CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

22-010i. RO-BP-621.100.80 Vastgesteld bestemmingsplan Hofstede excl. bijlagen toelichting.pdf

Forum Stad en Samenleving 9 juni 2022, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Hofstede (RV 22-010)32.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Hofstede

VASTGESTELD 21 JUNI 2022

Gemeente Rijswijk Bestemmingsplan ‘Hofstede’

Inhoud - Toelichting - Regels - Verbeelding Datum: Mei 2022 Identificatienummer: NL.IMRO.0603.bpbuitenplhofstede-VA01 Opgesteld door: KuiperCompagnons

Bestemmingsplan

Hofstede Toelichting

VASTGESTELD 21 JUNI 2022

1

Inhoudsopgave van de toelichting 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 3 5 6

2. 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie Toekomstige situatie

7 7 10 11

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

15 15 16 22 23 27

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geluid 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Explosieven 4.12 Duurzaamheid 4.12 Bezonning

28 28 29 32 33 36 37 38 41 46 49 51 51 53

5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planvorm 5.2 Artikelsgewijze toelichting

54 54 55

6 6.1 6.2 6.3

Uitvoerbaarheid en handhaving Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

59 59 60 60

7 7.1 7.2 7.3

Procedure Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase

61 61 61 62

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

2

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21 Bijlage 22

Beeldkwaliteitplan Hofstede, Bosch Slabbers, mei 2021 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek, Gemeente Rijswijk, maart 2016 Verkennend booronderzoek Archeologie, Hamaland Advies, 16 maart 2021 Ecologische quickscan, Van der Helm Milieubeheer, 15 februari 2019 Ecologisch soortgericht onderzoek, Van der Helm Milieubeheer, 6 september 2019 Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten, Saricon, 18 februari 2021 Lichthinder onderzoek, Lichtidee, 2 april 2021 Akoestisch onderzoek Streekdierentehuis, KuiperCompagnons, 23 juni 2021 Akoestisch onderzoek “Voetbalveld 2” Sportpark Vredenburch, KuiperCompagnons, 23 juni 2021 Stikstofdepositieonderzoek, KuiperCompagnons, 2 september 2021 Aanmeldnotitie m.e.r., KuiperCompagnons, 6 januari 2022 Akoestisch onderzoek revalidatiecentrum Westhoff, KuiperCompagnons, 23 juni 2021 Bodemonderzoeken, Van der Helm Milieubeheer, 25 juni 2021 Nader milieukundig (asbest)bodemonderzoek, Van der Helm Milieubeheer, 28 oktober 2021 Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai, KuiperCompagnons, 22 juni 2021 Watersleutel, KuiperCompagnons, 3 juni 2021 Memo verkeerskundige toetsing, Mobycon, 11 mei 2022 Multicriteria analyse ontsluitingsmogelijkheden, gemeente Rijswijk, 4 mei 2022 Bezonningsstudie, 20 december 2021 Nota van Inspraak en Overleg, januari 2022 Aanvullend akoestisch onderzoek Streekdierentehuis, KuiperCompagnons, 18 maart 2022 Nota van

zienswijzen, mei 2022

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

3

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding Context Het voornemen bestaat om het voormalige tennis- en bowlingterrein De Hofstede, in de Landgoederenzone van Rijswijk, te herontwikkelen op een wijze waarin de landschapskwaliteit centraal staat. Door de initiatiefnemer is een plan ontwikkeld dat voldoet aan deze wens. Het plan bestaat uit verschillende soorten woningen in een parkachtige omgeving. Deze nieuwe opzet past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Landgoederenzone’. Om het plan te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling. Doel Het nieuw beoogde stedenbouwkundig plan past niet binnen de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridischplanologische zin mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging van het plangebied Het plangebied omvat globaal ca. 30.000 m2 en bevindt zich in de Rijswijkse Voorde, een Landgoederenzone in Rijswijk. De Voorde is een van de laatst gebouwde buitenplaatsen van Rijswijk. Het is een buitenplaatsenzone die thans ligt op de grens van Den Haag en Rijswijk. De Landgoederenzone bestaat uit (historische) buitenplaatsen met groene, recreatieve waarde.

Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

4

Het plangebied grenst aan de zuidoostzijde aan de Van Vredenburchweg. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich de Haagse wijk Spoorwijk. De Sinjeur Semeynsweg ligt evenwijdig aan de ontwikkellocatie. Een groene buffer met een wandelpad en een sloot vormen de afscheiding. Er is geen directe ontsluiting met de ontwikkellocatie. De Buitenplaats oriënteert zich op de Van Vredenburchweg en zal ook in de toekomst aan die zijde worden ontsloten.

Afbeelding 1.2: Ligging plangebied in meer detail

Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich het Expertisecentrum Westhoff (revalidatiecentrum) en een sportveld van KRSV Vredenburch. De oostzijde wordt ontsloten door het wandelpad ’t Julialaantje. De westzijde van het plangebied grenst aan het Julianapark. In dit park liggen zowel het kinderdagverblijf Blauwkapje alsmede het Streekdierentehuis ’t Julialaantje. ‘T Julialaantje ontsluit de locatie aan het Julianapark. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 en 1.2 weergegeven.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Landgoederenzone’, vastgesteld op 15 december 2009 door de gemeenteraad van Rijswijk. In de planologische situatie is het plangebied bestemd als ‘Groen - 2’, ‘Cultuur en ontspanning’, ‘Bedrijf-Nutsbedrijf’ en ‘Sport’. Binnen de bestemming ‘Cultuur en ontspanning’ geldt o.a. de functieaanduiding ‘horeca tot en met horecacategorie 1b’. Binnen de bestemming ‘Groen – 2’ zijn twee gebieden aangeduid als parkeerterrein. Ter plaatse van de bestemming ‘Sport’ geldt de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 3’. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om deze grond te wijzigen ten behoeve van de bestemming ‘Groen’. Daarnaast kent het plangebied momenteel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Omdat de voorziene ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader gemaakt.

