrijf’.

3.

Is voor een bedrijf geen ‘geluidcontour-bedrijf’ in het geluidregister opgenomen dan geldt een contour van 10 meter vanaf de perceelsgrens waar de geluidveroorzakende activiteiten worden verricht.

4.

Het register wordt beheerd door het college van burgemeester en wethouders.

5.

Het register is voor eenieder langs elektronische weg toegankelijk.

6.

Het college van burgemeester en wethouders zijn verplicht om binnen 6 weken de in het geluidregister opgenomen ‘geluidcontour-bedrijf’ te actualiseren na het verlenen van een omgevingsvergunning met effect op geluidruimte.

O Artikel 11.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.9 Voorrangsbepaling tijdelijk deel omgevingsplan

7

1.

De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, over het bouwen en in stand houden van bouwwerken zijn niet van toepassing voor zover de regels van Paragraaf 4.1.1 van toepassing zijn.

2.

Het eerste lid geldt niet voor regels in het tijdelijke deel over het maximale aantal woningen, het maximale volume van hoofdgebouwen en andere gebouwen en, de maximale bouwhoogte van hoofdgebouwen, overige gebouwen en overige bouwwerken geen gebouw zijnde en de specifiek in het tijdelijk deel opgenomen parkeernormen en -regels.

3.

De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, over andere activiteiten dan het bouwen en in stand houden van bouwwerken zijn niet van toepassing, voor zover de regels van Paragraaf 4.1.2 tot en met Paragraaf 4.1.5 van toepassing zijn en de oogmerken van die regels hetzelfde zijn als de oogmerken van de regels in dat tijdelijke deel.

P Na artikel 11.10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11.11 Voorrangsbepaling hoofdstuk 24 1.

De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder c, van de wet, over het bouwen en in stand houden van bouwwerken zijn niet van toepassing voor zover de regels van hoofdstuk 24 van toepassing zijn.

2.

De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder c, van de wet, over andere activiteiten dan het bouwen en in stand houden van bouwwerken zijn niet van toepassing, voor zover de regels van hoofdstuk 24 van toepassing zijn.

Q Na hoofdstuk 22 worden twee hoofdstukken ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 23 [Gereserveerd]

Hoofdstuk 24 Activiteiten met betrekking tot transformatiegebied Afdeling 24.1 Activiteiten met betrekking tot transformeren Artikel 24.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het transformeren van de locatie Havenkwartier fase 2 naar een werkwoongebied.

Artikel 24.2 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan economische activiteiten, waarbij bestaande bedrijven die willen blijven ook kunnen blijven; b. het realiseren van woningbouw in een gedifferentieerd woningbouwprogramma; c. het realiseren van een verbeterde kwaliteit van het gebied waaronder klimaatadaptief en natuurinclusief; d. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; e. het bereiken van een hoge kwaliteit van het publiek toegankelijke gebied en het openbaar gebied; en f. het bereiken van een integrale ontwikkeling van het gebied.

Artikel 24.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een gebied naar werk-woongebied te transformeren als bedoeld in Artikel 4.107.

Artikel 24.4 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het transformeren als bedoeld in artikel 24.3, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

8

a.

b. c. d. e. f.

g. h. i. j. k. l. m. n. o. p.

q. r. s. t. u. v. w. x. y.

z. aa. ab.

ac. ad. ae. af. ag. ah.

9

de relevante documentatie die aantoont dat sprake is van een integraal plan voor het gehele kwadrant zoals bedoeld in artikel 24.7 of wanneer integrale ontwikkeling niet mogelijk blijkt, de relevante documentatie van de gemeente of een MFN- of ADR-gecertificeerd mediator waaruit blijkt dat integrale ontwikkeling niet mogelijk is en op welke wijze bestaande activiteiten kunnen worden voortgezet; een advies van de supervisor op het integrale plan als bedoeld onder a; de onderzoeksgegevens voor de beoordeling van het integrale plan; de relevante gegevens die aantonen dat de bestaande woning rechtmatig aanwezig is als het integrale plan het verplaatsen van een woning omvat; een overzicht van relevante activiteiten die van toepassing zijn op het integrale plan; de instemming van alle grondeigenaren in het kwadrant met het integrale plan dan wel documentatie van gemeente en/of een MFN- of ADR-gecertificeerd mediator dat integrale ontwikkeling niet mogelijk is en de wijze waarop wordt geborgd dat bestaande activiteiten kunnen worden voortgezet; een geohydrologisch onderzoek, indien ondergronds wordt gebouwd; een windklimaat onderzoek conform NEN 8100:2006, indien hoger gebouwd wordt dan vier bouwlagen; bezonningsonderzoek, indien hoger gebouwd wordt dan 15 meter boven peil, dat inzicht geeft in het aantal mogelijke bezonningsuren per dag conform de strenge TNO-norm; een overzicht van

