CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21 027 C Armoedemonitor 2020 Rijswijk versie 1.1.pdf

Raadsvergadering 15 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota Samen Kans-Rijk (21-027)13.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• • •

Bijna twee op de drie huishoudens die bijzondere bijstand hebben ontvangen in 2020 kregen dit (in ieder geval) in het kader van kosten voor bewindvoering. In totaal gaat het om 333 huishoudens. Daarnaast kreeg een kwart (142 huishoudens) (ook) bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand; Huishoudens met een uitkering van de Participatiewet of een overig inkomen maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan huishoudens die AOW krijgen; Huishoudens met minderjarige kinderen maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan huishoudens zonder minderjarige kinderen; Naar herkomst zijn de verschillen in gebruik klein.

Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Rijswijk behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 100 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. Er hebben 830 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag: • Huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet hebben vaker gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag dan huishoudens met een andersoortig inkomen; • Naar huishoudtype en herkomst zijn de verschillen klein, er is niet een specifieke groep die vaak of juist amper gebruikt maakt van de individuele inkomenstoeslag. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering van Menzis of Zorg en Zekerheid. Minima kunnen kiezen uit verschillende (aanvullende) pakketten. De collectieve zorgverzekering voorkomt dat minima voor hoge (zorg)kosten komen te staan. De verzekeraar geeft korting en de gemeente draagt ook een bedrag bij. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 130 procent Wsm.

29

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

In 2020 hebben in totaal 1.821 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering: • 834 huishoudens hebben een verzekering afgesloten bij Zorg en Zekerheid; • 481 huishoudens zijn via Menzis verzekerd; • Sommige huishoudens (met meerdere volwassenen) hebben bij beide verzekeraars een pakket afgesloten. De kenmerken van de 1.821 huishoudens zijn als volgt: • Huishoudens met een AOW-uitkering hebben het vaakst gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering; • Alleenstaanden maken het minst vaak gebruik van de collectieve zorgverzekering. Meerpersoonshuishoudens, zowel met als zonder kinderen, het vaakst; • Ruim de helft van alle minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maakt gebruik van de collectieve zorgverzekering. Huishoudens met een andere achtergrond maken iets minder vaak gebruik van deze regeling. • Ruim een kwart (27 procent) van de huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering krijgen ook ondersteuning vanuit de Wmo. Ooievaarspas Minima kunnen met de Ooievaarspas korting krijgen voor aan sportieve en culturele activiteiten. Bijvoorbeeld op het gebied van sport, recreatie, scouting of cultuur. De doelgroep bestaat uit minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm.

In 2020 hadden 1.362 huishoudens gebruikgemaakt een Ooievaarspas: • 1.732 passen zijn aan volwassenen verstrekt; • 1.450 Ooievaarspassen waren voor kinderen. De kenmerken van de 1.362 huishoudens zijn als volgt: • • •

Bijstandsgerechtigden hebben het vaker een Ooievaarspas dan huishoudens met AOW of een andersoortig inkomen; Gezinnen met minderjarige kinderen hebben vaker een pas dan andere huishoudens; Minima met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker een Ooievaarspas dan minima met een Nederlandse of westerse migratieachtergrond.

Schoolspullenpas Minimakinderen in de gemeente Rijswijk kunnen bij KEI Rijswijk een schoolspullenpas aanvragen. De schoolspullenpas zorgt ervoor dat ook kinderen in een gezin met weinig geld hun eigen en goede schoolspullen kunnen kopen, zoals pennen, een agenda of een rugtas. De doelgroep bestaat uit schoolgaande kinderen waarvan het huishoudinkomen niet hoger is dan 130 procent Wsm. Alle huishoudens met kinderen die een Ooievaarspas hebben, worden jaarlijks aangeschreven voor de schoolspullenpas. In 2017 werd de schoolspullenpas nog verstrekt door Stichting Leergeld Den Haag. De schoolspullenpas is in 2020 aan 1.018 kinderen verstrekt die in 579 huishoudens wonen. • Kinderen uit een bijstandsgezin hebben vaker gebruikgemaakt van de schoolspullenpas dan kinderen uit een gezin met een andersoortig inkomen; • Kinderen uit een gezin met twee ouders maken wat vaker gebruik van de schoolspullenpas dan kinderen uit een eenoudergezin; • Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker gebruikgemaakt van de pas dan kinderen met een Nederlandse achtergrond. Kinderen met een westerse migratieachtergrond blijven wat achter in het gebruik. Computerregeling Een computer, laptop of tablet is nodig om schoolgaande kinderen goed te kunnen laten leren. Bijvoorbeeld voor het maken van werkstukken of presentaties.

