CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Werkplan DCMR 2025 Ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 27 maart 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven19.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bij de totstandkoming van het actualisatieprogramma worden de politiek bestuurlijke prioriteiten zoals die onder meer als focuspunten zijn vastgelegd in het Meerjarenprogramma, de resultaten van de actualisatietoets en de bevindingen van toezicht en handhaving in het afgelopen jaar betrokken. De relatie met het budget Het benodigde budget voor de VTH-basistaken wordt vastgesteld op basis van de bedrijfskentallen die gebaseerd zijn op de complexiteit van het bedrijvenbestand per participant. De hoogte van het budget is dus onafhankelijk van de uitkomsten van het RIAN. Het uitvoeringsprogramma 2025 moet uiteraard passen binnen de budgetten die met de participant zijn afgesproken. Het passend maken van het programma per participant gebeurt door aan twee knoppen te draaien: • De selectie van de bedrijven. • De intensiteit van de toezichtaanpak (omvang van de brancheaanpak of steekproef, fasering over de jaren, etc.). Het is aan DCMR om met een slimme aanpak van toezicht ervoor te zorgen dat het uitvoeringsprogramma past binnen de budgetten en indien nodig hierover een discussie aan te gaan of risico-afwegingen voor te leggen. De vastgestelde beleidsbegroting, waarin genoemde VTH-budgetten zijn opgenomen, is daarbij leidend.

Werkplan 2025 I 47

1.2 Thema’s met risicoscores per brancheclusters Voor het uitwerken van brancheplannen wordt gebruik gemaakt van inherente risicoscores per thema. Een thema kan bij een branche een score 0 t/m 3 hebben. Hoe hoger de score hoe meer invloed de branche heeft op het thema. INHERENTE RISICOSCORE THEMAS PER BRANCHE 0 Branchecluster heeft (potentieel) geen invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied 1 Branchecluster heeft (potentieel) enige invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied 2 Branchecluster heeft (potentieel) belangrijke invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied 3 Branchecluster heeft (potentieel) zeer veel invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied BRANCHE

LUCHT STANK VEILIG GELUID BODEM ENERGIE AFVAL AFVAL VERVOERS TOTAAL HEID WATER MANAGEMENT SCORE

Horeca

0

2

0

3

0

1

2

2

1

11

Installaties

1

0

1

1

1

1

0

1

0

6

Metaalrecycling

1

2

2

2

2

2

3

3

2

19

Metaalelektro

1

1

1

1

2

1

1

1

1

10

Onderwijs

0

0

1

1

0

2

1

0

1

6

Op- en overslag (tank)

3

2

3

1

3

3

1

2

2

20

Op- en overslag afvalbedrijven

1

2

1

2

2

2

3

3

3

19

Op- en overslag gevaarlijke stoffen

1

0

3

1

1

1

1

1

2

11

Op- en overslag overig

0

0

1

1

1

1

1

1

2

8

Overige dienstverlening

0

0

0

1

0

2

1

0

2

6

Raffinaderijen

3

3

3

2

3

3

2

3

3

25

Rubber en kunststof

2

1

1

1

2

2

1

2

2

14

Scheepswerven

1

1

1

2

2

2

1

1

1

12

Sport en recreatie

0

0

0

2

0

1

1

1

2

7

Tankstations

2

1

2

1

3

2

0

1

0

12

Veehouderijen

2

2

1

1

1

1

1

1

0

10

Voedingsmiddelenindustrie

0

2

1

1

1

2

2

2

2

13

Consumentenvuurwerk

0

0

2

0

0

0

0

0

0

2

Zorg excl. ziekenhuizen

1

0

1

1

0

2

2

2

2

11

Zorg ziekenhuizen (niet psych)

