CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijage C Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26 te Rijswijk

Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan Campus at the Park (RV 24-029)26.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Quick scan flora en fauna

Visseringlaan 26 te Rijswijk

1 februari 2023 lid Netwerk Groene Bureaus

projectnummer: 22104

Quick scan flora en fauna

Visseringlaan 26 te Rijswijk

Opdrachtgever

LBP|SIGHT

Contactpersoon

de heer J.J. van Burgt

Projectnummer

22104

Datum

1 februari 2023, aangepast 4 september 2023

Auteur

ing. H.H.J. van der Burgt

Wijze van citeren

Burgt, H.H.J. van der, Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26 te Rijswijk. ECOquickscan, ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap, Loo, 2023.

Het Netwerk Groene Bureaus is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het Netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus.

ECOquickscan ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap ’t Grieth 10 | 6924BJ Loo (Gld) | T 026-3034219 | info@ecoquickscan.nl | www.ecoquickscan.nl | KvK: 75203901

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Situering plangebied en gebiedsbeschrijving

2

1.3

Beoogde ingrepen en planning

2

2.

WETTELIJK KADER

3

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Wet natuurbescherming 2.1.2 Natuurnetwerk Nederland

3 3 3

2.2 Soortbescherming 2.2.1 Beschermde soorten 2.2.2 Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen

3 3 4

3.

TOETSING

5

3.1

Onderzoeksmethodiek

5

3.2

Beschermde gebieden

5

3.3 Beschermde soorten 3.3.1 Vaatplanten 3.3.2 Grondgebonden zoogdieren 3.3.3 Vleermuizen 3.3.4 Vogels 3.3.5 Amfibieën, reptielen, vissen, insecten en overige soortengroepen 3.3.6 Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen

6 6 6 6 8 10 10

4.

CONCLUSIE

11

4.1

Gebiedsbescherming

11

4.2

Soortenbescherming

11

4.3

Consequenties

11

4.4

Aanbevelingen

12

Bijlagen Bijlage 1

Literatuurlijst

Bijlage 2

Wet natuurbescherming

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding In Rijswijk (gemeente Rijswijk, provincie Zuid-Holland) is aan de Visseringlaan 26 de sloop van een kantoorgebouw, en vervolgens nieuwbouw van woningen (met ruimte voor werkgelegenheid in de plint), beoogd. In het kader van de beoogde ontwikkelingen heeft LBP|SIGHT aan ecologisch adviesbureau ECOquickscan gevraagd te beoordelen of deze ruimtelijke ontwikkeling effect heeft op de flora en fauna op en rond de locatie. De voorliggende quick scan flora en fauna voorziet hierin.

Ligging (geel omlijnd) en indrukken van het plangebied; leegstaand kantoorgebouw met verruigde kantoortuin en parkeerplaatsen aan de achterzijde (bron luchtfoto: Google).

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

1

1.2 Situering plangebied en gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt in het zuiden van de bebouwde kom van Rijswijk. Rijswijk wordt omsloten door Den Haag (ten noorden en oosten), Delft, (ten zuiden) en Wateringen (ten westen). Voorbij Wateringen ligt de kassenbouw van het Westland. De A4 ligt ten zuiden en de A12 ten noordoosten van het plangebied. Het plangebied ligt in de wijk Plaspoelpolder welke bestaat uit kantoorpanden en bedrijven. Het openbaar groen kenmerkt zich door enkele grotere lijnelementen welke bestaan uit grasvelden met solitaire bomen en eventueel een watergang voor afwatering. De A4 ligt op een paar honderd meter zuidwaarts. Ten (zuid)westen ligt Rijswijk Station en een spoorlijn met een korte watergang. Het plangebied ligt (aan de voorzijde) aan de Visseringlaan en Lange Kleiweg. Aan de achterzijde van het gebouw ligt een parkeerplaats. Het gebouw zelf is een leegstaand kantoorgebouw van 7 verdiepingen hoog uit 1980. Het gebouw is optrokken uit baksteen met op de lange gevels voornamelijk ramen en voorzien van platte daken. Rondom, maar met name aan de straatzijde, is een verruigde kantoortuin aanwezig.

1.3 Beoogde ingrepen en planning Binnen het plangebied is de sloop beoogd van het leegstaande kantoorgebouw. Na de sloop is nieuwbouw van woningen, met ruimte voor werkgelegenheid in de plint, voorzien. De planning is op dit moment nog niet bekend.

Impressie en massa-studie van de beoogde nieuwbouw.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

2

2.

WETTELIJK KADER Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. In bijlage 2 is een uitgebreidere toelichting opgenomen bij de soort- en gebiedsbescherming zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Wet natuurbescherming De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 2.1.2 Natuurnetwerk Nederland Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot frustratie van de natuurdoelen. Anders dan bij gebieds- en soortenbescherming is de status als Natuurnetwerk Nederland niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.

2.2 Soortbescherming 2.2.1 Beschermde soorten Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (Vogelen Habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

3

2.2.2 Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen In de Europese Unie geldt een verbod (EU-exotenverordening 1143/2014) op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Dit verbod is opgenomen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.19, 3.34 en 3.39) en de verboden soorten staan op de zogenaamde Unielijst. EU-lidstaten kunnen de Unielijst aanvullen met invasieve exoten die de nationale flora en fauna bedreigen. Het verbod geldt per 3 augustus 2016 en op 15 augustus 2019 zijn 19 nieuwe soorten toegevoegd aan de Unielijst. Enkele Aziatische duizendknopen, zoals de Japanse duizendknoop, staan niet vermeld op de Unielijst. Toch worden de Aziatische duizendknopen gezien als de nummer één onder de invasieve exoten. Om verspreiding verdere van de Aziatische duizendknopen in Nederland te voorkomen, is er vanaf 1 januari 2022 een nationaal handels- en bezitsverbod van Aziatische duizendknopen van kracht. Dit geldt voor zowel planten, of delen of producten daarvan, die zich kunnen voortplanten. In Nederland zijn de Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het beleid omtrent de uitvoering van maatregelen voor het uitroeien, beheersen en beheren van Unielijstsoorten. Veel provincies nemen Aziatische duizendknopen ook op in hun beleid van Unielijstsoorten.

