CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie buitengebied Ridderkerk Bouwsteen 2.pdf

Commissie Samen wonen RK 30 januari 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Visie Buitengebied Ridderkerk - bouwsteen 215.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waarbij stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing in de omgeving een wens is;

c.

dichtslibt, te beheren. In De

van de polder, aan de Oudelande, de Rotterdamseweg en/of

De ontwikkeling geen belemmering vormt voor eventueel omliggende bedrijfsmatige activiteiten.

29 | Witteveen+Bos | 144629

Deelgebied 4.1: Oosterpark, Oud-Reijerwaard en de Oude Molen D. Polder Oude Molen Huidige

Agrarische bedrijvigheid

Recreatieve gronden

Natuurgebieden

bestemming

Andere bestemmingen/functies

Ruimte voor ruimte en VAB Het toepassen van een ruimte voor ruimte-regeling en vrijkomende agrarische bebouwing is mogelijk, als dit bijdraagt aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de versterking van de Groene Kraag. Welke

Bestaande rechten blijven gelden

Niet van toepassing

Niet van toepassing

nevenactiviteiten

Bestaande rechten uit het omgevingsplan (voorheen het

(er zijn geen

staan we toe?

bestemmingsplan Buitengebied, artikel 30.2 onder b) houden we

gronden met deze

minimaal in stand.

bestemming in dit

Niet van toepassing

deelgebied).

Belangrijke aandachtspunten voor het gebied polder Oude Molen  Maatschappelijk draagvlak: In bouwsteen 1 is uitgewerkt welke wensen er zijn binnen het gebied. De wens voor woningbouw is er, net als dat het waterschap heeft aangegeven een nieuw gemaal te willen realiseren.

30 | Witteveen+Bos | 144629

Deelgebied 4.2: Crezéepolder en De Gorzen A.

Crezéepolder

Huidige bestemming

Agrarische bedrijvigheid

Recreatieve gronden

Natuurgebieden

Wat is er nu mogelijk?

Niet van toepassing (er zijn

Niet van toepassing (er

Bestaande rechten blijven gelden

geen gronden met deze

zijn geen gronden met

Bestaande rechten uit het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan Crezéepolder) houden

bestemming in dit

deze bestemming in dit

we minimaal in stand:

deelgebied).

deelgebied).

a. het behoud en/of herstel en/of ontwikkeling van actuele en potentiële landschappelijke waarden en natuurwaarden behorende bij zoetwatergetijdenatuur; b. een structurele waterverbinding ten behoeve van de waterinlaat; c. waterberging; d. Extensief recreatief medegebruik; Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen. Dagrecreatieve voorzieningen zijn picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden, speeltuinen en banken ten behoeve van activiteiten zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie.

Wat willen we mogelijk

Niet van toepassing (er zijn

Niet van toepassing (er

Bestaande rechten blijven gelden

maken en welke

geen gronden met deze

zijn geen gronden met

We gaan voor instandhouding. Dat betekent dat bestaande rechten uit het omgevingsplan

voorwaarden gelden?

bestemming in dit

deze bestemming in dit

(voorheen het bestemmingsplan Crezéepolder) het maximaal toelaatbare is.

deelgebied).

deelgebied).

Welke nevenactiviteiten

Niet van toepassing (er zijn

Niet van toepassing (er

staan we toe?

geen gronden met deze

zijn geen gronden met

bestemming in dit

deze bestemming in dit

deelgebied).

deelgebied).

Niet van toepassing.

Belangrijke aandachtspunten voor de Crezéepolder 

Maatschappelijk draagvlak: In bouwsteen 1 is uitgewerkt welke wensen er zijn binnen het gebied. Voor dit gebied zijn geen aandachtspunten ingebracht.

31 | Witteveen+Bos | 144629

Deelgebied 4.2: Crezéepolder en De Gorzen B.

De Gorzen

Huidige bestemming

Agrarische bedrijvigheid

Recreatieve gronden

Natuurgebieden

Wat is er nu mogelijk?

Niet van toepassing (er zijn

Bestaande rechten blijven gelden

Bestaande rechten blijven gelden

geen gronden met deze

Bestaande rechten uit het omgevingsplan (voorheen

Bestaande rechten uit het omgevingsplan (voorheen het

bestemming in dit

het bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen)

bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen) houden we minimaal in

deelgebied).

houden we minimaal in stand:

stand:

a. Dat zijn dagrecreatieve voorzieningen.

a. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en

Dagrecreatieve voorzieningen zijn

landschapswaarden;

picknickplaatsen, observatiepunten,

b. wandel- en fietspaden;

informatieborden, speeltuinen en banken ten

c. extensieve dagrecreatie, waaronder de bestaande

behoeve van activiteiten zoals wandelen,

mountainbikeroute en het trimparcours.

fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie; b. Aangevuld een horecapunt bij de jachthaven. Wat willen we mogelijk

Niet van toepassing (er zijn

Bestaande rechten blijven gelden

Wel is het wenslijk om te bekijken of de aanwezige gemeentewerf een

maken en welke

geen gronden met deze

We gaan voor instandhouding. Dat betekent dat

meer passende locatie kan krijgen ergens anders in Ridderkerk. In dat

voorwaarden gelden?

bestemming in dit

bestaande rechten uit het omgevingsplan (voorheen

geval, maakt de werf plaats voor nieuwe natuur.

deelgebied).

het bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen) het maximaal toelaatbare is.

Welke nevenactiviteiten

Niet van toepassing (er zijn

Bestaande rechten blijven gelden

Bestaande rechten blijven gelden

staan we toe?

geen gronden met deze

We gaan voor instandhouding. Dat betekent dat

a.

bestemming in dit

bestaande rechten uit het omgevingsplan (voorheen

rechten uit het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan

deelgebied).

het bestemmingsplan Het Zand en De Gorzen) het

Het Zand en de Gorzen) het maximaal toelaatbare is;

maximaal toelaatbare is.

b.

We gaan voor instandhouding. Dat betekent dat bestaande

Wel is het wenslijk om te bekijken of de aanwezige gemeentewerf een meer passende locatie kan krijgen ergens anders in Ridderkerk. In dat geval, maakt de werf plaats voor nieuwe natuur.

32 | Witteveen+Bos | 144629

Belangrijke aandachtspunten voor de Gorzen 

Maatschappelijk draagvlak: In bouwsteen 1 is uitgewerkt welke wensen er zijn binnen het gebied. Voor dit gebied zijn geen aandachtspunten ingebracht.

