CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

PlanMER Gebiedsvisie Rivieroevers-concept definitief met bijlagen.pdf

Commissie Samen wonen RK 2 december 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers34.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Thema

P l Landschap en a cultureel n erfgoed e t

Aspect Landschappelijke kwaliteit

Criteria

Raamwerk

Effect op de landschappelijke kwaliteit

Effect op historisch Historische stedenbouw en (gebouwd) erfgoed en cultuurlandschap geografie Effect op archeologische Archeologie waarden

=

Alt 1: max werken

Alt 2: max wonen 0/+

Alt 3: combi verspreid 0/+

Alt 4: combi geclusterd +

0

0/-

-

-

-

0

-

0/-

0/-

Landschappelijke kwaliteit Raamwerk De rivieroevers van Ridderkerk maken onderdeel uit van een verstedelijkt rivierenlandschap waar de rivieren IJssel, Lek en Noord overgaan in de Nieuwe Maas. De rivieroevers zijn momenteel gefragmenteerd en door de beperkte toegankelijkheid vanaf land en water beperkt beleefbaar. Als gevolg van raamwerk wordt bijgedragen aan de leesbaarheid van de rivieroevers. Door toevoeging van groen, het verbinden van ontbrekende recreatieve schakels en het versterken van de recreatieve ruggengraat langs de dijk ontstaat een samenhangend park dat de toegankelijkheid en beleefbaarheid van de 25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

52

Open

overgangen van water en land versterkt. Dit draagt positief bij aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Het raamwerk heeft geen effect op het nabijgelegen Nationaal Landschap het Groene Hart. Samengevat is er een kans op versterking van de landschappelijke kwaliteit als gevolg van het raamwerk (↗). Alternatieven Aanvullend op het raamwerk zet alternatief 1 in op de transformatie van de Brush-locatie naar een logistiek centrum. Aangezien hier in de huidige situatie ook al sprake is van bebouwd terrein verandert er landschappelijk nagenoeg niets/weinig. Als gevolg hiervan is het effect neutraal ingeschat (0). Alternatief 2 zet maximaal in op de transformatie naar woningen in het gebied. Als gevolg van het beoogde voornemen zijn (bij) geen (van de alternatieven) effecten te voorzien op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Groene Hart; landschappelijke diversiteit, veenweidekarakter, openheid, rust en stilte. De dichtstbijzijnde transformatie van bedrijvigheid naar woningen bevindt zich ter hoogte van de Schans. Vanaf het open groene gebied van het Nationaal Landschap is dit gebied niet zichtbaar; het landschap wordt ruimtelijk gescheiden door het industriegebied ten noorden van De Noord (o.a. met IHC).

De herontwikkeling ter hoogte van de Voortuyn van Huys ten Donck biedt kansen (0/+) om het bestaande buitendijks gebied landschappelijk te versterken door een parkinrichting met o.a. de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Ook zijn er als gevolg van kleinschaligere woningbouw kansen voor het verhogen van de landschappelijke kwaliteit in alternatief 4 positiever beoordeeld (+) dan alternatief 2 en 3 (0/+). De herontwikkeling is dan passender bij de kwaliteiten van een landschapspark. Historische stedenbouw en geografie Raamwerk In het raamwerk is onderscheid gemaakt in monumentaal groen (groene waarden), havens (blauwe waarden), rijksmonumenten (rode waarden) en monumentale industrie (roze waarden). De groene waarden worden versterkt doormiddel van het inzetten op verbinding, de blauwe waarden door middel van het toegankelijker maken. Rode waarden worden en blijven beschermd in het kader van de Monumentenwet. Roze waarden worden benadrukt als visuele bakens in het gebied. In het Raamwerk wordt nadrukkelijk rekening gehouden met beeldbepalende waarden in de omgeving of aan overzijde van de rivier (zoals bijvoorbeeld Kinderdijk, of de Donckse Velden binnendijks). Maar ook met beeldbepalende moderne industriële elementen (zoals de grote kraan van Schiepo) en waardevolle groengebieden zoals de Crezéepolder.

Er zijn hierdoor enkel kansen voorzien voor versterking van de cultuurhistorische waarden van het gebied (↗). Alternatieven Alle beoogde transformatielocaties zijn op maaiveldniveau niet zichtbaar vanaf het Werelderfgoed Kinderdijk. Dit is het gevolg van de afstand tussen het Werelderfgoed en de gebieden waar transformatie is voorzien (Bolnes, Schans, ed). Bovendien schermt het industriegebied IHC (gelegen tussen de Schans en Kinderdijk) de transformatielocaties af van het Werelderfgoed. Omdat het distributiecentrum bij de Schans, dat voorzien is in alternatief 1, 3 en 4, geen hoogbouw omvat, is deze ook niet zichtbaar vanaf het Werelderfgoed. Hoogbouw als gevolg van transformatie naar wonen ter hoogte van de Schans kan niet worden uitgesloten. Het is nog niet bekend op welke wijze invulling gegeven gaat geworden aan de woningbouwontwikkeling hier. In de alternatieven 2, 3 en 4 zijn woningen voorzien ter hoogte van de Schans. In het kader van de al gerealiseerde woontorens Slikkerveer heeft ten behoeve van het bestemmingsplan Slikkerveer Rivieroevers [Gemeente Ridderkerk, 2009] 4 onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijke effecten van de hoogbouw op Werelderfgoed Kinderdijk. Hierin is het volgende 4 Omdat er sinds 2009 geen nieuwbouw heeft plaatsgevonden in de tussenliggende bebouwing houden de conclusies uit dit onderzoek nog stand.

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

53

Open

geconstateerd: “De effecten van de nieuwbouw op het molengebied van Kinderdijk zijn beperkt vanwege de onderlinge afstand, de aanwezigheid van het nabijgelegen bebouwingslint met een hoge

Profiel 1

Profiel 2 Mogelijke woningbouw Rivieroevers

Profiel 3

Profiel 1

Profiel 2

Profiel 3

Figuur 5.14 Analyse relatie woontorens Slikkerveer – Molens Kinderdijk [Bestemmingsplan Slikkerveer Rivieroevers, 2009]

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

54

Open

bebouwingsdichtheid en de grootschalige werfcomplexen op het bedrijventerrein tussen de locatie en het molengebied. Om dit toe te lichten, is een schematische doorsnede opgesteld en analyse gemaakt die het effect in beeld brengt (zie figuur 5.14). Hieruit blijkt dat vanaf delen van de dijk er enig zicht is op de bovenste delen van de torens, die als zodanig de nabijheid van Ridderkerk en de stadsregio zullen benadrukken. Gelet op de afstand en de tussenliggende bebouwing zal ook onder invloed van een veelal heiige horizon het beeld vervagen. Daarbij moet ook worden bedacht dat sprake is van transformatie van grootschalige milieuhinderlijke bedrijvigheid naar een hoogwaardig woonmilieu. Uitgaande daarvan wordt juist gesteld dat een andere, betere context voor de weide omgeving, inclusief het molengebied en de dijkbebouwing ontstaat.’’ Aangezien de woningbouwontwikkeling als onderdeel van de gebiedsvisie Rivieroevers voorzien is achter de al gerealiseerd woontorens, verder weggelegen van de Nieuwe Maas (zie blauwe cirkels in figuur 5.14) en op min of meer dezelfde afstand vanaf het Werelderfgoed, zullen effecten van eventuele hoogbouw op het molengebied zeer beperkt/niet aanwezig zijn. Het blikveld van de landschapsbiotoop Kinderdijk grenst aan de Crezéepolder. Aangezien hier geen ingrepen zijn voorzien kunnen effecten op het blikveld worden uitgesloten.

