CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

23.048b Ontwerpbestemmingsplan Pasgeld-West

Forum Stad 14 september 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Pasgeld West37.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

57 -

Kleine marterachtingen, zoals de wezel, zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). Op het moment van schrijven is deze soort in provincie Zuid-Holland vrijgesteld. Mocht de vrijstelling vervallen op het moment dat het project nog niet in uitvoering is dan zal aanvullend onderzoek nodig zijn naar het voorkomen en het gebruik van het plangebied door kleine marterachtigen.

In 2022 is door Van der Helm een aanvullend gebiedsbreed onderzoek uitgevoerd naar de vliegroutes van watervleermuizen en het leefgebied van de ransuil. Uit het onderzoek naar de vliegroutes van watervleermuis blijkt dat er twee essentiële vliegroutes aanwezig zijn waarvan één in het plangebied (watergang ten noorden van de Schoffel) en de andere buiten het plangebied (ter hoogte van de watergang ten noorden van het sportcomplex Elsenburg). De verbindingen sluiten aan op de bomenrij langs de lange Kleiweg, de bomenrij wordt gebruikt om de weg over te steken (hop-over). Uit het onderzoek naar de ransuil blijkt de aanwezigheid van een nest- en roestlocatie van de ransuil op volkstuincomplex de Schoffel. Zowel het Wilhelminapark, Pasgeld-Oost als het Elsenburgerbos zijn onderdeel van het foerageergebied. Als gevolg van de ontwikkeling wordt een essentiële vliegroute mogelijk negatief beïnvloed en gaat jachtgebied en een nest- en roestplaats van de ransuil verloren. Hiervoor wordt een ontheffing op de Wet natuurbescherming aangevraagd. Onderdeel van de ontheffing is het opstellen van een activiteitenplan waarin de ontheffingsaanvraag wordt onderbouwd en de te nemen maatregelen worden beschreven. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte voor het nemen van de benodigde maatregelen.

Het is de verwachting dat de benodigde ontheffing bij het treffen van de juiste maatregelen en onderbouwing door het bevoegd gezag zal worden afgegeven. Het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Vooruitlopend op deze uitkomsten worden ecologie en biodiversiteit in Pasgeld-West in een breder perspectief geplaatst. Naast de uitkomst en maatregelen van sec de ecologische onderzoeken in het kader van de Wnb, wordt gekeken naar de aanwezige natuurwaarden 1 in het gebied en de koppeling met de stedenbouwkundige uitwerking van de ecologische (groen-blauwe) hoofdstructuur. Waar mogelijk worden koppelkansen benut om het gebied voor flora en fauna aantrekkelijk en divers in te richten, met als doel de biodiversiteit van het gebied optimaliseren. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN); het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1,5 km. Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. Ook maakt het plangebied geen deel uit van andere beschermde natuurgebieden, zoals beschermd weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Het plangebied ligt op een afstand van circa 8 kilometer van Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal.

Gezien deze afstand zijn directe nadelige effecten door de voorgenomen ontwikkelingen zoals optische verstoring, trillingen, licht- of geluidhinder uit te sluiten. Effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. In ieder geval is een stikstofdepositie-berekening nodig om te bepalen of effecten op Natura 2000-gebieden kunnen optreden. Als hieruit blijkt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen niet kunnen worden uitgesloten dan dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Stikstof Met betrekking tot stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling heeft NOX Advies een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Om te bepalen of er vanuit het aspect stikstofdepositie significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van het plan kunnen optreden, is een Aerius-berekening uitgevoerd voor de bouw- en gebruiksfase. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 16. De belangrijkste conclusies daaruit zijn hieronder samengevat. ‘Ecologische structuur Pasgeld Rijswijk’ (Tauw, 30 april 2021), opgenomen in bijlage 14 en beschreven verderop in deze paragraaf. 1

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

58

In het rapport zijn de gehanteerde uitgangspunten met betrekking tot het programma, de bouwfase en de gebruiksfase uiteengezet. Voor wat betreft de referentiesituatie blijkt uit de koopovereenkomst met de glastuinbouw dat sprake is van beëindiging van de activiteiten in verband met de komst van woningbouwontwikkeling RijswijkBuiten. Daarmee staat onomstotelijk vast dat de bedrijfsvoering van de kassen is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Uit gegevens blijkt dat de kassen met een oppervlakte van 35.750 m2 gasgestookt waren voor het kweken van gerbera’s. De emissie die hierbij hoort kan zodoende als referentiesituatie worden ingevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bouwfase sprake is van een gelijkblijvende depositie. Er wordt een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar ten opzichte van de referentiesituatie berekend. De depositie in de referentiesituatie is wel hoger dan in de toekomstige situatie, maar door afronding toont Aerius een resultaat van 0,00 mol/ha/jaar. Voor de gebruiksfase is een afname van 0,01 mol N/ha/jaar berekend ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot een toename van de depositie in zowel de bouw- als de gebruiksfase.

Om die reden zijn er geen significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Daarmee gelden er geen belemmeringen voor de bestemmingsplanprocedure vanuit stikstofdepositie en is een passende beoordeling niet noodzakelijk. Ecologische structuur Pasgeld Los van de wettelijk beschermde natuurgebieden, kent de Pasgeld-driehoek belangrijke natuurlijke en landschappelijke waarden. Het gebied heeft een groen karakter, met onder meer het Elsenburgerbos, het sportpark, het slagenlandschap en de tuincomplexen De Schoffel, Lommerijck en De Volle Grond. Daarnaast bevinden zich in de directe omgeving het Wilhelminapark, de Vliet, het Hoekpolderpark en het groen van de Rijswijkse Golfclub. De driehoek Pasgeld vormt in samenhang met deze groengebieden als het ware een groen-blauwe buffer tussen Rijswijk en Delft. Als zodanig heeft het gebied een belangrijke ecologische en recreatieve functie, met betekenis voor de natuur en mensen die recreëren in die natuur. Zo draagt het ook voor een belangrijk deel bij aan de leefbaarheid van omliggende woon- en werkomgeving. De ruimtelijke ontwikkelingen die zijn voorzien, kunnen leiden tot toenemende druk op de natuur en het landschap in Pasgeld.

Vanwege de diverse voorgenomen ontwikkelingen in Pasgeld, die zich in verschillende planstadia bevinden, bestaat de behoefte om integraal te kijken naar kansen voor natuur en landschap. De gemeente Rijswijk streeft naar een integrale gebiedsontwikkeling van de driehoek Pasgeld. Een gebied waar beschermwaardige natuur behouden blijft en natuurinclusiviteit de norm wordt bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door essentiële natuurtypen te behouden en nieuwe kansen voor natuur en landschap te benutten. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven kunnen pas doorgang vinden als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er geen sprake is van afbreuk van beschermwaardige natuur. Het accent moet liggen op het aangrijpen van kansen die de lokale biodiversiteit ten goede komen en bijdragen aan een robuuste ecologische samenhang. In dit kader is door Tauw een visiedocument voor de ecologische structuur van Pasgeld opgesteld (zie bijlage 14). Dit is een verkenning van de huidige en potentiële natuurwaarden in de ‘driehoek Pasgeld’ en de ecologische samenhang van het gebied met de omgeving. De natuurwaarden en de ecologische samenhang daartussen zijn in een ecologische structuurkaart visueel weergegeven (zie afbeelding 4.4). Ook zijn ontbrekende schakels in beeld gebracht die opgelost moeten worden om de passeerbaarheid voor fauna te bevorderen.

