CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-031 c_bijlage I tm IV toelichting bestemmingsplan_verkleind.pdf

Raadsvergadering 15 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan De Terp (21-031)13.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage I Aanmeldingsnotitie en m.e.r.-beoordelingsbesluit

Bestemmingsplan “De Terp” Toelichting Vastgesteld 15 juni 2021

Vormvrije m.e.r.-beoordeling herontwikkeling De Terp

Datum: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Versie:

1

15 februari 2021 V047328ac.211B30G.jwi 03_001

Project: Locatie: Betreft:

Herontwikkeling De Terp Rijswijk Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling

Inleiding

De gemeente Rijswijk heeft de ambitie om In de Bogaard en omgeving in de periode tot 2030 te transformeren tot een levendig woon-, winkel- en verblijfsgebied als toekomstbestendig stadscentrum van Rijswijk. Het bestaande winkelcentrum verandert van een monofunctioneel winkelcentrum naar een gezellig verblijfscentrum met 2.000 woningen, nieuwe pleinen en parken, winkels en sociaal maatschappelijke voorzieningen. Om een richting te geven aan de (her)ontwikkelingen in het gebied en de ontwikkelingen op elkaar aan te laten sluiten is het Masterplan In de Bogaard en omgeving opgesteld (vastgesteld op 17 december 2019). Initiatiefnemer Beryllus De Terp Ontwikkeling B.V. heeft het voornemen om de locatie De Terp te herontwikkelen. De herontwikkeling van De Terp is een deeluitwerking van de transformatie van In de Bogaard, en is ook als zodanig genoemd in het Masterplan. Zie ook figuur 1 voor de afbakening van het plangebied.

Figuur 1 Luchtfoto met ligging plangebied (groen omlijnd).

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

De herontwikkeling van De Terp bestaat voor een deel uit transformatie van bestaande bebouwing en een deel uit sloop/nieuwbouw. De bebouwing die gesloopt wordt betreft het gebouw waar voorheen de V&D gevestigd was. Op deze plek wordt nieuwbouw gerealiseerd van een bouwvolume met twee torens. De overige bebouwing van De Terp wordt getransformeerd. Hiervoor wordt het deels ‘gestript’, met uitzondering van de bouwvolumes op de noordoostelijke en -westelijke hoek, waarin vanaf de 3e bouwlaag bestaande woningen aanwezig zijn. De parkeergarage onder De Terp (P5) wordt behouden. Verder behoort de parkeergarage P4 tot de herontwikkeling. In de herontwikkeling wordt 34.296 m2 aan woonruimte gerealiseerd (345 woningen) en 3.253 m2 aan commerciële voorzieningen. Zie ook figuur 2 voor een impressie van de toekomstige situatie.

Figuur 2 Impressie van toekomstige inrichting plangebied. Het plan past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘In de Bogaard’. De gronden hebben de bestemming ‘Centrum - 1’. Woningen zijn hierin niet toegestaan. Ook past de nieuwbouw niet binnen de bouwregels van het bestemmingsplan. Omdat het plan niet past binnen het geldende bestemmingsplan, wordt hiervoor een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voorafgaand aan de bijbehorende procedure is een m.e.r.-beoordeling door het bevoegde gezag nodig, zoals in de volgende paragraaf nader is toegelicht. Deze aanmeldingsnotitie voorziet in de benodigde informatie voor deze m.e.r.-beoordeling.

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

2

M.e.r.-beoordeling Masterplan In het kader van het eerdergenoemde Masterplan In de Bogaard is al een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (zij bijlage I). In deze m.e.r.-beoordeling is uitgegaan van een gefaseerde ontwikkeling van In De Bogaard, waarbij uitgegaan wordt van het toevoegen van ruim 2.000 woningen aan het gebied (waarvan circa 1.200 op de locatie In de Bogaard en circa 1.000 op omliggende locaties). De Terp is hierbinnen een deelplan. Over de verhouding tussen deze m.e.r.-beoordeling en procedures voor deelplannen (zoals De Terp) is daarbij onder andere het volgende aangegeven: - Door in een vroegtijdig stadium in het kader van het masterplan een m.e.r.-beoordeling uit te voeren, ontstaat er duidelijkheid over het al dan niet optreden van belangrijke nadelige milieugevolgen. - Voorwaarde is wel dat de initiatieven passen binnen de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het masterplan en er geen sprake is van andere ontwikkelingen of omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitkomsten van de m.e.r.-beoordeling. - In het kader van de ruimtelijke procedures zal op onderdelen nog meer specifiek en/of vervolgonderzoek noodzakelijk zijn. De voorliggende aanmeldingsnotitie betreft daarom nadrukkelijk een meer gedetailleerde m.e.r.beoordeling voor het deelplan De Terp.

Waar dit relevant is, wordt in deze aanmeldingsnotitie verwezen naar de m.e.r.-beoordeling in het kader van het Masterplan. Uiteraard is daarbij uitgangspunt dat de herontwikkeling van De Terp binnen de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het Masterplan blijft. De algehele conclusie van de m.e.r.-beoordeling voor het Masterplan is overigens dat de herontwikkeling van het winkelcentrum In de Bogaard op basis van de uitgangspunten zoals vastgelegd in het Masterplan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Om deze reden is er voor het Masterplan geen aanleiding gezien voor het doorlopen van een volledige m.e.r.procedure.

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

3

2

Wettelijk kader

Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is het Besluit milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) van belang. De voorgenomen herontwikkeling van De Terp kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, zoals genoemd onder categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Dit betekent dat de m.e.r.- beoordelingsprocedure van toepassing is (artikel 7.16 en verder Wet milieubeheer). Een m.e.r.- beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij een voorgenomen activiteit, die genoemd staat in onderdeel D van het Besluit m.e.r., belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Tabel 1 Categorie D11.2, bijlage 2, Besluit m.e.r. Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op (1) een oppervlakte van 100 hectare of meer; (2) een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of (3) een bedrijfsvloer-oppervlakte van 200.000 m² of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Ook bij activiteiten die de drempelwaarden genoemd in de kolom ‘Gevallen’ niet overschrijden, is het nodig dat het bevoegd gezag nagaat of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en of deze gevolgen zodanig zijn dat toch een m.e.r.-procedure aan de orde is. Dit vereist een gemotiveerd oordeel van het bevoegd gezag. Dit oordeel wordt een m.e.r.-beoordeling genoemd. Aanmeldingsnotitie Aan de initiatiefnemer wordt gevraagd om in een aanmeldingsnotitie voldoende informatie over de beoogde activiteiten c.q. ontwikkeling te geven. De aanmeldingsnotitie dient derhalve als motivering voor het door bevoegd gezag te nemen m.e.r.-beoordelingsbesluit. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu is het nodig om rekening te houden met de criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn 2011/92/EU: 1. Kenmerken van het project. a. de omvang van het project. b. de cumulatie met andere projecten. c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen. d. de productie van afvalstoffen. e. verontreiniging en hinder. f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. g. risico's voor de menselijke gezondheid. 2. Locatie van het project. a. het bestaande grondgebruik.

