CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Pasgeld-Oost

Forum Stad 4 juni 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan ''Pasgeld-Oost'' (RV 24 028)37.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Dit onderzoek zal, op basis van een daarvoor opgesteld Programma van Eisen (PvE), nog worden uitgevoerd. Ook wanneer het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het bevoegd gezag (de gemeente Rijswijk). Cultuurhistorie Voor wat betreft het aspect cultuurhistorie, zijn op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Zuid-Holland in de omgeving van het plangebied de Vliet en de Kerstanjewetering aangeduid als landschappelijke waarden. De Vliet, ten oosten van het plangebied, is aangeduid als landschappelijke lijn met redelijk hoge waarde. Deze landschappelijke lijn vallen niet binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Met de voorgenomen ontwikkelingen worden de cultuurhistorische waarden van deze landschappelijke structuur niet aangetast. Er vinden geen ontwikkelingen plaats in de nabijheid van de Vliet.

4.10.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Wat betreft archeologie wordt op basis van het bureau- en inventariserend veldonderzoek en een PvE nog een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.

4.11 Duurzaamheid 4.11.1 Kader Nationaal klimaatbeleid De afgelopen jaren heeft de nationale overheid haar duurzaamheidsdoelen en de benodigde acties in verschillende documenten en afspraken vastgelegd. In 2013 zijn er afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over onder andere besparing en meer duurzame opwekking in het Energieakkoord. In 2015 is er tijdens een VN-klimaattop in Parijs een nieuw internationaal klimaatakkoord opgesteld. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en minimaal 1,5 graden. In 2016 heeft de overheid vervolgens in de Energie-agenda vastgelegd hoe een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd kan worden. In 2018 zijn deze afspraken verder uitgebreid met een nationale Klimaatwet. Deze stelt dat in 2030 een CO2-reductie van 49% ten opzichte Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

57 van 1990 gerealiseerd moet zijn. In 2050 moet dit minimaal 95% zijn. In een nationaal klimaatakkoord worden afspraken gemaakt hoe deze doelen gehaald gaan worden. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Als onderdeel van het nationale klimaatakkoord is ook afgesproken om op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie. Daarbij gaat het specifiek over lokale duurzame opwekking, besparing en de warmtetransitie. Dit resulteert in dertig regionale energiestrategieën (de RES). De regio's krijgen ondersteuning van het Nationaal Programma RES. Via de RES kan de besluitvorming omtrent de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie-infrastructuur worden voorbereid in goed overleg met alle maatschappelijke partners en betrokkenen binnen de regio. Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers.

Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaatwaarde tot en met 40 m³ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien. Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie. De EPC-eisen zijn vanaf 2021 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG).

In het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen wordt een strategie geschetst om te komen tot bijna-energieneutrale gebouwen, zowel bij nieuwbouw als transformatie van bestaande gebouwen. Het grote verschil tussen EPC en BENG is dat bij deze nieuwe eis energiebesparing belangrijker is dan energieopwekking. Waar bij de EPC-eis het nog mogelijk was om energieverliezen met bijvoorbeeld zonnepanelen te compenseren, kan dit met de nieuwe BENG eisen niet meer. Vergunningaanvragen die na 1 januari 2021 worden ingediend moeten voldoen aan deze BENG-norm. Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland In oktober 2018 heeft een groot aantal partijen in Zuid-Holland het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend, waaronder provincie, gemeenten, waterschappen, bouwbedrijven, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Met het convenant is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. De urgentie hiervan is ingegeven door het Deltaprogramma in combinatie met de grote bouwopgave in Zuid-Holland.

Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat daarnaast voor een grote woningbouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. De procesafspraken uit het convenant zijn vervolgens vertaald in een ‘Minimaal Programma van Eisen’, dat op 13 september 2019 aan de Deltacommissaris is overhandigd. Dit programma dient als voorlopige Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

58 maatregel, totdat een instrumentarium ontwikkeld is waarmee de klimaatbestendigheid van nieuwbouwprojecten kan worden beoordeeld. Het programma biedt praktische en concrete eisen die partijen in Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn nieuwbouwplannen klimaatbestendig te ontwikkelen. Het is bedoeld om vooraf ruimtelijke plannen en ontwerpen aan te toetsen. De eisen zijn ingedeeld in zes thema’s: • Wateroverlast; • Droogte; • Hitte; • Bodemdaling; • Biodiversiteit; • Overstromingen. Hierbij is eveneens een Leidraad klimaatadaptief bouwen opgesteld. Dit dient als hulpmiddel ter ondersteuning bij het concretiseren van de klimaatambities en het beoordelen van de gebiedsontwikkeling op de zes klimaatthema’s. In de leidraad worden de thema’s inhoudelijk uitgewerkt. De thema’s zijn verbonden door de vaste stappen in het proces. De leidraad bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft per thema welke stappen genomen moeten worden om de ambities vast te leggen in eisen en te beoordelen. Het tweede geeft meer context aan en toelichting op het geheel.

4.11.2 Onderzoek Duurzaamheid in RijswijkBuiten en Pasgeld Bij de ontwikkeling van RijswijkBuiten is ‘duurzaamheid’ een leidend principe. Duurzaamheid vormt het onderscheidende karakter van RijswijkBuiten ten opzichte van andere nieuwbouwwijken in de regio. Vanaf de start van de ontwikkeling zijn er hoge ambities voor energiebesparing en duurzame energieopwekking vastgelegd in het Masterplan Rijswijk-Zuid, met als een van de doelen het realiseren van een CO2-arme wijk. Dit heeft ertoe geleid dat RijswijkBuiten als aardgasvrije wijk is en wordt gerealiseerd. Ook voor de ontwikkeling van het laatste deelgebied Pasgeld staan deze ambities onverminderd overeind, en liggen er kansen om de ambities op het gebied van energie en duurzaamheid naar een nog hoger niveau te tillen. Als uitgangspunt geldt dat de nieuwbouwwoningen in RijswijkBuiten energieneutraal worden gerealiseerd. De nieuwe woningen binnen het ontwikkelgebied Pasgeld-Oost zullen in ieder geval voldoen aan de wettelijke normen en geldende BENG-eisen. Energie Pasgeld-Oost wordt gerealiseerd als een duurzame buurt. De woningen worden gasloos opgeleverd. Door de toepassing van warmtepompen en PV-panelen wordt slim omgegaan met duurzaam opgewekte energie. In de architectonische uitwerking worden de ambities met betrekking tot duurzaamheid op woningniveau verder onderzocht.