Om lokale en regionale kansen voor natuur en landschap kracht bij te zetten is per deelgebied een lijst van maatregelen ten gunste van natuur opgesteld.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

59

Afbeelding 4.4: Natuurwaardenkaart Pasgeld (bron: Tauw, april 2021).

Met behulp van deze kaart en het achtergronddocument heeft de gemeente Rijswijk een instrument in handen dat bedoeld is als ecologische onderlegger en toetsingskader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Op die manier kan richting worden gegeven aan een robuuste ecologische samenhang en een natuurinclusief Pasgeld. Het rapport van Tauw en de daarin beschreven natuurwaarden dienen dan ook als basis voor het vormgeven van het groen-blauwe raamwerk van Pasgeld. Natuurinclusief bouwen in Pasgeld is een breed gedragen wens; dit begint al bij de stedenbouwkundige en landschappelijke hoofdstructuur van het gebied. Met de beoogde invulling van het groen-blauwe raamwerk is deze hoofdstructuur in het Schetsboek Pasgeld nader uitgewerkt. Er worden drie kansrijke natuurtypen in Pasgeld aangemerkt: bos- en parknatuur, water- en moerasnatuur en stadsnatuur. Daarbinnen zijn kern- en deelkerngebieden aangewezen. Hoe meer samenhang er tussen de verschillende gebieden is, hoe robuuster en gevarieerder de leefgebieden en hoe beter het is voor de flora en fauna en biodiversiteit. Daarom is het van belang om goede verbindingen met tussentijdse rustpunten (zogenaamde stapstenen) te realiseren tussen de verschillende kern- en deelkerngebieden. Zo zijn er verbindingen voorzien voor bos- en parknatuur en Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

60 water- en moerasnatuur langs de Lange Kleiweg en voor water- en moerasnatuur langs het spoor. Dwars daarop komen nog twee belangrijke verbindingen; via de Zweth en via de zone ten zuiden van de TNO-locatie en De Schoffel. Deze twee verbindingen verknopen beide zijden van de Lange Kleiweg, maar leggen idealiter ook relaties over of onder het spoor met het Wilhelminapark. In Pasgeld-West (en Oost) wordt gedacht aan het maken van stapstenen voor waternatuur, in de vorm van waterlopen en/of plassen met natuurlijke oevers. Op die manier ontstaat er samenhang tussen de waterrijke natuur van het Wilhelminapark en het slagenlandschap. Door meer natuurlijke oevers te maken in het slagenlandschap kan ook in het kerngebied een impuls aan deze natuurwaarden gegeven worden. Dit wordt mogelijk gecombineerd met de waterberging voor het verbreden van de A4. Bij de verdere uitwerking van het ecologische raamwerk ligt de uitdaging om barrières te slechten en waterverbindingen te verknopen. Zo vormen het spoor, de Lange Kleiweg en TNO-locatie barrières met name voor water- en moerasnatuur. In het Schetsboek Pasgeld zijn twee robuuste groen- en waterverbindingen in het gebied als basis genomen voor het groen-blauwe raamwerk: de ‘Bosloper’ en de ‘Parkloper’. Met de juiste inrichting verbinden deze twee ‘lopers’ alle bestaande waardevolle groene plekken, zowel ecologisch als recreatief.

Ook vormt het de basis voor een meer robuuste waterstructuur, en een kapstok voor de ontsluitingsstructuur. Binnen dit raamwerk krijgen bestaande en nieuwe buurtschappen een duidelijke plek, genesteld in het groen. Het groen-blauwe raamwerk is ook verwerkt in de hoofdplanstructuur voor Pasgeld, zoals te zien in afbeelding 2.4. Deze heeft vervolgens de basis gevormd voor de planopzet van dit bestemmingsplan.

4.9.3 Conclusie Wat betreft flora en fauna zijn voor het plangebied diverse ecologische quickscans en onderzoeken uitgevoerd. Uit een (actualiserende) quickscan is gebleken dat de aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten in het plangebied niet kon worden uitgesloten. Ter plaatse van De Schoffel was een soortgericht vervolgonderzoek naar vleermuizen en vogels (categorie 4) noodzakelijk. In een aanvullende quickscan zijn specifiek de gronden waar voorbelasting is of wordt geplaatst nogmaals onderzocht. Daarbij is aangegeven welke beschermde soorten worden verwacht en welke maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit het soortgericht vervolgonderzoek naar vleermuizen en vogels is naar voren gekomen dat in het plangebied een nestlocatie en meerdere roestplaatsen van de ransuil aanwezig zijn. Naar aanleiding hiervan is in 2022 een aanvullend gebiedsbreed onderzoek uitgevoerd naar de vliegroutes van watervleermuizen en het leefgebied van de ransuil. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van de ontwikkeling een essentiële vliegroute van de watervleermuis mogelijk negatief beïnvloed wordt, en jachtgebied en een nest- en roestplaats van de ransuil verloren gaat. Hiervoor wordt een ontheffing op de Wnb aangevraagd, en een activiteitenplan opgesteld met de te nemen maatregelen.

Naar verwachting zal de benodigde ontheffing worden afgegeven, en de Wnb de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staan. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied, waardoor geen sprake is van directe negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Wat betreft stikstofdepositie blijkt uit onderzoek dat het bestemmingsplan ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot een toename van de depositie in de bouw- en gebruiksfase. Significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten, waardoor er geen belemmeringen gelden voor het bestemmingsplan en een passende beoordeling niet noodzakelijk is. Daarnaast is met het oog op de belangrijke natuurlijke en landschappelijke waarden van de Pasgelddriehoek, een visie voor de ecologische structuur van het gebied opgesteld. Hierin zijn de huidige én potentiële natuurwaarden van Pasgeld in kaart gebracht, en kansen voor natuur en landschap bij de Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

61 toekomstige ontwikkeling van het gebied. Dit heeft als basis gediend voor de stedenbouwkundige en landschappelijke hoofdstructuur van het gebied, uitgewerkt in het groen-blauwe raamwerk.

4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Kader Een aantal beleidsstukken en nota’s geeft richtlijnen en kaders voor de inrichting van gebieden in relatie tot cultuurhistorie en archeologie. Te noemen zijn de provinciale cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) en de Erfgoedwet. Aanvullend op het beleid uit de Erfgoedwet geldt inzake ‘monumenten’ het volgende beleidskader. De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid. 4.10.2 Onderzoek Archeologie Het beleid van de gemeente Rijswijk is om waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk intact in hun originele positie in de bodem te bewaren. Als er geen of onvoldoende informatie over een gebied voorhanden is, wordt een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd om na te gaan, of het gebied van het bestemmingsplan behoudenswaardige (dat wil zeggen wetenschappelijk waardevolle) archeologische resten bevat.