Minimakinderen met een Ooievaarspas in de leeftijd van 10 tot 13 jaar kunnen daarom één keer een computer 30

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

aanvragen via de computerregeling van KEI Rijswijk. In 2020 hebben 117 kinderen in 104 verschillende huishoudens gebruikgemaakt van deze regeling: • • •

Ongeveer een derde van de kinderen woont in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet; Ruim 60 procent van de kinderen die gebruik hebben gemaakt van de computerregeling woont in een eenoudergezin; Bijna driekwart heeft een niet-westerse migratieachtergrond.

Schoolreis – werkweekregeling Minimakinderen in de gemeente Rijswijk kunnen bij KEI Rijswijk een aanvraag doen voor de schoolreis – werkweekregeling. Deze regeling zorgt ervoor dat kinderen waarvan het huishoudinkomen niet hoger is dan 130 procent Wsm ook mee kunnen met een schoolreisje, werkweek of schoolkamp. Voor kinderen op de basisschool wordt maximaal € 50 per jaar vergoed en voor kinderen op de middelbare school/voortgezet onderwijs is dat maximaal € 200 per jaar. In 2020 hebben 181 kinderen gebruikgemaakt van deze regeling. Zij wonen in 138 huishoudens. • Kinderen uit een bijstandsgezin hebben iets vaker gebruikgemaakt van de regeling dan kinderen uit een gezin met een andersoortig inkomen, maar de verschillen zijn klein; • Kinderen uit een gezin met twee ouders maken wat vaker gebruik van de regeling dan kinderen uit een eenoudergezin maar ook hier zijn de verschillen klein; • Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben maken iets vaker gebruik van de schoolreis – werkweekregeling dan kinderen met een andere achtergrond.

31

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

5. Wmo en schuldhulpverlening 5.1. Een kwart van alle minimahuishoudens maakt gebruik van de Wmo Vanuit de Wmo wordt ondersteuning gegeven aan mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Of iemand in aanmerking komt voor de Wmo heeft niets te maken met iemands inkomen: een inwoner met een Wmo-indicatie valt niet per definitie in de doelgroep minimahuishoudens en andersom. In 2020 hebben in totaal 2.173 huishoudens in de gemeente Rijswijk gebruikgemaakt van een of meerdere Wmo-voorzieningen. Dat zijn er bijna 300 meer dan in 2017. Een op de drie van deze 2.173 huishoudens heeft een inkomen tot 130 procent Wsm, in 2017 was dat nog een op de vier. Vanuit het totaal aantal minimahuishoudens bezien, betekent dit dat een kwart van alle minimahuishoudens in 2020 ondersteuning vanuit de Wmo kreeg (715 van de 2.864 minimahuishoudens). Van de 715 minimahuishoudens met een of meerdere Wmovoorzieningen ontvangt 42 procent een uitkering vanuit de Participatiewet en 30 procent krijgt AOW. Het grootste deel (65 procent) is alleenstaand en ongeveer de helft heeft een Nederlandse achtergrond. Ten opzichte van de minimahuishoudens met Wmo in 2017 zien we dat met name het aantal minima met een uitkering vanuit de Participatiewet en het aantal minima tot 45 jaar met een Wmo-voorziening is gestegen. Tevens is het aandeel minima met een migratieachtergrond in de Wmo flink toegenomen.

Tabel 5.1.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers14 Wmo Tot 130% Wsm Overige huishoudens Totaal

2017 Aantal 516 1.382 1.898

% 27% 73% 100%

2020 Aantal 715 1.458 2.173

%

33% 67% 100%

Aandeel Wmo t.o.v. alle huishoudens 25% 6% 8%

Tabel 5.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 130% met Wmo 2017

Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minderjarige + meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met minderjarige kinderen Meerpersoons met minderjarige + meerderjarige kinderen Meerpersoons met meerderjarige kinderen Totaal

2020

Aantal

%

Aantal

%

200 186 130 516

39% 36% 25% 100%

297 215 203 715

42% 30% 28% 100%

-

-

462

65%

-

-

90

12%

-

-

11 34 55

1% 5% 8%

-

-

29

4%

-

-

13 21 715

2% 3% 100%

14 In 2014 maakten in totaal 2.817 huishoudens gebruik van de Wmo. Omdat destijds het aantal

minimahuishoudens met een inkomen tot 110% (en dus niet tot 130%) Wsm in beeld is gebracht, kunnen we de verhoudingen minima/niet-minima hier niet goed vergelijken en laten we 2014 buiten beschouwing.

