CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-063 Woonzorgvisie 2021-2030.pdf

Raadsvergadering 12 oktober 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Woonzorgvisie (21-063)12.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woonzorgvisie 2021-2030

‘Als Wonen een Zorg is’

De toekomstige Woonzorgopgave voor kwetsbare inwoners van Rijswijk.

Voorwoord Kunt u zich nog de tijd herinneren dat oma of opa naar een bejaardentehuis ging als ze wat ouder werden? Dat kunnen we ons nu bijna niet meer voorstellen. Dit is al tientallen jaren niet meer gebruikelijk. Aan de ene kant: gelukkig maar! Ouderen zijn tegenwoordig gelukkig veel langer vitaal. Ze kunnen en willen nog volop in de samenleving staan. Maar er was toch ook een andere kant, het bejaardentehuis had ook een voordeel. Opa of oma zat in een veilige verzorgende omgeving. Mocht er iets gebeuren of mocht de gezondheid achteruitgaan, dan was hulp nabij. En het gaf ook wat gezelligheid, alleen is ook maar alleen.

Veranderingen Door de veranderingen in de zorg en in de woonwensen van de mensen die ouder worden, ligt daar nu een grote uitdaging. De kloof tussen zelfstandig blijven wonen en wonen waar je 24 uur per dag verzorgd en verpleegd wordt, is wel erg groot. Het kan zorgen voor situaties waarbij de veiligheid van inwoners ‘op het randje’ gaat balanceren. En we weten ook dat er veel eenzaamheid is onder de ouderen.

De uitdaging Er komt een grote vergrijzingsgolf. En daar kunnen wij alleen op inspelen door de juiste combinatie van wonen, zorg en welzijn. Dat is een zoektocht, want ouderen zijn beslist geen homogene groep. Ze verschillen, net als de hele samenleving, in leefstijlen, woonvoorkeuren en inkomen. De ideale seniorenwoning bestaat dus niet en het bejaardenhuis 2.0 al helemaal niet. En zie daar de grote uitdaging. Én daar komt nog een grote uitdaging bovenop. Het is crisis op de woningmarkt, grond is schaars en vaak niet in het bezit van de gemeente. We hebben dus niet overal direct invloed op. Nog meer reden om de handen ineen te slaan en te kijken hoe wij gezamenlijk het hoogst haalbare kunnen bereiken. Samen met onze maatschappelijke partners en de (toekomstige) ouderen zelf, moeten wij op zoek gaan naar innovatieve oplossingen en woonvormen om in te spelen op deze uitdaging. Het liefst ook via initiatieven van of in gezamenlijkheid met onze bewoners zelf.

Kwetsbare doelgroepen De meerwaarde van bewonersinitiatieven heb ik ook gezien bij nieuwe woonvoorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking. In Rijswijk is de behoefte groot aan huisvesting voor de inwoners met een verstandelijke beperking. Ook mensen met een psychische kwetsbaarheid verdienen een goede woonsituatie met de ondersteuning die ze nodig hebben. Er zit veel potentie in deze doelgroep. Het is dan ook beslist niet nodig om deze inwoners altijd in een bepaalde voorziening te plaatsen. Juist door een passende woonsituatie te creëren, kunnen we bijdragen aan de optimale ontwikkeling en participatie van iedereen.

Passende zorg en passend wonen Als wethouder Zorg heb ik wel gemerkt dat in een mensenleven een passende woonsituatie minstens zo belangrijk is als passende zorg. Wij hebben dit binnen de gemeente in twee verschillende domeinen belegd. Dit komt ook omdat we twee verschillende wetten uitvoeren. Die twee werelden willen en moeten we bij elkaar brengen want alleen zo kunnen we elkaar versterken. Zo kunnen we tot een integrale oplossing komen. Ook door de intensieve samenwerking met de maatschappelijke partners. Ik vind het fantastisch dat we dit samen met hen hebben opgesteld en samen met hen gaan uitwerken.

Onze ambitie Ik ben mij ervan bewust dat onze ambitie, hoe lokaal ook, groter is dan het aanbod. Dus is het (te) ambitieus? Ja, het is zeker ambitieus, maar dat is toch ook de functie van een ambitie? We geven hiermee in ieder geval een richting, maken de opgaves heel concreet en onderstrepen de urgentie van de opgaves. Natuurlijk zullen we in de uitwerking keuzes moeten maken. Deze kunnen ook worden gestuurd door de (on)mogelijkheden die er op dat moment zijn. Ik wil graag een helder fundament bieden waarop wij, met de partners en de samenleving, door kunnen gaan met de uitwerking en vooral de uitvoering. Larissa Bentvelzen, Wethouder Sociaal Domein, Jeugd, Participatie en Dierenwelzijn.

2

Inhoud Inleiding ....................................................................................................................................... 5 Waarom een Woonzorgvisie? ............................................................................................................. 5 Rijswijk, zelfstandig en in de regio ...................................................................................................... 6 Wat gaat u lezen in deze visie? ........................................................................................................... 7 Hoofdstuk 1 Focus van deze woonzorgvisie ................................................................................... 8 1.1 Wat zijn woonzorgopgaves en waar komen ze vandaan .............................................................. 8 1.2 Doelgroepen .................................................................................................................................. 8 1.3 De basis: analyse en samenwerking .............................................................................................. 9 1.4 Onze visie en ambitie .................................................................................................................... 9 1.5 Uitgangspunten voor de uitvoering van deze visie .....................................................................

10 Hoofdstuk 2 Huisvestingsopgave senioren.................................................................................. 11 2.1. Trends en ontwikkelingen .......................................................................................................... 11 2.3 Levensloopbestendig aanbod...................................................................................................... 12 2.4 Signalen uit de werkateliers ........................................................................................................ 13 2.5 De kwantitatieve opgave ............................................................................................................. 13 2.6 De kwalitatieve opgave ............................................................................................................... 14 2.7 De ambitie ................................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 3 Huisvestingsopgave mensen met een verstandelijke beperking ............................... 16 3.1 Trends en ontwikkelingen ........................................................................................................... 16 3.2 Signalen uit de werkateliers .......................................................................................................

16 3.3 De kwantitatieve opgave ............................................................................................................. 17 3.4 De kwalitatieve opgave ............................................................................................................... 18 3.5 De ambitie ................................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 4 Huisvestingsopgave Kwetsbare volwassenen .......................................................... 20 4.1 Trends en ontwikkelingen ........................................................................................................... 20 4.2 Beschermd Wonen in Rijswijk ..................................................................................................... 20 4.3 Trends en signalen uit de werkateliers ....................................................................................... 21 4.4 Kwantitatieve opgave beschermde woonvormen ...................................................................... 21 4.5 De kwalitatieve opgave ............................................................................................................. 22 4.6 Uitstroom Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdzorg ..................................

22 4.7 Regionale afspraken bestuurlijke tafel wonen ........................................................................... 22 4.8 De kwantitatieve uitstroomopgave ............................................................................................ 23 4.9 De kwalitatieve opgave ............................................................................................................... 23 4.10 De ambitie ................................................................................................................................. 24 3

Hoofdstuk 5 Wat gaan we doen en hoe? .................................................................................... 26 5.1 Huisvestingsopgave senioren met toenemende kwetsbaarheid ................................................ 26 5.2 Huisvestingsopgave mensen met een verstandelijke beperking ................................................ 28 5.3 Huisvestingsopgave (psychisch) kwetsbare volwassenen ........................................................... 29 Hoofdstuk 6 Het vervolg ............................................................................................................. 31 6.1 Proces .......................................................................................................................................... 31 6.2 Monitoren en bijstellen, evalueren en opnieuw onderzoeken, .................................................. 31 6.3 Risico Paragraaf ........................................................................................................................... 32 6.4 Tot Slot ........................................................................................................................................ 33 Afkortingen en begrippen: ............................................................................................................ 34

Bijlage 1: Woonzorganalyse gemeente Rijswijk juli 2021, Bureau Companen Bijlage 2: Verslagen van de werkateliers