Percelen, die behoudenswaardige resten bevatten, worden gereserveerd voor behoud of voor een archeologisch vervolgonderzoek (opgraving). Opgravingen worden uitsluitend uitgevoerd, als behoud en bescherming van de resten in hun originele positie in de bodem niet mogelijk is. Deze gedragslijn zorgt voor bescherming van (mogelijk aanwezige) archeologische waarden in het gebied. Ten behoeve van de ontwikkeling van RijswijkBuiten als nieuwe woonwijk is bij aanvang van de gebiedsontwikkeling in 2010 gestart met het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Het archeologisch onderzoek moet zo veel mogelijk uitgevoerd zijn vóór het voorbelasten en het ophogen van de percelen. Wanneer waardevolle archeologische resten redelijkerwijs in het plan ingepast kunnen worden door wijziging van de planvorming, worden de onderzochte percelen na het vooronderzoek niet vrijgegeven, maar aangewezen voor bescherming. De gemeente Rijswijk zal percelen binnen het gebied RijswijkBuiten vrijgeven voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden: • ofwel na het archeologisch bureauonderzoek, als daaruit blijkt dat de kans op het voorkomen van waardevolle resten verwaarloosbaar klein is. • ofwel na het inventariserend veldonderzoek, als blijkt dat er binnen de percelen waarschijnlijk geen waardevolle archeologische resten in de bodem aanwezig zijn.

Om de archeologische verwachting te kunnen verifiëren worden bij het veldonderzoek grondboringen en proefsleuven uitgevoerd. • ofwel na het afronden van het archeologische vervolgonderzoek, als gebleken is dat er ter plaatse waardevolle archeologische resten in de bodem aanwezig zijn, die niet behouden kunnen worden. In grote delen van RijswijkBuiten is inmiddels archeologisch onderzoek uitgevoerd en afgerond. Voor zover de gronden nog niet zijn vrijgegeven is in het vigerende bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Deze dubbelbestemming geeft een beschermende regeling voor eventueel aanwezige archeologische waarden.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

62 De gronden binnen voorliggend plangebied kennen in het vigerende bestemmingsplan “Sion – ’t Haantje, tweede herziening” grotendeels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Inmiddels is voor een groot deel hiervan archeologisch onderzoek uitgevoerd. Deze gronden zijn vrijgegeven ten behoeve van Programmabureau RijswijkBuiten voor de voorgenomen ontwikkelingen. Hiervoor wordt een selectiebesluit genomen, waarbij de gronden geheel worden vrijgegeven. Afbeelding 4.5 toont een kaart met de actuele stand van zaken wat betreft archeologische onderzoeken. De vrijgegeven gronden zijn hierop oranje weergegeven. Alleen voor de gronden van en rondom De Schoffel, enkele delen langs de spoorlijn en langs de zuidrand van het plangebied is nog geen onderzoek beschikbaar. Voor deze niet vrijgegeven gronden die binnen dit bestemmingsplan vallen, is de archeologische dubbelbestemming dan ook behouden.

Afbeelding 4.5: Stand van zaken archeologisch onderzoek per 25 november 2022.

Aan de gronden ten oosten van de Lange Kleiweg is in de daar geldende beheersverordening het besluitsubvlak ‘Archeologie’ opgenomen. Op deze gronden wordt momenteel nog archeologisch onderzoek uitgevoerd of is nader onderzoek benodigd, indien sprake is van grondroerende werkzaamheden. Zodoende is hier ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen in dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

63 Cultuurhistorie Voor wat betreft het aspect cultuurhistorie, zijn op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Zuid-Holland in de omgeving van het plangebied de Vliet en de Kerstanjewetering aangeduid als landschappelijke waarden. De Vliet bevindt zich ten oosten van het plangebied, is aangeduid als landschappelijke lijn met redelijk hoge waarde. De Kerstanjewetering ten zuiden van het plangebied is aangemerkt als landschappelijke lijn met redelijk hoge waarde, en ten westen van de spoorlijn met hoge waarde. Afbeelding 4.6 toont een uitsnede van de CHS-kaart.

Afbeelding 4.6: Uitsnede Cultuurhistorische Hoofdstructuur provincie Zuid-Holland.

Deze landschappelijke lijnen vallen niet binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Met de voorgenomen ontwikkelingen worden de cultuurhistorische waarden van deze landschappelijke structuren niet aangetast. Er vinden geen ontwikkelingen plaats in de nabijheid van de Vliet. Ontwikkelingen aan de zuidkant van het plangebied worden ingepast in (en grotendeels achter) de bestaande lintbebouwing langs het Haantje en de Kerstanjewetering.

4.10.3 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie leiden niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

64

4.11 Duurzaamheid 4.11.1 Kader Nationaal klimaatbeleid De afgelopen jaren heeft de nationale overheid haar duurzaamheidsdoelen en de benodigde acties in verschillende documenten en afspraken vastgelegd. In 2013 zijn er afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over onder andere besparing en meer duurzame opwekking in het Energieakkoord. In 2015 is er tijdens een VN-klimaattop in Parijs een nieuw internationaal klimaatakkoord opgesteld. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en minimaal 1,5 graden. In 2016 heeft de overheid vervolgens in de Energie-agenda vastgelegd hoe een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd kan worden. In 2018 zijn deze afspraken verder uitgebreid met een nationale Klimaatwet. Deze stelt dat in 2030 een CO 2-reductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd moet zijn. In 2050 moet dit minimaal 95% zijn. In een nationaal klimaatakkoord worden afspraken gemaakt hoe deze doelen gehaald gaan worden. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Als onderdeel van het nationale klimaatakkoord is ook afgesproken om op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie. Daarbij gaat het specifiek over lokale duurzame opwekking, besparing en de warmtetransitie. Dit resulteert in dertig regionale energiestrategieën (de RES).

De regio's krijgen ondersteuning van het Nationaal Programma RES. Via de RES kan de besluitvorming omtrent de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie-infrastructuur worden voorbereid in goed overleg met alle maatschappelijke partners en betrokkenen binnen de regio. Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers. Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaatwaarde tot en met 40 m³ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers.

Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien. Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie. De EPC-eisen zijn vanaf 2021 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). In het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen wordt een strategie geschetst om te komen tot bijna-energieneutrale gebouwen, zowel bij nieuwbouw als transformatie van bestaande gebouwen. Het grote verschil tussen EPC en BENG is dat bij deze nieuwe eis energiebesparing belangrijker is dan energieopwekking. Waar bij de EPC-eis het nog mogelijk was om energieverliezen met bijvoorbeeld zonnepanelen te compenseren, kan dit met de nieuwe BENG eisen niet meer. Vergunningaanvragen die na 1 januari 2021 worden ingediend moeten voldoen aan deze BENG-norm.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

65 Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland In oktober 2018 heeft een groot aantal partijen in Zuid-Holland het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend, waaronder provincie, gemeenten (waaronder Rijswijk), waterschappen (waaronder Delfland), bouwbedrijven, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Met het convenant is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. De urgentie hiervan is ingegeven door het Deltaprogramma in combinatie met de grote bouwopgave in Zuid-Holland. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat daarnaast voor een grote woningbouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. De procesafspraken uit het convenant zijn vervolgens vertaald in een ‘Minimaal Programma van Eisen’, dat op 13 september 2019 aan de Deltacommissaris is overhandigd. Dit programma dient als voorlopige maatregel, totdat een instrumentarium ontwikkeld is waarmee de klimaatbestendigheid van nieuwbouwprojecten kan worden beoordeeld.

