Programmabegroting-2026-en-Meerjarenraming-2027-2029.pdf
Tekst van het document
90%
1 keer per jaar of 5 meer
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.
Trends en ontwikkeling risicoprofiel In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met onze risico’s. Wij kunnen onzekerheden positief beïnvloeden door te investeren en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. 1. Risico’s bij uitvoering wet- en regelgeving Informatieveiligheid en Privacy. De wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging stelt harde toenemende eisen aan de invulling en inrichting van techniek, competenties en capaciteit. Wij zijn eindverantwoordelijk en stellen alles in het werk om compliant te zijn. Het beschikbaar hebben van een goed werkende, moderne en veilige digitale product- en dienstverlening gaat gepaard met continu oplopende kosten op het gebied van noodzakelijk onderhoud, beheer en beveiliging. De gemiddelde kosten op ICT-gebied per inwoner per jaar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot bijna € 105. De verwachting is dat dit toe blijft nemen. De risico’s die worden opgenomen in het risicoprofiel zijn van grote invloed op het gehele risicoprofiel. Een belangrijk deel van de risico’s die de gemeente loopt op informatieveiligheid en privacy zijn onderdeel van de bedrijfsvoering en van invloed op het in dit profiel opgenomen risicocluster ten aanzien van de taken van De BedrijfsvoeringsPartner.
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
82
2. Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner taken niet kan uitvoeren binnen beschikbaar gestelde budget. De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) vormen het risicoprofiel voor de organisatie en bijbehorende dienstverlening die door De BedrijfsvoeringsPartner wordt uitgevoerd. Deze bedrijfsvoeringsrisico’s vormen dus het risicoprofiel van De BedrijfsvoeringsPartner waarvoor wij naar rato een deel van de risico’s afdekken. 3. De kosten van de Jeugdwet zullen naar verwachting ook in 2026 toe blijven nemen. Wij nemen alle mogelijke maatregelen om de kosten te beheersen en de efficiëntie van de jeugdhulp te verbeteren. De prognose van het Centraal Planbureau (CPB), gebaseerd op landelijke gemiddeldes, gaat uit van een jaarlijkse kostenstijging van ruim 2,4%. In het risicoprofiel worden bovengenoemde risico’s op basis van de meest recente onderbouwende analyses (juni 2025) onveranderd stevig aangehouden. 4. Binnen het sociaal domein is, in lijn met het landelijke beeld, een aanhoudende trend te zien in stijgende kosten als het gaat om de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. De gemeente heeft hierdoor vooralsnog te maken met alsmaar groeiende uitgaven. In de uitvoering van de Participatiewet (BUIG) wordt ook voor 2026 kostenstijging voorberekend.
De caseload laat een aanhoudend langzaam stijgende trend zien. Het uitvoering geven aan de extra taakstellingen speelt hierin een belangrijke rol. 5. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand (openeinderegelingen). De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De kosten van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening zullen de komende jaren, ondanks een lichte toename in de koopkracht, blijven stijgen. 6. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zullen de netto kosten blijven toenemen en zal de vraag voorlopig hoog blijven. Het CPB berekent tot en met 2026 een toename in kosten van circa 2% per jaar, dit ondanks een structurele injectie van de overheid om de vergrijzing beter op te vangen. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan gaan leiden tot enige terugdringing van de kosten, maar is wederom uitgesteld. Deze maatregel kent evengoed ook het risico dat het voor veel mensen juist onbetaalbaar wordt. 7.
Het risico dat gesubsidieerde instellingen lopen op mogelijke tekorten blijft aanwezig en kan zelfs toe gaan nemen wanneer er door noodzakelijke bezuinigingen keuzes gemaakt moeten worden. Vooralsnog nemen we dit risico onveranderd op in het risicoprofiel, maar kan dit richting of in de loop van 2026 veranderen. 8. Het decentraliseren van (nieuwe) taken van de hogere overheid naar de gemeente levert risico’s op voor de gemeente. Het is zo dat er veel nieuwe taken worden belegd bij de gemeente waarvoor de gemeente de uitvoerbaarheid moet borgen in de organisatie. 9. Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties. Op het moment van opstellen van het risicoprofiel wordt er rekening gehouden met een risico dat buiten de reserves van de grondexploitaties kan vallen. 10. Rondom het risico van arbeidsongeschikt van collegeleden is er voor gekozen om dit niet af te dekken met een verzekering, maar als geaccepteerd risico te beschouwen.
