CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Harbourpark

Forum Stad 5 oktober 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Harbourpark (RV 23-068)28.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein als bedoeld in het eerste of tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden. Planologische compensatie is nodig bij: a. een bedrijventerrein met milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur;

44

b. een bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; c. een geluidgezoneerd bedrijventerrein; d. een watergebonden bedrijventerrein. 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verlaging van de milieucategorie of milieuzone. 6. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. 7. Compensatie van feitelijk gebruik en m² voor m² is mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie. Toetsing Figuur 3.4 geeft een uitsnede van kaart 20 weer. Het plangebied is onderdeel van een bedrijventerrein zoals bedoeld in lid 1. In voorliggend bestemmingsplan wordt de toekomstige bedrijfsfunctie de VNG Nieuwe Stijl toegepast in plaats van de milieucategorieën. Uitgangspunt van de VNG Nieuwe Stijl is dat de toelating van bedrijven wordt gereguleerd op basis van een beschikbaargestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. Deze aanpak biedt een passend ruimtelijk kader voor de inpassing van bedrijven in een gemengd werk-woongebied.

Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt welke milieuzones voor geur- en geluid gelden, die passend zijn in de omgeving.

Figuur 3.4: Uitsnede kaart 20 Omgevingsverordening Zuid-Holland (N.B: Rijswijk kent geen watergebonden bedrijventerrein) Compensatieregeling woon-werk akkoord Op basis van artikel 6.12 dient compensatie plaats te vinden. In maart 2021 is een woon-werkakkoord gesloten tussen de Gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, en de Provincie Zuid-Holland. Doel van dit akkoord is om de versnelling van de woningbouw al op korte termijn te realiseren. Daarom worden voor een aantal locaties in de betrokken gemeenten afspraken gemaakt over de wijze hoe omgegaan wordt met de bovengenoemde compensatieplicht.

45

Het Havengebied Plaspoelpolder is benoemd als één van de nog vast te stellen transformatielocaties. Voor deze locaties is de ambitie extra woningbouw en compensatie voor bedrijventerreinen specifieker te onderbouwen. Dit betekent onder andere:  Voor de locatie Havengebied zijn 2.500 woningen gepland, waarvan circa 50% middenhuur of betaalbare koop;  Wat feitelijk aan bedrijvigheid aanwezig is, is uitgesplitst naar type bedrijvigheid en milieucategorie (wat betreft milieucategorie 3.1 en hoger) en watergebondenheid met een oppervlakte van meer dan 1 hectare. Peildatum is 1-1-2021. Dit bestemmingsplan maakt een ontwikkeling in het Havengebied mogelijk van 301 woningen. Deze passen binnen de geplande 2.500 woningen die in het gebied beoogd zijn. Deze ontwikkeling komt op de locatie van een bestaand bedrijfsgebouw. In het kader van deze ontwikkeling is door de initiatiefnemer een inventarisatie van de bedrijvigheid op 1 januari 2021 gemaakt. Uit deze inventarisatie blijkt dat er in het pand 22 bedrijven ruimten huren (dit is weergegeven in Bijlage 1). Een groot deel hiervan vindt plaats in het kader van leegstandsbeheer. Dit betreft 18 bedrijven. Zij gebruiken de ruimten vooral voor opslag. 4 bedrijven hebben een regulier huurcontract. Hiervan gebruiken 2 bedrijven de bedrijfsruimte als kantoor.

In het pand is 1 bedrijf aanwezig waarvan de activiteiten (in principe) onder milieucategorie 3.1 kunnen worden geschaard. Dit bedrijf, met een regulier contract, maakt surfboards. De activiteiten die onder milieucategorie 3.1 vallen, worden uitgevoerd in geïsoleerde ruimtes binnen de totale oppervlakte van 450 m2 BVO. Dit is veel minder dan de genoemde 1 hectare. Dit bestemmingsplan maakt 2.700 m2 BVO nieuwe bedrijfsruimten mogelijk; er is dus sprake van een ruime compensatie. Daarnaast wordt in dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de VNG nieuwe stijl waarin ook deels bedrijven mogelijk zijn die in de oude VNG indeling tot milieucategorie 3.1 hoorde. Derhalve past het bestemmingsplan binnen de uitgangspunten van het woon-werkakkoord. Artikel 6.13 Detailhandel 1. Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden: a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie. 2. nvt 3. Het eerste lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat voorziet in de volgende nieuwe detailhandel: c.

ondergeschikte detailhandel: 1 in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; 2 bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming. 3 nvt Toetsing In dit geval wordt alleen ondergeschikte detailhandel mogelijk gemaakt.

46

Artikel 6.27a risico’s van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte d. droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Toetsing In paragraaf 4.14 wordt ingegaan op duurzaamheid inclusief klimaatadaptatie. In Harbourpark wordt natuurinclusief en duurzaam gebouwd. Daarnaast wordt in het materiaal van het gebouw gebruik gemaakt van lichte kleuren ten behoeve van hittewering. De voorgenomen renovatie van het gebouwdeel aan de Klipperstraat en de nieuwbouw van de overige bebouwing zorgt voor een betere isolatie van het bestaande te behouden pand. Ook worden duurzame woningen toegevoegd. Slecht geïsoleerde panden zorgen voor een groot aandeel in de CO 2-uitstoot, doordat meer gestookt moet worden om een warm binnenklimaat te behouden. De beoogde herontwikkeling zal leiden tot energielabel A. Hiermee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de doelstellingen uit het Energie- en klimaatakkoord.

Het terugdringen van de CO2-uitstoot is essentieel voor het beperken van klimaatverandering en dient daarmee een groot maatschappelijk belang, onder meer op het vlak van veiligheid, natuurbescherming, welzijn en welvaart. Het verminderen van fossiele emissies leidt bovendien tot een verbeterde luchtkwaliteit en heeft daarmee een positief effect op de volksgezondheid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Strategie Werklocaties 2019 - 2030 (MRDH) Het regionale beleid ten aanzien van werklocaties is beschreven in de Strategie Werklocaties 2019-2030 (MRDH). De strategie stuurt op kwaliteit van de werklocaties, marktevenwicht in vraag en aanbod naar werklocaties en verduurzaming. In de regionale Strategie Werklocaties is de grote opgave voor voldoende werkgelegenheid een belangrijk speerpunt. Tot 2030 groeit het inwoneraantal van de metropoolregio Rotterdam Den Haag met bijna een half miljoen mensen. Wonen en werk zijn daarmee grote uitdagingen in een gebied met beperkte ruimte. De bouw van woningen kan niet ten koste gaan van bedrijfsruimte en daarvoor zijn er lokaal- en regionale afspraken nodig om voldoende bedrijfsruimten te behouden. Zowel extra banen als extra woningen zijn bepalend voor de verdere ontwikkeling van de MRDH. De bedrijventerreinen zijn daarbij bedoeld voor bedrijven die zich niet met de woonfunctie verhouden. Werkgelegenheid is belangrijk voor de leefbaarheid in een stad. Daarom worden in dit gebied bedrijven die zich goed verhouden met de woonfunctie mogelijk gemaakt.

