21-064 2e halfjaarrapportage 2021 DEF.pdf
Tekst van het document
INLEIDING ................................................................................................................................................2 LEESWIJZER ...........................................................................................................................................3 1. NAJAARSNOTA 2021 ..........................................................................................................................5 PROGRAMMA ALGEMEEN BESTUUR EN ORGANISATIE ...................................................................6 PROGRAMMA OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID ..............................................................................7 PROGRAMMA VERKEER EN VERVOER ...............................................................................................8 PROGRAMMA ECONOMIE EN WERKEN...............................................................................................9 PROGRAMMA ONDERWIJS .................................................................................................................10 PROGRAMMA SPORT, CULTUUR EN RECREATIE ............................................................................11 PROGRAMMA SOCIAAL DOMEIN ........................................................................................................12 PROGRAMMA WONEN EN LEVEN
......................................................................................................19 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN.......................................................................22 PARAGRAAF FINANCIERING ...............................................................................................................25 ONTWIKKELING INVESTERINGSKREDIETEN ....................................................................................26 RESERVES EN VOORZIENINGEN .......................................................................................................28 OVERIG ..................................................................................................................................................29 RESUMÉ FINANCIËLE CONSEQUENTIES 2E HALFJAARRAPPORTAGE 2021 ...............................30
INLEIDING 1e Halfjaarrapportage en kadernota In de 1e halfjaarrapportage is voor jaarschijf 2021 een negatieve bijstelling van per saldo € 3,4 mln. vastgesteld. Het vastgestelde saldo 2021 is daarmee € 2,7 mln. nadelig. Belangrijkste oorzaak van de negatieve bijstelling was de raming voor uitgaven aan Jeugdzorg (€ 4,5 mln. extra lasten). In de kadernota is geschetst dat alle gemeenten kampen met flinke tekorten op de Jeugdzorg. Andersson Elffers Felix (AEF) onderzocht in opdracht van het Rijk (ministeries van VWS, Financiën, BZK en JenV) en de VNG of er structureel extra middelen nodig zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet, en welke maatregelen er genomen kunnen worden om de kosten te verlagen. Een van de vragen was of het zogenaamde ‘boeggolfeffect’ op den duur tot lagere kosten leidt. Uit het onderzoek blijkt dat een brede inzet op preventie en vroegsignalering weliswaar bij kan dragen aan meer kwaliteit van leven en aan besparingen in andere wetten, maar niet leidt tot kostenbesparing binnen de Jeugdwet. In plaats van een boeggolf is dus eerder sprake van verhoging van het waterpeil. Diverse onderzoeken maken duidelijk dat de bestuurlijke inrichting te maken heeft met twee structurele problemen: 1.
Onvoldoende financieel evenwicht tussen de opgaven waar decentrale overheden voorstaan en de mate waarin zij financieel afhankelijk zijn van de rijksoverheid, respectievelijk mogelijkheden hebben om zelf financieel bij te sturen; 2. Een disbalans tussen autonomie en medebewind, waarbij de Provincie ziet dat de grondwettelijke betekenis van de autonomie van de decentrale overheden sterk vervaagt. 2e Halfjaarrapportage De actualisatie van het cijferbeeld leidt voor jaarschijf 2021 tot een negatieve bijstelling van € 1,9 mln. Voor geïndiceerde jeugdhulpvoorzieningen wordt structureel voor € 1,6 mln. extra lasten verwacht. Meer jeugdigen in Rijswijk krijgen gemiddeld meer en duurdere zorg geleverd dan vorig jaar. Daarnaast is voor maatwerkvoorzieningen immaterieel WMO structureel € 0,7 mln. extra uitgaven geraamd. In het programma Wonen en Leven wordt gerapporteerd dat de geraamde opbrengst van het verkopen van een object niet in 2021 gerealiseerd wordt, maar in 2023. Uiteindelijk is dit een verschuiving, maar voor 2021 levert het een incidenteel nadeel op. De verwerking van de septembercirculaire, rentevoordelen en dividend van Stedin dempen het tekort enigszins. In deze 2 halfjaarrapportage is verder de besluitvorming over het Groeifonds verwerkt. Deze 2e halfjaarrapportage sluit op een nadelig saldo van € 4,0 mln.
De hierboven geschetste context zal op termijn leiden tot een nieuw evenwicht tussen Rijk en gemeenten. Met ingang van 2023 zal naar verwachting sprake zijn van een betere balans tussen taken, beleidsmogelijkheden en bijbehorende budgetten. De tijd tot aan het nieuwe evenwicht zullen we moeten overbruggen. Er is sprake van een spanningsveld op de korte termijn, die gekenmerkt wordt door forse tekorten in de reguliere exploitatie.
2
LEESWIJZER De 2e halfjaarrapportage geeft inzicht in de voortgang van de uitvoering van de programmabegroting 2021 en geeft tevens een prognose van het begrotingssaldo tot en met het einde van het jaar. De rapportage heeft, anders dan de eerste halfjaarrapportage, een sterk beheersmatig karakter. Naast de hierboven bedoelde financiële ontwikkelingen op programmaniveau treft u een actualisatie van de investeringskredieten en de reserves en voorzieningen aan. Een uitgebreide toelichting op het weerstandsvermogen en risicobeheersing en financiering treft u aan in de begroting 2022-2025. Financiële consequenties Waar in deze rapportage financiële consequenties zijn opgenomen geeft een positief bedrag een voordelige ontwikkeling weer. Een minteken staat voor een nadeel. Primitieve Begroting 2021
V
664.000 664.000
Begrotingswijzigingen n.v.t. 1e halfjaarrapportage 2021 Voorjaarsnota 2021
N
3.409.000
Stand na 1e halfjaarrapportage Meicirculaire TOTAALSTAND NA Meicirculaire 2021
V
2e halfjaarrapportage Programmatotaal ontwikkelingen Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Rente Afschrijvingslasten Kapitaallasten* Mutaties reserves** Subtotaal 2e halfjaarrapportage
N V V V
Stand na 2e halfjaarrapportage 2021
N
2.745.000
N
2.050.000
N
1.942.000
N
3.992.000
695.000
3.446..000 1.020.000 360.000 124.000 * **
*
De ontwikkeling van de investeringskredieten hebben effect op de kapitaallasten. De meerjarige doorwerking is meegenomen in de begroting 2021. ** Omwille van de leesbaarheid worden mutaties in de reserves in de programma’s en paragrafen verwerkt. In de begrotingswijziging zijn deze conform BBV opgenomen onder de functie 6980 mutaties in reserves. De rapportage sluit met een nadelig saldo van € 1.471.000. De stand na de 1e halfjaarrapportage en de meicirculaire bedroeg € 253.000. Voor een verdere specificatie wordt verwezen naar de toelichting per programma en het resumé financiële consequenties 2e halfjaarrapportage 2020. Met de structurele effecten van deze rapportage is in de ontwerp-programmabegroting 2021-2024 rekening gehouden. 3
1. NAJAARSNOTA 2021
4
PROGRAMMA ALGEMEEN BESTUUR EN ORGANISATIE
Er zijn geen meldingen voor dit programma.
5
PROGRAMMA OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID Realisatie beleidsproducten Beleidsproduct: Brandweer 1200 Bijdrage Functioneel Leeftijdsontslag (Exogeen/Structureel) Brandweermedewerkers hadden tot 2006 recht op functioneel leeftijdsontslag (FLO). Vanwege diverse (fiscale) wetswijzigingen is dit per 1 januari 2006 afgeschaft. Voor medewerkers die onder de oude FLOregeling vielen, is het ‘FLO-overgangsrecht’ afgesproken. Bij de regionalisering van de brandweer is afgesproken dat de uitgaven voor FLO overgangsrecht worden afgerekend met de individuele gemeenten. Het betreft alle gemeenten met een beroepsbrandweerkorps. Plaats van tewerkstelling van de medewerker vóór de regionalisering is daarbij bepalend. In de 1e halfjaarrapportage 2021 zijn de bijdragen Functioneel Leeftijdsontslag vooral voor 2020 en 2021 fors aangepast. Vanaf 2022 zijn bedragen vrijgevallen ten opzichte van de raming. Een en ander heeft vooral te maken met het versneld sparen in de jaren 2020 en 2021, waardoor er minder kosten worden gemaakt in de jaren vanaf 2022. De verwerkte bedragen in de 1e halfjaarrapportage zijn zo goed mogelijk benaderd, maar blijken in de praktijk moeilijk te prognosticeren. Cao-bepalingen, wijzigingen in de belastingwetgeving en pensioenregelingen veroorzaken opnieuw aanpassingen.