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Weerstandsvermogen Algemene reserve Onvoorzien Totaal Lasten
83
Startcapaciteit
Stortingen
Onttrekkingen Geprognotiseerd saldo
33.738.400
0
6.868.000
25.000
0
0
26.870.400 25.000
33.763.400
0
6.868.000
26.895.400
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.091.641 (benodigde weerstandscapaciteit). Zekerheidspercentage
Bedrag
5%
2.136.235
25%
2.792.881
50%
3.238.347
75%
3.688.572
90%
4.091.641
95%
4.341.133
De verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit is de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt berekend: Ratio weerstandsvermogen
= Beschikbare weerstandscapaciteit
=
26.895.400
Benodigde weerstandscapaciteit
=
6,6
4.091.641
Norm De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Het ratio weerstandsvermogen valt met 6,6 ruimschoots binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. De gehanteerde kengetallen worden onder meer berekend op basis van de geprognotiseerde balans en het overzicht van baten en lasten. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid. Kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0
<0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
84
Kengetallen
Jaarrekening 2024
Begroting na wijzigingen 2025
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Netto schuldquote
19,8%
75,8%
91,4%
112,5%
121,8%
120,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd
15,4%
71,2%
86,9%
107,9%
117,1%
115,5%
Solvabiliteitsratio
53,2%
33,9%
29,8%
25,9%
23,9%
23,3%
Grondexploitatie
-1,4%
-0,2%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Structurele exploitatieruimte
6,5%
-7,6%
0,4%
1,1%
-1,2%
0,6%
Gemeentelijke belastingcapaciteit
96,3%
93,0%
98,3%
102,2%
103,3%
104,4%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote komt vanaf 2026 binnen categorie B. De stijging van de schuldquote wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen om het financieringstekort op te vangen als gevolg van de ambities en investeringen die de komende jaren zijn gepland.
85
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. We zien een dalende solvabiliteitsratio. Dit is te verklaren door het aantrekken van aanvullend vreemd vermogen, waardoor de solvabiliteit terugloopt. De ratio komt hierdoor in categorie B.
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het eindigen van de grondexploitaties in 2026 heeft als logisch gevolg dat het kengetal 0 procent aangeeft.
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
86
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. De meerjarige ontwikkeling laat nog altijd een schommeling net rond de 0 zien, waarbij de waarde voor het jaar 2028 een klein negatief percentage laat zien. Met andere woorden de structurele baten zijn nagenoeg gelijk aan de structurele lasten.
Gemeentelijke belastingcapaciteit De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2025 (€ 1.053). De belastingdruk ligt in 2026 nog onder het landelijke gemiddelde. Ook meerjarig wordt de ontwikkeling van de lastendruk vergeleken met het gemiddelde in 2025. Gegevens van 2026 zijn nog niet bekend en dus geeft de vergelijking een scheef beeld. Het landelijk gemiddelde voor de komende jaren zal namelijk niet gelijk zijn aan die van 2025, maar hoger.
87
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
PARAGRAAF 3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Inleiding Wij zijn verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen, speelterreinen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig, zodat wij een veilig gebruik kunnen waarborgen. Zowel meerjarig groot onderhoud als klein onderhoud. De kosten daarvan en de planning worden vastgelegd in beheerplannen. Onze uitgangspunten daarbij zijn: het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, de nota Reserves en Voorzieningen 2025-2028 en de Financiële Verordening 2024 (inclusief afschrijvingstabel). In het kader van het financieel toezicht hecht ook de provincie grote waarde aan actuele beheerplannen. De beheerplannen laten zien of de budgetten de komende jaren voldoende zijn om aan de vastgestelde beleidskaders te voldoen. In onderstaande tabel zijn de beschikbare beheerplannen weergegeven. Beheerplannen
Vastgesteld
Looptijd t/m
Herziening in
Reserve
Openbare verlichting
2025
2029
2029
Nee
Civiele kunstwerken
2025
2029
2029
Nee
Beheerplan groen
2023
2028
2028
Nee
Speelterreinen
2020
2024
2025
Nee
Beheerplan wegen
2023
2027
2027
Ja
Programma Stedelijk Water
2023
2027
2027
Ja
Waterhuishouding
2020
2024
2025
Nee
Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen
2018
2021
2026
Ja
Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties
2018
2021
2025
Ja
Openbare verlichting Kerncijfers
5.230 led-armaturen 3.361 conventionele armaturen 3.361 lampen 8.348 lichtmasten
Beheer Naast ons zijn er ook andere beheerders verantwoordelijk voor verlichting in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld de wegen met verlichting die in eigendom zijn van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden regelmatig visueel geïnspecteerd tijdens het dagelijks onderhoud, diverse beheer- en civiele projecten en bij het schoonmaken van de lichtmasten. Lichtmasten van veertig jaar of ouder worden na inspectie in beheerprojecten groepsgewijs vervangen. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden direct opgelost via het dagelijks onderhoud. Armaturen hebben een theoretische levensverwachting van bijna 25 jaar.
