CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Werkplan DCMR 2025 Ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 27 maart 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven19.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

22364913

Auteur (s) Afdeling Documentnummer Datum

DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T

010 - 246 80 00

F

010 - 246 82 83

E

info@dcmr.nl

W www.dcmr.nl

: W.A.M. van Mil : Reguleren, Advies & Omgeving : 22364913 : 6 februari 2025

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden .............................................. 4 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen ....................................................................... 4 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente ........................................................................ 5 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente ................................................ 5 1.3.2 Beleid en prioriteiten van de gemeente .................................................................. 5 1.3.3 Milieumeldingen van bewoners .............................................................................. 7 1.4 Wijze van verantwoorden .............................................................................................. 7 1.5 Impact van de Omgevingswet ....................................................................................... 8 1.6 Uitdagingen van de arbeidsmarkt .................................................................................. 8

2

Financieel kader .................................................................................................................. 9 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Financieel kader 2025 ................................................................................................... 9 De tariefstructuur ........................................................................................................... 9 Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken ..................................................................... 9 Indeling in producten en clusters ................................................................................. 10

Programma Milieubeheer ................................................................................................. 11 3.1 3.2 3.3

Inleiding ........................................................................................................................ 11 Uitgangspunten en programma VTH ........................................................................... 12 Uitgangspunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en toetsing en advisering over de fysieke leefomgeving ...................................................................................... 14 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring ............................................. 14 3.5 Toelichting op de clusters ............................................................................................ 15 3.5.1 Cluster Reguleren ................................................................................................. 15 3.5.2 Cluster Milieutoezicht ........................................................................................... 15 3.5.3 Cluster Handhaving .............................................................................................. 17 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden ..................................................................... 18 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH .................................................................. 18 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken ..................................................................................

18 3.5.7 Cluster Omgevingsadvies..................................................................................... 20 3.5.8 Cluster Beleidsadvisering ..................................................................................... 20 3.5.9 Cluster Bodem ...................................................................................................... 21 3.5.10 Cluster Lucht ........................................................................................................ 23 3.5.11 Cluster Geluid ....................................................................................................... 23 3.5.12 Cluster Omgevingsveiligheid ................................................................................ 23 3.5.13 Cluster Monitoring en databeheer ........................................................................ 24 3.5.14 Cluster Accountbeheer ......................................................................................... 25 3.5.15 Cluster Projectbijdragen ....................................................................................... 25 3.5.16 Cluster Materiële kosten ....................................................................................... 27 4.

Aanvullende opdrachten .................................................................................................. 28

5.

Bijlagen .............................................................................................................................. 30 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Samenvatting werkzaamheden ........................................................................ 30 Overzichtstabel DCMR-werkzaamheden Regiogemeenten ............................. 33 Taken en mandaat ............................................................................................ 43 Dienstbrede Projectbijdragen ........................................................................... 45 Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 ........................................................... 46 Toelichting cluster reguleren ............................................................................. 53 Afkortingenlijst ................................................................................................... 56

Werkplan 2025 I 3

1.

Inleiding

1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden Gemeente Ridderkerk is aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling (GR) van DCMR. Naast de gemeente Ridderkerk zijn 12 andere gemeenten en de provincie Zuid-Holland aangesloten bij het samenwerkingsverband. Het algemeen bestuur van DCMR heeft op 4 juli 2024 ingestemd met een wijziging van de GR.1 Zie voor details over inhoud en verdere procedure bijlage 3. DCMR is één van de vijf regionale omgevingsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van Seveso-taken voor de provincies Zeeland en ZuidHolland, de meldkamer en bij de landelijke Seveso-coördinatie. In het vervolg van dit werkplan wordt steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. De rol en taakuitvoering van DCMR wordt bepaald door de opdrachten die door de gemeenten en provincie Zuid-Holland, de participanten, bij DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. Veel taken moeten door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in het basistakenpakket2 . Het werkplan 2025 is een uitwerking van de afspraken voor 2025 die met uw gemeente als opdrachtgever zijn gemaakt.

Voor de uitvoering van de taken zijn bevoegdheden door uw gemeente aan DCMR gemandateerd. In januari en december 2024 is het mandaatbesluit aangepast aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Zie bijlage 3. 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen Het Rijnmondgebied kenmerkt zich door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. De beleidsbegroting van DCMR heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. Een belangrijk onderdeel van het beleidskader is het Meerjarenprogramma 2023-2026. Op basis van de vijf beleidsopgaven veiligheid, ondermijning tegengaan, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid, zijn 12 focuspunten voor de uitvoering vastgelegd. Zie verder bijlage 5.

Daarnaast zijn in de beleidsbegroting nieuwe ontwikkelingen en aandachtspunten aangegeven, die in nauwe samenwerking tussen participanten als opdrachtgever en DCMR als omgevingsdienst, om nadere uitwerking vragen. Dat zijn de volgende milieu-inhoudelijke onderwerpen: gezondheid, waterkwaliteit, (potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)en PFAS, samenwerking omgevingsdiensten in Zuid-Holland en Nederland, en Artificial Intelligence (AI) en cybersecurity. De beleidsbegroting 2025 van DCMR is op 4 juli 2024 door het Algemeen Bestuur van DCMR vastgesteld. Daarmee is het financiële kader voor de werkplannen voor de door DCMR uit te voeren taken in 2025 voor Ridderkerk vastgelegd. Voor het werkplan van Ridderkerk is hiervoor € 1.263.669 opgenomen. 1

Vanwege de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) waarmee een versterking van de democratische legitimatie wordt beoogd, alsook vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de vorming van de gemeente Voorne aan Zee, is in 2023 een wijzigingsbesluit voorbereid van de gemeenschappelijke regeling van DCMR. 2 Sinds 2015 zijn gemeenten en provincies op grond van de wet VTH verplicht de uitvoering van bepaalde taken, het basistakenpakket, door de omgevingsdiensten uit te laten voeren. Wet VTH: Wet van 9 december 2015 tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). Het basistakenpakket is zoveel mogelijk beleidsneutraal omgezet van de Wabo naar de Omgevingswet (bijlage VI Omgevingsbesluit).

Werkplan 2025 I 4

De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen vastgelegd. De werkzaamheden die DCMR uitvoert voor Ridderkerk zijn in hoofdstuk 3, het programma Milieubeheer, beschreven.

Dit programma bevat alle bedrijfsgerichte activiteiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, en ook de advisering over de fysieke leefomgeving, de ondersteuning bij beleidsontwikkeling en databeheer en monitoring. De in dit werkplan genoemde producten en diensten zijn gebaseerd op de Zuid-Hollandse PDC (Producten en Diensten Catalogus). 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente De bedrijvigheid in Ridderkerk kenmerkt zich door grootschalige bedrijventerreinen aan de rand van de gemeente en door historisch gegroeide bedrijfsactiviteiten langs de grote rivieren. In Ridderkerk zijn 1.228 milieurelevante bedrijven aanwezig (2024). 1.3.2 Beleid en prioriteiten van de gemeente A. Beleid en prioriteiten van de gemeente Ridderkerk Coalitieakkoord Ridderkerk 2022-2026 “Hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk” In het Coalitieakkoord Ridderkerk 2022-2026 “Hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk” zijn de hoofdlijnen uitgezet voor een toekomstbestendig Ridderkerk. Er liggen grote opgaven in Ridderkerk om opgepakt en uitgevoerd te worden, zoals bouwen van betaalbare woningen, aanpak van de klimaatverandering en behoud van een goed vestigingsklimaat. Het college wil daarbij samenwerken met verschillende stakeholders.