2

0

2

1

2

3

3

2

2

17

Werkplan 2025 I 48

1.3 Sanctiestrategie Bij constatering van overtredingen treedt DCMR repressief op, volgens de ‘Sanctiestrategie voor milieuovertredingen’. De sanctiestrategie geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Eind 2022 is de nieuwe LHSO door het bestuurlijk omgevingsberaad (BOB) vastgesteld. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet werkt DCMR overeenkomstig de nieuwe LHSO. De landelijke handhavingsstrategie Brzo is ook aangepast aan de Omgevingswet en heet nu de Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen (LHS). De nieuwe LHSO is geactualiseerd en gericht op de Omgevingswet met toepassing van nieuwe instrumenten (bijv. de bestuurlijke boete) en kent een sterkere afstemming tussen het bestuursrecht en het strafrecht. Tegelijkertijd is de impact voor de werkwijze bij DCMR beperkt, aangezien grote delen gelijk zijn gebleven (bijv. de sanctiematrix blijft grotendeels gelijk) en al overeenkomstig de uitgangspunten van de toekomstige LHSO werd gewerkt. De sanctiestrategie milieuovertredingen ziet er schematisch als volgt uit:

Bij de ernst van de overtreding gaat het om (mogelijke) risico's voor milieu, veiligheid en gezondheid. Bij het gedrag van de overtreder gaat het om de categorieën: proactief, onverschillig, calculerend of een bewuste structurele overtreding. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder worden alleen bestuursrechtelijke of in zwaardere gevallen ook strafrechtelijke maatregelen getroffen. Toolbox interventies Landelijk loopt er een initiatief die leidt tot een zogeheten Interventietoolbox, ontwikkeld vanuit de NVWA en het Functioneel Parket (FP). DCMR is aangesloten bij deze landelijke ontwikkeling maar zal vooral vanuit OD.nl aangesloten zijn op de doorontwikkeling. De interventietoolbox is op dit moment gericht op inzet vanuit het strafrecht maar de bestuursrechtelijke interventies gaan mogelijk ook een plaats krijgen. Het gebruik van deze toolbox kan leiden tot een breder pallet van mogelijke interventies om van daaruit zo effectief en efficiënt mogelijk de inzet en capaciteit van DCMR te benutten.

Werkplan 2025 I 49

1.4 Borgingstaken De werkzaamheden die nodig zijn om aan de kwaliteitseisen van de Omgevingswet te voldoen, noemen we de ‘borgingstaken’. Er gelden eisen voor het beleid en de uitvoering van regulering, inspectie en handhaving. De werkwijze omvat een plan-do-act-cyclus, die helemaal moet worden doorlopen. In 2024 is de handreiking regionale beleidscyclus vastgesteld in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH. Aan de hand van de handreiking zal worden beoordeeld of de werkwijze onder de borgingstaken nog wijziging behoeft. Belangrijk onderdeel van de handreiking is bijvoorbeeld de strategische samenwerking met partners om tot gezamenlijke focus en aanpak en inzet te komen. Het maximum aantal uren dat wij jaarlijks voor deze taken inzetten, bedraagt 6.500. Dit is -voor nu- toereikend om de verplichte borgingsproducten op een voldoende niveau te realiseren. De volgende activiteiten vallen onder de borgingstaken: • Meerjarenprogramma • Jaarprogramma • Nalevingstrategie • Kwaliteitsborging • Beheer risicoanalyse model RIAN • Volgen ontwikkelingen • Extern overleg Meerjarenprogrammering (MJP) DCMR actualiseert de meerjarenprogrammering één keer in de vier jaar. Het Meerjarenprogramma is in 2022 bijgesteld in het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026. Het MJP is de weergave van de gezamenlijke visie op de zogenaamde focuspunten. De focuspunten zijn in het MJP uitgewerkt.

