CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag en Jaarrekening DCMR 2021.pdf

Gemeenteraad RK 2 juni 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 8: Zienswijze ontwerpbegroting 2023 DCMR39.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Bovendien komt er vanuit de Omgevingswet een overgang van het werken met geluidszones naar geluidproductieplafonds (GPP’s). Op grond van het overgangsrecht naar de Omgevingswet kan nestgeluid meegenomen worden in deze GPP’s zonder dat een omgevingstoets hoeft te worden uitgevoerd. De gemeente Rotterdam gaat een facetbestemmingsplan geluid opstellen. Nestgeluid wordt daarin meegenomen als hindercomponent, dit houdt in dat het geluid wordt getoetst in het kader van goede ruimtelijke ordening en niet in het kader van vergunningverlening. Binnen de regiogemeenten is nog niet duidelijk hoe zij met nestgeluid om zullen gaan.

2

Klachten over vliegverkeer zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. De coronamaatregelen hebben in 2020 en 2021 vanzelfsprekend gezorgd voor minder overlast van horeca en evenementen. 3

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

61 / 100

Het is de bedoeling dat in 2022 wordt gestart met het actualiseren van vergunningen en meldingen vanwege nestgeluid. Wel hangt deze aanpak sterk samen met een aantal onzekere factoren. Er is op dit moment nog onduidelijkheid over de precieze datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet alsook de termijn waarbinnen de GPP’s vastgesteld moeten worden (inclusief nestgeluid). Ook is het juridisch kader nog complex, er is weinig houvast in de vorm van jurisprudentie. Aantal handhavingszaken nestgeluid In 2019 zijn twee handhavingszaken gestart, die nog doorlopen in 2022. In 2021 kwam daar een zaak bij die ook doorloopt in 2022. Er zijn binnen die zaken vooralsnog geen overtredingen meer geconstateerd. Om deze reden is de nieuw ontwikkelde handhavingsstrategie op nestgeluid nog niet in de praktijk gebracht. Percentage van bedrijven met geluidklachten horeca, sport en evenementen Voor de branches horeca, sport en recreatie en evenementen was 2021 een bijzonder jaar. Doordat de coronapandemie voortduurde was er ook afgelopen jaar minder activiteit, maar door de versoepelingen in de zomer van 2021 ontstond er een aantal pieken in activiteit. Zo werd binnen de horeca de mogelijkheid om buitenterrassen te openen verruimd en konden evenementen zoals festivals weer georganiseerd worden. Aantal Aantal bedrijven bedrijven met klachten

Percent. bedrijven met klachten

Branche

Jaar

Horeca

2019

4.099

463

11,3%

Horeca

2020

4.108

303

7,4%

Horeca

2021

4.100

260

6,3%

Sport en recreatie incl. zwembaden

2019

1.539

125

8,1%

Sport en recreatie incl. zwembaden

2020

1.586

94

5,9%

Sport en recreatie incl. zwembaden

2021

1.571

113

7,2%

In bovenstaande tabel is bij het percentage van de bedrijven die klachten veroorzaken binnen de horeca, sport en recreatie sprake van minstens een geluidsklacht. In 2020 en 2021 liggen die percentages wat lager dan in 2019. Dit hangt uiteraard samen met de coronapandemie die in 2020 uitbrak. In de zomer van 2021 heeft DCMR gemeenten geadviseerd over handhaving van de vergrote buitenterrassen. Hoewel sportscholen in 2021 maar een korte periode open waren kwamen daarover relatief veel klachten binnen. Het ging dan vooral om geluiden bij het buiten sporten en gebruikte apparatuur bij 24-uurs sportscholen (in de late avond en nacht). Sportinrichtingen zijn meestal niet meldingsplichtig, waardoor DCMR deze inrichtingen pas opmerkt als hierover veel klachten binnenkomen. In 2021 werd bij de branche horeca 30,3% van de klachten veroorzaakt door de top 10-klachtenveroorzakers. De aanvoerder van die klachtenveroorzakers is een bedrijf waarover 78 klachten zijn binnengekomen. Binnen de branche sport en recreatie veroorzaakt de top 10-klachtenveroorzakers een relatief groter aandeel van de klachten, in de jaren 2019–2021 veroorzaakte de top 10 minstens 50% van de klachten. De aanvoerder van de klachten binnen sport en horeca is voor 2021 een bedrijf waarover 72 klachten zijn binnengekomen.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

62 / 100

Branche

Jaar

Aantal klachten

Aantal klachten Percent. klachten top 10-bedrijven top 10-bedrijven

Horeca

2019

2.610

615

23,6%

Horeca

2020

1.215

320

26,3%

Horeca

2021

999

303

30,3%

Sport en recreatie incl. zwembaden

2019

714

359

50,3%

Sport en recreatie incl. zwembaden

2020

390

211

54,1%

Sport en recreatie incl. zwembaden

2021

478

284

59,4%

Aantal geluidklachten door evenementen Het merendeel van de klachten over evenementlocaties betreft locaties in Rotterdam. Slechts een klein deel van de klachten komt binnen uit andere steden. Door de coronapandemie waren er in 2021 weinig evenementen in de buitenlucht, zo stonden er bijvoorbeeld 65 muziekevenementen op de planning waarvan er slechts tien konden plaatsvinden. De evenementen die georganiseerd werden zorgden echter wel voor relatief veel overlast. Zo hebben drie grote muziekfestivals in Rotterdam geleid tot veel meldingen van geluidsoverlast. Uit geluidsmetingen tijdens die festivals bleek niet dat er overschrijdingen waren in de toegestane geluidsbelasting. De vraag is daarom ook waarom er relatief veel overlast werd ervaren. Hiervoor loopt nog nader onderzoek vanwege een verwachte volgende editie van deze festivals. Mogelijk heeft het te maken met de rust die men heeft ervaren tijdens de coronabeperkingen en de tijdelijke onderbreking van die rust doordat een beperkt aantal festivals in de zomer weer georganiseerd kon worden.

Aantal klachten geluidhinder bij evenementen op evenementenlocaties 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2019 6.4.2

2020

2021

Geurhinder voorkomen

De afgelopen drie jaar maakten inwoners in het werkgebied van DCMR gemiddeld 4.808 keer per jaar melding van geurhinder. Geurhinder kan verschillende oorzaken hebben. Hinder door geur kan, zeker als die regelmatig optreedt, een ernstige verstoring van de leefomgeving en het woongenot betekenen. Tegelijkertijd lijkt er sprake van een verlaging van de tolerantiegrens voor geuroverlast. Burgers ervaren eerder overlast en maken hier ook vaker melding van. Niet-doelmatig werkende ontgeuringsinstallaties, luchtwassers of andere nageschakelde technieken ter voorkoming van geuremissie veroorzaken vaak geurhinder. De woningbouwopgave van de gemeenten heeft tot gevolg dat bedrijvigheid en woningen dichter bij elkaar komen, waarmee het risico op geurhinder toeneemt. Daarom wordt de komende jaren aan de voorkant van projecten extra aandacht besteed aan de advisering over geurhinder. Geurhinder was ook onderdeel van het vorige MJP (2017–2020). Destijds lag de focus op geurhinder van de industrie. Geuroverlast wordt echter niet alleen door industriële bedrijven veroorzaakt en daarom is in het huidige MJP een aanpak in meerdere branches, industrieel en mkb, opgenomen.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

63 / 100

Vanuit toezicht zijn binnen de brancheplannen voor 2021–2024 verschillende aandachtspunten opgenomen voor geur. Vooral binnen de branche horeca is aandacht voor geur van belang. Vanuit deze branche wordt de meeste geuroverlast ervaren. DCMR organiseert regelmatig geurrondes om een goed beeld te krijgen van geuroverlast. Omdat voor die geurrondes onder andere huishoudens bezocht moeten worden, was dit door corona niet altijd mogelijk. De geurrondes zijn wel doorgezet, maar minder vaak dan normaal. De focus van de aanpak van geuremissie richt zich op twee punten: - Verscherpt toezicht en handhaving en regulering op de aanwezigheid, onderhoud en doelmatige werking van ontgeuringsinstallaties, luchtwassers of andere nageschakelde technieken. - Extra aandacht voor het aspect geurhinder bij advisering rond ruimtelijke plannen aan de gemeenten. Voor het focuspunt geurhinder voorkomen zijn drie indicatoren bekeken: - Aantal klachten over geurhinder die niet het gevolg zijn van incidenten. - Nalevingspercentages aanwezigheid, onderhoud en doelmatigheid nageschakelde technieken. - Aantal adviezen aan vergunningverlening en ruimtelijke plannen ten aanzien van geur. Wat hebben we bereikt? Aantal klachten over geurhinder die niet het gevolg zijn van incidenten.