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

4

b. relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. 3. Soort en kenmerken van het potentiële effect. a. De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten. b. De aard van het effect. c. het grensoverschrijdend karakter van het effect. d. de intensiteit en de complexiteit van het effect. e. de waarschijnlijkheid van het effect. f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten. h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. In deze aanmeldingsnotitie is in hoofdlijnen aangesloten bij de voorgaande opbouw en criteria. Procedure In de Wet milieubeheer is bepaald dat de procedure voor de m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen voorafgaand aan de planologische procedure.

De procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is als volgt: - De initiatiefnemer dient een aanmeldingsnotitie in bij het bevoegd gezag (in dit geval het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk); - Binnen 6 weken na ontvangst beslist het bevoegd gezag over de noodzaak tot het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-procedure; - Het m.e.r.-beoordelingsbesluit maakt als verplichte bijlage onderdeel uit van het bestemmingsplan en wordt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan bekend gemaakt. Bij een m.e.r.-beoordelingsbesluit is geen sprake van een directe bezwaar- of beroepsmogelijkheid. In het kader van de procedure van het ‘moederbesluit’ c.q. het bestemmingsplan kan over de m.e.r.-beoordeling een zienswijze naar voren worden gebracht en is een beroepsmogelijkheid aan de orde.

3

M.e.r.-beoordeling

In de navolgende tabellen zijn de mogelijke milieueffecten van het voorgenomen woningbouwproject beoordeeld op basis van de criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.richtlijn 2011/92/EU.

3.1

Kenmerken van het project.

Criterium

Beoordeling

Omvang van het project.

Het plangebied is in de bestaande situatie volledig bebouwd en bestaat uit overwegend leegstaande winkelpanden en een volledig ‘ingebouwde’ bovengrondse parkeergarage direct ten zuiden van De Terp. Er worden drie deelgebieden onderscheiden: 1. Het noordelijke deel van De Terp (hierna: transformatiedeel). Dit deel omvat een ondergrondse parkeerkelder (P5) en een overdekte

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

5

winkelpassage. Uitzondering hierop zijn de bouwvolumes op de noordoostelijke en -westelijke hoek, waarin vanaf de 3e bouwlaag in totaal 42 bestaande woningen aanwezig zijn. Deze zijn geen onderdeel van de herontwikkeling. 2. Het zuidelijk deel van De Terp (hierna: nieuwbouwdeel). Dit deel ligt tussen het transformatiedeel en parkeergarage P4. Hier bevindt zich het leegstaande pand van de V&D (met 4 bouwlagen). 3. Een bovengrondse, overdekte parkeergarage (met 4 bouwlagen), direct ten zuiden van het nieuwbouwdeel (hierna: P4). Deze parkeergarage is ook aan de andere drie zijden volledig omsloten door (winkel)bebouwing die onderdeel is van In de Bogaard. De totale bruto vloeroppervlakte van de huidige bebouwing binnen het plangebied, met uitzondering van P4 en de woningen die geen deel uitmaken van de herontwikkeling, bedraagt 27.273 m 2. De herontwikkeling van De Terp bestaat uit de volgende onderdelen: 1. In het transformatiedeel wordt 6.523 m 2 getransformeerd naar woningen en 1.982 m2 naar commerciele voorzieningen De bruto vloeroppervlakte van het transformatiedeel bedraagt ca. 8.768 m2 (exclusief parkeerkelder en fietsenstalling). Aan de binnenzijde van de bebouwing wordt een binnengebied gecreëerd, waar een binnentuin van circa 2.500 m2 wordt aangelegd. 2.

De bestaande bebouwing in het nieuwbouwdeel wordt gesloopt en vervangen door een rechthoekig bouwvolume met 5 bouwlagen en hoogbouw-accenten aan de uiteinden, van respectievelijk 15 en 23 bouwlagen (47 en 71 meter hoog). In het nieuwbouwdeel wordt 27.773 m2 gerealiseerd voor woningen en 1.166 m2 voor commerciële voorzieningen. De bruto vloeroppervlakte van het nieuwbouwdeel bedraagt ca. 28.939 m2. 3. Tussen het nieuwbouwdeel en P4 komt een leefstraat te liggen met een breedte van ca. 14 meter. Hierdoor komt P4 aan de noordzijde ‘vrij’ te liggen. Aan deze zijde van P4 is op de begane grond realisatie van een fietsenstalling voorzien. Behoudens enkele beperkte aanpassingen behoudt P4 in hoofdzaak de huidige parkeerfunctie en -capaciteit. De totale bruto vloeroppervlakte van de herontwikkeling bedraagt circa 37.812 m2 en omvat in totaal 345 woningen en 3.253 m2 aan commerciële voorzieningen. De omvang blijft hiermee (ruimschoots) onder de drempelwaarden uit categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r., zodat voor het project een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Daar komt bij dat het een project in bestaand stedelijk gebied betreft. Dit betekent dat geen ‘maagdelijk’ gebied wordt aangetast en dar er geen nieuwe infrastructuur hoeft te worden aangelegd. De beoogde woon- en commerciële sluit aan c.q. past binnen het omliggende stedelijke gebied.

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

6

Cumulatie met andere projecten.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

Productie van afvalstoffen.

Verontreiniging en hinder.

Het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering.

Risico's voor de menselijke gezondheid.

3.2

De locatie In de Bogaard is een ontwikkelingsgebied. In dit gebied is ook het plan Sterpassage en het plan HBG. In het Masterplan zijn alle relevante projecten in en rondom de Bogaard beschouwd en is een m.e.r.beoordeling opgesteld. In de m.e.r-beoordeling die in het kader van het Masterplan is opgesteld zijn alle (voorgenomen) activiteiten getoetst en in hun onderlinge samenhang bezien (zie ook bijlage I). Voor het project wordt op reguliere wijze gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen zoals bouwmaterialen en energie. Gebruik van de nabij het plangebied aanwezige hulpbron water voor het project is niet aan de orde. Er vindt geen uitbreiding van bouwlagen onder maaiveld plaats, waarmee ook effecten op de grondwaterstand zijn uitgesloten. Voor de afvoer van het huishoudelijk afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, zoals het scheiden van afvalstromen en afvoer naar erkende verwerkers. Gelet op de aard en omvang van het project is geen sprake van grootschalige productie van afvalstoffen als bedoeld in de Europese m.e.r.-richtlijn. De effecten die tijdens de bouw kunnen optreden zijn lokaal van aard en niet onomkeerbaar. Ook kan de hinder die tijdens de bouw kan ontstaan (geluid, verkeer, geur) met maatregelen worden beperkt. Dit betreft hinder met een relatief beperkte omvang, die van tijdelijke aard is.

