21-063 Woonzorgvisie 2021-2030.pdf
Tekst van het document
4.7 Regionale afspraken bestuurlijke tafel wonen Deze problematiek van stagnatie, wordt ook gesignaleerd in de regio en is op de bestuurlijke tafel wonen ter sprake gebracht. Door middel van een regionale aanpak en afspraken bij de Regionale Bestuurlijke Tafel Wonen wil de H9 regio hier verbetering in aanbrengen. Er is een regionaal onderzoek gedaan naar de uitstroompotentie, en er zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de huisvestingstaakstelling per gemeente. Deze afspraken nemen wij mee in de opgave. De Regionale Bestuurlijke Tafel Wonen heeft besloten om: 1. De huisvestingsopgave van de uitstroom uit instellingen te spreiden op basis van de herkomst van de cliënten. Dat betekent dat Rijswijk een totale huisvestingsopgave heeft van 53 7 uitstromers in 2022. 2. De gemeente van herkomst beter te laten registreren. Hiermee krijgen wij ook beter inzicht in de daadwerkelijke cijfers. De regionale opgave wordt regelmatig bijgesteld aan de hand van de werkelijke cijfers. Dat betekent dat het ook loont om in te zetten op preventie van instroom in
7 Dat is 6 personen hoger dan de lokaal wonen variant van Companen. Dit heeft ook te maken met het feit dat juist bij
Beschermd Wonen niet goed geregistreerd werd waar de cliënten vandaan kwamen.
22
deze voorzieningen. Immers, als er minder Rijswijkers instromen dan gaat de uitstroom ook omlaag. 3. Een gedeeltes van deze opgave in te vullen uit de voorraad sociale huurwoningen. In Rijswijk stellen wij jaarlijks 35 convenantwoningen 8 beschikbaar voor de uitstromers, en dat worden er 41, het liefst al in 2022. 4. Er komt een regionale projectleider die, in afstemming met de regiogemeentes, op zoek gaat naar andere en creatieve manieren om meer uitstromers te huisvesten. Bijvoorbeeld via de transformatie van panden, door woningen te (laten) delen etcetera.
4.8 De kwantitatieve uitstroomopgave Companen heeft de jaarlijkse uitstroombehoefte als volgt in beeld gebracht: Tabel: Prognose van het aantal personen dat jaarlijkse uitstroomt. Uitgesplitst naar instellingen.
Herkomst uitstromers
Verwachte uitstroom Huidige situatie Beschermd wonen (BW) 5 - 14 Opvangvoorzieningen (MO) 25 Kwetsbare jongeren 16 Jonge moeders 1 Totaal 47 - 55 Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk.
2030 6-18 29 22 1 58-70
2040 6-19 33 23 1 63-76
In de bovenstaande tabel zien we de totale huisvestingsopgave tot 2040, waar nog een bandbreedte zit bij de uitstroom Beschermd Wonen. Tabel: Prognose jaarlijkse uitstroom aantal personen uit Beschermd Wonen. Uitgesplitst naar twee scenario’s.
Type opvang
Verwachte jaarlijkse uitstroom Scenario "Lokaal wonen -naar rato inwoneraantal" 14 Scenario "Lokaal wonen - herkomst" 5 Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk, bewerking gemeente Rijswijk ➢ ➢
Bij het scenario ‘lokaal wonen- naar rato inwonertal’ is gekeken naar de totale uitstroom en dit is omgerekend naar rato van het aantal inwoners. Bij het scenario ‘lokaal wonen-herkomst’ is gekeken naar de gemeente waar deze uitstromers oorspronkelijk vandaan komen. Op dit moment is deze uitstroom sowieso begrensd, doordat er weinig woningen beschikbaar zijn, wat betekent dat de potentie wat hoger kan zijn.
Wij hebben ons aan de Regionale Bestuurlijke Tafel Wonnen afgesproken dat wij een huisvestingsopgave hebben van 53 uitstromers per jaar. We stellen voor om, conform de regionale afspraken, de komende twee jaar de opgave van 53 aan te houden. Er is voor de regio geen meerjarenprognose opgesteld, omdat deze aan de hand van de registratiecijfers zal worden bijgesteld. Voor de lokale keuzes op de langere termijn volgen wij, volgens de ambitie van de Woonzorgvisie het scenario ‘lokaal wonen naar herkomst’ van Companen waarbij wij uitgaan van een huisvestingsopgave van 58 uitstromers in 2030 en 63 in 2040.
