CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-031 c_bijlage I tm IV toelichting bestemmingsplan_verkleind.pdf

Raadsvergadering 15 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan De Terp (21-031)13.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 3.4. Beoordelingspunten akoestisch situatie De verkeerstoename tussen 2015 en 2030 leidt tot een geluidtoename die varieert van 0,2 dB tot maximaal 0,7 dB. De maximaal berekende geluidbelasting bedraagt (afgerond) 63 dB. Wanneer naast de groei van het verkeer ook rekening wordt gehouden met de beoogde asverschuiving van de Prinses Beatrixlaan ontstaat een gedifferentieerd beeld waarbij op sommige punten sprake is van een afname van de geluidbelasting (tot -2,8 dB) en op andere punten een toename (tot maximaal 2,2 dB). De maximaal berekende geluidbelasting bedraagt (afgerond) 62 dB. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal op basis van het wegontwerp meer gedetailleerd akoestisch onderzoek plaatsvinden. Voor de bestaande woningen waar de aanpassingen aan de Prinses Beatrixlaan leiden tot een geluidtoename van 2 dB of hoger (boven de voorkeursgrenswaarde) zal inzicht worden gegeven in de mogelijke maatregelen om de geluidbelasting te beperken, zoals de toepassing van geluidreducerend asfalt. Gezien de uitkomsten van het verkennend akoestisch onderzoek kunnen zo nodig hogere waarden worden vastgesteld. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen onaanvaardbare akoestische gevolgen zullen optreden.

Nieuwe geluidgevoelige functies Bij de verdere uitwerking van de plannen zal in het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedures gedetailleerd akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. Gezien de resultaten van het voorgenoemde verkennende akoestisch onderzoek, wordt de maximale ontheffingswaarde naar verwachting niet 1

Goudappel Coffeng, Verkennende analyse geluid en lucht Prinses Beatrixlaan, d.d. 11 januari 2019.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

28

Kenmerken van de milieueffecten

overschreden. Bij de inrichting en het gebouwontwerp voor de verschillende deellocaties dient rekening te worden gehouden met de akoestische situatie. Waar nodig kunnen hogere waarden worden vastgesteld.

3.5.

Bodem en water

3.5.1. Beoordelingskader Bodemkwaliteit Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Water Bij ruimtelijke ontwikkeling dient de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. In het Waterbeheerplan 5 (WBP 5) beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren.

De gemeente Rijswijk is verantwoordelijk voor de ruimtelijke aspecten in het stedelijk gebied en voor de inzameling en afvoer van afvalwater, hemelwater en grondwater. De uitgangspunten zijn vastgelegd in het gemeentelijk Rioleringsplan en het Waterplan. 3.5.2. Effectbeoordeling Bodemkwaliteit Binnen de beoogde herontwikkeling zijn geen activiteiten voorzien die een risico vormen voor de bodemkwaliteit binnen het gebied. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal in het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedures en omgevingsvergunningen moeten worden aangetoond dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de nieuwe functies. Zo nodig dienen eventuele verontreinigingen te worden gesaneerd. Water In de directe omgeving van het plangebied zijn geen primaire- of regionale waterkeringen aanwezig. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Ook ligt het gebied niet in een drinkwaterbeschermingsgebied. Het plangebied is in de huidige situatie vrijwel volledig verhard. Met de uitgangspunten zoals vastgelegd in het masterplan ontstaat er meer ruimte voor groen en water. Ook worden groene daken toegepast. De herontwikkeling zal dan ook positieve gevolgen hebben voor de waterberging. Zowel in het kader van het masterplan als in het kader van de vervolgprocedures vindt afstemming plaats met de waterbeheerder.

3.6.

Natuur

3.6.1. Beoordelingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

29

Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Soortenbescherming is geregeld in de Wnb. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk ontwikkeling moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. 3.6.2.

