Rapport Inventarisatie Industrieel erfgoed Ridderkerk 2-2025.pdf
Tekst van het document
Industrieel erfgoed Ridderkerk
Februari 2025
Cathelijne van Andel
Inhoud
Gemeente Ridderkerk. [Google Maps]
Inleiding
3
Samenvatting
4
A. Het verhaal van Ridderkerk en de industrie 5 B. Ruimtelijke erfenissen
29
Vlasindustrie Scheepsbouwindustrie IJzergieterij en metaalindustrie Elektrotechniek en machine-industrie Houtbewerking en timmerwerk Overige maakindustrie
33 40 49 53 55 58
C. Conclusies en aanbevelingen
65
Noten
70
Bronnen
72
Colofon
73
Bolnes
Slikkerveer
RidderkerkWest Ridderkerkcentrum
Donkersloot
Centrum
RidderkerkOost
Drievliet Oostendam
Rijsoord
2
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
Inleiding De gemeente Ridderkerk behoorde ooit tot de belangrijkste industriële streken van ons land. Tot halverwege de 19e eeuw was de gemeente – mede dankzij de vruchtbare kleigronden – gericht op vlasteelt, land- en tuinbouw. Halverwege de 19e eeuw kwam daar verandering in en vulden de rivieroevers van de Nieuwe Maas en De Noord zich langzaamaan met industrieën die gerelateerd waren aan de scheepsbouw. In de hoogtijdagen bepaalden rederijen, werven en elektro- en machinefabrieken met enorme loodsen, fabrieken en kranen het silhouet langs de rivieren en dijken. De werven en fabrieken waren familiebedrijven die van generatie op generatie werden doorgegeven. Een aantal families groeide uit tot invloedrijke industriëlen, die niet alleen het aanzicht van de gemeente bepaalden, maar ook het leven daarin beïnvloedden. Samen met andere kleinschalige maakindustrieën droeg de industrie bij aan de verstedelijking van de gemeente. De voortschrijdende industrialisatie trok vele arbeiders van elders aan. Terwijl de industrie de waterkant domineerde, ontwikkelde zich achter de waterkerende dijk de woongemeente. Na de stagnatie en neergang van de scheepsbouwindustrie en andere gerelateerde bedrijvigheid aan het eind van de 20e eeuw, maakten werven en fabrieksterreinen plaats voor kantoren of woningbouw.
Enkele bedrijven bleven overeind, maar van de ooit zo gezichtsbepalende industrie zijn tegenwoordig slechts enkele restanten en fragmenten verspreid over de gemeente terug te vinden. In deze cultuurhistorische inventarisatie is het industrieel erfgoed binnen de gemeente Ridderkerk onderzocht en geïnventariseerd. Diverse erfenissen (objecten, structuren of sporen) uit het industriële verleden, die een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen voor Ridderkerk, zijn in kaart gebracht. Met betrekking tot de definitie van industrieel erfgoed is de focus gelegd op zes soorten industrie die van invloed zijn geweest op de gemeente, namelijk: de vlasindustrie,
scheepsbouwindustrie, elektrotechniek en machineindustrie, ijzergieterij en metaalbewerking, houtbewerking en timmerwerk en overige maakindustrie.
Leeswijzer Het onderzoek betreft een inventarisatie van aanwezige cultuurhistorische elementen met informatie over bekende of verwachte cultuurhistorische waarden in het gebied. Hiervoor zijn diverse (historische en contemporaine) bronnen gebruikt. Zo hebben we dankbaar gebruik gemaakt van eerdere publicaties van de Stichting Oud Ridderkerk en hebben we archiefonderzoek verricht in het Stadsarchief Rotterdam. Middels veldwerk zijn de erfenissen bezocht en is gekeken naar de mogelijke waarden. De exacte waardebepaling van de diverse elementen valt buiten de scope van dit onderzoek. De rapportage begint met een samenvatting van het onderzoek en de resultaten. Vervolgens wordt een cultuurhistorische schets gegeven van de ontwikkelingsgeschiedenis van de gemeente Ridderkerk, met specifieke aandacht voor de ontwikkeling van het industrieel erfgoed. Dit resulteert in een beknopt overzicht van de ontwikkeling van het industrieel erfgoed in tijd en ruimte, de verschillende soorten industrieën en bedrijvigheid, invloedrijke personen en bedrijven, en een overzicht van diverse industriële locaties. Het tweede deel omvat de inventarisatie van de ruimtelijke erfenissen: de overgebleven objecten en structuren van het industrieel erfgoed. Deze elementen zijn voorzien van een korte beschrijving en een motivatie van de (te verwachten) erfgoedwaarden.
Op basis van de voorgaande hoofdstukken sluit de rapportage af met conclusies en aanbevelingen voor de toekomst van het industrieel erfgoed.
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
3
Samenvatting Betekenis industrie
Erfenissen industrieel erfgoed
Ridderkerk dankt haar bekendheid aan de grote industrieën die hier ooit gevestigd waren. Allereerst met de vlasindustrie, waar het zwaartepunt op het eiland IJsselmonde in Ridderkerk lag. Daarna brachten de scheepsbouw en de elektrotechniek en machine-industrie een enorme ontwikkeling op gang zowel op het gebied van de infrastructuur, de werkgelegenheid en huisvesting. Het industrieel verleden van Ridderkerk is weliswaar niet meer prominent zichtbaar in het straatbeeld, maar is wel sterk aanwezig in de wijze waarop de gemeente vandaag de dag eruit ziet en functioneert. De locaties met sporen van industrieel erfgoed zijn locaties die een belangrijke stuk van de identiteit voor Ridderkerk dragen.
Van elk soort industrie zijn verspreid over de gemeente restanten aanwezig. Sommigen zijn prominent aanwezig in het straatbeeld en anderen zijn minder goed zichtbaar of betreffen een structuur die niet meteen geassocieerd wordt met de industrie. Van de zes soorten industrie zijn de nog aanwezige sporen in beeld gebracht en gekarakteriseerd in kenmerkende en mogelijke erfenissen. Voor de locaties met kenmerkende erfenissen zijn de erfgoedwaarden daarvan op hoofdlijnen benoemd. De meeste van deze kenmerkende erfenissen zijn niet beschermd terwijl de erfgoedwaarden evident zijn. Van deze erfenissen wordt aanbevolen ze te beschermen en ze te koppelen aan het erfgoedbeleid. Tevens is het wenselijk om bij toekomstige ontwikkelingen te stimuleren en te inspireren uit te gaan van de aanwezige erfgoedwaarden.
Soorten industrie Zes soorten industrieën zijn van invloed geweest op de ontwikkeling van de gemeente: de vlasindustrie, scheepsbouwindustrie; ijzergieterij en metaalwerk; elektrotechniek en machine-industrie; houtbewerking en timmerwerk en overige maakindustrie. Sporen van de vlasindustrie zijn met name in Oostendam en Rijsoord nog sterk aanwezig en hebben een relatie met de rivier De Waal. De restanten van de scheepsbouwindustrie en de ondersteunende elektrotechniek en machine-industrie bevinden zich voornamelijk in Bolnes en Slikkerveer en hebben een relatie met De Nieuwe Maas en De Noord. In de kern Ridderkerk bevinden zich de meeste sporen van de houtbewerking en timmerwerk en overige maakindustrie. Opvallend is dat het industrieel erfgoed nauw verbonden is met de historische infrastructuur zoals de dijken, oude routes, waterlopen, sporen, havens, enz. Via deze structuren werden de toe- en aanvoer van goederen en producten gedaan.
4
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
Kenmerkende ensembles Opvallend is dat de meeste erfenissen losse elementen betreffen waarvan de context eromheen geheel is veranderd. Maar op zes locaties zijn meerdere onderdelen aanwezig. Deze onderdelen samen vertellen meer over het productieproces, de ruimtelijke logica en DNA van de plek. Binnen de collectie van kenmerkende erfenissen zijn ze exemplarisch en zeldzaam en van grote cultuurhistorische waarde. Dit zijn: • S2: Voormalige werf Gust (nu Schiepo), Ringdijk 466-486 te Slikkerveer, met een inham, havenkom en naoorlogse loodsen als restanten; • S3: Boele, locatie 2, nabij Ringdijk 462 te Slikkerveer met een ensemble bestaande uit historische loodsen in relatie met naastgelegen villa Boele; • S4: De Groot en van Vliet Scheepswerf en machinefabriek, Ringdijk 396 te Slikkerveer, met een loods, kraan aan de kade en de relatie met de haven als erfenissen;
•
• •
E2: naoorlogse locatie van Smit Slikkerveer, Ringdijk 390b te Slikkerveer: rivieroever met loods Y6 en een steiger als restanten; E3: het ensemble van machinefabriek F. Bakker, de ‘Harde Bakker, Verlengde Kerkweg 15 te Ridderkerk; O1: de Carrosseriefabriek Z.A.B.O., Prinses Margrietstraat 1, te Slikkerveer, met verschillende loodsen uit 1930.