47

Met het beleid voor bedrijventerreinen stuurt de regio op evenwicht tussen vraag en aanbod, en borgt duurzame vitaliteit. Het marktevenwicht is redelijk in balans, maar in sommige gebieden gaat de uitgifte bovengemiddeld snel. Een aantal trends zijn innovaties en verduurzaming en functiemenging. Dit leidt tot het ontstaan van stedelijke interactiemilieus: bedrijven en stedelijke voorzieningen komen hierin gemengd voor. Met name in de Haagse regio geldt een problematisch tekort aan kleinschalige vestigingsmilieus. Toetsing Transformatie van het Havenkwartier naar een multifunctionele woonwerklocatie is regionaal afgestemd op grond van de Strategie Werklocaties MRDH en de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland. De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de regionale ambities en past uitstekend in de geformuleerde strategie van herstructurering van bestaande bedrijfslocaties. Plaspoelpolder (inclusief Havenkwartier) is specifiek aangemerkt als transformatielocatie, van bedrijventerrein naar een mix van werken en wonen. Er wordt een kwalitatieve werklocatie gecreëerd in de vorm van een stedelijk interactiemilieu. Dit voldoet aan het regionale beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie Plaspoelpolder 2017-2027 + addendum De Toekomstvisie Plaspoelpolder is op 7 februari 2017 vastgesteld door de gemeenteraad en duidt het Havenkwartier aan als een potentieel ”aangenaam verblijfsgebied met functies als wonen, werken, horeca en maatschappelijke functies". De Toekomstvisie geeft richting om het gebied verder te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. Plaspoelpolder moet zich in de toekomst ontwikkelen tot een stedelijk interactiemilieu. In een stedelijk interactiemilieu gaan werken, wonen en verblijven hand-in-hand. De ruimtelijke structuur die opgebouwd is volgens een kruis is hierbij leidend. Werken vindt hierin plaats in het hart van het gebied, terwijl in de gebieden die grenzen aan woningen een gemengd woon-werkmilieu ontwikkeld wordt. Het doel is om het gebied meer integraal onderdeel uit te laten maken van de stad.

Figuur 3.5: Visiekaart Plaspoelpolder

48

In 2019 is een addendum voor de Toekomstvisie vastgesteld. Voor het Havengebied is het beleid niet veranderd. Er komen op basis van het Addendum meer gebieden bij in Plaspoelpolder waar wonen mogelijk wordt, zoals Kesslerpark en omgeving, de Bordewijkzone, de Broodfabriek en omgeving en de zone Churchilllaan. Het Havengebied en daarna Kesslerpark/Churchilllaan krijgen daarin prioriteit in tijd gezien. Bij deze ontwikkelingen wordt coördinatie opgezet in personele capaciteit, aanbod in woningen en leefbaarheid/(bouw-)verkeer. Toetsing Dit bestemmingsplan maakt een gemengd gebied in het Havenkwartier mogelijk. Dit is in lijn met de uitgangspunten van de Toekomstvisie. 3.4.2 Uitvoeringsagenda Gebiedsontwikkeling Plaspoelpolder 2020 - 2023 Doel van de uitvoeringsagenda Gebiedsontwikkeling Plaspoelpolder is een toekomstbestendig en modern kennis- en werklandschap te realiseren, waarin werken, leren, ontspannen en wonen met elkaar samen gaan, in een dynamische, gezonde en groene omgeving. Doelstelling van het havenkwartier is een gemengd levendig gebied.

Figuur 3.6: Uitvoeringsprogramma Plaspoelpolder 2020-2023 Toetsing Dit bestemmingsplan maakt een levendig gemengd gebied mogelijk en geeft daarmee invulling aan de Uitvoeringsagenda. 3.4.3 Ontwikkelkader Havenkwartier (2021) Doel van het ontwikkelkader is de ontwikkeling van het Havenkwartier in Rijswijk tot gemengd werk- en woongebied. Hiermee kan worden voorzien in de woningbehoefte, met behoud van bedrijvigheid en werkgelegenheid. De bestaande bedrijvigheid (80.000 m 2 o.a. Harbour Village) blijft behouden of wordt vernieuwd. Er worden 2.000 tot 2.500 woningen gerealiseerd door leegstaand of verouderd vastgoed te slopen of te transformeren. De bestaande oppervlakte aan kantoren (40.000 m2) komt te vervallen. Ongeveer 10.000 m2 bedrijfsruimte en 20.000 m2 kantoorruimte mag getransformeerd worden naar voorzieningen, zoals een hotel/ businesscentre (Sijthofflocatie), restaurant/café, buurtsupermarkt en medische voorzieningen. Het water en de kades worden heringericht tot stadshaven en waterpleinen.

49

Figuur 3.7: Schema functies en dichtheid Havenkwartier. In huidige situatie betreffen het 65 woningen in plaats van 3 (bron: Ontwikkelkader Havenkwartier) Ruimtelijk kader Een belangrijk onderdeel van het Ontwikkelkader is het Ruimtelijk Kader. Dit Kader gaat niet alleen in op de stedenbouwkundige aspecten van de opgave, de samenhang tussen de gebouwde percelen en de openbare ruimte, maar formuleert ook ambities op de aspecten duurzaamheid en mobiliteit. Bij dit Ruimtelijk Kader hoort een faseringskaart met informatie over initiatieven in het gebied en een voorstel over de gefaseerde ontwikkeling. Deze faseringskaart is weergegeven in paragraaf 2.2. Het ontwikkelkader bevat het ruimtelijk kader. Hierin zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten benoemd. Het ruimtelijk kader bestaat uit een raamwerk voor de openbare ruimte en uitgangspunten voor een flexibele invulling van de bouwvelden. Deze komen voort uit de ambities die volgens gemeente Rijswijk van belang zijn om het Havenkwartier verder te ontwikkelen naar een duurzaam en gemengd Havenkwartier. Verder bevat het ontwikkelkader beeldkwaliteitscriteria. Dit is uitgewerkt in paragraaf 2.2.2. Toetsing Binnen het Havenkwartier zijn woningen, bedrijven en voorzieningen gewenst. Dit bestemmingsplan maakt de beoogde transformatie en sloop-nieuwbouw mogelijk.

De functionele en ruimtelijke uitgangspunten van het bestemmingsplan volgen uit het ontwikkelkader inclusief het ruimtelijk kader. Dit is beschreven in paragraaf 2.2.2. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met het vastgestelde ontwikkelkader. 3.4.4 Welstandsnota 2015 Gemeente Rijswijk De Woningwet schrijft voor dat een gemeente die haar aanvragen om een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk toetst aan ‘redelijke eisen van welstand’, een welstandsnota moet vaststellen met daarin de criteria waaraan de omgevingsvergunningsplichtige bouwplannen moeten voldoen. Tevens bepaalt de Woningwet dat de gemeenteraad kan besluiten een gebied aan te wijzen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Tot slot heeft de gemeente Rijswijk de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie in de bouwverordening opgenomen. In de welstandsnota zijn op zo concreet en objectief mogelijke wijze welstandscriteria met betrekking tot het bouwen vastgelegd. Naast welstandscriteria voor monumenten, zijn er algemene welstandscriteria en objectgerichte welstandscriteria opgenomen. Tot slot zijn de (bestaande) volkstuincomplexen als welstandsvrije gebieden aangewezen.

