10992 Rijswijk_document-2-2-Bijlage2.pdf
Tekst van het document
3.8
Archeologie Beleidskader Vanaf 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Daarom dient er specifiek gekeken te worden naar de archeologische waarden die mogelijk aanwezig kunnen zijn binnen het plangebied. Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan (‘Plaspoelpolder, 1e algehele herziening’ vastgesteld 29-082013), aangewezen als gebied met een dubbelbestemming waarbij de archeologische waarden zijn beschermd. Dit betekent dat bij planontwikkeling altijd rekening moet worden gehouden met de archeologische waarden en er onderzoek dient plaats te vinden. De gemeente Rijswijk heeft hiervoor een archeologisch bureauonderzoek8 uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het in kaart brengen en waarderen van archeologische resten. Voor behoudenswaardige archeologische resten geldt dat gestreefd dient te worden naar behoud in situ (in de bodem). Alleen indien behoud niet mogelijk is, zal een opgraving plaatsvinden. Voor het bureauonderzoek is een groter onderzoeksgebied aangehouden, dit gebied wordt afgebakend door de Lindelaan (ten noorden), Diepenhorstlaan (ten westen), Rijksweg & A13 (ten oosten) en het noordelijke deel van de Rijswijkse Golfbaan dient als zuidelijke grens (zie figuur 3.12).
8
Gemeente Rijswijk, Een archeologisch onderzoek, Het Havengebied van Rijswijk (Z-H), juli 2019
Blad 31 van 36
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
156
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Havenkwartier te Rijswijk projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 Gemeente Rijswijk
Figuur 3.12: Het plangebied (rood omkaderd) en het onderzoeksgebied (blauw omkaderd) (bron: Gemeente Rijswijk).
Onderzoek Het plangebied beslaat een relatief klein oppervlak en is dicht bebouwd. Een deel van het gebied beslaat de Rijswijkse Haven. Het overige deel van het gebied is bebouwd, waarbij ook kelders en parkeergarages aanwezig zijn. Indien gebouwen dieper gelegen zijn dan drie meter beneden maaiveld, is er met betrekking tot archeologische resten geen trefkans meer aanwezig.
Blad 32 van 36
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
157
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Havenkwartier te Rijswijk projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 Gemeente Rijswijk
Het Havengebied ligt in een zone waar archeologische resten zijn te verwachten. Deze resten stammen uit de Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen en jonger. Deze resten bevinden zich in de top van het Laagpakket van Walcheren. Deze laag bevindt zich direct onder de bouwvoor en ophogingslagen. Grondwerkzaamheden bij de sloop van de bestaande bebouwing, het aanleggen van bouwputten, het aanleggen van diepriolen et cetera kunnen een bedreiging vormen voor de verwachtingswaarden uit deze periode. Door eerder grondverzet in het verleden zijn mogelijke verwachtingswaarden reeds verdwenen. Doormiddel van proefsleuven kunnen nederzettingen met bijbehorende verkavelingssystemen worden opgespoord. Het voorafgaand plaatsen van een booronderzoek kan zinvol zijn om de mate van verstoring in de recente bouw en sloop van bebouwing in te schatten en daarmee de noodzaak van proefsleuven te constateren. Onder het Laagpakket van Walcheren kunnen prehistorische duinen met bewoningssporen aanwezig zijn. Eerder uitgevoerd booronderzoek leverde aanwijzingen op voor de aanwezigheid van zo’n duin op het westelijke deel van de landtong. De verwachting is dat deze resten te vinden zijn op een diepte beneden 2,8 m – NAP. Een groot deel van de Landtong is bebouwd of had bebouwing met kelders, hier is de grond dusdanig verstoord dat booronderzoek geen zin meer heeft.
In het resterende deel van het gebied zijn de verwachtingen dusdanig dat grondboring wel zin heeft. Op basis van de bekende gegevens over de historie van het havengebied en de omgeving kunnen deze twee archeologische verwachtingswaarden worden aangetroffen in het gebied. In het oudste en diepste niveau is bewoning uit de Prehistorie mogelijk. In het jongste en hoogstgelegen niveau kunnen bewoningssporen van de Romeinse tijd en jonger verwacht worden. Conclusie Uit het archeologische bureauonderzoek blijkt dat voor verschillende locaties archeologische vondsten te verwachten zijn. Nader onderzoek is nodig om dit vast te stellen. Voor resten gelegen in de gronden direct onder de bouwvoor en ophogingslagen is het opsporen van archeologische vindplaatsen het beste te onderzoeken door middel van proefsleuvenonderzoek. Voor de dieper ondergronds gelegen resten uit de Prehistorie is dit het best te doen door middel van booronderzoek. Indien een duin wordt aangetroffen, is nader onderzoek nodig om vast te stellen of bewoningsporen aanwezig zijn. Per sublocatie zal moeten worden nagegaan of archeologisch onderzoek nodig is. Wanneer het door middel van het booronderzoek geen duinen worden aangetroffen, dient verder onderzoek niet te worden uitgevoerd.
Met inachtneming van planologisch beschermen van de archeologische (verwachtings)waarden, door zoveel mogelijk te streven naar behoud in situ (in de bodem), kan geconcludeerd worden dat als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijk nadelige milieugevolgen ten aanzien van het aspect archeologie te verwachten zijn.
Blad 33 van 36
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
158
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Havenkwartier te Rijswijk projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 Gemeente Rijswijk
3.9
Cultuurhistorie Op basis van toetsing aan de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Rijswijk en de Provincie Zuid-Holland blijken er geen beschermde cultuurhistorische waarden in het plangebied te liggen. Direct aangrenzend aan het plangebied liggen twee cultuurhistorisch waardevolle elementen: gemeentelijke monument de Steenplaetsbrug en het Rijn- Schiekanaal (een oude trekvaartroute) (zie figuur 3.13). Beide blijven behouden en worden niet in waarde aangetast door de ontwikkeling van het Havenkwartier. Steenplaetsbrug
Rijn- Schiekanaal
Figuur 3.13 Aanwezige cultuurhistorische waarden in en om het plangebied
Conclusie De cultuurhistorische waarden in en om het gebied worden niet aangetast bij het uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu ten aanzien van het aspect cultuurhistorie.
