CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van antwoord NRD 380 kV hoogspanningsverbinding.pdf

Commissie Samen wonen RK 7 maart 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 12: Ter kennisneming raadsinformatiebrieven54.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 1 van 454

leef

Nota van Antwoord - Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) Nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding Geertruidenberg – Krimpen aan den IJssel/Crayestein

Datum

22 december 2023

Status

0.2

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 2 van 454

Colofon

Projectnaam

380 kV-hoogspanningsverbinding Geertruidenberg – Krimpen aan den IJssel of Crayestein.

Documentnaam Nota van antwoord - notitie reikwijdte en detailniveau Versie

22 december2023

Bevoegd gezag

Minister voor Klimaat en Energie Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Projectteam

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat TenneT TSO B.V. Arcadis Nederland B.V.

Auteur

TenneT TSO B.V.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 3 van 454

Inhoudsopgave Colofon .................................................................................................................................................. 2 1.

Inleiding......................................................................................................................................... 4

2.

Leeswijzer...................................................................................................................................... 6

3.

Algemene toelichting per thema .................................................................................................. 7 3.1.

Zienswijzen voor óf tegen één of meerdere corridors ......................................................... 7

3.2.

Zienswijzen over tracering/route van de corridors .............................................................. 8

3.3.

Zienswijzen over nut en noodzaak nieuwe verbinding....................................................... 10

3.4.

Zienswijzen over een ondergrondse hoogspanningsverbinding ....................................... 10

3.5.

Zienswijzen over gezondheidsrisico’s en voorzorgbeleid ................................................... 12

3.6.

Zienswijzen over onderzoek naar milieueffecten ............................................................... 14

3.7.

Zienswijzen over het beoordelingskader en tracékeuze .................................................... 18

3.8.

Zienswijzen over effecten op waarde van of schade aan woningen en bedrijfsvoering .... 19

3.9.

Zienswijzen over stapeling van andere ruimtelijke opgaven .............................................. 20

3.10.

Zienswijzen over kaartmateriaal en informatiebronnen ................................................ 20

3.11.

Zienswijzen over communicatie...................................................................................... 21

3.12.

Zienswijzen over participatie .......................................................................................... 21

4.

Alfabetisch overzicht organisaties en registratienummers ........................................................ 23

5.

Beantwoording zienswijzen ........................................................................................................ 25

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 4 van 454

1. Inleiding Van vrijdag 26 mei tot en met donderdag 6 juli 2023 heeft de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) met betrekking tot de verkenning naar een nieuwe 380kVhoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of Crayestein ter inzage gelegen. In diverse lokale media en in de Staatscourant van donderdag 25 mei 2023 is hiervan kennisgeving gedaan. De concept-NRD is de onderzoeksagenda voor het opstellen van een Milieu Effect Rapport (MER) en een Integrale Effect Analyse (IEA). In beide rapporten worden de verschillende te onderzoeken onderzoeksalternatieven beoordeeld op tal van aspecten. In de concept-NRD worden zowel de te onderzoeken corridors als de aspecten waarop deze worden beoordeeld, beschreven. Iedereen kon op de concept-NRD en het participatieplan reageren door het indienen van een zienswijze. Doel van het ophalen van deze zienswijzen is om alle belanghebbenden en belangstellenden de mogelijkheid te geven hun reactie te leveren op de onderzoeksvoorstellen en aspecten. Door iedereen te laten meedenken, verbetert de kwaliteit van de te maken ruimtelijke keuzes. In totaal zijn er 699 zienswijzen binnengekomen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en TenneT bedanken de indieners voor de geleverde input en het meedenken in dit project.

Tijdens de terinzagelegging organiseerden het ministerie van EZK en TenneT negen fysieke informatiebijeenkomsten op locatie. Tijdens deze bijeenkomsten vertelden de medewerkers van TenneT en het ministerie van EZK meer over de inhoud van de concept-NRD, de wijze van participatie en de projectprocedure. Uiteraard konden tijdens de bijeenkomsten ook vragen gesteld worden en zienswijzen worden ingediend. De negen fysieke bijeenkomsten werden in totaal bezocht door 531 bezoekers. Bij deze Nota van Antwoord is (als bijlage) een overzicht opgenomen van alle ingediende zienswijzen (de inspraakbundel). De zienswijzen in de inspraakbundel zijn geanonimiseerd opgenomen. In de inspraakbundel hebben de zienswijzen een uniek registratienummer gekregen. Ook hebben alle indieners van een zienswijze het unieke registratienummer van hun zienswijze ontvangen. Bij de tabel in hoofdstuk 5 vindt u het registratienummer van de zienswijze, de ingediende zienswijze, eventueel een samenvatting indien een bijlage is geüpload en een antwoord op de zienswijze. Gezien het grote aantal zienswijzen dat binnengekomen is, hebben we ervoor gekozen de meest gestelde vragen of opmerkingen één keer te beantwoorden, via een thematische beantwoording. Door een technische storing zijn een aantal zienswijzen niet goed doorgekomen.

Mist u uw zienswijze in de reactienota, het thematische deel van de reactienota dekt de meeste onderwerpen en vragen. Mocht dit voor u niet het geval zijn en wilt u alsnog een specifieke reactie ontvangen, dan kunt u contact opnemen met Bureau Energieprojecten. Contact Bureau Energieprojecten Bel 070 379 89 79 bureauenergieprojecten@minezk.nl

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 5 van 454

In veel van de (ingediende) zienswijzen en vragen werd aangegeven dat men graag op de hoogte gehouden wordt over het project. Meer informatie is te vinden op de website van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), die het ministerie van EZK ondersteunt, en de website van TenneT: www.rvo.nl/hoogspanningsverbinding-g-k-c en www.tennet.eu/geertruidenberg-krimpencrayestein. Op de website van TenneT kunt u zich ook aanmelden voor een nieuwsbrief over het project. Gebruikte afkortingen In verband met de leesbaarheid van het document worden regelmatig afkortingen gebruikt. In onderstaande tabel is te vinden waar deze afkortingen voor staan. EZK BZK IEA MER m.e.r. NRD planMER projectMER VKA

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Integrale Effectenanalyse Milieueffectrapport De procedure van de milieueffectrapportage Notitie Reikwijdte en Detailniveau Een plan-milieueffectrapport is een milieueffectrapport (MER) bij een vast te stellen plan of programma. Een project-milieueffectrapport is een milieueffectrapport (MER) bij een te nemen besluit over realisatie van een activiteit. Voorkeursalternatief te bepalen tracé (voorkeurstracé)

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 6 van 454

2. Leeswijzer Opbouw De Nota van Antwoord is als volgt opgebouwd: ▪ Hoofdstuk 3: Algemene toelichting per thema Veel van de ingediende zienswijzen zien op hetzelfde thema en overlappen elkaar deels. In hoofdstuk 3 zijn de thema’s, die het meest voorkomen in de ingediende zienswijzen, beschreven en toegelicht. In de beantwoording van de afzonderlijke zienswijzen (hoofdstukken 4 en 5) wordt zoveel als mogelijk naar deze algemene toelichting per thema verwezen. Hoofdstuk 3 bestaat uit onderstaande paragrafen met veelvoorkomende thema’s: ▪ Hoofdstuk 4: Alfabetisch overzicht organisaties en registratienummers In hoofdstuk 4 is een overzicht opgenomen van de organisaties die een zienswijze hebben ingediend. Het unieke registratienummer in de tabel correspondeert met de beantwoording in hoofdstuk 5. ▪ Hoofdstuk 5: Beantwoording zienswijzen op vragenformulier Indieners van zienswijzen die gebruik hebben gemaakt van het vragenformulier (digitaal of op een informatieavond) hebben aan de hand van vier vragen hun zienswijzen ingediend: 1. Vraag: Zijn er naar uw mening andere alternatieven die moeten worden onderzocht? 2. Vraag: Zijn er naar uw mening andere of aanvullende milieueffecten die moeten worden onderzocht? 3. Vraag: Zijn er naar uw mening andere aspecten die moeten worden betrokken bij het toetsingskader? 4.