4.9 De kwalitatieve opgave Ook voor deze uitstromers is het nodig om de verschillende vervolgvragen in beeld te brengen. Over de vervolgvragen van jongeren weten wij al iets meer. Jongeren De vervolgvraag van de jongeren is al wat beter uitgezocht. Als iemand 18 wordt veranderd er heel veel, 8 Een convenant woning is een sociale huurwoning die bestemd is voor de uitstromers uit instellingen. Het is een tijdelijk
huurcontract, waarbij de voorwaarde is dat de inwoner nog een tijdje nazorg krijgt. Als blijkt dat die nazorg niet meer nodig is en de inwoner zelfstandig kan wonen, dan wordt het omgezet in een huurcontract voor onbepaalde tijd.
23
en een van de randvoorwaarden voor een goede start is passende huisvesting 9. Op basis van landelijke onderzoeken ziet de Rijswijkse prognose er als volgt uit. Tabel: Prognose uitstroomrichting Rijswijkse jongeren na verblijf in Jeugdzorg,op basis van landelijke onderzoeken.
Uitstroomrichting jaarlijks Stroomt uit naar geclusterd begeleid wonen Stroomt uit naar zelfstandig wonen Stroomt door naar Beschermd Wonen Stroomt door naar Wlz Blijft in jeugdhulp Totaal
Aantal jongeren (17+ jr) 11 5 2 1 2 23
Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk.
Alleen de eerste twee richtingen, in totaal 16 jongeren, worden gezien als uitstroom. Het grootste gedeelte van deze jongeren, (11) blijkt behoefte te hebben aan geclusterd begeleid wonen als vervolg op het verblijf in een jeugdinstelling. De definitie die Companen hierbij hanteert is een doorstroomgerichte ‘tussenvorm’, waarbij jongeren (intensieve) begeleiding ontvangen bij het zelfstandig wonen. In fases groeien zij toe naar zelfstandigheid. Voorbeelden zijn kamertrainingscentra of fasehuizen. Overig Tot nu toe hebben wij de uitstroom uit deze instellingen in Rijswijk gehuisvest in convenantwoningen. Dat is echter niet genoeg voor deze opgave. Ook is het niet altijd nodig of passend om een convenantwoning als vervolgstap aan te bieden. Kijkend naar de diversiteit in de overige woonzorgvragen voor deze doelgroep zien we ook andere passende oplossingen. Sterker nog, deze zijn nodig want de opgave is veel groter dan het aantal beschikbare woningen.
Met de ketenpartners willen wij deze zorgprofielen nog nader gaan definiëren maar we zien ongeveer deze uitstroomprofielen: ➢ Uitstroom BW gereed voor zelfstandig wonen met maximaal 2 jaar nazorg en ambulante begeleiding; ➢ uitstroom huidige BW maar nog wel oproepbare zorg nodig; ➢ dak- en thuislozen met een historie van de dakloosheid en hardnekkige problematiek; ➢ incidentele dak- en thuislozen die vooral een woonvraag hebben; ➢ jongvolwassenen die zelfstandig kunnen wonen; ➢ jongvolwassenen die na een kamertraining zelfstandig kunnen worden. Dit zijn behoorlijk gevarieerde zorgprofielen voor een relatief kleine gemeente als Rijswijk. Er zit vermoedelijk wel wat overlap in de gewenste woonvormen. De kwalitatieve opgave is om, samen met de ketenpartners en de regionale projectleider, vanuit de ondersteuningsbehoefte van deze inwoners te kijken naar de meest ideale woonzorgconcepten. Het is van belang om deze ‘zorgprofielen’ met de ketenpartners te definiëren en dit te vertalen naar de gevolgen voor het gewenste vastgoed. Ook moeten we met elkaar afspreken wat wij onder de verschillende definities verstaan als wij het hebben over tussenvormen, doorstroomwoningen of tijdelijke woonruimte.
