23.048b Ontwerpbestemmingsplan Pasgeld-West
Tekst van het document
Men kan er dus niet zomaar van uitgaan dat opslingering niet zal optreden zonder hier tijdens het ontwerp actief aandacht aan te besteden; • bij nader onderzoek in het kader van bovenstaande aanbevelingen moet rekening worden gehouden met de spoorverdubbeling zoals vastgelegd in het Tracébesluit viersporigheid Rijswijk - Delft Zuid. Naar aanleiding van dit onderzoek is in dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot trillingen opgenomen. In de zone langs het spoor (aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – trillingen’) mag een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor woningen pas worden verleend indien is aangetoond dat aan de streefwaarden voor de maximale (Vmax) en gemiddelde (Vper) trillingssterkte voor nieuwe situaties van de SBR-richtlijn deel B wordt voldaan.
Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023
75
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld die tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Artikel 6.12 van de Wro meldt het volgende: ‘’De gemeenteraad stelt een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen’’, of het kostenverhaal moet anderszins verzekerd zijn. Exploitatieplan Voor de gronden van dit bestemmingsplan waar de ontwikkelingen zijn voorzien, is een exploitatieplan opgesteld. Ten behoeve van het bestemmingsplan “Sion – ’t Haantje” is een grondexploitatie opgesteld.
Deze grondexploitatie is opgebouwd uit de opbrengsten en kosten die gemoeid zijn met de (her)inrichting van het gebied. Op 27 september 2011 heeft de gemeenteraad van Rijswijk het bestemmingsplan tezamen met het exploitatieplan “Sion – ’t Haantje” vastgesteld. Voor de tweede herziening van het bestemmingsplan is ook het exploitatieplan herzien; beide besluiten zijn aan elkaar gekoppeld. De laatste actualisatie van het exploitatieplan, “Sion – ’t Haantje, derde herziening” is op 31 maart 2020 vastgesteld. Gelijktijdig met het (ontwerp) bestemmingsplan zal een nieuw (ontwerp) exploitatieplan worden vastgesteld. In het exploitatieplan worden de betreffende werken en werkzaamheden omschreven, en de exploitatieopzet uiteengezet. Dit vormt de grondslag voor het kostenverhaal binnen het exploitatieplangebied. Op basis van de kosten in relatie tot de grondexploitatie afgezet tegen de opbrengsten, wordt de exploitatiebijdrage berekend. Die wordt vervolgens in rekening gebracht via een omgevingsvergunning voor het bouwen (of te sluiten posterieure overeenkomst). Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatieproces Schetsboek Pasgeld De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van Pasgeld-West als woongebied, met in ieder geval maximaal 1.000 nieuwe woningen, een school, sporthal en een ontwikkellocatie voor nieuwe bedrijven. Deze ontwikkeling is oorspronkelijk al vastgelegd in het Masterplan Rijswijk-Zuid uit 2009. Voor de invulling van Pasgeld is in 2021 het Schetsboek Pasgeld in Potlood opgesteld. Dit is tot stand gekomen op basis van een uitvoerig participatietraject. Om te komen tot een breed gedragen plan, is de gemeente in maart 2021 gestart met een participatieproces onder de noemer ‘Schetsboek Pasgeld’. Op verschillende manieren konden geïnteresseerden meedenken over de toekomst van Pasgeld; door middel van een online platform, een klankbordgroep en fysieke activiteiten. In dit proces is samen met inwoners, belangenverenigingen en ontwikkelaars gewerkt aan een integrale visie voor Pasgeld, wat heeft geresulteerd in het Schetsboek in Potlood. Dit vormt vervolgens de basis voor de Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023
76 hoofdplanstructuur, en de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp. In het Schetsboek is ook een uitgebreid verslag opgenomen van het proces en de resultaten van het participatietraject. Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) Tijdens het participatieproces heeft het projectteam in samenwerking met de klankbordgroep een aantal planvarianten (voor Pasgeld-West en -Oost) uitgewerkt. Om te zorgen voor een objectieve en gestructureerde afweging van de voor- en nadelen van deze verschillende plannen, is daarom ook een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uitgevoerd. Dit rapport van Twynstra Gudde is opgenomen in bijlage 20. De MKBA is een beproefde methode die in Nederland sinds 2000 verplicht wordt ingezet voor grote rijksprojecten, maar ook door lagere overheden veelvuldig wordt toegepast. In een MKBA worden de effecten op welvaart en welzijn van alternatieven (scenario’s) bepaald en tegen elkaar afgezet. Naast de financiële kosten en opbrengsten gaat het dan ook om effecten op bijvoorbeeld de omgeving (woongenot), (werk)geluk, recreatie/toerisme, gezondheid, veiligheid et cetera. In een MKBA worden ook deze zachtere waarden – voor zover mogelijk – in euro’s uitgedrukt, zodat deze maatschappelijke effecten kunnen worden afgezet tegen de financiële kosten van een project of scenario.