Bekend is dat sommige van bovenstaande locaties op het punt staan te transformeren. Er ligt een kans om de overgebleven erfenissen te benutten en te integreren in ontwikkelingen met een duidelijke identiteit en karakter, gerelateerd aan de plek. Voor een uitgebreidere uiteenzetting van de conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek verwijzen we naar pagina’s 66 t/m 69.
A. Het verhaal van Ridderkerk en de industrie
Voormalige loods van Smit Slikkerveer
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
5
IJsselmonde in een dynamisch waddenlandschap
Boven: drie paleogeografische kaarten (landschapsreconstructies) die de landschapsontwikkeling van het eiland IJsselmonde laten zien. Zwart omkaderd is het gebied van gemeente Ridderkerk, de legenda is onderin. [Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed]
Onder: schetskaart van de Zuid-Hollandse eilanden omstreeks 1300. Het eiland IJsselmonde ligt rechtsboven en bestaat uit de waarden Rhoon, Zwijndrechtse Waard en Riederwaard. Zwart omkaderd is het gebied van gemeente Ridderkerk. [Stadsarchief Rotterdam]
100 AD
1250 AD
1850 AD
IJsselmonde in een dynamisch waddenlandschap De vorming van het Zuid-Holland begon na de laatste ijstijd, zo’n 12.000 jaar geleden. Via de riviertakken van de Hollandse IJssel, Waal, Lek en Merwede stond het moerassige veengebied in directe verbinding met de Noordzee. Er ontstond een dynamisch waddenlandschap waar het water vrij spel had met het veen. Tussen 500 v. Chr. en 800 ontstond het eiland IJsselmonde, bestaande uit de zandvlaktes van Rhoon, Zwijndrechtse Waard en Riederwaard. Archeologische opgravingen tonen aan dat op de hoger gelegen vlaktes, de donken, al in Steentijd werd gevestigd door mensen.1 Naar verwachting werd er in deze periode ook gewoond op de hoger gelegen oeverwallen langs de rivieren en geulen. In de Romeinse tijd zijn er nederzettingssporen aangetroffen langs de oever van de Waal en nabij Slikkerveer.
6
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
Een raster van dijken in de nieuwe
Boven: Kaart van landmeter Jan Potter uit 1584. De kaart is omgedraaid. Linksonder ligt het dorp Ridderkerk. Tussen het dorp en de Merwede ligt het groene buitendijkse gebied van de Donkersloot. Aan weerszijden van Ridderkerk liggen de dorpen Slikkerveer en Oostendam aan de dijk. De [Stadsarchief Rotterdam]
polders
Onder: de polders op het eiland IJsselmonde in de negentiende eeuw (1848).[Nationaal Archief]
Op de Riederwaard werd vanaf 800 begonnen met de ontginning van het veen, waardoor het landschap daalde. In deze periode brak de duinenrij bij zee door waardoor de getijden een sterke grip kregen op het landschap.2 Om de akkers en dorpskern van Riede (de huidige kern van Ridderkerk), dat voor het eerst in 1105 in bronnen werd genoemd, te beschermen werden vanaf de tiende eeuw dijken aangelegd. Riede kwam achter een slingerende dijk te liggen die ook langs vissersnederzettingen en het dorp Oostendam ging. Oostendam was ontstaan bij de afdamming van de Waal, tijdens de herbedijking van de Zwijndrechtse Waard in 1331. Hoewel de dijken enige bescherming moeten hebben geboden, werd Riede eeuwenlang geteisterd door het water. In de veertiende eeuw was er zoveel overlast, dat de bewoners van Riede wegtrokken naar de meer zuidelijke Pruimendijk en Waaldijk.3 Er werd besloten om de Riederwaard in te polderen in twee fasen: eerst de Oud-Reijerwaard in 1404 en daarna de Nieuw-Reijerwaard in 1421. De net opgeleverde polders waren niet opgewassen tegen de verwoestende Sint Elizabethsvloed, waardoor in 1424 de dijken opnieuw – en definitief – werden aangelegd met behulp van windmolens. Op de dijken ontstonden belangrijke infrastructurele routes waarlangs de lintdorpen Slikkerveer, Bolnes en Rijsoord ontstonden.
De middeleeuwse dijklichamen zijn vandaag de dag nog steeds zichtbaar in het landschap.
gemeente Ridderkerk
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
7
Arbeid en weelde in het buitengebied
Bolnes
Slikkerveer
In het begin van de vijftiende eeuw werd Ridderkerk een ambachtsheerlijkheid. In 1446 werd Ridderkerk officieel gesticht door ambachtsvrouw Magriet van Comene met een handvest met regels voor bestuur en bevolking.4 De bevolking leefde van akkerbouw en veeteelt en er was een rijke riet- en griendcultuur. In de havens van Ridderkerk en Oostendam werd handel gedreven met de regio. De groene omgeving van Ridderkerk viel ook in de smaak bij welgestelde families uit de omringende steden. Op Benedenrijweg 461 staat ‘Huys ten Donck’, gebouwd in 1746 door Otto Groeninx van Zoelen, burgemeester van Rotterdam, heer van Ridderkerk en bewindhebber in de VOC. Het was niet het eerste bouwwerk dat op deze locatie stond. In 1616 werd hier een kasteeltje gebouwd dat in 1676 eigendom werd van de familie Van Zoelen. De zoon die Catharina en Cornelis 8
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
Boven: kaart van de visserijen aan de Merwede met Bolnes, Slikkerveer, Ridderkerk en Oostendam in 1615. De kaart is vervaardigd door M. Janzoon Been. Bij Slikkerweer lijken twee steigers in het water te liggen voor de visserij. [Stadsarchief Rotterdam] Ridderkerk
Rechtsonder: Huys ten Donck aan de Benedenrijweg te Bolnes. Het huis bezit nog een eigen haventje de Maas.
Oostendam
Groeninx kregen was Otto Groeninx van Zoelen. Otto liet vervolgens het oude kasteel afbreken en vervangen voor het buitenhuis. Dat hij bewindhebber was van de VOC, liet hij doorwerken in de architectuur van het huis, door het de verhoudingen van een VOC-schip te geven. Andersom wordt ook een VOC-schip vernoemd naar het huis. ‘ Het schip Huys ten Donck wordt gebouwd in Rotterdam en wordt talloze malen ingezet door de VOC voor reizen van en naar Batavia, Ceylon en Bengalen’, schrijft het Nationaal Archief. Het Huys ten Donck en de bouwwerken, tuinen en objecten die daarbij horen zijn rijksmonumenten. De familie bekleedde hoge functies in de politiek en was betrokken met o.a. de Admiraliteit op de Maas in Rotterdam. Het is onbekend in hoeverre de familie destijds betrokken is geweest met de Ridderkerkse industrie. Het huis zelf werd gebruikt
als buitenverblijf en in de zomer werden de meubelen van de familie met een schuit van Rotterdam naar Ridderkerk vervoerd. De aanleghaven aan het water werd gebruikt voor het laden en lossen van deze goederen.
Vlasindustrie aan de Waal
Kleurenlithografie ‘Het vlas’ door De Ruyter & Meijer (1874). De beelden laten het maakproces en de producten uit de vlasindustrie zien. [Rijksmuseum]
Boven: ongetwijnd vlas, ca. 1590. [Rijksmuseum] Onder: velden met vlas langs de Waal. De foto lijkt vanuit het tramspoor bij de Rijksstraatweg te zijn genomen. [Stichting Oud Ridderkerk, 1025.101.019]
In de zeventiende eeuw begonnen boeren op IJsselmonde met het verbouwen van vlas. Langgerekte velden kleurden blauw of wit door de bloemen van het vlas. Het vlas werd verwerkt tot linnen, touw of lijnzaadolie. In 1906 telde Zuid-Holland circa 650 handmatige en 19 machinale vlasserijen.5 In 1840 waren er in de (huidige) gemeente 72 vlasbedrijven bekend: Bolnes (12), Ridderkerk dorp (9), Pruimendijk (9), Lagendijk (8), Waaldijk (7), Molendijk (8), Eenigendijk (6), Oostendam (3), Rijsoordsestraat (3), Straatweg (3), Noldijk (3), Slikkerveer (1), Rijsoord (1) en Strevelshoek (1).6 In Oostendam en Rijsoord werden tientallen vlasbedrijven gestart vanuit boerdijen en schuren aan de Waal. De ligging aan het water was noodzakelijk voor het ‘roten’ van het vlas.7 Het zwaartepunt van de vlasindustrie verplaatste omstreeks 1750 van Vlaanderen, Friesland en Noord-Holland naar de streek tussen Rotterdam en Dordrecht en Zeeland. De kleigronden langs de rivieren in Zuid-Holland waren vruchtbaarder dan de zandgronden, hetgeen gunstig was voor de vlasteelt.8 Op het eiland IJsselmonde lag het zwaartepunt op drie locaties: in Ridderkerk, Hendrik-Ido-Ambacht en ’s-Gravendeel. Een belangrijke bron is een telling uit het jaar 1887 van H.W.E. Struve en A.A. Bekaar.