4.10 De ambitie We vatten de ambities in deze paragraaf samen. De realisatie van de 30 wooneenheden voor mensen die niet meer zelfstandig kunnen wonen is verbonden aan de uitstroomopgave. De inzet van de zogeheten ‘tussenvormen’ kan ervoor zorgen dat inwoners niet in een beschermde woonomgeving
9 Er zijn vijf randvoorwaarden gedefinieerd (de Big 5) waaronder jongvolwassen succesvol de stap kunnen maken naar
zelfstandigheid. Een van de vijf is een passende woonplek.
24
hoeven in te stromen. Op dat moment verdwijnt het onderscheid tussen in- en uitstroom en spreken wij over wonen in een omgeving met intensieve begeleiding of toezicht dichtbij. Voor de toekomstige opgave beschermd wonen en de huisvesting van de uitstromers uit de instellingen hebben wij de volgende ambities: De 30 extra wooneenheden voor kwetsbare volwassenen richten wij zo preventief en gevarieerd mogelijk in. Hiermee bereiden wij ons goed voor op de toekomstige doordecentralisatie en hebben wij per 2030 een passend woonzorgaanbod voor alle zorgvragen.
Wij creëren voor 2030 23 extra wooneenheden voor de jaarlijkse uitstroom uit instellingen. Deze richten wij zo gevarieerd mogelijk in en we maken gebruik van innovatieve oplossingen.
25
Hoofdstuk 5 Wat gaan we doen en hoe? In de vorige hoofdstukken zijn de opgaves in beeld gebracht en de ambities benoemd. In dit hoofdstuk benoemen we de vervolgstappen en de manier waarop de gemeente kan sturen op het maximale resultaat. Eerst benoemen wij in algemene zin de sturingsmogelijkheden en rollen van de gemeente op deze opgaves. Regisseur De gemeente heeft de regie genomen op het opstellen van deze Woonzorgvisie. Datzelfde gaat de gemeente doen bij de uitwerking. Regie betekent namelijk niet dat de gemeente alles zelf gaat doen, we bouwen immers zelf geen gebouwen. Voor de realisatie zijn wij juist afhankelijk van andere partijen en daarom moeten wij hier op regisseren. Stimuleren en faciliteren Als opgaves vooral door marktpartijen moeten worden opgepakt (zoals het geclusterd wonen voor ouderen in de koop- en middenhuur sector) zal de gemeente het volgende gaan doen: ➢
➢
➢
Als de gemeente eigenaar is van bepaalde grond (zoals bij Rijswijk Buiten), dan willen we eisen stellen aan de eventuele ontwikkelaars, zodat wij actief kunnen sturen op de gewenste bestemmingen. Bij Transformatiegebieden waar panden in handen zijn van andere partijen, gaat de gemeente het gesprek aan met deze eigenaren en maakt de woonzorgopgaves actief kenbaar. (bijv met een factsheet). De gemeente attendeert deze partijen op een ‘niche’ in de markt.
Samenwerken en sturen Als de opgaves door samenwerkingspartners moeten worden opgepakt, zal de gemeente: ➢ ➢ ➢
Deze opgaves opnemen in de prestatie afspraken met de woningcorporaties. Als accounthouder en subsidieverstrekker sturen op de opgave. Als inkoper van ambulante zorg in gesprek gaan over een wijkgerichte aanpak.
Integraal werken ➢
➢
Door vraagstukken integraal te benaderen creëert de gemeente optimale kansen. Het sociaal en ruimtelijk domein zoeken elkaar op en versterken elkaar. Dit werkt het beste met een lange termijn plan. o In de aankomende Omgevingsvisie is er veel ruimte mogelijk voor de sociale agenda. De omgevingsvisie vereist een integrale werkwijze. o In de eerstvolgende Woonvisie worden de woonzorgopgaves integraal opgenomen. Ook op de kortere termijn, bij de al lopende gebiedsontwikkelingen zoeken het sociaal en ruimtelijk domein elkaar op en pakken de kansen.
5.1 Huisvestingsopgave senioren met toenemende kwetsbaarheid Van alle opgaves is dit de meest omvangrijke in aantal. Ook is duidelijk dat deze opgave voor het grootste deel door de reguliere woningmarkt moet worden opgepakt.
