22-010i. RO-BP-621.100.80 Vastgesteld bestemmingsplan Hofstede excl. bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken, worden gebouwd, waarbij: a. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: 1. 7 m voor kunstobjecten en lichtmasten; 2. 3 m voor speel- en ontmoetingsvoorzieningen; 3. 1 m voor vlonders; 4. 4 m voor steigers en bruggen; 5. 2 m voor andere overige bouwwerken; 6. 10 m voor palen ten behoeve van ooievaarsnesten. b. er mogen geen geluidwerende voorzieningen, reclame-/infozuilen/-borden en/of vlaggenmasten worden gebouwd/opgericht.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
12
Artikel 4 4.1
Verkeer - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen en verblijfsgebieden; b. parkeervoorzieningen; c. bij de bestemming behorende voorzieningen waaronder bruggen. 4.2
Bouwregels
Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan: 1. 7 m voor kunstobjecten, licht- en vlaggenmasten; 2. 4 m voor reclame- en informatiezuilen; 3. 3 m voor speel- en ontmoetingsvoorzieningen; 4. 2 m voor andere overige bouwwerken.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
13
Artikel 5 5.1
Water - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Water - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en natuurwaarden; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen; met daaraan ondergeschikt: c.
groenvoorzieningen.
5.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: 5.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder een brug, mag niet meer bedragen dan 6 m. 5.3
Aanlegvergunning
5.3.1
Aanlegvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren. 5.3.2
Uitzonderingen
Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.3.3
Toelaatbaarheid
De in lid 5.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige cultuurhistorische waarden en natuurwaarden waarbij de door de bevoegde cultuurhistoricus en landschapsarchitect een schriftelijk advies dient te zijn verleend.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
14
Artikel 6 6.1
Water - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Water - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, waaronder oevers, bruggen en aanlegsteigers. 6.2
Bouwregels
Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. uitsluitend overige bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning af wijken van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van het bouwen van gebouwen en overkappingen, met dien verstande dat: a. gebouwen en overkappingen zijn toegestaan tot een oppervlakte van 20 m² per bouwwerk; b. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen maximaal 3 m mag bedragen. 6.3.2
Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels
De afwijkingsmogelijkheden zoals genoemd in lid 6.3.1 kunnen slechts worden toegepast indien: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; c. de verkeersaantrekkende werking hiervan in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. op een goede wijze in de (extra) parkeerbehoefte wordt voorzien.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
15
Artikel 7 7.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 1. 'aaneengebouwd': slechts aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd; 2. 'twee-aaneen': slechts twee-aaneen gebouwde woningen mogen worden gebouwd; 3. 'vrijstaand': slechts vrijstaande woningen mogen worden gebouwd. b. een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’; c. een fietsenstalling en/of containerplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - fietsenstalling en containerplaats'; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, ontsluitingen, tuinen, erven, groen en water. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte in meters mogen niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. c. een aanbouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding aanbouw'; d. garages en/of bergingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - garages en bergingen'; e. een overstek van de kap van het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overstek'. 7.2.2
Erfbebouwing
Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden geldt voor erfbebouwing dat aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet zijn toegestaan, behalve daar waar dit specifiek is aangeduid. 7.2.3
Vergunningvrij bouwen
Het gebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - vergunningvrij bouwen' is geen achtererfgebied zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover het gaat om bijbehorende bouwwerken. 7.2.4
Overige bouwwerken
Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden geldt voor overige bouwwerken dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 7 m voor kunstobjecten en lichtmasten; b. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen gelegen tussen 1 m achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) en de openbare weg aan de voorzijde; c. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen op de overige delen van het erf; d. 4 m voor geluidwerende voorzieningen; e. 3 m voor containerplaatsen, garages, bergingen en fietsenstallingen; f. 2 m voor andere overige bouwwerken.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
16
7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid: g. 7.2.2 onder a voor de bouw van een kap op aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, met dien verstande dat: 1. de goothoogte van aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan: van aanbouwen, uitbouwen en overkappingen: de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw tot maximaal 4 m; van vrijstaand bijgebouwen: 3 m; 2. de hellingshoek van de kap van aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen gelijk dient te zijn aan de hellingshoek van het hoofdgebouw; er geldt dan geen maximum bouwhoogte; 3. indien het hoofdgebouw geen kap heeft, de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan 6 m. 7.3.2
Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de bouwregels
De afwijkingsmogelijkheden zoals genoemd in lid 7.3.1 kunnen slechts worden toegepast indien: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu. 7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1
Aantal wooneenheden
Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen dan is aangegeven. 7.4.2
Beroep aan huis
Het bepaalde in lid 7.1 ten aanzien van het gebruik van woningen en/of bijgebouwen voor beroep aan huis is toegestaan onder de voorwaarden, dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van de woning met een maximum van 40 m²; b. het beroep aan huis wordt uitgevoerd door degene die woonachtig is op het perceel; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; d. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting en parkeerdruk optreedt; e. detailhandel (al dan niet via internet) alleen is toegestaan: 1. in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, verwerkt of bewerkt, en mits dit een ondergeschikt deel van de bedrijfsvoering is; Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
17
2. er geen sprake is van winkel- of uitstallingsruimte van goederen ten behoeve van de beroepsactiviteit. 7.5
Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1
Bedrijf aan huis
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.4.2 voor het gebruik van woningen en/of bijgebouwen voor bedrijf aan huis behorende tot en met ten hoogste categorie 2 zoals opgenomen in de als bijlage 1 bij deze regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', al dan niet in combinatie met handel in en verkoop van de goederen en diensten via internet, met dien verstande, dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van de woning met een maximum van 40 m²; b. het bedrijf aan huis wordt uitgevoerd door degene die woonachtig is op het perceel; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; d. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; e. er geen meldingplichtige en/of vergunningplichtige inrichtingen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mogen worden opgericht; f. geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten en/of handel in en verkoop van goederen en diensten via internet. 7.5.2
Bed & breakfast
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van bed & breakfast, met dien verstande dat: a. deze functie plaatsvindt binnen de op het moment van het toestaan van de afwijking bestaande bebouwing; b. het bruto vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast maximaal 120 m² bedraagt, waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen; c. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; d. het aantal slaapplaatsen maximaal 7 bedraagt. 7.5.3
Aantal wooneenheden
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.4.1 en meer woningen toestaan, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: a. het bepaalde in lid 7.5.4 onder b dient onverkort in acht te worden genomen; b. voldaan moet worden aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming; 9. economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
18
7.5.4
Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels
De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
19
Artikel 8 8.1
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van gestapelde woningen; b. een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, ontsluitingen, tuinen, erven, groen en water. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Ten aanzien van de in lid 8.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte in meters mogen niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. c. een dakterras is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakterras'. d. garages en/of bergingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - garages en bergingen'. 8.2.2
Overige bouwwerken
Ten aanzien van de in lid 8.1 bedoelde gronden geldt voor overige bouwwerken dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 7 m voor kunstobjecten en lichtmasten; b. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen gelegen tussen 1 m achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) en de openbare weg aan de voorzijde; c. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen op de overige delen van het erf; d. 4 m voor geluidwerende voorzieningen; e. 3 m voor containerplaatsen, garages, bergingen en fietsenstallingen; f. 2 m voor andere overige bouwwerken. 8.3
Specifieke gebruiksregels
8.3.1
Aantal wooneenheden
Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen dan is aangegeven. 8.3.2
Beroepsmatige activiteiten in of bij een woning
Het bepaalde in lid 8.1 ten aanzien van het medegebruik van woningen als praktijkruimte voor beroepsmatige activiteiten is toegestaan onder de voorwaarden, dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van de woning met een maximum van 40 m²; b. het beroep aan huis wordt uitgevoerd door degene die woonachtig is in het appartementsrecht; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; d. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; e. detailhandel (al dan niet via internet) alleen is toegestaan; 1. in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, verwerkt of bewerkt, en mits dit een ondergeschikt deel van de bedrijfsvoering is; 2. er geen sprake is van winkel- of uitstallingsruimte van goederen ten behoeve van de beroepsactiviteit. Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
20
8.4
Afwijken van de gebruiksregels
8.4.1
Bedrijfsmatige activiteiten
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.3.2 voor het gebruik van woningen en/of bijgebouwen ten behoeve van bedrijf aan huis behorende tot en met ten hoogste categorie 2 zoals opgenomen in de als bijlage 1 bij deze regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', al dan niet in combinatie met handel in en verkoop van de goederen en diensten via internet, met dien verstande, dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van de woning met een maximum van 40 m²; b. het bedrijf aan huis wordt uitgevoerd door degene die woonachtig is op het perceel; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; d. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; e. er geen meldingplichtige inrichtingen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mogen worden opgericht; f. er, behoudens een beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de bedrijfsmatige activiteiten, geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten en/of handel in en verkoop van goederen en diensten via internet. 8.4.2