Uit deze momentopname blijkt dat er in dat jaar in Barendrecht 1 brakerij en zwingelarij is met 34 werknemers; in Hendrik-Ido-Ambacht 9 vlasserijen met in totaal 201 werknemers; en in Ridderkerk 9 vlasserijen met in totaal 445 werknemers. Hieruit valt voorzichtig te zeggen dat Ridderkerkse vlasindustrie op het eiland IJsselmonde een uitzonderlijke rol heeft gespeeld. Het vlas werd over water vervoerd en verhandeld op de Beurs in Rotterdam en de vlas- en lijnzaadmarkt in Dordrecht.9 De bloei van de vlashandel zorgde voor schaalvergroting en mechanisering. Moderne fabrieken werden gebouwd, voorzien van pluk- en repelmachines, spinnerijen, touwfabrieken,
warmwaterroterijen en stookhuizen met hoge schoorstenen.10 In de fabrieken werkten honderden arbeiders, waaronder kinderen.11 Rond 1900 kwam de vlasindustrie net zo snel weer ten einde als het was opgekomen. De populariteit van kunstvezel en katoen won het op de vraag naar linnen en de buitenlandse
concurrentie werd steeds sterker. Slechts enkele vlasserijen bleven overeind tot aan de jaren zeventig.12 De nog bestaande erfenissen, zoals de boerderij van de familie Plaisier aan de Rijksstraatweg en de moderne roterij van de familie Van Nes aan de Pruimendijk zijn zeldzame restanten van deze industrie.
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
9
De scheepsbouwindustrie aan de Nieuwe Maas en de Noord
In de eerste helft van de negentiende eeuw kwam de scheepsbouwindustrie in Slikkerveer en Bolnes. Scheepsbouwers uit Kinderdijk vestigden zich hier in de buitendijkse gebieden van de Ringdijk. De eerste scheepswerf werd in 1820 opgericht door reder en scheepsbouwer Fop Smit. Na de oprichting van de Nederlandse Handel Maatschappij in 1824, die door het stellen van gunstige bevrachtingscondities nieuw leven had ingeblazen aan de Nederlandsche scheepvaart en rederijen, nam ook de scheepsbouw toe. Binnen enkele decennia ontstond er een dichtbebouwde strook van dokken, hellingen, loodsen en fabrieken. Het economisch zwaartepunt verplaatste zich naar het noorden van de gemeente in Slikkerveer en Bolnes. Dagelijks werkten er honderden mensen aan de bouw en reparatie van schepen. De eerste schepen waren van hout, maar omstreeks 1840 werd overgegaan op ijzeren schepen en later van zeil op stoommachines. Al vanaf het begin was er zowel vanuit binnen- als buitenland vraag naar zeeschepen en schepen voor de binnenvaart. De inrichting van de werven verliep zeer pragmatisch, de ene werf werd door de andere overgenomen, waardoor een lappendeken ontstond van verschillende industriële elementen uit verschillende tijdslagen.
Rond 1900 vond er schaalvergroting plaats.13 De bereikbaarheid en kansen van de regio verbeterde na de aanleg van het Voorns Kanaal (1827-1829) en de Nieuwe Waterweg (1870).14 Sommige bedrijven verhuisden naar Bolnes, waar in eerste instantie meer ruimte was, maar anderen verlieten de gemeente. De ‘grote jongens’ bleven, bekend als de werven ‘Boele Bolnes’, ‘De Groot en Van Vliet’ en ‘Werf Gusto’. Deze werven strekten zich honderden meters langs het water uit en het silhouet van uitstekende kranen en metershoge schepen boven de Ringdijk werd een bekend aanzicht.
10
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
Boven: scheepswerf van Boele te Bolnes. [Stichting Oud Ridderkerk, 1022.100.005] Midden: grofsmederij Bolnes. [Stichting Oud Ridderkerk, 1023.102.002] Onder: tewaterlating bij Scheepswerf Boele, 1961. [Nationaal Archief, fotocollectie Anefo]
Boven: scheepswerf De Groot en Van Vliet, 1951. [Stichting Oud Ridderkerk, 1022.103.001] Midden: tewaterlating mijnenveger Hr. Ms. “Axel” bij scheepsbouwwerf De Groot & van Vliet’, 1955. [Nationaal Archief, fotocollectie Anefo] Onder: indienststelling Hr. Ms. mijnenveger “Grijpskerk” te Slikkerveer’, 1956. [Nationaal Archief, fotocollectie Anefo]
Ondersteunende industrie
Boven: impressie van de fabriek voor electrische werktuigen van Willem Smit & Co. [Stichting Oud Ridderkerk, 1014.100.020] Linksonder: de bandenmakerij in de rubberfabriek van Bakker, 1919. [Stichting Oud Ridderkerk, 1020.100.022] Rechtsonder: foto ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Bakker, 1920. [Stichting Oud Ridderkerk, 1020.100.049]
Ook andere industrieën staken in de negentiende eeuw de kop op. In fabrieken op of nabij de scheepswerven werden deelproducten en machines gemaakt voor de vervaardiging en inrichting van schepen, zoals de Klinknagelfabriek van Smit en de modelmakerij van Dubbelman. Bijzonder was de Electrotechnische Industrie van Willem Smit en Adriaan Pot waar machines, verlichtingssystemen en generatoren werden vervaardigd. In Ridderkerk werden ook andere grote industrieën opgericht. Naast het oude centrum richtte de familie Bakker een vlasbedrijf op, dat uitgroeide tot een grootschalige rubber- en machinefabriek, met honderden werknemers. Andere maakindustrie, zoals de Carrosseriefabriek Z.A.B.O, de gasfabriek en de Sigarenfabriek van de Gebroeders Bos speelden een belangrijke rol in de kern Ridderkerk. Infrastructuur Door de groeiende werkgelegenheid nam ook het aantal inwoners aanzienlijk toe. Arbeiders uit Brabant en Zeeland vestigden zich langs de dijken en in de dorpen. De gemeente legde grote uitbreidingswijken aan en enkele scheepsbouwbedrijven ontfermden zich over huisvesting en voorzieningen voor hun personeel.15 De bereikbaarheid van de gemeente verbeterde vanaf de negentiende eeuw aanzienlijk.
In 1872 werd de Staatsspoorlijn tussen Rotterdam Mallegat en Dordrecht in gebruik genomen en in 1900 werd de gemeente aangesloten op de tramlijn van Middelwijk-Zwijndrecht.16 Daarnaast zorgden de aanleg van de Rijksstraatweg, rijkswegen tussen Rotterdam-Dordrecht en Rotterdam-Gorinchem en het bekende ‘klaverblad’ van snelwegen voor snellere ontsluiting met de regio.17 Tot slot werd er veel gehandeld via de havens nabij Oostendam en in Ridderkerk. De Ridderkerkse haven was oorspronkelijk een watergang die door de Donkerslootpolder liep. Ten noorden van Het Zand werd in 1910 een nieuwe haven aangelegd, waardoor het dorp in directe verbinding stond met De Noord. Rond 1970 werd de haven bij de Donkerslootsedijk afgedamd en gedempt. Bij de Gorzen werd in hetzelfde jaar een nieuwe haven, met jachthaven aangelegd.18
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
11
Het einde van een tijdperk
Op 15 mei 1940 werd de capitulatie van Nederland getekend door generaal Winkelman in de Johannes Post School in Rijsoord.19 De impact van de oorlog op de scheepsbouwen machine-industrie was groot. Door de invoering van de dienstplicht en plunderen kwam de industrie nagenoeg stil te liggen. Na de oorlog krabbelde de industrie weer op en werd er flink uitgebreid. Vanaf de jaren zeventig nam de concurrentie uit landen met goedkope arbeidskrachten echter sterk toe. De grote scheepsbouwbedrijven waren genoodzaakt steeds meer personeel te ontslaan en fusies aan te gaan. In de jaren tachtig gingen veel bedrijven toch failliet en werden de werven één voor één gesloten.
12
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
Boven: A16 vanaf viaduct Populierenlaan/Verbindingsweg, omstreeks 1960. [Stichting Oud Ridderkerk, 1219.817.010] Onder: topografische kaart van de gemeente, 1980. Hierop is te zien dat de bebouwing langs de rivieroevers bij Bolnes en Slikkerveer vooral scheepswerven betrof. [Topotijdreis]
Herontwikkeling en industrie in de eenentwintigste eeuw
Boven: herontwikkeling van het terrein van Boele Bolnes met woontorens (op de achtergrond) en bedrijfsgebouwen (op de voorgrond). Onder: herontwikkeling van het terrein van Smit Slikkerveer met woningbouw en bedrijfsgebouwen. Enkel de loods links is behouden gebleven en getransformeerd tot woningen.
In de jaren negentig kwamen de meeste industrieterreinen leeg te staan. Vanwege de gunstige locaties, aan de rivieroevers en aan de randen van de dorpskernen, werd er snel overgegaan tot sloop van de hellingen, loodsen en fabrieken. De bedrijventerreinen die ooit aan de randen van de dorpen werden gebouwd, waren inmiddels ook aantrekkelijke centrale locaties voor wonen en distributiecentra. Aan het water werden nieuwe bedrijventerreinen met kantoren geopend, zoals de nieuwe ‘Boelewerf’ in Bolnes. Ook verrezen appartementencomplexen zoals Park Maasdonck en de woonwijk op de voormalige werf van Schram rond de eeuwwisseling.20 Het oude bedrijventerrein van Donkersloot werd opnieuw ontwikkeld en de Machinefabriek van de Gebroeders Lodder vervangen voor een bouwmarkt en kantoren. Tegenwoordig profileert de gemeente Ridderkerk zich met de glastuinbouw, de agro-vers-food sector (beide in Rijsoord) en de functie als distributie centrum (Donkersloot en Bolnes) met als belangrijkste verbinding de snelweg.