Blad 34 van 36
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
159
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Havenkwartier te Rijswijk projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 Gemeente Rijswijk
4
Conclusie De gemeente Rijswijk heeft het voornemen het Havenkwartier te transformeren tot gemengd woon- en werkgebied. Deze transformatie vindt plaats in een gebied dat momenteel voornamelijk in gebruik is als bedrijventerrein. Havenkwartier zal in de toekomst ruimte bieden aan maximaal 2.500 woningen. Deze aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling is opgesteld om mogelijk belangrijke nadelige milieueffecten in beeld te brengen, zodat het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan nemen. Als onderbouwing bij deze m.e.r.-beoordeling zijn milieuonderzoeken uitgevoerd. Aanvullend op de onderzoeken voor verkeer, bodem, natuur, water en archeologie zijn ook een luchtkwaliteitsonderzoek, een stikstofonderzoek en een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd. Voor de voorgenomen activiteit geldt dat wanneer wordt voldaan aan de gestelde eisen en maatregelen uit de onderzoeken en onderhavige notitie er verwacht wordt dat er geen belangrijk nadelige milieugevolgen optreden. Er wordt daarom geconcludeerd dat het niet noodzakelijk is om een m.e.r.-procedure te doorlopen voor deze ontwikkeling. Onderstaand zijn per (milieu)aspect de milieugevolgen van de ontwikkeling van het Havenkwartier en de eventuele mitigerende maatregelen om significant negatieve effecten te voorkomen samengevat.
Verkeer en parkeren De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van de verkeerintensiteiten met circa 10.000 m.v.t./etmaal van en naar het plangebied. Om een goede verkeersafwikkeling te garanderen in het gebied dient een aantal aanpassingen gedaan te worden aan de kruisingen in de omgeving van het plangebied. Voor kruispunt Diepenhorstlaan – Veraatlaan – Vissenringlaan zijn deze aanpassingen eenvoudig te doen doormiddel van optimalisatie van de verkeersregeling. Voor de kruispunten Diepenhorstlaan – Verrijn Stuartlaan en Diepenhorstlaan – op- en afrit 10 (Plaspoelpolder) op de A4 dienen fysieke ingrepen gedaan te worden om een goede afwikkeling te garanderen. Wanneer deze aanpassingen worden gedaan en de parkeernormen gehanteerd zijn, is ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren geen belangrijk nadelige milieugevolgen verwacht. Geluid De ontwikkeling van Havenkwartier zorgt voor een verkeerstoename in en rondom het plangebied. De grootste toename van verkeer op de toegangswegen zit op de Veraatlaan, de Diepenhorstlaan en de Burgemeester Elsenlaan. Significante effecten door toename van de geluidbelasting worden niet verwacht doordat de toename van verkeer (en dus de geluidbelasting) beperkt is of doordat er geen geluidgevoelige bestemmingen langs de weg liggen.
De huidige geluidswaarden binnen het Havenkwartier liggen op een aantal plekken boven de gestelde normen in het kader van de Wet geluidhinder. Deze hoge geluidsbelasting is afkomstig van het al aanwezige wegverkeer. Voor de nieuw te bouwen woningen in het Havenkwartier moet nader onderzocht worden of deze passend zijn binnen het huidige geluidklimaat. Dit moet getoetst worden aan de normen wegverkeerslawaai. Als aan deze onderzoeksplicht wordt voldaan, en de maatregelen die daaruit voortkomen in acht worden genomen, dan worden er geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht ten aanzien van het aspect geluid.
Blad 35 van 36
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
160
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Havenkwartier te Rijswijk projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 Gemeente Rijswijk
Luchtkwaliteit De jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) blijven in het kader van de voorgenomen ontwikkeling ruimschoots onder de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Externe veiligheid Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de Rijswijkse Vuurwerkhandel, de transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de A4 en de A13, en een aardgastransportleiding. Uit het onderzoek blijkt dat het groepsrisico ten aanzien van de A4 en de aardgastransportleiding beperkt toeneemt. De toename vindt plaats onder de oriëntatiewaarde. Significant negatieve effecten zijn hierdoor niet te verwachten. Voor de A4 is een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Voor de hogedruk aardgastransportleiding is een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen verplicht. Bodem In het plangebied zijn enkele bodemverontreiniging aanwezig. Door hiervoor maatregelen te treffen of de verontreinigingen te saneren, kunnen negatieve effecten voorkomen worden. Met het in acht nemen van de aanwezige verontreiniging en het uitgangspunt dat dit gesaneerd kan worden, worden er geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht ten aanzien van het aspect bodem.
Water In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van een sterke toename van verhard oppervlak. Daarnaast vindt er een toevoeging plaats 15% extra oppervlakte water, wat bijdraagt aan de waterhuishouding binnen het gebied. Met het uitvoeren van de plannen zoals gesteld in het stedenbouwkundig kader worden er geen belangrijk nadelige effecten verwacht met betrekking tot het aspect water. Ecologie Uit ecologisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de aanwezigheid van beschermde soorten binnen het gebied niet op voorhand kan worden uitgesloten. Nader onderzoek en eventuele aanvullende maatregelen zijn nodig met betrekking tot vogels met jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen. Tevens dient er ter voorkoming van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen tijdens de aanlegfase gewerkt te worden met schoon materieel (minimaal werktuigen stage 4 (bouwjaar 2014) en minimaal vrachtwagens Euro VI (bouwjaar 2013)). Archeologie Met in achtneming van de archeologische verwachtingswaarden en het uitvoeren van aanvullend onderzoek in het gebied worden voor archeologie geen belangrijk nadelige milieugevolgen verwacht. Cultuurhistorie De cultuurhistorische waarden in en om het gebied worden niet aangetast bij het uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling.
De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu ten aanzien van het aspect cultuurhistorie.
Blad 36 van 36
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
161
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
E. info@anteagroup.com
www.anteagroup.nl
Copyright © 2019 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
162
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid
projectnummer 0454512.100 definitief revisie 05 1 oktober 2020
Bijlage 2 | GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
163
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid
projectnummer 0454512.100 definitief revisie 05 1 oktober 2020
Auteurs
Frank Meijer Roel Kouwen
Opdrachtgever
Gemeente Rijswijk Bogaardplein 15 2284 DP RIJSWIJK
datum vrijgave 01-10-2020
beschrijving revisie 05 definitief
goedkeuring R.J. Last, MSc
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
vrijgave drs. T. Artz Bijlage 2 |
164
Inhoudsopgave 1
Blz.
