CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek jeugdproblematiek Ridderkerk.pdf

Gemeenteraad RK 18 april 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 13: Afdoening motie 2021-132 Onderzoek jeugdproblematiek in Ridderkerk17.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapportage Onderzoek naar de aard, omvang en aanpak onder jongeren tussen de 10 – 23 jaar

Naar een gerichte aanpak van jeugdproblematiek in Ridderkerk Frouke Sondeijker - Mathilde Compagner - Maxime Yenga

Naar een gerichte aanpak van jeugdproblematiek in Ridderkerk Onderzoek naar de aard, omvang en aanpak van jeugdproblematiek onder jongeren tussen de 10 – 23 jaar Rapportage

Frouke Sondeijker Mathilde Compagner Maxime Yenga

Utrecht, november 2023

Inhoud 1 Inleiding  1.1. Aanleiding van het onderzoek 1.1. Doelstelling van het onderzoek  1.2. Vraagstelling van het onderzoek 1.3. Methoden van onderzoek

4 4 4 5 5

2 Het Ridderkerks beleid op jeugdproblematiek 2.1. Integraal Veiligheidsbeleid 2020-2023 (gemeente Ridderkerk) 2020-2023 2.2. Beleidsnota Sociaal Domein 2021: Met Ridderkerkers, voor Ridderkerkers 2.3. Wat leren we over Ridderkerkse aanpak uit beleid?

6

3 Aard, omvang en aanpak jeugdproblematiek in cijfers  3.1. Jong in Ridderkerk: achtergrond jongeren  3.2. Aard en omvang van problematiek onder jongeren  3.3. Hulp aan jongeren  3.4. Wat leren we uit de cijfers? 

10 10 12 15 17

4

Ridderkerkse professionals over de aard, omvang en aanpak jeugdproblematiek 4.1. Welke problematiek zien professionals vooral onder jongeren? 4.2. Hoe ervaren professionals de Ridderkerkse aanpak? 4.3. Wat leren we van professionals

6 8 9

5

Conclusie en aanbevelingen 28 Conclusies28 5.1. Ridderkerk gemiddelde gemeente qua aard en omvang jeugdproblematiek (deelvraag 1) 28 5.2. Bestaand instrumentarium in aanpak jeugdproblematiek (deelvraag 2) 28 5.3. Aansluiting Ridderkerkse aanpak op aard en omvang jeugdproblematiek (deelvraag 3) 29 5.4. Beperkingen van de studie 31 5.5. Aanbevelingen (deelvraag 4) 32 Literatuur35 Bijlage 1 – Methodologische verantwoording Bijlage 2 – Factsheet Jeugdproblematiek Ridderkerk Bijlage 3 – Preventiematrix

36 39 47

18 18 22 27

3

1

Inleiding

De gemeenteraad is daarbij van mening dat: z

In deze inleiding gaan we achtereenvolgens in op de aanleiding van het onderzoek, de doel- en vraagstelling van het onderzoek en de methoden van onderzoek.

z

z

1.1.

Aanleiding van het onderzoek

November 2021 heeft de gemeenteraad van Ridderkerk een motie aangenomen om onderzoek te laten doen naar de aard en omvang van jeugdproblematiek in Ridderkerk. De gemeente Ridderkerk heeft het Verwey-Jonker Instituut gevraagd dit onderzoek uit te voeren. Specifieke overwegingen voor het indienen van de motie is dat de gemeenteraad signaleert dat: z z

z z

De leefbaarheid in bepaalde wijken onder druk staat. Lachgasgebruik en daaraan gerelateerde overlast nog steeds aan de orde is ondanks een lachgasverbod in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Het (messen)geweld onder jongeren niet is gestopt. Op bepaalde plekken in Ridderkerk bijna dagelijks overlast wordt ervaren rond drugsgebruik.

z

1.1.

Het van belang is om overlast in de kiem te smoren, jeugdigen te bewaken voor (verder) afglijden en oog te hebben voor perspectief. Er niet alleen aandacht dient te zijn voor zichtbaar probleemgedrag, maar ook voor minder zichtbare problematiek, die jongeren ook kwetsbaar kan maken voor (drugs)criminaliteit. Het van belang is om te weten wat de precieze aard en omvang is van de problematiek bij de jeugd en de overlast die wordt veroorzaakt, en of het bestaande instrumentarium voor de aanpak aansluit bij de omvang en aard van de jeugdproblematiek. Het niet alleen jongeren zijn die de genoemde overlast veroorzaken, maar gelet op hun toekomstperspectief bij hen voor nu en later de meeste winst is te behalen.

Doelstelling van het onderzoek

Doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de jeugdproblematiek in Ridderkerk en te toetsen in hoeverre de huidige aanpak hierop aansluit en wat er eventueel beter kan, zodat meer jeugdigen in Ridderkerk tijdig passende hulp krijgen. We richten ons daarbij op jongeren in de leeftijd van 10 tot 23 jaar. De gemeente heeft enerzijds behoefte om te weten wat de omvang en aard van de jeugdproblematiek in Ridderkerk is en welke categorieën daarin te onderscheiden zijn (bijvoorbeeld naar internaliserende problematiek als angst en depressie en externaliserende problematiek als aandachts- en gedragsproblemen). Een vraag die hiermee verband houdt, is of de (lokale) instanties kwetsbare jongeren die een verhoogd risico lopen om in de criminaliteit te geraken wellicht eerder in beeld kunnen krijgen. Anderzijds wil de gemeente de bestaande aanpak van de jeugdproblematiek

4

kritisch tegen het licht houden en inzichtelijk maken of deze aansluit bij de omvang en aard van de jeugdproblematiek in Ridderkerk.

1.2.

Vraagstelling van het onderzoek

Figuur 1.1 Overzicht onderzoeksmethoden

Verkennende fase Ridderkerkse aanpak • Bestuderen beleidsstukken

Op basis van deze doelstelling zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. 2. 3. 4.

1.3.

Wat is de aard en de omvang van de jeugdproblematiek in Ridderkerk anno 2022, zowel qua internaliserende als externaliserende problematiek? Wat is het bestaande instrumentarium met betrekking tot de aanpak van jeugdproblematiek in Ridderkerk? In hoeverre sluit het bestaande instrumentarium voor de aanpak aan bij de omvang en aard van de jeugdproblematiek? Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om de bestaande aanpak te optimaliseren en/of nieuwe interventies te initiëren die beter aansluiten bij de geconstateerde problematiek?

Aard, omvang en aanpak in cijfers • Bestuderen cijfers CBS, politie, GGD e.a.

Verdieping met Ridderkerkse professionals uit zorg-, onderwijs en veiligheidsdomein: hoe zien zij de aard, omvang en aanpak? • Enquête (n=20 professionals) • Groepsgesprekken (n=11 professionals) en interviews (n= 6 professionals)

Duiding resultaten • Duidingssessie met beleidsprofessionals: wat betekent uitkomst voor het Ridderkerkse beleid en praktijk voor de komende jaren?

Methoden van onderzoek

Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden hebben we een combinatie van methoden gebruikt. Voor een beknopte weergave, zie onderstaande figuur; voor een uitgebreidere methodologische verantwoording, zie Bijlage 1. In totaal namen 21 professionals deel aan het onderzoek.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de belangrijkste beleidsstukken besproken als het gaat om jeugdproblematiek. In Hoofdstuk 3 komt de aard en omvang van de Ridderkerkse jeugdproblematiek aan bod. In hoofdstuk 4 gaan we in op in hoeverre de aanpak in de praktijk aansluit op de aard en omvang van de problematiek zoals gevonden en in hoofdstuk 5 sluiten we af met een eindconclusie en aanbevelingen aan de gemeente Ridderkerk.

5

2

Het Ridderkerks beleid op jeugdproblematiek

Aan de gemeente Ridderkerk is gevraagd om relevant beleid ten aanzien van zowel internaliserende als externaliserende problematiek en de aanpak ervan te delen. Er zijn twee beleidsstukken naar voren gekomen die met name van belang zijn voor dit onderzoek, namelijk het Integraal Veiligheidsbeleid Ridderkerk 2020-2023 (paragraaf 2.1) en de Beleidsnota Integraal Beleid Sociaal Domein 2021 (paragraaf 2.2). We vatten de belangrijkste elementen uit deze beleidsstukken hieronder samen en sluiten het hoofdstuk af met de opvallendheden en wat ons dit leert als het gaat over jeugdproblematiek in Ridderkerk en de aanpak ervan (paragraaf 2.3).

2.1.