Het coalitieakkoord benoemt daarnaast onderstaande prioriteiten voor de komende jaren, waarbij de inzet van DCMR benodigd kan zijn. Deze zijn geconcretiseerd in het collegeprogramma: • We vinden het belangrijk dat Ridderkerk een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft voor ondernemers. Daarnaast spannen we ons in om innovatieve bedrijven zich in Ridderkerk te laten vestigen en – eenmaal gevestigd – voor Ridderkerk te behouden. We stimuleren dat startende ondernemers gebruik kunnen maken van leegstaande (bedrijfs)gebouwen; • Leuke en gevarieerde evenementen dragen bij aan een prettig woon- en leefklimaat. Een evenement brengt mensen samen om met elkaar te genieten van optredens of andere activiteiten. Er wordt een Nota Evenementen opgesteld; • Werken aan een duurzame gemeente en een flinke inzet voor de energietransitie zijn belangrijk voor huidige en toekomstige generaties. We zetten in op verduurzaming op allerlei gebieden. Op bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard zijn drie hoge windmolens gepland. Indien het project financieel niet haalbaar is zullen we de provincie Zuid-Holland verzoeken om de claim te schrappen. Als alternatief voor de invulling van de provinciale opgave en mits ruimtelijke inpasbaar staan we open voor kleinere windmolens bij bedrijven indien deze geen overlast voor de omgeving veroorzaken; • De duurzame producten van nu kunnen het afval van de toekomst worden.

Waar mogelijk willen we circulair werken met een gesloten en duurzame keten; • We reduceren geluidsoverlast door verkeer. We stellen een nieuw Actieplan Geluid 2024 en verder op; • We zetten waar mogelijk in op verbetering van de luchtkwaliteit en het terugdringen van fijnstof. We stellen een nieuw Actieplan Lucht 2023 en verder op; • We stellen een plan van aanpak verminderen geluidsoverlast Rotterdamseweg op; • Ridderkerk wordt doorkruist door de snelwegen A15, A16, A38 en de Rotterdamseweg. Om de continue fijnstofuitstoot op te vangen, zorgen we voor vegetatie rondom de snelwegen. Ook planten we extra bomen om geluidsoverlast te reduceren. Waar mogelijk nemen we maatregelen om geluidsoverlast van verkeer te verminderen; • Samen met het Waterschap Hollandse Delta, Oasen en omliggende gemeenten vragen we aandacht voor de kwaliteit van het drink- en oppervlaktewater; • Het voorkomen en verwijderen van vervuiling in en op onze bodem verdient de komende jaren nadrukkelijk de aandacht. De samenwerking tussen gemeenten binnen het DCMRwerkgebied is hierbij van belang.

Werkplan 2025 I 5

Verder heeft de gemeente Ridderkerk de volgende prioriteiten gesteld: Geluid • Blijvende aandacht bij het bedrijventerrein Verenambacht in verband met de klachten in de afgelopen jaren; • Blijvende aandacht bij controles in het kader van de Omgevingswet bij de bedrijventerreinen die direct grenzen aan woongebieden (met name Donkersloot en Maasoevers); • Blijvende aandacht voor geluidsaspecten bij controle van horeca-inrichtingen in het kader van de Omgevingswet, met name bij bedrijven, waarover veel klachten zijn ontvangen. Externe Veiligheid Blijvende aandacht voor externe veiligheidsaspecten bij vergunningverlening en controles in het kader van de Omgevingswet, met name bij Ridderhaven. Bodem Frequente controle in het kader van de handhavingstaken uit de Omgevingswet. Drinkwaterwingebied Aandacht voor bedrijven in het drinkwaterwingebied van Oasen die een potentieel gevaar vormen voor de winning en de kwaliteit van het drinkwater. B. Nieuwe wet- en regelgeving Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de gemeenten primair verantwoordelijk voor de leefomgeving inclusief de bodemkwaliteit en het bodemdatabeheer. Vraagstukken en beleidsvorming rondom onderwerpen als PFAS, ZZS en opkomende stoffen worden hiermee onderdeel van de werkzaamheden van de gemeenten.

Tot nu toe zijn deze bodemtaken bij de provincie belegd geweest, waarbij DCMR deze taken uitvoert. Op basis van het Basistakenpakket belegt gemeente Ridderkerk deze taken ook in 2025 weer bij DCMR. Op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het sinds 1998 geldende verbod om leges te heffen voor milieuvergunningen. Met ingang van de Omgevingswet is de mogelijkheid om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Gemeente Ridderkerk (en andere regiogemeenten) hebben als uitgangspunt het zogenaamde profijtbeginsel, de aanvrager betaalt de kosten. De nieuwe wet- en regelgeving raakt de werkwijzen van DCMR en de Omgevingswettaken die binnen de gemeente Ridderkerk worden uitgevoerd. Met betrekking tot dit onderwerp zal ook in 2025 afstemming plaats blijven vinden tussen DCMR en de gemeente. Het jaar 2025 wordt gebruikt voor de verdere implementatie van de Omgevingswet, zowel bij de gemeente als bij DCMR. Ook wordt dit jaar gebruikt om de werkafspraken tegen het licht te houden en af te stemmen op de nieuwe wet- en regelgeving (zowel inhoudelijk, procesmatig als financieel). De uitkomsten van deze afstemming hebben geen directe invloed op het voorliggend werkplan, maar zijn mogelijk van invloed op het opstellen van het werkplan voor 2026. C.

Gemeente Ridderkerk zelfstandig verder De gemeente Ridderkerk heeft per 1 januari 2024 weer een eigen ambtelijke organisatie waarin beleids- en uitvoeringstaken specifiek in Ridderkerk zijn georganiseerd. Ridderkerk behoudt (net als in de jaren daarvoor) haar eigen werkplan. Op ambtelijk niveau wordt waar mogelijk gezocht naar efficiencymogelijkheden. Er wordt blijvend gewerkt aan de verdere verbetering van de aansturing van alle Verbonden Partijen, waaronder DCMR. Voor 2025 is bepaald welke aansturingsvariant voor DCMR passend is: varianten Chauffeur, Bijrijder of Achterbankzitter (zie figuur 1). Elke aansturingsvariant kent eigen acties en instrumenten, die aansluiten bij de zwaarte van de variant. Voor de GR DCMR is gekozen voor de variant Bijrijder. De sturingsvariant Chauffeur is gezien de huidige situatie en de werkrelatie met DCMR beoordeeld als te intensief en niet passend. Naar verhouding kost deze aansturingsvariant teveel capaciteit.

Werkplan 2025 I 6

Dat ook niet gekozen is voor de positie Achterbank komt door de financiële situatie bij de gemeente en de ontwikkelingen rond met name de Omgevingswet en de grote maatschappelijke opgaven als waterkwaliteit, gezondheid, ZZS, energietransitie en circulariteit. Dit maakt dat enige sturing wel noodzakelijk is, passend bij de variant Bijrijder. Figuur 1: Aansturingsvarianten

1.3.3 Milieumeldingen van bewoners De meldkamer van DCMR registreert meldingen van bewoners van de gemeente over overlast uit hun omgeving. Het betreft de meldingen waar DCMR voor aan de lat staat, over overlast van de bewoners van Ridderkerk van bedrijven binnen en buiten de gemeente. Informatie over de verdere behandeling van de meldingen staat in paragraaf 3.5.2. Voor de behandeling van andere meldingen werkt DCMR samen met andere partijen, zoals de provincie, buurgemeenten, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en (bij vliegtuiglawaai) de Commissie Regionaal Overleg Rotterdam-The Hague Airport (RTHA).

