CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Onderwijs 2025.pdf

Commissie Samen leven RK 2 oktober 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 6: Nota Onderwijs 202513.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTA ONDERWIJS 2025

VASTGESTELD IN DE RAADSVERGADERING D.D. 16 OKTOBER 2025

Inhoudsopgave

VOORWOORD Het gemeentebestuur vindt het belangrijk dat kinderen en jongeren de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Niet alleen op school, maar ook daarbuiten. Hun groei en welzijn vragen om aandacht, tijd en samenwerking.

1.

Inleiding

2. Wettelijke kaders

We werken daarom samen met partners uit het onderwijs, de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg en diverse

7

waarin kinderen en jongeren zich veilig voelen en zich kunnen ontwikkelen op een manier die bij hen past.

2.1 Inleiding

7

2.2 Wettelijke taken gemeente gerelateerd aan onderwijs

7

3. Onderwijs en ontwikkeling tot en met 12 jaar

13

3.1 Visie op onderwijs en ontwikkeling in Ridderkerk

13

3.2 Kansrijke Start

13

3.3 Onderwijsachterstandenbeleid

13

3.4 Integrale Kindcentra

15

3.5 Brede ontwikkeling

18

3.6 Passende zorg en ondersteuning

21

4. Onderwijs en ontwikkeling vanaf 12 jaar

2

5

27

4.1 Voortgezet onderwijs in Ridderkerk

27

4.2 Brede ontwikkeling

27

4.3 Passende zorg en ondersteuning

29

5 Tot slot

34

6 Bronnenlijst

35

maatschappelijke organisaties. Ieder vanuit een eigen rol, maar met hetzelfde doel: bijdragen aan een omgeving

In deze nota geven we een overzicht van wat er speelt en wat er wordt georganiseerd in Ridderkerk op het gebied van onderwijs en brede ontwikkeling. Het laat zien waar we als gemeente bij betrokken zijn en waar we met partners op inzetten. Het opstellen van deze nota is dan ook in nauwe samenwerking met de partners gedaan. Het gemeentebestuur is trots op al deze partners die zich dag in dag uit met passie inzetten voor de kinderen en jongeren in Ridderkerk en we zijn dankbaar voor hun betrokkenheid en kundigheid. Met dit stuk willen we inzicht geven én uitnodigen tot verdere verbinding. Samen kunnen we bijdragen aan een stevige basis voor de kinderen en jongeren in onze gemeente. Fleur Stip, wethouder

NOTA ONDERWIJS 2025

3

1. Inleiding Goed onderwijs is essentieel voor de vorming en ontwikkeling van onze jeugd. De gemeente Ridderkerk vindt het belangrijk om kinderen en jongeren zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomst, door actief bij te dragen aan een brede doorgaande ontwikkelingslijn voor alle kinderen en jongeren van 0-18 jaar. In deze Nota Onderwijs 2025 wordt beschreven wat de wettelijke verantwoordelijkheid is van de gemeente op het gebied van onderwijs en ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het gaat veelal om een gezamenlijke verantwoordelijkheid die wordt gedeeld met diverse partners zoals scholen en besturen in het primair en voortgezet onderwijs, samenwerkingsverbanden en kinderopvangorganisaties. Daarom wordt ook stilgestaan bij de wettelijke verantwoordelijkheid van deze partners. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van alle activiteiten in Ridderkerk die bijdragen aan een brede ontwikkeling van kinderen en jongeren van 0-18 jaar (en waar relevant, ook de activiteiten voor jongeren van 18 jaar en ouder). Hierbij wordt beschreven welke partijen de betreffende activiteiten uitvoeren en hoe de samenwerking is georganiseerd. De gemeente en haar partners zetten zich in voor een doorgaande lijn ten aanzien van de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren. Vanuit deze gedachte is de leeftijd niet leidend.

Vanuit de wettelijke kaders bezien, is leeftijd wel een relevante factor. Dit geldt ook voor de activiteiten die worden aangeboden; deze variëren, passend bij de ontwikkelingsfase van kinderen en jongeren. Daarom is ervoor gekozen om deze nota per leeftijdscategorie en ontwikkelingsfase op te bouwen. Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt welke activiteiten in Ridderkerk bijdragen aan een brede ontwikkeling van kinderen en jongeren.

4

NOTA ONDERWIJS 2025

5

2. Wettelijke kaders 2.1 Inleiding Onderwijs is een essentieel onderdeel van onze samenleving; iedere burger heeft op enig moment onderwijs genoten. Onderwijs is dan ook een breed domein waarin, letterlijk en figuurlijk, verschillende werelden samenkomen. Dit geldt ook voor de wetgeving over onderwijs; er is niet een centrale wet of wetboek waarin alle rechtsrelaties worden geregeld. Het gaat om verschillende rechtsrelaties tussen overheid, besturen, ouders (overal waar ‘ouder(s)’ staat, kan ook ‘ouder(s)/ verzorger(s)’ gelezen worden), leerlingen en personeel. Deze rechtsrelaties staan in verschillende wetten beschreven, in het internationale recht, publiekrecht, privaatrecht en arbeidsrecht. Deze nota schetst een beeld van de situatie in Ridderkerk, de beschrijving in dit hoofdstuk beperkt zich dan ook tot de wettelijke kaders die voor dit doel relevant zijn.

2.2 Wettelijke taken gemeente gerelateerd aan onderwijs De gemeente heeft een aantal wettelijke taken als het gaat om onderwijs. Deze wettelijke taken zijn met name gericht op het creëren van gunstige randvoorwaarden; het toegankelijk maken van onderwijs, zorgdragen voor voldoende en veilige schoolgebouwen en de ontwikkelkansen van kinderen en jongeren vergroten.

Openbaar onderwijs Om te beginnen heeft de gemeente op grond van artikel 23 van de Grondwet de taak om te zorgen voor voldoende scholen met algemeen vormend openbaar onderwijs. Dat wil zeggen scholen met onderwijs dat niet uitgaat van een godsdienst of levensovertuiging. In de Wet op het primair onderwijs en in de Wet voortgezet onderwijs 2020 staat nader beschreven op welke wijze de gemeente uitvoering kan geven aan deze taak.

Huisvesting van scholen De gemeente heeft ook de zorgplicht voor de huisvesting van scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs op het grondgebied van de gemeente. In het Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026 van gemeente Ridderkerk is deze wettelijke taak nader omschreven. De gemeenteraad is verplicht een verordening onderwijshuisvesting op te stellen en hierover ‘op overeenstemming gericht overleg’ (OOGO) met de schoolbesturen te voeren.

Leerlingenvervoer Daarnaast schrijven de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs voor dat de gemeente verantwoordelijk is voor noodzakelijk te achten vervoerskosten van en naar school van in de gemeente verblijvende leerlingen. De gemeenteraad dient een regeling vast te stellen waarin de geldende voorwaarden staan beschreven. De voorwaarden voor gemeente Ridderkerk staan beschreven in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Ridderkerk 2023. Het beleidskader doelgroepenvervoer Hoogwaardig en toekomstbestendig onderweg is hieraan gerelateerd; dit beleidskader beschrijft de visie, uitgangspunten en voorwaarden van het doelgroepenvervoer in de gemeente Ridderkerk.

Leer- en kwalificatieplicht De Leerplichtwet 1969 zorgt ervoor dat alle kinderen de kans krijgen om naar school te gaan, behalve in uitzonderingsgevallen die in de wet staan beschreven. Het toezicht op de naleving van deze wet is belegd bij het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders wijst één of meer leerplichtambtenaren aan om deze taak uit te voeren. Kinderen zijn leerplichtig vanaf 5 tot en met 16 jaar. De leerplicht eindigt aan het einde van het schooljaar waarin het kind 16 jaar wordt of na twaalf schooljaren. Na de leerplicht volgt de kwalificatieplicht voor jongeren zonder een zogeheten ‘startkwalificatie’; dat wil zeggen een havodiploma, vwo-diploma of diploma op mbo-niveau 2. Deze geldt vanaf 16 jaar tot de 18e verjaardag. Tijdens de kwalificatieplicht moeten jongeren voltijd naar school óf een combinatietraject van leren en werken volgen.