Dit criterium betreft met name het aspect externe veiligheid. De nieuwe woningen en commerciële voorzieningen zorgen niet voor nieuwe veiligheidsrisico’s in de omgeving. Er wordt geen nieuwe risicovolle inrichting, buisleiding of transportweg voor gevaarlijke stoffen gerealiseerd. Daar komt bij dat gelet op de aard en omvang van het project het risico op rampen door klimaatverandering niet vergroot wordt. Significante negatieve milieueffecten zijn voor dit criterium daarom niet aan de orde. Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een relevante toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er zijn geen significant negatieve effecten te verwachten voor deze aspecten c.q. thema’s.

Locatie van het project.

Criterium

Beoordeling

Bestaande grondgebruik.

Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied is in de bestaande situatie volledig bebouwd en betreft overwegend leegstaande winkelpanden en een volledig ‘ingebouwde’ bovengrondse parkeergarage. Door het faillissement van de V&D en andere winkelketens is er sprake van veel leegstand in De Terp. Van belang is verder dat de huidige planologische situatie al volledige verharding van het plangebied ten behoeve van een winkelcentrum, een beperkt aantal woningen en een parkeergarage mogelijk maakt.

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

7

Criterium

Beoordeling

Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Opnamevermogen van het natuurlijke milieu.

De relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen in het plangebied is beperkt, met name vanwege de aanwezige winkelbebouwing en parkeergarages en de volledige verharding van het gebied. Op basis van het voorgaande worden geen significante effecten ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen in het plangebied (voor zover aanwezig) verwacht.

Het plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied, waardoor voor dit criterium met name de aspecten soorten- en gebiedsbescherming, archeologie en cultuurhistorie van belang zijn. In het kader van de herontwikkeling van De Terp soortenbescherming is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, (zie verder bijlage VIII bij de toelichting van het bestemmingsplan). De belangrijkste conclusie uit deze quickscan is als volgt: - Een aantal van de mogelijk voorkomende soorten is strikter beschermd; soorten waarvoor bij aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen een ontheffingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 geldt. Op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezige habitats en de biotoopeisen van individuele diersoorten zijn soorten uit de soortgroep vleermuizen niet uit te sluiten binnen het plangebied. Vanwege de genoemde uitkomst van de quickscan is nader onderzoek gedaan naar gebouwbewonende vleermuizen, met name gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (zie verder bijlage VIII bij de toelichting van het bestemmingsplan). In het kader van gebiedsbescherming is allereerst van belang dat het plangebied niet ligt in of binnen de invloedsfeer van Natura 2000- en NNNgebieden.

In het kader van het plan is wel een AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie als gevolg van de herontwikkeling in beeld te brengen (zie verder bijlage VII bij de toelichting van het bestemmingsplan). Significant negatieve effecten qua soorten- en gebiedsbescherming worden op basis van het voorgaande niet verwacht. Voor het aspect archeologie is relevant dat voor een groot gedeelte van het plangebied op basis van het gemeentelijke archeologiebeleid geen archeologische verwachting geldt en dat er daardoor geen beperkingen gelden. Voor het resterende gedeelte van het plangebied geldt een deels middelhoge en deels lage verwachting. In overleg met de gemeente is vastgesteld dat er op voorhand geen archeologisch onderzoek nodig is. Gelet op het voorgaande valt geen aantasting c.q. een significant effect op archeologische waarden als gevolg van het project te verwachten. In het plangebied bevinden zich geen monumenten of cultuurhistorische waardevolle objecten die een bijzondere bescherming behoeven. Van

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

8

Criterium

Beoordeling significante negatieve effecten inzake cultuurhistorie is daarom geen sprake.

3.3

Soort en kenmerken van het potentiële effect.

Criterium

Beoordeling

Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten.

Aan de orde zijn de volgende mogelijke milieueffecten: - Tijdelijke geluidhinder tijdens de bouwfase in de directe omgeving van het plangebied. - Geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde op de gevels van de nieuwe woningen vanwege de omliggende wegen, dit effect blijft beperkt tot het plangebied. - Een toename van het groepsrisico als gevolg van een toename van de personendichtheid in het plangebied. De orde van grootte van de hiervoor genoemde milieueffecten is relatief beperkt, met name vanwege de omvang van het project en plangebied. De milieuthema's die voor dit project van belang zijn, zijn onderzocht en opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Hieruit volgt dat het project niet leidt tot mogelijke belangrijke nadelige effecten c.q. milieugevolgen. Gelet op het (hooguit) lokale ruimtelijke bereik van de mogelijke milieueffecten is van een grensoverschrijdend karakter geen sprake.

Aard van het effect.

Grensoverschrijdend karakter van het effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect. Waarschijnlijkheid van het effect. Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

Cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten.

Gelet op de relatief beperkte orde van grootte en de aard van de mogelijke milieueffecten is de intensiteit en complexiteit hiervan beperkt. Het optreden van de mogelijke milieueffecten is waarschijnlijk, met name voor wat betreft het bouwlawaai tijdens de realisatie van de bebouwing en de toename van het groepsrisico binnen het plangebied. Naar verwachting start de bouwfase van het project in 2022. De verkeeren/of geluidhinder beperken zich qua duur en frequentie tot de bouwfase en zijn omkeerbaar (deze tijdelijke milieueffecten leiden niet tot permanente veranderingen/effecten). De geluidsbelasting zal zich gedurende de gebruiksfase van de te bouwen woningen relatief frequent voordoen en is niet omkeerbaar (de geluidsbelasting is ook nu al aanwezig, alleen is er in het plangebied nu nog geen sprake van een effect). De toename van het groepsrisico is een gegeven na aanvang van de gebruiksfase en is in beginsel niet omkeerbaar. De functies c.q. projecten in de omgeving betreffen voornamelijk woningen en commerciële voorzieningen. Negatieve milieueffecten zijn beperkt van aard en cumulatie is daarom niet te verwachten.

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

9

Criterium

Beoordeling

Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

-

-

Er moet tijdens de bouwfase voldaan worden aan de relevante eisen uit het Bouwbesluit. Er moeten bij de gemeente hogere waarden aangevraagd worden voor de woningen waarbij de voorkeursgrenswaarde overschreden wordt. Verder worden geluidbeperkende maatregelen (zoals geluidwerende maatregelen aan de gevel en een geluidluwe binnentuin voor de toekomstige bewoners) uitgevoerd. Op basis hiervan is geborgd dat onaanvaardbare c.q. significant negatieve milieueffecten worden voorkomen. In het kader van het bestemmingsplan vindt een verantwoording van het groepsrisico plaats, waarin o.a. de aspecten zelfraadzaamheid en bestrijdbaarheid gemotiveerd moeten worden. Hiermee wordt geborgd dat er geen onevenredige veiligheidsrisico’s ontstaan en dat bij eventuele noodsituaties adequaat gereageerd kan worden.