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
13
Tijdlijn industriële ontwikkeling
Vlasindustrie Scheepsbouwindustrie IJzergieterij en metaalwerk Elektrotechniek en machine-industrie Overgang van hout naar ijzer en van zeil naar stoommachines voor de bouw van schepen
Houtbewerking en timmerwerk 1917
1750 Bloei vlasteelt in regio RotterdamDordrecht
Uitbreiding en 1872 1875 afname uitdieping de aansluiting vlasindustrie Noord Staatspoorlijn en toename Rotterdamscheepsbouwindustrie Dordrecht in de gemeente 1920 bloei aantal 1910 1870 aanleg scheepswerven In gebruikname Havenkanaal Nieuw Waterweg 1904 aanvang stoomtram Rijsoord
1814 Aanleg Rijksstraatweg Rotterdam-DordrechtBreda (via Rijsoord) 1750
1850
1900
Aanvang industriële revolutie in Nederland
INDUSTRIE 1.0 MECHANISATIE WEEFGETOUW STOOMENERGIE 14
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
WOI
INDUSTRIE 2.0 MASSAPRODUCTIE LOPENDE BAND ELEKTRISCHE ENERGIE
Overige maakindustrie 1960 Einde vlasindustrie in de gemeente
1934 Opening autosnelweg RotterdamIJsselmonde en Zwijndrecht
1940 WOII
1950
Inrichting Boelewerf tot bedrijventerrein
Ontmanteling werven en herontwikkeling tot woonlocaties
1970 Afdamming Havenkanaal Afgang Aanleg nieuwe (jacht) scheepsbouwhaven industrie
1960
1970
1980
1990
Ontwikkeling bedrijventerrein Cornelisland
2000
2010
2020
Lancering internet in Europa
INDUSTRIE 3.0 AUTOMATISERING COMPUTERS & ELEKTRONICA
INDUSTRIE 4.0 CYBER FYSIEKE SYSTEMEN INTERNET NETWERKEKEN
Locaties soorten industrie Soort industrie
S1
Soort industrie
S1
Vlasindustrie (V)
S8
Vlasindustrie (V)
Scheepsbouwindustrie (S)
Ni
eu
Niwe eu M weaa Msa S6 Bolnes as O9 S6 O9
Scheepsbouwindustrie (S)
kw
in er et kw g aa in Bl ter
aa
Elektrotechniek en machineindustrie (E)
S1
Bl
Bolnes
Elektrotechniek en machineindustrie (E)
S1
S8
e
IJzergieterij en metaalwerk (I)
IJzergieterij en metaalwerk (I)
Houtbewerking & timmerwerk (H)
S5
S5
S2
g
Houtbewerking & timmerwerk (H)
Rin
Rigndijk gdi jk
Overige maakindustrie (O)
Overige maakindustrie (O)
S2
S3
Lek
Lek
S3
S7 S7 I1I1 E1 E1 H1H1
Erfenissen
Slikkerveer Slikkerveer S4 S4
Erfenissen
E2 E2
historische erfenis historische erfenis verdwenen erfenis
verdwenen erfenis
O2
O1
O1
Historische structuren
jk
di
ng
Ri
O2
jk
di
ng
Ri
V9
route
Ridderkerk
verdwenen route
Ridderkerk
verdwenen route
H4
vaarweg k
waterloop
verdwenen waterloop
H4 ij
waterloop
O3
O5
aa
O6
l
an
nk
dd
l
aa
an
nk
ve HRai
I2 O7 I3 O4 E4 E3 E4 E3
O6 ve
Ha
er
O7 I3
ke
r Ri kse dd H er aven ke rk se
Middenmolendijk
Middenmolendijk
ve
n
en
verdwenen havens en inhammen
La
ng
verdwenen waterloop
V1
verdwenen havens en vm. inhammen route stoomtram V10
spoorweg r mt
.
vm
spoorweg st
o to
Pru
V4
V10
De Waal
Rijsoord
V3
oo
eg
Ro
er
da
m
-
Do
rd
oo
re
rw
eg
jk
ndi
ime
Pru
V6
Oostendam
Rijsoord
V2
V5
V11
rw
tt
sp
V2
V6
V3 V7 V4
Oostendam V7
V8
V5
sp
ijk
nd ime
V9
s
am
tr
m
oo
.
vm
V1
De WaalV11
am
route vm. stoomtram
Op pagina’s 30 en 31 worden deze locaties nader toegelicht.
Ha
di La jk ng e
nd
vaarweg
O3
O4
I2H2 H3
d
H2 H3 O5
route
or
dijk
d
dijk
No
or
No
V8
Historische structuren
Ro
tt
er
da
m
-
Do
rd
re
ch
t
ch
t
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
15
Invloedrijke families in de industrie In dit hoofdstuk is een verkennend onderzoek verricht naar tien families die een belangrijke rol hebben gespeeld in de industriële geschiedenis van de gemeente Ridderkerk. Boele Slikkerveer en Bolnes Sommige families hebben met de industrie invloed gehad scheepsbouw- en machine-industrie op de ruimtelijke ontwikkeling van de verschillende kernen. Ook hebben zij een stempel weten te drukken op economisch en sociaal-maatschappelijk vlak als grootste werkgevers Soort industrie binnen de gemeente. Het gaat om de families Plaisier, Van (V) Vlasindustrie Scheepsbouwindustrie Nes, Bakker, Boele, De Groot en De Vliet, Pot, Schram, Smit, (S) Elektrotechniek Smulders en Van der Kuijl. In dit rapport ligt de focus op de en machineindustrie (E) vestigingsplaatsen en periodes van deze bedrijven.IJzergieterij en metaalwerk (I) Pot Overige maakindustrie (O)
Smulders Slikkerveer
scheepsbouwindustrie
Ni
scheepsbouwindustrie
eu
Bolnes
g in er et kw aa Bl
Houtbewerking & timmerwerk (H)
Schram Slikkerveer & Bolnes
Bolnes en Slikkerveer
we
Ma
as
Rin
Smit
gdi
scheepsbouwindustrie
jk
Slikkerveer & Bolnes
Lek
scheepsbouw- en machine-industrie Slikkerveer
Erfenissen historische erfenis verdwenen erfenis
jk
di
ng
Ri
Historische structuren or
No d
dijk route verdwenen route vaarweg
Bakker
l
aa
an
nk
ve
Ha
Ridderkerk
Ri
dd
O7
Ridderkerk
vlas- en machine-industrie
er
ke
rk
se
Middenmolendijk
ve
n
La ng en di jk
waterloop
Ha
verdwenen waterloop verdwenen havens en inhammen route vm. stoomtram spoorweg st
m
De Waal
ra
mt
oo
.
vm
jk
ndi
ime
Pru
Oostendam
Rijsoord
Van Nes Rijsoord vlasindustrie
Plaisier
sp
oo
Rijsoord & Oostendam
rw
eg
Ro
tt
er
da
m
vlasindustrie -
Do
rd
16
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
re
ch
t
Vlasbewerking bij de familie Plaisier aan de Rijksstraatweg omstreeks 1924. [Stichting Oud Ridderkerk, 1025.102.004]
Vlaswerkers bij Plaisier aan de Rijksstraatweg, omstreeks 1920. [Stichting Oud Ridderkerk, 1025.102.001]
Plaisier Rijsoord & Oostendam Vlasindustrie
De familie Plaisier had een van meest invloedrijke vlasbedrijven in de gemeente Ridderkerk. Van 1830 tot 1964 werd het vlasbedrijf gerund aan de Rijksstraatweg in Rijsoord.