6

NOTA ONDERWIJS 2025

7

Jongeren onder de 18 jaar, zowel leerplichtige als kwalificatie plichtige, vallen onder de Leerplichtwet 1969 en het toezicht van leerplichtambtenaren. Vanaf 18 jaar staan zij onder toezicht van het Doorstroompunt, voorheen het Regionaal Melden Coördinatiepunt (RMC). In Doorstroompunt-regio’s werken scholen en gemeenten samen om te voorkomen dat leerlingen zonder startkwalificatie van school gaan (Het wetsvoorstel Van school naar duurzaam werk voorziet in een doorlopende aanpak van school naar duurzaam werk voor jongeren tot 27 jaar. Naar alle waarschijnlijkheid gaat deze wet in per januari 2026).

Nieuwkomersonderwijs Nieuwkomers zijn leerplichtige kinderen en jongeren die nieuw zijn in Nederland en het Nederlands nog niet voldoende beheersen. Nieuwkomers leren eerst de Nederlandse taal in een internationale schakelklas (ISK) en stromen daarna door naar een passende onderwijsrichting. Sinds oktober 2023, met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs, is het organiseren van nieuwkomersonderwijs een gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen en gemeenten. De wet regelt een overlegplicht tussen schoolbesturen en het gemeentebestuur.

Onderwijsachterstandenbeleid Het Rijk geeft aan gemeenten geoormerkte middelen ten behoeve van het onderwijsachterstandbeleid (OAB). In de Wet op het primair onderwijs (artikel 158 t/m 163) staat beschreven wat er wordt verwacht van de gemeente en haar OABpartners en waaraan deze middelen moeten worden uitgegeven. Voorschoolse en vroegschoolse educatie zijn belangrijke interventies bij het tegengaan van onderwijsachterstanden. Voorschoolse educatie is een programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten (Zie de Wet kinderopvang: voorschoolse educatie). Kinderopvangorganisaties bieden voorschoolse educatie aan, de gemeente is onder andere verantwoordelijk voor voldoende en goed verspreid aanbod, van goede kwaliteit. Vroegschoolse educatie is de uitvoering van een programma in groep 1 en 2 van een basisschool gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes doorstromen in het basisonderwijs, als vervolg op de voorschoolse educatie (Zie de Wet op het primair onderwijs: vroegschoolse educatie). Schoolbesturen zijn primair verantwoordelijk voor de invulling van vroegschoolse educatie; hiervoor ontvangen zij OAB-middelen van de Rijksoverheid. De gemeente kan hierbij aanvullend ondersteunen op financieel en/of uitvoerend vlak.

Vve staat voor vooren vroegschoolse educatie en betreft het doorlopende aanbod aan peuters en kleuters. De gemeente, schoolbesturen en voorschoolse aanbieders voeren overleg over vve, maar ook over het tegengaan van segregatie en het bevorderen van integratie, zoals wettelijk voorgeschreven. Dit gebeurt in een overleg dat ook wel het overleg over de ‘Lokale Educatieve Agenda’ (LEA) wordt genoemd. De Wet op het primair onderwijs schrijft voor dat dit overleg tenminste een maal per jaar moet plaatsvinden. In de praktijk vindt overleg over de LEA frequenter plaats en worden andere relevante partners ook uitgenodigd om deel te nemen. In het Onderwijsachterstandenbeleid Ridderkerk 2025-2026 is beschreven op welke wijze de gemeente Ridderkerk en haar OAB-partners invulling geven aan het onderwijsachterstandenbeleid voor 2 tot 12 jarigen in Ridderkerk.

Jeugdhulp en passend onderwijs Sinds 2015 is de gemeente volgens de Jeugdwet verantwoordelijk voor alle ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen en jongeren. Dit betekent dat de gemeenteraad elke paar jaar een plan moet opstellen waarin het gemeentelijk beleid wordt beschreven. Dit plan richt zich op verschillende belangrijke thema’s, zoals preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Speerpunten van gemeentelijk jeugdbeleid, die volgen uit de Jeugdwet, zijn onder meer; • Vroege signalering en preventie: Opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen voorkomen, zo vroeg mogelijk herkennen en aanpakken. • Versterken van het opvoedkundige klimaat: Het verbeteren van het opvoedklimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang en het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders. Dit zorgt ervoor dat jongeren in een veilige en stimulerende omgeving kunnen opgroeien.

8

• Veiligheid van jongeren: Het waarborgen van de veiligheid van jongeren in hun opvoedsituatie zodat zij kunnen opgroeien in een gezonde en veilige omgeving. • Integrale hulp bij multiproblematiek: Jongeren en gezinnen die te maken hebben met meerdere problemen tegelijkertijd krijgen geïntegreerde hulp om hen optimaal te ondersteunen. De Beleidsnota Integraal Beleid Sociaal Domein 2021 maakt inzichtelijk wat de gemeente Ridderkerk nastreeft ten aanzien van het gemeentelijk jeugdbeleid, waaronder passend onderwijs. Het doel van passend onderwijs is dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. In het regulier onderwijs is er het speciaal basisonderwijs (sbo), leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Het speciaal basisonderwijs is voor leerlingen met lichte problematiek waarvoor de reguliere basisschool geen ondersteuning kan geven. Op een speciale basisschool zijn de groepen kleiner waardoor kinderen meer aandacht krijgen van de leerkracht en minder last hebben van prikkels. Daarnaast is er meer specifieke expertise aanwezig op school. Leerwegondersteunend onderwijs is er voor vmbo-leerlingen die extra hulp nodig hebben bij het behalen van hun diploma.

Praktijkonderwijs is ook regulier voortgezet onderwijs voor leerlingen met grote leerachterstanden en/of een lichtverstandelijke beperking. Het praktijkonderwijs bereidt deze leerlingen zo goed mogelijk voor op een zelfstandige plek in de samenleving. Dit gebeurt aan de hand van een individueel ontwikkelplan. Iedere leerling volgt een (individuele) leerroute waarin aandacht is voor leren, beroepspraktijkvorming, zelfredzaamheid en persoonlijkheidsontwikkeling. Gespecialiseerd onderwijs is er voor leerlingen die specialistische ondersteuning nodig hebben, die het regulier onderwijs niet kan bieden. Er is speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso). Gespecialiseerd onderwijs is onderverdeeld in vier clusters; • Cluster 1: Onderwijs aan blinde en slechtziende kinderen. • Cluster 2: Onderwijs aan dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraak-taalproblemen. • Cluster 3: Onderwijs aan kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en langdurig zieke kinderen. • Cluster 4: Onderwijs aan kinderen met ernstige gedragsproblemen of psychiatrische problemen. Scholen hebben een zogeheten ‘zorgplicht’ ten aanzien van leerlingen die zich hebben aangemeld en extra ondersteuning nodig hebben.

Indien de school de benodigde ondersteuning niet zelf kan bieden, wordt, in overleg met de ouders, gezocht naar een andere passende onderwijsplek (Zie artikel 40 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 8.9 van de Wet voortgezet onderwijs 2020). Om dit mogelijk te maken, werken scholen in dezelfde regio met elkaar samen binnen een samenwerkingsverband. Een samenwerkingsverband heeft als doel een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen de scholen te realiseren zodat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen (Zie artikel 18a. van de Wet op het primair onderwijs) Er zijn aparte samenwerkingsverbanden voor primair en voortgezet onderwijs. Naast het organiseren van een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen, wordt de verdeling, besteding en toewijzing van de middelen binnen een samenwerkingsverband geregeld. Evenals afspraken omtrent de toeleiding van leerlingen naar speciale scholen voor basisonderwijs, leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs en de procedure en criteria voor de plaatsing van leerlingen op scholen voor speciaal onderwijs (so en vso).

Het samenwerkingsverband stelt tenminste een maal in de vier jaar een ondersteuningsplan vast waarin al deze afspraken worden beschreven (Zie artikel 18a. van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020). De doelstellingen van het gemeentelijk jeugdbeleid en de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden kennen raakvlakken. Daarom is het belangrijk dat deze plannen goed op elkaar worden afgestemd. De Jeugdwet, de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020 stellen het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) verplicht als overleg tussen de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeentebestuurders binnen een regio (Zie artikel 2.2. van de Jeugdwet, artikel 18a. van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020). Er zijn twee soorten op overeenstemming gericht overleg. In het OOGO passend onderwijs bespreekt het samenwerkingsverband zijn ondersteuningsplan met de gemeente. In het OOGO jeugd bespreekt de gemeente haar jeugdplannen met de samenwerkingsverbanden. Deze overleggen kunnen ook worden gecombineerd.

