Jaarstukken gemeente Ridderkerk 2025
Tekst van het document
Als er meer dan € 100.000 wordt onder- of overschreden, geven we daar een toelichting op. Tarievenbeleid Volgens het collegeprogramma 2022-2026 is het doel dat de woonlasten laag blijven vergeleken met omliggende gemeenten. Het beleid om de OZB alleen met de inflatiecorrectie te verhogen, is doorgezet. Het indexeringspercentage voor 2025 ten opzichte van 2024 | is 2,5%. De verwachte inkomsten uit gebonden heffingen mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn. Dit is inclusief de toerekenbare compensabele btw, veranderingen in voorzieningen en reserves en overheadkosten. De kosten voor kwijtschelding van afvalstoffen- en rioolheffing zijn niet meegenomen in de tariefberekening, terwijl de perceptiekosten volgens het beleid wel in de tariefberekening zijn opgenomen. In deze paragraaf, onder 'Lokale lastendruk', worden de veranderingen in de woonlasten en tarieven van 2025 vergeleken met die van 2024 uitgelegd. Overzicht geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingen en lokale heffingen Hierna is een overzicht van de verwachte en de behaalde inkomsten uit de ongebonden en gebonden heffingen: Ongebonden heffingen Ongebonden heffingen zijn inkomsten voor de gemeente zonder specifiek bestedingsdoel. De ontvangen belastinggelden gaan naar de algemene middelen van de gemeente. Daarna kan de raad beslissen waaraan het geld wordt besteed.
Omschrijving | Primitieve | Begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil 2025 begroting 2025 na wijziging 0.61:OZB woningen | 6.954.700 | 6.904.700 | 6.922.140 | 17.440 0.62:OZB niet-woningen | 7.962.400 | 8.391.800 | 8.883.371 | 491.571 0.63:Parkeerbelasting | 357.200 | 347.200 | 272.887 | -74.313 0.64:Belastingen overig | 1.300 | 1.300 | 1.946 | 646 Toelichting Ongebonden heffingen OZB niet-woningen (voordeel € 491.571) Ten opzichte van de raming is er een verschuiving van WOZ-waarden van woningen naar niet- woningen. Het tarief voor niet-woningen is hoger. Gebonden heffingen Gebonden heffingen zijn inkomsten voor een gemeente waarbij de uitgaven direct gekoppeld zijn aan een specifieke dienst van de gemeente. Deze inkomsten worden daarom niet gerekend tot de algemene dekkingsmiddelen.
Omschrijving | Primitieve | Begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil 2025 begroting 2025 na wijziging Secretarieleges Burgerzaken | 1.092.300 | 1.092.300 | 1.115.946 | 23.646 Leges en vergunningen APV | 39.800 | 39.800 | 36.466 | -3.334 Baten WABO-vergunningen | 868.900 | 918.900 | 1.286.948 | 368.048 68 | Jaarstukken 2025 Omschrijving | Primitieve | Begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil 2025 begroting 2025 | na wijziging Baten marktgelden | 41.400 | 41.400 | 43.636 | 2.236 Baten reinigingsrecht en afvalstoffenheffing | 7.497.700 | 7.497.700 | 7.545.076 | 47.376 Baten rioolrecht | 5.422.600 | 5.352.300 | 5.304.664 | -47.636 Baten begraafplaatsrechten | 874.000 | 874.000 | 977.520 | 103.520 Toelichting Gebonden heffingen Baten WABO-vergunningen (voordeel € 368.048) Het is moeilijk om het aantal aanvragen in te schatten en in 2025 kwamen er meer aanvragen binnen dan verwacht. Bovendien hebben enkele grote projecten meer inkomsten opgeleverd dan vooraf voorspeld. Baten begraafplaatsrechten (voordeel € 103.520) In 2025 werden er meer nieuwe graven uitgegeven en vonden er meer bijzettingen plaats dan verwacht. Ook verlengden aanzienlijk meer mensen het grafrecht met tien jaar. Dit leidde tot hogere inkomsten uit grafrechten en afkoopsommen voor onderhoud.
Een deel | van de hogere opbrengst, namelijk de afkoopsommen voor onderhoud van graven, wordt gestort in de Voorziening onderhoud graven. Kostendekkendheid Kostendekkendheid laat zien hoe de inkomsten en uitgaven van een product of dienst zich tot elkaar verhouden. Als de kostendekkendheid 100% is, zijn de kosten volledig gedekt. Is de kostendekkendheid lager, dan worden de overige kosten betaald uit de algem | ene middelen of een speciale voorziening. Bij de baten voor reinigingsrecht en afvalstoffenheffing is de inzet van de reserve Bestemming afvalstoffenheffing opgeteld om de juiste kostendekkendheid te berekenen. Hierdoor wijken de baten uit de tabel 'Gebonden heffingen' af van onderstaand overzicht. Omschrijving | Baten | Lasten | Dekking Secretarieleges Burgerzaken | 1.115.946 | -1.309.493 | 85% Leges WABO-vergunningen/APV | 1.323.414 | -1.397.074 | 95% Marktgelden | 43.636 | -58.582 | 74% Reinigingsrecht en Afvalstoffenheffing | 8.160.776 | -8.514.562 | 96% Rioolheffing | 5.304.664 | -5.304.664 | 100% Begraafplaatsrechten | 977.520 | -1.324.350 | 74% Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding Soms kan een belastingplichtige de aanslag niet of slechts gedeeltelijk betalen. Onder bepaalde wettelijke voorwaarden kan deze persoon kwijtschelding krijgen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB.
Het indienen en behandelen van kwijtscheldingen verloopt via het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). In het volgende overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de geraamde en de werkelijk toegekende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Omschrijving | Primitieve | Begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil 2025 begroting 2025 | na wijziging Kwijtschelding Afvalstoffenheffing | -266.300 | -266.300 | -277.390 | -11.090 Kwijtschelding OZB Woningen | -1.800 | -1.800 | -658 | 1.142 Kwijtschelding Rioolheffing | -83.700 | -83.700 | -94.297 | -10.597 Aantallen Inwoners kunnen elk jaar vragen om kwijtschelding van een deel van de belastingen. Hieronder ziet u het aantal verzoeken om kwijtschelding en hoeveel daarvan zijn goedgekeurd. Jaarstukken 2025 | 69 Jaar | Verzoeken | Toegewezen | Percentage 2021 | 1.421 | 1.001 | 70% 2022 | 1.425 | 991 | 70% 2023 | 1.597 | 1.269 | 79% 2024 | 1.642 | 1.183 | 72% 2025 | 1.792 | 1.280 | 71% Lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit Groningen laat elk jaar zien hoe de lokale lasten zich ontwikkelen. Bij het vergelijken van de woonlasten kijkt men onder andere naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Coelo publiceert hierover jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Deze bevat informatie over alle gemeenten in Nederland.