4

Inleiding Waarom een Woonzorgvisie? Een Woonzorgvisie biedt een kans voor gemeentes en maatschappelijke partners om proactief aan de slag te gaan met de opgaves op het gebied van wonen en zorg. Nederland, en ook Rijswijk, is op dit moment onvoldoende in staat om de groeiende groep ouderen en andere kwetsbare doelgroepen voldoende te faciliteren in hun (toekomstige) woon,- welzijn-, en zorgbehoeften. Dat wordt in Rijswijk onderstreept door de analyse van Companen1 en de inbreng van lokale organisaties op het gebied van zorg, welzijn en wonen. Taak als gemeente Het is de verantwoordelijkheid van elke gemeente om dit groeiende probleem voor de eigen gemeente in kaart te brengen. Er is geen enkele gemeente in Nederland waar dit niet speelt. Een gemeente heeft de (morele) plicht om de urgentie en prioriteiten inzichtelijk maken. Als gemeente wil je de problemen vóór zijn en dus anticiperen op wat komen gaat. Er is geen enkele andere (lokale) organisatie die deze rol op kan pakken. Waarom niet? Omdat het speelveld immens divers is en ieder graag de eigen belangen behartigd. De gemeente staat voor het algemeen belang (en krijgt daarvoor ook algemene middelen). Het gaat om de verantwoordelijkheid voor alle inwoners, maar ook zeker om het behartigen van de belangen van haar meest kwetsbare inwoners.

Woonvisie gemeente Rijswijk De overheid heeft inmiddels het maken van een Woonvisie verplicht gesteld voor gemeenten en overweegt dit ook te doen voor een Woonzorgvisie. De overheid heeft al een aantal jaar geleden het initiatief genomen een Taskforce Wonen en Zorg in het leven te roepen. Zij zijn er om gemeenten en vooral bestuurders te stimuleren een woonzorgvisie te maken en hen desgevraagd te ondersteunen bij de uitvoering daarvan. Rijswijk heeft daar gebruik van gemaakt en het Ondersteuningsteam Wonen en Zorg verzocht te helpen bij het maken van een Woonzorgvisie. In de Rijswijkse Woonvisie 2015-2025 ‘Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk’ en de actualisatie van deze Woonvisie in 2021, is aandacht besteed aan de nog nader uit te werken woonzorgopgaves voor kwetsbare doelgroepen. Deze Woonzorgvisie borduurt hierop voort en maakt inzichtelijk wat deze opgaves zijn en hoe wij deze willen gaan aanpakken. Aanpak We hebben de handen ineen geslagen met de maatschappelijke partners. De Rijswijkse opgaves zijn geïnventariseerd en we hebben verkend hoe we deze kunnen aanpakken. In deze Woonzorgvisie beschrijven wij deze opgaves, zowel in aantallen als inhoudelijk. Deze visie is nog maar het begin. Als de gemeenteraad onze ambities onderschrijft en de urgentie erkend, kunnen wij aan de slag met de uitwerking en uitvoering ervan.

Wij gaan dan een uitvoeringsagenda opstellen en indien nodig impactanalyses uitvoeren. Ook leggen we de gemeenteraad wellicht nog nieuwe besluitvorming voor bij de concrete uitvoeringsprojecten. Uitdaging Het is een behoorlijke uitdaging, daar zijn wij ons van bewust en wij kunnen niet alles realiseren. Daarom

1 Bijlage 1: Woonzorganalyse gemeente Rijswijk, juli 2021 Companen

5

spreken wij over een ambitie. De opgaves zijn talrijk, zowel in aantal als in diversiteit. En het aanbod is krap, zowel woningen als grond zijn schaarse goederen. Ook de personele capaciteit in de zorg is al een aantal jaren een groeiend knelpunt. Deze schaarste vraagt om bewuste keuzes, in combinatie met creatieve en pragmatische oplossingen. Gezamenlijk kun je hierdoor sturing uitoefenen op de lange termijn ontwikkelingen. Een gemeente heeft niet overal directe invloed op. Juist omdat gemeenten vaak weinig vastgoed en grond in eigen handen hebben, moeten ze het vaak hebben van indirecte sturingsmogelijkheden, zoals een regisserende functie. De sleutel ligt vooral in een goede samenwerking met publiek/private partners die een bijdrage kunnen leveren om de opgave te realiseren.

Rijswijk, zelfstandig en in de regio Rijswijk is een zelfstandige gemeente, die in 2021 ongeveer 55.000 inwoners telt. Rijswijk ligt in de Randstad, tussen Delft en Den Haag. Dit kun je merken aan de regionale dynamiek, Rijswijk opereert binnen een regionale woningmarkt en ook de zorg werkt regionaal. Wonen Rijswijk heeft overwegend een stedelijk karakter en dat geldt zeker voor de woningsamenstelling. Te weten; veel nadruk op gestapelde bouw, zoals portiek etageflats (zonder lift) en galerijflats. Daarnaast is er een relatief groot aandeel goedkope (sociale huur) woningen. Binnen Rijswijk zijn twee woningcorporaties, Rijswijk Wonen en Vidomes. Zij oriënteren zich op hun strategie en koers op het gebied van wonen en zorg en pakken dit graag op met de gemeente en overige partijen. Zij zijn bezig met een doorstroomaanpak, om te stimuleren dat een of twee persoonshuishoudens die in een groot huis wonen, doorstromen naar kleinere woningen. Rijswijk breidt fors uit. Er komen een groot aantal woningen bij in Rijswijk Buiten en in de transformatiegebieden In de Bogaard, Havenkwartier en Kesslerpark. Tot 2030 komen er ongeveer 5000 woningen bij en tussen 2030 en 2040 nog circa 3000 tot 5000 woningen. Deze toename van de woningvoorraad heeft ook invloed op de (toekomstige) woonzorgvraag. Zorg Zorgaanbieders, die ook zorg met verblijf bieden, werken regionaal of zelfs landelijk.

Het zorgkantoor van Rijswijk, CZ, koop de zorg in die onder de Wet langdurige zorg (Wlz) valt. CZ beslaat een heel groot gedeelte van Nederland, namelijk de regio van Haaglanden, Zuid-Hollandse eilanden, West-Brabant, Zuidoost-Brabant, Zeeland en Zuid-Limburg. De gemeente Rijswijk koop de ambulante Wmo zorg, zoals begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp in met gemeenten in H4 verband. Dat geldt ook voor de andere Wmo verstrekkingen die kwetsbare inwoners in staat stellen om zelfstandig te wonen en te participeren in het maatschappelijk verkeer. Denk hierbij aan rolstoelen en woningaanpassingen. De voorziening Beschermd wonen en de maatschappelijke opvang valt nog onder de verantwoordelijkheid van de centrumgemeente Den Haag. Deze voorzieningen zorgen ervoor dat mensen zelfstandig kunnen blijven wonen en worden lokaal verstrekt. Met name bij de ambulante diensten op het gebied van zorg en ondersteuning wordt er zo preventief mogelijk gewerkt. Welzijn De Stichting Welzijn Rijswijk beweegt zich ook op het snijvlak van wonen en zorg. In hun brochure “prettig ouder worden in Rijswijk” worden ouderen o.a. geattendeerd op de mogelijkheden om te verhuizen naar een andere woning in een woonzorgvoorziening. Dit zijn meestal huurwoningen. Hun seniorenadviseurs signaleren forse knelpunten als het gaat om geschikte huisvesting voor senioren.

Steeds meer ouderen wonen in een niet geschikte woning. De inzet van seniorenmakelaars vanuit de corporaties helpt de doorstroom naar geschiktere huurwoningen enigszins op gang. Door een schaarste aan geschikt aanbod is het effect niet optimaal. Ouderen die in een ongeschikte koopwoning wonen hebben een soortgelijke dienst niet en moeten dit ook allemaal zelf organiseren.

6

Een voorbeeld van een integrale samenwerking tussen Wonen, Welzijn en Zorg is het project Flatcoach. Dit is een samenwerking tussen de corporaties, Florence ouderenzorg en Stichting Welzijn Rijswijk. De Flatcoach werkt in vier flats in Steenvoorde Zuid en fungeert als spil voor de huurders op gebied van zorg en welzijn.