Ze dienen als dienstbreed (programmatisch) uitvoeringskader voor de jaarplannen van de verschillende afdelingen. In deze jaarplannen laten de afdelingen zien op welke manier zij aan de visie en doelstellingen gaan bijdragen. Met duidelijke doelstellingen wil DCMR zichtbaar maken op welke manier haar inspanningen bijdragen aan maatschappelijke doelen en daarmee aan de gezamenlijke visie van participanten. Om de onderbouwing van het meerjarenprogramma op peil te houden zijn monitoring, informatie en analyse nodig. Dat kost elk jaar tijd, net als het bijhouden van relevante ontwikkelingen. Ook leiden nieuwe focuspunten tot nieuwe protocollen om data te verzamelen ten behoeve van de KPI’s uit het MJP. De protocollen dienen ook om de datakwaliteit te toetsen en voor de verslaglegging over bereikte doelen. In 2025 zal gestart worden om de handreiking regionale beleidscyclus te implementeren en daartoe met externe partners en andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland tot strategische afspraken te komen voor het volgende MJP. Jaarprogramma Het jaarprogramma omvat het programmeren van werkzaamheden voor regulering, toezicht en handhaving in brancheplannen, de doelgroep analyse en het actualisatieprogramma vergunningverlening. Een groot deel daarvan pakt DCMR planmatig op. De werkzaamheden omvatten daarom het opstellen van de brancheplannen en het actualisatieprogramma.

De vertaling daarvan naar de werkplannen (het uitwerken van de participant specifieke impact) is niet inbegrepen, evenmin als de uren voor de projectleiding. Tijd wordt ingezet op het op strategisch en tactisch niveau analyseren van data. Ook wordt een evaluatie van de doelen opgenomen. Naast de plannen per proces heeft DCMR op bepaalde focuspunten uit het MJP een programma opgesteld waarbij zowel intern als extern interdisciplinair wordt gewerkt, waarmee ook ruimtelijke- en beleidsadvisering een plek hebben in de aanpak. Zo zijn er programma´s voor energietransitie en circulaire economie en ZZS. Tevens vinden er verkenningen plaats naar nieuwe focuspunten voor het MJP in een programma in oprichting voor de waterkwaliteit en gezondheid. Nalevingstrategie (toezicht, sanctie, gedoog) Eens in de vier jaar vindt een herziening van de nalevingstrategie plaats. Daarnaast houdt DCMR jaarlijks de ontwikkelingen en actualiteit bij. De inzet op deze post is de afgelopen jaren vooral gericht geweest op de uitwerking van het instrument doelgroep analyse. Ook is er aandacht voor de wijze waarop sancties, termijnen en het uitvoeren daarvan worden gehanteerd en afgestemd.

Werkplan 2025 I 50

Kwaliteitsborging Jaarlijks worden protocollen vergunningverlening, toezicht en handhaving, productaudits, intervisie en procesreviews geactualiseerd. Op deze post wordt tevens ingezet op digitalisering van handhavingsbevindingen door middel van digitale checklist en handleidingen toezicht en vergunningverlening. Daarnaast vindt een jaarlijkse check plaats op het voldoen aan de kwaliteitseisen voor personele middelen en rapportage op de in de kwaliteitscriteria genoemde aspecten. Roulatie van medewerkers wordt geborgd. Benodigd en beschikbaar budget worden op elkaar afgestemd. Beheer risicoanalysemodel (RIAN) Het risicomodel RIAN vraagt onderhoud. In 2024 is gestart met een traject om het risicomodel te koppelen aan data van externe organisaties, zoals bijvoorbeeld het RVO of Amice. Hierdoor blijven de data in het model actueel en kunnen op locatieniveau risicogestuurde keuzes worden gemaakt. Volgen van ontwikkelingen in beleid, regelgeving, jurisprudentie In de proceseisen van de kwaliteitscriteria, is het volgen van ontwikkelingen in beleid, regelgeving en jurisprudentie voorwaarde om VTH-taken op niveau te kunnen uitvoeren. Voeren van extern overleg, gericht op de uitvoering De proceseisen omvatten overleg met parket, politie, brandweer en waterkwaliteitsbeheerder. Daarbij gaat het onder meer om het verwerven, beheer en onderhoud van externe data.