Het programma biedt praktische en concrete eisen die partijen in Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn nieuwbouwplannen klimaatbestendig te ontwikkelen. Het is bedoeld om vooraf ruimtelijke plannen en ontwerpen aan te toetsen. De eisen zijn ingedeeld in zes thema’s: • Wateroverlast; • Droogte; • Hitte; • Bodemdaling; • Biodiversiteit; • Overstromingen. Hierbij is eveneens een Leidraad klimaatadaptief bouwen opgesteld. Dit dient als hulpmiddel ter ondersteuning bij het concretiseren van de klimaatambities en het beoordelen van de gebiedsontwikkeling op de zes klimaatthema’s. In de leidraad worden de thema’s inhoudelijk uitgewerkt. De thema’s zijn verbonden door de vaste stappen in het proces. De leidraad bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft per thema welke stappen genomen moeten worden om de ambities vast te leggen in eisen en te beoordelen. Het tweede geeft meer context aan en toelichting op het geheel.

4.11.2 Onderzoek Bij de ontwikkeling van RijswijkBuiten is ‘duurzaamheid’ een leidend principe. Duurzaamheid vormt het onderscheidende karakter van RijswijkBuiten ten opzichte van andere nieuwbouwwijken in de regio. Vanaf de start van de ontwikkeling zijn er hoge ambities voor energiebesparing en duurzame energieopwekking vastgelegd in het Masterplan Rijswijk-Zuid, met als een van de doelen het realiseren van een CO2-arme wijk. Dit heeft ertoe geleid dat RijswijkBuiten als aardgasvrije wijk is en wordt gerealiseerd. Ook voor de ontwikkeling van het laatste deelgebied Pasgeld staan deze ambities onverminderd overeind, en liggen er kansen om de ambities op het gebied van energie en duurzaamheid naar een nog hoger niveau te tillen. Als uitgangspunt geldt dat de nieuwbouwwoningen in RijswijkBuiten energieneutraal worden gerealiseerd. De nieuwe woningen binnen het ontwikkelgebied Pasgeld-West zullen in ieder geval voldoen aan de wettelijke normen en geldende BENG-eisen. Daarnaast is als een van de vertrekpunten (kaders) voor het opstellen van het Schetsboek Pasgeld gesteld dat in lijn met het Convenant Klimaatadaptief Bouwen een duurzame invulling van de ontwikkeling centraal staat. Zo dient het convenant als uitgangspunt bij concrete ontwikkelingen.

Aan een klimaatadaptieve inrichting van het gebied wordt onder meer invulling gegeven door het realiseren Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

66 van het groen-blauwe raamwerk. Zoals uitgebreider besproken in paragraaf 4.9.2, is daarmee een stevig netwerk van onderling verbonden groengebieden voorzien. Door het realiseren van een robuuste ecologische samenhang en een natuurinclusief Pasgeld worden de natuurwaarden in het gebied versterkt. Dit heeft onder meer een positief effect op de biodiversiteit. Ook dragen (onderling verbonden) groengebieden bij aan verkoeling en het tegengaan van hittestress. Het groen-blauwe raamwerk vormt ook de basis voor de waterstructuur in het gebied. Zo wordt er in Pasgeld één samenhangend en klimaatrobuust watersysteem gerealiseerd, dat voorbereid is op stevige piekbuien. Deze zullen in de toekomst vaker voorkomen. Ook helpt een robuust watersysteem om beter te reageren op langere periodes van droogte en dan de waterkwaliteit goed te houden. Vanuit verschillende delen in Pasgeld wordt overtollig regenwater via (hoofd)watergangen naar de hoofdafvoer getransporteerd. Uitgangspunt is om het water zo lang mogelijk in Pasgeld vast te houden, om de druk op de boezem te beperken. Dit vasthouden en vertraagd afvoeren van het water gebeurt door middel van een soort ‘cascade-systeem’; de vormgeving daarvan wordt per deelgebied verder uitgewerkt. Op het watersysteem in Pasgeld en dit plangebied is in paragraaf 4.8.2 uitgebreider ingegaan.

4.11.3 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de wettelijke normen en vereisten, en aangesloten bij de gestelde duurzaamheidskaders. Zo worden de nieuwe woningen gasloos en als BENG gerealiseerd. In aanvulling daarop wordt aangesloten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, in de stedenbouwkundige uitwerking als uitgangspunt voor concrete ontwikkelingen.

4.12 Mobiliteit 4.12.1 Kader Structuurvisie mobiliteit 2020 Rijswijk ligt centraal in de regio Haaglanden en is goed bereikbaar. Met de fiets kunnen de korte afstanden binnen de gemeente Rijswijk comfortabel en snel afgelegd worden. Woonwijken, winkelcentra en bedrijfsterreinen zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Toch zijn er ook aandachtspunten en kansen voor verbetering. Naar verwachting worden de wegen drukker, vooral in de spits en op de invalswegen. Oorzaken zijn de economie die weer aantrekt, de aanleg van nieuwe infrastructuur in de regio en ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Rijswijk zelf en in de regio om ons heen. Ook de reiziger zelf stelt steeds hogere eisen aan de kwaliteit van de informatie over zijn reis en reistijden. Om als gemeente een bijdrage te blijven leveren aan leefbaarheid, veiligheid en doorstroming, zijn duurzame oplossingen nodig. Ruimtelijke ontwikkelingen zoals Rijswijk-Zuid en Eikelenburg vragen om aanpassing en uitbreiding van de infrastructuur. Om een antwoord te bieden op deze trends is de Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 opgesteld. In deze visie staan de volgende 3 thema’s centraal: 1. Bereikbaarheid 2. Verkeersveiligheid 3. Leefbaarheid Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 In september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 vastgesteld.

Het mobiliteitsprogramma is een samenhangend pakket van maatregelen waarmee de gemeente de bereikbaarheid van de stad wil veiligstellen en de leefbaarheid en veiligheid van Rijswijk verbeteren. Het mobiliteitsprogramma is opgesteld op basis van Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

67 onderzoek en nieuwe inzichten, in samenspraak met Rijswijkers en partners in de stad en de regio. Aan hen is gevraagd hoe zij aankijken tegen mobiliteit en wat zij belangrijk vinden in de stad, hun woon- en leefomgeving. Daarbij is geïnventariseerd wat de belangrijkste knelpunten binnen de gemeente zijn, en waar belangrijke verbeterpunten liggen. Op basis daarvan heeft de gemeente voor de uitwerking van het mobiliteitsprogramma een aantal uitgangspunten geformuleerd, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van kansen. Meer aandacht voor de leefomgeving en de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties staat daarbij centraal. De gemeente wil daarnaast Rijswijkse gebiedsontwikkelingen benutten, bijvoorbeeld door te zorgen voor goede openbaar vervoerverbindingen en de aanleg van looproutes en fietspaden en door deelmobiliteit te faciliteren. Ook de opkomst van nieuwe vervoermiddelen zoals e-bikes, elektrische auto’s en deelauto’s, deelfietsen en deelscooters biedt nieuwe mogelijkheden om efficiënt te reizen. Ten behoeve van de verkeersveiligheid wil de gemeente op meer wegen de toegestane maximumsnelheid verlagen naar 30 kilometer per uur. Daarnaast gaat de gemeente meer gebruik maken van beschikbare data over waar, wanneer, hoe en waarom we ons verplaatsen.