De milieu- en energetische eisen van (B)ENG zullen daarbij de leidraad vormen. Verder wordt ingezet op deelmobiliteit, door parkeerplaatsen (0,05 per woning) voor te behouden voor elektrische deelauto’s. Dit is niet alleen gunstig voor het verlagen van de CO2-uitstoot, maar ook positief voor de leefkwaliteit van Pasgeld. Ook worden hiervoor de bijbehorende laadpalen voorzien. Verder zal het gebied autoluw zijn aan de randen en zoveel mogelijk autovrij in de kernen, waarbij alleen bestemmingsverkeer de wijk in gaat. Sociale duurzaamheid Ook wordt aandacht besteedt aan sociale duurzaamheid. Met de opzet van de wijk wordt een veilige en overzichtelijke omgeving gecreëerd. Doordat de wijk slechts toegankelijk is voor bestemmingsverkeer en de voetganger en fietser centraal staan, nodigt de openbare ruimte uit tot buiten zijn en elkaar Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

59 ontmoeten. Op meerdere plekken in en rond het woongebied komen ontmoetingsplekken en speelplaatsen. Klimaatadaptatie Daarnaast is als een van de vertrekpunten (kaders) voor het opstellen van het Schetsboek Pasgeld gesteld dat in lijn met het Convenant Klimaatadaptief Bouwen een duurzame invulling van de ontwikkeling centraal staat. Zo dient het convenant als uitgangspunt bij concrete ontwikkelingen. Aan een klimaatadaptieve inrichting van het gebied wordt onder meer invulling gegeven door het realiseren van het groenblauwe raamwerk. Zoals uitgebreider besproken in paragraaf 4.9.2, is daarmee een stevig netwerk van onderling verbonden groengebieden voorzien. Door het realiseren van een robuuste ecologische samenhang en een natuurinclusief Pasgeld worden de natuurwaarden in het gebied versterkt. Dit heeft onder meer een positief effect op de biodiversiteit. Ook dragen (onderling verbonden) groengebieden bij aan verkoeling en het tegengaan van hittestress. Het groenblauwe raamwerk vormt ook de basis voor de waterstructuur in het gebied. Zo wordt er in Pasgeld één samenhangend en klimaatrobuust watersysteem gerealiseerd, dat voorbereid is op stevige piekbuien. Deze zullen in de toekomst vaker voorkomen. Ook helpt een robuust watersysteem om beter te reageren op langere periodes van droogte en om dan de waterkwaliteit goed te houden.

Vanuit verschillende delen in Pasgeld wordt overtollig regenwater via (hoofd)watergangen naar de hoofdafvoer getransporteerd. Het watersysteem zorgt dat regenwater niet in het riool terechtkomt, maar wordt afgevoerd naar open water. Regenwater dat op de daken van de woningen terecht komt wordt zichtbaar via wadi’s afgevoerd naar het omliggende open water. Uitgangspunt is om het water zo lang mogelijk in Pasgeld vast te houden, om de druk op de boezem te beperken. Dit vasthouden en vertraagd afvoeren van het water gebeurt door middel van een soort ‘cascade-systeem’; de vormgeving daarvan wordt per deelgebied verder uitgewerkt. Afbeelding 4.7 toont een schematische weergave van klimaatadaptieve maatregelen in het plangebied. Op het watersysteem in Pasgeld en het plangebied gaat paragraaf 4.8.2 uitgebreider in.

Afbeelding 4.7: Klimaatrobuuste maatregelen in Pasgeld-Oost (bron: Flux, 27 juni 2023).

In het omgevingskwaliteitsplan voor Pasgeld-Oost zijn daarnaast verschillende klimaatadaptieve maatregelen opgenomen die in de ontwikkeling meegenomen kunnen worden. Zo kan met het oog op vaker voorkomend extreem weer, door het vloerpeil van de woningen 10 cm extra te geven ten opzichte van de as van de weg extra waterbuffercapaciteit ontstaan in de openbare ruimte. Door toepassing van groene collectieve ruimtes en halfverharding in de openbare ruimte (bijvoorbeeld parkeerplaatsen), kan een regenwaterbuffer worden gecreëerd en regenval op natuurlijke wijze in de bodem infiltreren. Dit voorkomt overlast op het riool als gevolg van piekbuien. Regenwater dat niet door Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

60 halfverharding infiltreert kan op natuurlijke wijze bovengronds worden afgevoerd op het oppervlaktewater door het ontwerp van het straatprofiel en gebruik van natuurlijke voorzieningen zoals wadi’s. Dit biedt ook kansen voor biodiversiteit door het maken van natuurlijke oevers en moerasachtige plekken. Overlast van hittestress en regenwater als gevolg van piekbuien wordt zoveel mogelijk voorkomen door de toepassing van groen, wat een verkoelende werking heeft en regenwater op een natuurlijke wijze kan bergen en laten infiltreren. Grote wateroppervlakken worden voorzien van struweel en verlandingsvegetaties als riet- en biezen en natte ruigte. Bomen en planten temperen de warmte en bieden schaduw. Met de toepassing van diverse soorten groen wordt aansluiting gezocht op de landschappelijke en ecologische structuren uit de omgeving, zoals het Wilhelminapark en het Elsenburgerbos. Dit biedt tevens kansen om de biodiversiteit in de omgeving te versterken en vogels en insecten voldoende nestmogelijkheden te bieden.

4.11.3 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de wettelijke normen en vereisten, en aangesloten bij de gestelde duurzaamheidskaders. Zo worden de nieuwe woningen in ieder geval gasloos en als BENG gerealiseerd. In aanvulling daarop worden in de stedenbouwkundige uitwerking verschillende duurzaamheids- en klimaatadaptieve maatregelen meegenomen.

4.12 Mobiliteit 4.12.1 Kader Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 In december 2021 heeft de gemeenteraad van Rijswijk het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 vastgesteld. Het mobiliteitsprogramma is een samenhangend pakket van maatregelen waarmee de gemeente de bereikbaarheid van de stad wil veiligstellen en de leefbaarheid en veiligheid van Rijswijk verbeteren. Het mobiliteitsprogramma wordt uitgewerkt in een mobiliteitsstrategie. Het mobiliteitsprogramma is opgesteld op basis van onderzoek en nieuwe inzichten, in samenspraak met Rijswijkers en partners in de stad en de regio. Aan hen is gevraagd hoe zij aankijken tegen mobiliteit en wat zij belangrijk vinden in de stad, hun woon- en leefomgeving. Daarbij is geïnventariseerd wat de belangrijkste knelpunten binnen de gemeente zijn, en waar belangrijke verbeterpunten liggen. Op basis daarvan heeft de gemeente voor de uitwerking van het mobiliteitsprogramma een aantal uitgangspunten geformuleerd, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van kansen. Meer aandacht voor de leefomgeving en de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties staat daarbij centraal. De gemeente wil daarnaast Rijswijkse gebiedsontwikkelingen benutten, bijvoorbeeld door te zorgen voor goede openbaar vervoerverbindingen en de aanleg van looproutes en fietspaden en door deelmobiliteit te faciliteren.