Eigenaren zijn verantwoordelijk voor de aanwezigheid van Unielijstsoorten binnen hun bezit en dienen treffende maatregelen te nemen ter preventie, bestrijding of beheersing van Unielijstsoorten. Aangezien eliminatie- en beheerplannen voor soorten op de Unielijst nog in ontwikkeling zijn, gaat deze quick scan alleen uit van een signalerende werking.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

4

3.

TOETSING

3.1 Onderzoeksmethodiek Voordat een ruimtelijke ingreep mag plaatsvinden, moet eerst onderzoek plaatsvinden in het kader van de natuurwetgeving (zie hoofdstuk 2). Bij de werkzaamheden moet er namelijk rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Het uitgevoerde onderzoek (quick scan) bestaat uit een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), het bekijken van de beschikbare soortgegevens en een veldverkenning, op basis waarvan uitspraken gedaan worden over de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied. Vervolgens zijn voor alle (mogelijke) aanwezige beschermde soorten de effecten en eventuele gevolgen van de beoogde werkzaamheden beschreven. Bij het opstellen van de quick scan flora en fauna is gebruik gemaakt van bestaande atlasgegevens (analoog en digitaal) en gepubliceerde verspreidingsgegevens van bijvoorbeeld Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (RAVON, Zoogdiervereniging, etc.). Deze bronnen vermelden betrouwbare soortgegevens op basis van uurhokken (5 bij 5 kilometer). Dit betekent dat het zeer globale gegevens betreft. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten van het ‘Nader onderzoek flora en fauna Kessler Park 1 te Rijswijk’ (Nieuwenhuis, 2020).

Tevens is voorafgaand aan het veldbezoek en op 31 januari 2023 de NDFF-database geraadpleegd waarbij met name gekeken is naar het voorkomen van beschermde soorten in, of binnen de invloedsfeer van, het plangebied. Op 20 januari 2023 heeft er een veldverkenning plaatsgevonden. Het doel van deze veldverkenning is om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en om de geschiktheid van het plangebied en haar omgeving voor de verschillende soortengroepen te beoordelen.

3.2 Beschermde gebieden Het plangebied te Rijswijk ligt in de bebouwde kom in een stedelijke omgeving. Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)) liggen op grote afstand van het plangebied. Gezien de grote afstand (circa 6,5 km tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal en ruim 850 m tot de NNN (Landgoed te Werve ten noorden van het plangebied)), het stedelijke karakter en beperkte omvang van de ingrepen zijn negatieve effecten op beschermde gebieden uit te sluiten (met uitzondering van stikstof, zie onderstaand). Gebiedsbescherming is niet aan de orde. Stikstof De regelgeving en jurisprudentie rondom stikstof (in relatie tot Natura 2000-gebieden) is constant in beweging. Ondanks dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op relatief grote afstand ligt kan stikstofdepositie een aandachtspunt zijn voor dit project. Geadviseerd wordt om, op basis van de huidige regelgeving en jurisprudentie, voor dit project separaat een AERIUS-stikstofberekening uit te voeren en de effecten van de werkzaamheden (zowel de realisatiefase als de gebruiksfase) op de stikstofdepositie in beschermde gebieden volledig in kaart te brengen.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

5

3.3 Beschermde soorten In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 moet worden getoetst of er ter plaatse van de activiteit sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde activiteit kan biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. 3.3.1 Vaatplanten Het plangebied is grotendeels bebouwd en verhard. De begroeiing is beperkt tot een kantoortuin aan de voorzijde, een smalle border aan de achterzijde en in het openbaar gebied tegen het plangebied solitaire bomen met een kleine onbegroeide boomspiegel. De begroeiing binnen het plangebied bestaat voornamelijk uit gecultiveerde soorten. Langs de Lange Kleiweg is de tuin goed onderhouden; de overige delen worden de laatste jaren niet meer onderhouden en zijn verruigd. Ondanks het verruigde karakter bevinden zich geen geschikte, bijzondere, groeiplaatsen voor beschermde vaatplanten. Ook zijn op de muren geen (beschermde) muurplanten aangetroffen. Ook in de NDFF-database staan geen beschermde vaatplanten vermeld binnen het plangebied en/of de invloedsfeer (direct aangrenzende percelen) van de beoogde ontwikkelingen. Aangeplante of gezaaide exemplaren van beschermde soorten (in bijvoorbeeld tuinen) zijn niet beschermd in de Wet natuurbescherming, omdat het geen natuurlijke groeiplaats betreft.

3.3.2 Grondgebonden zoogdieren Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn de onverharde delen beperkt tot gecultiveerde heestervakken, boomspiegels en een gazon. Het grootste deel van het plangebied is bebouwd en verhard. Binnen de onverharde delen zijn vaste rust- en verblijfplaatsen van soorten als egel (Erinaceus europeus) en, algemeen voorkomende, (spits)muizen niet uit te sluiten. Voor deze soorten kent de provincie Zuid-Holland een algemene vrijstelling voor het verstoren en/of aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen. Andere nationaal of internationaal beschermde soorten worden op basis van beschikbare verspreidingsgegevens, aanwezige biotopen en binnenstedelijke ligging niet verwacht. Ook de in bebouwing verblijvende steenmarter (Martes foina) wordt niet verwacht in het plangebied (deze soort kent tevens een beperkte verspreiding in het westen van het land); de bebouwing is voor deze soort niet toegankelijk. Ook in de NDFFdatabase staan geen beschermde grondgebonden zoogdieren vermeld binnen het plangebied en/of de invloedsfeer (direct aangrenzende percelen) van de beoogde ontwikkelingen.

