CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

RKC Rapport De energietransitie in Ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 11 november 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Rapport rekenkamercommissie “De energietransitie in Ridderkerk”24.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

De energietransitie in Ridderkerk

De rekenkamercommissieleden: De heer J.J. Démoed (voorzitter) De heer W.de Lange De heer P.J.M. van der Valk

September 2021

Leeswijzer Het rapport is opgebouwd uit twee delen. Dit eerste deel is de bestuurlijke nota en is een op zichzelf leesbaar rapport. Hierin zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. Ook wordt hierin inzichtelijk gemaakt in welke mate de gemeente Ridderkerk: • uitvoering geeft aan de 33 taken bij het uitvoeren van het klimaatakkoord waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn (zoals opgesteld door de Raad voor het Openbaar bestuur). • uitvoering heeft gegeven aan de eigen doelstellingen uit het Milieu & Duurzaamheidsprogramma. Vervolgens zijn de conclusies en aanbevelingen geformuleerd. De bestuurlijke reactie van het college is integraal opgenomen. Het nawoord van de rekenkamercommissie sluit de bestuurlijke nota af.

Deel twee is de nota van bevindingen. Hierin is het integrale onderzoek opgenomen met daarin de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen. Dit deel is ook voorzien van alle bijlagen.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

De energietransitie in Ridderkerk

BESTUURLIJKE NOTA

Rekenkamercommissie Ridderkerk

De energietransitie in Ridderkerk

Inhoud Hoofdstuk 1

Inleiding ...........................................................................................................................3

1.1 Energietransitie: een gezamenlijke opgave .....................................................................................3 1.2 Aanleiding onderzoek ......................................................................................................................3 1.3 Doelstelling en vraagstelling onderzoek ..........................................................................................3 Beleid ..................................................................................................................................................4 Organisatie en uitvoering ...................................................................................................................4 Resultaten en financiën ......................................................................................................................4 Evaluatie en verantwoording .............................................................................................................4 Hoofdstuk 2

Conclusies en aanbevelingen ..........................................................................................5

2.1 Conclusies ........................................................................................................................................5 2.2 Aanbevelingen ...............................................................................................................................10 Bestuurlijke reactie .................................................................................................................................12 Nawoord rekenkamercommissie............................................................................................................15

Rekenkamercommissie Ridderkerk

2

De energietransitie in Ridderkerk

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Energietransitie: een gezamenlijke opgave Bijna alle landen ter wereld hebben in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Het doel van het Klimaatakkoord is het overstappen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare bronnen zoals wind en zon. De afspraken over de energietransitie in Nederland zijn in dit Klimaatakkoord vastgelegd. Om de klimaatverandering te keren heeft Nederland als doel om tussen nu en 2030 de CO2-uitstoot met 49% te verminderen. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Dat wordt onderstreept door recent onderzoek van de Raad voor het Openbaar bestuur.1 Bij de energietransitie zijn lokaal beleid en regionaal/internationaal beleid sterk met elkaar verbonden. Dit is duidelijk te zien bij de Regionale Energiestrategie (RES) die in regionaal verband wordt opgesteld, maar die wel weer door elke individuele gemeente wordt vastgesteld. De keuzes die zijn gemaakt op verschillende niveaus kunnen elkaar versterken of tegenwerken. Daarbij zijn er verschillende partijen actief op het gebied van de energietransitie die elk hun eigen legitimiteit hebben. Bijvoorbeeld de gemeenteraad en Provinciale Staten aan de publieke kant en de aandeelhouders of de leden in de coöperatieve vereniging aan de (semi)private kant.

1.2 Aanleiding onderzoek Duurzaamheid en milieu in het algemeen, en de energietransitie in het bijzonder, zijn thema’s die momenteel veel aandacht vergen. Keuzes die nu gemaakt worden, zowel regionaal als lokaal hebben mogelijk ook gevolgen voor andere taken van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, de leefomgeving, het afvalbeleid, de infrastructuur, enzovoorts. Het onderwerp staat de laatste tijd dan ook volop in de schijnwerpers, zowel landelijk als in de gemeente Ridderkerk. De Rekenkamercommissie Ridderkerk is vanuit de oriëntatie op doelmatigheid en doeltreffendheid benieuwd naar de stand van zaken op het gebied van de energietransitie. De Rekenkamercommissie heeft daarom besloten een onderzoek uit te voeren naar de energietransitie binnen de gemeente Ridderkerk, waarbij tevens aandacht uitgaat naar de regionale aspecten van de energietransitie. 1.3 Doelstelling en vraagstelling onderzoek Met dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt in hoeverre het beleid en de uitvoering bijdragen aan het behalen van de doelstellingen op het gebied van de energietransitie. Wat is er gerealiseerd van de ambities op energiegebied en wat staat er nog te gebeuren? Om dit alles in perspectief te plaatsen, is ook gekeken naar de ambities en doelen van een aantal andere (buur)gemeenten. Ten slotte wordt met dit onderzoek een doorkijk gegeven richting de toekomst.

De Rekenkamercommissie Ridderkerk heeft gekoppeld aan de doelstelling, de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Op welke wijze wordt de taakstelling energietransitie vormgegeven in Ridderkerk en wat is de effectiviteit van de gestelde beleidskaders bij de uitvoering daarvan? De centrale onderzoeksvraag is verder geoperationaliseerd door middel van veertien deelvragen. De deelvragen zijn onderverdeeld onder de aspecten die tezamen de beleidscyclus vormen die

1

Raad voor het Openbaar Bestuur, Van Parijs naar praktijk; bekostiging en besturing van de decentrale uitvoering van het Klimaatakkoord, 2021. Rekenkamercommissie Ridderkerk

3

De energietransitie in Ridderkerk

gemeenten normaliter hanteren bij de voorbereiding, de organisatie, de uitvoering en de evaluatie van beleid. Beleid 1. Welke landelijke en regionale kaders zijn er? 2. Welke kaders en richtlijnen hebben raad en college met elkaar afgesproken ten aanzien van de energietransitie? En welke ambities, doelen en bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren heeft de gemeente daarbij opgesteld en zijn deze SMART geformuleerd? 3. Welke andere beleidsthema’s worden ingezet ten behoeve van de ambities op het gebied van energietransitie? Organisatie en uitvoering 4. Hoe is de energietransitie (lokaal) georganiseerd en welke instrumenten worden hiervoor ingezet (met een overzicht van de 33 taken van de Raad van het Openbaar Bestuur)? 5. Welke partijen betrekt de gemeente Ridderkerk bij de energietransitie? 6. Wat zijn de ervaringen van stakeholders met de energietransitie in Ridderkerk? Hoe verloopt de samenwerking? En hoe gaat de gemeente om met duurzaamheids-/energie-initiatieven die vanuit de samenleving komen? Resultaten en financiën 7. Wat is de omvang van de inzet op energietransitie in structurele en incidentele middelen (inclusief eventuele revolverende fondsen)? En wordt er ook gezocht naar landelijke subsidies en regelingen? 8. Welke resultaten (prestaties en effecten) heeft de gemeente Ridderkerk inmiddels bereikt? 9.

Hoe verhoudt de energietransitie van Ridderkerk zich tot de omliggende gemeenten qua ambitie, rolopvatting en (financieel) instrumentarium? Evaluatie en verantwoording 10. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd (en is dit tijdig, juist, volledig en begrijpelijk)? 11. Op welke wijze kan de gemeenteraad regie voeren en grip houden op de energietransitie? Welke instrumenten zijn er, aan welke knoppen kan gedraaid worden en wanneer kan de raad dit doen? 12. Welke mogelijke effectieve beleidsmaatregelen worden niet door Ridderkerk ingezet, met andere woorden wat zouden ze kunnen missen c.q. welke extra kansen zijn er? 13. Wat zijn de specifieke uitdagingen voor Ridderkerk waar het de energietransitie betreft? 14. Welke lessen zijn er te trekken met betrekking tot de lokale energietransitie en de RES 1.0?

