CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3hMotivering - Voortoets Stikstof Havenkwartier fase 2

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel wijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk, Havenkwartier fase 2, openbare ruimte en haven (RV 26 017)25.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

(A)

blad 40 van 56

(B)

(C)

ZGH2180C In Meijendel & Berkheide is voor het zoekgebied van habitattype Duinbossen (binnenduinrand) geen sprake van een overschrijding van de KDW op het totale oppervlak (2020) (AERIUS Monitor, 2025). In 2035 wordt verwacht dat er nog steeds geen sprake is van een overschrijding van de KDW. De depositietrend is daarbij dalende. In 2020 was er een stikstofdepositie van gemiddeld van 17,3 kg/ha/jr en in 2035 wordt verwacht dat deze gezakt is naar gemiddeld 13,1 kg/ha/jr (AERIUS Monitor, 2025). Uit de AERIUS berekening voor dit project blijkt dat op het zoekgebied van habitattype Duinbossen (binnenduinrand) maximaal 0,01 mol/ha/jr neerslaat in zowel de aanleg- als de gebruiksfase in Meijendel & Berkheide. De gemiddelde berekende depositie op dit habitattype is tevens 0,01 mol/ha/jr. Als de maximale depositie van 0,01 mol/ha/jr wordt afgezet tegen de verwachte afname van de depositie blijkt dat dit maar een klein percentage is. De verwachte afname van 0,28 kg N/ha/jr staat gelijk 19,6 mol/ha/jr (1 kg stikstof staat gelijk aan 70 mol) (AERIUS Calculator, 2015). De maximale planbijdrage is dus 0,05% in van de verwachte afname per jaar. figuur 17: stikstofbelasting (ZGH2180C) in Meijendel & Berkheide met in paars het percentage overbelaste hexagonen in licht groen de bijna overbelaste hexagonen en in donker groen meer dan 70 mol/ha/jaar onder de KDW (AERIUS Monitor, 2025).

blad 41 van 56

Knelpunten en oorzaken In Meijendel & Berkheide wordt H2180C vooral bedreigd door vergrassing en dichtgroei door gebrek aan natuurlijke dynamiek. Verstuiving en open zandplekken zijn beperkt, waardoor verjonging van struiken en loofhout stagneert. Invasieve soorten zoals Amerikaanse vogelkers verdringen inheemse struiken en versnellen dichtgroei. Ook recreatiedruk en beheerbeperkingen bemoeilijken het behoud van halfopen structuren. Stikstof vormt een knelpunt doordat extra voedingsstoffen de groei van grasachtigen en snelgroeiende struiken bevorderen, waardoor open plekken sneller verdwijnen en verjonging wordt geremd (ARCADIS Nederland bv, 2017). In Solleveld & Kapittelduinen ligt de uitdaging voor H2180C vooral bij gebrek aan open plekken en natuurlijke verjonging, doordat windwerking en verstuiving minimaal zijn. Invasieve soorten en lage variatie in bosleeftijd leiden tot dichtgroei van het duinbos. Stikstof speelt geen acute rol, omdat KDW-waarden in dit gebied niet structureel worden overschreden, maar draagt indirect bij aan vergrassing en verruiging, waardoor verjongingsplekken sneller dichtgroeien in combinatie met invasieve soorten en verminderde dynamiek (Sweco Nederland B.V., 2018). In Westduinpark & Wapendal zijn de knelpunten voor H2180C vergelijkbaar: weinig open plekken, geringe verstuiving en een gesloten vegetatiestructuur beperken verjonging.

Invasieve soorten en intensieve recreatie verstoren open duinbosdelen en versnellen dichtgroei. Stikstof vormt hier een duidelijk knelpunt; achtergronddepositie ligt voor dit gebied hoger en stimuleert verruiging en vergrassing, waardoor open plekken verdwijnen en de karakteristieke halfopen structuur van H2180C onder druk staat (Sweco Nederland B.V., 2018). Conclusie Teruggrijpend op de criteria genoemd in de Handreiking Voortoets Stikstof kan worden bepaald dat er geen sprake is van criteria 2 en 4. Immers, het betreft een habitattype en geen leefgebied. Bovendien zijn er geen doelsoorten voor dit habitattype aangewezen. Voor Duinbossen (binnenduinrand) vormt stikstof een mogelijk knelpunt. Echter is de bijdrage van het projectplan dermate klein dat dit in het niet valt bij de verwachtte afname. Bovendien zijn er andere factoren die een groter knelpunt zijn voor dit habitattype. Voor zowel H2180C en ZGH2180C in Meijendel & Berkheide is er zelfs bijna geen sprake van overbelasting (AERIUS monitor). Stikstof voortkomend uit het projectvoornemen is derhalve geen knelpunt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het habitattype en zoekgebied van Duinbossen (binnenduinrand) (criterium 5).

5.4.8

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

H2190B – Vochtige duinvalleien (kalkrijk) omvat open water, vochtige graslanden en lage moerasvegetaties die voorkomen in laaggelegen duinvalleien met een hoge kalk- en basenrijkdom. Dit habitattype komt vooral voor in primaire duinvalleien, die door natuurlijke kustprocessen zijn ontstaan, en in secundaire duinvalleien die door uitstuiving tot op het grondwaterniveau zijn gevormd. De waterhuishouding is dynamisch: de valleien staan in de winter doorgaans onder water en vallen in het voorjaar deels droog. Wat dit habitattype onderscheidt van andere vochtige duinvalleien is de relatief hoge pH en basenverzadiging, wat zorgt voor een gunstige omgeving voor soorten zoals parnassia (Parnassia palustris), duinrus (Juncus anceps) en knopbies (Schoenus nigricans). De variatie in waterstand en bodemchemie creëert een mozaïek van vegetatietypen, waardoor het een belangrijke habitat is voor zeldzame planten en dieren (Grootjans, Adams, Huiskes, & Smits, 2016). Er zijn geen doelsoorten aan H2190B toegeschreven (ARCADIS Nederland bv, 2017). Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstellingen voor Vochtige duinvalleien (kalkrijk) in Meijendel & Berkheide zijn uitbreiding van het oppervlak en verbetering van de kwaliteit (ARCADIS Nederland bv, 2017).