Effectbeoordeling

Inrichting In het masterplan is de ambitie opgenomen om met de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan een ecologische verbinding te realiseren tussen de zuidelijke parken en de landgoederenzone ten noorden van Rijswijk (zie figuur 3.5). Daarbij wordt aangesloten bij de doelsoorten zoals genoemd in het Rijswijkse groenbeleidsplan. Verder is het belangrijk dat bomen met zachte houtsoorten aanwezig zijn en dat een aantal bestaande (oude) bomen behouden worden. De beplantingstypen bevatten lokale soorten en vallen onder ecologisch beheer. Met de nieuwe ecologische verbinding kan de herontwikkeling een positieve bijdrage leveren aan het vergroten van de natuurwaarden in en rond het gebied.

Figuur 3.5. Beoogde ecologische verbinding Gebiedsbescherming

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

30

Kenmerken van de milieueffecten

Zoals in hoofdstuk 2 beschreven maken de ontwikkelingen geen deel uit van beschermd natuurgebied zoals Natura-2000 of NNN. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring, verzuring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Soortenbescherming Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Van der Goes en Groot, 16 juni 2019). Hieruit blijkt dat in het plangebied jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels kunnen voorkomen, namelijk die van huismus, gierzwaluw en slechtvalk. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uitgesloten kunnen worden, is bij de verdere uitwerking van de plannen vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoort(en) noodzakelijk. Mocht daadwerkelijk sprake zijn van beschermde soorten, dan dienen zo nodig maatregelen te worden getroffen om strijdigheid met de Wet natuurbescherming te voorkomen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van broedende vogels.

3.7.

Risico’s op zware ongevallen of rampen

3.7.1. Externe veiligheid Beoordelingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Effectbeoordeling Uit de gegevens die beschikbaar zijn via de professionele risicokaart (https://nederlandprof.risicokaart.nl) blijkt dat over de Prinses Beatrixlaan en de Generaal Spoorlaan op beperkte schaal gevaarlijke stoffen worden getransporteerd ten behoeve van de bevoorrading van LPG-tankstations. In 2016 zijn verschillende varianten doorgerekend om de risicosituatie in beeld te brengen1. Uit de resultaten blijkt dat geen sprake is van een PR10-6-contour. Knelpunten met betrekking tot het plaatsgebonden risico kunnen dan ook worden uitgesloten. In het onderzoek zijn waar het gaat om het groepsrisico verschillende scenario’s beschouwd waarin verschillende ruimtelijke ontwikkelingen langs de transportroute zijn meegenomen. In de meest vergaande variant zijn onder andere het herbestemmen van de Winston Churchill Tower, Hoogvoorde, JC van Markenlaan 3-5 en De Generaal doorgerekend. De transformatie zoals die is voorzien ter plaatse van het winkelcentrum is geen onderdeel van het onderzoek. Wel is een bioscoop ter plaatse van De Terp en herontwikkeling van Het Bogaardplein meegenomen in de berekeningen. Uit de resultaten blijkt dat ook in het meest vergaande scenario de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden. Bij de verdere planvorming zal in het kader van de ruimtelijke procedures een actualisatie van het onderzoek noodzakelijk zijn.

De verwachting is dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet overschreden wordt. De plannen zullen voor advies 1

Antea Group, Externe veiligheid zone Prinses Beatrixlaan, d.d. 14 juli 2016.

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

31

moeten worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio Haaglanden. Met name binnen de deellocaties op korte afstand van de transportroute kunnen maatregelen noodzakelijk zijn met het oog op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij eventuele calamiteiten. Ook over de A4 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De minimale afstand tussen het projectgebied en de A4 bedraagt ruim 800 meter. Op deze afstand zullen de beoogde ontwikkelingen niet van invloed zijn op de hoogte van het groepsrisico. In de huidige situatie ligt het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. Bij de verdere uitwerking van de plannen is in het kader van de ruimtelijke procedures een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Verder zijn er in de directe omgeving van het projectgebied geen relevante risicobronnen aanwezig. 3.7.2. Risico’s op rampen door klimaatverandering De beoogde ontwikkeling zorgt met de groene uitstraling en het realiseren van groene daken voor een afname in verharding. Door de afname van het verhard oppervlak zal de ontwikkeling geen invloed hebben op de risico’s op rampen door klimaatverandering. Ook wordt bij de planvorming aandacht besteed aan het tegengaan van hittestress, onder andere door het creëren van routes met voldoende beplanting en het introduceren van water in de openbare ruimte.

