CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport vraag- en kansenanalyse flexwonen in Ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 9 januari 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 11: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven12.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Taakstelling totaal (=1e en 2e helft) 63 104 95

Realisatie totaal

93 37

Het dynamisch verloop van de taakstelling maakt het zeer lastig om iets te zeggen hoe de aantallen door de gemeente te huisvesten vergunninghouders zich zullen ontwikkelen. Het lijkt wel realistisch om in ieder geval rekening te houden met een instroom van het gemiddelde niveau over van 2022 - 2024: ca 87 personen per jaar. Daarnaast is de verwachting dat door de druk op het aanmeldcentrum in Ter Apel en de overvolle azc’s de taakstelling de komende periode verder zal oplopen. Om deze reden gaan we uit van een taakstelling van ongeveer 100 personen voor 2025. Wat betreft de samenstelling van de groep vergunninghouders geeft het COA aan dat 85% van de te huisvesten populatie in Ridderkerk uit alleenstaanden bestaat8. Als zij een aanvraag voor gezinshereniging doen (nog even los van de plannen van het hoofdlijnenakkoord), dan komt de gezinshereniging na ongeveer 1,5 tot 2 jaar in beeld. Huisvesting vergunninghouders De huisvesting van vergunninghouders is een taak van de gemeente. In de prestatieafspraken 2024-2027 staat opgenomen dat Wooncompas hieraan bijdraagt door het beschikbaar stellen van woningen. Er staat: ‘We zien dat de opgave om vergunninghouders te huisvesten steeds groter wordt en dat deze opgave binnen de woningvoorraad van Wooncompas steeds lastiger te realiseren is.

De gemeente (onder)zoekt alternatieven voor de (tijdelijke) huisvesting van vergunninghouders en betrekt Wooncompas daarbij.’ Naast de mogelijkheden van huisvesting van vergunninghouders in de reguliere voorraad, benoemen we nog een overweging. Aangezien het grootste deel van de te huisvesten groep uit jongere alleenstaanden bestaat, kan voor hen een start in vormen van jongerenhuisvesting aantrekkelijk zijn, zeker als daar aandacht is voor community-building en integratie door b.v. een ‘maatjes-aanpak’ gestimuleerd wordt. Dat geldt in het bijzonder voor de groep voormalige AMV’ers (Alleengaande Minderjarig Vergunninghouders), die bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd niet meer begeleid worden door voogdij-instelling Nidos. In de praktijk blijken niet alle 18-jarigen direct los te kunnen vliegen en is het van belang om voor enige begeleiding bij het zelfstandig wonen te zorgen. Daarnaast is voor deze jongeren het prijsniveau van de woonruimte van groot belang, omdat zij een bijzonder laag inkomen hebben en slechts een beperkt recht op huurtoeslag hebben. Op diverse plekken in het land zijn goede ervaringen opgedaan met kleinschalige woonprojecten onder de naam Kansrijk wonen9. Drie of vier jongeren delen daarin een woning onder begeleiding van een hoofdbewoner die een voorbeeldfunctie heeft. Een andere interessant project is Kamers met Kansen 10.

Hier krijgen jongeren die een steuntje in de rug nodig hebben ondersteuning bij wonen, leren en werken. 8 De situatie in Ridderkerk is vergelijkbaar met het landelijk beeld. Zie bijgaand NOS-bericht van 23 juli’24> 9 Zie ook de website www.kansrijk-wonen.nl

10

Kamers met Kansen, zie project Ede>

25

Voor de groep vergunninghouders, die in afwachting van gezinshereniging zijn (de zogeheten ‘alleengaanden’), kunnen ook andere vormen van flexwonen interessant zijn. Door de snelle beschikbaarheid kunnen alleengaanden een start maken in kleinschalige huisvesting en een begin maken om hun leven op te bouwen. Daarna kunnen zij op het moment van gezinshereniging uitstromen naar een reguliere woning. Zo wordt mogelijk een onnodige verhuizing voorkomen (in het geval dat de initiële woning te klein is). Een bijkomend voordeel is dat zowel alleenstaande als alleengaande vergunninghouders -net als de meeste jongeren- eerst kamergewijs worden gehuisvest. Dat kan een belangrijke bijdragen leveren aan het behoud van draagvlak voor de huisvesting van vergunninghouders. De uitstroom vanuit het COA bestaat in Ridderkerk voor 85% uit alleenstaanden. Een deel van hen vraagt op termijn gezinshereniging aan. Tot die tijd zijn zij alleengaand. Op basis van ervaringscijfers weten we dat dat flexwonen interessant is voor de 75% van deze groep. Dat betekent dat er een jaarlijkse behoefte is aan 64 huisvestingsplaatsen in flexwonen.