De MKBA is een verschillenanalyse: de effecten van het project zijn het verschil tussen de situatie zonder het project (referentie- of nulalternatief) en de situatie met het project (projectvariant of -alternatief). De verschillen tussen beide situaties zijn de projecteffecten die in de MKBA zijn opgenomen. Voor Pasgeld-West wordt geconcludeerd dat het saldo van het projectalternatief (met 967 woningen) uitkomt op 35,8 miljoen euro plus een aantal PM-posten. Het saldo is opgebouwd uit een positief resultaat op de grondexploitatie (+24,4 miljoen euro, netto contant) en een aantal positieve en negatieve maatschappelijke effecten. De nieuwe woningen voorzien in een maatschappelijke behoefte. De baat hiervan komt uit op 13,4 miljoen euro (netto contant). Daartegenover staat een aantal negatieve effecten die gekoppeld zijn aan de nu aanwezige natuur en het landschap. Indien die verloren gaan, dan is de totale maatschappelijke schade berekend op 2 miljoen euro. Dit bedrag is opgebouwd uit drie onderliggende effectposten, namelijk de bijdrage van natuur op het gebied van milieu, klimaat en gezondheid, de bijdrage aan leefbaarheid/ woongenot van omwonenden en de intrinsieke waarde van de natuur. Een aantal PM-posten (forenzen/bezoekers, mobiliteit en klimaatadaptatie) kon niet gekwantificeerd worden.
Inspraak voorontwerpbestemmingsplan Daarnaast is het voorontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken voor inspraak ter inzage gelegd. Aan het begin van de inspraakperiode is ook een informatiebijeenkomst gehouden voor bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Paragraaf 6.1 gaat hier nader op in, de ontvangen inspraakreacties zijn samengevat en van een reactie voorzien in een Nota van beantwoording (zie bijlage 21 bij deze toelichting). Conclusie Gezien het uitvoerige participatieproces waarin de planvorming tot stand is gekomen, de resultaten uit de MKBA en het georganiseerde inspraaktraject, kan verondersteld worden dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. Daarnaast wordt in de bestemmingsplanprocedure ook formeel de mogelijkheid geboden om zienswijzen (op het ontwerpbestemmingsplan) in te dienen (zie ook hoofdstuk 6 van deze toelichting).
5.3
Handhavingsaspecten
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023
77 overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking van de regels. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente.
Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet.
Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023
78
6
Procedure
6.1
Inspraak
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken vanaf vrijdag 26 augustus tot en met donderdag 6 oktober 2022 voor eenieder ter inzage gelegen, zowel online als in te zien bij de gemeente Rijswijk. Binnen deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. Aan het begin van de inzageperiode heeft de gemeente Rijswijk een informatiebijeenkomst gehouden voor bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Tijdens deze bijeenkomst is het stedenbouwkundig plan uitgebreid toegelicht. Presentatie, planning en andere informatie is na te lezen op het participatieplatform SamenRijswijk.nl van de gemeente. Het voorontwerpbestemmingsplan (incl. bijlagen) is gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl en de webpagina van de gemeente Rijswijk. Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn 12 inspraakreacties (waarvan 11 ontvankelijk) ontvangen. De inspraakreacties zijn samengevat en beantwoord in een Nota van beantwoording, die als bijlage 21 bij deze toelichting is gevoegd. Tijdens de informatieavond en in de schriftelijk ontvangen reacties zijn veel soortgelijke vragen gesteld over twee specifieke onderwerpen, het aantal woningen en de ontsluiting en bereikbaarheid. In de Nota van beantwoording zijn deze onderwerpen dan ook nog apart uitgebreid toegelicht.