Een jaaroverzicht van de meldingen wordt opgenomen in het jaarverslag en in de eindrapportage. Een actueel overzicht van meldingen staat opgenomen op het participantendashboard (link naar https://staatvanrijnmond.nl/mosaic/participantendashboard/meldingen) op de Staat van Rijnmond. Selecteer hiervoor ‘meldingen’ en de gemeentenaam. Dit platform bundelt, bewerkt en presenteert data van en over Rijnmondgemeenten op het gebied van het milieu en de leefomgeving. 1.4 Wijze van verantwoorden Opdrachtgever en opdrachtnemer In het werkplan zijn de taken opgenomen die DCMR in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling uitvoert voor de gemeente. DCMR heeft bij de uitvoering van deze taken de rol van opdrachtnemer. In deze rol ondersteunt en adviseert DCMR de gemeente ten aanzien van de zorg voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hierbij bepaalt de opdrachtgever welke producten en adviezen door DCMR worden geleverd. Periodiek bespreekt DCMR de voortgang op het werkplan met de opdrachtgever.

Werkplan 2025 I 7

Terugkoppeling over de voortgang en uitvoering Over de voortgang en uitvoering van de werkplannen zijn de volgende afspraken gemaakt: Voortgangsoverleg Twee keer per jaar vinden de voortgangsoverleggen plaats. In de overleggen bespreken de accountregisseur, de relatiemanager en de gebiedscoördinator de voortgang van het werkplan en relevante inhoudelijke dossiers met de milieucontactpersoon van de gemeente. In het overleg van augustus/september worden ook afspraken gemaakt over het werkplan voor het volgende jaar. Bestuurlijk overleg Tweemaal per jaar hebben een directielid, de accountverantwoordelijke unitmanager en de accountregisseur overleg met de verantwoordelijke wethouder. In deze overleggen bespreken zij onder andere de bestuurlijke thema’s, de voortgang van het werkplan en de milieumeldingen. Integraal Handhavingsoverleg Om de 6 weken is met de gemeente en VRR een integraal handhavingsoverleg. Hierbij worden de handhavingscasussen met de handhavingspartners gedeeld en zo nodig met elkaar afgestemd. DCMR verzorgt het secretariaat van dit overleg. 1.5 Impact van de Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Samen met de participanten zijn de nieuwe werkwijzen in praktijk gebracht. Dat vraagt om een vernieuwd samenspel tussen alle betrokken partijen en voor iedereen toegankelijke data over de milieukwaliteit in het gebied.

De werkzaamheden voor de Omgevingswet zijn grotendeels geïntegreerd in de reguliere werkzaamheden. Het Rijnmondberaad blijft plaatsvinden en wordt gefinancierd via de post Borgingstaken. Daarnaast is een nieuwe post opgenomen in het Cluster Beleidsadvisering: de Regiegroep Adviezen Omgevingsplannen. Zij zorgt voor integrale advisering op het omgevingsplan. Zie hiervoor cluster 3.5.5 Kwaliteit en ontwikkeling VTH, bijlage 5 en cluster 3.5.8 Beleidsadvisering. 1.6 Uitdagingen van de arbeidsmarkt DCMR heeft te maken met de uitdagingen die de huidige arbeidsmarkt biedt: er is krapte aan ervaren vakmedewerkers en demografisch gezien is er sprake van vergrijzing en loopt het aantal jongeren terug, waardoor de krapte wordt versterkt. Tot nu toe lukt het in het algemeen om vacatures in te vullen. Bij een aantal specifieke functies is dit echter moeilijk tot zeer moeilijk geworden. Vanuit dit oogpunt zijn er twee ontwikkelingen in gang gezet: 1. Strategische personeelsplanning waarbij longitudinaal rekening wordt gehouden met de behoefte vanuit de organisatie en de personele ontwikkeling; 2. Visie op instroom van medewerkers op competentie en motivatie, waarbij met opleiding en training de vakinhoudelijke kennis wordt bijgebracht.

Werving en selectie besteedt dan ook ruim aandacht aan netwerkbijeenkomsten en bedrijvendagen op (hoge)scholen, aanname van stagiaires en traineeships voor jong afgestudeerden. Dit laatste gebeurt onder de vlag van De Betere Wereldbaan, in samenwerking met de overige vier Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. De verwachting is dat het risico van capaciteitsgebrek in 2025 ook nog aanwezig zal zijn. Dit kan van invloed zijn op (het tempo van) de realisatie van de doelen van het meerjarenprogramma en de individuele participanten/opdrachtgevers.

Werkplan 2025 I 8

2

Financieel kader

2.1 Financieel kader 2025 Het budget voor het werkplan Ridderkerk 2025 is € 1.263.669 Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Het werkplanbudget voor 2025 is ten opzichte van 2024 met 6,8 % verhoogd conform de indexeringsbrief van 8 januari 2024 (met kenmerk: zaaknummer 1313243) voor gemeenschappelijke regelingen. Deze indexering is door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Financiële Werkgroep Sturing Dit betekent dat er een bedrag van € 1.263.669 kan worden ingezet voor de uitvoering van de werkzaamheden van het programma Milieubeheer, zoals samengevat in onderstaande tabel. Tabel 1: Financieel kader werkplan 2025 Financieel kader 2025 Begroting Overige correcties

Budget € 1.263.669

Totaal

€ 1.263.669

Financiering Factuurbedrag Voorschot Totaal

Budget € 1.263.669 € 1.263.669

2.2 De tariefstructuur Voor de uitvoering van de in dit werkplan opgenomen activiteiten worden de tarieven 2025 gehanteerd, die door het Algemeen Bestuur van DCMR op 4 juli 2024 zijn goedgekeurd. Voor 2025 gaat het om een gemiddelde tariefsverhoging van 3,8 % ten opzichte van 2024. Tabel 2: Tarieven 2025 Tariefgroep 1 2 3 4 5 6 7

Salarisschaal 5 t/m 8 9 10 11 12 13 14 t/m 18

Tarief 2024 € 101 € 113 € 123 € 134 € 141 € 145 € 153

Tarief 2025 € 105 € 117 € 128 € 139 € 147 € 151 € 159

2.3 Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken Voor uitvoering van de bedrijfsgebonden taken met een wettelijke basis (vergunningverlening, toezicht en handhaving) vormt het beschikbare budget een belangrijk kader. In het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 (vastgesteld in het AB van 8 december 2022) is de berekeningsmethodiek van het basisbudget voor de gemeentelijke bedrijven versimpeld. Factoren die in de oude methodiek zijn meegenomen zoals de branche-indeling van de bedrijven en de mate waarin MJP-focuspunten een rol spelen, bleken in de praktijk te complex. In 2024 is een nieuwe berekening gemaakt van het benodigde budget, gebaseerd op het bedrijvenbestand van juli 2024. Hierin zijn de gevolgen van het budget vanwege de Omgevingswet nog niet meegenomen, omdat daar nog onvoldoende zicht op is. Deze berekening gecombineerd met de ervaring van de laatste jaren met de hoogte van het basisbudget, hebben geen aanleiding gegeven om het basisbudget voor het werkplan 2025 te wijzigen ten opzichte van 2024.