Vrijval reserve Veiligheidsregio Haaglanden (Exogeen/Incidenteel) De VRH heeft de exploitatie van het openbaar meldsysteem (OMS) overgedragen aan de markt. De aansluitingen op de meldkamer worden nu via private partijen aangeboden. De resterende reserve OMS van € 1,8 miljoen is niet benodigd en kan daardoor vrijvallen. Hierdoor is het mogelijk de gemeentelijke bijdrage voor 2021 incidenteel te verlagen. Voor Rijswijk is het uiteindelijk financieel voordeel € 94.000. Financiële gevolgen Product Bijdrage functioneel leeftijdsontslag Vrijval reserve Veiligheidsregio Haaglanden
Incidenteel Structureel Brandweer 1200 2021 2022 -134.000
-41.000
94.000
6
2023
2024
2025
-40.000
-30.000
-46.000
PROGRAMMA VERKEER EN VERVOER Realisatie beleidsproducten Beleidsproduct: Openbaar vervoer 2120 Station Eisenhowerplein (Endogeen/Incidenteel) Eén van de twee aanwezige roltrappen in het station (22 jaar oud) is uitgevallen en dient gemoderniseerd te worden. De tweede roltrap werkt nog maar beide roltrappen vallen regelmatig uit en dienen gemoderniseerd te worden. Zodra de roltrappen gemoderniseerd zijn deze weer veilig en betrouwbaar voor een lange periode. De kosten bedragen circa €375.000 en zullen worden meegenomen in de onderhandeling met Prorail en NS. Er wordt voorgesteld om een incidentele last van € 63.000 op te voeren voor noodzakelijke reparaties. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Openbaar vervoer 2120 2021
Station Eisenhowerplein
2022
2023
2024
2025
-63.000
Beleidsproduct: Parkeren 2140 Parkeren (Endogeen/Incidenteel) In 2019 is bij PAF een ongewenste situatie ontstaan waarbij parkeer naheffingen veel te laat, onterecht of fout werden verstuurd. Teneinde te voorkomen dat dergelijke situaties nogmaals ontstaan en om het vertrouwen van de burger terug te winnen is het van belang dat een robuuster parkeerproces ontstaat. Consultancybedrijf Baker Tilly is bereid gevonden onderzoek te doen naar het functioneren het parkeerproces en de parkeerorganisatie en hierover advies uit te brengen. Hiermee is éénmalig € 40.000 gemoeid. De dekking wordt gehaald uit de parkeerreserve. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Parkeren 2140 2021
Parkeren Onttrekking parkeerreserve
2022
-40.000 40.000
7
2023
2024
2025
PROGRAMMA ECONOMIE EN WERKEN Realisatie beleidsproducten Beleidsproduct: Nutsbedrijven 3300 Deelneming Stedin (Endogeen/Incidenteel) De energietransitie vergt grote aanpassingen van het energiesysteem. Regionale netbeheerders zoals Stedin in onze regio, zullen grote investeringen moeten doen om de bestaande netten uítte breiden en te verzwaren. Alleen zo kan worden voldaan aan de sterk stijgende vraag naar duurzame energie. Stedin en haar aandeelhouders hebben dit probleem al begin 2019 onderkend en zijn sindsdien, ondersteund door externe adviseurs, met elkaar in gesprek om te werken aan de invulling van de financieringsopgave. Stedin stelt de aandeelhouders voor om dit te doen via een aanvullende kapitaalstorting van € 200 miljoen met een rendement van 3%, door middel van de uitgifte van cumulatief preferente aandelen. Voor de gemeente Rijswijk betekent dit dat er kan worden ingeschreven op de nog uit te geven cumulatief preferente aandelen tot maximaal € 7,12 miljoen, dat wil zeggen maximaal twee keer het huidige percentage aandelen van 1,780% van € 200 miljoen. Op deze wijze zullen de aandeelhouders een goed en voorspelbaar rendement ontvangen. Tegelijkertijd investeren zij in de verwezenlijking van de energietransitie. De verkrijging van cumulatief preferente aandelen voor de gemeente Rijswijk bedraagt € 6.771.480 ten laste van het Groeifonds Rijswijk.
De jaarlijkse dividend opbrengst bedraagt circa 1 à 2 ton, afhankelijk van het gestorte bedrag. De dividend opbrengst minus de omslagrente wordt ten gunste van het Groeifonds Rijswijk gebracht. Hiermee is het revolverend. Dividend Stedin (Exogeen/Incidenteel) Op 20 juni 2021 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders ingestemd met het voorstel van de raad van bestuur van Stedin N.V. tot een dividenduitkering van € 20,6 miljoen (50% van de winst) onder de voorwaarde dat de financieringsbehoefte van Stedin voor een bedrag van ten minste € 180 miljoen aan eigen vermogen door de aandeelhouders is ingevuld. Het totaalbedrag van de ontvangen inschrijvingen was groter dan het door Stedin gevraagde bedrag van € 200 miljoen, zodat aan deze voorwaarde is voldaan en het dividend over 2020 is uitgekeerd. De dividenduitkering resulteert voor Rijswijk in een bedrag van € 366.000. Dit is een voordeel van € 200.000 ten opzichte van de raming. Gelet op de forse investeringen in de energietransitie en het gevolg hiervan voor de kredietwaardigheid en het resultaat van het bedrijf, wordt dit voordeel niet structureel opgenomen. Financiële gevolgen Product Deelneming Stedin Onttrekking reserve investeringsfonds energietransitie Dividend Stedin
Incidenteel Structureel Nutsbedrijven 3300 2021 2022 -6.771.480 6.771.480 200.000
8
2023
2024
2025
PROGRAMMA ONDERWIJS Realisatie beleidsproducten Beleidsproduct: Huisvesting scholen 4010 OZB Rijswijks Lyceum (Endogeen/Incidenteel) Het bestuur van het Rijswijks Lyceum heeft de onroerend zaakbelasting over de jaren 2020 en 2021 in 2021 gedeclareerd ad. € 37.000 Incidenteel. Financiële gevolgen Product OZB Rijswijks Lyceum
Incidenteel Structureel Huisvesting scholen 4010 2021 -37.000
2022
2023
2024
2025
Beleidsproduct: Lokaal onderwijsbeleid 4030 Onderwijshuisvesting (Endogeen/Incidenteel) Eind 2020 was er budget over dat is teruggevloeid naar de algemene middelen. In 2021 moet echter de laatste termijn voor het IHP nog worden afgerekend en aan het eind van 2021 worden nieuwe leerlingenprognoses opgesteld door een extern bureau. Totale extra lasten € 25.000 incidenteel. Financiële gevolgen Product Onderwijshuisvesting
Incidenteel Structureel Lokaal onderwijsbeleid 4030 2021 -25.000
2022
9
2023
2024
2025
PROGRAMMA SPORT, CULTUUR EN RECREATIE Realisatie beleidsproducten Beleidsproduct: Sport 5300 Sporthallen (Endogeen/Incidenteel) Sinds 25 mei 2021 is het sportcomplex de Altis in bedrijf. Dit betekent dat de Marimbahal en de van Zweedenzaal vanaf hetzelfde moment niet meer als sporthal in bedrijf zijn. Voor de begroting betekent dit dat de exploitatie van de Altis opgenomen moet worden in de begroting en dat de exploitatie van de van Zweedenzaal en Marimbahal aangepast moeten worden. Daarnaast is er ten gevolge van de Coronacrisis sprake geweest van minimaal gebruik van de hallen door de verenigingen. Er is voor gekozen geen huur in rekening te brengen. Daartegenover is er van het Rijk een compensatieregeling ontvangen. De totale inkomsten en uitgaven zijn € 42.000 hoger uitgekomen dan in de begroting opgenomen. Financiële gevolgen Product Sporthallen Sporthallen
Incidenteel Sport 5300 2021
Structureel 2022
42.000 -42.000
10
2023
2024
2025
PROGRAMMA SOCIAAL DOMEIN Realisatie beleidsproducten Beleidsproduct: Diversen Middels deze rapportage zal de ontwikkeling van de algemene middelen op basis van de circulaires van het gemeentefonds worden verwerkt in de begroting van het Sociaal Domein. Het betreft hier een budgettair neutrale wijziging. Fcl
Omschrijving
66820112
PGB Jeugd - (licht) verstandelijk gehandicapt PGB WMO 2015 immaterieel Beleid Sociaal Domein
- 20.000
-
-
-
-
- 53.000
-
-
-
-
32.000
-
-
-
-
Implementatie uitvoering inburgering Jeugd GGZ
-17.000
44.000
29.000
23.000
5.000
49.000
- 72.000
- 73.000
- 74.000
- 75.000
22.000
23.000
24.000
24.000
25.000
90.000
-
-
-
-
66620111 69607110 66204212 66820101 66300603 66820114 66300301 66102002
2021
en
Anti discriminatievoorzieningen Jeugdhulp kinderen in een AZC Bredewelzijnsorganisatie
2022
2023
2024
2025
55.000
-
-
-
-
-
13.000
13.000
13.000
13.000
347.000
515.000
259.000
236.000
225.000
467.000
485.000
485.000
485.000
485.000
-
803.000
646.000
587.000
593.000
66820114
Maatschappelijke participatie kinderen Ondersteunende voorzieningen Maatschappelijke ondersteuning en Jeugd Jeugd algemeen
66110101
DSW Rijswijk e.o.