Integraal Veiligheidsbeleid 2020-2023 (gemeente Ridderkerk) 2020-2023

Eén van de doelen van het Ridderkerkse Integraal Veiligheidsbeleid is om de subjectieve (veiligheidsbeleving) en objectieve (cijfers) veiligheid binnen de gemeente te vergroten. Verschillende samenwerkingspartners uit het veiligheids- en het sociale en jeugddomein vervullen hierin een belangrijke taak. Op basis van gesprekken met politie en uitgezette enquêtes bij het jongerenwerk, zorgmedewerkers en buurtpreventie zijn zes prioriteiten vastgesteld, namelijk: ondermijning, drugsoverlast, jeugd, senioren en veiligheid, woningen voertuiginbraken en evenementen. Dit onderzoek valt onder de prioriteit jeugd, maar ook de andere prioriteiten.

Doelstellingen op het gebied van jeugd Volgens het Integraal Veiligheidsbeleid gaat het met de meeste Ridderkerkse jongeren gelukkig goed. Er is echter ook een groep jongeren waar het minder goed mee gaat. Binnen de gemeente zijn overlastgevende jeugdgroepen actief. De driehoek (bestaand uit de burgemeester, het Openbaar Ministerie en de politie) probeert jeugdigen uit deze groepen in beeld te krijgen middels een groepsscan en vervolgens hierop een groepsaanpak in te zetten om jeugdoverlast- en criminaliteit tegen te gaan. Deze aanpak heeft hoge prioriteit zo staat te lezen in het Integraal Veiligheidsbeleid 2020-2023. Integraal Veiligheidsbeleid Ridderkerk 2020-2023: korte samenvatting aanpak Jeugd Met de aanpak jeugd wil de gemeente Ridderkerk jeugdoverlast en-criminaliteit tegengaan en middelengebruik onder jongeren terugdringen. Jeugdgroepen zijn dynamisch: ze verplaatsen, verdwijnen en ontstaan snel. De afgelopen jaren is dit duidelijk zichtbaar geworden in Ridderkerk. De aanpak van overlast gevende jeugdgroepen wordt voortgezet en waar nodig geactualiseerd en vernieuwd. Door problemen in een vroeg stadium te signaleren kan zwaardere inzet voorkomen worden. De koppeling met de regisseur jeugd en veiligheid, de jongerenwerkers, politie, Halt, het Zorg- en Veiligheidshuis en het wijkteam is hierbij cruciaal.

Om in gesprek te raken en te blijven met de jongeren is het belangrijk om overlastplekken in de buitenruimte te blijven bezoeken. Hierdoor worden de jongeren uit de anonimiteit gehaald, kunnen afspraken gemaakt worden over het gebruik van de buitenruimte, maar kunnen ook signalen en ideeën vanuit de jongeren zelf opgehaald worden. Veel overlast en criminaliteit ontstaat door het gebruik van middelen onder jongeren. Naast deze overlast veroorzaakt het gebruik van middelen ook gezondheidsrisico’s. Het actieplan alcohol en drugs beschrijft hoe het middelengebruik tegengaan kan worden. Ook hierin is er een intensieve samenwerking met de politie gericht op een repressieve aanpak van middelengebruik onder de jeugd.

6

Integraal Veiligheidsbeleid Ridderkerk 2020-2023: acties voor aanpak prioriteit Jeugd

Voor de komende jaren ziet de aanpak er als volgt uit: ⚫ De overlastmeldingen die bij de gemeente binnenkomen worden zo

spoedig mogelijk opgepakt. Melders worden benaderd en bevraagd voor informatie. ⚫ De groepsaanpak wordt waar nodig weer toegepast om een jeugdgroep beter in kaart te brengen, samenwerking tussen de partijen te bevorderen, informatiedeling tussen de partijen te waarborgen en de zorg op te starten/uit te breiden. ⚫ De afdeling Openbare Orde houdt korte lijnen met de regisseur jeugd en veiligheid, het wijkteam Ridderkerk, scholen en ouders om vroegtijdig signalen te ontvangen omtrent jongeren waar zorgen over zijn zodat deze snel en adequaat opgepakt kan worden. ⚫ Het jongerenwerk wordt actief betrokken en samenwerking wordt gezocht om vroegtijdig signalen van overlast te signaleren. ⚫ De regisseur jeugd en veiligheid is de link voor afstemming tussen preventie, curatieve en repressieve ketens.

⚫ De verbinding met het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam

Rijnmond is van groot belang in het kader van veiligheid en moet gewaarborgd worden (ook voor de 23+ doelgroep). ⚫ De gemeente en politie blijven actief betrokken bij plekken waar jongeren samen komen. ⚫ Coördineren van de bezoeken aan overlast locaties door het jongerenwerk en de wijkagent. ⚫ Het actieplan alcohol en drugs wordt geactualiseerd om zo adequater te kunnen inspelen op landelijke en regionale ontwikkelingen. ⚫ Preventieve maatregelen worden genomen om het gebruik van lachgas tegen te gaan, hierbij houden we de ontwikkelingen op dit gebied in de gaten. ⚫ Blijven uitvoeren van repressieve acties met betrekking tot middelengebruik waarbij de gemeente, indien noodzakelijk, aanhaakt met bestuurlijke instrumenten. ⚫ We blijven de Hitters op hun huid zitten in de gezins- en leefomgeving zodat er betere zorg geboden kan worden en ze een goede besteding hebben.

7

2.2.

Beleidsnota Sociaal Domein 2021: Met Ridderkerkers, voor Ridderkerkers

Ridderkerk is op weg naar een andere manier van organiseren, denken en werken. Het versnipperde gemeentelijke beleid willen ze samenbrengen in een logisch, samenhangend geheel, omdat problemen van inwoners zelden op zichzelf staan. Jeugd krijgt met name aandacht onder het kopje ‘Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal’. Onder de kop ‘De jeugd heeft de toekomst’ Komen thema’s als talentontwikkeling, vroegsignaleren van jeugdigen die risico’s

lopen in hun ontwikkeling, inzetten op lichtere vormen van hulp en specifiek op weerbaarheid, terugdringen van middelengebruik, aanpakken van veelvuldig of langdurig verzuim van school en aandacht voor psychosociale problematiek. Tevens is er aandacht voor ouders die vragen hebben over het opvoeden of hierbij problemen ervaren. De meer contextgebonden factoren die invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van kinderen zoals woonsituatie, financiële situatie en voorzieningen in een wijk worden alleen heel summier genoemd, maar verder niet uitgewerkt. Daar wordt wel een apart hoofdstuk aan gewijd, maar niet gerelateerd aan jeugdproblematiek.

Beleidsnota Sociaal Domein 2021: Met Ridderkerkers, voor Ridderkerkers De ambities zijn in deze beleidsnota als volgt geformuleerd: ⚫ Van denken in klanten naar denken in mensen. ⚫ Van producten en prestaties naar oplossingen en resultaten. ⚫ Van denken in afzonderlijke domeinen naar realiseren van meer sa-

menhang. ⚫ Van beheersen en controleren naar samen leren en ontwikkelen. ⚫ Van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’;.van verkokerd werken naar een integrale werkwijze. Ten aanzien van jeugd wordt vooral ingezet op: ⚫ Extra investeren in de samenwerking met partners in de voor- en

vroegschoolse educatie en de geboortezorg met als doel de (vroeg)signalering te verbeteren (bijvoorbeeld op het gebied van taal- of ontwikkelachterstand), een goede overdracht te bewerkstelligen (bijvoorbeeld tussen kinderopvang en de basisschool) en daar waar nodig zo vroeg mogelijk hulp/ondersteuning in te zetten. ⚫ In overleg met partners zoals scholen en vluchtelingenwerk extra aandacht geven aan ondersteuning van kinderen van statushouders.

⚫ Extra aandacht voor tegengaan van gameverslaving en overmatig mid-

delengebruik onder jeugdigen (bijvoorbeeld via peerondersteuning14). ⚫ Inzetten van buddies daar waar sprake is van veel schoolverzuim of (dreigend) voortijdig schoolverlaten. ⚫ In overleg met het onderwijs wordt bezien of versterking van weerbaarheid onder jeugdigen meer aandacht moet krijgen en dit zo nodig effectueren. ⚫ Onderzoek verrichten naar de oorzaak van de mate van psychosociale problematiek van de Ridderkerkse jongeren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Ten aanzien van volwassenen/opvoeders wordt ingezet op: ⚫ Aandacht voor verbetering van de basisopvoedvaardigheden daar waar

nodig en meer aandacht voor achterliggende problematiek bij opvoedproblemen. ⚫ Meer inzet van informele hulpverleners bij opvoedondersteuning. ⚫ Extra aandacht voor opvoedondersteuning/ouderschapstraining voor ouders met kinderen van 4 tot 12 jaar.