Afbeelding 1.3: Vigerende planologische situatie (in rood de globale begrenzing)

Parapluherziening parkeernormering Rijswijk In aanvulling op het voorgaande vigeert ter plaatse van het plangebied tevens het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Rijswijk’ dat op 12 juni 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Rijswijk. De parapluherziening is een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Rijswijk en regelt enkel het onderwerp ‘parkeren’. Via dit bestemmingsplan worden voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bouwen en/of gebruiken de geldende parkeernormen in heel Rijswijk van toepassing verklaard. De relevante regels uit het betreffende bestemmingsplan zijn overgenomen in onderhavig bestemmingsplan.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

6

1.4

Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zeven hoofdstukken. Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een korte beschrijving van de huidige en toekomstige situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten en bestemmingen van dit bestemmingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. Daarna volgen hoofdstuk 6 en 7, waarin de focus op respectievelijk de uitvoerbaarheid en de procedure ligt.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

7

2.

Planbeschrijving

2.1

Ontstaansgeschiedenis De ontwikkeling Hofstede ligt in de Rijswijkse Voorde. Het is een buitenplaatsenzone liggend op de grens van Den Haag en Rijswijk. De Landgoederenzone behoort tot Nationaal Park Hollandse Duinen en vormt met 250 hectare een van de grootste stedelijke groengebieden in de regio. De zone wordt gekenmerkt door een sterk groen en lommerrijk karakter. Dit groene karakter vormt samen met de historische buitenplaatsen een recreatieve waarde voor zowel Rijswijk als haar directe omgeving. De buitenplaatsenzone ligt er sinds vele eeuwen, vroeger in de weidse veenweidegebieden en nu ingesloten door de stad; vroeger privédomein van enkele rijke families en nu een doorlopend openbaar wandelgebied. De Landgoederenzone ligt op een strandwal die gemarkeerd wordt door de Van Vredenburchweg. De zandgrond van deze wal is bepalend geweest voor de ontwikkeling van het gebied. De huidige strandwal werd gevormd in de periode tussen 3800 en 3500 voor Christus. Op deze strandwal vormden zich duinen die door hun hoge ligging aantrekkelijk voor bewoning waren. Door erosie en door zandwinning (vanaf de Middeleeuwen) zijn vrijwel alle duinen op de strandwal verdwenen. Een fraai ensemble van de duinen die op de strandwal aanwezig waren, is bewaard gebleven in het zogenaamde ‘Grote Bos’ van Landgoed Te Werve.

De oudst bekende bewoningssporen stammen uit de Nieuwe Steentijd en de Bronstijd. Na de Middeleeuwen kregen welgestelde burgers als gevolg van een sterke economische groei belangstelling voor het buitenleven. Dit had tot gevolg dat in de 17e en 18e eeuw vele buitenplaatsen op de strandwal zijn gebouwd die tot op heden als herkenbare elementen in het gebied voorkomen. In met name de 20e eeuw is verspreid in het gebied allerlei andere bebouwing, waaronder woonhuizen, club- en sportgebouwen, scholen en zorgcentra, toegevoegd. In de Landgoederenzone is in de loop der eeuwen een structuur ontstaan van lange lijnen in de richting van de strandwal en kortere lijnen die daar dwars op staan. De Van Vredenburchweg volgt de lijn van de strandwal, de dwarsrichtingen worden gevormd door sloten, wegen en kavelrichtingen. Parallel aan de Van Vredenburchweg loopt het Julialaantje. De doorgaande lange lijnen van de Van Vredenburchweg en het Julialaantje geven samenhang aan de Landgoederenzone. Zij vormen de dragers van de ‘ladderstructuur’ die de Landgoederenzone omspant. De gebieden binnen deze overkoepelende structuur kennen een gevarieerde invulling, die onder meer bestaat uit landgoederen, parkachtige gebieden, sportparken en kleine woongebieden.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

8

Afbeelding 2.1: Historische ontwikkeling Landgoederenzone (Beeldkwaliteitplan, BoschSlabbers)

Afbeelding 2.2: Huidige groenstructuur Landgoederenzone met deelgebieden (BP Landgoederenzone 2009) Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

9

Afbeelding 2.3: Analyse Landgoederenzone (Ambitiedocument Landgoederenzone, H+N+S Landschapsarchitecten)

Het landschap laat een duidelijke neergang van de buitenplaatsen (of landgoederen)zone zien door de eeuwen heen. Op de oude kaarten is duidelijk te zien dat het een nagenoeg aanééngesloten band van buitenplaatsen of verrijkte/ versterkte boerderijen was. De locatie Hofstede laat een duidelijke twee deling in het landschapstypen zien: - De zone tussen ‘t Julialaantje en de doorgaande watergang thans op de grens met spoorwijk; - En een open zone met weilanden tussen ’t Julialaantje en de Van Vredenburchweg. De laatste decennia is dat heldere onderscheid enigszins vertroebeld geraakt. Veelal zijn er functies ingebracht zoals voetbalvelden en soms is er ook grootschalig parkbos aangeplant. Vervolgens zijn hier ook weer functies in geland, zoals een streekdierenhuis en een kinderdagverblijf. Op de locatie is al sinds eeuwen een boerderij gevestigd, gelegen naast Westhof. Deze boerderij is recent afgebrand, maar de oude lindebomen voor het gebouw zijn nog intact. De boerderij was ontsloten vanaf de Van Vredenburchweg, met een weggetje door de landerijen. De te ontwikkelen locatie ligt deels in het blikveld van Landhuis Ter Werve. Dit blikveld is door de jaren heen verdicht geraakt met houtopslag, bosvorming, parkeerplaatsen en hekwerken van de tennisbanen.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

10

2.2

Bestaande situatie De locatie bestaat uit voormalige tennisbanen en een afgebroken bowling- en saunacomplex. Het bowlingcomplex is in 2010 afgebrand en de oude boerderij op het terrein is in november 2020 ook afgebrand. Het geheel is door robuuste populieropstanden en bosaanplant vrij overgroeid.