6.2
Overleg
Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan “Pasgeld-West” voor advies toegezonden aan verschillende overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro. In totaal zijn 13 vooroverlegreacties ontvangen, van de volgende instanties: provincie Zuid-Holland, Veiligheidsregio Haaglanden, Inspectie Leefomgeving en Transport, Hoogheemraadschap van Delfland, GGD Haaglanden, Stedin, TenneT, HTM, Gasunie, DSM, TNO, ProRail en BPRC. De ontvangen overlegreacties zijn samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien in de Nota van beantwoording voorontwerpbestemmingsplan, die is opgenomen in bijlage 21. Daarin is ook beschreven tot welke aanpassingen in het bestemmingsplan dit heeft geleid.
6.3
Ontwerpfase
Na afronding van het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via elektronische weg te geschieden. Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze hierop in te dienen. De eventueel ontvangen zienswijzen zullen te zijner tijd in een Nota van zienswijzen worden samengevat en voorzien van een reactie. De Nota van zienswijzen wordt opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Als daartoe aanleiding is, wordt hierin per reactie in een conclusie aangegeven of de zienswijze aanleiding heeft gegeven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023
79
6.4
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.
Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023
Regels
Pasgeld-West
2
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten
5 5 12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
BESTEMMINGSREGELS Bedrijventerrein Groen Recreatie - Volkstuin Verkeer - 2 Verkeer - Railverkeer Wonen - 1 Woongebied Leiding - Gas Leiding - Hoogspanning Leiding - Riool Waarde - Archeologie Waterstaat - Waterkering
13 13 16 18 19 21 22 26 32 34 36 38 40
Hoofdstuk 3 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
41 41 42 45 46 47
Hoofdstuk 4 Artikel 20 Artikel 21
OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel
48 48 50
Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
3
Regels
Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
4
Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
5
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan "Pasgeld-West" met identificatienummer NL.IMRO.0603.bpPasgeld1-ON01 van de gemeente Rijswijk. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan huis gebonden beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals medische, paramedische, juridische, kunstzinnige, ontwerptechnische en/of administratieve beroepen, alsmede daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.6
aanbouw:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.7
achtererfgebied:
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8
archeologische waarde:
de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10
bebouwingspercentage:
een percentage dat aangeeft welk deel van het bestemmingsvlak of aanduidingsvlak maximaal mag worden bebouwd; Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
6
1.11
bedrijf:
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde goederen; 1.12
bedrijfsactiviteiten:
bedrijfsmatige activiteiten gericht op de productie, distributie, verwerking en opslag van goederen; 1.13
beperkt kwetsbaar object:
objecten zoals bedoeld in artikel 1 sub b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.14
bestaand gebouw:
een gebouw, dat op de eerste dag van de inwerkingtreding van het plan bestaat, dan wel in uitvoering is of mag worden opgericht krachtens een bouwvergunning die voor dat tijdstip is aangevraagd; 1.15
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening":
het bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening" met identificatienummer NL.IMRO.0603.bpsionhaantjeherz2-VA02 van de gemeente Rijswijk; vastgesteld door de gemeenteraad op 6 maart 2018; 1.17
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18
Bevi-inrichtingen
inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.19
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.20
bijgebouw:
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.21
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
7
1.23
bouwlaag, laag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.24
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25
bouwperceelsgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.26
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.27
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.28
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.29
dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder: een belwinkel, internetcafé; kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette of apotheek, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, zulks met uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen; 1.30
dove gevel:
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin: a. geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede b. alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, alsmede c. alleen de noodzakelijke delen van de gevel zijn uitgevoerd conform de NEN5077, waarbij middels akoestisch onderzoek is aangetoond dat de maximale ontheffingswaarde op deze delen niet wordt overschreden; 1.31
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
8
1.32
geluidsgevoelig object:
gebouw, dat dient ter bewoning of een ander geluidsgevoelig gebouw en geluidsgevoelige terreinen, als bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; 1.33
geurgevoelig object:
gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; 1.34
gevel:
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak; 1.35
handel in en verkoop van goederen via internet:
bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder niet begrepen de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegen anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waar vrijwel uitsluitend een elektronische transactie tot stand komt, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.36
horecabedrijf:
een bedrijf dat gericht is op het tegen vergoeding verstrekken van nachtverblijf, het exploiteren van zaalaccommodatie, het verstrekken van drank en het voor direct consumptie bereiden en verstrekken van spijzen; in dit plan worden de volgende horecabedrijven onderscheiden: 1. horecabedrijven categorie 1 'lichte horeca': a. aan de detailhandelsfunctie verwante horeca, met een bedrijfsvloeroppervlak van minder dan 250 m2: automatiek; broodjeszaak; croissanterie; koffiebar; lunchroom; ijssalon; snackbar; tearoom; traiteur; b. overige lichte horeca, met een bedrijfsvloeroppervlak van minder dan 250 m 2: bistro; restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice); hotel; c. Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking: bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250 m²; restaurant (met bezorg- en/of afhaalservice); 2. horecabedrijven categorie 2 'middelzware horeca': bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken, zoals: Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
9
a. b. c. d. e. f. g.