Vooruitblik Naast het dagelijks onderhoud en het verhelpen van storingen worden in de periode tot en met 2028 alle conventionele armaturen vervangen door ledarmaturen. In 2026 verwachten we veel minder storingen en een daling van het energieverbruik. De netwerkkosten zullen wel gaan stijgen. Dit vanwege het uitbreiden van het aantal lichtmasten (bijvoorbeeld bij nieuwbouw) en de stijgende prijzen. Daarnaast verwachten we in 2026 ongeveer 850 armaturen en 70 lichtmasten te vervangen.
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
88
Budget Openbare verlichting
Begroot
Klein onderhoud
-304.300
Groot onderhoud
-510.400
Investeringen
-497.500
Totaal openbare verlichting
-1.312.200
Civiele kunstwerken Kerncijfers
69 fiets-/voetbruggen 17 geleiderail 23 verkeersbruggen/viaducten 156 overige kunstwerken
Beheer Onder de categorie civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Een civiel kunstwerk wordt elke vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd volgens de CUR117-aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd. Op basis van de inspectieresultaten worden de onderhouds- en vervangingsmaatregelen bepaald. Deze maatregelen kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen.
Vooruitblik Het onderhoud richt zich voornamelijk op schoonmaken, conserveren en het repareren van kleine schades. Voor 2026 zijn er geen vervangingen gepland voor dagelijks onderhoud. In 2026 komen we met een voorstel voor de vervanging van een keerwand aan de Benedenrijweg.
Budget Civiele kunstwerken
Begroot
Klein onderhoud
-973.800
Groot onderhoud
-104.000
Investeringen
0
Totaal civiele kunstwerken
-1.077.800
Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden Kerncijfers
19.834 bomen 312.340 m2 cultuurbeplanting 1.426.367 m2 gras 13.386 m2 haag 395.550 m2 natuurlijke beplanting
Beheer We beheren de recreatiegebieden de Gorzen, Ridderhaven en het Reijerpark. De grienden en de Crezéepolder zijn in beheer bij de Stichting Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek zijn in beheer bij het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Het Donckse Bos valt onder de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waalbos is een beheerovereenkomst afgesloten met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos is in beheer van het NRIJ.
89
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
De kwaliteit van het bomenbestand wordt bewaakt door middel van boomveiligheidscontroles en onderzoeken. Uit deze driejaarlijkse controles (voor sommige bomen jaarlijkse controles) volgen de maatregelen die genomen moeten worden om het bomenbestand vitaal en veilig te houden. In sommige gevallen is het nodig om bomen te kappen. In veel gevallen kan worden volstaan met snoeionderhoud.
Vooruitblik In 2026 worden met name de acties voortvloeiend uit het Beheerplan groen en Werken vanuit Ecologie zichtbaar in de buitenruimte. Dit is te zien aan betere en met name in omvang grotere groeiplaatsen voor bomen, de inrichting qua soort van bomen en de beplanting. Er wordt gewerkt aan een inhaalslag van kwalitatief beter groen dat klimaatbestendig is. Met een meerjarige vervangingsopgave van de beplanting- en bosplantsoenvakken wordt hier vorm aan gegeven. Daarbij is aandacht voor biodiversiteit en ander onderhoud van gazons. Er wordt ook in 2026 gazon naar kruidenrijk gras omgevormd. De rondtrekkende schaapskudde (begraast circa 8-9 hectare) wordt ook in 2026 ingezet.