53.000
43.000
39.000
38.000
34.000
69500201
Algemene uitkering
-1.023.000
-1.854.000
-1.422.000
-1.332.000
-1.305.000
0
0
0
0
0
66230043 69607250
Beleidsproduct: Corona Middels deze rapportage zullen de coronapakketten die via de algemene uitkering zijn ontvangen in de begroting van het Sociaal Domein worden verwerkt. Fcl
Omschrijving
66230040
Aanvullend pakket re-integratiekosten
2021 100.000
265.411
66230041
Impuls re-integratie
51.500
273.791
66200410
Gemeentelijk schuldenbeleid
93.767
93.000
66102001
Bijzondere bijstand
32.519
47.000
66102007
TONK
807.408
-
66820114
Jongerenwerk
49.058
-
69607250
Mentale ondersteuning 2021
40.594
-
66300301
Bestrijden eenzaamheid ouderen 2021
124.554
-
69607250
Extra begeleiding kwetsbare jongeren
111.480
-
66300101
Buurt- n dorpshuizen
72.592
-
11
2022
Beleidsproduct: Huisvesting scholen 4010 Onderwijshuisvesting asielzoekerscentrum (Exogeen/Incidenteel) In verband met lagere kosten aan huren en pachten ontstaat een voordeel van € 50.000. Financiële gevolgen Product Onderwijshuisvesting asielzoekerscentrum
Incidenteel Structureel Huisvesting scholen 4010 2021 2022
2023
2024
2025
50.000
Beleidsproduct: Lokaal onderwijsbeleid 4030 Vervoerscontracten (Exogeen/Structureel) Vanaf 2021 zijn we overgestapt op nieuwe vervoerscontracten. In deze aanbesteding is het uitgangspunt geweest dat in tegenstelling tot de vorige aanbesteding de vervoerskosten voor aanbieders kostendekkend worden ingekocht. Dit heeft geresulteerd in een hogere kostprijs. Het volume van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van een vervoersvoorziening neemt gestaag toe, conform de groei van de gemeente Rijswijk. De combinatie van hogere kostprijs en de toename van het volume resulteert in een structurele bijraming van ruim € 82.000. Vervoersaanbieders (Exogeen/Incidenteel) Incidenteel hebben we te maken met nakomende lasten uit 2020 van € 96.000. De declaraties van vervoersaanbieders werden altijd tijdig ingediend, maar doordat vervoersaanbieders over 2020 veel declaraties later hebben ingediend dan we gewoonlijk gewend waren, zijn deze nagekomen kosten niet voorzien. Financiële gevolgen Product Eigen vervoer Openbaar vervoer Aangepast vervoer
Incidenteel Structureel Lokaal onderwijsbeleid 4030 2021 2022 -7.370 -6.850 -163.930
-7.370 -6.850 -67.930
2023
2024
2025
-7.370 -6.850 -67.930
-7.370 -6.850 -67.930
-7.370 -6.850 -67.930
Beleidsproduct: Inkomen 6100 Bijstand (Exogeen/structureel) Aangezien het resultaat op het product Inkomen in verband met de vele onzekerheden niet lopende het jaar al als voor- of nadeel wordt geraamd, zal er op basis van deze rapportage alleen een budgettair neutrale wijziging worden doorgevoerd waarmee zal worden aangesloten op de meest recente budgetindicatie van het Rijk van april 2021. Het macrobudget is door het Rijk neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling is grotendeels het gevolg van de nieuwe werkloosheidsraming van het CPB. Er zijn nog geen effecten van de loon- en prijsbijstelling meegenomen in de raming van het nader voorlopige macrobudget. Deze worden pas bij vaststelling van het definitieve budget verwerkt. De bijstelling van het nader voorlopige macrobudget is een tussenstand, waarin de realisaties van vorig jaar en recente inschattingen van de conjuncturele situatie (CEP, CPB) zijn verwerkt. Eind september wordt het macrobudget definitief vastgesteld. Op basis van de uitgaven aan uitkeringen en de huidige budgetindicatie zal er in 2021 sprake zijn van een tekort van € 600.000. Hoewel het definitieve budget pas in september bekend zal worden zijn er al wel acties uitgezet om een eventueel tekort op te kunnen vangen.
De uitgezette acties betreffen het zoveel mogelijk vrijspelen van de vergoeding voor uitvoering van de Tozo (€ 240.000), het beperken van de uitgaven aan re-integratie (€ 150.000), het per 1 juli herstarten van de incasso’s op vorderingen (€ 100.000). 12
In verband met het verwerken van de loon-en prijsbijstelling mag gerekend worden op het ontbrekende deel van het te verwachten tekort (€ 110.000). Financiële gevolgen Product Bijstand WWB Bijstand WWB
Incidenteel Structureel Inkomen 6100 2021 2022 192.140 -192.140
192.140 -192.140
2023
2024
2025
192.140 -192.140
192.140 -192.140
192.140 -192.140
Beleidsproduct: Arbeidsmarkt overig 6110 DSW Rijswijk (Exogeen/Structureel) De gemeente Rijswijk betaalt zelf de personeelskosten Wsw voor alle Wsw-medewerkers waarvoor zij betalende gemeente is. Daarnaast betaalt de gemeente Rijswijk een lumpsum bedrag voor de uitvoering van werkgeverstaken en de risico-opslag. Het lumpsum bedrag ligt voor 5 jaar vast op hetzelfde niveau. De kosten met betrekking tot de personeelskosten Wsw zijn € 25.000 hoger dan geraamd. Er wordt momenteel gewerkt aan de laatste zaken in de afwikkeling en het opstellen van de liquidatieverantwoording. De planning is dat dit uiterlijk medio oktober gereed is en dat de accountant in de tweede helft van oktober de controle afrondt. Hierna kan de liquidatieverantwoording definitief worden vastgesteld en het restant van de overgebleven gelden aan de gemeenten worden uitbetaald. Financiële gevolgen Product DSW Rijswijk
Incidenteel Structureel Arbeidsmarkt overig 6110 2021 2022 -25.000
-25.000
2023
2024
2025
-25.000
-25.000
-25.000
Beleidsproduct: Minimabeleid 6140 Maatschappelijke participatie algemeen (Exogeen/Incidenteel) In verband met corona is er een coulance betracht bij het innen van vorderingen. Hierdoor ontstaat er een incidenteel nadeel van € 80.000. Maatschappelijke participatie algemeen en LDT/Individuele Inkomenstoeslag (Exogeen/Structureel) Bij het maken van deze tweede halfjaarrapportage laten de uitgaven aan bijzondere bijstand (€ 125.000), de kosten voor de aanvullende zorgverzekering (€ 25.000) en de individuele inkomenstoeslag (€ 40.000) een stijgende trend zien waardoor een nadeel ontstaat van € 190.000. Deze stijging van de uitgaven is in de begroting niet voorzien. Ooievaarspas (Exogeen/Incidenteel) De kosten voor de Ooievaarspas zullen naar verwachting incidenteel € 42.000 lager uitvallen aangezien er door corona minder gebruik kan worden gemaakt van de pas. Financiële gevolgen Product Maatschappelijke participatie algemeen Ooievaarspas LDT/Individuele Inkomstenstoeslag