Bed & breakfast
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1 voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van bed & breakfast, met dien verstande dat: a. deze functie plaatsvindt binnen de op het moment van het toestaan van de afwijking bestaande bebouwing; b. het bruto vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast maximaal 120 m² bedraagt, waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen; c. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; d. het aantal slaapplaatsen maximaal 7 bedraagt. 8.4.3
Aantal wooneenheden
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.3.1 en meer woningen toestaan, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: a. het bepaalde in lid 8.4.4 onder b dient onverkort in acht te worden genomen; b. voldaan moet worden aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming; 9. economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
21
8.4.4
Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels
De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu; c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
22
Artikel 9
Waarde - Archeologie
9.1
Bestemmingsomschrijving
9.1.1
Algemeen
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. 9.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een reguliere bouwvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de bouwvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de bouwvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 9.3
Aanlegvergunning
9.3.1
Aanlegvergunning
Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,30 m onder het maaiveld; d. het ophogen van gronden hoger dan 0,50 m boven het maaiveld. 9.3.2
Uitzonderingen
Het in lid 9.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 9.3.3
Toelaatbaarheid
a. De in lid 9.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
23
b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. c. Indien uit het rapport blikt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de vergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen woorden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. d. Burgmeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid a, indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
24
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
25
Artikel 11 11.1
Algemene bouwregels
Overschrijding bouwgrenzen
11.1.1 Algemeen De in deze regels ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt; c. gevel en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, galerijen en luifels, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 0,50 m overschrijden; d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; e. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelbouwgrens met meer dan 1 m overschrijden. 11.1.2 Afwijking a.
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 11.1.1 voor het overschrijden van de bouwgrenzen met ten hoogste 1,50 m, indien het betreft: 1. toegangen van bouwwerken; 2. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; 3. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen; 4. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 5. luifels, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; 6. hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen; 7. kelderingangen en kelderkoekoeken; b. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 11.1.1 voor het overschrijden van de aangegeven bouwgrenzen ten behoeve van het bouwen van verbindingen (loopbruggen) tussen gebouwen, mits die uit oogpunt van stedenbouwkunde en verkeersveiligheid aanvaardbaar wordt geacht. 11.2
Ondergronds bouwen
De planregels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, alsmede ter verbinding van gebouwen, met dien verstande, dat dit niet van toepassing is op situaties als bedoeld in 11.1.1, onder e; b. gebouwd mag worden tussen peil en 3,50 m onder peil.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
26
Artikel 12 12.1
Algemene gebruiksregels
Gebruik onbebouwde gronden
Onder verboden gebruik van onbebouwde gronden wordt in ieder geval verstaan: a. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b. het opslaan van goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; c. het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het opslaan van vuurwerk en/of andere gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel 1 onder g). 12.2
Uitzonderingen gebruiksverbod
Het bepaalde in lid 12.1 van dit artikel is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; b. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; c. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen. 12.3
Gebruik bouwwerken
Onder verboden gebruik van bouwwerken wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.
vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; prostitutie; seksinrichtingen; het opslaan van vuurwerk en/of andere gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel 1 onder g).
12.4
Uitzondering gebruiksverbod
Het bepaalde in lid 12.3 van dit artikel is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de bouwwerken; b. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
27
Artikel 13 13.1
Algemene aanduidingsregels
Milieuzone - voorwaardelijke verplichting
13.1.1 Milieuzone - voorwaardelijke verplichting Westhoff Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - voorwaardelijke verplichting Westhoff' mogen geluidgevoelige bestemmingen alleen in gebruik worden genomen, mits is voorzien in de geluidwerende voorzieningen zoals genoemd in 'Akoestisch onderzoek Revalidatiecentrum Westhoff, KuiperCompagnons, 23 juni 2021' (Bijlage 3) ter plaatse van het revalidatiecentrum aan 't Julialaantje 38 te Rijswijk. 13.1.2 Milieuzone - voorwaardelijke verplichting Streekdierentehuis Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - voorwaardelijke verplichting Streekdierentehuis' mogen geluidgevoelige bestemmingen alleen in gebruik worden genomen, mits is voorzien in de geluidwerende voorzieningen zoals genoemd in 'Akoestisch onderzoek Streekdierentehuis, KuiperCompagnons, 23 juni 2021' (Bijlage 4) en 'Aanvullend akoestisch onderzoek Steekdierentehuis, KuiperCompagnons, 18 maart 2022' (Bijlage 5) ter plaatse van het revalidatiecentrum aan 't Julialaantje 50 te Rijswijk.