In de onderstaande grafiek is weergeven hoeveel klachten over geur er in 2021 en de twee voorgaande jaren (2019 en 2020) zijn binnengekomen die niet gerelateerd waren aan een incident. Onder een incident wordt verstaan geurklachten die binnenkomen als onderdeel van een CIN-melding of wanneer er sprake is van meer dan vijftien klachten bij een voorval. Geurklachten gerelateerd aan incidenten zijn buiten beschouwing gelaten omdat een incident grote aantallen klachten kan veroorzaken, waardoor er geen goed beeld meer is van de meer gangbare geurklachten. Zo wordt zichtbaar of de reguliere controles leiden tot een vermindering van de klachten. Het aantal geurklachten is vanaf 2019 verminderd. In 2021 kwamen er in totaal 1.546 klachten binnen die niet gerelateerd waren aan een incident, in 2019 waren het er 1.898 in totaal. Waarschijnlijk heeft corona een rol gespeeld in die vermindering doordat horecaondernemers in 2020 en 2021 een groot deel van het jaar hun werk niet (volledig) konden uitvoeren.

Geurklachten per branche Niet het gevolg van een incident Voedingsmiddelenin… Tank op- en overslag Raffinaderijen Houden van dieren Horeca Groot- en… Composteerders/TO… Chemie AWZI en Tankcleaners

0

2021 2020 2019

200 400 600 800 1000 1200

Aantal

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

Het grootste deel van de klachten wordt veroorzaakt binnen de branche horeca. In 2021 waren dat 901 van de in totaal 1.546 klachten, 58% van het totaal. De chemie volgt op de horeca als grootste veroorzaker van geurklachten, in 2021 kwamen er gerelateerd aan deze branche 323 klachten binnen, 21% van het totaal. Daarbij is het van belang om op te merken dat er binnen de horeca heel weinig meldingen binnenkomen van incidenten waarbij geur een rol speelt. Zoals genoemd zijn de

64 / 100

incidenten niet meegenomen in deze weergave van klachten. Als de geurklachten naar aanleiding van incidenten worden meegerekend, dan wordt het aandeel geurklachten vanuit andere branches, zoals de chemie, groter. Nalevingspercentages aanwezigheid, onderhoud en doelmatigheid nageschakelde technieken. In 2021 vonden er controles plaats bij 45 horecabedrijven. Bij zeven bedrijven werden overtredingen geconstateerd. Binnen de horeca worden verschillende technieken toegepast, bijvoorbeeld om dampen en gassen op een correcte wijze af te voeren, zoals vetfilters of afzuigsystemen. Als onderdeel van controles binnen de horeca wordt gecheckt of deze nageschakelde technieken aanwezig zijn, hun doel dienen en of ze goed toegepast worden. Bij de controles in 2021 bleek dat een ruime meerderheid van de bedrijven (89%) dit goed op orde had. Bij 7% van de bedrijven werden overtredingen geconstateerd met betrekking tot een onjuiste hoogte van afvoerkanalen of het ontbreken van doelmatige ontgeuringsinstallaties. Daarnaast werd nog een heel klein aantal problemen geconstateerd met de toepassing van vetfilters of de aanwezigheid van ontgeuringsinstallaties. Tijdens de geurrondes bij horecabedrijven wordt door toezichthouders buiten gebouwen gecontroleerd of er sprake is van geuroverlast. Ook die controles kunnen leiden tot overtredingen. In 4,3% van die controles was sprake van een overtreding.

Ook binnen de industriële branches (chemie, tank op- en overslag en raffinaderijen) is gecontroleerd op het voorkomen van geuroverlast. In 2021 vonden negen van deze controles plaats. Daarbij werden geen overtredingen geconstateerd. Adviezen aan vergunningverlening en ruimtelijk plannen ten aanzien van geur De informatie op deze indicator is vanuit de systemen nog niet beschikbaar. Voor 2021 is alleen een inschatting via Rudis mogelijk voor het totaal aantal adviezen vanuit de unit advies, team lucht, niet gespecificeerd op vergunningverlening of RO. De inschatting is een totaal van 105 adviezen aan zowel RO en vergunningverlening. Geuronderzoeken waarop het team lucht niet heeft geadviseerd, zijn hierin niet meegenomen. 6.4.3

Ondermijning en milieucriminaliteit voorkomen

De aanpak van ondermijnende criminaliteit staat hoog op de agenda, zowel landelijk als bij de gemeenten in het werkgebied van DCMR. Hier zijn bedrijven steeds vaker een dekmantel voor criminele activiteiten. Landelijk is deze trend van vermengen van onder- en bovenwereld ook waarneembaar. Deze vermenging is in een aantal branches waarneembaar: bij garagebedrijven, horeca, afvalverwijderingsbedrijven en opslagboxen op bedrijventerreinen. Van een groot percentage bedrijfspanden, stallen en loodsen in de regio is het feitelijke gebruik onbekend. Zicht van de overheid ontbreekt of is versnipperd over verschillende organisaties, waarmee het risico op ondermijning toeneemt. Door inzet van data en informatie achterhaalt DCMR waar mogelijk sprake is van ondermijnende activiteiten in een bepaald geografisch gebied. Vanuit een datagedreven organisatie is DCMR niet alleen fysiek maar ook digitaal de ogen en oren van de overheid. De regiobrede deelname, landelijke afstemming en een ketenaanpak in de afvalsector bevorderen een uniforme aanpak. Begin 2021 is er contact met gemeenten geweest over de voorgenomen acties. Hierdoor is DCMR in staat om tijdig inzet te koppelen en voor de voorbereiding zorg te dragen of specifieke afspraken over de inzet te maken, zoals het op afroep beschikbaar hebben van een ondermijningsinspecteur.

Er is samenwerking gezocht met verschillende partijen op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau om de aanpak van milieucriminaliteit te versterken en hiervoor beschikbare data beter te benutten. Om detailinformatie over ongebruikelijke activiteiten uit verschillende bronnen bij elkaar te brengen en te analyseren werkt DCMR samen met een platform van analisten van landelijke diensten zoals RWS, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), politie en omgevingsdiensten. Via Omgevingsdienst NL en andere platforms draagt DCMR dit actief uit en maakt zich sterk voor informatie-uitwisseling.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

65 / 100

In samenwerking met het Regionaal Operationeel Bestuurlijk Team (ROBT) van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Rotterdam (RIEC) wordt gewerkt aan de professionalisering van de gemeentelijke aanpak op ondermijning. Er is een grote diversiteit in de aanpak van ondermijningsacties in de regio. De professionaliteit in die aanpak neemt zichtbaar toe en gemeenten maken hierbij gebruik van de expertise van DCMR. Vorig jaar is het DCMR-programma Milieucriminaliteit ‘Samen werken aan het effectief terugdringen van onacceptabele ondermijning in de leefomgeving’, gestart. Van daaruit zal ook een verdere invulling gegeven worden aan het inperken van milieucriminaliteit Er zijn vier indicatoren bekeken voor het focuspunt ondermijning en milieucriminaliteit voorkomen: - Aantal risicoanalyses en deelnames aan ondermijningsacties. - Aantal gecontroleerde bedrijfspanden door ondermijningsteams per gemeente. - Aantal strafrechtelijke onderzoeken in de afvalbranche. - Aantal Bibob-onderzoeken totaal en binnen de afvalbranche. Wat hebben we bereikt? Aantal risicoanalyses en deelnames aan ondermijningsacties Geplande acties