e. Oekraïense ontheemden Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne voorjaar 2022 verblijven ruim 110.000 ontheemden in Nederland11. In Ridderkerk verblijven 166 Oekraïners (peildatum 1 augustus 2024). De populatie bestaat uit zowel grotere en kleinere gezinnen als stellen en een enkele alleenstaande. Huisvesting Oekraïense ontheemden (peildatum 1 augustus 2024) Veruit het grootste deel van de Oekraïners woont in een woning van Wooncompas. Het gaat hierbij om 137 personen die zijn gehuisvest in 40 woningen. De gemiddelde huishoudensgrootte bedraagt daarmee 3,4 personen. Het merendeel van de ingezette woningen bestaat uit sloopwoningen, die deels al in 2025 plat gaan. Het gaat merendeels om eenheden aan de Reijerweg en de Henegouwsestraat. De woningen aan het Hugo de Groothof zijn tot medio 2027 beschikbaar. Naast de bijdrage van Wooncompas, bieden ook ongeveer 17 gastgezinnen aan 29 Oekraïners opvang. Eén gezin woont in een woning die commercieel verhuurd wordt. De gemiddelde huishoudensgrootte bedraagt hier 1,7 personen. Hiermee wordt duidelijk dat Wooncompas grotere huishoudens huisvest en particulier (bijv. via gastgezinnen) kleinere. Uit het voorgaande volgt dat er in Ridderkerk in totaal 166 Oekraïners wonen op 57 locaties.

We kunnen alleen maar hopen op een spoedig einde van de oorlog en daarmee de noodzaak tot Ridderkerkse huisvestingsoplossingen voor Oekraïense ontheemden. Feit is dat het aantal Oekraïners dat in Nederland een veilig heenkomen zoekt, de eerste maanden van 2024 verder is toegenomen. Daarnaast is bekend dat de beschikbare capaciteit van Wooncompas snel verdwijnt. Ook is het onzeker of de gastgezinnen in de nabije toekomst een opvangrol willen blijven bieden. Flexwonen kan bij uitstek een oplossing bieden voor de Oekraïense vluchtelingen. Stel dat de opvangcapaciteit van gastgezinnen met 50% wordt verminderd, dan is er een vervangingsbehoefte van 40 + 8 = 48 flexwoningen. De opgave voor de gemeente Ridderkerk zal voor 2025 vermoedelijk 195 opvangplekken zijn.

f. Uitstroom uit maatschappelijke opvang en beschermd wonen In 2015 kwam de VNG-commissie Toekomst Beschermd Wonen (commissie Dannenberg) met het advies ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. De commissie Dannenberg gaat er van uit dat van de ca. 20.000 mensen die in een vorm van beschermd wonen verblijven één à twee derde in staat is onder een aantal voorwaarden de stap naar zelfstandig wonen te zetten, al dan niet met begeleiding. Dat gaat dus om tussen de 6.500 en 13.000 mensen.

11 Bron: Rijksoverheid, 10 mei 2024

26

De instellingen voor maatschappelijke opvang bieden hulp aan ca. 58.000 cliënten. In de maatschappelijke opvang liep al langer een programma dat er op gericht was ca. 16.000 cliënten toe te leiden naar zelfstandig wonen. Samen met de beoogde uitstroom vanuit beschermd wonen gaat het in totaal dus om tussen de 22.000 en 29.000 mensen. Dat is uitgaande van een stabiele situatie. Maar er gebeurt natuurlijk ook wat aan de voorkant van de opvang en het beschermd wonen, waardoor er naast èn na deze eenmalige koersverandering ook een doorlopende vraag naar doorstroming zal blijven bestaan. Door de problemen op de woningmarkt staat de doorstroming uit de MO en BW onder druk. Hoewel er geen actuele branchebrede cijfers beschikbaar zijn, stelt het rapport ’De Staat van de nachtopvang12’ als belangrijkste knelpunt voor de prop in de opvang ‘het gebrek aan duurzame huisvesting en vervolgtrajecten’. Door de decentralisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijk Opvang is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering komen te liggen bij de gezamenlijke gemeenten. In deze regio gaat het naast Ridderkerk om de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Rotterdam. De gezamenlijke ambities staan beschreven in het Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026.