33 | Witteveen+Bos | 144629

BIJLAGE 1: BOUWSTEEN 1 ANALYSE EN INZICHT – VISIE BUITENGEBIED

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding De gemeente Ridderkerk actualiseert haar omgevingsvisie. In de visie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast in kaders. Met de visie zorgt de gemeente voor een goede belangenafweging voor de lange termijn voor haar grondgebied. Naar aanleiding van de actualisatie van de visie heeft de gemeente de wens om voor de agrarische en recreatieve gronden, plus de natuurgebieden (buitengebied) een visie op te stellen als input voor de te maken keuzes in de omgevingsvisie. Door de visie over het buitengebied in de nieuwe omgevingsvisie op te nemen, beschikt de gemeente Ridderkerk over een actueel toetsingskader voor deze gronden, zo wordt voor iedereen duidelijk wat kan in deze gebieden, én onder welke voorwaarden.

1.2 Visie buitengebied Het opstellen van de visie helpt de gemeente Ridderkerk om te bepalen wat wel en niet mogelijk is in het buitengebied en de drie binnenstedelijke agrarische percelen. Waar mogelijk wordt de bestaande situatie versterkt en verbeterd. Daarbij wordt rekening gehouden met het collegeprogramma, wensen uit de raad, maar eventueel ook van grondeigenaren. De visie borduurt verder op de groenblauwe kraag, zoals al

opgenomen in de omgevingsvisie uit 2017. Hoe te komen tot een visie buitengebied? Het opstellen van de visie loopt parallel aan de actualisatie van de omgevingsvisie en haar omgevingseffectrapport (OER). In de omgevingsvisie worden de belangen afgewogen en keuzes gemaakt die (mogelijk) effect hebben op het buitengebied. Het is belangrijk input te leveren vanuit het buitengebied aan de omgevingsvisie, maar ook de afwegingen uit de omgevingsvisie mee te nemen in de visie buitengebied. Daarom wordt de visie buitengebied opgebouwd uit 3 bouwstenen, waarbij bouwsteen 1 wordt ingebracht in het ontwerpend onderzoek voor de omgevingsvisie. Uiteindelijk maken alle bouwstenen, en daarmee de visie buitengebied, deel uit van de omgevingsvisie. In de tweede bouwsteen visie buitengebied nemen we de gemaakte keuzes/resultaten uit de actualisatie van de omgevingsvisie mee. Participatie Voor elke bouwsteen volgen we een participatietraject met diverse stakeholders zoals bijvoorbeeld; de raad, professionele stakeholders, grondeigenaren, betrokken partijen en breed geïnteresseerden. In juni tot en met augustus 2024 hebben de eerste bijeenkomsten plaatsgevonden voor onze professionele gebiedspartners en de grondeigenaren- en gebruikers (bijlage 2). Hun input is onderdeel van bouwsteen 1 en wordt gebruikt voor de afwegingen in bouwsteen 2 en 3.

In september 2024 wordt bouwsteen 1 gepresenteerd aan deze stakeholders.

1.3 Bouwstenen visie Buitengebied Ridderkerk bouwt met drie bouwstenen aan de visie Buitengebied. Door die stapsgewijze aanpak ontstaat een complete analyse. 1 Analyse en inzicht: vanuit het verleden naar het heden en de wensen voor het buitengebied 2 Mogelijkheden en afwegingen: Welke afwegingen spelen er voor de verschillende mogelijkheden op de gronden 3 Wensbeeld: visie op het buitengebied inclusief toetsingskader

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

In bouwsteen 1 worden de volgende vragen beantwoord: - waar zich in de gemeente agrarische gronden bevinden; - waar in de gemeente recreatieve gronden liggen; - waar in de gemeente natuurgebieden liggen; - de ruimtelijke hoofdstructuur van al de voorgaand genoemde gebieden; - welke wensen liggen er voor de gronden. In bouwsteen 2 wordt de input uit de eerste bouwsteen gebruikt en aangevuld om de volgende vragen te beantwoorden: - waar (toekomstbestendige) agrarische bedrijvigheid mogelijk is; - waar recreatieve gronden mogelijk zijn; - welke natuurgebieden willen we behouden; - waar eventuele andere ontwikkelingen (anders dan agrarische bedrijvigheid, recreatie of natuur) mogelijk zijn; - waar is er draagvlak voor?. - onder welke voorwaarden ontwikkelingen mogelijk zijn, die afwijken van de feitelijke situatie; In bouwsteen 3 wordt de visie opgesteld die inzicht geeft in de wensen en bijbehorend afwegingskader. De visie op het buitengebied geeft een wensbeeld aan, maar maakt die wens niet bij recht mogelijk. Indien een ontwikkeling wenselijk is, dient een te doorlopen ruimtelijke procedure de ontwikkeling mogelijk te maken. In die ruimtelijke procedure is een vereiste om in te gaan op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Gemeenten moeten er namelijk voor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Daarnaast geldt een onderzoeksverplichting voor verschillende milieuaspecten en is het van belang om aan te geven hoe en op welke manier is geparticipeerd.

1.4 Leeswijzer Bouwsteen 1 Om de vragen uit deze bouwsteen te beantwoorden wordt in hoofdstuk 2 de ruimtelijke situatie van het huidige buitengebied beschreven. In hoofdstuk 3 beschrijven we de functionele situatie en in hoofdstuk 4 gaan we in op de kaders waarin ontwikkeling mogelijk is. In hoofdstuk 5 wordt afsluitend aangeven welke informatie er meegegeven wordt aan de actualisatie van de omgevingsvisie. De vigerende beleidskaders en de resultaten van de participatie, zijn als bijlagen toegevoegd.

35 |

Witteveen+Bos

Afbeelding 1.1 Luchtfoto Reijerpark en buitengebied. (Bron: gemeente Ridderkerk)

2.

Beschrijving ruimtelijke situatie buitengebied

2.1 Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken De gemeente Ridderkerk ligt in wat vroeger het eiland van Riede of de Riederwaard heette: een van de samenstellende eilanden van het huidige eiland IJsselmonde, met daarin het plaatsje Riede. De Riederwaard was al in de 11e eeuw een op de zee veroverde kleipolder. In de loop van de veertiende eeuw raakte de polder meermalen overstroomd. Na het herstel (1404) werd het land waarop Ridderkerk nu ligt definitief ingepolderd. In het plaatsje Riede werd een kerk gesticht: Ridderkerk. De stedelijke groei in de 17e en 18e eeuw, en de snelwegen hebben een groot deel van de oorspronkelijke polder ingenomen en gefragmenteerd. Het buitengebied van Ridderkerk bestaat nu uit fragmenten van drie polders: de Crezéepolder en de polders Oud en Nieuw Reijerwaard. De polderrestanten zijn terug te zien in de structuur van het buitengebied. De belangrijkste structuurcomponenten zijn de polderdijken en –kaden, de polderwegen die de blokken in de polder NieuwReijerwaard indelen, en de verkavelingsrichtingen in relatie tot de bebouwing. Op afbeelding 2.1 is de historische ontwikkeling van Ridderkerk weergegeven, waarbij het buitengebied van Ridderkerk langzaam is ontwikkeld door uitbreiding van de stedelijke kern en grootschalige infrastructuur.