Budget Openbaar groen
Begroot
Onderhoud, inclusief groot onderhoud
-3.229.700
Investeringen
-1.316.300
Totaal openbaar groen
-4.546.000
Speelvoorzieningen Kerncijfers
175 speelplekken 843 speeltoestellen 20.947 m2 kunstmatige valondergrond
Beheer De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de jaarplanning gemaakt. Naast veiligheid kunnen gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen aanleiding zijn om een speelplek in de planning voor herinrichting op te nemen. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting van een speelplek worden de gebruikers en buurtbewoners bij het proces betrokken. Eerst wordt de mogelijkheid geboden ideeën kenbaar te maken. Daarna worden op basis van de meest realistische ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen gemaakt. Tenslotte kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen wordt aangelegd.
Vooruitblik Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de planning voor compleet 2026 gemaakt. We verwachten in ieder geval aan de slag te gaan op de volgende locaties:
De la Reijstraat Loodspad Ferdinand Bolstraat Het Sonnet Westerhof Oranjestraat Ds. Allendorpstraat
Pruimendijk Rosmolen Lijster Jan Willem Frisostraat Ravelstraat Albert Cuypstraat Zwaluw
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
90
Budget Speelvoorzieningen
Begroot
Klein onderhoud
-663.100
Groot onderhoud
-30.500
Investeringen
-681.300
Totaal speelvoorzieningen
-1.374.900
Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers
592.643 m2 asfalt 1.797.259 m2 bestrating 942 m goot 21.235 kolken 107.069 m2 overige verharding
Beheer Naast landelijk geldende uitgangspunten voor onderhoud aan wegen is rekening gehouden met de lokaal vastgestelde kwaliteitsniveaus. Voor bedrijventerreinen in Ridderkerk geldt kwaliteitsniveau C, voor de rest van Ridderkerk (ook de fietspaden door of langs bedrijventerreinen) geldt kwaliteitsniveau B. Het onderhoudsprogramma wordt gemaakt op basis van de jaarlijkse weginspectie, nadere onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. Bij asfaltwerken dient vertraging van het noodzakelijk onderhoud voorkomen te worden in verband met kapitaalvernietiging. Stellen wij het onderhoud aan het asfalt te lang uit? Dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding kent geen kapitaalvernietiging. Bij uitstel loopt enkel de beeldkwaliteit terug. Naast planmatig (groot) onderhoud vindt er dagelijks (klein) onderhoud plaats. Waar planmatig onderhoud gericht is op het in goede staat brengen, is dagelijks onderhoud gericht op het in goede staat houden, bijvoorbeeld plaatselijk herstel van verzakte bestrating. Binnen het dagelijks onderhoud worden de gevaarlijke situaties direct verholpen. Waar de veiligheid in het geding is, wordt dus direct onderhoud gepleegd. Dit kan bijvoorbeeld een spoelgat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn.
Vooruitblik In 2026 wordt de verharding vervangen binnen de volgende projecten: Herinrichting Bloemenbuurt fase 2 Herinrichting Rivierenbuurt fase 2 Herinrichting fietspaden Donkersloot Herinrichting Rijksstraatweg tussen de Noldijk en Voorweg Herinrichting Pruimendijk, tussen Tarwestraat en Damstraat In 2026 wordt de vervanging van de volgende straten voorbereid: Middenmolendijk tussen de Donkerslootweg en Hugo de Groothof Herinrichting Rivierenbuurt fase 3 Herinrichting Bloemenbuurt fase 3 Herinrichting Tarwestraat Herinrichting Slikkerveer Noord fase 1 Herinrichting West fase 1 Herinrichting Jan Luykenstraat (stilasfalt) Groot onderhoud vindt plaats op onder andere de Boezemstraat tussen De la Reijstraat en het Cronjeplein, de Havenstraat tussen de Noordenweg en de Staalstraat en een deel van de Forel. Stil
91
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
asfalt wordt aangebracht op de Burgemeester de Zeeuwstraat tussen de Jonkheer van Karnebeekweg en de Geerlaan en op de Kievitsweg tussen de Randweg en de Sportlaan. De kwaliteitsverbetering van de elementenverharding wordt in 2026 voortgezet. De weginspectie, in combinatie met beeldkwaliteitsschouw, is daarbij leidend. Verhardingen op het kwaliteitsniveau C en D krijgen prioriteit.