3.3.3 Vleermuizen Volgens de verspreidingsgegevens uit de NDFF-database en de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) komen in de omgeving van het plangebied watervleermuis (Myotis daubentonii), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), laatvlieger (Eptesicus serotinus) en tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus) voor. Van de bovengenoemde soorten kan het voorkomen van watervleermuis en meervleermuis in het plangebied worden uitgesloten. Beide soorten zijn gebonden aan grotere wateren. In de NDFFdatabase staan ook alleen waarnemingen op grotere afstand (ruim 1 km afstand) die te koppelen zijn aan grotere, vaak doorgaande (verbonden met andere watergangen), wateren zoals de

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

6

Delftsche Vliet. Dergelijke wateren komen niet voor in (de directe omgeving van) het plangebied. Ook tijdens het onderzoek in 2020 van het naastgelegen gebouw zijn deze soorten ook niet aangetroffen. Destijds zijn alleen gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis waargenomen (Nieuwenhuis, 2020). Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn aan de hand van hun voorkeur voor een verblijfplaats globaal onder te verdelen in twee groepen: gebouw- en boombewonende soorten. Ook zijn er soorten die beiden gebruiken als verblijfplaats. Daarnaast maken verschillende vleermuizen onderscheid tussen zomer- en winterverblijven. De gewone dwergvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis zijn het gehele jaar overwegend gebouwbewonende soorten, terwijl de rosse vleermuis overwegend in boomholtes verblijft. Ruige dwergvleermuis maakt zowel gebruik van gebouwen als van bomen in de zomer- en wintermaanden. Daarnaast maakt het gedurende de wintermaanden ook gebruik van ondergrondse ruimtes. Bomen Binnen het plangebied zijn geen bomen met een grote diameter aanwezig, maar wel in potentie geschikt voor vleermuizen. Gezien het beperkte aantal bomen en geringe hoogte zijn alle bomen gecontroleerd op aanwezige holtes; deze zijn niet waargenomen en worden ook niet verwacht (bomen waren goed en volledig te inspecteren).

Vaste rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in het plangebied zijn daarom uit te sluiten. Bebouwing Tijdens het veldbezoek is de bebouwing onderzocht op mogelijke invliegopeningen. Gebouwbewonende vleermuizen maken gebruik van spleten in gevels, spouwmuren, ruimtes achter daklijsten, etc. In de gemetselde gevels binnen het plangebied zitten vele (brede) open stootvoegen, onder de ramen zitten een spleet (overgang begaande grond naar de eerste verdieping) en dakranden/-lijsten geven mogelijk ook toegang tot ruimtes voor vleermuizen. Hierdoor is de bebouwing geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen; met name gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Tijdens het onderzoek in 2020 (Nieuwenhuis, 2020) van het naastgelegen gebouw zijn ook verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis binnen het huidige plangebied aangetroffen (kraamlocatie van 20 tot 30 dieren en een zomer/paarverblijfplaats). Vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen zijn daarom niet uit te sluiten bij de sloop van het gebouw.

Open stootvoegen in de gemetselde gevels (links) en spleet onder de ramen (rechts).

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

7

Massawinterverblijfplaats gewone dwergvleermuis: Het plangebied is geschikt als massawinterverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. Het gebouw beschikt over voldoende massa en diversiteit aan microklimaten (meer en minder vorstvrije ruimtes; afhankelijk van de buiten-/binnentemperatuur), waardoor het voorkomen van een massawinterverblijfplaats in het gebouw niet kan worden uitgesloten. Paarverblijfplaats tweekleurige vleermuis: Aangezien het gebouw zeven verdiepingen hoog is en in het westen van het land ligt (de kans op paarverblijfplaatsen van tweekleurige vleermuis worden in een brede zone langs de kust groter ingeschat dan elders in het land) is het voorkomen van paarverblijfplaatsen van tweekleurige vleermuis niet uit te sluiten. Vliegroutes Vleermuizen maken vaak jarenlang gebruik van vaste aanvliegroutes tussen hun verblijfplaats en foerageergebied. Daarom kan het behoud van deze lijnelementen cruciaal zijn voor de instandhouding van het leefgebied. Aantasting van vliegroutes kan leiden tot indirecte aantasting van verblijfplaatsen. De groenstructuren rondom en grenzend aan het plangebied zijn zeer marginaal van omvang (lage, kleine, bomen met ruime plantafstand) en hebben geen doorlopend karakter (geen verbindende functie). Ook zijn in de directe omgeving (wijkniveau) verschillende (betere) alternatieven aanwezig.

Gezien het voorstaande zijn er geen effecten te verwachten op vaste vliegroutes van vleermuizen. Foerageergebied Binnen het plangebied en de directe omgeving is voor de meeste van de genoemde soorten vleermuizen geschikt foerageergebied aanwezig. Aangezien er voldoende alternatieven zijn in de omgeving van het plangebied, hebben de werkzaamheden geen negatief effect op essentieel foerageergebied van de vleermuizen. 3.3.4 Vogels Tijdens het veldbezoek zijn vogels waargenomen, zoals ekster (Pica pica) en kauw (Corvus monedula). En van de ekster is ook een nest waargenomen in een berk binnen het plangebied. Alle vogelsoorten zijn beschermd tijdens het broedseizoen. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen; het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is (actieve broedplaatsen). De meeste soorten broeden in de periode van half maart tot half juli. Echter, buiten deze periode kunnen ook broedende vogels worden aangetroffen. Deze zijn, onverminderd de periode wanneer het broedgeval is, beschermd. Jaarrond beschermde vogels De provincie Zuid-Holland heeft het beleid van RVO, opgesteld onder de voormalige Flora- en faunawet, ten aanzien van jaarrond beschermde soorten overgenomen. Dat betekent dat van een aantal vogelsoorten de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen) het gehele jaar door beschermd zijn.

Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (steenuil (Athene noctua));

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

8

2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (roek (Corvus frugilegus), gierzwaluw (Apus apus) en huismus (Passer domesticus));

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea), ooievaar (Ciconia ciconia), kerkuil (Tyto alba), oehoe (Bubo bubo) en slechtvalk (Falco peregrinus));

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (boomvalk (Falco subbuteo), buizerd (Buteo buteo), havik (Accipiter gentilis), sperwer (Accipiter nisus), wespendief (Pernis apivorus), zwarte wouw (Milvus migrans) en ransuil (Asio otus)).

Tijdens de veldverkenning zijn de gebouwen en bomen onderzocht op de aanwezigheid van deze soorten. Zowel in de gebouwen als in de bomen zijn geen nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Ook in de NDFF-database staan geen waarnemingen die aanleiding geven tot het voorkomen van jaarrond beschermde soorten in het plangebied.

Afgezaagde takken van bomen zijn niet ingerot en helen goed (groeien weer dicht) (links) en eksternest (rood omcirkeld) in berk naast het gebouw (rechts).