8

2.3.

Wat leren we over Ridderkerkse aanpak uit beleid?

Wat duidelijk wordt uit bovenstaande beleidsdocumenten is dat er al heel veel gebeurt op het gebied van jeugdproblematiek en veiligheid. Er is zeker niet enkel sprake is van repressie. De gemeente wil duidelijk meer handvatten creëren om gerichter preventief beleid te ontwikkelen en de bestaande integrale aanpak van (groeps)criminaliteit effectiever te maken. Dit is van belang omdat jongeren steeds sneller carrière kunnen maken in de criminaliteit, bijvoorbeeld de ondermijnende drugshandel. Ook zien we in de nota Integraal Beleid Sociaal Domein 1 dat er rond jeugd vooral wordt ingezet op vroegsignalering en preventie. Belangrijk daarbij is dat er niet alleen wordt gekeken naar kinderen en jeugdigen zelf maar ook naar bijvoorbeeld gezin en school. Wil je echt integraal werken aan jeugdproblematiek, dan vraagt dat om een meer gezamenlijke visie en verdere integratie van verschillende beleidsdomeinen zoals ook participatie en werk en inkomen bijvoorbeeld. Wat uit de beleidsstukken onvoldoende naar voren komt is hoe en wat er gemonitord wordt en in welke mate er al sprake is van een meet-, spreek- en verbeterbeweging oftewel een lerende praktijk als het gaat om de aanpak van jeugdproblematiek.

Ook lijkt er nog ruimte voor het beter benutten van bestaande kennis (evidence-based kennis uit onderzoek, practice-based kennis van professionals en ervaringskennis van in dit geval jeugdigen en ouders).

1

‘Met Ridderkerkers, voor Ridderkerkers’, Beleidsnota Integraal Beleid Sociaal Domein 2021.

9

3

Aard, omvang en aanpak jeugdproblematiek in cijfers

In dit hoofdstuk schetsen we eerst hoe de populatie jongeren in Ridderkerk eruitziet (paragraaf 3.1), vervolgens gaan we in op cijfers over de aard en omvang van problematiek onder jongeren (paragraaf 3.2) en tot slot, welke instrumentaria vanuit het onderwijs-, zorg-, en veiligheidsdomein worden ingezet om jeugdproblematiek aan te pakken (paragraaf 3.3). Om deze cijfers verder te duiden zijn bij elk onderdeel de Ridderkerkse cijfers afgezet tegen de cijfers rondom jeugdproblematiek van Rotterdam en het Nederlands gemiddelde (met uitzondering van de achtergrondgegevens). Het betreft openbare data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) toegankelijk via www. Waarstaatjegemeenten.nl en https://allecijfers.nl/woonplaats/ridderkerk/ en daarnaast opgevraagde CBS data over jeugdige verdachten. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de cijfers uit de GGD monitor.. Gegevens over criminaliteit zijn opgevraagd en tegen betaling ter beschikking gesteld door het CBS. Zie Bijlage 2 voor de Factsheet ‘Jeugdproblematiek Ridderkerk’, waarin de cijfers uit dit hoofdstuk overzichtelijk staan gepresenteerd.

3.1.

Jong in Ridderkerk: achtergrond jongeren

Ridderkerk heeft in totaal 46.189 inwoners in 2020 (47.477 in 2023), waarvan 30% van de inwoners in de leeftijd van 0 tot 25 jaar is. Kijken we naar de groep in de leeftijd van 10 tot 23 jaar, dan is dit 20%. Zoals te zien is in figuur 3.1, heeft drie kwart van de jongeren een Nederlandse achtergrond en een kwart van de jongeren een migratieachtergrond. In dit laatste geval, betreft dit meestal een niet-westerse migratie-achtergrond. Figuur 3.1 Kinderen naar migratieachtergrond (CBS, 2020) Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond

20%

Niet-westerse migratieachtergrond

5% 75%

De meeste kinderen en jongeren groeien op in een gezin met meerdere ouders. Het percentage éénouderhuishoudens is licht gestegen over de jaren, zoals figuur 3.2 illustreert. In 2017 betrof dit 7% van alle gezinnen in Ridderkerk. Dit is in lijn met het Nederlands gemiddelde destijds. Dit percentage is gestegen naar ruim 8% in 2021 en ligt daarmee boven het Nederlands gemiddelde. De cijfers van Rotterdam liggen ruim boven die van Ridderkerk.

10

Figuur 3.2 Eenouderhuishoudens (%) (CBS, z.d. – a)

Figuur 3.3 Sociaaleconomische status Figuur 3.4 Huishoudens met totaal score (CBS, 2022)* problematische schulden

12 10 8 6 4 2 0 Ridderkerk

Rotterdam

Nederland Eenheid %

Wat betreft sociaaleconomische status en problematische schulden, is te zien in Figuur 3.3 en 3.4 dat de wijken met de laagste sociaaleconomische status overeenkomen met de wijken waarin een relatief groot deel van de huishoudens problematische schulden heeft. Sociaaleconomische status is berekend op basis van onder andere welvaart dus deze overeenkomsten zijn niet verassend. Ongeveer 12% van de jeugdigen groeit op in een gezin met weinig geld. 7% van deze groep leeft onder de armoedegrens (110% van sociaal minimum).

< -0,095

0,095 < 0,190

<30

6,0 < 7,5

Geen waarde

-0,095 < 0,000

>= 0,195

3,0 < 4,5

>= 7,5

Niet van toepassing

0,000 < 0,095

Geen waarde bekend

4,5 < 6,0

* Deze totaalscore is berekend op basis van welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden van huishoudens.

11

Het percentage kinderen dat in een uitkeringsgezin opgroeit ligt al enkele jaren stabiel rond de 8%, wel was er in 2017-2018 een lichte stijging van 6% in 2017 naar 7% in 2018 (zie Figuur 3.5). Dit percentage is vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, dat in 2017 op 7% lag en sinds 2018 al enkele jaren stabiel op 8% ligt. In vergelijking met Rotterdam, ligt het percentage in Ridderkerk fors lager, hoewel in Rotterdam wel een dalende trend zichtbaar is

3.2.1.

Relatief schoolverzuim

10%

Het relatief schoolverzuim ligt in Ridderkerk over de jaren heen gemiddeld rond de 27 per 1.000 leerlingen. Er is sprake van relatief schoolverzuim als een leer- of kwalificatieplichtige jongere ongeoorloofd lang of vaak afwezig is. We zien in Ridderkerk over de jaren heen lichte schommelingen in relatief schoolverzuim met af en toe een lichte stijging en af en toe een lichte daling. In het Nederlandse gemiddelde zijn vergelijkbare schommelingen zichtbaar als in Ridderkerk en lag in 2021 het relatief schoolverzuim net iets lager dan in Ridderkerk, namelijk rond de 23 per 1.000 leerlingen. In Rotterdam ligt het relatief schoolverzuim met gemiddeld 52 leerlingen per 1.000 leerlingen over de jaren heen circa twee keer zo hoog als Ridderkerk en het Nederlands gemiddelde (zie ook Figuur 3.6).

5%

Figuur 3.6 Relatief schoolverzuim per 1.000 leerlingen (DUO, z.d. – a)

Figuur 3.5 Kinderen in een uitkeringsgezin (CBS, z.d. – e) 20%

15%

80 0%

2017

2018 Ridderkerk

2019 Rotterdam

2020

2021

60

Nederland

40

3.2.

Aard en omvang van problematiek onder jongeren

Om de aard en omvang van de jeugdproblematiek onder jongeren in Ridderkerk te duiden hebben we gekeken naar cijfers over relatief schoolverzuim, voortijdige schoolverlating, jongeren zonder werk en onderwijs, verwijzingen naar Halt, jeugdige verdachten van misdrijven, politieregistraties van overlast en de aard van de misdrijven door verdachte jeugdigen.

20 0 2017

2018 Ridderkerk

2019 Rotterdam

2020

2021 Nederland

12

3.2.2. Voortijdig schoolverlaters

3.2.3. Jongeren zonder werk en onderwijs

Figuur 3.7 geeft het percentage voortijdig schoolverlaters in Ridderkerk weer door de jaren heen. In Ridderkerk lag het aantal voortijdig schoolverlaters op het VO en MBO in 2015 – 2017 (bijna 0%), in 2018 op 2% en in 2019 op 1,3%. Het percentage voortijdig schoolverlatersjongeren zonder werk en onderwijs ligt in Ridderkerk over het algemeen lager dan het Nederlands gemiddelde en dan in Rotterdam waar dit boven het Nederlands gemiddelde ligt. De Ridderkerkse piek in voortijdig schoolverlaters in 2018 zien we ook in de cijfers van het Nederlands gemiddelde terug. Er zijn geen recentere gegevens openbaar beschikbaar op het moment van dit onderzoek. Maar gezien voortijdig schoolverlaten een belangrijke risicofactor is voor jeugdproblematiek is het raadzaam deze gegevens nauwgezet te volgen als gemeente.