maatregelen voor natuurinclusief en klimaatbestendig bouwen en de wijze waarop deze maatregelen in stand worden gehouden; een overzicht van het totaal aantal woningen en het aantal woningen in de categorieën ‘betaalbare woningen’ en ‘sociale huurwoningen’; een overeenkomst met de corporatie voor de categorie ‘sociale huurwoning’. een beschrijving van de voorgenomen bedrijfsactiviteit; de benodigde bruto vloeroppervlakte in m2 voor de bedrijfsactiviteit; en een onderzoek naar de verkeersaantrekkende werking van de bedrijfsactiviteit. een akoestische onderbouwing of een akoestisch onderzoek, gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als het akoestisch onderzoek ‘Geluid bij transformatie van Havenkwartier Rijswijk fase 2’ van Peutz met nummer OB 16754-1-RA-002, dat inzicht geeft in de effecten van de wijziging op de geluidruimte aangegeven met ‘geluidcontour-bedrijf’; een akoestisch onderzoek waarin de mate van geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw blijkt en dat inzicht geeft in maatregelen en effecten die worden genomen; een onderbouwing van de karakteristieke geluidwering van de gevel; een kaart met daarop de locatie van de grens van de activiteit en de locatie van de nabijgelegen geluidgevoelige gebouwen; situatie- en inrichtingstekeningen van de bestaande toestand en de nieuwe toestand; beschrijving van het huidige en het beoogde gebruik gronden en bouwwerken; een opgave

van de bouw- en aanlegkosten; een waterhuishoudkundig- en rioleringsplan inclusief een advies van het Hoogheemraadschap Delfland; gegevens en bescheiden over de archeologische verwachtingswaarde en niet-gesprongen explosieven; gegevens en bescheiden over de verharding en fundering van de wegen, uitwegen, en fietsen voetpaden en parkeerplaatsen; overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan artikel 24.6; plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie, en voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; een opgave van de bruto inhoudt in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlakte; en 2.

de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; het aantal bouwlagen; tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; principedetails van het gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking.

Artikel 24.5 Eisen aan gegevens en bescheiden 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het transformeren zijn tekeningen voorzien van schaal en maatvoering.

2.

De situatie- en inrichtingstekeningen, bedoeld in artikel 24.4, onder t, bevatten de volgende gegevens: a. de afmetingen van de percelen en het bebouwd oppervlak; b. de hoogte van gronden en bebouwing ten opzichte van het maaiveld en uitgiftepeil; c. de situering van de bouwvlakken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; d. de hoogte van de bouwwerken ten opzichte van het straatpeil; e. het aantal bouwlagen van de bouwwerken; f. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; g. grenzen particulier, publiek toegankelijk en openbaar gebied; h. situering van groen, wegen, parkeervoorzieningen, wadi's, watergangen en kunstwerken; i. dwars- en lengteprofielen van de publiek toegankelijke ruimte en openbare ruimte; j. tracés voor riolering, drainage en kabels en leidingen inclusief bijbehorende randvoorzieningen; k. situering van openbare verlichting, straatmeubilair, afvalinzameling, speelvoorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking en -opslag; en l. elektrische laadplekken in het publiek toegankelijk gebied.

3.

Het integrale plan, als bedoeld onder artikel 24.4, onder a, bevat de volgende gegevens: a. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing, groen- en waterelementen en infrastructuur; b. materialisering van de bebouwing en publiek toegankelijk gebied; c. een beeldkwaliteitsplan; d. een stedenbouwkundig dwarsprofiel en aanzichten van structurerende elementen uit het stedenbouwkundig plan; en e. een beplantingsplan met gegevens over biodiversiteit en schaduwwerking.

4.

het waterhuishoudkundig plan als bedoeld onder artikel 24.4, onder w, bevat de volgende gegevens: a. gegevens en bescheiden over de geotechnische, geohydrologische en milieukundige situatie van de waterbodem, inclusief bemalingsadvies en berekening van het opbarstrisico; b. een stresstest wateroverlast; c. de capaciteit van de waterberging op kavelniveau en van de publiek toegankelijke gebieden; d. de waterhuishoudkundige uitgangspunten; e. berekening toe- en afname verhard oppervlakte; f. de ligging en afmetingen van het hoofdwatersysteem, de maximale afvoer en de (maximaal) optredende oppervlaktewaterpeilen, duikers en de peil-regulerende (kunst)werken; g. het bepalen van het waterniveau; h. de keuze van het rioolstelsel; i. de berekening van gevolgen van het bouwplan voor peilstijgingen in de omgeving; j. de gevolgen voor het grondwater; k. de consequenties voor de waterhuishouding in het omliggende gebied; l. hoe eventuele negatieve gevolgen worden gecompenseerd; en m. frequentie en wijze van onderhoud van de watergangen.

Artikel 24.6 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1.

10

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend, als sprake is van: a. een integrale ontwikkeling van alle gronden in een kwadrant als bedoeld in artikel 24.7 en 24.8; b. een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 24.9; c. een voldoende klimaatbestendige en natuurinclusieve ontwikkeling als bedoeld in artikel 24.10; d. een voldoende bijdrage aan een gevarieerd aanbod van woonruimte als bedoeld in artikel 24.11; e. een passende bedrijfsactiviteit als bedoeld in artikel 24.12; f. een passende detailhandelsactiviteit als bedoeld in artikel 24.13; g. een passende dienstverleningsactiviteit als bedoeld in artikel 24.14; h. een passende horeca-activiteit als bedoeld in artikel 24.15; i. een passende maatschappelijke activiteit als bedoeld in artikel 24.16;

j. k.

een aanvaardbaar akoestisch geluidniveau als bedoeld in artikel 24.17; een aanvaardbaar geluidniveau op geluidgevoelige ruimten door activiteiten als bedoeld in artikel 24.18; l. een aanvaardbaar geluidniveau op geluidgevoelige ruimten binnen een geluidaandachtsgebied als bedoeld in artikel 24.19; m. een aantrekkelijke en groene publiek toegankelijke ruimte en openbare ruimte als bedoeld in artikel 24.20; n. een doelmatige afvalinzameling als bedoeld in artikel 24.21; en o. een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening als bedoeld in artikelen 5.32 en 5.33. 2.