Incidenteel Structureel Minimabeleid 6140 2021 2022
2023
2024
2025
-230.000 42.000
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-40.000
-40.000
-40.000
-40.000
-40.000
13
Beleidsproduct: Maatwerkvoorzieningen materieel Wmo 6610 Vervoersvoorzieningen (Exogeen/Structureel) In verband met de bevolkingsgroei van de gemeente Rijswijk hebben we te maken met toenemende volumes van het aantal inwoners dat aanspraak maakt op voorzieningen. Ook voor de vervoersvoorzieningen Wmo zien we dat meer cliënten aanspraak maken. In 2021 hebben we echter nog te maken met in het eerste half jaar niet-gereden ritten in verband met de corona maatregelen (-15%). Voor 2021 verwachten we daarom uit te komen op een realisatie van 85% van de begroting. In verband daarmee is een bijstelling voor 2021 niet nodig. In 2022 verwachten we geen coronamaatregelen die een drukkend effect hebben op het volume. Daarom ramen we vanaf 2022 meerjarig de oorspronkelijke begroting bij (100%), dit komt neer op een bijraming van € 61.380. Bedoel je: Daarom wordt vanaf 2022 uitgegaan van de oorspronkelijke begroting, die € 61.380 hoger is dan de begroting in 2021 en uitkomt op € 171.360. In deze rapportage is een budgettair neutrale wijziging opgenomen waarmee rekening gehouden wordt met de correcte toerekening van kosten. Financiële gevolgen Product Vervoersvoorzieningen Vervoersvoorzieningen
Incidenteel Structureel Maatwerkvoorzieningen materieel Wmo 6610 2021 2022 2023 109.980 -109.980
109.980 -171.360
109.980 -171.360
2024
2025
109.980 -171.360
109.980 -171.360
Beleidsproduct: Maatwerkvoorzieningen immaterieel Wmo 6620 Huishoudelijke hulp en begeleiding (Exogeen/Structureel) In verband met de bevolkingsgroei van de gemeente Rijswijk hebben we te maken met toenemende volumes van het aantal inwoners dat aanspraak maakt op voorzieningen. Ook voor huishoudelijke hulp en begeleiding zien we dat meer cliënten aanspraak maken. Hiernaast zijn de tarieven geïndexeerd. Met zorgaanbieders die huishoudelijke hulp bieden zijn we overeengekomen dan de indexatie lager ligt dan de landelijke prijsbijstellingen. Van de toename in lasten is ruim 75% te verklaren door de toename van cliënten en de prijsbijstelling. De overige 25% wordt veroorzaakt door een combinatie van de zwaarte, intensiteit en duur van de zorg. In deze rapportage zal een budgettair neutrale wijziging worden opgenomen waarmee rekening gehouden wordt met de correcte toerekening van kosten. Financiële gevolgen Product Hulp bij het huishouden WMO nieuwe taken MO en Bemoeizorg MO en Bemoeizorg
Incidenteel Structureel Maatwerkvoorzieningen immaterieel Wmo 6620 2021 2022 2023 2024 -397.860 -335.000 -197.740 197.740
-397.860 -320.420 -197.740 197.740
-397.860 -320.420 -197.740 197.740
-397.860 -320.420 -197.740 197.740
2025 -397.860 -320.420 -197.740 197.740
Beleidsproduct: Algemene voorzieningen Wmo en jeugd 6700 Jeugdzorg/CJG (Exogeen/Incidenteel) In de meicirculaire 2021 is medegedeeld dat er dit jaar landelijk eenmalig € 0,68 miljoen is toegevoegd aan het gemeentefonds ten behoeve van de implementatie van ‘informed consent’ in de Jeugdgezondheidszorg. Samengevat houdt dit in dat gemeenten wordt gevraagd met hun JGZorganisaties afspraken te maken over het voorlichten en informeren van inwoners over het reguliere Rijksvaccinatieprogramma. Voor de goede orde betreft dit dus niet de COVID-19 vaccinatie. Het gaat hier om een wettelijke verplichting waarvan de lasten zijn gedekt uit landelijke middelen.
14
Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Algemene voorzieningen Wmo en jeugd 6700 2021 2022 2023
Jeugdzorg/ CJG
2024
2025
-10.310
Beleidsproduct: Eerstelijnsloket 6710 Onafhankelijke cliëntondersteuning (Exogeen/Structureel) In verband met de bevolkingsgroei van de gemeente Rijswijk hebben we te maken met een toenemend volume van het aantal inwoners dat aanspraak maakt op voorzieningen. Ook de aanspraak op integrale vroeghulp voor de doelgroep 0-6 -jarigen neemt toe. Om deze doelgroep te kunnen blijven bedienen, en zo de aanspraak van deze kwetsbare groep op (zwaardere) vervolghulp zoveel mogelijk te beperken, zullen de uitgaven aan integrale vroeghulp stijgen met € 17.000 in het jaar 2021. Dit bedrag zal oplopen tot een bedrag van € 27.000 in het jaar 2024. Financiële gevolgen Product Onafhankelijke cliëntondersteuning
Incidenteel Structureel Eerstelijnsloket 6710 2021 2022 -17.330
-17.330
2023
2024
2025
-22.250
-27.170
-27.170
Beleidsproduct: Individuele voorzieningen natura jeugd 6820 Naast een bijstelling van de te verwachten kosten zal er in deze rapportage een budgettair neutrale wijziging worden opgenomen waarmee rekening gehouden wordt met de correcte toerekening van kosten. Door de ontwikkeling van het beschikbare budget voor jeugdzorg en de ingezette bezuinigingsmaatregelen is het tekort op de jeugdzorg afgenomen. Een nieuw kabinet besluit over structureel extra budget voor de jeugdzorg vanaf 2023. Gemeenten mogen de komende jaren in hun meerjarenbegroting echter alvast een structurele stelpost opnemen als zijnde nog te ontvangen rijksmiddelen jeugdzorg. Het gaat om 75 procent van de bedragen die het rijk volgens de arbitragecommissie voor 2023 tot en met 2025 extra aan gemeenten moet toekennen. Deze nieuwe bedragen vervangen de oude afspraak (Hugo-gelden). Gemeenten en het Rijk zullen zich gezamenlijk buigen over het vraagstuk hoe er moet worden omgegaan met de financiering van de jeugdzorg. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een combinatie van structureel extra budget en maatregelen om de Jeugdwet financieel beheersbaar te maken. Met ingang van het jaar 2022 is vooruitlopend op deze gesprekken een efficiencykorting in de begroting doorgevoerd van € 400.000.