50

Toetsing Het havenkwartier valt onder het reguliere welstandsniveau. Hiervoor gelden de algemene toetsingscriteria en zijn er specifieke objectcriteria. De objectcriteria gaan over veel voorkomende (kleine bouwwerken) zoals aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en dakkapellen. Alle ontwikkelingen worden wel aan de algemene toetsingscriteria getoetst. De algemene toetsingscriteria uit de welstandsnota zijn als volgt: Uitgangspunt voor de algemene welstandscriteria is de aanname dat de kwaliteit van een gebouw is gerelateerd aan de volgende criteria: A. Stedenbouwkundige samenhang B. Evenwichtig gevelbeeld C. Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik Onderstaand worden deze criteria toegelicht.

Criterium A: Stedenbouwkundige samenhang Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:  het bouwwerk passend is in de bestaande of toekomstige omgeving  de kwaliteit van het openbaar gebied wordt gerespecteerd of versterkt  de bestaande doorzichten en zichtlijnen gerespecteerd worden  bij markante en belangrijke stedenbouwkundige plekken voldoende  uitdrukking wordt gegeven aan het belang van de locatie Criterium B: Evenwichtig gevelbeeld Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:  het karakter van de bestaande gevelwanden wordt gerespecteerd of versterkt  de verhoudingen in de gevels evenwichtig van opbouw zijn  eventuele ingrepen in een bestaande gevel in goede verhouding tot elkaar en tot het geheel van de gevel staan. Criterium C: Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:  de detaillering en het materiaalgebruik het karakter van het bouwwerk ondersteunen  het kleurgebruik afgestemd is op de omgeving  de architectonische eenheid als geheel (gevelwand, blok of straat) in evenwicht is of blijft  de bij het bouwwerk behorende erfafscheidingen afgestemd zijn op het gebouw en op de omgeving. Op basis van deze criteria is voor de ontwikkeling van het Havenkwartier een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie 3.4.5).

De Welstandscommissie betrekt beeldkwaliteitsplannen in haar overwegingen/beoordeling komend tot haar advies. Voor de eisen ten aanzien van welstand wordt dan ook verwezen naar het Beeldkwaliteitsplan Havenkwartier in paragraaf 3.4.5. 3.4.5 Beeldkwaliteitplan Het Havenkwartier (2022) Het beeldkwaliteitplan bouwt voort op het hoofdstuk ‘Beeldkwaliteit’ uit het Ontwikkelkader voor het Havenkwartier. In dit beeldkwaliteitplan Havenkwartier zijn ten aanzien van de bebouwing en openbare ruimte de essentiële randvoorwaarden en beoogde uitgangspunten opgenomen. In specifieke situaties biedt dit document ruimte voor maatwerk. De openbare ruimte wordt globaler behandeld zodat deze later kan worden uitgewerkt in de vorm van inrichtingsplannen. Het beeldkwaliteitplan vormt de leidraad voor deze inrichtingsplannen.

51

Passages uit het beeldkwaliteitsplan In het algemeen geldt dat gebouwen alzijdig zijn. Aan- en opbouwen worden voorkomen doordat alle (technische) voorzieningen inpandig worden opgelost. De enkelvoudige volumes die zo ontstaan, met materialisatie die de hoek om gaat, zorgen voor samenhang binnen het plangebied en een aantrekkelijke aanblik ook van buitenaf. Speciale aandacht gaat uit naar de aanhechting van de gebouwen op de grond en de dakbeëindiging. Het streven is naar gebouwen die sterk bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de stad op ooghoogte. Voor een aantrekkelijke omgeving is het wenselijk dat er een goede overgang gemaakt wordt tussen gebouwen en openbare ruimte. Wanneer gebouwen betrokken zijn op de straat wordt de omgeving meer aantrekkelijk, veilig en samenhangend. Zeker in watersteden is er een nauw verbond tussen bebouwing en ruimte. Gebouwen maken de ruimte. Voor het Havenkwartier wordt daarom voorgesteld te bouwen in de rooilijn, woningen en bedrijfsruimtes aan de straat te realiseren en om extra zorg te besteden aan de plinten en de hoeken van gebouwen. Daar waar woningen direct aan de straat staan (zoals bij laagbouw) wordt de overgang tussen openbaar en privé mee ontworpen. Dit zijn bijvoorbeeld voortuinen met een muurtje, hekwerk of haag. Daar waar bedrijfsruimtes aan de straat staan is een transparante en geactiveerde plint gewenst.

Hierdoor wordt de identiteit naar buiten gedragen en wordt anonimiteit voorkomen. Rijen met gesloten roldeuren dragen niet bij aan de kwaliteit van dit gebied. In alle gevallen spreekt hieruit een zorg vanuit de bebouwing naar de openbare ruimte. Een betrokkenheid die de kwaliteit van het gebied ten goede komt. De hogere gebouwen zijn een toevoeging aan de basislaag met Rijswijkse hoogte. De hoge gebouwen zijn in principe alzijdig en slank. Van de hoogbouw wordt een bepaalde abstractie en ingetogenheid verwacht die bijdraagt aan lichtheid en schaalloosheid van de gebouwen. Specifiek wordt gekeken naar de overgangen in de gevel. Van openbare ruimte naar plint, van plint naar basisvolume, van basisvolume naar toren en tenslotte de verticale beëindiging van de gebouwen. Hoe ingetogener de gebouwen hoe meer nadruk komt te liggen op deze overgangen. Hier verandert de ruimtelijkheid van het gebouw en ontstaan functionele en dus architectonische mogelijkheden. Op de overgangen kunnen accenten gemaakt worden in uitstraling, programma en volume. De overgang tussen basisvolume en hoogbouw speelt een rol voor de functionaliteit van het basisvolume en voor de effecten van wind en schaduw op de grond. Gevoelsmatig kan hier een menselijke maat worden neergezet en het 'gewicht' van de bovenliggende massa minder voelbaar worden gemaakt.

De overgang tussen basisvolume en toren kan op meerdere manieren worden vormgegeven waarbij in principe de hoogbouw in de tweede lijn ligt. Het daklandschap is integraal deel van de bouwopgave en wordt beschouwd als vijfde gevel. Het daklandschap dient aanvullend op de primaire dakfunctie (beschutting) benut te worden als: buitenruimte, groen of regenwaterbuffer. Toetsing In paragraaf 2.2.3 is ingegaan op de beeldkwaliteit binnen het plangebied waaruit blijkt dat er sprake is van een gewenste beeldkwaliteit binnen het plangebied. Het beeldkwaliteitsplan vormt samen met de welstandsnota het toetsingskader bij de welstandstoets in het kader van de uiteindelijke vergunningaanvraag.

52

3.4.6 Woonvisie Rijswijk 2015-2025, actualisatie 2021 Op 26 november 2015 is de gemeentelijke woonvisie 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk' vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten en ambities voor het wonen tot 2025 beschreven. De woonvisie is in 2021 geactualiseerd gelet op de huidige woningmarktsituatie. Het is crisis op de woningmarkt. De vraag naar woningen is groot en het aanbod blijft achter. De doorstroming stagneert. Voor veel mensen is het vinden van een (andere) woning erg lastig. Veel mensen wonen nu in niet ideale woonomstandigheden. Als gevolg van de woningtekorten ziet de gemeente almaar oplopende huur- en koopprijzen. Vooral in het segment van de lagere middenhuur (tot ca. € 1000,-) zijn grote tekorten. De nieuwe ambities zijn:  De komende jaren een fors aantal woningen toevoegen.  Zorgen voor een woningvoorraad waarin alle doelgroepen voldoende aan bod komen.  Prioriteit aan het toevoegen van middeldure huur- en koopwoningen.  De doelgroepenvoorraad beperkt uitbreiden. Het aandeel in de totale voorraad neemt af.  De leefbaarheid en sociale cohesie in wijken verbeteren en zorgen voor een meer gemêleerde woningvoorraad. Het streven om de woningvoorraad veelzijdiger te maken is in onderstaande tabel vertaald naar streefpercentages per prijssegment voor 2030.