1.1 1.2
Aanleiding Leeswijzer
Inleiding
1
2
Beleidskader
2
3
Risicobeschouwing
4
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3
4
1 1
Risicovolle inrichtingen Transport Wegen Hogedruk aardgastransportleiding Resultaten risicoberekening
4 6 6 9 10
4.1 4.2 4.3 4.4
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid Hoogte groepsrisico
Verantwoording groepsrisico
12
5
Conclusies
17
12 13 15 16
Bijlage 1: Groepsrisicoberekening A4 Uitgangspunten Bevolkingsinventarisatie
19 20
Bijlage 2: Groepsrisicoberekening hogedruk aardgastransportleiding Uitgangspunten Bevolkingsinventarisatie
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
25 25
Bijlage 2 |
165
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Rijswijk heeft het voornemen om het Havenkwartier te transformeren tot gemengd woon- en werkgebied. Het gebied dat nu voornamelijk in gebruik is als bedrijventerrein moet in de toekomst ruimte bieden aan maximaal 2.500 woningen plus de huidige hoeveelheid bedrijvigheid (100.000 m2). De 20.000 m2 kantoren die nu in het plangebied aanwezig is, wordt niet behouden in de toekomstige situatie. De transformatie vindt gefaseerd plaats. Het woningbouwprogramma betreft voornamelijk appartementen in allerlei soorten en maten. Verder worden er ook grondgebonden stadswoningen (mogelijk in zelfbouw) voorzien in het transformatieprogramma. Figuur 1.1 toont de ligging van het plangebied binnen de gemeente Rijswijk.
Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood omkaderd) binnen de gemeente Rijswijk.
Ten behoeve van het vaststellen van het bestemmingsplan Havenkwartier Rijswijk dient een onderzoek naar externe veiligheid te worden verricht. Externe veiligheid is een wettelijk vereist aspect dat voor iedere ruimtelijke procedure beschouwd moet worden. Uit een externe veiligheidsonderzoek wordt de veiligheidssituatie van de huidige situatie vergeleken met de toekomstige situatie. Daarbij moet voldaan worden aan de vigerende wet- en regelgeving.
1.2
Leeswijzer In dit rapport zijn in hoofdstuk twee de hoofdlijnen van het externe veiligheidsbeleid gegeven. In hoofdstuk drie zijn de verschillende in de omgeving aanwezige risicobronnen beschouwd. Vervolgens zijn in hoofdstuk vier elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoording van het groepsrisico. Ten slotte zijn in hoofdstuk vijf de conclusies beschreven. In de bijlage is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de uitgevoerde risicoberekeningen.
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021 Blad 1 van 28
Bijlage 2 |
166
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
2
Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Figuur 2.1: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Blad 2 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
167
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Circulaire LPG-tankstations In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten voor een ongeval (verder: Circulaire LPG-tankstations) zijn effectafstanden geïntroduceerd. Er worden twee effectafstanden gehanteerd: een afstand van 60 meter voor (beperkt) kwetsbare objecten en een afstand van 160 meter voor zeer kwetsbare objecten. Het bevoegd gezag wordt verzocht rekening te houden met deze effectafstanden. Dit betekent tegelijkertijd dat gemotiveerd afwijken is toegestaan, al dient deze afwijking te worden onderbouwd met veiligheidsgeoriënteerde argumenten. Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
Figuur 2.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
Omgevingsveiligheid (Omgevingswet) Omgevingsveiligheid is een begrip dat hoort bij de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 in werking zal treden. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto ‘Eenvoudig beter’. De Omgevingswet introduceert (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) een aantal aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor transportroutes uit het Basisnet gaan bijvoorbeeld de volgende aandachtsgebieden gelden: Een brandaandachtsgebied van 30 meter; Een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen (zoals gebouwen bestemd voor het verblijf van jonge kinderen). Voor zeer kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gelden de aanvullende bouwkundige maatregelen (of gelijkwaardige maatregelen) altijd.
Blad 3 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
168
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
3
Risicobeschouwing In de nabijheid van het plangebied zijn verschillende risicobronnen aanwezig. De ligging van de risicobronnen zijn weergegeven in figuur 3.1. Deze risicobronnen zijn te categoriseren in risicovolle inrichtingen en transportroutes.
LPG-tankstation BP Vuurwerkhandel de Rijswijkse Vuurwerkhal
Figuur 3.1 Risicobronnen nabij het plangebied
3.1
Risicovolle inrichtingen Zowel in- als nabij het plangebied zijn verschillende risicovolle inrichtingen aanwezig. De relevante risicobronnen betreffen: LPG-tankstation BP en Vuurwerkhandel de Rijswijkse Vuurwerkhal. LPG-tankstation BP De gemeente Rijswijk heeft aangegeven dat de vergunning van het LPG-tankstation aan de Burgemeester Elsenlaan 156 bij besluit per 1 juli 2019 is ingetrokken. Hierdoor is ook het transport naar het tankstation komen te vervallen. Hierdoor is het tankstation geen relevante risicobron meer en wordt het tankstation verder buiten beschouwing gelaten in deze rapportage. Vuurwerkhandel de Rijswijkse Vuurwerkhal De Rijswijkse Vuurwerkhandel ligt binnen het plangebied. In de huidige fase van het project is nog onduidelijk of het bedrijf wordt gesaneerd. Er zal daarom worden ingegaan op het scenario
Blad 4 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
169
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
dat het bedrijf gehandhaafd blijft. Indien het bedrijf bij de uitwerking van de geprojecteerde ontwikkelingen wordt gesaneerd, is het bedrijf geen relevante risicobron meer.