In de eerste halfjaarrapportage 2021 zijn zowel de reeds gerealiseerde structurele besparing op de toegangsorganisaties in het sociaal domein van € 900.000 als de maatregelen uit het Actieplan (€ 750.000 structureel vanaf 2024) verwerkt in de begroting. In de begroting vanaf het jaar 2022 zal een extra efficiencybesparing van € 600.000 oplopend naar € 800.000 vanaf 2024, op basis van lokale en regionale maatregelen uit het Actieplan en de Regiovisie Jeugdhulp Haagladen, worden verwerkt in de begroting. In 2021 verwachten we een stijging in lasten van € 1.624.403 voor geïndiceerde jeugdhulpvoorzieningen ingekocht in H10-verband. Deze stijging wordt veroorzaakt door de toename van het aantal jeugdigen in jeugdhulp (+2%) en de stijgende kosten per client (+8%). De kosten per cliënt stijgen vanwege het leveren van duurdere zorg (+8%) met een verhoogde intensiteit (+3%). Intensiteit is het aantal uren dat een jeugdige binnen een bepaalde periode aan zorg krijgt. Meer jeugdigen in Rijswijk krijgen gemiddeld dus meer en duurdere zorg geleverd dan vorig jaar. De groei van het aantal jeugdigen met jeugdhulp zit met name in de categorie ‘zorg voor (licht) verstandelijk beperkten’, en voor een klein deel ook in de ‘specialistische ggz’. Jeugdigen met een zorgvraag in deze 15
categorieën zorg hebben complexe problematiek waarvoor relatief dure en structurele zorg wordt ingezet, zoals dagbehandeling, (zware) individuele begeleiding of verblijfszorg. Financiële gevolgen Incidenteel Structureel Product Individuele voorzieningen natura jeugd 6820 2021 2022 2023 2024 2025 Jeugd GGZ (Licht-)verstandelijk beperkt Zintuig/lichameljik gehandicapt/somatisch Jeugd- en opvoedhulp Landelijke ingekochte zorg PGB Jeugd – Jeugd GGZ PGB Jeugd - (Licht-)verstandelijk gehandicapt PGB Jeugd – zintuig/lichamelijk gehandicapt./somatisch Jeugd algemeen
1.944.460 -3.409.690
1.944.460 -3.409.690
2.344.460 -3.409.690
2.344.460 -3.409.690
2.344.460 -3.409.690
21.570 276.860 -206.130 298.440
21.570 276.860 -206.130 298.440
21.570 276.860 -206.130 298.440
21.570 276.860 -206.130 298.440
21.570 276.860 -206.130 298.440
-358.750
-358.750
-358.750
-358.750
-358.750
60.310 -251.460
60.310 -251.460
60.310 -251.460
60.310 -251.460
60.310 -251.460
Beleidsproduct: Veiligheid, jeugdreclassering en opvang jeugd 6830 Gedwongen kader (Exogeen/Structureel) Sinds 2018 zien we een dalende trend van zorg in het gedwongen kader, die momenteel lijkt te stabiliseren. Deze trend is in lijn met de beoogde verschuiving van zware naar lichte zorg, en heeft een positief effect op de uitgaven van € 185.000. In november 2019 hebben de Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en Justitie en Veiligheid het rapport 'kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ gepresenteerd. Naar aanleiding van het rapport zijn onder coördinatie van de VNG verbeterplannen opgesteld. De incidentele financiële consequentie met betrekking tot het Verbeterplan Gecertificeerde Instellingen (caseloadverlaging in 2022) wordt meegenomen in de meerjarenbegroting voor 2022. Voor Rijswijk gaat dit om een incidentele negatieve bijstelling in 2022 van € 41.864. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Veiligheid, jeugdreclassering en opvang jeugd 6830 2021 2022 2023 2024
Gedwongen kader
185.000
143.000
185.000
185.000
2025 185.000
Beleidsproduct: Volksgezondheid 7100 Preventieakkoord (Exogeen/Structureel) In 2021, 2022 en 2023 maken we aanspraak op een specifieke uitkering van het Rijk voor de uitvoering van het lokaal preventieakkoord. Het Lokaal Preventieakkoord is gericht op het terugdringen van roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. Drie opeenvolgende jaren krijgen we hiervoor een budget van jaarlijks € 30.000. De kosten worden volledig gefinancierd vanuit het Rijk.
16
Preventieve gezondheidszorg (Exogeen/Structureel) De lasten voor de regionale GGD-taken nemen structureel toe met € 27.000. Dit heeft te maken met een actualisatie van de toerekening van bedrijfsvoeringskosten. Financiële gevolgen Product Preventieakkoord Preventieakkoord Preventieve gezondheidszorg
Incidenteel Structureel Volksgezondheid 7100 2021 2022 30.000 -30.000 -27.000
30.000 -30.000 -27.000
2023
2024
2025
30.000 -30.000 -27.000
30.000 -30.000 -27.000
30.000 -30.000 -27.000
Beleidsproduct: Algemene dekkingsmiddelen 9500 Ondersteuning gedupeerden toeslagenaffaire (Exogeen/Incidenteel) Zoals aan de raad is toegezegd wordt de kostenontwikkeling met betrekking tot de dienstverlening aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire gemonitord en wordt de verwachting voor het jaar 2021 in deze rapportage verwerkt. Financiële gevolgen Product Ondersteuning toeslagenaffaire
Incidenteel Structureel Algemene dekkingsmiddelen 9500 2021 2022 2023
gedupeerden -190.000
17
2024
2025
PROGRAMMA WONEN EN LEVEN Realisatie beleidsproducten Beleidsproduct: Openbaar groen en openluchtrecreatie 5600 Onderhoud Bomen (Endogeen/Incidenteel) In januari is (op aangeven van Rijkswaterstaat) boomtechnisch onderzoek uitgevoerd bij bomen in het Elsenburgerbos en het Wilhelminapark. De bomen die nabij de A4 stonden en de bomen die dicht op de wandel- en fietspaden stonden bleken van slechte kwaliteit. Omvallen was een reëel gevaar. Daarom zijn deze bomen gekapt. Omdat het areaal bosgebied niet mag verminderen (wet Natuurbescherming, voorheen Boswet) is direct na de kap, herplant uitgevoerd. Extra lasten € 80.000 incidenteel. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Openbaar groen en openluchtrecreatie 5600 2021 2022 2023
Onderhoud bomen
2024
2025
-80.000
Beleidsproduct: Afvalverwijdering en -verwerking 7210 Afvalverwijdering en –verwerking (Endogeen/Incidenteel) Inkomsten afvalstoffenheffing grof huisvuil lager dan geraamd. Vanaf 1 november 2021 moet men in Rijswijk betalen voor het ophalen van grof huisvuil. Uit ervaring bij andere gemeente blijkt dat er ‘maar’ 10% van de hoeveelheid afspraken overblijft na invoering van een betalingssysteem. Dit staat voor Rijswijk gelijk aan 258 afspraken. Dit is gelijk aan een opbrengst van € 6.450. De kostenbesparing bedraagt zo’n € 20.000. Lagere opbrengst € 194.000 incidenteel en lagere last van € 20.000 incidenteel. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Afvalverwijdering en -verwerking 7210 2021 2022 2023
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing
2024
2025
-194.000 20.000
Beleidsproduct: Milieubeheer 7230 Externe adviezen ODH (Exogeen/Incidenteel) Bijdrage aan ODH. Concreet inhoudende de afname van advisering bij de ODH t.b.v. ruimtelijke projecten: Doordat de gemeente een toename van ruimtelijke ontwikkelingen kent in de gebieden Plaspoelpolder en In de Bogaard zijn ook meer adviezen nodig van de ODH in de te doorlopen ruimtelijke procedures. De extra last bedraagt € 50.000 incidenteel. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Milieubeheer 7230 2021 2022
Externe adviezen ODH
2023
2024
2025
-50.000
Beleidsproduct: Baten rioolheffing 7260 Riolering en waterzuivering (Endogeen/Structureel) Rioolgrootverbruik kan alleen worden opgelegd na afloop van het jaar. Dit betekent dat in 2021 de aanslagen 2020 worden opgelegd tegen het tarief van het jaar 2020. Het aantal m3 verbruik boven 500 m3 18
is een variabel gegeven. Onderzoek wijst uit dat bij het invoeren van deze belasting uit is gegaan van een groter aantal m3 dan er daadwerkelijk kunnen worden aangeslagen. Voor het jaar 2018 (opgelegd eind 2019) is de opbrengst zo’n 40% dan de raming. De aanslagen 2019 en 2020 worden in 2021 opgelegd. Als we hierbij uitgaan van hetzelfde percentage zal de opbrengst voor 2019 uitkomen op € 72.000 en voor 2020 op € 144.000. Aframing 2021 € 128.000 Aframing vanaf 2022 € 200.000 structureel. Eventueel te dekken vanuit een verhoging van de opbrengsten rioolheffing met € 200.000 structureel. Omdat de baten en de lasten een gesloten financieel systeem vormen, is de bijstelling voor 2021 budgettair neutraal als gevolg van een lagere versnelde afschrijving op de investeringen die in 2021 zijn gedaan. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Baten rioolheffing 7260 2021 2022
Opbrengst rioolheffing grootgebruik Verhoging rioolheffing Lagere versnelde afschrijving
-128.000
-200.000 200.000
2023
2024
2025
-200.000 200.000
-200.000 200.000
-200.000 200.000
128.000
