Bijlage 3k Motivering - Weging van het waterbelang
Tekst van het document
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk
projectnummer 0504789.100 definitief revisie 01 1 december 2025
www.anteagroup.nl
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 definitief revisie 01 1 december 2025
Auteur(s) Y. Adam
Opdrachtgever Gemeente Rijswijk Postbus 5305 2280 HH RIJSWIJK ZH
Gecontroleerd A. Schuphof J. van den Broek
datum 1 december 2025
beschrijving Definitief
vrijgave M. Fransen
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel Leeswijzer
4 5 5
2.
Huidige situatie
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Locatie Maaiveld Geohydrologie en bodemopbouw Grondwater Watersysteem Waterveiligheid Vuil- en hemelwater Waterkwaliteit Wateroverlast door hevige neerslag
6 6 7 9 11 12 12 13 14
3.
Beleid
15
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksoverheid Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland Gemeente Rijswijk
15 18 19 23
4.
Toekomstige situatie
24
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Voorgenomen ontwikkeling Oppervlakteverdeling Wateropgave Grondwaterstand Watersysteem Waterveiligheid Vuilwater Waterkwaliteit Conclusie / weging van het waterbelang
24 24 26 27 28 28 29 29 30
Bijlage 1 Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland
32
Bijlage 2 Bovenaanzicht indeling functies uit Gebiedspaspoorten
36
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Gemeente Rijswijk is voornemens een gebied in het oosten van de gelijknamige stad te gaan herontwikkelen. De ontwikkeling is genaamd Havenkwartier en wordt gefaseerd gebouwd. In de onderhavige rapportage wordt fase 2 behandelt. Deze fase bestaat uit het ontwikkelen van het gebied aan beide zijden van de Steenplaetsstraat. De herontwikkeling gaat bestaan uit bebouwing met zowel bedrijvigheid als woonruimte. Een indicatief ontwerp van het gebied is weergegeven in figuur 1-1. Het totale planvoornemen bestaat uit 4 kwadranten. De verdeling van het plangebied in deze kwadranten is weergegeven in figuur 1-2.
Figuur 1-1: Ontwerp Havenkwartier Fase 2 (bron: 250820 gebiedspaspoorten, Gemeente Rijswijk).
Figuur 1-2: Verdeling kwadranten plangebied Havenkwartier Fase 2. Pagina 4 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het juridisch-planologische kader, daarom wordt een WOP (Wijziging Omgevingsplan) doorlopen. In het kader van deze procedure is de onderhavige weging van het waterbelang opgesteld.
1.2
Doel De 'Weging van het waterbelang' houdt in dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De opvattingen van de waterbeheerder moeten daarbij worden betrokken. Aldus is sprake van een motiveringsverplichting en een meer impliciete overlegverplichting. Beoogd wordt vroegtijdig in ruimtelijke planprocessen afstemming te laten plaatsvinden tussen de betrokken overheden (in dit geval het Hoogheemraadschap van Delfland en tevens opdrachtgever de Gemeente Rijswijk) en gezamenlijk te zoeken hoe ruimtelijke ontwikkelingen en waterbelangen optimaal samen kunnen gaan. In voorliggend rapport worden de randvoorwaarden voor waterhuishoudkundige aspecten beschreven voor de voorgenomen ontwikkeling en wordt een afweging gemaakt of de voorgenomen ontwikkeling op de gewenste locatie kan worden toegestaan vanuit waterhuishoudkundig oogpunt.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de huidige situatie van de locatie beschreven met daarin onder andere de bodemopbouw, het watersysteem, waterkeringen en aanwezige riolering. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante wetgeving en het waterbeleid van de waterbeheerders. In hoofdstuk 4 is de toekomstige situatie beschreven en getoetst aan de randvoorwaarden van de waterbeheerders en wordt de weging van het waterbelang gemaakt.
Pagina 5 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
2.
Huidige situatie
2.1
Locatie Het plangebied is gelegen in het oosten van de stad Rijswijk. Door het plangebied heen ligt de Steenplaetsstraat. Ten noordoosten van het plangebied is het Jaagpad gelegen, ten oosten van het gebied ligt de Limpergstraat, ten zuidwesten de Koopmansstraat en ten westen een haven. In figuur 2-1 is de locatie van het plangebied weergegeven.
Figuur 2-1: Locatie van plangebied (bron: Luchtfoto Ortho Actueel).
2.2
Maaiveld Om de maaiveldhoogten van het plangebied te analyseren is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN5DTM) geraadpleegd. Het maaiveld bevindt zich tussen NAP -0,1 m en NAP +2,9 m. De gemiddelde maaiveldhoogte is ca. NAP +0,6 m. Het hoogste deel van het gebied ligt in het noorden van het plangebied en lijkt een ophoging te zijn. Het laagste deel bevindt zich tussen de bebouwing in het zuiden. In figuur 2-2 is een overzicht van de maaiveldhoogten weergegeven. Onderstaand is per kwadrant de gemiddelde maaiveldhoogte opgenomen: • Kwadrant 1 (west): NAP +0,7 m; • Kwadrant 2 (noord): NAP +0,8 m; • Kwadrant 3 (zuid): NAP +0,4 m; • Kwadrant 4 (oost) NAP +0,6 m.
Pagina 6 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Figuur 2-2: Maaiveldhoogte plangebied (bron: AHN5-DTM).
2.3
Geohydrologie en bodemopbouw Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II v2.2.3 (TNO) De diepere bodemopbouw is in figuur 2-3 weergegeven als hydrogeologisch profiel volgens REGIS II v2.2.3. In dit profiel zijn de lagen aangeduid als de stratigrafische eenheid waartoe zij behoren en de aard van de afzettingen waaruit zij bestaan. Voor de verschillende zandige formaties zijn in REGIS kh-waarden en kD-waarden opgenomen. Voor de kleiige en venige formaties zijn kv-waarden en c-waarden vermeld, zie tabel 2-1. Tabel 2-1: Bodemopbouw op basis van REGIS II v2.2.3 (bron: DINOloket). Formatie Onderkant Bodemsoort kh-waarde (m NAP) (m/dag)
kD-waarde (m2/dag)
kv-waarde (m/dag)
Weerstand (dag)
Holoceen (HLc)
-16
Complex
-
-
-
-
Boxtel (BXz3)
-16,5
Zand
2,5 tot 5
1 tot 5
-
-
Kreftenheye (KRz2)
-20,5
Zand
50 tot 100
100 tot 250
-
-
Kreftenheye (KRz3)
-39
Zand
50 tot 100
500 tot 1.000
-
-
Urk (URz3)
-41
Zand
25 tot 50
50 tot 100
-
-
Urk (URz4)
-42
Zand
25 tot 50
50 tot 100
-
-
Urk (URz5)
-52
Zand
25 tot 50
250 tot 500
-
-
Peize, Waalre (PZWAz2)
-78
Zand
10 tot 25
250 tot 500
-
-
Waalre (WAk2)
-88
Klei
-
-
0,005 tot 0,01
1.000 tot 5.000
Pagina 7 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Figuur 2-3: Geohydrologisch profiel op basis van REGIS II v2.2.3 (bron: DINOloket).