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

10

4

Conclusie

Op basis van het voorgaande kan volgens de initiatiefnemer op voorhand worden geconcludeerd dat er als gevolg van het project geen significant nadelige milieueffecten optreden. De milieu- en omgevingsaspecten die relevant zijn voor dit project zijn onderzocht en een uitwerking daarvan is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan De Terp. Voor de effecten die als gevolg van het project optreden worden mitigerende maatregelen getroffen.

LBP|SIGHT BV

J.C (Jos) Wiegman MSc

J.J. (Jacob Jan) van Burg MSc

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

11

Bijlage I

M.e.r.-beoordeling Masterplan In De Bogaard

V047328ac.211B30G.jwi | versie 03_001 | 15 februari 2021

12

Rijswijk Herontwikkeling In de Bogaard M.e.r.‐beoordeling

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Herontwikkeling In de Bogaard, Rijswijk M.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

20190576

15-07-2019

projectleider:

opdrachtgever:

ir. M. van der Meulen

Gemeente Rijswijk

auteur(s):

ir. M. van der Meulen ing. E.E. Barendregt

Delftseplein 27b

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

5

1.1. 1.2. 1.3.

5 6 7

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en kenmerken van het project

9

2.1. 2.2. 2.3.

9 15 19

Plaats van het project Kenmerken van het project Transformatieprojecten rondom In de Bogaard

Kenmerken van de milieueffecten

21

3.1. 3.2.

Algemeen Verkeer en parkeren 3.2.1. Beoordelingskader 3.2.2. Effectbeoordeling 3.3. Luchtkwaliteit 3.3.1. Effectbeoordeling 3.4. Wegverkeerslawaai 3.4.1. Beoordelingskader 3.4.2. Effectbeoordeling 3.5. Bodem en water 3.5.1. Beoordelingskader 3.5.2. Effectbeoordeling 3.6. Natuur 3.6.1. Beoordelingskader 3.6.2. Effectbeoordeling 3.7. Risico’s op zware ongevallen of rampen 3.7.1. Externe veiligheid 3.7.2. Risico’s op rampen door klimaatverandering 3.8. Windhinder en schaduwwerking 3.8.1. Beoordelingskader 3.8.2. Effectbeoordeling 3.9. Aanlegwerkzaamheden 3.10. Cumulatie van milieugevolgen 3.11. Mitigerende maatregelen

21 21 21 21 22 23 26 26 26 28 28 28 28 28 29 30 30 31 31 31 31 31 32 32

Conclusie

33

Bijlage Quickscan Wet natuurbescherming

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20190576

4

20190576

Inhoud

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

1. Inleiding

1.1.

5

Aanleiding

Het winkelcentrum In de Bogaard in Rijswijk is verouderd en heeft te maken met veel leegstand. Er zijn plannen om het winkelcentrum en de omgeving te transformeren van een naar binnen gekeerd en monofunctioneel winkelgebied naar een groen, open, levendig en multifunctioneel stadscentrum. Als eerste stap is in 2017 de Gebiedsvisie In de Bogaard en omgeving vastgesteld, waarin de ambities zijn vastgelegd. Bij de totstandkoming van de gebiedsvisie is een groot aantal belanghebbenden betrokken. Om de ambities verder uit te werken is vervolgens gestart met een proces dat moet leiden tot een vastgesteld masterplan. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een aanpassing van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'In de Bogaard' uit 2014 noodzakelijk. De herontwikkeling komt gefaseerd tot stand waarbij de komende jaren naar verwachting verschillende bestemmingsplanprocedures worden doorlopen om de verschillende deelontwikkelingen mogelijk te maken. In samenhang met de transformatie van het winkelcentrum vindt een herinrichting van de Prinses Beatrixlaan plaats. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat.

In het masterplan dat in voorbereiding is wordt uitgegaan van het toevoegen van ruim 2.000 woningen aan het gebied (waarvan circa 1.200 op de locatie In de Bogaard en circa 1.000 op omliggende locaties). De navolgende tabel geeft een overzicht van de indicatieve woningaantallen zoals opgenomen in het masterplan. Tabel 1.1 Woningaantallen op basis van masterplan (indicatief) Deellocatie In de Boogaard Winston Churchill Tower JC Van Markenlaan 3 -5 HBG Locatie Totaal

Aantal woningen 1.243 316 100 550 2.209

Voor de Churchill Tower en de HBG-locatie is ten behoeve van de ruimtelijke procedures inmiddels een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Ook voor ‘De Generaal’ is een planologische procedure doorlopen. Het aantal toe te voegen woningen ter plaatse van het winkelcentrum In de Boogaard ligt met circa 1.200 woningen onder de drempelwaarde van 2.000 woningen uit het Besluit milieueffectrapportage waarmee een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. De gemeente Rijswijk kiest er echter wel voor om in de m.e.r.-beoordeling alle programmatische uitgangspunten zoals die worden vastgelegd in het masterplan in samenhang te beschouwen. Formeel is de m.e.r.-beoordelingsplicht echter niet gekoppeld aan het masterplan, maar aan het eerste bestemmingsplan dat in procedure wordt gebracht om (een deel van de) de beoogde herontwikkeling van het winkelcentrum mogelijk te maken.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20190576

6

Inleiding

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die de ontwikkeling voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het plan;  de omvang van het plan;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Deze omstandigheden zijn in het navolgende schema uitgewerkt. omstandigheden die een projectmer-procedure noodzakelijk kunnen maken

kenmerken projecten

     

omvang project gebruik van natuurlijke hulpbronnen productie van afvalstoffen verontreiniging en hinder risico en ongevallen de cumulatie met andere projecten

plaats projecten

  

bijzondere gebieden bestaand grondgebruik rijkdom/ kwaliteit/regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met in het bijzonder aandacht voor de typen gebieden zoals weergegeven in het volgende kader

kenmerken potentieel effect

    

bereik grensoverschrijdende karakter van het effect orde/grootte/complexiteit effect waarschijnlijkheid effect duur, frequentie, onomkeerbaarheid van het effect

Kunnen deze omstandigheden leiden tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen die het opstellen van een

MER noodzakelijk maken? Gebieden waarbij het opnamevermogen van het natuurlijk milieu in het bijzonder van belang is 1. wetlands 2. kustgebieden 3. berg- en bosgebieden 4. reservaten en natuurparkengebieden die in de wetgeving van Nederland zijn aangeduid/door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn 5. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden 6. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid 7. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Het bevoegd gezag dient (bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium) een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Inleiding