Figuur 3.2 Veiligheidsafstanden Rijswijkse Vuurwerkhandel in relatie tot het plangebied
De wet- en regelgeving omtrent opslag en verkoop van vuurwerk wordt gereguleerd middels het Vuurwerkbesluit. De Rijswijkse Vuurwerkhandel verkoopt conform gegevens van de Risicokaart geen professioneel vuurwerk en heeft een vergunde opslagcapaciteit van maximaal 49.999 kg consumentenvuurwerk. In figuur 3.2 zijn de veiligheidsafstanden van de vuurwerkhandel geprojecteerd. De bijbehorende veiligheidsafstanden bedragen: 48 meter voorwaarts, 36 meter zijwaarts en 9 meter achterwaarts. Verder is er nog een ronde contour waarvan de veiligheidsafstand 20 meter bedraagt. Conform bijlage 3 (B) onder c van het Vuurwerkbesluit moet de aangestelde veiligheidsafstand worden vrijgesteld van (geprojecteerde) (beperkt) kwetsbare object(en) 1. Met andere woorden, het is niet toegestaan om binnen deze veiligheidsafstanden (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren en/of de bestaande bebouwing te transformeren in een (beperkt) kwetsbaar object. In relatie tot de beoogde ontwikkeling, moet deze ruimte (bij behoud van de huidige vuurwerkopslag) aldus worden gereserveerd als ‘openbare ruimte’ (zoals groen, water en/of verkeer).
1
Voor de definitie beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten wordt verwezen naar artikel 1 uit het Bevi.
Blad 5 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
170
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
3.2
Transport Nabij het plangebied zijn drie risicovolle transportroutes aanwezig. Dit zijn: de A4 (wegvakken Z8 en Z9), de A13 (wegvak Z29) en de hogedruk aardgastransportleiding A-517.
3.2.1
Wegen Op ongeveer 95 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt de A4. De A4 is opgenomen in de Regeling basisnet en er zijn twee wegvakken relevant (wegvakken Z8 en Z9) in relatie tot het plangebied. De A13 is via het knooppunt Ypenburg verbonden aan de A4 (zie figuur 3.3). In tabel 3.1 zijn de gegevens conform de Regeling basisnet van deze wegen opgenomen.
Figuur 3.3 Relevante Regeling basisnetwegen Tabel 3.1 Eigenschappen en transportintensiteiten per wegvak (Regeling basisnet)
Wegvak (nr.) Z8 Z9 Z29
Naam:
A4: Knp. Prins Clausplein - Knp. Ypenburg A4: Knp. Ypenburg - afrit 12 (Den Haag Zuid) A13: Knp. Ypenburg - afrit 9 (Delft)
Blad 6 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
PR 10⁻⁶ contour [m] 23 0 17
PAG Ja Nee Ja
Hoeveelheden (tankauto’s) GF3 3743 1000 3639
Bijlage 2 |
171
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Plaatsgebonden risico De 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontouren van de relevante wegen bedraagt respectievelijk 23, 0 en 17 meter (zie tabel 3.1). Geen van deze contouren liggen over het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden uit het Bevt. Plasbrandaandachtsgebied Voor zowel de A4 als de A13 geldt dat conform de Regeling basisnet een plasbrandaandachtsgebied (PAG) is vastgesteld (zie tabel 3.1). Het PAG is wettelijk vastgesteld, bedraagt 30 meter en wordt gemeten vanaf de buitenste kantstrepen aan weerszijden van de weg. Dit geldt ook voor de verbindingsbogen (omdat deze afkomstig zijn van een weg waar een PAG voor is aangewezen). Binnen deze afstanden worden aanvullende bouwkundige eisen (o.a. 60 minuten brandwerendheid van buiten naar binnen op de gevel) gesteld vanuit het Bouwbesluit voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten. In tabel 3.1 is weergegeven dat alleen wegvakken Z8 en Z29 een PAG hebben. Het meest nabijgelegen wegdeel met een PAG is de verbindingsboog van de A13 op wegvak Z9. Dit wegdeel ligt op ongeveer 250 meter afstand van het plangebied. Het PAG reikt niet tot het plangebied, daarmee worden er geen aanvullende bouwkundige eisen (o.a. 60 minuten brandwerendheid van buiten naar binnen op de gevel) gesteld vanuit het Bouwbesluit voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten.
Groepsrisico De ontwikkeling bevindt zich op relatief korte afstand tot de A4 (ongeveer 45 meter). Conform artikel 8 uit het Bevt dient bij een ontwikkeling binnen 200 meter van een weg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk te worden gemaakt. Trajecten Zoals in figuur 3.3 en tabel 3.1 is weergegeven, zijn er drie wegvakken relevant. Van deze drie wegvakken ligt alleen wegvak Z9 binnen 200 meter afstand van de beoogde ontwikkeling. De doorgaande weg van wegvak Z9 loopt over in wegvak Z8. Wegvak Z29 is met beide wegvakken verbonden via het knooppunt Ypenburg. Conform de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) moet het groepsrisico van het knooppunt en de verbindingsbogen worden berekend indien: 1. een relatief hoog of grote toename van het plaatsgebonden risico (zowel in de berekening van de doorgaande route als die van het knooppunt inclusief verbindingsbogen) berekend is én; 2. het groepsrisico in de berekening van de doorgaande route ter plaatse van het knooppunt relatief hoog is of toeneemt én; 3. de verbindingsboog ten gevolge van de wegaanpassing dichter tegen de bebouwing aan komt te liggen en de populatiedichtheid van deze bebouwing zodanig hoog is dat een toename van het groepsrisico ten gevolge van de wegaanpassing verwacht kan worden.
Geen van deze punten is met betrekking tot de beoogde ontwikkeling relevant omdat: 1. Er geen sprake is van een hoog of grote toename van het plaatsgebonden risico. Het PR ten hoogte van het plangebied bedraagt 0 meter. Het PR zal ten gevolge van de beoogde ontwikkeling niet toenemen omdat het aantal transporten van vervoer van gevaarlijke stoffen niet zal toenemen;
Blad 7 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
172
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
2. 3.
Het groepsrisico van de doorgaande route relatief laag is (zie resultaten groepsrisicoberekening (bijlage 1)); Er vinden geen veranderingen plaats aan de weg.