Lokale bodemopbouw op basis van grondboringen uit DINOloket Om verdere inzichten te verkrijgen in de lokale bodemopbouw is gebruik gemaakt van grondboringen uit het DINOloket. In het plangebied zelf zijn geen grondboringen aangetroffen. In de nabije omgeving van het plangebied zijn wel meerdere beschikbare boringen. Dit zijn o.a. grondboringen met id. B30G7006, B30G7011 en B30G1624. Zie figuur 2-4 voor de locaties van de grondboringen en toebehorende boormonsterprofielen.
Figuur 2-4: Boormonsterprofielen en locaties van grondboringen (bron: DINOloket). Pagina 8 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
2.4
Grondwater Gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstand op basis van BROloket In de nabije omgeving van het plangebied zijn peilbuisgegevens beschikbaar uit het BROloket. In figuur 2-5 zijn de locaties van de beschikbare peilbuizen weergegeven en in tabel 2-2 is de data van de peilbuizen overzichtelijk weergegeven. De berekende maatgevende grondwaterstanden zijn als volgt: • GLG: NAP -0,9 m; • GHG: NAP -0,4 m. Tabel 2-2: Gegevens van peilbuizen (bron: BROloket). Peilbuis
Meetdatum
Filter
Maaiveld
10-percentiel
Gemiddelde
90-percentiel
-
m NAP
m NAP
m NAP
m NAP
m NAP
GLD000000012735
04-03-2010 tot 31-12-2023
-2,96 tot -3,95
+0,86
-0,61
-0,49
-0,37
GLD000000012734
19-08-2008 tot 06-11-2023
-1,18 tot -2,18
+0,70
-0,90
-0,61
-0,35
GLD000000012697
19-08-2008 tot 06-11-2023
-1,37 tot -2,37
+0,01
-0,94
-0,62
-0,34
GLD000000012752
19-08-2008 tot 06-11-2023
-1,30 tot -2,30
+0,55
-0,99
-0,81
-0,65
Figuur 2-5: Locaties van peilbuizen (bron: BROloket).
Kwel en infiltratie Grondwater dat van diepere watervoerende pakketten naar de freatische (ondiepe) grondwaterstand stroomt, heet kwel. Kwel beperkt zich doorgaans tot diepe polders en de lage randen van heuvels, duinen en plateaus. Infiltratie is het indringen van water in de grond. Door menselijk ingrijpen kan de ‘flux’ tussen kwel en infiltratie veranderen. Kwel kan nadelig zijn voor de kwaliteit van oppervlaktewater, bijvoorbeeld door zout of nutriënten. Kwel kan ook van zeer goede kwaliteit zijn, zoals het water dat aan de rand van de Veluwe uittreedt. In het plangebied is volgens een kaart uit de Klimaateffectatlas, die gebaseerd is op gegevens uit het Nationaal Water Model (NWM) sprake van infiltratie (0,5 tot 1 mm/dag). De kaart is opgenomen in figuur 2-6.
Pagina 9 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Figuur 2-6: Kaart met kwel en infiltratie (bron: Klimaateffectatlas.nl).
Grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied en boringsvrije zone Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied of boringsvrije zone. Grondwateronttrekkingen en open bodemenergiesystemen In het plangebied en de omgeving van het plangebied grondwateronttrekkingen en open bodemenergiesystemen gelegen volgens de WKO-tool van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De locaties van de bodemenergiesystemen en onttrekkingen zijn weergegeven in figuur 2-7.
Figuur 2-7: Locaties van gemelde grondwateronttrekkingen en open bodemenergiesystemen (bron: WKO-tool).
Pagina 10 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
2.5
Watersysteem Oppervlaktewater Op basis van de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn er verschillende leggerwatergangen gelegen buiten het plangebied. Het plangebied grenst met de westkant aan de secundaire watergang genaamd de Rijswijksche Haven. Langs de noord en noordoostkant van het plangebied is achter het Jaagpad ook een watergang gelen, dit is de primaire watergang de Delftsche Vliet. De ligging van het plangebied ten opzichte van de watergangen is weergegeven in figuur 2-8.
Figuur 2-8: Uitsnede legger watersysteem (bron: Hoogheemraadschap van Delfland).
Waterpeilen De Rijswijksche Haven en de kwadranten 1 en 2 liggen binnen peilgebied ‘GPG2019BZM 1’. De kwadranten 3 en 4 liggen binnen peilgebied ‘PBS2021PSH 1’. In figuur 2-9 zijn de peilgebiedsgrenzen opgenomen. Beide peilgebieden hebben een vastgesteld peil, dit peil is onderstaand opgenomen: • GPG2019BZM 1: NAP -0,43 m; • PBS2021PSH 1: NAP -1,25 m.
Figuur 2-9: Peilgebiedsgrenzen met plangebied (bron: Hoogheemraadschap van Delfland). Pagina 11 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
2.6
Waterveiligheid Waterkeringen Op basis van de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland is er een regionale waterkering aangetroffen. De waterkering loopt door het plangebied heen en scheidt kwadrant 1 en 2 van 3 en 4. Het plangebied valt gedeeltelijk binnen de beschermingszone van deze waterkering. De leggervakken ter plaatse van het plangebied zijn RK152 en RK185. Het type waterkering in de omgeving van het plangebied is de Boezemkade. In figuur 2-10 is de ligging van de verschillende waterkeringen weergegeven. De beschikbare informatie over de waterkeringen/ leggervakken is geïnventariseerd in tabel 2-3. Tabel 2-3: Beschikbare informatie uit legger (bron: Hoogheemraadschap van Delfland). Eigenschap
RK152
RK185
Functie
Boezemkade
Boezemkade
Kruinhoogte
NAP +0,1 m
NAP +0,1 m
Kruinbreedte
2,0 m
2,0 m
Binnentalud
1:3
1:3
Buitentalud boven waterpeil
1:1
1:1
Buitentalud beneden waterpeil
1:2
1:2
Figuur 2-10: Uitsnede legger waterkeringen, plangebied in blauw (bron: Hoogheemraadschap van Delfland).
Overstroming Het plangebied is niet gelegen in overstroombaar gebied volgens het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO).
2.7
Vuil- en hemelwater Door de PDOK-dataset ‘Stedelijk Water (ook Riolering)’ te raadplegen is bekeken of er een rioolsysteem is gelegen binnen en buiten het plangebied. Zichtbaar in figuur 2-11 is dat er buiten het plangebied een gescheiden stelsel is gelegen. Daarnaast is zichtbaar dat er een riooloverstort is gelegen ten westen van het plangebied. Dit punt vormt de lozing van hemelwater uit de hemelwaterriolering en de lozing van vuilwater bij een te hoge afvoer van de vuilwaterriolering.
Pagina 12 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Figuur 2-11: Rioolsysteem langs plangebied (bron: PDOK).
2.8
Waterkwaliteit De Europese Kaderrichtlijn Water verplicht alle Europese lidstaten om de waterkwaliteit per 2027 in orde te krijgen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te zijn gewaarborgd dat deze niet leiden tot (tijdelijke) achteruitgang in de ecologische en chemisch-fysische waterkwaliteit. In figuur 2-12 is het meest dichtbijgelegen KRW-oppervlaktewaterlichaam opgenomen. Het waterlichaam is genaamd ‘Boezem Schie’ met code NL15_01b en watertype M7b, kunstmatig meer.