Het gaat om het deel van het werk dat redelijkerwijs kan worden omgeslagen over alle categorieën bedrijven. Het Rijnmondberaad bestaat uit deelnemers van de 12 Rijnmondgemeenten, gemeente Goeree en de Ketenpartners (GGD, VRR, Waterschappen, etc.). Het is een ambtelijk overleg met als belangrijkste onderwerp de brede implementatie van de Omgevingswet en heeft als belangrijkste doel kennisdeling en samenwerkingsverbanden mogelijk maken. DCMR faciliteert het overleg en levert de voorzitter. De voorzitter wordt intern ondersteund door een procesondersteuner. Oorspronkelijk heeft het Rijnmondberaad een frequentie van 4x per jaar (1x per kwartaal). De afgelopen 2 jaar is deze frequentie geïntensiveerd naar 1x per maand. Dit door de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet en de grote hoeveelheid zaken die nog geregeld/ afgestemd moesten worden. Het Rijnmondberaad heeft een waardevolle bijdrage geleverd in de voorbereidingsfase. Inmiddels is de Omgevingswet in werking getreden en zien we dat de programma’s bij de gemeenten en ketenpartners zijn/ worden afgebouwd. De verantwoordelijkheden worden steeds meer in de lijn belegd binnen de verschillende organisaties. Er blijkt echter nog steeds behoefte aan afstemming en kennisuitwisseling. Echter niet direct in de frequentie en vorm van de afgelopen 2 jaar.

Momenteel (2024) onderzoeken de deelnemers in welke vorm zij behoefte hebben aan het Rijnmondberaad. DCMR ziet het Rijnmondberaad als een mooi platform om kennis te delen en samenwerkingsverbanden mogelijk te maken. Dit kan ook op andere onderwerpen dan alleen de Omgevingswet. Aan de hand van de resultaten wordt het Rijnmondberaad opnieuw vormgegeven. 1.5 Meerjarenprogramma In hoofdstuk 2 van het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 is het geactualiseerde meerjarenprogramma MJP opgenomen. Het meerjarenprogramma (MJP 2023-2026) geeft richting aan doelen en ambities van de regio, door het aanbrengen van focus en prioritering in de taakuitvoering. Aan de focuspunten wordt extra aandacht besteed naast de reguliere taakuitvoering.

Werkplan 2025 I 51

Per focuspunt zijn doelen (in termen van te bereiken effecten) en activiteiten die bijdragen aan de realisatie van die doelen geformuleerd. Deze activiteiten worden programmatisch uitgewerkt. Tegelijkertijd is een monitoringprogramma opgezet dat bestaat uit indicatoren die het mogelijk maken om de voortgang op en het effect van de activiteiten te monitoren. Hierdoor vindt er een verschuiving plaats van sturing op inzet naar sturing op het effect van die inzet. De volgende criteria zijn aangehouden voor selectie van de focuspunten die zijn opgenomen in dit plan: • De aanpak van de geselecteerde focuspunten draagt in belangrijke mate bij aan één of meer van de genoemde beleidsopgaves: veiligheid, gezondheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ondermijning. De focuspunten sluiten daarmee aan op de beleidsprioriteiten van de participanten. • Aandacht is nodig vanwege de grootte van de risico’s, bestuurlijke relevantie en ontwikkelingen in wet- en regelgeving of andere maatschappelijke ontwikkelingen. Op basis van een omgevingsanalyse en een risicoanalyse zijn voor de periode 2023-2026 de volgende focuspunten benoemd: Beleidsopgaves Focuspunten Procesveiligheid Incidenten Gevaarlijke stoffen Ondermijning Geurhinder Geluidhinder Zeer zorgwekkende stoffen Fijnstof en stikstof Bodemverontreiniging Energiebesparing Energietransitie Circulaire economie