Vraag: Zijn er andere zaken over de reikwijdte en het detailniveau die u naar voren wilt brengen? In hoofdstuk 5 worden deze vier afzonderlijke vragen per zienswijze in tabelvorm weergegeven en beantwoord. Nadere toelichting van diverse alternatieven In deze nota worden verschillende termen gebruikt om lijnen op de kaart te benoemen. De verschillen worden hieronder aangegeven: Corridor (alternatief)

Aangedragen alternatief

Onderzoeksalternatief

Voorkeursalternatief

Een brede zone (oplossingsruimte) waarbinnen naar een tracé voor de nieuwe verbinding wordt gezocht. In de concept-NRD zijn 10 corridors voorgesteld. Alternatieve oplossingen die na publicatie van de Kennisgeving Voornemen en Participatieplan door derden zijn aangedragen. Een aangedragen alternatief moet voldoen aan de uitgangspunten van de opgave. Na vaststelling van de definitieve NRD worden tracé-alternatieven ontwikkeld. Deze tracés worden in het MER en de IEA nader onderzocht en integraal beoordeeld. Na de m.e.r. en de integrale beoordeling wordt door het bevoegd gezag een van de onderzoeksalternatieven als voorkeursalternatief aangewezen. Dit is het alternatief dat verder wordt uitgewerkt tot de definitieve verbinding.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 7 van 454

3. Algemene toelichting per thema In de binnengekomen zienswijzen zitten veel vragen en opmerkingen, die betrekking hebben op algemene aspecten, die komen kijken bij de verkenning voor een nieuwe hoogspanningsverbinding. Uit de zienswijzen hebben wij die thema’s gehaald, die vaak terugkomen, en met een overkoepelende reactie beantwoord kunnen worden. Deze thematische beantwoording is hieronder te vinden. In de beantwoord tabel van hoofdstuk 5 wordt, daar waar dat aan de orde is, verwezen naar de beantwoording in dit hoofdstuk.

3.1. Zienswijzen voor óf tegen één of meerdere corridors Meerdere indieners hebben, al dan niet vanuit een specifiek belang, een standpunt vóór of juist tegen één of meerdere corridors ingebracht. Bij alle corridors kunnen belangrijke nadelige gevolgen op bestaande en toekomstige waarden en functies in het gebied optreden, al verschillen de corridors sterk in welke waarden en functies het dan betreft. Bij waarden gaat het om de waarden van en in het gebied, bijvoorbeeld om ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en om de leefomgevingskwaliteit. Bij functies gaat om het gebruik van het gebied voor onder andere wonen, werken, landbouw en recreatie. Elke corridor verschilt dus ook in de mate waarin waarden en functies worden ontzien. Zo zullen de korte corridors tussen hoogspanningsstations Geertruidenberg en Crayestein, die grotendeels door de Biesbosch verlopen, in algemene zin relatief gunstig worden beoordeeld op leefomgevingskwaliteit, ruimtelijke belemmeringen en technische complexiteit en relatief ongunstig op landschap en natuur. En de lange corridors tussen hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel, die grotendeels om de Biesbosch heen verlopen, in algemene zin juist relatief ongunstig op leefomgevingskwaliteit, ruimtelijke belemmeringen en technische complexiteit en relatief gunstig op landschap en natuur.

De onderlinge vergelijking van de corridors is daarom in deze fase van de planvorming nog geen reden om corridors te laten afvallen; elke corridor heeft voor- en nadelen. In een aantal gevallen treden mogelijk zodanige knelpunten op, waardoor een nieuwe 380kVverbinding niet in de betreffende corridor kan geworden gerealiseerd. Deze mogelijke knelpunten worden beschreven in hoofdstuk 4.6 van de concept-NRD. Deze knelpunten onderzoeken we ook in de verkenning. Alle corridors die in de concept-NRD zijn opgenomen, worden de komende fase verder uitgewerkt tot haal- en maakbare onderzoeksalternatieven en op effecten onderzocht. Onder deze effecten vallen niet alleen milieueffecten, maar ook: • Ruimtelijke kwaliteit; • technische complexiteit • kosten; • veiligheid; • duurzaamheid en toekomstvastheid. Een keuze voor één van de onderzoeksalternatieven gebeurd dus in de fase na de NRD is daarom op dit moment nog niet aan de orde.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 8 van 454

De effecten worden in een integrale effectanalyse (IEA) met elkaar vergeleken. Op basis van de IEA wordt aan de regionale overheden (gemeenten en provincies) gevraagd een advies te geven over een voorkeurstracé, dat wil zeggen: het tracé dat – na nadere uitwerking en formele besluitvorming - in gebruik genomen wordt. De minister voor Klimaat en Energie bepaalt, in overleg met de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, op basis van het advies van de regionale overheden, de integrale effectanalyse en de informatie uit het participatieproces, welk alternatief verder uitgewerkt wordt om gerealiseerd te worden. Dit hoeft niet in zijn geheel één van de alternatieven te zijn. Het kan ook zijn dat een combinatie van tracédelen van verschillende onderzoeksalternatieven de voorkeur heeft.

3.2. Zienswijzen over tracering/route van de corridors In diverse zienswijzen zijn nieuwe corridors of aanpassingen op de beschreven corridors aangedragen. Veel gaan over het vermijden van woongebieden, maar ook bijvoorbeeld over het vermijden van natuurgebieden of te bundelen met bestaande infrastructuur. Zoals beschreven in de concept-NRD zijn op basis van de technische basisuitgangspunten en de verzamelde informatie over het gebied mogelijke corridors van de nieuwe 380kV-verbinding in beeld gebracht binnen het zoekgebied. Deze corridors zijn weergegeven door een zone met een breedte van 1.200 meter waarbinnen in een latere fase onderzoeksalternatieven kunnen worden ontworpen. Deze breedte biedt hiervoor voldoende ruimte en flexibiliteit. De onderbouwing voor de ligging van de corridors is beschreven in paragraaf 4.4 van de concept-NRD. In onderstaande alinea’s wordt ten aanzien van de voorstellen uit de zienswijzen inhoudelijk stilgestaan bij mogelijk conflicterend ruimtegebruik, bundeling met bestaande weg- en energieinfrastructuur en ten slotte het verbinden van delen van corridors. Ruimtelijke functies Het project speelt in een complex gebied, met een veelheid aan waarden en functies en nationale, regionale en lokale opgaven.

Voor de ontwikkeling van de onderzoeksalternatieven is informatie over de bestaande en toekomstige waarden en functies in het gebied van groot belang. Voor de eerste stappen in de ontwikkeling van de corridors, zoals deze zijn beschreven in deze notitie reikwijdte en detailniveau, is een zogenoemde belemmeringenkaart opgesteld (zie pagina 27 van de concept-NRD). Gezien de complexiteit van het gebied kunnen er bij alle corridors mogelijk zodanige knelpunten optreden dat de haalbaarheid en maakbaarheid in het geding kan komen. Of anders gezegd: er treden mogelijk zodanige knelpunten op dat een nieuwe 380kV-verbinding niet in de betreffende corridor kan geworden gerealiseerd. Uit de eerste globale analyse blijkt dat alle corridors voor- en nadelen hebben en dat bij alle corridors sprake is van mogelijke knelpunten. Zorgvuldig nader onderzoek naar een aantal van deze mogelijke knelpunten is nodig om te kunnen bepalen in welke corridors een nieuwe 380kV-verbinding haalbaar en maakbaar is, eventueel in combinatie met aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen. Gezien het grote maatschappelijke belang van de nieuwe 380kV-verbinding is het belangrijk dat er op zijn minst één haalbaar en maakbaar tracé overblijft. Daarom is besloten om alle corridors nader te onderzoeken. Daarmee vormen het zoekgebied en de tien corridors het vertrekpunt voor de MER-onderzoeken en de IEA.