Rekenkamercommissie Ridderkerk

4

De energietransitie in Ridderkerk

Hoofdstuk 2 Conclusies en aanbevelingen 2.1 Conclusies Hoofdconclusie Tijdens het onderzoek is met alle respondenten op een constructieve en open wijze gesproken over de energietransitie en de opgave op dit vlak voor de gemeente Ridderkerk. Uit het onderzoek en de gesprekken is naar voren gekomen dat de gemeente een gedegen en goed uitgewerkte Klimaatvisie & Warmtetransitie Visie heeft waarin rekenschap wordt gegeven van maatschappelijke ontwikkelingen en trends, zoals duurzaamheid, circulaire economie en het leefbaar houden van de kernen en wijken. Deze bouwen voort op het eerdere Milieu & Duurzaamheidsprogramma en zijn consistent met de Regionale Energiestrategie (RES). Er kan dan ook geconcludeerd worden dat er sprake is van een integraal beleid. Tegelijkertijd zien we dat de uitwerking hiervan in (uitvoerings)plannen nog niet voldoende concreet is gemaakt. Op dat punt heeft de gemeente (net als andere gemeenten) wel een uitdaging, want het het aantrekken en vasthouden van de juiste expertise in een krappe arbeidsmarkt zal geen eenvoudige opgave zijn. Een andere uitdaging voor de gemeente is het vervullen en goed invullen van de regierol binnen de energietransitie.

In de samenwerking mag de gemeente volgens respondenten nog meer de regie pakken bij de verschillende processen en initiatieven, zodat hiermee meer snelheid gemaakt kan worden en zodat stakeholders weten dat er door de gemeente ook echt vaart achter gezet wordt. Met andere woorden: de gemeente kan en moet meer het voorbeeld geven en de partijen samenbrengen. Het inzichtelijk maken van de resultaten op het gebied van de energietransitie en de terugkoppeling hierover is nog niet op orde volgens de raad, zo komt uit het onderzoek naar voren. De raad mist op dit moment een overkoepelend beeld, maar zou ook graag een nadere toelichting op de cijfers willen; tekst en uitleg op dit complexe thema is een noodzakelijkheid om goed te kunnen controleren en kaderstellen. Dus ook op dit punt geldt, zorg dat regie gevoerd kan worden, niet alleen door de gemeente in het veld, maar ook door de raad in de zaal. Conclusies ten aanzien van beleid Het lokaal beleid van de gemeente Ridderkerk is nauw verbonden met nationaal en regionaal beleid. Ridderkerk maakt onderdeel uit van de RES-regio Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De regionale inzet komt uit binnen de bandbreedte van 3,2-2,8 TWh aan grootschalige wind- en zonne-energie (tot 2030). Zo draagt de MRDH tussen de 8% en 9% bij aan de nationale opgave.

Tevens zet de RES in op het realiseren van 0,8 TWh voor kleinschalige opwekking van zon- en windenergie. Het in 2019 opgestelde Energieperspectief vormde een bouwsteen voor de RES 1.0. De CO2-reductie doelstellingen zijn in de loop van de tijd aangescherpt: • In het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 en in de Omgevingsvisie werd de toenmalige landelijke doelstelling gevolgd van 40% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. • In de Klimaatvisie en de Concept RES wordt de landelijke doelstelling gevolgd van 49% CO2reductie in 2030 ten opzichte van 1990. • In de landelijke discussie lijkt de doelstelling omhoog te gaan naar 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

5

De energietransitie in Ridderkerk

Ridderkerk heeft een integrale benadering van de energietransitie. Dit komt tot uiting in het Milieuen Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 én wordt doorgetrokken in de Klimaatvisie. De Klimaatvisie wordt de opvolger van het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma 2016-2020. De gemaakte beleidskeuzes zijn op dit moment nog redelijk globaal. De uitwerking van de exacte locatiekeuzes en energievoorzieningen of warmtebronnen moet nog gemaakt worden. Dit is ook te zien bij andere gemeenten (zoals ook uit de benchmark blijkt in hoofdstuk 7). Het einddoel is SMART geformuleerd (CO2-reductie) in zowel het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma als de RES, de stappen op weg naar het einddoel zijn globaal geformuleerd (meer, beter, et cetera). Als het gaat om doelstellingen en indicatoren, dan hebben de meeste doelen in Ridderkerk vooralsnog een ‘procesmatig’ karakter. De doelen zijn gericht op het opstellen van uitvoeringsplannen, het tot stand brengen van samenwerkingen, et cetera. De monitoring is vooral kwalitatief. Ook dit sluit aan bij het landelijke beeld. Als gekeken wordt naar de verschillende beleidsvisies en documenten die aanpalend zijn aan de energietransitie, dan moet geconcludeerd worden dat hier sprake is van een integrale visie; er worden veel referenties gemaakt naar de energietransitie in het andere beleid.

De opgave is op beleidsniveau goed verweven met andere beleidsterreinen zoals groen, afval & grondstoffen, mobiliteit en wonen. Conclusies ten aanzien van de organisatie en uitvoering De BAR-organisatie verzorgt de ambtelijke ondersteuning voor de gemeente Ridderkerk. Er is hierbij sprake van een zogenaamde matrixorganisatie. Er is een BAR-breed organisatiemodel opgezet waarbij de opgaven in beeld zijn gebracht. Hieronder vallen diverse thema’s die elk een eigen projectgroep kennen. Voor de Warmtevisie bijvoorbeeld bestaat de projectgroep uit ambtelijke beleidsmedewerkers, vertegenwoordigers van de woningbouwcorporaties en de netbeheerder, en inwoners. Voor de Klimaatvisies is de opgave BAR-breed uitgezet. Het beleid komt voor de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk grotendeels overeen. Elke gemeente kent zijn eigen Klimaatvisie, maar de projectteams werken voor alle drie de gemeenten. Met de verplichte inzet op het beleidsdossier, zoals de RES en de Warmtetransitie Visie, is de werkdruk volgens sommige respondenten hoog. Er is maar beperkt tijd om te reflecteren. Het maken van beleid wordt zelfstandig uitgevoerd, maar voor de uitwerking is ook samenwerking met andere partijen nodig; dit vraagt om andere skills van medewerkers en het vraagt om veel tijd en energie.

Het omzetten van de ambities uit beleid naar concrete en lokale activiteiten krijgt minder aandacht omdat de agenda vol staat met wettelijke en regionale verplichtingen (zoals het RESproces). De gemeente streeft er naar de organisatie te versterken om in te kunnen spelen op de opgave van de energietransitie (zowel in omvang als in specifieke expertise). Hiervoor is budget beschikbaar gesteld vanuit het budget uit de bestemmingsreserve. Door relatief eerder te gaan werven dan andere gemeenten hoopt Ridderkerk de juiste expertise aan zich te kunnen binden. De werving hiervoor is inmiddels in gang gezet.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

6

De energietransitie in Ridderkerk

De gemeente Ridderkerk levert inzet op alle relevante taakgebieden van de energietransitie zoals benoemd in een recent onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Wanneer we de ingezette instrumenten van de gemeente Ridderkerk afzetten tegen deze 33 taken, dan zien we dat de gemeente Ridderkerk een brede benadering heeft van de energietransitie. De gemeente onderschrijft dat meer middelen noodzakelijk zijn om de doelstellingen te halen. Hiervoor heeft de VNG een claim ingediend bij de kabinetsformatie én heeft de gemeente aangekondigd dat voor fysieke investeringen separate raadsvoorstellen zullen worden gedaan. De gemeente Ridderkerk mag volgens verschillende respondenten meer regie pakken in het ontwikkelen en uitdragen van uitvoeringsplannen. Wanneer initiatieven bij de gemeente binnenkomen worden deze toegejuicht, maar het daadwerkelijk uitvoeren van initiatieven blijft regelmatig achter. In de regio wordt samengewerkt met diverse partners, waaronder de MRDH, het Waterschap Hollandse Delta en Stedin. Inwoners en lokale partners hebben minder geparticipeerd in het regionale RES-proces dan bij de Warmtetransitie Visie. Hoe concreter het onderwerp hoe beter het lukt om inwoners en lokale partners te betrekken. Het behouden of vergroten van draagvlak in de samenleving voor de uitvoering van de RES is daarmee een belangrijk aandachtspunt.