Dit biedt inzicht in knelpunten om zo tijdig te kunnen bijsturen, bijvoorbeeld door wegaanpassingen, slimme verkeerslichten en reisadvies in apps. Parkeerbeleid en parkeernormen Parkeerbeleid vormt een wezenlijk onderdeel van het verkeers- en vervoersbeleid. Rijswijk heeft te weinig ruimte om iedere auto een parkeerplaats op de openbare straat een plaats te bieden. De gemeente stelt de vanzelfsprekendheid van het parkeren op straat of voor de deur ter discussie. Het gemeentelijke beleid richt zich bij nieuwbouwprojecten op parkeren op eigen terrein en voldoende gebouwde onder- of bovengrondse parkeergelegenheid, zo nodig op centrale plaatsen in de wijk. Het motto is het beheersbaar houden van de groeiende parkeerdruk. Het parkeerbeleid, de parkeernormenen kengetallen alsmede het beleid tot toepassing hiervan, worden door de gemeenteraad vastgesteld en periodiek herzien. Nota Parkeernormen Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad van Rijswijk de gemeentelijke Nota Parkeernormen vastgesteld. De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen garanderen en duidelijkheid te bieden over de implementatie van de parkeernormen. Door herziening van de bijlagen bij de nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie.

Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed. Aan de normen wordt actief getoetst bij (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een vergunning is vereist. Parapluherziening parkeernormering Rijswijk De parapluherziening parkeernormering Rijswijk is opgesteld naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK. Met deze wetswijziging was het niet langer mogelijk om stedenbouwkundige voorschriften (waaronder de parkeernormen) op te nemen in de Bouwverordening. Om te voorkomen dat er in Rijswijk bestemmingsplannen en andere plannen ontstaan waarin geen bepalingen zijn opgenomen over het aantal parkeerplaatsen is deze parapluherziening opgesteld. De parapluherziening voegt enkele regels met betrekking tot parkeren toe aan onderliggende ruimtelijke plannen.

Hierin wordt Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

68 de Nota Parkeernormen 2011, of de rechtsopvolger(s) daarvan, als leidend gesteld voor het aantal parkeerplaatsen bij een ruimtelijk plan.

4.12.2 Onderzoek Verkeersstructuur Pasgeld In het Schetsboek Pasgeld en de beoogde hoofdplanstructuur is ook de ontsluitingsstructuur voor het gebied opgenomen. De hoofdontsluitingsstructuur van Pasgeld is opgehangen aan het groen-blauwe raamwerk. Daardoor bepalen groen en water altijd het aangezicht en de uitstraling van het gebied. Naast de ontsluitingsstructuur voor auto’s, is hierin ook een fijnmazig netwerk van fiets- en wandelroutes verweven, en aandacht besteed aan de openbaar vervoerverbindingen. Ook is een visie met betrekking tot duurzame mobiliteit voor het gebied opgesteld. Het doel is om het gebruik van de auto en overlast van autoverkeer in Pasgeld zo beperkt mogelijk te houden, en de focus te leggen op wandelen, fietsen en openbaar vervoer. Hierop wordt later in deze paragraaf verder ingegaan. De externe ontsluitingsstructuur voor het plangebied gaat via de Laan van ‘t Haantje en de Lange Kleiweg. De Laan van ‘t Haantje zorgt voor ontsluiting van Pasgeld in westelijke richting. Via deze weg zijn onder meer de andere deelgebieden van RijswijkBuiten bereikbaar (’t Haantje en Sion). Hier sluit de weg ook aan op de Prinses Beatrixlaan. Deze centrale verkeersader voor RijswijkBuiten ontsluit het gebied in noordelijke richting naar Rijswijk en de A4, en in zuidelijke richting naar Delft.

De Lange Kleiweg is een ontsluitingsweg voor Pasgeld in noord-zuidelijke richting. In noordelijke richting zorgt deze weg voor de verbinding met Rijswijk, en is ook op korte afstand de A4 bereikbaar. Richting het zuiden is via deze weg Delft te bereiken. De interne auto-ontsluiting in Pasgeld is nog niet exact bepaald, en deels afhankelijk van de inrichting van de woongebieden. Wel loopt deze bij voorkeur via de Lange Kleiweg en Laan van het Haantje. Daarmee kunnen de buurtschappen zelf autoluw of gedeeltelijk autovrij gemaakt worden. Door de auto’s aan de randen van de buurtschappen te houden, kan binnen de buurtschappen zelf het wandelen, spelen en verblijven alle ruimte krijgen. De hoofdontsluitingsstructuur van de Lange Kleiweg en Laan van het Haantje zijn in dit bestemmingsplan vastgelegd. De interne ontsluitingswegen van de ontwikkelvelden zijn mogelijk binnen de bestemmingen ‘Woongebied’ en ‘Bedrijventerrein’, maar daarbinnen niet specifiek vastgelegd. Verkeersgeneratie Naar aanleiding van de beoogde ontwikkeling van Pasgeld, is door Goudappel Coffeng een verkeersonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 16. Vervolgens heeft Sweco een actualisatie van het verkeersmodel geproduceerd waarin de meest recente inzichten qua woningbouw en nieuwe bedrijvigheid zijn verwerkt (zie bijlage 17).

Doel van het verkeersonderzoek was te toetsen in hoeverre het interne wegennet de ontwikkeling van Pasgeld kan verwerken, en de verkeerskundige impact op het hoofdwegennet in de directe omgeving van het plangebied te toetsen. Hierin zijn algemene uitgangspunten gehanteerd, waarmee robuust is getoetst uitgaande van een ‘worst case’ benadering. Om de effecten van de ontwikkeling van Pasgeld inzichtelijk te maken, zijn hierin verschillende varianten doorgerekend. Allereerst zijn de bestaande (2020) en toekomstige verkeerssituatie (2040) doorgerekend, op basis van de huidige wegenstructuur. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat als gevolg van de beoogde realisatie van Pasgeld geen nieuwe knelpunten in het gebied ontstaan: de Laan van het Haantje en de Lange Kleiweg kunnen het verwachte extra verkeer door de nieuwbouwontwikkelingen aan, evenals de achterliggende wegenstructuur. Effecten op bestaande knelpunten of aandachtlocaties worden nog nader onderzocht. Daarbij wordt opgemerkt dat verkeerseffecten zijn bepaald aan de hand van algemene (‘worst case’) uitgangspunten. De Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

69 verkeerseffecten kunnen mogelijk nog worden toegespitst op de daadwerkelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door rekening te houden met een specifiek woningprogramma, doelgroepen en de uiteindelijke invulling van de andere functies. Ook wordt gewezen op het nog aanstaande verkeersmodel, waarin maatregelen met betrekking tot de mobiliteitstransitie nadrukkelijker zijn meegenomen. Verwacht wordt dat deze aspecten bijdragen aan een gunstiger verkeersbeeld. Daarom heeft Sweco een actualisatie van het verkeersmodel geproduceerd (zie bijlage 17) op basis van het nieuwe verkeersmodel, waarin tevens de meest recente inzichten qua woningbouw zijn verwerkt. Voor Pasgeld-West is hierin uitgegaan van 1.000 woningen, conform het maximum aantal woningen dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt. De resultaten (verkeersintensiteiten) uit het nieuwe model zijn vergeleken met die uit het onderzoek van Goudappel Coffeng. Op basis van de nieuwe doorrekening wordt geconcludeerd dat de intensiteiten op de ontsluitingswegen in Rijswijk lager zijn dan in het eerder uitgevoerde verkeersonderzoek, met uitzondering van het Terras van Sion en het Jaagpad. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat aanvankelijk niet het juiste aantal bestaande woningen was meegenomen in het onderzoek.