Boerderij en vlasserij te Rijsoord, Rijksstraatweg 169-175 Arie Plaisier Jacobsz. (1807-1891) werd geboren in een boerenfamilie in Oostendam.21 In het jaar 1830 kocht Arie de boerderij ‘Landzigt’ in Rijsoord over van zijn schoonfamilie. De boerderij dateert uit omstreeks 1750 en was al voor de verkoop in gebruik als vlasboerderij. Negen jaar later, in 1839 kocht Arie de naastgelegen vlasstelling ‘Souburg’ over van vlasboer Jan van der Ven. De naam Souburg was passend, omdat het verwees naar een plaats in Zeeland waar vlashandel werd gedreven met boeren. Tussen 1850 en 1870 beleefde het vlasbedrijf zijn hoogtijdagen. Hoewel de meeste vlasindustrie in Zuid-Holland na deze periode verdween, bleef dit familiebedrijf overeind staan. De boerderij werd in 1851 uitgebreid met een schuur, waar slaapplekken kwamen voor het personeel en reizigers in
Rijsoord. De voorgevel van de boerderij werd in 1874 vervangen en twee meter richting de straatzijde verplaatst. Ook in 1923 werd de boerderij grondig verbouwd. Vlasserij Souburg werd door verschillende families gebruikt. De heer Romijn had in een schuurtje aan de achterzijde van het terrein een klompenmakerij en zijn dochters runden er een winkel. De familie Ruiter woonde in een kleine boerderij op het terrein. Uit bronmateriaal komt ook naar voren dat de familie Plaisier in 1918 de vlasboerderij ‘de Paradijshoeve’ aan de Oostmolendijk kocht van de familie Molendijk.22 Tijdens de Tweede Wereldoorlog brandden twee woningen op het terrein af en werd de Paradijkshoeve beschoten door een Nederlands vliegtuig nadat er werd ontdekt dat er Duitsers verbleven. In de hongerwinter werd het bedrijf druk bezocht door hongerige mensen uit de stad en bleven verschillende mensen overnachten in de schuur.23 Na de oorlog voorzag de familie de vlasserij van een warmwaterroterij en machines die het repelen en zwingelen van het vlas mechaniseerden.24 In 1964 hief Jan Plasier (geboren in 1948) het vlasbedrijf op.
Het terrein bij de boerderij richtte hij in als boomkwekerij voor laan- en parkbomen voor grootgebruikers. Het houden van koeien werd beëindigd, maar er was wel nog akkerbouw. De boomkwekerij is inmiddels opgeheven. De vlasserij werd een tijd lang verhuurd als bedrijfsruimte. Verschillende generaties Plasier hebben op de boerderij Landzigt gewoond en gewerkt: 25 • Arie Plaisier (1807-1891) beheerde het bedrijf van 18301867. Arie liet een woonhuis bouwen op Rijksstraatweg 143; • Marinus Plaisier (1838-1929) beheerde het bedrijf van 18671900. Marinus liet naast de boerderij een woonhuis bouwen op Rijksstraatweg 167; • Arie Plaisier (1875-1949) beheerde het bedrijf van 19001942. Arie woonde op Rijksstraatweg 191. • Marinus Plaisier (?-1992) beheerde het bedrijf van 19421964. Marinus woonde op Rijksstraatweg 167. • Jan Plaisier (1948-2021).
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
17
Werken op het land van vlasserij Van Nes in Rijsoord. [Stichting Oud Ridderkerk, 1025.101.034]
‘Repelen’ van het vlas met de hand (ook wel de zaadbol van het vlas scheiden), omstreeks 1900. Dit proces vond plaats voordat het vlas verder bewerkt werd. [Stichting Oud Ridderkerk, 1025.101.012]
Van Nes Rijsoord Vlasindustrie
Naast de familie Plaisier had ook de familie Van Nes een van de meest invloedrijke vlasbedrijven in de gemeente Ridderkerk. In de negentiende en twintigste eeuw runden zij verschillende vlasfabrieken in Rijsoord.
Vlasschuur bij de Rijsoordse brug Rond het jaar 1850 had Adrianus Reinen van Nes (1795-1869) een eigen vlasschuur bij de Rijsoordse brug.26 De inkomsten van de vlasschuur waren na een aantal jaren niet meer voldoende. Samen met Cornelia de Jong kreeg hij elf kinderen en het was moeilijk om rond te komen.27 Het bedrijf werd opgeheven en in 1902 werd de vlasschuur bij de Rijsoordse brug afgebroken.
Vlasfabriek te Rijsoord, Waaldijk (voorheen: Oudendijk) De zoon van Adrianus, Cornelis van Nes (1840-1910) werkte van zijn vijfde tot elfde bij zijn vader in het vlasbedrijf. Toen het bedrijf werd opgeheven ging hij in dienst bij vlasboeren aan de Pruimendijk. In 1861, toen Cornelis 21 jaar was, begon hij met het inkopen van lokken en lijnzaadafval van vlassers in de buurt. Met een kruiwagen werd het naar zijn ouderlijke huis gebracht, waar hij de lokken met de hand zwingelde en het 18
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
lijnzaadafval zeefde. De deelproducten verkocht hij weer door aan Rotterdamse handelaren of olieslagerijen.28 Cornelis opende in 1861 een eigen vlasfabriek aan de Waaldijk. In 1872 breidde hij het bedrijf uit door een naastgelegen houten schuur met zwingelarij op de kopen en in 1875 een steenkolenen turfhandel over te nemen. Het bedrijf groeide en verkreeg de voorraadschuren van de voormalige Hoeve de Naant. De vrouw van Cornelis, Willemijntje Schop had een winkel waar gerst voor kippenvoer en tarwe voor brood werden verkocht.29 Cornelis van Nes was ook medeoprichter van de vereniging ‘Een school met de Bijbel’ in Rijsoord. De vlasfabriek aan de Waaldijk brandde in 1910 volledig af. In 1914 werd een nieuwe moderne fabriek geopend, voorzien van elektriciteit.30 Via een speciaal zijspoor in de tramlijn van de RTM was de fabriek verbonden met de regio.31 In de jaren tussen 1930 en 1935 werd het bedrijf uitgebreid door de bouw van de Nieuwe Naant, vlasschuur de Noord32, twee warmwaterroterijen, de Witte Hoeve, het nieuwe pakhuis en twee betonloodsen.33 Over de sluiting van deze fabriek is geen informatie bekend. Leden van de familie Van Nes namen ook plaats in de
Nederlandse Vlasspinnerij in Tilburg, die in 1918 werd opgericht.34 Cornelis van Nes zat bij de oprichting in de directie en in 1922 nam Willen Nes dit van hem over. In 1969 werd de spinnerij in Tilburg gesloten.
Vlasbedrijf te Rijsoord, Pruimendijk In 1882 kocht Cornelis het machinaal vlasbedrijf van Pieter Nugteren over aan de Pruimendijk (gelegen aan het begin van de Waaldijk), waarna het gezin van Cornelis verhuisde van de Straatweg naar de Pruimendijk. In 1896 werd aan de Pruimendijk de tweede fabriek ‘De Schans’ geopend. De fabriek brandde zowel in 1919 als 1924 af, waarna het volledig herbouwd werd.35 Enkele decennia later werd de fabriek afgebroken door de aanleg van Rijksweg 16 door de gemeente. De grond werd in 1933 onteigend en in 1938 werd de fabriek gesloopt. In 1970 besloot de directie van het vlasbedrijf als één van de laatsten in Nederland de deuren te sluiten. Het bedrijf werd gesplitst in een beleggingsinstelling en een werkmaatschappij ter exploitatie van de bedrijfspanden.
Affiche met de zomerdienstregeling van de watertochtjes van rederij Fop Smit, 1907. [Regionaal Archief Dordrecht]
Poster uit 1898 met daarop de eerste fabrieksgebouwen van De Electrisch-Licht-Machinen Fabriek Willem Smit & Co.
Smit
Slikkerveer & Bolnes rederij, scheepswerven, klinknagelfabriek, electrotechnische machinefabriek (Smit Slikkerveer)
De familie Smit heeft een belangrijke rol gespeeld in verschillende watergebonden industrieën in de gemeente Ridderkerk. Sinds het begin van de zeventiende eeuw was de familie Smit woonachtig in het gebied tussen Alblasserdam, Nieuw-Lekkerland en Ridderkerk. Vele generaties werkten als scheepstimmerman of scheepsbouwer. In Kinderdijk werden een aantal scheepswerven opgericht. Voor zover bekend zijn er onder de naam Smit in de gemeente drie scheepswerven, een klinknagelfabriek, breeuwfabriek en elektrotechnische industrie geweest. De familienaam werd vooral bekend onder ‘Smit Slikkerveer’, de bijnaam van het elektrotechnische bedrijf van Benjamin Smit. De familie was nauw betrokken in de gemeentepolitiek en heeft een rol gespeeld in de huisvesting van arbeiders. Ook buiten Ridderkerk, onder andere in Nijmegen, Dordrecht en Zeeland richtte de familie bedrijven op. 36
Scheepswerf, klinknagelfabriek en breeuwfabriek te Slikkerveer, Ringdijk
Scheepswerf en machinefabriek te Slikkerveer, Ringdijk 466, 486
In 1820 kocht reder en scheepsbouwer Fop Smit (1777-1866) een stuk grond aan de Ringdijk waar hij de eerste scheepswerf van Ridderkerk oprichtte.37 Op dit terrein aan de rivier de Noord werden schepen vervaardigd, eerst van hout, maar richting het eind van de negentiende eeuw van ijzer. Op het terrein werden later door verschillende generaties Smit fabrieken geopend zoals de Breeuw- en Klinknagelfabriek (1869-1970) van Johannes Smit. Fop Smit was ook eigenaar van een baggerdienst en stoombootrederij voor toeristen.