Beleidsproduct: Volkshuisvesting 8220 Verstedelijkingsopgave (Endogeen/Incidenteel) Ten behoeve van de planvorming m.b.t. de verstedelijkingsopgave (Programma Stadsontwikkeling) van Rijswijk was voor 2021 € 150.000 begroot. De aanbestede opdracht is gestart in 2021, maar heeft een doorloop naar 2022. De begrote uitgaven van € 150.000 moeten daarom verdeeld worden over de jaarschijven 2021 en 2022; € 60.000 in 2021 en € 90.000 in 2022. Dit heeft als gevolg dat er een overschot van € 90.000 ontstaat in 2021 en voor 2022 € 90.000 wordt aangevraagd. Voor 2022 waren namelijk nog geen uitgaven begroot. Financiële gevolgen Product
Incidenteel Structureel Volkshuisvesting 8220 2021 2022
Verstedelijkingsopgave
90.000
2023
2024
2025
-90.000
Beleidsproduct: Woningexploitatie 8200 Verkoop Gemeentelijk Vastgoed In de begroting 2020-2024 is een incidentele opbrengst vastgesteld voor de verkoop van twee objecten. Als gevolg van gesprekken met het Zuid Hollands Landschap over de verkoop en restauratieplannen is meer tijd nodig. De verwachting is dat de verkoop uiterlijk 2023 plaatsvindt. Financiële gevolgen Product Verkoop gemeentelijk vastgoed
Incidenteel Structureel Woningexploitatie 8200 2021 2022 -750.000
2023 750.000
19
2024
2025
Beleidsproduct: Bouwgrondexploitatie 8300 Woonrijp maken Benedictuslocatie (Endogeen/Incidenteel) Bij de ontwikkeling van de Benedictus locatie is de afspraak dat Rijswijk Wonen mede namens de gemeente het openbaar gebied inricht. De bijdrage van de gemeente is bepaald op € 180.000. In het verleden is al € 160.000 betaald. Resteert nog € 20.000 te betalen. De woningen zijn inmiddels opgeleverd. Het openbaar gebied is aangelegd. Facturering van de toegezegde bijdrage van € 20.000 na oplevering van het openbaar gebied aan de gemeente zal nog naar verwachting dit jaar plaatsvinden. Extra last € 20.000 incidenteel. Financiële gevolgen Product Woonrijp Benedictuslocatie
Incidenteel Structureel Bouwgrondexploitatie 8300 2021 2022
2023
2024
2025
maken -20.000
Ontwikkelingen Woonfonds Na het raadsbesluit tot deelname in het fonds 15 juni jl. zijn de voorbereidingen voor de oprichting van het fonds opgepakt. Als belangrijkste kunnen worden genoemd: • De finale juridische check m.b.t. de gemeentelijke deelname (het voorbehoud waaronder de raad heeft ingestemd met het voorstel).Deze toets heeft extern plaats gevonden (Van der Feltz advocaten). Daaruit zijn geen beletsels naar voren gekomen. • Verkrijgen van de definitieve bankfinanciering van het fonds; inmiddels ook gereed. • Schrijven van het beleggingsprospectus en aanbieden daarvan bij de AFM (toezichthouder op het fonds) ter beoordeling. • Verkrijgen van de omgevingsvergunning voor de bouw van beide bouwdelen (de 62 appartementen en 38 eengezinswoningen). • Het bepalen van de toewijzingscriteria, met inachtneming van de wettelijke marges, gericht op de beoogde maatschappelijke doelgroep voor deze woningen. Al deze zaken zijn inmiddels afgerond. Daarmee koersen we op de planning die we in juni voorzagen met de start van de bouw van de woningen in januari 2022. Voorts opgemerkt dat medio januari 2022 nog een bijeenkomst in bredere zin zal worden georganiseerd om niet alleen terug te kijken op het resultaat, maar ook een vooruitblik als het gaat om betaalbare huurwoningen d.m.v. het woonfonds, onder meer in het gebied Pasgeld.
20
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN Beleidsproduct: Algemene dekkingsmiddelen 9500 Algemene uitkering (Exogeen/Structureel) Incidenteel toegekende compensatie Jeugdhulp In de brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van 29 juni 2021 is voor Rijswijk een incidentele compensatie voor Jeugdhulp van € 4.500.000 vastgesteld voor 2022. Afspraak Provinciale toezichthouders om 75% van de toegekende compensatie op te nemen in de meerjarenbegroting Als gevolg van de incidenteel toegekende compensatie Jeugdhulp zoals bovengenoemd heeft de Provinciale Toezichthouder aangegeven dat de gemeente rekening mag houden met 75% van de incidenteel toegekende compensatie in afwachting van besluitvorming van een nieuw kabinet. In de Kadernota heeft de gemeente Rijswijk reeds de toegekende “HUGO” gelden ad. € 1.048.000 verwerkt in de begroting. Deze raming komt met dit besluit te vervallen en worden derhalve in mindering gebracht. Meicirculaire In IB 21-067 is de raad geïnformeerd over de financiële gevolgen van de Meicirculaire 2021. Herverdeling gemeentefonds effect voor Rijswijk Op 12 augustus jl. heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de resultaten bekendgemaakt van de herverdeling gemeentefonds ingaande 2023 met het doel de scheefheid in de verdeling van het fonds te herstellen.
Hierbij dient deze verdeling van het gemeentefonds zo veel mogelijk de kosten van de gemeenten te volgen. De resultaten zijn nog voorlopig en gebaseerd op het jaar 2019; eerst zal de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) nog positief moeten adviseren. Daarnaast zullen de resultaten opnieuw worden berekend per 1 januari 2023. De eerste resultaten van de herverdeling waren gebaseerd op het jaar 2017. Het nadelig effect voor Rijswijk bedraagt € 63 voor het jaar 2017. Vervolgens is het nadelig effect door BZK berekend voor 2019. Dit resulteerde in een nadelig effect van € 89. De verwachting was dat dit resultaat positiever zou zijn in vergelijking met 2017 door de toename van de kosten in 2019 ten opzichte van 2017. Echter ook landelijk was er in 2019 door gemeenten meer uitgaven besteed aan Wmo en jeugd. Daarnaast zijn de gewichten van de verschillende berekeningsmaatstaven in de algemene uitkering gewijzigd ten opzichte van de berekening 2017 om zo weinig mogelijk afwijkingen verhoudingsgewijs tussen gemeenten te kunnen bereiken. Het nadelig effect voor Rijswijk bedraagt volgens de laatste voorlopige stand € 89 (jaar 2019) per inwoner. Ingevolge de Financiële Verhoudingswet wordt er gebruik gemaakt van een ingroei pad beginnend met € 15 in 2023 oplopend met € 15 per jaar tot maximaal € 60 in 2026.
In 2026 vindt een evaluatie plaats of de herverdeling van het fonds aan het doel beantwoord heeft en zal bekeken worden of een bijgestelde berekening nodig zal zijn. Eerst wordt de berekening voor het ingangsjaar 2023 definitief berekend. Het is niet de verwachting dat het definitieve nadelige effect in het tijdvak van de begroting gedurende de jaren 2023-2025 lager zal zijn dan het ingroeipad van maximaal € 45 in 2025. Om deze reden ligt het voor de hand om het ingroeipad als lagere inkomstenraming in de begroting op te nemen. Na vier jaar volgt een evaluatie, maar volgens het huidige ingroeimodel moet rekening worden gehouden met een extra herverdelingseffect van circa 1 miljoen in 2026.
21
Septembercirculaire (Exogeen/Incidenteel) Uitkomsten Septembercirculaire 2021 2021 703
Voorschot BCF-plafond 2021 Accresontwikkeling in september 2021, ujr 2022 t/m 2026 Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor, uitkeringsbasis etc. gelabeld tbv Sociaal domein in algemene uitkering vrijval Jeugd en WMO Netto resultaat
144 -465 471 853
2022
2023
2024
2025
1.939 894 182 -1.325 1.092 2.782
2.186
2.268
2.613
59 -820 648 2.073
35 -844 673 2.132
-56 -938 761 2.380
De septembercirculaire 2021 is op Prinsjesdag gepubliceerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), echter deze circulaire was onjuist; Er zaten berekeningsfouten in deze circulaire. Een week later werd de juiste versie aan de gemeenten verzonden. Op het laatste moment konden de cijfers nog in de begroting worden verwerkt. Gelet op de omvang van de netto resultaten is het van belang dat deze resultaten in de cijfers zijn opgenomen. De hoge netto resultaten over diverse jaren worden vooral veroorzaakt door de accresontwikkeling ofwel door de zogenaamde normeringssystematiek. Als het rijk meer uitgeeft dan wordt er een equivalent bedrag in het gemeentefonds gestort, dit geldt overigens ook andersom. De accressen 2020 en 2021 zijn vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020. Dit om rust en stabiliteit te creëren tijdens de coronapandemie, Er vindt geen afrekening plaats. Vanaf 2022 is de normeringsystematiek weer van toepassing. Vrijval Jeugd en WMO Het sociaal domein heeft de uitgaven Jeugd en WMO onafhankelijk van de ontwikkeling van het gemeentefonds al in de begroting opgenomen. De componenten Jeugd en WMO zijn een onderdeel van de algemene uitkering (voormalige integratie-uitkeringen) en zijn daardoor onderhevig aan de ontwikkeling van de accressen.