Ook de opkomst van nieuwe vervoermiddelen zoals e-bikes, elektrische auto’s en deelauto’s, deelfietsen en deelscooters biedt nieuwe mogelijkheden om efficiënt te reizen. Ten behoeve van de verkeersveiligheid wil de gemeente op meer wegen de toegestane maximumsnelheid verlagen naar 30 km/uur. Daarnaast gaat de gemeente meer gebruik maken van beschikbare data over waar, wanneer, hoe en waarom we ons verplaatsen. De voetganger, fiets, auto en het openbaar vervoer hebben elk hun eigen netwerk. Op veel plaatsen vallen deze samen. Soms komen weggebruikers met elkaar in conflict. Dit gebeurt als weggebruikers elkaar kruisen, maar ook bij het toedelen van de beperkte ruimte aan de verschillende weggebruikers. Om hierin keuzes te maken zijn per vervoerssoort drie niveaus in netwerken onderscheiden (hoofdnet, Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

61 stedelijk net, basisnet). Netwerken van een hoger niveau gaan voor op netwerken van een lagere categorie. Als netwerken van dezelfde categorie elkaar kruisen, wordt er geprioriteerd volgens het STOMP-principe. (STOMP: S=stappen, lopen, T=trappen, fietsen, O=openbaar vervoer, M= Mobility as a service, deelmobiliteit en P=privéauto). Daarbij gaat voetganger voor fiets, fiets voor openbaar vervoer en openbaar vervoer voor auto. Het STOMP-principe geldt op alle schaalniveaus in de gemeente. Parkeerbeleid en parkeernormen Parkeerbeleid vormt een wezenlijk onderdeel van het verkeers- en vervoersbeleid. Rijswijk heeft te weinig ruimte om iedere woning een parkeerplaats op de openbare straat te bieden. De gemeente stelt de vanzelfsprekendheid van het parkeren op straat of voor de deur ter discussie. Het gemeentelijke beleid richt zich bij nieuwbouwprojecten op parkeren op eigen terrein en voldoende gebouwde onderof bovengrondse parkeergelegenheid, zo nodig op centrale plaatsen in de wijk, uitgaande van een zo laag mogelijke maar realistische parkeernorm. Het motto is het beheersbaar houden van de groeiende parkeerdruk. Het parkeerbeleid, de parkeernormen- en kengetallen alsmede het beleid tot toepassing hiervan, worden door de gemeenteraad vastgesteld en periodiek herzien.

Nota Parkeernormen Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad van Rijswijk de gemeentelijke Nota Parkeernormen vastgesteld. De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen garanderen en duidelijkheid te bieden over de implementatie van de parkeernormen. De nota is het beleidskader voor de komende jaren. Door herziening van de bijlagen bij de nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie. Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed. Aan de normen wordt actief getoetst bij (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een vergunning is vereist.

Parapluherziening parkeernormering Rijswijk De parapluherziening parkeernormering Rijswijk is opgesteld naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK. Met deze wetswijziging was het niet langer mogelijk om stedenbouwkundige voorschriften (waaronder de parkeernormen) op te nemen in de Bouwverordening. Om te voorkomen dat er in Rijswijk bestemmingsplannen en andere plannen ontstaan waarin geen bepalingen zijn opgenomen over het aantal parkeerplaatsen is deze parapluherziening opgesteld. De parapluherziening voegt enkele regels met betrekking tot parkeren toe aan onderliggende ruimtelijke plannen. Hierin wordt de Nota Parkeernormen 2011, of de rechtsopvolger(s) daarvan, als leidend gesteld voor het aantal parkeerplaatsen bij een ruimtelijk plan.

4.12.2 Onderzoek Verkeersstructuur Pasgeld In het Schetsboek Pasgeld en de beoogde hoofdplanstructuur is ook de ontsluitingsstructuur voor het gebied opgenomen. De hoofdontsluitingsstructuur van Pasgeld is ontworpen in samenhang met het groen-blauwe raamwerk. Daardoor bepalen groen en water altijd het aangezicht en de uitstraling van het gebied. Naast de ontsluitingsstructuur voor auto’s, is hierin ook een fijnmazig netwerk van fiets- en wandelroutes verweven en aandacht besteed aan de openbaar vervoerverbindingen (met name door voor te sorteren op een mogelijk toekomstig station). Ook is een visie met betrekking tot duurzame Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

62 mobiliteit voor het gebied opgesteld. Het doel is om het gebruik van de auto in Pasgeld zo beperkt mogelijk te houden, en de focus te leggen op wandelen, fietsen en openbaar vervoer. Hierop wordt later in deze paragraaf verder ingegaan. De externe ontsluitingsstructuur voor het plangebied gaat via de Laan van ‘t Haantje en de Lange Kleiweg. De Laan van ‘t Haantje zorgt voor ontsluiting van Pasgeld in westelijke richting. Via deze weg zijn onder meer de andere deelgebieden van RijswijkBuiten bereikbaar (’t Haantje en Sion). Hier sluit de weg ook aan op de Prinses Beatrixlaan. Deze centrale verkeersader voor RijswijkBuiten ontsluit het gebied in noordelijke richting naar Rijswijk en de A4, en in zuidelijke richting naar Delft. In de huidige situatie is de Lange Kleiweg een ontsluitingsweg voor het gebied in noordelijke (Rijswijk, A4) en zuidelijke (Delft) richting. Momenteel (2023) worden de toekomstige inrichting van de Lange Kleiweg en mogelijke verkeersremmende maatregelen op deze weg nog onderzocht (zie verderop). De interne auto-ontsluiting in Pasgeld is nog niet exact bepaald, en deels afhankelijk van de inrichting van de woongebieden. Wel loopt deze bij voorkeur via de Lange Kleiweg en Laan van het Haantje. Daarmee kunnen de buurtschappen zelf autoluw of gedeeltelijk autovrij gemaakt worden.

Door de auto’s aan de randen van de buurtschappen te houden, kan binnen de buurtschappen zelf het wandelen, spelen en verblijven alle ruimte krijgen. De hoofdontsluitingsstructuur van de Lange Kleiweg en Laan van het Haantje zijn in dit bestemmingsplan vastgelegd. De interne ontsluitingswegen van de ontwikkelvelden zijn mogelijk binnen de bestemmingen ‘Woongebied’ en ‘Bedrijventerrein’, maar daarbinnen niet specifiek vastgelegd. Verkeersstructuur en ontsluiting Pasgeld-Oost Het nieuwe woongebied wordt ontsloten op de Lange Kleiweg. Vanaf daar wordt het autoverkeer via een duidelijke route door de wijk geleid. Ontsluiting en parkeren vindt uitsluitend plaats vanuit de randen van het plangebied. Zodoende zal het gebied autoluw zijn aan de randen en zoveel mogelijk autovrij in de kernen. Om doorrijdend sluipverkeer tegen te gaan zullen de Lange Kleiweg en het Jaagpad niet met elkaar verbonden worden (behalve voor speciale voertuigen zoals brandweerwagens of ambulances). Omdat autoverkeer alleen de wijk bereikt vanaf de Lange Kleiweg en ‘doodloopt’ in de wijk zal alleen bestemmingsverkeer het gebied ingaan. Binnen het woongebied is met name ruimte voor langzaam verkeer. Een hoofdstructuur van lanen zorgt voor fietsverbindingen richting de Lange Kleiweg en de Vliet. Daarbij verbindt een doorwaadbaar en verbonden netwerk van paden het gebied met omliggende buurten en groengebieden.