26
De ambitie : Tot 2030 willen wij 635 extra geclusterde wooneenheden voor de Rijswijkse ouderen in het middenhuur- en koopsegment. Dit zal een gevarieerd aanbod zijn, dat inhoudelijk aansluit bij de woonwensen van de toekomstige Rijswijkse ouderen. Er vindt zoveel mogelijk doorstroom plaats vanuit de ongeschikte woningvoorraad. Wat moeten wij gaan doen: ➢
Een nadere analyse uitvoeren van de woonwensen van de Rijswijkse toekomstige ouderen. Welke vormen van geclusterd wonen is voor hen aantrekkelijk en aan welke criteria moet dit voldoen.
Hoe kunnen wij dit regisseren? ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Bij de lopende gebiedsontwikkelingen organiseren wij ‘matchmaking’ tussen de toekomstige ouderen en ontwikkelende partijen. In de nieuwe gebiedsontwikkelingen willen wij geclusterd wonen stimuleren, daarvoor gaan wij projectontwikkelaars stimuleren. Als er een initiatiefnemer langskomt met een passend voorstel, dan zoeken wij actief mee naar de mogelijkheden. Door de subsidiemogelijkheden voor de realisatie van kleinschalige woonvormen te benutten. Combinaties zoeken van complexen met middenhuur, koop en sociale huur, waarin een (natuurlijke) menging kan ontstaan van kwetsbare inwoners en overige inwoners. Particuliere en innovatieve initiatieven op dit gebied willen wij omarmen en helpen verder te ontwikkelen.
Tot 2030 stimuleren wij de vestiging van 145 extra wooneenheden met kwalitatief hoogwaardige 24-uurs. Wat moeten wij gaan doen: De zorgaanbieders en het zorgkantoor zijn hierover wel in gesprek. Wij kunnen hierin faciliteren door: ➢ ➢ ➢
Locaties te zoeken die hiervoor geschikt zijn. Mogelijkheden van geschikt vastgoed in kaart brengen. Projectontwikkelaars te benaderen
Hoe kunnen wij dit regisseren: ➢
Door invloed uit te oefenen op eventuele wijziging van de bestemmingsplannen.
Met de corporaties spreken wij af dat er tot 2030 ongeveer 300 wooneenheden worden aangepast aan de kwaliteitsnorm van geclusterd wonen. Dit moet aantrekkelijk aanbod zijn dat de doorstroom op gang brengt. Wat moeten wij gaan doen: ➢ ➢
Inventariseren wat de woonwensen zijn bij de beoogde doelgroep Gezamenlijk invulling geven aan het welzijnsaspect van deze woonvormen
27
Met als doorkijk naar 2040, bij gelijkblijvende omstandigheden: 380 aantal extra geclusterde wooneenheden in het sociale huursegment. 255 extra geclusterde woningen in het middenhuur- en koopsegment. 200 extra eenheden 24-uurs zorg.
5.2 Huisvestingsopgave mensen met een verstandelijke beperking De Woonzorgopgave voor deze doelgroep betreft grotendeels de intensieve zorg met verblijf voor mensen met een Wlz indicatie. Het zorgkantoor koopt deze zorg in en de exploitatie vraagstukken zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Dit kunnen ook marktpartijen zijn. Bij deze opgave kunnen we vooral stimuleren en faciliteren10. Tot 2030 willen wij 210 extra geclusterde of groeps wooneenheden aan het aanbod toevoegen, zodat dat deze kwetsbare doelgroep in Rijswijk kan blijven wonen. Deze wooneenheden sluiten aan op de lokale vraag. Wat moeten wij gaan doen: Wat moeten wij gaan doen: ➢ ➢ ➢
Zorgprofielen uitwerken voor variabel woonzorgaanbod. Aandacht voor aankomende problematiek dementie in deze doelgroep. Aandacht voor inclusie, met name als er wat grotere wooneenheden worden gerealiseerd.
Hoe kunnen wij dit regisseren: ➢
Geschikte kavels zoeken en particuliere initiatieven uitnodigen.
➢ Nieuwbouw stimuleren. We willen voor mensen met een verstandelijke beperking die zelfstandig kunnen wonen 15 extra wooneenheden gespikkeld wonen realiseren. Wat moeten wij gaan doen: ➢ ➢ ➢
De ondersteuningsbehoefte voor deze doelgroep verder uitwerken. Mogelijkheden voor een steunpunten in de wijk onderzoeken. Randvoorwaarden voor de woonomgeving uitwerken.