7

Relatie m.e.r.-beoordeling, masterplan en ruimtelijke procedures Formeel is de m.e.r.-beoordelingsplicht niet gekoppeld aan het masterplan, maar aan het eerste bestemmingsplan (of omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan) dat in procedure wordt gebracht om de beoogde herontwikkeling van het winkelcentrum of een deel daarvan mogelijk te maken. Door in een vroegtijdig stadium in het kader van het masterplan een m.e.r.-beoordeling uit te voeren, ontstaat er duidelijkheid over het al dan niet optreden van belangrijke nadelige milieugevolgen. Bij de verdere uitwerking van de plannen kan in het kader van de verschillende ruimtelijke procedures worden verwezen naar het genomen m.e.r.-beoordelingsbesluit en is niet steeds opnieuw een m.e.r.-beoordelingsbesluit noodzakelijk. Voorwaarde is wel dat de initiatieven passen binnen de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het masterplan en er geen sprake is van andere ontwikkelingen of omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitkomsten van de m.e.r.-beoordeling. De voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotitie richt zich op de vraag of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van de ruimtelijke procedures zal op onderdelen nog meer specifiek en/of vervolgonderzoek noodzakelijk zijn.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en de kenmerken van het project;  geeft in hoofdstuk 3 inzicht in de verwachte milieueffecten;  geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het masterplan ‘In de Bogaard’ en diverse studies in het kader van de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan en ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van het winkelcentrum.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

8

20190576

Inleiding

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

9

Plaats van het project

Het plangebied 'In de Bogaard' ligt in het Stationskwartier op de hoek van de Prinses Beatrixlaan en de Generaal Spoorlaan. Het gebied wordt begrensd door deze hoofdwegen en door de Sir Winston Churchilllaan en de Steenvoordelaan. Zie figuur 2.1 voor de globale ligging van het plangebied binnen de kern Rijswijk.

Figuur 2.1. Globale ligging projectgebied binnen de kern Rijswijk Figuur 2.2 laat de ligging van de verschillende transformatielocaties (onderdeel van het masterplan) in de omgeving van het winkelcentrum zien.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20190576

10

Plaats en kenmerken van het project

Figuur 2.2. Ligging deellocaties masterplan In de Bogaard Het winkelcentrum vormt een monofunctioneel en gesloten, naar binnen gekeerd eiland binnen Rijswijk. Op de begane grond van het winkelcentrum bevinden zich vooral kleine bedrijven, horeca en een aantal grote winkelformules. De eerste verdieping van het complex wordt voornamelijk door grote winkelformules bezet. De eigendomsverhoudingen zijn sterk versnipperd. Binnen het winkelcentrum is sprake van een structurele leegstand van circa 30%, met name binnen het noordelijke deel. Ook staat een groot deel van de (in totaal 2.600) parkeerplaatsen een groot deel van de dag leeg. Gezien de huidige ontwikkelingen in de retailmarkt is het niet aannemelijk dat kan worden getransformeerd naar een florerend winkelcentrum van deze omvang. De Prinses Beatrixlaan is een regionale hoofdweg door Rijswijk. De weg heeft op dit moment ter hoogte van In de Bogaard een zeer breed wegprofiel van bijna 100 meter breed met twee dubbele rijbanen en grote parkeerterreinen in de middenberm (zie figuur 2.3). Hierdoor vormt de Prinses Beatrixlaan een barrière tussen het winkelcentrum en de omliggende wijken.

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

11

Figuur 2.3. Overzicht van het winkelcentrum (met op de voorgrond de Prinses Beatrixlaan) Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Uit figuur 2.4 blijkt dat het plangebied niet is gelegen in een stiltegebied of een grondwatergebied zoals vermeld in de Provinciale omgevingsverordening Zuid-Holland. Het plangebied maakt ook geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Solleveld en Kapittelduinen, ligt op een afstand van circa 6 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNN gebied bevindt zich op een afstand van circa 550 meter van het plangebied (zie figuur 2.4). Het plangebied en omgeving ligt niet in een gebied waar sprake is van een overschrijding van de Europese normen voor luchtkwaliteit (zie paragraaf 3.3).

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

12

Plaats en kenmerken van het project

Figuur 2.4. Plangebied (rode cirkel) ten opzichte van milieubeschermingsgebieden (bron: Provinciale Milieuverordening)

Figuur 2.5. Plangebied (rode cirkel) t.o.v NNN (bron: Provincie Zuid-Holland)

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

13

Archeologie De gemeentelijke archeologische waarden- en beleidskaart heeft twee niveaus (kaartbladen) op basis van de ouderdom en diepteligging in de bodem. De bewoningsresten uit de Neolithicum, Brons- en IJzertijd liggen in een groot deel van Rijswijk op een diepte van meer dan 1,5-2 meter beneden maaiveld. De bewoningsresten uit de Romeinse tijd en jonger liggen in heel Rijswijk op een diepte vanaf de onderzijde van de bouwvoor. De dikte van de bouwvoor verschilt in Rijswijk echter per gebied. Op het kaartblad Neolithicum, Brons- en IJzertijd (legenda nr. 3) heeft een gedeelte van het plangebied de status ‘Middelhoge verwachting Neolithicum, Lage Verwachting Brons- en IJzertijd’. Het beleid is het betrekken van het gemeentelijk taakveld Archeologie bij de ontwikkeling van plannen. Een (verkennend) booronderzoek is nodig bij plannen die dieper reiken dan het Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen (en is dus nodig voor plannen waarbij het grondwerk reiken tot in de top van het Laagpakket van Wormer doordringen. Dit is ongeveer 2 tot 5 m - NAP. Verder onderzoek (of beschermende maatregelen) is (zijn) afhankelijk van de resultaten van het vooronderzoek. De vrijstelling is tot 100 m². De overige gedeeltes van het plangebied aangegeven met cijfer 1 (figuur 2.6) omvatten geen archeologische verwachtingen.

Figuur 2.6. Kaartblad Neolithicum, Brons- en IJzertijd, archeologische waarden- en beleidskaart, gemeente Rijswijk Op het kaartblad Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd heeft het plangebied de status ‘Lage verwachting Romeinse tijd en Lage Verwachting Late Middeleeuwen/ jonger’. Het beleid is het betrekken van het gemeentelijk taakveld Archeologie bij de ontwikkeling van plannen. De eisen voor (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Er geldt een vrijstelling tot 100 m² en voor werkzaamheden tot 50 cm beneden maaiveld. Waar nodig zal bij de verdere uitwerking van de plannen archeologisch onderzoek plaatsvinden.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

14

Plaats en kenmerken van het project

Cultuurhistorie Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Rijswijk blijkt dat ten noordwesten van het plangebied de Landgoederenzone ligt welke zich kenmerkt door meerdere landgoederen met cultuurhistorische waarde. Deze waarden hebben echter geen invloed op het voorliggende plangebied of andersom. In het plangebied zelf zijn geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig.