Het algemene beeld over de deelname van de BAR-organisatie in de RES is dat ze een open houding hebben, op samenwerking gericht zijn en nieuwsgierig zijn naar nieuwe mogelijkheden. Een groot aantal lokale en regionale partijen is actief op het gebied van de energietransitie. Uiteindelijk is het een opgave voor alle inwoners en ondernemers. Veel inzet is gericht op bewustwording, gestreefd wordt naar een groot bereik. Maatschappelijke initiatieven worden waar mogelijk ondersteund. De oprichting van de coöperatie De Groene Stroom, de duurzaamheidskring en Hart voor Klimaatzaken zijn hier goede voorbeelden van. Het daadwerkelijke bereik is op dit moment nog wel bescheiden of nog niet altijd in beeld. Uit gesprekken blijkt dat het lastig is om iedereen te bereiken. De gemeente doet haar best door activiteiten te organiseren, subsidies voor ondernemers inzichtelijk te maken en mee te denken in ondersteuning (bijvoorbeeld door het aanstellen van een energiecoach). Zo organiseert Ridderkerk in samenwerking met de Duurzaamheidskring elk jaar een duurzaamheidsbeurs voor lokale ondernemers. Er moet ook nog flink gewerkt worden om de inwoners attent te maken op de energietransitie. Gevreesd wordt dat zo’n 80% van de Ridderkerkse inwoners niet weet wat de energietransitie inhoudt. Vermoedelijk worden zij pas wakker wanneer de daadwerkelijke uitvoeringswerkzaamheden gaan starten.

De gemeente mag hierin wat assertiever communiceren, bemerken respondenten. Conclusies ten aanzien van resultaten en financiën De gemeente Ridderkerk heeft substantieel meer inzet gepleegd op het thema energietransitie dan initieel beoogd in het Milieu & Duurzaamheidsprogramma uit 2016. De opgestelde Warmtevisie en bijdrage aan de RES zijn daar voorbeelden van. Het jaar 2020 was met vaststelling van de Warmtevisie en oplevering van de (concept)RES ook budgettair een kanteljaar. Besloten is om de bestemmingsreserve uit te breiden met € 4 miljoen (die met de Klimaatvisie en het uitvoeringsprogramma nader is uitgewerkt).

Rekenkamercommissie Ridderkerk

7

De energietransitie in Ridderkerk

Aanvullende investeringen zijn noodzakelijk. Ridderkerk kijkt primair naar aanvullende rijksmiddelen en streeft ernaar om subsidies en financieringsregelingen voor inwoners en ondernemers te ontsluiten. Daarbij zijn de verschillende regelingen in beeld (deze zijn uiteengezet in de Nota van Bevindingen). De succesvolle aanvraag van de RRE-regeling is daar een voorbeeld van. Vastgesteld moet worden dat het op dit moment ontbreekt aan een overzicht van in welke mate inwoners en ondernemers succesvol gebruikmaken van landelijke en provinciale regelingen. Om in dit onderzoek de resultaten ten aanzien van de energietransitie te duiden is onder andere gekeken naar de benoemde doelen en ambities uit de programmabegrotingen en de resultaten uit de jaarrekeningen. De gemeente Ridderkerk hanteert twee prestatie-indicatoren in de begroting op het gebied van de energietransitie. Het gaat om: • Percentage hernieuwbare elektriciteit (bron: waarstaatjegemeente.nl). • De voorraad lucht op basis van de uitstoot van CO2, stikstofoxiden, fijnstof en vluchtige organische stoffen (bron: waarstaatjegemente.nl/dashboard/Energie en Klimaat). Beide indicatoren zijn zogenaamde outcome-indicatoren. De maatregelen van de gemeente dragen daaraan bij, maar zijn niet zelfstandig bepalend voor het bereiken van de doelen.

Vastgesteld moet worden dat voor de periode 2018-2020 niet in beeld is in welke mate de inzet van de gemeente Ridderkerk heeft bijgedragen aan deze prestatie- indicatoren. De evaluatie van het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma zet deze doelen ook niet centraal. Dit maakt het voor de raad lastig om te monitoren in hoeverre de gestelde doelen en ambities behaald zijn. Voor dit onderzoek is op een aantal (extra) kernindicatoren een korte benchmark uitgevoerd die zijn terug te vinden in hoofdstuk 6 en bijlage 3 van de Nota van bevindingen. De resultaten van Ridderkerk zijn alleen in beeld op het niveau van output, namelijk de activiteiten die de gemeente heeft uitgevoerd. Noch de bijdrage aan de in de begroting opgenomen prestatie-indicatoren noch de bijdrage aan de CO2-reductie doelstelling zijn op dit moment in beeld. Dit is ook herkenbaar bij andere gemeenten in Nederland. De inzet van Ridderkerk in de periode 2018-2020 is in hoge mate vergelijkbaar met omliggende gemeenten. De meeste inzet was proces georiënteerd en gericht op het maken van beleid en plannen. Met de inzet van de bestemmingsreserve onderscheidt Ridderkerk zich door substantiële budgetten beschikbaar te stellen (vooruitlopend op eventuele extra rijksmiddelen). Net als in de andere benchmarkgemeenten is de opwek van grootschalige energie voor Ridderkerk vooral beoogd via zon, en in mindere mate via wind.

Ten opzichte van de benchmarkgemeenten kent Ridderkerk een aanzienlijk hogere score op energieverbruik. Dit kan verklaard worden door de ligging langs de A15 en A16. Ridderkerk scoort ten opzichte van de andere benchmarkgemeenten laag op de totaal bekende hernieuwbare warmte en de totaal bekende hernieuwbare energie.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

8

De energietransitie in Ridderkerk

Conclusies ten aanzien van evaluatie en verantwoording Er wordt veel informatie over de energietransitie gedeeld met de raad, zowel vanuit de P&C-cyclus als in de commissie Samen Wonen waarin regelmatig presentaties worden gegeven. Daarnaast wordt de raad regelmatig geïnformeerd via raadsinformatiebrieven. Bovendien worden de visies die raakvlakken hebben met de energietransitie, zoals de Warmte- en Klimaatvisie, regelmatig geëvalueerd met de raad. De raad wordt ook in de voortgang van de uitvoering meegenomen. De focus ligt daarbij met name op de output omdat deze goed meetbaar is. De outcome is lastiger omdat dit ook afhankelijk is van externe factoren. De outcome vraagt ook een langere periode om inzichtelijk te maken. De gemeente beschikt niet over een eigen instrument om de outcome te monitoren, daarom wordt aangehaakt op landelijke instrumenten. Het is volgens de gemeente op dit moment niet realistisch om als gemeente een eigen monitoringsysteem op te zetten. Uit verschillende gesprekken (waaronder die met de raad) komt naar voren dat opgave vanuit de energietransitie dusdanig groot en complex is, dat het moeilijk is om de hele raad tevreden te houden in de informatievoorziening. In het gesprek met de raad is aangegeven dat ze wel het idee hebben dat alle benodigde informatie met hen gedeeld wordt. De raad wordt ook mondeling geïnformeerd over de energietransitie.