Het aantal jongeren in Ridderkerk zonder werk en inkomen per 10.000 inwoners van 15 – 27 jaar is in de jaren 2016 – 2019 enigszins afgenomen: van 836 jongeren in 2016 naar 720 jongeren in 2019 (zie Figuur 3.8). Deze dalende trend zien we ook in Rotterdam en Nederland; in Nederland nam het aantal jongeren zonder werk en onderwijs af van 1.014 jongeren in 2016 naar 862 jongeren in 2019. Het aandeel jongeren zonder werk en onderwijs ligt in Ridderkerk duidelijk lager dan het Nederlands gemiddelde en dan Rotterdams gemiddelde. Ook hier zijn op het moment van het onderzoek geen recentere gegevens beschikbaar, maar net als met voortijdig schoolverlaten, is ook dit een relevant- cijfer om te monitoren aangezien het een risicofactor is voor het ontstaan van jeugdproblematiek.

Figuur 3.7 Voortijdig schoolverlaters VO + MBO (DUO, z.d. – b)

Figuur 3.8 Jongeren zonder werk en onderwijs (NEET’s) per 10.000 inwoners van 15 - 27 jaar (CBS, z.d. – d)

4%

2000

3%

1500

2%

1000

500

1%

0 2016

2015

2016 Ridderkerk

2017 Rotterdam

2018

2019

2017 Ridderkerk

2018 Rotterdam

2019

Prognose 2020

Nederland

Nederland

13

3.2.4. Halt-verwijzingen

3.2.5. Jeugdige verdachten van misdrijven

Het aantal jongeren dat naar Stichting Halt wordt verwezen, fluctueert door de jaren heen. Als we kijken naar de afgelopen vijf jaar, lag dit in 2018 het hoogst met 10 jongeren en in 2020 het laagst met 5 jongeren in Ridderkerk. Het aantal verwijzing naar Halt per 1.000 jongeren ligt in Ridderkerk lager dan in zowel in Rotterdam als in heel Nederland. Overigens zien we in zowel Rotterdam als het Nederlands gemiddelde een daling van het aantal jongeren dat naar Halt verwezen wordt (zie Figuur 3.9). Dat zien we in Ridderkerk niet.

De gemiddelde leeftijd van jeugdige verdachten (12 t/m 23 jaar) uit Ridderkerk en totaal Nederland was in 2021 18,5 jaar. In Rotterdam was de gemiddelde leeftijd 18,7 jaar. Als we kijken naar het aantal jeugdige verdachten van misdrijven in 2021, dan zien we dat er in Ridderkerk minder jeugdige verdachten zijn dan in Rotterdam en in Nederland gemiddeld. Als we verder inzoomen op de het percentage jeugdige verdachten per leeftijdsgroep (zie Figuur 3.10) dan liggen de percentages in Ridderkerk voor alle leeftijden lager dan in Rotterdam, en op twee leeftijden na scoren ze ook beter dan het Nederlands gemiddelde. Alleen voor 18-jarige en 22-jarige verdachten ligt het percentage in Ridderkerk hoger dan in Nederland.

Figuur 3.9 Verwijzingen Halt per 1.000 jongeren (Halt, z.d.) 20 15

Figuur 3.10 Jeugdige verdachten van misdrijven naar leeftijd (CBS, 2021)* Ridderkerk

10 5 0 2017

2018 Ridderkerk

2019 Rotterdam

2020 Nederland

2021

11 jaar of jonger 12 jaar 13 jaar 14 jaar 15 jaar 16 jaar 17 jaar 18 jaar 19 jaar 20 jaar 21 jaar 22 jaar 23 jaar Totaal 12 t/m 23 jaar

. . . 6 6 10 . 12 10 8 10 11 7 85

Ridderkerk

. . 1,20% 1,30% 2,10% . 2,50% 1,90% 1,60% 2,00% 2,30% 1,40% 1,50%

Rotterdam

32 48 65 138 163 173 207 247 294 327 323 316 278 2.579

Rotterdam

0,70% 1,00% 2,20% 2,60% 2,70% 3,20% 3,20% 3,40% 3,50% 3,20% 3,00% 2,50% 2,70%

Nederland Nederland

398 576 1.403 2.410 3.083 3.442 3.859 4.381 4.929 5.022 4.848 4.399 4.152 42.504

0,30% 0,70% 1,30% 1,60% 1,80% 1,90% 2,00% 2,20% 2,20% 2,10% 1,90% 1,90% 1,70%

Bron: CBS 1) Leeftijd op peildatum . = het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim

*) Voorlopige cijfers

14

Het merendeel van misdrijven door verdachte jeugdigen in 2021 waren vermogensmisdrijven. Verkeersmisdrijven en vernieling staan in Ridderkerk respectievelijk op plek 2 en 3 (zie Figuur 3.11). Deze misdrijven werden gevolgd door geweldsmisdrijven, drugsmisdrijven en wapenmisdrijven. Er waren geen overige misdrijven gerapporteerd. Eenzelfde patroon van de aard van misdrijven werd geconstateerd in Rotterdam. In Nederland was er een vergelijkbaar patroon, alleen waren er meer vernielingen dan verkeersmisdrijven.

19

28

16

8

20 15 10 5

Figuur 3.11 Aard van misdrijven door jeugdige verdachten (Politie, z.d. – a) 60

Figuur 3.12 Politieregistraties overlast jeugd per 10.000 inwoners (Politie, z.d. – b)

7

0 3e kwartaal 2021

Ridderkerk 1751

609

655

612

396

323 35 200

20.515

11.570

10.635

10.138

4.192 3.106

778

3.288

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Vermogensmisdrijven (bijv. diefstal) Vernielingen en misdrijven openbare orde

Verkeersmisdrijven (bijv. rijden onder invloed of zonder rijbewijs) Geweldsmisdrijven

Drugsmisdrijven

Wapenmisdrijven

Seksuele misdrijven

Overige misdrijven

Als we specifiek kijken naar het aantal politieregistraties overlast jeugd dan zien we dat dit over de tijd afgenomen is zowel in Ridderkerk als in Rotterdam en Nederland als geheel (zie Figuur 3.12). In Ridderkerk waren er zo’n 15 politieregistraties voor overlast veroorzaakt door jongeren per 10.000 inwoners in het derde kwartaal van 2021. Dit aantal daalde naar zo’n 7 registraties in het eerste kwartaal van 2022. Vervolgens nam het aantal weer toe naar 15 in het tweede kwartaal van 2022, waarna het weer daalde naar 10 registraties in het derde kwartaal van 2022. Rotterdam en Nederland kenden een soortgelijke trend. Mogelijk speelden de maatregelen omtrent de corona pandemie een rol.

1e kwartaal 2022

Ridderkerk

Rotterdam Nederland

4e kwartaal 2021

3.3.

2e kwartaal 2022 Rotterdam

3e kwartaal 2022

4e kwartaal 2022

Nederland

Hulp aan jongeren

Het aantal jongeren met jeugdhulp in natura, zowel met als zonder verblijf (resp. Figuur 3.13 en 3.14), lag in Ridderkerk lange tijd lager dan in de rest van Nederland. Bijvoorbeeld in 2018 lag het percentage jongeren met jeugdhulp in natura zonder verblijf in Ridderkerk op 4,7% en in Nederland op 7,3%. Inmiddels is het percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp zonder verblijf in Ridderkerk meer vergelijkbaar met de rest van Nederland: in 2022 was dit 6,6% in Ridderkerk en 7,9% in de rest van Nederland. De verschillen in jongeren met jeugdhulp in natura, zowel met als zonder verblijf voor Ridderkerk en Nederland waren in 2015 relatief klein, vervolgens werden de verschillen tussen Ridderkerk en Nederland groter doordat de cijfers in Ridderkerk gelijk bleven terwijl de cijfers in Nederland toenamen. Echter, vanaf het 1e halfjaar van 2020 zien we een stijgende lijn in Ridderkerk die ervoor heeft gezorgd dat de verschillen weer kleiner werden. In Rotterdam zien we juist dat de cijfers zich spiegelen aan de cijfers van Nederland, maar in het eerste halfjaar van 2019 kwam hier een verandering in en zakte het aantal jongeren met jeugdhulp tot onder het aantal in Ridderkerk.