Gebouwbewonende soorten Het gebouw is door de aanwezigheid van een goed gesloten plat dak en het ontbreken van toegangen met voldoende ruimte voor vogels onder de dakrand, op de muurplaten en het ontbreken van grotere gaten in de muren ongeschikt voor jaarrond beschermde gebouwbewonende soorten zoals gierzwaluw en huismus. Roofvogels Van de jaarrond beschermde vogelsoorten (LNV, 2009) kunnen verschillende soorten roofvogels, zoals buizerd en sperwer, ook in bomen in of aan de rand van de bebouwde kom of op binnenstedelijke locaties broeden. Vanwege het stedelijke karakter van het plangebied, de afwezigheid van grotere groenstructuren en het ontbreken van nesten (horsten) of oude bomen met (grote) holtes, is het voorkomen van in bomen broedende jaarrond beschermde vogels uit te sluiten.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

9

Niet jaarrond beschermde vogels Naast de bovengenoemde vier categorieën is er nog een vijfde categorie (beschermde) vogels. Deze vogels beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze vogels (en hun broedplaatsen) zijn in principe buiten het broedseizoen niet beschermd. Alleen als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen zijn deze soorten wel jaarrond beschermd. Binnen het plangebied is de aanwezigheid van broedplaatsen van vogels uit de vijfde categorie niet uit te sluiten. Aangezien er in de omgeving voldoende alternatieve broedplaatsen aanwezig zijn voor deze categorie vogels zijn er geen omstandigheden aanwezig om deze vogels jaarrond te beschermen. Negatieve effecten op vogels uit de vijfde categorie worden dan ook niet verwacht indien rekening gehouden wordt met het broedseizoen (actieve broedplaatsen). 3.3.5 Amfibieën, reptielen, vissen, insecten en overige soortengroepen Het plangebied ligt in de bebouwde kom, heeft een stedelijk karakter en is grotendeels verhard en bebouwd. In een dergelijke omgeving komen geen nationaal of internationaal beschermde amfibieën, reptielen, vissen, insecten en overige beschermde soorten voor. De habitateisen van de beschermde soorten binnen de bovengenoemde soortgroepen zijn vaak zeer locatie specifiek en gebonden aan meer natuurlijke biotopen.

Dergelijke biotopen komen niet in het plangebied voor. Ook in de NDFF-database staan, in de ruime omgeving, geen waarnemingen van nationaal of internationaal beschermde soorten uit deze soortgroepen. 3.3.6 Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen Zoals toegelicht in paragraaf 2.2.2 heeft deze quick scan een signaleringsfunctie voor unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen. Uit de NDFF-database blijken de Unielijstsoorten nijlgans (Alopochen aegyptiaca), reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum), rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii) en hemelboom (Ailanthus altissima) voor te komen in de (ruime) omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen Unielijstsoorten en Aziatische duizendknopen in het plangebied zelf waargenomen.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

10

4.

CONCLUSIE Het plangebied te Rijswijk betreft een leegstaand kantoorgebouw aan de Visseringlaan 26. Beoogd is om het bestaande gebouw te slopen en op deze locatie nieuwbouw te plegen.

4.1 Gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op de beschermde gebieden. Het plangebied te Rijswijk ligt niet in of binnen de invloedsfeer van een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming en/of NNN. Gebiedsbescherming is op deze locatie niet aan de orde (met uitzondering van stikstof, zie paragraaf 3.2).

4.2 Soortenbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 moet worden getoetst of ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkelingen kunnen biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. De meeste van de mogelijk in het plangebied voorkomende soorten, zoals egel en en, algemeen voorkomende, (spits)muizen zijn beschermd, maar vallen onder een algemene vrijstelling van de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten geldt dat aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen op basis van deze vrijstelling mogelijk is, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. De zorgplicht (zie bijlage 2) blijft onverminderd van toepassing. Een aantal van de mogelijk voorkomende soorten is strikter beschermd. Dit zijn soorten waarvoor bij aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen een ontheffingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 geldt. Op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezige habitats en de biotoopeisen van individuele diersoorten zijn soorten uit de soortgroep vleermuizen niet uit te sluiten binnen het plangebied.

4.3 Consequenties De verkennende quick scan flora en fauna kan, op basis van het eenmalige veldbezoek, de aanwezigheid van vleermuizen niet op voorhand uitsluiten, een nader onderzoek dient te worden uitgevoerd: •

Vleermuizen, gebouwbewonende soorten; met name gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (bescherming conform artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming), onderzoeksperioden: een volledig onderzoek naar vleermuizen bestaat uit twee onderzoeksperiodes; van half mei tot half juli (kraam- en zomerverblijfplaatsen) en van half augustus tot eind september (paar- en winterverblijfplaatsen). Beide onderzoeken dienen plaats te vinden om een volledig beeld te krijgen van de functie van het gebouw voor vleermuizen. Daarnaast dient op basis van het type bebouwing ook onderzoek gedaan te

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

11

worden naar (massa)winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (1 augustus tot 10 september) en paarverblijfplaatsen van tweekleurige vleermuis (1 oktober tot 1 december). Gedurende het nader onderzoek naar gebouwbewonende soorten wordt gelijktijdig ook onderzoek gedaan naar foerageergedrag en eventuele andere functies van het plangebied en de nabije omgeving; Het gebruik van het plangebied door deze soorten kan door middel van nader onderzoek in beeld worden gebracht, zodat het werkelijke effect van de ingreep op (het leefgebied van) daadwerkelijk aanwezige soorten kan worden vastgesteld. In 2020 zijn in het plangebied reeds enkele verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk is. Bij een dergelijke ontheffing worden vaak mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Verder is er een tweetal algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 altijd van toepassing: •

In het broedseizoen van vogels mogen, zonder controle voorafgaand door een ecoloog, de vegetatie, bosjes en opstallen in het plangebied niet worden verwijderd. De start van werkzaamheden tijdens deze periode zou kunnen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van nesten, rustplaatsen en eieren. Alle vogels zijn beschermd. Storing van vogels is onder artikel 3.1 (Vogelrichtlijn) toegestaan mits deze niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort. Voor vogels die ook staan vermeld onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, inclusief Verdragen van Bern en Bonn) is verstoren niet toegestaan.

•

Op basis van de zorgplicht volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden gehouden met de aanwezige planten en dieren. Zo dienen maatregelen te worden getroffen om bijvoorbeeld verstoring tot een minimum te beperken. Daarnaast moeten dieren de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door: •

Voortijdig maaien van het plangebied zodat dieren wegtrekken;

•

Het beperken van verlichting tijdens de avonduren in voorjaar, zomer en herfst ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren;

•

Het slopen en rooien starten buiten het voortplantingsseizoen en het winter(slaap)seizoen.