Zo is de raad in de Commissie Samen Wonen op meerdere momenten meegenomen in het proces rondom strategie en visievorming binnen de energietransitie middels presentaties. Naast presentaties in de commissie worden er ook raadsbijeenkomsten georganiseerd. Uit gesprekken komt naar voren dat de lokale bijeenkomsten over het algemeen goed door raadsleden worden bezocht, maar voor regionale bijeenkomsten is minder animo. Er is op dit moment geen werkgroep in de gemeente Ridderkerk die zich bezighoudt met de energietransitie. Het vermoeden bestaat dat naarmate het proces rondom de energietransitie vordert er meer behoefte aan een werkgroep ontstaat. In de Commissie Samen Wonen staat de RES in ieder geval wel steeds op de agenda. Voor raadsleden is dat op dit moment ook het gewezen gremium om zaken met elkaar te bespreken. De raad geeft aan dat ze op dit moment meer behoefte hebben aan overzicht en stippen op de horizon, met daarbij een route die valt te monitoren. Een scenario-analyse van de kosten en effecten zou daarbij ook wenselijk zijn, zodat raadsleden scherpe en duidelijke keuzes kunnen maken. Er zijn de afgelopen jaren weinig moties en geen amendementen ingediend (slechts een aangenomen motie). Datzelfde geldt voor raadsvragen.

Als gekeken wordt naar de thematiek van de moties en raadsvragen, dan komt duidelijk naar voren dat de raad zich op specifieke onderdelen heeft gericht, zoals zonnepanelen en leges. De vragen die er zijn gesteld gaan in op kleine (uitvoerings)onderdelen. Er zijn via de geijkte (bij)sturingsinstrumenten geen fundamentele beleids- of koerswijzigingen voorgesteld vanuit de raad. Dat is ook bevestigd in het gesprek met de raad. Raadsleden geven aan erg betrokken te zijn bij het thema, maar omdat het veld zo complex en dynamisch is, voelen ze zich vaak nog niet geëquipeerd om echt te kunnen (bij)sturen op het thema. De informatievoorziening inrichten op de behoefte van de raad zou dus hoog op het prioriteitenlijstje moeten staan.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

9

De energietransitie in Ridderkerk

De raad is op meerdere momenten door het college meegenomen middels raadsinformatiebijeenkomsten over de totstandkoming van de RES. Er zijn verschillende vormen van informatievoorziening vanuit de RES: schriftelijk, raadsinformatiebrieven, bijeenkomsten met brainstormsessies en regionale/facultatieve bijeenkomsten. De regionale informatievoorziening vanuit de RES wordt als adequaat gewaardeerd door de raad. Dit betekent volgens hen niet gelijk dat ze ook genoeg invloed hebben. Sommige raadsleden hebben het idee dat er niet veel met hun input is gedaan. De consensus is dat een individuele gemeente scherp moet blijven om niet op alle punten meegezogen te worden in de regio. De raad is in zijn algemeenheid goed aangehaakt bij de RES en er wordt constructief meegedacht, bemerken respondenten. Het wordt vanuit de raad zelf gewaardeerd dat ze vanaf het begin af aan zijn betrokken bij de RES. Uit gesprekken komt naar voren dat raadsleden zeer geïnteresseerd zijn in de regio, maar dat betrokkenheid groter is op het moment dat het dichterbij komt en tastbaarder wordt. Opvallend is wel dat verschillende raadsleden zelf opmerken dat in de regionale energiestrategie een duidelijke lange termijn ambitie is geformuleerd, die volgens hen in het lokale beleid juist ontbreekt.

Vanuit verschillende stakeholders wordt opgemerkt dat Ridderkerk qua ambitie of betrokkenheid er niet bovenuit steekt in de regio; men doet wat het moet doen. De gemeente Ridderkerk hecht een groot belang aan samenwerking, er heerst begrip voor de regionale context, maar ze bewaken daarin wel hun eigen belang. 2.2 Aanbevelingen Op basis van bovenstaande conclusies en bevindingen komen wij tot de volgende aanbevelingen. Aanbevelingen ten aanzien van beleid A. College: Zorg voor uitwerking van de beleidskeuzes en scenario's waaruit raadsleden kunnen kiezen bij de kaderstelling. Besteed hierbij ook aandacht aan de tussenliggende doelen op weg naar 2030 en 2050. De gemaakte beleidskeuzes zijn op dit moment nog redelijk globaal. De uitwerking van de exacte locatiekeuzes en energievoorzieningen of warmtebronnen moeten nog gemaakt worden. Het is goed om de raad hier al vroeg bij te betrekken en hen via bijvoorbeeld scenarioanalyses ook de kans te geven om echt keuzes te maken. B. College: Zorg er als college voor dat procesdoelstellingen op termijn vertaald worden in concrete en meetbare indicatoren die systematisch en periodiek kunnen worden gemonitord; kijk daarbij ook of er naast output-indicatoren ook outcome- indicatoren opgesteld kunnen worden.

De verzameling cijfers en indicatoren die nu in verschillende stukken naar voren komt, biedt gefragmenteerd inzicht in de voortgang maar toont niet aan of de hoofddoelstelling op het gebied van CO2-reductie dichterbij komt. Aanbevelingen ten aanzien van de organisatie en uitvoering C. College en raad: Zorg dat er de komende tijd genoeg capaciteit (en middelen) beschikbaar blijven voor de interne organisatie om de energietransitie ook in de uitvoering handen en voeten te geven. Het aantrekken en vasthouden van de juiste expertise in een krappe arbeidsmarkt is een aandachtspunt. Het ter beschikking stellen van budget alleen is niet voldoende. D. College: Pak meer regie in de samenwerking. De gemeente Ridderkerk zou in de samenwerking nog meer regie mogen pakken bij processen en initiatieven zodat partijen meer snelheid kunnen Rekenkamercommissie Ridderkerk

10

De energietransitie in Ridderkerk

E.

maken, discussies eerder gevoerd kunnen worden en partijen elkaar in het vervolgtraject beter kunnen vinden. Het zou goed zijn als alle partijen gezamenlijk een duidelijke agenda of routekaart creëren zodat stakeholders weten wanneer zij mee kunnen praten over de energietransitie én hoe zij mee kunnen doen. Voorheen was een vaste ambtenaar bij Ridderkerk aangesteld om contact te houden met alle platforms. Nu is het de betreffende thema-ambtenaar die zaken aandraagt. Hierdoor is de integraliteit in burgerparticipatie versnipperd. Er kan meer aandacht besteed worden aan deze integraliteit. College: Blijf inzetten op het betrekken en bereiken van ondernemers en inwoners. Uit gesprekken komt naar voren dat er nog flink gewerkt moet worden om de inwoners attent te maken op de energietransitie. Gevreesd wordt dat veel Ridderkerkse inwoners (nog) niet weten wat de energietransitie voor hen inhoudt. De gemeente mag hierin wat assertiever communiceren, bemerken respondenten.