Wat gaat u lezen in deze visie? In deze visie staan wij vooral stil bij de woonzorgopgaves die op de gemeente Rijswijk afkomen tot het jaar 2040. Wij formuleren een visie en een ambitie voor de komende jaren en vragen de raad om deze vast te stellen. In het eerste hoofdstuk staan wij nog even stil bij het ontstaan van deze opgaves. We beschrijven onze focus, de opgaves en de manier waarop deze woonzorgvisie tot stand is gekomen. In het einde van dit hoofdstuk formuleren wij onze visie en ambitie. De hoofdstukken die volgen, zijn ingedeeld per doelgroep. Deze hoofdstukken borduren voort op een analyse van het bureau Companen. Per hoofdstuk staan wij stil bij de opgave, zowel cijfermatig als inhoudelijk. In hoofdstuk 5 geven wij een korte samenvatting en in hoofdstuk 6 geven wij een doorkijk naar het vervolg. Wij sluiten hoofdstuk 6 af met een risicoparagraaf.

7

Hoofdstuk 1 Focus van deze woonzorgvisie 1.1 Wat zijn woonzorgopgaves en waar komen ze vandaan Soms ontstaat er een woonvraag als gevolg van een bepaalde zorgvraag. Bijvoorbeeld doordat mensen lichamelijke of psychische beperkingen hebben of krijgen. Of omdat ze intensieve verzorging, toezicht of verpleging nodig hebben. Die kwetsbaarheid zorgt voor een woonzorgvraag en als die vraag het aanbod overstijgt, dan is er sprake van een woonzorgopgave. In deze visie gaat het dus om de woonzorgopgaves op het gebied van wonen of vastgoed, als gevolg van deze verschillende zorgvragen. Uiteraard kun je deze opgaves niet los zien van de (ambulante) diensten op het gebied van zorg en welzijn. De integraliteit met deze diensten werken wij nog verder uit op basis van de woonzorgopgaves. De opgaves zijn een gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen, gecombineerd met het rijksbeleid en verschuivingen in het zorgstelsel: ➢

➢ ➢

➢

➢

➢

Vergrijzingsgolf: Nederland vergrijst in de komende decennia en dit is in aantal de grootste opgave. Het aantal ouderen neemt toe en ze leven ook steeds langer. Dit noemen wij ook wel de dubbele vergrijzing. Individualisering: Er is een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. Dit legt een extra druk op de schaarse woningmarkt. 2 Complexiteit van de samenleving: De samenleving vraagt in toenemende mate een bepaalde vorm van zelfregie. Er zijn veel mensen die dit niet kunnen opbrengen.3 Dit zorgt ervoor dat de groep die niet helemaal mee kan komen, relatief groter wordt. Dit kan weer gevolgen hebben voor de zorgvraag. Crisis woningmarkt: De vraag naar woningen is groot en het aanbod blijft achter. Huizenprijzen zijn voor grote groepen woningzoekenden onbetaalbaar geworden. Mede daardoor stagneert de doorstroming, ook vanuit het segment sociale huur. Ook het beleid om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen, zorgt voor een onbedoelde ‘verstopping’ op de woningmarkt. Rijksbeleid: Beleid dat al sinds 2003 stuurt op het scheiden van wonen en zorg. Sinds 2015 is het hele zorglandschap ingrijpend gewijzigd. De Wet langdurige zorg (Wlz) is alleen nog toegankelijk voor mensen die 24-uurs zorg en toezicht nodig hebben en bij wie er nauwelijks tot geen perspectief op verbetering is. Alle andere kwetsbare doelgroepen moeten zelfstandig (blijven of gaan) wonen.

En de gemeentes merken dit, want zij zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de ambulante zorg en ondersteuning voor kwetsbare volwassenen. Zij merken dat er een grote kloof is tussen de 24-uurs zorg en het zelfstandig wonen met ambulante zorg. Die kloof is zichtbaar bij ouderen, maar ook bij andere kwetsbare groepen. Decentralisatie beschermd wonen: De planning is nu dat vanaf 2023 ook de financiën in een tijdspad van tien jaar worden overgeheveld van de centrumgemeentes naar de individuele gemeentes.

1.2 Doelgroepen Wij concentreren ons op de woonzorgopgaves voor de volgende doelgroepen: 1. Senioren met een toenemende kwetsbaarheid. 2. Mensen met een verstandelijke beperking. 3. Mensen met een psychische kwetsbaarheid of aandoening. a. Doelgroep en voorziening Beschermd Wonen (zowel Wmo als Wlz). 2 In 1970 was de gemiddelde woningbezetting nog 3,5 personen per woning. In 2000 was dat nog maar 2,5 en nu gaan we

richting 2 per woning. In de randstad is de bezetting nog lager. 3 WRR 2017: “Weten is nog geen doen, een realistische kijk op zelfredzaamheid. “

8

b. ‘Uitstromers’ vanuit instellingszorg: Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang, Jeugdzorg met verblijf. De scheidingslijnen tussen deze doelgroepen is niet rigide. Mensen met een verstandelijke beperking of psychische problemen worden uiteindelijk ook ouder en dus onderdeel van de toch al zo diverse doelgroep senioren. Mensen die in een instelling hebben verbleven zijn onderling heel verschillend qua zorgvraag. En tot slot hebben ook mensen met een lichamelijke beperking een woonzorgvraag als het gaat om geschikt wonen. Dit is dus een grove indeling en categorisering, waarbij we in de uitwerking moeten letten op deze dwarsverbanden. Voor de doelgroep kwetsbare kinderen tot 18 jaar heeft de regio Haaglanden een analyse voor het ontbrekend zorgaanbod opgesteld4. Voor kwetsbare kinderen die niet in een thuissituatie op kunnen groeien, wil de regio meer kleinschalige woonvormen realiseren in plaats van de huidige grote jeugdzorginstellingen. Iedere gemeente in de regio Haaglanden heeft hierin een opgave om te zoeken naar mogelijkheden en kansen. De gewenste woonvorm is meestal een groot huis, met bij voorkeur zes slaapkamers en een grote gemeenschappelijke kamer.

1.3 De basis: analyse en samenwerking Een absolute randvoorwaarde voor een woonzorgvisie is om inzicht te hebben in de aard en omvang van de opgaves. Hier hebben de maatschappelijke partners al om gevraagd in de eerste bestuurlijke bijeenkomst van juni 2020. Meten is weten. Daarom hebben wij het bureau Companen gevraagd om deze opgaves voor ons te analyseren. Deze analyse vormt de basis van deze woonzorgvisie. De maatschappelijke partners (zorgkantoor CZ, verschillende zorgaanbieders, Rijswijk Wonen, Vidomes en Stichting Welzijn Rijswijk) hebben actief geparticipeerd in de totstandkoming van deze analyse (zie bijlage 2 voor het verslag van de eerste drie werkateliers). Door niet alleen hun medewerking te verlenen aan de (kwantitatieve) uitvraag, maar juist ook door in werkateliers mee te praten over (kwalitatieve) trends en ontwikkelingen. Companen heeft de voorlopige bevindingen met hen besproken en die feedback is in de eindrapportage verwerkt. Ook hebben wij de Adviesraad Sociaal Domein en de werkgroep Sociaal Domein van de raad erbij betrokken.

De tijdlijn van het totale participatieproces ziet er als volgt uit: -

Juni 2020: Jan/feb 2021: Mei/juni 2021: Mei 2020: Juni/juli 2021: Juli 2021: Augustus 2021: Augustus 2021: Augustus 2021: Augustus 2021: September 2021

Bestuurlijke startbijeenkomst met de maatschappelijke partners Drie werksessies rondom opgaves en ontwikkelingen per doelgroep Drie werksessies per doelgroep over de conceptanalyse Companen Beeldvormende sessie met de gemeenteraad Verwerking van de reacties tijdens die sessies in het eindrapport Versturen definitief rapport aan de partners Toetsen concept Woonzorgvisie bij de partners Verwerken reacties in de Woonzorgvisie Werkgroep van de Adviesraad Sociaal Domein Raadswerkgroep Sociaal Domein Adviesraad Sociaal Domein

1.4 Onze visie en ambitie Onze missie en visie is eigenlijk eenvoudig, maar biedt wel een duidelijke basis: Wij bieden kwetsbare Rijswijkers de mogelijkheid om in Rijswijk te (blijven) wonen.