Alternatief 1 zet in op de transformatie naar een distributiecentrum bij de Schans. In het gebied Donkersloot bevindt zich een industriële machinebouw loods (Ringdijk 390) uit 1950. De loods is van zeer hoge cultuurhistorische waarde. Gelegen aan de oever vormt het samen met de bijgebouwen en opstallen een waardevol ensemble. Transformatie ter hoogte van deze locatie geeft risico’s voor het verstoren van deze waarden (0/-) Alternatieven 2 en 3 zijn woningen voorzien ter hoogte van cultuurhistorisch waardevolle buitendijkse hoort van oudsher bij de buitenplaats Het Huys ten Donck als productiegrond met griend, (hakhout)bos en weidegrond en mogelijk ook boomgaard(en). Vanaf de bouw van het Huys ten Donck, afgerond in 1746, is er een visuele relatie vanuit de eerste verdieping van het huis met de Voortuyn en de rivier. Door de dijkverzwaring en de ophoging van het terrein is de relatie met de rivier sterk verminderd. Woningbouw ter hoogte van het waardevolle erfgoed van de Voortuyn geneert risico’s voor nog verdere verstoring van de relatie tussen rivier en Huys ten Donck. Bij de bouw van woningen dient rekening gehouden te worden met bestaande zichtlijnen en dient indien mogelijk aangegrepen te worden om de visuele relaties en beleving van het gebied te versterken. Door middel van een zonering kunnen effecten worden verzacht en blijven zichtlijnen beter behouden.

Ook in alternatief 4 zijn er risico’s op verstoring van cultuurhistorische waarden als gevolg van de woningbouw ter hoogte van zichtlijnen (-). Archeologie Raamwerk Als gevolg van de beoogde ontwikkelingen in het raamwerk vinden er naar verwachting geen of in zeer beperkte mate ingrepen plaats in de bodem. Daarmee worden er geen risico’s voorzien voor archeologische waarden (=). Alternatieven In alternatief 1 is er sprake van een beperkte ingreep in de bodem in gebied met redelijk hoge archeologische verwachting. Alleen de dijk heeft een hoge archeologische verwachting (0). Als gevolg van de transformatie in alternatief 2 naar woningen zijn veel ingrepen voorzien in gebied met redelijk hoge archeologische verwachting. Als gevolg hiervan bestaat er een risico op verstoring van archeologische waarden (-). Ook in de alternatieven 3 en 4 zijn ingrepen voorzien in de bodem als gevolg van de transformatie naar woningen. Omdat het om minder ingrepen gaat is het risico iets kleiner dan bij alternatief 2 (0/-).

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

55

Open

5.2.8

Bodem

De beoordeling van het raamwerk en de alternatieven voor bodem is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling. Tabel 5.11 Beoordeling alternatieven bodem

Thema P l a Bodem n e t

Aspect

Criteria

Mate van verontreiniging in Bodemkwaliteit de bodem Mate van bodemdaling Bodemdaling

Raamwerk

Alt 1: max werken

Alt 2: max wonen +

Alt 3: combi verspreid 0/+

Alt 4: combi geclusterd 0/+

= =

0 0

-

0/-

0/-

Bodemkwaliteit Raamwerk Raamwerk zijn geen kansen of risico’s voorzien voor bodemkwaliteit (=). Alternatieven In het plangebied zijn verschillende ernstige, maar niet urgente verontreinigingen en potentiële verontreinigingen aanwezig. Als gevolg van de bouw van woningen of bedrijven vinden ingrepen in de bodem plaats. Als ingrepen voorzien zijn ter hoogte van verontreinigingen dient gesaneerd te worden. Als gevolg hiervan neemt de kwaliteit van de bodem toe. Vanuit hier is beredeneerd dat hoe meer ingrepen in de bodem voorzien zijn, hoe groter de kans is op een verbetering van de bodemkwaliteit. Het is echter nog onzeker om welk bodemvolume het gaat waarover kwaliteitsverbetering plaatsvindt. Ook de mate van kwaliteitsverbetering is nog niet bekend. Vanuit de kans op ingrepen in de bodem is Alternatief 2 positief beoordeeld en alternatieven 3 en 4 licht positief. In alternatief 1 is de ingreep in de bodem beperkt. Bodemdaling Raamwerk Raamwerk zijn geen kansen of risico’s voorzien voor bodemdaling (=). Alternatieven Een deel van het plangebied ligt in een gebied dat volgens de provinciale kaart (2017b) (zie paragraaf 3.3.3 bijlage 1) bodemdalingsgevoelig is, dit komt met name door de aanwezigheid van een slappe bodem en betreft het noordelijke deel van het plangebied. Echter in de praktijk komt bodemdaling in buitendijks gebied maar in zeer beperkte mate voor.

In alle alternatieven zijn ingrepen voorzien ter hoogte van gebied dat gevoelig zou kunnen zijn voor bodemdaling. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied geldt het aandachtspunt rekening te houden met mogelijke activiteiten of functies die bodemdaling versterken. Hierbij valt te denken aan de zwaarte van gebouwen of grondwater onttrekkende functies. Gezien de ligging van het plangebied, deels buitendijks, geldt dat een toename in bodemdaling kan leiden tot een toename in o.a. wateroverlast door overstromingen. Herontwikkeling van het gebied kan leiden tot toename op bodemdaling. Het risico op bodemdaling is het grootst in alternatief 2 (-). In dit alternatief is de meeste woningbouw voorzien ter hoogte van gebied dat gevoelig is voor bodemdaling. De bouw van woningen kan bodemdaling versterken. Het risico op bodemdaling is bij alternatief 3 en 4 minder groot (0/-). Hier is minder woningbouw voorzien ter hoogte van gebied dat gevoelig is voor bodemdaling. Alternatief 1 voorziet in beperkte mate in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (0).

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

56

Open

5.2.9

Water

De beoordeling van het raamwerk en de alternatieven voor water is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling. Tabel 5.12: Beoordeling alternatieven water

Thema P l a Water n e t

Aspect

Grond- en oppervlaktewater

Criteria De kwaliteit en kwantiteit van grondwater en oppervlaktewater inclusief verzilting en zoetwatervoorraden

Raamwerk

Alt 1: max werken

Alt 2: max wonen

0/+

-

Alt 3: combi verspreid -

Alt 4: combi geclusterd 0/+

Grond- en oppervlaktewater Raamwerk Er zijn kansen voor het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit door de oeverzone ter hoogte van Huys ten Donck flauwer en aantrekkelijker vorm te geven als getijdenpark en het geven van ruimte aan de dynamiek van de Crezéepolder (↗). Alternatieven In alternatief 2 en 4 is woningbouwontwikkeling voorzien in grondwaterbeschermingsgebied (zie figuur 5.15 en Foto van de Leefomgeving paragraaf 3.4). Dit brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit van zoetwatervoorraden (-). Overige woningbouwlocaties liggen in een boringsvrije zone van het milieubeschermingsgebied voor grondwater. Dit gebied is aangewezen om het grondwater dat wordt gebruikt voor de drinkwaterbereiding te beschermen. Dit betekent dat het plangebied te maken heeft met specifieke eisen bij (bouw)activiteiten (o.a. voor verhardingen en gebouwen en grond- en funderingswerken en constructies). Deze zijn vastgelegd in de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland. Risico’s op verzilting kunnen toenemen in de toekomst. De beoogde transformatie naar een distributiecentrum in alternatief 1 vormt naar verwachting geen risico’s voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Vergroening van daken kan mogelijk leiden tot verbetering waterkwaliteit. Alternatieven 1 en 4 leveren daarom een kleine kans op verbetering van de waterkwaliteit (0/+).

Figuur 5.15 Locatie waterwin- en grondwaterbeschermingsgebied

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

57

Open

5.2.10 Klimaat De beoordeling van het raamwerk en de alternatieven voor klimaat is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling. Tabel 5.13 Beoordeling alternatieven klimaat

Thema

Aspect

Hitte en droogte P l a Klimaat n e t

Wateroverlast

Alt 1: max werken

Alt 2: max wonen

Mate van verhard/versteend oppervlak en bouwdichtheid vs. oppervlak groen en water

+

Kans op voorkomen en de gevolgen van wateroverlast

Criteria

Kans op toename overstromingen en/of Waterveiligheid gevolgen van overstromingen Mate van emissie Mate van emissie van CO2 van CO2

Raamwerk

=

0/+

Alt 3: combi verspreid 0/+

Alt 4: combi geclusterd +

+

0/+

0/+

+

0

--

-

0/-

0/-

--

--

-

Hitte en droogte Raamwerk In het raamwerk wordt ingezet op het vergroenen van bestaande stenige situaties. Dit biedt een kans voor afname van verhard oppervlak. Er zijn kansen om de oeverzone flauwer en aantrekkelijker vorm te geven ter hoogte van Huys ten Donk en het geven van ruimte aan de dynamiek van de Crezéepolder (↗). Alternatieven Alle alternatieven bieden kansen voor afname van droogte als gevolg van de inzet op vergroening bij transformatie en groene daken bij bestaande bedrijven. Opgemerkt dient te worden dat groene daken die niet in binnenstedelijk gebied zijn gelegen, in beperktere mate bijdragen aan de afname van hittestress en/of droogte. In alternatief 2 en 3 zijn in grote mate ingrepen voorzien in bestaand groengebied (ter hoogte van Huys ten Donck), waardoor hier de verharding toeneemt. Hierdoor is het positieve effect in alternatief 2 en 3 beperkt (0/+). De alternatieven 1 en 4 zijn positief beoordeeld (+). Wateroverlast Raamwerk Het vergroenen van het gebied zorgt voor een afname van het verhard oppervlak als onderdeel van het raamwerk. Het hemelwater kan hierdoor beter infiltreren, waardoor het risico op wateroverlast afneemt (↗). Alternatieven Alle alternatieven bieden kansen voor afname wateroverlast als gevolg van de inzet op vergroening bij transformatie en groene daken bij bestaande bedrijven.