Afbeelding 2.4: Impressie bestaande situatie (Google Maps)

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

11

2.3

Toekomstige situatie De ontwikkeling van de locatie Hofstede bestaat uit natuurontwikkeling, landschapsbeleving, wonen en recreatie. Een deel van het groen zal heringericht aan de gemeente overgedragen worden. Naast een openbaar wandelpark en natuurgebied worden er appartementen en grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. Het beeldkwaliteitplan voor de ontwikkeling is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. In deze paragraaf wordt de toekomstige ontwikkeling verder beschreven.

2.3.1 Concept en visie Het concept voor Hofstede is geïnspireerd op de typologie van een buitenplaats; een hoofdgebouw die bereikt wordt via een toegangslaan, een vijverpartij en ‘dienstwoningen’. Daarnaast wordt voorzien in een zo maximaal mogelijke openheid van het blikveld van Te Werve. Voor de visie voor Hofstede wordt aangesloten aan bij de context: De tweedeling in het meer bebouwde deel aan de noordkant van ‘t Julialaantje en het min of meer onbebouwde deel tussen ‘t Julialaantje en de Van Vredenburchweg. Het hoofdgebouw, in ‘landhuisstijl’, is diep in het plangebied geplaatst om de grootse maat van het gebied ervaarbaar te maken. Vanaf de Van Vredenburchweg is het hoofdgebouw goed zichtbaar. De ruimte achter het hoofdgebouw wordt gevormd door een markante waterpartij. Halverwege het plangebied, aan het einde van de oprijlaan, staat een dienstwoning die hoort bij het hoofdgebouw. Bezoekers rijden langs deze woning en deze woning markeert de ligging langs ’t Julialaantje, zoals dat vroeger gebruikelijk was. Aan weerszijde van het plangebied bevinden zich bosranden. In één van de bosranden liggen een aantal, ruimtelijk ondergeschikte, woningen verscholen. Op de locatie van de voormalige boerderij is een nieuw volume ontworpen. Dit zijn vier woningen in één volume die qua hoofdvorm de oude contouren van de boerderij beschrijven.

Het nieuwe volume is in hoofdvorm en positie een verwijzing naar het agrarisch verleden. De bestaande lindebomen markeren de plek. Rijdende door het plangebied zien bezoekers de lindebomen en de nieuwe boerderij liggen, en ervaren zij de openheid van het landschap. Dit deel van het park wordt open en transparant ingericht. Het lint aan de Van Vredenburchweg wordt doorgezet, met twee woningen in de bosrand. Deze woningen worden in vergelijkbare stijl als de bestaande woningen aan de Van Vredenburchweg vormgegeven. Het totaalbeeld laat een duidelijke tweedeling zien in het gebied, meer bebouwd achterin het plangebied en een open en transparant deel tussen ‘t Julialaantje en de Van Vredenburchweg. De bosranden zorgen voor een goede inpassing en herbergen een aantal woningen.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

12

Afbeelding 2.5: Indicatieve verkaveling

2.3.2 Uitgangspunten en programma De woningen worden zorgvuldig ingepast in het landschap. Bij het ontwerp zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: - De nieuwe “footprint” wordt niet vergroot. - De oorspronkelijke loop van ‘t Julialaantje wordt teruggebracht. - Het landschap is versterkt en wordt openbaar toegankelijk en weer beleefbaar. Footprint In het plan staat de landschapskwaliteit centraal. Een van de uitgangspunten is daarom om het volume (footprint) ten opzichte van de oude bebouwing niet te vergroten. De footprint van de oude bebouwing is vastgesteld op 3.169 m2. Ten behoeve van de verdere uitwerking van het plan is een maximale overschrijding van deze footprint van 5% afgesproken. Op basis van deze maximale overschrijding wordt de totale maximale footprint 3.327,5 m2.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

13

Omschrijving

Bebouwingsoppervlakte (m2) 3.169 158,5

Footprint oude situatie 5% afwijkingsmogelijkheid bestemmingsplan Maximale footprint bebouwing

3327,5

Tabel 2.1: Huidige footprint

Afbeelding 2.6: Huidige footprint

Het voorliggende plan (inclusief een beperkt aantal optionele uitbouwen), zoals deze is opgenomen op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan, maakt een plan mogelijk van circa 3.251,3 m2. Hiermee wordt voldaan aan de maximale footprint en is er zelfs nog ruimte over om kleine maatverschillen ten tijden van de verdere uitwerking van het plan richting de toekomstige aanvraag omgevingsvergunning, op te vangen. Omschrijving Appartementen Bosrandwoningen incl. optionele aanbouwen Portierswoning Boerderij Fietsenstalling en containerruimte Woningen Van Vredenburchweg Bergingen Maximale footprint bebouwing Resterende ruimte t.o.v. huidige situatie