142

Uitgevoerde acties met actieve inzet van DCMR

75

Uitgevoerde acties met geen of beperkte inzet van DCMR

27

Afgelaste acties

40

Ondermijningsacties per participant (bekend bij DCMR) Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Intergemeentelijk Spaanse Polder (Rotterdam en Schiedam) Totaal

Aantal 2 7 1 6 1 9 7 5 5 15 2 7 2 6 75

Voor het jaar 2021 waren er 142 ondermijningsacties gepland, in 75 van die acties participeerde DCMR. In de uitvoering van die acties moest rekening gehouden worden met beperkingen vanwege corona. Voor 73 van die 75 acties werden analyses uitgevoerd door DCMR, in verband met de vakantieperiode was dit voor twee acties niet mogelijk. Binnen 27 van de geplande acties was er sprake van geen of beperkte inzet van DCMR. Voor drie van de acties was DCMR op afroep beschikbaar. Voor dertien van de acties was er wel inzet van intelli-

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

66 / 100

gence, maar geen inzet bij de controle. Bij de overige elf acties was er geen sprake van inzet door DCMR. Van de geplande acties werden er veertig afgelast, hoofdzakelijk vanwege corona. Inzet op ondermijning is afhankelijk van het beleid van de gemeenten. Door corona kon dat beleid de afgelopen jaren vaak niet volledig tot uitvoering komen. Risicoanalyses voor participanten

Aantal

Analyses gevolgd door integrale actie met DCMR-inzet

73

Analyses gevolgd door integrale actie zonder DCMR-inzet

13

Strategische analyses bedrijfsterreinen

5

Analyses ter voorbereiding van ondermijningsacties

109

Branchegerichte analyses (totaal) Automotive Opkopers Opslagboxen, growshops, horeca e.d.

25 15 1 9

Totaal

225

Op basis van de analyses kunnen ondermijningsacties gerichter gepland en uitgevoerd worden. Dit leidt tot effectievere acties met minder inzet van mensen en middelen. Voor de branche-analyse motorvoertuigen en herstelinrichtingen werd onder andere gebruik gemaakt van data uit de KvK, het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA), het Digitaal Opkopersregister, het Scios-register voor spuitcabines, RDW-erkenningen, energieopgaven en gebruiksfuncties van de panden. Dit leverde verschillende inzichten op: - Adressen met alleen KvK-inschrijving, maar geen andere registraties. - Adressen met andere automotive-registraties, maar geen inschrijving KvK. - Wel een RDW-erkenning APK, maar geen garage-afval. - Volgens KvK-gegevens schadeherstelbedrijf, zonder goedgekeurde spuitcabine. Aantal gecontroleerde bedrijfspanden door ondermijningsteams per gemeente Tijdens de ondermijningsacties kunnen een of meerdere bedrijfspanden bezocht worden voor een controle. Voor die controles is een ondermijningschecklist ontwikkeld die sinds 2021 wordt ingezet. In 2021 werden er in totaal 93 bedrijfspanden bezocht voor een controle op ondermijning (in de onderstaande grafiek een uitsplitsing daarvan per branche). Bij 32 bedrijfspanden was alles op orde, maar in het grootste deel van die bedrijfspanden (61) was sprake van overtredingen waardoor de controles opgevolgd moesten worden met een hercontrole.

Bij een pand leidde de hercontrole tot het opleggen van een sanctie. Een klein deel van de bezochte panden was niet geregistreerd als officieel bedrijf. Dit leverde binnen DCMR problemen op met de registratie van de controles omdat de panden geen deel uitmaakten van het bedrijvenbestand. Samen met een processpecialist is daarvoor een oplossing gevonden, waardoor deze onbekende panden nu geregistreerd kunnen worden. Een deel van die controles is hierdoor nog niet zichtbaar in de bovenstaande data. Dit wordt nu verder verwerkt, waardoor het totaal aantal voor 2021 nog wat hoger kan uitvallen.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

67 / 100

Ondermijningscontroles (2021)

Branche

Autodemontagebedrijven Bouw- en houtbedrijven Detailhandel Groothandel Horeca Metaalelectrobedrijven Metaalrecycling Motorvoertuigen/-herstel Niet van toepassing Overige dienstverlening Voedingsmiddelenindustrie incl… 0

50

100

Aantal Aantal strafrechtelijke onderzoeken in de afvalbranche In 2021 zijn veertien strafrechtelijke onderzoeken afgerond in de afvalbranche, waarvan er drie binnen de asbestbranche en elf strafrechtelijke onderzoek bij de branche op- en overslag van afval en puinbrekers. Aantal Bibob-onderzoeken totaal en binnen de afvalbranche In 2021 zijn er tien vergunningaanvragen beoordeeld in het kader van de Wet Bibob, waarvan vijf aanvragen betrekking hadden op activiteiten in de afvalsector. Team Bibob voert integriteitsonderzoeken uit in het kader van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob). Dit onderzoek vindt risicogericht plaats als er een vergunning wordt aangevraagd. Het gaat om een uitgebreide en diepgaande screening van de betrokkene. Dat is meestal de aanvrager of houder van de beschikking/vergunning. Daarnaast richt het onderzoek zich ook op de relaties van de betrokkene, bijvoorbeeld een leidinggevende of iemand die met wie de betrokkene een zakelijk samenwerkingsverband heeft. De uitkomst van het onderzoek kan leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning bij een ernstig gevaar van misbruik voor criminele doeleinden. Over dit gevaar kan aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om advies worden gevraagd. Het LBB voert dan een Bibob-onderzoek uit. Dat is in de kern een uitgebreide en diepgaande screening, oftewel, een antecedentenonderzoek.

Team Bibob levert een bijdrage aan verschillende initiatieven om tot betere samenwerking te komen op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Samenwerking op het gebied van Wet Bibob met derden is op dit moment nog niet mogelijk vanwege de geheimhoudingsplicht in de Wet Bibob. Er ligt een wetsvoorstel ter behandeling bij de Tweede Kamer waarin onder andere verruiming van de bevoegdheden tot informatiedeling tussen het LBB en bestuursorganen en tussen bestuursorganen onderling wordt voorgesteld. Om te komen tot een uniforme en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de Bibob-taak wordt overleg gevoerd in verschillende gremia. Ook neemt DCMR met de andere omgevingsdiensten deel aan een pilot in samenwerking met TRACK (Toezicht Rechtspersonen, Analyse, Controle en Kennisgeving). Binnen de screeningsautoriteit Justis voert TRACK de Wet controle op rechtspersonen uit. TRACK screent daarbij rechtspersonen bij belangrijke veranderingen binnen een rechtspersoon zoals een oprichting of bestuurswisseling. Hiervoor toetst TRACK aan de hand van een risicoprofiel de integriteit van een rechtspersoon en die van bestuurders en andere betrokken personen en bedrijven.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

68 / 100

6.5

Duurzaamheid

De beleidsopgave duurzaamheid kent drie focuspunten: 6.5.1

Energieverbruik verminderen

Energiebesparing is noodzakelijk. Het hoort bij de landelijke en lokale klimaataanpak waarin de klimaatdoelen staan. Energiebesparing is daarnaast aantrekkelijk voor de energiegebruiker omdat het tot kostenbesparing leidt. Bedrijven met een verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgasequivalent per kalenderjaar hebben een informatieplicht energiebesparing. De drijver van de inrichting moet rapporteren over het energiegebruik en de te nemen energiemaatregelen. Deze informatieplicht is sinds medio 2019 van kracht. Van de ongeveer 7.000 inrichtingen voldoen nog niet alle aan de informatieplicht. Door een combinatie van communicatie en aanschrijvingen wil DCMR ervoor zorgen dat alle inrichtingen daar alsnog aan voldoen. De regelgeving rondom energiebesparing is en blijft volop in ontwikkeling en daarom zet DCMR in op kennisuitwisseling. Dit gebeurt onder andere binnen de leergroepen voor zorg, onderwijs en industrie. Zorg- en onderwijsinstellingen en industriële inrichtingen worden door DCMR-medewerkers op de hoogte gebracht van hun verplichtingen om energie te besparen. Daarnaast worden ze ook gewezen op mogelijkheden om extra energie te besparen buiten de wettelijke kaders om. Ook stimuleert DCMR bedrijven te publiceren over de energiebesparende maatregelen die zij hebben doorgevoerd en wat dit binnen die bedrijven opgeleverd heeft.