Omdat geen van de drie punten van toepassing is, is alleen een groepsrisicoberekening uitgevoerd voor de doorgaande weg (Wegvak Z9 en Z8). De uitgangspunten van de groepsrisicoberekening van de weg staan beschreven in bijlage 1. Tracébesluit A4 – Haaglanden-N14 In het kader van de uitbreiding van de A4 is een onderzoek externe veiligheid2 opgesteld. Hieruit volgt dat de beoogde wegaanpassing geen nadelige gevolgen heeft voor wegvak Z9 op gebied van externe veiligheid. Er vindt weliswaar een verbreding van het weg plaats, maar ter hoogte van het plangebied heeft dit geen betrekking op een verbreding van de buitenste wegmarkering van de doorgaande rijstrook. Uitganspunten huidige- en toekomstige situatie De modellering van de omgeving van het plangebied is uitgebreid beschreven in bijlage 1. Resultaten groepsrisicoberekening Uit de groepsrisicoberekening blijkt dat het groepsrisico van de A4 zich onder de oriëntatiewaarde bevindt (zie figuur 3.4 en tabel 3.2). Het groepsrisiconiveau neemt met de beoogde ontwikkeling lichtelijk toe ten opzichte van de huidige situatie.
Figuur 3.4 Groepsrisico huidige- (blauw) en toekomstige situatie (rood) t.o.v. oriëntatiewaarde (grijs gestippeld)
2
A4 Haaglanden – N14, Deelrapport externe veiligheid t.b.v. MER en OTB, Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, 2020
Blad 8 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
173
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Tabel 3.2 Hoogte groepsrisico huidige- en toekomstige situatie
Hoogte groepsrisico (factor t.o.v. oriëntatiewaarde) 0,068 0,072
Huidige situatie Toekomstige situatie
Doordat het groepsrisico door de beoogde ontwikkeling slechts in geringe mate toeneemt en niet boven de oriëntatiewaarde ligt, is er geen sprake van een significant negatief effect op gebied van externe veiligheid ten aanzien van de A4. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico (beschouwen van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) is verplicht. Hier wordt in hoofdstuk vier op in gegaan.
3.2.2
Hogedruk aardgastransportleiding In de nabijheid van het plangebied is de hogedruk aardgastransportleiding met kenmerk A-517 gelegen. De hogedruk aardgastransportleiding ligt op ongeveer 120 meter afstand van het plangebied. De gegevens van de leiding zijn weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Gegevens van de leiding A-517
Leidingbeheerder
Kenmerk
Druk [bar]
N.V. Nederlandse Gasunie
A-517
66
Diameter [mm]
762
Invloedsgebied (1% letaliteit) [m] 405
100% letaliteit [m] 160
Aangezien het projectgebied gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding ligt, is het conform het Bevb verplicht om de hoogte van het groepsrisico te bepalen en verantwoorden. Om een indicatie te geven van het risiconiveau van deze hogedruk aardgastransportleiding zijn risicoberekeningen uitgevoerd. Deze risicoberekeningen zijn (in lijn met de fase van de planvorming) op hoofdlijnen opgesteld. Een uitgebreide beschrijving van deze risicoberekeningen is opgenomen en in te zien in bijlage 2.
Blad 9 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
174
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
3.2.3
Resultaten risicoberekening Plaatsgebonden Risico Uit de risicoberekeningen blijkt dat de leiding geen PR 10⁻⁶ contour hee�. Deze is weergegeven in figuur 3.5. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden uit het Bevb.
Figuur 3.5 Buisleiding Z-517-10 heeft geen PR 10⁻⁶ contour (rood ontbreekt)
Groepsrisico Het berekende groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding is weergegeven in figuren 3.6 en 3.7. Huidige Situatie
Toekomstige situatie
Figuur 3.6 Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding huidige situatie
Figuur 3.7 Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding toekomstige situatie
Uit figuren 3.6 en 3.7 blijkt dat het maximale groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding ten hoogte van het plangebied in beide situaties onder de oriëntatiewaarde ligt (zie figuren 3.8 en 3.9). De hoogte van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding bedraagt zowel in de huidige als de toekomstige situatie tussen 0,5 en
Blad 10 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
175
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
0,75 keer de oriëntatiewaarde. De hoogste waarde van het groepsrisiconiveau wordt gevonden op een locatie op grotere afstand van het plangebied. Hier wordt uitgebreider op ingegaan in bijlage 2. Het groepsrisico blijft gelijk ten gevolge van de voorgeomen ontwikkeling. De kilometer met het hoogste groepsrisico (groen) verschuift met de beoogde ontwikkeling niet (zie figuren 3.8 en 3.9). Een beperkte verantwoording van het groepsrisico is verplicht. Huidige situatie
Toekomstige situatie
Figuur 3.8 Kilometer met het hoogste groepsrisico (groene lijn)
Figuur 3.9 Kilometer met het hoogste groepsrisico (groene lijn)
Blad 11 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
176
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
4
Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd in hoofdstuk drie, verplicht ten aanzien van de A4, de A13 en de hogedruk aardgastransportleiding A-517. In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag: de gemeenteraad van Rijswijk. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevb en het Bevt en zijn tevens omschreven in hoofdstuk twee van deze rapportage en in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007). Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden. In dit hoofdstuk zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: Algemene beschouwing veiligheidssituatie; Zelfredzaamheid; Bestrijdbaarheid. Hoogte van het groepsrisico
4.1
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van risicobronnen met verschillende scenario’s. Bij de transportroutes kan een plasbrand, BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) of toxisch scenario optreden, bij de hogedruk aardgastransportleidingen is een fakkelbrand het maatgevend scenario. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. In deze paragraaf worden de scenario’s verduidelijkt. Ongevalsscenario’s Plasbrandscenario Bij een calamiteit met brandbare vloeistoffen kan een plasbrand ontstaan (een plas van brandende vloeistof). Het gevolg is een korte, maar extreme hittestraling. De omvang van het effect wordt bepaald door de oppervlakte van de plas. Uitgaande van een calamiteit waarbij een gehele tankinhoud vrijkomt, is het invloedsgebied van een plasbrand ongeveer 45 meter. De afstand tussen het plangebied en de relevante wegen bedraagt meer dan 45 meter. Het plasbrandscenario is derhalve niet nader beschouwd. BLEVE-scenario Een BLEVE3 kan plaatsvinden op de A4. Een koude BLEVE ontstaat wanneer er een lek in de LPGtank zit waardoor gas kan ontsnappen. Door een plotselinge drukverandering in de tank stijgt de temperatuur van het gas, waardoor de tank kan ontploffen. Een warme BLEVE ontstaat door een (plas)brand in de nabijheid van een tankwagen beladen met brandbaar of toxisch gas.