3.8.

Windhinder en schaduwwerking

3.8.1. Beoordelingskader Voor de beoordeling van het windklimaat wordt de Nederlandse norm NEN 8100 gebruikt. Hierbij wordt gekeken naar windhinder en windgevaar. In de norm NEN 8100 wordt voor windhinder een drempelwaarde aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bezonning en beschaduwing wordt beoordeeld op basis van de in Nederland gangbare TNO-norm voor bezonning: “Een woning krijgt de waardering voldoende wanneer er sprake is van ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober (acht maanden). Als beoordelingspunt geldt het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woonkamer. De twee uur zon hoeven niet aansluitend plaats te vinden en de bezonning op de voor en achtergevel mag bij elkaar opgeteld worden.” 3.8.2. Effectbeoordeling Windhinder komt vaak voor bij hoge gebouwen. De nieuwe hoogbouw wordt toegepast waar het geen bezonningsproblemen geeft op het maaiveld of op andere (bestaande) gebouwen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de wind, door de torens een set-back of juist een uitkraging te geven. In een zone van 20 meter kan geen ander gebouw staan en directe inkijk vanuit andere gebouwen wordt ook uitgesloten.

De hoogbouwzone bevindt zich langs de Prinses Beatrixlaan, de noordkant van de leefstraat en in het verlengde van het Wethouder Hillenaarplantsoen en de Henri ter Hallsingel.

3.9.

Aanlegwerkzaamheden

Gelet op de tijdelijkheid van aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden.De werkzaamheden ter plaatse van de Winston Churchill Tower starten tweede helft van 2019. Naar verwachting starten de werkzaamheden ter plaatse van het HBG terrein ongeveer een jaar later. Vervolgens wordt begin 2021 gestart met de transformatie ter plaatse van het winkelcentrum. Parallel worden de voorbereidende werkzaamheden in verband met de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan gestart. Het bouwverkeer zal voor een belangrijk deel gebruik maken van de Prinses Beatrixlaan. De Beatrixlaan is een gebiedsontsluitingsweg van 2 x 2 rijstroken. De transportbewegingen die samenhangen met de

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

32

Kenmerken van de milieueffecten

aanlegfase gaan snel op in het heersende verkeersbeeld. Verder gaat het bij de realisatie om reguliere werkzaamheden die samenhangen met stedelijke herontwikkeling, waarbij zo nodig maatregelen worden getroffen om hinder voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken.

3.10. Cumulatie van milieugevolgen In het gebied rond het winkelcentrum In de Bogaard vinden verschillende transformatieprojecten plaats. Cumulatie van milieugevolgen kan met name plaatsvinden als het gaat om de verkeersgerelateerde effecten. Alle concrete ontwikkelingen zijn meegenomen in het verkeersmodel, zowel de ontwikkelingen in de directe omgeving als andere ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de verkeersintensiteiten binnen het studiegebied. In dit hoofdstuk is ingegaan op de effecten ten aanzien van verkeer, wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit. Op grond van de uitkomsten van de effectbeoordelingen worden geen nadelige milieugevolgen verwacht. De verschillende ontwikkelingen op korte afstand van de transportroute voor gevaarlijke stoffen zouden kunnen leiden tot cumulatieve gevolgen waar het gaat om de hoogte van het groepsrisico. Vandaar dat er aanvullend onderzoek zal worden uitgevoerd. Op basis van de uitkomst van het aanvullend onderzoek zullen maatregelen worden uitgewerkt. Voor de overige aspecten kan cumulatie op voorhand worden uitgesloten, gezien de effectbeoordelingen in dit hoofdstuk. Veelal is sprake van beperkte, lokale effecten waarbij geen relevante cumulatie van milieugevolgen kan optreden.