13.1.3 Milieuzone - voorwaardelijke verplichting Sportpark Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - voorwaardelijke verplichting Sportpark' mogen geluidgevoelige bestemmingen alleen in gebruik worden genomen, mits is voorzien in de maatregelen aan de gevels waardoor de binnenwaarde van LAmax = 55 / 50 / 45 dB(A) ten gevolge van de activiteiten, zoals benoemd in het 'Akoestisch onderzoek "Voetbalveld 2" Sportpark Vredenburch, KuiperCompagnons, 23 juni 2021' (Bijlage 6), is gewaarborgd in geluidgevoelige ruimtes.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
28
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van: 1. de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut, waarbij de oppervlakte ten hoogste 35 m2 en de goothoogte ten hoogste 4 m mag bedragen; gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd; 2. het in geringe mate afwijken ten aanzien van bouwgrenzen, hoogtescheidingslijnen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de afwijking ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer bedraagt dan 1 m; 3. het afwijken van de voorgeschreven maatvoering van bouwwerken (waaronder goothoogte, bouwhoogte, onderlinge afstand, afstand tot perceelsgrenzen), eventueel met een overschrijding van de bouwgrens, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 5% van de in het plan voorgeschreven maten; met uitzondering van grondoppervlakte; 4. het overschrijden van de regels inzake de bouwhoogte van overige bouwwerken met maximaal 20%; 5. de bouw van overige bouwwerken, zoals een kunstobject, antennes en dergelijke tot een bouwhoogte van 15 m. b. Afwijken is alleen mogelijk indien geen onevenredige afbreuk plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2.
een goede woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
29
Artikel 15 15.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het oprichten van gebouwen ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 150 m3 en een goothoogte van ten hoogste 3 m, dit voor zover deze op grond van de 'Algemene afwijkingsregels' niet kunnen worden gebouwd; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van bouwpercelen, dan wel bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en bouwvlakken en/of aanduidingen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, op voorwaarde, dat de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, bestemmingsvlak dan wel bouwvlak met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd. 15.2
Dubbelbestemmingen en aanduidingen
Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. het (gedeeltelijk) wijzigen van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie', indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat sprake is van een hogere dan wel lagere verwachtingswaarde; b. het (gedeeltelijk) verwijderen van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie', indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat geen sprake meer is van archeologische verwachtingswaarden. 15.3
Algemene randvoorwaarden bij wijzigen
Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een wijziging van het plan, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu: b. voldaan wordt aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); 8. ecologie, toetsing Wet natuurbescherming; 9. economische uitvoerbaar en kostenverhaal.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
30
Artikel 16 16.1
Overige regels
Voorwaardelijke verplichting parkeren
a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. b. Bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid op basis van de normen die zijn neergelegd in de 'Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk' zoals vastgesteld op 8 februari 2011. Als deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. c. B&W zijn bevoegd van het bepaalde onder a bij omgevingsvergunning af te wijken, indien: 1. het geldende gemeentelijke parkeerbeleid daartoe mogelijkheid biedt; 2. zij van oordeel zijn dat er op andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; of 3. zij van oordeel zijn dat het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en geen sprake zal zijn van onevenredige toename van de parkeerdruk en geen afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid. d. Parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
31
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 17 17.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
17.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 17.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 17.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 17.1.1 met maximaal 10%. 17.1.3 Uitzondering Lid 17.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2
Overgangsrecht gebruik
17.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 17.2.2 Afwijkingsmogelijkheid Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 17.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 17.2.3 Verlooptermijn Indien het gebruik, bedoeld in het lid 17.2.1 na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 17.2.4 Uitzondering Lid 17.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
32
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hofstede'.
Bestemmingsplan “Hofstede” Regels Vastgesteld
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Richtafstandenlijst, Versie 101
Voorontwerp
Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten
naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG.
Inleiding
Staat van bedrijfsactiviteiten
Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak.
De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieuplanologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen diverse productie- en handelsbedrijven en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen. Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecreatie.
De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zonodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”). Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen
In verband met de specifieke situatie van bedrijventerreinen is er, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, gekozen voor het in eerste instantie uitsluiten van een aantal bedrijven/bedrijfsactiviteiten (de negatieve lijst). Deze activiteiten zijn in bijgaande staat doorgehaald. Aan vestiging van de doorgehaalde bedrijven kan, na een door burgemeester en wethouders te verlenen ontheffing, en na een nadere belangenafweging, medewerking worden verleend. In de regels is aangegeven of en zo ja onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend. Aan de ontheffing kunnen daarbij, zo nodig voorwaarden worden gesteld.
1