Dit kan andere bedrijven inspireren om soortgelijke maatregelen door te voeren. DCMR communiceert dit actief, bijvoorbeeld via de website of verschillende social media. Het werkt stimulerend voor de bedrijven als er niet alleen gecontroleerd wordt op tekortkomingen, maar juist ook de positieve ontwikkelingen zichtbaar worden gemaakt. Het is de bedoeling zorginstellingen de komende drie jaar vooral te begeleiden bij het doorvoeren van energiebesparende maatregelen en minder te focussen op alleen controles. Hierover moet nog een besluit genomen worden. Het grootste deel van het bedrijvenbestand valt onder de algemene maatregelen voor energie, een beperkt deel is vergunningplichtig. Binnen de vergunningplichtige groep zijn er bedrijven die onder het Emissions Trading System (ETS) vallen. Deze bedrijven kon DCMR tot nu toe wettelijk gezien geen energiebesparende voorschriften opleggen, maar dit gaat veranderen. De afgelopen jaren heeft DCMR samen met andere instellingen actief gelobbyd voor de verplichting van energiebesparende maatregelen bij ETS-bedrijven. Die lobby heeft effect gesorteerd, ook deze bedrijven zullen vanaf 2023 moeten voldoen aan energiebesparende voorschriften. Bij de overige vergunningplichtige bedrijven zijn de vergunningen verouderd. Daarom wordt nu gewerkt aan actualisatie van die vergunningen.

Er zijn vier indicatoren bekeken voor de het focuspunt schadelijke energiebesparing: - Aantal voor energie geactualiseerde vergunningen. - Energiebesparingspotentieel in terajoules, aantal windturbines, hectaren zonneveld en kton CO2-uitstoot. - Percentage bedrijven dat aan de informatieplicht energiebesparing voldoet. - Aantal meest voorkomende overtredingen. Wat is er bereikt? Aantal voor energie geactualiseerde vergunningen Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam hebben extra geld uitgetrokken voor het uitvoeren van energie-inspecties ten behoeve van het actualiseren van vergunningen. In 2021 zijn bij vijftien Rotterdamse bedrijven en bij elf provinciale bedrijven energie-inspecties uitgevoerd. Vanuit dat toezicht is beoordeeld of vergunningen geactualiseerd moeten worden. Hieruit bleek dat actualisatie onder andere nodig was binnen de branche tankcleaners. Er lopen nu zes procedures binnen die

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

69 / 100

branche om de vergunningen te actualiseren. Verder lopen er twaalf procedures voor actualisatie binnen andere branches. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van (generieke) doelvoorschriften, zoals de verplichting elke vier jaar een energiebesparingsonderzoek uit te voeren en de verplichting tot het invoeren van de energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd < 5 jaar. Energiebesparingspotentieel in terajoules, aantal windturbines, hectaren zonneveld en kton CO2uitstoot DCMR verzamelt energieverbruiksgegevens, maar omdat het geen wettelijke verplichting is van bedrijven dit aan DCMR te melden, zijn die gegevens niet compleet. Bedrijven zijn wel verplicht om hun energieverbruikgegevens eens in de vier jaar te melden bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Dit is de informatieplicht. In 2021 is hard gewerkt aan een goede toegang tot de RVOgegevens en dat is gelukt. Er is nog geen complete match te maken tussen de bedrijvenbestanden van RVO en DCMR. Hieraan wordt gewerkt. Om die reden worden de RVO-gegevens over energieverbruik aangevuld met de gegevens die DCMR tot nu toe zelf heeft verzameld. Omdat de cyclus voor levering van de RVO-data vierjaarlijks is, kan er geen actueel jaarlijks overzicht van energieverbruik worden gegenereerd. Hiervoor is toegang tot de gegevens van Stedin nodig. Die toegang is vooralsnog niet verschaft.

Ook op dat gebied loopt een traject om toegang te verkrijgen tot die data. In onderstaand overzicht is het besparingspotentieel benoemd van in 2021 gecontroleerde bedrijven. Hierbij zijn de verbruiksgegevens gekoppeld aan de uitkomsten van de energie-inspecties. Als bij een inspectie geconstateerd wordt dat een bedrijf nog niet aan de energiebesparende maatregelen voldoet, dan is er bij dit bedrijf sprake van een energiebesparingspotentieel. Geschat is dat het wel voldoen aan die maatregelen een energiebesparing van ongeveer 10% oplevert. Het energiebesparingspotentieel wordt berekend op basis van 10% van hun totale energieverbruik. Tabel: Gemiddeld energiebesparingspotentieel gecontroleerde bedrijven.

Jaar

Energie in terajoules (TJ)

3-megawatt windturbines

Zonneveld hectaren

Vermeden CO2uitstoot kton

2021

170,650

zes

68,3

14,351

Percentage bedrijven dat aan de informatieplicht energiebesparing voldoet DCMR heeft in 2021 sterk ingezet op het binnenhalen van meer meldingen van bedrijven volgens de informatieplicht. Een deel van de bedrijven is aangeschreven en nagebeld. Er werden in totaal 5.613 meldingen verwacht vanuit het hele DCMR-gebied. In 2020 waren in totaal 3.388 meldingen gedaan en in 2021 zijn er nog eens 647 meldingen bijgekomen. Het totaal aantal gemelde bedrijven staat nu 4 op 4.035. Het grootste deel van de bedrijven voldoet nu dus aan de informatieplicht. In onderstaande grafiek is per gemeente weergegeven welk percentage van het meldingsplichtige bedrijvenbestand nu voldoet aan de informatieplicht.

4

Een aantal meldingen is afkomstig van adressen die (nog) niet in het bedrijvenregister van DCMR zijn opgenomen, waardoor een percentage van meer dan 100% mogelijk is. Er wordt aan gewerkt om ook deze data in het register op te nemen.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

70 / 100

Bedrijven die aan de informatieplicht voldoen (2021) Albrandswaard Brielle Goeree-… Krimpen aan den… Maassluis Ridderkerk Schiedam Westvoorne* 0%

20%

40%

60%

80%

100%

120%

Administratieve controle

Fysieke controle

Totaal

7 37 10 37 15 11 48 7 22 2 55 24 10 270 655

5 17 13 12 19 17 10 24 10 24 29 36 31 11 226 484

12 54 23 12 56 32 21 72 17 46 31 91 55 21 596 1.139

Aantal meest voorkomende overtredingen Gemeente Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Eindtotaal

Het grootste deel van de energie-inspecties vindt plaats bij type A- en B-bedrijven. Er zijn voor die bedrijven diverse checklists opgesteld om binnen de verschillende branches te kunnen controleren op het voldoen aan energiebesparende maatregelen. Ook worden er inspecties uitgevoerd bij een kleinere groep type C-bedrijven in opdracht van de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam. In onderstaande grafiek is weergegeven welk type overtredingen is geconstateerd binnen die inspecties. De meeste overtredingen zijn geconstateerd op aandacht en gedrag.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

71 / 100

Energie Aantal overtredingen (2021) Aandacht en gedrag Elektromotoren E3-E4 EML divers

Type C -bedrijven

Isolatie Ventilatie Verlichting Verwarming en koeling 0 6.5.2

50

100

150

Energietransitie

De energietransitie is noodzakelijk omdat de inzet van fossiele brandstoffen tot uitstoot van CO 2 leidt en de klimaatopwarming versterkt. De energie die we niet kunnen besparen, moeten we uiteindelijk groen maken door de inzet van hernieuwbare bronnen. De terugverdientijd voor bedrijven is lang omdat de investeringen hoog zijn. Ook ontbreekt het vaak, zeker bij kleinere bedrijven, aan de benodigde technische kennis. Door grootschalige inzet en verdere technische ontwikkeling kan duurzaam energiegebruik ook tot kostenbesparing leiden. Soms zit er nog een stap tussen naar fossielarm. Bijvoorbeeld bij het benutten van restwarmte van de industrie. Benutting van restwarmte is ook een vorm van energiebesparing, omdat die warmte anders in de lucht of het water belandt en de ontvangers van die restwarmte (woningen, mkb, glastuinbouw) minder fossiele brandstof verbruiken. Bovendien blijft het benutten van restwarmte van de industrie ook van belang, zelfs als het gebruik van fossiele brandstoffen langzaam stopt. Het is immers noodzakelijk hoogwaardige energie efficiënt te gebruiken. In 2021 heeft DCMR onder andere bijgedragen aan een projectplan voor het Rotterdamse Haven – en Industrieel Complex in het kader van de NOVI (Nationale Omgevingsvisie). Er is een conceptprojectplan opgeleverd met drie speerpunten, op geluid, stikstof en de energietransitie.