Figuur 3.8: Streefpercentages woningvoorraad Het Havenkwartier is aangewezen als transformatiegebied + sloop-nieuwbouw. Hierbij bestaat de doelgroep uit werkende jongeren, young professionals, starters, kleine huishoudens en huishoudens met midden- en hogere inkomens. Toetsing Het Havenkwartier is aangewezen als transformatiegebied wat inhoudt dat naast werken de functie wonen een prominente plek krijgt. Woningen worden zowel toegevoegd door transformatie van leegstaand vastgoed als door sloop- nieuwbouw. De realisatie van appartementen in Harbourpark sluit hierbij aan. Het voornemen is alle appartementen als huurappartementen uit te voeren en bestaan uit middeldure en dure huur.

53

3.4.7 Economische strategie Rijswijk (2021) De gunstige ligging en goede bereikbaarheid onderscheidt Rijswijk van veel andere plaatsen. Door deze eigenschappen beter te benutten, wil de gemeente ervoor zorgen dat in 2030 de werkgelegenheid in de gemeente stabieler, sterker geworteld en diverser is dan ooit. Dat zorgt er mede voor dat Rijswijk dan een duidelijke, onderscheidende positie in de regio heeft. Er zijn vier hoofdlijnen voor de strategie: 1. Sterke netwerken. 2. Sterke gebieden. 3. Innoveren en verduurzamen. 4. Rijswijk sterker profileren. Vanwege flexibilisering van de economie (andere werkvormen, mengvormen van detailhandel, horeca en internetwinkels etc.) is het belangrijk om in te zetten op sterke gebieden. Zo zijn er in de Rijswijkse werk- en winkelgebieden een aantal substantiële (en niet makkelijk op te lossen) opgaven rond o.a. leegstand en verduurzaming. Er is veel vraag naar ruimte voor werken in de regio, maar de Plaspoelpolder weet daar nog niet van te profiteren. Ruimtedruk en behoefte aan informele milieus en functiemenging Internationaal, maar zeker ook in de provincie Zuid-Holland, is er sprake van een ‘trek naar de stad’. Dit leidt tot een toenemende ruimtedruk in steden en een forse woningbouwopgave, die wordt versterkt door demografische trends (ouderen wonen langer thuis, toename alleenstaanden).

In de moderne kenniseconomie neemt de behoefte aan ontmoeting en interactie toe, net als aan een flexibiliteit in bedrijfsvoering en -huisvesting. Flexibele locaties gericht op interactie, zoals bedrijfsverzamelconcepten in stadscentra of in woonwijken, koffiezaken en werkplekken aan huis, groeien hierdoor in populariteit. Op bedrijventerreinen en kantoorlocaties vertaalt zich dit in een vraag naar meer functiemenging, bijvoorbeeld door ontmoetingsplekken en extra voorzieningen (zoals horeca, kinderopvang, fitness etc.). Er is steeds meer sprake van meervoudig ruimtegebruik of dubbel grondgebruik. Omdat ruimte steeds schaarser wordt en er steeds meer belang wordt gehecht aan de kwaliteit van die ruimte, vormt dubbel grondgebruik een mooie oplossing. Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt ingezet op behoud van werkgelegenheid en de transformatie van leegstand naar een gemengd levendig gebied. Binnen Harbourpark is sprake van meervoudig grondgebruik. In de plint en op de eerste verdieping van de bouwdelen aan de Nijverheidsstraat en de Klipperstraat is ruimte voor voorzieningen en bedrijvigheid. Dit is in de kelder, begane grond en eerste verdieping van gebouwen A en B. Daarnaast een klein deel (circa 385 m 2) op de tweede verdieping van gebouw A. Aan de Handelskade (gebouw D) en op de verdiepingen van alle gebouwen worden woningen gerealiseerd.

Meervoudig grondgebruik past binnen het ontwikkelkader Havenkwartier en de Economische strategie. 3.4.8 Stadsvisie Rijswijk 2030 In de stadvisie zijn de ambities voor Rijswijk beschreven, waarbij drie gebieden zijn onderscheiden waarbinnen de verschillende, toekomstige vraagstukken het best kunnen worden ondergebracht: de pijlers sociaal, ruimtelijk en economisch. In de Stadsvisie zijn als keuzes opgenomen:  het transformeren van leegstaande bedrijven en kantoorpanden naar woningen;  de Plaspoelpolder krijgt meer woon- en andere functies;

54

groen en water worden op meer creatieve manieren geïntegreerd in stedelijke gebieden.

Toetsing Dit sluit aan op de ontwikkeling van het Havenkwartier en de beoogde ontwikkeling in het plangebied. De ontwikkeling sluit hierop aan. Het betreft het transformeren van een bedrijfspand in de Plaspoelpolder naar een gemengd gebouw. Werken en wonen komen hierin samen. Bovendien zorgt de ontwikkeling ervoor dat de kop van het beoogde Havenplein wordt vormgegeven. Dit draagt bij aan een nieuwe creatieve invulling van dit water, waarbij meer nadruk op verblijfskwaliteit wordt gelegd. Bovendien worden groen en water in het ontwerp geïntegreerd. Bijvoorbeeld door het toevoegen van groene daken. In paragraaf 4.14 wordt hierop ingegaan. 3.4.9 Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk 2011 Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad de gemeentelijke Nota Parkeernormen vastgesteld. De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen houden en duidelijkheid te krijgen over de implementatie van de parkeernormen. De nota is het toetsingskader voor de komende jaren. Door herziening van de bijlagen bij de nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie. In 2023 wordt gewerkt aan een nieuwe versie van de Nota Parkeernormen op basis van voortschrijdende inzichten.

Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed. Aan de normen wordt actief getoetst bij (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een vergunning is vereist. Onder voorwaarden is gemotiveerd afwijken van de Nota Parkeernormen mogelijk. Toetsing In dit bestemmingsplan zijn de parkeernormen planologisch geborgd. Voor de ontwikkelingen in het Havenkwartier zijn specifieke parkeernormen vastgesteld. In paragraaf 4.2 is getoetst aan deze normen. Hierin blijkt dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. 3.4.10 Mobiliteitsprogramma 2040 Economische groei leidt tot mobiliteit en mobiliteit leidt tot economische groei, tot een bepaald punt. In de Randstad en dus ook in Rijswijk is het punt bereikt dat dit geen vanzelfsprekendheid meer is.