Figuur 2.7. Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Rijswijk (het winkelcentrum is rood omkaderd) Relatieve rijkdom aan/kwaliteit en re-generatievermogen van natuurlijke hulpbronnen in het gebied Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied en is grotendeels verhard. Vanuit het oogpunt van ecosysteemdiensten wordt het gebied als volgt gekarakteriseerd: Het plangebied is geen verstrekker van een product door ecosystemen: het plangebied is geen producent meer van vernieuwbare hulpbronnen zoals biomassa (hout) of van milieuvoorraden (zoals drinkwater); Het plangebied heeft in het huidige gebruik een zeer geringe functie voor regulerende diensten (zoals bestuiving van gewassen); Het plangebied heeft een beperkte functie voor diensten die de voorgaande diensten ondersteunen (zoals biodiversiteit). De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. In hoofdstuk 3 is nader ingegaan op de (potentieel) aanwezige natuurwaarden.

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

2.2.

15

Kenmerken van het project

Ambities Het Masterplan gaat uit van de transformatie van een aanzienlijk deel van het winkelcentrum In de Bogaard en de omliggende leegstaande kantoren naar een breed scala aan typen woningen. Met het oog op de beoogde functies moet de leefkwaliteit in het gebied worden verbeterd zodat een prettig woongebied ontstaat. In het masterplan zijn de volgende ambities geformuleerd (in willekeurige volgorde): 1. Dit gebied wordt het meest groene, stedelijk centrum in Nederland. 2. Een goede leefkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit zijn randvoorwaardelijk voor de voor te stellen verkeersoplossing voor de Beatrixlaan. 3. De herontwikkeling van In de Bogaard heeft de hoogste prioriteit voor een toekomstbestendige, vitale en duurzame stad. 4. Minimaal 17.500 m2 BVO van het winkeloppervlak binnen het winkelcentrum In de Bogaard wordt getransformeerd. Zo ontstaat een kleiner en compacter winkelcentrum. 5. In het gebied komt de focus te liggen op verblijven en ontmoeten. De functies en inrichting van het gebied worden daar op afgestemd. 6. Er worden minimaal 2.000 woningen toegevoegd met een bijbehorende, adequate parkeernorm. 7. Er komt meer ruimte en voorrang voor de fietsers en voetgangers in- en rondom In de Bogaard. 8. Hoogbouw is in principe geen bezwaar. 9. Dit planvormingsproces wordt samen met de stakeholders doorlopen en vormgegeven, in bijzonder met de eigenaren. 10.

Rijswijk en in het bijzonder dit gebied is een belangrijke schakel in de regio als het gaat om bereikbaarheid, wonen en winkelen. Dat belang wordt breed uitgedragen bij de partneroverheden (MRDH, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland, ministerie I&W). Programma en inrichting op hoofdlijnen Met de uitgangspunten zoals vastgelegd in het Masterplan ontstaat een levendig, bruisend en gemengd stedelijk gebied. De noordzijde van In de Bogaard transformeert naar een woonbuurt met ongeveer 1.200 nieuwe woningen, deze worden deels toegevoegd in woontorens en deels als grondgebonden stadswoningen. Het winkelcentrum wordt compacter en meer gemêleerd. In dit gebied komt meer ruimte voor sociaal-maatschappelijke functies, horeca en leisure. Daarnaast wordt het gebied veel groener en attractiever dan het op dit moment is. Er zijn verschillende routes die in en door het gebied heen lopen. Een nieuwe oost-west verbinding zorgt er voor dat men gemakkelijk vanuit de Ministersbuurt naar het station kan lopen en fietsen. De twee nieuwe pleinen openen het voorheen gesloten winkelgebied en zorgen voor een plek voor ontmoeting, beweging en ruimte om op een terras te zitten.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

16

Plaats en kenmerken van het project

Figuur 2.8. Impressie beoogde inrichting plangebied (bron: masterplan In de Bogaard) De Prinses Beatrixlaan heeft nu ter hoogte van het winkelcentrum een breed profiel. Voor deze straat is behoefte aan een integrale verbetering van ruimtelijke kwaliteit, oversteekbaarheid en leefbaarheid. Het parkeerterrein in het midden van de weg wordt niet voldoende gebruikt. Dat biedt de kans om de rijbanen naar elkaar toe te schuiven, waardoor tevens de doorstroming wordt bevorderd. De oversteekbaarheid wordt verbeterd en de inrichting wordt groener. Door de nieuwe inrichting van de Beatrixlaan kan er ook een strook ten westen van de huidige In de Bogaard ontwikkeld worden voor nieuwe gebouwen met bijbehorende parkeerplekken, maatschappelijke voorzieningen en woningen. Er is ook een strategische reservering gemaakt voor een mogelijke verkeerstunnel in de toekomst. Ook ligt er een reservering voor een warmteleiding. In de natuurlijke inrichting van het profiel komen meer bomen terug dan in het huidige profiel.

Figuur 2.9 Beoogde profiel en inrichting Prinses Beatrixlaan (bron: masterplan In de Bogaard)

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

17

In paragraaf 3.1 van deze notitie is ingegaan op verkeersafwikkeling en parkeervoorzieningen. Figuur 2.10 geeft een beeld van de beoogde ontsluitingsstructuur zoals opgenomen in het masterplan. De Steenvoordelaan vormt zowel in de huidige situatie als toekomstige situatie een belangrijke route in de bevoorrading van de winkels.

Figuur 2.10. De toekomstige ontsluiting van het plangebied Duurzaamheid en energie Bij de transformatie van In de Bogaard ontstaan kansen voor duurzame energie, bijvoorbeeld door de toepassing van PV-cellen voor zonne-energie. Verder geldt voor alle nieuwbouw woningen dat ze tenminste een energielabel A moeten hebben. Voor het genereren van warmte kunnen slimme combinaties van programmatische functies worden benut. De toepassing van warmte-koude-opslag biedt tevens mogelijkheden om in de winter te verwarmen en in de zomer te koelen. De mogelijkheden hiertoe moeten per plot en ontwikkeling nader worden onderzocht. Een mogelijke warmteleiding onder de

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

18

Plaats en kenmerken van het project

Prinses Beatrixlaan kan mogelijk worden aangetakt aan de nieuw te ontwikkelen bebouwing van In de Bogaard om tot een effectiever warmte-systeem te komen. Fasering De beoogde ontwikkeling komt gefaseerd tot stand. Figuur 2.11 geeft een beeld van de fasering.