Verkeersgeneratie Naar aanleiding van de beoogde ontwikkeling van Pasgeld (Oost en West), is door Goudappel Coffeng een verkeersonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 14. Vervolgens heeft Sweco een actualisatie van het verkeersmodel geproduceerd waarin de meest recente inzichten qua woningbouw en nieuwe bedrijvigheid zijn verwerkt (zie bijlage 15). Doel van het verkeersonderzoek was te toetsen in hoeverre het interne wegennet de ontwikkeling van Pasgeld kan verwerken, en de verkeerskundige impact op het hoofdwegennet in de directe omgeving van het plangebied te toetsen. Hierin zijn algemene uitgangspunten gehanteerd, waarmee robuust is getoetst uitgaande van een ‘worst case’ benadering. Om de effecten van de ontwikkeling van Pasgeld inzichtelijk te maken, zijn hierin verschillende varianten doorgerekend. Allereerst zijn de bestaande (2020) en toekomstige verkeerssituatie (2040) doorgerekend, op basis van de huidige wegenstructuur. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat als gevolg van de beoogde realisatie van Pasgeld geen nieuwe knelpunten in het gebied ontstaan: de Laan van het Haantje en de Lange Kleiweg kunnen het verwachte extra verkeer door de nieuwbouwontwikkelingen aan, evenals de achterliggende wegenstructuur. Effecten op bestaande knelpunten of aandachtlocaties worden nog nader onderzocht.

Daarbij wordt opgemerkt dat Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

63 verkeerseffecten zijn bepaald aan de hand van algemene (‘worst case’) uitgangspunten. De verkeerseffecten kunnen mogelijk nog worden toegespitst op de daadwerkelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door rekening te houden met een specifiek woningprogramma, doelgroepen en de uiteindelijke invulling van de andere functies. Ook wordt gewezen op het nog aanstaande verkeersmodel, waarin maatregelen met betrekking tot de mobiliteitstransitie nadrukkelijker zijn meegenomen. Verwacht wordt dat deze aspecten bijdragen aan een gunstiger verkeersbeeld. Daarom heeft Sweco een actualisatie van het verkeersmodel geproduceerd (zie bijlage 15) op basis van het nieuwe verkeersmodel, waarin tevens de meest recente inzichten qua woningbouw zijn verwerkt. De resultaten (verkeersintensiteiten) uit het nieuwe model zijn vergeleken met die uit het onderzoek van Goudappel Coffeng. Op basis van de nieuwe doorrekening is geconcludeerd dat de intensiteiten op de ontsluitingswegen in Rijswijk lager zijn dan in het eerder uitgevoerde verkeersonderzoek, met uitzondering van het Terras van Sion en het Jaagpad. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat aanvankelijk niet het juiste aantal bestaande woningen was meegenomen in het onderzoek.

Er ontstaat een kleine afname op de A4 en Prinses Beatrixlaan, al is het niet precies in te schatten of dat enkel wordt veroorzaakt door de wijzigingen in Rijswijk of dat deze effecten het gevolg zijn van andere wijzigingen in de regio. Daarnaast zijn rondom de Lange Kleiweg enkele (toekomstige) aandachtspunten geconstateerd. Deze weg vormt een doorgaande auto-ontsluiting, wat overlast en onveiligheid veroorzaakt. Door de beoogde ontwikkelingen in het gebied zal het verkeer op de Lang Kleiweg naar verwachting toenemen. Om van Pasgeld en Kesslerpark en omliggend gebied een prettig, leefbaar woon-/werkgebied te maken/te houden, dat goed is ontsloten en waarbij veiligheid op en rond de Lange Kleiweg geborgd is, is onderzocht welke maatregelen ervoor zorgen dat de auto niet dominant wordt en overlast wordt beperkt. Dit zal onder meer gedaan worden door het ontmoedigen of tegengaan van sluipverkeer, en bewoners en bezoekers zo veel mogelijk te verleiden om de fiets en het ov te gebruiken. Dit past ook bij de beoogde mobiliteitstransitie, zoals beschreven in de volgende paragraaf. In eerste instantie zijn hiervoor mogelijkheden voor varianten met een ‘knip’ – een (gedeeltelijke) afsluiting – onderzocht in het verkeersonderzoek van Goudappel. Enerzijds wordt hiermee de overlast verminderd en komt dit de woonomgeving ten goede, anderzijds heeft dit wel gevolgen in de wijdere omgeving.

In 2023 heeft Sweco een vervolgonderzoek uitgevoerd waarin een breder palet aan mogelijke verkeersremmende maatregelen op de Lange Kleiweg zijn onderzocht, variërend van de inrichting als een 30 km/u straat tot een (zachte) knip. In dit vervolgonderzoek zijn ook de nieuwe ontwikkelingen in omgeving meegenomen, waaronder in Delft. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 15 bij deze toelichting. Het onderzoek beschrijft voor de verschillende wegen in de omgeving van het plangebied de effecten van de planontwikkelingen, en verkent verschillende potentiële maatregelen. Op basis daarvan zijn diverse aanbevelingen gedaan om knelpunten te voorkomen. In dit bestemmingsplan is (voor met name de geluidberekeningen) uitgegaan van de Lange Kleiweg in de huidige vorm (worst case) en wordt geen keuze gemaakt in verkeersmaatregelen. Dit gebeurt later in een separaat traject, via een te nemen Verkeersbesluit. Mobiliteitstransitie en duurzame mobiliteit Als onderdeel van het mobiliteitsbeleid voor Rijswijk en RijswijkBuiten, wordt in Pasgeld ingezet op een mobiliteitstransitie. Door Rebel is hiervoor een visie en strategie opgesteld; deze ‘verhaallijn’ is opgenomen in bijlage 16. Hierin wordt beschreven hoe de mobiliteitstransitie voor Pasgeld vormgegeven kan worden, aan de hand van het STOMP-ordeningsprincipe.