Het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 zet de lijnen uit waarlangs de mobiliteit in Rijswijk zich zou moeten ontwikkelen om in de toekomst als stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig te zijn. De opgave binnen de gemeente is het volgende:  Toenemende drukte en verstedelijking.  Negatieve effecten van mobiliteit: toenemende verkeersonveiligheid, slechte luchtkwaliteit en geluidshinder. Binnen de gemeente wordt er geprioriteerd volgens het STOMP-principe. (STOMP: S=stappen, lopen, T=trappen, fietsen, O=openbaar vervoer, M= Mobility as a service, deelmobiliteit en P=privéauto). Daarbij gaat voetganger voor fiets, fiets voor openbaar vervoer, openbaar vervoer voor auto en daarbij deelmobiliteit boven eigen autobezit. Bijvoorbeeld: als een hoofdnet fiets een

55

hoofdnet auto kruist, heeft de fietser voorrang. Toetsing In paragraaf 4.2 is ingegaan op het aspect mobiliteit. Het bestemmingsplan maakt een parkeergarage/kelder mogelijk om de parkeerbehoefte te realiseren. De wens is om een deel van de parkeerbehoefte op te vangen in een mobiliteitshub buiten het plangebied. Dit om enerzijds het aantal verkeersbewegingen in het gebied te beperken en anderzijds duurzaam om te gaan met de gebouwde omgeving. Deze mobiliteitshub wordt dan binnen een loopafstand van 500 meter gerealiseerd. Op deze locatie worden ten minste 14 parkeerplaatsen voor deelauto's gerealiseerd. Met het faciliteren van het gebruik van de deelauto's wordt aangesloten bij het gemeentelijk mobiliteitsprogramma. 3.4.11 Groenbeleidsplan 2010 - 2020 In februari 2010 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan 2010-2020 'BomeNatuuRecreatie' vastgesteld. In het plan staan de 'groene' ambities voor ontwikkelingen in de stad. Het groen komt te vaak op de tweede plek. Met het groenbeleidsplan krijgt het weer de plek op de kaart van Rijswijk die het verdient. De groenstructuur van Rijswijk is de basis en dus het fundament van het groenbeleidsplan. Die groenstructuur bestaat uit de boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur en duurzaam, verbinden en beleven zijn de leidende principes.

De visie van het groenbeleidsplan bestaat uit het creëren van een duurzame groenstructuur, door het behoud van de bestaande hoeveelheid groen, de identiteit en de kwaliteit van het groen te versterken en te zorgen voor groen dat in de omgeving past. Verbindingen zorgen voor samenhang in de groenstructuur. Dit vergroot de belevingswaarde van het groen. Investeren in de groenstructuur door middel van herinrichting en beheer betekent investeren in de stad als geheel. Het groenbeleidsplan fungeert als het groene toetsingskader voor ontwikkelingen en geeft richting aan het denken over groen, prioritering bij de uitvoering en keuzes in groenbeheer. Toetsing Bij het ontwikkelkader is een bomeninventarisatie opgenomen. Hieruit blijkt dat er in het plangebied geen bomen aanwezig zijn. Verder zijn in het plangebied geen groenstructuren aanwezig die onderdeel uitmaken van de hoofd groenstructuur van Rijswijk. De groenstructuur zal met name rondom het plangebied vorm krijgen, als onderdeel van de ontwikkeling van het Havenkwartier. Op gebouwniveau worden groene daken toegepast. Ook komt er een groene binnentuin waarbij de bewoners groen op korte afstand van hun woning kunnen beleven. In paragraaf 4.14 wordt nader ingegaan op dit aspect. 3.4.12 Retail- en horecabeleid gemeente Rijswijk Eind juni 2023 is het retail- en horecabeleid voor de gemeente Rijswijk vastgesteld.

Mede gezien de veranderende ontwikkelingen binnen de retail- en horeca had de gemeente behoefte aan een gemeentebreed beleid op dit gebied. Het beleid biedt onder meer uitgangspunten voor het kunnen beoordelen van nieuwe initiatieven. Bovendien verlangen ondernemers en eigenaren naar een duidelijke richtlijn die schetst waar retail- en horeca gewenst is. De herontwikkeling van Bogaard stadscentrum heeft de behoefte gecreëerd aan meer duidelijkheid over hoe de diverse centra binnen de gemeente zich tot elkaar verhouden. Dit retail- en horecabeleid biedt de gemeente een toetsingskader voor nieuwe initiatieven en biedt marktpartijen een beter houvast en investeringsperspectief. Het sluit aan op de onlangs vastgestelde economische visie om in te zetten op sterke economische kerngebieden. Voor de leefbaarheid in Rijswijk is het belangrijk dat het toekomstig aanbod aan retail en horeca goed afgestemd wordt op het toenemende aantal inwoners en hun behoeftes en op nieuwe trends, zoals flitsbezorgers. Bereikbaarheid, gezondheid, duurzaamheid en toegankelijkheid zijn hierbij belangrijke aandachtspunten.

56

Toetsing In het beleid is voor het Havenkwartier aangegeven dat ruimte is voor een buurtsteunpunt. Gezien de jonge doelgroep, de lage geplande parkeernorm en de overige mobiliteitsambities van de gemeente zullen toekomstige bewoners zich vooral lopend of met de fiets verplaatsen. Een kleine mandjessupermarkt (circa 500 m2 winkelvloeroppervlakte) is gelet op die karakteristieken en de afstand ten opzichte van de andere supermarkten gewenst in dit gebied. Daarnaast is het Havenkwartier geschikt voor het ontwikkelen van enkele horecagelegenheden. Aangezien dit een gemengd gebied wordt met veel ruimte voor wonen, wordt enkele horeca van categorie 1a en 1b wenselijk geacht. Met voorliggend bestemmingsplan wordt enkel ondergeschikte horeca en ondergeschikte detailhandel mogelijk gemaakt. Er worden geen zelfstandige horeca- en/of detailhandelsvoorzieningen gerealiseerd. De ontwikkeling is dan ook niet in strijd met het gemeentelijk beleid. 3.4.13 RAAK - Rijswijkse Adaptiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering Rijswijk moet beter uitgerust worden om de veranderingen van het klimaat beter te kunnen opvangen, voor nu en voor in de toekomst. Op deze manier zorgen we voor een stad waarin het prettig is om te wonen, te werken en te verblijven. Als klimaatmaatregelen uitblijven, zullen hittestress, verlies van biodiversiteit, wateroverlast en dergelijke gaan toenemen.

De daarmee gepaarde risico’s gaan oplopen en hebben gevolgen voor de natuur, economie en leefbaarheid. Om deze reden is een klimaatadaptatie strategie opgesteld. De gemeentelijke doelstellingen zijn als volgt: 1. Er is een goed begrip van de kwetsbaarheden van het gebied voor extreme omstandigheden, inclusief de vitale en kwetsbare functies. 2. Overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven, beheerders en bewoners hebben gezamenlijk, op basis van deze bekende kwetsbaarheden, een ambitie vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met lokaal en regionaal handelingsperspectief en wordt er een gedeeld beeld gevormd van de kosten en baten. 3. De voortvloeiende uitvoeringplannen met vastgestelde ambities zijn uitgevoerd. 4. Binnen gemeente Rijswijk worden mitigatie- en adaptatiestrategieën geïntegreerd toegepast, waardoor onze leefomgeving voortdurend klimaatadaptief blijft. 5. Bewoners en bedrijven in Rijswijk zijn bewust van het belang van klimaat, water en biodiversiteit. Ook geven we zelf het goede voorbeeld met ons maatschappelijk vastgoed. 6. Het principe van klimaatbestendigheid en waterrobuuste inrichting wordt geïntegreerd in het dagelijkse en strategische handelen. Bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen wordt de klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting meegenomen in het plantoetsproces. 7.