Figuur 2.11. Fasering Op dit moment wordt gewerkt aan de transformatie van het voormalige belastingkantoor naar woongebouw (‘De Generaal’). Tevens wordt de laatste hand gelegd aan het ontwerp van het nieuwe Boogaardplein. Vervolgens (fase 2) wordt gestart met de transformaties ‘De Terp’ en de ‘Sterpassage’

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

19

(zie figuur 2.10). Ook kan begonnen worden met het aanpassen van het profiel van de Prinses Beatrixlaan en de herinrichting van het Bogaardplein. Na de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan, kan in fase II de vrijgekomen ontwikkelstrook bebouwd worden. Daarbij wordt op enkele plekken direct aangesloten op de bebouwing van fase I om nieuwe bouwblokken te vormen of af te maken. Ook kan vanaf dat moment de groenstrook worden aangelegd als onderdeel van het nieuwe profiel van de Prinses Beatrixlaan alsmede de ecologische verbinding binnen Rijswijk.

2.3.

Transformatieprojecten rondom In de Bogaard

In de omgeving van het winkelcentrum In de Bogaard vinden verschillende andere transformatieprojecten plaats. De Winston Churchill Tower (316 woningen), de JC Van Markenlaan 3-5 (102 woningen) en de HBGlocatie (550 woningen) worden beïnvloed door de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan en zijn om deze reden integraal onderdeel van het masterplan traject. Verder is ten noorden van het projectgebied ‘De Generaal’ gelegen (200 woningen). De bouwwerkzaamheden worden naar verwachting eind 2019 afgerond.

Figuur 2.12. Transformatieprojecten in de omgeving

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

20

20190576

Plaats en kenmerken van het project

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

3. Kenmerken van de milieueffecten

3.1.

21

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het masterplan en diverse onderzoeken in het kader van de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan.

3.2.

Verkeer en parkeren

3.2.1.

Beoordelingskader

Waar het gaat om de verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en parkeren is geen sprake van wettelijke normen en regels. Wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden gemotiveerd op welke wijze een goede en veilige verkeersafwikkeling is gewaarborgd en op welke wijze ongewenste parkeersituaties worden voorkomen. Daarbij kan worden aangesloten bij de richtlijnen van het CROW. De gemeente heeft parkeernormen vastgelegd in de Nota Parkeernormen (2011). Mede in verband met een herijking van deze nota wordt voor het project In de Bogaard geanticipeerd op nieuwe beleidslijnen waarin meer rekening wordt gehouden met trends en ontwikkelingen zoals gedeeld autogebruik en fietsen. 3.2.2. Effectbeoordeling Verkeersafwikkeling Uit verschillende verkeersstudies volgt dat er, zonder aanvullende maatregelen, in de toekomst knelpunten ontstaan met betrekking tot de verkeersafwikkeling op de Prinses Beatrixlaan. Met name tijdens de avondspits ontstaan er lange wachtrijen. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd om de verschillende verkeerskundige oplossingen in beeld te brengen. In de onderliggende verkeersprognoses is rekening gehouden met de ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving waaronder de herontwikkeling van het winkelcentrum In de Bogaard. Uiteindelijk is gekozen voor een variant met gelijkvloerse verkeerstechnische oplossingen.

Voor de vier belangrijkste kruispunten op de Prinses Beatrixlaan (Admiraal Helfrichsingel, Sir Winston Churchilllaan, Prinses Irenelaan en Generaal Spoorlaan) zijn de gevolgen voor de verkeersafwikkeling gedetailleerd in beeld gebracht1. Uiteindelijk is gekozen voor een variant waarbij de oostelijke rijbaan wordt verschoven en capaciteitsverruimende maatregelen worden getroffen ter plaatse van de verschillende kruispunten. Deze aanpassingen leiden tot een afname van de wachtrijlengte ter plaatse van de verschillende kruisingen tijdens de spitsperiodes. Ook het aantal voertuigverliesuren neemt af. De reistijd neemt op bepaalde routes wel beperkt toe. Dat komt met name door het wegvallen van de ‘groene golf’ regeling zoals die nu van kracht is om terugslageffecten te voorkomen. Op dit punt is een verdere optimalisatie mogelijk. De gevolgen van de beoogde plannen voor de verkeersafwikkeling worden als positief beoordeeld.

1 Royal Haskoning DHV, Simulatiestudie kruispunten Prinses Beatrixlaan te Rijswijk, d.d. 4 april 2018.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20190576

22

Kenmerken van de milieueffecten

Actualisatie verkeersmodel (MRDH) Op dit moment wordt gewerkt aan een update van het verkeersmodel voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Uit een vergelijking van de verkeersprognoses op basis van het nieuwe MRDH-model en de verkeersprognoses uit het Verkeersmodel Haaglanden (VMH) die ten grondslag liggen aan het verkeersonderzoek, blijkt dat de meest actuele verkeersmodelgegevens de etmaalintensiteiten op de Prinses Beatrixlaan beperkt lager liggen dan in de prognoses die in de onderzoeken zijn gehanteerd. De conclusie blijft dat met de beoogde aanpassingen aan de Prinses Beatrixlaan het verkeer op een goede manier kan worden afgewikkeld. Bij de verdere uitwerking van de maatregelen op kruispuntniveau zal moeten worden bekeken of de nieuwe prognoses plaatselijk leiden tot andere ontwerpprincipes. Door de asverschuiving neemt het aantal kruisingsvlakken en daarmee het aantal conflictpunten sterk af. Daarnaast raken door de verbeterde verkeersafwikkeling geen kruisingen geblokkeerd door wachtend verkeer, wat de verkeersveiligheid ten goede komt. Aandachtspunt vormt de vormgeving van de kruising van de tram met de rijbanen op de Prinses Beatrixlaan. Parkeren Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is er op dit moment sprake van een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in en rond het winkelcentrum In de Bogaard.

Parkeren vindt plaats in en onder het winkelcentrum en in de middenberm van de Prinses Beatrixlaan. Er is in totaal sprake van ruim 2.600 parkeerplaatsen. De parkeerterreinen in het midden van de Prinses Beatrixlaan worden opgeheven, maar op andere plekken zullen nieuwe parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. De verschillende deelontwikkelingen binnen het gebied moeten voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Er wordt uitgegaan van een gedifferentieerde parkeernorm en balans in het gebied, waarbij de OV-aansluiting, het aanbieden van concepten als deelauto’s en woningtype en doelgroepen uiteindelijk de parkeernorm bepalen. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal per deelontwikkeling worden gemotiveerd op welke wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte zodat ongewenste effecten in de omgeving kunnen worden uitgesloten. In de ontwikkelstrook zal ruimte ingezet worden om voldoende parkeervoorzieningen te bieden aan de winkels in het gebied. Ontwikkelaars en exploitanten worden uitgedaagd om slimme voorzieningen en maatregelen in te zetten, bijvoorbeeld door te denken over hoe door de dag de verschillende gebruikers en bezoekers van het gebied in het gebied kunnen parkeren. Verder zal worden voorzien in voldoende fietsparkeerplekken, zowel in de openbare ruimte als binnen de verschillende deelontwikkelingen en gebouwen.

