Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025.pdf
Tekst van het document
Programmabegroting 2022
uitkeringen voor minima wordt uitgegaan dat een bedrag is opgenomen om een gedeelte van deze belastingen te kunnen betalen (drempelbedrag). De afvalstoffenheffing en de rioolheffing kunnen gedeeltelijk worden kwijtgescholden. Voor OZB is kwijtschelding ook mogelijk. In het huidige beleid voor 2022 is gedeeltelijk rekening gehouden met de uitvoering van de motie 2020-99 Kwijtschelding lokale heffingen voor minima. Vanaf 2022 is de afvalstoffenheffing onderverdeeld in een vast en variabel deel. Voor de minima is nu rekening gehouden met kwijtschelding van het vaste deel van de afvalstoffenheffing. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen. Kwijtschelding lokale heffingen
Rekening 2020
Onroerende zaakbelastingen
1.600
Begroting 2021 2.600
2022 2.600
Rioolheffing
52.500
49.800
49.800
Afvalstoffenheffing
162.200
154.800
246.800
93
Woonlasten (lokale lastendruk) Ridderkerk Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten voor burgers
(woningen) en het bedrijfsleven (niet woningen/ bedrijven) inzichtelijk gemaakt. Om de woonlasten te berekenen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde COELO-Atlas 2021 (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) en daarbij uitgegaan van een gemiddelde WOZ-waarde van € 235.000.
Lastendruk burgers (woningen) Omschrijving
2020
2021
2022
+ = stijging en - = daling van lasten Rioolgebruik
81,36
89,16
92,76
Afval***
219,00
234,36
223,56
Totaal*
300,36
323,52
316,32
Rioolgebruik
81,36
89,16
92,76
Afval***
304,08
325,44
310,56
Totaal*
385,44
414,60
403,32
Rioolgebruik
81,36
89,16
92,76
Afval***
219,00
234,36
223,56
OZB-eigendom **
230,88
232,60
254,13
Riooleigendom
81,36
89,16
92,76
Totaal*
612,60
645,28
663,21
Rioolgebruik
81,36
89,16
92,76
Afval***
304,08
325,44
310,56
OZB-eigendom **
230,88
232,60
254,13
Riooleigendom
81,36
89,16
92,76
Totaal*
697,68
736,36
750,21
Lastendruk bedrijven (niet-woningen) Omschrijving
2020
2021
2022
+ = stijging en - = daling van lasten 81,36
89,16
92,76
OZB-eigendom **
1.189.64
1.183.19
1.169,77
Riooleigendom
81,36
89,16
92,76
1.352.36
1.361.51
1.355,29
Rioolgebruik
Totaal*
Ridderkerk ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2022 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten van 2021 ten
opzichte van 2020. Hiermee wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin met een koopwoning. Daarnaast is een overzicht gegeven van de geldende tarieven (2021) van gemeentelijke belastingen van deze gemeenten.
Tarieven per gemeente Eenpersoonshuishouden Gemeente
Afvalstoffenheffing Rioolheffing
OZBtarief
Gem. woningwaarde
Woonlasten eigenaar*
Woonlasten huurder*
Ridderkerk
234
178
0,1092%
258.000
695
413
Zwijndrecht
353
302
0,1052%
236.000
903
655
Hendrik-Ido Ambacht
246
158
0,1053%
307.000
728
404
94
Programmabegroting 2022
Barendrecht
204
62
0.1078%
340.000
632
266
Albrandswaard
260
203
0,1247%
331.000
876
463
OZBtarief
Gem. woningwaarde
Woonlasten eigenaar *
Woonlasten huurder *
Meerpersoonshuishouden Gemeente
Afvalstoffenheffing Rioolheffing
Ridderkerk
325
178
0,1092%
258.000
785
504
Zwijndrecht
386
302
0,1052%
236.000
914
688
Hendrik-Ido Ambacht
351
188
0,1053%
307.000
862
539
Barendrecht
373
182
0.1078%
340.000
922
556
Albrandswaard
347
270
0,1247%
331.000
1031
618
* Coelo-Atlas 2021
Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland De benchmark woonlasten Zuid-Holland 2021 vergelijkt voor alle gemeenten binnen de provincie Zuid-Holland de hoogte van de
Programmabegroting 2022
woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.
95
96
Programmabegroting 2022
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Ridderkerk voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.
Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om
het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 30 juni 2021. De coronacrisis heeft invloed op de ontwikkeling van het risicoprofiel. De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden aangehaald en we nemen een geconsolideerd risico op direct gerelateerd aan de mogelijke gevolgen op korte termijn (<1 jaar). In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat ruim 88% van alle geïdentificeerde risico’s.