Figuur 2-12: KRW-waterlichamen en het plangebied (bron: Waterkwaliteitsportaal.nl). Pagina 13 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
2.9
Wateroverlast door hevige neerslag Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Figuur 2-13 geeft een indicatie van de maximale waterdiepte die op kan optreden als gevolg van hevige neerslag. De kaart is gegenereerd op basis van modelsimulaties en wordt ontsloten via de klimaateffectatlas. De kaart toont de maximale waterdiepte bij een bui van 70 mm in 2 uur, deze buien komt in het huidige klimaat gemiddeld eens per 100 jaar voor. Door klimaatverandering kan die kans aan het einde van de eeuw twee keer zo groot zijn. In het plangebied is beperkt sprake van inundatie. Aan de westkant sprake van water op straat tot maximaal 0,2 tot 0,3 m.
Figuur 2-13: Waterdiepte bij hevige bui van 70 mm in 2 uur (bron: Klimaateffectatlas.nl).
Pagina 14 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
3.
Beleid
3.1
Rijksoverheid Omgevingswet 2024 Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingswet wordt de leefomgeving op een andere manier benaderd dan voorheen, waarbij wordt ingezet op een duurzame economische structuur met borging van de kwaliteit en veiligheid daarvan. In de Omgevingswet worden de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu natuur en water gebundeld. Deze wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling met minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Ingezet wordt op integraliteit, vertrouwen en participatie van alle belanghebbenden. De wet krijgt vorm in de Omgevingsvisies van de provincies. Weging van het waterbelang In de Omgevingswet is opgenomen dat ruimtelijke plannen (waaronder omgevingsplannen) die ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een ‘weging van het waterbelang’. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de verschillende waterbeheerders. In de weging van het waterbelang geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.
In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer aan welke rol de waterhuishoudkundige aspecten hebben gespeeld bij de besluitvorming. De weging van het waterbelang grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 bevat: • Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; • Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld.
De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Toetsingskader waterkwaliteit KRW Voor KRW-waterlopen is voor Rijkswateren een beoordeling conform Toetsingskader Waterkwaliteit verplicht. Bij KRW-waterlichamen die bij andere waterbeheerders in beheer zijn, is het overeenkomstige Toetsingskader waterkwaliteit regionale wateren opgesteld. Met dit toetsingskader wordt op een eenduidige en gestructureerde manier beoordeeld of activiteiten de waterkwaliteit schaden, in overeenstemming met de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De invloed van fysieke ingrepen en lozingen op KRWwaterlopen wordt met dit toetsingskader vastgesteld.
Pagina 15 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat algemene regels van het Rijk voor activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving. Het Bal is onderdeel van de Omgevingswet en helpt bij het beschermen van milieu, natuur en veiligheid. In het besluit is onder andere opgenomen welke inhoudelijke eisen gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, waterbeheer en erfgoed. In de wettelijk vastgestelde regels staat dat het lozen op een rijkswater tot een hoeveelheid van 5.000 m 3 per uur vergunningsvrij is. Daarbij geldt wel dat er een meldingsplicht is bij de volgende activiteiten: • het brengen van stoffen, water of warmte, afkomstig van het bouwen, reinigen, conserveren, of slopen van bouwwerken. • het lozen van huishoudelijk afvalwater. • het lozen van afvalwater bij het opslaan van uitlogende goederen. • het lozen van afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw (geen kas). • het lozen van afvalwater afkomstig van het graven in de bodem (als het lozen minstens 48 uur duurt), het saneren van de bodem en van een grondwatersanering. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt perspectief gegeven om grote opgaven aan te pakken, ons land samen mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden.
Het stuk behandelt een nieuwe aanpak waarin wordt gericht op integrale samenwerking en een zorgvuldige afweging van belangen met ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie. De nieuwe aanpak krijgt vorm door het geven van toekomstperspectieven, de nationale belangen en de daaruit voortkomende opgaven. Voor de opgaven is een prioritering opgesteld van: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk beleid. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie maakt deel uit van het Deltaprogramma. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moet leiden tot een langjarige en planmatige aanpak van het beperken van de gevolgen van overstromingen, wateroverlast, hittestress en droogte. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben de gezamenlijke ambitie dat in 2050 alle steden en dorpen in Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht. Bij het hevige neerslag blijven in een klimaatbestendige stad, de bedrijven en woningen droog en blijven de hoofdwegen begaanbaar. Ook wordt regen benut voor droge en zeer warme periodes, om zo schade te voorkomen.
Kamerbrief 'Water en bodem sturend’ In een brief aan de Tweede Kamer in november 2022 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat principes en structurerende keuzes geformuleerd over de rol van water en bodem in de ruimtelijke ordening. De brief presenteert principes waarbij water en bodem een leidende rol spelen bij toekomstige besluitvorming. In de brief worden de volgende uitgangspunten gehanteerd die de basis vormen voor structurerende keuzes die in de brief worden gemaakt. Niet afwentelen Het principe van ‘niet afwentelen’, zoals benoemd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), is op verschillende manieren van toepassing: • Niet afwentelen op toekomstige generaties; • Niet afwentelen naar andere gebieden of functies; • Niet afwentelen van privaat naar publiek.
Pagina 16 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Meer rekening houden met extremen De klimaatscenario’s en concrete incidenten als gevolg van hevige regenval én hitte en droogte geven op dit moment geen aanleiding tot optimisme. Daarom is het belangrijk om in ons beleid en onze aanpak veel meer dan nu rekening te houden met extremen. Worstcasescenario’s zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden en maken het noodzakelijk ons daar nog beter op voor te bereiden. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem Omgaan met wateroverlast en droogte vraagt een samenhangende aanpak. Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem. Al in het begin van deze eeuw hebben Rijk en decentrale overheden daarom het uitgangspunt vasthouden-bergen-afvoeren vastgelegd in een overeenkomst. Dit bereiken we door een vitale bodem te bewerkstelligen, die als een spons het water opneemt, maar ook door het realiseren van voldoende bufferen afvoercapaciteit. Daarbij streven we naar een veerkrachtig ecosysteem, dat beter opgewassen is tegen de extra verstoringen door klimaatverandering. Meerlaagsveiligheid Om de risico’s van overstroming in de toekomst te beperken, vraagt het Rijk aan haar medeoverheden meer aandacht voor meerlaagsveiligheid. Aandacht voor waterveiligheid betekent meer dan preventief dijken en keringen aanleggen versterken.
Conform het eerste advies van de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater passen we het principe van meerlaagsveiligheid niet alleen toe op het hoofdwatersysteem maar ook op het regionaal watersysteem. Minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen Als we verstandiger omgaan met de bodem, kunnen we de natuurlijke kracht van de bodem benutten. Verstandiger omgaan met onze bodem betekent onder meer dat we de bodem minder afdekken, niet onnodig afgraven (en grond elders dumpen) en niet verontreinigen. Integrale aanpak in de leefomgeving De water- en bodemopgaven staan niet op zichzelf. Ze hangen samen met elkaar, maar ook met andere opgaven in de leefomgeving. Zo kunnen doelen voor klimaatadaptatie, waterkwaliteit en bodem niet los gezien worden van verstedelijking, woningbouw, landbouw en energievoorziening. Een integrale aanpak met alle opgaven in de fysieke leefomgeving is dan ook noodzakelijk, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. Comply or explain Veel van de structurerende keuzes hebben het karakter van: ‘pas toe of leg uit’. Benadrukt wordt dat voor bepaalde doelen onontkoombare en juridisch afdwingbare maatregelen nodig zijn. Wanneer wordt afgeweken geldt dat dit expliciet uitlegbaar en toetsbaar moet zijn en dat doelen nog steeds wel gehaald worden. Het principe ‘comply or explain’ geldt voor alle partijen waaronder ook het Rijk.