NOTA ONDERWIJS 2025

9

In Ridderkerk worden de verschillende soorten OOGO’s (ten aanzien van huisvesting, onderwijsaanbod voor nieuwkomers, jeugd en passend onderwijs) gecombineerd in de bijeenkomsten ‘Lokale Educatieve Agenda / op overeenstemming gericht overleg (OOGO)’ die vier keer per jaar plaatsvinden.

Overleg

Deelnemende partners

Wettelijk verplicht

Frequentie Ridderkerk

Lokale Educatieve Agenda / op overeenstemming gericht overleg (OOGO)

Gemeentebestuur, schoolbesturen, voorschoolse aanbieders, samenwerkingsverbanden PO en VO, Facet Ridderkerk, CJG Ridderkerk

X (jaarlijks)

4x per jaar

Onderwijsbijeenkomsten 0-12 jaar

Gemeente, medewerkers van basisscholen, kinderopvang, CJG Ridderkerk, wijkteam, samenwerkingsverband PO, Facet Ridderkerk

2x per jaar

Onderwijsbijeenkomsten 12 jaar en ouder

Gemeente, medewerkers van VO scholen, CJG Ridderkerk, wijkteam, samenwerkingsverband VO, politie, jongerenwerkers Facet Ridderkerk

2x per jaar

OAB-stuurgroep

Gemeente, vertegenwoordiging van directeuren basisscholen, vertegenwoordiging van kinderopvangorganisaties, samenwerkingsverband PO, CJG Ridderkerk

4-6 x per jaar

Kinderopvangoverleg

Gemeente, alle kinderopvangorganisaties, CJG Ridderkerk

4x per jaar

Overleg gemeente/politie/ VO scholen

Burgemeester, directeuren van de VO scholen, politie

4x per jaar

Platform Gemeentelijk Toezicht

De wethouders onderwijs uit de gemeenten waarin OZHW-scholen zijn gevestigd en het college van bestuur van OZHW.

2x per jaar

Toelichting: Naast de genoemde overleggen, zijn er meerdere overleggen die worden georganiseerd door partners, zoals het ib-netwerk van samenwerkingsverband RiBA, inspiratiebijeenkomsten et cetera. Medewerkers van de gemeente nemen hieraan deel.

10

NOTA ONDERWIJS 2025

11

3. Onderwijs en ontwikkeling tot en met 12 jaar 3.1 Visie op onderwijs en ontwikkeling in Ridderkerk Uit een literatuurstudie van Pauline Slot en Paul Leseman van de Universiteit Utrecht naar wetenschappelijke kennis over wat werkt voor het ontwikkelen en leren van jonge kinderen (Slot, P., & Leseman, P. (2019), blijkt dat vroeg investeren in kwaliteit essentieel is om kansengelijkheid te bevorderen. De onderzoekers concluderen het volgende: “De educatieve kloof ontstaat al vroeg, nog voor kinderen naar de basisschool gaan en die kloof is bepalend voor verdere ontwikkeling. Recent Nederlands onderzoek heeft laten zien dat de prestatieverschillen van kinderen in groep 8 voor 50-80% verklaard kunnen worden door initiële verschillen bij instroom in de basisschool. Om die reden is het zeer verstandig om te investeren in voorzieningen voor voorschoolse opvang en educatie” (Slot & Leseman, 2019, p. 48). De onderzoekers concluderen vervolgens dat internationaal onderzoek aantoont dat deze vroege investeringen economisch rendabel zijn (Slot & Leseman, 2019). Tevens wordt benoemd dat uit internationaal onderzoek duidelijk wordt dat “een gevarieerd heledag aanbod voor schoolgaande kinderen” de ontwikkelingskansen van kinderen kan vergroten, met name voor kinderen uit achterstandssituaties (Slot & Leseman, 2019).

De bevindingen van deze literatuurstudie onderstrepen de visie van de gemeente Ridderkerk en haar partners: Een brede doorgaande ontwikkelingslijn voor alle kinderen en jongeren van 0-18 jaar om ieder kind zo optimaal mogelijk te kunnen laten ontwikkelen. Op diverse manieren wordt door de partners in Ridderkerk gezamenlijk invulling gegeven aan deze visie. In dit hoofdstuk worden de verschillende activiteiten beschreven die elkaar aanvullen en versterken in het creëren van een brede doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen tot en met 12 jaar. De activiteiten voor jongeren vanaf 12 jaar worden in het volgende hoofdstuk beschreven.

3.2 Kansrijke Start De coalitie Kansrijke Start Ridderkerk is in 2021 gestart met de missie om alle kinderen een kansrijke start te geven door optimale samenwerking tussen het medisch en sociaal domein, waarbij vroeg signaleren, toeleiden en hulp bieden afgestemd zijn. Deelnemers aan de coalitie zijn verloskundigenpraktijken, kraamzorg aanbieders, Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond, een borstvoedingsconsulent, gemeente Ridderkerk en sinds 2024 ook kinderopvangaanbieders. De coalitie Kansrijke Start richt zich primair op zwangeren, met bijzondere aandacht voor aanstaande ouders in kwetsbare omstandigheden. Een gezonde zwangerschap, met een gezonde levensstijl is daarbij het uitgangspunt. Daarnaast richt de coalitie zich ook op professionals die te maken hebben met zwangeren en gezinnen in kwetsbare omstandigheden. Enkele voorbeelden van de acties die worden ingezet: • Professionals krijgen training in gespreksvoering van de methodiek Nu Niet Zwanger. • Het aantal prenatale huisbezoeken door het Centrum voor Jeugd en Gezin Ridderkerk wordt verhoogd. • Een gezamenlijke voorlichting is door verloskundigen, kraamzorg en het CJG opgezet. • Een voorlichtingsaanbod ‘Omgaan met huilen’ is opgezet.

3.3 Onderwijsachterstandenbeleid Ambities In het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) 2025-2026 van Ridderkerk wordt ingezet op het wegwerken van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, zodat zij goed voorbereid het onderwijs instromen en daar gelijke kansen hebben. Met de term onderwijsachterstanden wordt bedoeld dat kinderen op cognitief vlak achterblijven ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. De inzet is gericht op voldoende, kwalitatief hoogwaardig voorschoolse educatie -aanbod en ondersteuning voor peuters met een (risico op) onderwijsachterstand en voldoende, kwalitatief sterke voorzieningen voor schoolgaande kinderen met een taalachterstand, zoals verrijkt kleuteraanbod en schakelklassen. Voorschoolse aanbieders verzorgen voorschoolse educatie en scholen verzorgen vroegschoolse educatie. Momenteel bieden de volgende organisaties voorschoolse educatie aan in Ridderkerk: Yes! Kinderopvang, Kinderopvang SKR, Hadassa Kinderopvang, Kinderdagverblijf De Bron, Kinderopvang Mundo en Kinderopvang Kibeo. De gemeente financiert voor- en vroegschoolse educatie vanuit de OAB middelen en treedt op als regisseur om gezamenlijke afspraken te maken en na te streven. In principe geven voorschoolse aanbieders en scholen zelf invulling aan voor- en vroegschoolse educatie (vve), wel bestaan er eisen ten aanzien van te gebruiken vve programma’s.

De erkenningscommissie van de databank Effectieve

12

NOTA ONDERWIJS 2025

13

jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut heeft de wettelijke eisen omgezet in een aantal criteria. Het gaat onder meer om criteria over inhoud (minimaal taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden) en deelname (960 uur in anderhalf jaar om effectief te kunnen zijn). De partners in Ridderkerk hebben een gezamenlijk einddoel rond de doorgaande lijn voor- en vroegschoolse educatie geformuleerd: voor- en vroegschool werken met elkaar vanuit eenzelfde pedagogische-educatieve visie en met methodes die goed op elkaar aansluiten. De gemeente faciliteert deze ambitie door vanaf 2025 een extra subsidie vroegschoolse educatie in te zetten naast de al bestaande kwaliteitsimpuls vve/OAB.