Situatieschets beschermd wonen In het genoemd Regionaal Beleidsplan wordt het belang van voldoende vervolghuisvesting benadrukt. De inschatting is dat er jaarlijks ongeveer 500 cliënten die nu nog verblijven in vormen van beschermd wonen, kunnen uitstromen naar zelfstandig wonen in de wijk in combinatie met eventuele begeleidingsarrangementen. Uit de ‘Regiomonitor beschermd wonen 2023’ blijkt dat in dat jaar ‘slechts’ 295 mensen uitstroomden waarvan 6 mensen naar de gemeente Ridderkerk. Eenzelfde aantal als in 2022. In het regionaal beleidsplan is ook aangegeven dat de verwachting is dat de vraag naar Beschermd Wonen de komende jaren zal stijgen. Als de stijging in lijn is met de regionale inschatting, dan stromen jaarlijks ongeveer 8-10 mensen naar Ridderkerk uit. Situatieschets maatschappelijke opvang Het actieplan ‘Samenredzaam Ridderkerk Actieplan Wonen, Welzijn, Zorg 2023-2026 noemt geen aantallen uitstromers maatschappelijke opvang . ‘Er is geen beeld van lokale tekorten’. Uit de ‘Monitor Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam’ volgt een plaatje van het aantal mensen dat uitstroomt uit de maatschappelijke opvang naar de gemeente Ridderkerk.

Op basis van de urgentiegrond ‘doorstroming opvang’ gaat het de volgende aantallen:  2020: 2 personen  2021: 6 personen  2022: 27 personen De uitstroom uit de maatschappelijke opvang lijkt enorm te fluctueren over de periode 2020-2022. In de regio moeten nog gesprekken worden gevoerd over meer mogelijkheden voor doorstroming. Als we het gemiddelde van deze jaren nemen, gaat het jaarlijks om zo’n 12 personen. Uit het voorgaande komt naar voren dat de totale omvang van de groep die uitstroomt uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang in/naar Ridderkerk zo’n 20-22 personen per jaar bedraagt. Huisvesting uitstromers maatschappelijke opvang en beschermd wonen Cliënten die uitstromen uit Beschermd Wonen (BW) en maatschappelijke opvang, komen veelal terecht in een reguliere huurwoning van woningcorporatie Wooncompas. Een deel van de uitstromers zijn inwoners die voor hun periode van BW een woning achter hebben gelaten en na een periode BW weer zelfstandig in de gemeente gaan wonen. Voor andere cliënten is het beter om in een andere gemeente terug te keren dan de gemeente van herkomst. De meest optimale woonsituatie verschilt per client. Over het algemeen gaat het om eenpersoonshuishoudens die een daarbij passende woning nodig hebben. Een belangrijke vraag is natuurlijk in hoeverre flexwonen een 12 Bron: Rapport Staat van de Nachtopvang 2023, Valente

27

oplossing biedt voor mensen die vanuit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen de stap naar zelfstandig wonen kunnen zetten. Dat zal zeker niet voor iedereen de goede stap zijn. Maar er zijn ook veel cliënten die daarmee goed op weg kunnen worden geholpen. Het idee van een ‘oprit naar de snelweg’ is inmiddels op veel plekken succesvol in praktijk gebracht. Zie daarvoor o.a. het onderzoek flexwonen en zorgdoelgroepen13. Mede op grond van de inzichten uit bovengenoemd rapport is de verwachting dat de helft van deze uitstromers (zo’n 10-11 mensen per jaar) goed op weg kunnen worden geholpen in vormen van flexwonen. Uiteraard is daarbij maatwerk nodig. Wij doen ook de aanbeveling om tot een gecoördineerd plan van aanpak te komen van gemeente, corporatie en instellingen.

g. Echtscheidingen en andere gebroken relaties Scheiden komt in alle lagen van de samenleving voor en leidt vaak tot een financiële problematiek voor de twee ‘nieuwe’ huishoudens, waardoor veel woonoplossingen niet (meer) haalbaar zijn. Ook hier ontstaat dus een vraag naar snel beschikbare, betaalbare woonruimte. Ook van belang is dat het in heel Nederland in iets meer dan de helft (51%) van de scheidingen gaat om stellen met minderjarige kinderen. Nederland kent ongeveer 24.000 echtscheidingen per jaar. Omdat een echtscheiding in vrijwel alle gevallen een verdubbeling van het aantal huishoudens oplevert, leert een snelle rekensom dat er als gevolg van scheidingen elk jaar 24.000 nieuwe kleine huishoudens ontstaan. Uiteraard staat hier tegenover dat sommige extra huishoudens later weer opgaan in een nieuw of bestaand gezamenlijk huishouden. Toch hebben echtscheidingen een belangrijk effect op de woningvraag, omdat er vaak een snelle oplossing gewenst is voor tenminste één van de vertrekkende partners. Naast echtscheidingen kunnen scheidingen ook ontstaan door ontbinding van geregistreerd partnerschap. Van deze laatste vorm van relatiebeëindiging bestaan alleen landelijke cijfers.