Er ontstaat een kleine afname op de A4 en Prinses Beatrixlaan, al is het niet precies in te schatten of dat enkel wordt veroorzaakt door de wijzigingen in Rijswijk of dat deze effecten het gevolg zijn van andere wijzigingen in de regio. Daarnaast zijn rondom de Lange Kleiweg zijn enkele (toekomstige) aandachtspunten geconstateerd. Deze weg vormt een doorgaande auto-ontsluiting, wat overlast en onveiligheid veroorzaakt. Door de beoogde ontwikkelingen in het gebied zal het verkeer op de Lang Kleiweg naar verwachting toenemen. Om van Pasgeld en Kesslerpark en omliggend gebied een prettig, leefbaar woon-/werkgebied te maken/te houden, welke goed is ontsloten en waarbij veiligheid op en rond de Lange Kleiweg geborgd is, wordt onderzocht welke maatregelen er voor zorgen dat de auto niet dominant wordt en overlast wordt beperkt. Dit wordt onder meer gedaan door het ontmoedigen of tegengaan van sluipverkeer, en bewoners en bezoekers zo veel mogelijk te verleiden om de fiets en het ov te gebruiken. Dit past ook bij de beoogde mobiliteitstransitie, zoals beschreven in de volgende paragraaf. In eerste instantie zijn hiervoor mogelijkheden voor varianten met een ‘knip’ – een (gedeeltelijke) afsluiting – onderzocht in het verkeersonderzoek van Goudappel.

Enerzijds wordt hiermee de overlast verminderd en komt dit de woonomgeving ten goede, anderzijds heeft dit wel gevolgen in de wijdere omgeving. Momenteel (2023) vindt een vervolgonderzoek plaats waarin een breder palet aan mogelijke verkeersremmende maatregelen op de Lange Kleiweg wordt onderzocht, variërend van de inrichting als een 30 km/u straat tot een knip. In dit vervolgonderzoek zijn ook de nieuwe ontwikkelingen in omgeving meegenomen, waaronder in Delft. In dit bestemmingsplan is uitgegaan van de huidige (worst case) situatie op de Lange Kleiweg en wordt geen keuze gemaakt in verkeersmaatregelen. Dit gebeurt later in een separaat traject, via een te nemen Verkeersbesluit. Mobiliteitstransitie en duurzame mobiliteit Als onderdeel van het mobiliteitsbeleid voor Rijswijk en RijswijkBuiten, wordt in Pasgeld ingezet op een mobiliteitstransitie. Door Rebel is hiervoor een visie en strategie opgesteld; deze ‘verhaallijn’ is opgenomen in bijlage 18. Hierin wordt beschreven hoe de mobiliteitstransitie voor Pasgeld vormgegeven kan worden, aan de hand van het STOMP-ordeningsprincipe. Door functies zoals wonen, werken en recreëren gebieds- en stadsbreed te mengen ontstaat een gebied waar mensen naar voorzieningen kunnen lopen (stappen – S) of anders fietsen (trappen – T).

Op wat kortere afstanden hebben lopen en fietsen de voorkeur, omdat ze schoon en gezond zijn en weinig ruimte vragen. Voor wat langere afstanden de wijk uit kunnen mensen fietsen en het openbaar vervoer (O) gebruiken: een schone en ruimte-efficiënte manier van verplaatsen. ‘Mobility as a service’ (MaaS / deelmobiliteit – M) kan het gebruik van fiets en openbaar vervoer makkelijker maken en stimuleren. Ten slotte is er de privéauto (P). Idealiter wordt die vooral gebruikt voor verplaatsingen waarvoor lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit geen Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

70 aantrekkelijke optie zijn. Om deze mobiliteitstransitie te realiseren, zijn maatregelen nodig. Per verplaatsingsvorm worden in de verhaallijn het toekomstperspectief, de huidige situatie, reeds gemaakte keuzes en voorstellen voor aanvullende keuzes geschetst. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen ‘no regret’ maatregelen en optionele aanvullende maatregelen. De ‘no regret’ maatregelen zijn sowieso nodig, en worden in de ontwikkeling van Pasgeld meegenomen. Dit betreft onder meer een andere inrichting van de Lange Kleiweg, het netwerk van wandel- en fietsroutes zoals uitgewerkt in het Schetsboek Pasgeld, en het reserveren van ruimte voor een halteplaats (zie verderop). De toepassing van de optionele aanvullende keuzes wordt nog nader onderzocht en afgewogen. De voorgestelde maatregelen zijn van invloed op de ‘modal split’ en daarmee toekomstige verkeersbewegingen in Pasgeld en de omgeving. In het verkeersonderzoek in het kader van dit bestemmingsplan, zijn deze effecten niet meegenomen. Daarmee is uitgegaan van een ‘worst case’ scenario, waarbij – afhankelijk van de gemaakte en te maken keuzes – de benoemde maatregelen een positief effect zullen hebben. Aan de hand van het STOMP-principe worden, in samenhang met de parkeervisie voor Pasgeld, per verplaatsingsvorm de volgende maatregelen overwogen.

Stappen Bij het ontwerp van de openbare ruimte krijgt de voetganger letterlijk ruim baan. Dit geldt zowel voor utilitaire als recreatieve routes. Dagelijkse voorzieningen bevinden zich op loopafstand. Dit geldt voor bestemmingen zoals de basisschool aan de oostzijde van het spoor, maar ook voor winkels en gezondheidsvoorzieningen in Parkrijk aan de westzijde van de spoorbaan. Trappen De fietsafstand tot NS City Sprinter station Rijswijk en NS Intercity station Delft is relatief kort – zeker met een elektrische fiets. De fietsroute langs de Lange Kleiweg wordt op afzienbare termijn over de gehele lengte verbeterd, waarbij het comfort en de verkeersveiligheid voor fietsers van alle leeftijden verhoogd wordt. Onderzocht wordt op welke wijze de langeafstandsverbindingen in oost-west richting, tussen Sion en Ypenburg, verbeterd kunnen worden met een brug over de Vliet. Openbaar vervoer Momenteel rijdt alleen buslijn 53 langs het plangebied, in een rechtstreekse verbinding tussen NS station Rijswijk en NS station Delft, met een halfuurdienstregeling tijdens de spitsuren. De dienstregeling van deze buslijn dient uitgebreid te worden naarmate het aantal bewoners van Pasgeld toeneemt. Ook de haltelocaties dienen heroverwogen te worden om de loopafstand tot een halte voor zoveel mogelijk bewoners zo beperkt mogelijk te houden.

