CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-063 A Bijlage 1 Woonzorganalyse gemeente Rijswijk Companen.pdf

Forum Samenleving 28 september 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Woonzorgvisie (21-063)15.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woonzorganalyse gemeente Rijswijk

9 juli 2021 Eindrapport

DATUM

9 juli 2021

TITEL

Woonzorganalyse Rijswijk

ONDERTITEL

OPDRACHTGEVER

Gemeente Rijswijk

AUTEUR(S)

Bas de Ruigh Mick van der Vossen Wouter de Vries Martin Bleijenburg

PROJECTNUMMER

983.109

STATUS

Eindrapport

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Samenvatting huisvestingsopgave

6

3

Ouderen Zorgvraag in beeld Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg Vraag naar ‘geschikte’ woningen Geclusterd woningaanbod Geschikt woningaanbod De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Beleidsopgaven ouderen

7 7 9 10 11 14 15 17

Mensen met een verstandelijke beperking Woonvraag van verstandelijk beperkten Aanbodanalyse De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Beleidsopgaven VG

20 20 22 22 23

4

5

Beschermd wonen & GGZ-Wonen Vraaganalyse Aanbodanalyse Huisvestingsopgave Beleidsopgaven

26 27 28 29 29

6

Uitstroom uit instellingszorg Regulier woonaanbod Match vraag en aanbod Opgaven t.a.v. de uitstroom

31 33 34 35

Bijlage 1: Afkortingen en begrippen

37

Bijlage 2: Zorgtredenmodel van de NZa

39

Bijlage 3: Methodiek doorzonscan

40

Bijlage 4: Toelichting vraaganalyse

41

1 Inleiding We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing. In samenhang met extramuralisering leidt dit tot veranderingen in de wereld van wonen en zorg. Ouderen met een zorgvraag, cliënten in de gehandicapten¬zorg, mensen die Geestelijke GezondheidsZorg (GGZ) ontvangen en uitstromen uit Beschermd Wonen, de mensen die een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang (MO) en niet in de laatste plaats de kwetsbare jongeren, die uitstromen uit de Jeugdzorg, blijven langer zelfstandig wonen of kunnen eerder terug naar huis. Logisch gevolg van de beweging naar langer en weer thuis wonen is dat het aantal zorgbehoevenden dat op de woningmarkt blijft, toeneemt. Niet alleen verandert de omvang van deze groepen, ook hun woonwensen veranderen, bijvoorbeeld ten aanzien van de mogelijkheid om zorg te ontvangen, betaalbaarheid, levensloopbestendigheid en samenleven met leeftijd- of woonstijl¬genoten. Succesvolle extramuralisering is mogelijk, maar alleen als wonen, woonomgeving en de sociale en zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat men kan terugvallen op een steunnetwerk. De vraag is in hoeverre het huidige woonzorgvastgoed en de huidige woningen in Rijswijk voldoen aan de gewenste kwaliteiten, en of de woonomgeving en het aanbod van zorg en ondersteuning aansluiten bij de vraag.

Onderzoeksopzet Dit onderzoek heeft als hoofddoel om het beeld van vraag en aanbod van zorgvastgoed te actualiseren in het kader van de recente ontwikkelingen in de zorg. De (toekomstige) woonbehoefte van inwoners is hierin het vertrekpunt. Op basis van de behoefte is vervolgens de noodzaak voor passend aanbod bepaald.

De focus ligt in dit onderzoek op de woonvraag die samenhangt met die behoefte aan zorg en ondersteuning. Om die reden hanteren we in dit rapport niet het in de zorgwereld gebruikelijke onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg. In de praktijk zien we namelijk veel voorbeelden waarbij vastgoed voor zowel intramurale als extramurale zorg wordt ingezet. In dit rapport sluiten wij aan bij de verschijningsvorm van het vastgoed. Daarom maken we onderscheid tussen geclusterde woonvormen en regulier wonen. Mensen met een zware zorgvraag wonen meestal in een geclusterde woonvorm, passend bij de zorgvraag van zware/intensieve zorg/begeleiding. Het is soms ook mogelijk om in een reguliere woning intensieve zorg te ontvangen. Andersom komt het bij ouderen voor dat mensen zonder zware zorgvraag er toch voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Bij een aantal doelgroepen hanteren we ook de term ‘gespikkeld wonen’. Dit zijn reguliere, nietgeclusterde woningen die liggen in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan ondersteuning en begeleiding geboden wordt. De definities en begrippen staan in de bijlage.

Doelgroepen In het onderzoek worden de volgende doelgroepen onderscheiden: - Ouderen (65+) - Mensen met een verstandelijke beperking (VG) - Mensen met een psychiatrische aandoening (doelgroep BW / GGZ-W) - ‘Uitstromers’ vanuit instellingszorg De onderzoeksvragen zijn: - Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische ontwikkelingen (op basis van gemeentelijke bevolkingsprognoses), maatschappelijke trends en beleidsontwikkelingen tot 2040, zowel op gemeente- als wijkniveau? 4

-

Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor deze doelgroepen? Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match tussen vraag en aanbod van passende woningen (woonzorgvormen) nu en op langere termijn (2025, 2030, 2040) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien?

voorzieningen van groot belang, door de beperkte afstanden die mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen afleggen. In de link kunt u in- en uitzoomen per buurt om te bezien welke huisvesting nabij voorzieningen gelegen zijn, welke buurten kwetsbaar zijn en welke buurten (met voorzieningen) juist kansrijk zijn voor nieuwe ontwikkelingen voor (ouderen)huisvesting. https://www.companen.nl/arcgis/woonzorgrijswijk

We hanteren als zichttermijn voor de vraagontwikkeling en huisvestingsopgave de peilmomenten 2021-2025-2030-2040, waarbij de doorkijk naar 2040 is bedoeld om het punt op de horizon voor de langere termijn te verkennen. In de prognoses is gebruik gemaakt van demografische ontwikkelingen uit de Trendraming 2019. Hierin zitten effecten van woningbouw opgenomen, zoals die gepland staan voor Rijswijk Buiten.

Verantwoording Bij het inschatten van de toekomstige behoefte zijn ketenpartners nadrukkelijk betrokken. In werkateliers met vertegenwoordigers van de gemeente, zorgkantoor, zorgaanbieders, corporaties en welzijnspartijen zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de (kwalitatieve) vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om prognoses en scenario’s op te stellen die aansluiten bij de Rijswijkse praktijk. De voorlopige resultaten zijn voorgelegd in de werkateliers en ook besproken met de gemeente.

Digitale kaart Via de onderstaande link kunt u de kaart inzien van de voorzieningen in Rijswijk, alsmede de geschiktheid van de woningvoorraad op buurtniveau en de locaties voor huisvesting aan doelgroepen. Voor de groep ouderen is nabijheid van 5

Ouderen

2 Samenvatting huisvestingsopgave

•

In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen. In dit hoofdstuk vatten we de gemeentelijke huisvestingsopgave kort samen.

•

Figuur 2.1: Overzicht van de vraag-aanbodbalansen voor de gemeente Rijswijk (2021 - 2040)

-70 -90 -120 -230 -50 -50 -60 -130

Ouderen: 24-uurszorg PG

Ouderen:24-uurszorg SOM

Ouderen: Geclusterd wonen -1.900

-1.070

-700

-440

Verstandelijk beperkten

Verstandelijk beperkten: Demografische doorrekening Verstandelijk beperkten: Scenario 'lokaal wonen'

-440

•

-80 -70 -100 -130 -80 -130 -230

Beschermd Wonen/GGZ: Scenario 'lokaal wonen naar inwoneraantal' -1.500 2021

-1.000 2025

-500 2030

Aan geclusterd wonen zien we een huidig tekort van 80 plekken. Dit tekort neemt toe naar 170 tot 440 woningen, afhankelijk van de gekozen inzet op het lokaal huisvesten van mensen met een verstandelijke beperking.