Aanbevelingen ten aanzien van resultaten en financiën F. College: Zorg dat inwoners en ondernemers meer gebruikmaken van beschikbare subsidies en regelingen voor de energietransitie. Aanvullende investeringen blijven noodzakelijk. De gemeente Ridderkerk streeft er al naar om subsidies en financieringsregelingen voor inwoners en ondernemers te ontsluiten, maar vastgesteld moet worden dat het op dit moment ontbreekt aan een overzicht van in welke mate inwoners en ondernemers hier succesvol gebruik van maken. Dit overzicht geeft weer waar de behoefte ligt en wat er in additionele financiële middelen mogelijk is. Breng dit bijvoorbeeld via een (bewoners)enquête in beeld. G. College: Kijk naar mogelijkheden om een dashboard in te richten dat aansluit op de relevante indicatoren voor Ridderkerk. Op dit moment komen de cijfers over de voortgang binnen via verschillende kanalen en worden ze nog niet actief ontsloten voor de raad. Het zou goed zijn om na te denken over een platform of dashboard waarin dit resoneert. Aanbevelingen ten aanzien van evaluatie en verantwoording H. College: Betrek de gemeenteraad actief bij het inrichten van de proces- en informatievoorziening, zodat raadsleden mee kunnen bepalen hoe en wanneer ze worden ingelicht over zowel de inhoudelijke taakuitvoering als de voortgang op de doelstellingen en de indicatoren.

Zorg dat de P&C-cyclus en de overige informatiestromen op inhoud aan elkaar gerelateerd zijn zodat er samenhang en overzicht in de informatievoorziening ontstaat. I. College: Zorg dat de informatiebehoefte aan een overkoepelend beeld (over voortgang en resultaten) wordt vervuld. Met name door een toelichting te geven op de indicatoren, cijfers en aantallen. Kortom, reflecteer duidelijk op het gebruik van gekwantificeerde informatie. J. Raad: Richt de blik meer naar buiten en leer van andere gemeenten en regio’s. Zoals hierboven al genoemd zijn er op verschillende vlakken, zowel in de uitvoering als in de governance, best practices waar de gemeente Ridderkerk van kan leren. Kijk als raad ook of het mogelijk is om experts of ambassadeurs zo nu en dan in te schakelen voor kennissessies om meegenomen te worden op het thema. Er zijn tijdens de interviews voor dit onderzoek al mooie initiatieven en samenwerkingen genoemd, waaronder die met de Erasmus Universiteit. Om goed kaders te kunnen stellen bij dit thema, is een bepaald kennis- en expertiseniveau nodig, maar er zou ook nagedacht kunnen over de Duisenberg Methode waarin specialisatie plaatsvindt binnen de raad op bepaalde thema’s.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

11

De energietransitie in Ridderkerk

Bestuurlijke reactie Rekenkamercommissie Ridderkerk Mw. C. Garama, Secretaris

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): -

Ons kenmerk: Contact: Telefoonnummer: E-mailaadres: Datum:

399886 Mw. J. Rombouts 0180-451623 j.rombouts@ridderkerk.nl 8 oktober 2021

Betreft: Bestuurlijke reactie op het rekenkameronderzoek “Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk”

Geachte mevrouw Garama, Met aandacht en belangstelling hebben wij kennis genomen van het rekenkameronderzoek “Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk”. In deze brief geven wij onze reactie op het uitgevoerde onderzoek en de geformuleerde conclusies en aanbevelingen. Doelstelling rekenkameronderzoek “Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk” Het doel van het onderzoek in opdracht van de rekenkamercommissie was om inzichtelijk te maken in hoeverre het beleid en de uitvoering bijdragen aan het behalen van de doelstellingen op het gebied van de energietransitie. Wat is er gerealiseerd van de ambities op energiegebied en wat staat er nog te gebeuren? Om dit alles in perspectief te plaatsen, is ook gekeken naar de ambities en doelen van een aantal andere (buur)gemeenten. Tenslotte wordt met dit onderzoek een doorkijk gegeven richting de toekomst. De Rekenkamercommissie Ridderkerk heeft de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Op welke wijze wordt de taakstelling energietransitie vormgegeven in Ridderkerk en wat is de effectiviteit van de gestelde beleidskaders bij de uitvoering daarvan? Reactie op de conclusies en aanbevelingen uit de Bestuurlijke nota De conclusies en aanbevelingen zijn op heel veel punten herkenbaar voor de onderzochte periode.

We zijn tevreden te lezen dat op alle relevante taakgebieden van de energietransitie inzet is geweest en dat we daarmee een brede en integrale benadering hebben gehanteerd. Het onderzoek geeft een positieve weergave van de inzet. Zo is er veel informatie gedeeld met de raad, hebben we meer gedaan dan beschreven in ons beleid en onderhouden we een goede samenwerking met partners en stakeholders. De conclusies en aanbevelingen hebben ook ons nadrukkelijke aandacht, zoals de spanning tussen enerzijds de forse ambities en anderzijds de beschikbare invloed. En dat de gemeenteraad goed is aangehaakt, maar het complex en dynamisch is om bijvoorbeeld de voortgang te monitoren. In de meeste conclusies en aanbevelingen kunnen wij ons vinden. In een enkele conclusie herkennen we ons minder. Daarnaast hebben we een deel van uw aanbevelingen al meegenomen in (het opstellen van) de nieuwe Klimaatvisie Ridderkerk. Dit proces liep parallel aan het rekenkameronderzoek. Hieronder vindt u onze reactie.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

12

De energietransitie in Ridderkerk

1. Zorg voor een goede vertaling, concretiseringsslag en uitwerking naar uitvoering Parallel aan het rekenkameronderzoek heeft de gemeenteraad de Klimaatvisie Ridderkerk vastgesteld. Voor de uitvoering van de Klimaatvisie hebben we het Uitvoeringsprogramma opgesteld. In het Uitvoeringsprogramma zijn de thema’s uit de Klimaatvisie verder uitgewerkt en is reeds een concretiseringsslag gemaakt. Gezien de omvang van de opgave heeft - of zal in de nabije toekomst - elk thema een eigen uitvoeringsprogramma / plan (krijgen), zoals het wijkplan warmte voor Bolnes en het uitvoeringsprogramma circulaire samenleving. Kortom, we herkennen dat de gemaakte beleidskeuzes in de Klimaatvisie redelijk globaal zijn en dat dit meer en meer uitwerking vraagt in separate uitvoeringsprogramma’s of plannen. We zijn ervan overtuigd dat we hiervoor de juiste weg hebben ingeslagen met de vastgestelde Klimaatvisie en hiermee de uitvoering van de Klimaatvisie voldoende concreet kunnen gaan maken. 2. Geef meer het voorbeeld, pak meer regie, breng partijen samen en blijf inzetten op het betrekken en bereiken van ondernemers en inwoners om draagvlak in de samenleving te behouden of te vergroten De gemeente vervult een belangrijke regierol in de energietransitie.

Onderdeel van een goede regie op de sturing en uitvoering van de nieuwe Klimaatvisie is een goede communicatie en intensieve samenwerking en afstemming met stakeholders. We richten ons daarvoor o.a. op het volgende: 

Het meer en meer positioneren, verbreden en versterken van (bestaande) samenwerkingsverbanden. Sinds jaar en dag zetten we ons in om samen te werken aan de energietransitie en duurzaamheid, want zonder onze partners en stakeholders kunnen we de energietransitie niet realiseren. Voorbeelden hiervan zijn de Duurzaamheidskring, De Groene Stroom en de website HartvoorKlimaatzaken. Het uitbreiden, goed positioneren en versterken van samenwerkingen heeft onze nadrukkelijk aandacht. Een voorbeeld is de recent gestarte Mkb-deal Verkenning reststromenhub Dutch Fresh Port dat als doel heeft om samen met bedrijven vorm te geven aan minder afvalverspilling uit de AGF sector door een ‘reststromenhub’ op te zetten.