Mogelijk vallen op basis van het nadere onderzoek corridors af, of wordt de ligging van corridors aangepast. Ook combinaties van corridors zijn nog mogelijk. Hierover is meer te lezen in paragraaf 4.7 van de concept-NRD.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 9 van 454

Bundeling en combinatie met bestaande energie-infrastructuur Een belangrijk uitgangspunt voor de tracering is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is de beleidsvisie van het rijk op de leefomgeving. Een uitgangspunt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is dat nieuwe 380kV-verbindingen zoveel als mogelijk en zinvol, gebundeld of gecombineerd worden met bestaande infrastructuur. Bundelen is het parallel aan een bestaande 380kV- of 150kV-verbinding of naast andere bovenregionale infrastructuur aanleggen van de nieuwe verbinding. Bij combineren worden verbindingen in dezelfde masten gerealiseerd. Het combineren van de nieuwe 380kV-verbinding met de bestaande 380kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel in één mast is niet mogelijk. De reden is dat deze verbindingen onderdeel zijn van de landelijke 380 kV-ring en daarmee van de hoofdstructuur van het Europese net. Bij combineren van meerdere 380 kV-verbindingen in de landelijke ring ontstaat de mogelijkheid dat een enkel incident leidt tot uitval van meerdere verbindingen. Dit kan leiden tot een opeenvolging van effecten binnen het Nederlandse en zelfs het Europese net. Dit brengt de leveringszekerheid in gevaar en is daarom niet toegestaan. Combineren met 150 kV-verbindingen is in principe wel mogelijk. Hierover is meer te lezen in paragraaf 4.1 van de concept-NRD.

Bundeling met bestaande weginfrastructuur In de zienswijzen zijn voorstellen binnengekomen voor bundeling met (snel-)wegen. Dit bleek lastig omdat de wegenstructuur van west naar oost loopt en de hoogspanningsverbinding van zuid naar noord. Daar waar mogelijk is bij de ontwikkeling van de corridors bekeken waar zoveel als mogelijk en zinvol gebundeld kan worden met de bovenregionale weginfrastructuur, waarbij ook rekening gehouden is met andere belemmeringen in het gebied. Zo volgt corridor 10 voor een deel de rijksweg A27 en de N216. Verbinden van delen van corridors Ten slotte zijn zienswijzen binnengekomen over het verbinden van delen van corridors. Dit is zeker mogelijk; het voorkeursalternatief kan een combinatie zijn van delen van de onderzoeksalternatieven. De corridors in de concept-NRD zijn nog geen concrete tracés. Het zijn zones met een breedte van 1.200 meter waarbinnen in de komende onderzoeksfase onderzoeksalternatieven worden ontworpen. Dit is de eerste stap voor het milieueffectrapport (MER) en de integrale effectanalyse (IEA). De zienswijzen op de concept-NRD helpen bij deze verdere uitwerking. Vermijden woongebieden Veel van de zienswijzen over tracering of de route van de corridors gaan (ook) over het vermijden van woningen. Hierover is meer te vinden in paragraaf 3.5 en 3.8.

Alle aangedragen alternatieven zijn opgenomen in de Notitie aangedragen alternatieven. Deze notitie is opgenomen als bijlage bij de definitieve NRD.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 10 van 454

3.3. Zienswijzen over nut en noodzaak nieuwe verbinding In verschillende zienswijzen wordt aangegeven waarom het knelpunt in het hoogspanningsnet niet kan worden opgelost door gebruik te maken van het bestaande net, uitbreiding van de bestaande verbinding of met innovatieve oplossingen. In hoofdstuk 3 van de concept-NRD is uitgewerkt waarom een nieuwe extra hoogspanningsverbinding nodig is. Hierbij is beschreven hoe het bestaande hoogspanningsnet in elkaar steekt en komen de (inter-)nationale ontwikkelingen en afspraken die samenhangen met de energietransitie aan bod. Het Nederlandse elektriciteitsnetwerk moet aangepast en uitgebreid worden om alle ontwikkelingen rondom de energietransitie blijvend te kunnen faciliteren. Zo worden bestaande verbindingen geschikt gemaakt voor meer transportcapaciteit, worden nieuwe verbindingen aangelegd en worden meer hoogspanningsstations gebouwd. Hiermee kan het transport van elektriciteit door Nederland en de afvoer van en doorstroming op ‘onderliggende’ regionale (110kV en 150kV) elektriciteitsnetten worden gegarandeerd en verbeterd. TenneT draagt hiervoor de verantwoordelijkheid en is wettelijk verplicht om de leveringszekerheid te waarborgen. Uit berekeningen blijkt dat er rond het jaar 2030 onvoldoende capaciteit is op de verbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel.

Om de leveringszekerheid te waarborgen, is het noodzakelijk om de capaciteit van dit traject uit te breiden. Een verdere capaciteitsvergroting op de bestaande 380kV-hoogspanningsverbinding is niet mogelijk. De bestaande verbinding heeft met de recente capaciteitsvergroting de maximale capaciteit gekregen die op dit moment technisch veilig haalbaar is. Daarom is een nieuwe 380kV-verbinding nodig tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of tussen Geertruidenberg en Crayestein (Dordrecht). Er zijn in meerdere zienswijzen alternatieven aangedragen voor de aanleg van een 380 kVhoogspanningsverbinding aangedragen (zoals accu's, batterijen, alternatieve brandstoffen, inzetten op minder verbruik). Deze alternatieven zijn, voorafgaand aan het voornemen, onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat óók bij inzet van deze alternatieven de aanleg van een nieuwe 380kVhoogspanningsverbinding nodig is om in de nabije toekomst aan de energievraag te kunnen voldoen (zie concept-NRD: paragraaf 3.3). Het is dus niet mogelijk om de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding voorkomen door (meer) in te zetten op alternatieven.

3.4. Zienswijzen over een ondergrondse hoogspanningsverbinding Er is in meerdere zienswijzen aangedragen de hoogspanningsverbinding (deels) ondergronds aan te leggen in plaats van bovengronds. Bovengronds, tenzij De nieuwe 380kV hoogspanningsverbinding zal, net als de bestaande 380kVhoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel, onderdeel uitmaken van het landelijke 380kV-transportnetwerk, de hoofdstructuur van het Nederlandse en Europese elektriciteitsnetwerk (zie hoofdstuk 3 van de concept-NRD). Dit betekent dat het goed functioneren van deze verbinding essentieel is voor de leveringszekerheid op het landelijke en het Europese hoogspanningsnetwerk. Als een hoogspanningsverbinding op het landelijke 380kV-netwerk uitvalt (door storing of calamiteiten) heeft dit onacceptabele gevolgen voor het landelijke en Europese netwerk en kunnen delen van Nederland en Europa zonder stroom komen te zitten. Daarom moet het risico op uitval zo klein mogelijk zijn. Bij het ondergronds brengen van 380kV-verbindingen is het risico op storingen groter en is ook het opsporen en oplossen van de verstoringen vele malen moeilijker dan een bovengrondse verbinding. Daarom is het uitgangspunt dat 380kV-verbindingen op het landelijk transportnet bovengronds gerealiseerd worden Dit is in lijn met de Nationale Omgevingsvisie