Het water kan hierdoor langer vastgehouden worden, waardoor piekbuien geleidelijker afgevoerd kunnen worden. Groene daken dragen in buiten stedelijk gelegen gebied in mindere mate bij aan de afname van wateroverlast dan in binnenstedelijk gelegen gebied. Omdat in alternatief 2 en 3 in grotere mate ingrepen zijn voorzien in bestaand groengebied neemt als gevolg hiervan de verharding hier toe (ten westen van Huys ten Donck). Hierdoor is positief effect beperkt in betreffende alternatieven (0/+ ten opzichte van +).

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

58

Open

Waterveiligheid Raamwerk Het raamwerk heeft geen effect op risico op overstromingen (=). Alternatieven Buitendijkse gebieden waar gebouwd wordt zijn niet beschermd door dijken en daarom worden ze vaak verhoogd aangelegd. Op deze manier wordt voorkomen dat bij hoge waterstanden op de rivier en/of op zee het land steeds onder water komt te staan. Door klimaatveranderingen nemen de waterstanden op zee en op de rivieren echter toe, waardoor ook de kans op een overstroming toeneemt. Door de hogere bevolkingsdichtheid en toenemende economische waarde, nemen ook de gevolgen van een overstroming steeds meer toe. Voor alle alternatieven is dit een aandachtspunt. Hoe meer woningen voorzien zijn buitendijks, hoe groter het risico op overstromingen. Alternatief 2 is daarom negatief beoordeeld, de alternatieven 3 en 4 respectievelijk – en 0/-. Het effect van alternatief 1 is in verhouding zeer beperkt (0). Op basis van uitgevoerd onderzoek (MIRT verkenning oeververbinding) is de reservering voor een oeververbinding bij Bolnes komen te vervallen. In de beoordeling is hier daarom geen rekening mee gehouden. Met de in de visie toegelaten transformaties worden geen bouwwerken binnen het profiel van de dijk toegevoegd. Vanwege hoogwaterbescherming kan op enig moment versterking van de bestaande dijk noodzakelijk zijn. Het Waterschap beschikt momenteel nog niet over detailinformatie.

Vanwege de afstanden en beschikbare ruimte aan de binnendijkse zijde van de Ringdijk (een strook van ca. 20 meter breed) zal dit niet tot belemmeringen voor dijkversterking leiden. Mate van emissie CO2 Raamwerk Het raamwerk zorgt voor een afname van CO2-emissie als gevolg van de inzet op OV-hubs. Dit genereert een kans (↗). Alternatieven De mate van emissie CO2 is overeenkomstig beoordeeld als luchtkwaliteit (zie par 5.2.1). Als gevolg van de grootste kans op toename van verkeersbewegingen scoren de alternatieven alternatief 2 en 3 negatiever dan de alternatieven 1 en 4 (- - in plaats van – en 0/-). Hoe meer verkeersbewegingen hoe groter het risico op toename van emissie van CO2.

5.2.11 Duurzame energie en circulariteit De beoordeling van het raamwerk en de alternatieven voor duurzame energie en circulariteit is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling. Tabel 5.14: Beoordeling alternatieven

Thema

Aspect

P l Duurzame a energie en n circulariteit e t

Duurzame energieopwekking

25 oktober 2021

Circulariteit

Het aandeel hernieuwbare energieopwekking

=

+

+

Alt 3: combi verspreid +

De hoeveelheid restafval en hergebruik

=

0

0

0

Criteria

Raamwerk

Alt 1: max werken

Alt 2: max wonen

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

59

Alt 4: combi geclusterd + 0

Open

Duurzame energieopwekking Raamwerk Raamwerk biedt geen kansen of risico’s voor duurzame energieopwekking (=). Alternatieven Alle alternatieven bieden kansen voor duurzame energie in de vorm van het plaatsen van zonnepanelen op daken van bedrijven (zowel bestaande als bij transformatie) en woningen (+). Circulariteit Raamwerk Het raamwerk biedt geen kansen of risico’s voor circulariteit (=). Alternatieven De alternatieven bieden geen kansen voor het verminderen van de hoeveelheid restafval en hergebruik, tenzij actief ingezet gaat worden op circulariteit. De transformatie naar een distributiecentrum biedt geen kansen voor circulariteit. De alternatieven zijn niet onderscheidend (0).

5.2.12 Bedrijvigheid en ruimte De beoordeling van het raamwerk en de alternatieven voor bedrijvigheid en ruimte is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling. Tabel 5.15 Beoordeling alternatieven

Thema

P r o Bedrijvigheid & f ruimte I t

Aspect Vitaliteit werklocaties Economische transitie Multifunctioneel ruimtegebruik

Criteria Het areaal en kwaliteit van vestigingslocaties (bedrijventerreinen, detailhandel en kantoren) Mate van duurzame bedrijven Mate waarin functies worden gecombineerd

Raamwerk

=

Alt 1: max werken

Alt 2: max wonen

+

-

Alt 3: combi verspreid 0

Alt 4: combi geclusterd +

+

0/+

+

+

0

0/+

+

+

Vitaliteit werklocaties Raamwerk In het raamwerk wordt de kwaliteit van de werklocaties iets vergroot door het faciliteren van OV-hubs ter hoogte van Bolnes en de Schans. Dit biedt kansen voor de vitaliteit van werklocaties (↗).

Alternatieven In alternatief 1 blijft het areaal werklocaties min of meer gelijk en er wordt daarnaast ingezet op een kwaliteitsimpuls door verduurzaming en klimaatbestendig maken van bestaande bedrijvigheid. Dit genereert een kans voor vitaliteit werklocaties in dit alternatief. Het areaal werklocaties in alternatief 2 neemt fors af ter hoogte van Schiepo, de Schans en Bolnes ten koste van woningbouw. De kwaliteit van werklocaties die behouden blijven nemen wel toe door verduurzaming en klimaatbestendig. Samengevat is er sprake van een forse afname van areaal ten opzichte van een beperkte toename van kwaliteit, resulterend in een groot risico op de vitaliteit van werklocaties (-).

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

60

Open

In alternatief 3 neemt het areaal werklocaties ter hoogte van Schiepo en buitendijks van Bolnes af. Het binnendijks minder functionerend deel voor watergebonden bedrijvigheid blijft wel bestaan (0). Hierbij is het een aandachtspunt dat woningbouw en bedrijvigheid in elkaars nabijheid kunnen leiden tot onderlinge hinder. Woningbouw belemmert groeimogelijkheid van bedrijven en kan resulteren in extra verkeersaantrekkende werking. Bedrijvigheid nabij woningen kan nadelige milieugevolgen hebben (bv geluid en geurhinder). Het areaal werklocaties in alternatief 4 neemt af ter hoogte van Bolnes en de Schans. Hierbij worden ook de bedrijfsmatig lastig functionerende delen van Bolnes getransformeerd naar woningbouw. Ook is weinig vermenging van functies die elkaar kunnen hinderen. Als gevolg hiervan neemt de vitaliteit van resterende werklocaties toe (minder areaal met hogere kwaliteit) (+). Economische transitie Raamwerk Het raamwerk heeft geen effect op de mate van duurzame bedrijven (=). Alternatieven Voor bestaande bedrijven wordt in alle alternatieven ingezet op een kwaliteitsslag ten aanzien van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Als de omvang voor bedrijvigheid afneemt, is de kans op verduurzaming van bestaande bedrijven kleiner. Daarom is alternatief 2 iets minder positief (0/+) beoordeeld dan de alternatieven 1, 3 en 4 (+).