3.3.

Luchtkwaliteit

Beoordelingskader Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat normen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. In het kader van en goede ruimtelijke ordening is voor dit plan de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De Europese grenswaarden van stikstofdioxide en fijnstof zijn in onderstaande tabel weergegeven.

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

23

Tabel 3.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde concentratie max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg /m³ Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Besluit niet in betekenende mate bijdragen In dit Besluit niet in betekenende mate bijdragen is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit hoeft te worden getoetst.

Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Ook onder de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit kunnen gezondheidseffecten optreden. De Wereldgezondheidsorganisatie hanteert voor PM10 een advieswaarde van 20 µg/m³en voor PM2,5 een advieswaarde van 10 µg/m³. 3.3.1. Effectbeoordeling Referentiesituatie op basis van de monitoringstool Uit de gegevens die beschikbaar zijn via de monitoringstool (onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) blijkt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen in 2020 binnen de hele kern Rijswijk ruimschoots onder de wettelijke grenswaarden liggen.

Volgens de gegevens die beschikbaar zijn via de monitoringstool bedragen de concentraties langs de Prinses Beatrixlaan ter hoogte van het winkelcentrum circa 26 µg/m³ voor NO2, 21 µg/m³ voor PM10 en 12 µg/m³ voor PM2.5. De concentraties fijn stof liggen daarmee in 2020 net boven de advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie. Volgens de monitoringstool zullen de concentraties tussen 2020 en 2030 verder dalen door de toepassing van schonere technieken.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

24

Kenmerken van de milieueffecten

Figuur 3.1. Concentraties stikstofdioxide en fijn stof (PM10) in 2020 (bron: www.nsl-monitoring.nl).

Figuur 3.2. Concentraties fijn sof (PM2.5) in 2020 (bron: www.nsl-monitoring.nl).

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

25

Met het oog op de mogelijke gezondheidseffecten zijn ook de concentraties roet (elementair koolstof, EC) van belang. De roetdeeltjes zijn onderdeel van de concentraties (ultra)fijn stof. Voor elementair koolstof gelden op dit moment geen wettelijke normen. Figuur 3.3 geeft inzicht in de concentraties in 2020 langs de belangrijkste ontsluitingsroutes. De verwachting is dat de concentraties roet de komende jaren zullen dalen, onder andere door steeds schonere dieselauto’s.

Figuur 3.3. Concentraties elementair koolstof (EC) in 2020 (bron: www.nsl-monitoring.nl). Effecten Ontwikkelingen die betrekking hebben op minder dan 3.000 woningen (bij minimaal 2 ontsluitingswegen) zijn in principe vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden omdat dergelijke ontwikkelingen worden geacht ‘niet in betekende mate’ bij te dragen aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. In het kader van de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan is luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd door Goudappel Coffeng1. De berekeningen zijn uitgevoerd voor de jaren 2018, 2020 en 2030. Hiervoor zijn de emissiefactoren en achtergrondconcentraties, waarbij (worstcase) gebruik is gemaakt van de verkeersprognoses voor het jaar 2030 (inclusief de herontwikkeling In de Bogaard), gehanteerd. De navolgende tabellen geven inzicht in de berekeningsresultaten voor het jaar 2020 en 2030.

1

Goudappel Coffeng, Verkennende analyse geluid en lucht Prinses Beatrixlaan, d.d. 11 januari 2019.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190576

26

Kenmerken van de milieueffecten

Tabel 3.2 Berekeningsresultaten 2020

Tabel 3.3 Berekeningsresultaten 2030

Op basis van de beschikbare informatie uit de monitoringstool en het onderzoek van Goudappel Coffeng wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkelingen in geen enkel geval leiden tot een overschrijding van de wettelijke grenswaarden. Op de Prinses Beatrixlaan worden in 2020 de advieswaarden voor fijnstof van de Wereldgezondheidsorganisatie overschreden. In 2030 zijn de concentraties PM10 lager dan de advieswaard en de concentraties PM2.5 gelijk aan of beperkt hoger dan de advieswaarde. De berekende concentraties worden voor een belangrijk deel bepaald door de achtergrondconcentraties. De bijdrage van het lokale verkeer aan de berekende concentraties is beperkt. De beoogde ontwikkelingen en de daarmee samenhangende verkeerseffecten zullen dan ook geen relevante bijdrage leveren aan de optredende concentraties.

3.4.

Wegverkeerslawaai

3.4.1. Beoordelingskader Langs alle wegen  met uitzondering van de 30 km/u-wegen  bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke of buitenstedelijke ligging. Binnenstedelijke wegen met twee rijstroken hebben een geluidszone van 200 meter aan weerszijden van de weg. De ten hoogste toelaatbare waarde ingevolge de Wgh voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in stedelijk gebied bedraagt Lden = 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt voor woningen Lden = 63 dB (binnenstedelijk). Voor het uitstralingseffect (de gevolgen van de verkeersgeneratie van nieuwe ontwikkelingen voor de geluidbelasting ter plaatse van bestaande woningen) gelden geen wettelijke normen. 3.4.2. Effectbeoordeling Geluidbelasting bestaande woningen Het grootste deel van het verkeer in het plangebied wordt ontsloten op de Prinses Beatrixlaan. De noordelijke deellocaties worden ontsloten via de Generaal Spoorlaan en een beperkt deel van het verkeer zal gebruik maken van de Steenvoordelaan. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor

20190576

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

27

het menselijk oor hoorbaar is). De netto verkeerstoename in het plangebied is beperkt omdat het gedeeltelijke gaat om transformaties van bestaande functies. Daarnaast kennen de relevante wegvakken in de huidige situatie reeds een hoge verkeersintensiteit. Het is daarom uitgesloten dat de verkeerstoename ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen op de ontsluitende wegen meer dan 40% zal bedragen. In verband met de herinrichting van de Prinses Beatrixlaan is een verkennend akoestisch onderzoek uitgevoerd1. In dat onderzoek zijn op een aantal maatgevende punten de akoestische gevolgen van de beoogde aanpassingen in beeld gebracht. Daarbij is zowel gekeken naar de geluidseffecten ten gevolge van de verkeerstoename tussen 2015 en 2030 als de geluidseffecten ten gevolge van de fysieke aanpassingen aan de weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=8fc23af4-488e-4d14-9180-d97573ba7be0