32

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

2017

Categorie

2020

Aantal

%

Aantal

%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot 66 jaar 66 jaar en ouder Totaal

10 98 222 186 516

2% 19% 43% 36% 100%

17 165 317 216 715

3% 23% 44% 30% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

313 29 174 516

60% 6% 34% 100%

341 79 295 715

48% 11% 41% 100%

5.2. Tegemoetkoming in de meerkosten van zorg Inwoners van de gemeente Rijswijk die door een beperking of chronische gezondheidsproblemen hoge zorgkosten hebben, kunnen de financiële tegemoetkoming in de meerkosten van zorg aanvragen. Deze tegemoetkoming bedraagt € 100. Inwoners die een eigen bijdrage voor een Wmo-maatwerkvoorziening van het CAK hebben gekregen komen voor de tegemoetkoming in aanmerking, mits hun inkomen hoger is dan 130 procent Wsm. Ook inwoners die een eigen bijdrage voor de Wlz moeten betalen en inwoners die in de afgelopen twee jaar het verplichte eigen risico van de zorgverzekering hebben overschreden kunnen de tegemoetkoming aanvragen. In 2020 hebben 1.674 huishoudens de tegemoetkoming voor meerkosten zorg gekregen. Een deel daarvan (29 procent) heeft een inkomen tot 130 procent Wsm. Zij zullen dan een eigen bijdrage voor de Wlz moeten betalen of hebben hun eigen risico twee jaren volledig gebruikt. Van alle gebruikers van deze regeling maakt 28 procent eveneens gebruik van de Wmo. Tabel 5.2.1 Inkomensverdeling gebruikers tegemoetkoming zorg Tegemoetkoming in de meerkosten van zorg Tot 130% Wsm Overige huishoudens Totaal Gebruik Wmo

Aantal

%

477 1.197 1.674

29% 71% 100%

471

28%

33

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

5.3. Zes procent van alle minimahuishoudens krijgt schuldhulpverlening Naast reguliere schuldhulpverlening (zoals budgetbeheer of een schuldregeling) kunnen inwoners van de gemeente Rijswijk ook terecht voor preventieve activiteiten, zoals voorlichting of informatie over (toekomstige) financiële problematiek en hulp daarbij. In 2020 hebben 277 huishoudens alleen gebruikgemaakt van dergelijke preventieve activiteiten – zij kunnen daarom worden beschouwd als potentiële klanten voor de schuldhulpverlening. Daarnaast hebben 59 huishoudens zowel preventieve activiteiten doorlopen maar zijn ze ook bij de reguliere schuldhulpverlening terecht gekomen en nog eens 198 huishoudens zaten (alleen) in een regulier schuldhulpverleningstraject. Voor alle benoemde soorten hulp is ongeveer twee derde van de huishoudens ook in beeld als minimahuishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm. Tabel 5.3.1 Soorten schuldhulpverlening 2020 aantal huishoudens Schuldhulpverlening

Aantal

Reguliere SHV / klanten in 2020 Preventieve activiteiten / potentiële klanten Zowel in preventieve activiteiten als reguliere SHV Totaal

198 277 59 534

Waarvan in beeld als minima tot 130% Wsm 127 64% 180 65% 44 75% 351 66%

In 2020 zaten 257 huishoudens op enig moment in een schuldhulpverleningstraject. Dat zijn er meer dan in 2017, toen ging het om 159 huishoudens. Voor beide jaren geldt dat de grootste groep hiervan ook in beeld was als minimahuishoudens, in 2020 waren dat 171 van de 257 huishoudens in de schuldhulpverlening oftewel 66 procent. Dat betekent dat 6 procent van alle minimahuishoudens in de gemeente in 2020 op enig moment schuldhulpverlening kreeg. In 2017 was dat 4 procent. Tabel 5.3.2 Inkomensverdeling reguliere SHV-gebruikers SHV Tot 130% Wsm Overige huishoudens Totaal