Door de hitte van de brand loopt de druk in een tankwagen hoog op, terwijl de sterkte van de metalen wand afneemt. Hierdoor kan de wand het begeven en de tank ontploffen.
3 Boiling liquid expanding vapour explosion (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie).
Blad 12 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
177
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Door de maatregelen uit de ‘Safety Deal hittewerende bekleding op LPG-autogastankwagens’ zijn tankauto's voorzien van een hittewerende coating die de kans op een warme BLEVE gedurende ten minste 75 minuten voorkomt.4 De brandweer is daardoor in staat de tank tijdig te koelen. Fakkelbrand Bij de hogedruk aardgastransportleiding kan een fakkelbrand ontstaan. Een fakkelbrand ontstaat wanneer door een externe beschadiging (bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden) gas vrijkomt dat vervolgens ontsteekt. Wat volgt is een fakkelbrand die extreme hittestraling kan veroorzaken. Het invloedsgebied van de gasleiding wordt bepaald door de druk en diameter van de leiding (de leiding nabij het plangebied heeft een invloedsgebied van 405 meter). Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval een lekkage ontstaat en zich een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen.
Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment.
4.2
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Risicocommunicatie Gerichte risicocommunicatie met bewoners (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke manier hieraan invulling kan worden gegeven. Vluchtwegen Door interne vluchtwegen af te stemmen op externe veiligheid wordt geanticipeerd op een incident met gevaarlijke stoffen. Interne vluchtwegen die gericht zijn in de richting van de risicoluwe zijde van de bebouwing (afhankelijk van de oriëntatie ten opzichte van de aanwezige risicobronnen) voorzien in een veiligere ontvluchting in geval van een calamiteit. Het programma van de beoogde ontwikkeling bestaat (grotendeels) uit woningen. Een laagbouwwoning heeft doorgaans een voor- en achterdeur. Een appartementencomplex hebben doorgaans vluchtwegen en brandtrappen. Door rekening te houden met de positionering van de woningen / appartementencomplexen, kan het gebied op een verantwoordelijke manier worden ontworpen waarbij (tenminste) één vluchtweg ter beschikking is (aan de risicoluwe zijde).
Ook kan het gebouw / complex worden voorzien met een uitbreiding van het traditionele ontruimingsplan 4 Tests hebben aangetoond dat deze bescherming over een veel langere periode effectief is (> 360 minuten).
Blad 13 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
178
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
met een paragraaf externe veiligheid. In deze additionele paragraaf wordt beschreven hoe de alarmering plaatsvindt, wat het gewenste handelingsperspectief is bij een rampscenario (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven (in welke richting vluchten, in welke ruimte(s) schuilen). Voor externe ontvluchting van het plangebied is een goede infrastructuur van belang waarbij van de bron af gevlucht kan worden. Het is belangrijk dat de wegenstructuur in en rond het plangebied meerdere mogelijkheden biedt om van het incident af te kunnen vluchten. Zelfredzaamheid bij een BLEVE en fakkelbrand In het geval van een (koude) BLEVE of fakkelbrand is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen (zonder bescherming) binnen de 100 procent-letaliteitscontour slachtoffer worden. Personen in gebouwen kunnen beschermd zijn voor de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen, de precieze bescherming hangt af van de eigenschappen van het gebouw (in hoeverre het gebouw brand- en explosiewerend is uitgevoerd). Buiten deze zone is schuilen in een gebouw in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, dergelijke scenario’s kunnen optreden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde.
Bij een langzaam scenario (waarbij de tankwagen in eerste instantie nog intact is) hebben aanwezigen een handelingsperspectief door te vluchten (of te schuilen in aangewezen ruimtes). Zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen kunnen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen op de weg of op het spoor is het van belang dat de geprojecteerde bebouwing bescherming biedt. Met de omgevingswet wordt het verplicht gesteld dat nieuw te bouwen gebouwen voorzien worden van centraal afsluitbare mechanische ventilatie. Daarmee wordt voorkomen dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Beperkt zelfredzame groepen Het plangebied richt zich grotendeels niet op bestemmingen die gericht zijn op langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen (zoals kinderen onder de 12 en ouderen).
Er wordt echter in ieder geval een kinderdagverblijf mogelijk gemaakt. Het geniet de voorkeur om deze functie op een zo groot mogelijke afstand te realiseren van de risicobronnen (de A4 en de hogedruk aardgastransportleiding). Met de inwerkingtreding van de omgevingswet treden aandachtsgebieden in werking. Voor het bouwen binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige eisen worden voorgeschreven. Voor zeer kwetsbare objecten (objecten gericht op minder- of niet zelfredzame personen) kunnen deze bouwkundige eisen niet worden uitgezet (dit kan voor overige objecten wel). Hierdoor kunnen de realisatiekosten zeer hoog liggen. Derhalve wordt aangeraden om uit veiligheids- en economische redenen aangeraden om het kinderdagverblijf buiten de brand- en
Blad 14 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
179
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
explosieaandachtsgebieden te realiseren (zie figuur 4.1 (de aandachtsgebieden en PR-contouren van het LPG tankstation en de Vuurwerkhandel komen te vervallen)).
Figuur 4.1 Gedeelte van plangebied buiten aandachtsgebieden (paars)
4.3
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. Elk scenario vraagt een specifiek aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven, hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Rijswijk in het kader van de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Haaglanden. BLEVE-scenario De directe effecten van een koude BLEVE zijn niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan kunnen wel bestreden worden. Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water.
Blad 15 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
180
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding, voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. Gasunie zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas tussen de inblokking moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd dooft. De rol van de brandweer beperkt zich tot het afzetten van de omgeving, zo mogelijk het redden van slachtoffers, het koelen van panden in de omgeving en het bestrijden van secundaire branden.