De aanleg van een nieuwe voet- en fietsbrug over de Vliet zorgt ook voor een verbeterde ontsluiting van de tramhaltes van HTM lijn 1 en 19. Pas nadat de toekomstige NS halte “Rijswijk Buiten” in gebruik is genomen, ligt het voor de hand om de frequentie van de buslijn af te bouwen. MaaS Deelauto’s maken een essentieel onderdeel uit van het mobiliteitsconcept in de wijk. Een cluster van deelauto’s kan in zogenaamde wijkhubs worden gecombineerd met andere vormen van deelmobiliteit, zoals bakfietsen en elektrische fietsen. Deze wijkhubs worden verspreid aangelegd over de wijk, relatief dichtbij de woningen. Door dat de loopafstand tot een wijkhub relatief kort is wordt het gebruik van deelmobiliteit aangemoedigd. Privéauto’s Pasgeld-West wordt momenteel voor autoverkeer aan de noordzijde ontsloten door de Lange Kleiweg, aan de zuidwestelijke zijde via de nieuw aangelegde Laan van het Haantje, en aan de zuidzijde is Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

71 vooralsnog autoverkeer mogelijk via de brug over de Kerstanjewetering richting gemeente Delft. Mogelijk wordt besloten om in de toekomst een of meer ‘knippen’ aan te brengen waardoor niet alle ontsluitingsroutes voor auto’s gehandhaafd blijven. Reservering station Als onderdeel van de ontwikkeling van RijswijkBuiten en Pasgeld, worden de mogelijkheden onderzocht voor het realiseren van een station. Een station kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorzien in de toenemende mobiliteitsvraag in RijswijkBuiten, en de ambities om zoveel mogelijk in te zetten op duurzame mobiliteit. Dit nieuwe station zou moeten komen aan de spoorlijn Rijswijk-Delft, ter hoogte van deelgebied Pasgeld-West. Over de komst van station RijswijkBuiten is nog geen definitief besluit genomen. Wel wordt hier in het stedenbouwkundig ontwerp van Pasgeld rekening mee gehouden, door ruimte te reserveren voor de inpassing van het station en de bijbehorende voorzieningen. De stedenbouwkundige invulling van het gebied hangt hiermee samen. Rondom een halteplaats kan bijvoorbeeld in hogere dichtheden worden gebouwd; maar het is ook van belang een variant zonder halteplaats voorhanden te hebben. Voor de potentiële halteplaats heeft Rebel een Programma van Eisen (PvE) opgesteld ten behoeve van het stedenbouwkundig plan. Het definitief ontwerp – met en zonder halteplaats – wordt nog nader uitgewerkt.

Met dit bestemmingsplan wordt dan ook op beide opties voorgesorteerd. Ter plaatse van de potentiële locatie is op de verbeelding een aanduiding opgenomen, die de toekomstige ontwikkeling van een halteplaats mogelijk maakt. Parkeren Wat betreft parkeren geldt ter plaatse van het plangebied nog het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Rijswijk’, zoals vastgesteld op 12 juni 2018. Hierin is bepaald dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2011', of de rechtsopvolger(s) daarvan. Voor de ontwikkeling van Pasgeld-West is een parkeervisie opgesteld. De belangrijkste elementen en uitgangspunten hieruit worden in deze paragraaf nader beschreven. Op basis hiervan wordt in samenhang met de nadere invulling van het stedenbouwkundig plan een passende parkeeroplossing ontwikkeld. Als onderdeel van de nagestreefde mobiliteitstransitie worden bestaande gebruikers en toekomstige bewoners gestimuleerd tot bewust autobezit en autogebruik. De locatie van Pasgeld-West en de toekomstige inrichting bieden immers kansen om een bijdrage te leveren aan deze mobiliteitstransitie. Voor de ruimtelijke inpassing van mobiliteit in Pasgeld vormt het eerder beschreven STOMP-principe de basis: Stappen, Trappen, OV, MaaS en Privé-auto. Zo zijn woongebieden waar lopen (S) een aantrekkelijke optie is het uitgangspunt.

Voor langere afstanden bieden fiets (T) en ov (O) uitkomst als schone en ruimte-efficiënte modaliteiten. MaaS zoals deelvervoer (M) kan dit gebruik vergemakkelijken en stimuleren. De privéauto (P) geldt als sluitstuk. Dit is van invloed op het autobezit in Pasgeld, en daarmee dus ook op de parkeerbehoefte. Op basis van de verhaallijn die Rebel in 2021 heeft opgesteld (zie bijlage 18) en de maatregelen die per verplaatsingsvorm (STOMP-onderdeel) worden overwogen, zijn uitgangspunten voor autoparkeren geformuleerd: - Minimaal 1,15 parkeerplaatsen per 10 volkstuinen. - Minimaal 0,75 parkeerplaats per klaslokaal voor de basisschool (exclusief Kiss & Ride). - Gemiddeld 1,15 parkeerplaats per woning (0,9 voor bewoners, 0,2 voor bezoekers, 0,05 voor deelauto’s). - Parkeerplaatsen voor bewoners worden zoveel mogelijk geclusterd en waar mogelijk uit zicht gerealiseerd. Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

72 -

Parkeren voor bezoekers wordt gerealiseerd langs de ‘spoorsingel’, parallel aan de spoorbaan. Op grond van mogelijkheden voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen voor bezoekers is de verwachting dat geen extra parkeerplaatsen aangelegd hoeven te worden voor de school. Bezoekers van deze bestemmingen kunnen gebruikmaken van parkeerplaatsen voor bezoekers aan woningen, op voorwaarde dat de loopafstand tussen deze parkeerplaatsen en de bestemming acceptabel is.

Tabel 4.3 toont de gemiddelde parkeernorm per woning (alleen bewoners, exclusief bezoekers) gedifferentieerd per woningtype. Woningcategorieën

Type/GBO

grondgebonden, koop, groot grondgebonden, koop, middelgroot grondgebonden, koop, klein etage, koop, groot etage, koop, middelgroot etage, koop, klein etage, koop, micro grondgebonden, huur, groot grondgebonden, huur, middelgroot grondgebonden, huur, klein etage, huur, groot etage, huur, middelgroot etage, huur, klein etage, huur, micro kamerverhuur, zelfstandig kamerverhuur, niet-zelfstandig serviceflat

vrijstaand 2-onder-1-kap tussen/hoek > 120 m2 80-120 m2 50-80 m2 < 50 m2 > 120 m2 80-120 m2 50-80 m2 > 120 m2 80-120 m2 50-80 m2 < 50 m2

Parkeernorm (bewoners, excl. bezoekers) 1,3 1,1 1,0 0,9 0,8 0,7 0,4 0,8 0,7 0,6 0,8 0,6 0,4 0,3 0,2 0,0 0,2

Tabel 4.3: Parkeernormen Pasgeld-West.

Uitgangspunt voor de parkeernormen in tabel 4.3 zijn de parkeernormen die zijn opgenomen in het ontwikkelkader Havenkwartier. Deze zijn gebaseerd op waargenomen autobezit onder huishoudens in vergelijkbare woningen op vergelijkbare locaties in Rijswijk. Voor Pasgeld-West zijn deze parkeernormen gecorrigeerd met een afslag van 30%, onder andere vanwege de invoering van een deelmobiliteitssysteem dat algemeen toegankelijk is voor alle toekomstige bewoners. Verder zullen bestaande fietsverbindingen naar NS-stations in Rijswijk en Delft worden geoptimaliseerd en nieuwe fietsverbindingen op de oost-west as worden aangelegd, waardoor zowel fietsgebruik als voor- en natransport bij OV-gebruik wordt gestimuleerd. De parkeernormen per huishouden zijn relatief laag. De reden hiervoor is dat de mobiliteitsbehoefte van de nieuwe bewoners in Pasgeld-West anders ingevuld zal worden dan in andere gevallen. In PasgeldWest zullen de belangrijkste voorzieningen, zoals supermarkt, kinderopvang en zorg op loopafstand aanwezig zijn. Looproutes zijn kort en sociaal veilig. Andere, niet-dagelijkse voorzieningen zijn gelegen op fietsafstand en uitstekend bereikbaar via snelle en comfortabele fietsroutes. Ook de NS-stations in Rijswijk en Delft zijn goed bereikbaar per fiets en uitgerust met hoogwaardige fietsenstallingen.