Structurerende keuzes Aan de hand van de bovenstaande principes zijn structurerende keuzes gemaakt. Deze keuzes zijn geclusterd per thema of gebied. Als thema’s en gebieden zijn daarbij onderscheidden: • Water en bodem; o Voldoende en schoon (zoet)water; o Bodem; vitaal en efficiënt geordend. • Bebouwd gebied; • Gebieden; o Laagveengebieden; o Verziltende kustgebieden; o Hoge zandgronden. Kamerbrief: rekening houden met water en bodem Na de kamerbrief over "Water en Bodem Sturend" is in oktober 2024 een nieuw besluit genomen om het principe van "rekening houden met water en bodem" te hanteren in plaats van "sturend. Dit besluit is genomen om meer flexibiliteit te bieden bij ruimtelijke ordening en om belemmeringen te voorkomen die het woord "sturend" met zich mee kan brengen.
Pagina 17 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Het nieuwe besluit benadrukt het belang van slimme keuzes maken die rekening houden met water en bodem. Dit betekent dat bij het bouwen van huizen bijvoorbeeld wordt voorkomen dat nieuwe huizen op termijn gaan verzakken of een groot risico lopen op wateroverlast en schade. Het kabinet wil oplossingen vinden die verschillende belangen verenigen door multifunctioneel ruimtegebruik en creatieve oplossingen. Daarnaast betekent "rekening houden met" ook dat we soms moeten accepteren dat er wateroverlast is, zoals een tuin die af en toe onder water komt te staan wanneer deze grenst aan een sloot die soms overloopt. Het accent ligt op wat er wél kan en hoe we daarvoor zorgen, met goede technische oplossingen die houdbaar en betaalbaar zijn.
3.2
Provincie Zuid-Holland Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland Het regionaal waterprogramma bevat de uitwerking van het beleid van de provincie Zuid-Holland. Het regionaal waterprogramma beschrijft in ieder geval wat de provincie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water: de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn, de Drinkwaterrichtlijn, de Richtlijn Overstromingsrisico’s en de Zwemwaterrichtlijn. Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland 2022-2027 In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Hiervoor er is de ambitie om minder nadelige gevolgen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling te realiseren en het vergroten van de biodiversiteit. Vanuit het convenant klimaatadaptief bouwen gelden de volgende ambities: 1. Ambities met betrekking tot overstroming: Voor overstromingen met een waterdiepte tot 20 cm treedt geen schade aan gebouwen op en blijven hoofdwegen begaanbaar; Voor overstromingen met een waterdiepte tussen 20 cm en 200 cm worden verschillen maatregelen genomen om schade te beperken. 2.
Ambities met betrekking tot wateroverlast: Minimaal 50 mm van een korte bui (70 mm in één uur) in het plangebied (eigen terrein) wordt opgevangen waarna het vertraagd wordt afgevoerd. Randvoorwaarde is dat de berging niet eerder dan in 24 uur geloosd wordt waarna de berging binnen maximaal 48 uur weer beschikbaar is; Bij een bui dien eens in de 100 jaar voorkomt (90 mm in één uur) mag er geen wateroverlast optreden. 3. Ambities met betrekking tot droogte: In het plangebied wordt 50% van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd. In normale jaren bedraagt dit ongeveer 450 mm; Geen droogteschade aan beplanting. 4. Ambities met betrekking tot hittestress: Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst. De te overwegen gebieden omvatten wandelpaden, fietspaden, stoepen, terrassen, voetgangersgebieden en parken; Opwarming van stedelijk gebied verminderen: 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht. Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. In de Omgevingsverordening zijn gebieden benoemd waar uitgebreid beschreven staat welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden.
Voorbeelden van deze ‘werkingsgebieden’ zijn het Landelijk Gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Via een digitale kaart (Regels op de kaart) zijn de gebieden en regels te bekijken. In de Omgevingsverordening (artikel 7.25) staat opgenomen voor regionale waterkeringen die in het omgevingsplan de functie ‘regionale waterkering’ hebben dat bij ruimtelijke ontwikkelingen en het toelaten van activiteiten dient te zijn gewaarborgd dat er geen belemmeringen ontstaan voor de instandhouding, het onderhoud, of de versterking van de regionale waterkering.
Pagina 18 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
3.3
Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is het document waarin het hoogheemraadschap de ambities voor de komende jaren heeft vastgelegd. Het waterbeheerprogramma bestaat uit drie niveaus. Het ‘WBP6 op hoofdlijnen’, een internetpagina met thema’s en maatregelen en het derde niveau betreft de optie ‘meer weten’ voor extra achterliggende informatie. Voor het hoogheemraadschap staat de missie ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’ centraal. Daarnaast oriënteert het hoogheemraadschap zich op de trends en ontwikkelingen van vandaag, morgen en overmorgen. Hierin is de grootste impact de klimaatverandering. Naast klimaatverandering focust het hoogheemraadschap zich ook op minder zichtbare thema’s, zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van het water of de bodemdaling. Ook dient het hoogheemraadschap een invulling te geven aan de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie (waterpeil bepaalt welke functies op welke plekken mogelijk zijn). Het tweede niveau thema’s is onderverdeeld in 32 verschillende thema’s waaronder, biodiversiteit, grondwater, overstromingsrisico’s, etc. Ten aanzien van de thema’s is daar ook onderscheid gemaakt in onder andere waterveiligheid, Natura 2000, zeespiegelstijging, etc.
Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten De Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten biedt een kader om waterbelangen systematisch te integreren in ruimtelijke planvorming. In de handreiking staat hoe relevante wateraspecten, zoals waterveiligheid, waterkwaliteit en klimaatadaptatie, moeten worden meegewogen binnen de context van de Omgevingswet. Daarbij wordt uitgegaan van een vroegtijdige en structurele afstemming tussen betrokken partijen, zodat het waterbelang niet als afzonderlijk thema maar als integraal onderdeel van ruimtelijke keuzes wordt beschouwd. In de handreiking worden de volgende inhoudelijke thema’s benoemd: • Weging van het waterbelang algemeen; • Stevige dijken; • Voldoende water; • Schoon water; • Gezuiverd afvalwater; en • Klimaatadaptatie. Waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Delfland 2025 De Waterschapsverordening is een verordening met de wettelijke regels die het hoogheemraadschap hanteert bij de bescherming van oppervlaktewaterlichamen (beken, sloten en rivieren), waterkeringen, bergingsgebieden, grondwater en bijbehorende kunstwerken (gemalen, stuwen, etc.). In de Waterschapsverordening wordt specifiek gekeken naar de regelgeving voor verschillende soorten gebieden en activiteiten.