Actuele verspreiding en kwaliteit In Meijendel & Berkheide beslaat H2190B een oppervlakte van ongeveer 26,6 ha volgens de gebiedsrapportage. De kwaliteit van dit habitattype wordt overwegend als goed beoordeeld voor de vegetatiesamenstelling, zo blijkt uit de beheerstrategie. Wel is de verspreiding vrij versnipperd, wat knelpunten geeft voor de ecologische samenhang (ARCADIS Nederland bv, 2017).

blad 42 van 56

Trend Volgens de instandhoudingsdoelstelling is er ingezet op uitbreiding van oppervlakte én verbetering van kwaliteit voor H2190B in Meijendel & Berkheide. Uit de natuurdoelanalyse blijkt echter dat de huidige mogelijkheden voor extra oppervlakte vrijwel volledig zijn benut, en dat uitbreidingspotentieel beperkt is. De kwaliteitstrend wordt ingeschat als stabiel tot licht positief, mede dankzij herstelmaatregelen (zoals plaggen en regulering van waterstanden), mits verdroging en stikstofdruk gecontroleerd blijven (ARCADIS Nederland bv, 2017). Stikstof In Meijendel & Berkheide is voor het habitattype Vochtige duinvalleien (kalkrijk) sprake van een overschrijding van de KDW op 0,7% van het totale oppervlak (2020) (AERIUS Monitor, 2025). In 2035 wordt verwacht dat er geen sprake meer is van een overschrijding van de KDW. De depositietrend is daarbij dalende. In 2020 was er een stikstofdepositie van gemiddeld van 12,4 kg/ha/jr en in 2035 wordt verwacht dat deze gezakt is naar gemiddeld 9,2 kg/ha/jr (AERIUS Monitor, 2025). Uit de AERIUS berekening voor dit project blijkt dat op het habitattype Vochtige duinvalleien (kalkrijk) maximaal 0,01 mol/ha/jr neerslaat in zowel de aanleg- als de gebruiksfase in Meijendel & Berkheide. De gemiddelde berekende depositie op dit habitattype is tevens 0,01 mol/ha/jr.

Als de maximale depositie van 0,01 mol/ha/jr wordt afgezet tegen de verwachte afname van de depositie blijkt dat dit maar een klein percentage is. De verwachte afname van 0,21 kg N/ha/jr staat gelijk 14,9 mol/ha/jr (1 kg stikstof staat gelijk aan 70 mol (AERIUS Calculator, 2015). De maximale planbijdrage is dus 0,07% in van de verwachte afname per jaar. figuur 18: stikstofbelasting (H2190B) in Meijendel & Berkheide met in paars het percentage overbelaste hexagonen in licht groen de bijna overbelaste hexagonen en in donker groen meer dan 70 mol/ha/jaar onder de KDW (AERIUS Monitor, 2025).

Knelpunten en oorzaken In Meijendel & Berkheide wordt het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor H2190B vooral beperkt door veranderde hydrologie en verdroging: waterpeilverlaging en infiltratiebeheer zorgen ervoor dat vochtige standplaatsen opdrogen, waardoor typische vochtigduinsoorten verdwijnen. Daarnaast dragen vergrassing en dichtgroei door gebrek aan natuurlijke verstoring bij aan afname van open bosranden en struweelstructuren. Invasieve soorten, zoals Amerikaanse vogelkers, verdringen inheemse struiken en versnellen dichtgroei van het bos, waardoor het halfopen karakter van het habitattype afneemt. Stikstof vormt een relevant knelpunt omdat extra voedingsstoffen de groei van snelgroeiende kruiden en struiken stimuleren, wat vergrassing en verdichting bevordert en open plekken sneller laat dichtgroeien. Samen met hydrologische veranderingen en invasieven maakt dit het lastig om de kwaliteit en diversiteit van H2190B te behouden in dit gebied (ARCADIS Nederland bv, 2017). Conclusie Teruggrijpend op de criteria genoemd in de Handreiking Voortoets Stikstof kan worden bepaald dat er geen sprake is van criteria 2 en 4. Immers, het betreft een habitattype en geen leefgebied. Bovendien zijn er geen doelsoorten voor dit habitattype aangewezen. Voor Vochtige duinvalleien (kalkrijk) vormt stikstof een mogelijk knelpunt.

Echter is de bijdrage van het projectplan dermate klein dat dit in het niet valt bij de verwachtte afname. Bovendien zijn er andere factoren die een groter knelpunt zijn voor dit habitattype. Stikstof voortkomend uit het projectvoornemen vormt derhalve geen knelpunt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het habitattype Vochtige duinvalleien (kalkrijk) (criterium 5).

blad 43 van 56

5.4.9

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

Vochtige duinvalleien zijn divers waarbij open water, vochtige graslanden, lage moerasvegetaties en rietlanden diverse laagten in de duinen voorkomen (Grootjans, Adams, Huiskes, & Smits, Herstelstrategie H2190C: Vochtige duinvalleien (ontkalkt), 2016). In de verzoete wateren in de vochtige duinvalleien (ontkalkt) zorgt een laag kalkgehalte voor een relatief zuur grondklimaat. De wateren in deze duinvalleien staan typisch in de winter onder water en in de zomer droog. Dit hoeft echter niet. Een verschil met de kalkrijke vochtige duinvalleien is dat permanent natte omstandigheden een minder groot probleem vormen in H2190C. Dit komt door de zuurdere omstandigheden waardoor hoogproductieve moerasvegetatie minder snel kunnen ontstaan. De moerasgamander (Teucrium scordium) is zelfs gebaat bij de permanente natte omstandigheden. Het ontstaan van deze duinwateren kan in primaire duinvalleien maar ook in secundaire duinvalleien door uitstuiven. Er zijn geen doelsoorten aan H2190C toegeschreven (ARCADIS Nederland bv, 2017). Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstellingen voor Vochtige duinvalleien (ontkalkt) in Meijendel & Berkheide zijn uitbreiding van het oppervlak en verbetering van de kwaliteit (ARCADIS Nederland bv, 2017).

Actuele verspreiding en kwaliteit In Meijendel & Berkheide is het subtype H2190C zeer beperkt aanwezig; de geschatte oppervlakte bedraagt minder dan 1 hectare. De kwaliteit van deze ontkalkte valleien wordt als goed beoordeeld: de abiotische randvoorwaarden (bodem, water) voldoen goed, al is niet van alle locaties zeker of structuur en functie volledig “optimale kenmerken” bereiken (ARCADIS Nederland bv, 2017). Trend In de praktijk is uitbreiding van H2190C in Meijendel & Berkheide lastig; vanwege de zeer kleine oppervlakte en versnippering is het potentieel voor substantiële groei van dit subtype beperkt. Volgens de actuele beoordeling is de kwaliteitstrend stabiel tot licht positief, onder voorwaarde dat de hydrologische condities behouden blijven en dat verdere verzuring voorkomt wordt (ARCADIS Nederland bv, 2017). Stikstof In Meijendel & Berkheide is voor het habitattype Vochtige duinvalleien (ontkalkt) sprake van een overschrijding van de KDW op 28,8% van het totale oppervlak (2020) (AERIUS Monitor, 2025). In 2035 wordt verwacht dat er nog steeds sprake is van een overschrijding van de KDW op 28,8% van het totale oppervlak. De depositietrend is daarbij dalende. In 2020 was er een stikstofdepositie van gemiddeld van 14,4 kg/ha/jr en in 2035 wordt verwacht dat deze gezakt is naar gemiddeld 10,9 kg/ha/jr (AERIUS Monitor, 2025).