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 11 van 454

(NOVI) waarin is vastgelegd dat verbindingen van 220 kV en hoger in principe altijd bovengronds worden aangelegd. In Nederland zijn, bij wijze van pilot, op een zeer beperkt aantal locaties1 380kV-kabels op kortere afstand toegepast. Er is 20 kilometer kabel toegepast in het Randstad 380kV-project, een hoogspanningsverbinding tussen Wateringen en Beverwijk. Hierbij is uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten in het elektriciteitsnet (stabiliteit), de storingsgevoeligheid (beschikbaarheid) en onderhoudsaspecten. Op basis van dat onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met de technische universiteiten van Delft en Eindhoven, wordt geconcludeerd dat - hoewel er ruimte is om voorzichtig verdere stappen te zetten in het inpassen van 380 kV-kabel - de risico’s op storingen in het net groot zijn. Een verhoogde kans op uitval van verbindingen in ons hoofdnet en het moeten nemen van extra maatregelen om de netstabiliteit te waarborgen, brengt de leveringszekerheid in gevaar. In het licht van de energietransitie en vergaande elektrificatie, waarbij de beschikbaarheid van elektriciteit steeds belangrijker wordt, vindt TenneT dit niet acceptabel. Gezien de opgave die voor ons ligt en de snelheid waarmee we ons landelijk hoogspanningsnet moeten uitbreiden, kunnen en willen we geen extra risico lopen.

Dus leggen we 380 kV-verbindingen, die cruciaal zijn voor de energievoorziening in Nederland en Europa, in principe bovengronds aan. Bij de verbinding tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg – Krimpen aan de IJssel of Crayestein kan alleen voor kortere trajecten, waar de ruimtelijke inpassing bovengronds echt niet mogelijk is, worden onderzocht of een ondergrondse aanleg daar technisch mogelijk en verantwoord is. Buitenland en windenergie op zee In het buitenland worden over lange lengtes kabels ondergronds aangelegd. Hierbij gaat het om: • kabels van een lager spanningsniveau dan de nieuwe verbinding; • gelijkstroomkabels. Bij verbindingen met een lager spanningsniveau legt TenneT nieuwe verbindingen ook ondergronds aan. Enkel nieuwe verbindingen van 220 kV en 380 kV worden bovengronds aangelegd. In 2009 heeft de Deense overheid besloten om alle bovengrondse hoogspanningslijnen van 132 en 150 kV ondergronds brengen, ook als dat vervanging ver vóór het einde van de technische levensduur betekent. Dit zijn verbindingen van een lager spanningsniveau dan de nieuwe hoogspanningsverbinding. Om windplatforms op zee aan te sluiten op land maakt TenneT gebruik van gelijkstroomverbindingen, die ondergronds of op de zeebodem worden aangelegd.

Een groot verschil met de 380 kV verbindingen op land is dat het bij deze zee-aansluitingen om gelijkstroom gaat, oftewel DC (direct current). Gelijkstroom gedraagt zich anders dan de gebruikelijke wisselstroom waardoor ondergrondse kabels hier wél een optie zijn.

1

-

Er is tot nu toe 380kV-verkabeling toegepast in de totale verbinding tussen Maasvlakte en Beverwijk. Dit betreft uiteindelijk 6 locaties: Kruising Nieuwe Waterweg (Maasvlakte-Westerlee) Tussen Wateringen en Bleiswijk 3 stukken tussen Bleiswijk en Vijfhuizen Kruising Noordzeekanaal (Vijfhuizen-Beverwijk)

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 12 van 454

Elektriciteitsnetten op land, dus ook de 380 kV-verbindingen, zijn overal ter wereld gebouwd op basis van wisselstroom, oftewel AC (alternating current). Gelijkstroomverbindingen op land zijn ook mogelijk, maar dan alleen voor transport over hele grote afstanden en als er onderweg geen aftakkingen hoeven te zijn naar het wisselstroomnet waar het verbruik van elektriciteit plaatsvindt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij TenneT’s projecten in Duitsland SuedLink en SuedOstLink. Ook in visie van TenneT op het net van de nabije toekomst, Target Grid, wordt voorzien in enkele nieuwe gelijkstroomverbindingen op zee én op land. Binnen het (vermaasde) wisselstroomnet is het niet effectief om wisselspanning om te zetten (converteren) in gelijkspanning en later weer van gelijkspanning in wisselspanning. Binnen WestEuropa wordt gelijkstroom dan ook slechts zeer beperkt toegepast als regulier onderdeel van het transportnet. De beschikbaarheid van een gelijkstroomverbinding is lager dan van een wisselstroomverbinding. De lagere beschikbaarheid komt door het grote aantal componenten, bijvoorbeeld in converterstations, dat nodig is om een gelijkstroomverbinding te realiseren en de storingsgevoeligheid en lange reparatietijden van dit soort kabelverbindingen. De zee-/gelijkstroomkabels moeten worden aangesloten op een hoogspanningsstation op land.

Hierbij zijn convertorstations nodig om gelijkstroom om te zetten in wisselstroom. Meer informatie over bovengrondse en ondergrondse aanleg Zie voor meer informatie over ondergrondse kabels en bovengrondse hoogspanningslijnen: https://www.tennet.eu/nl/ons-hoogspanningsnet/bij-een-nieuwe-hoogspanningsverbinding (Position paper Ondergrondse kabels en bovengrondse hoogspanningslijnen (2021).

3.5. Zienswijzen over gezondheidsrisico’s en voorzorgbeleid In veel zienswijzen worden zorgen geuit over mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid van inwoners door magneetvelden in de nabijheid van hoogspanningsverbindingen. Magneetvelden Als gebruik wordt gemaakt van elektriciteit is er sprake van elektrische en magnetische velden. Dat geldt voor hoogspanningsmasten, maar ook thuis bij het gebruik van elektrische apparaten. Elektrische velden zijn er als er spanning op leidingen en apparatuur staat. Magnetische velden zijn er alleen als er daadwerkelijk elektriciteit/stroom wordt gebruikt en er dus sprake is van transport van elektriciteit. De grootte van het magnetische veld is afhankelijk van het vermogen dat wordt verbruikt. Hoe hoger het vermogen hoe groter het magnetische veld. Het magnetische veld neemt af naarmate de afstand tot de bron groter wordt. Volgens de Gezondheidsraad treedt leukemie vaker op bij bewoners die dichtbij hoogspanningslijnen wonen. De Gezondheidsraad acht het aannemelijk dat dit samenhangt met de magneetvelden van hoogspanningslijnen, maar zeker is dat niet. Er is tot op heden geen bewezen oorzakelijk verband tussen blootstelling aan magnetische velden van hoogspanningslijnen en gezondheidsrisico’s. Het kan daarom ook toeval zijn of andere oorzaken hebben.

