CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

MRDH Begroting 2026 - vastgesteld.pdf

Commissie Samen leven RK 13 november 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 8: Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen38.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021:

De volgende tabel geeft voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weer. Bedragen in euro’s

Incidentele baten en lasten

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

21.509.061

4.000.000

0

0

0

0

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

Incidentele lasten per programma 1.549.647

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

3. Economisch Vestigingsklimaat

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

0

0

0

0

0

23.058.708

6.189.008

2.120.983

977.591

0

0

1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

15.509.061

0

0

0

0

0

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

1.549.647

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

3. Economisch Vestigingsklimaat

218.650

0

0

0

0

0

Overhead

36.871

0

0

0

0

0

Totaal

17.314.229

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

Saldo van incidentele baten en lasten

5.744.479

4.000.000

0

0

0

0

Totaal Incidentele baten per programma

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

67

Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen. Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (een incidentele baat). Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel gekenmerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht. Bedragen in euro’s Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Toevoeging aan risicoreserve financieringen

6.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Bijdragen derden aan onderzoek verkeer en openbaar vervoer

273.874

0

0

0

0

0

Subsidie SOV-herijkingscompensatie

15.235.187

0

0

0

0

0

Totaal

21.509.061

4.000.000

0

0

0

0

Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU. Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel aangemerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2027 moeten zijn uitgevoerd. Bedragen in euro’s Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Incidentele bijdragen derden Totaal

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

1.512.077

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

37.570

0

0

0

0

0

1.549.647

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

68

Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 moet de MRDH, op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies, de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten verantwoorden. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Het betreft voor 2024 de onttrekking aan het vrije deel binnen de reserve zodat dit in 2024 kon worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van de Strategische Agenda (Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties). Stuctureel begrotingssaldo De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren volgens een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn. Bedragen in euro’s Presentatie van het structureel begrotingssaldo

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Saldo baten en lasten

6.613.055

4.000.000

0

0

0

0

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-5.781.350

-4.000.000

0

0

0

0

Begrotingssaldo

831.705

0

0

0

0

0

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

5.744.479

4.000.000

0

0

0

0

Structureel begrotingssaldo

6.576.184

4.000.000

0

0

0

0

Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

69

5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2026 is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en berekend volgens de percentages van de Financiële verordening. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single information, Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel.

De financiële gevolgen hiervan worden toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedingstekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering ov-bedrijven Eind 2016 besloot de MRDH om de financiering van activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dit doet de MRDH voor zover de samenhangende kapitaallasten via de railconcessie worden vergoed. Hiervoor zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Na de opbouw van de nodige risicoreserve blijven hierdoor structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Op 10 februari 2025 heeft het algemeen bestuur van de MRDH de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH vastgesteld en is de Verordening bussenleningen ingetrokken. In de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH is het nu ook mogelijk voor vervoerbedrijven om naast leningen voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur leningen aan te trekken voor de financiering van strategische busstallingslocaties.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

70

Geprognosticeerde balanscijfers Bedragen in euro’s ACTIVA

Jaarrekening 31-12-2024

Raming 31-12-2025

Raming 31-12-2026

Raming 31-12-2027

Raming 31-12-2028

Raming 31-12-2029

Materiële vaste activa (art. 35)

702.255

438.768

199.845

95.551

50.961

28.649

Investeringen met economisch nut

702.255

438.768

199.845

95.551

50.961

28.649

1.067.709.055

1.216.508.138

1.288.726.282

1.327.718.764

1.318.230.892

1.254.683.501

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen

1.067.708.054

1.216.507.137

1.288.725.281

1.327.717.763

1.318.229.891

1.254.682.500

Totaal vaste activa

1.068.411.310

1.216.946.906

1.288.926.127

1.327.814.315

1.318.281.853

1.254.712.150

673.387.024

614.121.536

591.134.590

465.303.976

551.476.138

487.460.030

40.021.824

47.500.000

47.500.000

47.500.000

47.500.000

47.500.000

0

0

0

0

0

0

628.229.817

564.621.536

541.634.590

415.803.976

501.976.138

437.960.030

5.135.383

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

Liquide middelen (art. 40)

50.148

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Banksaldi

50.148

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Overlopende activa (art. 40a)

52.793.533

26.000.000

26.000.000

26.000.000

26.000.000

26.000.000

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen

27.079.898

6.000.000

6.000.000

6.000.000

6.000.000

6.000.000

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

25.713.635

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

726.230.705

643.647.545

628.213.015

509.934.817

596.106.979

539.643.287

1.794.642.015

1.857.118.442

1.906.110.717

1.819.168.291

1.895.807.992

1.768.222.181

Vaste activa (art. 33)

Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

Totaal vlottende activa Totaal activa

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

71

PASSIVA

Jaarrekening 31-12-2024

Raming 31-12-2025

Raming 31-12-2026

Raming 31-12-2027

Raming 31-12-2028

Raming 31-12-2029

42.034.603

45.202.898

45.202.898

45.202.898

45.202.898

45.202.898

0

0

0

0

0

0

Bestemmingsreserves

41.202.899

45.202.898

45.202.898

45.202.898

45.202.898

45.202.898

Gerealiseerde resultaat

831.704

0

0

0

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46)

1.068.480.636

1.216.507.137

1.288.725.281

1.327.717.763

1.318.229.891

1.254.682.500

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

1.067.699.386

1.216.507.137

1.288.725.281

1.327.717.763

1.318.229.891

1.254.682.500

1.110.515.239

1.261.710.035

1.333.928.179

1.372.920.661

1.363.432.789

1.299.885.398

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)

36.452.828

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

Overige schulden

36.452.828

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

Overlopende passiva (art. 49)

647.673.947

558.408.407

535.182.538

409.247.630

495.375.203

431.336.784

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

125.999.765

118.042.258

117.803.335

117.699.041

243.485.066

243.462.754

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

501.974.430

438.366.149

415.379.203

289.548.589

249.890.137

185.874.030

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

19.699.752

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

684.126.775

595.408.407

572.182.538

446.247.630

532.375.203

468.336.784

1.794.642.015

1.857.118.442

1.906.110.717

1.819.168.291

1.895.807.992

1.768.222.181

Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve

Waarborgsommen Totaal vaste passiva

781.250

Vlottende passiva (art. 47)

Totaal vlottende passiva Totaal passiva

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

72

EMU-saldo Bedragen in euro’s EMU saldo

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

6.613.055

4.000.000

0

0

0

0

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

220.245

237.282

237.282

139.306

37.423

22.312

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-78.242

-43.000

0

0

0

0

6.755.058

4.194.282

237.282

139.306

37.423

22.312

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

Berekend EMU-saldo

Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU‑saldo bij begroting, maar dat is nu ook niet het geval.