Bebouwingsoppervlakte (m2) 580,7 1520,4 117 465 18 234,4 315,9 3251,3 76,1

Tabel 2.2: Toekomstige footprint

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

14

Om te borgen dat ook in de toekomst de footprint niet toeneemt, is vergunningvrij bouwen uitgesloten. Op deze manier is de openheid van de landgoederenzone en de stedenbouwkundige inpassing ook na de realisatie van de woningen verzekerd. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 5.2.2. Programma Het plangebied oriënteert zich op de Van Vredenburchweg. Langs de Van Vredenburchweg is, aansluitend op de lintbebouwing, een twee-onder-een-kapwoning voorzien. Centraal in het plan is een grote waterpartij ontworpen. Aan deze waterpartij bevinden zich 4 woningen, welke in opzet gebaseerd zijn op een boerderij-ensemble. Op de kop van de waterpartij zal een hoofdgebouw in ‘landhuisstijl’ worden gerealiseerd, welke plek biedt aan 16 appartementen. Een zichtlijn van de Van Vredenburchweg naar het nieuwe landhuis herstelt de visuele dwarsverbinding. Aan de westzijde van het plangebied zijn ‘bosrandwoningen’ voorzien, bestaande uit 5 rijtjeswoningen, 10 twee-onder-één-kapwoningen en een villa. Verder wordt er met het plan nog een ‘portierswoning’ mogelijk gemaakt, op een bijzondere plek aan ’t Julialaantje, aan het begin van het landgoed. Deze woning sluit qua architectuur aan op het landhuis. In totaal biedt het plan ruimte aan maximaal 39 woningen.

Afbeelding 2.7: Woningtypologieën Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

15

3.

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Toetsing Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Toetsing Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Nieuwe ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd.

De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

16

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 39 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is met maximaal 39 woningen dus ladderplichtig. Toetsing De toetsing aan de ladder is opgenomen in paragraaf 3.2.2. Geconcludeerd is dat het voornemen voorziet in een regionale behoefte. Daarbij is sprake van de herontwikkeling van een stedelijk gebied. Het voornemen is dan ook passend ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 1 april 2019 is de geconsolideerde Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie maakt deel uit van het nieuwe Omgevingsbeleid, waarin de provincie voorsorteert op de Omgevingswet. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. In februari 2022 is de ‘Herziening 2021’ van het Omgevingsbeleid vastgesteld. De wijziging van de Omgevingsvisie heeft onder meer betrekking op de volgende onderwerpen: bedrijventerreinen, grote ruimtevragers, verstedelijking, optimalisatie van woningbouwplannen, ruimtelijke kwaliteit, bos en bomen, gezonde en veilige leefomgeving, permanente bewoning van recreatiewoningen en mobiliteit. Voor de onderhavige locatie zijn vooral de volgende thema’s uit de omgevingsvisie relevant: 1. Verstedelijking De provincie zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Met de inzet voor beter benutten van de bebouwde ruimte volgt de provincie ontwikkelingen in de maatschappelijke behoefte. De vraag naar wonen en werken in of rond stads- en dorpscentra neemt toe. Die vraag verandert ook van karakter.

Mede door technologische ontwikkelingen vervaagt de strikte scheiding tussen wonen en werken. Ruimtelijk staat daarom niet langer functiescheiding centraal. Voor het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen moet de Ladder voor duurzamer verstedelijking doorlopen worden, zie hiervoor paragraaf 3.2.2. De gemeenten moeten de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren afstemmen met andere gemeenten in de regio. Naast het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de provincie de ruimte beter benutten door in te zetten op transformeren, herstructureren en verdichten. 2. Wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stadsen dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn.

Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

17

hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. 3. Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie wil de transitie naar een energie-efficiënte samenleving bevorderen, zodat op termijn duurzaam en CO2-neutraal wordt voorzien in de energiebehoefte. Bestaande bebouwing wordt gereed gemaakt voor de energietransitie. Middelen die hiervoor ingezet kunnen worden zijn: isoleren, aansluiten op een warmtenetwerk, cascaderen van lokale warmte, co-siting (bijeenbrengen en plannen van bedrijven met aansluitende warmtebehoeften) en efficiënter gebruik van energie. De provincie is een groot voorstander van aardgasloze wijken, zowel bij nieuwbouw als renovatie. De provincie wil nieuwbouw (woningen én overige gebouwen) hoort energieneutraal of energie leverend te worden uitgevoerd. 4.

Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving De provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De bijzondere kwaliteiten van het landschap wordt beschermd, ook om de groenbeleving van inwoners, recreanten en toeristen te verbeteren. Natuur, cultureel erfgoed en monumenten worden benut om het landschap aantrekkelijk te maken en te houden. Daarbij wil de provincie de biodiversiteit vergroten, natuurinclusieve landbouw geven we de ruimte. Dit draagt bij aan een fijnmazig natuurnatuurnetwerk. Ook wordt ingezet op diervriendelijke veehouderij. Deze inzet richt zich niet enkel op het landelijk gebied. Aantrekkelijke landschappen reiken tot in de stad en het stedelijk gebied reikt tot in de landschappen. De provincie streeft naar een zachte overgang van het stedelijk- naar het landelijk gebied, waarbij kwaliteit centraal staat. Toetsing De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. Er is sprake van een herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie, waarbij een versnipperd gebied met een vervallen indruk getransformeerd wordt naar een kwalitatief hoogwaardige woongebied. Voor de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2.