2017 Aantal % 118 74% 41

26%

159

100%

2020 Aantal % 171 66% 86 257

34% 100%

34

Aandeel SHV t.o.v. alle huish. 6% 0,4% 1%

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Tabel 5.3.3 Kenmerken minimahuishoudens tot 130% met reguliere SHV Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal Huishoudtype15 Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met (minderjarige +) meerderjarige kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met Minderjarige, meerderjarige én beide categorieën kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot 66 jaar 66 jaar en ouder Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

2017 Aantal

2020 %

Aantal

%

67 5 46 118

57% 4% 39% 100%

105 15 51 171

61% 9% 30% 100%

-

-

76

44%

-

-

43

25%

-

-

24 9

14% 5%

-

-

19 171

11% 100%

53 60 5 118

45% 51% 4% 100%

5 72 79 15 171

3% 42% 46% 9% 100%

76 10

64% 9%

79 17

46% 10%

32

27%

118

100%

75 171

44% 100%

15 Om de privacy van de huishoudens te kunnen waarborgen zijn sommige categorieën samengevoegd.

35

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 8 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen, met zowel minderjarige als meerderjarige kinderen en met alleen meerderjarige kinderen, meerpersoonshuishoudens met alleen minderjarige kinderen, met zowel minderjarige als meerderjarige kinderen en met alleen meerderjarige kinderen, en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan.

Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden. Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven. Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze: • indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande; • personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend; • indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin; • de leeftijd van de (inwonende) kinderen bepaalt of het een gezin is met minderjarige, meerderjarige of zowel minderjarige als meerderjarige kinderen.

Een kind dat 18 is op de peildatum van het onderzoek is meerderjarig, kinderen jonger dan 18 zijn minderjarig; • als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn; • indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden. Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden. • als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd. Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden). 36

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Besteedbaar inkomen (CBS) Besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (zoals alimentatie) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting. Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals AOW, Anw, WAO/WIA, studiefinanciering, kinderbijslag en huursubsidie). Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘ander’ inkomen gebruikt. De inkomensbron Participatiewet is direct vast te stellen. Dit is het aantal huishoudens dat op de peildatum van het onderzoek een uitkering kreeg vanuit de Participatiewet: bijstandsuitkering, IOAW, IOAZ en BBZ.

Dit aantal wordt bepaald op basis van het aangeleverde bronbestand door de gemeente: - het aantal actieve verstrekkingen/regels op de peildatum wordt geselecteerd. - verstrekkingen worden uniek gemaakt op persoon zodat iedere persoon één keer mee telt in het totaal, en niet vaker. - personen worden gekoppeld aan de BRP en omgezet naar huishoudens. Per huishoudens wordt één inkomensbron geteld. - In de rapportage geven we het unieke aantal huishoudens weer met een uitkering vanuit de Participatiewet. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste. De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht. Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk. Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype.

Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOWuitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum. Herkomst (CBS) Voor bepaling van herkomst wordt gekeken naar het geboorteland van de ouder(s). Iemand met een migratieachtergrond is iemand waarvan minimaal een van de ouders in het buitenland is geboren. Inwoners afkomstig uit Europa, Noord-Amerika, Australië, Japan en Indonesië worden als mensen met een westerse migratieachtergrond gezien. Andere landen worden gezien als niet-westers.

37

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie, op 31 december van het desbetreffende jaar. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B2.1 Aantal huishoudens en inwoners Rijswijk16 Categorie 2014 Aantal huishoudens 24.535 Aantal personen 47.879 Gemiddelde huishoudgrootte 2,0

2017 25.664 51.037 2,0

2020 26.563 54.370 2,0

Kenmerken Tabel B2.2 Kenmerken alle huishoudens 2014, 2017 en 2020 Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minderjarige + meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met minderjarige kinderen Meerpersoons met minderjarige + meerderjarige kinderen Meerpersoons met meerderjarige kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot 66 jaar 66 jaar en ouder Totaal

2014

2017

2020

%

%

Aantal

%

-

-

10.943

41%

-

-

1.394

5%

-

-

202

1%

-

-

799 7.311

3% 27%

-

-

4.202

16%

-

-

501

2%

-

-

1.211 26.563

5% 100%

4% 27% 35% 34% 100%

4% 27% 36% 33% 100%

926 7.676 9.500 8.461 26.563

3% 29% 36% 32% 100%

68% 17%

76% 11%

16.485 4.695

62% 18%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

15%

13%

100%

100%

5.383 26.563

20% 100%

Wijk Wijk 1 Wijk 2

8% 22%

8% 21%

2.008 5.495

8% 21%

16 Alle gegevens in de tabellen in deze monitor zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens, tenzij

anders aangegeven. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS.