4 Analyse ontbrekend zorgaanbod Haaglanden, 2021

9

Hieruit volgt de ambitie: Wij zorgen voor voldoende woonzorgaanbod, ook op de langere termijn, voor onze kwetsbare inwoners. Dit betekent dat wij streven naar een aanbod dat anticipeert op de (verwachte) woonzorgvraag van de (toekomstige) inwoners van Rijswijk. Deze ambitie betekent ook dat: ➢ ➢ ➢

wij streven naar een aanbod dat voldoende is voor de inwoners van Rijswijk, maar geen extra aanbod of plekken biedt voor een regionale of landelijke woonzorgvraag. wij in overleg met regiogemeenten wel afspraken kunnen maken om in samenwerking en mogelijke uitruil van opgaves, tot een regionaal aanbod en efficiënte spreiding te komen. wij een aanbod creëren dat ook inhoudelijk aansluit op de Rijswijkse wensen en behoeftes.

1.5 Uitgangspunten voor de uitvoering van deze visie Inclusief en leefbaar • • •

Rijswijk wil een inclusieve samenleving zijn. Dit betekent dat we de kwetsbare inwoners zoveel mogelijk regulier in de (eigen) wijk willen laten wonen. Het streven is nog steeds ‘zelfstandig wonen, tenzij….’ Er moet ook aandacht zijn voor de leefbaarheid. De gemeente streeft naar een goede balans tussen kwetsbare inwoners en overige bewoners in de wijken.

Flexibel en toekomstbestendig • Bij de uitvoering willen wij flexibel en toekomstbestendig zijn. Vastgoed heeft een lange levensduur, maar maatschappelijke ontwikkelingen hebben dat niet. Zo kunnen onverwachtse ontwikkelingen zoals pandemieën of een nieuw rijksbeleid weer een andere invloed hebben op de vraag. • Het uitgangspunt bij nieuw te bouwen woningen/plekken is dan ook dat eventuele nieuwe woonvormen voor meerdere doelgroepen te (her)gebruiken zijn. Dat kunnen we bereiken door flexibel, aanpasbaar en losmaakbaar te bouwen. • Wij houden de trends en ontwikkelingen in de gaten, en stellen zo nodig en wenselijk de koers bij. Integraal • De uitwerking en de uitvoering gebeurd integraal. Wonen, zorg, welzijn, omgeving en mobiliteit worden allemaal meegenomen. • De uitgangspunten van de Woonvisie 2015-2025 en de Actualisatie van de Woonvisie 2021 dienen ook als kader voor de uitvoering van deze visie. Participatie en dialoog • Bij de uitwerking betrekken de doelgroepen, om de behoeftes goed in beeld te krijgen. Als wij een concrete locatie in beeld hebben organiseren wij participatie en dialoog met eventuele omwonenden.

10

Hoofdstuk 2 Huisvestingsopgave senioren 2.1. Trends en ontwikkelingen De groep 65+ers in de gemeente Rijswijk groeit de komende jaren sterk. In 2021 zijn er ruim 12.400 65plussers, in 2040 loopt dit op tot bijna 17.500. Hierdoor neemt het aantal inwoners met dementie en fysieke kwetsbaarheid toe. 8000 6000 4000

7084

6395

7426

6499

5541

2000

3793 1970

2239

3477

0 65 - 74 jaar

75 - 84 jaar 2020

2030

85+ jaar

2040

Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk.

Geclusterd wonen Als gevolg van deze vergrijzing neemt het aantal inwoners met dementieklachten fors toe. Deze inwoners hebben uiteindelijk een vorm van 24-uurs zorg nodig, meestal verpleeghuiszorg. Deze verpleeghuiszorg kan worden uitgesteld als er een passende woonsituatie is. Hierbij moet de zorg nabij zijn of aan huis geleverd kunnen worden. Een dergelijke passende woonsituatie duiden we voorlopig als ‘geclusterd wonen’. In essentie vult dit geclusterd wonen de kloof op die tussen het zelfstandig wonen en verpleeghuiszorg is ontstaan. Het begrip geclusterd wonen strekt meestal verder dan simpelweg wooncomplexen die in grote getalen door ouderen worden bewoond. Kenmerkende elementen van geclusterd wonen voor ouderen zijn het gevoel van beschutting, ontmoeting, comfort, veiligheid en saamhorigheid, waar op uiteenlopende wijze (concreet) invulling aan wordt gegeven. Landelijk staat deze vorm ook wel bekend onder de verzamelterm ‘wonen met een plus’. Het gaat om zelfstandig wonen, met zowel een lichte als een zware zorgvraag. Algemene kenmerken van geclusterd wonen zijn:

•

Toegankelijke woningen (minstens rollatorgeschikt).

•

Ontmoetingsruimte (binnen 100 meter met gegarandeerde inzetbaarheid).

•

Samenleefconcept (woonvorm met uitstraling en identiteit).

•

Inzet van een welzijnsmedewerker of soortgelijke ondersteuning (sociaal beheerder/ huismeester/flatcoach) vanuit betrokken organisaties.

•

Nabijheid tot voorzieningen: supermarkten en OV binnen 500 meter.

•

Scootmobielberging (bij voorkeur 1 berging per 5 bewoners).

•

Thuiszorg en Wlz-zorg mogelijk en aansluiting op alarmeringssysteem.

•

Minimaal 50% bewoond door 65+ of complex beschikt over label 55+.

11

Tabel: Ontwikkeling van de woonzorgvraag van Rijswijkse 65+-ers. Naar woonvormen.

2021 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurs zorg Totaal

6.220 1.670 520 8.410

2025 Basis-Trend 6.830 - 6710 1.790 – 1.920 560 - 540 9.170

2030 Basis-Trend 7.570 - 7310 2.000 – 2.290 620 – 580 10.180

2040 Basis-Trend 9.270 - 8.640 2.410 – 3.120 870 - 760 12.520

Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk, bewerking naar basis en trendanalyse woonzorgvraag

Wij zien in de bovenstaande tabel een groeiende behoefte aan geclusterd wonen, vooral als we uitgaan van de trendvariant. Bij de trendvariant wordt rekening gehouden met de volgende trends: 1. Meer ouderen met een zwaardere zorgvraag gaan of blijven wonen in geclusterde woonvormen. Zij zien het verpleeghuis als een laatste en liefst zo kort mogelijke optie. 2. Aantrekkelijk nieuw geclusterd aanbod doet de vraag stijgen. Een groeiende groep ouderen bereid zich voor op een eventuele zorgvraag of mogelijke vereenzaming. De ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde, ‘vernieuwende woonvormen’ (zoals hofjeswonen) wakkert deze vraag aan. Hiermee kunnen ook de zogeheten ‘empty nesters’ besluiten om (alvast) te verhuizen. Dit heeft als bijkomend voordeel dat er meer doorstroming plaatsvindt. 3. De inzet van technologie maakt ‘thuis’ wonen vaker en langer mogelijk voor zorgvragers. Een groot deel van de nieuwe generatie ouderen is bezig om ‘de eigen zaakjes te regelen’, waardoor ze langer in de huidige woning kunnen blijven wonen. 4. De informele ondersteuning en de mantelzorg zijn ook aan het vergrijzen. Binnen het geclusterd wonen kan deze (lichte) ondersteuning op een andere manier worden ingevuld. 5. Ook onder de Wlz wordt zelfstandig wonen gestimuleerd. Een indicatie van de Wlz betekent niet altijd dat de persoon ook in een instelling voor 24-uurs zorg gaat wonen.

De indicatie kan ook worden verzilverd in de vorm van een Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT) In dat geval is er nog steeds sprake van ambulante zorg, omdat de bewoner een zelfstandig huurcontract heeft. Voor zorgaanbieder kan het een uitdaging zijn om deze vorm van zorg op een groot gebied te leveren. Ook om die reden is een geclusterde woonvorm een aantrekkelijke optie. Deze trends werden herkend en onderkend in de werkateliers door de maatschappelijke partners. Bij de trendvariant groeit de vraag naar geclusterd wonen harder dan in de basisvariant, terwijl de vraag naar regulier wonen en wonen met 24-uurs zorg minder hard groeit. Dit zijn communicerende vaten.