In aanvulling op het bepaalde in lid 1 wordt een omgevingsvergunning ook verleend als naar het oordeel van het college van B&W wordt voorzien in een gelijkwaardige maatregel die ten minste hetzelfde resultaat bereikt als de voorgeschreven maatregelen in de artikelen 24.7 tot en met 24.20 en de artikelen 5.32 en 5.33.

Artikel 24.7 Integrale ontwikkeling

11

1.

Een integrale ontwikkeling van alle gronden in een kwadrant, als bedoeld in artikel 24.6, onder a, houdt in ieder geval in dat: a. in aanvulling op artikel 5.170 is voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de ‘Gebiedsparkeernormen Havenkwartier’ die als bijlage 2 bij de regels is gevoegd of de rechtsopvolger daarvan; b. in elk kwadrant is voorzien in een inpandige nutsvoorziening van tenminste 25 m2 bruto vloeroppervlakte; c. indien is voorzien in pleintjes dit in overeenstemming is met het Ontwikkelkader Havenkwartier (RV 21-007) en addendum (RV25-047), de inrichting past binnen het bepaalde in Artikel 24.20 onder b, uitgezonderd fietspaden en parkeervoorzieningen en is voorzien van een advies van de supervisor over de locatie, omvang en inrichting daarvan; d. rechtmatig aanwezige woningen tellen niet mee voor het aantal woningen als bepaald in lid 2 tot en met 5 en mogen verplaatst worden in het kwadrant bij herontwikkeling, met dien verstande dat de m2 bvo woningen niet mag worden verruimd; en e. een warmte-koudeopslag voldoet aan het strokenpatroon zoals dat is opgenomen in het ‘Bodemenergieplan Rijswijk – Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder’ en in aanvulling op het bepaalde in artikel 5.84 zijn uitpandig bijbehorende bouwwerken ten dienste van een warmte-koude opslag niet hoger dan 3 meter en niet groter dan 25 m2.

2.

In aanvulling op het eerste lid houdt een integrale ontwikkeling van alle gronden voor het kwadrant Noord-Oost in dat: a. maximaal 130 woningen worden toegevoegd; b. is voorzien in minimaal 8.800 m2 bruto vloeroppervlakte bedrijfsactiviteiten, waarvan aangetoond wordt dat tenminste 1397 m2 bruto vloeroppervlakte met bijbehorende buitenruimte overeenkomt met categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG; c. ter plaatse van de locatie wonen aan de straat alleen woningen worden gerealiseerd met een oriëntatie op straat en het water; d. tussen kwadrant Noord-Oost en kwadrant Zuid-Oost is voorzien in een doorsteek voor voetgangers zoals opgenomen in het ruimtelijk kader en is voorzien van een advies van de supervisor op de breedte van de doorsteek; en e. in het kwadrant is voorzien in een waterberging van 698 m3, tenzij aangetoond wordt dat door andere maatregelen in het Havenkwartier fase 2 is voorzien in voldoende waterberging en deze aantoonbaar in stand worden gehouden.

3.

In aanvulling op het eerste lid houdt een integrale ontwikkeling van alle gronden voor het kwadrant Noord-West in dat: a. maximaal 93 woningen worden toegevoegd; b. is voorzien in minimaal 100 m2 bruto vloeroppervlakte maatschappelijke of dienstverlenende activiteiten; c. maximaal 1 horecavestiging met een oppervlakte van 300 m2 bvo; d. is voorzien in minimaal 9.900 m2 bruto vloeroppervlakte bedrijfsactiviteiten, waarvan aangetoond wordt dat tenminste 830 m2 bruto vloeroppervlakte overeenkomt met categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG; e. ter plaatse van de locatie wonen aan de straat alleen grondgebonden woningen , rijwoningen of beneden-bovenwoningen worden gerealiseerd;

f.

g.

tussen kwadrant Noord-West en kwadrant Zuid-West is voorzien in een doorsteek voor voetgangers zoals opgenomen in het ruimtelijk kader en is voorzien van een advies van de supervisor op de breedte van de doorsteek; en in het kwadrant is voorzien in een waterberging van 680 m3, tenzij aangetoond wordt dat door andere maatregelen in het Havenkwartier fase 2 is voorzien in voldoende waterberging en deze aantoonbaar in stand worden gehouden.

4.

In aanvulling op het eerste lid houdt een integrale ontwikkeling van alle gronden voor het kwadrant Zuid-Oost in dat: a. maximaal 215 woningen worden toegevoegd; b. is voorzien in minimaal 50 m2 bruto vloeroppervlakte maatschappelijke of dienstverlenende activiteiten; c. tussen kwadrant Zuid-Oost en kwadrant Noord-Oost is voorzien in een doorsteek voor voetgangers zoals opgenomen in het ruimtelijk kader en is voorzien van een advies van de supervisor op de breedte van de doorsteek; d. is voorzien in minimaal 12.600 m2 bruto vloeroppervlakte bedrijfsactiviteiten, waarvan aangetoond wordt dat tenminste 2018 m2 bruto vloeroppervlakte met bijbehorende buitenruimte overeenkomt met categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG; e. in het kwadrant is voorzien in een waterberging van 746 m3, tenzij aangetoond wordt dat door andere maatregelen in het Havenkwartier fase 2 is voorzien in voldoende waterberging en deze aantoonbaar in stand worden gehouden.

5.