38

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Categorie Wijk 3 Wijk 4 Wijk 5 Wijk 6 Wijk 7 Wijk 8 Wijk 9 Wijk 10 Wijk 11 Totaal

2014

2017

% 0% 11% 1% 13% 9% 16% 15% 2% 3% 100%

% 1% 10% 2% 12% 8% 16% 15% 4% 3% 100%

39

2020 Aantal 157 2.772 502 3.174 2.146 4.044 3.878 1.722 665 26.563

% 1% 10% 2% 12% 8% 15% 15% 6% 2% 100%

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Bijlage 3. Kenmerken kinderen In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Rijswijk. Kenmerken Tabel B3.1 Kenmerken alle kinderen 2014, 2017 en 2020 2014 2017 2020 Categorie % % Aantal Aandeel Huishoudtype Eenoudergezin met 2.139 20% minderjarige kinderen Eenoudergezin met 263 2% minderjarig + meerderjarige k Meerpersoons met 7.616 71% minderjarige kinderen Meerpersoons met 702 7% minderjarig + meerderjarige k Totaal 10.720 100% Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woonplaats Wijk 1 Wijk 2 Wijk 3 Wijk 4 Wijk 5 Wijk 6 Wijk 7 Wijk 8 Wijk 9 Wijk 10 Wijk 11 Totaal

26% 44% 30% 100%

25% 46% 29% 100%

2.682 5.034 3.004 10.720

25% 47% 28% 100%

-

-

6.094 1.416

57% 13%

-

-

-

-

3.210 10.720

30% 100%

14% 22% 1% 10% 0% 8% 9% 17% 14% 2% 3% 100%

12% 20% 1% 9% 1% 8% 8% 15% 15% 8% 3% 100%

1.031 1.770 64 920 137 776 857 1.342 1.741 1.808 274 10.720

10% 16% 1% 9% 1% 7% 8% 12% 16% 17% 3% 100%

40

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% Wsm In deze bijlage geven we kenmerken weer van minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel B4.1 Aantal huishoudens en inwoners Rijswijk Inkomenspercentage 2014 2017 t.o.v. Wsm Aantal % Aantal % Tot 100% 1.933 8% 2.288 9% Overig 22.602 92% 23.376 91% Totaal 24.535 100% 25.664 100%

2020 Aantal % 2.353 9% 24.210 91% 26.563 100%

Kenmerken Tabel B4.2 Kenmerken minima tot 100% Wsm 2014, 2017 en 2020 Categorie 2014 2017 2020 Aantal % Inkomensbron Participatiewet 54% 57% 1.394 59% AOW 16% 16% 406 17% Overig inkomen 30% 27% 553 26% Totaal 100% 100% 2.353 100% Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minderjarig + meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met minderjarige kinderen Meerpersoons met minderjarig + meerderjarige kinderen Meerpersoons met meerderjarige kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

-

1.253

53%

439

19%

71

3%

125 175

6% 7%

181

8%

54

2%

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

55 2.353

2% 100%

7% 34% 43% 16% 100%

5% 33% 46% 16% 100%

89 756 1.090 418 2.353

4% 32% 46% 18% 100%

42% 12%

50% 8%

860 266

37% 11%

46%

42%

100%

100%

10227 2.353

52% 100%

41

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Categorie Wijk17 Wijk 1 Wijk 2 Wijk 3 + 4 Wijk 5 Wijk 6 Wijk 7 Wijk 8 Wijk 9 Wijk 10+ 11 Totaal

2014

2017

1% 19% 14% 1% 15% 15% 15% 17% 3% 100%

1% 19% 12% 1% 15% 15% 16% 17% 3% 100%

2020 Aantal 22 441 286 15 345 361 373 444 66 2.353

% 1% 19% 12% 1% 15% 15% 16% 19% 3% 100%

17 Om de privacy van de minima te kunnen waarborgen is een aantal wijken samengevoegd.

42

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Bijlage 5. Aantallen minima naar woonwijk Tabel B5.1 Minimahuishoudens, inkomen tot 130% Categorie Wijk 1 Wijk 2 Wijk 3 Wijk 4 Wijk 5 Wijk 6 Wijk 7 Wijk 8 Wijk 9 Wijk 10 Wijk 11 Totaal