36 |

Witteveen+Bos

Afbeelding 2.1 historische ontwikkeling van Ridderkerk (bron: topotijdreis.nl)

2.2 Het huidige grondgebruik in Ridderkerk Het grondgebruik van de gemeente Ridderkerk wordt gekenmerkt door voornamelijk woongebied en bedrijfsterrein. Het stedelijk gebied van Ridderkerk wordt omsloten door een groenblauwe kraag. In het noorden en oosten liggen de Nieuwe Maas en De Noord en vervolgens omsloten door recreatieve en agrarische terreinen zoals Gorzen en Crezeepolder. De snelwegen A15 en A16 leggen een groot infrastructureel ruimtebeslag op het buitengebied. In het zuidwesten is een concentratie van glastuinbouwbedrijven aanwezig.

37 |

Witteveen+Bos

2.3 Toelichting van de deelgebieden Het buitengebied van Ridderkerk bestaat voornamelijk uit polders die door bebouwd gebied en de snelwegen van elkaar gescheiden zijn tot afzonderlijke landschapseenheden, met een eigen karakter. In afbeelding 2.3 zijn de agrarische gronden aangegeven. In de visie wordt de volgende deelgebieden aangehouden: 1 Landgoed Huys ten Donck en Bolnes-Zuid; 2 Boomgaard en glastuinbouwconcentratiegebied; 3 Waalbos en Rijsoord; 4 Oosterpark, Oud-Reijerwaard, gebied Oude Molen, Crezéepolder en de Gorzen;

Afbeelding 2.2 Agrarische gronden en deelgebieden

1

4

3

Landgoed Huys ten Donck en Bolnes-Zuid (1) Onderdeel van dit deelgebied zijn Polder Nieuw Reijerwaard Noord, Landgoed Huys ten Donck, Oostzijde A38 en Bolnes-Zuid. Dit gebied wordt gekarakteriseerd door de A38, A16 en Rotterdamseweg die samen met knooppunt Ridderkerk forse verkeerskundige barrières vormen. Open poldergebied bestaande uit akkers en grasland met glastuinbouw bevindt zich in de uiterste zuidwesthoek langs de Bolnesserkade. Ten (noord)oosten van de A38 ligt de groene rand van Ridderkerk waarvan het Reyerpark en Landgoed Huys ten Donck de belangrijke onderdelen zijn. Deze parken worden geflankeerd door kleinschalige open polderrestanten, deels al ingericht tot extensief recreatiegebied, deels bestaande uit graslanden en poldersloten.

38 |

Witteveen+Bos

Boomgaard en glastuinbouwconcentratiegebied (2) Dit gebied bestaat uit het door de provincie Zuid-Holland aangewezen glastuinbouwconcentratiegebied in de polder Nieuw Reijerwaard. Het gebied ligt ten oosten van Rijksstraatweg en ten zuiden van Hoogzandweg. Natuur- en recreatiegebied Wevershoek is onderdeel van de groenstructuur langs de Waal. Voor het gebied de Boomgaard ten westen van dit gebied is er al geruime tijd sprake van initiatieven om de agrarische functie te veranderen in woningbouw, in combinatie met bedrijvigheid. De walnoten van de walnootbomen die in 2018 zijn aangeplant op het perceel zijn vanaf circa 2035 te oogsten dus de fruitbomen zouden gerooid moeten worden. Er is een fijnmazig langzaamverkeersnetwerk aanwezig langs de hoofdwegen. Waalbos en Rijsoord (3) Dit gebied wordt aan de noordkant begrensd door de snelweg A16 en in het midden door de loop van de Waal. Aan de noordkant van de Waal is de kern en sportpark Rijsoord te vinden. Aan de zuidkant van de Waal ligt een open polder, met daarin zowel agrarisch gebied als natuurgebied het Waalbos. Ten westen van de Geerlaan ligt een fragment van de polder Oud Reijerwaard. Het noordelijk deel is open en het zuidelijk deel ligt tegen de kern Rijsoord aan en bevat nog een kas. Aan de oostzijde van de Geerlaan ligt agrarisch gebied dat behouden blijft.

Oosterpark, Oud-Reijerwaard, gebied Oude Molen, Crezéepolder en de Gorzen; (4) Dit gebied bevat de Crezéepolder langs het water aan De Noord, het gebied Oude Molen, het Oosterpark en de Polder Oud-Reijerwaard. Onderstaand zijn de karakteristieken per gebied beschreven. Het bevat een aantal deelgebieden: -

-

-

-

39 |

Oosterpark: is gelegen in een deel van de Polder Oud Reijerwaard en vormt de buffer tussen de zuidelijke stadsrand van Ridderkerk en de snelweg A15 Het is aangelegd als landschapspark voor recreatie. Polder Oud-Reijerwaard: open polder waarbij akkers, graslanden, agrarische bebouwing en kassen elkaar afwisselen. De opzet van het gebied bestaat uit een vast stramien van smalle poldersloten die het gebied een kenmerkende opbouw geven. Vanaf de Pruimendijk zijn er doorkijkjes aanwezig over het open gebied en tussen de agrarische bebouwing door op de A15 en het achterliggende Oosterpark. Incidentele (agrarische) bebouwing is gesitueerd onder aan de dijk in het poldergebied. De graslanden van het natuurgebied de Nes langs de Waal liggen geïsoleerd. Oude Molen: het gebied Oude Molen is een ingesloten deel van de polder Oud Reijerwaard en wordt deels omringd door hoge dijklichamen. De Oudelande vormt de historische scheiding van dit deel van de polder. Het karakteristieke bebouwingslint Oude Molen vormt een besloten woongebied gelegen onder aan de Oostmolendijk. Ten westen ligt een volkstuinenstrook en ten zuiden ligt de A15. Crezéepolder en de Gorzen: een fragment van de open en laaggelegen uiterwaarden langs De Noord.

De polder is ontwikkeld tot een nat natuurgebied en vormt samen met De Gorzen een groenblauwe kraag aan de oostzijde van Ridderkerk en is de overgang naar de Alblasserwaard.

Witteveen+Bos

3.