In aanvulling op het eerste lid houdt een integrale ontwikkeling van alle gronden voor het kwadrant Zuid-West in dat: a. maximaal 225 woningen worden toegevoegd; b. ter plaatse van de locatie wonen aan de straat alleen grondgebonden, rijwoningen of beneden-bovenwoningen worden gerealiseerd; c. is voorzien in minimaal 100 m2 bruto vloeroppervlakte aan maatschappelijke of dienstverlenende activiteiten; d. maximaal 1 horecavesting met een oppervlakte van 300 m2 bvo; e. is voorzien in minimaal 11.600 m2 bruto vloeroppervlakte bedrijfsactiviteiten, waarvan aangetoond wordt dat tenminste 510 m2 bruto vloeroppervlakte met bijbehorende buitenruimte overeenkomt met categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG; f. tussen kwadrant Zuid-West en kwadrant Noord-West is voorzien in een doorsteek voor voetgangers zoals opgenomen in het ruimtelijk kader en is voorzien van een advies van de supervisor op de breedte van de doorsteek; g. in het kwadrant is voorzien in een waterberging van 685 m3, tenzij aangetoond wordt dat door andere maatregelen in het Havenkwartier fase 2 is voorzien in voldoende waterberging en deze aantoonbaar in stand worden gehouden; en h.

is voorzien in ten minste 220 parkeerplaatsen danwel het aantal parkeerplaatsen dat is bepaald in de omgevingsvergunning voor de ingebruikname van het gebouw voor de woningbouwontwikkeling “De Havenmeester”, die voldoen aan het bepaalde in ‘upgrading SP6’, opgenomen in bijlage 2; i. is voorzien in een langzaamverkeersroute van de Koopmansstraat naar de parkeergarage in dit kwadrant.

6.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan in geval geen sprake zijn van één integrale ontwikkeling van alle gronden binnen een kwadrant, een kwadrant uitsluitend worden getransformeerd als op de gronden die geen deel uitmaken van de transformatie de bestaande activiteiten kunnen worden voortgezet.

7.

In afwijking van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is een ander type woningen mogelijk ter plaatse van de locatie wonen aan de straat als is voorzien in een advies van de supervisor hierover en naar het oordeel van het college een gevarieerder woningaanbod nodig is.

Artikel 24.8 Flexibiliteit tussen kwadranten 1.

12

In afwijking van het bepaalde in Artikel 24.7 onder lid 1 kan sprake zijn van een integrale ontwikkeling als voldaan wordt aan het principe ‘uitruilen en overeenstemming tussen kwadranten’, bedoeld in het derde lid, ook als niet wordt voldaan aan: a. het maximaal aantal woningen;

b. c.

het minimum m2 bruto vloeroppervlakte aan voorzieningen; of het minimum m2 bruto vloeroppervlakte bedrijfsactiviteiten.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid, worden bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 24.3, de volgende aanvullende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een inzicht in het aantal woningen, typologie van woningen, aantal m2 bruto vloeroppervlakte bedrijfsactiviteiten en aantal m2 bruto vloeroppervlakte voorzieningen voor het uitlenende en ontvangende kwadrant; b. een inzicht in parkeren en verkeersafwikkeling voor het uitlenende en ontvangende kwadrant; c. de overeenkomst die is gesloten aangaande het ‘uitruilen en overeenstemmen’; d. op welke wijze wordt voorzien in de kenbaarheid van de overeenkomst tussen de kwadranten door middel van een kwalitatieve verplichting en/of kettingbeding bij verkoop.

3.

Er is sprake van overeenstemming met het principe ‘uitruilen en overeenstemming tussen kwadranten’ als wordt voldaan aan: a. het in absolute getallen of m2 bruto vloeroppervlaktes ruilen van het programma als bedoeld in artikel 24.7 tweede tot en met vijfde lid; b. na het uitruilen zowel het uitlenende als het ontvangende kwadrant voorziet in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in Artikel 24.7 en de uitruil geen onevenredige invloed op de verkeersafwikkeling heeft; c. een privaatrechtelijke overeenkomst tussen partijen wordt gesloten en via een kwalitatieve verplichting en kettingbeding voldoende kenbaar wordt gemaakt bij tussentijdse verkoop van gronden binnen een kwadrant. d. de privaatrechtelijke overeenkomst tussen partijen als bedoeld onder c is met instemming van alle grondeigenaren in de betreffende kwadranten dan wel documentatie van gemeente en/of een MFN- of ADR-gecertificeerd mediator dat integrale ontwikkeling niet mogelijk is en de wijze waarop wordt geborgd dat bestaande activiteiten in de kwadranten kunnen worden voortgezet.

Artikel 24.9 Goede omgevingskwaliteit

13

1.

In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 5.2.2. houdt een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 24.6, onder b, in ieder geval in dat: a. hoofdgebouwen binnen locatie bouwvelden worden gebouwd; b. hoofdgebouwen niet hoger zijn dan het bouwplafond uit het Ontwikkelkader Havenkwartier (RV 21-007), uitgezonderd ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in artikel 5.20 of bij behoud van een bestaand pand; c. ter plaatse van de locatie stedenbouwkundig accent een hoogteaccent niet hoger is dan de maximale hoogte van het bouwplafond; d. hoofdgebouwen in overeenstemming zijn met het Ontwikkelkader Havenkwartier (RV 21007) en het addendum (RV25-047); e. parkeervoorzieningen niet zichtbaar zijn in de plint; f. op de grondwaterstroming en de grondwaterstand geen onevenredig negatief effect wordt verwacht; g. de basiskwaliteit qua windhinder voor ‘doorlopen’ en ‘slenteren’ goed tot matig worden gewaardeerd conform NEN 8100:2006; h. in de periode van 21 januari tot en met 22 november in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van ieder naastgelegen woongebouw ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag zijn.