2.3 Levensloopbestendig aanbod Companen heeft onderzocht of Rijswijk voldoende levensloopbestendige woningen heeft voor de groeiende doelgroep ouderen. Hierbij is het totale huidige woningaanbod, zowel huur als koop doorgelicht, op het criterium aantal rollator- en rolstoelgeschiktheid. Als een woning geschikt te maken is, dan is deze meegeteld in het aanbod. Sommige van de aanpassingen om een woning geschikt te maken, kunnen voor rekening van de gemeente zijn. Gemeentebreed heeft Rijswijk voldoende levensloopbestendige woningen, maar in sommige wijken hebben we wel een tekort. In de wijken Cromvliet/Leeuwendaal (2%), OudRijswijk/Bomenbuurt/Rembrandtkwartier (8%), Hoornwijck/Broekpolder (13%) en Vrijenban (14%) is het aandeel relatief laag. Wel dreigt er een tekort te ontstaan in het aandeel beschikbare rolstoelgeschikte woningen richting 2030 en later. En senioren zijn niet de enige doelgroep die een rolstoelgeschikte woning nodig kunnen hebben.

12

2.4 Signalen uit de werkateliers Toch zijn er knelpunten. Zo is het nog steeds mogelijk dat op individueel niveau een oudere in een woning woont, die niet levensloopbesteding is. Terwijl een jongere inwoner wel in een levensloopbestendige woning woont. De partners ervaren deze knelpunten in de contacten met de doelgroep. Bij huurwoningen gebeurt het helaas regelmatig dat eventuele woningaanpassingen worden weggehaald, omdat een woning wordt toegewezen aan iemand die deze (nog) niet nodig heeft. Beleidsmatig kan er dus winst behaald worden bij een gerichtere manier van woning toewijzen voor de huursector. Eventuele nieuwbouw zou eigenlijk altijd levensloopbestendig of aanpasbaar moeten zijn.

2.5 De kwantitatieve opgave Kijkend naar het huidige aanbod, constateert Companen de volgende tekorten aan wooneenheden bij de 24-uurs zorg en het geclusterd wonen; Tabel: Vraag en aanbodanalyse wooneenheden geclusterd wonen en 24-uurs zorg.

Geclusterd wonen 24-uurs zorg Totaal vraag-aanbod

VraagAanbod 2021 -440 -120 -560

VraagAanbod 2025 -570 tot -700 -150 tot -140 -720 tot -840

VraagAanbod 2030 -770 tot -1.070 -220 tot -180 -950 tot -1.290

Vraag-Aanbod 2040 -1.180 tot -1.900 -450 tot -360 -1.540 tot -2.350

Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er al op korte termijn een aantal knelpunten ontstaan: •

•

De capaciteit aan 24-uurs zorg is momenteel al niet in balans met de vraag (huidig tekort in 2021 van 120). Geleidelijk ontstaat er een nog groter tekort aan plekken, waarbij we een versnelling zien ontstaan na 2030 door een oplopend aantal 85-plussers. Het tekort is in 2040 gestegen van minimaal 360 tot maximaal 450 plekken. In de huidige situatie is ook het aanbod aan geclusterde woningen krap: er is nu al een tekort van 440 woningen. Dit tekort geldt voor alle marktsegmenten tezamen, maar we zien verschillen per marktsegment.

Kijkend naar de behoefte per marktsegment, dan levert dit het volgende cumulatieve tekort op voor de geclusterde woonvormen: Tabel: Vraag en aanbodanalyse geclusterde woonvormen per marktsegment:

Sociale huur Particuliere huur Koopsector Totaal vraagaanbod

VraagAanbod 2021 160 -290 -310 -440

Vraag-Aanbod 2025 Basis Trend 100 30 -310 -350 -340 -370 -550 -710

Vraag-Aanbod 2030 Basis Trend 0 -160 -350 -420 -400 -470 -770 -1.070

Vraag-Aanbod 2040 Basis Trend -190 -570 -420 -590 -510 -690 -1.180 -1.900

Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk.

• •

In de bovenstaande tabel wordt duidelijk dat de vraag naar en het aanbod van geclusterd wonen voor ouderen vooral uit balans is in de segmenten particuliere huur en koop. In het segment sociale huur lijkt op dit moment meer aanbod dan vraag voor geclusterd wonen voor ouderen. Een gedeelte van dit aanbod heeft nog wel wat aanpassingen nodig, maar zijn wel geschikt

13

te maken voor de doelgroep. Vanaf 2030 ontstaat er weer een tekort geclusterd wonen in de sociale huursector waardoor nieuwbouw wenselijk is. Om tot een streefgetal voor de opgave te komen, kiezen wij voor een gemiddelde tussen de basis- en trendvariant. Dit is vooralsnog een pragmatische keuze, die wij mogelijk nog gaan bijstellen. Zelfs met dit gemiddelde ligt er een forse opgave voor de realisatie van geclusterd wonen, ofwel wonen met een plus dat aansluit op de lokale wensen.

2.6 De kwalitatieve opgave Een gevarieerd aanbod Ouderen zijn geen homogene groep, ze zijn verschillend in leefstijlen, vitaliteit, woonvoorkeuren en inkomens. Het enige gemeenschappelijke kenmerk is het stijgen van de leeftijd, en dus de kans op meer ‘ouderdomsgebreken’. Die diversiteit vertaalt zich ook in een diverse woonzorgvraag. Dé seniorenwoning bestaat niet (meer). In het algemeen blijven ouderen (als gevolg van gezonde leefstijl en goede zorg) wel steeds langer vitaal. Het label 55+ is dus eigenlijk behoorlijk achterhaald. Toch is dit een interessante doelgroep, want wij weten dat een deel van deze doelgroep (waaronder ‘emptynesters’), bij een aantrekkelijk wel zou willen verhuizen naar een meer geschikte of kleinere woning. Bijvoorbeeld naar een van de appartementen die in Rijswijk Buiten worden gerealiseerd, in samenwerking met zorgaanbieder Cardia. We moeten streven naar een gevarieerd aanbod, dat aansluit bij de woonvoorkeuren van de (toekomstige) Rijswijkse ouderen. Zo kunnen wij de doorstroom bevorderen. Als wij deze aansluiting niet maken, hebben wij kans dat eventuele nieuwe woonvormen aansluiten bij de regionale of landelijk woonwensen. Hierbij kunnen wij voortborduren op een eerder onderzoek, “Stijlvol ouder worden” uit 2016 waar is onderzocht welke woonvorm het meest gewild is. Tabel: genoemde favoriete woonvormen door senioren.

Aanleunwoningen

58%

Woonzorgcomplex

46%

Serviceflat

44%

Hofjeswoning Woongroep

34% 20%

Toekomstige nieuwbouw of transformatie moet dus aansluiten bij de woonwensen van de Rijswijkse ouderen. Deze moeten we nog beter in kaart gaan brengen. Ook moeten we een actievere rol gaan spelen in de matchmaking tussen deze nieuwbouw en de doorstroom van de toekomstige senioren. We moeten hierbij ook nader bepalen welke vorm van geclusterd wonen de zogenaamde ‘pull factor’ kan zijn voor deze ouderen. Dit kan het kwalitatieve kader zijn dat we al op bladzijde 8 hebben beschreven maar dat kan juist ook andere kwaliteiten hebben. Kwaliteitsslag geclusterd wonen in sociale huursegment Tijdens de inventarisatie van het huidige aanbod voor geclusterd wonen in het segment sociale huur, bleek dat er voor sommige wooncomplexen nog een kwaliteitsslag nodig is. Deze moeten we ook goed

14

aan laten sluiten op de wensen van de Rijswijkse ouderen. De invulling van het samenleefconcept en daarmee een vliegwiel van het geclusterd wonen kan een impuls krijgen door de inzet van een flatcoach. Een integrale en wijkgerichte aanpak Iedere wijk heeft een andere potentie en dynamiek. Daarom is het goed om stel te staan bij de sterke en zwakke kanten per gebied of wijk, Hierbij willen we ook de bewoners en de doelgroepen zelf betrekken, bijvoorbeeld via bewonerspanels.