Budget Wegen
Begroot
Klein onderhoud
-2.745.000
Groot onderhoud
-2.035.500
Investeringen
-6.838.900
Saldo van stortingen en onttrekkingen reserves Totaal wegen Stand reserve per 1 januari 2026
-189.800 -11.809.200 3.418.800
Stortingen
-1.721.700
Onttrekkingen
1.911.500
Stand reserve per 31 december 2026
3.229.000
Riolering Kerncijfers
291 km riolering 50 km drukriolering en persleidingen 23.800 rioolaansluitingen 48 rioolgemalen 119 drukrioleringspompen 3 tunnelgemalen 3 oppervlaktegemalen 7 bergbezinkvoorzieningen 2 bergingsriolen
Beheer Riolering is van belang voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. We zijn verantwoordelijk voor de inzameling van het stedelijk afvalwater en hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken). We proberen eventuele nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Het beleid ten aanzien van het beheer en onderhoud van riolering is verankerd in het Programma Stedelijk Water 2023-2027 (PSW), dat op 25 mei 2023 is vastgesteld. De kosten worden gedekt binnen de rioolheffing en zijn opgedeeld in twee stromen: het beheer- en onderhoud (de exploitatiekosten) en de vervangingsinvesteringen die betrekking hebben op alle onderdelen van de (afval)waterketen. Klimaatverandering betekent dat de extremen groter worden: er valt meer regen in kortere tijd en de temperaturen zijn extremer. We spelen in op klimaatverandering. Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen worden openbare ruimten zo ontworpen dat pieken in neerslag goed opgevangen kunnen worden.
Vooruitblik Het belangrijkste aandachtspunt voor de komende periode is klimaatadaptatie. Bij het ontwerp van een nieuw rioolstelsel wordt getoetst met zwaardere buien en moet een ruime berging aanwezig zijn in de openbare ruimte, zodat overlast in woningen en andere gebouwen wordt voorkomen. Dit doen we in samenspraak met onze inwoners, ondernemers en woningbouwverenigingen. Wij hebben hierbij
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
92
een stimulerende rol, bijvoorbeeld in het vergroenen van tuinen en het afkoppelen van de hemelwaterafvoer van daken. We vervangen riolering wijkgericht en volgen een integrale aanpak. Waar we aansluiten bij ruimtelijke initiatieven zoals de HOV en herontwikkeling Rembrandtweg en woningbouwprojecten van Wooncompas, streven we naar het afkoppelen van het hemelwater dat op de verharding valt. In 2026 gaan we verder met de voorbereiding van wijkgerichte aanpak in het Centrum, Bolnes en Slikkerveer. Inmiddels is gestart met herinrichting van het Centrumgebied (Ridderhof en Jorisplein). Daar wordt in 2026 een ondergrondse waterberging gerealiseerd. Daarnaast gaan we verder met het renovatieprogramma voor de rioolgemalen.
Budget Riolering
Begroot
Onderhoud, inclusief groot onderhoud
-1.851.900
Investeringen
-452.400
Totaal riolering
-2.304.300
Waterhuishouding Kerncijfers
26,9 km oeverbeschoeiing 40,2 km onverharde oevers (niet beschoeid) 13,9 km natuurvriendelijke oever 18 stuwen 2 fonteinen 8 suppletie- en drainagegemalen 184 st duikers
Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Daarbij onderhoudt het waterschap de hoofdwatergangen. Het overige water wordt grotendeels door ons onderhouden. Maar ook Rijkswaterstaat, de provincie, diverse natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud naar behoren is uitgevoerd. Zo mag er bijvoorbeeld niet te veel bagger of waterplanten aanwezig zijn in het water. Het beleid van het waterschap is daarom sterk richtinggevend voor ons waterbeheer. Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert zelf de hoofdwatergangen. Is de aanliggende grond van ons, dan zijn wij verplicht deze bagger te ontvangen. We betalen dan ook voor het transporteren en afvoer ervan. Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. Daarbij is veiligheid vaak doorslaggevend. Voordat over wordt gegaan tot vervanging wordt onderzocht of het mogelijk is een natuurlijke oever te maken. Dan is geen nieuwe beschoeiing nodig en krijgt de flora en fauna een kans beter tot ontwikkeling te komen. Bij oeverbeschoeiing is er aandacht voor het plaatsen en in stand houden van faunatrappetjes.