2.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder h kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 1 onder h als is voorzien in een advies van de supervisor en naar het oordeel van het college de belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad.

3.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen hoofdgebouwen ook buiten de locatie bouwvelden gebouwd worden als is voorzien in een advies van de supervisor en naar het oordeel van het college sprake is van een betere stedenbouwkundige inpassing.

4.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder g kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 1 onder g als naar het oordeel van het college sprake is van een aanvaardbaar windklimaat in relatie tot de activiteit en tenminste sprake is van een matig windklimaat.

5.

Ingeval van toepassing van een omgevingsvergunning voor het transformeren als bedoeld in artikel 24.3 is paragraaf 5.2.2 niet van toepassing op het bouwen van een hoofdgebouw.

Artikel 24.10 Voldoende klimaatbestendige en natuurinclusieve ontwikkeling 1.

Een voldoende klimaatbestendige en natuurinclusieve ontwikkeling als bedoeld in artikel 24.6, onder c, houdt in ieder geval in dat maatregelen worden toegepast die voortkomen uit: a. het voldoen aan het puntensysteem van Rijswijk voor natuurinclusief bouwen en het ‘Natuurinclusief bouwen Havenkwartier Rijswijk, Inspiratie- en toetsingsinstrument van Tauw met nummer R001-1284087PDK-V01-srb-NL’ en het faciliteren van doelsoorten uit de buurt volgend uit de quickscan Flora en Fauna Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk van Equipe met nummer 25Q0812 v1.0; en b. bijlage A.1 Programma van Eisen van het Convenant Klimaatadaptief bouwen, Provincie Zuid-Holland.

2.

Het college kan advies vragen aan een deskundige ten behoeve van de beoordeling van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 24.11 Gevarieerd aanbod van woonruimte Een voldoende bijdrage aan een gevarieerd aanbod van woonruimte als bedoeld in Artikel 24.6, onder d, houdt in ieder geval in dat: a. de woningbouw categorieën, bedoeld in tabel 24.11, worden aangehouden. Tabel 24.11 Het maximaal aantal betaalbare woningen en de daarvan minimaal aantal sociale huurwoningen per kwadrant

b. c.

Locatie

Maximaal aantal betaalbare woningen

Minimaal aantal sociale huurwoningen

Kwadrant Noord-Oost

106

53

Kwadrant Zuid-Oost

160

80

Kwadrant Zuid-West

148

60

Kwadrant Noord-West

28

28

zeer kwetsbare gebouwen niet zijn toegestaan; voor beroep- en bedrijf aan huis geldt het bepaalde in paragraaf 5.2.18.

Artikel 24.12 Passende bedrijfsactiviteit Een passende bedrijfsactiviteit als bedoeld in artikel 24.6, onder e, houdt in ieder geval in dat: a. de volgende bedrijfsactiviteiten niet worden verricht: 1. het exploiteren van een logistiek bedrijf; 2. het exploiteren van een automotive bedrijf; of 3. het exploiteren van een opslag bedrijf; en b. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking van de bedrijfsactiviteit; c. op het bepaalde onder sub a zijn bestaande geluidveroorzakende activiteiten Havenkwartier fase 2 uitgezonderd.

Artikel 24.13 Passende detailhandelsactiviteit Een passende detailhandelsactiviteit als bedoeld in artikel 24.6, onder f, houdt in dat er uitsluitend een webshop wordt geëxploiteerd.

Artikel 24.14 Passende dienstverleningsactiviteit Een passende dienstverleningsactiviteit als bedoeld in artikel 24.6, onder g, houdt in ieder geval in dat de dienstverleningsactiviteit een lokaal verzorgingsbereik heeft.

Artikel 24.15 Passende horeca-activiteit 1.

14

Een passende horeca-activiteit als bedoeld in artikel 24.6, onder h, houdt in ieder geval in dat:

a. b.

2.

de horeca-activiteit valt in categorie horeca 1a en 1b van het retail- en horecabeleid zoals opgenomen in lid 2, met dien verstande dat hotels niet zijn toegestaan; of de horeca-activiteit als nevenactiviteit wordt na 20.00 niet meer verricht of zoveel eerder als de hoofdactiviteit niet meer wordt verricht.

een horeca-activiteit in de categorie 1a en 1b als bedoeld in sub a zijn horeca-activiteiten met een minimale overlast op de omgeving, zoals automatiek, broodjeszaak, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, snackbar, tearoom en een traiteur en overige lichte horeca in de vorm van een bistro of restaurant.

Artikel 24.16 Passende maatschappelijke activiteit Een passende maatschappelijke activiteit als bedoeld in artikel 24.6, onder i, houdt in ieder geval in dat: a. de maatschappelijke activiteit een lokaal verzorgingsbereik heeft; en b. zeer kwetsbare gebouwen niet zijn toegestaan.

Artikel 24.17 Aanvaardbaar akoestisch geluidniveau 1.

Een aanvaardbaar akoestisch geluidniveau als bedoeld in artikel 24.6, onder j, houdt in ieder geval in dat: a. bij het verrichten van de geluidveroorzakende activiteit het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer bedraagt dan de waarden opgenomen in tabel 24.17a.; of Tabel 24.17a

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT ) als gevolg van activiteiten

07.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

70 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

65 dB(A)

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

b.

c.