BESCHRIJVING FUNCTIONELE SITUATIE RIDDERKERK

3.1 De agrarische sector in Ridderkerk Vanaf de industriële revolutie is Ridderkerk van een sterk agrarische gemeente getransformeerd in een gemengde economie waar door in de loop van de tijd steeds meer agrarische gronden een andere bestemming kregen. In 2023 waren er in Ridderkerk in totaal nog 32 agrarische bedrijven actief (CBS, 2024). Sinds 2000 is het aantal hectare cultuurgrond met 65 procent (ongeveer 450 hectare) afgenomen. Inmiddels is nog 10 procent van de totale oppervlakte van Ridderkerk cultuurgrond. 800 700 600 500 400 300 200 100 0

Aantal hectare cultuurgrond in… Tabel 3.1 aantal hectare cultuurgrond in Ridderkerk (bron: CBS, 2024).

Het CBS maakt onderscheid tussen verschillende agrarische bedrijven, te weten: akkerbouw, tuinbouw (open grond en onder glas) en veehouderij (grasland en groenvoedergewassen en graasdieren). De verschillende agrarische bedrijven in Ridderkerk zijn in de onderstaande tabel weergeven. Onderwerp

Perioden

2000

2010

2020

2023

Aantal landbouwbedrijven, totaal

aantal

99

74

38

32

Cultuurgrond

are

70.058

57.894

29.709

24.071

Akkerbouw Oppervlakte

are

38.635

37.448

14.300

13.799

Akkerbouw Aantal bedrijven

aantal

60

30

15

11

Tuinbouw open grond Oppervlakte

are

16.356

5.460

3.045

1.442

Tuinbouw open grond Aantal bedrijven

aantal

62

29

8

6

Tuinbouw onder glas Oppervlakte

are

7.580

7.033

4.012

3.395

Tuinbouw onder glas Aantal bedrijven

aantal

77

54

23

22

1

1

De som van de onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen. Zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slecht eenmaal van het totaal.

40 |

Witteveen+Bos

Grasland Oppervlakte

are

7.009

7.492

6.502

4.651

Grasland Aantal bedrijven

aantal

25

22

14

14

Groenvoedergewassen Oppervlakte

are

477

461

1.850

784

Groenvoedergewassen Aantal bedrijven

aantal

4

1

4

3

Rundvee Aantal dieren

aantal

36

0

14

4

Rundvee Aantal bedrijven

aantal

5

0

1

2

Tabel 3.2 cijfers agrarische sector Ridderkerk. (bron: CBS, 2024).

De cijfers in tabel 3.2 laten zien dat de agrarische sector in zowel oppervlakte als aantal bedrijven de laatste decennia gekrompen is. Er zijn acht bedrijven die akkerbouw bedrijven. Het aantal bedrijven dat aan tuinbouw onder glas doet, is tussen 2010 en 2020 gedaald van 48 naar 19. De veestapel in Ridderkerk is zeer klein (acht stuks rundvee in 2023).

3.2 De overige functies in het buitengebied De nabijheid van stedelijk gebied en toch de ruimtelijke ligging in een groen gebied maakt het buitengebied van Ridderkerk tevens een aantrekkelijk woongebied. Langs de Pruimendijk, de Lagendijk en de Rijksstraatweg liggen een groot aantal woningen. De combinatie van grote agrarische bedrijven en woningen langs de dijken zorgt voor een grote druk op de infrastructuur. Mede gezien het feit dat dijkwegen gebruikt worden door verschillende gebruikers (fietsers, ruiters, vrachtverkeer en woonwerkverkeer). Aan de Pruimendijk en de Lagendijk ligt ook een aantal niet-agrarische bedrijven, zoals een hovenier (incl. verkoop tuinmaterialen) en een tuincentrum. Langs de Rijksstraatweg, de Lagendijk (falliet) en aan de Noldijk liggen horecabedrijven. Het buitengebied vormt voor niet-agrarische bedrijven een aantrekkelijke vestigingsplaats gezien de nabijheid van het stedelijk gebied en de nog beschikbare ruimte op (voormalige) agrarische percelen. De infrastructuur is niet ingericht op het verwerken van grote hoeveelheden (zwaar)verkeer en een toename van de parkeerdruk kan langs de bestaande infrastructuur niet worden opgevangen. Een deel van de agrarische gronden is in gebruik voor het houden van paarden. In het Reyerpark en in polder Oude Molen ligt een paardenpension.

Daarnaast worden er op verscheidene locaties paarden gehouden bij particuliere woningen.

3.3 Trends en ontwikkelingen in het buitengebied Het landelijk gebied is in heel Nederland aan het transformeren. Die transformatie is in Ridderkerk gestart bij de inpoldering in de 11e eeuw en zal hoogstwaarschijnlijk altijd blijven doorgaan. Verschillende urgente opgaven maken dat het landelijk gebied de komende jaren aantrekkelijk en toekomstbestendig is. De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden daarom toegelicht. Klimaatverandering Door klimaatverandering is er een grilligere landbouwproductie als resultaat van weersextremen. Zo neemt de gemiddelde landbouwopbrengst tussen de 5 en 20% af in droge jaren (bron, WUR). Ook extreme nattigheid als gevolg van stortbuien kan zorgen voor verlies van opbrengst. Rondom de Rijndelta is verzilting door klimaatverandering een toenemend probleem. Het wordt veroorzaakt door een hogere zeespiegel in combinatie met een periodiek lage rivierafvoer. Dit kan leiden tot een verminderde bruikbaarheid van het grondwater (bron: TU Delft) en op termijn tot verandering in het landschap. Voor Ridderkerk betekent dat de landbouwgronden in de toekomst mogelijk niet meer geschikt zijn voor extensieve landbouw1.

1

De extensieve landbouw is erop gericht om te voedsel te produceren op meer hectare grond (productieruimte) met minder input van buiten, zoals kunstmest, veevoer en gewasbeschermingsmiddelen.

41 |

Witteveen+Bos

Met de toenemende gevolgen van klimaatverandering worden gemeenten geconfronteerd met nieuwe uitdagingen, waaronder hittestress. Hittestress ontstaat wanneer de temperatuur in bebouwde gebieden aanzienlijk stijgt, wat kan leiden tot gezondheidsproblemen zoals uitdroging, hitteberoerte en andere hittegerelateerde ziekten. Voor de gemeente Ridderkerk is het daarom van belang om na te denken hoe het buitengebied te benutten als koeltegebied om de impact van hittestress te kunnen verminderen. Natuur en milieu Er is nog geen oplossing voor de stikstofproblematiek. Omdat in Ridderkerk nauwelijks vee wordt gehouden is de impact hiervan op Ridderkerk beperkt. Natuurdoelen, zowel gelinkt aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de nog niet uitgewerkte Natuurherstelwet kunnen ook voor akkerbouw impact hebben, doordat grotere delen areaal voor natuur en/of natuurlijke systemen beschikbaar moeten worden. Druk op de ruimte De druk op de woningmarkt is onverminderd groot in 2024, wat betekent dat elke gemeente wordt gevraagd om bij te dragen aan de landelijke GREX-opgave voor het realiseren van nieuwe woningen. Verder vraagt de energietransitie ruimte, met name voor het vinden van aanwijsgebieden voor windturbines en locaties voor zonnepanelen.