De bron van de volgende grafieken is de Atlas van lokale lasten 2025. Woonlasten Ridderkerk De gemeentelijke woonlasten omvatten de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In de tabellen ziet u de ontwikkeling van tarieven en woonlasten per type huishouden ten opzichte van vorig jaar. Heffing eigenaar-bewoner | Tariefontwikkeling Woonlasten | Woonlasten | Woonlasten 2024 | percentage t.o.v. vorig jaar Onroerendezaakbelasting woningen | 0,3% | 365,00 | 356,00 | 2,5% Rioolheffing | 1,3% | 218,16 | 215,28 | 1,3% Afvalstoffenheffing eenpersoons | 2,7% | 286,32 | 278,72 | 2,7% Afvalstoffenheffing tweepersoons | 2,7% | 384,84 | 374,84 | 2,7% Afvalstoffenheffing meerpersoons | 2,7% | 396,36 | 385,76 | 2,7% Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden | 869,48 | 850,00 | 2,3% Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden | 968,00 | 946,12 | 2,3% Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden | 979,52 | 957,04 | 2,3% Heffing huurder-bewoner | Tariefontwikkeling Woonlasten | Woonlasten | Woonlasten 2024 | percentage t.o.v.
vorig jaar Rioolheffing | 1,3% | 109,08 | 107,64 | 1,3% Afvalstoffenheffing eenpersoons | 2,7% | 286,32 | 278,72 | 2,7% Afvalstoffenheffing tweepersoons | 2,7% | 384,84 | 374,84 | 2,7% Afvalstoffenheffing meerpersoons | 2,7% | 396,36 | 385,76 | 2,7% Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden | 395,40 | 386,36 | 2,3% Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden | 493,92 | 482,48 | 2,4% Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden | 505,44 | 493,40 | 2,4% Woonlasten vergelijking met omliggende gemeenten en landelijk gemiddelde Deze jaarrekening bevat een vergelijking van de lokale lastendruk van onze gemeente met die van omliggende gemeenten en gemeenten met de laagste en hoogste woonlasten in het land. Er is een onderscheid gemaakt tussen: A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) - een- en meerpersoonshuishoudens B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) - een- en meerpersoonshuishoudens De geselecteerde gemeenten geven inzicht in: • | De woonlasten van Ridderkerk in vergelijking met aangrenzende gemeenten. • | De woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten landelijk. 70 | Jaarstukken 2025 Jaarstukken 2025 71 Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) Grafiek B.
Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) Toelichting vergelijking woonlasten buurgemeenten Het Coelo-rapport 2025 laat zien hoe de woonlasten in de omliggende gemeenten zich verhouden. • Woningen in eigendom De woonlasten voor huiseigenaren in Ridderkerk zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Voor eenpersoonshuishoudens zijn de laagste woonlasten in Barendrecht (€ 793), terwijl voor meerpersoonshuishoudens de laagste woonlasten in Dordrecht (€ 946) zijn. • Huurwoningen In Ridderkerk zijn de woonlasten voor huurders hoger dan het gemiddelde in Nederland. Eenpersoonshuishoudens met een huurwoning hebben de laagste woonlasten in Barendrecht, namelijk € 356. Voor meerpersoonshuishoudens zijn de woonlasten het laagst in Dordr echt, met een bedrag van € 476. Woonlasten vergelijking met andere gemeenten In de volgende vergelijking zijn de gemeenten Ameland (voor eigenaar-bewoners) en Nijmegen (voor huurder-bewoners) opgenomen als gemeenten met de laagste woonlasten. De hoogste woonlasten zijn te vinden bij eigenaar-bewoners in Bloemendaal en bij huurder-bewoners in West Betuwe.
Jaarstukken 2025 72 Eigenaar-bewoners hebben dus de laagste woonlasten in Ameland, terwijl huurders de laagste woonlasten in Nijmegen hebben. De hoogste woonlasten voor eigenaar-bewoners zijn in Bloemendaal en voor huurders in West Betuwe. De bijgevoegde grafieken laten deze vergelijking zien. Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) Grafiek B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) Landelijke positie Ridderkerk Uit de landelijke vergelijking van gemeentelijke woonlasten blijkt dat Ridderkerk in 2025 een gemengd beeld toont voor eigenaar-bewoners en huurders. Voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning zijn de woonlasten in Ridderkerk € 980. Hiermee staat de gemeente landelijk op de 105e plaats (2024: 143e). Ridderkerk ligt voor eigenaar-bewoners onder het landelijk gemiddelde. Ter vergelijking: Ameland heeft de laagste woonlasten (€ 680) en Bloemendaal de hoogste (€ 2.117). In Ridderkerk zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 505. Dit plaatst Ridderkerk op de 194e plaats (2024: 205e) in deze categorie, rond het landelijk gemiddelde. Ter vergelijking: Nijmegen heeft de laagste woonlasten voor huurders met € 34, terwijl West Betuwe de hoogste heeft met € 880.
Het overzicht toont dat eigenaar-bewoners in Ridderkerk relatief lage woonlasten hebben. Huurders hebben iets hogere lasten dan gemiddeld. De volgende tabellen geven een verdere toelichting op deze posities. Algemene dekkingsmiddelen | Ridderkerk | Landelijk gemiddelde Eénpersoonshuishouden met een huurwoning | 395 | 376 Meerpersoonshuishouden met een huurwoning | 505 | 480 Eénpersoonshuishouden met een koopwoning | 869 | 964 Meerpersoonshuishouden met een koopwoning | 980 | 1.053 Jaarstukken 2025 | 73 PARAGRAAF 2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Wij voeren actief beleid om de risico's voor de gemeente te beheersen. We kijken naar de maatregelen die genomen worden om deze risico's te beperken. Voor risico's waarvoor geen maatregelen mogelijk zijn, bijvoorbeeld omdat verzekeren te duur is, schatten | we in welke buffer nodig is. Dit heet de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de voortdurend geïnventariseerde risico's en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) berekenen we het weerstandvermogen. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actief risicobeheer weten wij welke risico's er zijn en kunnen we het weerstandsvermogen vaststellen.
Alle risico's worden, waar mogelijk, twee keer per jaar opnieuw beoordeeld en er wordt voortdurend ingespeeld op nieuwe risico's. Het getoonde risicoprofiel is vastgesteld op basis van de inventarisatie en analyse die is uitgevoerd tot en met 14 januari 2026. We evalueren vanuit de huidige situatie zowel het verleden als de toekomst om een actueel risicoprofiel te presenteren dat rekening houdt met realistische scenario's voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die het risicoprofiel beïnvloeden worden kort uitgelegd. De effecten van externe factoren zoals inflatie, de krappe arbeidsmarkt en bezuinigingen op de lokale overheid zijn merkbaar in het hele risicoprofiel. De bedrijfsvoeringsrisico’s zijn als cluster opgenomen in het risico voor de taken die bij De BedrijfsvoeringsPartner liggen. Het risicoprofiel bestaat uit risico | - inschattingen waarbij de slechtst mogelijke financiële scenario’s worden getoond zoals deze nu kunnen worden ingeschat. Het volgende overzicht toont de tien belangrijkste risico's die samen het meeste invloed hebben op de benodigde weerstandscapaciteit. Bij elk risico wordt kort de beheersmaatregelen beschreven. De lijst met belangrijkste risico's dekt ongeveer 90% van het geïdentificeerde risicobedrag. Nr.
Risico | Maatregelen | Kansklasse Financieel | Invloed gevolg 1 | Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner haar | Monitoring, business intelligence, | 4 | max.€ 956.000 20,03% taken niet kan uitvoeren binnen het | competentieontwikkeling beschikbaar gestelde budget 2 | Risicocluster uitvoering Jeugdwet - tekorten | Beperkte invloed, transformatie keten, | 5 | max.€ 1.000.000 18,48% die ontstaan in de uitvoering van de | monitoring/benchmarking, business Jeugdwet | intelligence 3 | Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving | Informatiebeveiliging, proces meldpunt | 4 | max.€ 1.000.000 14,28% informatieveiligheid en privacy | datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, compliance 4 | Risicocluster uitvoering van de | Beperkte invloed, monitoring, business | 4 | max.€ 750.000 10,09% Participatiewet overstijgt budget.
| intelligence 5 | Risico tekorten in openeinderegelingen | Schulddienstverlening: preventie/vroeg | 4 | max.€ 500.000 | 6,42% schulddienstverlening, schuldhulpverlening, | signalering, competentieontwikkeling, bijzondere bijstand | business intelligence 6 | Cluster Wmo gerelateerde risico's, | Beperkte invloed, monitoring, business | 5 | max.€ 400.000 | 5,74% overschrijding van budget(ten) | intelligence 7 | Financiële en imagorisico's op door de | Frequent toepassen audits, | 3 | max.€ 400.000 | 4,83% gemeente gesubsidieerde instellingen | voortgangsrapportages van instellingen 8 | Risicocluster tekorten uitvoering (nieuwe) | Projectbeheersing, monitoring/benchmarking, | 4 | max.€ 250.000 | 4,02% gedecentraliseerde taken | business intelligence, competentieontwikkeling, SPP 9 | Risico's niet te dekken binnen | Uitkomst risico-inventarisatie | 4 | max.€ 103.000 | 3,05% grondexploitaties 10 Arbeidsongeschiktheid van collegelid en/of - | Geaccepteerd risico in plaats van verzekeren | 1 | max.€ 1.300.000 | 2,14% leden. 74 | Jaarstukken 2025 Nr. Risico | Maatregelen | Kansklasse Financieel | Invloed gevolg Totaal grote risico's: € 6.659.000 Overige risico's: € 3.245.000 Totaal alle risico's: € 9.904.000 Het voorgaande overzicht laat risico's zien die soms schade kunnen veroorzaken, inclusief het maximale financiële gevolg.