Vooruitblik Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen in 2026 worden gebaggerd. In alle watergangen vindt maaionderhoud plaats. We houden rekening met de biodiversiteit door niet alles te maaien of gefaseerd te maaien. Biodiversiteit staat ook centraal in de uitvoeringswijze, het moment van uitvoering en het te gebruiken materieel. We houden ook rekening met vislocaties, vispaaiplaatsen en kikkerpoelen. In 2026 wordt er op diverse plaatsen oeverbeplanting aangeplant. Op een aantal locaties wordt de beschoeiing vervangen.
93
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
Budget Waterhuishouding
Begroot
Klein onderhoud
-421.600
Groot onderhoud
-181.200
Investeringen
-60.000
Totaal waterhuishouding
-662.800
Afvalinzameling Kerncijfers 671 verzamelcontainers, waarvan 44 voor glas, 140 voor papier en karton, 260 voor gft en 227 voor PMD+restafval.
Beheer In de huidige situatie is het onderhoud, de reiniging en de garantie van de (ondergrondse) containers geborgd in een onderhoudsovereenkomst met de leverancier. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Voor de vervanging van de containers zijn middelen beschikbaar gesteld in de begroting.
Haven Kerncijfers Wij bezitten een eigen haven aan de rivier De Noord. Twee delen zijn te onderscheiden. Aan de noordzijde een industriehaven met twee watergebonden bedrijven en een passantensteiger. Aan de zuidzijde een recreatiehaven met twee jachthavens. Behalve de passantensteiger worden de overige delen verhuurd.
Beheer Als gevolg van onder andere toename van scheepsbewegingen bij De Noord, onzekerheden over de aanwas van baggerslib en verplaatsing van baggerslib binnen de haven, is er behoefte aan monitoring door middel van dieptemetingen. De aanwezige constructies in de haven worden incidenteel vervangen. Hier worden geen structurele middelen voor gereserveerd. Indien nodig wordt extra budget aangevraagd.
Vooruitblik Monitoring (dieptemeting) van baggerslib wordt in 2026 voortgezet. Op basis van de monitoringsresultaten kan uiteindelijk een lange termijnplanning voor het baggeren worden opgesteld.
Budget Haven
Begroot
Klein onderhoud
-46.100
Saldo van stortingen en onttrekkingen reserves
-32.700
Totaal wegen
-78.800
Stand reserve per 1 januari 2026
961.000
Stortingen Onttrekkingen Stand reserve per 31 december 2026
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
-32.700 0 993.700
94
Gebouwen Kerncijfers Het Maatschappelijk Vastgoed biedt huisvesting aan diverse maatschappelijke functies. Dit gaat zowel om afdelingen van de gemeentelijke dienstverlening als huisvesting van verenigingen en stichtingen. Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit: Het gemeentehuis en de voormalige gemeentewerf. Voormalige onderwijsgebouwen. Binnen- en buitensportaccommodatie waaronder ook recreatiecentrum de Fakkel. Wijkcentra. Kinderdagverblijven. Het rouwcentrum. Enkele bedrijfsruimten en enkele woningen. Ook zijn wij eigenaar van enkele gemeentelijke en Rijksmonumenten.
Beheer We beheren de gebouwen aan de hand van het gewenst onderhoudsniveau. Deze leggen wij vast in een Meerjarenonderhoudsplan met bijkomende Meerjarenonderhoudsbegroting.
Vooruitblik In 2026 stellen we de Meerjarenonderhoudsplannen (MJOP) vast van het Maatschappelijk vastgoed. Uit de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden geven we gevolg. In aanvulling op de Meerjarenonderhoudsplannen stellen we een Duurzaamheidsmeerjarenonderhoudplan (DMJOP) op. Dit plan maakt duidelijk welke meerinvesteringen nodig zijn voor het verder verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. In 2026 wordt het herbestemmingsonderzoek opgeleverd van Sportpark Bolnes. Verder verwachten we in 2026 het gekozen herbestemmingsscenario van de museumschool in Rijsoord verder uit te werken. Voor Prinses Irenestraat 4 voeren we een herbestemmingsonderzoek uit. In 2026 verwachten we een passende invulling te kunnen presenteren. In 2026 stellen we beleid op hoe we de kostprijsdekkende huur van het Maatschappelijk vastgoed (gebouwen) gaan berekenen en in rekening gaan brengen.