Investeringen Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen).

Financiering Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen.

Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering).

Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2024 t/m 2029 staat in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).

Bij het opstellen van deze begroting 2026 waren er geen afspraken of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- of afvloeiingsuitkeringen in 2026. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve door hogere premies.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

73

6. Staat van reserves en fondsen 2024-2029 Bedragen in euro’s Omschrijving

Saldo Jaarrekening 31-12-2024

Raming toevoeging 2025

Raming onttrekking 2025

Raming saldo 31-12-2025

Raming toevoeging 2026

Raming onttrekking 2026

Raming saldo 31-12-2026

0

0

0

0

0

0

0

Egalisatiereserve EV

5.202.898

0

0

5.202.898

0

0

5.202.898

Risicoreserve financieringen

36.000.000

4.000.000

0

40.000.000

0

0

40.000.000

Subtotaal reserves

41.202.898

4.000.000

0

45.202.898

0

0

45.202.898

Reserves Reserve weerstandsvermogen EV

0

0

0

Fondsen BDU

501.974.430

718.331.791

781.940.072

438.366.149

697.036.018

720.022.964

415.379.203

Subtotaal fondsen

501.974.430

718.331.791

781.940.072

438.366.149

697.036.018

720.022.964

415.379.203

TOTAAL-GENERAAL

543.177.328

722.331.791

781.940.072

483.569.047

697.036.018

720.022.964

460.582.101 Bedragen in euro’s

Omschrijving

Raming toevoeging 2027

Raming onttrekking 2027

Raming saldo 31-12-2027

Raming toevoeging 2028

Raming onttrekking 2028

Raming saldo 31-12-2028

Raming toevoeging 2029

Raming onttrekking 2029

Raming saldo 31-12-2029

Reserve weerstandsvermogen EV

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Egalisatiereserve EV

0

0

5.202.898

0

0

5.202.898

0

0

5.202.898

Risicoreserve financieringen

0

0

40.000.000

0

0

40.000.000

0

0

40.000.000

Subtotaal reserves

0

0

45.202.898

0

0

45.202.898

0

0

45.202.898

Reserves

0

0

0

Fondsen BDU

697.036.018

822.866.632

289.548.589

697.036.018

736.694.469

249.890.137

697.036.018

761.052.125

185.874.030

Subtotaal fondsen

697.036.018

822.866.632

289.548.589

697.036.018

736.694.469

249.890.137

697.036.018

761.052.125

185.874.030

TOTAAL-GENERAAL

697.036.018

822.866.632

334.751.487

697.036.018

736.694.469

295.093.035

697.036.018

761.052.125

231.076.928

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

74

Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten per jaareinde, op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Risicoreserve financieringen Meer informatie over de opbouw van deze reserve en het geraamde verloop daarvan staat in hoofdstuk 4.3 (paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds worden toegelicht in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen hebben betrekking op de BDU‑bijdragen aan de exploitatie in twee programma’s: Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats om de kosten voor de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer te dekken (zie hiervoor hoofdstuk 3.2).

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

75

7. Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2026 een bijdrage voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel staan de bijdragen per gemeente.

Gemeente

Aantal inwoners 1 januari 2025 (*)

Bijdrage per inwoner

Totaal inwoner­ bijdrage 2026

Albrandswaard

26.710

3,00

80.130

Barendrecht

48.568

3,00

145.704

Capelle aan den IJssel

68.673

3,00

206.019

De inwonerbijdrage daalt ten opzichte van de Begroting 2025 met € 0,07 per inwoner (volgens Kadernota MRDH begroting 2026) naar € 3,00 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2026 € 7.466.616 en wordt voor € 6.137.098 verantwoord als baten voor de dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt er voor de dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van

Delft

110.224

3,00

330.672

Den Haag

568.419

3,00

1.705.257

Krimpen aan den IJssel

29.782

3,00

89.346

Lansingerland

66.093

3,00

198.279

Leidschendam-Voorburg

78.309

3,00

234.927

Maassluis

36.437

3,00

109.311

het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1.329.518 ingezet.

Midden-Delfland

19.422

3,00

58.266

Nissewaard

88.355

3,00

265.065

Pijnacker-Nootdorp

58.120

3,00

174.360

Ridderkerk

48.011

3,00

144.033

Rijswijk (ZH.)

60.710

3,00

182.130

Rotterdam

672.330

3,00

2.016.990

Schiedam

82.559

3,00

247.677

Vlaardingen

77.234

3,00

231.702

Voorne aan Zee

74.544

3,00

223.632

Wassenaar

27.534

3,00

82.602

Westland

116.897

3,00

350.691

Zoetermeer

129.941

3,00

389.823

Totaal

2.488.872

7.466.616

(*) bron: CBS StatLine info van 1-4-2025.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

76

8. Besluit Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 12 september 2025; besluit:

• de begroting 2026 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2027-2029;

• de bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotings­post­

•

subsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer; de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 12 september 2025, de secretaris, Christel Mourik

de voorzitter, Jan van Zanen

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

77

Bijlage 1 – Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting gaan we ervan uit dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak is van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur en bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel.

Ad 1) In de begroting 2026 bedraagt de formatie 95,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2025 2.488.872 (zie hoofdstuk 7).