De optelling onder het overzicht is het totaal van alle bekende risico's, niet alleen van de genoemde top 10. De onderstaande tabel toont hoe groot de kans is over een bepaalde periode en hoe de spreiding in tijd kan worden vertaald. Kwantiteit Referentiebeelden | Kansklasse Toelichting kansklasse 10% | 0 of 1 keer per 10 | 1 | Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich jaar | in de komende jaren voordoen. 30% | 1 keer per 5 - 10 jaar | 2 | Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen. 50% | 1 keer per 2 - 5 jaar | 3 | Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen. 70% | 1 keer per 1 - 2 jaar | 4 | Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen. 90% | 1 keer per jaar of | 5 | Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich meer | in het komende jaar gaan voordoen. Risicosimulatie Op basis van de ingevoerde risico's hebben we een risicosimulatie uitgevoerd. We gebruiken hiervoor risicoanalysesoftware. Hiermee kunnen we 100.000 keer simuleren hoe de risico's zich in verschillende mate zouden voordoen. Zo kunnen we nauwkeurig inschatten welke financiële buffer nu minimaal nodig is.
Dit doen we vooral omdat het niet wenselijk is om het maximale bedrag van € 9.904.000 te reserveren. De risico's zullen namelijk niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Trends en ontwikkeling risicoprofiel Deze paragraaf legt de belangrijkste trends en ontwikkelingen uit in verband met de financiële risico's van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door te investeren en maatregelen te nemen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico's kort beschreven, waarbij negatieve scenario's als input dienen. 1. | Het risico dat De BedrijfsvoeringsPartner (DBP) taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbare budget: de niet-primaire taken die behoren tot het technische beheer en de ondersteuning van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) vormen het risicoprofiel voor de organisatie en bijbehorende dienstverlening door DBP. Wij dekken naar verhouding een deel van deze risico’s. De technische scheiding van de gemeentelijke omgeving naar meerdere omgevingen heeft de complexiteit van de beheer | -, controle- en beveiligingstaken vergroot. De werkdruk op DBP is toegenomen. In 2025 heeft DBP gereageerd op de bezuinigingstaakstelling. Door bezuinigingen op de bedrijfsvoering door te voeren, is het duidelijk dat de risico’s voor ons en DBP toenemen. Wij hebben al jaren, vaak door externe invloeden, te maken met stijgende uitgaven.
Een belangrijke oorzaak is nieuwe of gedecentraliseerde taken bij nieuwe en/of gewijzigde wetgeving en de toenemende ondersteuning daarop, terwijl voldoende | financiering vanuit de rijksoverheid achterblijft. 2. | Het risico bij de uitvoering van de Jeugdwet is een samenvatting van de financiële onzekerheden. Dit risico komt door drie hoofdpunten: de voortdurende toename van de zorgvraag (hoeveelheid), de stijgende kosten voor specialistische hulp binnen de jeugdzorg die hoger zijn dan de rijksindexatie (prijs) en de risico’s bij het op tijd behalen van de besparingsdoelen uit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (verandering). Sinds 2025 worden zorgkosten direct op de gemeentelijke begroting gezet. Hoewel het kabinet extra geld heeft toegevoegd om 2026 te verlichten, blijft de balans tussen rijksbijdrage en lokale zorgplicht kwetsbaar. De hoge kansklasse laat zien dat het zeer waarschijnlijk is dat de werkelijke kosten de oorspronkelijke begroting zullen overschrijden, gebaseerd op de cijfers van de afgelopen | drie jaar en de huidige regionale trends. Jaarstukken 2025 | 75 3. | Risico’s bij uitvoering wet- en regelgeving Informatieveiligheid en Privacy: de wet- en regelgeving voor informatiebeveiliging stelt steeds hogere eisen aan techniek, vaardigheden en capaciteit. Wij zijn eindverantwoordelijk en doen er alles aan om te voldoen.
Een goed werkende, moderne en veilige digitale dienstverlening brengt voortdurend stijgende kosten met zich mee voor onderhoud, beheer en beveiliging. De gemiddelde ICT-kosten per inwoner per jaar zijn nu ongeveer € 110. Dit komt overeen met het landelijke beeld. De risico’s op het gebied van ICT, informatiebeveiliging en privacybescherming zijn van grote invloed op het totale risicoprofiel. Een belangrijk deel van de risico’s die de gemeente loopt op informatieveiligheid en privacy maakt deel uit van de bedrijfsvoering en beïnvloedt het risicocluster voor alle taken die DBP voor en namens de gemeente uitvoert. 4. | In de uitvoering van de Participatiewet over 2025 vroegen meer inwoners om een uitkering. We hielpen veel mensen aan werk, maar de kosten bleven hoog. Omdat de economie onzeker is en de regels blijven veranderen, houden we het risicobedrag voor volgend jaar gelijk. Zo voorkomen we verrassingen. 5. | Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand (open eind-regelingen): Ondanks de wettelijke verplichting om bij schulden of extra zorgkosten passende hulp te bieden, is de financiële impact in 2025 effectief beheerst. Wij hebben ons sterk gericht op vroegsignalering, waardoor de uitgaven binnen de gestelde kaders bleven. Door betalingsachterstanden in 2025 vroegtijdig te herkennen, kon de gemeente hulp bieden voordat schulden onbeheersbaar werden.
Hierdoor zijn dure, langdurige trajecten voorkomen en is de gemiddelde zorglast per inwoner lager uitgevallen. 6. | Bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning stijgen de kosten landelijk en blijft de vraag groot. In 2025 zagen we in Ridderkerk dat de kosten voor woningaanpassingen en hulp bij het huishouden de begroting overschreden. De vergrijzing in onze wijken zorgt voor een voortdurende groei in de vraag. Omdat we verwachten dat deze trend in 2026 doorgaat, is het noodzakelijk om de huidige risicobuffer te behouden. Zo kunnen we ook volgend jaar de ondersteuning bieden die onze inwoners nodig hebben | om veilig thuis te wonen. 7. | Het risico op mogelijke tekorten voor gesubsidieerde instellingen blijft bestaan. In 2025 waren gesubsidieerde instellingen in Ridderkerk kwetsbaar door sterk gestegen energie | - en loonkosten. Dit zorgde voor extra druk op onze reserves. Naast dit financiële risico kwamen hun maatschappelijke doelen, zoals wijkpreventie, onder druk te staan door personeelstekorten. Het is noodzakelijk om dit risico te verlengen om de continuïteit van onze lokale voorzieningen en sociale ambities te garanderen. 8. | Decentralisatie: het overdragen van (nieuwe) taken van de hogere overheid naar de gemeente brengt risico's met zich mee voor de gemeente.