Nr. Risico
Maatregelen/Opmerkingen
Klasse Financieel gevolg
Invloed
1 Risico decentralisaties in het sociaal domein Ridderkerk in BAR-organisatie
BAR-organisatie, procesmanagement, monitoring/benchmarking, business intelligence, competentieontwikkeling
4
1.700.000 22,93%
2 Risico's taakuitvoering BAR
BAR-organisatie, procesmanagement, monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling
4
1.270.000 18,20%
3 Risicocluster uitvoering Jeugdwettekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
Beperkte invloed, GRBAR organisatie, procesmanagement, monitoring/benchmarking, business intelligence
4
1.000.000 11,31%
4 Optreden negatief scenario deelneming Tweemaal per jaar grex-analyse, gecontroleerde GR Nieuw Reijerwaard projectomgeving
2
300.000
9,22%
5 Risico invoering wet meldplicht datalekken, regelgeving AVG
BAR-organisatie , proces meldpunt datalekken, Invoeren register gegevensverzamelingen, compliance
4
1.000.000
7,35%
6 Risico's niet te dekken binnen grondexploitaties
Impact corona
4
205.000
5,42%
7 Budgetrisico's in open eind regelingen (SHV, Leerlingenvervoer, Bijzondere bijstand etc..)
Optimale invulling gecontroleerde procesomgeving nastreven. Risicomanagement
3
300.000
5,72%
8 De gebundelde inkomensvoorziening uitkeringen (BUIG) is niet toereikend.
Gebaseerd op onzekerheid hieromtrent in 2020, in 2021 minimaal tot nihil.
3
200.000
3,08%
9 Overschrijding van budget(ten) WMO
Frequent toepassen audits, analyse P&C voortgangsrapportages van instellingen.
3
250.000
2,56%
10 Financiële en imagorisico’s a.g.v. disfunctioneren van door de gemeente gesubsidiëerde instellingen
Schulddienstverlening: preventie, competentieontwikkeling, benchmarking, business intelligence
4
400.000
2,34%
Totaal van alle risico 's: € 12.969.300 (exclusief risico's als gevolg van corona € 2.517.000)
Onderstaande tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar
1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 – 10 jaar
2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
Programmabegroting 2022
97
Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
50%
1 keer per 2 – 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag ( € 12.969.250) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Ridderkerk bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Weerstand Algemene reserve Post onvoorzien Totaal weerstandscapaciteit
Huidige capaciteit 30.816.500 25.000 30.841.500
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit onderstaande tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.935.890 (benodigde weerstandscapaciteit). Als we de meest recente corona risicoinventarisatie meenemen en ons baseren op enerzijds de ontwikkelingen over 2020 en het scenario waarin de coronacrisis tenminste tot in het vierde kwartaal van 2021 aanhoudt levert dit na simulatie een bedrag op van € 1.568.000 (extra benodigde weerstandscapaciteit). Basisraming (scenario 1): Werkloosheid loopt op. Overheidstekort loopt op. Wel geld geen mensen voor onderwijs. Krapte op woningmarkt houdt aan. Onzekerheid is niet weg.
98
In het pessimistische scenario ”Nieuwe terugslag”: nieuwe coronavarianten, waartegen de huidige vaccinaties onvoldoende blijken te werken, veroorzaken in het najaar opnieuw een corona-uitbraak. Deze leidt weer tot extra voorzichtigheid bij huishoudens en nieuwe restricties, waardoor het bruto binnenlands product opnieuw afneemt en de werkloosheid verder oploopt. In het optimistische scenario “Grotere veerkracht”: Zorgen positieve verwachtingen bij huishoudens en bedrijven voor krachtiger herstel na opheffen van contactbeperkingen. Door groter vertrouwen in toekomst geven huishoudens hun overbesparingen sneller uit: extra consumptie. Bedrijven schalen hun investeringen extra op, mogelijk gemaakt door laag blijvende financieringskosten. Bij vergelijkbare ontwikkelingen elders in het eurogebied, is ook de export uitbundiger. Percentage
Bedrag 10%
€ 2.014.642
25%
€ 2.596.051
50%
€ 3.297.925
75%
€ 4.073.956
90%
€ 4.935.890
95%
€ 5.576.124
De normtabel biedt een waardering van het berekende ratio. Ratio weerstandsvermogen
Beschikbare weerstandscapaciteit
30.841.500
Benodigde weerstandscapaciteit
4.935.890
Ratio weerstandsvermogen
Beschikbare weerstandscapaciteit
30.841.500
inclusief corona
Benodigde weerstandscapaciteit
6.503.890
6,2
4,7