Multifunctioneel ruimtegebruik Raamwerk Het raamwerk draagt bij aan een multifunctioneler gebruik van Rivieroevers als gevolg van de beoogde toename van recreatief gebruik aan het gebied (↗). Alternatieven In alternatief 1 verandert er in ruimtegebruik (aanvullend op het raamwerk) nagenoeg niets ten opzichte van de referentiesituatie. Er vindt enkel verandering van de werklocatie plaats. De kans op toename van multifunctioneel ruimtegebruik is daarmee klein (0). Door maximaal in te zetten op transformatie naar woningen is de mate waarin functies worden gecombineerd ook beperkt. Wel kan gedacht worden aan een combinatie van parkeren, horeca en woningen bij hoogbouw. De kans op toename van multifunctioneel ruimtegebruik is klein (0/+). In zowel alternatief 3 als 4 worden verspreid of geclusterd in het gebied woningen toegevoegd. Dit draagt beter bij aan het combineren van functies in het gebied (+).

5.2.13 Mobiliteit De beoordeling van het raamwerk en de alternatieven voor mobiliteit is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling.

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

61

Open

Tabel 5.16: Beoordeling alternatieven mobiliteit Criteria

Thema

Aspect Mate van congestie en Bereikbaarheid weg toegankelijkheid en water scheepvaart

Profit

Mobiliteit

Wandel- en fietsnetwerk

De kwaliteit en kwantiteit van het wandel- en fietsnetwerk

Openbaar vervoer

De afstand tot en het aanbod (frequentie) van openbaar vervoer

Raamwerk

Alt 1: Alt 2: max max werken wonen 0/-

--

Alt 3: combi verspreid --

Alt 4: combi geclusterd -

0

++

0/+

+

0

0

0

0

Bereikbaarheid weg en water Raamwerk Als onderdeel van het raamwerk komt er mogelijk een tweede waterbushalte in Bolnes. Dit draagt bij aan de toegankelijkheid over water. Ingezet wordt op reductie van de parkeerdruk. Bij nieuwe ontwikkelingen dient parkeren in het zicht te worden voorkomen. Nieuwe ontwikkelingen zijn gebonden aan automobiliteit reducerende strategieën als deelauto's. Zodoende wordt geprobeerd om bestaande stenige situaties te vergroenen en nieuwe stenige situaties te voorkomen. Dit biedt kansen voor verbeteren van de bereikbaarheid over weg en water (↗). Alternatieven Om een inschatting van de kansen, dan wel risico’s voor autobereikbaarheid te bepalen, zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De ontwikkeling op de Brush-locatie (volgens alternatief 1) leidt tot een verkeersgeneratie van 1.760 motorvoertuigen per etmaal (bron: notitie BRUSH ontwikkeling, GraaffTraffic, 2-3-2021) • Een woning leidt gemiddeld tot een verkeersgeneratie van 5 motorvoertuigen per etmaal (bron: Kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie, CROW, 1-12-2018). Voor alternatief 1 wordt verwezen naar notitie verkeer van GraaffTraffic (2021). Uit het onderzoek volgt dat de BRUSH ontwikkeling (grootte 40.000m²) zo’n 1.760 motorvoertuigen per etmaal genereert.

Op basis van de verkeerstellingen kan geconcludeerd worden dat het intensiteitenverloop op een werkdag een vergelijkbaar patroon laat zien dan met het gebruikelijke intensiteitenverloop. Het percentage vrachtverkeer ligt tijdens de daluren wel hoger maar de ochtend- en avondspits blijven maatgevend voor de berekeningen. Geconcludeerd is dat op het kruispunt Ringdijk – Veerweg – Industrieweg geen aanpassingen noodzakelijk zijn om de toekomstige hoeveelheid verkeer goed te kunnen afwikkelen. Op de kruispunten Industrieweg – Dokwerkerstraat en Rotterdamseweg – Industrieweg zijn wel aanpassingen nodig. Als gevolg hiervan is er een klein risico op toename van congestie (0/-). In alternatief 2 worden bij de locatie Bolnes ca. 350 woningen gebouwd. Deze woningen genereren zo’n 1.750 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Rijnsingel als ontsluitingsroute zullen nemen. Het al zwaar belaste kruispunt Rotterdamseweg – Rijnsingel krijgt dus nog meer verkeer te verwerken. Hier zijn mogelijk aanpassingen nodig. Dit leidt tot verkeerskundige bezwaren voor alternatief 2. Bij de locatie Schiepo en Huys ten Donck worden in dit alternatief ca. 750 woningen gebouwd. Deze woningen genereren zo’n 3.750 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Randweg als ontsluitingsroute zullen nemen.

Dit leidt naar verwachting tot extra verkeersdruk op het kruispunt Rotterdamseweg – Randweg. Bij de locatie de Schans worden in dit alternatief ca. 400 woningen gebouwd. Deze woningen genereren ongeveer 2.000 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Industrieweg als

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

62

Open

ontsluitingsroute zullen nemen. Dit leidt mogelijk tot extra verkeersdruk op het kruispunt Rotterdamseweg – Industrieweg. In de huidige situatie staat de capaciteit van kruispunten rondom het plangebied onder druk. Als gevolg van alternatief 2 is er een groot risico op verdere overbelasting van een aantal kruispunten op de Rotterdamseweg. Het alternatief leidt tot een groot aantal verkeerskundige bezwaren (- -). Ten aanzien van alternatief 3 kan gesteld worden dat de Brush-ontwikkeling (grootte 40.000m²) zo’n 1.760 motorvoertuigen per etmaal genereert (notitie Brush ontwikkeling, 2021). Als gevolg hiervan zijn op de kruispunten Industrieweg – Dokwerkerstraat en Rotterdamseweg – Industrieweg aanpassingen nodig. In dit alternatief zijn bij de locatie Bolnes ca. 150 woningen voorzien. Deze woningen genereren zo’n 750 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Rijnsingel als ontsluitingsroute zullen nemen. Het al zwaar belaste kruispunt Rotterdamseweg – Rijnsingel krijgt dus nog meer verkeer te verwerken. Hier zijn mogelijk aanpassingen nodig. Bij de locatie Schiepo en Huys ten Donck worden in dit alternatief ca. 750 woningen gebouwd. Deze woningen genereren zo’n 3.750 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Randweg als ontsluitingsroute zullen nemen. Dit leidt tot extra verkeersdruk op het kruispunt Rotterdamseweg – Randweg.

Bij de locatie de Schans worden in dit alternatief tot slot ca. 200 woningen gebouwd. Deze woningen genereren zo’n 1.000 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Industrieweg als ontsluitingsroute zullen nemen. Dit leidt tot extra verkeersdruk op het kruispunt Rotterdamseweg – Industrieweg. In de huidige situatie staat de capaciteit van kruispunten rondom het plangebied onder druk. Als gevolg van bovenstaande is er een groot risico op toename van overbelasting van een aantal kruispunten op de Rotterdamseweg ten opzichte van de referentie (--). In alternatief 4 worden als gevolg van de bedrijfstransformatie zo’n 1.760 motorvoertuigen per etmaal gegenereerd (notitie Brush-ontwikkeling, 2021). Op de kruispunten Industrieweg – Dokwerkerstraat en Rotterdamseweg – Industrieweg zijn als gevolg hiervan aanpassingen nodig. Bij de locatie Bolnes worden ca. 350 woningen gebouwd in dit alternatief. Deze woningen genereren zo’n 1.750 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Rijnsingel als ontsluitingsroute zullen nemen. Het al zwaar belaste kruispunt Rotterdamseweg – Rijnsingel krijgt dus nog meer verkeer te verwerken. Bij de locatie Schiepo en Huys ten Donck zijn in dit alternatief ca. 50 woningen voorzien. Deze woningen genereren zo’n 250 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Randweg als ontsluitingsroute zullen nemen.