In 2025 kregen wij opnieuw te maken met nieuwe taken, zoals de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting en verandering | en in de Omgevingswet. Deze decentralisaties leggen een grote druk op de ambtelijke capaciteit van DBP en zorgen voor onvoorspelbare uitvoeringskosten voor de gemeente. Omdat de rijkscompensatie vaak niet voldoende is voor de werkelijke kosten, ontstaat er een structureel tekort in de lokale begroting. Het is daarom belangrijk om het opgenomen risico te verlengen om deze voortdurende beleidswijzigingen en wettelijke verplichtingen financieel te kunnen opvangen. 9. | Bij het opstellen van het risicoprofiel is rekening gehouden met een risico dat buiten de reserves van de grondexploitaties valt, ter waarde van ongeveer €100.000. 10. Er is besloten om geen verzekering af te sluiten voor arbeidsongeschiktheid van collegeleden, maar dit risico te accepteren. Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit omvat alle middelen die de organisatie echt heeft om financiële risico's te dekken. Het totaal van de stortingen en onttrekkingen in de algemene reserve staat in de jaarrekening onder het hoofdstuk Toelichting op de balans per 31 december, Overzicht mutaties in de algemene reserve.
Weerstandsvermogen | Startcapaciteit Stortingen | Onttrekkingen | Huidige capaciteit Algemene reserve | 33.087.176 | 8.365.423 | 6.145.275 | 35.307.324 Onvoorzien | 25.000 | 0 | 0 | 25.000 Totaal Beschikbare weerstandscapaciteit | 33.112.176 | 8.365.423 | 6.145.275 | 35.332.324 76 | Jaarstukken 2025 Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen voldoende is, moet het verband worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's, de gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit uit de risicosimulatie kan worden vergeleken met de beschikbare weerstandscapaciteit. Het resultaat van deze berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit de bijbehorende tabel blijkt dat er 90% zekerheid is dat alle risico's kunnen worden gedekt met een bedrag van € 3.940.553 (benodigde weerstandscapaciteit). Percentage | Bedrag 5% | 2.342.867 25% | 2.722.017 50% | 3.139.803 75% | 3.555.076 90% | 3.940.553 95% | 4.183.767 Ratio weerstandsvermogen | = Beschikbare weerstandscapaciteit | = | 35.332.324 | = | 9,0 Benodigde weerstandscapaciteit | 3.940.553 De normtabel is mede door de Universiteit Twente ontwikkeld. Deze tabel geeft een waardering voor de berekende ratio. De ratio Weerstandsvermogen van onze gemeente is 9,0 en valt ruim binnen klasse A.
Dit betekent dat ons weerstandsvermogen uitstekend is. Waarderingscijfer | Ratio | Betekenis A | > 2,0 | Uitstekend B | 1,4 - 2,0 | Ruim voldoende C | 1,0 - 1,4 | Voldoende D | 0,8 - 1,0 | Matig E | 0,6 - 0,8 | Onvoldoende F | < 0,6 | Ruim onvoldoende Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. Deze kengetallen worden voorgeschreven in het BBV. De gehanteerde kengetallen worden berekend op basis van de balans, het overzicht van baten en lasten en het overzicht van incidentele baten en lasten. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid. Op twee kengetallen (solvabiliteit en structurele exploitatieruimte) na komen de kengetallen allemaal in categorie A uit. Samen met de goede reservepositie geeft dit een positief beeld van de financiële positie.
Kengetal | Categorie A | Categorie B | Categorie C Netto schuldquote | <90% | 90-130% | >130% Netto schuldquote gecorrigeerd | <90% | 90-130% | >130% Solvabiliteitsratio | >50% | 20-50% | <20% Grondexploitatie | <20% | 20-35% | >35% Structurele exploitatieruimte | >0% | 0 | <0% Belastingcapaciteit | <95% | 95-105% | >105% Jaarstukken 2025 | 77 Kengetallen | Jaarrekening | Begroting 2025 | Jaarrekening 2024 | na wijziging | 2025 Netto schuldquote | 19,8% | 74,4% | 32,4% Netto schuldquote gecorrigeerd | 15,4% | 70,4% | 27,8% Solvabiliteitsratio | 53,2% | 32,7% | 45,8% Grondexploitatie | -1,4% | -0,1% | -0,5% Structurele exploitatieruimte | 6,5% | -4,6% | -2,3% Belastingcapaciteit | 96,3% | 93,1% | 93,1% Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A. Het verschil tussen de begroting en realisatie is het gevolg van het minder aantrekken van leningen. Er zijn minder leningen nodig geweest, omdat er minder geïnvesteerd is dan waar eerder rekening mee gehouden is. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid.
45,7% van het totale vermogen is eigen vermogen. Een goede score en hoger dan bij de begroting, maar lager dan vorig jaar. We hebben minder leningen aangetrokken dan gedacht bij de begroting, maar er is meer geleend dan vorig jaar. 78 | Jaarstukken 2025 Jaarstukken 2025 79 Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De (licht) negatieve uitkomsten zijn de vertaling van gunstige, winstgevende, boekwaardes. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. We zien een daling van de structurele exploitatieruimte ten opzichte van vorig jaar, maar wel een verbetering ten opzichte van de begroting. Toch zijn de structurele baten net niet voldoende om de structurele lasten te dekken.
Jaarstukken 2025 80 Belastingcapaciteit De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Om in aanmerking te komen voor financiële steun va nuit het Rijk (art. 12-status), moeten de lokale belastingen ten minste 120% van het landelijk gemiddelde zijn. De belastingdruk ligt onder het landelijke gemiddelde en wel in categorie A. Conclusie over huidig risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel en het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan worden dat we nog altijd een financieel gezonde gemeente zijn. Maar ondanks dat de cijfers een positief beeld laten zien, is het noodzakelijk om de financiën goed in de gaten blijven houden.
PARAGRAAF 3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Inleiding Wij beheren de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze ruimte bevat kapitaalgoederen zoals wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen, speelterreinen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig voor veilig gebruik. Dit omvat zowel groot als klein onderhoud. De kosten en planning staan in beheerplannen. Onze uitgangspunten zijn het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording, de nota Reserves en Voorzieningen 2025-2028 en de Financiële Verordening 2024 met afschrijvingstabel. De provincie vindt actuele beheerplannen belangrijk voor financieel toezicht. Deze plannen tonen of de budgetten de komende jaren voldoende zijn voor de beleidskaders. In de tabel hieronder staan de beschikbare beheerplannen.
Beheerplannen | Vastgesteld | Looptijd t/m | Herziening in | Reserve Openbare verlichting | 2025 | 2029 | 2029 | Nee Civiele kunstwerken | 2025 | 2029 | 2029 | Nee Groen- en recreatiegebieden | 2023 | 2028 | 2028 | Nee Speelterreinen | 2020 | 2024 | 2026 | Nee Wegen | 2023 | 2027 | 2027 | Ja Programma Stedelijk Water | 2023 | 2027 | 2027 | Ja Waterhuishouding | 2026 | 2030 | 2030 | Nee Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen | 2018 | 2021 | 2026 | Ja Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties | 2018 | 2021 | 2026 | Ja Openbare verlichting Kerncijfers • | 3.064 conventionele armaturen • | 3.064 conventionele lampen • | 5.536 ledarmaturen • | 5.536 ledlampen • | 8.550 lichtmasten Beheer Naast ons zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor de verlichting in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld wegen met verlichting die eigendom zijn van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden regelmatig gecontroleerd tijdens dagelijks onderhoud, verschillende beheer- en civiele projecten en bij het schoonmaken ervan. Lichtmasten van veertig jaar of ouder worden na inspectie in beheerprojecten in groepen vervangen. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden direct opgelost via het dagelijks onderhoud. Armaturen hebben een verwachte levensduur van bijna 25 jaar. Terugblik In het afgelopen jaar zijn er 1.162 lampen vervangen door led en 185 masten vernieuwd.