4.4 Aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet natuurbescherming zijn er ook een aantal vrijblijvende aanbevelingen te doen ten aanzien van de (toekomstige) inrichting van het plangebied: •

Voor vleermuizen kunnen open stootvoegen aangebracht worden in muren, of vleermuiskasten worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte;

•

Er kunnen neststenen worden aangebracht ten behoeve van huismussen, gierzwaluwen en andere stadsvogels op >2,5 meter hoogte in de muur;

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

12

•

Op het nieuwe dak kan een groendak worden aangebracht (op lagere delen is reeds een daktuin voorzien). Dit dak draagt bij aan de biodiversiteit, waterretentie en het voorkomen van hittestress in de stad. Ook kan een groendak het rendement van zonnepanelen verhogen;

•

Het planten van bomen en struwelen voor vogels en vleermuizen verdient aanbeveling. Het beste zijn, ecologisch gezien, inheemse (autochtone) bes- en bloemdragende struiken en planten;

•

Voor insecten kan een insectenhotel tegen de gevel of in de buitenruimte geplaatst worden. Een insectenhotel is nuttig voor allerlei insecten en heeft tevens een educatieve functie.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

13

BIJLAGE 1 Literatuurlijst Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden, 2016. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill. Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion natuur, Utrecht, 2011. Ministerie van LNV, Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, 2009. Nieuwenhuis, A., Nader onderzoek flora en fauna Kessler Park 1 te Rijswijk. ECOquickscan, ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap, Loo, 2020.

Websites: www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vleermuis.net www.zuid-holland.nl www.rijksoverheid.nl www.ndff.nl (uitvoerportaal) www.verspreidingsatlas.nl

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

BIJLAGE 2 Wet natuurbescherming Wet natuurbescherming – gebiedsbescherming Voor gebiedsbescherming is hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming bepalend. Indien gebiedsbescherming aan de orde is, zijn er verschillende stappen in onderzoek te onderscheiden: een Voortoets en afhankelijk van de conclusie in de Voortoets een Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling. Bij een Voortoets komen de volgende onderdelen aan bod: •

beschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. In het geval van een wijziging van bedrijfsactiviteiten het in beeld brengen van de bestaande situatie en de gewijzigde bedrijfsactiviteiten;

•

welke milieueffecten deze (bedrijfs)activiteiten hebben op de omgeving;

•

welke van de soorten en habitats, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, schade ondervinden;

•

welke (bedrijfsmatige) activiteiten kunnen leiden tot effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.

Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling Indien uit de Voortoets blijkt dat een ruimtelijke ingreep geen negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied dan is het onderzoek gereed. Indien uit de voortoets blijkt dat de ruimtelijke ingreep een negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied, maar zeker niet significant negatief, dan moet een Verstorings- en Verslechteringstoets worden opgesteld. Indien uit de Voortoets blijkt dat de ruimtelijke ingreep een negatief effect heeft en mogelijk ook een significant negatief effect dan moet een Passende Beoordeling worden opgesteld. Een Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling vormt de basis voor de aanvraag voor een vergunning. Wet natuurbescherming – soortenbescherming Voor soortenbescherming is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, verdragen van Bern en Bonn) en nationaal beschermde soorten. Er zijn verbodsbepalingen opgenomen, bepalingen voor algemene vrijstelling en project specifieke ontheffingen en de belangen die aangetoond dienen te worden om een ontheffing te verkrijgen.

Verbodsbepalingen Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen, opzettelijk te storen (tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen en eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Het is verboden in het wild levende dieren (waaronder diverse vogelsoorten) van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk te verstoren, eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Het verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming, onderdeel A, opzettelijk te doden of te vangen, vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming, onderdeel B, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Zorgplicht Naast de bovenstaand beschreven verboden kent de Wet natuurbescherming ook een zorgplicht. In artikel 1.11 is opgenomen dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Deze zorg houdt in elk geval in dat schadelijke handelingen achterwege blijven, dan wel noodzakelijke maatregelen getroffen worden om die schadelijke gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt worden. Procedurele consequenties Voor ruimtelijke ingrepen is het allereerst van belang te toetsen of er sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen. Voor vogelrichtlijn soorten is het bijvoorbeeld van belang te beoordelen of een verstoring van wezenlijke invloed is. Voor de nationaal beschermde soorten zijn er per provincie lijsten opgesteld met soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt. Over het algemeen zijn dit de meer algemeen voorkomende soorten zoals het konijn of de vos. Als een ruimtelijke ingreep rechtstreeks kan leiden tot verstoring of vernietiging van bepaalde beschermde soorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, hoofdstuk 3.

Voor aantastingen van verblijfplaatsen en belangrijke (onderdelen) van leefgebieden van beschermde soorten is ontheffing ex. artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 van de Wet natuurbescherming nodig van Gedeputeerde Staten. Het uitvoeren van een ruimtelijke ingreep, indien er sprake is van een overtreding van één van de bovenstaande beschreven verbodsbepalingen, kan door middel van een goedgekeurde gedragscode of een verkregen ontheffing. Een gedragscode geldt voor zowel de internationaal beschermde soorten als de nationaal beschermde soorten. In een gedragscode worden gedragslijnen aangegeven die men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen. Ontheffing is, als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode, voor deze soorten alleen nog nodig als werkzaamheden afwijkend van de gedragscode worden uitgevoerd. Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

Voor een ontheffing zijn procedurele consequenties afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden beïnvloed. Er zijn drie soorten verbodsbepalingen en gekoppeld aan deze bepalingen zijn er ook drie beschermingsregimes: •

soorten van de Vogelrichtlijn;

•

soorten van de Habitatrichtlijn, verdrag van Bern en/of Bonn;

•

nationaal beschermde soorten.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet als eerste een belang worden aangetoond op grond waarvan een ontheffing kan worden verkregen voor het overtreden van de verbodsbepalingen. Voor Vogelrichtlijn soorten moet een belang worden aangetoond zoals opgenomen in de Vogelrichtlijn. Voor ruimtelijke ingrepen zijn dat: •

volksgezondheid of de openbare veiligheid;

•

veiligheid van het luchtverkeer;

•

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

•

ter bescherming van flora of fauna.