Dit leidt tot beperkte extra verkeersdruk op het kruispunt Rotterdamseweg – Randweg. Bij de locatie de Schans zijn ca. 400 woningen voorzien in dit alternatief. Deze woningen genereren zo’n 2.000 motorvoertuigen per etmaal, die naar verwachting vooral de Industrieweg als ontsluitingsroute zullen nemen. Dit leidt tot extra verkeersdruk op het kruispunt Rotterdamseweg – Industrieweg. Als gevolg van bovenstaande is er een risico op toename van overbelasting van een aantal kruispunten op de Rotterdamseweg ten opzichte van de referentie (-). Ten aanzien van de bereikbaarheid over water zijn de alternatieven weinig onderscheidend. Transformatie ter hoogte van Bolnes genereert wel een iets grotere kans op het realiseren van waterbushalte bij Bolnes. Dit resulteert in een iets positievere beoordeling voor de alternatieven 2 en 4 voor waterbereikbaarheid. Wandel- en fietsnetwerk Raamwerk Het raamwerk biedt kansen voor verhogen van de kwaliteit en kwantiteit van het wandel- en fietsnetwerk (↗). Onderdeel van het raamwerk vormt het toevoegen van ontbrekende recreatieve schakels, het toegankelijker maken van de oevers en het doortrekken van de recent aangelegde fietsroute over de kruin.

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

63

Open

Alternatieven Aanvullend op het raamwerk wordt in de alternatieven ingezet om groene recreatieve corridors ter hoogte van beoogde transformatiegebieden. Dit biedt aanvullende kansen voor een beweegvriendelijke leefomgeving. Er worden drie wandelcorridors voorzien in alternatief 2 (score ++), twee in alternatief 4 (score +), één in alternatief 3 (score 0/+) en geen in alternatief 1 (score 0). De recreatieve corridors dragen bij aan de kwantiteit van het wandelnetwerk. Openbaar vervoer Raamwerk Het raamwerk biedt kansen voor het verlagen van de afstand tot het openbaar vervoer door de beoogde realisatie van OV-hubs bij Bolnes en de Schans (↗). Alternatieven De alternatieven dragen niet extra bij aan openbaar vervoer ten opzichte van het raamwerk en zijn daarmee niet onderscheidend (0).

5.2.14 Wonen en voorzieningen De beoordeling van het raamwerk en de alternatieven voor wonen en voorzieningen is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling. Tabel 5.17: Beoordeling alternatieven

Thema

Aspect

De kwaliteit en kwantiteit van de woningvoorraad Wonen & Het aanbod en de voorzieningen Voorzieningenaanbod spreiding van en behoefte voorzieningen binnen een gebied Woningaanbod en behoefte

Profit

Criteria

Raamwerk

= =

Alt 1: Alt 2: max max werken wonen 0

++

Alt 3: combi verspreid ++

0

0

0

Alt 4: combi geclusterd +

0

Woningaanbod en behoefte Raamwerk Het raamwerk biedt geen kansen voor de kwantiteit en kwaliteit van de woningvoorraad. Er zijn geen woningen voorzien (=). Alternatieven Ook in alternatief 1 zijn er geen nieuwe woningen voorzien. Hiermee biedt dit alternatief geen kansen voor woningaanbod en behoefte (0). Alternatief 2 draagt maximaal bij aan de woningvraag met een maximaal woningbouwprogramma van ca. 1.500 woningen. Dit genereert een grote kans (++) voor het verhogen van het woningaanbod. Ook in alternatief 3 zijn relatief veel woningen voorzien (ca. 1.100 woningen) (++). Alternatief 4 geeft ook kansen voor het vergroten van de woningvoorraad met ca. 800 woningen (+). Voorzieningenaanbod en behoefte Raamwerk Raamwerk biedt geen kansen voor de voorzieningenaanbod en behoefte. Er zijn geen voorzieningen beoogd als ponderdeel van het raamwerk (=).

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

64

Open

Alternatieven Ook wordt in geen van de alternatieven invulling gegeven aan het vergroten van het voorzieningenaanbod. Dit levert geen kansen voor het aanbod en de spreiding van voorzieningen in het gebied (0) en is als aanbeveling meegegeven voor nadere uitwerking (zie paragraaf 7.1).

5.3

Toetsing aan de ambities

Voor de gebiedsvisie zijn ambities geformuleerd. In dit planMER is getoetst in hoeverre de alternatieven bijdragen aan deze ambities. Deze ambities (zie ook 2.1) zijn: • Ruimtelijke kwaliteit binnen de Rivieroevers verbeteren. • Optimale balans tussen groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid. • Toegankelijke oevers en water voor recreatief gebruik door wandelaars en fietsers. • Het creëren van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving. Om tot een beoordeling van doelbereik van de alternatieven te komen zijn de aspecten uit het beoordelingskader die gerelateerd zijn aan de ambities nader beschouwd. Hierbij is ook gekeken naar de beoordeling van het raamwerk oeverpark. In tabel 5.5 is deze totaalbeoordeling opgenomen. De focus ligt op het in beeld brengen van de verschillen tussen de alternatieven in de mate van doelbereik. De totaalbeoordeling is weergegeven in onderstaande tabel en nader toegelicht in onderstaande tekst. In de beoordeling is integraal gekeken naar het raamwerk en alternatieven. De onderbouwing van de totstandkoming van de beoordeling is weergegeven in de tabellen 5.19 tot en met 5.22. Tabel 5.18 Mate van doelbereik

Ambities Ruimtelijke kwaliteit binnen Rivieroevers verbeteren Optimale balans tussen groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid Toegankelijke oevers en water voor recreatief gebruik door wandelaars en fietsers Het creëren van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving

Alt 1: max werken

Alt 2: max wonen

0/+

+

+

Alt 3: Alt 4: combi combi verspreid geclusterd

+

++

0/+

+

++

+

++

++

++

+

0/+

0/+

+

Ruimtelijke kwaliteit binnen Rivieroevers verbeteren Alle alternatieven dragen, mede door het raamwerk, bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit binnen de Rivieroevers. Het gebied kan beter beleefd worden door het verbinden van recreatieve schakels en wordt toegankelijker en aantrekkelijker voor wandelaars en fietsers. Een aandachtspunt daarbij vormt wel verkeersveiligheid, die in alle alternatieven afneemt. Doordat er meer groen wordt toegevoegd dan weggehaald (zowel op het maaiveld, op daken of drijvend) en bijvoorbeeld de inzet op een parklandschap bij Huys ten Donck wordt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterkt. Bestaande cultuurhistorische waarden worden zo veel mogelijk beschermd en juist versterkt. Omdat er in alternatief 4 minder woningen zijn voorzien, genereert dit alternatief meer kansen voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; er is meer ruimte over om in te zetten voor versterking van de landschappelijke, cultuurhistorische, recreatieve waarde en natuurwaarden van het gebied. Voor natuurwaarden is gefocust op de waarden die de landschappelijke diversiteit het beste in beeld brengt (biodiversiteit) en niet op de beschermingsregimes (Natura 2000 ed,).

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

65

Open

Tabel 5.19 Onderbouwing beoordeling doelbereik ‘’Ruimtelijke kwaliteit binnen rivieroevers versterken’

Betrokken aspecten* Groen- en waterbeleving

Raamwerk Alt 1: oeverpark max werken

Alt 2: max wonen

+

Alt 3: Alt 4: combi combi verspreid geclusterd

+

0/+

Landschappelijke kwaliteit

+

0

Cultuurhistorie en erfgoed

+

0/-

-

-

-

Biodiversiteit

+

0/+

0/-

0/-

0/+

Totaal beoordeling alternatieven excl. raamwerk

0/+

0

0

+/++

Totaal beoordeling alternatieven incl. raamwerk

+

+

+

++

0/+

+

+

0/+

+

*zie voor beoordeling aspecten alternatieven en raamwerk tabel 5.5

Optimale balans tussen groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid Alternatief 1 en 2 dragen in beperkte mate bij aan een optimale balans tussen groen, wonen en bedrijvigheid. Als gevolg van het raamwerk wordt meer ingezet op groen. De balans voor wonen en werken is echter beperkt door de maximale inzet op wonen dan wel werken in beide alternatieven. Alternatief 4 draagt het meeste bij aan de balans: er is zowel een kans voor verhoging van de vitaliteit van watergeboden werklocaties (o.a. door de transformatie van de bedrijfsmatig lastig functionerende delen van Bolnes naar woningbouw) als kansen voor woningaanbod. Combinaties van wonen en werken dragen beter bij aan een multifunctioneel ruimtegebruik. Tabel 5.20 Onderbouwing beoordeling doelbereik ‘Optimale balans tussen groen, wonen en bedrijvigheid’’