De kwetsbaarheid van het gebied wordt regelmatig opnieuw bekeken en indien nodig aangepast op basis van klimaatontwikkelingen of veranderingen in de ruimtelijke inrichting. Dit gebeurt ten minste eens in de zes jaar, of eerder indien nodig. 8. Niet alle kwetsbaarheden kunnen volledig worden opgelost. Er blijft altijd een kans dat het mis kan gaan. Dat heet restrisico. Het restrisico is voor alle thema's bekend en begrepen door partneroverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers. 9. De calamiteitenzorg en het herstelvermogen zijn aangepast aan de restrisico's, en burgers en bedrijven zijn op de hoogte van hun persoonlijke handelingsperspectief in geval van een calamiteit. Toetsing In het ontwerp van Harbourpark is rekening gehouden met klimaatadaptatie. Dit is beschreven in paragraaf 4.14. Dit is daarnaast geborgd in de regels in artikel 3.8.

57

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten

4.1

Milieueffectrapportage

Toetsingskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder Besluit m.e.r.). In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de betreffende activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, dient het bevoegd gezag te beoordelen of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Deze beoordeling wordt aangeduid met de term vormvrije m.e.r. beoordeling. De vorm is vrij maar de inhoud dient betrekking te hebben op de volgende omstandigheden:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten.

Onderzoek en conclusie In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van 301 woningen en minimaal 5.900 m 2 BVO voorzieningen en bedrijven. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Alhoewel de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft, is middels een aanmeldingsnotitie onderzocht of sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. De ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplan zijn onderdeel van de herontwikkeling van het gehele Havenkwartier in Rijswijk. Voor de gehele ontwikkeling van het Havenkwartier is een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld, deze is als bijlage van het Ontwikkelkader Havenkwartier opgenomen. Voor de ontwikkeling van Harbourpark is een separate aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is toegevoegd in Bijlage 2. Uit deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling blijkt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten.

Burgemeester en wethouders hebben op basis van deze aanmeldnotitie besloten dat voor het bestemmingsplan geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden.

58

4.2

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. Er wordt getoetst aan de 'Nota parkeernormen 2011' van de gemeente Rijswijk en de normen zoals opgenomen in het Ontwikkelkader Havenkwartier. Onderzoek 4.2.1 Verkeer Ontsluiting Het plangebied wordt via de Nijverheidsstraat en de Handelskade ontsloten op de Koopmansstraat richting de Burgemeester Elsenlaan. Vanaf hier kan richting het zuiden de A4 worden bereikt. Op circa 100 meter afstand bevindt zich de tramhalte Rijswijk, Handelskade. De verkeerskundige effecten zijn in 2019 in het kader van de aanmeldingsnotitie m.e.r. onderzocht. De gehele ontwikkeling van het Havenkwartier leidt naar verwachting tot 11.400 motorvoertuigen per etmaal (bestaande en nieuwe functies) van en naar het Havenkwartier in 2030. De toename van verkeer zorgt voor een veranderende verkeersafwikkeling in het gebied. Voor de kruispunten van de Burgemeester Elsenlaan met de Handelskade en de Limpergstraat geldt dat de toekomstige verkeersstromen verwerkt kunnen worden en er geen fysieke aanpassingen nodig zijn.

Voor de kruispunten van de Diepenhorstlaan met de Veraartlaan en de aansluiting met de rijksweg A4 geldt dat de toekomstige verkeersstromen onvoldoende verwerkt kunnen worden en aanpassingen worden uitgevoerd om toekomstbestendig te zijn. Verkeersregeltechnische optimalisaties (met eventueel kleinschalige fysieke aanpassing) zijn voldoende om de toekomstige verkeersstromen wel voldoende te kunnen verwerken. Dit geldt tevens voor de kruispunten van de Burgemeester Elsenlaan met de Churchillaan en de Generaal Spoorlaan. Daarnaast zal de gemeente monitoren of na realisatie van (een deel van) het bouwprogramma aanvullende verkeerskundige ingrepen nodig zijn om doorgaand verkeer door wegen als de Galjoenstraat en/of Bomenbuurt tegen te gaan. Het onderzoek uit 2019 is uitgevoerd op basis van programmagegevens zoals die destijds bekend waren. Inmiddels is er sprake van concretere bouwplannen waardoor er meer inzicht is in het programma zoals dat daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Daarom is een bijstelling van het verkeersonderzoek gedaan aan de hand van actuele programmagegevens. Deze actualisatie is toegevoegd in Bijlage 4.

Hierbij is inzicht verkregen:  of toe- of afname van verkeersstromen ten opzichte van het onderzoek uit 2019 is te verwachten;  of aanvullende verkeerskundige maatregelen wenselijk/noodzakelijk zijn;  of stringenter gestuurd moet worden in de mobiliteitseffecten van toekomstige bouwplannen door middel van bv. lagere parkeernormen, meer parkeren op afstand, meer deelmobiliteit etc.;  of nog te realiseren bouwprogramma tussentijds bijgesteld moet worden. Uit het onderzoek blijkt het volgende:  De totale te verwachten verkeersstroom na realisatie van het Havenkwartier is in lijn met het onderzoek uit 2019. De inschatting uit 2019 voor een ritproductie van 3 ritten/woning/etmaal (Goudappel Coffeng) sluit aan bij de te verwachten ritproductie op basis van het actuele

59

woonprogramma (3,2 ritten/woning/etmaal). Op basis van deze doorrekening kan geconcludeerd worden dat (ten opzichte van de reeds voorgestelde maatregelen in rapport Goudappel Coffeng) vooralsnog geen aanvullende verkeerskundige maatregelen en/of bijstelling van programma nodig zijn. In de berekening is uitgegaan dat ook voor toekomstige bouwplannen een reductie van 20% wordt toegepast op de parkeernormering van het Havenkwartier. De uitkomsten geven dan ook aanleiding om bij de beoordeling van toekomstige bouwplannen sterk te blijven sturen op een reductie op het aantal parkeerplaatsen van minimaal 20% in combinatie met maatregelen op het gebied van mobiliteitstransitie zoals deelauto’s, fiets en parkeren op afstand.

Binnen het Havenkwartier is de Koopmansstraat de belangrijkste ontsluitingsweg. Vanaf deze hoofdas zijn de Nijverheidsstraat, Steenplaetsstraat en de Limpergstraat te bereiken. Vrijwel alle wegen in het Havenkwartier zijn in het ontwerp opgenomen. Hierbij wordt aandacht besteed aan kwalitatief hoogwaardige voorzieningen voor voetgangers en fietsers. Zo worden er nieuwe fietsroutes door en naar de wijk aangelegd en komen er brede trottoirs die met plantenbakken en/of bomen afgescheiden zijn van de rijbaan voor het autoverkeer waardoor het prettig lopen is. Ook wordt onderzocht of door toepassing van deelauto’s in het Havenkwartier de gebruikelijke parkeernorm iets naar beneden bijgesteld kan worden wat een gunstig effect kan hebben op de verkeersdruk in- en naar de wijk. 4.2.2 Parkeren Autoparkeren Vanwege het specifieke karakter van het Havenkwartier zijn voor deze ontwikkeling gebiedsparkeernormen vastgesteld. Deze zijn opgenomen in de Notitie parkeren, die onderdeel is van het Ontwikkelkader Havenkwartier. Deze normen vormen uiteraard ook het kader voor de ontwikkeling Harbourpark en zijn daarom geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.