Budget Gemeentelijke gebouwen
Begroot
Klein onderhoud
-2.486.600
Groot onderhoud
-968.100
Saldo van stortingen en onttrekkingen reserves
284.200
Totaal gemeentelijke gebouwen
-3.170.500
Stand reserve per 1 januari 2026
3.730.900
Stortingen
-512.100
Onttrekkingen
796.300
Stand reserve per 31 december 2026
95
3.446.700
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
Sportaccommodaties
Begroot
Klein onderhoud
-3.161.100
Groot onderhoud
-345.000
Investeringen Saldo van stortingen en onttrekkingen reserves
-7.109.600 59.600
Totaal sportaccommodaties
-10.556.100
Stand reserve per 1 januari 2026
1.351.100
Stortingen
-250.000
Onttrekkingen
309.600
Stand reserve per 31 december 2026
1.291.500
Onderwijsgebouwen
Begroot
Onderhoud, inclusief groot onderhoud
-3.421.100
Investeringen
-5.979.800
Totaal onderwijsgebouwen
-9.400.900
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
96
PARAGRAAF 4 FINANCIERING Inleiding In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2026 tot en met 2029. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.
Wettelijke kaders en treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2024 en het treasurystatuut 2024. Het college heeft in 2021 de nota Garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen.
Rentevisie en rentebeleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s. Daarom volgen wij dit nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is het afgelopen jaar gestegen om de inflatie in de Eurozone naar 2,5% te krijgen. Nu zit de actuele lange rente (looptijd 20 jaar) rond de 3,5%. De (korte) rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) is het afgelopen jaar gedaald naar rond de 2%. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening voor enkele maanden af te sluiten, maken we hier gebruik van met inachtneming van de verplichte kasgeldlimiet.
Renterisicobeheer Algemeen In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld, te weten: kasgeldlimiet en renterisiconorm.
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximumbedrag aan kortlopende middelen (looptijd > 1 jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het is bedoeld om te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit door ons te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de limiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2026. Als er sprake is van een (langdurig) liquiditeitstekort, wegen wij continu af of we kortlopend, langlopend of beide in combinatie financieren. Dit is uiteraard afhankelijk van de verschillende rentestanden en de (meerjarige) financieringsbehoefte.
97
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
Overzicht Kasgeldlimiet
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
1. Totaal vlottende schuld
-20.000.000
-15.000.000
-15.000.000
-15.000.000
2. Totaal vlottende middelen
2.500.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
Totaal Lasten
-17.500.000
-12.500.000
-12.500.000
-12.500.000
4a. Begrotingstotaal 2026
174.621.200
14.842.800
14.842.800
14.842.800
14.842.800
-2.657.200
2.342.800
2.342.800
2.342.800
4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Kasgeldlimiet
8,5%
Toets Kasgeldlimiet 5. Ruimte onder kasgeldlimiet (4 + 3)
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Hierdoor ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie en wordt het renterisico gelijkmatig over de jaren verdeeld. Jaarlijks kan maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking komen voor herfinanciering en/of renteherziening. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven (b.v. voor grondexploitatie) met lang vreemd vermogen te financieren. Renterisico op vaste schuld
2026
1. Netto renteherziening op vaste schuld
2027
2028
2029
0
0
0
0
2. Betaalde aflossingen
-8.047.400
-9.586.400
-11.763.600
-12.948.400
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2)
-8.047.400
-9.586.400
-11.763.600
-12.948.400
34.924.200
34.924.200
34.924.200
34.924.200
26.876.800
25.337.800
23.160.600
21.975.800
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2026
174.621.200
4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm
20,0%
Toets Renterisiconorm 5. Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Algemeen De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we meer structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven.
Financieringsbehoefte Voor 2026 tot en met 2029 staan hoge uitgaven voor (specifieke) investeringen gepland. Vanwege dit verwachte investeringsvolume prognosticeren we voor de periode 2026 tot en met 2029 nieuwe langlopende financieringen. Dit doen wij door middel van zgn. totaalfinanciering; we financieren op basis van onze totale behoefte en dus niet apart per (investerings)project.