15

Figuur 3.13 Jongeren met jeugdhulp in natura (totaal) (% van alle jongeren tot 23 jaar) (CBS, z.d. – c)

In Ridderkerk werden de meeste jongeren verwezen via de huisarts, gevolgd door de gemeentelijke toegang (Figuur 3.15). Eenzelfde patroon zien we in Rotterdam-Rijnmond2 en Nederland. Dit was de situatie in de eerste helft van 2022. Wel is de verhouding anders in Ridderkerk ging 47,8% via de huisarts en 34,4% via de gemeentelijke toegang. In Rotterdam was dat 35,7% versus 27,8% en in Nederland 38,4% en 31,9% . Als we inzoomen op verwijzingen naar verblijf (Figuur 3.16), dan zijn de gecertificeerde instellingen de grootste verwijzer (70% van alle trajecten), gevolgd door de gemeentelijke toegang (20% van alle trajecten). Van 10% van de hulptrajecten was de verwijzer onbekend.

9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 1e halfjaar 2015

1e halfjaar 2016

1e halfjaar 2017

Ridderkerk

1e halfjaar 2018

1e halfjaar 2019

1e halfjaar 2020

1e halfjaar 2021

Rotterdam-Rijnmond

1e halfjaar 2022

Nederland

Figuur 3.14 Jongeren met jeugdhulp in natura zonder verblijf (% van alle jongeren tot 23 jaar) (CBS, z.d. – c)

Het aantal jeugdigen dat via de gemeentelijk toegang wordt verwezen ligt in Ridderkerk enigszins lager dan in de rest van Nederland. Figuur 3.15 Aantal hulptrajecten naar verwijzer, 1e helft 2022 (% van alle hulptrajecten) (CBS, z.d – b)

9 8 7 6 5 4 3 2 1 0

20

65

10

Ridderkerk 880

125

1770

145

10

390

RotterdamRijnmond Nederland 1e halfjaar 2015

1e halfjaar 2016

1e halfjaar 2017

Ridderkerk

1e halfjaar 2018

1e halfjaar 2019

Rotterdam-Rijnmond

1e halfjaar 2020

1e halfjaar 2021

1e halfjaar 2022

Nederland

18810

1225

130

16920

925

195 1980

Gemeentelijke toegang

Huisarts

Jeugdarts

Gecertificeerde instelling

Medisch specialist

Rechter, Officier van Justitie, ...

Verwijzer onbekend

2 Er zijn geen data op gemeentelijk niveau beschikbaar, daarom zijn data van regio Rotterdam-Rijnmond gebruikt..

16

Figuur 3.16 Aantal hulptrajecten met verblijf naar verwijzer, 1e halfjaar 2022 (% van alle hulptrajecten) (CBS, z.d – b) 20

65

10

Ridderkerk 880

125

1770

145

10

390

RotterdamRijnmond Nederland

18810

1225

130

16920

925

195 1980

Gemeentelijke toegang

Huisarts

Jeugdarts

Gecertificeerde instelling

Medisch specialist

Rechter, Officier van Justitie, ...

Verwijzer onbekend

3.4.

Wat leren we uit de cijfers?

In dit hoofdstuk hebben we middels openbare data gekeken naar de jongerenpopulatie in Ridderkerk, de problematiek waarmee ze te maken hebben en de ingezette hulp. Wat betreft de achtergrondkenmerken van jongeren in Ridderkerk zien we een stapeling van problemen die in een aantal wijken groter is dan in andere wijken. Het betreft dan wijken met een lagere sociaaleconomische status, waarin meer jongeren wonen met een (niet-)Westerse migratieachtergrond, meer jongeren opgroeien in armoede of met problematische schulden en/of in eenouderhuishoudens.

Ridderkerk komt op de meeste indicatoren eigenlijk naar voren als een heel gemiddelde gemeente, toch vallen een aantal zaken op. Zo zien we dat de problematiek over het algemeen is afgenomen over de jaren. Het aantal schoolverzuimers is redelijk stabiel gebleven, maar we zien een daling in het percentage voortijdig schoolverlaters en het aantal jongeren zonder werk en onderwijs. Wat betreft verwijzingen naar Halt en politieregistraties zien we dat de cijfers voor Ridderkerk lager liggen dan voor Rotterdam en voor Nederland. Bij het aantal verwijzingen naar Halt zien we duidelijk een daling van het aantal verwijzingen over de jaren in Ridderkerk. Tenslotte, de hulp die wordt geboden aan jongeren is toegenomen over de jaren in Ridderkerk. Hierbij werden de meeste jongeren verwezen door de huisarts of de gemeentelijke toegang. We hebben nu zicht op de omvang en deels ook de aard van de problematiek op basis van openbare data. Dat is altijd maar een deel van het geheel. Het gesprek met professionals kan helpen deze cijfers verder te duiden en waar mogelijk ook te clusteren (zie Hoofdstuk 4), zodat beter bekeken kan worden of de aanpak voldoende aansluit bij de problematiek die speelt. Wat duidelijk wordt uit deze cijfers is dat een aanpak op alleen de jeugdproblematiek te smal is. Er dient, zoals ook de wens is van Ridderkerk, echt integraal door domeinen heen te worden gewerkt.

En om problematiek bij de wortels aan te pakken dient er niet alleen ingezet te worden op de problematiek maar ook op onderliggende factoren die de problematiek veroorzaken, in stand houden of versterken (achtergrondkenmerken). Gezien de clustering van problemen in bepaalde wijken, kan een wijkaanpak hierbij helpend zijn.

Wat betreft gezinssamenstelling zien we dat het percentage eenouderhuishoudens in Ridderkerk is gestegen, terwijl het percentage in Rotterdam en Nederland redelijk constant is gebleven. Hetzelfde geldt voor het percentage kinderen dat opgroeit in een uitkeringsgezin, waarbij Ridderkerk hoger scoort dan het landelijk gemiddelde, maar lager dan Rotterdam.

17

4

Ridderkerkse professionals over de aard, omvang en aanpak jeugdproblematiek

Om meer zicht te krijgen op de aard en omvang van de jeugdproblematiek en de mate waarin de aanpak hierop aansluit, zijn de cijfers aangevuld met het perspectief van Ridderkerkse professionals. Dit is gedaan middels een enquête onder Ridderkerkse professionals en beleidsmakers (n=17 en n=3), een tweetal groepsgesprekken (n=11) en diverse individuele interviews met Ridderkerkse professionals (n=6). In de groepsgesprekken presenteerden we de cijfers aan de hand van de ontwikkelde factsheet (zie Bijlage 2) en de uitkomsten van de enquête. Op die manier konden we samen met hen de cijfers duiden, opvallendheden bespreken en met elkaar doorpraten over wat dit nu vraagt van de aanpak. De deelnemers betroffen zowel uitvoerend als beleidsprofessionals uit het onderwijsdomein, het sociale en jeugddomein, alsook het veiligheidsdomein. (Zie Bijlage 1 voor een methodologische verantwoording). In dit hoofdstuk bundelen we deze resultaten en gaan we achtereenvolgens in op: z Welke problematiek Ridderkerkse professionals vooral onder jongeren in hun eigen werkpraktijk tegenkomen (paragraaf 4.1). z Hoe Ridderkerkse professionals de aanpak ervaren: waar loopt het goed en waar zijn nog verbeteringen mogelijk qua aansluiting op aard en omvang? (paragraaf 4.2).

4.1.

Welke problematiek zien professionals vooral onder jongeren?

Professionals zijn het er over eens dat de intensiteit van problematiek is toegenomen en dat sprake is van verjonging van de problematiek. Over in hoeverre sprake is van een toename in de omvang lopen de meningen uiteen. Zorgelijke problematieken onder jongeren en samenhang tussen problematiek De typen jeugdproblematiek waar Ridderkerkse professionals zich het meeste zorgen om maken zijn criminaliteit, geweld en drugsgebruik: “Jongeren die strafbare feiten plegen, diefstal, mishandeling, in bezit van drugs en/of wapens, jeugdbendes (in ontwikkeling?)” “Toename van aantal snus en vape gebruikers wat de stap naar roken van sigaretten wiet en hasj bevorderd.” “Veel jongeren zijn verslaafd aan hasj/ wiet. Ook valt op dat jongeren steeds jonger beginnen aan hard drugs.”

18

Andere zaken waar professionals zich zorgen over maken zijn sociale media, sexting, drillrap, gellblasters, online pesten, overmatig internetgebruik, thuissituatie van jongeren en financiële problemen en/of kansenongelijkheid.