Uit de AERIUS berekening voor dit project blijkt dat op het habitattype Vochtige duinvalleien (ontkalkt) maximaal 0,01 mol/ha/jr neerslaat in zowel de aanleg- als de gebruiksfase in Meijendel & Berkheide. De gemiddelde berekende depositie op dit habitattype is tevens 0,01 mol/ha/jr. Als de maximale depositie van 0,01 mol/ha/jr wordt afgezet tegen de verwachte afname van de depositie blijkt dat dit maar een klein percentage is. De verwachte afname van 0,23 kg N/ha/jr staat gelijk 16,3 mol/ha/jr (1 kg stikstof staat gelijk aan 70 mol) (AERIUS Calculator, 2015). De maximale planbijdrage is dus 0,06% in van de verwachte afname per jaar.

blad 44 van 56

figuur 19: stikstofbelasting (H2190C) in Meijendel & Berkheide met in paars het percentage overbelaste hexagonen in licht groen de bijna overbelaste hexagonen en in donker groen meer dan 70 mol/ha/jaar onder de KDW (AERIUS Monitor, 2025).

Knelpunten en oorzaken In Meijendel & Berkheide wordt het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor H2190C vooral belemmerd door veranderde hydrologie en verdroging, waardoor vochtige standplaatsen opdrogen en typische vochtigduinsoorten verdwijnen. Daarnaast draagt vergrassing en dichtgroei door gebrek aan natuurlijke verstoring bij aan afname van open bosranden en halfopen struweelstructuren. Invasieve soorten, zoals Amerikaanse vogelkers, verdringen inheemse struiken en versnellen het dichtgroeien van het bos, waardoor het karakteristieke habitat verloren gaat. Stikstof vormt een knelpunt omdat extra voedingsstoffen de groei van snelgroeiende kruiden en struiken stimuleren, wat vergrassing en verdichting bevordert en open plekken sneller laat verdwijnen. In combinatie met hydrologische veranderingen en invasieve soorten bemoeilijkt stikstof zo het behoud van de kwaliteit en diversiteit van H2190C in dit gebied (ARCADIS Nederland bv, 2017). Conclusie Teruggrijpend op de criteria genoemd in de Handreiking Voortoets Stikstof kan worden bepaald dat er geen sprake is van criteria 2 en 4. Immers, het betreft een habitattype en geen leefgebied. Bovendien zijn er geen doelsoorten voor dit habitattype aangewezen. Voor Vochtige duinvalleien (ontkalkt) met struikhei vormt stikstof een knelpunt.

De bijdrage van het projectplan is dermate klein dat dit in het niet valt bij de verwachtte afname. Echter zal de overschrijding van de KDW in Meijendel & Berkheide in de komende vijftien jaar nauwelijks afnemen. Stikstofdepositie, ook met de minimale bijdrage voortkomend uit het projectvoornemen, vormt derhalve een knelpunt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het habitattype Vochtige duinvalleien (ontkalkt) (criterium 5).

5.4.10

H3140 Kranswierwateren

Het habitattype Kranswierwateren bestaat uit heldere wateren met een matige hoeveelheid voedingsstoffen, zoals meren, plassen, petgaten en heldere poldersloten. In deze wateren groeien kranswiervegetaties met soorten als stekelharig kransblad (Chara hispida), gebogen kransblad (Chara globularis), buigzaam glanswier (Nitella flexilis) en sterkranswier (Chara fragilis). Er zijn geen doelsoorten aan H3140 toegeschreven (ARCADIS Nederland bv, 2017). Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstellingen voor Kranswierwateren in Meijendel & Berkheide zijn het behoud van zowel het oppervlak als de kwaliteit (ARCADIS Nederland bv, 2017). Actuele verspreiding en kwaliteit Het habitattype H3140 komt in Meijendel & Berkheide vooral voor in de infiltratieplassen in Berkheide, met een totale oppervlakte van ongeveer 17,51 ha volgens de meest recente habitattypenkaart. De vegetatiekwaliteit is goed: in alle deelvakken is vooral de karakteristieke associatie van ruw kransblad gevonden, wat wijst op een gezonde kranswiervegetatie (ARCADIS Nederland bv, 2017).

blad 45 van 56

Trend Volgens de recente natuurdoelanalyse is er geen duidelijke trend in het oppervlak van H3140 in Meijendel & Berkheide; de analyses van luchtfoto’s (2011–2020) laten geen eenduidige toename of afname zien. Voor de kwaliteit geldt dat deze overwegend stabiel tot goed wordt ingeschat; de vegetatie blijft pioniervormig met kranswieren en er zijn geen grote aanwijzingen voor sterke achteruitgang. Het periodiek handhaven van de pioniersituatie (door regulier onderhoud) wordt als noodzakelijk gezien om dit habitattype in stand te houden (ARCADIS Nederland bv, 2017). Stikstof In Meijendel & Berkheide is voor het habitattype Kranswierwateren geen sprake van een overschrijding van de KDW op het totale oppervlak (2020) (AERIUS Monitor, 2025). In 2035 wordt verwacht dat er nog steeds geen sprake is van een overschrijding van de KDW op het totale oppervlak. De depositietrend is daarbij wel dalende. In 2020 was er een stikstofdepositie van gemiddeld van 13,3 kg/ha/jr en in 2035 wordt verwacht dat deze gezakt is naar gemiddeld 10,0 kg/ha/jr (AERIUS Monitor, 2025). Uit de AERIUS berekening voor dit project blijkt dat op het habitattype Kranswierwateren maximaal 0,01 mol/ha/jr neerslaat in zowel de aanleg- als de gebruiksfase in Meijendel & Berkheide. De gemiddelde berekende depositie op dit habitattype is tevens 0,01 mol/ha/jr.

Als de maximale depositie van 0,01 mol/ha/jr wordt afgezet tegen de verwachte afname van de depositie blijkt dat dit maar een klein percentage is. De verwachte afname van 0,22 kg N/ha/jr staat gelijk 15,4 mol/ha/jr (1 kg stikstof staat gelijk aan 70 mol) (AERIUS Calculator, 2015). De maximale planbijdrage is dus 0,06% in van de verwachte afname per jaar. figuur 20: stikstofbelasting (H3140) in Meijendel & Berkheide met in paars het percentage overbelaste hexagonen in licht groen de bijna overbelaste hexagonen en in donker groen meer dan 70 mol/ha/jaar onder de KDW (AERIUS Monitor, 2025).