Voorzorgsbeleid Uit voorzorg worden er sinds 2005 maatregelen getroffen om in nieuwe situaties de blootstelling van burgers aan magneetvelden van hoogspanningslijnen zo veel mogelijk te voorkomen: het voorzorgbeleid (zie concept-NRD, paragraaf 5.5, thema Leefomgeving en gezondheid). Dit beleid is per april 2023 aangepast. Kortgezegd houdt dit voorzorgbeleid in dat zo veel als redelijkerwijs

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 13 van 454

mogelijk is, voorkomen moet worden dat burgers (volwassenen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van elektriciteitsinfrastructuur. Als onderdeel van het voorzorgbeleid is met de netbeheerders afgesproken dat zij technische maatregelen treffen die het magneetveld beperken. Dit gebeurt bij de installatie van nieuwe hoogspanningslijnen, stations, kabels en transformatorhuisjes én bij de aanpassing van bestaande voorzieningen. Hierdoor nemen de magneetvelden van elektriciteitsvoorzieningen af. In vergelijking met vroeger wordt zo het magneetveld van bijvoorbeeld bovengrondse hoogspanningsstations en ondergrondse kabels met 25 tot 50% verminderd. Daarnaast wordt de netbeheerder geadviseerd om bij bovengrondse hoogspanningslijnen de magneetveldzone in beeld te brengen. Deze zone wordt berekend conform de daarvoor door het RIVM opgestelde handreiking: https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/handreiking. Daarin zijn ook instructies opgenomen hoe met beïnvloeding wordt omgegaan als zich meerdere magneetvelden in elkaars nabijheid bevinden. Geadviseerd wordt om met de nieuwe verbinding geen nieuwe gevoelige bestemmingen (woningen, scholen, crèches, kinderopvangplaatsen) te creëren binnen de magneetveldzone. TenneT volgt dit advies.

In het milieueffectrapport (MER) wordt bekeken of en hoeveel gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone liggen (zie concept-NRD: tabel 5-1, pagina 50). Bij de keuze en de uitwerking van het tracé van de hoogspanningslijn wordt, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, vermeden dat gevoelige bestemmingen in de nabijheid van de hoogspanningslijn liggen. Voor andere ziekten en aandoeningen is er nooit een relatie geconstateerd met (magneetvelden van) hoogspanningslijnen. De genoemde zorgpunten over mogelijke gezondheidseffecten zoals effecten van geluid en fijnstof worden nader omschreven bij 3.6 thema Leefomgeving van deze notitie. Effecten op landbouwdieren In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat op basis van de huidige stand van het wetenschappelijk onderzoek, geen reden is om aan te nemen dat sprake is van schadelijke effecten op landbouwdieren als gevolg van magneetvelden van hoogspanningsverbindingen2. Hier wordt dan ook geen onderzoek naar gedaan in de milieueffectrapportage. Uitkoopregeling Tussen 1 januari 2017 en 1 oktober 2021 was de Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding geopend. Kortweg werd deze regeling de uitkoopregeling genoemd.

De uitkoopregeling bood woningeigenaren, die loodrecht onder een bestaande hoogspanningslijn wonen, de mogelijkheid hun woning te koop aan te bieden aan de gemeente of de woning te laten verplaatsen. Gemeenten kregen de kosten die hiervoor gemaakt worden vergoed door het Rijk. De uitkoopregeling is opgesteld door het ministerie van Economische Zaken. Het kabinet kwam met de uitkoopregeling tegemoet aan de maatschappelijke wens om bewoners de mogelijkheid te geven om niet langer onder een hoogspanningslijn te wonen. Woningeigenaren maken zelf de keuze of ze gebruik willen maken van de uitkoopregeling. Niemand hoeft gedwongen te verhuizen.

2

M.A.M. Beerlage, EM-velden van hoogspanningslijnen - onderzoek naar effecten op koeien, paarden, schapen en varkens, DNV GL rapport 15-2529, 26 oktober 2015.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 14 van 454

Deze regeling is inmiddels gesloten. Als er sprake is schadeloosstelling voor de nieuwe verbinding gaat dit dus niet op grond van de uitkoopregeling. Meer informatie magneetvelden en gezondheid Meer informatie over magneetvelden en gezondheid is te vinden op: https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/herijkt-voorzorgbeleid https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/magneetvelden Magneetvelden en het hoogspanningsnet | TenneT

3.6. Zienswijzen over onderzoek naar milieueffecten Er zijn veel zienswijzen ontvangen die ingaan op de verschillende onderzoeken die in de verkenning uitgevoerd gaan worden naar milieueffecten. Milieueffecten zijn effecten op mens, natuur en milieu. In de concept-NRD wordt uiteengezet welke onderwerpen hieronder vallen en op welke manier de onderzoeken worden opgezet. Het onderzoeken van de milieueffecten is als wettelijke procedure vastgelegd; de m.e.r.-procedure (milieueffectrapportage). De m.e.r.-procedure zorgt ervoor dat milieu een volwaardige plek krijgt binnen de procedure om te komen tot de voorkeursbeslissing en het projectbesluit. De resultaten van de m.e.r.-procedure (en dus van de onderzoeken naar de milieueffecten) komen in het milieueffectrapport (MER) te staan. Het MER wordt vervolgens gepubliceerd, zodat het voor alle betrokkenen raadpleegbaar is. Het MER wordt getoetst door de onafhankelijke Commissie m.e.r., om er zeker van te zijn dat het rapport aan alle kwaliteitseisen voldoet. De m.e.r. voor het onderzoeken van de onderzoeksalternatieven en het kiezen van het voorkeursalternatief resulteert in een planMER. De opzet hiervoor is te lezen in de concept-NRD. De m.e.r. voor de uitwerking van het voorkeursalternatief in een definitief tracé resulteert in een projectMER. In onderstaande paragrafen zijn een aantal milieuaspecten nader toegelicht.

Bodem Bij het hoofdaspect bodem worden de effecten onderzocht op de bodemkwaliteit en de risico’s op zettingen. Water Bij het hoofdaspect water worden de beïnvloeding van grondwaterstanden en -stromingen, oppervlaktewater en de waterhuishouding onderzocht. Het plaatsen van nieuwe masten en bijbehorende funderingen en de eventuele lokale ondergrondse aanleg van de 380kV-verbinding hebben mogelijk effect op deze aspecten doordat er mogelijk graafwerkzaamheden, boringen en (tijdelijke) bemalingen nodig zijn. Als grondwaterstanden en -stromingen worden beïnvloed kan dat vervolgens weer van invloed zijn op aanwezige kwetsbare gebieden, waarden en functies, zoals waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en KRW-grondwaterlichamen. Een toename van het verharde oppervlak als gevolg van bijvoorbeeld de fundering van de masten en de uitbreiding van de hoogspanningsstations kan van invloed zijn op de waterhuishouding in het gebied. Natuur Bij het hoofdaspect natuur worden de effecten onderzocht op Natura 2000, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), beschermde soorten en houtopstanden. Daarbij wordt getoetst aan de beschermingsregimes van de Wet natuurbescherming (beschermde gebieden, beschermde soorten, beschermde houtopstanden) en de provinciale regelgeving (onder andere provinciale

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 15 van 454

uitwerking van NNN, weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebied). De nieuwe verbinding kan tijdelijke of permanente effecten hebben op natuurwaarden. Een permanent effect kan direct zijn (fysiek ruimtebeslag) of indirect (verstoring). Een permanent effect ontstaat bijvoorbeeld doordat vogels tegen de lijnen aanvliegen en daardoor overlijden. Dit noemen we draadslachtoffers. Tijdens de aanlegfase ontstaan tijdelijke effecten, bijvoorbeeld verstoring van het leefgebied van beschermde soorten tijdens het plaatsen van nieuwe masten. Zoals beschreven in paragraaf 4.6 van de concept-NRD bevinden alle corridors zich, in meer of mindere mate, in of in de onmiddellijke nabijheid van Natura 2000-gebied. Dit betreft vooral Natura 2000 Vogel- en Habitatrichtlijngebied Biesbosch en Vogelrichtlijngebieden Hollands Diep en Donkse Laagten. Natura 2000-gebieden vallen onder een zeer streng beschermingsregime waarbij significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van deze gebieden als gevolg van een ontwikkeling in beginsel niet zijn toegestaan. Deze effecten kunnen nu nog bij geen van de corridors worden uitgesloten. Hiervoor is nader onderzoek nodig in de vorm van een zogenoemde passende beoordeling. Het beschermingsregime kan sturend zijn voor de keuze voor een tracé en een uitvoeringswijze van de nieuwe 380kV-verbinding, met eventuele aanvullende maatregelen.