4.4
Hoogte groepsrisico Het groepsrisico van de onderscheiden risicobronnen in de nabijheid van het plangebied (A4 en de hogedruk aardgastransportleiding A-517) is beschouwd in hoofdstuk drie. Hieruit blijkt dat het groepsrisico van de weg onder de oriëntatiewaarde ligt en beperkt toeneemt ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding bevindt zich tussen de 0,5 en 0,75 keer de oriëntatiewaarde. De hoogste waarde van het groepsrisiconiveau wordt gevonden op een locatie wat op grotere afstand is gelegen dan de relevante kilometer.
Blad 16 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
181
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
5
Conclusies De gemeente Rijswijk heeft het voornemen om maximaal 2.500 woningen te realiseren in het Havenkwartier te Rijswijk. Voor de beoordeling van de beoogde ontwikkeling wordt een m.e.r.beoordeling opgesteld. Nabij het plangebied zijn verschillende risicobronnen. De risicobronnen zijn in dit onderzoeksrapport beoordeeld op externe veiligheid, daarbij is het risiconiveau van de snelweg en de hogedruk aardgastransportleiding indicatief bepaald met risicoberekeningen. Risicovolle inrichtingen LPG-tankstation BP De vergunning van het LPG-tankstation is ingetrokken. Hierdoor is ook het transport naar het tankstation komen te vervallen. Het LPG-tankstation is om deze reden niet nader beschouwd. Vuurwerkhandel de Rijswijkse Vuurwerkhal In de huidige fase van het project is het onduidelijk of de Rijswijkse Vuurwerkhal zal worden gesaneerd. Er zijn twee scenario’s: In het scenario waarin het bedrijf gesaneerd wordt heeft de Rijswijkse Vuurwerkhal geen doorwerking op de ontwikkeling. In het scenario waarin het bedrijf niet wordt gesaneerd is het niet toegestaan om binnen deze veiligheidsafstanden (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren en/of de bestaande bebouwing te transformeren in een (beperkt) kwetsbaar object. Transport Wegen Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling zijn drie wegvakken relevant van de A4 en de A13 (Z9, Z8 en Z29).
De wegvakken Z9 en Z8 zijn direct met elkaar verbonden. Wegvak Z29 is aangesloten op beide wegvakken via het knooppunt Ypenburg. Voor de groepsrisicoberekening is alleen het traject Z8 in combinatie met Z9 gemodelleerd (A4). De 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontouren bedragen respectievelijk: (Z9) 0 meter, (Z8) 23 meter en (Z29) 17 meter. Geen van deze contouren reikt tot het plangebied. De wegvakken Z8 en Z29 hebben een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het wegvak ten hoogte van het plangebied (Z9) heeft geen PAG. Het PAG reikt niet tot het plangebied. Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied ligt in zowel de huidige als toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. De maximale waarde van het groepsrisico neemt in beperkte mate toe. Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing.
Blad 17 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
182
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Hogedruk aardgastransportleiding De hogedruk aardgastransportleiding A-517 heeft een 100% letaliteitsgrens van 160 meter en een 1% letaliteitsgrens (invloedsgebied) van 405 meter. Voor de beoordeling van het groepsrisico is een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat het groepsrisiconiveau in zowel de huidige- als toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde (tussen de 0,5 en 0,75 maal de oriëntatiewaarde) ligt en niet toeneemt met de beoogde ontwikkeling. Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) verplicht. Ruimtelijke procedure Deze rapportage biedt een basis voor de verdere ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. In het kader van de ruimtelijke procedure waarmee de situatie planologisch wordt mogelijk gemaakt, dient het bevoegd gezag een nadere afweging te maken ten aanzien van de omgang met het aspect externe veiligheid. Hiertoe zijn in deze rapportage (hoofdstuk vier) ook elementen beschreven ter verantwoording van het groepsrisico. Deze beschrijving biedt een basis om het bevoegd gezag (de gemeente Rijswijk) een besluit te nemen over de aanvaardbaarheid van het risiconiveau.
Afhankelijk van de precieze invulling kan er voor worden gekozen om het risiconiveau nader in beeld te brengen en mogelijke veiligheidsmaatregelen verder uit te werken en te koppelen aan de ruimtelijke ontwikkeling (maatregelen aan de bron, in het overdrachtsgebied en/of aan de geprojecteerde bebouwing).
Blad 18 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
183
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Bijlage 1: Groepsrisicoberekening A4 De A4 bevindt zich ten zuidoosten van het plangebied. In het kader van deze ruimtelijke procedure zijn risicoberekeningen ten aanzien van deze weg uitgevoerd.
Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met de risicoberekeningsmethodiek RBM II, versie 2.3.0 build 535. RBM II is het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma voor de evaluatie van de externe veiligheid ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Transportintensiteit Er zijn voor de groepsrisicoberekening twee wegvakken relevant, deze zijn: Wegvak Z8 (A4: Knp. Prins Clausplein - Knp. Ypenburg) en Z9 (A4: Knp. Ypenburg - afrit 12 (Den Haag Zuid)). Over deze wegvakken van de A4 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. In de Regeling basisnet is de transportintensiteit voor deze weg aangegeven die dient te worden gehanteerd bij groepsrisicoberekeningen. Tabel B1.1 Vervoerswaarden ten behoeve van risicoberekeningen bij ruimtelijke procedures (conform Regeling basisnet; aantal tankauto’s per jaar) Wegvak Naam: PR 10⁻⁶ PAG Hoeveelheden (nr.) contour [m] (tankauto’s) GF3 Z8 A4: Knp. Prins Clausplein - Knp. Ypenburg 23 Ja 3743 Z9 A4: Knp. Ypenburg - afrit 12 (Den Haag Zuid) 0 Nee 1000
De stofcategorie GF3 (brandbaar gas) is bepalend voor de hoogte van het groepsrisico. Het relevante invloedsgebied van de weg is daarmee conform de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART, versie 1.2 2017) 355 meter. Traject De ligging van het onderzochte traject is zo gedefinieerd dat het plangebied in het midden van het traject ligt. De onderzochte trajectlengte bestaat uit de lengte van het plangebied, vermeerderd met 1000 meter aan weerszijden van het plangebied. In totaal zijn er twee trajecten gemodelleerd (twee verschillende wegvakken). In totaal resulteert dit in een onderzocht traject van ongeveer 2.600 meter. Overige uitgangspunten voor de risicoberekening zijn opgenomen in tabel B1.2.