“De ‘grotere jongens’ hebben haarfijn in de gaten wie ze voor hun karretje kunnen spannen en in hun netten kunnen lokken. Om hier vervolgens weer uit te komen lukt heel moeilijk en maakt het onveilig voor ze.”

De jeugdproblematieken staan niet op zichzelf, maar hangen met elkaar samen aldus professionals. Jongeren worden bijvoorbeeld online geronseld voor (offline) criminaliteit of getriggerd om mee te doen met bepaalde hypes, zoals drillrap, waarvan zij de risico’s en mogelijke gevolgen niet altijd overzien.

Verschillende motieven voor probleemgedrag: status, groepsdruk, angst, snel geld verdienen Professionals zien verschillende motieven bij jongeren om over te gaan tot grensoverschrijdend en crimineel gedrag. Groepsdruk en meeloopgedrag speelt een belangrijke rol, maar ook status kan een rol spelen. Of juist angst vanwege bedreigingen of pesten. Daarnaast is het voor jongeren, zeker jongeren uit een kwetsbare situatie, aantrekkelijk om snel geld te kunnen verdienen (om bijvoorbeeld merkkleding te kunnen kopen).

“Het gevoel dat het normaal en helpend is om al heel jong een mes bij je dragen is zeer zorgelijk. Zeker omdat het vaak gevoed wordt door sociale media waar niet altijd goed de vinger op te leggen is.” Op steeds jongere leeftijd in aanraking met criminaliteit De meeste professionals geven daarbij aan dat de hierboven genoemde problematiek al op steeds jongere leeftijd bij voorkomt (n=10 van de 17). Het begint soms al in groep 6 op de basisschool, mede als gevolg van de komst van sociale media en kinderen die al op jonge leeftijd een telefoon krijgen, zo geven enkele professionals aan. “Jongeren zijn steeds jonger als ze in aanmerking komen met geweld/politie. Denk aan de messenhype, drillrapp etc.” Soms begint de problematiek klein rond de 10 à 12 jaar, maar het komt ook voor dat ze al op jonge leeftijd met zware problematiek kampen en verstrikt raken in criminele netwerken. Er bij getrokken worden gaat vaak gemakkelijker dan er uit te komen. “Om snel geld te verdienen worden jongeren (ook al rond de 12) geronseld om eerst ‘kleine’ klusjes op te knappen voor een leuk bedrag. Dit groeit uit en dan kom je er niet meer vanaf of uit.”

Externe invloeden: online media, veranderende samenleving, fluïde jeugdgroepen, grootstedelijke problematiek vanuit Rotterdam en nasleep corona De rol van online media is groot volgens professionals. Veel offline grensoverschrijdend gedrag en geweld speelt zich online af of begint online en gaat vervolgens offline verder. De online wereld zorgt er volgens sommige professionals voor dat grenzen tussen wat wel en niet mag/kan vervagen. “Ik zie dat bij de jeugd steeds meer gericht is op het eigen belang en minder heeft met een sociale context. De komst van sociale media maakt ook dat het idee is dat alles kan en alles gezegd kan worden. Voor sommige groepen leidt dit tot het makkelijker ‘grijpen’ naar geweld (meenemen van messen en dergelijke)” Ook de veranderende samenleving speelt daarin een rol, aldus enkele professionals met veel praktijkervaring. Zij geven aan dat ouders en daarmee ook jongeren steeds individueler leven. Bij veel jongeren is behoefte aan instant gratification (onmiddellijke bevrediging). En waar jongeren die in aanraking kwamen met criminaliteit eerder bij een bepaalde groep of bende hoorde is dat nu anders. Jongeren bewegen zich door verschillende groepen heen, doen 19

‘klusjes’ voor verschillende jeugdbendes en klimmen zo snel omhoog op de criminele ladder. Daarnaast speelt volgens professionals mee dat Ridderkerk tegen Rotterdam aanligt en grootstedelijke problematiek die in Rotterdam begint daarmee snel overwaait naar Ridderkerk.

Zij bemerken echter dat ook op niveau van ouders er veel kan spelen. Dit kan erg variëren: z z

Mede doordat er veel Rotterdamse jongeren in Ridderkerk naar school gaan of Rotterdamse gezinnen naar Ridderkerk verhuizen. Dus behalve dat de problematiek heel fluïde is geworden, onder andere door sociale media, gaat alles ook nog eens veel sneller en door gemeentegrenzen heen.

z

z

Nasleep corona z

Uit een van de groepsgesprekken kwam naar voren dat ook corona invloed heeft gehad op de jeugdproblematiek. Zowel binnen als buiten school was het net na corona rustig, maar na verloop van tijd is de problematiek toch weer toegenomen. Onder andere door middel van huisbezoeken konden professionals jongeren aansporen om het rustig aan te doen qua sociale activiteiten. Vanaf het moment dat corona afgelopen was. Echter op het moment dat alles weer open ging is die boodschap losgelaten en zochten jongeren elkaar weer meer en meer op, alsof ze iets in te halen hadden. Tijdens corona hebben veel jongeren zich eenzaam gevoeld, meer jongeren te maken gehad met huiselijk gewelden veel jongeren mentale problemen ontwikkeld. Na corona gingen ze ‘los’, zochten ze elkaar meer op dan daarvoor, de overlast nam toe en de groepsdynamiek zorgde voor een toename van crimineel gedrag. Dit kan volgens professionals mogelijk de piek verklaren die te zien is in het aantal politieregistraties overlast jeugd (zie paragraaf 3.2.5. Jeugdige verdachten van misdrijven). Ouders hebben onvoldoende zicht op of besef van (ernst van de) jeugdproblematiek Verschillende professionals geven aan bij problematiek bij jeugdigen ook ouders te betrekken, omdat zij in eerste plaats verantwoordelijk zijn voor de zorg en opvoeding van hun kind.

z

z

Ouders die niet weten wat voor problematiek er onder jeugdigen speelt. Oouders die geen zicht hebben op wat hun kind online of op straat doet Ouders die problematiek bij hun kind onder/ontkennen (‘mijn kind is zo lief, die doet dat niet’). Ouders die problematiek wel zien maar niet weten waar te beginnen door onmacht of onvoldoende kennis: de problematiek bij jeugdigen is soms zo ingewikkeld dat ouders ook met hun handen in het haar zitten, bijvoorbeeld wat te doen als je kind in het criminele netwerk is verstrikt. Ouders die zichzelf onveilig voelen door de toenemende agressie van hun kinderen: het woningtekort speelt hierbij mede een rol volgens een professional. Jongeren blijven langer thuis wonen, waardoor sneller botsingen tussen meerderjarige kinderen en ouders. Ouders die zelf (ook) met (zware) problematiek kampen, zoals verslaving, psychische problematiek, financiële problematiek, of die onderdeel zijn van criminele circuit of waar sprake is van huiselijk geweld thuis, zoals vechtscheidingen. Dit kan zorgen voor druk op jongeren en/of dat jongeren op andere manieren een uitweg zoeken. Wat professionals ook regelmatig zien is jongere jongens die oudere broers of hun ouders navolgen op het criminele pad. Ouders (en jongeren) die hulp weigeren om uiteenlopende redenen, waaronder wantrouwen richting hulpinstanties en/of overheden.

“En op het moment dat jongeren met politie in aanraking komen of door politie gepakt worden voor strafbare feiten en first offender zijn, dan hoop je dat de jeugd meewerkt en moeten ook ouders toestemming geven [om het door te zetten naar hulp], als dat niet het geval is wordt zo’n jongere toch het strafrecht ingetrokken, wat je liever niet wilt.”

20

Typen problematieken: internaliserend, externaliserend en grensoverschrijdend en crimineel gedrag Er kunnen verschillende typen jeugdproblematiek onderscheiden worden: internaliserend gedrag, externaliserend gedrag en daaruit voortkomend grensoverschrijdend en crimineel gedrag (Wolsink e.a., 2021). Wij vroegen de uitvoerend professionals in de vragenlijsten in hoeverre zij onderstaande problematiek bij jongeren in hun eigen werkpraktijk zien. Professionals zien bij ruim de helft van jongeren in hun werkpraktijk (vormen van) externaliserend gedrag (Figuur 4.2). Bij ruim een derde van de jongeren zien zij (vormen van) internaliserend of grensoverschrijdend en crimineel gedrag (Figuur 4.1 en 4.3). Ook contextgebonden risicofactoren zien zij terug (Figuur 4.4). Daar waar vanuit de openbare cijfers, Ridderkerk een heel gemiddelde gemeente lijkt, horen we van professionals dat zij toch veel ernstige problematiek zien, zowel internaliserend als externaliserend en vaak ook al op heel jonge leeftijd. Dat we in de openbare data niet al deze zaken terug zien kan verschillende verklaringen hebben. Samen met professionals komen we tot de volgende mogelijke verklaringen: 1. 2.