3.11. Mitigerende maatregelen In de m.e.r.-beoordeling staat de vraag centraal of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Uit de effectbeoordeling blijkt dat dergelijke negatieve gevolgen kunnen worden uitgesloten. Daarbij dienen wel de randvoorwaarden en uitgangspunten zoals vastgelegd in het masterplan in acht te worden genomen. Op onderdelen is er bij de verdere uitwerking van de plannen (in het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedures) vervolgonderzoek noodzakelijk. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om gedetailleerd akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting ter plaatse van toekomstige woningen, externe veiligheidsonderzoek vanwege de route vervoer gevaarlijke stoffen en het nader ecologisch onderzoek naar beschermde diersoorten. Deze onderzoeken kunnen leiden tot aanvullende randvoorwaarden of maatregelen. Datzelfde geldt voor het beperken van milieuhinder in de aanlegfase.

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

4. Conclusie

33

Uit de resultaten van de m.e.r.-beoordeling blijkt dat de herontwikkeling van het winkelcentrum In de Bogaard op basis van de uitgangspunten zoals vastgelegd in het masterplan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is om deze reden geen aanleiding voor het doorlopen van een volledige m.e.r.procedure.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20190576

Rijswijk

#Ee

Voorstel aan B &W

Redacteur: (team)manager: Team: Portef. houder( s ):

Onderwerp

Voorgestelde beslissing

M.C. de Hoog I (070) 326 11 21 M.J. de Ligt Ruimte A.F.M. van de Laar - Ruimtelijke en Economische Ontwikkelinq, Duurzaamheid en Stadsbeheer

Datum: 14-01-2021 Corsanr.: 21.004264

Vrijgeven ontwerpbestemmingsplan "De Terp" en anterieure overeenkomst

B & W besluiten: 1.

2.

3. 4. 5. 6.

in te stemmen met het ontwerpbestemmingsplan "De Terp" (ION: NL.IMRO.0603.bpDeTerp-ON01) en dit samen met het bijbehorende ontwerpbesluit op grand van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken na publicatie ter inzage te leggen; op basis van de aanmeldingsnotitie, waaruit blijkt dater geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden, afte zien van het opstellen van een milieueffectrapport voor de realisatie van 345 woningen en commerciële voorzieningen; afte zien van een inspraakprocedure ex artikel 2, lid 1 van de lnspraakverordening; in te stemmen met de inhoud van de anterieure overeenkomst De Terp; op grand van artikel 55 lid 1 Gemeentewet jo. artikel 10 lid 2 sub g Wob geheimhouding te leggen op de anterieure overeenkomst De Terp en de bijbehorende toelichting; de raadsinformatiebrief vast te stellen en aan de raad te doen toekomen.

De burgemeester besluit: op grand van artikel 171 lid 2 Gemeentewet aan de wethouder Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling, Duurzaamheid en Stadsbeheer op te dragen de anterieure overeenkomst De Terp te ondertekenen.

vorige besluitvormin Toelichting

Bijlage(n)

lntentieovereenkomst 'herontwikkeling winkelpassage De Terp' d.d. 7 juli 2020 Raadsvoorstel vaststelling 'Masterplan In de Bogaard' d.d. 12 november 2019

Corsanr. 19.065649 Corsanr. 19.096448

Beryllus De Terp Ontwikkeling B.V. en Beryllus De Terp Parkeren B.V. zijn voornemens om de Terp, gelegen op de hoek van de Prinses Beatrixlaan en de Generaal Spoorlaan, te herontwikkelen naar woningen en commerciële voorzieningen, binnen de kaders van het in december 2019 vastgestelde Masterplan In de Bogaard. De ontwikkeling van De Terp bestaat uit de sloop vaneen groat deel van de bestaande bebouwing, met name van het pand/bouwvolume waar voorheen de V&D gevestigd was. Een deel van de bebouwing langs de buitenranden van De Terp wordt "gestript" en getransfarmeerd. Uitzondering zijn de bouwvolumes op de noordoostelijke en -westelijke hoek, waarin vanaf de 3e bouwlaag bestaande woningen aanwezig zijn; deze blijven intact en krijgen op de onderste bouwlagen enkel een andere bestemming. Aangezien deze ontwikkeling niet past in het geldende bestemmingsplan is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het kader van het bestemmingsplan zijn diverse (milieu)planologische aspecten bekeken en onderzocht. Uit deze onderzoeken zijn geen belemmeringen gebleken.