In het centrum zijn zeventien lichtmasten vervangen door een nieuw zwart model dat uiteindelijk overal in het centrum zal worden gebruikt. In Drievliet, Oosterparkweg, Benedenrijweg, Visvliet, Molenvliet en Vogelvliet zijn in totaal 315 lichtmasten schoongemaakt. In Drievliet zijn 71 lichtmasten rechtgezet. Op de Werfkade en bij Winkelcentrum Vlietplein zijn in totaal 53 lichtmasten geschilderd. Verder is de openbare verlichting op verschillende plekken aangepast na meldingen over lichthinder of te weinig licht. Jaarstukken 2025 | 81 Budget Openbare verlichting | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -278.200 | -264.754 Groot onderhoud | -518.900 | -392.733 Investeringen | -522.300 | -523.065 Totaal openbare verlichting | -1.319.400 | -1.180.553 Civiele kunstwerken Kerncijfers • | 46 damwanden/keermuren/walmuren • | 72 fiets/voetbruggen • | 17 geleiderails • | 10 geluidsmuren • | 93 overige kunstwerken • | 71 trappen • | 37 verkeersbruggen/viaducten/tunnels Beheer Bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen vallen onder civiele kunstwerken. Elke vijf jaar inspecteren we deze kunstwerken uitgebreid. Dit gebeurt volgens de CUR117-aanbeveling voor categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (hersteladvies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming).
Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud nodig hebben, worden tussendoor visueel gecontroleerd. Op basis van de inspectieresultaten bepalen we de onderhouds- en vervangingsmaatregelen. Deze kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen. Terugblik • | De oeverconstructies bij de Boelewerf, Drierivierenlaan, Schans en de laad | - en loswal zijn gecontroleerd. Langs de kade Boelewerf en Drierivierenlaan zijn nieuwe drenkelingladders geplaatst. Bij de inspectie bleek dat er bij de Drierivierenlaan verder onde | rzoek nodig was. • | Bij het Ringdijk- en Havenkanaalviaduct zijn er beperkingen voor aslasten ingesteld. De voegovergangen van het Havenkanaalviaduct zijn vernieuwd. • | De leuningen van 'Brug Reyerpark 4' zijn geconserveerd (beschermd tegen slijtage en roest). Ook de voetgangersbruggen de Koolmees en Rietvink zijn geconserveerd. • | De vissteiger aan de Tinstraat, de brug bij Gorzenweg 2, de brug aan de Westmolendijk en de damwand bij de Van Leeuwenhoekstraat zijn vernieuwd. • | De stortsteen langs het Dokhof is vervangen door zetsteen. • | De pier bij Park Maasdonck is gesloopt. • | Bij de kruising van de Lagendijk en de Hogeweg zijn de geleiderails vernieuwd. • | Daarnaast zijn er reparaties verricht aan diverse andere kunstwerken.
Budget Civiele kunstwerken | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -947.200 | -953.242 Groot onderhoud | -281.400 | -290.100 Investeringen | -4.879.700 | -3.102.450 Totaal civiele kunstwerken | -6.108.300 | -4.345.792 Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden Kerncijfers • | 19.982 bomen 82 | Jaarstukken 2025 • | 8.277.000 m3 boomkroonvolume • | 313.000 m2 cultuurbeplanting • | 1.419.000 m2 gras • | 14.000 m2 haag • | 401.000 m2 natuurlijke beplanting Beheer Wij beheren de recreatiegebieden de Gorzen, Ridderhaven en het Reijerpark. De grienden en de Crezéepolder worden beheerd door de Stichting Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek vallen onder het beheer van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Het Donckse Bos is van de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waa | lbos hebben wij een beheerovereenkomst met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos wordt beheerd door het NRIJ. De kwaliteit van de bomen wordt bewaakt met boomveiligheidscontroles en onderzoeken. Deze controles vinden elke drie jaar plaats, en voor sommige bomen elk jaar. Hieruit komen maatregelen voort om de bomen gezond en veilig te houden. Soms is het nodig om b | omen te kappen, maar vaak is snoeien voldoende. Terugblik Vanuit de boomveiligheidscontroles en projecten zijn bomen verwijderd en nieuwe geplant.
Ook hebben we diverse groenvakken vernieuwd, zoals langs de Burgemeester de Zeeuwstraat. Het gras van enkele speelplaatsen en een trapveld is opgeknapt. In de gazons langs de Dr. Kuyperstraat, de Koninginneweg en op de rotonde bij de Handelsweg hebben we een bijvriendelijk bloembollenmengsel geplant. De bijen profiteren hier in het vroege voorjaar van. In verschillende straten zijn bermen ingezaaid met een bloemenmengsel. Budget Openbaar groen | Begroting na | Realisatie wijziging Onderhoud, inclusief groot onderhoud | -3.194.400 | -3.222.477 Totaal openbaar groen | -3.194.400 | -3.222.477 Speelterreinen Kerncijfers • | 174 speelplekken • | 865 speeltoestellen Beheer De speeltoestellen inspecteren we elk jaar vier keer op veiligheid. Op | basis van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar maken we de jaarplanning. Naast veiligheid kunnen veranderde bevolkingsgegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen redenen zijn om een speelplek opnieuw in te richten. Ti | jdens de voorbereidingen voor de herinrichting betrekken we de gebruikers en buurtbewoners bij het proces. Eerst kunnen zij hun ideeën delen. Daarna maken we op basis van de meest haalbare ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen. Uiteindelijk kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen realiseren we.
Terugblik In overleg met de bewoners zijn de volgende locaties gerenoveerd: • | Amaliastraat • | Dintelstraat • | Cruijff Court • | Erasmuspark (trapveld) • | IJsselstraat (speelplaats en | basketbalveld) • | Leklaan Jaarstukken 2025 | 83 • | Seringenplantsoen (Jeu de boules baan) Het speeltoestel de Draak, op het St. Jorisplein is gerenoveerd. Budget Speelvoorzieningen | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -619.100 | -602.437 Groot onderhoud | -29.800 | -22.498 Investeringen | -712.700 | -565.496 Totaal speelvoorzieningen | -1.361.600 | -1.190.431 Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers • | 597.000 m2 asfalt • | 21.000 m2 cementbeton • | 1.809.000 m2 elementenverharding • | 942 m goot • | 6.000 m2 grasstenen • | 34.000 m2 halfverharding • | 21.446 kolken • | 66.000 m2 overige verharding Beheer Naast de landelijke richtlijnen voor wegonderhoud kijken we ook naar de lokale kwaliteitsniveaus. Voor bedrijventerreinen in Ridderkerk geldt kwaliteitsniveau C. Voor de rest van Ridderkerk, inclusief fietspaden door of langs bedrijventerreinen, geldt kwaliteitsniveau B. Het onderhoudsprogramma wordt opgesteld op basis van de jaarlijkse weginspectie, extra onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. Bij asfaltwerken moet vertraging van noodzakelijk onderhoud worden vermeden om kapitaalverlies te voorkomen.