�ndicatiestelling en toeleiding Het OAB 2025-2026 bevat de doelgroep definitie vve; een beschrijving van welke jonge kinderen in Ridderkerk in aanmerking komen voor voor- en vroegschoolse educatie. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Ridderkerk doet de indicatiestelling voor vve rond 2- jarige leeftijd. CJG Ridderkerk volgt de ontwikkeling van bijna alle jonge kinderen in Ridderkerk, behalve van ouders die niet naar het CJG toegaan met hun jonge kind (circa 2% van de ouders). Het CJG signaleert of een kind een (risico op een) onderwijsachterstand heeft, gebaseerd op de benoemde indicatoren en factoren in de doelgroep definitie. Er zijn 2- en 3 jarigen die naar kinderdagopvang of peuteropvang gaan zonder dat ze een vveindicatie hebben. De pedagogisch medewerkers kunnen vervolgens constateren dat de ontwikkeling van het kind achter blijft. Voorschoolse voorzieningen kunnen op grond van hun expertise dan alsnog adviseren een kind te laten indiceren voor vve door het CJG. Het CJG regelt tevens de toeleiding naar voorschoolse educatie (ve). De meerwaarde van het ve-aanbod wordt met de ouders besproken en indien zij toestemmen, wordt de aanvraag in orde gemaakt.

De gemeente, kinderopvang en basisonderwijs gaan de komende jaren deze drie ondersteuningsstructuren bestendigen en waar nodig uitbreiden. In 2025 is met elkaar een zorgprotocol voor jonge kinderen opgesteld (Het zorgprotocol is als bijlage te vinden in het Onderwijsachterstandenbeleid Ridderkerk 2025-2026). Dit zorgprotocol treedt in werking wanneer er twijfels zijn rond de ontwikkeling van een kind en maakt vroeg signalering, vroegdiagnostiek en vroegtijdige interventie mogelijk. Het samenwerkingsverband PO is in de voorschoolse fase ook betrokken in de monitoring van 3,5 tot 4 jarigen. Hierbij gaat het om vroegtijdige toeleiding naar ambulante ondersteuning in groep 1; passend onderwijs wanneer regulier onderwijs niet haalbaar is en monitoring van dreigende thuiszitters.

Bereik

Nieuwkomersonderwijs

De gemeente zorgt ervoor dat de komende jaren beter zicht komt op het ve-bereik. Hiertoe is in 2024 de Peutermonitor geïmplementeerd. De Peutermonitor brengt alle informatie, die door de peuteropvang en kinderdagverblijven, het CJG en de gemeente wordt geleverd, bijeen in een beveiligde datakluis. Daar worden alle ingevoerde gegevens over de peuters in Ridderkerk gecontroleerd, met elkaar vergeleken en in anonieme data omgezet. Op basis van deze informatie kan de gemeente regie houden op het non-bereik en mogelijke drempels voor ouders voor deelname aan ve wegwerken.

Ouderondersteuning Ouders zijn belangrijke partners als het gaat om het stimuleren van de brede ontwikkeling van hun jonge kind. Veorganisaties bieden op verschillende manieren ouderondersteuning, passend bij hun ve-locatie(s). De partners signaleren dat extra ouderondersteuning nodig is ten aanzien van het vergroten van bewustzijn en opvoedkundige kennis bij ouders over het aanleren van basisvaardigheden aan jonge kinderen. Om extra inzet hierop te kunnen plegen, geeft de gemeente in 2025 een financiële impuls, bekostigd uit de tijdelijke middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs. Enkele voorbeelden van deze extra inzet: Kinderdagverblijf De Bron geeft ontwikkeltassen mee naar huis met informatie en spullen over onder meer zindelijkheidstraining; Yes! Kinderopvang richt op alle ve-locaties samen met het onderwijs een educatieve speel-o-theek op; Hadassa Kinderopvang organiseert onder andere extra ouderbijeenkomsten en Kinderopvang SKR verdiept de betrokkenheid van ouders bij het ve-programma Startblokken mede door hen te inspireren met speel-leer activiteiten voor thuis. Naast deze impuls, stelt de gemeente vanuit het OAB budget structureel middelen beschikbaar om overstijgende ouderbetrokkenheidsactiviteiten te faciliteren.

Zorgondersteuning peuters Het wordt steeds duidelijker dat het voorkomen van onderwijsachterstanden meer en meer verweven is met de achterliggende zorgvraag en welke ondersteuning het kind en de ouders nodig hebben om een goede start mogelijk te maken. Daarom wordt binnen het OAB ook specifiek aandacht besteed aan kinderen die zorg nodig hebben bij hun ontwikkeling, waarbij meer gevraagd wordt dan het ve-aanbod. Deze jonge kinderen en hun ouders krijgen extra ondersteuning.

14

1. Sinds 2019 zijn voorschoolse ondersteuningstrajecten ontwikkeld. Hierdoor krijgen peuters met ondersteuningsvragen op verschillende ontwikkelingsgebieden de juiste ondersteuning. Vaak zijn deze kinderen gebaat bij het werken in kleine groepen en meer individuele aandacht en begeleiding. 2. Er is een structuur opgezet voor vroege signalering. Ouders die twijfels hebben over de ontwikkeling van hun kind hebben een aanspreekpunt en krijgen waar nodig professionele ondersteuning, vanuit het CJG, de kinderopvang of het wijkteam, om de juiste beslissingen te nemen. 3. De voorschoolse aanbieder PIT Kinderopvang en Onderwijs heeft een peuterobservatiegroep opgezet in Ridderkerk onder de naam ‘De Kleine Ridder’, met financiële ondersteuning vanuit de gemeente. Kinderen die in aanmerking komen voor deze observatiegroep hebben meervoudige ontwikkelingsproblematiek en ontwikkelen zich onvoldoende door het ve-aanbod op de ve-groepen. Het perspectief om te kunnen starten in het regulier basisonderwijs is gering. Zij hebben meer ondersteuning nodig dan in de ve-groepen gerealiseerd kan worden. Een wijkteammedewerker is vanuit het wijkteam nauw betrokken bij de groep (en is hiermee de verbindende factor tussen thuis en opvang).

Er is al enige tijd een schakelklas in Ridderkerk bij basisschool De Piramide Centrum; sinds januari 2025 is deze uitgebreid. OZHW, het bestuur waar De Piramide toe behoort, is inhoudelijk verantwoordelijk voor de schakelklassen in Ridderkerk. De gemeente draagt financieel bij aan de schakelklassen vanuit de OAB middelen. De oorspronkelijke schakelklas is bedoeld voor kinderen uit Ridderkerk tussen 6 tot en met 12 jaar die net in Nederland zijn. Zij hebben onvoldoende taalvaardigheid in het Nederlands om aansluiting te kunnen vinden bij leeftijdsgenoten in het regulier onderwijs. Het doel van deze klas is om de kinderen een eerste opvang te bieden en zo snel mogelijk voor te bereiden op het regulier onderwijsprogramma. De nadruk ligt op zich sociaal en emotioneel thuis gaan voelen; de Nederlandse taal leren; een basale invoering in de vak- en vormingsgebieden en het verhelderen van het ontwikkelingsperspectief van de leerling. Kinderen kunnen 2 jaar in deze schakelklas blijven. Daarna stromen ze uit naar het regulier onderwijs. Dit kan op De Piramide zijn, of op een andere school naar keuze van de ouders. Hoe lang een kind in de schakelklas blijft, hangt af van vele factoren waaronder het instroomniveau, het leervermogen en de eventueel belemmerende factoren. Sommige kinderen zitten een paar maanden in de schakelklas, andere kinderen hebben de volle twee jaar nodig.