Omdat er in het kader van het Masterplan al verschillende participatiemomenten zijn geweest, er in dat kader een farmele inspraakprocedure is doorlopen en het bouwplan voor De Terp sindsdien niet ingrijpend is gewijzigd en volledig in het Masterplan past, is afgezien van een farmele inspraakprocedure op basis van een voorontwerpbestemmingsplan. Wei zijn er in het kader van het wettelijk vooroverleg twee vooroverlegreacties ontvangen van het Hoogheemraadschap van Delfland en de Veiligheidsregio Haaglanden. Deze hebben niet geleid tot aanpassingen. Daarnaast is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. opgesteld waaruit blijkt dater geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Tot slot is een anterieure overeenkomst opgesteld tussen de gemeente en de ontwikkelaar om de ambtelijke proceskosten en een exploitatiebijdrage ten behoeve van de herinrichting van het openbaar gebied te verhalen en om eventuele planschade bij de ontwikkelaar neer te leggen. De exploitatiebijdrage voor plankosten wordt als inkomsten geboekt op de post Gebiedstransformatie In de Bogaard. De bijdrage voor de herinrichting openbaar gebied wordt als vooruit ontvangen post opgenomen in de balans op de post Woninqbouwimpuls, omdat de uitgave nog moet worden gerealiseerd. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bijlage bij het B&W-voorstel bestemmingsplan Bijlage bij het B&W-voorstel anterieure overeenkomst, VERTROUWELIJK Aanmeldingsnotitie De Terp Ontwerpbestemmingsplan De Terp Anterieure overeenkomst, VERTROUWELIJK Raadsinformatiebrief Publicatie ontwerpbestemmingsplan Publicatie anterieure overeenkomst 25-2-2021 15.32.00

Corsanr. 21.005558 Corsanr. 21.015721 Corsanr. 21.016477 Corsanr. 21.016472 Corsanr. 21.016884 Corsanr. 21.011824 Corsanr. 21.011843 Corsanr. 21.015746 pag. 1

Rii<viil t -

-g--

Voorstel aan B&W (vervolg)

Akk. adjunctgemoontegogr

voor agendering

L]aw.a.E Bontenbvai d.d. 2502-2021

antckening gemeentesecr.

n NVee

Akk. gemeentesecr. voor ageridefig

E ee

I eel

D Ja, zie bijlage corsanr. LlGewijzigd

Besliitvorming

ÜGewfzigd

Corsanr. 21.004264

I1a

LAtgevoerd r

LJ Afgevoerd

25-2-2021 15:32.00

pag. 2

Bijlage II Parkeer- en verkeeronderzoek

Bestemmingsplan “De Terp” Toelichting Vastgesteld 15 juni 2021

■ ■

■ ■

■ ■

■

■

■ ■ -

■ -

■ ■

■ ■

■

■

-

■ -

■ ■ ■ ■

■ ■

■

■

■

■

■

■

■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Bijlage III Kruispuntanalyse

Bestemmingsplan “De Terp” Toelichting Vastgesteld 15 juni 2021

Opdrachtgever

Gemeente Rijswijk

Datum

21 mei 2021

Auteur

Mark van den Bos en Kevin Jansen

Onderwerp

Toets verkeersafwikkeling In de Bogaard Rijswijk

Kenmerk

009409.20210521.N1.03

Pagina

1/16

1.