Stellen we het onderhoud aan het asfalt te lang uit, dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding leidt niet tot kapitaalverlies. Bij uitstel vermindert alleen de beeldkwaliteit. Naast planmatig (groot) onderhoud, gebeurt er dagelijks (klein) onderhoud. Planmatig onderhoud zorgt ervoor dat iets weer in goede staat komt. Dagelijks onderhoud houdt het in goede staat, zoals het herstellen van verzakte bestrating. Bij dagelijks onderhoud worden gevaarlijke situaties meteen aangepakt. Als de veiligheid in gevaar is, wordt er direct onderhoud uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld een gat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn. Terugblik Dit jaar is in totaal 16.285 m2 aan elementenbestrating aangepakt. Het gaat om: • | Bolnes 1.550 m2 (onder andere trottoir Rijnsingel, Spuistraat, rijbaan Amerstraat, De La Reijstraat, Noordstraat, rijbaan Dijkje). • | Centrum 2.158 m2 (onder andere trottoir Kerkweg, rijbaan Poetsiastraat, P.C. Hooftstraat, Geerlaan en rijbaan Ringdijk). • | Donkersloot 125 m2 (trottoir). • | Drievliet 1.005 m2 (onder andere trottoir Vlietlaan, Vogelvliet en rijbaan Houtzaagmolen). • | Drievliet Het Zand 625 m2 (onder andere rijbaan Noordmansstraat, Clara Wichmanstraat en Waalstraat). • | Oost 6.200 m2 (onder andere trottoir Multatulistraat, Bellamystraat, Vondellaan en rijbaan Klooslaan en Kloosplantsoen).
• | Oostendam, geen planmatig onderhoud uitgevoerd alleen klein onderhoud. • | Rijsoord 2.352 m2 (onder andere rijbaan Pruimendijk, Linnenstraat). • | Slikkerveer 1.460 m2 (onder andere trottoir en rijbaan Ruwaardlaan, trottoir Mozartstraat en Sportlaan). 84 | Jaarstukken 2025 • | West 810 m2 (onder andere trottoir Burgemeester de Zeeuwstraat, Sportlaan en Goudenregenplantsoen). Daarnaast zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • | Er is 12.236 m2 stilasfalt aangebracht op de Vondellaan, de Vlietlaan en de Rijksstraatweg. • | Er is 150 m2 nutssleuf dichtgemaakt verspreid over 34 locaties. • | In totaal is er 1.500 m2 asfalt gerepareerd (frezen en inlagen), onder andere op de Oosterparkweg, Havenkanaal, Dokwerkerstraat, Visvliet. • | Daarnaast hebben we de scheuren gevuld en de schade door boomwortelschade weggeslepen. • | in totaal is 1.125 m2 asfalt vervangen door halfverharding in het park Schalksedijkje en de Middenmolendijk. Afgelopen jaar is er op veel plekken binnen de gemeente groot onderhoud aan de wegen uitgevoerd. Er zijn echter ook wegen die deel uitmaken van een groter project, zoals een wijkrenovatie, HOV, Metropolitane fietsroute of de ontwikkeling tot fietsstraat. Dit betreft onder andere delen van de Geerlaan (tussen Mauritsstraat en Rijksstraatweg), Burgemeester de Zeeuwstraat (tussen Jhr.
van Karnebeekweg en Geerlaan), Kievitsweg (tussen Randweg en Sportlaan), Rijksstraatweg (tussen Noldijk en Voorweg), Oosterparkweg, Middenmolendijk (tussen Donkerslootweg en de Hugo de Grootlaan) en de fietspaden langs de Vlietlaan en Donkerslootweg. Deze wegen en paden hebben groot onderhoud nodig en vallen in C- of D-kwaliteit. Het gaat vooral om asfaltwegen met een beschadigde toplaag en randen. Dit is niet direct gevaarlijk, maar de wegen hebben binnen enkele jaren wel een nieuwe laag nodig. Door de lange voorbereidingstijd van deze projecten is dit nog niet gebeurd. Vertraging van wijkrenovaties, zoals in de Bloemenbuurt, Rivierenbuurt en Centrum West, zorgt ervoor dat ook meer bestrating in C- of D-kwaliteit verkeert. Onveilige situaties worden voorkomen door op specifieke plekken maatregelen te nemen.
Stuurelement | A | B | C | D Bedrijventerreinen | 54% | 27% | 3% | 16% Buitengebied | 23% | 69% | 0% | 9% Centra | 70% | 22% | 0% | 8% Groengebieden/Parken | 48% | 19% | 1% | 32% Hoofdwegen | 55% | 18% | 2% | 25% Woongebied | 45% | 32% | 6% | 17% Eindtotaal 2025 | 48% | 29% | 4% | 19% Budget Wegen | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -1.919.400 | -1.888.768 Groot onderhoud | -1.987.800 | -1.759.108 Investeringen | -1.770.100 | -1.561.804 Saldo van storting en onttrekking reserve | 189.800 | 40.103 Totaal wegen | -5.487.500 | -5.169.577 Stand reserve per 1 januari | 3.608.630 Storting | 1.721.700 Onttrekking | -1.761.803 Stand reserve per 31 december | 3.568.527 Riolering Kerncijfers • | 8 bergbezinkvoorzieningen • | 2 bergingsriolen • | 3 drainagegemalen • | 50 km drukriolering en persleidingen Jaarstukken 2025 | 85 • | 121 drukrioleringspompen • | 2 fonteinen • | 5 oppervlaktegemalen • | 291 km riolering • | 23.800 rioolaansluitingen • | 48 rioolgemalen • | 2 tunnelgemalen Beheer Riolering is belangrijk voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. Wij zorgen voor de inzameling van stedelijk afvalwater en hemelwater dat particulieren niet zelf kunnen verwerken. We proberen de nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken.
Het beleid voor beheer en onderhoud van riolering is vastgelegd in het Programma Stedelijk Water 2023-2027 (PSW), dat op 25 mei 2023 is vastgesteld. De kosten worden gedekt door de rioolheffing en zijn verdeeld in twee delen: beheer en onderhoud (exploitatiekosten) en vervangingsinvesteringen voor alle onderdelen van de (afval)waterketen. Klimaatverandering zorgt voor grotere extremen: meer regen in korte tijd en extremere temperaturen. Wij passen ons a | an klimaatverandering aan. Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen worden openbare ruimten zo ontworpen dat pieken in neerslag goed opgevangen kunnen worden. Terugblik In 2025 is het rioolwerk aan de Donckselaan en omgeving afgerond, evenals het werk in de Markstraat en Dintelstraat. Ook is de voorbereiding gestart voor rioolvervangingen in de Bloemenstraat, de wijken West en Centrum, Rivierenbuurt in Bolnes en de wijkre | novatie in Slikkerveer Noord. Er is een uitgebreid waterhuishoudkundig plan opgesteld. Dit plan behandelt de waterhuishouding en riolering in Slikkerveer en de locatie Flexwonen. Het onderhoud van de riolering, zoals reinigen en inspecteren, is uitgevoerd volgens het Programma Stedelijk Water. Op basis van de jaarlijkse rioolinspectie zijn diverse acties ondernomen, zoals het schoonspuiten van het riool om afzettingen en wortels te verwijderen.
Dit werk heeft veel opgeleverd, want er zijn jaarlijks minder meldingen van verstoppingen. Om droge voeten te houden in de Willemstraat is een nieuwe, tijdelijke riooloverstort gemaakt. Na de wijkrenovatie in Slikkerveer Noord wordt deze overstort gesloten. Met het waterschap hebben we een meet- en monitoringsprogramma uitgevoerd. Het meten aan het riool vergroot het inzicht in hoe het rioolstelsel werkt. In het hoofdrioolgemaal aan de Bilderdijklaan zijn de pompen en het leidingwerk vernieuwd. Het hoofdrioolgemaal aan de Fazant is compleet gerenoveerd. Ook zijn vijf kleinere rioolgemalen gerenoveerd: Boelewerf, Lagendijk, Rijksstraatweg, Burg. de Zeeuwstra | at en Pruimendijk. In het hoofdrioolgemaal aan de Poesiatstraat zijn technische aanpassingen gedaan, waardoor we flink besparen op energiekosten. Samenvattend zorgen alle renovaties voor een hogere capaciteit en betrouwbaarheid van het afvalwatertransportsysteem, een lager energieverbruik en veilig werken in de gemalen.