Een tweede scheepswerf werd opgericht door Piet/Pieter Smit Fopzoon Jr. (1848-1913). In 1871 nam hij de scheepswerf van Joost Pot, nabij Huys ten Donck over. Voorafgaand had Piet twee jaar in New York de scheepsbouw bestudeerd en de kennis die hij had opgedaan kwam nu goed van pas. Op de scheepswerf werden ijzeren schepen vervaardigd. Een aantal van de eerste schepen die werden gemaakt, waren sleepboten voor zijn Slikkerveerse Sleepdienst die in 1877 werd gestart. Bij de scheepswerf werd ook machinefabriek ‘De Industrie’ geopend in 1872.39 Na de aankondiging van de verbetering van de Nieuwe Waterweg voorzag Piet dat de Rotterdamse haven zou gaan groeien. Er werd besloten om Slikkerveer te verlaten en het bedrijf in 1891 te verhuizen naar de polder Oost-Varkenoord. In 1894 werd de werf verkocht aan de firma A. F. Smulders.40
De scheepswerf werd in 1872 voortgezet onder de naam ‘Scheepswerf Arie Smit Jr.’.38 Arie Smit Jr. (1845-1935) was de zoon van Jan Smit. Toen Arie tussen 1874 en 1879 in Vlissingen werkte, werd de werf beheerd door de heren Bothof en Gravesteen. De naam van de werf werd in 1879 ook veranderd in ‘Scheepswerf H. Bothof en W. Gravestein’ of kort ‘Bothof’. De werf werd in 1883 opgeheven.
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
19
Het oude fabrieksterrein van Smit Slikkerveer nabij Ringdijk 404, 1950. [Stichting Oud Ridderkerk, 1014.100.066]
Het nieuwe terrein van Smit Slikkerveer ter hoogte van Ringdijk 390 met loodsen Y1 en Y3 in beeld, ca. 1950. De rest van het terrein is nog onbebouwde landbouwgrond. [Stichting Oud Ridderkerk, 1014.100.027]
Electrotechnische industrie te Slikkerveer, twee locaties aan de rivier de Noord
haven die later werd gedempt. In het begin van de jaren dertig werd het terrein volgebouwd met fabrieksgebouwen, die elk werden vernoemd naar een letter van het alfabet. Zo werden onder andere een montage-afdeling, schaftlokaal, kopergieterij en een gebouw voor draaistroomturbogeneratoren gebouwd. De loods voor de turbogeneratorenfabriek op Ringdijk 402 (1931), aangewezen als rijksmonument, is de enige overgebleven loods van dit fabrieksterrein.
Willem Benjamin Smit (1860-1950) ging op achttienjarige leeftijd aan de slag in de Klinknagelfabriek van zijn vader Johannes. In de fabriek experimenteerde hij met elektriciteit en een jaar later ontwikkelde hij zijn eerste dynamo waarmee hij een booglamp deed branden. In 1882 opende Willem Benjamin Smit (1860-1950) en Adriaan Pot (1857-1932) één van de eerste elektrotechnische industrieën in Nederland. De ‘Electrisch-Licht-Machinen Fabriek Willem Smit & Co’ werd opgericht aan de Ringdijk, bij het scheepswerfterrein waar Fop Smit ooit de eerste scheepswerf was begonnen. Bijna anderhalve eeuw werden in de fabriek elektrische verlichting, generatoren en motoren vervaardigd. Op het terrein aan de Nieuwe Maas verrees in 1883 een fabrieksen kantoorgebouw voor de nieuwe fabriek. De fabriek stond tegenover de Klinknagelfabriek van Willems vader en aan een
20
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
Na de Tweede Wereldoorlog breidde het bedrijf zich uit op een terrein ten oosten van de bestaande fabriek. Ter hoogte van Ringdijk 390 werden tussen 1950 en 1970 verschillende loodsen opgetrokken, allemaal voorzien van Y en een nummer. Tegenwoordig staat hier nog Loods Y6 (nu gemeentelijk monument). Het bedrijf groeide van 200 werknemers in 1885 naar 1100 werknemers in 1955. Al die arbeiders moesten ergens wonen. Smit liet aan de Ringdijk, Electrostraat, Toelstrastraat, Scheapmansstraat en het Colijnplein (arbeiders-)
woningen bouwen. Daarnaast werden voorzieningen, zoals de ontspanningszaal ‘De Electrozaal’ (bouw 1930 en inmiddels verdwenen) en het Electropark gerealiseerd. In de jaren zestig verloor het bedrijf zijn zelfstandigheid na verschillende fusies en in de jaren zeventig werd het oude fabrieksterrein gesloten. Het bedrijf sloot definitief de deuren in 2020 toen de werkzaamheden van de generatorenfabriek verplaatst werden naar Tsjechië.41 De locatie werd verkocht en de meeste gebouwen werden gesloopt met uitzondering van Loods Y6 en andere gebouwen uit de jaren negentig.
Scheepswerf te Bolnes, adres onbekend Rond 1921 werd in Bolnes scheepswerf ‘De Jong en Smit’ opgericht door Job de Jong en Arie Smit. Vier jaar later werd de scheepswerf gesloten en verhuisde het bedrijf naar IJsselmonde tot in 1975 het bedrijf werd opgeheven.42
Luchtfoto van de scheepswerf van de gebroeders Pot in Bolnes. [Stichting Oud Ridderkerk, 1219.051.030]
Gezicht op de werf van Boele (op de voorgrond) en de gebroeders Pot in Bolnes (op de achtergrond). [Stichting Oud Ridderkerk, 1219.051.042]
Pot
Bolnes en Slikkerveer scheepswerven
De familie Pot hadden twee belangrijke scheepswerven in de gemeente Ridderkerk. Afkomstig uit het buurtschap Elshout had de scheepsbouwfamilie al vanaf 1750 een eigen scheepswerf in Kinderdijk.43
Scheepswerf te Bolnes, nabij Ringdijk 528 Scheepsbouwer Arie Pot (1780-1858) had vanaf 1813 een scheepswerf in Nieuw-Lekkerland. Zijn dochter trouwde met Fop Smit, die in 1820 in Slikkerveer de eerste scheepswerf was begonnen. In 1839 kocht Arie Pot een stuk grond in Bolnes waar hij scheepswerf ‘Arie Pot’ liet bouwen, de tweede werf in de gemeente Ridderkerk.44 In 1862 veranderde de naam in ‘Gebrs. Pot’ en later ging het beheer over op Jan van Ouden. De familie Pot had goede banden met de familie Boele en in 1896 werd de scheepswerf gezamenlijk beheerd onder ‘Boele & Pot’. De scheepswerf werd uiteindelijk in 1866 overgenomen door Boele’s Scheepswerven en Machinefabriek BV.
Scheepswerf te Slikkerveer, Ringdijk 466, 486 Joost Pot (1811-1888), zoon van Arie Pot, richtte in 1856 een scheepswerf op in Slikkerveer.45 In de memoires van Frank Pot (1881-1957) worden de beginjaren omschreven. ‘Het terrein waarop hij zijn schepen bouwde, zal omstreeks 100 meter diep zijn geweest en strekte zich even ver of misschien iets meer, uit langs de rivieroever en dus ook langs de dijk. In die tijd was Slikkerveer nog een onbekend landelijk plaatsje, want naar mijn weten was Joost Pot de eerste industrieel die zich daar vestigde. Een paar kilometer stroomafwaarts, te Bolnes, vestigden zich zijn beide broeders eveneens als scheepsbouwers, Piet en Hendrik Pot…’, aldus Frank Pot.46 In 1871 verhuisde Joost Pot naar Vlaardingen en werd het bedrijf opgeheven. De scheepswerf werd in datzelfde jaar overgenomen door Pieter Smit Fopzoon Jr. die de werf omdoopte tot ‘De Onderneming’.
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
21
Zicht op de werf Boele vanaf de Paul Kugerstraat, omstreeks 1960. [Stichting Oud Ridderkerk, 1219.723.003]
Gezicht op de scheepswerf Boele met het silhouet van kranen, vanaf de rivier de Nieuwe Maas. [Stichting Oud Ridderkerk, 1022.108.014]
Boele
Slikkerveer & Bolnes scheepswerven en machinefabriek (drie locaties)
De familie Boele had verschillende scheepswerven en machinefabrieken in Slikkerveer en Bolnes. Als één van de grootste werkgevers in de gemeente Ridderkerk in de negentiende en twintigste eeuw speelde de familie een belangrijke rol in de industriële geschiedenis.
Scheepswerf te Slikkerveer, adres onbekend De familie Boele is afkomstig uit Alblasserdam en runden een scheepswerf in Papendrecht. In 1853 kochten de broers Pieter Boele (1827-1887) en Cornelis Boele (1818-1870) twee stukken buitendijks grond in Slikkerveer waar ze een jaar later een scheepswerf oprichtte. De werf had twee hellingen en in 1859 en 1868 werd het terrein uitgebreid door naastgelegen land op te kopen.47 Tussen 1859 en 1883 had de familie ook de werf ‘Engel Boele’ in Alblasserdam.48 Verder is Pieter Boele ook drie jaar kerkmeester geweest voor de Hervormde gemeente van Ridderkerk. De scheepswerf in Slikkerveer werd gesloten in 1930.