Inleiding

Voor de locatie In de Bogaard in Rijswijk zijn plannen voor herontwikkeling waarbij een deel van de bestaande winkelfuncties wordt getransformeerd naar wonen. Op 17 december 2019 is hiertoe een Masterplan vastgesteld. In dit Masterplan is een eerste globaal onderzoek gedaan naar de verkeerskundige impact van deze grootschalige gebiedstransformatie. Nu bijna anderhalf jaar later de eerste bestemmingsplannen in procedure gaan in uitwerking op het Masterplan, bestaat behoefte aan een actueel inzicht in hoeverre de omliggende infrastructuur het verkeer in de toekomstige situatie kan afwikkelen. De gemeente Rijswijk heeft Goudappel gevraagd om de verkeersafwikkeling op de omliggende kruispunten te toetsen. Deze notitie beschrijft de resultaten van deze toets. In de toets is rekening gehouden met de ontwikkeling van In de Bogaard en omgeving als geheel; inclusief de verschillende deelontwikkelingen.

2.

Aanpak en uitgangspunten

2.1

Aanpak

In de toets zijn de vier hoofdkruispunten rondom de ontwikkellocatie doorgerekend (zie figuur 2.1): 1.

Steenvoordelaan – Sir Winston Churchilllaan;

2.

Steenvoordelaan – Generaal Spoorlaan;

3.

Pr. Beatrixlaan – Sir Winston Churchilllaan;

4.

Pr. Beatrixlaan – Generaal Spoorlaan;

De berekeningen zijn uitgevoerd voor de situatie in 2040, voor zowel de referentiesituatie (zonder planontwikkeling) als de plansituatie (met realisatie van de ontwikkeling conform het Masterplan). De toets is uitgevoerd voor zowel de ochtend- als de avondspitssituatie. Resultaat van de berekeningen is inzicht in hoeverre de kruispunten en het omliggende verkeersnet het verkeer in de toekomstige situatie kunnen afwikkelen. De kruispuntberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma COCON.

Figuur 2.1: Getoetste kruispunten

2.2

Uitgangspunten

2.2.1

Verkeersaanbod

Begin 2021 is door de gemeente Rijswijk op basis van het V-MRDH 2.6 een modelscenario opgesteld waarin de plannen en het functieprogramma van In de Bogaard zijn verwerkt. Aan de hand van dit model, met prognosejaar 2040, zijn de kruispuntberekeningen uitgevoerd. Uit dit verkeersmodel zijn de kruispuntstromen in en ochtend- en de avondspits voor de vier kruispunten herleid. Deze kruispuntstromen betreffen 2-uurs intensiteiten (brede spits). Hoewel het winkelcentrum buiten de spitsperioden veel verkeer genereert, zijn de ochtenden avondspits nog altijd de maatgevende perioden voor wat betreft de kruispunten. Deze 2-uurs kruispuntstromen zijn omgerekend naar 1-uurs personenauto-equivalenten, waarbij is uitgegaan van: -

een spitsfactor van 0,55 voor de omrekening van de 2-uurs spitscijfers naar de 1uurs (drukste uur) spitscijfers;

-

pae-factor van 2,0 voor de omrekening van vrachtverkeer naar personenautoequivalenten (pae).

2

2.2.2

Kruispunten

In de directe omgeving van de ontwikkellocatie vinden nog diverse ontwikkelingen plaats; waaronder het plaatsen van iVRI’s en een beoogde herinrichting op de Pr. Beatrixlaan. Voor de iVRI’s zijn geen gegevens beschikbaar over de beoogde toekomstige regelstrategie. Daarom is in dit onderzoek nog uitgegaan van de 'oude situatie'. Hierdoor kan op basis van de COCON-berekeningen uitsluitend uitspraken worden gedaan in hoeverre het verkeer over de afzonderlijke kruispunten kan worden afgewikkeld op basis van de huidige regelstrategie. Verwacht mag worden dat de toekomstige regelstrategie een positief effect zal hebben op de doorstroming. Voor de Pr. Beatrixlaan is nog geen definitieve vormgeving of inrichting vastgesteld. Wel ligt er een schetsontwerp voor het zogenaamd 'Bovengronds Verstedelijkingsontwerp', dat in het Masterplan In de Bogaard is opgenomen en momenteel nader wordt uitgewerkt tot een voorlopig- en definitief ontwerp. In deze studie is daarom uitgegaan van twee mogelijke toekomstige situaties voor de vormgeving en inrichting van de Pr. Beatrixlaan: 1.

de huidige situatie;

2.

het ‘bovengronds verstedelijkingsontwerp’.