Door functies zoals wonen, werken en recreëren gebieds- en stadsbreed te mengen ontstaat een gebied waar mensen naar voorzieningen kunnen lopen (stappen – S) of anders fietsen (trappen – T). Op wat kortere afstanden hebben lopen en fietsen de voorkeur, omdat ze schoon en gezond zijn en weinig ruimte vragen. Voor wat langere afstanden de wijk uit kunnen Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

64 mensen fietsen en het openbaar vervoer (O) gebruiken: een schone en ruimte-efficiënte manier van verplaatsen. ‘Mobility as a service’ (MaaS / deelmobiliteit – M) kan het gebruik van fiets en openbaar vervoer makkelijker maken en stimuleren. Ten slotte is er de privéauto (P). Idealiter wordt die vooral gebruikt voor verplaatsingen waarvoor lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit geen aantrekkelijke optie zijn. Om deze mobiliteitstransitie te realiseren, zijn maatregelen nodig. Per verplaatsingsvorm worden in de verhaallijn het toekomstperspectief, de huidige situatie, reeds gemaakte keuzes en voorstellen voor aanvullende keuzes geschetst. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen ‘no regret’ maatregelen en optionele aanvullende maatregelen. De ‘no regret’ maatregelen zijn sowieso nodig, en worden in de ontwikkeling van Pasgeld meegenomen. Dit betreft onder meer een andere inrichting van de Lange Kleiweg, het netwerk van wandel- en fietsroutes zoals uitgewerkt in het Schetsboek Pasgeld, en het reserveren van ruimte voor een halteplaats (in Pasgeld-West). De toepassing van de optionele aanvullende keuzes wordt nog nader onderzocht en afgewogen. De voorgestelde maatregelen zijn van invloed op de ‘modal split’ en daarmee toekomstige verkeersbewegingen in Pasgeld en de omgeving.

In het verkeersonderzoek in het kader van dit bestemmingsplan, zijn deze effecten niet meegenomen. Daarmee is uitgegaan van een ‘worst case’ scenario, waarbij – afhankelijk van de gemaakte en te maken keuzes – de benoemde maatregelen een positief effect zullen hebben. Aan de hand van het STOMP-principe worden, in samenhang met de parkeervisie voor Pasgeld, per verplaatsingsvorm de volgende maatregelen overwogen. Stappen Bij het ontwerp van de openbare ruimte krijgt de voetganger letterlijk ruim baan. Dit geldt zowel voor utilitaire als recreatieve routes. Dagelijkse voorzieningen bevinden zich op loopafstand. Dit geldt voor bestemmingen zoals de basisschool aan de oostzijde van het spoor, maar ook voor winkels en gezondheidsvoorzieningen in Parkrijk aan de westzijde van de spoorbaan. Trappen De fietsafstand tot NS City Sprinter station Rijswijk en NS Intercity station Delft is relatief kort – zeker met een elektrische fiets. De fietsroute langs de Lange Kleiweg wordt op afzienbare termijn over de gehele lengte verbeterd, waarbij het comfort en de verkeersveiligheid voor fietsers van alle leeftijden verhoogd wordt. Onderzocht wordt op welke wijze de langeafstandsverbindingen in oost-west richting, tussen Sion en Ypenburg, verbeterd kunnen worden met een brug over de Vliet.

Openbaar vervoer Momenteel rijdt alleen buslijn 53 langs het plangebied, in een rechtstreekse verbinding tussen NS station Rijswijk en NS station Delft, met een halfuurdienstregeling tijdens de spitsuren. De dienstregeling van deze buslijn dient uitgebreid te worden naarmate het aantal bewoners van Pasgeld toeneemt. Ook de haltelocaties dienen heroverwogen te worden om de loopafstand tot een halte voor zoveel mogelijk bewoners zo beperkt mogelijk te houden. De aanleg van een nieuwe voet- en fietsbrug over de Vliet zorgt ook voor een verbeterde ontsluiting van de tramhaltes van HTM lijn 1 en 19. Pas nadat de toekomstige NS halte “Rijswijk Buiten” in gebruik is genomen, ligt het voor de hand om de frequentie van de buslijn af te bouwen. MaaS Deelauto’s maken een essentieel onderdeel uit van het mobiliteitsconcept in de wijk. Een cluster van deelauto’s kan in zogenaamde wijkhubs worden gecombineerd met andere vormen van deelmobiliteit, zoals bakfietsen en elektrische fietsen. Deze wijkhubs worden verspreid aangelegd over de wijk, relatief dichtbij de woningen. Door dat de loopafstand tot een wijkhub relatief kort is wordt het gebruik van deelmobiliteit aangemoedigd. Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

65

Privéauto’s Pasgeld wordt momenteel voor autoverkeer aan de noordzijde ontsloten door de Lange Kleiweg, aan de zuidwestelijke zijde via de nieuw aangelegde Laan van het Haantje, en aan de zuidzijde is vooralsnog autoverkeer mogelijk via de brug over de Kerstanjewetering richting gemeente Delft. Mogelijk wordt besloten om in de toekomst een of meer ‘knippen’ aan te brengen waardoor niet alle ontsluitingsroutes voor auto’s gehandhaafd blijven. Reservering station Als onderdeel van de ontwikkeling van RijswijkBuiten en Pasgeld, worden de mogelijkheden onderzocht voor het realiseren van een station. Een station kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorzien in de toenemende mobiliteitsvraag in RijswijkBuiten, en de ambities om zoveel mogelijk in te zetten op duurzame mobiliteit. Dit nieuwe station zou moeten komen aan de spoorlijn Rijswijk-Delft, ter hoogte van deelgebied Pasgeld-West. Over de komst van station RijswijkBuiten is nog geen definitief besluit genomen. Wel wordt hier in het stedenbouwkundig ontwerp van Pasgeld-West rekening mee gehouden, door ruimte te reserveren voor de inpassing van het station en de bijbehorende voorzieningen. Parkeren Wat betreft parkeren geldt ter plaatse van het plangebied nog het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Rijswijk’, zoals vastgesteld op 12 juni 2018.

Hierin is bepaald dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2011', of de rechtsopvolger(s) daarvan. Voor de ontwikkeling van Pasgeld is een parkeervisie opgesteld. De belangrijkste elementen en uitgangspunten hieruit worden in deze paragraaf nader beschreven. Hiermee wordt onderbouwd dat in afwijking van de parkeernormen uit de Nota parkeernormen op een andere manier wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Op basis hiervan wordt in samenhang met de nadere invulling van het stedenbouwkundig plan een passende parkeeroplossing ontwikkeld. Als onderdeel van de nagestreefde mobiliteitstransitie worden bestaande gebruikers en toekomstige bewoners gestimuleerd tot bewust autobezit en autogebruik. De locatie van Pasgeld en de toekomstige inrichting bieden immers kansen om een bijdrage te leveren aan deze mobiliteitstransitie. Voor de ruimtelijke inpassing van mobiliteit in Pasgeld vormt het eerder beschreven STOMP-principe de basis: Stappen, Trappen, OV, MaaS en Privé-auto. Zo zijn woongebieden waar lopen (S) een aantrekkelijke optie is het uitgangspunt. Voor langere afstanden bieden fiets (T) en ov (O) uitkomst als schone en ruimte-efficiënte modaliteiten. MaaS zoals deelvervoer (M) kan dit gebruik vergemakkelijken en stimuleren. De privéauto (P) geldt als sluitstuk.