2017 Aantal 38 543 12 334 20 401 405 449 477 7 84 2.770

2020 % 1% 20% 0% 12% 1% 15% 15% 16% 17% 0% 3% 100%

Aantal 30 555 6 336 21 412 422 461 535 10 76 2.864

Aandeel minima % 1% 19% 0% 12% 1% 14% 15% 16% 19% 0% 3% 100%

t.o.v. alle huish. 1% 10% 4% 12% 4% 13% 20% 11% 14% 1% 11% 11%

% 12% 13% 1% 12% 19% 11% 29% 3% 100%

t.o.v. alle kinderen. 7% 24% 10% 26% 38% 15% 29% 2% 16%

Tabel B5.2 Minimakinderen, inkomen tot 130% Categorie18 Wijk 1 + 2 Wijk 4 Wijk 5 Wijk 6 Wijk 7 Wijk 8 Wijk 9 Wijk 10 + 11 Totaal

2017 Aantal 175 192 9 172 266 180 429 34 1.457

2020 % 12% 13% 1% 12% 18% 12% 30% 2% 100%

Aantal 205 223 14 201 322 195 499 37 1.696

Aandeel minima

Tabel B5.3 Indeling wijken Wijk Buurten Wijk 1 Cromvliet en Leeuwendaal Oud Rijswijk, Welgelegen, Rembrandtkwartier, Wijk 2 Bomenbuurt en Havenkwartier Wijk 3 Hoornwijck en Broekpolder Wijk 4 Julianapark, te Werve en Huis te Lande Wijk 5 Plaspoelpolder Spoorzicht, Kleurenbuurt, Artiestenbuurt en Wijk 6 Stationskwartier Wijk 7 Muziekbuurt en Wilhelminabuurt Overvoorde, Presidentenbuurt, Strijp en Wijk 8 Ministerbuurt Wijk 9 Stervoorde, Eikelenburg en Hoekpolder Wijk 10 Sion, Haantje, Elsenburg en Pasgeld Wijk 11 Kraayenburg en Vrijenban

18 Om de privacy van de kinderen te kunnen waarborgen is een aantal wijken samengevoegd.

43

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Bijlage 6. Afkortingen Tabel B6.1 Afkortingenlijst Afkorting AOW Algemene Ouderdomswet BRP Basisregistratie Personen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CPB Centraal Planbureau SHV Schuldhulpverlening VT Vakantietoeslag WIA Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsm Wettelijk sociaal minimum WSNP Wet schuldsanering natuurlijke personen WW Werkloosheidswet ZZP Zelfstandige zonder personeel

44

Versie1.0 Gemeente Rijswijk

Bijlage 7. Verdeling minimahuishoudens oude huishoudtype In deze Armoedemonitor wordt een andere indeling naar huishoudtype gebruikt dan in de vorige monitoren. Deze nieuwe manier sluit beter aan bij de indeling van het CBS. Om toch nog te kunnen vergelijken met de vorige monitoren staan in deze bijlage de huishoudtypes van minima tot 130 procent Wsm conform de huishoudindeling van 2017. Tabel B7.1 Huishoudtype minima tot 130% oude huishoudtype verdeling Aandeel Alle minimahuishoudens

2017 Aantal

2020 %

Aantal

minima %

t.o.v. alle huish.

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

1.434 499 471 366 2.770

52% 18% 17% 13% 100%

1.477 528 464 395 2.864

52% 18% 16% 14% 100%

13% 38% 5% 8% 11%

Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

930 246 308 189 1.673

56% 15% 18% 11% 100%

1.190 349 359 290 2.188

54% 16% 17% 13% 100%

81% 66% 77% 73% 76%

Nieuwe minima Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

185 85 57 59 386

48% 22% 15% 15% 100%

134 78 50 46 308

44% 25% 16% 15% 100%

9% 15% 11% 12% 11%

Kinderen Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal

794 663 1.457

55% 45% 100%

899 797 1.696

53% 47% 100%

42% 9% 16%

Langdurige minima

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=e8ab33fa-f265-4ea2-a1d0-6165c3fe42fd