Knelpunten en oorzaken In Meijendel & Berkheide wordt het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor H3140 vooral beperkt door vergrassing en successie; open, zilte graslanden worden langzaam overgroeid door hogere kruiden, struweel en riet, waardoor het typische pionierkarakter verdwijnt. Invasieve soorten en concurrentie van snelgroeiende soorten versterken dit proces. Hydrologische veranderingen, zoals afname van periodieke overstromingen en wijzigingen in grondwaterstanden, beïnvloeden de ziltige bodems en de vestiging van specialistische pioniersoorten negatief. Stikstof is een relevant knelpunt omdat extra voedingsstoffen de groei van gras en algemene kruiden stimuleren, waardoor open, schrale zilte graslanden sneller dichtgroeien en het habitatverlies versnelt. In combinatie met hydrologie en invasieve soorten maakt stikstof het lastig om de kwaliteit en het karakteristieke soortenbestand van H3140 in dit gebied te behouden (ARCADIS Nederland bv, 2017). Conclusie Teruggrijpend op de criteria genoemd in de Handreiking Voortoets Stikstof kan worden bepaald dat er geen sprake is van criteria 2 en 4. Immers, het betreft een habitattype en geen leefgebied. Bovendien zijn er geen doelsoorten voor dit habitattype aangewezen. Voor Kranswierwateren vormt stikstof een mogelijk knelpunt.

Echter is de bijdrage van het projectplan dermate klein dat dit in het niet valt bij de verwachtte afname. Bovendien zijn er andere factoren die een groter knelpunt zijn voor dit habitattype. Voor Meijendel & Berkheide is er zelfs bijna geen sprake van overbelasting (AERIUS monitor). Stikstof voortkomend uit het projectvoornemen is derhalve geen knelpunt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het habitattype Kranswierwateren (criterium 5).

blad 46 van 56

5.4.11

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen

Lg12 omvat het zoom-, mantel- en droog struweel van de duinen en dient als belangrijk leefgebied voor de nauwe korfslak. Dit leefgebied is afgeleid van natuurdoeltype 3.54 (Zoom, mantel en droog struweel van de duinen) en omvat zowel kruidrijke ruigten als struwelen zonder duindoorn, waarbij het verschilt van habitattypen zoals H2160 (Duindoornstruwelen) en H6430C (Ruigte en zomen, droge bosranden). Binnen Lg12 worden twee subtypen onderscheiden: • Subtype a omvat ruigten buiten droge bosranden, gekenmerkt door hoge kruiden en grassen zoals slangenkruid (Echium vulgare) en koninginnekruid (Eupatrorium cannabinum). • Subtype b bestaat uit struwelen zonder duindoorn, waar struiksoorten zoals sleedoorn (Prunus spinosa), wegedoorn (Rhamnus carthatica), wilde liguster, gewone vlier en eenstijlige meidoorn domineren. Dit leefgebied komt voor op vochtige tot droge bodems en varieert van kalkarm tot kalkrijk. Het is van nature aanwezig in de relatief droge duingebieden en kan zowel in grensmilieus (zoals bosranden, paden en houtwallen) als vlakvormig in uitgestrekte duinstruwelen voorkomen (Nijssen, et al., 2016). De doelsoort die aan dit habitattype is toegeschreven in Meijendel & Berkheide is de nauwe korfslak (Vertigo angustior) (ARCADIS Nederland bv, 2017).

Instandhoudingsdoelstelling Voor Zoom, mantel en droog struweel van de duinen in Meijendel & Berkheide zijn geen instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld. De nauwe korfslak is een beschermde soorten die sterk afhankelijk is van vochtige duinvalleien en kalkrijke, natte bodems. In Meijendel & Berkheide richten de instandhoudingsdoelstellingen zich op het behoud van de omvang en het kwaliteit van het leefgebied van de nauwe korfslak (ARCADIS Nederland bv, 2017). Actuele verspreiding en kwaliteit Lg12 in Meijendel & Berkheide vormt het leefgebied van onder andere de nauwe korfslak. In het beheerplan wordt aangegeven dat de omvang en kwaliteit van dit leefgebied “ruim voldoende” zijn voor de nauwe korfslak. Tegelijkertijd zijn er knelpunten: delen van het struweel dichtgroeien (verdichting), intensief begrazingsbeheer of verstoring van de struweelwanden. Daarbij is er bij de AERIUS-monitoring een mate van stikstof-overbelasting van Lg12 in delen van het gebied (ARCADIS Nederland bv, 2017). Trend Voor Lg12 geldt dat er geen specifieke instandhoudingsdoelstelling in termen van oppervlak is geformuleerd; het leefgebied wordt behouden binnen het Natura 2000-beheer voor de nauwe korfslak. De trend in kwaliteit is zorgelijk; in de beheerdocumenten wordt een afname van kwaliteit voor Lg12 genoemd, mede vanwege de verdichting van het struweel en veranderend beheer van de struweelmarges.

Wel zijn er acties en aandacht voor herstel van geschikte structuren, maar op dit moment is de verbetering niet eenduidig (ARCADIS Nederland bv, 2017). Stikstof In Meijendel & Berkheide is voor het leefgebied Zoom, mantel en droog struweel van de duinen sprake van een overschrijding van de KDW op 0,9% van het totale oppervlak (2020) (AERIUS Monitor, 2025). In 2035 wordt verwacht dat er geen sprake meer is van een overschrijding van de KDW op het totale oppervlak. De depositietrend is daarbij dalende. In 2020 was er een stikstofdepositie van gemiddeld van 14,2 kg/ha/jr en in 2035 wordt verwacht dat deze gezakt is naar gemiddeld 10,7 kg/ha/jr (AERIUS Monitor, 2025). Uit de AERIUS berekening voor dit project blijkt dat op het leefgebied Zoom, mantel en droog struweel van de duinen maximaal 0,01 mol/ha/jr neerslaat in zowel de aanleg- als de gebruiksfase in Meijendel & Berkheide. De gemiddelde berekende depositie op dit habitattype is tevens 0,01 mol/ha/jr. Als de maximale depositie van 0,01 mol/ha/jr wordt afgezet tegen de verwachte afname van de depositie blijkt dat dit maar een klein percentage is. De verwachte afname van 0,23 kg N/ha/jr staat gelijk 16,33 mol/ha/jr (1 kg stikstof staat gelijk aan 70 mol) (AERIUS Calculator, 2015). De maximale planbijdrage is dus 0,06% in van de verwachte afname per jaar.

blad 47 van 56

figuur 21: stikstofbelasting (Lg12) in Meijendel & Berkheide met in paars het percentage overbelaste hexagonen in licht groen de bijna overbelaste hexagonen en in donker groen meer dan 70 mol/ha/jaar onder de KDW (AERIUS Monitor, 2025).