Dit is van invloed op het autobezit in Pasgeld, en daarmee dus ook op de parkeerbehoefte. Op basis van de verhaallijn die Rebel in 2021 heeft opgesteld (zie bijlage 16) en de maatregelen die per verplaatsingsvorm (STOMP-onderdeel) worden overwogen, zijn uitgangspunten voor autoparkeren geformuleerd: - Gemiddeld 1,15 parkeerplaats per woning (0,9 voor bewoners, 0,2 voor bezoekers, 0,05 voor deelauto’s). - Parkeerplaatsen voor bewoners worden zoveel mogelijk geclusterd en waar mogelijk uit zicht gerealiseerd. Tabel 4.2 toont de gemiddelde parkeernorm per woning (alleen bewoners, exclusief bezoekers) voor Pasgeld, gedifferentieerd per woningtype.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

66 Woningcategorieën

Type/GBO

grondgebonden, koop, groot grondgebonden, koop, middelgroot grondgebonden, koop, klein etage, koop, groot etage, koop, middelgroot etage, koop, klein etage, koop, micro grondgebonden, huur, groot grondgebonden, huur, middelgroot grondgebonden, huur, klein etage, huur, groot etage, huur, middelgroot etage, huur, klein etage, huur, micro kamerverhuur, zelfstandig kamerverhuur, niet-zelfstandig serviceflat

vrijstaand 2-onder-1-kap tussen/hoek > 120 m2 80-120 m2 50-80 m2 < 50 m2 > 120 m2 80-120 m2 50-80 m2 > 120 m2 80-120 m2 50-80 m2 < 50 m2

Parkeernorm (bewoners, excl. bezoekers) 1,3 1,1 1,0 0,9 0,8 0,7 0,4 0,8 0,7 0,6 0,8 0,6 0,4 0,3 0,2 0,0 0,2

Tabel 4.2: Parkeernormen Pasgeld.

Uitgangspunt voor de parkeernormen in tabel 4.2 zijn de parkeernormen die zijn opgenomen in het ontwikkelkader Havenkwartier. Deze zijn gebaseerd op waargenomen autobezit onder huishoudens in vergelijkbare woningen op vergelijkbare locaties in Rijswijk. Voor Pasgeld zijn deze parkeernormen gecorrigeerd met een afslag van 30%, onder andere vanwege de invoering van een deelmobiliteitssysteem dat algemeen toegankelijk is voor alle toekomstige bewoners. Verder zullen bestaande fietsverbindingen naar NS-stations in Rijswijk en Delft (en potentieel een nieuw station in RijswijkBuiten) worden geoptimaliseerd en nieuwe fietsverbindingen op de oost-west as worden aangelegd, waardoor zowel fietsgebruik als voor- en natransport bij ov-gebruik wordt gestimuleerd. De parkeernormen per huishouden zijn relatief laag. De reden hiervoor is dat de mobiliteitsbehoefte van de nieuwe bewoners in Pasgeld anders ingevuld zal worden dan tot op heden elders gebruikelijk. In Pasgeld zullen de belangrijkste voorzieningen, zoals supermarkt, kinderopvang en zorg op loopafstand aanwezig zijn. Looproutes zijn kort en sociaal veilig. Andere, niet-dagelijkse voorzieningen zijn gelegen op fietsafstand en uitstekend bereikbaar via snelle en comfortabele fietsroutes. Ook de NS-stations in Rijswijk en Delft zijn goed bereikbaar per fiets en uitgerust met hoogwaardige fietsenstallingen.

Een divers en betaalbaar deelauto-aanbod zorgt voor bereikbare autobestemmingen die eenmaal per week of minder vaak bezocht worden. Deze onderdelen van de mobiliteitsaanpak in Pasgeld zorgen ervoor dat minder huishoudens een (tweede) auto nodig hebben voor hun dagelijkse verplaatsingen. Op grond hiervan is de verwachting dat het autobezit significant lager zal zijn dan bij vergelijkbare huishoudens in andere Rijswijkse buurten. Omdat door het deelauto-aanbod er minder privéauto’s zullen zin en dus minder parkeerplaatsen hoeven te worden gerealiseerd, komt er ruimte vrij die gebruikt kan worden om de wijk anders te verkavelen, in te richten en is er meer ruimte beschikbaar voor spelen, groen en/of bebouwing. Daarnaast worden enkele flankerende maatregelen genomen om de gewenste parkeeroplossing te ondersteunen, zoals betaald parkeren. Dit is een tweede factor die invloed heeft op parkeerreductie in relatie tot deelmobiliteit. Het invoeren van blauwe zones of parkeertarieven maakt het minder aantrekkelijk om een eigen auto te bezitten. Op deze wijze kan het bezit van (tweede) auto’s worden ontmoedigd, waardoor de lagere parkeernorm mogelijk is. De mobiliteitsbehoefte van de bewoners kan dan deels worden opgevangen door deelmobiliteit. Op basis van de gestelde parkeernormen wordt in het plangebied voorzien in een passende parkeeroplossing voor bewoners en bezoekers.

In Pasgeld-Oost wordt het parkeren voor het grootste Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

67 gedeelte gebouwd en uit het zicht opgelost, zoveel mogelijk geconcentreerd aan de randen van het plangebied. De parkeeroplossing wordt per woningcluster en -type ingevuld. Zo kan gedacht worden aan woningen met geïntegreerde garages onder dek. Voor een deel kunnen parkeerplaatsen op maaiveldniveau worden voorzien, aan de weg of in een gezamenlijke parkeerkoffer. Bij een deel van de woningen (bijvoorbeeld twee-onder-een-kapwoningen) is parkeren op eigen terrein denkbaar. De precieze invulling wordt in samenhang met het stedenbouwkundig ontwerp uitgewerkt. Het realiseren van voldoende parkeerplaatsen is in de regels van dit bestemmingsplan geborgd middels een voorwaardelijke verplichting.