Als onderdeel van dit project is een Versnellingshuis gestart. Het Versnellingshuis ondersteunt bedrijven bij hun initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Barrières op het gebied van regelgeving, financiën en vergunningen worden weggenomen zodat deze projecten versneld uitgevoerd kunnen worden. In het Versnellingshuis hebben bijvoorbeeld gesprekken plaatsgevonden met verschillende raffinaderijen die plannen hebben om te vergroenen. Ook is er overleg geweest met het Havenbedrijf Rotterdam over de ontwikkeling van electrolyzer-parken op de Tweede Maasvlakte en een hieraan gekoppelde waterstofpijpleiding. Er zijn vijf indicatoren bekeken voor het focuspunt energietransitie: - Inventarisatie van de beschikbare restwarmte bij industriële bedrijven. - Aantal vergunningen en m.e.r.(-beoordelings)procedures dat via de versnellingstafelaanpak bijdraagt aan energietransitie. - Aantal kiloton vermeden CO2-uitstoot door energietransitie. - Aantal bedrijven dat mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie benut, gespecificeerd op het soort duurzame energie. - Voorbeelden van duurzaamheidsadviezen over ruimtelijke ontwikkelingen aan gemeenten.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

72 / 100

Wat is er bereikt? Inventarisatie van de beschikbare restwarmte bij industriële bedrijven Het gebruik van restwarmte voorkomt onnodige inzet van brandstoffen/energie en levert daarmee een bijdrage aan de verduurzaming. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Gasunie hebben op 8 november 2021 het officiële startsein gegeven voor de aanleg van een warmteleiding van de Rotterdamse haven naar Den Haag. Dit project, onder de naam WarmtelinQ, wordt een open transportleiding waar meerdere afnemers, zoals energieleveranciers, en duurzame warmtebronnen op aan kunnen sluiten. Met de aanleg van de ondergrondse leiding komt restwarmte van bedrijven uit de haven beschikbaar voor maximaal 120.000 woningen en andere gebouwen in de provincie ZuidHolland. Dat levert een CO2-reductie op van zo’n 0,18 megaton per jaar. De restwarmte is afkomstig van bedrijven rond de Rotterdamse haven die vrijkomt bij industriële processen en anders ongebruikt wordt afgevoerd. Door deze restwarmte te gebruiken voor het verwarmen van gebouwen en glastuinbouw hoeft er minder warmte met aardgas geproduceerd te worden. In de toekomst kunnen naast de inzet van restwarmte ook andere hernieuwbare warmtebronnen, zoals geothermie, worden aangesloten. De aanleg van het WarmtelinQ-project door Gasunie is naar verwachting in 2025 afgerond.

DCMR vraagt binnen de vergunningverlening aandacht voor de benutting van restwarmte, zowel binnen als buiten bedrijven. Allereerst wordt, zeker bij nieuwbouw, van een bedrijf energie-efficiëntie verwacht en waar mogelijk intern hergebruik van warmte wordt toegepast. Door het bedrijf ook te laten rapporteren over omvang en temperatuur van de lozing naar water en lucht wordt kennis opgebouwd over de potentie om deze restwarmte extern te gebruiken. Van significante restwarmtestromen die nu nog worden weggekoeld, wordt gevraagd deze uitkoppelgereed uit te voeren. Daarmee wordt zeker gesteld dat, mocht er een bestemming komen voor deze warmte, dat deze ook kan worden uitgekoppeld. Of de restwarmtestroom wordt hergebruikt buiten het bedrijf is een commerciële beslissing tussen twee private partijen. Door de restwarmtepotentie voor extern gebruik inzichtelijk te maken wordt realisatie bespoedigd. Aantal vergunningen en m.e.r.(-beoordelings)procedures dat via de versnellingstafelaanpak bijdraagt aan energietransitie. De ontwikkelingen rond nieuwe energiedragers waaronder waterstof in het bedrijfsleven en in de bebouwde omgeving brengt nieuwe vraagstukken met zich mee. DCMR krijgt veel nieuwe aanvragen en daarbij behorende ruimtelijke ordening en m.e.r.-(beoordelings)procedures van Brzo-bedrijven voor nieuwe blauwe- en groenewaterstofprojecten.

Omdat het hierbij vaak gaat over nieuwe en deels experimentele technologieën worden we geconfronteerd met vraagstukken rond ruimtelijke ordening/m.e.r. en VTH waarvoor geen pasklare oplossingen beschikbaar zijn. Hiertoe is een multidisciplinair team opgericht. Het multidisciplinaire team bestaat uit een m.e.r.-specialist, vergunningverlener, inspecteur, externe veiligheid en energiespecialist en beleidsadviseur met complementaire ervaring, kwalificaties, competenties en kwaliteiten die samen bijdragen aan compleet beeld geven van alle ontwikkelingen van waterstof, versnellen van de energietransitie en komen met creatieve, integrale oplossingen voor vraagstukken. De geïntensiveerde samenwerking in het team tussen ruimtelijke ordening/m.e.r. en vergunningverlener zorgt voor een optimalere afstemming waardoor procedures sneller verlopen. Momenteel wordt deze versnellingstafelaanpak ingezet voor 27 aan blauwe en groene waterstof gerelateerde projecten. Voor zeven van die projecten is de vergunningsprocedure al afgerond. Als de aanvrager de aanvraag goed voorbereidt, frequent communiceert met het bevoegd gezag en er geen directe milieudrempels zijn, kan het snel gaan met een procedure. In het geval van VoltH2 Vlissingen (groenewaterstofaanvraag voor 25 MW) is een oprichtingsvergunning afgegeven binnen zes maanden.

Van deze zes maanden was de totale doorlooptijd bij DCMR slechts drie maanden door intensieve communicatie tussen aanvrager, vergunningverlener en adviseurs.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

73 / 100

Aantal kiloton vermeden CO2-uitstoot door energietransitie In onderstaande grafiek is de vermeden CO2-uitstoot uitgedrukt in het aantal kiloton per bron. Vanuit de klimaatmonitor wordt deze analyse iedere twee jaar gedaan. De inzet op hernieuwbare energie kan worden vertaald naar vermeden CO2-uitstoot. Het gaat om een theoretische besparing, de redenering is dat een toename aan hernieuwbare energie, bijvoorbeeld door de inzet van windturbines, het gebruik van fossiele energie vermindert.