Werkplan 2025 I 9

Samengevat hanteert DCMR voor de budgetsystematiek de volgende uitgangspunten: • Er wordt gewerkt met bedrijfskentallen. Het bedrijfskental staat voor de bewerkelijkheid van een bedrijf, uitgedrukt in een gemiddeld aantal uren per jaar. Impliciet zijn daarmee in het bedrijfskental de structurele factoren milieurelevantie, grootte en juridische status verdisconteerd; • Een vast deel van het budget wordt gereserveerd voor de zogenoemde borgingstaken; • De omvang en aard van het bedrijvenbestand van een participant is bepalend voor de hoogte van het budget; • Voor milieutoezicht geldt dat het intrinsiek risico (themascores per branche voor gemeenten en per installatie voor PZH) medebepalend is voor de hoogte van het deelbudget voor milieutoezicht; • Uitvoering van het MJP 2023-2026 past binnen de basis. 2.4 Indeling in producten en clusters Voor de werkplannen van DCMR is een verdeling gemaakt in clusters. De eerste vijf clusters betreffen de VTH-basisbudgettaken. In de overzichtstabel van bijlage 2, is per cluster aangegeven welke producten eronder vallen. Deze producten sluiten aan bij de Producten- en Dienstencatalogus Zuid-Holland (PDC). In de volgende tabel zijn de voor de gemeente Ridderkerk relevante clusters opgenomen en is de begrote inzet in uren en budget voor 2025 per cluster aangegeven.

Tabel 3: De clusters van het programma Milieubeheer Clusters Reguleren Milieutoezicht Handhaving Juridische werkzaamheden Kwaliteit en ontwikkeling VTH Overige VTH-taken Omgevingsadvies Beleidsadvisering Bodem Lucht Geluid Omgevingsveiligheid Monitoring en databeheer Accountbeheer Projectbijdragen Materiële kosten Totaal

Begroting Uren 839 4.521 244 44 326 903 483 532 808 98 80 75 110 429 9.492

Budget € 109.338 € 561.529 € 32.535 € 6.003 € 44.818 € 104.658 € 64.558 € 71.921 € 101.469 € 12.522 € 11.204 € 10.235 € 14.086 € 56.988 € 19.698 € 42.107 € 1.263.669

Werkplan 2025 I 10

3

Programma Milieubeheer

3.1 Inleiding DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. Programma milieubeheer en programmamanagement Voor een groot deel van het reguliere werk is DCMR georganiseerd in vaste teams en units, waarin vaak projectmatig wordt samengewerkt aan de te bereiken resultaten. Sommige van de opgaven waaraan DCMR werkt zijn te ingewikkeld, complex of bestuurlijk gevoelig om aan te pakken vanuit de taakgerichte lijnorganisatie. Daarom is het programmamanagement ingevoerd. Een programma in deze context is vaak tijdelijk, flexibel, multidisciplinair en gericht op vernieuwing. Er is dan sprake van intensieve samenwerking dwars door de organisatie heen. Onlangs afgeronde programma’s die naar de lijn zijn gebracht: • Implementatie AADV ; • Omgevingsveiligheid aandachtsgebieden; • Milieucriminaliteit. Lopende programma’s: • Programma Circulaire Economie en Energietransitie (CE en ET); • Programma Haven, Wonen en Geluid (HWG); • Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP). Nieuwe programma’s en verkenningen: • De gezonde leefomgeving (met als deelprogramma’s: ZZS, waterkwaliteit en gezondheid in vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering (VTHA)); • Toezichtprogrammering; • Werken met data; • Artificial Intelligence.

Voor de hier genoemde nieuwe onderwerpen geldt dat allereerst een nadere inhoudelijke verkenning zal worden opgesteld, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken hoe deze onderwerpen in samenwerking met andere overheidsorganisaties kunnen worden opgepakt. Aan de hand van deze verkenningen zal worden vastgesteld op welke manier een gecoördineerde, programmatische aanpak mogelijk is en op welke wijze financiering hiervan plaatsvindt. Deze verkenningen en voorstellen zullen in het AB van december 2024 worden geagendeerd. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2025 binnen het programma Milieubeheer worden uitgevoerd. Het werk van DCMR is in te delen in de volgende drie kerntaken. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Dit betreft reguleren, inspecteren en handhaven op basis van wetgeving. Vanaf 2024 gebeurt dit onder meer op basis van de Omgevingswet, de invoeringswetten, de uitvoeringsbesluiten Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving, en de uitvoeringsregeling. Voorschriften voor milieubelastende activiteiten zijn te vinden in het Bal, het Bbl en via de bruidsschat in het omgevingsplan.

Advisering over beleidsontwikkeling en toetsing van en/of advisering voor de fysieke leefomgeving Dit betreft de bevoegd gezag taken voor de milieueffectrapportage, de advisering op de milieueffectrapportage en de (milieu)advisering op en toetsing van omgevingsplannen. Verder ondersteunt DCMR op verzoek bij het ontwikkelen van leefomgevingsbeleid van participanten.

Werkplan 2025 I 11

Databeheer en monitoring Door het verzamelen, bewerken, analyseren en presenteren van data, het monitoren van trends, en het ontwikkelen van een transparante informatievoorziening wordt de kwaliteit van de leefomgeving in kaart gebracht en de uitvoering van DCMR-werkzaamheden verbeterd en geoptimaliseerd. Informatie die op deze wijze wordt verzameld en beheerd, vormt de basis voor de VTH-taken van DCMR, voor de advisering bij planontwikkeling bij gemeenten, voor het ontwikkelen van toezichtsinterventies en het onderbouwen van (nieuw) beleid van participanten. Daarnaast geeft de informatie inzicht in de staat van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen daarin. 3.2 Uitgangspunten en programma VTH Doelgericht innoveren, doortastend met focus op effect DCMR wil zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) verder ontwikkelen. Daarbij ligt een accent op innovatie en meer aandacht voor het effect van ons werk. Het doel van de inzet van dit instrumentarium is het voorkomen en oplossen van milieuschade en het beschermen van de kwaliteit van de leefomgeving. Beleidsuitgangspunten Bij de uitvoering van taken hanteert DCMR de volgende beleidsuitgangspunten: Verantwoordelijkheid en vertrouwen Veiligheid en milieu zijn primair de verantwoordelijkheid van bedrijven.

Vertrouwen is niet vanzelfsprekend, maar moet worden verdiend en blijkt uit adequate naleving van de regels en een proactieve houding van de bedrijven. Sturen op effect DCMR zet zijn instrumenten gericht en effectief in waar de risico’s het grootst zijn. In het toezicht wordt gebruik gemaakt van een doordachte mix aan instrumenten, en worden daarbij onze ketenpartners betrokken. Bij het verlenen van vergunningen vindt risicobepaling en prioriteitenstelling plaats aan de hand van het beleid van de participant. DCMR zet in op de bijdrage aan een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie, zoals circulaire economie en energietransitie. Consequente en voortvarende handhaving Handhaving vindt plaats op strikte en consequente wijze, volgens de vastgestelde sanctiestrategie. De inzet van handhavingsinstrumenten wordt waar nodig afgestemd met andere inspectiediensten. Actuele vergunningen Vergunningen van bedrijven moeten actueel en handhaafbaar zijn. Nieuwe wetgeving en richtlijnen worden uiterlijk binnen 4 jaar na van kracht worden verankerd in de vergunning. Incidenten kunnen aanleiding zijn om een vergunning versneld te actualiseren.