#

Taakveld

Indicator

Periode

Waarde B2026

Waarde B2025

1

0. Bestuur en ondersteuning

Formatie

2026 per 1000 inwoners

0,038 fte per 1000 inwoners

0,039 fte per 1000 inwoners

Ad 4) De totale loonsom bedroeg in 2024 € 9.858.083. De kosten voor externe inhuur bedroeg in 2024 € 1.258.868. Voor 4% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten.

2

0. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

1 januari 2025 per 1000 inwoners

0,036 fte per 1000 inwoners

0,035 fte per 1000 inwoners

3

0. Bestuur en ondersteuning

Apparaats­ kosten

2026

€ 6,10 per inwoner

€ 6,01 per inwoner

4

0. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

2024

12,77% van de totale loonsom

12,40% van de totale loonsom

5

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

2026

1,02% van de totale lasten­ begroting

1,06% van de totale lasten­ begroting

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

Ad 2) De bezetting per 1 januari 2025 bedraagt 90,22 fte. Dit betreft de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2025 2.488.872 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totaal begrote apparaatskosten bedragen in 2026 € 15.177.534 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2025 2.488.872 (zie hoofdstuk 7).

Ad 5) In de begroting 2026 bedraagt de overhead € 7.881.279 (zie hoofdstuk 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 770.867.334 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan schommelen vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten. De kosten van overhead volgen de Notitie Overhead 2023 van de commissie BBV en de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

78

Bijlage 2 – Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU (bedragen x € 1.000.000) Projectnaam Systeemsprong Sneltramtraject A16 Lijn 19 Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied AVLM R-Net: Upgrade 6 buslijnen INTHR Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid Busstation Nissewaard Metrostation Nissewaard Move- CID Binckhorst no regret R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) Metronet en RandstadRail Schiedam Fietscorridor Spaanse Polder - M4H fase 1 MFR - Westland - Rotterdam MFR Rotterdam - Zoetermeer MFR Delft - Rotterdam Alexander MFR Rotterdam - Ridderkerk MFR Den Haag - Pijnacker Beatrixlaan fase 1 Kruising Erasmusweg-Lozerlaan Fietsroute N14 Sijtwende Versnellingsmaatregelen OV (Transitieprogramma) Move - Gebiedsuitwerking Aanpak Bereikbaarheid Voorne‑Putten en haven Rotterdam Move - Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland:

Move - Gebiedsuitwerking Overig Move - Vlietlijn Move - Stadsbrug & HOV Algeracorridor Move - Oude Lijn en Knooppunten Programma kleine projecten Plan toekomstvast tramnet Rotterdam Hobbemaplein Beatrixlaan fase 2 P+R Kralingse Zoom en Meijersplein HOV Ridderkerk fase 2 Waalhaven (risicoreservering) Movv ZoRo HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-DelftRotterdam Movv Koningscorridor oost (excl Binckhorst) Movv Koningscorridor west (CS - Madurodam) Movv Koningscorridor west (Telderstracé) Complexe schakels MFR Westland-Rotterdam Spoorbeveiliging Exploitatie OV

Subproject

MFR Westland - Honselersdijk - Den Haag MFR Westland - Monster - Den Haag MFR Westland - Midden Delfland - Delft Greenport 3.0

Stadsbrug Rotterdam HOV Maastunnel

MRDH bijdrage 17 9 92 5 8 5 152 8 10 7 31 8 219 7 27 21 29 33 23 9 24 8 8 9

Fase

18 23 15 4 23 122 221 8 9 19 590 57

Verkenning* Verkenning* Verkenning* Verkenning* Verkenning* Planstudie* Planstudie* Verkenning* Uitwerking Verkenning* Uitwerking Uitwerking Verkenning Verkenning Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief

Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Uitwerking Uitwerking Uitwerking Uitwerking Uitwerking Planstudie* Planstudie* Verkenning* Planstudie* Planstudie* Planstudie* Planstudie* Planstudie*

2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 na 2044 1 9 15 5 1 2 2 1 1 0 1 1 24 19 25 19 11 1 3 3 3 10 7 6 4 4 4 12 24 30 20 20 65 11 11 11 11 1 2 3 2 1 7 7 7 1 1 1 1 0 3 2 2 3 4 4 0 4 7 0 1 8 8 11 6 4 6 6 1 2 3 6 7 5 1 4 4 6 6 6 6 4 4 3 3 3 6

2

1

2 6 4 1

3 4 1 0 1 20 7

2 4 0 2 30 8

28 4 3 2 2 30 8

4 8 5

5 9 6

4

3

1 28 14 4 2 2 30 8

1 28 50

4 32 50

6

6

50

45

2 3 30 9

2 2 30 17

1 30

1 30

5

1 30

1 30

1 30

1 30

1 30

30

30

30

30

30

30

30

Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief Onderzoek/initiatief

* Budget bestuurlijk vastgesteld in afwijking van de reguliere procedure omtrent wanneer budget in de begroting wordt opgenomen ** Onderdeel van het begrotings programma exploitatie Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

79

Bijlage 3 – Investeringsprogramma vervoersautoriteit 2026

Inhoud 1. Inleiding, achtergronden en kaders

82

1.1 Inleiding 1.2 Werkgebied van de Vervoersautoriteit 1.3 Uitgangspunten en randvoorwaarden 1.4 Budgetten

82 83 83 85

2. Integrale programma’s

4.2 Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investeren in bereikbaarheid

94

Stadsbrug, HOV en station Stadionpark

95

Onderzoeken Middendeel Zuidwestlandcorridor

97

Verkenning Koningscorridor

98

HOV Westland

99

86 4.3 Planstudies Investeren in bereikbaarheid

3. Afspraken BO MIRT 3.1 Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam 3.2 De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)‑Binckhorst) 3.3 Oude Lijn, knooppunten, Metronet/RandstadRail en LeiZo 3.4 Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland 3.5 MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam 3.6 Mobiliteitspakketten

4. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren

94

MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten

87 87 88 89 89 89 90

91

99

RandstadRail & Metronet

99

A. Gekoppeld rijden RandstadRail lijn 4

100

B. Gekoppeld rijden RandstadRail lijn 2 of lijn 3

101

C. Frequentieverhoging Metronet

101

D. Metrostation Beurs

102

E. Spoorbeveiliging samenloopdeel

103

Metrowerkplaats Waalhaven

103

Plan Toekomstvast Tramnet Rotterdam

104

4.4 Planuitwerkingen Investeren in bereikbaarheid

105

Algeracorridor

105

Fietscorridor Spaanse Polder – Merwe-Vierhavens

106

4.5 Realisatie Investeren in bereikbaarheid

107

Tramlijn 19b Delft

107

91

Blankenburgverbinding (Kwaliteitsprogramma Nieuw Waterland)

108

No Regret CID-Binckhorst

91

A16 Rotterdam (Rotterdam/Lansingerland)

109

De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst)

92

4.1 Programma’s Investeren in bereikbaarheid

5. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren

110

6.3 Planuitwerkingen versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 125 HOV Ridderkerk

6.4 Realisatie versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk

125

126

Duurzame Mobiliteit

110

Smart Mobility

110

Busstation Hart van Zuid (Rotterdam)

126

Gedragsaanpak

110

Reconstructie metro- en busstation Spijkenisse Centrum

127

Nationaal Toekomstbeeld Fiets

110

Viersporigheid Schiedam

128

Uitvoeringsprogramma Toegankelijk Openbaar Vervoer 2024-2028

111

Samenloopdeel RandstadRail: Capaciteit en robuustheid

129

5.1 Programma’s Actieve en collectieve vormen van mobiliteit

112

7. Vanaf medio 2024 in gebruik genomen projecten

130

Programma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR)

112

Programma InnOVatieroute

113

Slim en Schoon naar Stad en Strand

114

Busstation Spijkenisse Centrum

130

Metropolitane Fietsroutes

115

Maasdeltatunnel

131

HOV Maastunnel-Zuidplein

131

6. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk

117

6.1 Programma’s versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk

117

Ketenmobiliteit en OV-knooppunten

117

Samenwerkingsprogramma stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen

118

R-Net

119

Doorstroommaatregelen tram/bus Rotterdam en Den Haag

120

A4 Passage Poorten en Inprikkers en meekoppelkansen

121

6.2 Onderzoeken en verkenningen versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk

122

Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel

122

A44 / N44 Wassenaar

122

Optoppen garage P+R Kralingse Zoom

123

Uitbreiden parkeercapaciteit P+R Meijersplein

124

Bijlagen Bijlage A1 – Kleine projecten: openstaande verplichtingen per subsidieontvanger Bijlage A2 – Kleine projecten: Aanmeldingen 2025 Bijlage A3 – In 2024 en 2025 afgesloten projecten Bijlage B – Prioritaire Metropolitane Fietsroutes Bijlage C – Doorstroommaatregelen OV Bijlage D – Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR) Bijlage E – Afkortingenlijst

132 132 139 146 167 168 169 170

1. Inleiding, achtergronden en kaders 1.1 Inleiding De bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de metropoolregio uit. Daaronder vallen het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de begrotings-programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.

Uit deze vier opgaven zijn zes opdrachten voortgekomen: 1. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van het ov-systeem

Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is het overzicht van projecten en programma’s die bij de MRDH in voorbereiding of uitvoering zijn, gericht op het begrotingsprogramma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is

Opdrachten 2 en 4 betreffen het werkgebied van Economisch Vestigingsklimaat. Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden, waardoor deze opdracht niet meer terugkomt in de begroting 2026.

op basis van de voortgang van werkzaamheden. De bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te verwachten kasritme. Hiermee willen we duidelijkheid geven aan subsidieaanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 21 gemeenten, het waterschap Hollandse Delta en de provincie Zuid‑Holland geconsulteerd.

In de hoofdstukken 4, 5 en 6 zijn de programma’s en grote projecten gerubriceerd naar de respectievelijke opdrachten uit de Strategische Agenda: “Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren”, “Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren” en “Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk”. Ieder hoofdstuk begint met de programma’s die onder de opdracht vallen gevolgd door een beschrijving per project per fase. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.

Op 26 mei 2023 heeft het algemeen bestuur de Strategische Agenda 2023 – 2026 (SA) vastgesteld. In deze SA zijn vier opgaven benoemd: groei, vernieuwen, kwaliteit en herstel van het ov in de regio.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

In november 2022 hebben Rijk en regio in het Bestuurlijk Overleg Meerjaren­ programma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) afspraken gemaakt over ontsluiting van de NOVEX-woningbouwlocaties en over regionale ov-maatregelen en mobiliteitspakketten. Voor de Zuidelijke Randstad, waarin de metropoolregio Rotterdam Den Haag ligt, heeft het Rijk circa € 2,6 miljard gereserveerd, plus maximaal € 162 miljoen voor de mobiliteitspakketten. 82

Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Een aantal van de projecten en programma’s is ondertussen verder gebracht, inclusief de voorwaarden wie van de overheden welk deel van de benodigde budgetten levert. Hoofdstuk 7 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2024 zijn opgeleverd en in gebruik genomen.

1.2 Werkgebied van de Vervoersautoriteit De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. Het werkgebied van de MRDH omvat 21 gemeenten.

1.3 Uitgangspunten en randvoorwaarden Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen ten opzichte van het vorige jaar. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer en onderhoud railassets, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen, beleidsonderzoek en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa). Het IPVa heeft een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote)

Wassenaar

infrastructurele projecten niet altijd, of hooguit indicatief, genoemd. Voor de fasering houden we aan:

LeidschendamVoorburg Den Haag

Onderzoek/initiatief

Zoetermeer Rijswijk PijnackerNootdorp

Westland

Verkenning

Lansingerland

Werkvoorraad

Delft

Planstudie

MiddenDelfland Capelle aan den IJssel

Rotterdam Maassluis

Schiedam

Uitwerking

Krimpen aan den IJssel

Meerjarenbegroting

Vlaardingen

Realisatie

Voorne aan Zee Ridderkerk Albrandswaard

Barendrecht

Nissewaard

Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin het project zich bevindt, bepaalt waar het wordt opgenomen: ofwel in de (meerjaren)begroting, ofwel in de werkvoorraad. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