Hoe kunnen wij dit regisseren: ➢
Wij kunnen hiervoor afspraken maken met woningbouwcorporaties
Met als doorkijk tot 2040 bij gelijkblijvende omstandigheden: 100 extra wooneenheden geclusterd of groepswonen. 10 extra wooneenheden gespikkeld wonen.
10 Recent is er een intentie overeenkomst getekend om 55 wooneenheden voor verstandelijk gehandicapten te realiseren in
de Bogaard.
28
5.3 Huisvestingsopgave (psychisch) kwetsbare volwassenen Deze lokale opgave bevind zich in een sterke regionale dynamiek. Vanwege de verdere decentralisatie van beschermd wonen is de verwachting dat wij deze zorgvoorziening in gaan kopen vanuit de Wmo. In 2030 zijn wij ook financieel verantwoordelijk voor de voorziening beschermd wonen. Voor de toekomstige voorziening beschermd wonen: Tot 2030 realiseren wij 30 extra wooneenheden voor mensen die een beschermde woonomgeving nodig hebben. We creëren een gevarieerd aanbod en leggen de klemtoon op preventie en inclusie. Het uitgangspunt is zelfstandig wonen, tenzij….. Het gevarieerde aanbod zal bestaan uit een: ➢ ➢ ➢
Nader te bepalen aantal als een tussenvoorziening met afroepbare zorg (maximaal een half uur) en intensieve ambulante begeleiding. Flexibel op- en afschalen. Nader te bepalen aantal wooneenheden voor de doelgroep Wlz, met 24/7 zorg en slaapdienst. Nader te bepalen aantal in de vorm van intensieve zorgarrangementen zodat de persoon niet hoeft te verhuizen. o Let op; deze opgave gaat uit van en anticipeert op de doordecentralisatie van de taak Beschermd Wonen.
Jaarlijkse opgave: Tot 2030 hebben wij 23 extra wooneenheden gecreeerd voor mensen die kunnen uitstromen uit een instelling. Uitgesplitst naar grofweg de volgende categorieën: -
6 extra convenantwoningen, voor diegenen die nog tijdelijke woonondersteuning nodig hebben. 4 extra wooneenheden of kamers voor uitstroom uit jeugdzorg die zelfstandig kunnen wonen. 10 extra wooneenheden geclusterd wonen met begeleiding voor jongvolwassenen. Nader te bepalen aantal extra wooneenheden in een variabel aanbod: o Flexwonen als er een lichte ondersteuningsvraag is; o Housing First; o Een tussenvoorziening voor mensen die nog niet zelfstandig kunnen wonen.
Wat moeten wij gaan doen/ Hoe kunnen wij dit regisseren: ➢
➢
➢ ➢ ➢
Aan de slag met een business case voor een “tussenvoorziening” Deze voorziening moet de instroom in beschermd wonen beperken en/of ingezet kunnen voor de huisvesting van de uitstroom. Mogelijkheden onderzoeken om via steunpunten in de wijk intensieve begeleiding en inloop te bieden. Samenwerking tussen zorgaanbieders, corporaties en andere partijen is hiervoor de basis. Combinatie zoeken met de ondersteuning voor inwoners met een licht verstandelijke beperking. Mogelijkheden digitale communicatie/begeleiding onderzoeken als aanvulling op de begeleiding. Mogelijkheden om geclusterde wooneenheden te combineren met andere reguliere doelgroepen. Kansen onderzoeken voor een eventuele ’uitruil’ van de opgaves met omliggende gemeentes. Hiermee kan een regionale en mogelijk meer gespecialiseerde voorziening worden gerealiseerd.
29
In samenhang met de regionale ontwikkelingen pakken wij de volgende acties op: -
-
-
Nieuwe mogelijkheden onderzoeken voor extra (tijdelijke) goedkope woonruimte. Met name voor de doelgroep jongvolwassenen is het niet altijd nodig dat er een volledige woning beschikbaar komt. Mogelijkheden kunnen zijn: transformatie eengezinswoningen, antikraak, transformatie kantoorpanden. Mogelijkheden verkennen van kamertraining of fasehuis voor de doelgroep die uitstroomt uit residentiele jeugdzorg. Deze voorziening kan ook geschikt zijn voor jongvolwassenen die (nog) niet vanuit het ouderlijk huis zelfstandig kunnen wonen. Samenwerking zoeken met particuliere (project-) zorgontwikkelaars.