Voor habitatrichtlijnsoorten en soorten van Bern en Bonn zijn dat: •

bescherming van de wilde flora of fauna, of instandhouding van de natuurlijke habitats;

•

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

•

volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

Voor nationaal beschermde soorten is dat: •

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied.

Quick scan flora en fauna Visseringlaan 26, Rijswijk

Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

OPDRACHTGEVER Green Living CV Dhr. W. Hagenaar Voorsterbeeklaan 93 3521 DJ Utrecht

ADVIESBUREAU Kwinfra B.V. Smaragdweg 3 1812 RJ Alkmaar 072 505 7500 www.kwinfra.nl info@kwinfra.nl ecologie@kwinfra.nl

PROJECTGEGEVENS Datum

3 november 2023

Kenmerk

E23013-RAP-02

Versie

1.2

Status

Definitief

Opgesteld door:

Gecontroleerd door:

Dhr. E.L.M. Luiten MSc

Dhr. M.R. Verweij BSc

̴ Samenvatting ̴ ALGEMEEN Onderzoeklocatie

Visseringlaan 26 te Rijswijk

Gebruik locatie

Leegstaand kantoorpand

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens om het leegstaande pand te slopen en nieuwbouw te realiseren. Onderzoeken of er ter hoogte van het plangebied vaste rust- en/of

• Doel

verblijfplaatsen zijn van gebouwbewonende vleermuizen. Effecten van de werkzaamheden op gebouwbewonende vleermuizen

•

beoordelen.

ONDERZOEK Soort onderzoek Onderzoeksopzet

Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen. Gericht op gebouwbewonende soorten. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021, waarbij is gelet op alle mogelijke functies voor vleermuizen binnen het plangebied.

RESULTATEN, CONCLUSIE EN ADVIES Er zijn 13 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis geconstateerd in de bebouwing op het plangebied: Bevindingen

•

9 zomerverblijfplaatsen

•

3 kraamverblijfplaatsen (één kraamkolonie)

•

1 winterverblijfplaats

Met de sloop gaan verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren. Daarnaast zullen er vleermuizen verstoord worden. Dit is een overtreding van de Conclusies en advies

Wet natuurbescherming artikel 3.5 lid 2 en lid 4. Er is een ontheffing op de Wnb vereist om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Voor de verlening van een ontheffing dient er o.a. sprake te zijn van een wettelijk belang. Daarnaast dient er gemitigeerd te worden.

Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

2

̴ Inhoudsopgave ̴ 1.

INLEIDING ........................................................................................... 5

1.1 1.2

Plangebied en huidige situatie ............................................................................................. 6 Voorgenomen ingreep en toekomstig gebruik....................................................................... 8

2.

METHODE ............................................................................................. 9

2.1 2.2 2.3

Vleermuisprotocol ............................................................................................................... 9 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 9 Veldwerk ........................................................................................................................... 9

2.3.1 2.3.2 2.3.3

Uitvoerende ecologen .................................................................................................. 9 Zones plangebied .......................................................................................................10 Protocollaire eisen ......................................................................................................11

3.

RESULTATEN ...................................................................................... 13

3.1 3.2

De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) ...........................................................13 Verslag per veldbezoek ......................................................................................................13

3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9 3.2.10 3.2.11 3.2.12 3.3 3.3.1 3.3.1 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.6.1 3.6.2

Veldbezoek van 10 mei 2023 - avond ..........................................................................13 Veldbezoek van 1 juni 2023 - ochtend .........................................................................13 Veldbezoek van 5 juni 2023 - avond ............................................................................14 Veldbezoek van 30 juni 2023 - ochtend .......................................................................14 Veldbezoek van 4 juli 2023 - avond .............................................................................14 Veldbezoek van 18 juli 2023 - avond ...........................................................................14 Veldbezoek van 16 augustus 2023 - avond ..................................................................14 Veldbezoek van 17 augustus 2023 - Middernacht .........................................................15 Veldbezoek van 17 augustus 2023 - ochtend ...............................................................15 Veldbezoek van 11 september 2023 - avond ................................................................15 Veldbezoek van 12 september 2023 - avond ................................................................15 Veldbezoek van 13 september 2023 - Middernacht .......................................................15

Functies van onderzoeklocatie ............................................................................................16 Verblijfplaatsen en leefgebied .....................................................................................16 Foerageergebied en vliegroutes ..................................................................................17 Andere vleermuissoorten ...................................................................................................18 Effectbeschrijving ..............................................................................................................19 Vaste rust- en verblijfplaatsen.....................................................................................19 Essentiele foerageergebieden of vliegroutes ................................................................19 Mitigatie ...........................................................................................................................19 Tijdelijke mitigatie ......................................................................................................19 Permanente mitigatie .................................................................................................20

Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

3

4.

CONCLUSIE EN ADVIES ...................................................................... 21

4.1

Advies ..............................................................................................................................21

5. 6. 7. 8. 9.

REFERENTIES ..................................................................................... 22 BIJLAGE 1: WET NATUURBESCHERMING .......................................... 23 BIJLAGE 2: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................... 24 BIJLAGE 3: FOTO’S VERBLIJFPLAATSEN ........................................... 26 BIJLAGE 4: KAART MET RESULTATEN ................................................ 27

Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

4

1. INLEIDING In opdracht van Green Living C.V. heeft Kwinfra BV een nader soortgericht vleermuisonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen sloop van het leegstaande kantoorpand aan de Visseringlaan 26 te Rijswijk (fig. 1). De initiatiefnemer is voornemens om na de sloop appartement complexen te bouwen en zo te voorzien in woongelegenheid. Met goedkeuring van de gemeente Rijswijk (zie Ontwikkelkader Kessler Park en omgeving) zullen uiteindelijk meerdere panden gesloopt worden en zal er een ‘bruisend stedelijk woon-werkgebied’ worden gecreëerd ter hoogte van het Kessler Park. In het kader van de werkzaamheden is het noodzakelijk de ingrepen te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (2017), om zo eventuele effecten te onderzoeken die optreden ten aanzien van gebouwbewonende vleermuissoorten. In opdracht van Green Living CV heeft ECOquickscan een QuickScan uitgevoerd op 1 februari 2023 (Burgt, 2023). Uit dit onderzoek bleek dat het niet mogelijk was om de aanwezigheid van vleermuisverblijven op het plangebied uit te sluiten. De resultaten van de QuickScan zijn beschreven in: ECOquickscan, kenmerk: 22104, d.d. 1 februari 2023 (aangepast 4 september 2023). Op basis van deze bevindingen is er een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd gericht op zomer-, kraam-, paar-, en winterverblijfplaatsen