Professioneel DCMR voldoet aan de krachtens de Omgevingswet vastgestelde kwaliteitscriteria, baseert zich bij de uitvoering van taken op “state-of-the-art” kennis, en voldoet aan de verordeningen die door participanten zijn vastgesteld aan kwaliteit. Transparantie DCMR communiceert met alle belanghebbenden op een toegankelijke manier over de uitvoering van onze taken en over initiatieven en ontwikkelingen die mogelijk effect hebben op de woon- en werkomgeving van mensen. De organisatie kent een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus, die de resultaten van onze werkzaamheden inzichtelijk maakt. Samenwerken Het samenwerkingsverband SEVESO+ voert regie op de uitvoering van VTH-taken bij Sevesobedrijven en initieert ontwikkeltrajecten om de kwaliteit van de uitvoering en het level playing field voor bedrijven te verbeteren. De inspectiepartners acteren daarbij als één overheid richting bedrijfsleven. De inzichten en richtlijnen die hieruit voortkomen zijn medebepalend voor het inrichten van Uitvoeringsbeleidsplan MJP en de uitvoering van taken in het algemeen.

Werkplan 2025 I 12

Beleidscyclus Participanten hebben beleidsplannen opgesteld die richtinggevend zijn voor de uitvoering van VTH-taken door DCMR. De beleidskaders van de participanten en de taakuitvoering door DCMR zijn volgens het principe van de Big-8 met elkaar verbonden (zie figuur 1). De Big-8 kent een strategisch/beleidsmatige plan-do-check-act-cyclus en een meer operationele uitvoeringscyclus. Figuur 1: de Big-8 cyclus

De bovenste cyclus die een periode van meer (doorgaans vier) jaren omvat, begint bij de beleidsprioriteiten van de participanten. Op strategisch niveau worden die vertaald in het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 en daarin opgenomen een bijgesteld Meerjarenprogramma met inhoudelijke doelen en prioriteiten. Het Uitvoeringsbeleidsplan MJP omschrijft wat de uitgangspunten, hoofdlijnen en prioriteiten zijn voor vergunningverlening, toezicht en handhaving en adviestaken. De Omgevingswet vormt hiervoor de wettelijke basis. In de evaluatiefase doet DCMR aan de hand van uitvoeringsresultaten aanbevelingen voor eventuele bijstelling van het beleid en de strategische uitgangspunten voor de uitvoering. In 2024 is de handreiking regionale beleidscyclus vastgesteld in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH. Aan de hand van de handreiking zal worden beoordeeld of de werkwijze onder de borgingstaken nog wijziging behoeft. Belangrijk onderdeel van de handreiking is bijvoorbeeld de strategische samenwerking met partners om tot gezamenlijke focus en aanpak en inzet te komen. In 2025 wordt gestart met de implementatie van de handreiking regionale beleidscyclus en worden daarvoor strategische afspraken gemaakt met externe partners en andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland voor het volgende MJP.

Werkplan 2025 I 13

Een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus en professionele medewerkers met adequate kennis zijn van belang om de kwaliteit en continuïteit van de werkzaamheden te kunnen waarborgen. Dit betekent ook dat DCMR tijdig wordt betrokken bij het evalueren, actualiseren en opstellen van provinciale en gemeentelijke (thematische) beleidsstukken die voor de uitvoeringspraktijk van belang zijn. Op basis van het MJP 2023- 2026 en een inhoudelijke probleemanalyse stelt DCMR een risicogestuurd en effectgericht programma op voor de uitvoering, het startpunt voor de onderste cyclus van de Big-8. Het actualisatieprogramma voor de vergunningverlening en het brancheprogramma voor het toezicht zijn belangrijke onderdelen in de onderste cyclus van de Big-8. Het programma wordt jaarlijks zo nodig op uitvoeringsniveau bijgesteld op basis van ervaringen en resultaten uit het voorgaande jaar. De uitvoering wordt per participant vastgelegd in een jaarlijks werkplan, dat de basis vormt voor de financiering. Naast de plannen per proces heeft DCMR op bepaalde focuspunten uit het MJP een programma opgesteld waarbij zowel intern als extern interdisciplinair wordt gewerkt, waarmee ook ruimtelijke- en beleidsadvisering een plek hebben in de aanpak; zo zijn er programma´s voor energietransitie en circulaire economie.

Tevens vinden er verkenningen plaats naar nieuwe focuspunten voor het MJP in een programma in oprichting voor de gezonde leefomgeving (waaronder waterkwaliteit en ZZS). De onderdelen risicosturing, de thema’s met risicoscores per branche, de sanctiestrategie, borgingstaken en het meerjarenprogramma worden in bijlage 5 nader toegelicht. In 2024 is gestart met een traject om het risicomodel te koppelen aan data van externe organisaties, zoals bijvoorbeeld het RVO of Amice. Hierdoor blijven de data in het model actueel en kunnen op locatieniveau risico gestuurde keuzes worden gemaakt. 3.3

Uitgangspunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en toetsing en advisering over de fysieke leefomgeving De uitdaging voor Ridderkerk is om duurzame ontwikkeling te realiseren en de leefkwaliteit te verbeteren in een gezonde balans tussen milieu, economie en ruimte. Dat vergt een aanpak waarin niet alleen gekeken wordt naar de afzonderlijke thema’s van milieu en duurzaamheid (geluid, lucht, licht, veiligheid, bodem, energie, klimaat), maar ook naar de verbanden tussen deze thema’s en naar de relaties tot andere beleidsterreinen, zoals gezondheid, verkeer, economie en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet biedt hiervoor goede mogelijkheden. Op verzoek van de gemeente kan DCMR hierover adviseren in alle fasen van de besluitvorming binnen het omgevingsrecht en omgevingsbeleid. Dit gebeurt op basis van betrouwbare en actuele (milieu)gegevens en de meest actuele kennis van beschikbaar instrumentarium. De werkzaamheden die DCMR hiertoe uitvoert, zijn opgenomen in de paragrafen 3.5.7 tot en met 3.5.12. 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring DCMR werkt aan data die beschikbaar, bruikbaar en betaalbaar zijn voor alle processen en producten die de dienst levert (vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en monitoring). DCMR heeft de ambitie uitgesproken om een datagedreven organisatie te worden.

Deze ambitie is in 2020 onderschreven door het Algemeen Bestuur. ‘Datagedreven’ impliceert: • Een professionalisering van het databeheer van DCMR; • Een verbeterslag op datakwaliteit; • De inzet van data om onze (VTHA-)producten slimmer en beter te maken, onder andere door toepassing van de (kwalitatief goede en professioneel beheerde) data in informatieproducten (viewers, dashboards etc.); • Een versterking van planning, sturing en verantwoording op basis van data. Het gegevensmanagement (‘databeheer’ in de strikte zin van het woord) is ondergebracht in de afdeling Bedrijfsvoering. Onder de noemer ‘databeheer, meten en monitoring’ in het werkplan zet DCMR in op het toepassen van (geografische) data en informatie in informatieproducten. DCMR ontwikkelt deze informatieproducten onder de vlag van het programma ROI, sinds 1 maart 2022 met een multidisciplinair datateam (MDT).