De toename van de inkomsten Jeugd en WMO zijn dan nu geheel toe te rekenen aan de totale toename van de inkomsten van het gemeentefonds en maken deel uit van het netto resultaat van het gemeentefonds. Incidentele posten Voorschot BCF plafond Het BCF-plafond bedraagt € 3,25 miljard voor gemeenten in 2021. Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Door de bevriezing van het accres in 2020 en 2021 is het plafond in die jaren ook gefixeerd. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire volgend op het kalenderjaar volgt dan de afrekening. Voor Rijswijk wordt rekening gehouden met een voorschot (inschatting van de onderschrijding BCFplafond van € 703.000. In de meicirculaire 2022 vindt de afrekening plaats. De provinciaal toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onder- of overschrijding van het plafond. Dit ter hoogte van de laatst bekende afrekening. In dit geval € in 2020. Het gemeentelijk aandeel hierin mag je dan structureel ramen vanaf 2021.
Voor de begroting 2022 met bijbehorende meerjarenraming is in deze circulaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2020, zijnde € 619.000 in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Ook geven ze aan voorzichtig te zijn met inzet van deze dekkingsmiddelen. Ervaringen uit het verleden leren dat er vaak overschrijdingen van het plafond hebben plaatsgevonden, daarnaast zijn gemeenten opgeroepen om vooral te blijven investeren. Dit maakt het voor de toekomst onzeker in hoeverre gemeenten onder het BCF-plafond blijven. Het college is dan ook van mening dat geen voorschot op de toekomst moet worden genomen en vooralsnog geen opbrengst BCF structureel vanaf 2022 op te nemen. Tijdens de begrotingsbehandeling 2021 is het amendement om de bezuiniging openbare ruimte ter hoogte van € 210.000 te schrappen structureel in de begroting verwerkt met als dekking de BCF opbrengst. Om 22
de reden dat BCF-opbrengsten onzeker en incidenteel van aard kunnen zijn is voorzichtigheid geboden om dit als dekkingsmiddel in te zetten voor structurele lasten. Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) In de meicirculaire 2020 is de laatste tranche 2025 van de korting toegevoegd, waardoor de structurele uitname is bereikt. De opschalingskorting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren omdat het principe van herindelen van bovenaf opgelegd is. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 t/m 2021 cumulatief al € 1,5 miljard gekost en daarnaast € 150 miljoen als gemist accres over de opschalingskorting. Het kabinet heeft besloten de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in het jaar 2022 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds Frictiekosten Huis van de Stad Als gevolg van de omvangrijke extra asbestsaneringswerkzaamheden aan het pand Generaal Spoorlaan 2 – waarvoor u op 10 november 2020 extra krediet beschikbaar heeft gesteld – is de oplevering van het Huis van de Stad, fase 1 met ruim een jaar opgeschoven. Daardoor lopen de gebouwgebonden exploitatielasten nog door voor het gehele jaar 2021. Hierin was bij het opstellen van de begroting 2021 niet voorzien. Deze lasten voor o.a. brandverzekering, onroerend zaakbelasting en nutsvoorzieningen worden geraamd op € 75.000.
Deze lasten zijn te zien als frictiekosten van de realisatie van het Huis van de Stad en kunnen ten laste gebracht worden van de door u medio 2018 ingestelde bestemmingsreserve Huis van de Stad. In het voorstel tot vaststelling van het investeringsbudget Huis van de Stad, fase 1 – door u geaccordeerd op 12 december 2017 – is het initiatief genomen tot het instellen van een bestemmingsreserve ten behoeve van de frictiekosten voor zowel de gemeentelijke organisatie als de partners in het Huis van de Stad. Deze reserve heeft u medio 2018 daadwerkelijk ingesteld. Stichting Trias heeft via een verzoek aan ons college gevraagd om een bijdrage in haar frictiekosten. De totale frictiekosten worden door hen geraamd op € 334.600 de gevraagde bijdrage van de gemeente bedraagt € 85.000. Het restant wordt door o.a. fondsenwerving, sponsorbijdragen en gecreëerde voorzieningen binnen de eigen begroting opgevangen. Bijdrage GR Delft Rijswijk (Exogeen/Incidenteel) Met de overgang naar Office 365 moet er een back-up voorziening worden aangeschaft door de Gemeenschappelijke Regeling Delft-Rijswijk. Extra last € 33.000 incidenteel. Financiële gevolgen Product Compensatie jeugdhulp Meicirculaire Herverdeling gemeentefonds Bijdrage GR Delft Rijswijk Frictiekosten Huis van de Stad Onttrekking reserve Huis van de Stad Septembercirculaire
Incidenteel Structureel Algemene dekkingsmiddelen 9500 2021 2022 2023 695.000
2024
2025
4.500.000 247.000
2.685.000 -538.000 -886.000
2.455.000 -787.000 -1.821.000
2.181.000 1.421.000 -2.820.000
2.782.000
2.073.000
2.132.000
2.380.000
-33.000 -160.000 160.000 853.000
Personeelsbegroting Diverse verschuivingen in de ambtelijke organisatie hebben geleid tot wijzigingen in de programma’s. Deze wijzigingen zijn budgettair neutraal. Ontwikkelingen Vanwege uitloop implementatie nieuwe belastingpakket waren er lichte achterstanden ontstaan. De achterstanden zijn inmiddels weggewerkt en de afhandeling van bijvoorbeeld bezwaarschriften worden conform de wettelijke termijn (voor het einde van het belastingjaar) afgehandeld.
23
PARAGRAAF FINANCIERING Rentevoordelen De gemeente heeft een ruim kasgeldbeleid. Hierdoor kan risicovrij geprofiteerd worden van de negatieve rente op de geldmarkt. De extra opbrengst voor 2021 wordt geschat op € 25.000. Door het aflossen van bestaande leningen is er € 110.000 minder rentelasten te betalen in de laatste jaarschijf 2025. Deze jaarschijf is toegevoegd aan de begroting. Daarnaast zijn er rentevoordelen ten gunste van de exploitatie ontstaan doordat er meer rente kon worden bijgeschreven op investeringen. Financiële gevolgen Product Rentevoordelen
Incidenteel Structureel Paragraaf financiering 2021 2022 360.000
200.000
2023 300.000
2024
2025 110.000
Van financieringsoverschot naar financieringstekort Per 1 januari 2021 bedroeg het financieringsoverschot, rekening houdende met kortlopende verplichtingen, circa € 100 miljoen, Dit betekent dat er meer financieringsmiddelen waren in de vorm van opgenomen leningen, reserves en voorzieningen dan gerealiseerde investeringen. Deze middelen waren bedoeld om de o.m. de hoge aflossingen op bestaande leningen af te kunnen lossen. In 2021 wordt al circa € 75 miljoen afgelost en in 2022 circa € 33 miljoen. Volgens de laatste voorlopige inzichten zal dit beeld de komende jaren snel veranderen. Ten opzichte van de begroting 2021 zal er meer geïnvesteerd worden, tegelijkertijd zijn er als gevolg van het temporiseren van de uitgifte van de gronden meer middelen nodig voor RijswijkBuiten. Ook het aflossen op de leningen en het inzetten van de reserves maakt bij elkaar dat er in de periode 2022-2025 weer leningen opgenomen moeten worden. Vooralsnog wordt rekening gehouden met het aantrekken van maximaal € 60 miljoen voor de komende jaren, De rente voor leningen met een lange looptijd 50 jaar is circa 0,1% goedkoper dan leningen met een kortere looptijd. Op dit moment bedraagt het percentage circa 0,7% op jaarbasis. Afgelopen jaar was dit percentage te zien tussen 0,55 – 1,00. Een percentage lager dan deze range is niet de verwachting.
Op basis van een rentepercentage van 0,6% en € 60 miljoen en een looptijd van 50 jaar bedragen de rentekosten per jaar € 360.000. In de paragraaf financiering van de begroting zal hierop uitgebreid worden ingegaan.