Om tot een beeld te komen van het aantal mensen dat als gevolg van een scheiding acuut behoefte heeft aan andere woonruimte, hebben we aangenomen dat het aantal ontbindingen van geregistreerde partnerschappen in Ridderkerk niet sterk afwijkt van het gemiddelde in Nederland. In onderstaande tabel is het aantal scheidingen na geregistreerd partnerschap in Nederland weergegeven. Tevens is naar rato van de bevolkingsomvang het aantal berekend in Ridderkerk. Daaraan zijn het aantal scheidingen na huwelijk toegevoegd om tot een totaalbeeld te komen. Tabel 6: Ontbinding huwelijk en partnerschap in Nederland en Ridderkerk, 2020-2022 jaar Aantal Aantal scheidingen Aantal scheidingen Totaal aantal scheidingen na na geregistreerd na huwelijk in scheidingen in geregistreerd partnerschap in Ridderkerk Ridderkerk partnerschap in Ridderkerk Nederland 2020 2.837 8 60 68 2021 2.686 7 68 75 2022 3.116 8 60 68 Bron: CBS statline, bewerking Expertisecentrum Flexwonen Het aantal scheidingen in Ridderkerk fluctueert over de periode 2020-2022 tussen de 68 en 75 per jaar. Gemiddeld zijn dat over deze periode zo’n 72 scheidingen per jaar. Een bijzondere categorie ‘verbroken relaties’ wordt gevormd door mensen (doorgaans, maar niet uitsluitend vrouwen) die een relatie ontvluchten vanwege gewelddadig gedrag van de partner. Een deel van hen is via de

13 Bron: https://flexwonen.nl/onderzoek-flexwonen-voor-zorgdoelgroepen/

28

maatschappelijke- of vrouwenopvang in beeld, maar dat hoeft niet altijd. Degenen die daarbuiten vallen zijn moeilijk te kwantificeren, maar vormen wel een zeer urgente, kwetsbare doelgroep. Huisvesting na verbroken relaties Echtscheiding of een andere vorm van relatiebeëindiging leidt weliswaar vrijwel altijd tot een nieuwe huisvestingsvraag, maar soms is daar ook al in voorzien. Bijvoorbeeld als een nieuwe relatie juist de oorzaak van de scheiding is. Anderzijds kan één scheiding soms ook zelfs twee nieuwe huisvestingsvragen opleveren, bij voorbeeld als voor beide voormalige echtelieden de lasten van de gezamenlijke woning niet meer zijn op te brengen. Verder zijn zowel de huishoudenssamenstelling als de inkomenssituatie zeer bepalend voor de aard van de huisvestingsbehoefte na een scheiding en de mate waarin de nieuw ontstane huishoudens zelf in die behoefte kunnen voorzien. Er zijn geen ervaringscijfers bekend van de mate waarin alle varianten zich voordoen. Wel kan geconstateerd worden dat op plekken als recreatieparken of goedkope hotels altijd veel mensen te vinden zijn die hier een noodoplossing hebben gevonden na een scheiding. De urgentieregeling kan in enkele situaties een oplossing bieden.

Echtscheiding is op zich geen reden voor urgentie, maar als een van de ex-partners minderjarige kind(eren) krijgt toegewezen en door de echtscheiding de woonlasten niet kan betalen, kan deze misschien voor urgentie in aanmerking komen. Hoewel elke echtscheiding dus één herstarter oplevert komt een deel daarvan binnen het eigen netwerk tot een oplossing. Welk deel is niet exact bekend, maar op basis van signalen schatten we dat ongeveer een derde van het aantal echtscheidingen geholpen zou zijn met extra (flex)aanbod op de woningmarkt. Het aantal relatieverbrekingen in Ridderkerk bedraagt jaarlijks gemiddeld 72. De vraag naar snel beschikbare, betaalbare woonruimte zou daarmee derhalve in Ridderkerk op ongeveer 24 per jaar liggen.