Werkplan 2025 I 14

Dit MDT bestaat uit medewerkers uit verschillende onderdelen van de dienst (BI-team, Team Monitoring, Toezichtslab). Zij werken samen volgens de Agile/Scrum methode. Door de gebruikers vooraan in het ontwikkelproces te betrekken worden op maat gemaakte en gebruikersvriendelijke tools gebouwd. Uiteindelijk helpen deze informatieproducten DCMR om effectiever en efficiënter te werken. Zie verder paragraaf 3.5.13. 3.5 Toelichting op de clusters In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de werkzaamheden binnen de clusters van het programma Milieubeheer. 3.5.1 Cluster Reguleren De Omgevingswet brengt vele wijzigingen met zich mee voor reguleren. In bijlage 6 worden de grootste wijzigingen beschreven. Onder het cluster reguleren in het kader van de Omgevingswet vallen de volgende taken: • Vooroverleg en advies aan de omgevingstafel of intaketafel; • Vergunningaanvragen beoordelen, vergunning opstellen en verlenen; • Uitvoeren van een actualisatietoets bij oudere vergunningen (conform actualisatieprogramma); • Meldingen en informatieverstrekking accepteren, registreren, beoordelen en bevestigen; • Maatwerkvoorschriften opstellen. Vraaggestuurd en risicogericht Reguleren vindt veelal vraaggestuurd plaats.

Een aanvraag voor een vergunning van een milieubelastende activiteit (MBA), een maatwerkvoorschrift, een melding of een informatieverstrekking komt op initiatief van een bedrijf. Daarnaast is het van belang om verouderde vergunningen te actualiseren en zo nieuwe wetgeving en richtlijnen te implementeren. Dit gebeurt risicogericht en door middel van een jaarlijks op te stellen actualiseringsprogramma. Bij het opstellen wordt rekening gehouden met de focuspunten uit het MJP en de (wettelijke) termijnen voor implementatie. 3.5.2 Cluster Milieutoezicht In het cluster Milieutoezicht zijn de volgende taken ondergebracht: • Preventief toezicht (conform brancheplannen), inclusief het toezicht op de informatieplicht energiebesparing; • Afhandeling overlastmeldingen/voorvallen, incidenten en bedrijfsmeldingen; • Repressief toezicht naar aanleiding van eerder geconstateerde overtredingen tijdens preventief toezicht en voorvalonderzoek; • Gebiedstoezicht; • Werkzaamheden van de meldkamer. Programmatische aanpak DCMR pakt preventief toezicht voornamelijk programmatisch op. Elke vier jaar stelt DCMR voor de branches een brancheplan op. Integraal onderdeel zijn de focuspunten vanuit het MJP. Jaarlijks wordt op basis van het 4 jaren brancheplan een uitvoeringsplan opgesteld. Daarin worden resultaten van voorgaande jaren meegenomen en/of worden andere accenten gelegd.

Aanleidingen om brancheplannen aan te passen zijn: wijzigingen in de risico’s, wensen vanuit de participanten of nieuwe wetgeving. In het brancheplan staat welke mix aan instrumenten ingezet gaat worden om tot zo effectief mogelijk toezicht op de relevante risico’s in die branche te komen. Daarnaast zijn voor ondermijning, asbest en evenementen themaplannen opgesteld en is voor het thema energie een apart team ingericht. Bij asbest wordt de programmatische aanpak ook landelijk afgestemd vanuit de Asbestkamer van ODNL. Risicoanalyse Belangrijke instrumenten om die risico’s in beeld te krijgen en zo tot een effectieve toezichtstrategie te komen, zijn het RIAN-model, de analyse van externe informatiebronnen, en de brancheaanpak en themaplannen. Het RIAN geeft inzicht in trends in bijvoorbeeld naleving, incidenten, inspectiehistorie en klachten.

Werkplan 2025 I 15

Naast het RIAN-model zet DCMR in op analyse van informatie van andere bronnen, zoals van andere inspectiediensten of van openbare bronnen. Deze inzichten vullen branchetrekkers aan met hun kennis van de branche. Branchetrekkers onderzoeken systematisch de motivatie bij onder toezicht gestelden (OTG) en mogelijk ander gedrag van de OTG-beïnvloedende partijen. Al deze inzichten helpen een effectieve toezichtstrategie te formuleren die bij elke (sub)branche er anders uit kan zien. Daarnaast zet DCMR ook gericht gebiedscontroles in om ontwikkelingen en veranderingen bij bedrijven in beeld te hebben en daarmee het bedrijvenbestand actueel te houden. Ook kunnen signalen van klokkenluiders aanleiding zijn voor de inzet van (extra) toezicht. Wijziging systematiek Vanaf 2025 maakt DCMR een volgende stap in het data-gedreven werken. Hierdoor wordt de systematiek van de brancheplannen waarschijnlijk aangepast. Er gaat gewerkt worden met een prioriteitenalgoritme. In dit algoritme wordt op basis van de eigen data en een groot aantal externe databronnen per bedrijfslocatie een milieurisico berekend. Zo wordt er o.a. gekeken welke MBA’s er aanwezig zijn, hoeveel energie er wordt verbruikt, hoeveel afval er wordt afgegeven, wat het naleefgedrag is op basis van eerdere controles en hoe lang geleden DCMR een controle heeft uitgevoerd.

Op basis van al deze informatie worden controles voorgesteld en geprioriteerd. Ook branche-specifieke inzichten worden meegenomen in de totale afweging. Milieucriminaliteit Hoewel het programma Milieucriminaliteit is geëindigd, wordt nog steeds gewerkt aan dit onderwerp binnen DCMR. Ook landelijk is dit thema actueel. Zowel vanuit het interbestuurlijk programma (IBP) als ook vanuit de Strategische milieukamer wordt gewerkt aan de versterking tussen het bestuursrecht en het strafrecht en worden ook in 2025 gezamenlijk geprioriteerde thema’s (zoals afval, ZZS-stoffen en gewasbeschermingsmiddelen) opgepakt. Andere onderwerpen waar in 2025 aan wordt gewerkt, zijn: • Inzetten van de nieuwe interventie mogelijkheid: de bestuurlijke boete; • De nieuwe landelijke interventie-toolbox implementeren in de organisatie; • Het verder op orde brengen van de databronnen ten behoeve van risicogestuurde inzet (ondermijningsacties, ketentoezicht en handhaving); • Het meenemen van het thema ondermijning en voorkomen van milieucriminaliteit in onze advisering op omgevingsplannen; • Versterken van de publiek-private samenwerking (PPS), gericht op financieel gewin door milieucriminaliteit. T01 Toezichtslab Het Toezichtslab draagt bij aan doelgericht en effectief toezicht, door inzichten uit de gedrags-, data- en communicatiewetenschappen te vertalen naar praktische tools en interventies.