Veiligheid Ondermijning Gezondheid Leefbaarheid Duurzaamheid x x x

x x x

x x x

x x x x x

x

x x

x x x x

Werkplan 2025 I 52

Bijlage 6

Toelichting cluster reguleren

1. Reguleren onder de Omgevingswet Vergunningplicht en meldingsplicht onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet is een aantal zaken veranderd. De Omgevingswet gaat uit van milieubelastende activiteiten (mba’s). Voor bedrijven met de gemeente als bevoegd gezag geldt dat een bedrijf meestal bestaat uit verschillende mba’s die ieder voor zich vergunningplichtig of meldingsplichtig kunnen zijn. Men spreekt dan formeel niet meer van een vergunningplichtig bedrijf, maar van een bedrijf dat een vergunningplichtige mba uitvoert, soms naast een aantal meldingsplichtige mba’s. Naast de vergunningplicht en meldingsplicht is tevens een informatieplicht in het leven geroepen. In dat geval dient het bedrijf specifieke informatie aan te leveren. Alle vergunningaanvragen en meldingen worden gedaan in het DSO. Via gekoppelde samenwerkingsruimten kan met ketenpartners gecommuniceerd worden en kunnen bestanden worden uitgewisseld. Voor veel procedures geldt onder de Omgevingswet dat als uitgangspunt de reguliere (korte) procedure gevolgd moet worden. De vergunning van rechtswege (lex silencio positivo), is komen te vervallen. Slechts voor de IPPC-bedrijven en in bijzondere gevallen kan de uitgebreide procedure worden gebruikt. Om de procedures binnen de termijnen te kunnen doorlopen is door de VNG een systematiek ontwikkeld.

Deze systematiek gaat ervan uit dat een initiatief vóórdat de formele procedure begint, door de gemeente getoetst kan worden op wenselijkheid (intaketafel). Als het initiatief wenselijk is, kan het verder aan de omgevingstafel samen met ketenpartners, adviseurs en andere betrokkenen worden ontwikkeld tot een goede aanvraag. Volgens de Omgevingswet is het verder verplicht om bij een aanvraag aan te geven of aan participatie is gedaan en zo ja, wat de resultaten daarvan zijn. In het Omgevingsbesluit is geregeld wie de verplichte adviseurs zijn, en in sommige gevallen is een advies met instemming van een ander bestuursorgaan verplicht. Onder de Omgevingswet is het voor een bedrijf niet meer mogelijk om een revisievergunning aan te vragen. Een ambtshalve revisievergunning is nog wel mogelijk. De omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm) bestaat niet meer. In de meest gevallen is deze vervangen door een gewone vergunningplicht. Onder de Omgevingswet zijn veel milieuregels uit het Activiteitenbesluit verplaatst naar het omgevingsplan. Bij de toetsing van de vergunningaanvragen en meldingen heeft de toetsing aan het omgevingsplan een ruimere betekenis gekregen. Een aantal aspecten als geluid, trillingen of lozingen moet in het omgevingsplan zijn geregeld. Bij het vergunnen moet worden afgewogen op welke wijze de nieuwe activiteit in het omgevingsplan is in te passen.

Dit betekent ook dat bij een (buitenplanse) aanvraag voor afwijking van het omgevingsplan (BOPA) vaker de milieucomponent wordt meegewogen. Maatwerkvoorschriften Voor bijna alle activiteiten uit het Bal is het mogelijk maatwerkvoorschriften op te stellen. Daarnaast biedt het Bal mogelijkheden om voor aspecten, waarvoor zogenaamde zorgplichtbepalingen gelden, maatwerk op te nemen. Voorbeelden van onderwerpen waarvoor maatwerk kan worden opgelegd, zijn lozingen, geluid en lucht. Bedrijven kunnen ook een verzoek doen om maatwerkvoorschriften opgelegd te krijgen. Meestal betreft dit een verzoek om verruiming van de algemene voorschriften. Daarnaast kan lokaal beleid of de omgeving van een bedrijf aanleiding zijn om via maatwerk de algemene voorschriften aan te scherpen of te verruimen. Juridische ondersteuning bij reguleren De juridische ondersteuning bij reguleren valt sinds 2020 ook onder dit cluster. Voorheen waren deze werkzaamheden begroot onder het cluster Juridisch.

Werkplan 2025 I 53

2. Overzicht vergunningplichtige bedrijven Bedrijven vallen onder gemeentelijk of provinciaal bevoegd gezag. Op de locaties die in onderstaande lijsten staan rust een vergunning. In het licht van de Omgevingswet voeren deze bedrijven milieubelastende activiteiten uit die vergunningplichtig zijn. Bedrijven met een vergunningplicht; gemeentelijk bevoegd gezag (peildatum juli 2024): Deze lijst is echter niet compleet; er zullen meer bedrijven zijn waar een of meerdere milieubelastende activiteiten plaatsvinden waar een vergunningplicht op rust en waar voor het overige algemene regels op van toepassing zijn, bijvoorbeeld de bedrijven waar voorheen een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) van toepassing was. Voor deze categorie zal in 2025 een analyse plaatsvinden voor welke locaties een vergunningplicht geldt. Deze locaties zullen dan van rechtswege vergunningplichtig zijn geworden, waarbij de eerder verleende OBM geldt als vergunning.