Betrokken aspecten* Groen- en waterbeleving

Raamwerk Alt 1: oeverpark max werken

+

0/+

Vitaliteit werklocaties

+

+

Woningaanbod en behoefte

=

0

Multifunctioneel ruimtegebruik

+

0 +/++ 0/+

Totaal beoordeling alternatieven excl. raamwerk Totaal beoordeling alternatieven incl. raamwerk

Alt 2: max wonen

0/-

Alt 3: Alt 4: combi combi verspreid geclusterd

0/-

0/+

-

0

+

++

++

+

0/+

+

+

+ 0/+

++/+++ +

+++/++++ ++

*zie voor beoordeling aspecten tabel 5.5

Toegankelijke oevers en water voor recreatief gebruik door wandelaars en fietsers Alle alternatieven dragen bij aan toegankelijke en beleefbare oevers als gevolg van het raamwerk. Het gebied wordt door middel van recreatieve schakels beter verbonden. De toegankelijkheid wordt versterkt door middel van o.a. recreatieve hotspots die toegankelijk zijn vanaf het water. De alternatieven zijn niet onderling onderscheidend. Tabel 5.21 Onderbouwing beoordeling doelbereik ‘Toegankelijke oevers’

Betrokken aspecten* Wandel en fietsnetwerk

Raamwerk Alt 1: oeverpark max werken

Alt 2: max wonen

+

0/+

0/+

+

+

0

+

+

+

Totaal beoordeling alternatieven excl. raamwerk

0/+

+++

+/++

++

Totaal beoordeling alternatieven incl. raamwerk

+

++

++

++

Groen- en waterbeleving

++

Alt 3: Alt 4: combi combi verspreid geclusterd

*zie voor beoordeling aspecten tabel 5.5

Het creëren van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

66

Open

Alle alternatieven dragen bij aan een gezonde leefstijl en leefomgeving en aan meer groen- en waterbeleving. De gemiddelde afstand tot openbaar groen en water neemt toe, evenals de beleefbaarheid van groen en water. Als gevolg van de inzet op extensieve recreatie wordt ook bijgedragen aan een gezonde leefstijl en de beweegvriendelijkheid van het gebied. Ten aanzien van gezondheidsbescherming (lucht, geluid, licht en geur) genereert alternatief 1 het minste risico’s, gevolgd door alternatief 4. Dit hangt met name samen met de verschillen in verkeer aantrekkende werking tussen de alternatieven. Door de gespreide inzet van woningbouw (tussen bestaande bedrijven) in alternatief 3 is het risico op geuroverlast in dit alternatief groter dan bij de andere alternatieven. Omdat vanuit gezondheidsbescherming de alternatieven 2 en 3 iets minder scoren zijn deze samengevat 0/+ beoordeeld. Tabel 5.22 Onderbouwing beoordeling doelbereik ‘Het creëren van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving’.

Betrokken aspecten* Groen- en waterbeleving

Raamwerk Alt 1: oeverpark max werken

+

0/+

Alt 2: max wonen

+

Alt 3: Alt 4: combi combi verspreid geclusterd

+

+

Gezonde leefstijl en leefomgeving

+

0

+

0/+

+

Luchtkwaliteit

+

0/+

--

--

-

Geur

=

0

0/+

-

0/+

Geluidhinder

+

0/-

--

--

-

Lichtuitstoot

=

0

0/-

0/-

0

0/+ +

-/-0/+

-/-0/+

0/+ +

Totaal beoordeling alternatieven excl. raamwerk Totaal beoordeling alternatieven incl. raamwerk *zie voor beoordeling aspecten tabel 5.5

5.4

Totstandkoming voorkeursalternatief

Op basis van de bevindingen uit de beoordeling van de alternatieven, is in een BinnenLab de richting voor het voorkeursalternatief geduid. Basis voor het voorkeursalternatief is alternatief 4: ‘geclusterd’. Dit alternatief geeft relatief de meeste kansen op positieve ontwikkelingen en de minste kansen op risico’s. Ook scoort dit alternatief het beste op het bereiken van de doelen voor de visie. Dit alternatief is verder uitgewerkt tot een voorkeursalternatief. Het proces naar een voorkeursalternatief is interactief opgezet, waarbij input is gezocht van de ambtelijke organisatie (‘BinnenLab’), het college van B&W en de direct belanghebbenden bij de diverse mogelijke ontwikkellocaties (‘BuitenLab’). Voor zover mogelijk zijn voor de risico’s op negatieve effecten die uit de alternatievenbeoordeling naar voren zijn gekomen, oplossingen of maatregelen benoemd en opgenomen in het voorkeursalternatief. De kansen op positieve effecten zijn zo veel mogelijk versterkt. Het raamwerk biedt vooral kansen op positieve effecten en vormt daarmee ook weer de basis voor het voorkeursalternatief, Het daaruit voortgekomen voorkeursalternatief is gepresenteerd en besproken met zowel de omliggende gemeenten en bestuursorganisaties (op 7 juni 2021) en de raadscommissie Samen Wonen (17 juni 2021). In deze bijeenkomsten zijn alle mogelijke alternatieven de revue gepasseerd.

Het voorkeusalternatief is daarop verder aangescherpt en opgenomen in de gebiedsvisie.

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

67

Open

6

Het voorkeursalternatief

6.1

Toelichting van het voorkeursalternatief

Onderstaande kaart geeft het voorkeursalternatief weer zoals ook is opgenomen in de concept ontwerp gebiedsvisie Rivieroevers. Het Raamwerk Oeverpark maakt onderdeel van het voorkeursalternatief. Voor een toelichting van het raamwerk wordt verwezen naar paragraaf 5.1.1. Het voorkeursalternatief is onder te verdelen in drie transformatielocaties: Bolnes, Huys ten Donck/Schiepo en Schans en is nader toegelicht in onderstaande paragrafen. Op de korte termijn (binnen 10 jaar) is een gefaseerde transformatie naar woningbouw beoogd ter hoogte van Bolnes, Huys ten Donck en bij de haven van de Schans. Voor de wat langere termijn (na 10 jaar) is verdere transformatie naar woningen ter hoogte van de Schans voorstelbaar. In de beoordeling van het voorkeursalternatief in dit planMER wordt gefocust op de korte termijn (par 6.2), omdat 2030 het referentiejaar vormt voor dit planMER. Daarnaast is met een gevoeligheidsanalyse een doorkijk gemaakt naar de lange termijn effecten (par 6.3).

Figuur 6.1: Voorkeursalternatief Rivieroevers

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

68

Open

6.1.1

Transformatielocatie Bolnes

De transformatielocatie Bolnes bestaat uit twee delen: Een buitendijkse bedrijfsstrook die weliswaar formeel watergebonden is, maar ruimtelijk erg beperkt en al geruime tijd niet meer gebruikt wordt door watergebonden bedrijven. Daarnaast ligt een geïsoleerde bedrijfslocatie binnendijks. In de omgeving zijn al veel woningen aan het water gebouwd. De rivier zelf kent ter plekke een verbreding, die ruimte biedt aan een voormalig dok en een zogenoemd bunkerstation. Bij een herontwikkeling dienen zich daar ook kansen aan voor drijvende ontwikkelingen in lijn met de visie Getijdenpark XL, en kan het Dok een waterbushalte herbergen. Aangezien de bedrijfsactiviteiten niet aan de locatie gebonden (c.q. verplaatsbaar) zijn en de kansen op veel meer samenhang in het gebied, groene lopers vanuit de wijk en vanuit de Donckse velden naar de oevers, kiezen we hier voor een integrale herontwikkeling. Dit kan onafhankelijk van elkaar in de tijd gerealiseerd worden, maar wel vanuit een samenhangend stedenbouwkundig kader met aandacht voor een woon/werk mix in binnenstedelijk gebied.