3.

Databronnen lopen altijd achter op de praktijk. Er wordt veel preventief opgepakt in Ridderkerk en zo buiten de cijfers gehouden (bijv. om te voorkomen dat iemand al heel jong geregistreerd staat of een strafblad krijgt). Er wordt niet altijd even goed geregistreerd, waardoor openbare data vaak een onderschatting zijn van de werkelijkheid.

Figuur 4.1 Internaliserende problematiek onder jongeren met wie professionals werken (n=17) Suicidale gedachten Psychosomatisch Depressie Sociale teruggetrokkenheid Eenzaamheid Angst Negatief zelfbeeld Stress 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 4.2 Externaliserende problematiek onder jongeren met wie professionals werken (n=17) Suïcidepoging Materiële agressie Zelfdestructief gedrag Hyper/overactief gedrag Fysieke agressie (Be)Dreigen Aandachtsproblemen Opstandig gedrag Verbale agressie Ongehoorzaamheid 0%

20%

40%

60%

80%

100%

21

Figuur 4.3 Grensoverschrijdend en crimineel gedrag onder jongeren met wie professionals werken (n=17)

4.2.

Hoe ervaren professionals de Ridderkerkse aanpak?

De meeste professionals zijn positief over de aanpak en specifiek over de samenwerking met gemeente Ridderkerk en andere netwerkpartners rondom jeugdproblematiek (zie Figuur 4.5).

Alcohol Lachgas Gameverslaving Geweldsdelicten

Figuur 4.5 Tevredenheid professionals met Ridderkerkse aanpak (n=20)

Diefstal Wapen

Ridderkerkse aanpak van jeugdproblematiek 10%

Drugs

25%

45%

20%

Mes Online grensoverschrijdend gedrag

Samenwerking met gemeente Ridderkerk

11% 11%

16%

63%

Openbare overlast Schoolverzuim/leerplicht 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 4.4 Contextgebonden risicofactoren onder jongeren met wie professionals werken (n=17)

Samenwerking met andere netwerkpartners 5%

25%

Informatie-uitwisseling in casuïstiek tussen 5% professionals

20%

50%

25%

20%

30%

20%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Heel ontevreden Ontevreden

Huiselijk geweld

Gemiddeld

Beetje tevreden

Heel tevreden

4.2.1. Wat werkt in de Ridderkerkse aanpak volgens professionals?

Armoede

Uit de gesprekken met de Ridderkerkse professionals komen een aantal werkzame elementen uit de Ridderkerkse aanpak naar voren. Deze werkzame elementen dragen bij aan de aansluiting van de aanpak op de aard en omvang van jeugdproblematiek:

Wijk lage SES Eénoudergezin Migratie achtergrond 0%

20%

40%

60%

80%

100%

z z z z

Vroege signalering via de scholen. Laagdrempelige toegang tot hulp voor jongeren. Overbruggingszorg inzetten lijkt vaak te lukken en De brede blik waarmee de professionals naar de problematiek kijken.

22

Samenwerking: korte lijntjes en elkaar kennen en vertrouwen Er zijn korte lijntjes met elkaar, mede dankzij een aantal belangrijke stabiele sleutelfiguren, waaronder de procesregisseur Jeugd en Veiligheid. Hoewel (wet- en regelgeving rond) informatiedeling een heikel punt blijft, zorgen deze korte lijntjes en het elkaar kennen en onderling vertrouwen ervoor dat professionals elkaar weten te vinden en informatie durven te delen als de veiligheid van jeugdigen in het geding is: “Het stukje privacy, wat zeker in het kader van de veiligheid nog wel eens een rol speelt. Dan hebben wij wel hele goede banden met andere partijen, zoals de wijkregisseur van de gemeente, waardoor wij een beetje buiten de lijntjes durven te kleuren en het vertrouwen hebben dat dat bij ons blijft en altijd veiligheid voorop (school).” Vroege signalering via scholen Een groot deel van het leven van jongeren speelt zich op school af zien professionals. Dit is dus ook een goede plek om problemen vroegtijdig te signaleren en wanneer nodig (preventief) te interveniëren. Hier is veel aandacht voor in Ridderkerk en dat werkt goed. De ondersteuningscoördinator, jongerenwerker via Facet op de scholen, leerplicht en politie werken hierbij nauw met elkaar samen.

Wat wel duidelijk wordt uit de gesprekken is dat de verschillen tussen aanpakken van scholen heel verschillend is en dat dat uitmaakt voor tijdig toeleiden naar passende hulp. Laagdrempelige ingang voor jongeren De Jongerensoos is een plek waar veel jongeren komen. Vanuit het jongerenwerk wordt er zo goed mogelijk aangesloten bij wat er speelt in een wijk of buurt. De flexibiliteit en toegankelijkheid van het jongerenwerk wordt heel erg gewaardeerd door de samenwerkingspartners.

“We merkten dat de kinderen op het sportveld overlast ervaarden van de jongeren. Daarom zijn we twee keer per week open gegaan en dit had een positief effect. Zo proberen we wel maatwerk te leveren in de wijk.” “We zijn ook gestopt met alcohol schenken op de soos. Dit heeft ook geholpen. Aan de andere kant is het jammer want de oudere generatie kunnen nu niet op vrijdag een biertje doen onder de begeleiding van de jongerenwerker. Nu gaan ze ’s avonds de straat op en dit kan voor problemen zorgen.” Overbruggingszorg inzetten lukt vaak In Ridderkerk zijn er, net als elders in Nederland, veel wachtlijsten voor complexe meervoudige problematiek en GGZ. Wat in Ridderkerk heel mooi is, is dat er binnen het wijkteam kan worden opgeschaald. Daarmee is problematiek soms vanuit de basishulp toch op te lossen of kan er tijdig worden gesignaleerd en toegeleid en indien nodig overbruggingszorg worden geboden. Andere typen overbruggingszorg die vaak succesvol worden ingezet zijn Thuisbegeleiding achter de voordeur en de POH ggz. De POH ggz kan zelf lichtere vragen oppakken om zo de druk op de GGZ te beperken. Het gaat om het die tijdelijk ondersteunen bij ernstigere problematiek totdat de juiste hulp beschikbaar is.

De jeugdbescherming heeft het zogenaamde ‘Ventielteam jeugdbescherming’ voor gezinnen die nog niet gekoppeld zijn aan een jeugdbeschermer, maar waarbij wel sprake is van een OTS (ondertoezichtstelling). Mocht zich in die gezinnen die op de wachtlijst staan een verandering voordoen, die leidt tot meer spanning, verhoogd risico op onveiligheid of is er sprake van een incident, dan pakt iemand uit het ventielteam dit direct op.

23

Brede blik Het wijkteam is een 0-100 team, met brede expertise, aparte jeugdconsulenten en ook expertise op gebied van jeugd ggz. Professionals zijn gewend om breed te kijken naar wat er speelt bij jongeren, maar ook in hun gezinnen en in hun bredere context (op school, op straat of financieel bijvoorbeeld). “Via een nutsbedrijf kregen we een melding dat structureel rekeningen niet werden voldaan. Een maatschappelijk werker is bij dit gezin op huisbezoek gegaan om in gesprek te gaan over het niet voldoen van die rekeningen en kijkt daarbij ook naar de algehele financiële situatie, woonsituatie, mentale gezondheid van gezinsleden, opvoedvaardigheden van ouders etc..” Zorgvuldige afweging passende hulp Vanuit het wijkteam wordt er preventie en ondersteuning geboden onder andere via schoolcontactpersonen. Er is een functie toegang die zich vooral bezighoudt met indiceren en toeleiden. Voor de meer complexe trajecten wordt aan ‘zorg en veiligheid’ gewerkt door inzet van IVH, Intensief Vrijwillige Hulpverlening (eerder werd dit ook wel drangtrajecten genoemd) en kan alleen ingezet worden nadat een gezin besproken is tijdens het jeugdbeschermingsplein3). Dit gebeurt met name bij gezinnen waar sprake is van overmatige weerstand of multiproblematiek. Hierbij is proces- en casusregie wenselijk.

Er zijn verschillende overlegvormen, waarbinnen zorgvuldige afwegingen worden gemaakt over passende hulp. Dit werkt goed, aldus professionals. Overleggen die onder andere genoemd worden zijn het jeugdbeschermingsplein, voorbereidingsoverleg, overleg rondom jongeren die uit detentie komen en het Lokaal Zorg Netwerk (LZN).