30
Hoofdstuk 6 Het vervolg In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan het vervolgproces. Want alle acties die wij in de vorige hoofdstukken hebben benoemd komen niet vanzelf van de grond. De maatschappelijke partners en de gemeente Rijswijk willen graag doorbouwen op de basis en de ambitie van deze visie. Dit zal uiteindelijk moeten landen in concrete uitvoeringsplannen en projecten richting realisatie. In algemene zin zal de gemeente de regie houden op de uitwerking van deze visie. De rol van de gemeente is in dat geval: -
Te fungeren als regisseur en aanjager voor de uitwerking van de verschillende ambities. De lange termijn opgaves en het overkoepelende algemene belang in de gaten te houden. De integraliteit tussen beleidsvelden zorg, welzijn, ruimtelijke ordening en wonen te bewerkstelligen en te borgen.
6.1 Proces Directe acties Daar waar we al direct tot actie over kunnen gaan, doen we dat ook. Duidelijke opgaven en kansen (laaghangend fruit) die zich voordoen benutten we. De opgaves in deze visie dienen bijvoorbeeld als leidraad voor de prestatie afspraken met de woningcorporaties. Uitvoeringsprogramma De (middel) lange termijn opgaves nemen wij op in een uitvoeringsprogramma. Sommige vraagstukken moeten eerst nog worden uitgewerkt, en op basis daarvan maken wij dan nadere keuzes. Dit nemen wij op in een planning en een meerjarige uitvoeringsagenda. Dit willen wij in ieder geval gaan doen met de partners die hebben geparticipeerd in het afgelopen proces. De partijen zijn zich bewust dat zij: • •
Soms concessies moeten doen. (water bij de wijn). Over de eigen organisatiebelangen heen moeten blijven kijken en de doelgroep centraal stellen.
Wij streven ernaar om halverwege 2022 een uitvoeringsagenda gereed te hebben. Projecten In de uitvoeringsagenda kunnen projecten of acties worden opgenomen. Deze moeten voorzien zijn van een impactanalyse. Het is mogelijk dat hiervoor nog nadere besluitvorming nodig is.
6.2 Monitoren en bijstellen, evalueren en opnieuw onderzoeken, Deze woonzorgvisie loopt tot 2030, dat is een lange tijd. De dynamiek in de maatschappij en het zorglandschap is heel groot. We leggen daarom een aantal mogelijkheden vast om deze visie actueel te houden. Dat betekent dat we: -
-
Monitoren en bijstellen. Terwijl wij onze plannen aan het concretiseren zijn, gebeurt er in de omgeving van alles. Dit houden wij in de gaten en indien nodig en nuttig passen wij onze koers aan. Evalueren. We stellen iedere twee jaar een uitvoeringsagenda op en evalueren de voortgang. Actualiseren In 2025 bekijken we of er een nieuwe analyse en actualisatie nodig is. Hiermee hopen we aan te sluiten bij een nieuwe Woonvisie.
31
6.3 Risico Paragraaf Regeren is vooruitzien en dat is precies wat deze woonzorgvisie beoogt. Door deze visie vast te stellen hebben wij een begin en een basis om de opgaves te gaan realiseren. Omgekeerd geldt dus dat wij zonder een vastgestelde visie geen kader hebben om uit te werken. Wat is het risico als wij deze visie niet vaststellen? Dan gebeurt er niets en gaan we ook niet aan de slag met de uitwerking. De volgende risico’s treden dan op: 1. Maatschappelijk Meer en meer ouderen kunnen, als zij daar behoefte aan hebben, geen beroep doen op een plek in een verpleeghuis. Meer en meer ouderen zullen niet in een geschikte woning wonen. Meer en meer ouderen ondervinden problemen, omdat zij hun woning niet meer in of uit kunnen. Omdat mensen niet geschikt wonen, maar ook niet kunnen verhuizen zal er een immens groot beroep op de zorg gedaan worden. Die capaciteit in de zorg is nu al een knelpunt, laat staan straks. De zorg wordt uitgehold, kwetsbare inwoners krijgen niet wat ze nodig hebben, fysieke, psychische en sociale problemen nemen toe en de hulpvraag wordt alleen maar groter en groter. En er ontstaat een grotere behoefte aan om woningen die niet geschikt zijn alsnog aanpasbaar te maken. 2. Geen regie Op dit moment zijn er wel al verschillende lopende initiatief voor seniorenwoningen. Het is niet duidelijk of deze aan de lokale behoefte voldoen.