Richtlijn Compensatie verharding Delfland streeft naar het hebben en houden van een duurzaam, goed functionerend watersysteem in zowel natte als droge tijden. Initiatieven en aanpassingen van de fysieke leefomgeving kunnen impact hebben op het functioneren van het watersysteem. Als een initiatief negatieve consequenties heeft voor het watersysteem, vraagt Delfland compenserende maatregelen. Deze moeten ervoor zorgen dat het watersysteem qua functioneren bij extreme neerslag niet achteruitgaat. Dit is het stand still principe. Bij plannen in de fysieke leefomgeving moet goed gekeken welke maatregel het beste past binnen het plan en zijn omgeving en hoe het functioneren en de betrouwbaarheid van de maatregel op de lange termijn kan worden geborgd. Met dit in gedachten is een voorkeursvolgorde voor vasthoudmaatregelen opgesteld. Deze is gebaseerd op zowel de betrouwbaarheid en effectiviteit van verschillende type maatregelen, als de mate waarin ze kunnen bijdragen aan verschillende aspecten van goed waterbeheer en klimaatadaptatie. Daarbij staat het hoogheemraadschap open voor innovaties. In tabel 3-1 is de volgorde opgenomen.
Pagina 19 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk Tabel 3-1: Volgorde maatregelen stand still principe (bron: Hoogheemraadschap van Delfland). Delflands voorkeur
Oppervlaktewater Het creëren van oppervlaktewater in het peilgebied waar de extra verharding plaatsvindt, is betrouwbaar op de lange termijn en kan bijdragen aan een robuuste waterstructuur.
Groene infiltratie Een goed doorwortelde infiltratie voorziening, zoals een divers beplante wadi, functioneert op de lange termijn vaak beter dan andere infiltratievoorzieningen en draagt naast voorkomen van wateroverlast onder meer bij aan grondwateraanvulling, omgevingskwaliteit en biodiversiteit.
2e keus
Combinatie met hergebruik Voorzieningen die gericht zijn op het hergebruik van water dragen bij aan het verminderen van de watervraag in droge periodes. Om bij te dragen aan de compensatieopgave dient geborgd te worden dat het benodigde volume voor de opvang van hemelwater ten tijde van hevige neerslag beschikbaar is.
Vertragend groen Waterberging in combinatie met vergroening, zoals op een groenblauw dak, zorgt voor biodiversiteit en verminderen van hittestress.
3e keus
Zichtbaar grijs Bovengrondse constructies, zoals een waterplein, die met een vertraagde of gestuurde afvoer lozen op oppervlaktewater of hemelwaterriolering kunnen als er geen mogelijkheid is voor groene of blauwe oplossingen worden toegepast. Zichtbaarheid zorgt voor een hogere betrouwbaarheid/controleerbaarheid dan bij ondergrondse systemen en leidt tot hoger waterbewust zijn.
4e keus
Onzichtbare systemen Ondergrondse oplossingen hebben als voordeel dat ze weinig extra ruimte vragen, maar het functioneren op de lange termijn is lastig controleerbaar. Delfland staat deze alleen toe als andere oplossingen niet mogelijk zijn, onder voorwaarde van een goed onderhoudsplan. Afhankelijk van de ondergrond kan infiltratie worden toegepast voor (een deel van de) lediging naast een vertragende afvoer constructie.
Vervolgens staan in de richtlijn verschillende aanvullende criteria. Hierbij is het formaat van het plangebied en de toename verhard oppervlak beslissend. De criteria zijn als volgt. Is de toename van verhard oppervlak kleiner dan 500 m² én is het plangebied kleiner dan 1.000 m²? De invulling van de opgave is voor kleinere plannen vormvrij. Denk aan maatregelen zoals: wadi's, oppervlaktewater, groenblauwe daken, “slimme” regentonnen en infiltratievoorzieningen onder verharding. Is de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 5.000 m² en/of is het plangebied groter dan 1.000 m²? In aanvulling op bovenstaande algemene criteria én de voorkeursvolgorde, worden aanvullende eisen gesteld, afhankelijk van de gekozen maatregel: Oppervlaktewater: • Het oppervlak te graven water ter compensatie van de ontwikkeling wordt berekend conform de Watersleutel. Deze omvat een bergend volume gelegen tussen het streefpeil van het oppervlaktewater en de maatgevende peilstijging van het peilgebied. • Bij het dempen en graven van oppervlaktewater dienen de daarvoor geldende beleidsregels te worden gevolgd. • Er wordt geen gebruik gemaakt van peilregulerende kunstwerken, tenzij hier specifieke afspraken over zijn gemaakt. • In overleg met Delfland kan in specifieke gevallen worden uitgeweken naar compensatie in een lagergelegen peilgebied.
Hierbij dient de wateropgave opnieuw te worden bepaald op basis van de maatgevende peilstijging in dat peilgebied. • Oevers worden zoveel mogelijk natuurvriendelijk ingericht. Het bergend volume in het oeverprofiel dat onder de maatgevende peilstijging ligt, mag worden meegerekend als compensatie, indien de oever wordt aangemerkt als natte ecologische zone.
Pagina 20 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Infiltrerend groen: • Indien de voorziening volledig gevuld is, leegt hij in minimaal 1 en maximaal 7 dagen. Delfland adviseert hierbij te zorgen voor een bodem met voldoende doorlatendheid, eventueel via bodemverbetering. • De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. • Leeglopen geschiedt op natuurlijke wijze via de ondergrond. Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, op het watersysteem of de riolering worden geloosd. • Minimaal 90% van het oppervlak van de voorziening is groen ingericht, dus begroeid en doorworteld. Hierbij gaat de voorkeur uit naar gevarieerde vegetatie die tegen zowel droge als natte situaties bestand is. Combinatie met hergebruik: • Indien de voorziening op basis van de neerslagverwachting beschikbaar wordt gemaakt als waterberging, gebeurt dit met een automatische afvoerconstructie; hierover worden specifieke afspraken met Delfland gemaakt. • Indien het water wordt vastgehouden voor hoogfrequent hergebruik (bijvoorbeeld het spoelen van het toilet) kan in overleg met Delfland worden afgezien van een afvoerconstructie. Hierbij dient te worden aangetoond dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het bergingsvolume het hele jaar door, binnen een week na een neerslaggebeurtenis, weer beschikbaar is.
• Bij andere oplossingen gericht op hergebruik wordt in overleg met Delfland maatwerk toegepast. Hierbij dient minimaal te worden aangetoond dat de infiltratiecapaciteit/buffercapaciteit van de voorziening groot genoeg is om een maatgevende neerslaggebeurtenis te verwerken. Vertragend groen: • Indien de voorziening volledig gevuld is, leegt het waterbergende deel in minimaal 1 en maximaal 7 dagen via een vertragende constructie. Het groene deel kan langer nat blijven, daarom wordt dit deel niet meegerekend als watercompensatie. • Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een noodoverlaat op het watersysteem of de riolering worden geloosd. • Minimaal 90% van het oppervlak van de voorziening is groen ingericht. Hierbij gaat de voorkeur uit naar gevarieerde vegetatie die tegen zowel droge als natte situaties bestand is. Zichtbaar grijs: • Het afvoerdebiet vanuit de voorziening is maximaal 20 m3/min/100 ha (ofwel 28,8 mm/etmaal). • Bij een vertraagde afvoerconstructie leegt de voorziening indien deze volledig gevuld is in 24 tot 48 uur op het watersysteem of de riolering.
• Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een noodoverlaat/slokop op het watersysteem of de riolering worden geloosd. Onzichtbaar grijs: • Indien de voorziening volledig gevuld is leegt deze in minimaal 1 en maximaal 2 dagen via de ondergrond, en/of een vertragende afvoerconstructie naar oppervlaktewater of hemelwaterriolering. • De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. • Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een slokop op het watersysteem of de hemelwaterriolering worden geloosd. • Er worden maatregelen genomen om te voorkomen dat de voorziening dichtslibt. • Er wordt beschreven hoe gesignaleerd zal worden wanneer de voorziening niet goed functioneert. Is de toename van de verharding binnen het plangebied groter dan 5.000 m²? Als de toename van de verharding binnen het plangebied groter is dan 5.000 m2 dan gelden eveneens de algemene criteria, de voorkeursvolgorde én de kaders van een toename van verharding tussen 500 m² en 5.000 m².
Pagina 21 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Bovendien dient te worden aangetoond dat de waterhuishouding van het plangebied goed functioneert, zowel tijdens de uitvoering als na gereedkomen van de ontwikkeling. De ontwikkeling mag daarbij tevens geen nadelige effecten hebben op de waterhuishouding in omliggende gebieden. Hierbij moeten ten minste het ontwateringsplan van het gebied en het hydraulisch ontwerp van het watersysteem beschreven zijn. Beleidsregel Medegebruik Waterkeringen Delfland stelt beleidsregels vast voor het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder waterkeringen. In deze Beleidsregel Medegebruik Waterkeringen zijn beleidsregels opgenomen voor de regionale waterkeringen, polderkaden en de landscheidingen in het beheergebied van Delfland. De beleidsregels vormen een uitwerking van Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid. Ontgravingen De volgende regels zijn van toepassing op ontgravingen binnen de kern- en beschermingszone van een waterkering: • Een ontgraving bevindt zich buiten het leggerprofiel waarbij het binnentalud van het leggerprofiel denkbeeldig doorgetrokken wordt tot onder het maaiveld, zie figuur 3-1. • Een ontgraving is niet dieper dan 0,50 meter en heeft niet een groter oppervlak dan 4 m². In afwijking daarvan kan een ontgraving dieper zijn dan 0,50 meter als wordt aangetoond dat het waterkerend vermogen is gewaarborgd in de: o eindsituatie.
Dit wordt aangetoond in een geotechnisch rapport met berekeningen overeenkomstig de uitgangspunten genoemd in de beleidsregel (bijlage 8), en o tijdelijke situatie tijdens de graafwerkzaamheden. Dit wordt aangetoond met een monitoringsplan waarin in ieder geval zijn beschreven: de fasering van de werkzaamheden, de relevante faalmechanismen, de aspecten waarop wordt gemonitord en de grenswaarden van de monitoring.
Figuur 3-1: Voorbeeld ontgraving binnen het waterstaatswerk met een leggerprofiel met kruinbreedte 2 m en binnentalud 1:5 (bron: Hoogheemraadschap van Delfland).
Ophogingen De regels zijn van toepassing op het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het in een regionale waterkering, polderkade of landscheiding tijdelijk of permanent verlagen of verhogen van het maaiveld in de zone waterstaatswerk, of bijbehorende beschermingszone. De regels bij een ophoging zijn: • Een ophoging bevindt zich buiten de kruin en het buitentalud en is niet hoger dan 0,5 m. • Bij een ophoging wordt de afwatering van de waterkering niet gehinderd zodat geen verweking van de waterkering kan optreden. Bouwwerken De regels zijn van toepassing op het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het in een regionale waterkering, polderkade of landscheiding aanleggen, wijzigen of behouden van een bouwwerk in de zone waterstaatswerk, en/of bijbehorende beschermingszone, en/of profiel van vrije ruimte. De regels die behoren bij een bouwwerk zijn: • Het bouwwerk wordt aangelegd buiten het leggerprofiel waarbij rekening wordt gehouden met zettingen gedurende de levensduur van het bouwwerk en waarbij het binnentalud van het leggerprofiel denkbeeldig wordt doorgetrokken tot onder het maaiveld.
• Het bouwwerk wordt aangelegd op minimaal 10 m vanaf de buitenkruinlijn en waarbij, voor zover het bouwwerk zich bevindt in de zone waterstaatswerk, een: o aanheling op minimaal de kruinhoogte wordt aangelegd, of o ruimte tussen kruin en bouwwerk wordt aangevuld op minimaal de kruinhoogte.
Pagina 22 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
• • • •
De ten behoeve van het bouwwerk aangelegde aanvulling of aanheling kan in goede staat en afmetingen (minimaal op kruinhoogte) worden onderhouden. Het bouwwerk kan in goede staat worden onderhouden zodat het geen negatieve invloed heeft op het waterkerend vermogen van de waterkering. Het bouwwerk wordt zo aangelegd dat geen holle ruimtes in de waterkering ontstaan tijdens de aanleg en in de toekomst. Het bouwwerk is bestand tegen een extra zijwaartse of opwaartse druk van mogelijke toekomstige grondophogingen.
Beleidsnota peilbeheer 2017 De Beleidsnota Peilbeheer 2017 van het Hoogheemraadschap van Delfland biedt een actueel beleidskader voor het instellen, uitvoeren en evalueren van waterpeilen, waarbij functies als landbouw, natuur en stedelijk gebruik zorgvuldig worden afgewogen. De nota vervangt de verouderde versie uit 2007 en sluit beter aan op nieuwe inzichten, meetmethoden en praktijkervaringen. Het peilbeheer wordt benaderd als een cyclisch proces van plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen, met nadruk op transparantie en participatie van belanghebbenden. Door structureel inzicht te verkrijgen in de werking en effecten van het peilbeheer, kunnen tijdig verbetermaatregelen worden genomen. Dit draagt bij aan een robuust en toekomstbestendig watersysteem.
3.4
Gemeente Rijswijk Bruidsschat omgevingsplan Rijswijk 2024 De Gemeente Rijswijk heeft een omgevingsplan vastgesteld. Het omgevingsplan is de samenvoeging van diverse gemeentelijke beleidsdocumenten waaronder het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en de bestemmingsplannen van de gemeente. In het omgevingsplan staan de specifieke regels voor lozing van hemelwater. Hierbij wordt benoemd dat afvloeiend hemelwater mag worden geloosd op een schoonwaterriool of in de bodem. Lozingen op het vuilwaterriool zijn alleen toegestaan wanneer wordt aangetoond dat infiltreren in de bodem, schoonwaterriool en/of oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is. Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 De Gemeente Rijswijk heeft de ‘Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022’ opgesteld met als doel het voorkomen van wateroverlast, het tegengaan van verdroging en het verbeteren van het afvalwaterbeheer. De verordening stimuleert het lokaal vasthouden en verwerken van hemelwater. In de verordening staan regels over het lozen van hemelwater, verplichtingen voor hemelwaterberging op eigen terrein en het afkoppelen van verhard oppervlak van het riool. Daarnaast zijn er bepalingen opgenomen over uitzonderingen, toezicht en maatwerkvoorschriften. In de verordening is in Artikel 3 opgenomen dat er bij nieuwbouw en afkoppelen sprake is van een verplichting tot waterberging.