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsverordening Zuid-Holland is samen met de Omgevingsvisie op 1 april 2019 in werking getreden. De verordening bevat juridische doorwerking van het visiedeel van het Omgevingsbeleid en bevat regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. In de herziening uit 2021 is de Omgevingsverordening onder meer betrekking op de volgende Onderwerpen gewijzigd: bedrijventerreinen, grote ruimtevragers, optimalisatie van woningbouwplannen, sociaal en betaalbaar wonen, ruimtelijke kwaliteit, houtopstanden en herbeplanting, molenbiotopen, bevoegdheid begrenzing Natuurnetwerk Nederland, permanente bewoning recreatiewoningen, mobiliteit, boom- en sierteeltgebied Greenport Boskoop en grote buitenstedelijke bouwlocaties. Op grond van de Omgevingsverordening zijn voor de onderhavige ontwikkeling de volgende artikelen van toepassing. Artikel 6.9 - Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

18

3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau.

Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt;wegnemen van verharding; b.

toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; c. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij i. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; ii. indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10.

Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

19

geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 11. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie.

Toetsing Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Kustcomplex – zeezandafzettingen’. Richtpunt is dat ontwikkelingen waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust versterken en gebruiken. Daarnaast houden ontwikkelingen het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. Veiligheidsmaatregelen moeten mede gericht zijn op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op. In de laag van de ondergrond is het plangebied ook aangeduid als ‘strandwallen en oude duinen’ met als richtpunt het versterken of bijdragen aan de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen.

Ook zorg dragen voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland staat hier centraal. Voorgenomen ontwikkeling heeft ook hier geen invloed op. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. • De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogte in de omgeving legitiem. Het pand wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. • Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het plangebied is ook aangeduid als ‘stedelijke groenstructuur indicatief’ met als richtpunt het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur.

Daarbij gaat het om de recreatieve kwaliteit, de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de verbinding tussen stad en land.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

20

Voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de karakteristieke kenmerken uit de omgeving. Er wordt ruimschoots aandacht besteed aan het cultuurhistorische karakter van het gebied en het versterken van de landschappelijke waarden. De ontwikkeling wordt dus ingepast in de bestaande structuren en draagt bij aan de ontwikkeling van de landgoederenzone. In de laag van de beleving is het plangebied gedeeltelijk aangeduid als ‘Landgoedbiotoop, historisch landgoed’. Ontwikkelingen binnen deze aanduiding dienen te zijn gericht op verbetering en versterking van de kenmerken en waarden van het landgoed/ kasteel en het behouden of versterken van de relatie van het landgoed met zijn omgeving. De ontwikkeling is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het landgoed. Het stedenbouwkundig plan sluit goed aan op dit richtpunt en geeft met een toegankelijk landschap het gebied terug aan de stad en maakt het weer onderdeel van de Landgoederenzone. Er is in het ontwerp ruimschoots aandacht besteed aan de blikvelden naar en de relatie met de omgeving. Landgoedbiotoop In de provinciale omgevingsverordening is een deel van het plangebied aangeduid als landgoedbiotoop.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen de landgoed- en de kasteelbiotopen, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voor zover: - geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop, of - de ontwikkeling is gericht op verbetering en versterking van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop. Het bestemmingsplan moet een beeldkwaliteitsparagraaf bevatten, waarin het effect van deze ontwikkeling op de landgoed- of kasteelbiotoop wordt beschreven. Naast de analyse van de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het landgoed of het kasteel gaat deze paragraaf in op de wijze waarop de kenmerken en waarden van de landgoed- of kasteelbiotoop beschermd of versterkt worden.

Het gaat in ieder geval om de volgende kenmerken en waarden: - de buitenplaats, bestaande uit het hoofdhuis met bijgebouwen en het bijbehorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen, omgracht terrein, alsmede de functionele en visuele relaties tussen de verschillende onderdelen; - de basisstructuur waaraan het landgoed of de kasteellocatie bewust direct is gekoppeld: een weg, een waterloop, of beide of in geval van een buitenplaats ook indirect door middel van zichtlijnen; - het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen; - Naast deze kenmerken en waarden kunnen er voor zowel de landgoed- als de kasteelbiotoop afzonderlijke kenmerken en waarden aan de orde zijn. Het concept en de visie van de ontwikkeling is beschreven in paragraaf 2.3.1. Hierbij wordt ingegaan op de wijze waarop de waarden van het landgoed beschermd en versterkt worden. Daarnaast is een beeldkwaliteitplan opgesteld, dat is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze toelichting. Artikel 6.10 - Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

21

bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing – Ladder voor duurzame verstedelijking Voor de woningbehoefte is allereerst de Woondeal Zuidelijke Randstad relevant. Dit betreffen bestuurlijke afspraken tussen het Rijk, de provincie Zuid-Holland en gemeenten uit de Zuidelijke Randstad (waaronder Rijswijk).

In hoofdzaak zijn de kwantitatieve afspraken in deze woondeal erop gericht om de productie van 100.000 woningen tot 2025 in de zuidelijke Randstad te versnellen en om te zorgen voor voldoende harde plancapaciteit voor de periode tot 2040 (bouwproductie van 230.000 woningen). Specifiek is daarbij nog de afspraak relevant dat verstedelijking in de zuidelijke Randstad met voorrang plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied in nabijheid van hoogwaardig OV, via een zogenaamde geconcentreerde verstedelijkingsstrategie. Deze strategie houdt onder meer in dat wordt ingezet op de (al eerder aangewezen) 12 verstedelijkings-/verdichtingslocaties binnen de Verstedelijkingsalliantie. Deze alliantie is een samenwerkingsverband van 8 gemeenten langs de spoorlijn Leiden- Dordrecht, waaronder Rijswijk. Het binnenstedelijk gebied ‘RijswijkBogaard/Plaspoelpolder’ is één van deze 12 verdichtingslocaties waarover in de Woondeal Zuidelijke Randstad afspraken zijn gemaakt. De gemeente Rijswijk ligt in de agglomeratie Haaglanden. Voor dit gebied zijn tevens regionale woningbouwafspraken gemaakt. Het gaat om de negen gemeenten, te weten Delft, Rijswijk, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Midden-Delfland, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer. De provincie Zuid-Holland en deze negen gemeenten zien de regio Haaglanden als één woningmarktregio, zoals verwoord in de regionale woonvisie.