24
ONTWIKKELING INVESTERINGSKREDIETEN Verkennend ontwerp Geestbrugweg Het projectdoel is om de Geestbrugweg verkeersveiliger en toegankelijker in te richten voor fietsers, voetgangers en openbaar vervoerreizigers en de leefomgeving te verbeteren. Na beraadslagingen in het college en een motie van de raad, is de scope van de verkenning verruimd: het verbeteren van de entree van het winkelcentrum, de bovengrondse invulling van het voormalige tunneltje en onderzoek naar eenrichtingsverkeer voor de Herenstraat. Daarnaast is er een boven de oorspronkelijke verwachtingen een groter raakvlak ontstaan met het complexe proces van CID/Binckhorst ontwikkelingen. Tijdens het project wordt uitgebreid ingezet op het betrekken van de omgeving bij het ontwerp. De scopewijziging en complexiteit leiden ertoe dat er meer inzet, tijd en geld nodig is voor onderzoeken, procesbegeleiding, omgevingsmanagement en participatie. Daarom wordt voorgesteld om het voorbereidingskrediet op te hogen van € 100.000 naar € 250.000 en de doorlooptijd te verlengen. De raad wordt voorgesteld om dit investeringskrediet beschikbaar te stellen. Voorbereidingskrediet Multifunctionele accommodatie Sportpark Elsenburg Op 2 februari 2021 is uw raad akkoord gegaan met het verder uitwerken van het proces om te komen tot de bouw van een multifunctionele accommodatie op het sportpark Elsenburg.
Als vervolg op dit besluit is een start gemaakt met de initiatieffase gevolgd door de definitiefase. De verdere uitwerking moet er toe leiden dat er een door alle partijen gedragen plan voor een nieuwe accommodatie komt waarin naast de sportverenigingen ook maatschappelijke organisaties gehuisvest zullen worden. Deze organisaties zullen ook een functie vervullen voor de nieuw te bouwen wijk(en) in de nabijheid van het sportpark. Tijdens deze fases wordt er een externe projectleider ingezet, wordt er een eerste schets gemaakt door een landschapsarchitect en worden de voorbereidingen gestart voor de aanpassing van het bestemmingsplan. De hiermee samenhangende kosten bedragen ongeveer € 100.000, deze kosten zijn reeds uitgegeven. Voor deze kosten is een voorbereidingskrediet nodig. De raad wordt voorgesteld om dit investeringskrediet beschikbaar te stellen. Archeologische kosten (Sportpark Elsenburg) Het wettelijk verplicht archeologisch onderzoek op de locatie heeft tot aanzienlijke meerkosten geleid. In de risicoparagraaf behorend bij het raadsvoorstel was rekening gehouden met een bedrag van € 45.000 aan onvoorzien voor archeologie. Daarnaast zit er In het oorspronkelijk krediet voor Archeologie een bedrag van € 50.000. Uit het poefsleuvenonderzoek bleek echter dat er op diverse plekken uitgebreider onderzoek moest plaatsvinden.
Dit leidt tot meerkosten van totaal € 350.000 waar er dus € 95.000 opgenomen is in het krediet. Dit betekent een overschrijding van €255.000. De meerkosten betreffen: Veldwerk Archeologie € 114.000 Uitwerking en rapportage onderzoek € 100.000 Meerwerk aannemers ten gevolge van meer grondverplaatsingen, Meer zand nodig voor opvullingen, werkzaamheden vrijgekomen grond € 100.000 Afvoeren extra grond € 36.000 De raad wordt voorgesteld om dit investeringskrediet beschikbaar te stellen. Uitbreiding vergunningen parkeersysteem Ten behoeve van het installeren van 40 stuks 4G modems in de parkeerautomaten heeft een overbesteding van ongeveer € 17.000 plaats gevonden. Deze werkzaamheden zijn afgerond en er zullen geen verdere kosten worden geboekt in 2021.Voorgesteld wordt het krediet met € 17.000 te verhogen. De raad wordt voorgesteld om dit investeringskrediet beschikbaar te stellen. Aanleg tweerichtingenfietspad Veraartlaan route A4 Het project Veraartlaan gaat dit najaar in uitvoering. Het bestaat uit asfalt onderhoud, onderhoud aan riolering, aanleg/vervanging van groen en de verbetering van het fietspad. Omdat het een integraal project is wordt het gefinancierd uit verschillende grootboeknummers. De totale kosten bedragen € 1.485.000. Om de administratie van het project te vereenvoudigen worden de budgetten van de verschillende onderdelen 25
overgeboekt naar één grootboeknummer. Uit dit grootboeknummer worden alle kosten van het project betaald. Alle kosten zullen betaald gaan worden uit een krediet uit team Bereikbare Stad. De volgende bedragen zullen naar dit krediet worden overgeboekt: Vanuit de budgetten van grootonderhoud asfalt: € 600.000 beschikbaar gesteld; Vanuit de budgetten riolering: € 310.000 beschikbaar gesteld. De raad wordt voorgesteld om deze wijziging vast te stellen. Fietsroute Romeinse route (Churchilllaan) fase 1 Bij de afronding van de werkzaamheden is het noodzakelijk geweest extra kosten te maken voor oa de groenvoorziening. Dit is gemeld bij de jaarrekening. Voorgesteld wordt dit aan te zuiveren door inzet van budget van Fietspaden in Asfalt 2021 voor een bedrag van € 38.844. Het krediet zal daarna afgesloten worden. De raad wordt voorgesteld om deze wijzigingen vast te stellen. IBOR – Integraal beheerplan openbare ruimte In de raadsvergadering 2 maart 2021 heeft de raad het integraal beheerplan openbare ruimte vastgesteld. De financiële gevolgen worden verwerkt.
De raad wordt voorgesteld de volgende wijzigingen vast te stellen: IBOR Herstel asfaltwegen 2021 Vervangen beschoeiingen 2021 Herstellen (duiker)bruggen 2021 Vervanging hekwerken 2021 Vervangen pollers voor camerasysteem Vervangen armaturen 2021 Vervanging kabelnet openbare verlichting 2021 Vervanging lichtmasten 2021 Vervanging verkeerslichteninstallaties 2021 (20jr) Vervanging verkeerslichteninstallaties 2021 (40jr) Totaal:
€ 428.120 verhoging € 33.000 verlaging € 346.250 verhoging € 2.590 verhoging € 120.000 verhoging € 21.000 verlaging € 31.000 verhoging € 3.000 verhoging € 63.680 verlaging € 38.320 verlaging € 774.960 verhoging
26
RESERVES EN VOORZIENINGEN Vrijval reserve sociaal domein Zoals in de jaarrekening 2020 is vastgesteld wordt voorgesteld om de bestemmingsreserve Sociaal Domein ad. € 500.000 vrij te laten vallen om het tekort op Jeugd voor 2021 gedeeltelijk te dekken. Reserve corona maatregelenpakket In de raadsvergadering 6 juli 2021 heeft de raad het corona maatregelenpakket vastgesteld. De financiële gevolgen worden verwerkt. Voor 2021 bedraagt de onttrekking aan de reserve € 1.370.000. Reserve baggeren Voor 2021 moet er een dotatie van € 308.830 vanuit de reserve baggeren naar de voorziening baggeren gedaan worden om de uitgaven te kunnen bekostigen.
27
OVERIG Vooruitontvangen subsidiegelden In het verleden hebben we voor een aantal regelingen subsidie ontvangen van het Rijk. Bij de jaarrekening wordt het niet bestede deel op de balans opgenomen als vooruit ontvangen subsidie. Als er lasten komen, dan worden deze verantwoord op de beleidsproducten en wordt er voor hetzelfde bedrag aan inkomsten tegenover gezet.
Het betreft de volgende regelingen: -
Onderwijsachterstandbeleid OAB Participatiebudget: inburgering Woningbouwimpuls
€ € €
28
1.790.000 69.640 86.000
RESUMÉ FINANCIËLE CONSEQUENTIES 2E HALFJAARRAPPORTAGE 2021 + = voordelig - = nadelig
bedragen x € 1.000,Omschrijving
2021 Saldo 664
2022 625
2023 1.280
2024 2.151
2025 2.151
664
625
1.280
2.151
2.151
1e halfjaarrapportage 2021