Stikstof Bij een bouwproject, zoals de aanleg van een hoogspanningsverbinding, wordt in de aanlegfase tijdelijk materieel ingezet. Als die fossiele brandstoffen gebruiken, zal er gedurende een bepaalde tijd emissie van stikstof plaatsvinden en daardoor ook depositie. Die depositie van stikstof kan nadelige effecten hebben op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. In de gebruiksfase stoot de verbinding geen stikstof uit. Het effect van depositie wordt middels Aeriusberekeningen in de planMER-fase (op hoofdlijnen) berekend en de effecten beoordeeld. Meer in detail gebeurt dit ook in de latere onderzoeksfase in het projectMER. Landschap Aanleg van een nieuwe hoogspanningsverbinding heeft ontegenzeggelijk impact op het landschap en op de beleving van het gebied waar de verbinding komt te staan. Daarom is het van groot belang dat er een zorgvuldige afweging en keuzes worden gemaakt. Bij het aspect landschap worden de effecten onderzocht op de volgende aspecten: • Het landschappelijk hoofdpatroon; • De gebiedskarakteristiek. Daarbij staat de invloed op de kernkwaliteiten van de betreffende landschapstypen en de invloed op de beleving centraal; • De eigen ruimtelijke kwaliteit van de hoogspanningsverbinding. Daarbij staat de beleving, gebruikswaarde en toekomstwaarde van de verbinding zelf centraal; • De aanwezige landschapselementen en lokale waarden.

Naast het effectenonderzoek zal ook al bij het ontwerp van de onderzoeksalternatieven en bij de uitwerking van het voorkeursalternatief in het voorkeurstracé (hoofdstappen 1 en 5 van het ontwerpproces zoals beschreven in paragraaf 5.1 van de concept-NRD), nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit van het bestaande landschap en een goede ruimtelijke inpassing van de nieuwe 380kV-verbinding daarin. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de benodigde aanpassingen aan de bestaande hoogspanningsstations en de mogelijke plaatsing van de benodigde spoelen buiten de stations. Daarbij wordt rekening gehouden met de kenmerken, waarden en functies van het gebied dat wordt doorkruist. Om hier handvatten voor te bieden is een landschapsanalyse uitgevoerd, die als bijlage bij de concept-NRD is gepubliceerd.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 16 van 454

Cultuurhistorie Het thema cultuurhistorie is onderdeel van het beoordelingskader voor het MER. De effecten van de onderzoeksalternatieven worden onderzocht op UNESCO-werelderfgoed, historische stedenbouw en historische geografie. Zoals beschreven in paragraaf 4.6 van de concept-NRD lopen alle voorgestelde corridors door of in de directe nabijheid van gebieden die zijn beschermd vanwege hun aanwijzing als UNESCO werelderfgoed. Het betreft zowel het UNESCO werelderfgoedgebied Hollandse Waterlinies als het UNESCO werelderfgoedgebied Molens van Kinderdijk-Elshout. Beleid en regelgeving staan een ontwikkeling die een negatieve invloed heeft op de kernkwaliteiten van een werelderfgoed in principe niet toe. Om te kunnen bepalen in hoeverre de effecten op werelderfgoed door middel van mitigerende maatregelen kunnen worden voorkomen is nog nader onderzoek nodig, een zogenoemde Heritage Impact Assessment (HIA). Hierbij staat het behoud van de uitzonderlijke universele waarde (OUV3) van het werelderfgoed centraal. Leefomgeving Bij het hoofdaspect leefomgeving en gezondheid worden de effecten als gevolg van geluid, luchtkwaliteit en magneetvelden(zie specifieke beantwoording in paragraaf 3.5) onderzocht en vervolgens wordt de invloed hiervan op de milieugezondheidskwaliteit bepaald.

Daarbij wordt gekeken naar de verandering van de geluidsbelasting en de luchtkwaliteit bij gevoelige objecten en het aantal gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone. Geluid Bij het hoofdaspect leefomgeving en gezondheid worden in het MER onder andere de effecten als gevolg van geluid onderzocht en vervolgens wordt de invloed hiervan op de milieugezondheidskwaliteit bepaald. Daarbij wordt gekeken naar de verandering van de geluidsbelasting bij gevoelige objecten. Geluid is zowel relevant tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase van de verbinding. Bovengrondse verbindingen (geleiders, masten en opstijgpunten) produceren tijdens de gebruiksfase op zichzelf geen geluid, maar door specifieke factoren kan geluid ontstaan dat wel te horen is in de omgeving (coronageluid4 en windfluiten). De bestaande hoogspanningsstations moeten worden aangepast daar waar de nieuwe verbinding wordt aangesloten. Op deze stations staan geluid producerende onderdelen. Zo veroorzaken transformatoren bijvoorbeeld een bromtoon. Mogelijk worden nieuwe compensatie- en seriespoelen gerealiseerd ter plaatse van de hoogspanningsstations, maar mogelijk ook elders langs de nieuwe verbinding. Ook deze spoelen produceren geluid. Het gaat daarbij met name om laagfrequent geluid.

Voor verdere informatie over geluid bij hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations verwijzen wij u naar de website van TenneT: Geluid (tennet.eu). Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit is alleen relevant tijdens de aanlegfase als gevolg van het in te zetten materieel. Voor zover nu bekend beïnvloeden bovengrondse hoogspanningslijnen de schadelijke effecten van fijn stof niet. Hoogspanningslijnen kunnen fijn stof soms wel elektrisch opladen, maar dat is te 3

OUV zijn de kernkwaliteiten van het gebied.

4

Onder bepaalde omstandigheden (mist) kunnen elektrostatische ontladingen in de verbinding optreden hetgeen gepaard gaat met een licht knetterend geluid. Door de ontladingen kunnen luchtdeeltjes worden geïoniseerd.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 17 van 454

weinig om het meer dan normaal aan longen, luchtwegen en de huid te laten ‘plakken’. Dit concludeert het RIVM uit een literatuuronderzoek in opdracht van het ministerie van VROM. Magneetvelden Bij transport van elektriciteit ontstaan elektromagnetische velden (ook wel magneetvelden of EMvelden). De sterkte van de velden is afhankelijk van de aanwezige spanning (elektrisch veld) of de stroomsterkte (magnetisch veld), maar is ook sterk afhankelijk van de afstand tot de bron. Hoe hiermee wordt omgegaan is beschreven in paragraaf 3.5 Zienswijzen over gezondheidsrisico’s en voorzorgbeleid Veiligheid Bij het aspect veiligheid wordt onderzocht wat de eventuele gevaren zijn voor mensen tijdens en na de aanleg van de nieuwe verbinding. Daarbij worden de effecten onderzocht op de aspecten: • • • •

externe veiligheid (groepsrisico en plaatsgebonden risico als gevolg van risicobronnen op korte afstand van de nieuwe verbinding); nautische veiligheid (bij de kruising van vaarwegen); verkeersveiligheid (tijdens de aanlegfase); waterveiligheid (invloed op waterkeringen die worden gekruist).