Blad 19 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
184
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Tabel B1.2 Overige uitgangspunten (conform de Handleiding Risicoberekeningen Transport) Traject 1 Type weg Snelweg Breedte 25 m Faalfrequentie 8,3E-8 Verhouding dag/nacht 70%/30% (standaard) Verhouding werkweek/weekend 100%/0% (standaard) Weerstation Rotterdam Traject 2 Type weg Snelweg Breedte 25 m Faalfrequentie 8,3E-8 Verhouding dag/nacht 70%/30% (standaard) Verhouding werkweek/weekend 100%/0% (standaard) Weerstation Rotterdam
Bevolkingsinventarisatie Varianten Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant: bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie); bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit en de vigerende omgevingssituatie (toekomstige situatie). In de huidige situatie is het plangebied als ‘bedrijventerrein’ bestemd. Met de voorgenomen ontwikkeling zal dit gebied worden getransformeerd naar een woongebied. Het plangebied is in de huidige situatie worst-case gemodelleerd. Voor de personendichtheid ten aanzien van het bedrijventerrein is 80 personen per hectare overdag aangehouden en in de nacht 16 personen per hectare met een totaaloppervlakte van 100.000 m2. In totaal komt dit neer op 800 personen overdag en 160 personen in de nacht. Ten aanzien van de 20.000 m2 kantoren die er in het gebied zijn, is conform het kengetal van 1 persoon per 30 m2 voor kantoren overdag 333 personen per hectare aangehouden en 0 personen in de nacht. In totaal komt dit neer op 666,7 personen overdag en 0 personen in de nacht. De toekomstige situatie is eveneens worst-case gemodelleerd. In het MER-onderzoek is aangegeven dat er maximaal 2500 woningen in het plangebied gerealiseerd worden. Uitgaande van de vuistregels uit de Handreiking verantwoording groepsrisico (HVG) zijn er per woning overdag 1,2 personen aanwezig en in de nacht 2,4.
Daarmee zijn er in het plangebied (1.2*2500=) 3000 personen overdag aanwezig en (2.4*2500 =) 6000 in de nacht. Het aantal personen van het bedrijventerrein blijft gelijk ten opzichte van de huidige situatie (800 personen overdag en 160 in de nacht). De kantoren zijn in de toekomstige situatie niet meer gemodelleerd. De maximale personendichtheid op deze locatie zal daarmee in de toekomstige situatie groter zijn dan in de huidige situatie.
Blad 20 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
185
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Kengetallen Voor de risicoberekeningen is de bevolking binnen het invloedsgebied van de risicobron geïnventariseerd, hierbij is gebruik gemaakt van de BAG populatieservice. Bevolkingsinvoer In tabel B1.3 is weergegeven welke bevolkingsvlakken zijn ingevoerd voor de risicoberekeningen. De dag/nachtfracties en binnen/buitenfracties bij de berekeningen zijn gebaseerd op kengetallen en standaard uitgangspunten uit RBM II. Tabel B1.3 Bevolkingsmodelering Vlak
Bestemming
Aanwezigheid personen per eenheid of per Absoluut hectare Dag Nacht eenheid Dag nacht of 1/ha
Huidige situatie P1 Bedrijventerrein 80 16 1/ha P2 Kantoorruimte 333 0 1/ha Nieuwe situatie P1 2500 woningen 1.2 2.4 Woning P2 Bedrijventerrein 80 16 1/ha Overig Extract uit de BAG populatieservice (06-02-2020)5
Fractie buiten Dag
Nacht
Bron gegevens
800 666
160 0
0.05 0.05
0.01 0.00
HVG HVG
3000 800
6000 160
0.07 0.05
0.01 0.01
HVG HVG
Een overzicht van het gehele bevolkingsmodel is weergegeven in figuur B1.1. De indeling van de bevolkingsvlakken is in de verschillende varianten gelijk, de gemodelleerde personendichtheid verschilt voor het bevolkingsvlak met het (plangebied). P2 is over vlak P1 getekend.
5
Het extract van de BAG populatieservice is niet nader aangepast. Eventuele aanpassingen in het populatiebestand zal (naar waarschijnlijkheid) een relatief beperkte impact hebben op de uitkomst van het groepsrisiconiveau. In het stadium waarin dit onderzoek is verricht zal deze verandering geen gevolgen hebben voor de conclusies van het rapport.
Blad 21 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
186
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Figuur B1.1 gemodelleerde bevolkingsvlakken (totaal)
Groepsrisico Met behulp van RBM II is het groepsrisico van zowel de huidige (lichtblauw) als de toekomstige situatie gemodelleerd (rood) (zie figuur B1.2).
Figuur B1.2 Groepsrisico huidige en toekomstige situatie
Blad 22 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
187
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Het hoogste groepsrisico per kilometer wordt is weergegeven in tabel B 1.4. Tabel B1.4 Hoogste GR per kilometer Hoogste GR/km (t.o.v. de oriëntatiewaarde) Huidige situatie 6,8% van de oriëntatiewaarde Toekomstige situatie 7,2% van de oriëntatiewaarde
Uit figuur B1.2 en tabel B1.4 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte traject van de A4 zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. Het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie. De normwaarde van het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0.00068 (6,8% van de oriëntatiewaarde) en in de geprojecteerde situatie 0.00071 (7,1% van de oriëntatiewaarde). Omdat het groepsrisico niet met meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden is conform artikel 8 van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico van toepassing. De kilometer met het hoogste groepsrisico van de huidige situatie is weergegeven in figuur B 1.3. De kilometer met het hoogste groepsrisico van de geprojecteerde situatie is weergegeven in figuur B1.4. Hieruit is af te lezen dat de situaties identiek aan elkaar zijn.
Blad 23 van 28
GEMEENTE RIJSWIJK ONTWIKKELKADER HAVENKWARTIER VERSIE 02-02-2021
Bijlage 2 |
188
Havenkwartier Rijswijk Externe veiligheid projectnummer 0454512.100 1 oktober 2020 revisie 05 Gemeente Rijswijk
Locaties met het hoogste groepsrisico Hoogste GR/km Laag groepsrisico