3.4 Integrale Kindcentra Er zijn zestien basisscholen in Ridderkerk, waarvan één school voor speciaal basisonderwijs; De Burcht, onderdeel van PIT Kinderopvang en Onderwijs (PIT KO). Er zijn basisscholen voor openbaar, protestants-christelijk, rooms-katholiek, christelijk en reformatorisch onderwijs, te weten; De Bosweide, De Piramide Centrum, De Piramide Rijsoord, De Reijer, De Botter en De Noord (schoolbestuur OZHW); De Wingerd, De Klimop Centrum, De Bongerd, De Fontein en De Regenboog (schoolbestuur PCPOBR); de Rehobothschool (schoolbestuur VVCBR); Jenaplanschool de Dr. Schaepmanschool (schoolbestuur RVKO); De Driemaster (schoolbestuur LEV WN) en de Ds. G.H. Kerstenschool (schoolbestuur VOGG). In het voorjaar van 2019 is geïnventariseerd hoe de bestaande samenwerking tussen basisscholen en kinderopvangorganisaties eruit ziet en is onderzocht wat integrale kindcentra (IKC) kunnen toevoegen aan de Ridderkerkse situatie. De bevindingen zijn weergegeven in het rapport Visie op integrale kindcentra. Er bestaan verschillende definities van IKC. In de handreiking De gemeente en integrale kindcentra van Sardes wordt de volgende definitie gebruikt: “Een integraal kindcentrum is een intensieve samenwerking (of zelfs integratie) tussen opvang en (basis) onderwijs” (Studulski & Kruiter, 2016, p. 7).

NOTA ONDERWIJS 2025

15

In eerdergenoemd onderzoek naar de situatie in Ridderkerk, Visie op integrale kindcentra, wordt uiteengezet welke maatschappelijke meerwaarde IKC-vorming kan bieden. Om te beginnen zijn IKC een goed middel om een ononderbroken ontwikkellijn voor kinderen te realiseren; de intensieve samenwerking tussen opvang en onderwijs maakt het mogelijk om de vroege investeringen in de ontwikkeling van kinderen voort te zetten en te verdiepen en idealiter vanuit eenzelfde pedagogische-educatieve visie te werken. Daarnaast wordt het huidige voorzieningenstelsel in Nederland (peuterspeelgroep, dagopvang 0-4 jaar, school, tussenschoolse opvang, buitenschoolse opvang) door ouders als versnipperd ervaren. IKC brengen al deze voorzieningen bij elkaar op één locatie. Dit geldt ook voor zorgvoorzieningen; professionals in de kinderopvang en het onderwijs hebben steeds meer te maken met zorgvragen, signalering, samenwerking en ondersteuning. Ook deze voorzieningen kunnen ingebed worden in de structuur van IKC; hierbij valt te denken aan fysiotherapie, logopedie en het wijkteam. Vanuit het gemeentelijk perspectief bezien, bieden IKC een goede infrastructuur om diverse beleidsterreinen aan elkaar te koppelen.

In het onderzoek wordt opgemerkt dat kinderopvang en onderwijs in de gemeente Ridderkerk voorop lopen in vergelijking met organisaties in andere gemeenten: bijna alle basisscholen in Ridderkerk zijn op weg naar een IKC. Deze bemoedigende constatering heeft geleid tot de vaststelling van de Beleidsregel Huisvesting Integrale Kindcentra bij nieuwbouw en uitbreiding schoolgebouwen zodat bij schoolgebouwen ook ruimte voor kinderopvang kan worden gerealiseerd. Vervolgens is beleid omtrent de huisvesting van integrale kindcentra bij bestaande gebouwen opgenomen in het Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026.

In onderstaand overzicht worden de huidige samenwerkingen tussen basisscholen en kinderopvang weergegeven.

School

Schoolbestuur

Kinderopvang

Wijk

De Wingerd

PCPOBR

Kinderopvang SKR

Oost

De Klimop Centrum

PCPOBR

Kinderopvang SKR

Centrum

De Regenboog

PCPOBR

Kinderopvang SKR

Slikkerveer

De Bongerd

PCPOBR

Kinderopvang SKR

Drievliet

De Fontein

PCPOBR

Kinderopvang SKR

Bolnes

De Bosweide

OZHW

Yes! Kinderopvang

Bolnes

De Botter

OZHW

Yes! Kinderopvang

Drievliet

De Noord

OZHW

Yes! Kinderopvang

Drievliet

De Piramide

OZHW

Yes! Kinderopvang

Centrum

De Piramide Rijsoord

OZHW

Yes! Kinderopvang

Rijsoord

De Reijer

OZHW

Yes! Kinderopvang

Slikkerveer

De Driemaster

LEV WN

Kinderopvang To Be Kind

West

Dr. Schaepmanschool

RVKO

Kinderopvang Mundo

Centrum

Rehobothschool

VVCBR

Er is een samenwerking met Hadassa Kinderopvang, de organisaties zijn echter niet in hetzelfde gebouw gehuisvest

Centrum

Ds. G.H. Kerstenschool

VOGG

Er is een samenwerking met Hadassa Kinderopvang, de organisaties zijn echter niet in hetzelfde gebouw gehuisvest

Centrum

De Burcht

PIT KO

Specialistische buitenschoolse opvang (bso+) vanaf tweede helft 2025

Slikkerveer

Ter illustratie de invulling van de samenwerking tussen De Fontein en Kinderopvang SKR in Bolnes: • Er wordt gewerkt aan een doorlopende lijn van peuter naar kleuter via onder meer warme overdrachten, gezamenlijke oudergesprekken en observatieverslagen. • Er worden koffieochtenden georganiseerd waarin ouders kennismaken met het programma van school én opvang. • Er wordt ingezet op ouderpartnerschap door ouders actief te betrekken bij thematische activiteiten zoals de herfstwandeling, techniekweek en cultuurochtenden. Niet alle kinderopvangorganisaties zijn gekoppeld aan een school. Er is regelmatig overleg tussen de gemeente en de kinderopvangorganisaties in Ridderkerk. Bij dit overleg sluiten de organisaties die niet in bovenstaand tabel vermeld staan, ook aan; Kinderdagverblijf De Bron, Kinderopvang Kibeo en Kinderdagverblijf De Witte Lelie. 16

NOTA ONDERWIJS 2025

17

Sport en gezonde leefstijl

3.5 Brede ontwikkeling Brede School Ridderkerk Professionals op basisscholen en kinderopvang zetten zich dagelijks in voor kinderen. Dit doen zij vanuit de unieke visie en identiteit van de organisatie. Tegelijkertijd is de ambitie hetzelfde; kinderen ondersteunen in hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Uitgangspunt hierbij is alle kinderen gelijke kansen te bieden. Om deze ambitie op wijkniveau te ondersteunen, bestaat de Brede School Ridderkerk. De Brede School Ridderkerk is een netwerk in de wijk voor kinderen en jeugd en biedt activiteiten aan op het gebied van sport, beweging, kunst en cultuur, leesbevordering, welzijn en gezondheid, zowel onder schooltijd (maatwerk) als na schooltijd. Facet Ridderkerk coördineert de Brede School activiteiten in opdracht van de gemeente. Elke wijk heeft een eigen wijkcoördinator en een programmagroep. In de programmagroep zitten vertegenwoordigers van onderwijs en kinderopvang uit de wijk. Samen bepalen zij het aanbod voor de kinderen per wijk. Daarnaast voeren de wijkcoördinatoren ook gesprekken met alle scholen en kinderopvanglocaties apart. Tijdens deze gesprekken wordt het maatwerk, activiteitenaanbod onder schooltijd, op de desbetreffende scholen en kinderopvanglocaties bepaald. Binnen de Brede School Ridderkerk ligt de focus op de pijlers van positieve gezondheid. 1.

Mijn lichaam: lichamelijk fit en gezond zijn, gezond eten en voldoende bewegen, goed en genoeg slapen. 2. Mijn gevoelens en gedachten: cognitief en emotioneel goed kunnen functioneren, eigenwaarde en zelfrespect hebben, over mentale veerkracht beschikken. 3. Nu en later: het ervaren en creëren van toekomstperspectief, zingeving. 4. Lekker in je vel zitten: geluk beleven, genieten en vrolijk zijn, steun ervaren van anderen en een fijne omgeving ervaren. 5. Meedoen: vrienden en vriendinnen hebben, het gevoel hebben ergens bij te horen en geaccepteerd te worden, op je eigen manier kunnen bijdragen aan de samenleving. 6. Dagelijks leven: zorgen voor jezelf, kunnen omgaan met tijd (plannen), kunnen omgaan met geld, hulp kunnen vragen, je grenzen kennen (bijvoorbeeld omgaan met drugs en alcohol), naar school kunnen gaan en vrije tijd hebben.