Knelpunten en oorzaken In Meijendel & Berkheide kent het leefgebied Lg12 (“Zoom, mantel en droog struweel van de duinen”) slechts beperkte knelpunten, zo blijkt uit het Natura 2000-beheerplan en -gebiedsanalyse. In het beheerplan wordt expliciet gezegd dat er geen knelpunten zijn voor de kwalificerende soort (de nauwe korfslak): het leefgebied wordt als “ruim voldoende” beschouwd. Wel is stikstof relevant. In de AERIUS-monitor staat dat de kritische depositiewaarde (KDW) van stikstof voor Lg12 minimaal wordt overschreden in de huidige situatie, maar dat er rond 2020 en 2030 geen overschrijding meer wordt verwacht. Hoewel de stikstofbelasting niet extreem is, wordt Lg12 wél genoemd in verband met stikstofgevoeligheid, onder andere omdat verruiging van het struweel de leefkwaliteit voor de nauwe korfslak kan beïnvloeden (ARCADIS Nederland bv, 2017). Ondanks dat het niet specifiek voor de nauwe korfslak is onderzocht, is het mogelijk dat een verhoogde stikstofdepositie, net als bij andere slakkensoorten, leidt tot een vermindering van de calcium-concentratie in de schelpen (Graveland & van der Wal, 1996). Conclusie Teruggrijpend op de criteria genoemd in de Handreiking Voortoets Stikstof kan worden bepaald dat criteria 2 en 4 relevant zijn. Immers, het betreft een leefgebied.

Op basis van criterium 2 kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten omdat er voor de nauwe korfslak geen uitbreidingsdoelstellingen zijn vastgesteld. De doelstellingen zijn gericht op het behoud van de huidige populatie. Op basis van criterium 4 kunnen significant negatieve effecten daarnaast ook worden uitgesloten omdat de stikstofdepositie voortkomend uit het projectvoornemen minimaal is, de overschrijding van de KDW op dit moment nihil is en in de nabije toekomst zal verdwijnen. De stikstofdepositie voortkomend uit het projectvoornemen zal daarom geen significant negatieve effecten hebben op de kwaliteit van het leefgebied van de korfslak.

blad 48 van 56

6

Ecologische effectenbeoordeling

Uit de Handreiking Voortoets Stikstof blijkt dat om invulling te geven aan de voortoets ook andere onderdelen gebruikt kunnen worden, mits deze objectief zijn (BIJ12, 2021). In deze voortoets zullen wij daarom hieronder ook de volgende punten behandelen: • effecten van stikstof op concurrentiedepositie van planten; • de natuurlijke fluctuatie van stikstof; • cumulatie/tijdelijke depositie; • depositietrend.

6.1

Effect van stikstof op concurrentiepositie planten

Extra stikstofdepositie heeft als gevolg dat er meer bouwstof beschikbaar is voor de aanwezige planten. Dit is gunstig voor planten die relatief snel (kunnen) groeien, waardoor zij minder snel groeiende planten (vaak zeldzamer dan snelgroeiende planten) kunnen weg concurreren. Aangezien de minder snel groeiende planten vaak zeldzamer zijn, kan het verlies van deze planten leiden tot een lagere biodiversiteit, verminderde kwaliteit van het habitat en mogelijke vermindering van de kwantiteit van de habitat. Een hoeveelheid van 0,01 mol/ha stikstof kan leiden tot een jaarlijkse stikstof toevoeging van 0,14 gram per hectare per jaar (Tolkamp, van den Berg, Nabuurs, & Olsthoorn, 2006). Natuurlijke habitattypen hebben een jaarlijkse biomassa productie tussen de 2000 en 6000 kg droge stof/ha/jaar (Tolkamp, van den Berg, Nabuurs, & Olsthoorn, 2006). Van deze productie is gemiddeld 1,5% stikstof (Nutrinorm, 2016), dit aandeel stikstof in droge stof verschilt tussen plantensoorten. Dit heeft als resultaat dat voor de biomassaproductie gemiddeld tussen de 30 en 90 kg stikstof per hectare per jaar nodig is, ofwel 2.150 mol/ha/jaar en 6.400 mol/ha/jaar. De depositie van 0,01 mol/ha/jaar in de aanlegfase is hiermee tussen de 0,0004% en 0,0001% van de jaarlijks benodigde hoeveelheid stikstof.

Zelfs indien deze hoeveelheid in zijn geheel wordt opgenomen door de aanwezige vegetatie (wat niet het geval is), leidt dit niet tot significant meetbare veranderingen in groeisnelheid van individuele planten. Door de minimale toename van 0,01 mol/ha/jaar als gevolg van het projectvoornemen ontstaat er geen verandering in concurrentieposities van planten en is er geen meetbare aantasting van de habitat.

6.2

Natuurlijke fluctuatie stikstof

Bij de bovenstaande berekening is aangenomen dat de achtergronddepositie en de extra depositie als gevolg van het projectvoornemen vast staat. In de werkelijkheid wordt de depositie sterk beïnvloed door windsnelheden, windrichtingen en neerslag en is er een natuurlijke fluctuatie. In een rapportage van het RIVM/Planbureau voor de Leefomgeving staat dat bij de Nederlandse concentratie- en depositiekaarten, de natuurlijke fluctuaties kunnen zorgen voor een afwijking van ongeveer 10% ten opzichte van de gemiddelde achtergronddepositie (Velders, et al., 2010). De gemiddelde achtergronddepositie van de (overbelaste) hexagonen in de aanlegfase is 1.207,97 mol/ha/jr en 1.249,91 mol/ha/jr in de gebruiksfase. Met de waarde van het RIVM aanhoudend, betekent dit dat de daadwerkelijke depositie respectievelijk ongeveer 120,8 en 125,0 mol kan afwijken (zowel hoger als lager). De depositie die plaatsvindt door het projectplan valt weg tegen deze natuurlijke fluctuaties en is daarmee geen risico voor het optreden van negatieve effecten.