Beschermd Wonen •

-10 -30 -80 -110 -10 -15 -25 -30

Beschermd Wonen/GGZ: Scenario 'lokaal wonen naar herkomst'

-2.000

•

De capaciteit aan 24-uurszorg is momenteel niet in balans met de vraag (tekort van 120). Geleidelijk ontstaat er een groeiend tekort aan plekken, van minimaal 360 en maximaal 450 plekken. In de huidige situatie is ook het aanbod aan geclusterde woningen krap: een ‘tekort’ van 440 woningen. Het huidige aanbod aan geclusterde woningen in de sociale huur is nu nog ruim ten opzichte van de vraag. Deze balans zal na 2025 omslaan richting een tekort. In de particuliere sector (huur én koop) zien we oplopende tekorten aan geclusterde woonvormen. Er is geen kwantitatief tekort aan geschikte woningen in de gemeente Rijswijk. Dit geldt wel voor de buurten Cromvliet, Leeuwendaal, OudRijswijk, Bomenbuurt, Rembrandtkwartier, Hoornwijck, Broekpolder en Vrijenban.

Aan geclusterd wonen zien we een huidig tekort van 10 plekken. Dit tekort neemt toe naar 30 tot 110 woningen, afhankelijk van de gekozen inzet op het lokaal huisvesten van mensen in Beschermd Wonen.

Uitstromers uit instellingszorg

0 2040

In totaal stromen er tussen de 47 en 55 mensen uit per jaar in Rijswijk: • 5-14 BW-cliënten • 16 kwetsbare jongeren • 26 MO-cliënten Uitstroom neemt door bevolkingsgroei toe naar 63 tot 76 mensen per jaar. Inzet op preventie van instroom kan deze stijging doen afvlakken. 6

3 Ouderen De groep ouderen in de gemeente Rijswijk zal in de komende jaren sterk gaan groeien: zijn er in 2021 ruim 12.400 65-plussers, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot bijna 17.500 mensen. Het aantal oudere huishoudens groeit van ruim 8.350 (nu) tot bijna 12.450 huishoudens (2040). Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag, en dat betekent dat zij ook lang niet allemaal behoefte hebben aan een specifieke woonvorm. Voor een deel van de ouderen geldt dit zeker wél.

het Zorgtredenmodel van de NZa. Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle Nederlandse ouderen (65+) zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtreden gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen. Ter voorbeeld: in zorgtrede 4 en 5 kunnen mensen óók gebruik maken van huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Figuur 3.2: Zorgtredenmodel NZa (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018)

Demografische ontwikkelingen De onderstaande grafiek laat zien hoe de groep ouderen zich ontwikkeld richting de toekomst, onderverdeeld naar leeftijdsklassen. We zien dat het aantal 65-75 jarigen licht zal toenemen. Het aantal 75-plussers neemt echter sterk toe tot 2040, waarbij het aantal 85-plussers zeer sterk toeneemt na 2030. Figuur 3.1: Bevolkingsontwikkeling Rijswijk naar leeftijdsgroepen (2020-2040)

8000 6000 4000

6395 7084

7426 5541

2000

6499

3793 1970 2239

3477

0 65 - 74 jaar

75 - 84 jaar 2020

2030

85+ jaar

2040

Bron: Trendraming 2019

Zorgvraag in beeld Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij

Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018)

Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Figuur 3.2 toont de verdeling over zorgtreden van verschillende leeftijdsgroepen. Wanneer we deze cijfers doorrekenen met de bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Rijswijk kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van de 7

groep ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Daarbij leiden veranderingen in de leeftijdsopbouw tot veranderingen in de zorgvraag. In onze prognose gaan we uit van een stijging van ca. 65% in zorgtrede 6 tussen 2021 en 2040. Figuur 3.3: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijdsklasse (landelijke cijfers)

65-75 jr

31%

75-85 jr 85+ jr

58%

17% 8%

Zorgtrede 1

49% 18%

Zorgtrede 2

6% 9%

5% 8% 31%

Zorgtrede 3

14%

7%

Zorgtrede 4

Zorgtrede 5

Zorgtrede 6

Figuur 3.4: Prognose zorgvraag ouderen in Rijswijk naar zorgtrede (in personen)

320 320 1.440 700 900

Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. In de bijlage geven wij weer hoe wij ouderen in de verschillende zorgtreden (basisprognose) toerekenen aan de verschillende woonvormen. We maken hierbij een onderscheid tussen de volgende woonvormen: - Regulier wonen (‘normale’ eengezinswoningen of appartementen) - Geclusterd wonen voor ouderen (bijvoorbeeld ouderenwoningen, aanleunwoningen, hofjeswonen) - Geclusterd wonen met 24-uurszorg (gefinancierd vanuit de Wlz en alleen toegankelijk met een Wlz-indicatie)

440 470 2.100 990 1.280

510 540 2.360 1.090 1.420

6.910

7.390

7.740

Deze woonvormen worden nader van toelichting en definitie voorzien in de paragraaf betreffende (kenmerken van) het woningaanbod.

3.660

3.810

In de basisprognose wordt geen rekening gehouden met effecten van beleid en ontwikkelingen op het woongedrag. Op basis van landelijke trends en ontwikkelingen hebben wij een trendprognose met een lokale uitwerking van deze ontwikkelingen. Deze trendprognose is voorgelegd en getoetst bij de stakeholders. In de trendprognose is rekening gehouden met de volgende ontwikkelingen:

360 390 1.810 880 1.140

5.800

6.210

2.930

3.090

3.420

2021

2025

2030

Zorgtrede 1 Zorgtrede 5

De prognose van het zorggebruik (figuur 3.3) geeft houvast voor de vraag naar specifieke woonvormen voor ouderen. Ouderen in zorgtrede 6 wonen doorgaans in een verzorgings- of verpleeghuis, al krijgt een deel van hen Wlzzorg aan huis (via een Volledig Pakket Thuis). Het woord ‘huis’ of ‘thuis’ is hierin een rekbaar begrip: dit beslaat niet alleen reguliere woningen, maar kan ook het wonen in een geclusterde woonvorm speciaal voor ouderen beslaan. In deze woonvormen vinden zij meer comfort, gevoel van samenleven en beschutting dan in reguliere woonsituaties.

28%

Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018)

330 350 1.610 790 1.020

Van zorgvraag naar woonvraag

Zorgtrede 2 Zorgtrede 6 (PG)

2035

Zorgtrede 3 Zorgtrede 6 (SOM)

Bron: NZa, CZ, Trendraming 2019 , bewerking Companen.

2040

Zorgtrede 4

8

1.

2.

3.

Meer ouderen met een zwaardere zorgvraag gaan of blijven wonen in geclusterde woonvormen. Ouderen willen veelal maar één keer verhuizen, en zien het verpleeghuis steeds vaker als een laatste redmiddel of eindstation. Zij kiezen bij verhuizing voor een stap naar geclusterd wonen. Aantrekkelijk nieuw geclusterd aanbod wakkert vraag aan, mede door aandacht voor doorstroming. De vraag naar geclusterd wonen neemt toe, ook onder ouderen zonder directe zorgvraag. Een groeiende groep ouderen zal voorsorteren op een eventuele zorgvraag of mogelijke vereenzaming. De ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde, ‘vernieuwende woonvormen’ (zoals hofjeswonen) wakkert deze vraag aan. De inzet van technologie maakt ‘thuis’ wonen vaker en langer mogelijk voor zorgvragers. Een groot deel van de nieuwe generatie ouderen is bezig om ‘de eigen zaakjes te regelen’, waardoor ze langer in de huidige woning kunnen blijven wonen. Er zijn ook ouderen die dit zelf niet kunnen en tegen problemen aanlopen, zoals financiële beperkingen.

Samenvattend zorgen bovenstaande trends voor enige verschuiving van de vraag van regulier wonen en 24-uurszorg naar geclusterd wonen voor ouderen. De inzet van technologie dempt dit effect; ouderen kunnen een verhuizing hierdoor ook langer uitstellen. Een deel van de langdurige zorgvragers zal in de toekomst Wlz-zorg ontvangen in geclusterd wonen in plaats van in het verpleeghuis.

Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg Met zicht op demografische ontwikkelingen, het verwachte zorggebruik- en woongedrag, stellen wij een prognose op van vraag naar woonvormen. Deze prognose kent een bandbreedte, op basis van de basis- en trendvariant. De groei van de groep 65-plushuishoudens zal leiden tot een stijging van de vraag

naar alle onderscheiden woonvormen. In absolute zin is de stijging van de vraag naar reguliere woningen het grootst. Maar doordat er steeds meer ‘oudere ouderen’ in de gemeente zullen wonen, zal de behoefte aan geclusterd wonen relatief meer gaan toenemen. Een saillant detail is de ontwikkeling van 85plussers in de gemeente Rijswijk. Het aantal 85-plussers stijgt na 2030 explosief (+ ca. 1.250 personen). Uit figuur 3.2 maken wij op dat dit juist de groep is die veel Wlz-zorg gebruikt. De dubbele vergrijzing zorgt een versnelling van de vraag naar 24-uurszorg na 2030. Tabel 3.1: Vraagprognose woonvormen, basis- en trendvariant (2021 – 2040)

Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg Totaal

2021 6.220 1.670 520 8.410

2025 6.710 – 6.830 1.790 – 1.920 540 - 560 9.170

2030 7.310 – 7.570 2.000 – 2.290 580 – 620 10.180

2040 8.640 – 9.270 2.410 – 3.120 760 - 870 12.520

Bron: NZa, CZ, Trendraming 2019 , bewerking Companen.

Uitsplitsing naar wijk In de onderstaande tabel splitsen we de vraagprognose uit tabel 3.2 naar de behoefte op wijkniveau (trendvariant). In de meeste wijken bestaat behoefte aan geclusterd wonen voor ouderen. De behoefte aan 24-uurszorg concentreert zich in wijken met een hoger aantal 65-plushuishoudens. Tabel 3.2: Gemeente Rijswijk. Geschiktheid van de totale woningvoorraad naar wijk

Wijk

Cromvliet / Leeuwendaal Hoornwijck / Broekpolder Kleurenbuurt / Artiestenbuurt Muziekbuurt Oud-Rijswijk / Bomenbuurt / Rembrandtkwartier

Geclusterd wonen voor ouderen 2021 2030 2040 90 130 170 10 10 20 240 320 440

2021 20 0 80

2030 20 0 90

2040 30 0 120

140 290

40 90

50 110

70 130

190 400

260 540

24-uurszorg

9

Plaspoelpolder Sion Stervoorde Strijp / Ministerbuurt Te Werve Vrijenban Gemeente Rijswijk

20 30 360 300 150 40 1.670

30 40 500 420 210 50 1.920

40 50 680 570 280 70 2.290

0 0 110 100 40 0 520

0 0 130 110 50 0 580

0 10 160 160 70 10 760

Bron: WOZ-registratie Rijswijk, bewerkt door Companen (2021).

Uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2018 (landelijk woonwensenonderzoek), is achterhaald in welk marktsegment mensen nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen. Wij verwachten dat circa 55% van de ouderen die geclusterd wil wonen in Rijswijk een sociale huurwoning wenst. 25% van de ouderen wenst een koopwoning en 20% een particuliere huurwoning. In 2040 stijgt het aandeel ouderen dat een koopwoning wenst licht tot 26% van het totaal; het aandeel sociale- en particuliere huur in de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen bedraagt dan respectievelijk circa 54% en 20%. Deze aandelen leiden tot de volgende onderverdeling van de behoefte aan geclusterd wonen, naar marktsegment: Tabel 3.3: Verwachte vraag naar geclusterd wonen, uitgesplitst naar marktsegmenten (2021 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)

Sociale huur Middenhuur Koop Totaal

2020 920 330 420 1.670

2025 980 – 1.050 350 - 390 450 - 480 1.790 – 1.920

Bron: NZa, CZ, Trendraming 2019 , bewerking Companen.

2030 1.080 – 1.240 390 - 460 510 - 580 2.000 – 2.290

2040 1.190 – 1.450 430 - 550 570 - 690 2.410 – 3.120

Uitsplitsing naar woonconcept De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende type geclusterde woonvormen. In het onderzoek ‘Stijlvol Ouder Rijswijk’ (2016) zijn ouderen bevraagd naar hun wensen t.a.v. specifieke woonconcepten. De gegevens zijn enigszins gedateerd, maar geeft enig richting mee over de kwalitatieve invulling van geclusterd wonen als woonvorm. Landelijk zien we sinds 2016 een toenemende interesse in het hofjeswonen. Figuur 2.5: Gewenste woonconcepten onder Rijswijkse ouderen (2016)

Aanleunwoningen

58%

Woonzorgcomplex

46%

Serviceflat

44%

Hofjeswoning Woongroep

34% 20%

Bron: Stijlvol Ouder Rijswijk (2016)

Vraag naar ‘geschikte’ woningen Een deel van de zelfstandig wonende ouderen en mensen met een lichamelijke beperking, heeft behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning (voor toelichting op definities of methodiek, zie bijlagen 1 en 3). Zij ervaren mobiliteitsbeperkingen binnen en/of buiten de woning. Om de vraag naar geschikte woningen te bepalen, maken we onderscheid tussen mensen die een rollator gebruiken en mensen die een rolstoel gebruiken. Mensen in een rolstoel hebben immers aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in

10

de woning, om bijvoorbeeld huishoudelijke taken te kunnen uitvoeren of zich vrij te bewegen door het huis. Het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking in Rijswijk ontlenen wij aan onderzoeksgegevens van ABF (2020). Zij ramen het aantal huishoudens met een ADL-beperking1 op ca. 2.700 huishoudens in 2020. Om een inschatting van de toekomstige behoefte te kunnen maken, kijken we naar de verwachte ontwikkeling van de groep ouderen met een licht tot middelzware zorgvraag (zorgtrede 3 t/m 5). Tabel 3.9 laat zien dat in de huidige situatie circa 260 huishoudens in Rijswijk behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning en circa 2.480 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. In deze vraag kan zowel met de reguliere woonvoorraad als met geclusterde woonvormen voor ouderen worden voorzien. Op basis hiervan schatten wij in dat de totale behoefte aan ‘geschikte’ woningen groeit van ca. 2.700 woningen nu naar ca. 3.840 woningen in 2040. Tabel 3.4: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)

Rolstoelgeschikte woning Rollatorgeschikte woning Totaal

2021 260 2.480 2.750

2025 300 2.690 2.980

2030 330 2.990 3.330

2035 380 3.230 3.610

2040 420 3.420 3.840

Bron: ABF,.Trendraming 2019 , bewerking Companen.

Geclusterd woningaanbod Companen heeft een uitvraag gedaan onder zorgaanbieders en corporaties om het aanbod aan ouderenhuisvesting in beeld te brengen. In het onderzoeksproces is naar voren gekomen dat ouderenhuisvesting een nadere

definitie behoeft, met name rondom het begrip ‘geclusterd wonen voor ouderen’. Het begrip strekt verder dan enkel wooncomplexen waar in grote getalen door ouderen wordt gewoond. Kenmerkende elementen van geclusterd wonen voor ouderen zijn het gevoel van beschutting, comfort en saamhorigheid, waar op uiteenlopende wijze (concreet) invulling aan wordt gegeven. Dit houdt in dat er enkele minimale vereisten voor geclusterd wonen voor ouderen te identificeren vallen, maar ook diverse aanvullende mogelijkheden die de diversiteit bieden dat past bij nieuwe generaties ouderen. In het kwalitatief kader geven we een aanzet tot vereisten, hetgeen verder uitgewerkt kan worden in de woonzorgvisie van de gemeente en haar partners.