15

75 dB(A)

als binnen een afstand van 10 meter van de grens van de activiteit nog geen geluidgevoelige gebouwen zijn voorzien of op een afstand van 10 meter van de grens wordt voldaan aan de waarden opgenomen in tabel 24.17a. de afstand, bedoeld onder b, kan worden verruimd tot 30 meter indien geen geluidgevoelige gebouwen zijn voorzien binnen die contour.

2.

In dit artikel worden voor de regels over geluid als één activiteit beschouwd: a. activiteiten als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: 1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen.

3.

De waarden in dit artikel voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: b. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of c. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen.

4.

De waarden in dit artikel voor het geluid door een activiteit gelden niet voor het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel.

5.

Bij het bepalen van de waarden van geluid in dit artikel zijn artikel 22.70 lid 1 en 2 en 22.74 van overeenkomstige toepassing.

6.

Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan voor een bestaande geluidveroorzakende activiteit Havenkwartier fase 2 worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit artikel, met dien verstande dat: a. bij het verrichten van een activiteit het geluid in geluidgevoelige ruimten in geluidgevoelige gebouwen niet meer mag bedragen dan opgenomen in tabel 24.17b; Tabel 24.17b

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT)

07.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

55 dB(A)

55 dB(A)

45 dB(A)

45 dB(A)

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

b.

55 dB(A)

bij het verrichten van een activiteit het geluid als gevolg van die activiteit voor het Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT niet meer bedraagt dan opgenomen in tabel 24.17c. Tabel 24.17c

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT ) als gevolg van activiteiten

c.

d.

7.

07.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

bij het verrichten van een activiteit mag het geluid, veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen, meer dan 70 dB(A) bedragen, maar maximaal 78 dB(A), tussen 19 uur en 23 uur en tussen 6 en 7 uur als: 1. maximum voor het binnenniveau: 55 dB(A) Lamax; 2. maximum op een te openen deel van een relevante verblijfsruimte: 70 dB(A) Lamax; en 3. de overschrijding is voorzien van een nadere motivering vanuit de bescherming van de gezondheid van bewoners/gebruikers van de geluidgevoelige gebouwen; en bij het verrichten van een activiteit mag het geluid, veroorzaakt door andere piekgeluiden, anders dan het aandrijfgeluid van transportmiddelen, meer dan 65 dB(A) bedragen, maar maximaal 73 dB(A), tussen 19 uur en 23 uur en tussen 6 en 7 uur als: 1. maximum voor het binnenniveau: 45 dB(A) Lamax; 2. maximum op een te openen deel van een relevante verblijfsruimte: 65 dB(A); en 3. de overschrijding is voorzien van een nadere motivering vanuit de bescherming van de gezondheid van bewoners/gebruikers van de geluidgevoelige gebouwen.

Een verleend maatwerkbesluit is overdraagbaar voorzover het gaat om dezelfde type activiteit op dezelfde locatie waarvoor het maatwerkbesluit oorspronkelijk is verleend.

Artikel 24.18 Een aanvaardbaar geluidniveau door activiteiten op geluidgevoelige ruimten 1.

16

Een aanvaardbaar geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw door activiteiten en binnen geluidgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 24.6, onder k, houdt in ieder geval in dat: a. wordt voldaan aan de waarden van tabel 24.17a en 24.17b; b. het geluidsgevoelig gebouw buiten een ‘geluidcontour – bedrijf’ ligt zoals aangegeven in het geluidregister als bedoeld in artikel 10.1 of de contour van 10 meter zoals bedoeld in artikel 10.1 derde lid als geen ‘geluidcontour – bedrijf’ is bepaald in het geluidregister; of c. het geluidgevoelig gebouw binnen een ‘geluidcontour – bedrijf’ ligt zoals aangegeven in het geluidregister als bedoeld in artikel 10.1 of de contour van 10 meter zoals bedoeld in artikel 10.1 derde lid als geen ‘geluidcontour – bedrijf’ is bepaald in het geluidregister: 1. en een maatwerkvoorschrift is verleend of een vergunningvoorschrift kan worden gesteld als bedoeld in 24.17 lid 5 wordt voldaan aan het bepaalde in het vierde lid; of

2.

en deze ‘geluidcontour – bedrijf’ als gevolg van de transformatie wordt beëindigd of zodanig wordt verplaatst dat het geluidgevoelig gebouw in de nieuwe situatie buiten de geluidcontour komt te liggen.

2.

De waarden in dit artikel voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: b. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of c. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen;

3.

De waarden in dit artikel voor het geluid door een activiteit gelden niet voor het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel.

4.

Bij het bepalen van de waarden van geluid in dit artikel zijn artikel 22.70 lid 1 en 2 en 22.74 van overeenkomstige toepassing.

5.

Bij toepassing van het eerste lid: a. bedraagt ter plaatse van een te openen deel in de gevel van een geluidgevoelige ruimte het piekniveau in het betreffende dagdeel niet meer dan de standaardwaarden. b. Het te open deel van de gevel als bedoeld in sub b heeft een luchtdoorlaat van minimaal 15 dm³/s op basis van NEN 1087.

Artikel 24.19 Aanvaardbaar geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied 1.

Een aanvaardbaar geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied als bedoeld in artikel 24.6, onder l, houdt in ieder geval in dat wordt voldaan aan dit artikel.

2.

Het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw is niet meer dan de waarden, opgenomen in tabel 24.19a; Tabel 24.19a

3.