6.3

Cumulatie/Tijdelijke depositie

Beoordeeld is of sprake kan zijn van tijdelijke depositie of cumulatie in de tijd. De Handreiking Voortoets Stikstof hanteert voor tijdelijke stikstof het volgende uitgangspunt: “ een project

met alléén kleine tijdelijke deposities in de aanlegfase, kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal twee jaar (of een equivalent hiervan), is in beginsel niet vergunningplichtig voor het aspect stikstofdepositie” (BIJ12, 2021). Gedurende de aanlegfase is er een maximale stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jr. Een dergelijke depositie valt binnen de norm van de handreiking. Significant negatieve effecten gedurende aanlegfase kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten (criterium 6). Voor de gebruiksfase kan dit criterium echter niet worden gehanteerd. Echter wordt criterium 6 niet meer gehanteerd door het bevoegd gezag.

blad 49 van 56

6.4

Depositie trend Meijenveld & Berkheide

In AERIUS Monitor is te zien dat er een afname van stikstof wordt verwacht voor de komende jaren van gemiddeld 14,8 kg/ha/jr in 2020 naar 10,5 kg/ha/jr in 2040 (AERIUS Monitor, 2025). Per jaar is dit dus een gemiddelde afname van 0,22 kg/ha/jr wat gelijk staat aan circa 15,05 mol/ha/jr (AERIUS Calculator, 2015). De toename van 0,01 mol/ha/jr door het projectvoornemen is hierbij maar 0,07%. De cumulatie van stikstof als gevolg van het projectvoornemen valt daarbij in het niet ten opzichte van de stikstofdepositie afname.

6.5

Depositie trend Solleveld & Kapittelduinen

In AERIUS Monitor is te zien dat er een afname van stikstof wordt verwacht voor de komende jaren van gemiddeld 15,9 kg/ha/jr in 2020 naar 11,5 kg/ha/jr in 2040 (AERIUS Monitor, 2025). Per jaar is dit dus een gemiddelde afname van 0,22 kg/ha/jr wat gelijk staat aan circa 15,4 mol/ha/jr (AERIUS Calculator, 2015). De toename van 0,01 mol/ha/jr door het projectvoornemen is hierbij maar 0,06%. De cumulatie van stikstof als gevolg van het projectvoornemen valt daarbij in het niet ten opzichte van de stikstofdepositie afname.

6.6

Depositie trend Westduinpark & Wapendal

In AERIUS Monitor is te zien dat er een afname van stikstof wordt verwacht voor de komende jaren van gemiddeld 17,3 kg/ha/jr in 2020 naar 13,1 kg/ha/jr in 2040 (AERIUS Monitor, 2025). Per jaar is dit dus een gemiddelde afname van 0,21 kg/ha/jr wat gelijk staat aan circa 14,7 mol/ha/jr (AERIUS Calculator, 2015). De toename van 0,01 mol/ha/jr door het projectvoornemen is hierbij maar 0,07%. De cumulatie van stikstof als gevolg van het projectvoornemen valt daarbij in het niet ten opzichte van de stikstofdepositie afname.

blad 50 van 56

7

Conclusies

Op basis van de criteria die worden gehandhaafd in de Handreiking Voortoets Stikstof (BIJ12, 2021) kunnen de volgende conclusies worden getrokken (zie ook Bijlage 1:). 1.

Er is sprake van stikstofdepositie en er is een (naderende) overschrijding van de kritische depositiewaarde op een aantal hexagonen. Voor de getroffen habitattypen is er voor H2180B, ZGH2180B, ZGH2160 en H2190Ae in Meijendel & Berkheide en voor H2160 en H2120 in Solleveld & Kapittelduinen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen sprake van een overschrijding van de KDW. Daarnaast is er voor het habitattype H2190Aom in Meijendel & Berkheide in de aanlegfase geen sprake van een overschrijding van de KDW. Op basis van criterium 1 kunnen significante negatieve effecten daarom voor deze habitattypen in de bijbehorende Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Voor de overige habitattype en leefgebied in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase in de drie getroffen Natura 2000-gebieden is er wel sprake van een overschrijding van de KDW door de hoge achter gronddepositie. Op basis van criterium 1 kunnen significant negatieve effecten daarom voor deze overige habitattypen en leefgebied niet worden uitgesloten.

2.

Er is geen sprake van stikstofdepositie op alleen een leefgebied van een soort en de soort komt niet voor of er gelden geen uitbreidingsdoelstellingen voor de soort. Dit criterium is in dit geval niet relevant omdat er veelal sprake is van stikstofdepositie op habitattypen. Er is echter sprake van stikstofdepositie op leefgebied Lg12 in Meijendel & Berkheide. Er is hier enkel sprake van het ontbreken van uitbreidingsdoelstellingen voor de doelsoort nauwe korfslak. Middels criterium 2 kunnen daarom alleen significante effecten van stikstofdepositie op Lg12 in Meijendel & Berkheide worden uitgesloten.

3.

Er is sprake van een overschrijding van de KDW op een zeer klein oppervlak. Dit oppervlak is echter niet kleiner dan het minimumoppervlak van de betreffende habitat. Aan dit criterium 3 wordt niet voldaan omdat het getroffen oppervlak groter is dan het minimumoppervlak van 0,01 en 0,1 hectare per habitattype. Op basis van dit criterium kunnen significante effecten dus niet worden uitgesloten.

4.

Er is sprake van stikstofdepositie op alleen stikstofgevoelig leefgebied, maar stikstofdepositie is geen knelpunt voor dit leefgebied. Dit criterium is in dit geval niet relevant omdat er veelal sprake is van stikstofdepositie op habitattypen. Er is echter sprake van stikstofdepositie op leefgebied Lg12 in Meijendel & Berkheide. Stikstof voortkomend uit het projectvoornemen vormt voor Lg12 geen knelpunt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van dit leefgebied.

5.

Er is sprake van stikstofdepositie maar er staat vast dat de instandhoudingsdoelstellingen van een soort/habitattype niet in het geding komt door stikstofdepositie. Voor het leefgebied Lg12 zijn de nauwe korfslak een aangewezen doelsoort. Stikstof voortkomend uit het projectvoornemen vormt daarbij geen knelpunt voor de instandhoudingsdoelstellingen van deze soort. Daarnaast komen de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen in het geding tenzij het effect van de stikstofdepositie te verwaarlozen is; dit is het geval voor H2180C, ZGH2180C, ZGH2180Abe, ZGH2180Ao, H2160, H2130B, ZGH2130B, H2130A, ZGH2130A, H2140, H2190B en H2120 in de aanlegen gebruiksfase in Meijendel & Berkheide, H2180C, H2130B en ZGH2130B in de aanleg- en gebruiksfase en H2130A in de aanlegfase in Solleveld & Kapittelduinen en H2180C, H2160, H2130B en H2120 in de aanleg- en gebruiksfase in Westduinpark & Wapendal; voor deze habitattypen kunnen op basis van dit criterium significante effecten worden uitgesloten. Voor de overige habitattypen en leefgebied in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase in de drie getroffen Natura 2000-gebieden staat de stikstofdepositie de te behalen doelstellingen wel in de weg en kunnen op basis van dit criterium significante effecten dus niet worden uitgesloten.