In dit artikel is geregeld dat lozen van hemelwater vanaf nieuwe bouwwerken in de hele gemeente alleen is toegestaan als er een waterberging wordt aangebracht. Nieuwe bouwwerken zijn alle bouwwerken die worden opgericht na inwerkingtreding van de verordening. Ook wordt er in het stuk verplicht om nieuwe bebouwing af te koppelen van het rioolsysteem. De volgende regels zijn van toepassing bij het bepalen van de omvang van de voorziening: • de plicht is niet geldig wanneer er een functie wordt gewijzigd van een gebied met een oppervlak van minder dan 50 m2; • de capaciteit van de waterbergingsvoorziening is gelijk aan 50 liter per m2; • de omvang van de waterberging is gebaseerd op een oppervlak gelijk aan alle verharding en bebouwing met 50% van het onverhard oppervlak; • er moet ook waterberging worden gecreëerd voor de al bestaande bouwwerken op het perceel; • als dit niet mogelijk is, dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor het afwijken van de eis tot hemelwaterberging (lid 9); • een hemelwaterberging houdt het hemelwater vast voor 1 tot 2 dagen, daarna dient deze weer voor 100% beschikbaar te zijn; • bij hergebruik geldt een langere ledigingstijd, dit is dan 3 tot 4 dagen.
Pagina 23 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
4.
Toekomstige situatie
4.1
Voorgenomen ontwikkeling Gemeente Rijswijk is voornemens een gebied in het oosten van de gelijknamige stad te gaan herontwikkelen. De ontwikkeling is genaamd Havenkwartier en wordt gefaseerd gebouwd. In de onderhavige rapportage wordt fase 2 behandelt. Deze fase bestaat uit het ontwikkelen van het gebied aan beide zijden van de Steenplaetsstraat. De herontwikkeling gaat bestaan uit bebouwing met zowel bedrijvigheid als woonruimte. Een indicatieve indeling van de toekomstige functies binnen het plangebied is weergegeven in figuur 4-1 (in hogere beeldkwaliteit opgenomen in bijlage 2).
Figuur 4-1: Bovenaanzicht indeling functies Havenkwartier Fase 2 (bron: 250820 gebiedspaspoorten, Gemeente Rijswijk).
4.2
Oppervlakteverdeling Het volledig plangebied heeft een perceeloppervlak van ca. 54.300 m2. Het plangebied wordt verdeeld in vier kwadranten. Per kwadrant wordt de oppervlakteverdeling vastgesteld. Zie figuur 4-2 voor een weergave van de oppervlakteverdeling van de huidige situatie. De oppervlakteverdeling van de huidige situatie is vastgesteld op basis van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). De oppervlakken van de kwadranten in de toekomstige situatie is aangeleverd door Gemeente Rijswijk. Doordat er huidig nog geen ontwerp is vastgesteld, zijn er verschillende verhardingspercentages per type oppervlak gehanteerd (deze uitgangspunten zijn aangeleverd door de gemeente). De percentages zijn als volgt: • bouwvelden: 100% verhard oppervlak; • openbare ruimte: 30% verhard oppervlak; • doorsteek: 50% verhard oppervlak. Op basis van BGT en de gehanteerde verhardingspercentages is de oppervlakteverdeling in tabel 4-1 vastgesteld.
Pagina 24 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk Tabel 4-1: Oppervlakteverdeling plangebied. Huidig oppervlak (m2)
Type
Toekomstig oppervlak (m2)
Verandering (m2)
Kwadrant 1 – west (15.430 m2) Onverhard oppervlak
485
3.485
Verhard oppervlak
14.945
11.945
+3.000 -3.000
Bebouwing
8.915
-
-
Verhard algemeen
6.030
-
-
Totaal
15.430
15.430
-
3.040
+2.420
Kwadrant 2 - noord (15.115 m2) Onverhard oppervlak
620
Verhard oppervlak
14.495
12.075
-2.420
Bebouwing
5.690
-
Verhard algemeen
8.805
-
Totaal
15.115
-
15.115
+400
Kwadrant 3 - zuid (13.850 m2) Onverhard oppervlak
770
1.170
Verhard oppervlak
13.080
12.680
Bebouwing
9.765
Verhard algemeen Totaal
3.560 13.850
-400 -
-
-
-
13.850
-
1.095
-460
Kwadrant 4 - oost (11.635 m2) Onverhard oppervlak
1.555
Verhard oppervlak
Totaal
10.080
10.540
+460
Bebouwing
5.670
-
-
Verhard algemeen
4.410
-
-
11.635
11.635
-
Figuur 4-2: Oppervlakteverdeling huidige situatie (bron: Basisregistratie Grootschalige Topografie, BTG). Pagina 25 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
4.3
Wateropgave De verandering in hemelwaterafvoer wordt beïnvloed door de verharding. Neerslag op verhard oppervlak komt sneller tot afstroming naar het oppervlaktewater. Het watersysteem wordt hierdoor zwaarder belast, waardoor er een vergroot risico ontstaat op wateroverlast. Om de waterbergingsopgave te bepalen, is gekeken naar de opgaven vanuit het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland en de Gemeente Rijswijk. Op basis hiervan is bepaald welk beleid voor deze planontwikkeling maatgevend is. Voor de ontwikkeling van het totale plangebied Havenkwartier Fase 2 wordt er per kwadrant de opgave van hoogheemraadschap en gemeente vastgesteld. Hoogheemraadschap van Delfland Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft voor het bepalen van de benodigde hoeveelheid compensatie, de Watersleutel als methode (zie bijlage 1). De Watersleutel berekend zelf de benodigde watercompensatie en waterberging. De watersleutel splitst de benodigde watercompensatie in twee delen. Het eerste deel betreft de wateropgave om de effecten van de ontwikkeling op het watersysteem te compenseren. Het tweede deel betreft de wateropgave om de effecten van klimaatverandering op het plangebied te compenseren. Volgens de Watersleutel is er op kwadrant 1 (west) en 2 (noord) door de mate van vergroening geen opgave van kracht.
Bij kwadrant 3 vindt ook een vergroening plaats, deze is niet groot genoeg om de volledige klimaattoeslag te compenseren. Op het planvoornemen zijn voor kwadrant 3 (zuid) en 4 (oost) de volgende opgaven van kracht: Kwadrant 3 (zuid): • -82 m2 oppervlaktewater of -37 m3 waterbergende maatregelen ten gevolge van de ontwikkeling; • 261 m2 oppervlaktewater of 119 m3 waterbergende maatregelen ten gevolge van de klimaateffecten; • totaal: 180 m2 oppervlaktewater of 82 m3 waterbergende maatregelen. Kwadrant 4 (oost): • 94 m2 oppervlaktewater of 43 m3 waterbergende maatregelen ten gevolge van de ontwikkeling; • 220 m2 oppervlaktewater of 100 m3 waterbergende maatregelen ten gevolge van de klimaateffecten; • totaal: 314 m2 oppervlaktewater of 143 m3 waterbergende maatregelen. Gemeente Rijswijk De Gemeente Rijswijk heeft in de Verordening afvoer van hemelwater Rijswijk 2022 opgenomen dat er bij nieuwbouw en afkoppelen met een oppervlak van ≥50 m2 een verplichting is tot het bergen van 50 liter per m2. Bij nieuwe bebouwing geldt een plicht tot afkoppelen. De hoeveelheid waterberging wordt bepaald over de totale hoeveelheid oppervlak, hierbij wordt bebouwd/verhard oppervlak voor 100% meegerekend en onverhard oppervlak voor 50%. Op het planvoornemen is daarom de volgende opgave van kracht: Kwadrant 1 (west): • (11.945 m2 + (3.485 m2 * 0,5)) * 0,05 m = 685 m3 waterbergende maatregelen.