van

de

gewone

dwergvleermuis,

ruige

dwergvleermuis

en

laatvlieger;

en

massawinterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Dit rapport behandelt de resultaten van het vleermuizenonderzoek en bespreekt of verdere stappen in het kader van soortbescherming volgens de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig zijn. Voor de Wnb is de provincie het bevoegd gezag wat betreft de handhaving en het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij onder meer ruimtelijke ingrepen. Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn strikt beschermd volgens bijlage IV en enkele soorten ook volgens bijlage II van de Europese Habitatrichtlijn. Het is strikt verboden om vleermuizen te verstoren, vangen of te doden en hun vaste rust- en verblijfplaatsen te verstoren en te vernietigen. Daarnaast geldt de Algemene Zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende planten en dieren, gewaarborgd in de Nederlandse Wnb.

Figuur 1. Ligging van het plangebied met overzichtskaart. Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

5

1.1 Plangebied en huidige situatie Het te slopen kantoorpand aan de Visseringlaan 26 te Rijswijk maakt deel uit van een bedrijventerrein dat wordt omringd door de Kessler Park, Volmerlaan, Visseringlaan en Lange Kleiweg. Op dit terrein bevinden zich meerdere grote panden die al geruime tijd leegstaan. Het kantoorpand is gebouwd rond 1980 en bevindt zich op het perceel met nummer: RWK01-G-2412. Het is opgebouwd uit vijf verdiepingen met bakstenen buitenmuren aan alle kopse kanten. Ook de installaties op dak (zie A en B in fig. 2) bestaan uit bakstenen muren. Deze muren bieden allen toegang tot de spouwmuur in de vorm van open stootvoegen. Ter hoogte van het plangebied kruist de Visseringlaan met de Lange Kleiweg. Aan weerszijde en in de middenberm van de Visseringlaan groeit een bomenrij met overwegend esdoorns en berken. Aan de andere zijde (ten noordwesten) bevinden zich de overige bedrijfspanden, parkeerplaatsen en overige verharding. Het kantoorpand staat al ruim 12 jaar leeg, is dus onverwarmd en wordt ook niet meer onderhouden.

B A

Figuur 2. Impressie van het plangebied van bovenaf.

Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

Bron: Google Earth, 2023

6

Figuur 3. Impressie van het plangebied aan de noordzijde. Kopse kanten en tussenstukken met open stootvoegen.

Figuur 4. Kantoorpand noordzijde kopse kant. Grasveld aan de Lange Kleiweg.

Figuur 5. Kantoorpand zuidzijde. Bomen en struiken aan de voorzijde van het pand.

Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

7

1.2 Voorgenomen ingreep en toekomstig gebruik Green Living CV heeft het voornemen om het kantoorpand ter plaatse te slopen met het oog op realisatie van nieuwbouwwoningen en ruimte voor werkgelegenheid. Dit voornemen maakt deel uit van grotere (her)ontwikkelingsplannen op het bedrijventerrein Kessler Park en omgeving die samen met de Gemeente Rijswijk zijn gemaakt onder de naam ‘At the Park’. De gemeente is voornemens om het gebied o.a. duurzamer, groener en klimaatbestendig te maken en hierbij kansen voor flora en fauna te benutten door middel van natuurinclusief bouwen. Er zullen 513 appartementen gebouwd worden in twee bouwvolumes (hoekblok en parkblok) en met een ondergrondse parkeergarage. De sloopwerkzaamheden staan gepland om te starten in het tweede kwartaal van 2024.

Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

8

2. METHODE 2.1 Vleermuisprotocol Dit vleermuisonderzoek is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol zoals opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus in samenwerking met de Zoogdiervereniging en de Gegevensautoriteit Natuur (2021). Dit protocol wordt landelijk gebruikt om de kwaliteit van het vleermuisonderzoek te waarborgen en de juridisch redelijke onderzoeksinspanning te bepalen. Tijdens alle bezoeken zijn de waarnemingen gedaan doormiddel van een batdetector (Pettersson D240X) met opnamemogelijkheden. Er is onderzocht of het plangebied (bebouwing en/of bomen) functioneel is als zomer-, kraam-, paar- en/of (massa)winterverblijfplaats. Tijdens het onderzoek is gelet op gedrag dat wijst op de aanwezigheid van verblijfplaatsen, zoals in- en uitvliegen, tikken tegen de muur, zwermen, aanwezigheid van jonge dieren en baltsgedrag. Naast het identificeren van verblijfplaatsen, lag de focus ook op andere functies in de directe omgeving van het gebouw, zoals foerageergebieden en vliegroutes. In de nazomer zijn twee onderzoek rondes vanaf middernacht uitgevoerd met het oog op mogelijk zwermgedrag nabij een massawinterverblijfplaats op het plangebied en paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis. Om zwermplaatsen te detecteren is naast een batdetector ook gebruik gemaakt van een verrekijker en zaklamp.

2.2 Bureauonderzoek Alvorens de start van het veldwerk is de quickscan rapportage bestudeerd en zijn verspreidingsgegevens van vleermuissoorten bekeken. Zo is gebleken dat er al twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn geconstateerd in 2020 (zie bron 10 en 11 waarneming.nl). Het gaat om een kraamkolonie van 30 individuen (waargenomen met batdetector op 9-6-2020) op de noordhoek van het knikpunt aan de noordwestzijde. Daarnaast is er op dezelfde dag een zomerverblijf geconstateerd van 1 individu op de kopse kant aan de noordzijde. In de omgeving zijn ook een aantal waarnemingen bekend. In de zomer van 2016 is er veel foerageer- en sociaalgedrag waargenomen aan de Tamboerijnlaan (een paar honderd meter ten zuidwesten). Tevens zijn er meerdere kleine en grote kolonies (grootste zijn 115 en 167 individuen) van deze soort in dezelfde richting (zie o.a. bron 13 en 14) gevonden. In 2017 (bron 12 waarneming.nl) is er een kraamkolonie van 74 individuen geconstateerd aan de Frijdastraat ten noorden van het plangebied. Deze aanwezigheid van verschillende typen verblijfplaatsen en grote aantallen gewone dwergvleermuizen binnen 1 kilometer van het plangebied laat zien dat er sprake is van een vrij grote populatie en netwerk van verblijfplaatsen.