bar; bierhuis; biljartcentrum; café; proeflokaal; shoarma/grillroom; zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen). 3. horecabedrijven categorie 3 'zware horeca': bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en/of die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen, zoals: dancing; discotheek; nachtclub; partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen). 1.37
kantoor:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi-)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen; 1.38
kwetsbaar object:
objecten zoals bedoeld in artikel 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.39
patiowoning:
een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.40
peil:
a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.41
prostitutie:
het zich in bedrijfsmatige zin beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.42
recreatieve voorzieningen:
kleinschalige voorzieningen voor het verenigingsleven op het cultureel gebied, zoals een creativiteitsstudio, een dansstudio of een hobbyzaal; 1.43
seksinrichting:
de voor publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaats vinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop een seksautomatenhal en een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023
10
1.44
sociale huurwoning:
sociale huurwoning zoals bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder d van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.45
type 1 geurgevoelige objecten
meest geurgevoelige functies, waaronder woonwijken, lintbebouwing, ziekenhuizen, sanatoria, bejaarden- en verpleegtehuizen, recreatiegebieden (verblijfsrecreatie), woonwagenterreinen, woonboten, asielzoekerscentra, scholen en dagverblijven (niet-limitatief), zoals bedoeld in het 'Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland Actualisatie 2019' dat is vastgesteld op 22 januari 2019; 1.46
type 2 geurgevoelige objecten
minder geurgevoelige functies, waaronder bedrijfswoningen, woningen in het landelijk gebied, verspreid liggende woningen, recreatiegebieden (dagrecreatie), kantoren en winkels (niet-limitatief), zoals bedoeld in het 'Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland Actualisatie 2019' dat is vastgesteld op 22 januari 2019; 1.47
type 3 geurgevoelige objecten
licht geurgevoelige functies, waaronder bedrijfsterreinen en industriegebieden (niet-limitatief), zoals bedoeld in het 'Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland Actualisatie 2019' dat is vastgesteld op 22 januari 2019; 1.48
uitbouw:
een uitbreiding van een bestaande ruimte, welke is gebouwd aan een hoofdgebouw, die door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.49
volkstuin:
gronden, niet direct naast de woning gelegen, waarop voor particulier gebruik - alleen bedoeld voor verblijf overdag - op recreatieve wijze voedings- en siergewassen worden geteeld; 1.50
volkstuinencomplex:
een complex bestaande uit meerdere volkstuinen; 1.51
voorerf:
gedeelte van het erf dat is gelegen tussen de openbare weg en de lijn die 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel gelegen is; 1.52
voorgevel:
de naar de openbare wegzijde gekeerde gevel; in geval meerdere gevels zijn aan te merken als voorgevel, is de gevel die meetelt in de huisnummering de voorgevel; 1.53
waterpeil:
het waterpeil conform de actuele legger van het Hoogheemraadschap van Delfland; 1.54
Wgh-inrichtingen
een inrichting als bedoeld in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht;
Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Regels Ontwerp – 28 februari 2023