Bovendien neemt de uitbreiding van de netcapaciteit van elektriciteit ruimte in beslag door nieuwe verdeelstations en hoogspanningsverbindingen. Er is ook behoefte aan waterberging als klimaatadaptatiemaatregel. Met name in laaggelegen gebieden rondom de grote rivieren, waar Ridderkerk ook onder valt. Voor Ridderkerk is deze druk op de beschikbare ruimte in potentie de grootste factor die kan zorgen voor verandering. Er is weinig landelijk gebied beschikbaar, en er zijn veel opgaven waar Ridderkerk voor wordt gevraagd ook een bijdrage aan te doen. Die ruimtelijke afweging is onderdeel van de nieuwe omgevingsvisie.

4.

VIGERENDE KADERS ONTWIKKELING BUITENGEBIED

Op Europees, landelijk en provinciaal niveau wordt beleid ontwikkeld dat van invloed is op het buitengebied van Ridderkerk. In de onderstaande tabel is per omgevingsthema samengevat wat de vigerende kaders zijn voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied van Ridderkerk. Een uitgebreide analyse van de vigerende kaders is te vinden in bijlage 1. Tabel 4.1 Omgevingsthema

Aandachtspunten

verkeer en parkeren

de huidige verkeersstructuur geeft geen grote knelpunten. Het is wenselijk om meer recreatieve routes toe te voegen en parkeren op eigen terrein te stimuleren.

natuur

het plangebied maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied, er bevinden zich wel NNNgebieden in de nabijheid zoals: Nationaal Park De Biesbosch en de Oostelijke Vechtplassen.

milieu

bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er rekening gehouden te worden met geluid van nabijgelegen industrieterreinen en de (snel) )wegen, een toename van het wegverkeer en een mogelijke verslechtering van de luchtkwaliteit.

bodem

in het plangebied zijn meerdere historische activiteiten bekend, die mogelijk hebben geleid tot bodemverontreiniging.

water

bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, mag de waterhuishoudkundige situatie niet verslechteren

externe veiligheid

er zijn geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan binnen het invloedgebied van de inrichtingen, gasleidingen en wegen die leiden tot een relevante toename van de personendichtheid en daarmee tot een toename van het groepsrisico.

42 |

Witteveen+Bos

Omgevingsthema

Aandachtspunten

kabels en leidingen

in het gebied zijn meerdere hoogspannings-, buis-, water en gasleidingen aanwezig. Bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er rekening gehouden te worden met de vigerende veiligheidszones.

woningbouw en niet agrarische bedrijven

op juridische basis zijn er geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen mogelijk in het buitengebied. Er is wel ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen.

agrarische bedrijven

er gelden beperkte richtafstanden tot akkerbouw- en glastuinbouwbedrijven (10 tot 30 m) en grotere richtafstanden tot veehouderijen (50 tot 100 m).

5.

UITKOMSTEN PARTICIPATIE EN WENSEN VOOR DE TOEKOMST

De ruimtevraag van de verschillende ambities die de Rijksoverheid, de provincie en de gemeente hebben, knelt met de beschikbare ruimte die resteert in Ridderkerk. Transformatie van gebouwde gebieden tot bijvoorbeeld woonwijken lost dit vraagstuk slechts gedeeltelijk op. Voor ambities als verduurzaming van de energieopwekking, recreatie en voldoende beschikbare woningen kijken we daarom ook naar buiten de bebouwde kom van Ridderkerk. Dat vraagt vooraf om kaders om effectief te sturen op ruimtelijk beleid dat de kwaliteiten van het buitengebied behoudt en nieuwe ontwikkelingen of transformatie onder voorwaarden mogelijk maakt. In de periode juni tot en met augustus 2024 hebben er bijeenkomsten plaatsgevonden met professionele ketenpartners, grondgebruikers en inwoners en zijn er diverse gespreken (bijlagen) gevoerd. De resultaten uit deze bijeenkomsten en gesprekken zijn verwerkt in paragraaf 5.1. Hierin komt naar voren wat de wens is en wat er niet mogelijk is en vervolgens vertaald naar een gebiedsgerichte uitwerking per deelgebied (5.2). Agrarisch ondernemen Voor veel agrariërs in Ridderkerk ontbreekt het aan voldoende perspectief voor een intensieve, puur agrarische, bedrijfsvoering van hun onderneming. Dit wordt veelal veroorzaakt door een (te) klein landbouwareaal waardoor effectieve landbouw lastig is.

Er zijn in de directe nabijheid geen extra percelen beschikbaar die geschikt zijn voor landbouw. In veel gevallen is een investering in grond nodig, die agrariërs niet doen vanwege (economische) onzekerheden. Een aantal agrariërs heeft zijn verdienmodel dusdanig ingericht dat er toekomstbestendig economisch perspectief is (biologisch boeren). In het verleden is er door de overheid actief gestuurd op het door agrariërs ontplooien van nevenactiviteiten zodat er meerdere verdienmodellen ontstaan, maar daar was weinig animo voor. De gemeente ziet als mogelijk alternatief om agrarische terreinen te transformeren naar recreatiegebieden die worden beheerd door agrariërs. Zo kunnen agrariërs een nieuw verdienmodel aanwenden.. Agrarische gronden In het collegeprogramma is afgesproken dat de gronden met een agrarische bestemming zo veel als mogelijk hun bestemming behouden. De gronden aan de Bolnesserkade en tussen de Mauritsweg en de Geerlaan behouden hun agrarische bestemming. Klimaatadaptatie Het is belangrijk om meer ruimte te bieden aan de gevolgen van klimaatverandering en de daarmee gemoeide waterbergingsopgave. Dit moet vooral in het buitengebied van Ridderkerk plaatsvinden, omdat er in het stedelijk gebied (te) weinig ruimte is. Het buitengebied is momenteel erg versnipperd, waardoor het lastig is om grootschalige waterberging te realiseren.

Het waterschap kijkt aan de polder Bolnes/A38 voor waterberging. Wanneer het buitengebied in toenemende mate wordt gebruikt voor waterberging, is een combinatie van functies mogelijk. Momenteel zijn er een aantal waterlichamen die ook een recreatieve functie hebben. Dit zijn het Waaltje en wanneer er geen blauwalg is, het Oosterpark en de zwemplas bij Slikkerveer. Het verder verkennen van een combinatie van functies wordt aangeraden.