Kwalitatief kader ‘geclusterd wonen voor ouderen’ Companen stelt de volgende minimale vereisten voor om het begrip geclusterd wonen voor ouderen mee af te bakenen: • Toegankelijke woningen (minstens rollatorgeschikt) • Ontmoetingsruimte (binnen 100 meter met gegarandeerde inzetbaarheid) • Samenleefconcept (woonvorm met uitstraling en identiteit) • Inzet van een welzijnsmedewerker of soortgelijke ondersteuning (sociaal beheerder / huismeester) vanuit betrokken organisaties • Nabijheid tot voorzieningen: supermarkten en OV binnen 500 meter • Scootmobielberging (bij voorkeur 1 berging per 5 bewoners) • Thuiszorg en Wlz-zorg mogelijk en aansluiting op alarmeringssysteem • Minimaal 50% bewoond door 65+ of complex beschikt over label 55+ De volgende aanvullende mogelijkheden geven diversiteit: • Rolstoeltoegankelijke woningen

1 Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen

of aankleden. 11

• • • • • • • •

Toegangsdeur met videoverbinding, inbraakbeveiliging Gezamenlijke buitenruimte of overdekte corridor, atrium Inzet van zorgdomotica (bijv. leefcirkels, slimme sensoren) Huisarts, fysiotherapeut, winkels, sport en recreatie in nabijheid (500m) Inpandige kantoorruimte voor zorgprofessionals Taxiservice beschikbaar, bijv. richting dagbesteding Minimaal 25% bewoond door jongeren of gezinnen Diversiteit binnen complex in woningaanbod en prijsklassen

Figuur 2.6: Kenmerken van het geclusterd woningaanbod

Scootmobielberging

1074

Huismeester

779

Gezamenlijke buitenruimte

231

Ontmoetingsruimte

1055 0

200

400

600

800

1.000

1.200

Bron: Inventarisatie Companen

Panden die grotendeels voldoen aan de minimale vereisten worden in dit onderzoek als ‘geclusterd wonen voor ouderen’. Panden die niet in afdoende mate voldoen aan deze vereisten, maar waar wel veel ouderen wonen, worden apart behandeld aan het einde van deze paragraaf. Deze woningen zijn mogelijk met een kwalitatieve verbeterslag wél in te zetten als geclusterd wonen voor ouderen. In totaal zijn er 1.593 woningen in seniorencomplexen in beeld gebracht in de gemeente. Deze woningen hebben de volgende kenmerken: • 140 woningen hebben een label voor 50+ jaar en 1.453 woningen hebben een label voor 55+ jaar. • 306 woningen zijn rolstoelgeschikt, 1.251 woningen zijn rollatorgeschikt en 36 woningen zijn niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. • De onderstaande figuur toont hoeveel woningen over andere kenmerken beschikken:

Figuur 2.7: Kenmerken van het geclusterd woningaanbod

met ontmoetingsruimte

1055

geen ontmoetingsruimte, maar wel een gezamenlijke tuin of atrium geen ontmoetingsruimte of tuin/atrium, maar wel een… geen ontmoetingsruimte, maar wel inzet van een flatcoach geen ontmoetingsruimte, tuin/atrium of ontmoetingsplek binnen 500 m.

88 52

72 326 0

200

400

600

800 1000 1200

Bron: Inventarisatie Companen

Niet alle 1.593 woningen voldoen aan in goede mate aan de vereisten voor geclusterd wonen voor ouderen. Deze woningen tellen wij niet mee als aanbod, omdat dit woningaanbod niet voorziet in de vraag naar geclusterd wonen. Om tot een sortering te komen van wat in goede mate voldoet aan het kwalitatief kader van geclusterd wonen, en wat niet, zijn kenmerken van de complexen met elkaar vergeleken. Complexen zonder geschikte woningen (36 woningen) zijn niet meegeteld als ‘geclusterd wonen voor ouderen’, evenals complexen 12

die niet beschikken over een ontmoetingsruimte (nabij of inpandig), gezamenlijke buitenruimte of waar een flatcoach2 wordt ingezet (326 woningen). De 326 woningen (zie tabel voor complexnamen) die niet voldoen aan het kwalitatief kader, worden niet meegeteld als huidig aanbod. Deze woningen zijn bij uitstek geschikt voor een kwalitatieve verbeterslag, zodat ze in de toekomst wel als goed aanbod in geclusterd wonen kunnen fungeren. Ook voor de woonvormen die wij wel tellen als ‘geclusterd wonen voor ouderen’, zijn in sommige gevallen kwalitatieve verbeteringen gewenst, bijvoorbeeld als het gaat om de mogelijkheden voor scootmobielberging. Tabel 3.5: Seniorencomplexen die niet zijn meegeteld als geclusterd wonen voor ouderen

Naam complex Citerstraat Dr. H.J. van Mooklaan Florence Nightingalestr Generaal Swartlaan Papyruspad Prof. Meijerslaan Tamboerijnlaan Wingerd Titus Brandsmaflat

Aantal woningen 25 8 55 40 38 80 50 30 36

Toelichting Geen ontmoetingsplek (nabij) Geen ontmoetingsplek (nabij) Geen ontmoetingsplek (nabij) Geen ontmoetingsplek (nabij) Geen ontmoetingsplek (nabij) Geen ontmoetingsplek (nabij) Geen ontmoetingsplek (nabij) Geen ontmoetingsplek (nabij) Woningen zijn niet geschikt (toegankelijk)

Bron: Inventarisatie Companen

Het aanbod aan ouderenhuisvesting

psychogeriatrische klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, maar soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg. Naast het 24-uurszorgaanbod, zien we ca. 1.230 woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen. 1.075 van de woningen in geclusterde woonvormen beslaan sociale huurwoningen (87%). Tabel 3.6: Aanbod ouderenhuisvesting naar aanbieder (situatie 2021)

Organisatie

24-uurszorg

Belvédère Rijswijk Wonen Vesteda Vidomes Florence Cardia Totaal

335 82 417

Geclusterd wonen voor ouderen 112 692 140 287 1.231

Bron: Inventarisatie Companen Figuur 2.8: Geclusterd woningaanbod naar marktsegment / prijsklasse

27 0%

799 20%

49 40%

60%

201

43 112

80%

tot €442,46

€442,46 tot €633,25

€633,25 tot €678,66

€678,66 tot €752,33

Boven €752,33

Koopwoningen

100%

Bron: Inventarisatie Companen

We zien momenteel ca. 415 plaatsen voor wonen op locaties met 24-uurszorg. Het aanbod aan 24-uurszorg wordt bewoond door mensen met somatische of 2 De flatcoach is een initiatief van Rijswijk Wonen, Vidomes, Welzijn Rijswijk en Florence.

Hij/zij signaleert probleemsituaties, stimuleert onderling contact en is een

aanspreekpunt voor bewoners. De flatcoach wordt ingezet ouderencomplexen in Steenvoorde (10u p/w). 13

Nieuwbouwplannen De ketenpartners hebben diverse plannen voor nieuwbouw: • Cardia heeft een plan voor 55 wooneenheden in 24-uurszorg, waar Florence plannen heeft om de huidige locatie voor revalidatiezorg uit te breiden met 110 wooneenheden in 24-uurszorg. • Rijswijk Wonen heeft bouwplannen voor ca. 235 nieuwe woningen in geclusterde woonvormen. Er zijn geen plannen bekend om geclusterde woonvoren voor ouderen in de particuliere sector toe te voegen. • Binnen de bouwprogrammering zijn plannen opgenomen met bindende afspraken voor de realisatie van ca. 1.550 rollatorgeschikte appartementen (t/m 2024). Daarnaast liggen er plannen zonder bindende afspraken voor de realisatie van ca. 2.380 rollatorgeschikte appartementen (t/m 2027).

Geschikt woningaanbod We hebben de geschiktheid (zie bijlage 1 en 3 voor toelichting) geanalyseerd van in totaal circa 27.000 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in WOZ-registratie van de gemeente. Volgens deze analyse is ruim een kwart (27%, ongeveer 7.200 woningen) geschikt voor ouderen. Een zesde van woningvoorraad (15%, circa 3.950 woningen) is geschikt te maken voor ouderen. Zes op de tien woningen (59%, ongeveer 15.800) zijn niet geschikt voor ouderen. Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. De helft van de geschikte woningen wordt bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen met een mobiliteitsbeperking. Van de ca. 7.200 geschikte woningen worden er 3.450 woningen bewoond door ouderen; de rest van dit geschikte woningaanbod is momenteel niet beschikbaar voor ouderen.

Figuur 2.9: Gemeente Rijswijk. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2021)

Bron: WOZ-registratie gemeente Rijswijk, bewerkt door Companen (2021).

Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Rijswijk is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie. Huurwoningen zijn vaker gelijkvloers dan koopwoningen, en daarmee vaker geschikt voor ouderen. De uitsplitsing van de woningvoorraad naar eigendom laat zien: • Huurwoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen (37% van de voorraad; bijna 4.500 woningen), maar het minst vaak met een kleine ingreep geschikt te maken (4%; ruim 400 woningen). Ook zijn zes op de tien huurwoningen (ongeveer 7.300) niet geschikt voor ouderen. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. Eventuele uitbreiding van de geschikte sociale woningvoorraad zal daarmee hoofdzakelijk in nieuwbouw moeten worden gezocht. • De grootste opgave ligt in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier klein (19%), terwijl 24% (circa 3.500 woningen) met een kleine ingreep geschikt te krijgen zijn. Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning zijn. Daarentegen is slechts 19% (ruim 2.700) van de woningen geschikt. Dit hangt samen met het lage aantal appartementen met lift en ouderenwoningen in de koopsector.