Object Locatie naam nummer 428517 A. Hak Transportbedrijf en Werktuigenverhuur B.V. 414814 ALSTOM Netherlands B.V.

Locatie adres

Branchecluster

Schaapherderweg 11

Overige dienstverlening

Ringdijk 390c

Metaalelectrobedrijven

350021

Beheer- en Beleggingsmij. Schiepo B.V. Bogenda Repair B.V. Etol Nederland VOF gemeenschappelijke vergunning Home Bake B.V. (Delifrance)

Ringdijk 486

Scheepswerven

Ringdijk 396 Brouwerstraat 26 Ringdijk 506

Scheepswerven Groothandel Scheepswerven

Keurmeesterstraat 19

Voedingsmiddelenindustrie incl. vlees- en viswerkers

Kievitsweg 123

401861

Oasen N.V. (Zuivering Reyerswaard) Onyx (NL) Propco II B.V.

955315

Renes AGF

Verbindingsweg 38

Energiedistributie en installatie Op- en overslag van gevaarlijke stoffen Overige op- en overslag

956338

Securitas Direct B.V.

Zadelmakerstraat 29

Overige dienstverlening

414569 317095 412187

Tamoil Nederland b.v. Tuindersbedrijf L. Verhoeven Uittenbogaard

Sportlaan 15 Tankstations Bolnesserkade 181 (Glas)tuinbouw Mandenmakerstraat 21 Op- en overslag van gevaarlijke stoffen Klompenmakerstraat Metaalrecycling 20 Klompenmakerstraat Metaalrecycling 10 Wagenmakerstraat 10 Bouw- en houtbedrijven

350083 319329 350022 318088

317351

Van Pelt Demontage B.V. 318351

Van Pelt Recycling B.V.

400471

Vandaglas

Ridderhaven 7

Werkplan 2025 I 54

Vergunningplichtige provinciale bedrijven liggend in de gemeente Ridderkerk: Object Locatie naam nummer 407066 Gemeentedepot Ridderkerk

Locatie adres

Branchecluster

Gorzenweg 5

955329

Renegie Circulair

Verbindingsweg 38

Op- en overslag/puinbrekers Composteerders/TOP/DOP

949447

Windpark Nieuw Reijerwaard Verbindingsweg 22 (Engie)

Energiebedrijven

Werkplan 2025 I 55

Bijlage 7

Afkortingenlijst

Afkorting

Betekenis

AADV AB AI AMvB APV AVU AWB AWZI BAG Bal BBK BBL BGT BHV BI-Teams Bibob BIG-8 Bkl BOB

Altijd Actuele Digitale Vergunning Algemeen Bestuur Artificiële Intelligentie, Artificial Intelligence Algemene Maatregel van Bestuur Algemene Plaatselijke Verordening Accountverantwoordelijk Unitmanager Algemene wet bestuursrecht Afvalwaterzuiveringsinstallatie Basisregistratie Adressen en Gebouwen Besluit activiteiten leefomgeving Besluit Bodem Kwaliteit Besluit Bouwwerken Leefomgeving Basisregistratie Grootschalige Topografie Bedrijfshulpverlening Business intelligence Teams Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Eisen die gesteld worden aan sluitende beleidscyclus, uitvoeringscyclus Besluit kwaliteit leefomgeving Bestuurlijk Omgevingsberaad Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (voorheen goede ruimtelijke onderbouwingen) Besluit omgevingsrecht Bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgeving Bestuurlijke strafbeschikking milieu Besluit Uniforme Saneringen Bouw en Woningtoezicht Circulaire Economie Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Centraal Justitieel Incassobureau Dienst centraal milieubeheer Rijnmond Definitief Opslag Plaats Digitaal Stelsel Omgevingswet Dienstverleningsovereenkomst Elektronische neus die bedoeld is om geuren of smaken te detecteren Europese Energy Performance of Buildings Directive European Pollution Release and Transfer Registry Energietransitie Emission Trade System, Emissiehandel Europese Unie Externe