2.7 De ambitie Tot 2040 kiezen wij vooralsnog voor een ambitie die het midden houdt tussen de basis en de trendvariant. Vooralsnog is dit een pragmatische keuze die wij misschien tussentijds nog bijstellen. Tabel: Huisvestingsopgave voor senioren gemiddelde tussen de trend en basisvariant.

Geclusterd wonen 24-uurs zorg

2021-2025 440 120

2025-2030 635 145

2030-2040 920 200

2040 en verder 1.540 405

Bron: Companen Woonzorganalyse bewerking gemeente Rijswijk.

Tot 2030 willen we 635 geclusterde wooneenheden realiseren in het middenhuur en koopsegment. Deze woonzorgvoorzieningen sluiten aan bij de inhoudelijke vraag van de Rijswijkse toekomstige ouderen. Wij bevorderen ook actief de doorstroming. Tot 2030 faciliteren en stimuleren wij de vestiging van 145 extra wooneenheden met kwalitatief hoogwaardige 24-uurs zorg.

Tot 2030 zijn ongeveer 300 wooneenheden in het sociale huursegment aangepast aan de kwaliteitsnorm ‘geclusterd wonen’. Dit moet aantrekkelijk aanbod zijn dat de doorstroom op gang brengt.

15

Hoofdstuk 3 Huisvestingsopgave mensen met een verstandelijke beperking De doelgroep mensen met een verstandelijke beperking is heel divers van samenstelling en zorgvraag. Sommigen hebben vooral behoefte aan verpleging of verzorging, anderen hebben hulp of begeleiding nodig bij gedragsproblematiek. En weer anderen kunnen zelfstandig wonen, met een Wmo indicatie voor begeleidingingn/of dagbesteding.

3.1 Trends en ontwikkelingen Zoveel mogelijk zelfstandig Vanaf 2015, na de hervorming van het zorgstelsel, hebben zorgaanbieders maximale inzet gepleegd om de wat meer zelfredzame cliënten zelfstandig te laten wonen. Nieuwe cliënten met een lichtere zorgvraag konden vanaf 2015 geen indicatie meer krijgen voor de Wlz. Daarmee kunnen ze ook geen woonplek meer krijgen in een instelling. De mensen met een wat lichtere zorgvraag, of zorgzwaarte, blijven zelfstandig wonen met ondersteuning uit de Wmo. De groep cliënten die nu in een instelling verblijft met 24- uurs zorg heeft dus een relatief zware zorgvraag, die structureel van aard is. Vergrijzing Ook mensen met een verstandelijke worden steeds ouder. Bij deze doelgroep treden de ouderdomsgebreken op relatief jonge leeftijd op en is de kans op dementie groter. Zo kan er een combinatie van een verstandelijke beperking met dementieklachten ontstaan en dus een gecombineerde zorgvraag van de specialisaties ouderenzorg en gehandicaptenzorg.

3.2 Signalen uit de werkateliers Er is gebrek aan passende huisvesting in Rijswijk voor deze doelgroep. Dit wordt ook onderstreept door de resultaten van het onderzoek (zie paragraaf 3.3) . Het heeft vermoedelijk ook geleid tot een stijgend aandeel van zorg aan huis. Het aandeel Wlz-zorg dat met een volledig pakket thuis (VPT) wordt geleverd, stijgt al een paar jaar. De corporaties en zorgaanbieders maken zich hier zorgen over. Zij geven aan dat er veel zorg aan huis geleverd wordt. Ook aan zware zorgvragers die meer gebaat zijn bij het wonen in een geclusterde woonvorm. Voor de mensen met een verstandelijke beperking, zijn er relatief vaak particuliere en ouderinitiatieven. In Rijswijk zijn er twee particuliere initiatieven ontplooid, namelijk “Our House” en “De Blauwe Parel”. Beiden worden gerealiseerd in Rijswijk Buiten, in samenwerking met Rijswijk Wonen. Gezien de toenemende zorgzwaarte zijn de meer kleinschalige woonvoorzieningen niet meer geschikt voor de doelgroep. Deze kleinere woonvoorzieningen zijn gebouwd voor 2015. Toen konden er ook nog cliënten met een lichtere zorgvraag verblijven en het paste meer in het streven om deze doelgroep zo gewoon mogelijk in de wijk te laten wonen. Voor de huidige cliëntgroepen die zorg met verblijf nodig hebben, is een wat grotere woonzorgvoorziening geschikter.

Ook kwam het belang naar voren en de potentie benadrukt van ‘slimme gebouwen’. Hier wordt in het bouwplan rekening gehouden met zichtlijnen enerzijds en knusse hoekjes anderzijds. Hiermee kan het personeel meer overzicht houden, terwijl er ook een gevoel van geborgenheid wordt gecreëerd. Mensen met een licht verstandelijke beperking zijn heel divers van zorgvraag. Er kunnen gedragsproblemen zijn of beperkingen in het functioneren. Sommigen hebben een indicatie voor de Wlz, maar sommigen wonen zelfstandig met ambulante begeleiding. Deze groep is soms te zwaar voor de ambulante en planbare begeleiding.

16

3.3 De kwantitatieve opgave Voor deze woonzorgopgave heeft Companen vooral gekeken naar het aantal mensen met een indicatie voor de Wlz. Onder de Wmo wordt namelijk bij het afgeven van een indicatie niet benoemd wat de aard van de beperking is. Daarom hebben wij beperkt zicht op de doelgroep met een Wmo-indicatie. Een opvallende conclusie is dat er relatief weinig mensen in Rijswijk wonen met een Wlz-indicatie voor een verstandelijke beperking. Vergeleken met de rest van Nederland, is dat bijna de helft. • • •

In Rijswijk wonen 3,3 VG5-cliënten met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners. In Haaglanden wonen 4,2 VG-cliënten met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners. In Nederland wonen 6,5 VG-cliënten met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners.

Toch worden er in Rijswijk net zoveel mensen met een verstandelijke beperking geboren als elders in het land. Die cijfers zijn landelijk hetzelfde. De enige logische verklaring voor het feit dat er in Rijswijk veel minder mensen met een verstandelijke beperking verblijven, is een schaarste aan passende huisvesting. De logische verklaring die daar weer op volgt, is dat Rijswijkers met een verstandelijke beperking en een wat zwaardere zorgzwaarte, veelal in de regio of elders in het land zijn gehuisvest. Bij de vraag-aanbod analyse onderscheid Companen twee woonvormen, namelijk het geclusterd/groepswonen en het gespikkeld wonen. • •

•

Groepswonen: Woonvorm waarbij bewoners een kamer hebben en voorzieningen als een keuken en woonkamer delen met andere bewoners. Begeleiding is 24-uur per dag aanwezig. Geclusterd wonen: Woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. Begeleiding kan 24-uur aanwezig of 24-uur oproepbaar zijn. Gespikkeld wonen: Wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een voorziening waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden.

Companen hanteert twee prognoses, een basisprognose en een prognose lokaal wonen. Het verschil tussen de twee, is de keuze voor het ambitieniveau. Het scenario basisprognose gaat uit van het huidige – schaarse – aanbod, gecorrigeerd met demografische ontwikkelingen (zoals bevolkingsgroei of een stijgende levensverwachting). Daarbij zien we dat er een gering tekort ontstaat. Tabel: Vraag-aanbod analyse wooneenheden voor mensen met een verstandelijke beperking, basisprognose.

Basisprognose

Geclusterd/groepswonen Gespikkeld wonen Totaal

Vraagaanbod 2021 -80 0 -80

Vraagaanbod 2025 -70 0 -70

Vraagaanbod 2030 -100 0 -100

Vraagaanbod 2035 -110 -20 -130

Vraagaanbod 2040 -130 -20 -170

Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk.

Het scenario ‘lokaal wonen’ gaat uit van de ambitie om kwetsbare Rijswijkse inwoners zoveel mogelijk te huisvesten in de eigen gemeente. In dat geval is het aanbod afgezet tegen het landelijke gemiddelde. Dat scenario komt overeen met de missie en ambitie van de Rijswijkse woonzorgvisie. Inwoners met een verstandelijke beperking kunnen in dit scenario in Rijswijk (blijven) wonen, dicht bij hun ouders of ander netwerk.