4.12.3 Conclusie Met betrekking tot verkeersgeneratie is een verkeersonderzoek uitgevoerd, waarin verschillende varianten zijn onderzocht. Dit is later geactualiseerd op basis van een recenter verkeersmodel, waarbij de intensiteiten lager uitvallen. De huidige wegenstructuur kan de verwachte hogere verkeersintensiteit door de beoogde nieuwbouw aan. In 2023 is een vervolgonderzoek naar mogelijke verkeersremmende maatregelen op de Lange Kleiweg uitgevoerd, variërend van de inrichting van een 30 km/u straat tot een knip. Los daarvan wordt in Pasgeld ingezet op een mobiliteitstransitie volgens het STOMP-principe, waarbij duurzame alternatieven voor de auto worden gestimuleerd. Hiertoe is een verhaallijn met mogelijke maatregelen opgesteld; de toepassing hiervan wordt nog nader onderzocht en afgewogen. Wat betreft parkeren, vormen het STOMP-principe en de inzet op een mobiliteitstransitie ook de basis voor de gestelde parkeernormen. In het stedenbouwkundig ontwerp wordt voorzien in een passende parkeeroplossing per cluster. Een definitieve parkeeroplossing wordt uitgewerkt in samenhang met het stedenbouwkundig plan.

4.13 Overige aspecten Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke.

4.13.1 Kabels en leidingen Kader In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen. Onderzoek en conclusie In het plangebied geen planologisch relevante kabels, leidingen of andere belemmeringen aanwezig. Op de leidingen die in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn wordt in relatie tot het aspect externe veiligheid in paragraaf 4.6 nader ingegaan.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

68

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld die tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Artikel 6.12 van de Wro meldt het volgende: ”De gemeenteraad stelt een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen”, of het kostenverhaal moet anderszins verzekerd zijn. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling is tussen de gemeente en de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten.

Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd, het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatieproces Schetsboek Pasgeld De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van Pasgeld-Oost als woongebied, met maximaal 110 nieuwe woningen. Met deze ontwikkeling wordt invulling gegeven aan het laatste deelgebied (Pasgeld) van uitbreidingslocatie RijswijkBuiten. Deze ontwikkeling is oorspronkelijk al vastgelegd in het Masterplan Rijswijk-Zuid uit 2009. Voor de invulling van Pasgeld is in 2021 het Schetsboek Pasgeld in Potlood opgesteld. Dit is tot stand gekomen op basis van een uitvoerig participatietraject. Om te komen tot een breed gedragen plan, is de gemeente in maart 2021 gestart met een participatieproces onder de noemer ‘Schetsboek Pasgeld’. Op verschillende manieren konden geïnteresseerden meedenken over de toekomst van Pasgeld; door middel van een online platform, een klankbordgroep en fysieke activiteiten. In dit proces is samen met inwoners, belangenverenigingen en ontwikkelaars gewerkt aan een integrale visie voor Pasgeld, wat heeft geresulteerd in het Schetsboek in Potlood. Dit vormt vervolgens de basis voor de hoofdplanstructuur, en de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp. Een uitgebreid verslag van het proces en de resultaten van het participatietraject zijn opgenomen in het Schetsboek.

Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) Tijdens het participatieproces heeft het projectteam in samenwerking met de klankbordgroep een aantal planvarianten (voor Pasgeld-Oost en -West) uitgewerkt. Voor Pasgeld-Oost is daarbij geen duidelijke voorkeursvariant naar voren gekomen. Om te zorgen voor een objectieve en gestructureerde afweging van de voor- en nadelen van de verschillende plannen, is daarom ook een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) uitgevoerd. De verschillende planvarianten, zoals beschreven in het Schetsboek, vormen hiervoor het vertrekpunt. De verschillende varianten met verschillende woningaantallen voor Pasgeld-Oost zijn daarin tegen elkaar afgewogen. De volledige MKBA uitgevoerd door Twynstra Gudde is opgenomen in bijlage 17. Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

69 De MKBA is een beproefde methode die in Nederland sinds 2000 verplicht wordt ingezet voor grote rijksprojecten, maar ook door lagere overheden veelvuldig wordt toegepast. In een MKBA worden de effecten op welvaart en welzijn van alternatieven (scenario’s) bepaald en tegen elkaar afgezet. Naast de financiële kosten en opbrengsten gaat het dan ook om effecten op bijvoorbeeld de omgeving (woongenot), (werk)geluk, recreatie/toerisme, gezondheid, veiligheid et cetera. In een MKBA worden ook deze zachtere waarden – voor zover mogelijk – in euro’s uitgedrukt, zodat deze maatschappelijke effecten kunnen worden afgezet tegen de financiële kosten van een project of scenario. De MKBA is een verschillenanalyse: de effecten van het project zijn het verschil tussen de situatie zonder het project (referentie- of nulalternatief) en de situatie met het project (projectvariant of -alternatief). De verschillen tussen beide situaties zijn de projecteffecten die in de MKBA zijn opgenomen. Voor Pasgeld-Oost is een nulalternatief (niet bouwen, en daarmee het terrein laten zoals het nu is) afgezet tegen drie projectalternatieven: met respectievelijk 192, 150 en 100 woningen. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat projectalternatief 1 (192 woningen) leidt tot het hoogste totale ‘MKBA-saldo’, projectalternatief 3 (100 woningen) tot het laagste totale saldo.

De resultaten van de grondexploitaties van projectalternatief 1 en 2 zijn vergelijkbaar en positief. Voor projectalternatief 3 (100 woningen) is een negatief resultaat berekend. De totale baat van woongenot voor de nieuwe woningen is het laagst berekend bij projectalternatief 3 en het hoogst bij projectalternatief 1. Voor projectalternatief 3 geldt dat de baat per woning wel hoger is geschat dan bij de twee andere alternatieven; maar als gevolg van de kwantiteit (aantal woningen) is de totale maatschappelijke waarde lager. In projectalternatief 1 is ook een sociaal aanbod meegerekend, wat hoger wordt gewaardeerd. Kijkend naar effecten op natuur en landschap leidt projectalternatief 3 (100 woningen in een groene omgeving) tot de minste schade en projectalternatief 1 (meest verdichte variant) tot de grootste schade. Dit leidt ertoe dat als de financiële resultaten buiten beschouwing worden gelaten projectalternatief 1 tot de hoogste maatschappelijke baten leidt, gevolgd door projectalternatief 3 en daarna projectalternatief 2. Projectalternatief 2 scoort het slechtst omdat de woongenotbaten voor nieuwe huishoudens van vergelijkbare omvang zijn als projectalternatief 3, terwijl de natuur en landschapsschade hoger is. Per saldo leidt projectalternatief 1 hiermee tot het hoogste MKBA-resultaat en projectalternatief 3 tot het laagste resultaat.