43 |

Witteveen+Bos

Landschap Ridderkerk behoudt haar natuurgebieden. Deze gebieden geven ruimte aan onze inwoners om te ontspannen en te genieten van rust en ruimte. Dat is van belang in onze verstedelijkte regio. Waar mogelijk kiezen we voor natuurlijke begrazing van de groengebieden in de gemeente. Ridderkerk ziet mogelijkheden voor het versterken van de toegankelijkheid van de groene kraag. Op basis van de door de gemeenteraad aangenomen motie 2024-083 dient het buitengebied ten oosten en ten westen van de A38 van de gemeente Ridderkerk opengehouden te worden. Tevens moet het buitengebied meer toegankelijk worden voor inwoners en bezoekers. Het ontbreekt momenteel aan duidelijke kaders voor het open en toegankelijk houden van deze gronden. Duurzame energie De volgende ontwikkelingen ten aanzien van duurzame energie zijn bekend in Ridderkerk: - Zonne-energie: er is ruimte voor het opwekken van zonne-energie, zoals op het nieuwe zwembad De Fakkel. Vanuit de RES-regio is er gekeken naar de realisatie op gronden van RWS ten oosten van de A38. Er zijn geen andere initiatieven, dan een verkenning rondom knooppunt Ridderkerk, bekend voor zonnepanelen; - Transformatorstation: Stedin wil in het gebied bij knooppunt Ridderkerk een transformatorstation van twee hectare realiseren.

Het is nog onduidelijk hoe en of dit ruimtelijk inpasbaar kan worden gemaakt; - Windenergie: het opwekken van windenergie is een optie in de Polder Nieuw Reijerwaard. Hier is een reservering voor drie windturbines. Deze windturbines kunnen niet gerealiseerd worden als corridor 1 van de 380kV-verbinding gerealiseerd wordt. Er wordt gekeken naar compenserende projecten als TenneT een ruimteclaim gaat leggen voor de 380kVverbinding. De nieuwe omgevingsvisie en/of de agrarische visie kan gebruikt worden om inzicht te krijgen in mogelijkheden voor compensatie.

5.1 Gebiedsgerichte uitwerking In deze paragraaf wordt per deelgebied ingegaan op de mogelijkheden voor agrarische bedrijvigheid en het versterken van de agrarische gronden.

5.1.1 Landgoed Huys ten Donck en Bolnes-Zuid Het eerste deelgebied bestaat uit het landgoed Huis ten Donk en het gebied Bolnes-Zuid. Huis ten Donck In dit gebied zijn ondernemers gevestigd die graag duidelijkheid willen over de toekomst van de agrarische gronden. Deze kunnen behouden worden, waarbij er ingezet dient te worden op een overgang naar extensief grondgebruik en toekomstbestendig verdienmodel. Bewoners zien mogelijkheden voor het opzetten van nevenactiviteiten. Afhankelijk van de aard van de activiteiten bieden de huidige kaders hier voldoende ruimte voor, denk aan het toevoegen van recreatie, natuurbeheer of duurzame agrarische activiteiten. Er liggen verschillende initiatieven voor het toevoegen van nieuwe gebouwen. Denk hier aan kangoeroewoningen tot (extra) woningen op eigen erf. Bolnes-Zuid In dit gebied zijn verschillende partijen met grondposities die er graag woningen willen ontwikkelen. Motie 2024-083 sluit dit uit. De grondeigenaren verpachten momenteel de gronden aan verschillende agrariërs. De hoeveelheid water op de percelen maakt agrarisch gebruik van de terreinen lastig. Er zitten verschillende ondernemers in het gebied, zoals een houder caravanstalling, paardenhouderij en tuindersbedrijf die hun bedrijf graag willen voorzetten.

De algemene conclusie is dat er behoefte is aan zekerheid, wat verkregen kan worden door duidelijkheid te verschaffen over wat de plannen zijn voor de komende jaren.

44 |

Witteveen+Bos

5.1.2 Boomgaard en glastuinbouwconcentratiegebied Het tweede gebied bestaat uit de Boomgaard en het glastuinbouwconcentratiegebied in de polder Nieuw Reijerwaard. Boomgaard In het gebied is er vanuit grondeigenaren een initiatief om woningbouw te realiseren. Het gebied wordt omsloten door voornamelijk bedrijventerrein en waterstructuren.

Glastuinbouwconcentratiegebied Het gebied ten zuidoosten van Hoogzandweg is door de provincie Zuid-Holland aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied. Tussen de glastuinbouwcomplexen zijn nog meerdere percelen die mogelijk nog ontwikkeld kunnen worden en momenteel in gebruik zijn als agrarische grond en/of braakliggend. Het gebied heeft vanwege de aanwezigheid van glastuinbouw en andere bedrijfsgebouwen een lage landschappelijke waarde. Voor de verdere ontwikkeling als natuur- en recreatiegebied wordt het niet geschikt geacht. Als er wordt gekozen om ruimte te bieden aan de glastuinbouwsector in Ridderkerk, wordt er aangeraden om dit in de Nieuw-Reijerwaard te concentreren. Belangrijk hierbij is om duidelijk te maken onder welke voorwaarden uitbreiding is toegestaan. Het gebied wordt niet geschikt geacht voor woningbouw. Huidige bewoners van bedrijfswoningen aan de Hoogzandweg ervaren momenteel geluidsoverlast van het nabijgelegen bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard.

5.1.3 Waalbos en Rijsoord; Er zijn verschillende agrariërs actief in het gebied, variërend van glastuinbouw tot tuinders tot akkerbouwers. Een aantal ondernemers geeft aan dat er geen ruimte is voor uitbreiding van bedrijven en zien daarom geen toekomst voor hun bedrijf. De bestaande concentratie van glastuinbouwbedrijven blijft behouden in dit gebied. Er zijn een aantal partijen met grondposities die niet goed weten wat de mogelijkheden zijn voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Grootschalige woningbouw is niet toegestaan. Het gebied heeft een grote natuur- en recreatieve waarde. Belangrijk is om dit te behouden en/of versterken. Tot slot liggen er meerdere ideeën voor het opzetten van nevenactiviteiten, zoals een minicamping of horeca. Momenteel is dit niet mogelijk. Het past bij het recreatieve karakter van het gebied.