De participanten willen steeds beter inzicht in de CO2-besparing die hun inspanningen op het gebied van de energietransitie oplevert. Voor Rotterdam stelt DCMR jaarlijks de CO 2-monitor op. In die monitor worden verschillen tussen de jaarlijkse uitstoot getoond en, voor zover mogelijk, verklaard. Ook levert DCMR aan Rotterdam de Monitor Hernieuwbare Energie. In die monitor wordt het jaarlijkse aandeel hernieuwbare energie bepaald en vergeleken met het totale energieverbruik. Dit is te vertalen naar vermeden CO2-uitstoot. Tenslotte beoordeelt DCMR de maatregelen van de Rotterdamse Klimaataanpak. Op verzoek van Rotterdam bepaalt DCMR het (toekomstig) verwachte effect van maatregelen op de CO2-uitstoot. Dit betreft zowel fossiele energiebesparing als inzet op hernieuwbaar 5 (zon en wind) en is bepaald voor 2021, 2025 en 2030. Voor de provincie Zuid-Holland stelt DCMR jaarlijks een energietransitiemonitor op. Deze bestaat uit tien hoofdstukken: vijf voor de klimaatsectoren (elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw) en vijf voor de energiebeleidsthema’s waaraan de provincie in deze collegeperiode werkt (warmte, RES, waterstof, lokale initiatieven en innovatie). Voor deze tien hoofdstukken worden, waar relevant, de emissies van broeikasgassen, het energiegebruik, duurzame groei en energietransitie aan de hand van indicatoren in beeld gebracht.

Aantal bedrijven dat mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie benut Hierover is een vraag toegevoegd aan een checklist voor energiecontroles, die in 2022 in gebruik is genomen. Voorbeelden van duurzaamheidsadviezen over ruimtelijke ontwikkelingen aan gemeenten In 2021 is aan de gemeenten Brielle, Westvoorne en Hellevoetsluis geadviseerd over geothermiewinningsvergunningen, dan wel geothermiewinningsplannen met betrekking Vierpolders en Tinte. In

5

Zie https://www.dcmr.nl/verminderen-co2-uitstoot

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

74 / 100

eerste instantie gaat het om warmte bestemd voor de glastuinbouw met eventueel een toekomstig scenario voor een warmtenet voor woningen en andere gebouwen. Voor de keuze voor de warmtevoorziening in het gebied Merwe-Vierhavens is de gemeente Rotterdam vanuit de toetsende rol van DCMR in het m.e.r. bevraagd over de voorgenomen keuze. Van de vier mogelijkheden koos de gemeente de duurste, die het meest beslag legt op elektriciteit. De gedachte was dat met deze optie nauwelijks energie van elders nodig zou zijn. Hierbij was verzuimd de kwaliteit en de schaarste van de aangevoerde energie in de verschillende varianten te betrekken in de keuze. Inmiddels wordt – naast de toetsende rol – de gemeente geadviseerd om het vervolgonderzoek en een daarop te baseren keuze, optimaal te uit voeren. 6.5.3

Circulaire economie

In 2030 moet Nederland 50% minder grondstoffen verbruiken en in 2050 een volledig circulaire economie hebben. In deze circulaire economie bestaat geen afval en gebruiken we grondstoffen steeds opnieuw. Zowel nieuwe als bestaande bedrijven ontwikkelen circulaire initiatieven. Ze waarderen reststromen op zodat ze het als product of de grondstof kunnen gebruiken. Wet- en regelgeving voorziet nog niet goed in de transitie naar een circulaire economie. Er zijn knelpunten, bijvoorbeeld als het gaat om de bestaande afvalstatus van een potentiële grondstof. Als iets de status van afval heeft gekregen, gelden regels voor hoe bedrijven zich van afval moeten ontdoen. Voor belemmeringen moeten verantwoorde oplossingen worden gevonden binnen de kaders van gezondheid en veiligheid. DCMR heeft bij dit focuspunt aandacht voor de ketensamenwerking van bedrijven en industrieën en het gebruik van groen en biomassa. Daarbinnen is aandacht voor een beperkt aantal pilotprojecten per jaar. Er zijn vijf indicatoren bekeken voor de het focuspunt circulaire economie: - Aantal adviesvragen bij het adviesloket Circulaire Economie. - Aantal uitgevoerde pilots of experimenten op circulaire economie. - Volume van het grondstoffengebruik (primair, secundair). - Inzet hernieuwbare grondstoffen (volume/percentage), bijvoorbeeld biomassavergisting/omzetting. - Aantal einde-afvaloordelen.

Wat is er bereikt? Aantal adviesvragen bij het adviesloket Circulaire Economie Rotterdam heeft in samenwerking met DCMR als eerste stad van Nederland een Circulair Loket voor ondernemers ingericht. Bedrijven die afval als grondstof willen gaan gebruiken, kunnen hier terecht voor praktische en juridische vragen. Het informatiepunt moet langdurige, kostbare trajecten voorkomen. Iemand hoeft niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Specialisten van DCMR geven binnen dit loket advies op maat. Zij leggen uit welke procedures moeten worden doorlopen om reststromen te mogen hergebruiken. Veel welwillende bedrijven lopen namelijk vast in ingewikkelde processen en vergunningaanvragen. Verder geven de vragen die bij het loket binnenkomen, inzicht in de problemen en zoektochten van ondernemers in de praktijk. Die kennis kan aanleiding zijn om de regelgeving aan te passen. Sinds 2021 adviseert DCMR ondernemers met vragen over de circulaire economie en het gebruik van afvalstoffen. Er zijn in totaal negentien vragen binnengekomen. Daarvan zijn er tien direct afgehandeld en vijf in behandeling. Voor vier vragen zal samen met andere overheden naar oplossingen gezocht worden. Aantal uitgevoerde pilots of experimenten op circulaire economie Er lopen verschillende experimenten, bijvoorbeeld met het gebruik van koffiedik en bokashi.

Voor dit soort experimenten zijn vaak einde-afvalverklaringen nodig.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

75 / 100

Volume grondstoffengebruik (primair, secundair) Bedrijven kunnen reststromen hergebruiken als een (circulaire) grondstof. Het bevorderen van circulariteit is daarbij een middel. Bedrijventerreinen in Zuid-Holland vormen een belangrijke bron van reststromen. Er wordt vanuit de provincie Zuid-Holland een onderzoek uitgevoerd dat inzicht geeft in mogelijk hoogwaardig (her)gebruik. In de komende maanden wordt voor 26 bedrijventerreinen van de 250 in het gebied van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) de reststromen benoemd die nu al verhandelbaar zijn. DCMR ondersteunt de onderzoekers met gegevens van het landelijk meldpunt afvalstoffen en met de analyse van de resultaten. De resultaten zijn de bron voor verdere gesprekken over reststromengebruik met ondernemers en participanten. In overleg met onder andere de participanten en ondernemers wordt dit verder gebracht. Dit gebeurt tot nu toe in Rotterdam, Vlaardingen, Capelle aan den IJssel, Lansingerland, Nissewaard, Maasluis en Schiedam. Inzet hernieuwbare grondstoffen (volume/percentage), bijvoorbeeld biomassa vergisting/omzetting Deze indicator kan nog niet berekend worden omdat gegevens nog niet voldoende worden verzameld, ontwikkelingen volgen. Er zijn wel al wat voorbeelden te noemen waarbij DCMR betrokken is, bijvoorbeeld de productie van pyrolyse-olie en rubberkorrels. Advanced Methanol Rotterdam B.V.

is voornemens in het Rotterdamse havengebied (Botlek) een installatie te realiseren voor de productie van methanol uit van afval gemaakte pellets. Door middel van geavanceerde vergassingstechnologie worden in de installatie niet-recyclebare reststoffen uit afvalbewerkings- en afvalverwerkingsinstallaties omgezet in methanol. De methanol kan vervolgens worden toegepast als brandstof of als chemische bouwsteen voor verdere productie. Voor dit initiatief is inmiddels een vooroverleg opgestart. Waste-to-Jet is de opvolger van Waste-to-Chemicals (initiatief is vorig jaar gestopt). In plaats van methanol zoals bij Waste-to-Chemicals is het de bedoeling om in het Rotterdamse havengebied biokerosine te maken voor de luchtvaart van niet-recyclebare reststoffen uit afvalbewerkings- en afvalverwerkingsinstallaties; een groot deel zal uit kunststoffen bestaan. Ook voor dit initiatief is inmiddels een vooroverleg opgestart. Aantal einde-afvaloordelen Uit vergunningtrajecten en vanuit controles door toezicht ontstaan interne vragen over of een afvalstof weer als grondstof mag worden gebruikt of dat na een bewerking vanuit een afvalstof een product ontstaat. Ook via bedrijven, bijvoorbeeld via het circulaire loket van Rotterdam, komen rechtstreeks dit soort vragen binnen.