Kwadrant 2 (noord): • (12.075 m2 + (3.040 m2 * 0,5)) * 0,05 m = 680 m3 waterbergende maatregelen. Kwadrant 3 (zuid): • (12.680 m2 + (1.170 m2 * 0,5)) * 0,05 m = 664 m3 waterbergende maatregelen. Kwadrant 4 (oost): • (10.540 m2 + (1.095 m2 * 0,5)) * 0,05 m = 555 m3 waterbergende maatregelen. Maatgevende opgave De opgave vanuit de Gemeente Rijswijk van 685 m3 (west), 680 m3 (noord), 664 m3 (zuid) en 555 m3 (oost) is in alle kwadranten maatgevend. De opgave vanuit het Hoogheemraadschap van Delfland van 82 m3 (Kwadrant 3) en 143 m3 (Kwadrant 4) aan waterberging blijft onderliggend van kracht. Om te voldoen aan de opgave vanuit de gemeente en het hoogheemraadschap is het nodig om hemelwater te bergen binnen de plangrenzen van de kwadranten. Pagina 26 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Potentiële waterberging van geïnventariseerde maatregelen De opgave vanuit de Gemeente Rijswijk van 685 m3 (west), 680 m3 (noord), 664 m3 (zuid) en 555 m3 (oost) dient te worden vastgehouden binnen het plangebied en vertraagd te worden afgevoerd op het oppervlaktewater of te worden geïnfiltreerd naar het grondwater. Door te kijken naar de bodemopbouw en GHG van het plangebied, lijkt infiltratie beperkt mogelijk te zijn. De bodem bestaat uit een laag ophoogzand met daaronder slecht waterdoorlatende bodemlagen klei en veen. Doordat er nog geen ontwerp is vastgesteld is het adviseren van specifieke maatregelen beperkt mogelijk. Voor het vasthouden van het hemelwater binnen het plangebied is het mogelijk om boven- en ondergrondse vasthoudmaatregelen te implementeren. Hierbij kan worden gedacht aan waterbergende wadi’s met een knijpconstructie, infiltratiekratten met een knijpconstructie, groene of waterretentiedaken en waterbergingskelders. Daarnaast is ook het toepassen van waterbergende pleinen een optie indien daar voldoende ruimte voor beschikbaar is. Het Hoogheemraadschap van Delfland hanteert bij het vaststellen van compenserende maatregelen de Richtlijn compensatie verharding. Daarin heeft het hoogheemraadschap een volgorde vastgesteld, zie tabel 3-1.
Enkel ter plaatse van kwadrant 3 en 4 dient deze voorkeur te worden gehanteerd in het kiezen van geschikte maatregelen doordat hier een onderliggende opgave vanuit het hoogheemraadschap van kracht is. Volgens de volgorde heeft het ‘Delflands voorkeur’ om oppervlaktewater te graven of om hemelwater te infiltreren. Binnen de plangrenzen is het graven van oppervlaktewater niet mogelijk en wordt de mogelijkheid tot het infiltreren naar het grondwater als niet-toereikend geacht. Daardoor is het nodig om de 2e keus te verkennen. De 2e keus is het hergebruiken van hemelwater of het aanleggen van ‘vertragend groen’. Het aanleggen van bovengrondse waterberging met vertraagde afvoer (waterbergende wadi) is daarbij een goede mogelijkheid. Er geldt een verplichting tot het voldoen aan de volgorde ter plaatse van kwadrant 3 voor een hoeveelheid van 82 m3 waterberging en ter plaatse van kwadrant 4 voor 143 m3 waterberging. In de aanvraag van de omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat het plangebied de volledige wateropgave kan bergen en afvoeren. Daarnaast dient te worden onderbouwd hoe de afwatering van hemelwater naar de voorziening gaat functioneren.
4.4
Grondwaterstand Ontwatering Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand en het straatpeil, het maaiveld en/of vloerpeil (zie ook figuur 4-3).
Figuur 4-3: Schematische weergave ontwateringsdiepte.
De maaiveldhoogte bevindt zich ter plaatse van het plangebied per kwadrant op ca. NAP +0,7 m (K1), NAP +0,8 m (K2), NAP +0,4 m (K3) en NAP +0,6 m (K4). Het laagste deel van het maaiveld bevindt zich ter plaatse van kwadrant 3. De GHG wordt ter plaatse van het plangebied berekend te zijn gelegen op een diepte van ca. NAP -0,4 m. Op basis van de GHG en de maaiveldhoogte is de laagste ontwateringsdiepte aanwezig bij kwadrant 3, deze is hier 0,8 m. De richtlijn voor ontwateringsdiepten bij nieuwbouw is 0,7 m. Op basis daarvan voldoet de ontwikkeling al aan de gestelde richtlijn.
Pagina 27 van 37
Weging van het waterbelang Havenkwartier Fase 2 te Rijswijk projectnummer 0504789.100 1 december 2025 revisie 01 Gemeente Rijswijk
Ondergrondse parkeergarages Volgens de Gebiedspaspoorten die zijn opgesteld door de Gemeente Rijswijk wordt er ter plaatse van de vlakken met de functie ‘wonen’ en ‘werken’ ook de functie ‘parkeren’ toegewezen. Het is aannemelijk dat daarvoor gaat worden gekeken naar het bouwen van ondergrondse parkeergarages. Indien ondergrondse parkeergarages deel worden van het planvoornemen, dienen deze waterdicht te worden aangelegd. In het vaststellen van de ligging van de parkeergarages moet rekening met de ligging van de waterkering worden gehouden. De ondergrondse constructies mogen het leggerprofiel van de kering niet doorsnijden. Daarnaast dienen de toegangspoorten te zijn voorzien van een verhoging om de toestroom van afvloeiend hemelwater richting de parkeerkelder tegen te gaan. Ondergrondse parkeergarages kunnen een obstakel vormen voor de grondwaterstroming. Dit kan de lokale grondwaterstand beïnvloeden. Om te kunnen vaststellen in welke mate de grondwaterstand wordt beïnvloed en of dit negatieve omgevingseffecten heeft wordt gekeken naar de verwachtte bodemopbouw. De deklaag bestaat tot een diepte van ca. 5,0 m-mv afwisselend uit zand, klei en veenlagen. Vervolgens ligt tot aan ca. 13,0 m-mv zand. Wanneer de garage maximaal 2 verdiepingen diep is (ca. 6 m) is er geen aanwezig opstuwingsrisico.
Bij 3 verdiepingen ontstaat wel een risico en wordt geadviseerd om opstuwingsberekeningen uit te voeren.
4.5
Watersysteem Oppervlaktewatersysteem Het bestaande watersysteem blijft in het planvoornemen intact. Er worden geen wijzigingen doorgevoerd op het watersysteem. Beheer en onderhoud Volgens de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland ligt de onderhoudsplicht van de Rijswijkse Haven bij de Gemeente Rijswijk. Door de breedte van het waterlichaam is de verwachting dat het beheer en onderhoud in de huidige situatie vanaf het water wordt verricht met een vaartuig. In de toekomstige situatie verandert dit niet. Het onderhoud wordt nog steeds gedaan vanaf het water, het planvoornemen heeft hier geen invloed op.