Geluidbronsoort

Waarde

Provinciale en Rijkswegen

50Lden

Gemeentewegen

53 Lden

Hoofdspoorwegen

55 Lden

In afwijking van het tweede lid, kan als niet wordt voldaan aan de waarden in tabel 24.19a, er sprake zijn van een aanvaardbaar geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de waarden in tabel 24.18 te kunnen voldoen; b. de overschrijding van de waarde, bedoeld in tabel 24.19a door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; c. de geluidbeperkende maatregelen, bedoeld onder b, doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; d. het geluid niet meer is dan de grenswaarden, opgenomen in tabel 24.19b.

Tabel 24.19b

17

Geluidbronsoort

Waarde

Provinciale en Rijkswegen

60Lden

Gemeentewegen

68 Lden

Hoofdspoorwegen

e. f. g. h. i.

65 Lden

het geluidgevoelige gebouw heeft ten minste één geluidluwe zijde waar het gezamenlijk geluid van de verkeerswegen voldoet aan 58 dB; ten minste één slaapvertrek aan de geluidluwe zijde grenst, bedoeld onder e; het geluidgevoelige gebouw ten minste één geluidluwe buitenruimte heeft aan de geluidluwe zijde, bedoeld onder e; en het door wegverkeer gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar is en niet meer bedraagt dan 69,5 dB. Bij de toepassing van dit lid wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.

4.

In het geval het niet redelijkerwijs mogelijk is te voorzien in een buitenruimte aan de geluidluwe gevel, kan in afwijking van het derde lid, onder g, sprake zijn van een aanvaardbaar geluidniveau als: a. de geluidsbelasting van een individuele verkeersweg ter plaatse van de buitenruimte niet meer is dan 58 dB; of b. als er sprake is van geluidbelasting van meerdere verkeerswegen het gezamenlijk geluid van de verkeerswegen ter plaatse van de buitenruimte niet meer is dan 60 dB Lcum.

5.

De waarden in dit artikel voor het geluid gelden, tenzij anders bepaald: a. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: 1. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; b. bij een geluidluwe buitenruimte: op het deel van de uitwendige scheidingsconstructie dat grenst aan het verblijfsgebied.

6.

De waarden in deze paragraaf voor het geluid gelden niet voor het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. Overschrijding van de grenswaarden op een gevel van een geluidgevoelig gebouw is uitsluitend aanvaardbaar als wordt voorzien in een niet-geluidgevoelige gevel en dit naar het oordeel van het college aanvaardbaar is en wordt onderbouwd door middel van een akoestisch onderzoek.

7.

Onder een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen wordt verstaan een gevel waaraan bouwkundige maatregelen worden getroffen die: a. bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan een gemeenschappelijke doorgang; of b. borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die directe grenzen aan een verblijfsgebied, zodanig geweerd wordt dat het geluid bij de openen delen niet hoger is dan de in het omgevingsplan vastgelegde grenswaarde. In de voorschriften bij een omgevingsvergunning wordt in ieder geval het gezamenlijke geluid vastgelegd op de gevels waar toepassing is gegeven aan het derde lid.

Artikel 24.20 Inrichten publiek toegankelijk gebied en openbare ruimte Een aantrekkelijke en groene publiek toegankelijke ruimte en openbare ruimte als bedoeld in artikel 24.6, onder m, houdt in ieder geval in dat: a. het PvE Openbare Ruimte 1.5 of een rechtsopvolger daarvan en het Ontwikkelkader Havenkwartier (RV 21-007) en addendum (RV25-047) naar het oordeel van het college voldoende is toegepast bij het tweede tot en met vijfde lid en hiervoor is voorzien in een advies van de supervisor; b. binnen de locatie verkeer de inrichting alleen bestaat uit: 1. wegen, straten en pleinen; 2. parkeervoorzieningen; 3. voet- en fietspaden; 4. groenvoorzieningen; 5. wateropvang- en waterbergingsvoorzieningen; 6. bermen en beplanting;

18

7. speelvoorzieningen; 8. openbare nutsvoorzieningen; 9. kunstobjecten; en 10. verhardingen. c. binnen de locatie autovrije kade de inrichting alleen bestaat uit: 1. groenvoorzieningen; 2. bermen en beplanting; 3. speelvoorzieningen; 4. openbare nutsvoorzieningen; 5. voet- en fietspaden; 6. kunstobjecten; 7. verhardingen; 8. ter plaatse van parkeergarage uitgesloten zijn geen gebouwde parkeervoorzieningen toegelaten; en 9. aanlanding van de brug als bedoeld in sub c onder iii. Een brug wordt uitsluitend binnen de locatie brug gebouwd en de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter.

Artikel 24.21 Afvalinzameling 1.

Een doelmatige afvalinzameling als bedoeld in artikel 24.6, onder n, houdt in ieder geval in dat voor het inzamelen van afval voldaan wordt aan de eisen van het Ontwikkelkader Havenkwartier (RV 21-007) opgenomen en de ‘Beleidscriteria voor het plaatsen van ondergrondse containers toepassing Havenkwartier’, vastgesteld op 2 maart 2021of de opvolger daarvan.

2.

De inzameling van bedrijfsafval (niet-wonen) wordt particulier georganiseerd en vindt plaats op eigen terrein.

3.

In aanvulling op het bepaalde in het eerste en tweede lid is het inzamelen van afval ook met een ondergronds afval transportsysteem mogelijk.

4.

Uitpandige bijbehorende bouwwerken ten dienste van ondergrondse inzamelmiddelen zijn niet groter dan 25 m2.

Afdeling 24.2 Activiteiten voorafgaand aan transformeren als bedoeld in afdeling 24.1 Artikel 24.22 Aanmeren pleziervaartuigen

19

1.