Om een afvalstof weer in te zetten als grondstof zijn er drie instrumenten: voortgezet gebruik, bijproduct en einde-afvaloordeel. Deze conclusies kunnen op diverse manieren een plek krijgen: een bestuurlijk rechtsoordeel, in een vergunning of in een handhavingsbeschikking. Een bestuurlijk rechtsoordeel einde-afvaloordeel is een keer afgegeven, namelijk voor het inzetten van koffiedik als substraat voor de kweek van oesterzwammen. Een compleet overzicht van hoe vaak de instrumenten ‘voortgezet gebruik’ en ‘bijproduct’ zijn gebruikt ontbreekt nog.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

76 / 100

Deel 3: Jaarrekening 2021

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

77 / 100

7 Balans 7.1

Balans

Balans 2021 ( € x € 1.000)

ACTIVA

Per 31-12-2021

Per 31-12-2020

€

€

€

€

Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut - overige investeringen met economisch nut

-

-

1.886

2.097

1.886

2.097

Financiële vaste activa

-

-

Totaal vaste activa

1.886

2.097

Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk

1.259 1.259

Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Rekening-courantverhouding met het Rijk Vorderingen op openb are lichamen Overige vorderingen

13.268 11.142 2.126

Liquide middelen Kas- en b anksaldi

10.944 9.645 1.299

60 60

Overlopende activa Voorschotb edrag met specifiek b estedingsdoel Overig nog te ontvangen en vooruitb etaalde b edragen

759 759

61 61

1.117 143 974

2.688 997 1.691

Totaal vlottende activa

15.704

14.452

Totaal generaal

17.590

16.549

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

78 / 100

( € x € 1.000)

Per 31-12-2021

Per 31-12-2020

€

PASSIVA

€

€

€

Vaste passiva Eigen vermogen

4.866

Algemene reserve

6.038

1.770

1.770

4.050 -954

2.304 1.964

Bestemmingsreserves - Overige bestemmingsreserves - Resultaat na bestemming - Resultaat voor bestemming

Vreemd vermogen

-

Waarborgsom

Totaal vaste passiva

4.866

6.038

5.709

4.880

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden

5.709

4.880

Overlopende passiva

7.015

Vooruitontvangen b edragen Vooruitontvangen facturen Voorschotb edragen met specifiek b estedingsdoel Nog te b etalen b edragen

5.632

1.174 4.767 1.074

1.243 -215 3.566 1.038

Totaal vlottende passiva

12.724

10.511

Totaal generaal

17.590

16.549

7.2

Toelichting Activa

7.2.1

Materiële vaste activa

Overige investeringen met een economisch nut ( € x 1.000)

Ultimo 2021 Ultimo 2020 € €

Inrichting nieuwe pand DCMR Machines, apparaten en installaties Overige mat.vaste activa

1 1.556 330

2 1.718 378

TOTAAL

1.886

2.097

Verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met een economisch nut Omschrijving ( € x 1.000)

boekwaarde desbijdragen van 31-12-2020 investeringen investeringen afschrijvingen derden € € € € €

afwaarderingen €

boekwaarde 31-12-2021 €

Inrichting nieuwe pand DCMR Machines, apparaten en installaties Overige mat.vaste activa

2 1.718

433

-

1 593

-

-

378

15

-

64

-

-

1 1.556 330

Totaal

2.097

448

-

658

-

-

1.886

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

79 / 100

Investeringen De afschrijvingen zijn opgenomen in de exploitatie waardoor investeringsruimte ontstaat. De in het boekjaar gedane investeringen staan in onderstaand overzicht vermeld. Omschrijving investeringen ( € x 1.000)

2021 €

Machines, apparaten en installaties Overige mat.vaste activa

433 15

Totaal

448

Afschrijvingspercentages Inrichting nieuw pand DCMR: Machines, apparaten en installaties: Overige materiële vaste activa: 7.2.2

10% 20–25% 10%

Vlottende activa

Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën:

Omschrijving ( € x 1.000)

Ultimo 2021 €

Ultimo 2020 €

Onderhanden werk

1.259

759

TOTAAL

1.259

759

In het onderhanden werk zijn opgenomen de waarde van de prestaties op projecten die ultimo 2021 een doorlopend karakter hebben. De vooruit gefactureerde termijnen zijn op het onderhanden werk in mindering gebracht. Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Soort vordering ( € x 1.000)

Openstaande vorderingen 31-12-2021 €

Voorziening oninbaarheid 31-12-2021 €

Openstaande vorderingen 31-12-2021 €

Rekening-courantverhouding met het Rijk Vorderingen op openbare lichamen Overige Vorderingen

11.142 2.126 -

-

11.142 2.126 -

Totaal

13.268

-

13.268

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

80 / 100

De rekening-courantverhouding met het Rijk geeft de vordering van DCMR weer op de Rijksschatkist als gevolg van de verplichte deelname van decentrale overheden aan het zogeheten schatkistbankieren. Met die regeling worden alle liquiditeiten van decentrale overheden boven een beperkt minimum geparkeerd bij de Rijksschatkist. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Omschrijving ( € x 1.000)

Ultimo 2021 €

Ultimo 2020 €

Banksaldi Kas

60 0

61 0

TOTAAL

60

61

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van DCMR. Het drempelbedrag aan liquide middelen, dat is uitgezonderd niet aan te houden in ’s Rijks schatkist over het jaar 2021 bedraagt €549k. Hieronder een overzicht van het gemiddeld banksaldo per kwartaal als bedoeld als uitzondering niet aan te houden in ’s Rijks schatkist. Het gemiddelde banksaldo in het tweede kwartaal 2021 wijkt af van de overige kwartalen, omdat er na het tijdstip van dagelijkse afroming (tot aan de balancing) op 30 april 2021 nog een betaling is bijgeschreven van een van de participanten ad €6.109k.

Omschrijving 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

Ultimo 2021 (€ x 1.000) 56 2.087 50 60

Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt worden onderscheiden:

Omschrijving ( € x 1.000)

Voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen TOTAAL

Ultimo 2021 Ultimo 2020 € €

143 974

997 1.930

1.117

2.927

De post voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel bestaat volledig uit vorderingen op de participanten:

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

81 / 100

Omschrijving

Saldo Saldo 31-12-2020 31-12-2021 ( € x 1.000) € €

Participant Goeree Overflakkee Participant Hellevoetsluis Participant Lansingerland Participant Maassluis Participant Schiedam Participant Zeeland Totaal

47 129 74 20 6 721 997

66 8 41 29

144

Voor de aansluiting met de stand per 31-12-2021 wordt verwezen naar bijlage 11.3 Overzicht voorschot met specifiek bestedingsdoel per participant.

7.3

Toelichting Passiva

7.3.1

Eigen vermogen

Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten:

Omschrijving ( € x 1.000)

Ultimo 2021 Ultimo 2020 € €

Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat na bestemming

1.770 4.050 -954

1.770 2.304 1.964

TOTAAL

4.866

6.038

In het algemeen bestuur van december 2019 is besloten tot de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering en met ingang van het begrotingsjaar 2020 jaarlijks €1mln te doteren vanuit de begroting. Met deze reserve worden projecten gefinancierd die beogen een stapsgewijze transitie van de bedrijfsvoering en digitalisering van de kerntaken te realiseren. Deze modernisering ondersteunt de ontwikkeling van DCMR als datagedreven omgevingsdienst. Hierbij worden zowel de primaire als de ondersteunende processen geprofessionaliseerd, zodat DCMR voorbereid is op de Omgevingswet. Hiervoor is in 2021 €1.153k aangewend. De bestemmingsreserve personeel en organisatie is gevormd voor de dekking van incidentele personele frictiekosten, die onder andere zijn ontstaan door de reorganisaties van 2010 en 2015. Hiervoor is in 2021 €65k aangewend. Aangezien voor een deel van deze reserve geen bestemming meer is, heeft het algemeen bestuur besloten om €300k te laten vrijvallen en toe te voegen aan de nieuwe bestemmingsreserve maatschappelijke duurzaamheidsopgaven. Daarnaast heeft het algemeen bestuur besloten om het positieve rekeningresultaat 2020 ad €1.1964k toe te voegen aan de nieuwe bestemmingsreserve maatschappelijke duurzaamheidsopgaven. Conform besluit is dit verwerkt in deze jaarrekening.