Ook zal aandacht worden besteed aan mogelijke risico’s die ontstaan door elektromagnetische compatibiliteit (EMC): elektrische apparaten of installaties die worden beïnvloed door de magneetvelden van de nieuwe 380kV-verbinding. Het detailniveau van het onderzoek is in de fase van het planMER beperkt. Na vaststelling van het voorkeursalternatief is het onderzoek naar de effecten op veiligheid in het projectMER gedetailleerder. Gebruiksfuncties Bij het hoofdaspect gebruiksfuncties wordt onderzocht wat de effecten zijn op de huidige en toekomstige gebruiksfuncties in het gebied, zoals woningen, bedrijven, landbouw, recreatie, verkeer en windturbines. Bij recreatie gaat het daarbij om de doorkruising van recreatiegebieden en -routes. Bij landbouw om oppervlakteverlies van landbouwareaal en doorsnijding van landbouwgrond. Bij verkeer om bereikbaarheid en omrijdroutes & -afstanden. Zie voor meer informatie 3.9. Duurzaamheid Bij het hoofdaspect duurzaamheid wordt onderzocht wat de effecten zijn op de aspecten circulariteit (materiaalgebruik), klimaat (de uitstoot van broeikasgassen) en energieverbruik (energieverbruik tijdens de gebruiks- en aanlegfase en energieverliezen tijdens het transport van elektriciteit).

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 18 van 454

3.7. Zienswijzen over het beoordelingskader en tracékeuze In de zienswijzen zijn diverse suggesties gedaan voor criteria in het beoordelingskader van het milieueffectrapport (MER). Veel suggesties passen binnen de criteria die al in het beoordelingskader op hoofdlijnen staan. Het beoordelingskader op hoofdlijnen van het MER is te vinden in paragraaf 5.5 van de concept-NRD. Beoordelingskader In tabel 5-1 van de concept-NRD is het beoordelingskader op hoofdlijnen weergegeven: een overzicht van de hoofdaspecten, aspecten en effecten, die in het planMER en projectMER worden onderzocht. Het gaat daarbij om negatieve en positieve effecten tijdens zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de nieuwe 380kV-verbinding. Het planMER en het projectMER leveren daarmee een belangrijk deel van de informatie voor zes van de acht thema’s van het integrale beoordelingskader van de IEA (zie paragraaf 2.3 van de concept-NRD): • ruimtelijke kwaliteit en landschap; • natuur, bodem & water; • leefomgevingskwaliteit & gezondheid; • ruimtelijke belemmeringen, ontwikkelingen & gebruiksfuncties; • veiligheid; • duurzaamheid & toekomstvastheid. Weging en tracékeuze Daarnaast zijn zienswijzen ontvangen over de wegingsfactor van de beoordelingscriteria en welke criteria of thema’s ‘zwaarder’ meewegen in de keuze tot een voorkeursalternatief.

In de conceptNRD is beschreven dat er geen weging wordt toegekend aan de beoordelingscriteria. De scores die op basis van de effectbeoordeling worden toegekend aan de alternatieven zijn een hulpmiddel voor het proces van de afweging richting een voorkeursalternatief. Het is aan de ministers om de afweging tussen alle onderzochte effecten en alle belangen te maken bij het samenstellen van het voorkeursalternatief. De ministers vragen hiervoor om een advies aan de betrokken regionale overheden, dat wil zeggen de gemeenten en provincies. Op basis van de IEA wordt aan de regionale overheden gevraagd een advies te geven over een voorkeurstracé, dat wil zeggen: het tracé dat – na nadere uitwerking en formele besluitvorming - in gebruik genomen wordt. De minister voor Klimaat en Energie bepaalt, in overleg met de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, op basis van het advies van de regionale overheden, de integrale effectanalyse en de informatie uit het participatieproces welk alternatief gerealiseerd wordt. Deze keuze wordt bekendgemaakt en gemotiveerd in de ontwerpvoorkeursbeslissing, die gepubliceerd wordt waarna het mogelijk is hierop zienswijzen in te dienen.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 19 van 454

3.8. Zienswijzen over effecten op waarde van of schade aan woningen en bedrijfsvoering Het is begrijpelijk dat betrokkenen willen weten of de aanleg van een nieuwe 380kVhoogspanningsverbinding kan leiden tot een waardedaling van woningen of nadelige effecten op de bedrijfsvoering. In deze fase van de planvorming is nog onbekend waar dit aan de orde kan zijn. Waardevermindering en schade De aanleg en het beheer van een hoogspanningsverbinding kan invloed hebben op het bestaande ruimtegebruik en leiden tot schade bij grondeigenaren of omwonenden. Bij de aanleg en het beheer van de hoogspanningsmasten en de verbinding wordt schade zoveel mogelijk voorkomen. Er wordt gestreefd naar een tracé dat zo min mogelijk gevoelige bestemmingen raakt en naar mastposities die het bestaande grondgebruik zo min mogelijk beperken. Zo wordt bij de exacte positionering van een mast in overleg met de grondeigenaar gekeken naar de optimale positie. Schade die ontstaat, bijvoorbeeld aan de grond, bij de bouw van de hoogspanningsverbinding, wordt na afloop hersteld en waar dat niet mogelijk is, wordt de schade vergoed. TenneT sluit een zakelijk recht overeenkomst (ZRO) af met eigenaren van de grond waar de nieuwe hoogspanningsverbinding overheen gaat en waar masten worden gerealiseerd. Een ruimtelijk besluit kan ertoe leiden dat voor een omwonende schade optreedt.

Nadat de minister voor Klimaat en Energie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het projectbesluit hebben vastgesteld, kan een aanvraag tot nadeelcompensatie worden gedaan. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan dan gaan om directe schade, doordat bestaande rechten van de eigenaar worden ingeperkt of indirecte schade die wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. Voordat het projectbesluit daadwerkelijk wordt genomen, kan ook al sprake zijn van schade. Het beleidsvoornemen of de voorbereiding van een besluit kan al een schaduw werpen en bijvoorbeeld al een waardevermindering van een woning in gang zetten. Voor deze schade is geen wettelijke regeling en de schade komt dus niet voor vergoeding in aanmerking. Het proces is ingericht om met behoud van de vereiste zorgvuldigheid- zo snel mogelijk te trechteren tot een concreet tracé en planuitwerking. Daarmee wordt het effect van schaduwschade zo beperkt mogelijk gehouden. Effecten op apparatuur Moderne technieken, zoals GPS of drones, en hoogspanningsverbindingen storen elkaar in de regel niet in de bedrijfsvoering.

Elektrische apparatuur en installaties zoals fijngevoelige elektronica, computerapparatuur, GPS en besturingsapparatuur die voldoen aan de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving zijn voldoende immuun voor blootstelling aan elektromagnetische velden. Aan welke eisen deze apparatuur precies moet voldoen, staat in de IEC 61000 normen. De NEN 50341 stelt eisen aan het stoorniveau dat door hoogspanningsverbindingen veroorzaakt mag worden. Hiermee wordt bij het ontwerp van de verbinding rekening gehouden. Als een elektronisch apparaat aan de gestelde normen en eisen voldoet, zal er in principe geen sprake zijn van interferentie met de nieuwe verbinding. Gelet op vorenstaande is niet waarschijnlijk dat precisielandbouw, smartfarming, inzet van drones en GPS onmogelijk of uiterst moeilijk wordt. Als, na realisatie van de verbinding, problemen worden ondervonden bij de inzet van genoemde apparatuur, leert de ervaring dat er nagenoeg altijd een technische oplossing is. Als betrokkene schade lijdt, bijvoorbeeld vanwege de

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 20 van 454

implementatie van een technische oplossing of omdat er geen oplossing voorhanden is, dan kan zij een beroep doen op het schadebeleid.