Mogelijk wordt er ook niet actief gestuurd op doorstroming. In dat geval worden er extra woningen gerealiseerd die een aanzuigende werking hebben voor doelgroepen uit de regio of het land. Terwijl de huisvestingsproblemen van de Rijswijkse ouderen niet opgelost worden. Wij moeten ons voorbereiden op de toekomstige opgave op het gebied van beschermd wonen. Lange tijd hebben we geen goed beeld gehad van de aard en de omvang van deze opgave. Door met deze opgave aan de slag te gaan kunnen wij ons gaan voorbereiden. Ontwikkelingen waar vastgoed mee gemoeid is hebben een lange doorlooptijd. Voor de uitstroom uit instellingen hebben wij regionaal bestuurlijke afspraken gemaakt. Die moeten wij nakomen en daarnaast een eigen koers gaan bepalen voor de toekomstig en meerjarige opgave. 3. Financieel Meer mensen doen uiteindelijk een groter beroep op de Wmo. De gemeente betaalt de prijs uiteindelijk zelf, maar de kwetsbare inwoners zijn de dupe. 4. Imago Verschillende partijen verwachten van de gemeente een regiefunctie op deze vraagstukken. Zo heeft de gemeente de regie genomen op het maken van deze woonzorgvisie. Als wij dit niet voortzetten zal dit de onderlinge relaties geen goed doen. Wat is het risico als wij deze visie wel vaststellen? 1. Ambitie versus realiteit? Deze ambitie kun je zien als een inspanningsverplichting en niet als een resultaatbelofte.
We hebben onze ambities gebaseerd op de opgaves en wij beseffen ons ook wel dat het niet haalbaar is om deze allemaal te realiseren. Niet alleen vanwege de schaarste, maar ook omdat wij niet overal directe invloed op hebben. Het is een complex krachtenveld waarin wetten en regels ook weleens tegenwerken. Ambitie of realisme? Dit lijkt met elkaar in tegenspraak. Het realiteitsgehalte kunnen wij namelijk op voorhand niet in cijfers uitdrukken, maar wij willen hier wel de maximale inzet op plegen. En daar is vervolgens weer een stevige ambitie voor nodig.
32
2. Regionale samenwerking Dit is zowel een risico als een kans. Met regionale samenwerking bereiken we namelijk veel meer. Denk bijvoorbeeld aan het realiseren van specifieke voorzieningen om een regionale vraag te voldoen. Meer en meer gemeenten nemen het initiatief om aan de slag te gaan met een Woonzorgvisie, gebaseerd op de opgaves. Daar waar zich een kans voordoet om de opgaves “naast elkaar te leggen” zullen wij dit zeker doen.
6.4 Tot Slot In deze Woonzorgvisie hebben wij een aantal forse ambities geformuleerd. Soms lijken we die zelf weer af te zwakken door onzekerheden te benoemen in de realisatie van deze ambities. Om te voorkomen dat wij hiermee een dubbel signaal afgeven willen wij nog benadrukken dat wij de volle inzet zullen plegen om deze forse ambities waar te maken.
33
Afkortingen en begrippen: •
Ambulantisering (GGZ): afbouwbeleid van intramurale zorg. Een deel van de GGZ-Cliënten die voorheen zorg met verblijf in een instelling kreegt, wordt voortaan ambulant begeleid in hun eigen woning.
•
BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Beschermd Wonen is binnen de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening.
•
Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Anders dan bij ambulantisering gaat het niet zozeer om individuele cliënten vanuit een instelling in de wijk te laten wonen, maar dat nieuwe cliënten minder snel worden opgenomen in een instelling.
•
MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB.
•
PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert.
•
PG: Psychogeriatrie. Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie).
•
Scheiden wonen en zorg: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud.
•
SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes.
•
VG: Verstandelijk Gehandicpat.
•
VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd.
•
Wlz: Wet langdurige zorg
•
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning
•
Zvw: Zorgverzekeringswet
34