De woningvraag en het -aanbod in de regio Haaglanden worden beoordeeld aan de hand van de Woningbouwmonitor Haaglanden 2018 en de WBR2019. Uit de WBR2019 blijkt dat in de periode 2020-2025 voor de regio Haaglanden een behoefte bestaat aan 31.400 woningen. Elke extra woningbouwontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied wordt als 'welkome aanvulling' gezien, om zo gezamenlijk het tekort in te lopen. Uit de Woningmarktmonitor Haaglanden 2018 blijkt dat de voorgenomen woningbouwproductie in de periode 2018-2040 ca. 121.000 woningen bedraagt. Voor de periode 2018-2025 zijn dit 70.000 woningen en voor de periode 2026-2040 51.000 woningen. Van de 70.000 woningen die gepland zijn tot en met 2025 behoren er 51% tot de harde plannen (waarvoor reeds een bestemmingsplan is vastgesteld, er bindende afspraken voor zijn of waarvoor een omgevingsvergunning verleend is). Dat betekent dat er nog ruimte is voor circa 34.300 woningen. In de gemeentelijke woonvisie 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk – een woonvisie voor de periode 2015 – 2025' is aangegeven dat pijler 1 van de vier pijlers van het gemeentelijke woonbeleid, de 'kwantitatieve en kwalitatieve groei van de woningvoorraad' betreft. Rijswijk wil hoogwaardige stedelijke woonmilieus laten ontstaan. De Landgoederenzone vormt een uniek woonmilieu en biedt goede mogelijkheden voor een onderscheidende stedelijke woonkwaliteit.

De realisatie van het Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

22

planvoornemen kan bijdragen aan een antwoord op de groeiende vraag naar groenstedelijke woonmilieus. In pijler 2, 'betaalbaar wonen in Rijswijk', wordt daarnaast ingezet op de realisatie van meer betaalbaar aanbod, om de doorstroming te bevorderen zodat goedkope woningen vrijkomen. De woningen in het plan vallen in het duurdere segment, maar kunnen wel bijdragen aan de doorstroming binnen de gemeente. Daarnaast kan het plan bijdragen aan de pijler ‘wonen in een duurzaam Rijswijk’. Het buurtgroen en de grote parken met regionale aantrekkingskracht maken de stad aantrekkelijk om te wonen en recreëren. De gemeente wil dit groene karakter behouden. Het plangebied is in de bestaande situatie een isolaat, versnipperd gebied. Bij de ontwikkeling staat landschapskwaliteit vooraan en wordt hard ingezet op het versterken van natuurwaarden, biodiversiteit met daarnaast zeer duurzame woningen. Voor onderhavig plan is daarnaast de pijler “Doelgroepgericht woningbouwprogramma” uit de woonvisie van belang. Hierin wordt gesteld dat de woningvoorraad in Rijswijk de komende jaren fors mag toenemen en dat hierbij vooral wordt ingezet op de middeldure en dure huur- en koopsegmenten. Het streven is om deze segmenten in zowel absolute als relatieve zin te laten toenemen.

Het onderhavige plan valt in het gebied dat in de Actualisatie wordt weergegeven met “Bestaande stad”, waarvoor geldt dat kleinschalige inbreiding bij vrijkomende locaties mogelijk is. Doelgroep: algemene doelgroep (dus niet nader gespecificeerd) en gericht op doorstroming en verbreding van woonmogelijkheden. Op basis van de grote woningbehoefte in de regio en de bijdrage aan de gemeentelijke pijlers, kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.3 Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. 3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Woonvisie woningmartkregio Haaglanden 2017-2021 Begin 2016 hebben de negen gemeenten in Haaglanden, die een gezamenlijke woningmarktregio vormen, gezamenlijk een woonvisie opgesteld. De regionale woonvisie benoemt meerdere gezamenlijke opgaven op het gebied van sociale woningbouw, woningbouwprogrammering, duurzaamheid, wonen en zorg en verbetering van het bestaande vastgoed. De visie geldt als invulling van de eerste stap van de Ladder van duurzame verstedelijking waarmee woningbouwplannen een gemakkelijker bestuurlijk traject doorlopen. Hiermee worden de afspraken regionaal verankerd. Er zijn vijf concrete woonambities voor de regio opgenomen en een agenda met acties en maatregelen: - Een regionaal Woningbouwprogramma opstellen; - Regionaal voldoende betaalbare woningen aanbieden; - Duurzaam bouwen en renoveren in Haaglanden; - De regio levensloopgeschikt maken; - Werken aan leefbare en prettige woonwijken.

Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

23

Toetsing De ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de regionale woonvisie. In paragraaf 3.2.2 is reeds stilgestaan bij de woonbehoefte. 3.3.2 Regionaal Groenbeleidsplan Op 4 augustus 2009 is het Groenbeleidsplan regio Haaglanden vastgesteld. Het groen van Haaglanden staat niet op zichzelf. Tezamen en verweven met het stedelijk gebied bepaalt het groen de kwaliteit van het verblijfsklimaat in de regio. De visie van het stadsgewest gaat uit van een groenstructuur die tot in de haarvaten verbonden is met het stedelijk gebied. Landgoederenzone Rijswijk In het regionaal Groenbeleidsplan wordt de Landgoederenzone in Rijswijk beschreven als een aaneenschakeling van buitenplaatsen en parken, die van grote cultuurhistorische waarde is. Als zodanig is deze zone ook van regionale betekenis. In het plan wordt beschreven dat de gemeente Rijswijk bezig is om haar Landgoederenzone uit te bouwen tot een multifunctioneel landgoedpark met cultuurhistorische en passende, groene functies. De opgave is hier om met kleine ingrepen de oorspronkelijke cultuurhistorische kwaliteiten terug te brengen, de samenhang te herstellen en de recreatieve toegankelijkheid te vergroten. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling bevindt zich centraal in de Landgoederenzone en speelt in op het terugbrengen van cultuurhistorische kwaliteiten als ‘t Julialaantje.

De belangrijkste cultuurhistorische kenmerken van buitenplaatsen zijn gebruikt voor het ruimtelijk ontwerp. Zo oriënteert het plangebied zich op de Van Vredenburchweg. Daarnaast is het de bedoeling het landschap, na realisatie, terug te geven aan de stad. Het plangebied wordt voor een groot deel openbaar toegankelijk. Hierdoor kan straks iedereen het plangebied beleven en wordt er inhoud gegeven aan de recreatieve functie van de Landgoederenzone. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Woonvisie Rijswijk 2015-2025 Op 26 november 2015 is de nieuwe gemeentelijke woonvisie 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk' vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten en ambities voor het wonen tot 2025 beschreven. De nieuwe woonvisie vormt de basis voor de strategische afwegingen die de stad maakt op het gebied van wonen. Centraal hierbij staat de vraag hoe Rijswijk het best kan inspelen op de woonbehoeften van de toekomst. De gemeente streeft naar kwalitatief goede woningen en onderscheidende woonmilieus voor huidige en toekomstige generaties. Het wensbeeld voor Rijswijk wordt uitgewerkt in vier pijlers: 1. de kwalitatieve en kwantitatieve groei van de woningvoorraad; 2. betaalbaar wonen in Rijswijk; 3. wonen in een duurzaam Rijswijk; 4. wonen met zorg, aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Dit zijn de speerpunten waarop de gemeente in de komende jaren sterk gaat inzetten om het wonen in Rijswijk aantrekkelijk te houden en waar mogelijk te versterken. Op 11 mei 2021 is de Actualisatie van de Woonvisie 2015 – 2025 door de raad vastgesteld. Deze Actualisatie vervangt de huidige woonvisie niet, maar brengt nieuwe speerpunten (pijlers) aan. Voor onderhavig plan is de pijler “Doelgroepgericht woningbouwprogramma” van belang.

Hierin wordt gesteld dat de woningvoorraad in Rijswijk de komende jaren fors mag toenemen en dat hierbij vooral wordt ingezet op de middeldure en dure huur- en koopsegmenten. Het streven is om deze segmenten in zowel Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

24

absolute als relatieve zin te laten toenemen. Het onderhavige plan valt in het gebied dat in de Actualisatie wordt weergegeven met “Bestaande stad”, waarvoor geldt dat kleinschalige inbreiding bij vrijkomende locaties mogelijk is. Doelgroep: algemene doelgroep (dus niet nader gespecificeerd) en gericht op doorstroming en verbreding van woonmogelijkheden. Toetsing Zoals hierboven en in paragraaf 3.2.2 beschreven is de ontwikkeling passend binnen de kaders en uitgangspunten van de gemeentelijke woonvisie. 3.4.2 'Stadsvisie Rijswijk 2030: Samen maken wij de stad!' (vastgesteld op 27 september 2016) In de stadvisie zijn de ambities voor Rijswijk beschreven, waarbij drie gebieden zijn onderscheiden waarbinnen de verschillende, toekomstige vraagstukken het best kunnen worden ondergebracht: de pijlers sociaal, ruimtelijk en economisch. Voor de beoogde ontwikkeling is met name de ruimtelijke pijler relevant, waarvoor de volgende algemene ambitie is beschreven: ‘Groene buitenplaats voor stedelijk wonen’. In Rijswijk kan je ruim wonen in een lommerrijke omgeving of in een stedelijk gebied met groen altijd in de nabijheid. Dit kan individueel, met een partner en/of jong gezin of als oudere. De gemeente wil inzetten op het groen dat er nu is, dit moet worden versterkt en als historisch handelsmerk worden gebruikt.

De parkenzone en de Landgoederenzone mogen intensiever worden benut voor recreatie en natuurwaarden. Daarnaast is een speerpunt het realiseren van herkenbare iconen op zichtlocaties ter versterking van het profiel van Rijswijk. Toetsing De herontwikkeling van het plangebied geeft invulling aan de ruimtelijke ambitie en bijbehorende keuzes uit de stadsvisie. 3.4.3 Groenbeleidsplan 2010-2020 In februari 2010 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan 2010-2020 'BomeNatuuRecreatie' vastgesteld. In het plan staan de 'groene' ambities voor ontwikkelingen in de stad. Het groen komt te vaak op de tweede plek. Met het groenbeleidsplan krijgt het weer de plek op de kaart van Rijswijk die het verdient. De groenstructuur van Rijswijk is de basis en dus het fundament van het groenbeleidsplan. Die groenstructuur bestaat uit de boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur en duurzaam, verbinden en beleven zijn de leidende principes. De visie van het groenbeleidsplan bestaat uit het creëren van een duurzame groenstructuur, door het behoud van de bestaande hoeveelheid groen, de identiteit en de kwaliteit van het groen te versterken en te zorgen voor groen dat in de omgeving past. Verbindingen zorgen voor samenhang in de groenstructuur. Dit vergroot de belevingswaarde van het groen.