Theater, zang en dans!

Sportproeverij

Crazy Food Challenge

Wil jij de nieuwe musical ster worden? Dutch Junior Musical Academy komt speciaal naar Bolnes om talent te scouten. Tijdens de activiteit zullen de kinderen op een speelse manier kennis maken met theater, dans en zang.

Kennismaken met allerlei verschillende sporten? Kom dan naar Sport & Spel op het Cruijff Court! We zullen elke week kennismaken met een andere sport. Welke sport we gaan doen is iedere week een verrassing, maar één ding is zeker het is altijd leuk en uitdagend!

Ben jij klaar voor een avontuur vol gekke smaken, bizarre combinaties en onvergetelijke momenten? Doe mee met de Crazy Food Challenge en test je grenzen! We hebben de meest verrassende en vreemde gerechten, alleen de echte durfal kan het aan! Wees er snel bij, want vol = vol Locatie: Sportcentrum Drievliet

Naast het aanbod in de wijken is er een wijkoverstijgend activiteitenaanbod in de vorm van de Club+ voor kinderen met een (mogelijke) beperking, zoals autisme, ADHD, hechtingsproblemen, angststoornis, licht verstandelijke beperking, die geen of weinig aansluiting vinden binnen het regulier activiteitenaanbod. Club+ wordt in samenwerking met het wijkteam georganiseerd. Alle brede school activiteiten zijn gratis toegankelijk.

18

Ridderkerk Vet Gezond helpt en inspireert inwoners om voor een gezonde leefstijl te kiezen. Een stuurgroep stuurt het programma aan en schept de nodige voorwaarden. De stuurgroep wordt gevormd door de wethouder Welzijn, een programmamanager vanuit de gemeente, de regisseurs Vet Gezond en directeur-bestuurder van Facet Ridderkerk, de manager JGZ van het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond en een vertegenwoordiger van de partners uit het bedrijfsleven. Vet Gezond richt zich ook op kinderen en ouders in het kader van preventie. Hiervoor wordt samengewerkt met basisscholen. Belangrijke doelen zijn overgewicht bij kinderen vroegtijdig signaleren en terugdringen; een gezond schoolklimaat creëren voor kinderen en ouders om goed te kunnen functioneren op school en kinderen op een leuke en leerzame manier kennis laten maken met verantwoordelijke traktaties en gezonder eten en drinken. Scholen doen vaak al veel op het gebied van een gezonde leefstijl. Zo zijn er scholen die hun leerlingen een gezond ontbijt of fruit aanbieden. De Vet Gezond-regisseurs stemmen dan ook goed af met de scholen om te bepalen welke projecten van aanvullende waarde kunnen zijn. Enkele voorbeelden zijn smaaklessen op scholen om kinderen kennis te laten maken met groente en fruit of activiteiten zoals Fit en Run of The Daily Mile om kinderen meer en samen te laten bewegen.

Op scholen organiseren de sportmedewerkers van Facet diverse projecten in het kader van bewegen, talentontwikkeling en gezonde leefstijl. Daarnaast zetten zij ook in op pesten en omgang met elkaar in de klas. Dit doet Facet door middel van het aanbieden van Rots en Water lessen, eventueel in combinatie met voorlichting vanuit het jongerenwerk van Facet. Een mooi middel om kinderen met elkaar te laten bewegen, kennis te laten maken met sport en door te laten stromen naar verenigingen of sportaanbieders, zijn de sportdagen. Facet organiseert samen met scholen en verenigingen de sportdagen in het voorjaar en in de winter. Hierdoor kunnen scholen twee keer per jaar deelnemen aan de sportdagen.

Loopbaanoriëntatie De Stichting Samenwerking Onderwijs Bedrijfsleven Ridderkerk (SOB) verbindt in opdracht van de gemeente bedrijven en onderwijs met elkaar om de regio te versterken. Met evenementen geeft de stichting Ridderkerkse scholieren de kans om vroeg kennis te maken met het regionale bedrijfsleven. Jaarlijks organiseert SOB het Techniekfestival voor leerlingen van groep 7 van de basisschool. Diverse bedrijven, de middelbare scholen van Ridderkerk en de brandweer geven de leerlingen interactieve workshops om hen te laten kennismaken met techniek in brede zin; van het timmeren van een fotolijstje tot het leren vliegen met een drone.

Culturele activiteiten De labels Samen Ontwikkelen door Cultuur (SOC), ToBe en Popcentrale opereren gezamenlijk onder de noemer Stichting Cultuureducatie, de basisvoorziening voor cultuureducatie en -participatie in de regio. Cultuureducatie bestaat uit muziek, dans, beeldende vorming, theater, literatuur, cultureel erfgoed en alles daar tussenin en met elkaar gecombineerd. Gemeente Ridderkerk participeert binnen de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK4), samen met andere gemeenten in het werkgebied van SOC. Binnen CmK4 (2025-2028) worden programma’s op maat ontwikkeld, georganiseerd en geïmplementeerd. Dankzij deze regeling krijgt elke school, kinderopvang- of culturele organisatie de kans om cultuureducatie structureel te verankeren in hun curriculum. Dat kan door leerlijnen of methodes te implementeren, trainingen te volgen, vraagstukken te bespreken en cultuurmiddagen of projecten te ontwikkelen. Jaarlijks vindt project KIEM plaats. KIEM staat voor Kunst in Experiment en Maken. Dit project vindt altijd plaats rondom de Kinderboekenweek en sluit ook aan bij het thema. Deze complete ervaring – van kinderen uit het klaslokaal halen en naar een bijzondere plek brengen – biedt grote meerwaarde.

Door cultuureducatie en -participatie te stimuleren, draagt de gemeente bij aan de belangrijke doelstelling om kinderen op jonge leeftijd kennis te laten maken met cultuur en zich persoonlijk te ontwikkelen. De afsluitende musical in groep 8 van de basisschool is een mooie theaterbeleving voor jongeren, die de gemeente ook graag ondersteunt. Dit wordt gedaan door de theaterzaal in het gemeentehuis, de Hofzaal, kosteloos beschikbaar te stellen aan alle basisscholen (voor het basispakket).

NOTA ONDERWIJS 2025

19

Voorlichtingen

Jeugdeducatiefonds

Naast het regulier onderwijsprogramma zijn er talloze activiteiten en voorlichtingen waar basisscholen gebruik van kunnen maken, veelal financieel en organisatorisch ondersteund door de gemeente. Enkele voorbeelden: • Voorlichting over verkeersveiligheid en verkeerseducatie, onder andere via het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland. • Afval educatie, verzorgd door de BAR Afvalcoaches. • Gastlessen van de wijkbrandweerman Ridderkerk. • De gemeentesafari waarin leerlingen een kijkje nemen op het gemeentehuis en leren welke functies er binnen de gemeente zijn. • Vanuit het jongerenwerk van Facet voorlichting over “Hoe overleef ik de brugklas’, ‘Social media’ en ‘Pesten’ voor leerlingen van groep 7 en 8. In de voorlichting over ‘Social Media’ kan omgaan met AI aan bod komen. Hierbij wordt onder andere ingegaan op ‘wat is echt en wat is nep’.

De missie van het Jeugdeducatiefonds is het vergroten van de ontwikkelingskansen van kinderen die in armoede opgroeien. Dit doen ze door basisscholen in staat te stellen om kinderen te geven wat ze nodig hebben. Scholen die zich aanmelden, worden eerst gecertificeerd, waarna jaarlijks een bedrag wordt gereserveerd voor de school. Een belangrijke voorwaarde waar een school aan moet voldoen voor certificering, is dat minstens de helft van de leerlingen opgroeit in ‘relatieve armoede’. Deze gegevens staan vermeld in de Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs-rapportage van de school. Verder is het noodzakelijk dat de gemeente waar de school is gehuisvest, toezegt om een financiële bijdrage te leveren. Eenmaal gecertificeerd, kunnen scholen verschillende producten en diensten aanvragen bij het fonds, voor een hele groep of voor individuele leerlingen. De aanvragen kunnen gericht zijn op één of meerdere ontwikkelgebieden: cognitieve ontwikkeling; sociaal-emotionele ontwikkeling; culturele ontwikkeling; maatschappelijke oriëntatie; verbetering van de thuissituatie en gezondheid en beweging. In Ridderkerk maken momenteel negen basisscholen gebruik van het Jeugdeducatiefonds. Het gaat om de volgende basisscholen (stand per juli 2024): De Bosweide, De Piramide, De Fontein, Dr. Schaepmanschool, De Noord, De Reijer, De Klimop Centrum, De Wingerd en De Burcht.