5.1.4 Oosterpark, Oud-Reijerwaard, gebied Oude Molen, Crezéepolder en de Gorzen In de Polder Oud-Reijerwaard zijn er boerenbedrijven die nog (deels) commercieel gebruik maken van het land. Het kleine landelijk gebied ten noorden van Oostendam (hierna: Oostendam) heeft een tuinder en akkerbouwpercelen. Hetzelfde geldt voor het gebied ten westen van Oude Molen (hierna; Oude Molen). De percelen hier worden bewerkt door akkerbouwers van buiten de gebieden. De agrarische sector heeft door ruimtegebrek geen commerciële uitbreidingsruimte. Vanuit de agrarische sector zijn er zorgen over de bereikbaarheid van de percelen voor tractors, gezien de vele infrastructuur waar de gebieden mee omgeven zijn. Ook zijn er zorgen over eventuele plannen van het waterschap voor waterberging en de verdere opwaartse regulering van het waterpeil, wat sommige vormen van landbouw moeilijker zou maken. Er is veel interesse voor de inzet van deze gebieden voor verschillende doeleinden. Er is wel eensgezindheid dat de functie van deze gebieden als landschapsrand rondom Ridderkerk erg waardevol is. Aan de andere kant realiseert men zich dat er een woningbouwopgave is, en dat met name de kleine gebieden Oude Molen en Oostendam zodanig klein zijn, dat hun waarde als open gebied ook laag is en dat woningbouw hier best logisch zou kunnen zijn. Ook grenzen deze gebieden reeds aan bestaande woonwijken.

Er zijn grondeigenaren in de gebieden die in principe openstaan voor ontwikkeling ten behoeve van landelijke doelen, zij het woningbouw, energietransitie of klimaatadaptatie.

45 |

Witteveen+Bos

I

Bijlage bij Bouwsteen 1: Vigerende beleidskaders

1.

Europese ontwikkelingen

Het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) van de EU moet boeren ondersteunen, landbouwproductiviteit behouden en voor een stabiele voorziening van betaalbare levensmiddelen zorgen. Ook moet het beleid de Europese boeren een inkomen garanderen. Het beschermen van het klimaat, het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen bevorderen, het in stand houden van plattelandsgebieden en landschappen in de hele EU zijn speerpunten binnen het beleid. Bij het in stand houden van de plattelandsgebieden is aandacht voor de werkgelegenheid in de landbouw, agrovoedingsindustrie en het stimuleren van aanverwante sectoren. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is opgesteld om de waterkwaliteit in Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende gezond is. Om de ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water te bereiken is onder meer inzet van de landbouw nodig, om de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor te verminderen. De Natuurherstelwet moet niet alleen leiden tot een florerende en veerkrachtige natuur, maar is ook noodzakelijk voor klimaatdoelstellingen door CO2 op te slaan en ons te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering zoals hitte en overstromingen. De natuurherstelwet is .

rond zeven thema’s en samengevat zijn dat de volgende speerpunten: - natuur herstellen (op land en in zee) met focus op de typen natuur die helpen bij klimaatuitdagingen: bossen, wetlands, graslanden, rivieren, etc.; - natuurherstel in productiegebieden: landbouwecosystemen en productiebos; - bestuivers redden, in het belang van ecosystemen en onze voedselzekerheid.

2.

Landelijke ontwikkelingen

De Kamerbrief Water Bodem Sturend. In november 2022 hebben de minister en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een brief naar de Tweede Kamer gezonden waarin het belang van water en bodem als basis voor ons bestaan wordt benoemd. Deze brief geeft aan dat er grenzen zijn aan wat het water- en bodemsysteem aankan en dat die grenzen bepalend zijn voor de keuzes en maatregelen in de toekomst. Water en bodem zijn daarmee sturend voor ruimtelijke keuzes. Hieronder valt ook het verhogen

46 |

Witteveen+Bos

van waterpeilen in veenweidegebieden. Het verhogen van de waterpeilen heeft gevolgen voor mogelijkheden voor de agrarische sector in deze gebieden. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit is een beleidsprogramma onder de Nationale Omgevingsvisie. Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied wordt gewerkt aan een vitaal landelijk gebied met een gezonde natuur. In de zogenoemde gebiedsgerichte aanpak wil het kabinet stikstofmaatregelen slim combineren met andere maatregelen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. Per gebied wordt inzichtelijk gemaakt wat het toekomstperspectief is, op basis van de opgaven voor emissiereductie, natuurherstel en water. Het NPLG bevat drie kerndoelen, namelijk: natuurherstel (met onderliggend doel de stikstofopgave), verbeteren waterkwaliteit (met als deadline KRW 2027) en klimaatopgaven (tussendoelen 2030, klimaat neutrale samenleving 2050).

3.

Provinciale ontwikkelingen

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland wil de verduurzaming van de landbouw in Zuid-Holland versnellen en opschalen. Daarvoor is het Hoofdlijnennotitie Vitale Landbouw vastgesteld. In deze notitie geven zij hun perspectief op een vitale grondgebonden landbouwsector in 2050 en de benodigde stappen om daar te komen. Kernbegrippen hierin zijn kringlooplandbouw, biodiversiteit, water en landschap, een grotere plek voor een regionaal voedselsysteem en economische vitaliteit. Het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (PPLG) betreft de provinciale uitwerking van het NPLG. Het PPLG voor Zuid Holland werkt vanuit drie kerngebieden: Veenweiden, Kust en Duinen en Zuid-Hollandse Delta. Ridderkerk maakt deel uit van het kerngebied Zuid-Hollandse delta. Voor ieder kerngebied zijn gebiedsagenda’s opgesteld met daarin de belangrijkste maatregelen om de doelen uit het NPLG te halen. Het NPLG wordt op provinciaal niveau verder vormgegeven. Om invulling te geven aan deze uitwerking, werkt Provincie Zuid-Holland aan de opzet van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied, (ZH-PLG) met een horizon tot zichtjaar 2035. Met dit programma werkt de provincie Zuid-Holland aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig landelijk gebied. Zo wil de provincie aan de slag met natuurherstel, verbetering van waterkwaliteit en vermindering van broeikasgassen door landbouw en landgebruik.

Hierdoor kan het landelijk gebied zich binnen de randvoorwaarden ontwikkelen tot een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken, recreëren en landbouw te bedrijven. De herziening van 2024 van het omgevingsbeleid van de provincie is afgerond. Hierin wordt het terughoudende beleid van de provincie ten aanzien van buitenstedelijk bouwen doorgezet. Voor Ridderkerk betekent dit dat er buiten de grootschalige woningbouwlocatie Geerlaan geen ruimte is voor uitbreidingslocaties.

4.

Gemeentelijke beleidskaders

Vanwege het unieke karakter van het buitengebied als groenblauwe kraag van Ridderkerk, wordt in het Bestemmingsplan Buitengebied (2013) en de Omgevingsvisie Ridderkerk (2017) ingezet op het herkenbaar houden en waar mogelijk versterken van de karakteristieken; ontwikkelingen die zich aandienen worden daaraan getoetst. Hieronder is op basis van (bestaande) beleidsstukken beschreven wat de vigerende kaders zijn voor de ontwikkeling van het buitengebied. Het Bestemmingsplan Buitengebied blijft met inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht, totdat er een nieuw Omgevingsplan is vastgesteld.