6.

Er is sprake van stikstofdepositie en dit is tijdelijk of binnen de norm (0,05 mol/hectare/jaar gedurende twee jaar) Dit criterium wordt niet meer door het bevoegd gezag gehanteerd. In deze voortoets wordt daarom dit criterium niet verder uitgewerkt. Er is stikstofdepositie maar het habitat- en/of leefgebied type komt feitelijk niet voor. Dit criterium blijkt niet van toepassing.

7.

blad 51 van 56

Samenvattend, voor de getroffen leefgebieden/habitattypen kunnen significant negatieve effecten voor de volgende habitattypen en leefgebied worden uitgesloten aan de hand van een aantal criteria genoemd in de Handreiking Voortoets Stikstof: • H2180C in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide, Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal; • ZGH2180C in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • ZGH2180Abe in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • ZGH2180Ao in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • H2180B in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • ZGH2180B in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • H2160 in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide en Westduinpark & Wapendal; • ZGH2160 in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • H2130B in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide, Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal; • ZGH2130B in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide en Solleveld & Kapittelduinen; • H2130A in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide en Westduinpark & Wapendal en in de aanlegfase in Solleveld & Kapittelduinen; • ZGH2130A in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • H3140 in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • H2190B in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel &

Berkheide; • H2190Ae in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • H2190Aom in de aanlegfase in Meijendel & Berkheide • H2120 in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide, Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal; • Lg12 in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide. Een veldbezoek als onderdeel van een passende beoordeling is voor de volgende habitattypen en leefgebied wel nodig: • H2180Abe in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide en Solleveld & Kapittelduinen; • H2180Ao in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide, Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal; • H2190Ae in de aanleg- en gebruiksfase in Meijendel & Berkheide; • H2180A in de aanleg- en gebruiksfase in Solleveld & Kapittelduinen; • H2150 in de aanleg- en gebruiksfase in Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal.

blad 52 van 56

8

Verwijzingen

AERIUS Calculator. (2015). Leeswijzer Bijlage Eigen Gebruik. Opgehaald van https://www.aerius.nl/files/media/publicaties/documenten/leeswijzer_aerius_calculator_pdf_eigen _gebruik_27-11-15.pdf AERIUS Calculator. (2025). AERIUS Calculator, 2021.2. Opgehaald van AERIUS Calculator: https://calculator.aerius.nl/wnb/ AERIUS Calculator. (2025). Havenkwartier Fase 2 Rijswijk RYepcUuq8Gcv. Opgehaald van AERIUS Calculator: https://calculator.aerius.nl/wnb/ AERIUS Monitor. (2025). AERIUS Monitor Natura 2000-gebieden. Opgehaald van AERIUS Monitor: ttps://monitor.aerius.nl/gebieden.html AERIUS Monitor. (2025). AERIUS Monitor Natura 2000-gebieden. Opgehaald van AERIUS Monitor: ttps://monitor.aerius.nl/gebieden.html ARCADIS Nederland bv. (2017). Beheerplan bijzondere natuurwaarden Meijendel & Berkheide 2016-2022. Bal, D. (2009, maart 24). Toelichting bij de Definitietabel habitattypen. (M. v. LNV, Red.) Opgehaald van Natura 2000: https://www.natura2000.nl/sites/default/files/201905/Toelichting%20op%20de%20definitietabel%20van%20habitattypen%20_24.3.2009_0.pdf Beije, H. M., van Haperen, A. M., Huiskes, H. P., Schotsman, N., & Smits, N. A. (2016). Herstelstrategie H2180C: Duinbossen (binnenduinrand). Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2180C.pdf BIJ12. (2021). Handreiking Voortoets Stikstof.

Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2021/03/BIJ12-Handreiking-Voortoets-Stikstof-%E2%80%93-Februari-2021.pdf BIJ12. (2023, maart 10). 97. Meijendel & Berkheide. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natura-2000-beheerplannen/97meijendel-berkheide/ Broekmeyer, M. O. (2014). LEESWIJZER bij Update effectenindicator Natura 2000. Alterra Wageningen U.R., Wageningen. Wageningen: Alterra Wageningen U.R. Opgehaald van https://www.wur.nl/nl/landingspagina-redacteuren/nl/publicatiedetails.htm?publicationId=publication-way-343834393733 Grootjans, A. P., Adams, A. S., Huiskes, H. P., & Smits, N. A. (2016). Herstelstrategie H2190B: Vochtige duinvalleien (kalkrijk). Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2190B.pdf Grootjans, A. P., Adams, A. S., Huiskes, H. P., & Smits, N. A. (2016). Herstelstrategie H2190C: Vochtige duinvalleien (ontkalkt). Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2190C.pdf Huiskes, H. P., Beije, H. M., Haveman, R., van Haperen, A. M., Schotsman, N., & Smits, N. A. (2016). Herstelstrategie H2160: Duindoornstruwelen. Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2160.pdf Huiskes, H. P., Beije, H. M., Hommel, P. W., Schotsman, N., Slings, Q. L., & Smits, N.

(2016). Herstelstrategie H2180A: Duinbossen (droog). Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2180A.pdf Nationaal Georegister. (2022, 10 24). AERIUS koppeltabel hexagonengrid en relevante-habitats. Opgehaald van Nationaal Georegister: https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/bf6fb96b16ea-4f30-9ac9-d66a18f674ad?tab=general Nationaal Georegister. (2022, 10 24). AERIUS totale stikstofdepositie. Opgehaald van Nationaal Georegister: https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/b5e7a6f3aa6d-483b-bebc-c5f7ddd9a233 Natura 2000. (sd). Begrippen. Opgehaald van Natura 2000: https://www.natura2000.nl/meerinformatie/begrippen Nijssen, M. E., Adams, A. S., Beije, H. M., Bouwman, J. H., Groenendijk, D., & Smits, N. A. (2016). Herstelstrategie Zoom, mantel en droog struweel van de duinen (leefgebied 12). Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II2/LG_12%20Zoom%20duinen.update_2016.pdf Nutrinorm. (2016, Oktober). Waarom heeft een plant stikstof nodig. Opgehaald van Nutrinorm: https://nutrinorm.nl/bemesting/waarom-heeft-een-plant-stikstofnodig/#:~:text=Stikstof%20(N)%20bevordert%20de%20groei,de%20kwaliteit%20van%20het%20g ewas.&text=Het%20drooggewicht%20van%20een%20plant,1%2C5%25%20uit%20stikstof. QGIS. (2009).