Door samenwerkingen met bedrijven is er extra aanbod voor scholen in Ridderkerk, zoals boeken die beschikbaar worden gesteld door partners. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van het Programma Schoolmaaltijden, een landelijk programma dat is bedoeld voor basisscholen en middelbare scholen waarvan minstens 30% van de leerlingen uit een huishouden komt met een laag inkomen. Door het organiseren van eten op school of een boodschappenkaart beschikbaar te stellen aan ouders, dragen scholen eraan bij dat hun leerlingen met een gevulde maag kunnen leren. De Bosweide, De Reijer en De Fontein kiezen bijvoorbeeld voor de optie van het beschikbaar stellen van een boodschappenkaart.

Leesbevordering, digitale geletterdheid en vrijwilligers De gezamenlijke maatschappelijke opgave van het onderwijs en bibliotheken is om het (voor)leesplezier, de leescultuur en daarmee de leesvaardigheid van kinderen tot 18 jaar (met name van taalzwakke doelgroepen) de komende jaren te laten stijgen. De missie van Bibliotheek AanZet is om kinderen en jongeren betrouwbare informatie te bieden, hen te helpen bij leesplezier, taalontwikkeling en digitale geletterdheid, en hen een plek te geven waar ze zich prettig voelen. In 2026 wordt onder de noemer ‘Introductie Digitale Geletterdheid’ een aanbod voor onderwijsteams en ouders ontwikkeld. Tijdens oudermomenten en teamsessies worden actuele thema’s behandeld zoals het gebruik van AI en het herkennen van nepnieuws. Hiermee wordt de digitale weerbaarheid op school en thuis versterkt. Leesconsulenten volgen op dit moment de training Mediawijsheid om dit inhoudelijk vorm te geven. Momenteel richt Bibliotheek AanZet zich voornamelijk op leesbevordering en het bevorderen van (voor)leesplezier, samen met de gemeente en diverse lokale partners.

• Hoe eerder kinderen in aanraking komen met taal, hoe beter. Door het aanbieden van een passende collectie en aansprekende activiteiten draagt Bibliotheek AanZet op structurele wijze bij aan het stimuleren van taalontwikkeling bij het jonge kind. De programma’s BoekStart in de bibliotheek en/of in de kinderopvang; Ukkie Drive-In en andere voorleesprogramma’s laten het belang van (voor)lezen zien, informeren ouders op het gebied van taalontwikkeling en stimuleren ontmoeting. In Ridderkerk maken 23 kinderopvanglocaties gebruik van het basispakket. • Voor kinderen van 4-12 jaar zet Bibliotheek AanZet in op het (verder) vergroten van het leesplezier bij het schoolgaande kind. Dit gebeurt onder andere door een duurzame samenwerking aan te gaan met het basisonderwijs middels de Bibliotheek op school. Ervaren consulenten helpen leerkrachten en directie het leesplezier bij kinderen te optimaliseren en fungeren als kennispartner van het onderwijs. In de vestigingen worden diverse activiteiten georganiseerd om kinderen (nader) kennis te laten maken met de bibliotheek en de collectie, zoals Het Leesfeest, de Kinderboekenweek en Vakantielezen. Vrijwel alle basisscholen in Ridderkerk maken gebruik van een basispakket. De Reijer en De Piramide werken met Bibliotheek op school en De Fontein en De Botter starten hier binnenkort mee.

• Stichting Lezen Oké! zet zich vanaf het jaar 2000 in voor het basisonderwijs en vve om het taal- en leesonderwijs te verrijken. Ieder jaar organiseert Lezen Oke! voor alle kinderen van de deelnemende basisscholen een activiteit of voorstelling rond de Kinderboekenweek. • Vrijwilligersorganisaties Gilde Ridderkerk voert diverse projecten uit, ook in het basisonderwijs. Vrijwilligers van Gilde Ridderkerk komen op enkele scholen een bepaalde periode wekelijks een half uurtje voorlezen in kleine groepjes en soms individueel. • Vrijwilligers van Gilde Ridderkerk zetten zich ook in voor het project Coach4You; een project dat bedoeld is om de overstap van de basisschool naar de middelbare school te vergemakkelijken. De coach komt 1x per week gedurende 18 maanden bij de leerling thuis en helpt hem/haar te wennen aan de nieuwe school, het bijhouden van de agenda, het plannen van het huiswerk en zelfstandig werken.

20

3.6 Passende zorg en ondersteuning Kinderen leren op verschillende manieren en in verschillende tempo’s; leerkrachten in het basisonderwijs zijn toegerust om hierop in te spelen. Soms heeft een kind extra ondersteuning nodig, maar er kan ook sprake zijn van een grotere zorgvraag. Hiervoor zijn er verschillende voorzieningen op school en in het netwerk rondom de school, voor kinderen en hun ouders. In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van deze voorzieningen in Ridderkerk.

Passend onderwijs De meeste basisscholen en schoolbesturen in Ridderkerk nemen deel aan het samenwerkingsverband passend onderwijs Ridderkerk, Barendrecht en Albrandswaard (RiBA). De Rehobothschool en de Ds. G.H. Kerstenschool nemen deel aan het samenwerkingsverband Berséba, een landelijk samenwerkingsverband van reformatorische scholen voor basisonderwijs en speciaal (basis-)onderwijs. Binnen een samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt over de ondersteuning die iedere basisschool biedt, de zogeheten ‘basisondersteuning’. Zowel binnen RiBA als binnen Berséba is de afspraak dat elke school handelingsgericht werkt en in staat is om preventieve en lichte ondersteunende interventies uit te voeren in de klas. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het tegemoetkomen aan verschillen in cognitieve of sociaal-emotionele eigenschappen tussen leerlingen en het toepassen van dyslexie- en dyscalculieprotocollen. Zo hebben alle basisscholen in Ridderkerk passend aanbod voor meer- en hoogbegaafde leerlingen. • De vijf openbare scholen in Ridderkerk die onder de Stichting OZHW vallen, hebben voor hoogbegaafde leerlingen uit de groepen 5 tot en met 7 een passend onderwijsaanbod gerealiseerd, de Erasmusklas. Het aanbod houdt in dat hoogbegaafde leerlingen één dag per week in de Erasmusklas zitten en de rest van de week regulier onderwijs volgen in hun eigen klassen.

De Erasmusklas is gehuisvest in De Piramide Centrum, de begeleiding van deze groep gebeurt door de directeur en twee intern begeleiders van De Bosweide en De Piramide. • De Raket is de bovenschoolse plusklas van elf basisscholen van de stichting PCPO Barendrecht en Ridderkerk en is gehuisvest in het schoolgebouw van CBS De Hoeksteen in Barendrecht. Meer– en hoogbegaafde kinderen uit de groepen 1 tot en met 8 krijgen een dagdeel onderwijs en begeleiding van een specialistisch opgeleide leerkracht. Vanuit De Raket wordt ook ambulante begeleiding gegeven aan de leerkrachten in de reguliere klassen binnen PCPO Barendrecht en Ridderkerk.