Figuur 6.2: Voorkeursalternatief transformatielocatie Bolnes: integrale ontwikkeling Het VKA voor de transformatielocatie Bolnes komt het meest overeen met alternatief 4. Uitzondering hierop vormt: - Er wordt extra ingezet op een groene corridor; - Er wordt in plaats van wonen op water ingezet op drijvend groen

6.1.2

Transformatielocatie Huys ten Donck, Schiepo en Ringdijk

Er zijn al lang herontwikkelingsplannen rondom Schiepo en de Voortuyn van Huys ten Donck. Het is een complexe opgave, gezien Schiepo een vitale watergebonden bedrijfslocatie betreft, maar ook milieuhinder naar haar omgeving veroorzaakt. Dat maakt ook dat op de Voortuyn niet zomaar een gewenste ontwikkeling mogelijk is zonder transformatie van Schiepo 5. Daarnaast zorgen ook ondergrondse en

5 Overigens geldt er een bestemmingsplan met een wijzigingsbevoegdheid naar maximaal 280 woningen. Bij de goedkeuring van het bestemmingsplan heeft de provincie Zuid-Holland al eerder ingestemd met de realisatie van woningen op deze plek. Compensatieplicht watergebonden locaties achten we daarom niet meer aan de orde.

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

69

Open

bovengrondse leidingen voor restricties. Aanpassingen aan Schiepo geven kansen voor verdichting aan de Ringdijk. Vanuit het landgoed is een visie met vier zones in de Voortuyn ingebracht, die haar weidse positie aan de rivier borgt en de rol van het landgoed als parel in het hart van de rivieroevers manifesteert: van west naar oost gezien, eerst de bestaande griendzone, dan een open voortuin met het haventje, dan een getijdenparkzone met een waterrijke invulling die nader bepaald kan worden, en oostelijk naar Schiepo een zone die bebouwing kan dragen. Dit is uitgangspunt voor de ruimtelijke invulling. Dit vergt een integrale ontwikkeling. Het is hierbij nadrukkelijk ook mogelijk dat Schiepo watergebonden werkgebied blijft, mits het zijn milieubelasting naar de omgeving vermindert, bijvoorbeeld door geluidafschermende loodsen op de kavelgrenzen. Zodoende wordt gekozen voor een integrale ontwikkeling Dit uitgangspunt laat veel flexibiliteit naar de toekomst, maar vergt ook een zorgvuldige nadere uitwerking. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van het landgoed Huys ten Donck wordt door OKRA architecten onderzoek gedaan. Hierin wordt door middel van ontwerpend onderzoek de balans gezocht tussen cultuurhistorische, ecologische, landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing. Het onderzoek sluit aan bij de zogenaamde 4-zones visie voor het Landgoed.

Mogelijke woningbouw wordt in deze visie en het onderzoek gezocht aan de Oostzijde van het buitendijkse landgoed; aansluitend op de bebouwing van Schiepo. Vanwege de NNN status van een belangrijk deel van het betreffende populierenbos zal in het kader van provinciale regelgeving nader onderzoek moeten plaatsvinden. Voor de gemeente is het belangrijk dat er een koppeling wordt gelegd tussen het woningbouwvoornemen en de ecologische versterking en ontwikkeling van de overige delen van landgoed conform een overeen te komen landschapinrichtings- en beheerplan. Deze koppeling is als randvoorwaarde voor de ontwikkeling in de visie opgenomen.

Figuur 6.3: Voorkeursalternatief Huys ten Donck en Schiepo: integrale ontwikkeling in 4 zones Het VKA voor de transformatielocatie Huys ten Donck en Schiepo komt het meest overeen met de principes van alternatief 4 en 3. Uitzondering hierop vormt: - Er wordt ingezet op een integrale ontwikkeling aansluitend op de 4 zone visie voor Huys ten Donck;

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

70

Open

6.1.3

Transformatielocatie Schans

Op de Schans bevinden zich een aantal bedrijven in een omgeving waar inmiddels veel woningen zijn ontwikkeld. De haven zelf wordt marginaal gebruikt en er zijn daar kansen voor herontwikkeling naar woningen en transformatie naar een “leisure-haven” met openbare kades rondom. Het is ook mogelijk dat de haven nog deels bedrijfsmatig als ligplaats wordt gebruikt met incidenteel onderhoudswerkzaamheden door waterverbonden bedrijven die via de openbare kade de schepen kunnen bereiken. Mits passend binnen milieuwetgeving geeft dit levendigheid aan het gebied en een mix van woon en werklocatie. Op de Brush-locatie in Donkersloot is een herontwikkeling naar een distributiecentrum in procedure. We kiezen hier voor de herontwikkeling rondom de haven, omdat hierdoor een belangrijke verbindende schakel tussen de oevers op de Schans en de mooie groenstrook langs het water in Donkersloot gesloten kan worden, via het oeverperceel van de Staat Zo kan het raamwerk versterkt worden en kan de OV-hub de Schans goed ingepast worden. De bedrijven in het binnengebied van de Schans kunnen behouden blijven.

Figuur 6.4: Voorkeursalternatief de Schans: herontwikkeling rondom de haven, behoud bedrijven in het binnengebied van de Schans. Het VKA voor de transformatielocatie Schans komt het meest overeen met 3. Uitzondering hierop vormt: - Er wordt extra ingezet op groen langs het water;

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

71

Open

6.2

Beoordeling effecten voorkeursalternatief

6.2.1

Totaalbeoordeling

Het voorkeursalternatief zoals beschreven in de vorige paragraaf is beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader. De woningbouwopgave voor de rivieroevers is gebonden aan de kaders van de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 (in procedure). Daarnaast wordt voor de zomer van 2021 een regionale woonvisie afgerond. Om effecten in het planMER te kunnen beoordelen, is een indicatief, kwantitatief programma gehanteerd. Het is nog niet bekend hoeveel woningen er daadwerkelijk gaan komen. Hierbij is uitgegaan van een toevoeging van ca. 350 woningen bij Bolnes, ca. 100 woningen bij Huys ten Donck en 200 woningen bij de Schans. Ook wordt als een worst case scenario uitgegaan van transformatie van de Brush-locatie naar een distributiecentrum. Voor de wat langere termijn is verdere transformatie naar woningen ter hoogte van de Schans een optie. Hierbij is uitgegaan van ca. 650 woningen extra. Voor elk van de thema’s en aspecten is inzichtelijk gemaakt in hoeverre het voorkeursalternatief leidt tot kansen dan wel risico’s. Het raamwerk zoals dat beschreven is in paragraaf 5.1.1 maakt ook onderdeel uit van het voorkeursalternatief. Voor de beoordeling hiervan wordt verwezen naar paragraaf 5.2. De beoordeling van de beoogde transformatie is beschreven in onderstaande paragrafen.

Vervolgens is ook een totaalbeoordeling per criterium gegeven waarbij gekeken is naar de effecten van zowel het raamwerk als de invulling van het voorkeursalternatief qua transformatie: ‘’VKA inclusief raamwerk’. Tabel 6.1 omvat het resultaat van beide beoordelingen. De effecten zijn nader toegelicht in onderstaande paragrafen (6.2.2 t/m 6.2.13). In paragraaf 6.4 wordt het doelbereik getoetst. Omdat effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 op voorhand niet kunnen worden uitgesloten is daarnaast een passende beoordeling opgesteld. De conclusies van de passende beoordeling zijn opgenomen in paragraaf 6.5. In hoofdstuk 7 zijn de effecten van het VKA nogmaals samengevat en is advies gegeven over het verder beperken van risico’s dan wel kunnen verzilveren van kansen. Deze aanbevelingen kunnen worden meegenomen bij het opstellen van de gebiedsvisie, dan wel bij nadere uitwerking van de plannen.