14

Tabel 3.7: Gemeente Rijswijk. Geschiktheid van de totale woningvoorraad naar wijk

Wijk

Figuur 2.10: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2021)

Huur

37%

Koop

19% 0%

4%

60%

24% 20%

Geschikt voor ouderen

58% 40%

60%

Geschikt te maken

80%

100%

Niet geschikt voor ouderen

Bron: WOZ-registratie gemeente Rijswijk, corporaties bewerkt door Companen (2021).

Uitsplitsing naar wijk Ook op wijkniveau is de geschiktheid van de woningvoorraad onevenredig verdeeld. In de onderstaande tabel (2021) zien we de spreiding van geschikte woningen over de wijken van Rijswijk. • De geschiktheid is het hoogst in Stervoorde (63%), Kleurenbuurt/ Artiestenbuurt (52%) en Muziekbuurt (44%). In deze wijken is een hoge concentratie van huurappartementen met lift aanwezig. In Cromvliet/ Leeuwendaal (2%), Oud-Rijswijk/Bomenbuurt/Rembrandtkwartier (8%) en Hoornwijck/Broekpolder (13%) en Vrijenban (14%) zien we juist een laag aandeel geschikte woningen. Opvallend is dat in Sion geen enkele geschikte woning staat. • In Sion is maar liefst 75% van de woningvoorraad geschikt te maken. Verder staan in Vrijenban (28%), Strijp/Ministerbuurt (27%) en Hoornwijck/Broekpolder (26%) relatief veel geschikt te maken woningen. De grootste kansen voor woningaanpassingen liggen dus hier.

Cromvliet/Leeuwendaal Oud-Rijswijk/Bomenbuurt /Rembrandtkwartier Hoornwijck/Broekpolder Te Werve Plaspoelpolder Kleurenbuurt/ Artiestenbuurt Muziekbuurt Strijp/Ministerbuurt Stervoorde Sion Vrijenban Gemeente Rijswijk

Geschikt voor ouderen Totaal Huur sector 2% 0% 8% 13%

Geschikt te maken Totaal Huur sector 4% 0% 3% 2%

Niet geschikt voor ouderen Totaal Huur sector 94% 100% 89% 85%

13% 19% 22% 52% 44% 18% 63% 0% 14% 27%

26% 7% 6% 1% 4% 27% 19% 75% 28% 15%

61% 73% 72% 47% 52% 55% 17% 25% 58% 59%

95% 27% 0% 45% 36% 28% 71% 0% 21% 37%

0% 7% 5% 0% 0% 5% 3% 59% 2% 4%

5% 66% 95% 55% 64% 67% 26% 41% 77% 60%

Bron: WOZ-registratie Rijswijk, bewerkt door Companen (2021).

De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Kwantitatieve opgave Een vergelijking van de vraagprognose met het aanbod aan woonvormen voor ouderen, laat zien dat het totale woningaanbod voor ouderen op dit moment onvoldoende is om aan de vraag te voldoen. In onderstaande tabel is te zien wat de balans is van vraag en aanbod, uitgaande van het huidige aanbod en een bandbreedte in de vraagprognose.

15

Tabel 3.8: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen in de twee varianten (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)

Geclusterd wonen 24-uurszorg Totaal vraag-aanbod

VraagAanbod 2021 -440 -120 -560

VraagAanbod 2025 -570 tot 700 -140 tot 150 -720 tot 840

VraagAanbod 2030 -770 tot 1070 -180 tot 220 -950 tot 1.290

VraagAanbod 2040 -1180 tot 1900 -360 tot -450 -1.540 tot 2.350

Tabel 3.9: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment in de twee varianten (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)

Sociale huur Particuliere huur Koopsector Totaal vraag-aanbod

VraagAanbod 2021 160 -290 -310

VraagAanbod 2025 30 tot 100 -310 tot -350 -340 tot -370

-440

-570 tot -700

VraagAanbod 2030 0 tot -160 -350 tot -420 -400 tot -470 -770 tot 1.070

VraagAanbod 2040 -190 tot -570 -420 tot -590 -510 tot -690 -1.180 tot 1.900

Bron: CBS-Microdata, aanbodinventarisatie, prognosemodel Companen.

Bron: CBS-Microdata, aanbodinventarisatie, prognosemodel Companen.

Uit het overzicht blijkt dat er op korte termijn een aantal knelpunten zal ontstaan: • De capaciteit aan 24-uurszorg is momenteel niet in balans met de vraag (tekort van 120). Geleidelijk ontstaat er een groeiend tekort aan plekken, waarbij we een versnelling zien ontstaan na 2030 door een oplopend aantal 85-plussers. Het tekort zal in 2040 zijn opgelopen tot minimaal 360 en maximaal 450 plekken. • In de huidige situatie is het aanbod aan geclusterde woningen krap: de tabel toont een ‘tekort’ van 440 woningen. Dit tekort geldt voor alle marktsegmenten tezamen, maar we zien verschillende balansen per marktsegment. Zo is het huidige aanbod aan geclusterde woningen in de sociale huur nu nog ruim ten opzichte van de vraag. Deze balans zal tussen 2025 en 2030 omslaan richting een tekort. In de particuliere sector (huur én koop) zien we nu al (oplopende) tekorten aan geclusterde woonvormen. In deze segmenten is weinig aanbod voorhanden, hetgeen de doorstroming stokt onder ouderen met een middel of hoog inkomen of vermogen.

De huidige vraag naar geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt ca. 2.750 woningen. In 2040 zal deze behoefte, conform de trend van vergrijzing, gaan oplopen tot ca. 3.840 woningen. Het huidige aanbod van geschikte woningen in Rijswijk bedraagt ca. 7.200 geschikte woningen, waarvan er ca. 3.450 door ouderen worden bewoond en waarvan er 306 rolstoelgeschikt zijn. De gemeente heeft daarnaast nieuwbouwplannen voor veel nieuwe geschikte woningen (3.930). De vergelijking tussen vraag en aanbod leidt daarmee niet tot een kwantitatief tekort aan geschikte woningen in de gemeente Rijswijk. Tabel 3.10: Toename in vraag naar geschikt wonen (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)

Geschikte woningvraag Rolstoelgeschikte woning Rollatorgeschikte woning Totaal

2021

2030

2040

260 2.480 2.750

330 2.990 3.330

420 3.420 3.840

Toename 2020-2040 +160 +740 +900

Bron: Woonzorgweter, Companen

Wel liggen er belangrijke aandachtspunten in het aantal beschikbare rolstoelgeschikte woningen richting 2030 en verder, en het lage aandeel geschikte woningen in de wijken Cromvliet/ Leeuwendaal (2%), Oud-

16

Rijswijk/Bomenbuurt/Rembrandtkwartier (13%) en Vrijenban (14%).

(8%),

Hoornwijck/Broekpolder

Kwalitatieve opgave Niet al het aanbod dat is meegeteld onder de noemer ‘geclusterd wonen voor ouderen’ voldoet compleet aan de kwalitatieve vereisten (kwalitatief kader). We zien dat een groot deel van de complexen beschikt over een scootmobielberging, maar dat de berging niet voldoet aan de norm van Woonkeur (1 berging voor 5 bewoners). Ook is een supermarkt niet altijd nabij. Met het oog op de toenemende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen ligt hier een opgave om het bestaande aanbod te beoordelen, en indien nodig aan te passen zodat het wel in alle gevallen voldoet aan de gewenste kwaliteit. Voor seniorencomplexen die momenteel niet goed voldoen aan de kwalitatieve vereisten voor geclusterd wonen geldt dat hier een aanpak nodig is om wél in de (stijgende) vraag te voorzien. Hier liggen kansen om niet met uitbreiding, maar met aanpassing in de kwantitatieve huisvestingsopgave te voorzien.