3.9. Zienswijzen over stapeling van andere ruimtelijke opgaven Voor de aanleg van de nieuwe verbinding worden verschillende onderzoeksalternatieven onderzocht en met elkaar vergeleken. Daaronder zijn ook onderzoeksalternatieven die lopen door gebieden waar ook andere functies aanwezig of in ontwikkeling zijn. In delen van het zoekgebied spelen relevante (maatschappelijke) opgaven met een ruimtelijke impact, waarmee rekening gehouden moet worden bij het onderzoeken van de onderzoeksalternatieven voor de nieuwe verbinding. De effecten op mens en natuur worden onderzocht op basis van een zogenaamde "referentiesituatie", waarbij niet alleen bestaande, maar ook toekomstige gebruiksfuncties worden meegenomen in de beoordeling. Getoetst wordt of de extra belasting als gevolg van de nieuwe hoogspanningsverbinding aanvaardbaar is bovenop de belasting die al aanwezig is of wordt voorzien in het gebied. Op deze manier houdt de beoordeling rekening met een stapeling van functies en ontwikkelingen. Bestaande relevante gebruiksfuncties zijn bijvoorbeeld aanwezige bedrijventerreinen, landbouw, woonwijken, recreatiegebieden en windturbines. Voorbeelden van toekomstige ontwikkelingen zijn geplande woonwijken, uitbreiding of aanleg van bedrijventerreinen en geplande windparken.

3.10. Zienswijzen over kaartmateriaal en informatiebronnen Voor het kaartmateriaal en informatiebronnen wordt gebruik gemaakt van openbare bronnen (bijvoorbeeld de informatie die in te zien is op websites en kaartbanken van provincies en gemeenten). De betrokken gemeenten en provincies hebben documenten en kaartmateriaal aangeleverd om een zo volledig mogelijk beeld te hebben van alle aanwezige functies en waarden in het gebied. Ook de toekomstige ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw, natuur, bedrijventerreinen) die op dit moment nog niet gerealiseerd zijn, maar mogelijk wel gerealiseerd worden, zijn met inbreng vanuit de gemeente in beeld gebracht. In de volgende stap wordt weer gekeken naar de ruimtelijke ontwikkelingen, zodat nieuwe ontwikkelingen ook worden meegenomen. De volgende drie situaties worden bekeken, zowel in het planMER als in het projectMER: 1. De huidige situatie: het moment waarop de effectonderzoeken ten behoeve van het planMER en projectMER worden uitgevoerd, of als daar onvoldoende informatie over beschikbaar is, een zo recent mogelijk moment; 2. De referentiesituatie: de huidige situatie, aangevuld met de voorziene autonome ontwikkelingen5; 3. De projectsituatie: de huidige situatie, aangevuld met de voorziene autonome ontwikkelingen en aangevuld met het project, de aanleg van de nieuwe 380kV-verbinding.

5

Autonome ontwikkelingen zijn de te verwachten ontwikkelingen in het gebied die hoe dan ook plaatsvinden, ook als het project niet wordt uitgevoerd. Het gaat om plannen en projecten waarvoor het besluit, bij het publiceren van deze concept-NRD, al is genomen of waarvan de besluitvorming in een vergevorderd stadium is.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 21 van 454

De milieueffecten van de verschillende onderzoeksalternatieven worden in beeld gebracht door de projectsituatie te vergelijken met de referentiesituatie. Doordat ook de huidige situatie in beeld wordt gebracht, ontstaat ook een beeld van de gevolgen van het totaal aan ontwikkelingen in het studiegebied (project inclusief de autonome ontwikkelingen versus de huidige situatie) en van alleen de autonome ontwikkelingen in het studiegebied (autonome ontwikkelingen versus de huidige situatie).

3.11. Zienswijzen over communicatie Bij elke fase wordt bekeken welke communicatiemiddelen het beste passen bij de betreffende fase. Het project bestrijkt in deze fase nog een zeer groot gebied waarbinnen er gezocht wordt naar een mogelijk route. Vanwege de omvang van het zoekgebied is er gekozen om in deze fase van het project nog geen één op één communicatiemiddelen in te zetten. Door middel van publicaties in huis-aan-huis bladen, contacten met de media en digitale communicatiemiddelen (o.a. sociale media en gemeentelijke communicatiekanalen) zijn geïnteresseerden en bewoners van het zoekgebied geïnformeerd. Uit de reacties op de concept-NRD blijkt dat het niet altijd is gelukt om alle geïnteresseerden door middel van bovenstaande middelen te bereiken. De wijze van communicatie wordt steeds gerichter doordat de uitwerking steeds concreter wordt. Via de website van TenneT kunt u zich abonneren op de nieuwsbrief van het project. Dit is de meeste directe manier om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen van het project. https://www.tennet.eu/nl/projecten/geertruidenberg-krimpen-aan-den-ijssel-crayestein

3.12. Zienswijzen over participatie Er zijn verschillende zienswijzen binnen gekomen over de mogelijkheid van bewoners om te participeren. Via verschillende kanalen en inloopbijeenkomsten worden burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij het proces en de procedure betrokken. De wijze van het betrekken en informeren van de omgeving voor de volgende fase is beschreven in participatieplan (Participatieplan en -verslag - HSV 380 kV Geertruidenberg - Krimpen aan den IJssel of Crayestein (rvo.nl)). De aanleg van een nieuwe, bovengrondse hoogspanningsverbinding is een grote verandering in de omgeving voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Daarom moet iedereen in omgeving de mogelijkheid krijgen mee te denken over te onderzoeken alternatieven. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt hoe en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Ons doel voor participatie is: Het maken van een goed onderbouwde en daardoor gedragen tracékeuze waarbij we zoveel mogelijk rekening houden met belangen en wensen van betrokkenen en andere omgevingsaspecten. Om dit te bereiken wordt er tijdens het gehele project op een transparante wijze met elkaar in gesprek getreden. Hierbij is het voor eenieder mogelijk om tijdig en op zinvolle wijze inbreng te leveren, bijvoorbeeld door alternatieve oplossingen aan te dragen.

Input vanuit de omgeving wordt teruggekoppeld, waarbij ingegaan wordt op de wijze waarop de aangedragen ideeën en oplossingen zijn verwerkt. Dit leidt niet alleen tot een beter ontwerp, maar ook tot meer begrip voor de genomen keuzes. Dit leidt vervolgens weer tot een soepeler en sneller plan- en besluitvormingsproces waardoor het project op tijd gerealiseerd kan worden.

TenneT C2 - Internal Information

DATUM PAGINA

22 DECEMBER 2023 22 van 454

Zoals in de concept-NRD is te lezen loopt het proces van de verkenning van breed naar smal, van globaal naar concreet. Naar mate het project concreter wordt, zoomt het participatieproces steeds verder in. Dit houdt in dat het project aan het begin van het proces voornamelijk contact zoekt met de betrokken lokale en regionale overheden, regionale netbeheerders en belangengroepen. Naar mate het project vordert zal dit verschuiven naar de bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en grondeigenaren, zodat zij kennis of specifieke informatie over de directe omgeving kunnen inbrengen. De opgehaalde informatie is input voor de uit de voeren onderzoeken en het maken van keuzes, bijvoorbeeld over onderzoeksalternatieven. Deze fase in het proces zien wij vooral als een fase waarin wij de belanghebbenden en belangstellenden vroegtijdig informeren over de verschillende stappen en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Dit betekent dat wij alle resultaten van de verschillende onderzoeken in deze fase met u gaan delen. Op die manier willen wij open en transparant zijn over wat er onderzocht is en welke informatie leidt tot het kiezen van een voorkeursalternatief. Uiteraard kunt u tijdens deze fase ook meedenken en reageren. Tijdens de terinzageleggingtermijn van de concept-NRD was het mogelijk formeel te reageren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1071/documents/37046