Inzetten op peer-to-peer communicatie We zijn ons ervan bewust dat we met onze communicatie- en bewustwordingsacties nog lang niet iedereen kunnen bereiken. Dit is ook allerminst eenvoudig. Inwoners en partners ervaren het klimaatvraagstuk op verschillende manieren, ze verschillen in de waarde die ze eraan hechten en ze verschillen in de wijze waarop ze willen participeren. Deze diversiteit stelt ons voor een belangrijke opgave, aangezien het belangrijk is om zoveel mogelijk inwoners en partners aan te spreken. Eén van de recent ingezette koersen is dat we aan de slag gaan met peer-to-peer communicatie. Dit betekent dat we in de samenleving zoeken naar sleutelfiguren, koplopers en early adopters die met verhalen en goede voorbeelden anderen aan het denken zetten. Hiervoor is een on- en offline communitymanager aangesteld, om o.a. de wijken in te gaan om contact en samenwerking op te starten met de doelgroepen.

Samenwerking met Erasmus Universiteit Daarnaast hebben we een 5 jarig onderzoeksprogramma met de Erasmus Universiteit Rotterdam opgestart met als onderwerp ‘Duurzaamheid als collectieve opgave’. We voeren hierbij onderzoek uit naar manieren om verschillende inwonersgroepen te bereiken en te stimuleren om duurzamere keuzes te maken in alledaagse activiteiten.

Met deze acties willen we de samenwerking met onze stakeholders meer en meer intensiveren.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

13

De energietransitie in Ridderkerk

3. Maak resultaten inzichtelijk, koppel dit terug en maak de stappen en stip op de horizon inzichtelijk voor de gemeenteraad We herkennen deels dit beeld. De conclusie dat het inzichtelijk maken van de resultaten en de terugkoppeling hierover niet op orde is, bevreemdt ons iets. Na vaststelling van het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma in 2015 is er jaarlijks een evaluatie aangeboden aan de gemeenteraad. We herkennen hierbij dat de evaluaties zich hebben gericht op de resultaten of voortgang van de acties van de gemeente (output) en dat het niet mogelijk was te meten in hoeverre het lokale beleid heeft geleid tot CO2-reductie (outcome). We hopen bovendien dat de stappen en stip op de horizon voor de gemeenteraad voldoende zijn geland in de nieuwe Klimaatvisie, een proces dat parallel liep aan dit onderzoek. We zien, net zoals u, ook de kans om met een nieuw te ontwikkelen voortgangsrapportage (gekoppeld aan de nieuwe Klimaatvisie) met een dashboard / infographic de bereikte doelen en acties beter in beeld te brengen met een duidelijker overkoepeld beeld met cijfers. Want we begrijpen dat de energietransitie veelomvattend, dynamisch en complex is. En dat monitoring meer vraagt dan alleen kwalitatieve informatie over de voortgang van de acties. We geven hier gehoor aan bij de nieuwe voortgangsrapportages.

Uiteraard is het aan de raad zelf om te bezien hoe zij haar kennispositie kan versterken We kunnen ons vinden in de aanbevelingen die u hiervoor doet. 4. Breng in beeld in welke mate de inzet van de gemeente heeft bijgedragen aan de prestatieindicatoren De gemeente draagt met haar beleid en acties bij aan de twee prestatie-indicatoren in de begroting (% hernieuwbare energie en voorraad lucht). We hebben echter niet in beeld in welke mate de inzet van de gemeente Ridderkerk heeft bijgedragen aan de prestatie-indicatoren. Daarom herkennen we dat de prestatie-indicatoren onvoldoende meetbaar zijn. We gaan graag in gesprek met de gemeenteraad over passende, meetbare indicatoren die we systematisch en periodiek kunnen monitoren. Tot slot Wij danken u voor uw onderzoek en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen. Het heeft ons inzicht gegeven in wat we kunnen verbeteren aan de uitvoering van de recent vastgestelde Klimaatvisie. We voelen ons hiermee gesteund in de deels al ingeslagen weg. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,

de burgemeester,

dhr. H.W.J. Klaucke

mw. A. Attema

Rekenkamercommissie Ridderkerk

14

De energietransitie in Ridderkerk

Nawoord rekenkamercommissie De rekenkamercommissie dankt het college voor zijn reactie. Zij waardeert dat het college met de brief van 8 oktober 2021 aangeeft dat de conclusies en aanbevelingen op heel veel punten herkenbaar zijn voor de onderzochte periode. Het college merkt terecht op dat een deel van de aanbevelingen al meegenomen is in (het opstellen van) de nieuwe Klimaatvisie Ridderkerk. Tegelijkertijd biedt deze Klimaatvisie kansen: concretisering van de gemaakte beleidskeuzes in separate uitvoeringsprogramma’s of plannen, een nieuw te ontwikkelen voortgangsrapportage en vaststelling van passende, meetbare indicatoren. De energietransitie is een proces is waar we nog middenin zitten en dat aan verandering onderhevig is. De ambities zijn groot en de invloed is beperkt. De aanpak en betrokkenheid van het bestuur zijn daarmee anders dan bij reguliere kerntaken. Het is aan de raad zelf om te bezien hoe zij haar kennispositie kan versterken. De rekenkamercommissie hoopt dat dit rapport bij zal dragen aan de gesprekken tussen college en gemeenteraad over de uitvoering van de recent vastgestelde Klimaatvisie. De rekenkamercommissie bedankt alle betrokkenen voor hun bijdrage aan dit onderzoek.

Rekenkamercommissie Ridderkerk

15

De energietransitie in Ridderkerk

NOTA VAN BEVINDINGEN

Rekenkamercommissie Ridderkerk

16

De energietransitie in Ridderkerk

Nota van bevindingen

Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk Rekenkamercommissie Ridderkerk

BMC Onderzoek Augustus 2021 Tom Plat, Joris Stok, Lieke Vogels Projectnummer: PO017603 Correspondentienummer: DH-1208-1177

BMC Onderzoek Laan van Zuid Hoorn 70 2289 DE Rijswijk

KVK 32078667 www.bmc.nl IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Inhoud Hoofdstuk 1 Onderzoeksverantwoording

3

1.1 Hoofd- en deelvragen 1.2 Onderzoeksmodel 1.3 Onderzoeksmethoden

3 4 5

Hoofdstuk 2 Beleid

7

2.1 Landelijke en regionale kaders 2.2 Lokale kaders en richtlijnen ten aanzien van de energietransitie 2.3 Andere beleidsthema’s die samenhangen met de energietransitie Hoofdstuk 3 Organisatie en uitvoering

7 9 12 14

3.1 Organisatie van de energietransitie en inzet instrumenten 3.3 Taakgebieden 3.4 Samenwerkingspartners 3.5 Ervaringen van stakeholders met de energietransitie in Ridderkerk Hoofdstuk 4 Resultaten en financiën

15 18 19 22 24

4.1 Omvang van de energietransitie in structurele en incidentele middelen 4.2 Resultaten (prestaties en effecten) 4.3 Verhouding energietransitie van Ridderkerk tot de omliggende gemeenten Hoofdstuk 5 Evaluatie en verantwoording

25 27 29 36

5.1 Informatievoorziening 5.2 (Bij)sturen en controleren

37 40

Bijlage 1 Bestudeerde documenten

44

Bijlage 2 Lijst van geïnterviewde personen

47

Bijlage 3 Normenkader

48

Bijlage 4 De 33 taken van de ROB

51

Bijlage 5 Benchmark

52

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

2/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

Hoofdstuk 1

Onderzoeksverantwoording

Deze Nota van bevindingen gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen zijn gebaseerd. Dit deel kent de volgende hoofdstukindeling: ● ● ● ● ●

Hoofdstuk 1: Onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 2: Beleid Hoofdstuk 3: Organisatie en Uitvoering Hoofdstuk 4: Resultaten en financiën Hoofdstuk 5: Evaluatie en verantwoording

Deze Nota van bevindingen is voorzien van een uitgebreide set van bijlagen (bestudeerde documenten, lijst met geïnterviewde personen, normenkader, de 33 taken van de ROB, benchmark). 1.1 Hoofd- en deelvragen De Rekenkamercommissie Ridderkerk heeft de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Op welke wijze wordt de taakstelling energietransitie vormgegeven in Ridderkerk en wat is de effectiviteit van de gestelde beleidskaders bij de uitvoering daarvan?

De hoofdvraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen. De deelvragen corresponderen met het onderzoeksmodel van de beleidscyclus: Beleid 1. Welke landelijke en regionale kaders zijn er? 2. Welke kaders en richtlijnen hebben raad en college met elkaar afgesproken ten aanzien van de energietransitie? En welke ambities, doelen en bijbehorende effecten prestatie-indicatoren heeft de gemeente daarbij opgesteld en zijn deze SMART geformuleerd? 3. Welke andere beleidsthema’s worden ingezet ten behoeve van de ambities op het gebied van energietransitie? Organisatie & uitvoering 4. Hoe is de energietransitie (lokaal) georganiseerd en welke instrumenten worden hiervoor ingezet (met een overzicht van de 33 taken van de Raad van het Openbaar Bestuur)? 5. Welke partijen betrekt de gemeente Ridderkerk bij de energietransitie? 6. Wat zijn de ervaringen van stakeholders met de energietransitie in Ridderkerk? Hoe verloopt de samenwerking? En hoe gaat de gemeente om met duurzaamheids-/energie-initiatieven die vanuit de samenleving komen?

3/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

Resultaten en financiën 7. Wat is de omvang van de inzet op energietransitie in structurele en incidentele middelen (inclusief eventuele revolverende fondsen)? En wordt er ook gezocht naar landelijke subsidies en regelingen? 8. Welke resultaten (prestaties en effecten) heeft de gemeente Ridderkerk inmiddels bereikt? 9. Hoe verhoudt de energietransitie van Ridderkerk zicht tot de omliggende gemeenten qua ambitie, rolopvatting en (financieel) instrumentarium? Evaluatie en verantwoording 10. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd (en is dit tijdig, juist, volledig en begrijpelijk)? 11. Op welke wijze kan de gemeenteraad regie voeren en grip houden op de energietransitie? Welke instrumenten zijn er, aan welke knoppen kan gedraaid worden en wanneer kan de raad dit doen? 12. Welke mogelijke effectieve beleidsmaatregelen worden niet door Ridderkerk ingezet, met andere woorden wat zouden ze kunnen missen c.q. welke extra kansen zijn er? 13. Wat zijn de specifieke uitdagingen voor Ridderkerk waar het de energietransitie betreft? 14. Welke lessen zijn er te trekken met betrekking tot de lokale energietransitie en de RES 1.0?

Scope van het onderzoek In dit onderzoek ligt de nadruk op de beleidspraktijk tot en met 2020 binnen de gemeente Ridderkerk. Het is de bedoeling om na te gaan in hoeverre de (lokaal) geformuleerde ambities en doelstellingen behaald worden en hoe ver de gemeente is met de bijdrage aan de doelstellingen vanuit de regionale strategie. Omdat het onderzoek inzoomt op de huidige praktijk, gaan we niet verder terug dan 2018 toen het proces Regionale Energietransitie (RES) is gepresenteerd aan de gemeenteraad. De scope is daarmee geijkt op de lokale en huidige praktijk in Ridderkerk in de periode 2018 tot en met april 2021, maar met een doorkijk naar de toekomst die ook regionaal wordt vormgegeven.

1.2 Onderzoeksmodel De beleidscyclus De centrale onderzoeksvraag is verder geoperationaliseerd naar veertien deelvragen. De deelvragen zijn onderverdeeld naar de aspecten die tezamen de beleidscyclus vormen die gemeenten normaliter hanteren bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid.

4/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

Figuur 1

Schematische weergave onderzoeksmodel

1.3 Onderzoeksmethoden Deskresearch Om inzicht te krijgen in de uitvoering en de stand van zaken van het energiebeleid (beleid, organisatie, uitvoering, resultaten en evaluatie) is een deskresearch uitgevoerd. Hiervoor is gekeken naar onder andere beleidsdocumenten, verantwoordingsdocumenten, visies en samenwerkingsafspraken. Op basis van de deskresearch zijn de topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 1. Het is goed om hierbij te vermelden dat het aantal stukken van dermate grote omvang was dat deze niet allemaal tot op de letter zijn bestudeerd, wat ook in lijn is met de scope van dit onderzoek. Benchmarking Om de resultaten van de gemeente Ridderkerk in perspectief en in een bredere context te plaatsen, is een benchmark opzet op een aantal (kern)indicatoren. De benchmark bestaat uit twee componenten: 1) een vergelijking op beleid en 2) een vergelijking aan de hand van data. Voor de benchmark zijn gegevens van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Krimpenerwaard en Nissewaard gebruikt. Op beleidsniveau is vooral gekeken naar ambitie en instrumentarium. Voor de vergelijking aan de hand van data is zoveel mogelijk aangesloten op de indicatoren die door het CBS, de VNG (waarstaatjegemeente) en https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive zijn opgesteld.

Hiermee zijn een aantal resultaten afgezet tegen landelijk en soms zelfs regionaal beleid. Voor wat betreft de data van de gemeente Ridderkerk, is gebruikgemaakt van berekeningen en data die voor de betreffende gemeente zelf aanwezig zijn.

5/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

In het rapport zijn in het hoofdstuk 5 de belangrijkste resultaten van de benchmark opgenomen. In bijlage 5 is de volledige benchmark te vinden. Interviews met stakeholders Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn intern gesprekken gevoerd met zowel bestuurlijk als ambtelijk verantwoordelijken. Op het gebied van de energietransitie waarin beleid en uitvoering sterk afhankelijk zijn van andere partijen is hun perspectief van groot belang. Daarom zijn tevens gesprekken gevoerd met maatschappelijke partners en ketenpartners, zoals de duurzaamheidskring, de woningbouwcorporatie, de netbeheerder, maar ook met een vertegenwoordiger van de RES-regio. Ook is er een groepsgesprek gevoerd met een delegatie van de gemeenteraad. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 2. Voor de interviews met intern en extern betrokkenen is een interviewprotocol opgesteld.

6/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

Hoofdstuk 2

Beleid

Dit hoofdstuk toont de landelijke, regionale en gemeentelijke (beleids)kaders ten aanzien van de energietransitie én het aanpalende beleid. Voordat we deze nader beschrijven, geven we onze belangrijkste bevindingen ten aanzien van het beleid weer. De belangrijkste bevindingen zijn: ●

●

●

●

Nationaal, regionaal en lokaal beleid zijn nauw met elkaar verbonden. De CO2-reductie doelstellingen zijn in de loop van tijd aangescherpt: ○ In het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 en in de Omgevingsvisie werd de toenmalige landelijke doelstelling gevolgd van 40% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. ○ In het Klimaatakkoord en de Concept RES wordt de landelijke doelstelling gevolgd van 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. ○ In de landelijke discussie lijkt de doelstelling omhoog te gaan naar 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. In de (concept) Klimaatvisie wordt genoemd dat Ridderkerk daarin wil meebewegen. Het einddoel voor 2030 en 2050 is SMART geformuleerd. De stappen op weg naar 2030 en 2050 zijn globale (meer, beter, et cetera). De meeste subdoelen hebben daarbij een ‘procesmatig’ karakter. Ze zijn gericht op het opstellen van een uitvoeringsplan, het totstandbrengen van samenwerking, et cetera. Monitoring is vooral kwalitatief. Dit sluit aan bij het landelijke beeld. Ridderkerk heeft een integrale benadering van de energietransitie. Dit komt tot uiting in het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 én wordt doorgetrokken in de (concept) Klimaatvisie. De beleidskeuzes zijn nog globaal. Uitwerking van exacte locatiekeuze en energievoorziening of warmtebron moeten nog gemaakt worden. Dit zien we ook bij andere gemeenten.