Vanaf 2022 gaan er projecten starten – circulaire economie en energietransitie – die worden gedekt vanuit deze reserve. Het verloop over 2021 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

82 / 100

Omschrijving ( € x 1.000)

Algemene reserve Bestemmingsreserves overige bestemmingsreserves Modernisering Bedrijfsvoering* Personeel en organisatie Duurzaamheidsopgaven Resultaat na bestemming Resultaat 2020 Resultaat 2021

Totaal

Saldo 31-12-2020 Toevoeging Onttrekking € € €

Dotatie €

Bestemming dekking van Saldo resultaat afschrijvingen 31-12-2021 € € €

1.770

0

0

0

0

0

1.770

1.770

0

0

0

0

0

1.770

1.883 421 0

1.000 0 300

1.153 365

0 0 0

0 0 1.964

2.304

1.300

1.518

0

1.964

1.964 1.964

0

0

0

-1.964 -954 -2.918

6.038

1.300

1.518

0

-954

1.730 56 2.264 0

4.050

0

0 -954 -954

0

4.866

Voorstel technische resultaatbestemming: Overeenkomstig het aan het dagelijks bestuur gedane voorstel het totaal van €954k ten laste te leggen van de algemene reserves. Daarnaast conform het dagelijks-bestuursbesluit het saldo van de bestemmingsreserve personeel en organisatie over te boeken naar de bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering en de bestemmingsreserve personeel en organisatie op te heffen. 7.3.2

Vlottende passiva

Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Omschrijving ( € x 1.000)

Ultimo 2021 €

Ultimo 2020 €

Schulden < 1 jaar Vooruitontvangen bedragen Vooruitontvangen facturen Voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel Nog te betalen bedragen

5.709 1.174 4.767 1.074

4.880 1.243 -215 3.566 1.038

TOTAAL

12.724

10.511

Schulden korter dan één jaar De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd: Omschrijving ( € x 1.000)

Ultimo 2021 €

Ultimo 2020 €

Schulden aan leveranciers Schuld aan Belastingdienst (af te dragen omzetbelasting) Schuld aan Belastingdienst (af te dragen loonheffing)

5.709 -

1.835 1.022 2.022

TOTAAL

5.709

4.880

Er zijn geen kasgeldleningen en geen bank- of girorekeningen met een negatief saldo.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

83 / 100

Overlopende passiva De specificatie van de overlopende passiva is als volgt: Omschrijving ( € x 1.000)

Ultimo 2021 €

Ultimo 2020 €

Vooruitontvangen bedragen Vooruitontvangen facturen Nog te betalen bedragen Voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel

1.174 1.073 4.767

1.243 -215 1.038 3.566

TOTAAL

7.014

5.632

Ultimo 2021 €

Ultimo 2020 €

Te vorderen overige belastingen Nog te betalen kosten

0 1.073

-26 1.063

Totaal

1.073

1.038

De post nog te betalen bedragen valt uiteen in de volgende posten: Omschrijving ( € x 1.000)

De post voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel valt uiteen in de volgende bedragen en bestaat volledig uit schuld aan de participant:

Omschrijving

Saldo Saldo 31-12-2020 31-12-2021 ( € x 1.000) € €

Participant Albrandswaard

63

68

Participant Barendrecht

21

23

58 61 221 131 210 1.025

34 104 216 95 247 769 179

Participant Brielle Participant Capelle aan den IJssel Participant Krimpen aan den Ijssel Participant Nissewaard Participant Ridderkerk Participant Rotterdam Participant Schiedam Participant Vlaardingen

406

537

Participant Westvoorne Participant Provincie Zuid Holland Subtotaal Provincie Zeeland Beheer I-Kwadraat (Fase A-plus) Beheerorganisatie Ranomos MSR (MOI) Subtotaal

128 667 2.991 225 311 40 576

96 1.558 3.927 228 277 285 49 840

Totaal

3.566

4.767

Voor de aansluiting met de stand per 31-12-2021 wordt verwezen naar bijlage 11.3 Overzicht voorschot met specifiek bestedingsdoel per participant.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021

84 / 100

Deze voorschotbedragen betreffen middelen waarover DCMR geen directe zeggenschap heeft. Dit omdat zij die middelen enerzijds beheert in opdracht van de participanten en ze anderzijds beschikbaar zijn gesteld voor specifieke werkzaamheden. De mutaties in het voorschot worden veroorzaakt door over- of onderbestedingen op het werkplan van een participant, door toekenning van extra middelen gedurende het jaar of door afrekening van afgeronde projecten van participanten waarvan is afgesproken dat deze afrekening via het voorschot van de betreffende participant verloopt.

7.4

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

DCMR is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste.

EA2019 Warme- en koude dranken

Overzicht langlopende verplichtingen Einddatum contract Verplichting Verplichting Verplichting Leverancier (exclusief < 1 jaar 1 tot 2 jaar 2 tot 5 jaar opties verlenging) Selecta Netherlands BV 30-4-2025 € 40.000 € 40.000 € 13.333

EA2019 Digitale Checklisten

Genetics B.V.

EA2019 Afvalmanagement

Renewi Nederland B.V./Ecosmart

Multifunctionals (printers)

Veenman

EA2019 Nieuw Financieel Systeem

Technology 2 Enjoy

EA2019 Bodeminformatiesysteem

Roxit

EA2019 herverzekering WGA

Loyalis/ASR

EA2019 Nazorg bodemlokaties

Afvalservice Bodemzorg

EA2020 ICT supportdesk

NTNT (vh. Groupe Open)

Zaaksysteem RUDIS

Centric

NMK-A

Geodan

Backup and Storage

SLNT IT BV

Gebruik personeelssysteem

RAET

Mobiele communicatie via VNG

Vodafone

EA2020 Onderhoud gebouwen

Veolia Gebouwenbeheer

EA2020 Schoonmaak

CSU

Catering

Sodexo

Huur Parallelweg 1, Schiedam

ROC Beheer BV.

EA2020 Nieuwe Website

Betawerk

EA2020 Nieuw VTH Systeem

Mozard BV

EA2020 Accountantcontrole Nadere Ovk GGI-Veilig Perceel 1 (SIEM-SOC)

PWC

Catering

V'Business

Omschrijving

KPN Security BV

1-1-2024 €

108.709 € 108.709 56.930 € 52.186 30-6-2022 € 16.951 31-12-2023 € 261.913 € 261.913 31-12-2022 € 44.068 31-12-2022 € 145.198 5-1-2024 € 76.372 € 62.132 1-9-2022 € 139.133 11-9-2023 € 242.097 € 161.398 30-7-2023 € 162.090 € 94.553 4-9-2022 € 480.855 1-1-2024 € 201.215 € 201.215 21-4-2023 € 112.298 € 37.433 1-1-2025 € 103.972 € 103.972 € 103.972 30-9-2024 € 275.540 € 275.540 € 206.655 1-6-2021 € 140.000 € 140.000 9-12-2023 € 2.220.581 € 2.287.199 31-3-2023 € 169.918 € 4.740 31-12-2025 € 49.563 € 46.265 € 93.406 31-7-2022 € 65.800 14-7-2024 € 15.502 € 15.502 € 15.502 31-12-2023 € 140.000 € 140.000 30-11-2023 €

TOTAAL

€ 5.268.706 € 4.032.756 €

432.868

Leasecontracten wagenpark Het wagenpark wordt geleased bij één leasemaatschappij. De aangegane verplichting bedraagt exclusief brandstof ca. €109k op jaarbasis. Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume De verplichtingen die voortkomen uit vakantiegelden en verloftegoeden van de medewerkers van DCMR ultimo boekjaar 2021 worden niet in de jaarrekening opgenomen, omdat deze een vergelijkbaar volume hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/843/documents/32067