Het diverse en betaalbare deelauto-aanbod zorgt voor bereikbare autobestemmingen die eenmaal per week of minder vaak bezocht worden. Deze onderdelen van de mobiliteitsaanpak in Pasgeld-West zorgen ervoor dat minder huishoudens een (tweede) auto nodig hebben voor hun dagelijkse verplaatsingen. Op grond hiervan is de verwachting dat het autobezit significant lager zal zijn dan bij vergelijkbare huishoudens in andere Rijswijkse buurten. Op basis van de gestelde parkeernormen wordt de parkeeroplossing vormgegeven voor bewoners, voor bezoekers en de school en sporthal. De precieze invulling wordt in het stedenbouwkundig ontwerp nader Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

73 uitgewerkt. Daarnaast worden enkele flankerende maatregelen genomen om de gewenste parkeeroplossing te ondersteunen, zoals betaald parkeren. Het realiseren van voldoende parkeerplaatsen is in de regels van dit bestemmingsplan geborgd middels een voorwaardelijke verplichting.

4.12.3 Conclusie Met betrekking tot verkeersgeneratie is een verkeersonderzoek uitgevoerd, waarin verschillende varianten zijn onderzocht. Dit is later geactualiseerd op basis van een recenter verkeersmodel, waarbij de intensiteiten lager uitvallen. De huidige wegenstructuur kan de verwachte hogere verkeersintensiteit door de beoogde nieuwbouw aan. Momenteel (2023) loopt een vervolgonderzoek naar mogelijke verkeersremmende maatregelen op de Lange Kleiweg, variërend van de inrichting van een 30 km/u straat tot een knip. Los daarvan wordt in Pasgeld-West ingezet op een mobiliteitstransitie volgens het STOMP-principe, waarbij duurzame alternatieven voor de auto worden gestimuleerd. Hiertoe is een verhaallijn met mogelijke maatregelen opgesteld; de toepassing hiervan wordt nog nader onderzocht en afgewogen. Een onderdeel hiervan is het realiseren van een halteplaats in het gebied; hoewel hierover nog geen besluit is genomen wordt er in dit bestemmingsplan wel op voorgesorteerd met een ruimtereservering voor de inpassing van een station met bijbehorende voorzieningen. Wat betreft parkeren, vormen het STOMP-principe en de inzet op een mobiliteitstransitie ook de basis voor de gestelde parkeernormen. Een passende definitieve parkeeroplossing wordt momenteel nog uitgewerkt in samenhang met het stedenbouwkundig plan.

4.13 Overige aspecten Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke.

4.13.1 Kabels en leidingen In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen. Ter plaatse van het plangebied bevindt zich een gasleiding. Het leidingwerk ligt op korte afstand ten zuiden van De Schoffel, in zuidwest-noordoostelijke richting. Dit leidingtracé is met een recentelijk wijzigingsplan verlegd, en bestemd als ‘Leiding – Gas’. Vrijwel aangrenzend loopt hier ook een rioolleiding, die in het vigerende bestemmingsplan is voorzien van de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’. Deze dubbelbestemmingen, die deels doorlopen in de groenzone ten oosten van de Lange Kleiweg, zijn in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen. Hierin is bepaald dat bouwen en werken of werkzaamheden ten behoeve van andere bestemmingen alleen bij omgevingsvergunning mogelijk is, wanneer geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de leiding, en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.

In het stedenbouwkundig plan is ter hoogte van de gas- en rioolleiding de groene zone van de Parkloper voorzien. Hier worden zodoende geen woningen gebouwd. Wanneer werken of werkzaamheden zijn voorzien zal daarvoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

Bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ Toelichting Ontwerp – 28 februari 2023

74 Voor het overige zijn er in het plangebied geen planologische relevante kabels of leidingen aanwezig. Op het aspect externe veiligheid in relatie tot deze leidingen wordt in paragraaf 4.6 nader ingegaan.

4.13.2 Trillingen Voor de ontwikkelgebieden in RijswijkBuiten ten oosten en westen van de spoorlijn (Rijswijk-Delft) heeft Witteveen + Bos een onderzoek naar spoortrillingen uitgevoerd. De gronden ten oosten van de spoorlijn maken onderdeel uit van de ontwikkeling van Pasgeld-West. Het rapport is opgenomen in bijlage 19 bij deze toelichting. In het onderzoek is de SBR-richtlijn deel B als toetsingscriterium gehanteerd. Deze richtlijn kent een tweetal toetsingsgrootheden: Vmax betreft het maximaal optredende trillingsniveau, terwijl Vper een periodiek gemiddelde betreft. Met Vmax wordt de maatgevende trein getoetst, met Vper hoe vaak treinen langskomen. Als te toetsen situatie is uitgegaan van een indicatieve ontwerptekening voor de toekomstige nieuwbouw. Doel van het onderzoek was om in kaart te brengen of aan de SBR-richtlijn deel B wordt voldaan, en indien dit niet het geval blijkt te zijn, welke aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden om hier wel aan te voldoen. Uit de onderzoeksresultaten voor alle onderzochte locaties blijkt dat zonder ontwerpafhankelijk onderzoek niet op voorhand kan worden uitgesloten dat niet aan de SBR-richtlijn wordt voldaan, omdat opslingering vermeden dient te worden. De berekende waarden voor V per en Vmax liggen in het kritische gebied, juist op of boven de streefwaarden.

Wordt in het ontwerp hiermee rekening gehouden door trillingsarm te bouwen (door de overdracht van trillingen in de ondergrond naar het gebouw te minimaliseren, en door het vermijden van opslingering), dan bestaat de verwachting dat aan de SBRrichtlijn kan worden voldaan. Uit het onderzoek volgen de volgende aanbevelingen: • voor de en appartementen en eengezinswoningen aan de directe oostzijde van het spoor wordt geadviseerd (op basis van de metingen en uitgangspunten over deze gebouwen van destijds) om trillingsreducerende maatregelen in het ontwerp op te nemen. Voorafgaand daaraan kan het berekende trillingsniveau op de kritische afstand van 20 respectievelijk 33 m getoetst worden met behulp van een meting ter plaatse. De trillingsreducerende maatregelen kunnen bestaan uit het toevoegen van trillingsreducerende blokken tussen fundering en woningconstructie; • op basis van een analyse van de frequentie-inhoud van de metingen wordt verwacht dat opslingering wordt voorkomen wanneer aanpassingen in de vloersystemen worden doorgevoerd in het ontwerp. Typische waarden voor eigenfrequenties van vloervelden (hout en gewapend beton) zitten namelijk in hetzelfde frequentiebereik als de gemeten ondergrondtrillingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=3de2106e-5a0e-403f-b5ab-17d1f1166d6a