h. Tijdelijke herhuisvesting Verschillende gemeenten en corporaties beschouwen tijdelijke uitplaatsing van bewoners van te renoveren woningen ook als een vorm van flexwonen. Het gaat immers om het voorzien in een acute tijdelijke behoefte. Tijdelijke woonvormen kunnen daarvoor worden ingezet en vervolgens weer een functie krijgen voor andere spoedzoekers op de woningmarkt. Uiteraard moeten de woningen wel passend zijn voor de uit te plaatsen bewoners. Als Wooncompas besluit tot herstructurering, ingrijpende renovatie of verduurzaming van hun woningen, moeten de huidige bewoners van die woningen soms tijdelijk geherhuisvest worden. De projecten die de komende jaren op de rol staan zijn14: Tabel 7: Overzicht ingrepen woningvoorraad Wooncompas 2024-2027 Straat/buurt strategie Gewenste sloopaantalle aantallen n 1.Blaak vervangende nieuwbouw 37 sociaal 48 sociaal na sloop 2.Rembrandtvervangende nieuwbouw 102 sociaal 94 sociaal weg na sloop (2e fase) 3.Centrumplan vervangende nieuwbouw 300 sociaal, 290 sociaal (Koninginneweg na sloop/ gebiedsont100 middele.o.) 15 wikkeling duur 4.Bloemenvervangende nieuwbouw 70 sociaal 30 sociaal buurt16 na sloop + renovatie 14 Bron: prestatieafspraken Wooncompas, Ridderkerk en huurdersorganisatie Progressie 2024-2027 15 Voor dit project is door Wooncompas nog geen principeverzoek ingediend 16 idem

29

Te behalen resultaat t/m 2027 oplevering oplevering gebiedsvisie, planvorming, sloop oplevering

5. Hollandsestraat + Henegouwsestraat pm17 6. de la Reijstraat, Retiefstraat, Maaslaan (Westdonck) 7.'t Ronde Sant

vervangende nieuwbouw na sloop

256 sociaal

162 sociaal

oplevering + sloop pm

vervangende nieuwbouw na sloop

300 -350 sociaal en, middelduur

182 sociaal

sloop, oplevering eerste fase

vervangende nieuwbouw na sloop

60 sociaal

25 sociaal

planvorming

Er staan t/m 2027 minimaal zes projecten op de rol waarbij na sloop vervangende nieuwbouw plaatsvindt. Herhuisvesting kan tijdelijk of permanent zijn, afhankelijk van het type ingreep en/of wensen van bewoners. Om bewoners die in afwachting van nieuwbouw zijn tijdelijk te huisvesten, wordt ook naar de mogelijkheid van flexwonen gekeken. In de prestatieafspraken staat: ‘Om de druk op de woningmarkt te verminderen en voor specifieke groepen een tijdelijke woonvorm te kunnen bieden, is flexwonen (verplaatsbare wooneenheden) een mogelijke oplossing. Onze gezamenlijke voorkeur ligt bij permanente woningbouw.’ Binnen de wettelijke kaders zal Wooncompas in de nabije toekomst per project onderzoeken wat de wensen van bewoners zijn en welke mogelijkheden binnen die kaders passen. Het totale volume te slopen woningen t/m 2027 is maximaal 708 woningen. Van enkele grotere projecten worden tot die tijd slechts ‘eerste fases’ opgeleverd. Stel dat het aantal sloopwoningen t/m 2027 500 bedraagt en de duur van de vervangende huisvestingbehoefte per huishouden 1,5 - 2 jaar, dan zijn 250 vervangende woningen nodig. Als we aannemen dat flexwonen/wisselwoningen voor 20-25% van de huishoudens een oplossing kan zijn, dan zijn in totaal 40-60 flexwoningen nodig.

Uiteraard is het interessant dat de woningen na herstructurering, ingrijpende renovatie of verduurzaming opnieuw kunnen worden ingezet voor andere categorieën spoedzoekers.

i. Overige doelgroepen Er zijn nog diverse andere groepen die op enig moment een behoefte hebben aan snel beschikbare en betaalbare woonruimte. Die groepen zijn wat kleiner in omvang en/of moeilijk te kwantificeren. Denk b.v. aan:  Huishoudens die door huisuitzettingen of gedwongen verkoop hun woning zijn kwijt geraakt  Ex-gedetineerden die langer vastzitten hebben de grote kans hun woning kwijt te verliezen  Mantelzorgers die tijdelijk onderdak nodig hebben om een naaste te kunnen verzorgen  Zwerfjongeren die nog niet via de maatschappelijke opvang in beeld zijn  Uitstromers uit de jeugdzorg: als deze jongeren 18 worden, kunnen zelfredzame jongeren (begeleid) zelfstandig gaan wonen  Mensen die hun oude woning al verkocht hebben en nog niet in hun nieuwe woning kunnen trekken  Mensen die terugkeren van een langdurig verblijf in het buitenland en hier geen woning meer hebben.