Deze kennis wordt ingezet bij belangrijke toezichtuitdagingen en het ontwikkelen van een effectieve aanpak daarop. Dit kan gaan om incidentele uitdagingen (bijvoorbeeld een bedrijf dat regels blijft overtreden) of structurele en duurzame gedragsveranderingen (bijvoorbeeld het tegengaan van morsen van plastic korrels naar het milieu en de beïnvloeding van de veiligheidscultuur bij bedrijven). Er wordt ingezet op datagedreven werken om het toezicht gerichter in te zetten, onder andere door de ontwikkeling van risicomodellen op basis waarvan het preventieve toezicht gepland wordt. Daarnaast richt de inzet zich op instrumenten om de toezichthouder altijd van de juiste informatie te voorzien, ongeacht het moment van de dag of de plaats waar hij/ zij zich op dat moment bevindt. De processen die DCMR gebruikt om deze modellen en instrumenten te maken zijn gebaseerd op de best-practices, zowel binnen als buiten de wereld van het milieutoezicht. De opgedane kennis wordt daarnaast ook steeds meer gebruikt bij andere taken van DCMR (reguleren en advisering).

Werkplan 2025 I 16

T02 Milieupiket Het milieupiket is een belangrijke schakel in het operationele toezicht. Het is ongepland en direct inzetbaar op basis van signalen van acute overlast of andere milieuproblematiek. Binnen het operationele toezicht wordt het milieupiket onder regie van de meldkamer ingezet om de bron van overlast te achterhalen. Zo mogelijk zet het milieupiket ook de eerste interventie in of wordt problematiek op een dusdanige wijze in kaart gebracht dat anderen dat kunnen doen. OD10 Meldkamer De meldkamer van de DCMR vormt gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week, een schakel tussen de dienst, bewoners en bedrijven in het Rijnmondgebied en voor de Seveso in heel Zuid-Holland en Zeeland. Binnen de meldkamer van de DCMR wordt operationeel toezicht uitgevoerd. Operationeel toezicht is gericht op het stoppen of (als dit niet mogelijk is) het in kaart brengen van de acute milieuoverlast, door het vinden van de bron en het (laten) uitvoeren van de eerste noodzakelijke interventie. De ambitie is om het operationeel toezicht in de toekomst zo goed te kunnen uitvoeren dat milieuoverlast voorkomen wordt. Ter uitvoering van het operationele toezicht ontvangen meldkamer-inspecteurs, via onder meer telefoon en sensoren, signalen van milieuhinder vanuit de omgeving. Bewoners kunnen bij de meldkamer overlast in hun leefomgeving melden en de bedrijven melden verstoringen van hun processen.

Deze signalen worden vervolgens door de meldkamer-inspecteurs geïnterpreteerd, gecombineerd en gekoppeld aan o.a. meteo- en sensorgegevens om de bron van overlast te achterhalen. Daarna beoordelen de meldkamer-inspecteurs of er direct acties ingezet moeten worden om de overlast te stoppen. Wanneer het stoppen van de overlast niet van afstand mogelijk is of er meer onderzoek nodig is, dan wordt het binnen de afdeling Inspectie en Handhaving georganiseerde milieupiket ingeschakeld om het voorval te onderzoeken. De meldkamer DCMR monitort het e-nose netwerk, niet alleen voor afwijkende patronen vanuit de industrie, maar ook op het verbod op varend ontgassen. Hiervoor is een tool op de e-noses geïnstalleerd en de meldkamer voert deze werkzaamheden uit voor de gehele provincie en de provincies Gelderland en Utrecht. Ook vervult de meldkamer de rol van backoffice tijdens de crisisbeheersing. De meldkamer houdt tijdens een incident het overzicht van een crisissituatie en informeert zowel de piketmedewerkers in het veld als de directiewacht in het Regionaal Operationeel Team ROT, waar de incidentbestrijding gecoördineerd wordt. Verder wordt de directie, het bestuur en (indirect) de omgeving per mail door of op aangeven van de meldkamer, via het 24/7-communicatiepiket, geïnformeerd.

Bij vijftien of meer overlastmeldingen per voorval, bij incidenten of bijzondere voorvallen bij Seveso en RIE4bedrijven, of bij een groot incident, informeert de meldkamer het communicatiepiket, betrokkenen binnen de DCMR en de andere operationele diensten zoals politie, brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam. Het communicatiepiket informeert vervolgens de bestuurders van de betrokken gemeenten en de provincie. Ook informeert het communicatiepiket de bewoners via website en het X-account van de DCMR. 3.5.3 Cluster Handhaving Bij constatering van milieuovertredingen treedt DCMR repressief op conform de ‘Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)’. De LHSO geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Bestuursrechtelijke maatregelen zijn een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en de intrekking van de omgevingsvergunning. Daarnaast is het met de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk geworden om voor Seveso-overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Alle bestuursrechtelijke handhavingsbeschikkingen die door het college aan bedrijven worden opgelegd, worden gepubliceerd op de website van DCMR.

Strafrechtelijke maatregelen zijn een proces-verbaal, een voorlopige maatregel en een bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgeving (bsb-fl).

Werkplan 2025 I 17

3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden Onder dit cluster vallen diverse juridische werkzaamheden, zoals werkzaamheden voor de verdediging van besluiten voor een bezwarencommissie, de rechtbank of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH In het cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH zijn de borgingstaken en de inhoudelijke uitwerking van het MJP en themabeheer opgenomen. De benodigde uren worden over alle participanten verdeeld. Borgingstaken Op basis van de wet gelden eisen die erop neerkomen dat in de uitvoering van VTH-taken een complete plan-do-check-act cyclus (inclusief kwaliteitsborging) moet zijn opgenomen. Activiteiten die daarop betrekking hebben zijn: meerjarenprogrammering, uitvoeringsprogramma’s, monitoring, omgevings- en risicoanalyse, planning en control, werkinstructies en protocollen, plannen van aanpak (onder meer voor sancties, gedoogbeleid, en vergunning), volgen van ontwikkelingen in beleid en regelgeving voor VTH-taken en het voeren van overleg met externe partners. Dergelijke taken worden in dit werkplan samengevat onder de term ‘borgingstaken’. Voor deze ‘borgingstaken’ wordt in totaal maximaal 6500 uur uit het gezamenlijke budget van de participanten ingezet.

Elke participant draagt bij aan deze borgingstaken, naar rato van de zwaarte van het bedrijvenbestand waarvoor de participant bevoegd gezag is. Het budget voor de borgingstaken is onderdeel van het budget dat op basis van de bedrijfskentallen wordt bepaald. Ook regie, verantwoording naar de participanten en monitoring (totaal 900 uur) betreffen de aansturing van de uitvoering en het verwerken van resultaten en zijn daarom toegevoegd aan de borgingstaken. In bijlage 6 is een beschrijving van de werkzaamheden binnen borgingstaken opgenomen. In 2024 is de handreiking regionale beleidscyclus vastgesteld in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH. Aan de hand van de handreiking zal worden beoordeeld of de werkwijze onder de borgingstaken nog wijziging behoeft. Belangrijk onderdeel van de handreiking is bijvoorbeeld de strategische samenwerking met partners om tot gezamenlijke focus en aanpak en inzet te komen. Themabeheer en MJP Themabeheer en MJP gaan over de inhoudelijke ontwikkeling en sturing van de VTH-taken. 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken In dit cluster zijn VTH-taken opgenomen die niet meegenomen worden in de budgetteringsmethodiek VTH-taken voor bedrijven. Deze taken worden wel, niet of op verzoek van de gemeente uitgevoerd. Tabel 4: Overige VTH-taken Wel, Niet, Op verzoek

PDC

A01 OR01 OR09 OR12 OR26

Advies milieuaspecten - Overleg met betrekking tot handhaving; - Toets MBA aan het Omgevingsplan. Omgevingsvergunning milieu-inrichting/ Bibob Behandeling melding Bal voor het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem /melding GBES Ontheffing vervoer gevaarlijke stoffen Ontheffing geluidsbelasting - Advisering bij evenementen