5 De Wlz hanteert de afkorting VG voor de grondslag verstandelijk gehandicapten

17

De scenario’s lopen fors uiteen. Tabel: Vraag-aanbod analyse wooneenheden voor mensen met een verstandelijke beperking, prognose lokaal wonen.

Lokaal Wonen

VraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod 2021 2025 2030 Geclusterd/groepswonen -80 - 120 -210 Gespikkeld wonen 0 -10 -20 Totaal -80 -130 -230 Bron: Companen Woonzorganalyse gemeente Rijswijk.

Vraagaanbod 2035 -300 -30 -330

Vraagaanbod 2040 -400 -40 -440

Het verschil tussen beide scenario’s is heel groot. Het scenario lokaal wonen gaat er vanuit dat er in Rijswijk net zoveel aanbod komt als in de rest van het land. Bij een tussenvariant, als Rijswijk het aanbod wil uitbreiden tot het gemiddelde van de regio Haaglanden, ontstaat er en tekort van 210 geclusterde woningen in 2040. Uit de bovenstaande tabel kunnen we twee conclusies trekken: •

•

Het huidige aanbod voorziet niet in de (verwachte) vraag naar geclusterd aanbod. Nu al is er een tekort van 80 plekken. Dit tekort loopt de komende 20 jaar op naar minimaal 130 en maximaal 400. De vraag naar gespikkeld wonen gaat in beide gevallen gestaag stijgen.

3.4 De kwalitatieve opgave De kwantitatieve uitbreidingsopgave is wel duidelijk, maar er is niet 1 standaard woonvorm die aan de verschillende zorgbehoefte tegemoet komt. De uitbreidingsopgave moet daarom uit een gevarieerd aanbod bestaan. Variatie in woningtype, geschiktheid, zelfstandigheid, locatie en ontmoetingsplekken, passend bij de behoefte van verschillende groepen mensen met een verstandelijke beperking. Dit vraagt om een gezamenlijk beeld van de verschillende groepen, en hun verschillende behoeften in wonen, zorg en welzijn. Hiermee moeten we de match tussen de vraag en het aanbod scherper krijgen. Mensen met een licht verstandelijke beperking die zelfstandig kunnen wonen, moeten we wellicht in een andere woonzorgvoorziening tegemoet komen. Wellicht is hun woonzorgvraag vergelijkbaar met andere doelgroepen. Een inloopvoorziening is hier wel een randvoorwaarde. Daarnaast moeten we gaan kijken hoe we de inclusieve gedachte, ook als er meer behoefte is aan meer grootschaliger voorzieningen vorm geven. De doelgroep en diens ouders moeten we betrekken bij de kwalitatieve opgave. Hierbij kunnen we wel enkele aandachtspunten in de gaten houden: ➢

➢ ➢ ➢ ➢

Een toenemende zware zorgvraag met medische aspecten vraagt om een bepaalde schaalgrootte in woonzorgvoorzieningen. Hiervoor moeten wij met elkaar gaan definiëren wat wij verstaan onder de categorieën klein-, midden-, en grootschalig. Aandacht voor de gecombineerde zorgvraag gehandicaptenzorg en verpleeghuiszorg. Is dit uitsluitend een zorgvraag of heeft dit nog gevolgen voor vastgoed? ‘Slimme’ gebouwen kunnen bijdragen aan de mogelijkheden voor intensieve zorg. Voor de doelgroep die zelfstandig kan wonen is een activerende en nuttige dagbesteding heel belangrijk. Voor de doelgroep met een licht verstandelijke beperking die zelfstandig kan wonen moeten we een passend zorgconcept uitdenken.

18

3.5 De ambitie Voor Rijswijkse inwoners met een verstandelijke beperking is er (te) weinig woonzorgaanbod, vooral in het geclusterd en groepswonen. Het is duidelijk dat er (snel) extra aanbod geclusterd of groepswonen gerealiseerd moet worden. Het scenario ‘lokaal wonen’ komt overeen met de ambitie van de Rijswijkse Woonzorgvisie. Hiermee bieden wij een optimale kans mensen met een verstandelijke beperking dichtbij hun ouders en hun andere netwerk te huisvesten. Maar het is wel heel ambitieus om een aanbod te realiseren dat gelijk is aan het landelijke gemiddelde. We zijn immers een gemeente in de Randstad, waar minder ruimte is dan elders in het land. Buiten de randstad zijn in de vorige decennia relatief veel en ook grootschaligere woonzorgvoorzieningen gebouwd voor mensen met een verstandelijke beperking. Qua aantallen is deze opgave dan ook lastig in te passen. We stellen daarom voor om de ambitie onder het landelijk gemiddelde te stellen, maar wel iets boven het regionale gemiddelde. Als stip op de horizon willen wij tot 2040 het aanbod geclusterde woonvormen uitbreiden met 300 extra plekken en het aanbod gespikkeld wonen met 30. Ambitie tot 2030: Tot 2030 willen wij 210 extra geclusterde of groeps- wooneenheden aan het aanbod toevoegen, zodat dat deze kwetsbare doelgroep in Rijswijk kan blijven wonen. Deze wooneenheden sluiten aan op de lokale vraag.

We willen voor mensen met een verstandelijke beperking die zelfstandig kunnen wonen tot 2030 15 extra wooneenheden gespikkeld wonen realiseren.

19

Hoofdstuk 4 Huisvestingsopgave Kwetsbare volwassenen ‘Kwetsbare volwassenen’ is ook een verzamelterm. Feit is wel dat een deel van de bevolking door allerlei oorzaken minder zelfredzaam is. Hierdoor kunnen ze niet zelfstandig wonen. Dat kan een tijdelijke of structurele situatie zijn. In dit hoofdstuk gaan wij in op de groepen wiens kwetsbaarheid tot een woonzorgvraag leidt. We brengen eerst in beeld wat de opgave is voor de toekomstige voorziening beschermd wonen. Deze wordt verder gedecentraliseerd naar de individuele gemeenten. Ook onderscheiden we een groep die uitstroomt uit instellingen, hetgeen een opgave betekent die jaarlijks moet worden ingevuld.

4.1 Trends en ontwikkelingen Ook voor deze groep is, vooral sinds 2015, fors ingezet op zoveel mogelijk zelfstandig wonen. Deze ‘afbouw van GGZ-bedden’ resulteerde in een sterke scheidingslijn tussen mensen die zelfstandig moeten kunnen wonen en diegene die echt afhankelijk waren van 24-uurs zorg. Deze laatste groep kreeg een Wlz-indicatie en de andere groep, met verbetermogelijkheden of lichtere problematiek, ging zelfstandig wonen. In sommige gevallen met een GGZ-behandeling vanuit de Zorgverzekeraar of met ambulante Wmo-begeleiding. Wel onderkende het Rijk toen al dat er een groep inwoners is, die tijdelijk niet zelfstandig kon wonen. Voor deze mensen kwam de voorziening ‘Beschermd Wonen’, een Wmo-voorziening, die werd gedecentraliseerd naar centrumgemeenten. Al heel snel werd ingezet op de doorstroomfunctie van deze tijdelijke woonvorm. De commissie Dannenberg kwam met het toekomstperspectief ‘van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’, waarin het belang werd onderstreept van het zelfstandig wonen. In de praktijk viel de uitstroom tegen. Voor sommige bewoners bleek het geen haalbaar perspectief om uit te stromen. Begin 2021 is voor deze groep een Wlz-indicatie afgegeven. De maatschappelijke opvang, voor dak- en thuislozen, werd ook taak van de centrumgemeenten.

In de afgelopen jaren is sterk gestuurd op duurzame herhuisvesting met initiatieven als Housing First met intensieve trajectbegeleiding.