83

Onderzoek/initiatief

In bovenstaande figuur is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met de

Er is een probleem geconstateerd. In de onderzoeksfase komen beoogde effecten op de regionale bereikbaarheid, een globale scope en inschatting van de kosten en mogelijke periode van uitvoering aan de orde.

momenten dat er budget wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting. Iedere fase eindigt met een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BcVa) over of en hoe een project naar een volgende fase gaat Onderzoek / initiatief: de bestuurscommissie besluit tot het starten van de verkenning. Verkenning: de bestuurscommissie besluit over de start van de planstudiefase en de daarin uit te werken varianten. Planstudie: de bestuurscommissie stelt de voorkeursvariant vast en verzoekt het algemeen bestuur een bijdrage te reserveren in de meerjarenbegroting. Uitwerking: naar aanleiding van het definitief ontwerp verzoekt de bestuurscommissie zo nodig het algemeen bestuur tot aanpassing van de reservering in de begroting. Realisatie: de bestuurscommissie verleent de subsidie, waarna de uitvoering kan beginnen. Vaststelling: de bestuurscommissie stelt de subsidie vast en rekent de

Verkenning Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht met een indicatie van de verwachte investeringskosten. Planstudie Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie. De planstudie doet een voorstel voor een voorkeursvariant met een kostenraming en globale dekking. Uitwerking Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig. Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden. De initiatiefnemer werkt het ontwerp verder uit, organiseert de noodzakelijke processtappen en bereidt de subsidieaanvraag voor. Realisatie Het project is getoetst en (bijna) beschikt in overeenstemming met de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend. Vaststelling Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. Ov-projecten gaan daarbij onderdeel uitmaken van een concessie met afspraken en middelen voor exploitatie en beheer- en onderhoud. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

• • • • • •

voorschotten af.

Bij deze besluiten bereidt de MRDH zich voor op een mogelijke toekomstige financiële bijdrage aan het project. Het heeft immers geen zin om projecten te laten voorbereiden waar uiteindelijke geen budget voor is. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het algemeen bestuur vereist. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRTproject zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting.

84

1.4 Budgetten De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit MRDH worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogeheten Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor de gehele regio hanteren we voor 2026 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor ov-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en ov-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen inbegrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden geïnitieerd. In de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) en nog lopende bijdragen voor programma’s. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet. In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd.

Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen nieuwe subsidies meer uitvloeien, worden niet meer vermeld. Voor het IPVa 2026 gelden de volgende randvoorwaarden: binnen het jaarlijkse budget voor kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, verkeerseducatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer; als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende de looptijd van het programma beschikbaar.

• •

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

85

2. Integrale programma’s Een programma is een geheel van samenhangende projecten dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarde voor het instellen van een programmabudget is een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld.

De metropolitane fietsroutes zijn gebundeld in het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR). Voor het versnellen van het openbaar vervoer en het verbeteren van overstappunten zijn er de programma’s ov-doorstroming en ketenmobiliteit op ov-knooppunten. Voor het opwaarderen van ov-lijnen is het programma R-net opgezet.

Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst tussen de MRDH en meerdere partijen, met als doel het realiseren van dat programma. Een voorbeeld daarvan zijn de afspraken naar aanleiding van het BO MIRT over de Stadsbrug, HOV en station Stadionpark, De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID‑Binckhorst) en de verkenning Oude Lijn & knooppunten tussen Leiden en Dordrecht. Naast bovenstaande programma’s heeft de MRDH eigen programma’s. Het programma Kleine projecten is gevuld met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen. Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer. Vanwege de relatief beperkte omvang zijn gedragsbeïnvloeding/ educatie verkeersveiligheid, de ombouw van VRI tot iVRI’s (intelligente Verkeersregelinstallaties) en aanpassingen infra na wijziging ov-lijnen, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

86

3. Afspraken BO MIRT Het kabinet heeft in het BO MIRT van 2022 een bedrag van € 7,5 miljard beschikbaar gesteld voor ontsluiting van nieuwe woningen in de NOVEX‑verstedelijkingsgebieden en voor de versnelling van grootschalige woningbouwlocaties. Hiervan is € 6 miljard vanuit het Mobiliteitsfonds voor hoofdinfrastructuur en € 1,5 miljard voor kleine bereikbaarheids- en infrastructuurmaatregelen. NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Extra. Een van de gebieden is de Zuidelijke Randstad, waarvoor in 2019 een verstedelijkingsakkoord is gesloten. Afgesproken is 70.000 woningen en ruimte voor 80.000 arbeidsplaatsen te realiseren op toplocaties langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) en 100.000 woningen op goed bereikbare plekken, waaronder de woningbouwlocaties CID‑Binkhorst

Voor de middelen die zijn toegekend aan programma’s en projecten in onze regio, zijn ondertussen nadere afspraken gemaakt of bestuurlijke overeenkomsten gesloten. Om die reden zijn deze programma’s en projecten waar mogelijk in dit IPVa ondergebracht onder de hoofdstukken Investeren in bereikbaarheid en Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerken bij de fase waarin het project of programma zich bevindt. Om de verbinding met oorspronkelijke besluiten te houden, noemen we hieronder kort de projecten en programma’s met verwijzing naar de nieuwe indeling binnen het IPVa. Ook geven we aan of de MRDH meebetaalt of dat een project volledig door het Rijk of andere (semi)overheden wordt getrokken.