Budget Riolering | Begroting na | Realisatie wijziging Onderhoud | -1.974.500 | -1.752.921 Investeringen | -661.000 | -505.038 Totaal riolering | -2.635.500 | -2.257.959 Waterhuishouding Kerncijfers • | 184 duikers • | 2 fonteinen • | 13,9 km natuurvriendelijke oever • | 26,9 km oeverbeschoeiing • | 40,2 km onverharde oevers (niet beschoeid) • | 18 stuwen 86 | Jaarstukken 2025 • | 8 suppletie- en drainagegemalen Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Het waterschap onderhoudt zelf de hoofdwatergangen. Wij onderhouden het andere water grotendeels. Ook Rijkswaterstaat, de provincie, natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud goed is uitgevoerd. Er mogen bijvoorbeeld niet te veel bagger en waterplanten in het water zijn. Het beleid van het waterschap is daarom belangrijk voor ons waterbeheer. Metingen van bagger op de waterbodem bepalen welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert de hoofdwatergangen zelf. Als de naastgelegen grond van ons is, moeten wij de bagger ontvangen. Wij betalen dan voor het transport en de afvoer. Beschoeiingen worden vervangen na inspecties. Veiligheid is vaak de reden. Voor vervanging wordt gekeken of een natuurlijke oever mogelijk is.
Dan is geen nieuwe beschoeiing nodig en krijgen planten en dieren meer kans. Bij oeverbeschoeiing letten we op het plaatsen en behouden van faunatrappetjes. Terugblik Behalve het gebruikelijke onderhoud zoals het maaien van de sloten en oevers, zijn dit jaar onder andere de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • | Langs de Rembrandtweg hebben we 150 meter natuurvriendelijke oever aangelegd. • | In de Ferdinand Bolstraat hebben we 170 meter betonnen beschoeiing weggehaald en veranderd in een natuurvriendelijke oever. • | Beschoeiing bij de Kerkweg, Geerlaan, Oosterparkweg en Benedenrijweg is vernieuwd. • | Er zijn 58 faunatrappen geplaatst. • | Er zijn baggerwerkzaamheden uitgevoerd bij onder andere de Gorzen, het Woudepad, de Sportlaan en de Geerlaan. • | In de Jonkheer de Savornin Lohmanstraat is 300 meter oever beplant. • | Langs de Kapteynstraat zijn er oeverplanten en ondergedoken waterplanten geplaatst in de watergangen. • | De wadi (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) bij het Loodspad is opnieuw ingericht. De wadi is breder gemaakt, er is drainage toegevoegd en een kruidenmengsel is ingezaaid. • | In het Lohmanpark en het Erasmuspark zijn twee 'biofloats' geplaatst. Deze drijvende eilanden geven vissen schuilplekken en bieden oeverplanten de kans om te groeien. • | De duiker in de Gorzen, die door de bever was ondergraven en dichtgestopt, is hersteld.
Budget Waterhuishouding | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -408.800 | -408.722 Groot onderhoud | -176.900 | -229.631 Investeringen | -97.700 | -75.660 Totaal waterhuishouding | -683.400 | -714.013 Afvalinzameling Kerncijfers BAR Afvalbeheer beheert 668 verzamelcontainers. Hiervan zijn er 44 voor glas, 137 voor papier en karton, 260 voor gft en 227 voor PMD+restafval. In Ridderkerk zijn er ook 27 textielcontainers. Deze waren in 2025 onder beheer van Opnieuw & Co. Beheer Op dit moment zijn onderhoud, reiniging en garantie van de ondergrondse containers geregeld via een onderhoudsovereenkomst met de leverancier. Het gaat om in totaal 668 containers voor restafval, papier en karton, gft en glas. De ondergrondse container maakt deel uit van de openbare ruimte en is een investering van de gemeente. BAR Afvalbeheer ondersteunt de gemeente bij de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Jaarstukken 2025 | 87 Terugblik In 2025 kwam het mobiele afvalaanbiedstation meerdere keren per maand naar verschillende plekken in Ridderkerk. Dit bood extra service voor klein huishoudelijk afval dat niet in een ondergrondse container past. Er zijn voorbereidingen getroffen om het reinigingsrecht in te voeren. Hiermee kunnen kleine ondernemers tegen betaling gebruikmaken van de inzamelvoorzieningen van de gemeente.
In 2025 begon een onderzoek naar manieren om te voorkomen dat keukenafval bij het restafval terechtkomt. Er liep een aanbesteding voor een nieuwe textielinzamelaar en -verwerker. TexNL werd uiteindelijk gekozen als nieuwe textielinzamelaar en -verwerker. De aanvragen vanuit de gemeente (wijzelf en bijvoorbeeld woningbouwcorporaties en VluchtelingenWerk) voor de inzet van afval | coaches voor voorlichting nemen toe. Ook (basis)scholen weten de afvalcoaches steeds beter te vinden voor educatiedoeleinden. Haven Kerncijfers Wij bezitten een eigen haven aan de rivier De Noord. Twee delen zijn te onderscheiden. Aan de westzijde een industriehaven met twee watergebonden bedrijven en een passantensteiger. Aan de oostzijde een recreatiehaven met twee jachthavens. Behalve de passantensteiger worden de overige delen verhuurd. Bij de passantensteiger ligt een schip dat vluchtelingen huisvest. Beheer Door de toename van scheepsbewegingen bij De Noord, onzekerheden over de hoeveelheid baggerslib en de verplaatsing daarvan binnen de haven, is monitoring met dieptemetingen nodig. De constructies in de haven worden vervangen indien dat nodig is. Er is geen vast budget voor gereserveerd. Terugblik De hoeveelheid bagger is gemonitord om over meerdere jaren een duidelijker beeld te krijgen van de hoeveelheid bagger en verplaatsing daarvan binnen de haven.
Met deze informatie kunnen de kosten beter worden ingeschat. Bij de passantensteiger is de elektrakast verplaatst en is er een vaste drinkwateraansluiting gerealiseerd. Budget Haven | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -71.400 | -79.445 Groot onderhoud | 0 | 0 Investeringen | -17.700 | -17.641 Saldo van storting en onttrekking reserve | -32.700 | -1.858 Totaal haven | -121.800 | -98.944 Stand reserve per 1 januari | 928.313 Storting | 32.700 Onttrekking | -30.842 Stand reserve per 31 december | 930.171 Gebouwen Kerncijfers Het Maatschappelijk Vastgoed biedt huisvesting aan diverse maatschappelijke functies. Dit gaat zowel om afdelingen van de gemeentelijke dienstverlening als huisvesting van verenigingen en stichtingen. Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit: • | Het gemeentehuis en de voormalige gemeentewerf. • | Voormalige onderwijsgebouwen. • | Binnen- en buitensportaccommodatie waaronder ook recreatiecentrum de Fakkel. • | Wijkcentra. 88 | Jaarstukken 2025 Jaarstukken 2025 89 • Peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. • Het rouwcentrum. • Enkele (voormalige) bedrijfsruimten en woningen. In 2025 is de vastgoedportefeuille uitgebreid met de aankoop van het pand Havenstraat 53. Daarnaast is gymzaal De Noord, als onderdeel van het schoolgebouw De Noord, na oplevering in gebruik genomen. Het voormalige schoolgebouw aan de Randweg 3 is in 2025 gesloopt.