2.3 Veldwerk 2.3.1

Uitvoerende ecologen

De onderzoekrondes zijn telkens uitgevoerd door twee of drie vleermuisdeskundigen en RVO-erkende ecologen. De betrokken ecologen (RVO-erkend) zijn Ewoud Luiten, Mathijs Verweij, Fabian Timpen en Amy Mairo. Voorafgaand aan de eerste onderzoekronde is er op de planlocatie gekeken naar de mogelijke in- en uitvliegopeningen van het gebouw en deze zijn in kaart gebracht, zoals aanwezige open stootvoegen, ruimte onder de daktrim, zonneschermen en hemelwaterafvoeren. Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

9

2.3.2

Zones plangebied

Omdat is gebleken dat het gebouw meerdere zijdes met potentiële verblijfplaats openingen heeft (met name open stootvoegen) is het onderzoeksgebied opgedeeld in 4 deelgebieden: A, B, C en D (zie fig. 6). Per onderzoekronde is de onderzoeklocatie twee keer bezocht door twee of drie vleermuisecologen. Dit maakte het mogelijk om per volledige ronde, elke deellocatie te laten onderzoeken door minimaal één waarnemer, waarbij de 75% zichtdekking op zijdes met open stootvoegen en een grote potentie voor verblijfplaatsen, kon worden gegarandeerd. De potentie van deelgebied D voor verblijfplaatsen en vleermuis activiteit was relatief groter dan andere deelgebieden. Dit had te maken met het aanwezige groen (bomen, struiken, kruiden) dat naast foerageergelegenheid ook afscherming bood tegen straatverlichting. Door het groen en de duisternis werd de plek meer bezocht door vleermuizen, maar nam de zichtbaarheid enigszins af. Dit heeft geleid tot het besluit om deelgebied D meerdere keren te laten onderzoeken door twee waarnemers. Er is door de intensieve onderzoeksinspanning ruimschoots voldaan aan de vereiste inspanning om een realistisch beeld van de vleermuispopulatie ter plaatste vast te leggen. Per veldbezoek zijn twee deelgebieden (zie fig. 6) onderzocht en er zijn minimaal twee veldbezoeken verricht per onderzoeksperiode.

In alle vijf onderzoeksperiodes is het volledige plangebied dus onderzocht.

Figuur 6. Het onderzoeksgebied is ingedeeld in deelgebieden. Deze zijn aangegeven met verschillende kleuren en letters.

Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

10

2.3.3

Protocollaire eisen

Het Vleermuisprotocol versie 2021 is gevolgd. De weersomstandigheden tijdens alle veldbezoeken waren gunstig. De onderzoekrondes zijn in de juiste periodes uitgevoerd en van voldoende duur om alle functies van de bebouwing vast te kunnen stellen voor gebouwbewonende vleermuizen en er is rekening gehouden met de minimale tussenperiodes. Voor de specifieke data, duur en bijbehorende weersomstandigheden van de veldbezoeken, zie Tabel 1. Er zijn op 10 mei 2023 en op 18 juli in de avond vleermuisrondes uitgevoerd. Deze rondes vallen officieel buiten de optimale periode voor onderzoek naar kraamverblijven (15 mei t/m 15 juli), maar binnen de grenzen van de suboptimale periode (PP: 10 mei t/m 20 juli; PN, NS: 10 mei t/m 1 augustus*). Veel vleermuizen starten al eerder aan hun kraamperiode en houden zich niet strikt aan de grens van 15 mei en 15 juli. Tijdens beide rondes (10 mei en 18 juli) is er met zekerheid een kraamkolonie geconstateerd waardoor deze rondes onzes inziens beide zeer belangrijk zijn geweest voor het in kaart brengen van de kraamfunctie van het pand. Er is om deze redenen tijdens het onderzoek besloten om de ronde van 10 mei mee te laten tellen als kraamverblijfronde. Er zijn tijdens het gehele onderzoek geen laatvliegers, ruige dwergvleermuizen of andere soorten waargenomen.

Laatvliegers verhuizen weinig en blijven honkvast gebruik maken van dezelfde verblijfplaats. Ook zijn hun verblijfplaatsen vaak dicht rondom geschikt foerageergebied. Gezien het feit dat er op geen enkel moment een laatvlieger is waargenomen tijdens het onderzoek is het uitgesloten dat er in het onderzoek een verblijfplaats van deze soort (zoals een kraamverblijf) over het hoofd is gezien. Ook ontbreekt het aan geschikt open foerageergebied voor deze soort in de directe omgeving. Ze foerageren boven open tot halfopen gebieden en dan vaak langs de randen onder bomen. De tweede massawinterverblijfplaatsronde is uitgevoerd op 13 september. Dit is drie dagen later dan de uiterste datum, echter zijn de resultaten van deze ronde toch representatief en is er voldoende inspanning geleverd om de functie van het plangebied als massawinterverblijf te beoordelen. De weersomstandigheden zijn in de dagen tussen 10 september en 13 september niet significant veranderd. Volgens Hommersen en co-auteurs (2017) is de periode a augustus weliswaar de periode met de meeste activiteit maar kan er ook tot 30 september worden gezocht naar massazwermen. Wanneer vleermuizen eenmaal in de nazomer een massawinterverblijfplaats hebben gevonden zullen zij niet meer verhuizen naar een ander verblijf. Het gaat dan vaak om honderden tot duizenden dieren (Jansen et al., 2022).

Tevens is het zo dat het nazomer zwermgedrag al vanaf begin juli tot begin oktober waargenomen kan worden en al vanaf een uur na zonsondergang. Op basis van deze punten wordt geconcludeerd dat indien er inderdaad een massawinterverblijfplaats zou zijn, dat deze ook op 13 september waarneembaar moet zijn geweest. Zelfs tijdens de rondes op 11 en 12 september is er geen zwermgedrag of kolonies waargenomen die zouden duiden op middernacht zwermen en een massawinterverblijf.

*PP = Pipistrellus pipistrellus, ES = Eptesicus serotinus, PN = Pipistrellus nathusii Rapport: E23013-RAP-02 Nader Soortgericht Onderzoek Vleermuizen Visseringlaan 26 te Rijswijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=c6c06496-c88d-4623-b199-d1ced793ca3b