Den Haag en Oostflank Rotterdam. Rijk en regio hebben in het BO MIRT van 2022 besloten om te starten met een MIRT‑verkenning voor de Oude Lijn en knooppunten en stelden daarvoor een Startbeslissing vast. Daarnaast is eind 2024 de regionale planstudie HOV-corridors RandstadRail/Metronet gestart en start provincie Zuid-Holland de regionale verkenning Bus Rapid Transit (BRT) Leiden - Zoetermeer (LeiZo). Het Rijk heeft, als een van de afspraken in het BO MIRT van 2023, € 1 miljard vanuit het Nationaal Groeifonds overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds. Deze middelen zijn bedoeld voor de Oude Lijn en knooppunten. Samen met de eerder in het Mobiliteitsfonds gereserveerde middelen van € 680 miljoen en de € 466 miljoen aan regionale financiering is er € 2,145 miljard inclusief btw (prijspeil 2022) beschikbaar voor de Oude Lijn, knooppunten en de regionale HOV-corridors.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

3.1 Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam In de Oostflank (het gebied tussen Prins Alexander en Zuidplein) van de Rotterdamse regio moeten tot en met 2030 circa 19.000 woningen worden gebouwd, daarna komen er mogelijk nog circa 16.000 woningen extra. In het BO MIRT zijn besluiten genomen over de onderstaande deelprojecten en -programma’s met de nieuwe benamingen: Stadsbrug, HOV en station Stadionpark Voor dit project is in december 2023 een bestuurlijke overeenkomst (BOK) gesloten. Een verdere duiding van de inhoud staat in hoofdstuk 4.2. A16 Van Brienenoordcorridor Het Rijk werkt aan het slimmer inrichten van de weg, het toevoegen van een extra rijstrook op delen van de A16 en het aanpassen van het weefvak bij aansluiting Feijenoord.

• •

87

• Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via

•

• •

de Maastunnel De kortetermijnmaatregelen, waaronder de aanleg van een vrije busbaan, zijn in april 2024 opgeleverd. De maatregelen voor de middellange termijn zijn beschreven in hoofdstuk 6.2. Station Stadionpark Dit station viel eerst onder de maatregelen van de Oude Lijn. Het Rijk en de gemeente Rotterdam bouwen het station om van evenementenstation tot regulier station waar de City Sprinter gaat halteren. Dit station is ondergebracht bij het programma Stadsbrug, HOV en station Stadionpark. Algeracorridor De maatregelen Algeracorridor worden zonder het Rijk door de regionale partijen uitgewerkt; dit project valt dus niet meer binnen dit programma. Een beschrijving van de planuitwerking Algeracorridor vindt u terug in hoofdstuk 4.4. Kralingseplein Rijk en regio onderkennen dat het Kralingseplein in de toekomst een knelpunt vormt en spreken af vervolgonderzoek te doen naar mogelijke oplossings­ richtingen.

Overzicht van de projecten uit de afspraken Oeververbinding

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

3.2 De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)‑Binckhorst) In CID-Binckhorst moeten tot 2030 ruim 20.000 woningen gebouwd worden, daarna komen er mogelijk nog 15.000 woningen extra. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord (2019), de regionale woondeals (2022-2023) en het Woon-werkakkoord (2022). In het MIRT zijn besluiten genomen over onderstaande deelprojecten- en programma’s, en zijn er bestuursovereenkomsten getekend: No Regret CID-Binckhorst Voor dit programma aan maatregelen is in 2019 een bestuursovereenkomst getekend. De scope van het programma is gedeeltelijk overgeheveld naar de planuitwerking Bereikbaarheid CID-Binckhorst. De resterende maatregelen van het No Regret-pakket zijn voornamelijk op de fiets gericht; het programma is daarmee ondergebracht bij hoofdstuk 4.1. De Vlietlijn (voorheen: Bereikbaarheid CID-Binckhorst) Dit betreft de planuitwerking voor een tramverbinding in Binckhorst plus een

•

•

set aan mobiliteitsmaatregelen. De tramverbinding is verder toegelicht in hoofdstuk 4.1.

CID-Binckhorst met op de achtergrond station Den Haag Centraal. Foto: Jurriaan Brobbels

88

3.3 Oude Lijn, knooppunten, Metronet/ RandstadRail en LeiZo Langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden - Dordrecht) moeten tot 2030 circa 54.000 woningen gebouwd worden op 11 toplocaties. Daarna komen er mogelijk nog eens circa 23.000 extra woningen. In het BO MIRT van 2023 is besloten dat vier onderdelen, inclusief het Station Stadionpark, los van elkaar kunnen worden gerealiseerd. Dit leidt tot de volgende projecten en programma’s: Oude Lijn en knooppunten Voor dit programma loopt een verkenning. De inhoudelijke activiteiten staan beschreven in hoofdstuk 4.2 LeiZo De provincie Zuid-Holland en de gemeente Zoetermeer werken aan een verkenning voor openbaar vervoer Leiden - Zoetermeer, waar de MRDH later

• • • • • • • • •

kennis van zal nemen. Station Stadionpark Dit station is geschaard onder de maatregelen van de Stadsbrug en maakt geen onderdeel meer uit van dit pakket. Metronet/RandstadRail Dit onderdeel krijgt vijf programma’s en projecten die de MRDH verder verkent, uitwerkt en realiseert: Gekoppeld rijden RandstadRail 4 Gekoppeld rijden RR2/RR3 Frequentieverhoging Metronet lijnen C en E Metrostation Beurs Vervangen spoorbeveiliging

3.4 Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland De gebiedsuitwerking is gericht op slimme combinaties van verschillende mobiliteits­ maatregelen. Een belangrijk deel van het pakket bestaat uit de realisatie van de Metropolitane Fietsroutes Naaldwijk - Den Haag CID, Naaldwijk - Monster - Den Haag (on hold) en Naaldwijk - Midden-Delfland - Delft. Deze zijn verder beschreven in hoofdstuk 5.1. Een onderzoek voor de (middel)lange termijn naar hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) is beschreven in hoofdstuk 4.2.

3.5 MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam Het Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten Haven Rotterdam is door Rijk en regio vastgesteld in november 2022. Vanwege financiële beperkingen en het ontbreken van personele capaciteit heeft het Rijk echter nog geen kans gezien om procedures te starten. De projecten waar de MRDH bij betrokken is en die zonder het Rijk kunnen worden opgepakt zijn: maatregel 8: doortrekken fietsroute langs de Hartelweg (inclusief fietsbrug); maatregel 10: opwaarderen fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland - Spijkenisse; maatregel 11: studie naar een rechtstreeks fietspad Hellevoetsluis - Rockanje/ Brielle - Maasvlakte; maatregel 12: extra vrijliggende busbanen Spijkenisse; maatregel 13 + 14: studie naar verbetering ov tussen Voorne-Putten en Haven Rotterdam en studie naar buslijn via de Blankenburgtunnel (in relatie tot de concessie). Deze lijndienst is eind 2024 in gebruik genomen.