j. Speciale categorie: asielzoekers Asielzoekers zijn vluchtelingen die in afwachting zijn van een mogelijke verblijfsvergunning. Als zij die vergunning krijgen noemen we hen statushouders. Statushouders mogen in Nederland gaan wonen en moeten door gemeenten worden gehuisvest, volgens de hiervoor al behandelde taakstelling. Asielzoekers die nog geen verblijfsstatus hebben, worden gedurende hun verblijf opgevangen in locaties die door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) worden beheerd. Met de komst van de Spreidingswet per 1 februari 2024 kunnen gemeenten worden verplicht een bijdrage te leveren in deze opvang van asielzoekers. 17 idem

30

De gemeente Ridderkerk wil anticiperen op de mogelijke komst van 250 asielzoekers. Om deze reden worden asielzoekers als ‘speciale categorie’ spoedzoekers in dit onderzoek opgenomen. Opvang asielzoekers in gemeenten Geruime tijd was er een strikte scheiding tussen de opvang van asielzoekers in grote door de COA beheerde voorzieningen (AZC’s) en de huisvesting van statushouders door gemeenten. Door de lange proceduretijd en de moeite die gemeenten hadden om na statusverlening voor huisvesting te zorgen leidde dat ertoe dat kansrijke asielzoekers en statushouders jarenlang niet aan hun integratie konden werken. Sinds het WRR-rapport ‘Geen tijd te verliezen’ uit 2014 is er meer aandacht gekomen voor het belang van snelle integratie. Die is immers zowel maatschappelijk als voor de statushouders zelf van groot belang. Dat is mede de reden om kleinschaliger opvangvoorzieningen voor asielzoekers in gemeenten tot stand te brengen. Afgelopen jaren zijn enkele interessante initiatieven ontstaan, waarbij asielzoekers, statushouders en spoedzoekers -ruimtelijk gescheiden- op een locatie verblijven. Het meest bekende voorbeeld is Plan Einstein 18 in Utrecht. Hier wonen, werken en leren de verschillende bewonersgroepen. Daarnaast biedt de locatie tevens ruimte voor activiteiten en cursussen voor buurtbewoners.

Andere gemeenten zoals Houten en Waddinxveen 19 werken aan soortgelijke initiatieven. Draagvlak De uitdaging bij het vinden van een of meerdere asielopvanglocaties is maatschappelijke draagvlak. Hierbij bestaat veelvuldig spanning tussen de wens van het COA om te komen te geconcentreerde opvang en het maatschappelijk ‘absorptievermogen’. Als wordt gezocht huisvestingsoplossingen waarbij asielzoekers worden ‘gemengd’ met andere doelgroepen (zoals hierboven omschreven), adviseren we in te zetten op kleinere populaties asielzoekers, die in vergelijkbare omvang worden ‘gemengd’ met andere doelgroepen. Meer mogelijkheden om te werken Een andere relevante ontwikkeling is dat door een uitspraak van de Raad van State eind 2023 asielzoekers meer dan 24 weken per jaar mogen werken als hun asielaanvraag minstens zes maanden in behandeling is 20. Dat is extra interessant omdat veel werkgevers op Nieuw Reijerwaard de komende jaren een groeiende behoefte hebben aan arbeidskrachten voor relatief laag geschoold werk. Ook is er op Nieuw Reijerwaard een uitzendbureau (Kobus) actief, die gespecialiseerd is in het uitzenden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt waaronder vluchtelingen.

Door het maken van slimme afspraken met werkgevers liggen er dus kansen om asielzoekers een zinvolle daginvulling te bieden en tegelijkertijd werkgevers te helpen bij het verminderen van een nijpend arbeidstekort.

18 Bron: provincie Utrecht> 19 Zie: Definitieve locatie voor opvang vluchtelingen (AZC) in Waddinxveen> 20 Zij mogen alleen werken als de werkgever een tewerkstellingsvergunning heeft. Deze vergunning kan worden aangevraagd bij het UWV.

Bron: Rijksoverheid>

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1149/documents/39813