Beleidsopgaven ouderen Programmatische aanpak in brede samenwerking Om de huisvestingsopgave goed op te kunnen pakken is een brede en structurele samenwerking nodig tussen gemeente, projectontwikkelaars, corporaties, zorgaanbieders en welzijnspartijen. Wij adviseren de gemeente om met deze partners een werkgroep of kernteam samen te stellen dat aan de slag gaat met de uitvoering. Zij kunnen ook toezien op de visievorming rondom wonen en zorg, hetgeen al in de planning ligt van de gemeente. In die visie kan antwoord worden gegeven op onderwerpen zoals; - Minimale vereisten en aanvullende mogelijkheden voor ‘geclusterd wonen voor ouderen’, in relatie tot beoordeling van nieuwe initiatieven en kwalitatieve verbeterkansen van bestaande complexen

-

-

Prioriteitstelling tussen de inzet op doorstroming of het zo lang mogelijk blijven wonen in de eigen woning, in relatie tot gemeentelijk beleid t.a.v. woningaanpassingen en instrumenten om de doorstroming te bevorderen. De mate waarin een goede en prettige oude dag gezien wordt als een verantwoordelijkheid van organisaties of ouderen zelf, in relatie tot de reikwijdte van uitvoeringsafspraken en de benodigde samenwerking.

Wijkgerichte benadering in wonen, zorg en welzijn De ketenpartners in wonen, welzijn en zorg zien potentie in wijkgerichte huisvesting en gezamenlijke gebiedsontwikkeling. Deze samenwerking speelt op diverse facetten: - Gemeente en aanbieders kunnen samen uitstippelen in welke werkgebieden zij zitten, en hoe zij aansluiten op de zorgbehoefte per wijk. - De woonzorgcentra in Rijswijk kunnen een brede maatschappelijke functie hebben voor de buurt. Vanuit deze locaties kan men wijkverpleging, respijtzorg of thuiszorg verlenen aan de buurt. - Op sociaal vlak kan een toegankelijke ontmoetingsruimte de sociale binding in complex en buurt versterken. Hier kunnen ook activiteiten voor buurtbewoners en andere zorgvragers worden georganiseerd. Dagbesteding of verenigingen kunnen hier een plek krijgen. Hierin werkt een gezamenlijke publiek-private aanpak met aanjagers bevorderlijk. - Een wijkgerichte benadering vraagt ook om aansluiting met woningbouw: mantelzorgwoningen, tussenvormen en ook woningaanpassingen. - Samen staan partijen in de wijk aan de lat om doorstroming op gang te brengen. In gezamenlijkheid kunnen zij ouderen benaderen met aanlokkelijk aanbod, zodat zij minder vaak noodgedwongen verhuizen. Het opstellen van een gezamenlijke communicatiecampagne is hierin een wenselijk voorstel: verzamel en trechter informatie voor de ouderen.

Elke oudere heeft baat bij kennis over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische 17

oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. Aanvullende instrumenten betreffen de inzet van een ouderenmakelaar of een huurgewenningsbijdrage.

Nieuwbouw realiseren, ook in hoger segment De nieuwe generatie ouderen vraagt om meer én ander geclusterd woningaanbod. Dat de vraag groeit, staat vast. Maar het beeld van de ‘nieuwe oudere’ is ook meer diffuus. Over het algemeen is de nieuwe generatie ouderen vitaler, vermogender en hoger opgeleid dan voorgaande generaties. Ze beslissen steeds vaker zelf over hun toekomst en komen vaker met eigen wooninitiatieven bij de gemeente. In de werksessie met ketenpartners werd benadrukt dat het met name voor ouderen met een hogere inkomens- en vermogenspositie nu al lastig is om een passende woning te vinden in de gemeente Rijswijk, en deze groep zal in de komende jaren groeien. Uit de aanbodinventarisatie blijkt dat het aanbod aan sociale huurwoningen voor ouderen relatief ruim is, maar in het hogere segment is weinig aanbod in geclusterde woningen te vinden voor de groep met meer financiële mogelijkheden. Er blijft echter ook een grote groep ouderen in Rijswijk met een kwetsbare inkomenspositie. Zij blijven aangewezen op de sociale huursector. Slotsom is dan ook dat, om aan te sluiten bij de toekomstige vraag, meer diversiteit nodig is in geclusterde woonvormen (bijvoorbeeld in woningtype, leefstijlen, leeftijden, aanwezigheid van welzijnsvoorzieningen en mate van collectiviteit).

sociale doelgroep. De mogelijkheden voor het bouwen van woningen in het middensegment zijn beperkt. Om desondanks tot realisatie van ouderencomplexen te komen, helpt het om een goede relatie met een ontwikkelende partij te hebben. Zo kunnen combinaties worden gezocht van complexen met middenhuur, koop en sociale huur, waarin een (natuurlijke) menging kan ontstaan van zorgvragers en zorgdragers. Vanwege de Daebregelgeving3 kunnen corporaties de ontwikkeling van een dergelijk concept niet ter hand nemen. Wel kunnen zij het sociale huurdeel van een dergelijk concept ‘turnkey’ afnemen van een ontwikkelaar. Hiervan zijn diverse geslaagde voorbeelden in Nederland aan te wijzen.

Stimuleren van het hofjeswonen De opkomst van ‘hofjeswonen’ wordt gezien als een kansrijke ontwikkeling, zowel voor mensen zonder zorgvraag als voor mensen mét zorgvraag. De nieuwe hofjes kunnen grondgebonden woningen zijn rondom een binnenplaats, maar ook kleinschalige appartementencomplexen (4-5 woonlagen), gecentreerd rondom een gezamenlijke binnentuin en die door hun vorm uitnodigen tot gemeenschapsleven en zorg voor elkaar, kunnen gezien worden als ‘hofjeswonen’. Het strekt tot aanbeveling om in deze woonvormen woningen te realiseren in elk prijssegment, ook in de sociale huur. Wij adviseren de gemeente een stimulerende en faciliterende rol te vervullen in het mogelijk maken van nieuwe wooninitiatieven, en zich in te zetten voor het verbinden van het welzijnsnetwerk aan woonvormen. Hierbij kan men de stimuleringsregeling van het ministerie van VWS betrekken.

Vaker inzetten op co-creatie Om meer diversiteit te bereiken is co-creatie een goede mogelijkheid. Sinds de nieuwe Woningwet richten corporaties zich primair op huisvesting voor de

3

Deze regelgeving schrijft voor dat corporaties niet meer dan 10% van hun bezit mogen inzetten voor huurders die buiten hun primaire doelgroep (lagere inkomens) vallen.

18

Kaart van het geschikt woningaanbod voor ouderen, in relatie tot de aanwezige voorzieningen Voor een digitale en interactieve versie, zie: www.companen.nl/arcgis/woonzorgrijswijk

Legenda

19

4 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Wonen met andere verstandelijk beperkten in een geclusterd woonconcept is doorgaans prettig voor deze groep. Een deel van de verstandelijk beperkten is ook zelfredzamer en woont in toenemende mate zelfstandig in de wijk (bijv. met een Wmo-indicatie). In dit hoofdstuk brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor zorg met verblijf voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod. In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep die gebruik maakt van Wlzzorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Omdat we ingaan op de groep mensen die levenslang behoefte hebben aan zorg met verblijf, spreken we niet over een groep die uitstroomt. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden.

Nieuwe cliënten met een lichte zorgvraag (Wlz-indicaties VG 1 en 2) kunnen tegenwoordig geen beroep meer doen op een woonplek in een instelling. In plaats daarvan krijgen zij ondersteuning vanuit de Wmo. Bestaande cliënten met een lichte zorgvraag die in een instelling wonen, mogen hier wel blijven.