De normtabel biedt een waardering van het berekende ratio. Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt (inclusief de
Programmabegroting 2022
coronarisico’s) binnen klasse A, wat staat voor uitstekend. Normtabel Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Ontwikkeling risicoprofiel Waar staan we nu? Met de uitbraak van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 is er een nieuwe factor opgetreden met grote impact op het risicoprofiel. Nederland heeft van december 2020 tot juni 2021 in een lockdown gezeten. Inmiddels neemt het aantal besmettingen af en de vaccinatiegraad toe en kunnen de beperkende maatregelen worden versoepeld. Directe gevolgen worden steeds meer zichtbaar en Nederland kan gaan werken aan herstel. De impact van de crisis op het risicoprofiel van de gemeente neemt daarmee af. Er zijn wel nog veel onzekerheden over de ontwikkeling van de verspreiding van het virus; komst van nieuwe virusvarianten en een mogelijke golf in het najaar. Ook over de precieze maatschappelijke, sociale en economische impact van de crisis is veel onzekerheid. We moeten in ieder geval rekening houden met de schade die duidelijk wordt na afloop van steunpakketten en de keuzes en richting van herstel die het Rijk zal maken. De planbureaus pleiten voor samenhangend herstelbeleid gericht op herstel én transitie. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. De coronacrisis heeft bestaande trends en ontwikkelingen versterkt, vertraagd en kwetsbaarheden en kansen zichtbaar gemaakt. De gevolgen kunnen daarom ook niet los van de ontwikkelingen in de samenleving gezien worden.
Er is sprake van negatieve effecten op het welzijn, in het bijzonder de generatie kinderen en jongeren. Daarnaast staat ook de relatie tussen de overheid en burger onder spanning. De stemming in de samenleving is als gevolg van de afgelopen periode minder genuanceerd geworden, maar hoe zich dit op lange termijn uitkristalliseert is onzeker. Risico decentralisaties in het sociaal domein Het geconsolideerde risico decentralisatie en transitie sociaal domein blijft groot. Eind 2020 publiceerde het SCP ‘sociaal domein op koers’ en concludeert daarin dat de verwachte effecten
Programmabegroting 2022
van de decentralisaties nog niet op orde zijn. De zelfredzaamheid is niet toegenomen en de kosten zijn niet verminderd. In 2021 bevestigt onderzoek van het SCP ook het toegenomen gebruik van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning sinds 2015. De coronacrisis versterkt ook de druk op het sociaal domein. Door de impact op de gezondheid, welzijn en bestaanszekerheid moet rekening gehouden worden met een (verdere) toename van het aantal inwoners met recht op (inkomens)ondersteuning, hulp of zorg. Een aantal ontwikkelingen waar gemeenten mee te maken krijgen zijn: De coronacrisis treft meest kwetsbare groepen zowel qua zorg, ondersteuningsvraag als in bestaanszekerheid en inkomen. De coronacrisis legt vraagstukken omtrent zorg en veiligheid verder bloot. Denk aan (woon)overlast, multiproblematiek en inburgeringsvraagstukken. De coronacrisis heeft geleid tot heel veel ‘uitgestelde zorg’ en zorgvraag bij mensen als gevolg van coronabesmetting. Druk op mantelzorgers toegenomen. Bijkomende ontwikkeling is dat de uitstroom uit Participatiewet als gevolg van coronacrisis mogelijk lager is en in tijden van hoge werkloosheid dat vermoedelijk zal blijven. De beoogde toename van werkloosheid blijft vooralsnog uit. Dit lijkt een direct gevolg van de steunpakketten. Het risico neemt dus niet toe en kent zelfs een neerwaartse positieve trend.
Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet De coronacrisis heeft zowel gevolgen voor de lopende uitvoering van de Jeugdwet, denk aan meer wachtlijsten door zorg die niet of anders door kon gaan. Als ook gevolgen voor het welzijn van de jeugd. Er zijn ook zaken die goed gaan. Maar over het geheel is een negatieve impact te verwachten en moet er ook oog zijn voor nieuwe kwetsbare groepen kinderen en jongeren. Het Rijk heeft na uitspraak ‘arbitrage Jeugd’ extra incidentele middelen voor de Jeugdzorg beschikbaar gesteld. Deze dekken echter niet de structureel toenemende kosten. Een verdere toename op aanspraak van Jeugdzorg is daarmee nog steeds een risico. Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven Aantal faillissementen is nog niet toegenomen. Wanneer de steunpakketten van de rijksoverheid
99