47 |

Witteveen+Bos

Verkeer en parkeren De huidige verkeersstructuur in het buitengebied levert geen grote knelpunten op. Wel is de verkeersdruk op de Pruimendijk, Lagendijk en Rijksstraatweg aanzienlijk. Een aandachtspunt hierbij vormt de verkeersveiligheid op de Pruimendijk en de Lagendijk en de afwikkeling van zwaar verkeer over de Pruimendijk, Lagendijk en de Rijksstraatsweg. Uitbreiding van het aantal recreatieve routes (wandel en /of ruiterpaden) is gewenst zodat een compleet fijnmazig langzaamsverkeersnetwerk ontstaat dat de verschillende gebieden onderling met elkaar kan verbinden. Een aandachtspunt vormt het parkeren. Een toename van de bestaande parkeerdruk kan langs de bestaande wegen (Pruimendijk, Lagendijk en Rijksstraatweg) niet worden opgevangen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet het parkeren dan ook op eigen terrein opgelost worden. Natuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied, ook zijn er geen dergelijke gebieden in de directe nabijheid. In deelgebieden 3 en 4 zones met Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN). Naar verwachting zet het huidige gebruik, voornamelijk akkerbouw en glastuinbouw, zich de komende 10 jaar voort. Hiervoor worden geen negatieve effecten verwacht op de (verder weg gelegen) natuurgebieden.

Milieu Vanuit het omgevingsaspect milieu zijn er diverse aandachtspunten voor het toestaan van nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied: - industriegeluid: rondom het plangebied zijn meerdere geluidgezoneerde industrieterreinen gelegen, namelijk Kijfhoek, Aan de Noord, IJsselmonde Noordrand en IHC Kinderdijk. Een aantal van deze geluidszones reiken tot aan de randen van het plangebied. Bij het toestaan van nieuwe ontwikkeling dient hier rekening mee gehouden te worden; - wegverkeersgeluid: in het plangebied is, met uitzondering van de Pruimendijk 89b, geen sprake van nieuwbouw van geluidsgevoelige objecten. Bestaande geluidsgevoelige objecten kunnen via afwijking of wijziging verplaatst worden. Tevens is, ingeval van bedrijfsbeëindiging, een functiewijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning via wijziging mogelijk; - luchtkwaliteit: nieuwe ontwikkelingen die zijn toegestaan in het buitengebied zullen niet of ‘niet in betekende mate’ bijdragen aan de concentratie van luchtverontreinigende stoffen. Denk hierbij aan (kleine) uitbreidingsmogelijkheden van agrarische bedrijven en mogelijkheden voor het realiseren van nevenfuncties.

Nieuwe ontwikkelingen dragen niet bij aan een toename van de luchtverontreiniging; Bodem Uit het Bodemloket (www.bodemloket.nl) blijkt dat ter plaatse van het plangebied meerdere historische activiteiten bekend zijn die mogelijk hebben geleid tot bodemverontreiniging. Daarnaast zijn meerdere locaties in het verleden onderzocht op verontreinigingen. Bij eventuele nieuwe ontwikkelingen zal worden bekeken of ter plaatse verontreinigingen bekend zijn of verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. Water Bij het toevoegen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mag de waterhuishoudkundige situatie niet verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd.

48 |

Witteveen+Bos

Externe veiligheid Uit de risicokaart (www.risicokaart.nl) blijkt dat binnen het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Binnen het plangebied zijn verschillende aardgastransportleidingen gelegen, waarvoor veiligheidszones gelden. Langs delen van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over rijkswegen. Gezien de beperkte bebouwingsdichtheden binnen het plangebied, is er in geen enkel geval sprake van overschrijding van risicowaardes. Daarnaast zijn er binnen het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan binnen het invloedgebied van de inrichtingen, gasleidingen en wegen die leiden tot een relevante toename van de personendichtheid en daarmee tot een toename van het groepsrisico. Kabels en leidingen Vanuit het omgevingsaspect kabels en leidingen zijn er diverse aandachtspunten voor het toestaan van nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied: hoogspanningsleidingen: binnen het plangebied zijn twee bovengrondse hoogspanningsleidingen gelegen. Allereerst de 50 kV leiding in het oostelijk deel van het plangebied met een indicatieve zone van 40 m aan beide zijden. Daarnaast de 150 kV leiding in het westen van het plangebied met een indicatieve zone van 80 m aan beide zijden; buisleidingen: binnen het plangebied ligt eveneens een reservering voor een buisleidingenstrook zoals opgenomen in de Structuurvisie Buisleidingen.

Hier worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan die het leggen van buisleidingen kunnen belemmeren; waterleiding: binnen het plangebied ligt een waterleiding van Oasen. De doorsnede van deze leiding is 400 mm. Binnen een strookbreedte van 5 m (2,5 m aan weerszijden van de leiding) dient bij de uitvoering van werkzaamheden rekening gehouden te worden met de leiding. Tevens mogen er op deze strook geen bebouwing of belemmeringen aanwezig zijn; gasleiding: in het plangebied ligt een gasleiding met een belemmeringenstrook van 5 m ter weerszijden van de hartlijn van de leiding; Woningbouw Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt (met uitzondering van de Pruimendijk 89‐ B). Dit betekent dat binnen de juridische regeling geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtinge n mogelijk zijn. Het beleid biedt wel ruimte tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bouwen van aan‐ of bijgebouwen of het aanleggen van paden of verhardingen. Bedrijven In het plangebied komen meerdere niet‐agrarische bedrijven voor. Onderscheiden worden bedrijven, horeca en detailhandel. Bedrijfsactiviteiten zijn voorzien van een algemene bedrijfsbestemming. Bedrijven uit categorie 3.1 en hoger zijn voorzien van een specifieke aanduiding. Deze bedrijven worden zo niet in hun bedrijfsvoering beperkt.

Tevens kan er bij opheffing of bedrijfsverplaatsing worden voorkomen dat er een hogere milieubelasting kan optreden dan in de huidige situatie mogelijk is. Agrarische bedrijven In het plangebied zijn meerdere agrarische bedrijven van uiteenlopende aard gevestigd, zoals paardenhouderijen en glastuinbouw. Voor akkerbouwbedrijven en glastuinbouw waar geen dieren worden gehouden gelden richtafstanden van 30 m tot een rustige woonwijk in verband met het aspect geluid en 10 m voor de aspecten geur, stof en gevaar. Daarnaast zijn er maximale normen voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig objecten, conform de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Binnen de bebouwde kom dient er minimaal 100 m afstand gehouden te worden tot een gevoelig object en buiten de bebouwde kom minimaal 50 m. Bij nieuwvestiging of uitbreiding van agrarische bedrijven dient te worden voldoen aan deze normen.

49 |

Witteveen+Bos

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1208/documents/40088