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
98
Overzicht Financieringsbehoefte
2026
2027
2028
2029
Boekwaarde kapitaaluitgaven per 31 december Vaste activa
256.577.900
Grondbedrijf
289.536.400
297.794.000
294.738.100
0
0
0
0
256.577.900
289.536.400
297.794.000
294.738.100
Geldleningen
137.713.200
171.670.800
183.603.200
181.415.900
Reserves
83.366.300
80.292.100
75.708.900
72.725.700
Voorzieningen
15.539.600
15.211.400
15.192.000
15.150.700
Totaal financieringsmiddelen
236.619.100
267.174.300
274.504.100
269.292.300
Financieringsoverschot (+) of -tekort (-)
-19.958.800
-22.362.100
-23.289.900
-25.445.800
Totaal te financieren kapitaalgoederen
Boekwaarde financieringsmiddelen per 31 december
Leningenportefeuille Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen. Per 1 januari 2026 is de prognose gemiddeld 2,99%. In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de, op grond van de financieringsbehoefte, verwachte nieuw af te sluiten langlopende leningen opgenomen. Zoals uit het bovenstaande financieringsoverzicht blijkt, zijn de begrote inkomsten en uitgaven, de investeringsbedragen en de inkomsten en uitgaven uit grondexploitaties niet voldoende om deze met eigen middelen of kortlopende leningen (meerjarig) te kunnen financieren. Uitgaande van de begrote investeringsplanning betekent dit dat in 2026 een langlopende lening van € 30 miljoen benodigd is. Voor 2027 zijn de verwachtingen € 42 miljoen, voor 2028 € 19 miljoen en voor 2029 € 8 miljoen. Door de toename van de langlopende leningen daalt de solvabiliteitsratio, maar blijft meerjarig wel in categorie B – neutraal (zie paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing). In deze (primitieve) begroting is vanwege het structureel sluitend maken en als onderdeel van de Kaderbrief 2026 een stelpost ‘onderuitputting afschrijvingslasten’ opgenomen. Dit doen we omdat de praktijk laat zien dat investeringen achterblijven.
Omdat de verwerkte investeringen in deze begroting dus niet allemaal volgens plan gerealiseerd zullen worden heeft dit uiteraard ook gevolgen voor de bijhorende financiering. Aanpassingen van de investeringsplanning/ grondexploitaties en de daaruit voortvloeiende wijzigingen in de financieringsbehoefte verwerken we in de tussenrapportages. Overzicht langlopende leningen
2024
2025
Stand leningen per 1-1
28.337.100
49.583.300
114.981.600
2026
137.713.200
2027
171.670.800
2028
2029
Nieuwe leningen
25.000.000
69.948.300
30.779.000
43.544.000
23.696.000
10.761.100
Reguliere aflossingen
-3.753.800
-4.550.000
-4.550.000
-8.047.400
-9.586.400
-11.763.600
183.603.200
Aflossing nieuwe leningen
0
0
-3.497.400
-1.539.000
-2.177.200
-1.184.800
Stand leningen per 31-12
49.583.300
114.981.600
137.713.200
171.670.800
183.603.200
181.415.900
3,55%
2,99%
3,13%
3,29%
3,35%
Gemiddeld rentepercentage
Uitzettingen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’).
Renteomslag Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt
99
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Conform onderstaande berekening komen we voor 2026 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 1,11%. Voor 2026 hanteren we een omslagpercentage van afgerond 1,20%. Schema rentetoerekening
+ of -
Bedrag
Externe rentelasten over de korte en lange financiering
+/+
2.497.000
Externe rentebaten
-/-
Totaal door te rekenen externe rente
0 2.497.000
Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
5.500
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
0
Saldo door te rekenen externe rente
2.491.500
Rente over het eigen vermogen
+/+
0
Rente over voorzieningen
+/+
116.300
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
2.607.800 -/-
0
Renteresultaat op het taakveld treasury
Toe te rekenen rente
2.607.800
Boekwaarde per 1-1-2026
235.373.800
Renteomslagpercentage
1,11%
Garantstellingen In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. In 2021 heeft het college de nota Garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden, waarmee we de risico’s zoveel mogelijk beperken en meer inzichtelijk maken. Per 1 januari 2025 is het totaal van de directe garantstellingen € 42,9 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 41,1 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.
Relatiebeheer Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2026 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.
Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
100