• • • • •

De fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland - Spijkenisse is aangemeld in 2024 en doorgeschoven naar een aan te vragen subsidie in 2025. Deze maatregel wordt in 2026 en 2027 gerealiseerd. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

89

3.6 Mobiliteitspakketten Het Rijk stelt via specifieke uitkeringen budget beschikbaar voor mobiliteitspakketten. Deze omvatten kleine maatregelen zoals aanpassingen van (regionale) wegen, mobiliteitshubs, fietspaden, rotondes en verkeers­veiligheids­maatregelen en worden door het Rijk én gemeenten in de regio bekostigd. De rijksbijdrage betreft dus een bijdrage aan regionale en lokale maatregelen. Het Rijk geeft hiervoor de volgende voorwaarden mee: 50% cofinanciering door de regio; voor de mobiliteitspakketten is de rijksbijdrage taakstellend met een jaarlijkse indexatie conform de IBOI tot het moment van uitbetaling; afdracht van het btw-deel van de rijksbijdrage aan het Btw-compensatiefonds; de bijdrage van het Rijk komt beschikbaar via een specifieke uitkering aan gemeenten; de risico’s blijven voor de regio.

• • • • •

Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente dan wel mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio, marktpartijen, et cetera. Als een gemeente een project uit een mobiliteitspakket aanmeldt voor extra subsidie bij de MRDH, dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek. Nota bene: een aantal gemeenten kan bij het Rijk subsidie aanvragen in het kader van woningbouwversnellingsafspraken. Deze afspraken kennen waarschijnlijk dezelfde voorwaarden en kaders als de mobiliteitspakketten. De in deze afspraken opgenomen infrastructurele projecten kunnen eventueel ook in aanmerking komen voor extra subsidie bij de MRDH. Ook dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek.

Het Rijk reserveert inclusief btw en op prijspeil 2022 de volgende budgetten: Oeververbindingen: € 0 miljoen (betrokken bij planuitwerking voorkeursalternatief) Binckhorst: € 59 miljoen Oude Lijn: € 90,5 miljoen (€ 12,5 miljoen overgeheveld naar traverse station Stadionpark)

• • •

In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van deze mobiliteitspakketten en vullen de volgende voorwaarden in: concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw; effect van deze maatregelen op nationale netwerken; mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om de mobiliteitstransitie te ondersteunen); de bijdrage van de regio.

• • • •

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

90

4. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 4.1 Programma’s Investeren in bereikbaarheid No Regret CID-Binckhorst Fase Planning Investering Subsidie MRDH Rol MRDH

Planuitwerking tot en met realisatie Realisatie 2020-2025 (verlengd tot en met 2026) € 77,8 miljoen € 17,5 miljoen, plus Rijk via BDU € 13,7 miljoen Subsidieverlener

In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No Regretmaatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren. Gebiedsontwikkeling in de Binckhorst. Op de achtergrond station Den Haag Centraal. Foto: Jurriaan Brobbels

Een belangrijk onderdeel is de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe trambaan. Omdat dit onderdeel niet los kan worden gezien van de totale realisatie trambaan, is een budget van € 72 miljoen inclusief btw uit het No Regret-pakket gehaald en toegevoegd aan de planuitwerking De Vlietlijn (voorheen: Bereikbaarheid CID-Binckhorst). De tijdelijke busbaan is in aanleg, zodat er in het programma alleen nog fietsmaatregelen overblijven.

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

De resterende lijst projecten wordt uitgevoerd tot en met 2028. De financieel omvangrijkste projecten zijn de snelfietsroute Verlengde Velostrada en de fietsroute Trekvliettracé. Verder is budget geoormerkt voor een tijdelijke uitbreiding van de meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI. De lijst van projecten is beschreven in het rapport van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO MIRT van november 2019.

91

In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt. Na overheveling van het budget Sporendriehoek naar de planstudie, zijn de maximale bijdragen: IenW € 13,7 miljoen MRDH € 17,5 miljoen Den Haag € 34,7 miljoen (inclusief € 7,1 miljoen reserve van alle partijen) Provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen

• • • • •

In 2024 besloot de stuurgroep de samenwerkingsovereenkomst met twee jaar te verlengen tot en met 2026. Aanleiding is de latere realisatie van een aantal projecten. Besluitvorming hierover volgt in 2025.

De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst) Opdracht SA

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase: Planstudie Planning Uitvoering 2029 - 2033 Investering € 575 miljoen inclusief btw, inclusief € 72 miljoen overheveling No Regret inclusief btw en inclusief € 45,88 miljoen inclusief btw voor Basispakket Mobiliteit Subsidie MRDH € 109,3 miljoen exclusief btw maar inclusief overheveling No Regret Budget prijspeil 2025 € 121,9 miljoen Rol MRDH Mede-opdrachtgever planstudie, subsidieverlener realisatie

Maatregelen die vallen binnen de verlengde No Regret (iv) Maatr. nr.

Projectnaam

3

NR-CID B HOV Vrije baan Binckhorstlaan

In het bestuurlijke overleg Leefomgeving 2023 hebben Rijk en regio de afspraken

HOV

vastgelegd in een definitief voorkeursbesluit en een bestuursovereenkomst. Deze overeenkomst bevat concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de tramverbinding CID-Binckhorst, plus afspraken over organisatie, financiële risico’s en kostenbeheersing. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het kader van de landelijke afspraken woningbouw en mobiliteit: “Risicoverdeling, beheersing, programmasturing en monitoring”.