In dit hoofdstuk komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde: 1. Welke landelijke en regionale kaders zijn er? 2. Welke kaders en richtlijnen hebben raad en college met elkaar afgesproken ten aanzien van de energietransitie (inclusief eventuele SMART-ambities, doelen en bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren)? 3. Welke andere beleidsthema’s worden ingezet ten behoeve van de ambities op het gebied van energietransitie?

2.1 Landelijke en regionale kaders In deze paragraaf gaan we in op de landelijke en regionale kaders die als context gelden waarbinnen de gemeente kan opereren. Internationale afspraken: VN-Klimaatakkoord van Parijs Nederland heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend (2015). Met de afspraken uit dit akkoord willen de deelnemers de opwarming van de aarde beperken tot 2 graden Celsius in 2050, zo mogelijk 1,5 graad Celsius. Om dit doel te halen hebben EU-lidstaten

7/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40% minder moet uitstoten. Nederland werkt nu dus nationaal aan 49% minder uitstoot. Nederland wil, als andere landen daarmee instemmen, de Europese doelstelling verhogen. Niet 40% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030, maar 55%. Nationale afspraken: Energieakkoord en Klimaatakkoord In 2013 hebben 47 partijen, waaronder overheden, werkgevers, vakbewegingen, natuuren milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen, het Energieakkoord voor duurzame groei ondertekend. Het doel is de energievoorziening van Nederland duurzamer te maken. De afspraken uit het Energieakkoord zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Het klimaatakkoord richt zich op verschillende sectoren: elektriciteit, industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving, landbouw en landgebruik. Relevante wetgeving Energiewet 1.0

Het Ministerie van EZK heeft de Energiewet 1.0 op 17 december 2020 tot 11 februari 2021 formeel in consultatie gebracht. De Energiewet 1.0 moet de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 samenvoegen met als doel de energietransitie, onder meer door systeemintegratie, te faciliteren.

Warmtewet

Op 1 januari 2014 is de Warmtewet ingetreden. De warmtewet geeft onder andere regels op het gebied van collectieve warmtelevering, de wet stelt een maximumprijs voor het vastrecht en voor verbruik. In de praktijk leverde de Warmtenet veel knelpunten op. Op dit moment is de Warmtewet 2.0 in voorbereiding. Deze wet gaat impact hebben op de organisatie van nieuwe warmtenetten en de rol van de gemeenten daarbij.

Wet Milieubeheer

De Wet Milieubeheer is de belangrijkste milieuwet die bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen, het bevat de algemene regels en uitgangspunten voor het milieubeheer. De Wet Milieubeheer zal in de toekomst opgaan in de Omgevingswet.

Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET)

De Wet VET vormt de basis voor het verbod op aardgas in nieuwbouw. Via de Wet VET is de gasaansluitplicht voor kleingebruikers bij nieuwbouw geschrapt.

Regionale afspraken: Regionale Energiestrategie (RES) Om te zorgen dat iedereen kan deelnemen aan de verandering die het Klimaatakkoord met zich meebrengt, is Nederland ingedeeld in 30 energieregio’s. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt voor de sectoren Elektriciteit en Gebouwde omgeving én zet koers voor de Regionale Structuur Warmte. De 30 energieregio’s hebben een gezamenlijk doel om in 2030 ten minste 35 TWh grootschalige hernieuwbare energie op land gerealiseerd te hebben.

8/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

Ridderkerk maakt onderdeel uit van de RES-regio Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De regionale inzet komt uit binnen de bandbreedte van 3,2-2,8 TWh aan grootschalige wind- en zonne-energie (tot 2030). Zo draagt de MRDH tussen de 8% en 9% bij aan de nationale opgave. Tevens zet de RES in op het realiseren van 0,8 TWh voor kleinschalige opwek zon- en windenergie. Het in 2019 opgestelde Energieperspectief vormde een bouwsteen voor de RES 1.0. 2.2 Lokale kaders en richtlijnen ten aanzien van de energietransitie Binnen de zojuist geschetste context van landelijke en regionale afspraken, is het de bedoeling dat de gemeente(raad) ook lokaal kaders en doelen vaststelt voor de energietransitie. Deze treffen we in Ridderkerk aan in diverse visies en beleidsstukken. Milieu- en Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 In 2015 is het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 vastgesteld door de gemeenteraad. De hoofddoelstelling van het programma is: ‘met een proactieve houding naar een duurzame leefomgeving’. De rode draad uit het programma is: ‘Doe zelf wat je kunt maar uiteindelijk sta je samen sterker’. Het onderdeel Duurzaamheid is het centrale programmaonderdeel van de gemeente Ridderkerk dat gericht is op de energietransitie. De doelstelling is om te komen tot een CO2-reductie van 40% ten opzichte van 1990.

9/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

Tabel 1

(SMART) acties en op te leveren producten uit het Milieu en Duurzaamheidsprogramma

Hoofddoelstelling

CO2-reductie van 40% t.o.v. 1990

Deeldoelstellingen

Energiebesparing

Duurzame Energieopwekking

Duurzame nieuwbouw

Mobiliteit en vervoer

Samenwerking partners

Interne duurzaamheid

Acties/producten

Actieve voorlichting via WoonWijzer Winkel

Oprichting energiecoöperatie

Ontwikkeling duurzaam Cornelisland

Realiseren elektrische oplaadpalen

Stimuleren en faciliteren Duurzaamh eidskring

100% Duurzaam inkopen

Actieve voorlichting via gemeentekanalen

Realisatie zonnepanelen Recreatiecentrum De Fakkel

Ontwikkeling duurzame nieuwbouwwoningen

Verduurzamen Realisatie mobiliteit Kenniscentrum Duurzaamheid

Samenwerking met Woonvisie

Opstellen Warmte koude atlas

Verduurzamen gemeentelijke accommodaties

Samenwerking met DCMR

Realiseren Energiesysteem gemaal

Vergroten klimaatbestendig heid

Samenwerking Wijk West

Stimuleren uitvoering Motie Nieuw Reijerwaard

Behalen Fair Trade gemeente

Milieubarometer

Onderzoeken mogelijkheden zonneweide

Kansen bij Verkassen

Het einddoel is SMART geformuleerd (40% CO2-reductie ten opzichte van 1990). De subdoelen op energiebesparing, duurzame energieopwekking, et cetera zijn meer globaal geformuleerd. De acties en op te leveren producten zijn daarbij procesgeoriënteerd (opstellen plan, tot stand brengen van samenwerking). Daardoor zijn beoogde outcome (doel) en te leveren producten (middel) lastig aan elkaar te koppelen. Indirect wordt vanuit de andere onderdelen van het programma ook bijgedragen aan de Energietransitie. De andere programmaonderdelen zijn Bodem, Externe Veiligheid, Lucht, Geluid en Communicatie & Educatie.

10/69 Nota van bevindingen - Onderzoek naar de energietransitie in Ridderkerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/783/documents/30173