2.2.3

Berekeningen

Uitgangspunt voor de berekeningen vormt het COCON-bestand welke is aangeleverd door de gemeente Rijswijk. Hierin zijn de vier betreffende kruispunten opgenomen, inclusief de tijdsinstellingen, afrijcapaciteiten en fasendiagrammen voor het verkeersaanbod in 2012. Hoewel het verkeersaanbod daarin niet meer actueel is, zijn de fasendiagrammen nog wel representatief voor de huidige instellingen van de regelingen. Het COCON-bestand is voorafgaand aan de berekeningen gecontroleerd op actualiteit, waarbij is geconstateerd dat de rijstrookconfiguratie op de zijtakken van het kruispunt Sir Winston Churchilllaan (Steenvoordelaan en Harpsingel) inmiddels is gewijzigd. De huidige regelingen zijn gekoppeld met een netwerkcyclustijd van 94 seconden. Per spitsperiode zijn de volgende vragen beantwoord: •

Kan/kon binnen het fasendiagram van 94 seconden het verkeersaanbod van 2012 afgewikkeld worden met een verzadigingsgraad van maximaal 90% per signaalgroep (90% verzadigingsgraad is de standaard bovengrens voor een VRI)?

•

Voor de referentie- en de plansituatie: -

Kan binnen het fasendiagram van 94 seconden het verkeersaanbod in de referentiesituatie 2040 afgewikkeld worden (max verzadigingsgraad 90%)?

-

Zo niet, kan het fasendiagram worden aangepast zodanig dat binnen de 94 seconden het verkeersaanbod wel kan worden afgewikkeld?

-

Zo niet, kan het verkeersaanbod binnen 120 seconden worden afgewikkeld (een cyclustijd van 120 seconden is de standaard maximaal acceptabel cyclustijd voor een VRI)?

3

Aandachtspunt is, dat wanneer een fasendiagram aangepast moet worden, de afwikkeling tussen de kruispunten onderling minder optimaal wordt. Dit is in dit onderzoek niet nader onderzocht. Na deze toets van de huidige situatie zijn de twee kruispunten op de Pr. Beatrixlaan doorgerekend uitgaande van het Bovengronds Verstedelijkingsontwerp.

3.

Toetsing huidige situatie

In dit hoofdstuk worden de kruispunten getoetst uitgaande van de huidige situatie.

3.1

Kruispunt Sir Winston Churchilllaan - Steenvoordelaan

Figuur 3.1 geeft de huidige vormgeving van het kruispunt Sir Winston Churchilllaan – Steenvoordelaan weer; inclusief de signaalgroepen van de regeling. In het Cocon-bestand wijkt de configuratie van de signaalgroepen 05 en 11 af van de huidige situatie. Dit is aangepast naar de huidige situatie (rechtsafstrook en gecombineerde rechtdoor/linksafstrook in plaats van een gecombineerde rechtdoor/rechtsafstrook en een linksafstrook op beide takken). Verder bestaat signaalgroep 02 uit twee rijstroken en is de voetgangersoversteek over de Sir Winston Churchilllaan ten westen van het kruispunt ook onderdeel van de regeling (niet weergegeven in de luchtfoto).

Figuur 3.1: Kruispunt Sir Winston Churchilllaan – Steenvoordelaan

Tabel 3.1 geeft een overzicht van de kruispuntstromen in 2040 omgerekend naar pae/uur. Opvallend is, dat het planeffect (verschil tussen de referentie- en plansituatie) beperkt is. Het

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=8fc23af4-488e-4d14-9180-d97573ba7be0