60

Voor bewoners gelden de volgende normen:

Figuur 4.1: Gebiedsnormen Havenkwartier (bron: Notitie parkeren - Ontwikkelkader) Voor bezoekers aan bewoners geldt vooralsnog een verlaagde parkeernorm van 0,2 pp/woning. De gemeente kan bij latere fasen van de ontwikkeling van het Havenkwartier mogelijk kiezen voor een nog lagere bezoekersnorm van 0,1 pp per wooneenheid. Dit is aan de orde als blijkt dat er een overschot aan bezoekersparkeerplaatsen is. Dit tekort zal worden aangetoond door het combineren van informatie van betaalautomaten en de Rijswijkse scanauto. Voor werknemers en bezoekers aan bedrijven en voorzieningen gelden parkeernormen die zijn gebaseerd in de meest recente parkeerkengetallen van de CROW.

De normen zoals opgenomen in het ontwikkelkader Havenkwartier zijn opgesteld op basis van cijfer over het daadwerkelijke autobezit in Rijswijk per type woning en de meest recente cijfers van het kennisinstituut CROW. Deze parkeernormen passen beter bij de hedendaagse behoefte dan de parkeernormen uit de nota parkeernormen (welke uit 2011 dateert). De kortingsmogelijkheden die onderdeel zijn van het ontwikkelkader Havenkwartier zijn gebaseerd op actueel parkeerbeleid van buurgemeente, welke al wel aansluiten op het hedendaagse autogebruik bij nieuwe ontwikkelingen en daarom als zodanig opgenomen in het ontwikkelkader. De kortingen stimuleren het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen om de hoeveelheid verkeersgeneratie als gevolg van de woningbouwontwikkelingen te beperken. De kortingsmogelijkheden passen bij hoe nu gekeken wordt naar mobiliteit. Mobiliteit werd in de jaren '70 bepaald door de groeikernen, die ingericht zijn op autogebruik en het autogebruik

61

stimuleerde. Nu wordt in het kader van duurzaamheid het autogebruik juist ontmoedigd en worden alternatieven zoals wandelen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit gestimuleerd. STOMP-principe: stappen, trappen, OV, deelmobiliteit en de privé auto. Bij mobiliteit komt de privé auto op de laatste plaats. Dit resulteert in een lager autogebruik. Hierdoor is het mogelijk om kortingen op de parkeernorm te geven als voorzien wordt in één of meerdere van deze alternatieven. Het STOMP-principe is onderdeel van het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 dat is vastgesteld door de raad op 21 december 2021. Het ontwikkelkader Havenkwartier heeft in de basis al de mogelijkheid geboden om boven op de vastgestelde normen kortingen toe te passen voor het toepassen van deelmobiliteit (in de basis is dit 20%) en de realisatie van extra fietsenstallingen. Aanvullend is er ook met het oog op de invoering van betaald parkeren een reductie mogelijk op het aantal bezoekersparkeerplaatsen. Middels een aanvullend onderzoek heeft de ontwikkelaar aangetoond dat voor het Harbourpark 35-50% van de parkeereis opgelost kan worden door de realisatie van een hub met deelvoertuigen. Om het gebruik van deelmobiliteit en andere vervoersconcepten te borgen en het autogebruik te beperken wordt betaald parkeren ingevoerd.

Zowel bestaande als nieuwe bewoners en hun bezoekers in het projectgebied zijn uitgesloten van een vergunning, net zoals nieuwe ondernemingen. Dit met het idee om de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven niet te belemmeren. In de notitie auto- en fietsparkeren is de parkeerbehoefte van Harbourpark onderbouwd. Deze notitie is opgenomen in Bijlage 3. Huidige gebruik De parkeerbehoefte in de huidige situatie is als volgt:

Figuur 4.2: Parkeerbehoefte huidige situatie Het totaal aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bedraagt: 0 Het totaal aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte bedraagt: 308 Beoogde situatie De parkeerbehoefte in de beoogde situatie is als volgt:

Figuur 4.3: Parkeerbehoefte in de beoogde situatie Vervolgens is berekend wat de parkeerbehoefte is aan de hand van aanwezigheidspercentages.

62

Figuur 4.4: Parkeerbehoefte verrekend met aanwezigheidspercentages Op basis van de aanwezigheidspercentages is de parkeerbehoefte van de koopavond maatgevend voor het Harbourpark. Dit zijn 328 parkeerplaatsen. Toekomstige parkeerbehoefte Harbourpark volgens een oud voor nieuw beleid De parkeernorm wordt berekend voor de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein. De sportschool is gevestigd aan de Handelskade en verplaatst naar de Klipperstraat. De sportschool parkeert nu in de openbare ruimte. De afspraak in het kader oud voor nieuw is dat de sportschool in de openbare ruimte blijft parkeren. De parkeernorm van 102 parkeerplaatsen voor de sportschool wordt daarom van het totaal aantal parkeerplaatsen op eigen terrein afgetrokken. Toekomstige parkeerbehoefte Harbourpark volgens aangepast bezoekersbeleid Door de toepassing van betaald parkeren en de uitkomsten van de daarbij horende scanauto wordt op basis van het ontwikkelkader een bezoekersnorm van 0,1 pp /per wooneenheid toegepast. Conclusie aantal parkeerplaatsen voor bezoekers van bewoners (wonen): Op basis van bovenstaande vermindert het aantal parkeerplaatsen voor bezoekers van 60 parkeerplaatsen naar 30 parkeerplaatsen. Dit resulteert in een korting van -30 parkeerplaatsen. Daarnaast is de wens deelmobiliteit toe te passen. Hiermee kan 20% korting worden verleend op de parkeereis.

Hierbij vervangt één deelauto en één parkeerplaats vijf normale parkeerplekken. In principe dienen 154 parkeerplaatsen aangelegd te worden op eigen terrein. Het is echter de wens om gebruik te maken van een mobiliteitshub. Deze is beoogd aan de Bruyn Kopsstraat 2. Dit is op acceptabele afstand van Harbourpark, en dus te voet te bereiken. Hierop is een aanvullende uitzonderingen mogelijk, voor Harbourpark maken we gebruik van de volgende uitzondering: Het aanbieden van een parkeeroplossing (zoals genoemd in het verkeersonderzoek in bijlage 4) voor privéauto's van bewoners in de vorm van het ter beschikking stellen van een parkeervoorziening op het terrein van derden in dit geval de HUB op maximaal 500 meter loopafstand. Is toegestaan voor maximaal 50% van de netto parkeereis (in dit geval 192). Aangetoond moet worden dat de parkeervoorziening (HUB) op het terrein van derden voldoende parkeergelegenheid moet hebben voor een periode van minimaal 10 jaar. Normatieve parkeerbehoefte Harbourpark Op basis normatieve parkeerbehoefte en de aanvullende kortingen op basis van bovengenoemde uitzonderingen beschreven in de parkeervisie is de parkeerbehoefte als volgt:

63

Figuur 4.5: Conclusie parkeerbehoefte In Harbourpark worden op basis van deze notitie:  Minimaal 125 parkeerplaatsen gerealiseerd in de parkeergarage op de begane grond en 1e verdieping.  Er zullen minimaal (70/5= 14) 14 deelauto's gereserveerd worden in de HUB aan de Handelskade 74.  Minimaal 192 parkeerplaatsen gerealiseerd in de parkeergarage in de kelder, begane grond en 1e verdieping als de HUB niet door gaat.  Dit betekent dat Harbourpark in een fictieve kelder -1 moet voorzien voor ten minste 67 parkeerplekken. Deze 67 parkeerplaatsen komen in dat geval in de plaats van de 14 deelauto's die in de HUB worden gerealiseerd. Fietsparkeren In het ontwikkelkader is opgenomen dat wordt voldaan aan de meest recente fietsparkeerkencijfers van het CROW, thans uit 2019. In de regels in artikel 3.5.2 zijn fietsparkeerregels opgenomen. Deze regels zijn overgenomen uit de concept beleidsregel ' bergingen nieuwe woongebouwen Rijswijk 2020'. Essentie van de concept beleidsregel 'bergingen nieuwe woongebouwen Rijswijk 2020' is dat fietsparkeercapaciteit in appartementencomplexen ook gerealiseerd mag worden in een goed toegankelijke, gemeenschappelijke fietsenstalling. Aanvullend worden eisen geformuleerd ten aanzien van gemeenschappelijke stallingen voor scootmobielen.

Wonen Voor het Havenkwartier worden onderstaande normen gehanteerd: Gebruiksoppervlakte woning Aantal plekken in fietsrek (m2) Tot 50 2 50 tot 75 2 75 tot 100 3 Voor bezoekers geldt een norm van 0,25 per wooneenheid. Voor de beoogde ontwikkeling is een fietsparkeerbalans opgesteld.

64

Figuur 4.6: Fietsparkeren wonen In totaal dienen 703 fietsparkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Hiervan zijn 75 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers. In Harbourpark worden op eigen terrein inpandig, per woongebouw voor 5% van de bewoners fietsparkeerplaatsen (ca. 35 stuks) extra ruime fietsparkeerplekken ten behoeve van scootmobielen, bakfietsen en scooters gerealiseerd. Voorzieningen / commerciële ruimten Ook de werknemers van de verschillende nieuwe voorzieningen/ commerciële ruimten krijgen een interne fietsenberging. Ook bij het fietsparkeren wordt uitgegaan van een bepaald aandeel personeel en bezoekers, zie onderstaande tabel. In Harbourpark worden op eigen terrein inpandig 37 fietsparkeerplaaten voor de werknemers van de commerciële ruimten opgenomen.

Figuur 4.7: Fietsparkeren voorzieningen / commerciële ruimten Ook voor de bezoekers van de voorzieningen worden fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de bezoekers van de woningen worden 75 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd en voor bezoekers van de voorzieningen / commerciële ruimten 42 stuks. Dit komt uit op 117 fietsparkeerplaatsen. Op basis van aanwezigheidspercentages is berekend dat op het maatgevende moment (koopavond) 112 fietsparkeerplaatsen benodigd zijn. Deze fietsparkeerplaatsen worden inpandig op de begane grond gerealiseerd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

65

4.3

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Conform artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) (2007) bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. Alvorens geluidgevoelige objecten - zoals woningen of scholen - kunnen worden geprojecteerd, dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wet geluidhinder wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Als er nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de onderzoekszone van een weg worden gerealiseerd, dan mag de geluidsbelasting van het wegverkeer niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Op grond van artikel 82 van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op overwegende bezwaren te stuiten dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag de maximale ontheffingswaarde niet overschrijden. De maximaal toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in binnenstedelijke gebieden bedraagt en 63 dB.

Voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in buitenstedelijk bedraagt de maximale geluidbelasting 53 dB. Wanneer de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, kunnen hogere waarden worden verleend tot de maximale ontheffingswaarden. Voor het verlenen van hogere waarden wordt een besluit genomen. Dit ontwerpbesluit hogere grenswaarden wordt gelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Bij overschrijding van de maximale geluidbelasting kan een geluidgevoelig gebouw toch gerealiseerd worden als de gevel waar sprake is van overschrijding van die waarde "doof" wordt uitgevoerd. Een dove gevel bevat geen te openen delen. Voor gevels die als dove gevel worden uitgevoerd in de zin van de Wet geluidhinder wordt geen hogere waarde vastgesteld. Voor woonerven en voor wegen waarop de maximum snelheid 30 kilometer per uur bedraagt, geldt geen onderzoekszone, waardoor ze op basis van de Wet geluidhinder niet hoeven te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel verplicht dat deze wegen mee worden genomen in de afweging. Op het moment van schrijven geldt de Wet geluidhinder. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal de Omgevingswet waarschijnlijk van kracht zijn. Daarom wordt in dit bestemmingsplan aangegeven wat de wetgeving op het gebied van geluid zal zijn.

Onder de Omgevingswet valt de toetsing van geluid onder het Besluit Kwaliteit van de Leefomgeving. De systematiek van het Besluit Kwaliteit van de Leefomgeving sluit in grote lijnen aan op die van de Wet geluidhinder. Wel is onder andere de terminologie anders en worden de normen ruimer. Onderstaande tabel geeft de aanduiding weer van de meest relevante aspecten die bij geluidgevoelige bestemmingen op een geluidbelaste locatie aan de orde zijn.

66

Figuur 4.8: Verschillen tussen de Wet geluidhinder en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving Voor het ontwerp van woningen onder de Omgevingswet en het Besluit Kwaliteit van de Leefomgeving zal rekening moeten worden gehouden met het gestelde in artikel 5.78y en 5.78ab zoals hieronder is weergegeven.

Figuur 4.9: Artikelen 5.78y en 5.78ab uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving De belangrijkste verschillen tussen het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Wet geluidhinder zijn de volgende. Toetsing op te openen delen Een wezenlijk onderscheid tussen Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Wet geluidhinder is dat de toetsing van het geluid niet plaats vindt ter plaatse van de gevel (scheiding tussen een ruimte in een gebouw en de buitenlucht) maar dat de toetsing onder het Besluit Kwaliteit Leefomgeving plaats vindt ter plaatse van de te openen delen. Een gevel kan opgedeeld worden in afgeschermde delen en dove delen.

67

Geluidsschermen mogen te openen zijn De toelichting op het Besluit Kwaliteit Leefomgeving maakt – in tegenstelling tot de Wet geluidhinder - duidelijk welke mate van openheid een geluidsscherm dat voor een te openen deel in de uitwendige scheidingsconstructie is geplaatst moet hebben. Wanneer de woning voorzien is van natuurlijke toevoer moeten bij een gesloten, beter gezegd een functionerend, geluidsscherm zodanig openingen rond het scherm aanwezig zijn dat de woning geventileerd kan worden in gesloten toestand van het geluidsscherm. Het is echter niet noodzakelijk dat de woning gespuid kan worden bij een gesloten geluidsscherm. De toelichting op artikel 5.78y geeft hierbij aan dat geluidsschermen in de gevel kortstondig geopend mogen worden om de verblijfsruimten in de woning te kunnen spuien. Een kortstondige verhoging van het geluid wordt als niet schadelijk voor de gezondheid beoordeeld. Onderzoeksplicht naar bron- en overdrachtsmaatregelen blijft Net als onder de Wet geluidhinder vindt de toepassing van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen alleen plaats als de maatregelen om de overschrijding te beperken zijn onderzocht en zijn toegepast voor zover het bouwplan dit toelaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=524fec8a-6ed4-41ba-afb5-89306c9e978a