Investeren in de groenstructuur door middel van herinrichting en beheer betekent investeren in de stad als geheel. Het groenbeleidsplan fungeert als het groene toetsingskader voor ontwikkelingen en geeft richting aan het denken over groen, prioritering bij de uitvoering en keuzes in groenbeheer. Toetsing Het plangebied maakt deel uit van deelgebied 'A' Landgoederenzone. Er wordt gestreefd naar meer samenhang en kwaliteit in het groen, behoud en versterking van de cultuurhistorische waarde en natuurwaarde, logische en aantrekkelijke recreatieve routes en saldering van niet-passende functies en laagwaardige bebouwing. Er wordt gestreefd naar een heldere groenstructuur, die aansluit bij de historische landschapsstructuur en die het gebied beter beleefbaar maakt als samenhangend geheel. Dit wordt onder andere bereikt door herstel van historische lanen en zichtassen en het creëren van nieuwe doorkijkjes. Het streefbeeld is ‘prettig water’ omdat de recreatieve waarde centraal staat. Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

25

Afbeelding 3.1: Deelgebied ‘A’ Landgoederenzone (Groenbeleidsplan 2010-2020)

De beoogde ontwikkeling van het plangebied sluit aan bij de visie voor het deelgebied en zorgt er daarbij voor dat historische, recreatieve tracés als ‘t Julialaantje terug worden gebracht. De ontwikkeling sluit dan ook goed aan bij de kansen en aandachtspunten voortkomend uit het groenbeleidsplan. 3.4.4 Economische Strategie Rijswijk (concept) De gemeenteraad van Rijswijk heeft op 22 juli 2020 het eerste concept van de Economische Strategie Rijswijk vastgesteld. De doelstelling van de Economische Strategie is de bestaande beleidsinzet en ambities op economisch vlak aan elkaar verbinden en daarin toevoegingen doen en accenten aanbrengen waar nodig. Ook worden hier concrete acties en/of projecten aan verbonden, in een actieprogramma. De strategie moet inspelen op de kansen die Rijswijk biedt, zoals de ligging in het hart van de Haagse regio. Met de strategie wil de gemeente inzetten op het behouden en aantrekken van werkgelegenheid en bedrijvigheid, om zo het ondernemersklimaat en het vestigingsklimaat van Rijswijk en de regio te versterken.

Om de doelen te bereiken zet de gemeente in op acties op een aantal deelonderwerpen, waaronder: We willen de kracht van Rijswijk bepalen en definiëren: uitgaande van de bereikbaarheid, de kwaliteiten van het (groene) woon- en leefklimaat in deze dichtbevolkte regio, de kansen die er zijn op gebied van innovatie en duurzaamheid, de ruimte die er is voor bedrijven, de historische betekenis en de sfeervolle gebieden van Oud-Rijswijk en de Landgoederenzone. Bestemmingsplan “Hofstede” Toelichting Vastgesteld

26

Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de kwaliteiten van het (groene) woon- en leefklimaat, de historische betekenis van Rijswijk en natuurlijk de Landgoederenzone. Met het versterken van de recreatieve structuur en de bouw van bijzondere, landschappelijke woningen wordt de uitstraling van Rijswijk als vestigingsplaats versterkt en draagt de ontwikkeling bij aan de economische ontwikkeling van de stad Rijswijk. 3.4.5 Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 Hoewel Rijswijk goed bereikbaar is, neemt de druk op het wegennet toe doordat de vraag naar mobiliteit toeneemt. Daarbij stelt de reiziger steeds hogere eisen aan de kwaliteit van het openbaar vervoer en de informatievoorziening. Ook ruimtelijke ontwikkelingen, zoals Rijswijk Buiten en Eikelenburg, zorgen ervoor dat het verkeersnetwerk dient te worden aangepast en uitgebreid. Om alle ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit optimaal te benutten, heeft de gemeente de 'Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020' opgesteld. Aan de hand van 10 kernpunten wordt het mobiliteitsbeleid van de gemeente vormgegeven. De kernpunten zijn in te delen in drie thema's, te weten: Bereikbaarheid, Verkeersveiligheid en Leefbaarheid. Elk thema is uitgewerkt in enerzijds de ambitie en anderzijds de opgaven voor de komende jaren om die ambitie te bereiken.

De opgaven zijn vervolgens uitgesplitst in projecten, onderzoeken en andere werkzaamheden in het Uitvoeringsprogramma. In de Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 zijn potentiële herontwikkelingslocaties aangewezen. Bij de voorbereiding van een eventuele herontwikkeling moet in een vroeg stadium met de ontwikkelaar(s) onderhandeld worden over (mee)betaling van (bovenplanse) kosten. Uitgangspunt is dat alle kosten van verkeerskundige aanpassingen binnen een specifiek plangebied worden toegerekend aan de ontwikkeling (binnenplans kostenverhaal). Daar waar een verkeerskundige aanpassing buiten een dergelijk plangebied gelegen is, maar wel sprake is van een bepaalde mate van profijt, zal op basis van deze structuurvisie een bijdrage worden opgelegd aan de initiatiefnemer/grondeigenaar via een overeenkomst op grond van afdeling 6.4 Wro. Toetsing Voorliggend plangebied is niet aangewezen als potentiële herontwikkelingslocatie. In paragraaf 4.2 is nader ingegaan op het aspect verkeer. Hieruit blijkt dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.4.6 Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk 2011 Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad de gemeentelijke Nota Parkeernormen vastgesteld. De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen houden en duidelijkheid te krijgen over de implementatie van de parkeernormen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=459edcce-f75d-4681-a520-dd2b6320f3e1