5

NR-CID B LV Verlengde Velostrada Delft - Leiden

6.1

Onderdeel 1 - Onderdoorgang Trekvlietbrug

6.3

Onderdeel 2 - Tijdelijke fietsroute Binckhorst Noord-West

6.4

Onderdeel 4 - Nieuwe Tolbrug (Kippenbruggetje) Langzaam Verkeer

9

NR-CID ST Uitbreiding cap fietsenstal station NOI Stations

1

NR-CID B SM Inzichtkaarten en gebiedsgerichte mobiliteitsaanpak

10

NR-CID B SM Pilots AVLM proeftuin en gedragsexperiment Smart Mobility

13

NR-CID B Log Bezorg-, pakketdiensten en bevoorrading Logistiek

0

Alg. Prog.kosten No Regret (Verrekening met Reserve)

A

Reserve No Regret

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

Op basis van bovenstaande starten de partijen de planstudiefase. In de uitwerking van deze fase zet de regio zich in voor verdere stimulering van de mobiliteits­transitie. Denk aan een samenhangende aanpak gericht op fietsen en lopen, en de inzet van flankerend beleid op deelmobiliteit en een stringent parkeerbeleid. HTM en MRDH voeren samen met de betrokken gemeenten een studie uit naar de mogelijke ov‑lijnvoering in en rond de Binckhorst.

92

De volgende fase van de stedelijke ontwikkeling dient gelijk op te lopen met de uitwerking en realisatie van het voorgenomen voorkeursalternatief. Dat bestaat uit een hoogwaardige tramverbinding door de Binckhorstlaan via de Maanweg richting station Voorburg en via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft. Dit in combinatie met het aanpassen van de spoorviaducten in de sporendriehoek en een pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen. Om deze kosten te dekken heeft het Rijk € 268 miljoen, de gemeenten € 132,5 miljoen en de MRDH € 102,5 miljoen gereserveerd, plus € 72 miljoen overheveling vanuit het No Regret-pakket. Al deze bedragen zijn inclusief btw en prijspeil 2022. Nota bene: de railinfrastructuur betreft een deel van de zogenoemde Koningscorridor.

Huidig tracé op de Pr. Mariannelaan in Voorburg. Foto: Jurriaan Brobbels

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

93

van € 45,88 miljoen inclusief btw:

4.2 Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investeren in bereikbaarheid

Basispakket Mobiliteit

MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten

De flankerende maatregelen die in het pakket zijn opgenomen hebben een omvang

Thema

Nr.

Maatregel

HOV

0

HOV-verbinding tussen Den Haag Centraal en station Voorburg met een aftakking naar Rijswijk/Delft

Langzaam verkeer

1

Trekfietstracé Den Haag - Ypenburg/Leidschendam, deel kop Binckhorst

2

Fietsroute Zonweg (brug)

3

Verlengde Velostrada kruising HOV Binckhorstlaan

4

Fietsmaatregel: Schenktunnel langzaam verkeersverbinding opwaarderen

13

Verbinding Binckhorst - Voorburg (t.h.v. Melkwegstraat/ Heeswijkstraat)

14

Caballerobrug voor langzaam verkeer

5

Wijk hubs met verschillende vormen van deelvervoer

6

Algehele bevordering deel- en MaaS-concepten

8

Uitbreiden bestaande fietsvoorziening westzijde Den Haag Centraal

9

Uitbreiden fietsenstallingen station Voorburg

12

Herinrichtingen fietsroute Prinses Mariannelaan (west) en Binckhorstlaan - Voorburg

15

Inrichting Lekstraat

16

Herinrichting Prinses Mariannelaan

17

Doorstroom belemmerde maatregel autoverkeer bij Geestbrug

18

Herinrichting Geestbrugweg

SMART Mobility Stations, fietsparkeren

Ruimtegebruik

Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029

Fase Planning Investering

Verkenning Afronding verkenning eind 2025 € 1.595 miljoen inclusief 18,2% btw (inclusief Metronet en RandstadRail 3 en 4) Subsidie MRDH € 20,7 miljoen inclusief btw (prijspeil 2022) Budget prijspeil 2025 € 19,0 miljoen exclusief btw Rol MRDH Participant Het Rijk en de regio zijn een MIRT-verkenning gestart voor de Oude Lijn. Daarin worden verschillende alternatieven voor een schaalsprong tussen Leiden en Dordrecht onderzocht:

• frequentie van minimaal acht sprinters per richting per uur tussen Den Haag en Dordrecht; • toevoeging van vier nieuwe stations: Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel, Rotterdam Van Nelle en Dordrecht Leerpark; • opwaardering van station Stadionpark naar City-sprinterstation; • capaciteitsmaatregelen op de stations Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht en gebiedsgerichte maatregelen rondom de stations in samenhang met de daar geplande woningbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen.

94

Stadsbrug, HOV en station Stadionpark Fase Planning Investering

Verkenning 2024 - eind 2027 verkenning gereed € 1.288 miljoen inclusief btw (plus € 197,4 miljoen voor station Stadionpark) Subsidie MRDH € 198,3 miljoen exclusief btw, geen bijdrage voor station Stadionpark Budget prijspeil 2025 € 221,2 miljoen exclusief btw Rol MRDH Subsidieverlener, mede-opdrachtgever De Bestuursovereenkomst voor een nieuwe stadsbrug in Rotterdam heeft betrekking op het voorkeursalternatief Oeververbinding en ov. Daarin zijn concrete afspraken opgenomen over de verdere uitwerking en realisatie van de nieuwe multimodale brugverbinding met een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit van Zuidplein naar Kralingse Zoom en station Stadionpark. Gemeente Rotterdam en de MRDH De partijen stellen tijdens de verkenningsfase een bestuursovereenkomst op. Hierin staan de afspraken over de integrale ontwikkeling van de knooppunten en de nieuwe stations op basis van het Voorkeursalternatief en de financiële bijdragen van verschillende partijen aan een integrale knooppunt- en stationsontwikkeling: stationsgebouw, buitenruimte, last-mile, gerelateerde gebieds- en vastgoed­ ontwikkeling. Deze bestuursovereenkomst wordt samen met het besluit over het Voorkeursalternatief vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1190/documents/41938