Woonvraag van verstandelijk beperkten Het aantal Wlz-indicaties in Rijswijk voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2021 gestegen

van ca. 100 naar ca. 170. Tussen de jaren 2016 en 2017 neemt het aantal indicaties een grote sprong van 40 indicaties. Landelijk zien wij dat een deel van de doelgroep VG in 2015 is overgegaan naar de Wmo, maar dat een deel van deze groep later alsnog een VG-indicatie voor de Wlz heeft gekregen. Hiermee lijkt de toename in indicaties tussen 2016 en 2017 vooral een ‘reparatie’. Na 2017 zien we een langdurige (landelijke) trend waarin het aantal Wlz-indicaties voor deze groep met ca. 2% tot 2,5% per jaar stijgt. In de werksessie met ketenpartners wordt de toegenomen levensverwachting en vitaliteit van de groep als een belangrijke drijfveer gezien voor deze toename. Dit blijft ook naar de toekomst relevant. Figuur 3.1: Gemeente Rijswijk. Aantal Wlz-indicaties VG (2015-2021)

200 175 150 125 100 75 50 25 0

140 99

101

2015

2016

2017

155

2018

165

161

2019

2020

169

2021

Bron: CZ

Het zorgkantoor heeft inzichtelijk gemaakt hoe de Wlz-zorg geleverd wordt, op peilmomenten sinds 2015. Door de jaren heen zien we een toenemend aandeel van het ‘Persoonsgebonden Budget’ (PGB) en een teruglopend aandeel van ‘Verblijf’ (ZIN). Na het invoeren van het ‘Modulair Pakket Thuis’ zien we dat het aandeel cliënten dat zelf zorg inkoopt of zorg aan huis krijgt, sterk is toegenomen. 20

Figuur 3.2: Gemeente Rijswijk. Leveringsvorm wonen en zorg VG (2015-2021)

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

30%

31%

37%

39%

7%

10%

9%

18%

15%

14%

Tabel 4.1: Gemeente Rijswijk. Basisprognose woonvormen VG (2021 - 2040)

MPT & Verblijf MPT & PGB PGB & Verblijf

38% 63%

61%

53%

39%

44%

Niet-verzilverd VPT

53% 31%

30%

28%

MPT PGB Verblijf

Bron: CZ

Aan de hand van de Wlz-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Rijswijk hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van verstandelijk beperkten voor de periode tot en met 2040. In deze prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandelijk beperkten zich zal ontwikkelen. Hierin hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik van 2% per jaar. De onderstaande grafiek toont de verwachte vraag naar zorg-met-verblijfplekken volgens de prognose: een basisprognose op basis van het toekomstig zorggebruik. De totale vraag aan woonplekken zal tamelijk stabiel blijven. De verwachte bevolkingsgroei in Rijswijk heeft een verhogend effect op de vraag.

Basisprognose Geclusterd wonen Gespikkeld wonen

2021 170 140 30

2025 200 160 30

2030 220 190 30

2035 250 200 50

2040 270 220 50

Bron: CZ, Trendraming 2019, bewerking Companen.

De basisprognose wordt kwalitatief verdeeld over geclusterd wonen en gespikkeld wonen (zie bijlage 1 voor definities en bijlage 4 voor een toelichting op de verdeling). De behoefte aan geclusterd wonen overstijgt het huidige woonaanbod; alle signalen van partners en data wijzen op een gebrek aan geclusterde huisvesting. In onze vraagberekeningen gaan wij dan ook niet uit van een verdere extramuralisering. De mate waarin cliënten gespikkeld zullen wonen stellen wij afhankelijk van het type VG-indicatie4. De vraag naar gespikkelde woonvormen zal in de basisprognose oplopen van ca. 30 woningen nu naar 50 woningen in 2040. Zelfstandig wonen blijft echter een persoonsgebonden keuze, waarbij de randvoorwaarden per individu moeten kloppen. De groep mensen met een verstandelijke beperking die in Rijswijk beschikt over een Wlz-indicatie, is relatief beperkt in vergelijking tot de rest van het land of de regio. Hieronder drukken we de verschillen uit in aandelen: • In Rijswijk wonen 3,3 VG-cliënten met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners • In Haaglanden wonen 4,2 VG-cliënten met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners • In Nederland wonen 6,5 VG-cliënten met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners In navolging van de decentralisatie van het zorglandschap en de extramuralisering van zorg, zien we landelijk dat clustering van instellingszorg

4 Zij bijlage 2 voor het overzicht van dit aannamestelsel.

21

vaker plaats maakt voor kleinschalige woonvormen verspreidt over het land. Wij verwachten dat mensen met een beperking vaker ‘lokaal gaan en willen wonen’, dichtbij het bestaande sociale netwerk. Als een gevolg van de ‘lokaal wonen’-trend verwachten wij dat deze vraag zich in de toekomst geleidelijk meer evenwichtig zal spreiden over het land. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar VG-plekken in de verschillende gemeenten in de regio meer verdeeld gaat worden naar rato van het aantal inwoners; het gat tussen het landelijk (ca 6,5 VG-cliënten per 1.000 inwoners) en gemeentelijk gemiddeld aantal VG-cliënten (ca 3,3 VG-cliënten per 1.000 inwoners) wordt gedicht. Meer spreiding houdt in dat er meer plekken nodig zijn in de gemeente Rijswijk en juist minder binnen de regio of andere gemeenten. De spreiding van woonzorgplekken voor VG is echter niet een doel op zich. Met dit scenario spiegelen we voor hoe gemeenten vaker kunnen inspelen op de lokale behoefte, zodat cliënten dichterbij hun familie kunnen wonen. Onderstaande tabel geeft weer hoe de vraag zich in dit scenario naar de toekomst toe zal ontwikkelen. Tabel 4.2: Gemeente Rijswijk. Basisprognose woonvormen VG (2021 - 2040)

Basisprognose Geclusterd wonen Gespikkeld wonen

2021 170 140 30

2025 250 210 40

2030 350 300 50

2035 450 390 60

2040 560 490 70

Bron: CZ, Trendraming 2019, bewerking Companen.

Aanbodanalyse

Tabel 4.3: Aanbod naar aanbieder en woonvorm (2021)

Zorgaanbieder Philadelphia Middin Zorg van José Totaal Our House*** Blauwe Parel*** Totaal incl. nieuwbouw

Geclusterd wonen 35* 21 4 60 15 12 87

Gespikkeld wonen 19 0 7** 26 0 0 26

* Philadelphia heeft 36 woonplekken; 1 woonplek wordt door een persoon zonder VG-indicatie bewoond. Zodoende is deze plek hier nu niet meegerekend. ** Hier zijn alleen de cliënten meegeteld met een Wlz-indicatie. Er wonen nog 8 andere cliënten met een Wmo-indicatie in een gespikkelde woning. *** Toekomstig woonaanbod dat momenteel nog in (plan)ontwikkeling is. Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente Rijswijk.

De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Bij het opstellen van de huisvestingsopgave geven we zowel de basisprognose als het scenario ‘lokaal wonen’ weer in een bandbreedte (zie tabel 4.4). De basisprognose geeft een voorzichtig toekomstbeeld, waarin er rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen (zoals bevolkingsgroei of een stijgende levensverwachting). Het scenario lokaal wonen gaat uit van een spreiding van woonvoorzieningen over het land. De inzet tussen beide weerspiegelt de speelruimte van de gemeente, hetgeen ruimte biedt voor het bepalen van haar ambitieniveau op dit vlak. De beweging van het ‘lokaal wonen’ is echter ook afhankelijk van de wil van ketenpartners om aanbod te realiseren in Rijswijk . Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige

Aan alle zorgaanbieders in de gemeente Rijswijk die zich richten op zorg voor verstandelijk beperkten is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod weergegeven.

22

woonzorgaanbod (inclusief concrete nieuwbouwplannen5) voor de doelgroep verstandelijk beperkten, laat het volgende zien: • Het aanbod dat in beeld is voorziet niet in de verwachte vraag naar geclusterd aanbod. De huidige vergelijking van vraag en aanbod leidt tot een tekort aan 80 plekken. Dit tekort zal oplopen naar minimaal 130 en maximaal 400 plekken. Deze bandbreedte is groot, omdat Rijswijk naar verhouding tot de rest van het land ca. 50% minder huidig aanbod in huisvesting VG heeft. • Wij zien een evenwichtige situatie in vraag en aanbod aan gespikkeld wonen. Richting de toekomst ontstaat een licht tekort dat zal oplopen naar maximaal 40 plekken. Hierover zullen op termijn afspraken moeten worden gemaakt met zorgaanbieders en corporaties. Na het invoeren van het ‘Modulair Pakket Thuis’ zien we dat het aandeel cliënten dat zelf zorg inkoopt of zorg aan huis krijgt, sterk is toegenomen. Vermoedelijk leidt het gebrek aan aanbod in geclusterde woonlocaties in Rijswijk tot een stijgend aandeel van zorg aan huis. Dit beeld wordt bevestigd door de corporaties en zorgaanbieders uit de gemeente. Zij geven aan dat er teveel zorg aan huis geleverd wordt, zelfs aan zware zorgvragers die eigenlijk meer gebaat bij het wonen in een geclusterde woonvorm. De ouders die betrokken zijn bij de nieuw geplande ouderinitiatieven onderschrijven deze conclusie.