Veiligheid Elektronisch afval Functioneel Parket Gesloten Bodemenergiesysteem Gemeentelijke Gezondheidsdienst Geografisch Informatie Systeem Goede Onderbouwing voor de Fysieke Leefomgeving Geluid Productieplafond Gemeenschappelijke Regeling

BOPA BOR BSB-fl BSB-m BUS BWT CE CIMLK CJIB DCMR DOP DSO DVO E-nose EPDB(III) E-PRTR ET ETS EU EV E-waste FP GBES GGD GIS GO-FLO GPP GR

Werkplan 2025 I 56

Afkorting

Betekenis

GRO HAO2023 HBR HWG IBC IBP ICT IHP I-Kwadraat ILT IOV IvB IvM I&W KPI LHSO LHS MDT MER MJP MBA MKB MOI MRDH NO2 NSL NVWA OB OBM ODNL OPA OTG OW PDC PFAS PM10 PPS PS PUMA PVA PZH RAK RAO REV RIAN model RIE4 RO ROI ROT RRGS

Goede Ruimtelijke Ordening Handboek Administratieve Organisatie 2023 Havenbedrijf Rotterdam (Port of Rotterdam) Programma Haven, Wonen en Geluid Isolatie-, beheers- en controlemaatregelen Interbestuurlijk Programma Informatie en Communicatietechnologie Integraal Handhavingsprogramma Informatiesysteem industrielawaai Inspectie Leefomgeving en Transport Impuls Omgevingsveiligheid Inspectieview Bedrijven Inspectieview Milieu Infrastructuur en Waterstaat Kritieke prestatie-indicator Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen Multidisciplinair team Milieueffectrapportage Meerjarenprogramma Milieu Belastende Activiteit Midden- en kleinbedrijf Monitoring en Omgevings-informatie, Staat van Rijnmond Metropoolregio Rotterdam Den Haag Stikstofdioxide Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Omgevingsbesluit Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets Omgevingsdienst Nederland Omgevingsplanactiviteiten Onder toezicht gestelde Omgevingswet Producten en Diensten Catalogus Poly- en Perfluoralkyl stoffen Europese grenswaarden voor fijnstof Publiek-private samenwerking Provinciale Staten Programma Uitvoering Met Ambitie Plan van Aanpak Provincie Zuid-Holland Regionaal Afspraken Kader Reguleren, Advies en Omgeving Register Externe Veiligheidsrisico's Risicoanalyse model Richtlijn industriële emissies,

categorie 4 Ruimtelijke ordening Regionale omgevingsinformatie Regionaal Operationeel Team Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen

Werkplan 2025 I 57

Afkorting

Betekenis

RTHA RVMK SAM pv Seveso SKP SLA SodM SPUK SSV T&H TOP UB UBT UP VNG VRR VTH VTHA VUE VVGB WABO Wbb WGH WGR WHO WKO Wm WOO ZZS

Rotterdam The Haque Airport Regionale Verkeers- en Milieukaart Snelle afdoening Milieudelicten proces verbaal Bedrijven waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt Samenwerkingsknooppunt Rijnmond Schone Lucht Akkoord Staatstoezicht op de Mijnen Specifieke uitkering die afkomstig is van de staat Subsidieregeling sanering verkeerslawaai Toezicht en Handhaving Tijdelijke Opslag Plaats Urenbesteding Uitvoeringsprogramma Bedrijfsgerichte Taken Uitvoeringsprogramma Vereniging van Nederlandse Gemeenten Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond Vergunningverlening Toezicht en Handhaving Toezicht, handhaving en advisering Versterkte Uitvoering Energiebesparing Verklaring van geen bedenkingen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet bodembescherming Wet geluidhinder Wet gemeenschappelijke Regelingen Wereldgezondheidsorganisatie Warmte- en koudeopslag Wet milieubeheer Wet Open Overheid Zeer Zorgwekkende Stoffen

Werkplan 2025 I 58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1170/documents/40333