Ook zijn in dat jaar de opstallen van de voormalige zorgboerderij in het Lohmanpark gesloopt. Een aantal gemeentelijke gebouwen heeft een rijks- of gemeentelijke monumentenstatus. Beheer Voor het onderhoud van de gebouwen in Ridderkerk hanteren we een algemene conditie van 3 (voldoende). Voor een aantal gebouwen, waarvoor in de toekomst een ontwikkeling wordt verwacht, hanteren we het label instandhouding. Het in 2019 vastgestelde (Actualisatie Integraal Accommodatieplan) AIAP is nog steeds leidend voor het beleid van beheer en de ontwikkeling van het maatschappelijk vastgoed. In de periode 2022 -2023 (BAR-organisatie) is gepoogd om met eigen kennis en ervaring het meerjarenonderhoudsplan ( MJOP) Gebouwen te actualiseren. Dit heeft niet het gewenste (kwalitatief onvoldoende) resultaat gehad. In 2024 is gestart met de aanbesteding van het actualiseren van het MJOP Gebouwen. In 2025 is gestart met het actualiseren van de beheersplannen (per accommodatie) door een externe deskundige. Deze beheersplannen vormen de technisch inhoudelijke basis voor een MJOP. Op basis van het beleid wordt duurzaam beheer toegepast en voldoen we aan de Arbo - en veiligheidsvoorschriften. Onderwijsgebouwen Jaarlijks stelt de gemeente een jaarprogramma vast op basis van aanvragen door schoolbesturen.
In dit huisvestingsprogramma zijn alle uitbreidingen en nieuwbouw van schoolgebouwen opgenomen, inclusief de financiële consequenties daarvan. De aanvragen voor het huisvestingsprogramma worden getoetst aan de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Ridderkerk 2021. Sport- en Welzijnsaccommodaties In 2025 is het meerjarenonderhoudsplan Sport door een externe deskundige geactualiseerd. Dit MJOP wordt tezamen met het MJOP Gebouwen in 2026 voorgelegd aan de raad. In samenspraak met de verbonden verenigingen onderzoeken we of de parken nog voldoen aan hun wensen en eisen. Rouwcentrum Bij de begraafplaats Vredehof bevindt zich een rouwcentrum voor rouwbezoeken en uitvaartplechtigheden. Het rouwcentrum wordt gebruikt voor diensten voorafgaande aan een begrafenis op Vredehof en Rusthof, maar ook als wordt gekozen voor crematie of elders b egraven is de aula geschikt voor een plechtigheid vooraf. Terugblik In 2025 kocht de gemeente Ridderkerk het pand aan de Havenstraat 53. Het doel was om hier meerdere maatschappelijke partners te huisvesten. In datzelfde jaar begonnen de voorbereidende werkzaamheden voor de planvorming voor de herontwikkeling en ingebruikname van het gebouw. De gemeenteraad heeft in 2025 geld vrijgemaakt voor de restauratie en herontwikkeling van de museumschool in Rijsoord. Het gebouw is bedoeld voor verschillende maatschappelijke partners.
In 2025 is er een traject geweest waarbij belanghebbenden en geïnteresseerden betrokken waren. De gemeenteraad heeft, naast het al beschikbare investeringskrediet voor de nieuwbouw van een zwembad met sporthal, extra krediet toegekend voor de bouw van een turnhal. Budget Gemeentelijke gebouwen | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -3.628.300 | -3.150.265 Groot onderhoud | -859.700 | -710.166 Investeringen | -23.100 | -9.184 Saldo van storting en onttrekking reserve | 190.200 | 174.821 Totaal gemeentelijke gebouwen | -4.320.900 | -3.694.794 Stand reserve per 1 januari | 3.921.054 Storting | 512.100 Onttrekking | -686.921 Stand reserve per 31 december | 3.746.233 Sportaccommodaties | Begroting na | Realisatie wijziging Klein onderhoud | -6.165.100 | -6.352.486 Groot onderhoud | -232.500 | -195.262 Investeringen | -1.201.600 | -60.048 Saldo van storting en onttrekking reserve | 133.800 | 93.579 Totaal sportaccommodaties | -7.465.400 | -6.514.217 Stand reserve per 1 januari | 1.484.941 Storting | 250.000 Onttrekking | -343.579 Stand reserve per 31 december | 1.391.362 Onderwijsgebouwen | Begroting na | Realisatie wijziging Onderhoud | -2.702.100 | -2.476.107 Investeringen | -44.000 | -46.281 Totaal onderwijsgebouwen | -2.746.100 | -2.522.388 Het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie van de investeringen in sportaccommodaties wordt veroorzaakt
door het uitstel van renovatie van sportvelden. De renovatie (of vervanging) wordt veelal in 2026, en in een enkel geval 2027, uitgevoerd. 90 | Jaarstukken 2025 PARAGRAAF 4 FINANCIERING Inleiding In deze financieringsparagraaf leggen we uit in hoeverre de plannen en acties uit de begroting 2025 zijn uitgevoerd. We bespreken enkele ontwikkelingen die belangrijk zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Wettelijke kaders en treasurystatuut De richtlijnen voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en verder uitgewerkt in het treasurystatuut. Vanaf 2024 is er een nieuw treasurystatuut vastgesteld. Hierbij geldt de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido). Deze wet bepaalt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste doel daarbij is het beheersen van risico's. Renterisicobeheer Algemeen Er zijn twee verplichte normen voor het bepalen van de renterisico's bij de uitvoering van de treasuryfunctie: de 'renterisiconorm' voor leningen met een looptijd van 1 jaar of langer en het 'kasgeldlimiet' voor leningen met een looptijd tot 1 jaar. Deze normen hebben als doel de gevolgen van een rentestijging te beperken.
Kasgeldlimiet De wetgever heeft met het kasgeldlimiet een norm vastgesteld voor het maximale bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot 1 jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Dit is bedoeld om te voorkomen dat schommelingen in de korte rente een te grote invloed hebben op de rentelasten in het boekjaar. Als het kasgeldlimiet in drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet dit worden gemeld aan de toezichthouder, de provincie Zuid | -Holland. Er moet dan een plan komen om weer aan het kasgeldlimiet te voldoen. Dit betekent concreet dat kort geld moet worden omgezet in lange financiering tegen een zo gunstig mogelijke rente op de kapitaalmarkt. Het overzicht hieronder toont de toetsing van de kasgeldlimiet voor 2025. We zijn niet onder de limiet gekomen, dus we hebben in 2025 geen nieuwe langlopende lening afgesloten. Omschrijving | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal 1. Totaal vlottende schuld | -1.666.667 | -13.333.333 | -10.000.000 | -20.000.000 2. Totaal vlottende middelen | 4.418.759 | 15.038.205 | 8.238.699 | 11.413.508 3. Gemiddeld saldo schuld (-) of overschot | 2.752.092 | 1.704.872 | -1.761.301 | -8.586.492 4a. Begrotingstotaal 2025 (lasten primaire begroting) | 162.779.900 4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage | 8,5% 4.
Kasgeldlimiet | 13.836.300 | 13.836.300 | 13.836.300 | 13.836.300 Toets Kasgeldlimiet 5a. Ruimte onder kasgeldlimiet (4+3) | 16.588.392 | 15.541.172 | 12.074.999 | 5.249.808 Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt de risico's van een stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen van bestaande langlopende leningen. Door deze norm toe te passen, wordt de langlopende leningenpositie goed verspreid. Dit verdeelt het renterisico gelijkmatig over de jaren. Elk jaar komt maximaal 20% van het totale budget in aanmerking voor herfinanciering of renteherziening. Renteherziening gebeurt als in de leningsovereenkomst staat dat de rente in een bepaald jaar verandert. Herfinanciering betekent dat er nieuwe leningen worden afgesloten om bestaande leningen te vervangen of af te lossen. Jaarstukken 2025 | 91 Bij het opstellen van de begroting voor 2025 verwachtten we, mede op basis van de investeringsplanning, dat er in 2025 behoefte zou zijn aan nieuwe langlopende financiering. De tijdelijke liquiditeitstekorten konden echter worden opgevangen met korte kasgeldleningen. Een nieuwe langlopende lening bleek niet nodig te zijn. Hieronder geven we u een beeld van de renterisico's voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm. Ook dit jaar bleven we onder de renterisiconorm. Omschrijving | 2025 1. Netto renteherziening op vaste schuld | 0 2.