3 Jeugdbeschermingsplein is een overlegstructuur waarbij instanties hun zorgen over een jongere of gezin kunnen delen met andere instanties. Ouders en jeugdigen kunnen hierbij uitgenodigd worden.

4.2.2. Waar liggen knel/verbeterpunten volgens professionals en beleidsmakers? Naast deze werkzame elementen, zien uitvoerend professionals en beleidsmakers ook diverse knel- of verbeterpunten als het gaat om de aansluiting van de Ridderkerkse aanpak van jeugdproblematiek op de aard en omvang. Knelpunten die genoemd zijn worden hieronder een voor een besproken. Veel interventies, maar onvoldoende overzicht aanbod en effectiviteit Bij de Ridderkerkse aanpak van jeugdproblematiek zijn veel verschillende partijen betrokken die nauw met elkaar samenwerken. Een overzicht van alle organisaties of interventies is niet voorhanden geven professionals aan, maar veel kennis blijkt in de hoofden van professionals te zitten die al langer werkzaam zijn in Ridderkerk. Samen met professionals hebben we de Preventiematrix ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut ingevuld (zie Bijlage 3). Dit hangt samen met het volgende punt over visie: wanneer zet je wat uit het aanbod in? Overkoepelende gedeelde visie wordt gemist: in het algemeen en op casusniveau Hoewel professionals in de uitvoering elkaar goed weten te vinden, missen verschillende professionals een overkoepelende gedeelde visie vanuit het onderwijs-, zorg- en veiligheidsdomein.

Waar de ene organisatie verwacht dat elke professionals standaard een kindcheck doet (ook als deze in de volwassenzorg werkt), blijkt dat voor andere organisaties niet vanzelfsprekend te zijn. Door het ontbreken van een kindcheck in vroegtijdig stadium komt het soms voor dat kinderen in een zorgelijke thuissituatie pas in later stadium in beeld komt als de situatie al escaleert. Ook missen verschillende professionals bijvoorbeeld een gedeelde visie op wanneer je welke zorg inzet:

24

“Soms zijn er signalen in gedrag, uiterlijk, kleding. Vaak wordt er dan gezegd, we koppelen een jeugdwerker van Facet. Maar hoe signaleer je en hoe doe je een passend aanbod? In plaats van gelijk te zeggen, we koppelen een jeugdwerker van Facet. Je zou afspraken moeten maken, met een visie, afspraken, of werkwijze. Laten we beginnen met een visie. Ik heb liever dat ik informatie teveel deel, zodat er naar wordt gekeken, dan dat ik AVG technisch denk en zeg we laten het voor wat het is. Als professional moet je onderbuikgegevens met elkaar delen. Die zijn niet leidend, maar kunnen er wel voor zorgen dat je soms net een ander pad kiest met elkaar [als anderen deze delen].” Uit de groepsgesprekken blijkt dat op het thema veiligheid en jeugdcriminaliteit, een aantal interventies veel worden genoemd, namelijk: Halt, Pak je Kans, Next Step en Tact. Professionals lijken vrij vergelijkbare afwegingen te maken in welk type interventie bij welke veiligheidsproblematiek wenselijk is: Halt voor lichtere problematiek, Pak Je Kans als er meer een gedragscomponent bij zit en Next Step en Tact voor zwaardere problematiek. Op het thema gezondheid en participatie komt in de gesprekken niet een dergelijke lijn helder terug.

1G-1P-1R nog niet vanzelfsprekend en meer keten- dan netwerksamenwerking Uit de voorbeelden van enkele professionals blijkt dat tussen een aantal partijen nog meer sprake is van een ketensamenwerking (opschalen/doorgeven) dan van een netwerksamenwerking (bijschalen), zoals deze professional illustreert:

Wat we vooral horen van professionals is dat er veelal wel die brede blik is, maar dat de aanpak nog niet altijd zo integraal (1 gezin, 1 plan 1 regisseur) is als professionals wenselijk zouden vinden en dat ook niet iedere aanbieder even ver over zijn grenzen heen kijkt. Daar waar er sterke samenwerkingsverbanden zijn tussen bijvoorbeeld school, jongerenwerk, leerplicht, politie en wijkteam. Of tussen wijkteam, veilig thuis, politie en raad voor de kinderbescherming, horen we minder terug over de samenwerking met volwassen ggz, participatie, werk en inkomen en het voorveld. Vanuit gemeente brede blik, alleen geldt niet automatisch ook voor de zorgaanbieder Zoals aangegeven onder het kopje ‘wat werkt’ is de brede blik vanuit de gemeente en de wens echt integraal te werken helpend als je jeugdproblematiek wil aanpakken. Het is echter niet zo dat die brede blik er automatisch is bij alle zorgaanbieders. Veel professionals lopen er tegenaan dat ieder toch nog vaak zijn eigen stukje doet en er te weinig over de eigen werkgrenzen heen gekeken wordt. Er zijn samenwerkingsverbanden waar dat wel heel goed gaat en waarvan geleerd kan worden. Waar eigenlijk vooral behoefte aan is, is een gezamenlijk ontwikkelde en daardoor door iedere partij gedragen visie van waaruit gewerkt wordt. En aan de hand waarvan je ook anderen makkelijk kunt aanspreken als ze daarvan afwijken.

“Je ziet dat iedereen op zijn eigen eiland alles probeert, maar dat er overkoepelend te weinig zicht is en te weinig afgestemd wordt. Bijvoorbeeld er is een melding bij politie, een zorgformulier komt binnen en dan is het ‘overdracht lokale team’. Dat komt binnen bij Jeugd en Veilig en er komt een melding bij het wijkteam. Ik vind dat die verbinding beter gezocht moet worden in plaats van dat wijkteam alleen kijkt wij zien alleen deze melding. Ik zeg dan zoek verbinding met regisseur Jeugd en Veilig. Ik zoek ook vaak verbinding, terwijl ik eigenlijk niks mee te doen heb.” 25

Informatie-uitwisseling belemmert bij ontbreken toestemming ouders door politie wet-regelgeving en AVG Informatie-uitwisseling ervaren professionals soms als lastig door de AVG en de verschillende regels voor verschillende partijen. Het kan dan gebeuren dat school bepaalde informatie heeft die voor netwerkpartners handig was geweest. Maar doordat ze die informatie niet of niet tijdig hebben kunnen ze pas later en soms ook minder passend handelen. Dit speelt met name als ouders geen toestemming geven voor informatiedeling. Maar professionals voelen zich ook tegengewerkt door politie wet- en regelgeving en de AVG. “Wat ik zelf ook vind is dat wij wel heel veel signalen hebben en vermoedens die ook best wel tot gevaarlijke situaties zouden kunnen leiden, Maar dat we erg weinig in handen hebben om er echt mee aan de slag te gaan Als je geen harde bewijzen hebt.” “Het wijkteam kan zich redelijk indekken met toestemmingformulieren maar een school heeft dit bijvoorbeeld niet. De school is afhankelijk van de informatievoorziening. De scholen moeten creatief zijn met het delen van informatie en de integrale aanpak van problematiek. Als er iets uitlekt kan dit slecht uitpakken voor de informatieverstrekkende partij.”

meer mogelijk vanuit crisis, tot de acuutheid eraf is. Dat is jammer en zou beter moeten, maar de personeelstekorten en toename qua zorgvraag maken dit een lastig aan te pakken issue. Ook noemen enkele professionals dat het lastig kan zijn om een juiste match tussen hulpverlener en jeugdige/gezin te vinden. Dit hangt samen met de personeelstekorten en de lastigheid om goed personeel te vinden. Vaak zijn organisaties afhankelijk van net afgestuurde (vrouwelijke) professionals. Dat heeft een aantal consequenties. 1.Deze mensen moeten vaak werk doen boven hun kunnen, worden daarbij niet goed begeleid en branden af of verlaten de sector weer snel. Voor gezinnen betekent dat dat ze niet de passende hulp krijgen die ze nodig hebben en te maken krijgen met veel wisselingen van hulpverlener, waardoor de kans op uitval (voortijdig stoppen met een behandeling) toeneemt. 2. Het personeelsbestand is weinig divers waardoor je niet de mogelijkheid hebt om op zoek te gaan naar een goede match tussen client en professional, terwijl iedereen weet hoe belangrijk die match is om tot goede resultaten en effectieve hulp te komen. “Er zijn veel jonge meiden [in deze branche] aan het werk, dat vind ik nooit zo erg, maar ik merk wel dat mannen beter aansluiten op deze jongens.

Ook rondom het stukje problematiek van hé wat maak je op de straat mee? Met meiden die net afgestudeerd zijn kunnen deze jongens zich niet identificeren.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1065/documents/37352