4.2 Beschermd Wonen in Rijswijk Rijswijk is voor de voorziening Beschermd wonen een onderdeel van de H5 regio, waarvan Den Haag de centrumgemeente is. Verreweg de meeste beschermd wonen-voorzieningen bevinden zich in Den Haag. In Rijswijk staan twee locaties beschermd wonen van Fonteynenburg, waar zowel mensen met een Wlz- als met een Wmo-indicatie verblijven. Beschermd Wonen wordt geboden als het Wmo-maatwerkarrangement ‘Wonen Intensief’, met 24uursbegeleiding in groepslocaties en intensieve ondersteuning. Daarnaast is er een iets lichtere vorm: ‘Wonen Plus’. Ook hier wordt groepsgewijs gewoond, maar de begeleiding is niet 24-uur aanwezig. Beschermd wonen is altijd bedoeld als een tijdelijke oplossing. Binnen maximaal twee jaar worden de bewoners begeleid richting zelfstandig wonen. In de praktijk blijven veel mensen om verschillende redenen langdurig in beschermd wonen: 1. Er zijn geen geschikte woningen beschikbaar, terwijl de cliënt wel toe is aan zelfstandig wonen; 2. De stap naar volledig zelfstandig wonen is te groot, maar het is niet meer nodig om 24/7 zorg en toezicht te hebben; 3. De cliënt heeft nauwelijks mogelijkheden om zelfredzamer te worden. De derde categorie heeft inmiddels een indicatie voor de Wlz gekregen. De eerste twee vraagstukken nemen wij mee in de opgave.

20

Het rijk wil de voorziening beschermd wonen verder decentraliseren; van de centrumgemeenten naar de individuele gemeenten. Dit is al een paar keer uitgesteld, maar vanaf 1 januari 2023 vindt geleidelijk een verdere doordecentralisatie van beschermd wonen plaats naar de individuele gemeenten. Rijswijk is vanaf dat moment zelf financieel verantwoordelijk om nieuwe cliënten, die een beschermde woonomgeving nodig hebben, een passend aanbod te doen. Dit biedt ons kansen om zelf keuzes te maken en in te gaan zetten op preventie, ook op het gebied van wonen en zorg. In de nieuwe regiovisie Beschermd Wonen 2020-2025 stellen de H5 gemeentes onder andere voor om de komende jaren te gaan onderzoeken op welke manier ze willen blijven samenwerken.

4.3 Trends en signalen uit de werkateliers Voor de maatschappelijke partners is het lastig om een langetermijnstrategie uit te stippelen. Onzekerheid over de financiering op de lange termijn, heeft zowel gemeentes als zorgaanbieders verhinderd om nieuwe lange termijn keuzes over vastgoedvormen te maken. Een nieuwe woonzorgvoorziening waar 24/7 zorg kan worden ingeroepen, heeft een bepaald volume aan inwoners ‘nodig’ om deze zorg te financieren6. Een voorziening met minder intensieve zorg kan waarschijnlijk ook kleiner zijn, dat zou moeten blijken uit een business case. Het streven is en blijft om mensen zoveel mogelijk zelfstandig te laten wonen, in de wijk. De huidige wooneenheden in Rijswijk zijn gebouwd op het principe van groepswonen, waarbij veel voorzieningen gedeeld worden. Kenmerkend voor deze doelgroep is bovendien dat deze weinig eigen netwerk heeft. Ouder of particuliere initiatieven komen bij deze doelgroep vrijwel nooit voor. Daarnaast wordt ook deze doelgroep ouder.

4.4 Kwantitatieve opgave beschermde woonvormen Hoeveel Rijswijkse inwoners gaan in de toekomst behoefte hebben aan een beschermde woonvorm? Wat is de opgave waar we in Rijswijk voor komen te staan als deze voorziening verder wordt gedecentraliseerd? Companen heeft een aantal scenario’s uitgerekend en deze vergeleken met het huidige aanbod. Dat resulteert in de volgende mogelijke opgaves: Tabel: Vraag aanbod analyse beschermde wooneenheden Rijswijk in verschillende scenario’s .

Vraag-aanbodbalans Demografische doorrekening Scenario "lokaal wonen naar rato inwonertal" Scenario "lokaal wonen naar herkomst"

2021 -10 -10 -10

2025 -15 -30 -15

2030 -20 -80 -25

2035 -20 -110 -30

2040 -20 -110 -30

Bron: Companen, woonzorganalyse Rijswijk, bewerking Rijswijk.

➢

➢

➢

De demografische doorrekening gaat uit van het huidige aantal bewoners beschermd wonen binnen de gemeente Rijswijk. De toenemende vraag wordt veroorzaakt door de bevolkingsgroei en het feit dat de gemiddelde leeftijd stijgt. De opgave is bescheiden. Bij het scenario ‘lokaal wonen naar rato inwonertal’ is gekeken naar een evenredige spreidingsopgave over de regio. Dat zou dan betekenen dat alle regiogemeentes extra plaatsen moeten realiseren en Den Haag enkele plaatsen moet afbouwen. Dat scenario is dus niet gebaseerd op een lokale vraaganalyse, maar zou een grote opgave betekenen Bij het scenario ‘lokaal wonen naar herkomst’ is gekeken waar de huidige bewoners oorspronkelijk vandaan komen. Het scenario ‘lokaal wonen naar herkomst’ komt overeen met onze visie en ambitie en het is bovendien een realistische. Dit scenario biedt de beste basis om de toekomstige taken op het gebied van beschermd wonen in te vullen.

Dit betekent dat wij tot 2040 ongeveer 30 extra woonzorgvoorzieningen moeten creëren om aan de toekomstige verantwoordelijkheid te voldoen.

6 De huidige berekeningen gaan uit van 24

21

4.5 De kwalitatieve opgave Voor deze toekomstige vraag moeten wij voldoende gevarieerd aanbod hebben. Een aanbod dat past bij de verschillende ondersteuningsbehoeftes die op kunnen treden. Dit willen wij samen met de partners gaan uitdiepen. Mogelijk liggen er ook oplossingen in het aanbieden van extra zorg, in plaats van het creëren van extra wooneenheden. Op die manier hoeft iemand niet te verhuizen. Omdat deze doordecentralisatie al enkele keren is uitgesteld, hebben verschillende regio’s en individuele gemeenten zich er wel op voorbereid. Daarom is er een globaal beeld van de vraagontwikkeling. ➢

➢ ➢

➢

Een aantal van deze nieuwe plekken wordt ingevuld door mensen met een Wlz-indicatie, want ook die vraag blijft in de toekomst groeien. Zij hebben vermoedelijk een woonvorm nodig waar de zorg en begeleiding 24/7 in het pand aanwezig is. Er gaan ook een aantal mensen met een Wmo-indicatie zijn, die tijdelijk een woonvorm nodig hebben met inpandige zorg of slaapdienst. Dan zijn er ook mensen die wel 24/7 een beroep moeten kunnen doen op de zorg en begeleiding, maar die niet onmiddellijk ter plekke hoeft te zijn. Ook bij deze doelgroep zijn dit zorgvragers wiens vraag te licht is voor de huidige voorziening BW maar te zwaar voor ambulante begeleiding. Dit wordt ook wel een tussenvorm genoemd. Tussenvormen kunnen een doorstroomkarakter hebben, maar het kan toch ook een structurele vorm zijn. Er zijn immers mensen die niet in aanmerking komen voor een Wlz indicatie, maar wiens kwetsbaarheid toch structureel is. We moeten ook goed nadenken over de voor en nadelen van eventuele doorstroomconcepten.

Iedere woonvoorziening met een tijdelijk karakter krijgt een opgave op het gebied van uitstroom. In dit vervolgproces moeten wij ook afstemmen met de regionale ontwikkelingen en de regionale stakeholders.

4.6 Uitstroom Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdzorg Kwetsbare (jong) volwassenen die in een instelling wonen of verblijven moeten, kunnen en willen daar ook weer uit. Mede door het krappe aanbod aan geschikte woningen, stagneert deze uitstroom. Wachtlijsten voor deze zorg lopen op. Hierdoor krijgen kwetsbare inwoners niet de zorg die ze nodig hebben. Maatschappelijke Opvang, waar mensen terecht kunnen die dak en thuisloos zijn geworden, is sowieso een tijdelijke voorziening. De derde doelgroep zijn jongeren die tot hun 18e in jeugdzorg met verblijf hebben gewoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=e9b415e1-7311-489e-a579-79f238f9549f