Zij hebben daarom zelf initiatieven ontplooid, al blijft hierdoor een groot tekort bestaan.

Tabel 4.4: Balans tussen vraag en aanbod aan woonvormen voor VG

Vraagaanbod 2021

Vraagaanbod 2025 -70 tot 120

Vraagaanbod 2030 -100 tot 210

Geclusterd wonen

-80

Gespikkeld wonen

0

0 tot -10

0 tot -20

Totaal

-80

-70 tot 130

-100 tot 230

Vraagaanbod 2035 -110 tot 300 -20 tot 30 -130 tot 330

Vraagaanbod 2040 -130 tot 400 -20 tot 40 -170 tot 440

Bron: CZ, Trendraming 2019, bewerking Companen.

Beleidsopgaven VG Nieuwbouw van geclusterd wonen als hoge prioriteit De huisvestingsopgave voor geclusterde woonvormen VG in Rijswijk is groot én prangend. De gemeente voorziet in beperkte mate in de woonbehoefte van mensen met een verstandelijke beperking. Hierdoor moeten veel jongvolwassenen met een verstandelijke beperking verhuizen naar buiten de gemeente voor passende huisvesting, of zien we ouders het initiatief nemen voor woongroepen. De komende jaren zal de behoefte (landelijk) licht blijven toenemen, en zullen meer inwoners in Rijswijk huisvesting zoeken. Dit is een continu groeiende vraag. We zien echter ook veel ruimte (en behoefte) om eigen inwoners met een beperking vaker in Rijswijk te huisvesten. Om meer ruimte te bieden aan het lokaal wonen, adviseren wij de gemeente om actief mogelijkheden voor nieuwbouwlocaties te zoeken.

5 Betreft twee ouderinitiatieven die momenteel in ontwikkeling zijn. Zorgaanbieders

Middin is eveneens bezig met het opstellen van een plan, hetgeen momenteel nog niet in de cijfers is meegenomen. 23

Diversiteit in samenwerking met ketenpartners Bij uitbreiding zou het streven moeten zijn om meer variatie in het aanbod te krijgen: bijvoorbeeld in woningtype, geschiktheid, zelfstandigheid, locatie en ontmoetingsplekken, passend bij de behoefte van verschillende groepen mensen met een verstandelijke beperking. Dit vraagt om een gezamenlijk beeld van de verschillende groepen, en hun verschillende behoefte in wonen, zorg en welzijn. Zorgaanbieder Middin geeft aan persona’s (typologieën) uit te werken, die mogelijk goed als leidraad kunnen dienen. Op basis van persona’s kunnen passende woonlocaties geïdentificeerd worden, die van invulling kunnen worden voorzien door gesprekken met ouders, zorgaanbieders, corporaties en het zorgkantoor aan te gaan. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen.

Maatwerk toepassen voor LVB-groep De toegang tot de Wlz is voor mensen met een licht verstandelijke beperking is de laatste jaren beperkt, nu de lichte zorgzwaartepakketten (VG1 en VG2) niet meer worden verstrekt. Cliënten met een lichter zorgprofiel vallen hierdoor vaker tussen wal en schip; hun begeleidingsvraag is te licht voor de Wlz, en kan juist te zwaar zijn voor reguliere Wmo-begeleiding. Deze specifieke groep mensen hebben baat bij intensievere ambulante begeleiding, en het wonen nabij een steunpunt (<500 meter). Begeleiding aan deze groep vraagt daarmee om meer maatwerk, waarbij het ook mogelijk kan zijn dat zij gebruik maken van (pilots met) Beschermd Thuis, wanneer dat breder wordt uitgezet.

24

Kaart van het geclusterd woningaanbod voor mensen met een verstandelijke beperking of Beschermd Wonen Voor een digitale en interactieve versie, zie: www.companen.nl/arcgis/woonzorgrijswijk

Legenda

25

5 Beschermd wonen (Wmo) & GGZWonen (Wlz) Beschermd Wonen (BW) is bedoeld voor mensen die tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek en waarbij behandeling niet (meer) op de voorgrond staat. Na een verblijf in Beschermd Wonen kan de cliënt uitstromen richting zelfstandig wonen. Sinds 2021 bestaat er ook de mogelijkheid voor mensen met langdurige psychische en/of psychosociale problematiek om beschermd te wonen met een Wlzindicatie. Dit heet binnen de Wlz-zorg ‘GGZ-Wonen’, waar Beschermd Wonen wordt gefinancierd uit de Wmo. In dit hoofdstuk maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf voor mensen met een indicatie voor BW en GGZ-Wonen en zetten we dit af tegen het aanbod. Rijswijk is wat betreft Beschermd Wonen onderdeel van de H5-regio. Centrumgemeente Den Haag is verantwoordelijk voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in alle gemeenten in deze regio. Zij zijn eveneens budgethouder. De meeste BW-locaties staan ook in Den Haag; in de regio zijn een beperkt aantal BW-locaties aanwezig. Gezien de hoog stedelijke en aangrenzende woonomgevingen van de H5-gemeenten, is de onderlinge regionale dynamiek hoog en kenmerkend. Veel mensen doen in Den Haag een beroep op Beschermd Wonen, maar hebben bij uitstroom soms de behoefte aan een plek in de gemeente van herkomst.

In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan deze dynamiek. Beschermd Wonen wordt in de regio geboden via twee producten, die vallen onder de maatwerkarrangementen van Den Haag. De gemeente maakt samen met de cliënten en de zorgaanbieder een plan op maat. De volgende onderdelen staan centraal: het voeren van een huishouden, sociaal en persoonlijk functioneren, omgaan met zelfzorg en gezondheid, dagbesteding,

geldzaken, nabijheid van ondersteuning en de mogelijkheid om beschermd of begeleid te wonen. Beschermd Wonen wordt geboden als ‘Wonen Intensief’, met 24-uursbegeleiding in groepslocaties en intensieve ondersteuning bij de genoemde arrangementonderdelen. Begeleid Wonen staat bekend als ‘Wonen Plus’. Ook hier wordt groepsgewijs gewoond, maar de begeleiding is niet 24uur aanwezig. Het is afhankelijk van de locatie en/of de cliënt of begeleiding oproepbaar is of de begeleiding op geplande momenten langskomt. Naast deze producten, kunnen individuele gemeenten ook Wmo-begeleiding inzetten om inwoners ambulant (aan huis) te begeleiden. Dit kan ook de vorm van intensieve ambulante begeleiding aannemen, hetgeen in het land wordt gezien als de vorm van ‘Beschermd Thuis’. De groep cliënten die Beschermd Thuis kunnen wonen betreft mensen die in principe niet in een 24-uursvoorziening hoeft te wonen. Zij zullen geen gebruik maken van groepswonen, maar met name in gespikkelde of zelfstandige woningen wonen. Momenteel wordt er in de regio niet regionaal gebruik gemaakt van Beschermd Thuis.

Veranderingen in het BW-stelsel Vanaf 1 januari 2023 vindt geleidelijk een verdere decentralisatie van BW plaats, met een zichttermijn tot 1 januari 2033. De centrumgemeentefunctie die Den Haag nu vervult komt dan te vervallen. Op dit moment is ook de rijksbijdrage voor BW gebaseerd op het historisch volume (aantal regionale cliënten in 2015). Vanaf 1 januari 2023 verloopt de verdeling van de financiële middelen via een objectief verdeelmodel. Het objectieve verdeelmodel gebruikt voorspellende factoren voor de lokale vraag van cliënten naar BW. De financiële middelen voor BW worden vanaf hetzelfde moment geleidelijk gedecentraliseerd en aan elke individuele gemeente beschikbaar gesteld op basis van een groeipad van 10 jaar. De gemeenten in de regio zijn momenteel aan het uitwerken hoe zij met elkaar willen samenwerken na de decentralisatie van BW.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=fc853c38-91c7-4555-b604-4600d5dc7267