Alhoewel alternatief 3 tot een hoger subresultaat leidt dan projectalternatief 2 voor de posten woongenot en natuur en landschap, zorgt het negatieve grondexploitatie-resultaat voor het laagste totale MKBA-saldo. Een aantal PM-posten (forenzen/bezoekers, mobiliteit en klimaatadaptatie) kon in het onderzoek niet gekwantificeerd worden. Deze posten zijn qua omvang kleiner dan bij Pasgeld-West vanwege het kleinere plangebied en lagere aantal woningen. Onderling zullen er kleine verschillen zitten tussen de drie varianten. Zo zal projectalternatief 1 bijvoorbeeld de meeste huishoudens aantrekken, en daarmee ook de meeste mobiliteit. Participatie planvorming Pasgeld-Oost Na afronding van het Schetsboek Pasgeld en het bijbehorende participatietraject, heeft de initiatiefnemer voor Pasgeld-Oost een ‘Plan van aanpak participatie & inspraak’ opgesteld. Dit plan van aanpak richt zich op de uitwerking van het deel van het Schetsboek dat gaat over Pasgeld-Oost tot omgevings- c.q. bestemmingsplan. In de voorgaande periode zijn er, mede als gevolg van de eerdere participatie, al enkele aanpassingen in het plan doorgevoerd: • Geen 190 woningen maar max 110 woningen; • Meer afstand tussen nieuwbouw en bestaande bebouwing; Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

70 •

Geen bebouwing op de locatie van de Bosloper gelegen tussen de Lange Kleiweg en het plangebied, op die plek komt water en groen. Pasgeld-Oost wordt daarmee de start van de Bosloper en meer bomen blijven behouden; • De bestaande groen- en waterstructuren aanhouden als uitgangspunt voor de nieuwe ontwikkeling. • Versterken van de openbare ruimte met het rapport ‘Ecologische aanbevelingen’ van Tauw als leidraad. Hierna is het schetsontwerp voor Pasgeld-Oost verder uitgewerkt, waarin deze punten zijn verwerkt. De participatie in het vervolgtraject (waarvoor het plan van aanpak is opgesteld), richt zich uitsluitend op de inrichting van de openbare ruimte. Uitgangspunt daarbij is een inrichting die aansluit bij de wensen en behoeften van nieuwe bewoners én omwonenden, een aangenaam gebied met een groene en waterrijke uitstraling. In het participatieproces zijn verschillende doelgroepen betrokken, waaronder Contactgroep RijswijkZuid, een ‘eerste ring’ en ‘tweede ring’ van betrokkenen en omwonenden, en overige doelgroepen zoals woningzoekenden, bezoekers en overige bewoners van Rijswijk. In het proces zijn drie drie bijeenkomsten ingezet, aangevuld met een korte peiling. In een startbijeenkomst (december 2022) is het proces en plan toegelicht, maar zijn ook al inhoudelijke ideeën gedeeld en opgehaald.

In een tweede bijeenkomst (30 januari 2023) werd teruggekoppeld over de startsessie en was meer ruimte voor inbreng en vragen aan de hand van verschillende thema’s/tafels. Aan een tafel met de ontwikkelaar konden mensen inbreng leveren en vragen stellen over verkaveling en parkeren. Aan een tafel met landschapsontwerpbureau Flux ging het over groen en openbare ruimte. De gemeente was ook present met een eigen tafel voor diverse onderwerpen. Mensen hebben schriftelijk via reactieformulieren en mondeling reacties gegeven, die zijn opgenomen in een verslag. De ontwikkelaar en gemeente hebben deze vervolgens waar mogelijk in het plan proberen te verwerken. Een deel kan ook pas later worden verwerkt, in de uitwerking of bij de daadwerkelijke aanleg. Op 5 april 2023 is een slotbijeenkomst georganiseerd. De focus hierbij lag vooral op terugkoppeling van de eerdere input en op welke manier dit in het plan is verwerkt. Doorgevoerde wijzigingen zijn onder meer het geheel schrappen van een rij woningen en het toevoegen van natuurvriendelijke oevers. Over het algemeen waren de mensen benieuwd wat er aan het plan was veranderd en reageerden de meesten positief op het eindresultaat, naast de mensen die de ontwikkeling liever helemaal niet zouden zien. Het feit dat er aardig wat groen was toegevoegd, kon op waardering rekenen.

Verder zijn er nog enkele aandachtspunten (verkeer, parkeren) en wensen (een steiger langs het water) aangegeven. Conclusie Gezien het uitvoerige participatieproces waarin de planvorming tot stand is gekomen, en de resultaten uit de MKBA, kan verondersteld worden dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. Het projectalternatief uit de MKBA die het dichtst bij het bestemmingsplan komt levert weliswaar niet het hoogste ‘MKBA-saldo’ op; maar dit komt met name door het kleinere aantal woningen. Daarvoor valt het resultaat van de grondexploitatie en het ‘totale woongenot’ lager uit dan in varianten met meer woningen. De gekozen variant heeft echter het laagste berekende effect op natuur en landschap, en levert een positief saldo op voor zowel de maatschappelijke effecten als het totale MKBA-resultaat. Daarnaast wordt in de bestemmingsplanprocedure ook formeel de mogelijkheid geboden om zienswijzen (op het ontwerpbestemmingsplan) in te dienen. Zie daarvoor ook hoofdstuk 6 van deze toelichting.

5.3

Handhavingsaspecten

Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

71 omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking van de regels. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente.

Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

72

6

Procedure

6.1

Overleg

Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het wettelijk vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de relevante overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro. Daarnaast heeft het voorontwerpbestemmingsplan van 25 augustus tot en met 5 oktober 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon iedereen een inspraakreactie op het plan indienen. Binnen deze termijn zijn twee vooroverlegreacties (van Gasunie en Hoogheemraadschap van Delfland) en vier inspraakreacties ontvangen. De ontvangen overleg- en inspraakreacties zijn samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien in de Nota van beantwoording voorontwerpbestemmingsplan, die is opgenomen in bijlage 21. Daarin is ook beschreven of, en zo ja tot welke aanpassingen in het bestemmingsplan deze hebben geleid.

Daarnaast hebben de Omgevingsdienst Haaglanden en de Veiligheidsregio Haaglanden in de periode voorafgaand aan de terinzagelegging per brief al de diverse milieuaspecten en bijbehorende onderzoeken beoordeeld. De adviezen en opmerkingen zijn waar relevant in de betreffende onderzoeken en toelichting van het bestemmingsplan verwerkt.

6.2

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via elektronische weg te geschieden. Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze hierop in te dienen. De eventueel ontvangen zienswijzen zullen te zijner tijd in een Nota van Zienswijzen worden samengevat en voorzien van een reactie. De Nota van Zienswijzen wordt opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Als daartoe aanleiding is, wordt hierin per reactie in een conclusie aangegeven of de zienswijze aanleiding heeft gegeven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen.

6.3

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’ Toelichting Ontwerp – 22 november 2023

REGELS

Pasgeld-Oost

2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

5 5 11

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

BESTEMMINGSREGELS Groen Verkeer - 2 Woongebied Leiding - Gas Waarde - Archeologie Waterstaat - Waterkering

12 12 13 15 21 23 25

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=6a60baae-5fc8-40c4-803a-ec0f168d7050