Scheepswerf te Slikkerveer, Ringdijk 486 Na het overlijden van Cornelis Boele werd het bedrijf in tweeën gesplitst tussen Pieter en de weduwe van Cornelis, Judith Neeltje Tuk (1819-1892). Judith opende in 1871 een scheepswerf op het voormalige terrein van Piet Smit.49 Hier werden ijzeren 22
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
schepen en sleepboten vervaardigd. In 1888 werd de werf uitgebreid door opnieuw land van scheepsbouwer Piet Smit Jr. over te nemen. Het koetshuis van de familie Smit op Ringdijk 466 is bewaard gebleven en aangewezen als rijksmonument. In 1896 ging de werf verder onder de naam ‘Nieuwbouw- en reparatiewerf Boele en Pot’.50 In 1890 verkocht Judith de werf aan haar vier zonen. Tussen 1905 en 1915 werd er bij de werf een machinefabriek geopend. In 1905 trok scheepsbouwer Arie Nijs den Ouden (1855-1910) zich terug uit de firma en in 1915 kreeg het bedrijf de naam ‘N.V. Boele’s Scheepswerven en Machinefabriek’. In 1913 werd op het terrein, tegenwoordig Ringdijk 458, ‘Villa Boele’ gebouwd als woonhuis en kantoor van Pieter Cornelis Boele, ontworpen door architect C. A. Verhey uit Elshout.51 Het bedrijf was in deze periode op drie locaties gevestigd: twee werven in Slikkerveer en één in Bolnes. Nadat de vraag naar schepen na de Eerste Wereldoorlog stagneerde werd in 1920 en 1930 besloten om de werven in Slikkerveer te sluiten. In 1920 werd de werf opgeheven en verkocht aan de familie Schram die hier scheepswerf ‘Piet Hein’ begonnen.52
Scheepswerf en machinefabriek te Bolnes De scheepswerf van Pieter Boele in Slikkerveer kampte aan het
einde van de negentiende eeuw met ruimtegebrek. De werf lag ingeklemd tussen de werven van de Wed. C. Boele en Zn. aan de westkant, en die van Smulders aan de oostkant.53 Er werd besloten om uit te breiden naar Bolnes, waar nog voldoende ruimte was om te bouwen. Om het risico van de uitbreiding te beperken werd een samenwerking met de scheepswerf de Gebroeders Pot (destijds eigendom van Arie Nijs den Ouden) aangegaan. De twee bedrijven kochten in 1896 een stuk buitendijkse grond in Bolnes en richtten de vennootschap N.V. Maatschappij Schroefsleepboot ‘Trio‘ op en een firma voor de scheepswerf.54 De firma Boele en Pot stond náást de werven van P. Boele Pzn in Slikkerveer en Gebroeders Pot in Bolnes.55 In 1906 werd de machinefabriek en in 1909 de ketelmakerij in gebruik genomen. Nadat de houten scheepshelling in 1909 was afgebrand werd hier een betonnen scheepshelling aangelegd. De werf had een machinefabriek, koperslagerij, smederij, ketelmakerij, droogdokken, magazijnen en kantoren.56 Het terrein was 800 meter lang en personeel werd met speciale busjes over het terrein vervoerd. In 1970 was het één van de grootste Nederlandse werven, met bijna 2000 werknemers. Toch zorgde recessie en concurrentie eind jaren zeventig voor verlies. In 1987 ging het bedrijf failliet.57
Luchtfoto met werf Gusto, jaartal onbekend. [Stichting Oud Ridderkerk, 1022.100.024]
Werf Gusto (voorheen de Maas) aan de Ringdijk. [Stichting Oud Ridderkerk, 1022.105.010]
Smulders Slikkerveer Werf Gusto & Gusto Staalbouw
De familie Smulders, afkomstig uit Tilburg, heeft met de scheepswerf en het staalbedrijf ‘Gusto’ een belangrijke rol gespeeld in de industrie van Slikkerveer. In 1838 richtte Willem Smulders een machinefabriek op met stoommachines in Tilburg. Zijn zoon Augustinus Franciscus Smulders (18381894) richtte met F. Aarts in 1862 scheepswerf met gieterij ‘A.F. Smulders’ op in ’s-Hertogenbosch en in 1872 een gieterij in Utrecht.58
Scheepswerf en staalbedrijf Gusto te Slikkerveer, Ringdijk 466, 486 In 1894 kocht Augustinus de scheepswerf over van Piet Smit jr. De scheepswerf werd ‘A. F. Smulders Engineers & Shipbuilders’ genoemd.59 De werf was uitgerust met droogdokken, elevateurs, excavateurs, stoomhoppers, baggermolens en sleepboot en er werden zo’n 100 schepen vervaardigd.60 Al snel werd de scheepswerf te klein voor het groeiende bedrijf. In 1905 verhuisde het bedrijf naar Schiedam. Toch was dit niet het einde van de familie Smulders in Slikkerveer.
van Smulders dat nu al decennia in Schiedam gevestigd zat, besloot in 1941 terug te keren naar de oude werf in Slikkerveer. De scheepswerf werd ‘Werf Gusto’ genoemd. Het bedrijf huurde de werf van N.V. Scheepsbelangen en kocht deze in 1962 over.62 Op het terrein van de scheepswerf vestigde zich in 1975 de werkmaatschappij ‘Gusto Staalbouw’, later ‘IHC Gusto’ genoemd, dat tot dan toe in Schiedam had gezeten. Deze werkmaatschappij was sinds 1943 onderdeel van de Industriële Handels Combinatie (IHC), een samenwerkingsverband tussen zes grote scheepswerven in Nederland.63 Vanaf de jaren tachtig ging het niet goed met de IHC en na een reorganisatie in 1987 werd Gusto Staalbouw opgeheven. Het terrein in Slikkerveer werd uiteindelijk in 1988 gesloten.
De werf in Slikkerveer werd na een periode van leegstand, in 1916 gekocht door scheepsbouwmaatschappij ‘De Maas’.61 In 1928 werkten hier 825 personeelsleden. In 1937 werd de werf verkocht aan de N.V. Scheepsbelangen uit Den Haag. Het bedrijf Industrieel erfgoed - Ridderkerk
23
De eerste werf van W. Schram te Slikkerveer, omstreeks 1905. [Stichting Oud Ridderkerk, 1022.102.042]
Foto met linksonder in beeld de scheepswerf bij Ringdijk 488 in Bolnes, omstreeks 1990. [Stichting Oud Ridderkerk, 1219.051.019]
Scheepswerven te Bolnes, Ringdijk 488
werf was een van de eerste waar met overdekte droogdokken werd gewerkt. In 1919 kochten de gebroeders Schram de naastgelegen scheepswerf van Josef Eijkenaar (1859-1955) die in 1914 was opgericht over.68 In 1924 werd de werf verkocht aan de N.V. Wed. C. Boele & Zonen Scheepsbouwmaatschappij. Families de Groot en de Vliet in Slikkerveer en Bolnes De families de Groot en de Vliet hadden twee grote scheepswerven in Slikkerveer en Bolnes. Met één van de grootste scheepsbouwbedrijven hebben de families een belangrijke rol gespeeld in de industriële geschiedenis van de gemeente in de twintigste eeuw. D. de Groot runde de ‘scheepsbouw – Maatschappij’ of ‘B. de Groot’ in Delft.69 Aan het begin van de twintigste eeuw besloten D. de Groot en zijn zwager A. de Vliet zich in Slikkerveer te vestigen.
Schram Slikkerveer & Bolnes diverse scheepswerven
De familie Schram, afkomstig uit Sliedrecht, had verschillende scheepswerven in Slikkerveer en Bolnes. De familie heeft een belangrijke rol gespeeld in de industrie van de gemeente Ridderkerk in de twintigste eeuw.
Scheepswerf te Slikkerveer, Veerweg Wouter Schram werd geboren in Sliedrecht en werkte als scheepsbouwmeester in Rotterdam. In 1901 besloot hij in een stuk grond aan de Veerweg (voorheen Muizenkade) te kopen in Slikkerveer voor de oprichting van een scheepswerf.64 Naast de scheepswerf stond sloperij ‘de Koophandel’ van de Joh. Pas. De werf had zestien hellingen, een houtbewerkingsplaats, smederij en ijzeren schoorsteen.65 Enkele jaren later besloot Wouter het bedrijf naar Bolnes te verplaatsen. De scheepswerf en naastgelegen sloperij werden in 1909 verkocht aan A. van Vliet en D. de Groot, die hier in 1910 scheepswerf ‘De Onderneming’ oprichtte.66 Uit bronmateriaal blijkt dat de familie Schram rond 1920 de scheepswerf van de weduwe van Cornelis Boele overnam (Ringdijk 466, 486).
24
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
In 1907 kocht Wouter percelen in het buitendijkse griend van Bolnes, genaamd ‘De Moriaan’. De woningen die op deze percelen stonden werden afgebroken voor de bouw van de scheepswerf ‘W. Schram en Zonen’. Het familiebedrijf werd in 1926 uitgebreid met een werf in Papendrecht. In de jaren zeventig en tachtig ging het niet goed met het bedrijf. De werf in Papendrecht werd gesloten en het bedrijf in Bolnes verkleind. Het bedrijf zette haar nieuwbouwactiviteiten stil en richtte zich op reparatie en onderhoud van schepen. In de jaren negentig werd een deel van het werfterrein verhuurd aan andere scheepvaartbedrijven. Het bedrijf heette destijds Scheepvaart Centrum Bolnes. In 2004-2009 ging het bedrijf failliet.