Wel Wel Wel Wel Op verzoek Op verzoek

Werkplan 2025 I 18

Wel, Niet, Op verzoek

PDC R28 OR41 OT01

OT05

OT09 OT12 T13

(Sloop)melding asbest Beschikking Woo-verzoek Toezicht milieubelastende activiteit - Toezicht EPBDIII; - Toezicht Label C. Beoordeling verplichte rapportage - Toezicht registratieverplichting werkgebonden personen mobiliteit; - E-PRTR. Toezicht bodembescherming - Controle GBES Toezicht geluidnormen - Toezicht bij evenementen Controle BRIKS - Toezicht op asbestverwijdering Totaal

Wel Wel Niet Niet Wel Niet Wel Op verzoek Wel 903 uren

Toelichting op toezicht gesloten bodemenergiesystemen (GBES) Bij het toezicht op gesloten bodemenergiesystemen (GBES) wordt de focus gelegd op de risico’s bij aanleg die genoemd zijn in de signaalrapportage van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Hierbij kan gedacht worden aan fouten bij het afvullen van boorgaten en het gebruik van schadelijke smeermiddelen. Doel is om 25% van de startmeldingen GBES fysiek in het veld te controleren. Daarbij zal tijdens gecombineerde gebiedscontroles in het kader van toezicht op grondverzet en bodemwerkzaamheden, ook toezicht worden gehouden op eventueel niet gemelde aanleg van GBES-systemen. Toezicht op de aanleg van geothermie-systemen Het toezicht op de aanleg van geothermie systemen is met de komst van de Omgevingswet een gedeelde bevoegdheid tussen de gemeente en Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) Voorheen lag deze alleen bij SodM. Door middel van een samenwerkingsovereenkomst is geborgd dat het toezicht primair door SodM wordt uitgevoerd. Hier zijn geen kosten mee gemoeid. Toelichting op toezicht Label C Sinds 1 januari 2023 moet een kantoor energielabel C of beter hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. Gemeenten krijgen voor toezicht hierop een bijdrage in het gemeentefonds. In 2025 vindt toezicht en handhaving plaats op deze label-verplichting.

Hierbij zal de handhavingsstrategie worden toegepast zoals deze ook is toegepast op andere toezicht en handhavingstaken. Registratieverplichting werkgebonden personenmobiliteit Vanaf 1 juli 2024 is het Bal aangepast waarbij een registratieverplichting is opgenomen voor werkgebonden personenmobiliteit. Dit houdt in dat bedrijven met meer dan 100 medewerkers moeten registeren op welke wijze woon-werk en werkwerk verkeer plaatsvindt. De toezichtstaak is belegd bij de omgevingsdienst waarbinnen het hoofdkantoor is gevestigd. Voor DCMR geldt dit voor ongeveer 660 organisaties. Het doel van deze registratie is het aanzetten tot het terugdringen van CO2 -uitstoot afkomstig van werkgebonden personenmobiliteit. Wanneer ondernemingen niet voldoende inzet hebben op het terugdringen van de hoeveelheid CO2, dan zal toezicht moeten worden gehouden op het doorvoeren van maatregelen.

Werkplan 2025 I 19

3.5.7 Cluster Omgevingsadvies Op verzoek van de gemeente adviseert DCMR in omgevingsplanproces en vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit vindt plaats door vooraf voor een planvorming relevante kaders aan te geven, tussentijds bij planvorming te adviseren en de uitgewerkte plannen voorafgaand aan de besluitvorming te toetsen op basis van die kaders. Als uitgangspunt hanteert DCMR de eisen die voortvloeien uit wet- en regelgeving, het beleid en de ambities van het Rijk, de provincie en de gemeente op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van mogelijke werkzaamheden. De werkzaamheden worden op verzoek en in nauw overleg met de gemeente uitgevoerd.

Tabel 5: Omgevingsadvies PDC Producten Omgevingsadvies A01 Advies milieuaspecten - omgevingsscan - Inhoudelijke adviezen over één of meer thema’s - Inventarisatie milieucategorieën - Toetsen GO-FLO (Goede Onderbouwing voor de Fysieke Leefomgeving) omgevingsplan of -vergunning - Opstellen GO-FLO(deeltekst) OA06 Advies omgevingstafel OA04 Beoordeling MER-plicht/ 0-stap advies OA07 Mer-beoordelingsprocedure voor omgevingsplannen, omgevingsplanactiviteiten (OPA) en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) OA08 Mer-procedure voor omgevingsplannen, besluiten omgevingsplanactiviteiten (OPA) en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA OR25 Beschikking hogere waarde voor gevallen waar geen GPP’s (Geluidproductieplafond) zijn vastgesteld R60 Mer-beoordelingsprocedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit R61 Mer-procedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit

Uren 2025

Totaal

483 uren

3.5.8 Cluster Beleidsadvisering Onder dit cluster vallen diverse milieuadviezen en overleggen. Een milieuadvies kan gaan over concrete milieuvraagstukken, (landelijke en Europese) wetgeving, beleidsvelden, bedrijfstakken en branches. Ook werkzaamheden die voortvloeien als gevolg van de implementatie van de Omgevingswet zijn in dit cluster gepland. De volgende tabel geeft de werkzaamheden van DCMR voor de gemeente Ridderkerk in schema weer. PDC

DCMR-product typering Beleidsadvisering

Uren 2025

A01

Advies milieuaspecten - Verstrekken van algemene adviezen op verzoek van de gemeente. - Voorbereiden en deelnemen aan bestuurlijke overleggen, beantwoorden van raadsvragen en vragen vanuit het bestuur. - Regiegroep Adviezen Omgevingsplannen

OR26

Advies bouwlawaai: (Advies) maatwerkbesluit bouwlawaai

Totaal

532 uren

Werkplan 2025 I 20

Toelichting Regiegroep Adviezen Omgevingsplannen De gemeenten vragen adviezen over de inrichting van hun omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat veel regels en informatie die belangrijk zijn voor de uitvoering van het werk van DCMR. Zo zal de bruidsschat met milieuregels omgezet moeten worden naar het definitieve omgevingsplan. Het is belangrijk dat de adviezen onderling afgestemd worden en dat DCMR op een eenduidige wijze adviseert in het werkgebied om het dagelijks werk goed te kunnen uitvoeren. Daarom is een regiegroep in het leven geroepen die als doel heeft om alle omgevingsplan-adviezen integraal vorm te geven. De regiegroep bestaat uit vertegenwoordigers van diverse thema’s en specialismen. Een eerste doelstelling zal zijn om een integraal basisadvies te ontwikkelen voor alle gemeenten. De regiegroep zal zeker in de startfase regelmatig overleggen om kennis te ontwikkelen en tot een basisadvies te komen. De kosten voor deze werkzaamheden worden verhoudingsgewijs verdeeld over gemeente Rotterdam (70%) en de regiogemeenten (30%). Bij het berekenen van de percentages is gekeken naar de geplande uren omgevingsadvies voor gemeente Rotterdam en de regiogemeenten. 3.5.9 Cluster Bodem De gemeente is sinds 1 januari 2024, door de inwerkingtreding van de Omgevingswet bevoegd gezag voor de bodem. De bevoegd gezag taken voor het grondwater blijven bij de provincie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1170/documents/40333