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

72

Open

Tabel 6.1 Beoordeling voorkeursalternatief

T a

Thema

Luchtkwaliteit

People

Gezondheidsbescherming

Geur Geluidhinder Lichtuitstoot

Gezondheidbevordering

Veiligheid

Gezonde leefomgeving Groen- en water(beleving) Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) Verkeersveiligheid Natura 2000-gebieden

Natuur & biodiversiteit

Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit Beschermde soorten

Planet

Landschap en cultuurhistorie

Bodem Water

Landschappelijke kwaliteit Cultuurhistorie en erfgoed Archeologie Bodemkwaliteit Bodemdaling Grond- en oppervlaktewater Hitte

Klimaat

Duurzame energie en circulariteit

Wateroverlast Waterveiligheid CO2-uitstoot Duurzame energieopwekking Circulariteit Vitaliteit werklocaties

Bedrijvigheid & ruimte

Mobiliteit

Economische transitie Multifunctioneel ruimtegebruik Bereikbaarheid weg en water Wandel- en fietsnetwerk

Profit

Openbaar vervoer Wonen & voorzieningen

25 oktober 2021

Criteria

VKA

VKA incl. raamwerk

-

0/-

0/-

0/0/-

0/-

0/-

++

++

+

++

-

-

-

-

-

0/-

Effecten op biodiversiteit Effecten op beschermde soorten

0/-

0/+ 0/-

Effect op de landschappelijke kwaliteit

+

++

Effect op cultuurhistorische waarden en erfgoed

0/-

0/+

Effect op archeologische waarden Mate van verontreiniging in de bodem Mate van bodemdaling De kwaliteit en kwantiteit van grondwater en oppervlaktewater inclusief verzilting en zoetwatervoorraden Mate van hittestress Kans op voorkomen en de gevolgen van wateroverlast Kans op toename overstromingen en/of gevolgen van overstromingen Mate van emissie van CO2 Het aandeel hernieuwbare energieopwekking

0/0/+ 0/0/+

0/0/+ 0/+

0/+ 0/+

+ +

0/-

0/-

+

0 +

De hoeveelheid restafval en hergebruik

0

0

Het areaal en kwaliteit van vestigingslocaties (bedrijventerreinen, detailhandel en kantoren) Mate van duurzame bedrijven

0/+

+

+

+

Mate waarin functies worden gecombineerd

+

+

Mate van congestie

-

0/-

De kwaliteit en kwantiteit van het wandel- en fietsnetwerk De afstand tot en het aanbod (frequentie) van openbaar vervoer De kwaliteit en kwantiteit van de woningvoorraad

++

++

0

+

+

+

0

0

Aspect

Woningaanbod en behoefte Voorzieningenaanbod en behoefte

Verandering in de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10 en PM2.5), stikstofdioxiden (NO2) en EC Mate van geurhinder Mate van geluidbelasting industrielawaai, wegverkeerslawaai, overige bronnen en cumulatie Verandering in de hemelhelderheid ’s nachts De mate van een beweegvriendelijke en recreatieve leefomgeving De gemiddelde afstand tot openbaar groen en water en de aanwezigheid, beleefbaarheid en toegankelijkheid van groen en water De kans op en het risico van ongevallen irt blootstelling, de nabijheid en aanwezigheid van het aantal mensen Aantal verkeersdoden en -ongevallen Effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden Effecten wezenlijke kenmerken en waarden NNN

Het aanbod en de spreiding van voorzieningen binnen een gebied

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

73

Open

6.2.2

Gezondheid – gezondheidsbescherming

De beoordeling van het VKA inclusief raamwerk voor gezondheid is weergegeven in onderstaande tabel. De tabel wordt gevolgd door een toelichting van de beoordeling. Tabel 6.2 Beoordeling alternatieven gezondheidsbescherming

Thema

Aspect

Luchtkwaliteit P e Gezondheid – o gezondheids p bescherming l e

Geur

Geluidhinder

Lichtuitstoot

Criteria Verandering in de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxiden (NO2) en EC Mate van geurhinder Mate van geluidbelasting industrielawaai, wegverkeerslawaai, overige bronnen en cumulatie Verandering in de hemelhelderheid

Raamwerk

=

=

Alternatieven 1 2 3

4

VKA

VKA incl. raamwerk

0/-

--

--

-

-

0/-

0

0/+

-

0/-

0/-

0/-

0/-

--

--

-

-

0/-

0

0/-

0/-

0

0/-

0/-

Luchtkwaliteit Raamwerk Als gevolg van het raamwerk wordt het gebied toegankelijker voor recreanten. Er is sprake van extensieve recreatie waarbij gefocust wordt op fietsen en wandelen. Hierdoor is de verkeersaantrekkende werking van recreanten naar het gebied naar verwachting niet aanwezig/zeer beperkt. Er treedt als gevolg van het raamwerk daarmee geen risico op afname van de luchtkwaliteit op. Als gevolg van de voorziene OV-hubs en het stimuleren van afname van autogebruik is er zelfs een kans op verbetering van de luchtkwaliteit (↗). Voorkeursalternatief In het VKA vindt transformatie plaats van de Brush-locatie naar een distributiecentrum. Als gevolg hiervan worden ca. 1.760 motorvoertuigen per etmaal extra gegeneerd. Door de verwachte toename in verkeersbewegingen is er ook een klein risico op toename van fijnstof, stikstofdioxiden en EC. Binnen het plangebied wordt momenteel voldaan aan de advieswaarden van stikstofdioxideconcentratie (NO2). Voor fijnstof (PM10 en PM2,5) binnen het plangebied kan niet met zekerheid gezegd worden dat het voldoet aan de advieswaarden. Voor de transformatie naar woningen is het uitgangspunt dat het energie neutrale woningen betreft. Wel neemt naar verwachting aan aantal verkeersbewegingen toe (zie paragraaf 6.2.11). Hiermee is er een risico op toename van fijnstof, stikstofdioxide en EC. Dit risico is negatief (-) ingeschat.

Dit betreft een worstcase aanname omdat er ook een afname plaatst vindt van het aantal verkeersbewegingen van en naar de bedrijven die getransformeerd worden en/of afname van uitstoot door bedrijvigheid. Voorkeursalternatief inclusief raamwerk Samengevat is er sprake van een klein risico op afname van de luchtkwaliteit (0/-). Dit is het gevolg van een toename van verkeersbewegingen door de woningbouw. Aan de andere kant wordt vanuit het raamwerk ingezet op minder gebruik van de auto door o.a. de OV-hubs. Risico’s op afname van de luchtkwaliteit kan verder worden gereduceerd door bij transformatie extra in te zetten op lage

25 oktober 2021

BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001

74

Open

parkeernomen en het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer, (elektrische) deelauto’s of de fiets. Geur Raamwerk Als gevolg van het raamwerk zijn er geen effecten te verwachten op geur (=). Het raamwerk maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot toenemende of afnemende mate van geurhinder. Voorkeursalternatief In het VKA is geen woningbouw voorzien nabij RWZI. Met name de RWZI, gelegen nabij bedrijventerrein Donkersloot, veroorzaakt nu geurhinder. De realisatie van woningen nabij bedrijvigheid kan mogelijk leiden tot een risico op extra geurhinder voor over woningen. Hiervan is met name sprake ter hoogte van de Schans en Schiepo. Dit geeft beperkingen voor de mogelijkheid om bedrijfsactiviteiten te ontplooien. Omgekeerd kan een te grote mate van bedrijfsactiviteiten het woon- en leefklimaat beperken. Omdat de transformatiegebieden naar wonen geclusterd zijn is de kans op geuroverlast van bedrijven voor woningen klein (0/-). Voorkeursalternatief inclusief raamwerk Als gevolg van het raamwerk zijn er geen effecten te verwachten op geur. Samengevat is er sprake van een klein risico op geuroverlast als gevolg de realisatie van woningen nabij bedrijvigheid (0/-).

Geluidhinder Raamwerk Als gevolg van de voorziene OV-hubs en het stimuleren van ontmoedigen van autogebruik is er een kans op verbetering van de geluidshindersituatie als gevolg van de afname van autoverkeer (↗). Voorkeursalternatief Voor de transformatie van de Brush locatie naar een distributiecentrum worden ca. 1.760 motorvoertuigen per etmaal gegeneerd. Als gevolg van de transformatie naar woningen (ca. 650 in totaal voor de korte termijn) neemt het aantal verkeersbewegingen toe. Hiermee is er een risico op toename van geluidshinder door verkeer. Hierbij dient wel genuanceerd te worden dat er ook een afname plaatsvindt van verkeersbewegingen van en naar de bedrijven die getransformeerd worden (worstcase aanname). Ten aanzien van industrielawaai kan gesteld worden dat de woningen zijn voorzien ter hoogte van de geluidzone industrie IJsselmonde Noordrand (zie ook Foto van de Leefomgeving, bijlage 1). Binnen de geluidszone zijn woonbestemmingen en andere geluidgevoelige bestemmingen (zoals scholen en kinderdagverblijven) slechts toelaatbaar als de geluidsbelasting op de gevel aan de wettelijke grenswaarden voldoet. Voor nieuwe geluidgevoelige functies, zoals woningen, geldt een wettelijke voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Er is voor nieuwe woningen binnen de geluidszone wel vaststelling van een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/782/documents/30537