QGIS Geographic Information System. Open Source Geospatial Foundation. Opgehaald van http://qgis.org

blad 53 van 56

RIVM. (2020, oktober 15). Factsheet: Bepalen relevante hexagonen. Opgehaald van AERIUS: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/bepalen-relevante-hexagonen/15-10-2020 RIVM. (2022, januari 13). Factsheet: Achtergronddepositie Natura 2000-gebieden. Opgehaald van AERIUS: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/achtergronddepositie-natura-2000-gebieden/13-01-2022 Smits, N. A., & Kooijman, A. M. (2016). Herstelstrategie H2130A: Grijze duinen (kalkrijk). Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2130A.pdf Smits, N. A., & Kooijman, A. M. (2016). Herstelstrategie H2130B: Grijze duinen (kalkarm). Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2130B.pdf Smits, N. A., Melman, D., & Arens, S. (2016). Herstelstrategie H2120: Witte duinen. Sweco Nederland B.V. (2018). Beheerplan bijzondere natuurwaarden Solleveld en Kapittelduinen. Sweco Nederland B.V. (2018). Beheerplan bijzondere natuurwaarden Westduinpark en Wapendal. Tolkamp, G. W., van den Berg, C. A., Nabuurs, G. J., & Olsthoorn, A. F. (2006). Kwantificering van beschikbare biomassa voor bio-energie uit Staatsbosbeheerterreinen. Wageningen,: Alterra research institute voor de groene Ruimte. Velders, G. J., Aben, J. M., van Jaarsveld, J. A., van Pul, W. A., de Vries, W. J., & van Zanten, M. C. (2010).

Grootschalige stikstofdepositie in Nederland: Herkomst en ontwikkeling in de tijd. Planbureau voor de Leefomgeving. Opgehaald van https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/500088007.pdf

blad 54 van 56

Bijlage 1:

Overzicht getoetste criteria

tabel 5: overzicht van de getoetste criteria 1 t/m 7 per Natura 2000-gebied, habitattype/leefgebied. ‘Ja’ is ingevuld als sprake is van het criterium wat betekend dat significant negatieve effecten op voorhand uitgesloten kunnen worden. ‘Nee’ is ingevuld als het criterium niet van toepassing is en significant negatieve effecten op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. ‘N.v.t.’ is ingevuld als het criterium niet relevant is of als er geen depositie is berekend op het habitattype/leefgebied. A = aanlegfase, G = gebruiksfase. Habitattype

Meijendel & Berkheide H2180C – Duinbossen (binnenduinrand) ZGH2180C – Zoekgebied duinbossen (binnenduinrand) H2180Abe – Duinbossen (droog), berken-eikenbos ZGH2180Abe – Zoekgebied duinbossen (droog), berken-eikenbos H2180Ao – Duinbossen (droog), overig ZGH2180Ao – Zoekgebied duinbossen (droog), overig H2180B – Duinbossen (vochtig) ZGH2180B – Zoekgebied duinbossen (vochtig) H2160 – Duindoornstruwelen ZGH2160 – Zoekgebied duindoornstruwelen H2130B – Grijze duinen (kalkarm) ZGH2130B – Zoekgebied grijze duinen (kalkarm) H2130A – Grijze duinen (kalkrijk) ZGH2130A – Zoekgebied grijze duinen (kalkrijk) H3140 – Kranswierwateren H2190B – Vochtige duinvalleien (kalkrijk) H2190C – Vochtige duinvalleien (ontkalkt) H2190Ae – Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen H2190Aom – Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen H2120 – Witte duinen Lg12 – Zoom, mantel en droog struweel van de duinen Solleveld & Kapittelduinen H2180C – Duinbossen (binnenduinrand) H2180A – Duinbossen (droog), berken-eikenbos H2180Abe – Zoekgebied duinbossen (droog), berken-eikenbos

1. Overschrijding KDW uitgesloten?

2. Doelsoort komt niet voor/ geen uitbreidingsdoel

4. Stikstofdepositie is geen knelpunt voor leefgebied

G

3. Oppervlak met overschrijding KDW < minimum oppervlak A G

6. Stikstofdepositie is tijdelijk en/of binnen norm

7. Leefgebied/habitat komt niet feitelijk voor

G

5. Stikstofdepositie staat behalen doelstelling niet in de weg A G

A

G

A

A

A

G

A

G

Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Ja Ja Nee Ja

Ja Ja Nee Ja

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Ja Ja Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja

Nee Nee Ja Ja Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Ja n.v.t. n.v.t. Ja n.v.t. Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee n.v.t.

Nee Ja n.v.t. n.v.t. Ja n.v.t. Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Ja

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Nee

Nee

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Nee

Nee

Nee Nee

Nee Nee

n.v.t. Ja

n.v.t. Ja

Nee Nee

Nee Nee

n.v.t. Ja

n.v.t. Ja

Ja n.v.t.

Ja n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Ja Nee Nee

Ja Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

blad 55 van 56

H2180Ao – Duinbossen (droog), overig H2160 - Duindoornstruwelen H2150 – Duinheiden met struikhei H2130B – Grijze duinen (kalkarm) ZGH2130B – Zoekgebied grijze duinen (kalkarm) H2130A – Grijze duinen (kalkrijk) H2120 – Witte duinen Westduinpark & Wapendal H2180C – Duinbossen (binnenduinrand) H2180A – Duinbossen (droog), berken-eikenbos H2180Ao – Duinbossen (droog), overig H2160 – Duindoornstruwelen H2150 – Duinheiden met struikhei H2130B – Grijze duinen (kalkarm) H2130A – Grijze duinen (kalkrijk) H2120 – Witte duinen

Nee Ja Nee Nee Nee Nee Ja

Nee Ja Nee Nee Nee n.v.t. Ja

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee n.v.t. Nee Ja Ja Ja n.v.t.

Nee n.v.t. Nee Ja Ja n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja

Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

blad 56 van 56

Dit rapport is opgesteld in opdracht: Antea Group Nederland Beneluxweg 125 4900 AA Oosterhout Projectnummer: 25Q0931 Locatie: Havenkwartier fase 2 te Rijswijk

Opsteller: M.M. (Melindy) Dirks Controleur: A. (Annemijn) De Groot

Equipe Adviseurs B.V. Daltonstraat 30D 3316 GD Dordrecht 088 078 1100 info@equipe-adviseurs.nl www.equipe-adviseurs.nl BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=ce8366e9-be34-4489-885f-7f79b6c0a4be