NOTA ONDERWIJS 2025

21

Naast deze bovenschoolse voorzieningen, worden meer- en hoogbegaafde leerlingen ook op de eigen school passend begeleid. • Op de PCPO scholen werken deze leerlingen voornamelijk in de eigen klas aan eigen doelen en wordt ingezet op zowel compacten, verdiepen als verbreden. Net als andere kinderen van de klas mogen zij ook met regelmaat buiten de groep aan een opdracht werken, afhankelijk van de organisatie. • Ook op de OZHW scholen wordt gewerkt met compacten en verrijken. Voor kinderen in groep 5 tot en met 8 die behoefte hebben aan extra uitdaging buiten het reguliere onderwijsaanbod, is er op De Botter een Plusklas. De Noord start in schooljaar 2025-2026 met een nieuwe voltijds (hoog)begaafdheidsgroep voor leerlingen in de groepen 6 en 7, mede mogelijk gemaakt door het gemeentelijk beleid in het Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026, waarin de te realiseren oppervlakte bij nieuwbouw en uitbreiding voor passend onderwijs en extra begeleiding van leerlingen is verhoogd. • De Rehobothschool heeft een coördinator meer- en hoogbegaafdheid. Binnen de leerlingenzorg is er aandacht voor kinderen die zich, in vergelijking met leeftijdgenoten, de leerstof erg snel eigen maken. Wanneer het vermoeden van meer- of hoogbegaafdheid bestaat, vindt er op school een screening plaats en volgt een gesprek met de ouder(s) van het betreffende kind.

Binnen alle groepen wordt ingezet op compacten, verdiepen en verrijken voor leerlingen die extra uitdaging nodig hebben. Kinderen komen vanaf groep 3 wekelijks samen met hun peer-group zodat er aansluiting gevonden kan worden onder gelijkgestemden. • Op de Ds. G.H. Kerstenschool wordt ook binnen de groep gedifferentieerd en worden meer- en hoogbegaafde leerlingen daarnaast begeleid door een tweetal plusklasbegeleiders. Deze leerlingen volgen niet alle reguliere lessen, krijgen versneld de lesstof aangeboden en kunnen daardoor veelal zelfstandig aan opdrachten werken die een passend beroep doen op hun capaciteiten. • De Dr. Schaepmanschool werkt met een geïntegreerd hoogbegaafdheid aanbod. Het uitgangspunt van de school is dat alle kinderen ‘het leven leren’ in heterogene stamgroepen zodat ze van en met elkaar kunnen leren. Door (hoog) begaafde kinderen meerdere dagen in de week op te laten trekken met hun ‘peers’ en te werken met een top-down benadering, wordt gewerkt aan veiligheid, welbevinden en meer optimale ontwikkeling voor deze kinderen. • De Driemaster kent de Prismaklas voor kinderen die extra uitdaging nodig hebben. De kinderen hebben zelf de naam van deze klas bedacht. De naam is gekozen omdat een prisma licht in alle richtingen verspreidt, net zoals de Prismaklas zich richt op alle aspecten van het leren.

Een dag in de week komen de kinderen in de Prismaklas bij elkaar om aan speciale projecten te werken. Hierbij is er aandacht voor zelf onderzoeken en ontdekken en zelfstandig plannen, maar ook leren om samen te werken. Indien wordt gesignaleerd dat een kind meer nodig heeft dan de basisondersteuning en de extra ondersteuning die een school zelf kan bieden, wordt in overleg met de ouders de hulpvraag geformuleerd en wordt het samenwerkingsverband ingeschakeld. De route binnen de twee samenwerkingsverbanden is vergelijkbaar, maar kent ook verschillen. De route van beide samenwerkingsverbanden ziet er als volgt uit: 1. De school stelt een ontwikkelingsperspectief op voor het kind en aan de hand hiervan vindt een bespreking plaats in het schoolondersteuningsteam. Bij dit gesprek zijn in ieder geval aanwezig: de intern begeleider en de leerkracht van de school, de schoolcontactpersoon vanuit het wijkteam en de ouders. Indien nodig, kunnen er nog andere deskundigen aansluiten, bijvoorbeeld de jeugdverpleegkundige of de leerplichtambtenaar. Bij RiBA sluiten tevens een gedragswetenschapper en ambulant ondersteuner van het samenwerkingsverband aan en bij Berséba, indien nodig, een orthopedagoog. Een dergelijk gesprek kan voldoende informatie opleveren om vervolgens in de klas of op school te werken aan de gestelde doelen voor het kind. 2.

Indien dit niet het geval is, kan een arrangement voor extra ondersteuning worden aangevraagd. RiBA biedt twee soorten arrangementen aan: > Ambulante ondersteuning: Begeleiding voor de leerkracht om beter aan te sluiten op de onderwijsbehoeften van de leerling. > Passendonderwijsarrangement: Financiële middelen om ondersteuningsvragen binnen de school zelf op te pakken. Indien mogelijk, wordt een arrangement ontwikkeld tot een groepsarrangement zodat andere leerlingen, eventueel ook van andere scholen, er baat bij hebben. RiBA stimuleert deze werkwijze en doet hiervoor de toeleiding.

22

Binnen het Loket van Berséba wordt gezocht naar de noodzakelijke ondersteuning. Deze kan bestaan uit een extra ondersteuningsarrangement (inclusief ambulante begeleiding vanuit het speciaal (basis)onderwijs), (een advies voor) nader onderzoek, expertise van naburige basisscholen binnen Berséba, plaatsing op een andere basisschool of in een tussenvoorziening. 3. Hierna kan blijken dat een nieuw onderwijsperspectief voor de leerling nodig is, dan volgt de laatste stap. Binnen RiBA is de volgende stap ‘handelingsgericht integraal arrangeren’ (hia). Het hia-gesprek wordt gevoerd onder leiding van een onafhankelijke trajectbegeleider van RiBA. Bij het gesprek zijn aanwezig: de ouders, de leerkracht en intern begeleider van de school, de gedragswetenschapper en de ambulant ondersteuner van RiBA en een medewerker van het wijkteam. Eventueel ook externe deskundigen, met toestemming van de ouders. Alle betrokkenen stellen met elkaar vast wat de leerling nodig heeft om met plezier naar school te gaan en zich zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen. Een uitkomst kan zijn dat een school voor speciaal (basis)onderwijs beter past bij de leerling. Voor een plaats op een school in het speciaal (basis)onderwijs is altijd een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) nodig. De school kan deze tlv aanvragen bij RiBA op basis van het hia-gesprek.

De school kan een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) indienen bij het Loket van Berséba. Het ontwikkelingsperspectief is het basisdocument voor de aanvraag van een tlv. Met de tlv kunnen kinderen geplaatst worden op een speciale (basis)school. De ouders kiezen de school. Dit kan een Berséba-school zijn, maar ook een school buiten Berséba. De intern begeleider informeert ouders en ondersteunt hen bij te nemen stappen. Het vervoersvraagstuk is een belangrijk onderdeel van de zoektocht naar een beschikbare passende plek. De gemeente en de samenwerkingsverbanden zetten in op thuisnabij onderwijs, zoals benoemd in het beleidskader doelgroepenvervoer Hoogwaardig en toekomstbestendig onderweg. De inzet is gericht op het aanbieden van meer passende onderwijsplekken binnen de eigen regio door het aanbod in de regio mee te ontwikkelen met de vraag, binnen de regio meer plaatsen te creëren en goed af te stemmen met omliggende regio’s over vrijgekomen plaatsen en herplaatsing.

Schoolcontactpersonen Alle basisscholen in Ridderkerk hebben een schoolcontactpersoon; een medewerker van het wijkteam Ridderkerk die een aantal uur per week beschikbaar is voor de school. Schoolcontactpersonen zijn aanwezig op school en hun inzet is erop gericht om problemen bij kinderen vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. Zij vervullen een brugfunctie tussen het kind, ouders, school en jeugd- en zorginstellingen. De problemen waarbij een schoolcontactpersoon kan ondersteunen variëren, ook in de mate van ernst. Er kan sprake zijn van veranderend gedrag in de klas, concentratieproblemen, geen aansluiting vinden in de klas, een lastige thuissituatie enzovoorts. De schoolcontactpersoon voert individuele gesprekken met leerlingen zodat zij zich gehoord en gesterkt voelen. Een traject bestaat gemiddeld uit vijf gesprekken. De schoolcontactpersoon koppelt ook terug aan de ouders, met mogelijke adviezen en tips. Op deze manier kunnen leerlingen en ouders preventief en laagdrempelig geholpen worden. De schoolcontactpersoon sluit vaak aan bij een schoolondersteuningsteam- en hia-gesprek zoals hierboven geschetst. Indien andersoortig hulp nodig is, weet de schoolcontactpersoon de weg naar de juiste hulpverleners en andere wijkteammedewerkers, waardoor snel kan worden geschakeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1186/documents/41572