Scheepswerven te Bolnes, Ringdijk Naast scheepswerf ‘W. Schram en Zonen’, opende de familie nog een tweede scheepswerf in Bolnes. In 1920 werd de naastgelegen werf van de familie Boele opgekocht. De werf werd eigendom van Wouter Schram, Pieter Schram en Hendrik Pieter Cornelis Schram. De werf werd ‘Piet Hein’ genoemd en had een ijzerwerkersloods, smederij en timmerloods.67 De
Scheepswerf te Slikkerveer, Ringdijk 396 In 1909 namen de Groot en de Vliet de scheepswerf van Schram over in Slikkerveer. Een jaar later werd hier de scheepswerf ‘De Onderneming’ opgericht. In de houten loodsen en schuren op de werf werden kleine rivierschepen werden gebouwd en gerepareerd.70 Tijdens de Eerste Wereldoorlog
De scheepswerf bij Ringdijk 488 in Bolnes, 1995. [Stichting Oud Ridderkerk, 1219.742.052]
werden De Groot en De Vliet opgeroepen voor mobilisatie. Het bedrijf kwam vrijwel stil te liggen en er werden enkele bevoorradingsschepen voor de Duitse marine gemaakt. In 1916 werd de werf zwaar beschadigd door hoogwater. Door een kadebreuk stroomden materialen van de werf de lager gelegen polder in.71 In 1917 brandde een houten loods volledig af. In 1923 werden een nieuwe reparatiehelling van 108,5 meter en een ijzerwerkersloods opgeleverd. Andere gebouwen werden gemoderniseerd. Na de Eerste Wereldoorlog stopte de Rijnvaart bijna volledig. De Groot en Vliet die een doorstart maakten met het bedrijf, gingen over van de productie van rivierschepen op zeil- en zeeschepen. Het bedrijf werd voorzien van stoommachines. In 1922 werd de oude dwarshelling gesloopt en vervangen door een elektrische dwarshelling. Er kwamen ook nieuwe loodsen bij. Nadat beide oprichters waren overleden, werd het bedrijf voortgezet door directeur Spreij. In 1928 breidde het bedrijf zich verder uit door de werf van Fa. Duyvendijk in Papendrecht over te nemen. Drie jaar later werd deze vestiging weer gesloten.
In de jaren vijftig en zestig nam de vraag naar schepen enorm toe. Tijdens de watersnoodramp in 1953 kwam de werf deels onder water te staan. In 1970 werd de Hollandse Scheepbouw Maatschappij in Groot-Ammers overgenomen ter uitbreiding van het bedrijf. In 1972 werd het terrein in Slikkerveer uitgebreid op een stuk grond van het waterleidingsterrein.
Scheepswerf te Bolnes, Boelewerf (straatnaam) In 1977 werd de werf onderdeel van de Ijssel-Vliet Combinatie. In 1987 werd de werf naar het voormalige terrein van Boele’s Scheepswerven verplaatst. De families waren vanaf dit punt niet meer betrokken bij de scheepswerf. Het bedrijf lag grotendeels buiten de gemeentegrens van Ridderkerk. De werf werd hernoemd tot ‘YVC Bolnes Dockyards’ en was operationeel tussen 1987-2000. In 2000 werd de werf gesloten en verhuisde het bedrijf naar de Wilton Feijenoord-werf in Schiedam.
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
25
Luchtfoto van Ridderkerk, met in het midden de rubberfabriek van Bakker aan de Molendijk. [Stichting Oud Ridderkerk, 1219.050.034]
Van der Kuyl
Bakker
Slikkerveer
Ridderkerk
Scheepswerf
vlasserij rubberfabriek machinefabriek
De familie Van der Kuijl had een scheepswerf in Slikkerveer. De werf is van belang geweest in de negentiende en twintigsteeeuwse industrie in Ridderkerk.
Scheepswerf te Slikkerveer, Ringdijk Maarten Kuijl (1822-1905) was geboren in Nieuw-Lekkerland. Zijn eerste ervaring in de industrie deed hij op bij zijn vader op de werf van L. Smit in Kinderdijk.72 Rond 1859 begon hij een scheepswerf naast het scheepswerfterrein waar Joost Pot, Piet Smit en A.F. Smulders hadden gezeten. Kuijl startte een scheepswerf in de uiterwaard ten oosten van dit scheepsterrein. Op de scheepswerf werden ijzeren boten gemaakt en onderdelen voor gasfabrieken.73 De dochter van Maarten, Geertruid Alida trouwde in 1876 met Frank Pot, de zoon van Joost Pot. In 1905 overleed Maarten, waarna zijn kleinzoon Joost Pot de scheepswerf korte tijd overnam. In 1910 werd de scheepswerf en het aangrenzende terrein van Smulders verkocht aan scheepsbouwmaatschappij ‘De Maas’.74 Later zou hier scheepswerf de Gusto komen.75
26
Industrieel erfgoed - Ridderkerk
De familie Bakker was één van de grootste werkgevers van de negentiende en twintigste eeuw in de gemeente Ridderkerk. De Ridderkerkse familie begon met een vlasbedrijf, maar stapte aan het eind van de negentiende eeuw over op machine- en rubberindustrie.
Vlasserij, machinefabriek en rubberfabriek te Ridderkerk, Molensteeg Koopman en vlasboer Bastiaan Bakker Bzn. (1826-?) ontwikkelde in 1864 eigen braak- en zwingelmachines, die werden aangedreven door een stoommachine van Jan Smit Fz. Een jaar later, richtte hij aan de Molensteeg een bedrijf op waar vlasbewerkingsmachines werden gemaakt. Toen de vlasindustrie in de tweede helft van de achttiende eeuw instortte, stopte het bedrijf in 1876 met de productie van deze machines.76 Op het terrein aan de Molensteeg stond sinds 1863 een kleine fabriek met ijzergieter en koepeloven. In eerste instantie waren de ijzeren onderdelen bedoeld voor vlasverwerking, maar al snel werd dit gietwerk voor de scheepsbouw gemaakt. Er werden pons-, knip-, en buigmachines gemaakt voor scheepswerven en andere constructiewerkplaatsen.77 In 1876 ging Bakker
samenwerken met J. Han van Capellen en werd het bedrijf ‘Bakker & Co’ hernoemd. Later zou compagnon Capellen een eigen machinefabriek oprichten in Bolnes.78 In 1879 werd er op het terrein een rubberfabriek geopend. Bakker had gereisd door Europa en was in Engeland in aanraking gekomen met ruwe onbewerkte rubber, ook guttapercha genoemd. In de rubberfabriek werden vlas-, pons-, knipen buigmachines en producten van rubber gefabriceerd.79 De fabriek was een aanwinst voor de Ridderkerkse werkgelegenheid omdat hier zo’n 140 arbeiders uit de vlasindustrie terecht konden.80 De rubberfabriek werd de ‘Zachte Bakker’ genoemd. In 1889 werd er een pakkingszolder gebouwd in een gebouw van twee verdiepingen. Tot het jaar 1903 zaten de machinefabriek en de rubberfabriek op hetzelfde perceel.
Machinefabriek F. Bakker, Molensteeg in Ridderkerk In 1903 breidde het bedrijf uit. De machinefabriek met ijzergieterij verhuisde naar een terrein verderop in de Molensteeg. Tegenwoordig ligt de fabriek in een dichtbebouwd gebied van Ridderkerk, maar destijds was het nog een open polderlandschap. De machinefabriek werd de ‘Harde Bakker’
Overzicht van het terrein van de rubberfabriek Bakker (nu Trelleborg). [Stichting Oud Ridderkerk, 1020.100.098]
genoemd. Na succesvolle proeven met staalgieten vanaf 1906 werd hier in 1912 een moderne staalgieterij geopend.81 In 1912 werd een laboratorium ingericht met onder meer een mengwalsje voor proeven, ketels en persen. In 1914 stapte de fabriek over van het Ridderkerkse naar het Dordrechtse elektriciteitsnet. In 1936 werd er een ontijzeringsinstallatie en zandstraalinrichting gebouwd. Over het terrein werd een smalspoor aangelegd voor een elektrisch kolentreintje. In 1949 werd het voormalige gebouw van het Kantongerecht gesloopt voor de bouw van een nieuw kantoor, tekenkamer, laboratorium, keuken en douchecellen. Nadat er een oliestookinrichting was gebouwd, werd de 37 meter hoge fabrieksschoorsteen overbodig en werd deze in 1965 gesloopt. In 1972 werd er een grote kantine met bedrijfskeuken geopend. In 1976 werd de rubberfabriek afgebroken en een nieuwe fabriek met kantoorcomplex gebouwd.82 Daarnaast werden de oude muren uit 1900 die aan de Molensteeg grensde gesloopt. Het kantoor werd in 1984 uitgebreid met een zijvleugel. Het kantoor dat op Westmolendijk 16-18 stond werd met een luchtbrug verbonden met de fabriek. In 1997 ging Bakker Staal BV failliet.83