Dit artikel gaat over het aanmeren van een pleziervaartuig met of zonder anker op openbaar water.

2.

Het is verboden aan te meren met een pleziervaartuig buiten de locatie ‘aanmeren pleziervaartuigen Havenkwartier'.

3.

Het is verboden aan te meren anders dan met een pleziervaartuig.

4.

Nachtverblijf vindt niet plaats op het vaartuig.

5.

Vaartuigen worden niet afgemeerd met behulp van andere dan de daarvoor bestemde voorwerpen.

6.

Een vaartuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan worden gevaren, wordt niet langer dan drie achtereenvolgende dagen aangemeerd.

7.

Een vaartuig wordt niet geheel of gedeeltelijk gebouwd, verbouwd, gesloopt of vertimmerd en er worden geen reparaties of meer dan routinematig onderhoud verricht.

8.

Een vaartuig, met uitzondering van kano’s en open roeiboten, wordt niet te water gelaten of uit het water gehaald, anders dan via een daarvoor speciaal ingerichte helling.

9.

Motoren of generatoren worden alleen gedraaid als het vaartuig wordt verplaatst.

10.

Kortstondig aanleggen van vaartuigen vindt uitsluitend plaats bij aanlegvoorzieningen gericht op het kortstondig aanleggen.

Artikel 24.23 Dakopbouw bouwen 1.

Dit artikel is, in aanvulling op paragraaf 5.2.11, van toepassing op het bouwen van een dakopbouw.

2.

Het bouwen van een dakopbouw plaatsvindt binnen de locatie bouwhoogte bestaand hoofdgebouw.

3.

De bouwhoogte van een hoofdgebouw, inclusief dakopbouw, niet meer bedraagt dan 15 meter.

4.

De verhoging van de voorgevel plaatsvindt in de gevellijn van het bestaande hoofdgebouw;

5.

Het bouwen uitsluitend plaatsvindt ten dienste van bedrijfsactiviteiten.

Artikel 24.24 Bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen

20

1.

Dit artikel is, in aanvulling op paragraaf 5.2.3 en paragraaf 5.2.13, van toepassing op het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

2.

De bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter.

3.

De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde bedraagt ten hoogste 10 m2 per bouwwerk.

4.

De bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 7 meter.

5.

Steigers en vlonders: a. worden evenwijdig aan de oeverlijn gebouwd; b. zijn ten hoogste 6 meter lang; c. zijn ten hoogste 1,20 meter breed; d. indien, in afwijking van het bepaalde in 5.2.7, worden voorzien van een afschermend hekwerk, de hoogte van het hekwerk ten hoogste 30 cm bedraagt; e. liggen op ten hoogste 0,50 meter afstand van de oeverlijn.

6.

De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, dan bedoeld in het tweede lid tot en met het vijfde lid, bedraagt ten hoogste 3 meter, met uitzondering van het hekwerk als bedoeld in lid 5 onder d.

7.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk, geen gebouw zijnde te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan het tweede lid tot en met het zesde lid.

8.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. situatie- en inrichtingstekeningen van de bestaande toestand en de nieuwe toestand; b. een opgave van de bouw- en aanlegkosten; c. de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlakte; d. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; f. principedetails van het gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; g. kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en

9.

De omgevingsvergunning als bedoeld in het zevende lid wordt verleend als: a. het bouwwerk geen gebouw zijnde passend is in het PvE Openbare Ruimte 1.5 of een rechtsopvolger daarvan en het Ontwikkelkader Havenkwartier (RV 21-007) en addendum (RV25-047); b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bij bedrijfsactiviteiten ten hoogste 3 meter bedraagt; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij bedrijfsactiviteiten ten hoogste 15 meter bedraagt; en d. de bouwhoogte van voorzieningen voor de scheepvaart ten hoogste 10 meter bedraagt.

Artikel 24.25 Bedrijfsactiviteit verrichten 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijfsactiviteit te starten of te wijzigen binnen het Transformatiegebied werk-woongebied.

2.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de voorgenomen bedrijfsactiviteit; b. de benodigde bruto vloeroppervlakte in m2 voor de bedrijfsactiviteit; en c. een onderzoek naar de verkeersaantrekkende werking van de bedrijfsactiviteit.

3.

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking van de bedrijfsactiviteit.

Artikel 24.26 Detailhandelsactiviteit verrichten 1.

Dit artikel gaat over het verrichten van een detailhandelsactiviteit binnen de locatie Transformatiegebied werk-woongebied.

2.

Het is uitsluitend toegestaan om een webshop te exploiteren.

Artikel 24.27 Recreatieactiviteit verrichten 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een recreatieactiviteit te starten of te wijzigen binnen de locatie Transformatiegebied werk-woongebied.

2.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de voorgenomen recreatieactiviteit; b. de benodigde bruto vloeroppervlakte in m2 voor de recreatieactiviteit; en c. een onderzoek naar de verkeersaantrekkende werking van de recreatieactiviteit.

3.

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. uitsluitend sprake is van kleinschalige recreatie-activiteiten; en b. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking van de recreatieactiviteit.

Artikel 24.28 Geluidveroorzakende activiteit verrichten

21

1.

Dit artikel gaat over het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit.

2.

In dit artikel worden voor de regels over geluid als één activiteit beschouwd: a. activiteiten als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: 1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen.

3.

De waarden in dit artikel voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: b. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of c. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=8aa896a8-b9a8-427b-96b1-4d4cfef6d6bf